Tag: eenkindpolitiek

  • China wil dat stellen meer baby’s krijgen. Kan ivf uitkomst bieden?

    China wil dat stellen meer baby’s krijgen. Kan ivf uitkomst bieden?

    De bevolking in China krimpt voor het eerst in lange tijd. De regering probeert het probleem aan te pakken door vruchtbaarheidstrajecten te subsidiëren, die voor veel stellen op dit moment te duur zijn. Toch lijkt dit weinig uit te halen. ‘Het algemene beeld is dat mensen minder geneigd zijn om kinderen te krijgen.’

    Deze koude en bewolkte ochtend in november is een dag vol beloftes voor Guo Meiyan en haar man: ze hebben eindelijk de kans om een gezin te stichten. Maar Guo (39), die op een brancard naar een ziekenhuiskamer is gereden waar een arts haar bevruchte eicellen weer terug in haar baarmoeder plaatst, is ook angstig. ‘Als de transplantatie niet slaagt is al het geld dat we hebben uitgegeven weggegooid, alle pijn die ik heb doorstaan vergeefs geweest en zullen we opnieuw moeten beginnen.’ Ze is samen met haar man vanuit de noordelijke stad Zhangjiakou 200 kilometer naar Beijing gereisd. Tijdens de laatste fase van de ivf-behandeling woonden ze een maand lang in hotels om dicht bij het ziekenhuis te zijn.

    Ze behoren tot de honderdduizenden Chinese stellen die elk jaar een beroep doen op voortplantingstechnologie, nadat andere mogelijkheden om zwanger te worden zijn uitgeput. Mensen die vanuit alle hoeken van het land naar grote steden als Beijing reizen in de hoop hun kansen op een kleine te vergroten. Velen van hen staan al voor zonsopgang in lange rijen voor ziekenhuizen, enkel voor een consult.

    De Chinese regering wil de techniek, die pas in 2001 legaal werd in China, nu toegankelijker maken. De belofte is om een deel van de kosten – meestal enkele duizenden dollars voor elke ivf-ronde – te dekken via een nationale ziektekostenverzekering. Het is een van de meer dan een dozijn beleidsmaatregelen die de Chinese overheid neemt tegen wat wordt gezien als een zeer groot probleem: een vruchtbaarheidscijfer dat zo laag is dat de Chinese bevolking begint te krimpen.

    ‘Dubbel inkomen, geen kinderen’

    China heeft dit punt eerder bereikt dan andere landen in een vergelijkbaar stadium van economische ontwikkeling. Nu er elk jaar minder baby’s worden geboren en de oudste mensen in China langer leven, ziet de regering zich genoodzaakt een aantal met elkaar samenhangende problemen aan te pakken: een krimpende beroepsbevolking, een pensioenstelsel dat nog in de kinderschoenen staat en een generatie jongeren die niet geïnteresseerd is in het krijgen van kinderen.

    Het subsidiëren van vruchtbaarheidsbehandelingen zoals ivf ‘is nogal wat’, aldus Lin Haiwei, directeur van het Beijing Perfect Family Hospital, waar Guo haar procedure onderging. Bij deze technologie worden eicellen in een laboratorium met sperma bevrucht, waarna de embryo, als het is gelukt, in de baarmoeder wordt geplaatst. Patiënten gaan ver om vruchtbaarheidsbehandelingen te kunnen betalen. Sommigen sluiten leningen af bij familieleden. Boeren plannen hun afspraken na de oogst in de herfst, wanneer ze geld hebben. Maar ook al is er een duidelijke vraag naar vruchtbaarheidsbehandelingen, het aantal patiënten dat het ziekenhuis bezoekt, daalt elk jaar, aldus Lin. ‘Het algemene beeld is dat mensen minder geneigd zijn om kinderen te krijgen.’

    De grootste uitdaging voor China is dan ook om het dalende geboortecijfer te keren. Jonge mensen klagen over economische onzekerheid en over de financiële lasten die het krijgen van kinderen met zich meebrengt. Daarnaast verzetten ze zich tegen de traditionele ideeën over de rol van de vrouw als huisvrouw. Ze willen zich concentreren op hun carrière of omarmen een levensstijl die bekendstaat als ‘dubbel inkomen, geen kinderen’.

    De overheid doet ondertussen haar best een van de laagste vruchtbaarheidscijfers ter wereld op te krikken. Volgens deskundigen is het vrijwel onmogelijk om de Chinese bevolking weer te laten groeien, maar kan het land zijn geboortecijfer wel op peil houden. Het toegankelijk maken van voortplantingstechnologieën zou kunnen helpen, zoals het ook heeft geholpen in rijkere landen als Denemarken, zegt Ayo Wahlberg, antropoloog aan de Universiteit van Kopenhagen.

    ‘Het is als het plakken van een pleistertje op een enorme wond’

    China heeft onlangs beloofd tegen 2025 minstens één ivf-faciliteit te bouwen per 2,3 tot 3 miljoen mensen. Het land telt nu 539 medische instellingen en 27 spermabanken die zijn goedgekeurd om voortplantingstechnologie toe te passen. Elk jaar verzorgen deze instellingen meer dan een miljoen ivf- en andere vruchtbaarheidsbehandelingen. Zo’n driehonderdduizend baby’s werden er tot nu toe verwekt.

    Volgens deskundigen zijn dit zinvolle manieren om stellen met een kinderwens te helpen. Als China deze diensten op een betaalbare manier kan uitbreiden, kan het zelfs model staan voor andere landen die met soortgelijke vruchtbaarheidsproblemen kampen. Maar of het veel zal veranderen aan de demografische ontwikkeling van het land is de vraag. ‘Het is als het plakken van een pleistertje op een enorme wond,’ zegt Wahlberg, die een boek schreef over vruchtbaarheid in China.

    Ivf veranderde het leven van stellen als Wang Fang en haar man. Wangs eerste huwelijk eindigde in een scheiding, omdat het kinderloos bleef. In 2016 kreeg ze twee ivf-behandelingen en in 2017 beviel ze van een tweeling. Zowel Wang, een fabrieksarbeider, als haar man, een elektricien, gaven tijdens de zwangerschap hun baan op om zich voor te bereiden op de geboorte.

    ‘Als je geen kinderen hebt kan je je in onze woonplaats eigenlijk niet vertonen’

    Toen de eerste ivf mislukte, waren ze erg van slag. Ze kwamen erachter dat ze misschien een spermadonor nodig hadden, iets wat Wang voor de familie verzweeg; haar ouders denken dat de vruchtbaarheidsproblemen van het stel aan haar te wijten zijn. ‘Als je geen kinderen hebt kan je je in onze woonplaats eigenlijk niet vertonen,’ zegt ze. De wachttijd van veertien dagen om te bepalen of de behandeling succesvol was, voelde de tweede keer dat ze ivf deden ‘als een halve eeuw’, zegt ze.

    Familieleden boden aan bij te springen met spaargeld om de kosten van meer dan 20.000 euro te dekken. Het is een enorm bedrag voor het echtpaar, dat maandelijks een gezamenlijk inkomen van minder dan 1100 euro had toen ze allebei nog werkten. ‘Ivf is niet eenmalig, en ons geld was na verschillende grote uitgaven op, dus we moesten geld lenen om door te gaan,’ aldus Wang. Als een deel van die kosten door de ziektekostenverzekering zou zijn vergoed, zoals de regering nu van plan is. ‘Dan zou dat ons zeker hebben geholpen en de druk enigszins hebben verlicht’.

    Complexe relatie

    Een ivf-behandeling kan tussen de 4500 en 11.000 euro kosten, voor veel stellen zijn vier of vijf behandelingen nodig. Elke behandeling heeft een slagingskans van ongeveer 30 procent. Met de nieuwe overheidsmaatregelen zou de ziektekostenverzekering waarschijnlijk ongeveer de helft van de kosten dekken, zegt Lin Haiwei van het Beijing Perfect Family Hospital. Het beleid is nog niet in werking getreden, de details zijn onduidelijk en een dodelijke uitbraak van corona zou de zaken kunnen vertragen. Toch verwacht Lin dat een versie van het beleid in de komende maanden zal worden ingevoerd. Maar hij is ook realistisch over het effect ervan. ‘Het is lastig om veel groei in onze sector te verwachten aangezien het algemene vruchtbaarheidscijfer en de bereidheid om kinderen te krijgen afnemen.’

    China heeft een complexe relatie met vruchtbaarheid. Drie decennia lang beperkte de overheid gezinnen tot één kind, soms met brute maatregelen. Tegenwoordig wordt 18 procent van de paren in China geconfronteerd met onvruchtbaarheid – wereldwijd is het gemiddelde ongeveer 15 procent. Onderzoekers noemen daarvoor verschillende factoren, waaronder het feit dat Chinese koppels vaak pas later kinderen krijgen en de veelvuldige abortussen in het land, die volgens deskundigen invloed kunnen hebben op de vruchtbaarheid.

    Su Yue (32) had zelf nooit een sterke kinderwens, maar haar man en schoonfamilie wel. Nadat het stel het enkele jaren had geprobeerd, gaf haar schoonmoeder hun geld om met ivf-behandeling te beginnen. Vorig jaar hadden ze succes. Su is dol op haar zoon, die ze liefkozend ‘Cookie’ noemt. Maar ze vertelt ook dat het moederschap haar haar baan heeft gekost. Toen ze vanuit huis werkte kon ze borstvoeding geven, maar dat veranderde toen haar werkgever eiste dat ze naar kantoor kwam. Als millennial met carrièreplannen betreurt ze deze gang van zaken.

    Guo Meiyan doet het thuis in Zhangjiakou rustig aan sinds de succesvolle behandeling eind november. In het restaurant van haar en haar man was het druk in de periode rond nieuwjaar. Ze helpt nog steeds mee in de zaak en vond daarnaast de tijd om twee dekens te breien voor de baby. Maar meestal probeert ze te rusten in bed, zegt Guo. ‘Ik ben de hele tijd misselijk en draaierig.’

    Lees ook:

  • Chinese millennials zijn kinderen van het internet

    Chinese millennials zijn kinderen van het internet

    De kinderen van Xi Jinping worden ze genoemd, ofwel de gouden generatie. De Chinezen die na 1992 zijn geboren zijn rijk, internetwijs en internationaal georiënteerd.

    De Chinese jongeren die na 1992 zijn geboren, worden vaak gezien als een ‘gouden generatie’. Ze zijn nu rond de 25 jaar en hebben als eersten echt kunnen genieten van het resultaat van de economische hervormingen, het verplichte onderwijs en de eenkindpolitiek. Ze zijn geboren in de tijd dat internet opkwam, leven in het digitale tijdperk en zijn ook de consumenten die het China van de toekomst zullen vormgeven.

    Volgens Zhang Yiwu, hoogleraar Hedendaagse literatuur aan de Universiteit van Beijing, is de generatie van onder de 26 jaar de rijkste die China ooit heeft gekend, een generatie die de blik van het Westen met trots kan doorstaan. Dankzij de rijkdom die hun familie heeft vergaard, kunnen ze nu naar 
hartenlust consumeren. Ze vormen een immens reserveleger van de middenklasse: ‘Kinderen die in de jaren tachtig werden geboren, vormden de eerste generatie die opgroeide na de start 
van de hervormingen en het opendeurbeleid in China [1979]. De kinderen van na 1992 [het jaar waarin de hervormingen van Deng Xiaoping weer werden voortgezet, drie jaar nadat de democratische beweging van 1989 de kop was ingedrukt] kun je zien als de tweede generatie van na de hervormingen, en hun geboorte viel samen met de grootste industriële ontwikkeling die het land ooit heeft gekend.’

    In die periode is het aantal Chinezen met een middeninkomen in alle regio’s van het land geëxplodeerd. En terwijl van 1992 tot 2002 – en zelfs al in het decennium daarvoor – de middenklasse zich vooral in de grote steden bevond, breidde die zich later uit tot 
in de kleinste plaatsen.

    ‘Ze zijn niet bang om geld uit te geven, want ze weten dat ze het hele bezit van hun ouders zullen erven’

    In feite zijn de jongeren die nu onder de 26 zijn de kinderen van deze nieuwe middenklasse. Zij hoeven zich totaal geen zorgen te maken of ze te eten hebben, of ze vlees kunnen kopen of kleding. Daar komt nog bij dat China geen successierechten kent en ze, als enig kind, alle moeizaam verworven bezittingen van hun beide ouders zullen erven. Ze zullen dus straks over een veel groter vermogen beschikken dan hun voorouders. Volgens een enquête die begin 2017 onder 1648 jongeren werd gehouden, kocht 79 procent van de jongeren onder de 26 in het jaar daarvoor consumptiegoederen voor een bedrag dat 20 procent hoger lag dan hun maandinkomen. Nu creditcards en online gespreid betalen gemeengoed zijn geworden, gaan jonge consumenten veel vaker dan oudere generaties overconsumeren. Dat komt volgens Zhang Yiwu door een veranderde 
mentaliteit, maar ook doordat jongeren van die leeftijd relatief weinig kosten hebben, terwijl hun koopkracht enorm is. ‘Ze zijn niet bang om geld uit te geven, want ze weten dat ze het hele bezit van hun ouders zullen erven.’

    Deze jongeren zijn opgegroeid met internet en hebben geprofiteerd van het ruimere wervingsbeleid van universiteiten. Daardoor hebben ze een veel beter opleidingsniveau en een veel bredere kennis dan de generaties voor hen. Mensen die in de jaren tachtig werden geboren, zoals de bekende schrijvers Han Han en Guo Jingming, deden hun kennis nog vooral op uit papieren boeken. De kinderen van 
nu zitten al vanaf de basisschool op berichtendienst WeChat over hun huiswerk te chatten. Internet zit bij 
de jongeren van na 1992 ingebakken.

    Ook zijn ze onder veel betere omstandigheden opgegroeid. Zelfs kinderen uit eenvoudige milieus hadden ouders die zorgden dat ze meededen aan 
buitenschoolse activiteiten op het gebied van kunst en cultuur. Pianoles en schildercursussen zijn niet langer alleen hobby’s van een kleine elite.

    ‘Die materiële omstandigheden zijn bepalend geweest voor hun gedrag,’ benadrukt Zhang Yiwu: de Chinezen van na 1992 zien zich als gelijken van westerse jongeren, ze hebben meer zelfvertrouwen en aarzelen ze niet 
om spullen te kopen om hun levenskwaliteit te verbeteren. Zo vinden jongeren die 5000 à 6000 yuan verdienen het heel normaal om 1000 yuan [ca. 130 euro] uit te geven aan een koptelefoon, elektrische tandenborstel 
of cosmetica. Iets wat veertigers en vijftigers onbegrijpelijk vinden.

    Pianoles en schildercursussen zijn niet langer alleen hobby’s van een kleine elite

    Elke jonge generatie is opstandig. 
De lichting uit de jaren tachtig kwam openlijk in botsing met de oudere generaties, maar de kinderen van 
na 1992 kiezen voor een ‘parallelle’ omgang. Anders gezegd: deze jongeren bewaren afstand tot hun ouders, die ze vaak zien als vreemdelingen omdat ze niet dezelfde taal spreken.

    Terwijl de ‘boze jongeren’ van de jaren tachtig uiting probeerden te geven aan hun verzet tegen de maatschappij, is de internetgeneratie van de jaren negentig veel gematigder. Jongeren van onder de 26 gaan voor virtuele 
consumptie die hun psychologische voldoening geeft. En dat heeft rechtstreeks invloed op hun kijk op geld. ‘Vroeger vond men in China dat je rijkdom moest verwerven door te werken. Maar de generatie die in de jaren negentig geboren is, ziet niets meer in dat idee. Dat is een enorme mentaliteitsverandering,’ zegt Zhang Yiwu. De jongste generatie kijkt volgens hem nog wel op tegen rijke mensen, maar niet langer tegen mensen die op een traditionele manier fortuin hebben gemaakt.

    Hun nieuwe idolen zijn mensen als 
Bill Gates en Mark Zuckerberg. De post-1992-generatie kiest ook liever voor deelfietsen of voor gemeenschappelijke sportvoorzieningen. Deze dingen, die horen bij een nieuwe vorm van consumeren die uit internet is voortgekomen, zijn niet per se duur, maar horen helemaal bij deze tijd en sluiten aan op hun voorliefde voor een nichecultuur, ver van de traditionele economie van hun ouders. Ook in dat opzicht zijn ze beïnvloed door de wereldwijde internetcultuur. Wat hen ook heel goed bevalt aan de internetmiljardairs, is dat die hechten aan bepaalde waarden, zoals de bescherming van het milieu, tolerantie tegenover homoseksualiteit en zelfs erkenning van de deugden van de markteconomie. ‘Dus eigenlijk aan alles wat is voortgekomen uit de beweging van opstandige westerse jongeren in de jaren zestig…’ Toch ontbreekt bij de Chinezen van na 1992 die westerse hippiegeest van de jaren zestig, want ze zijn lang niet zo heethoofdig, maar veel gematigder en zachter.

    Hun hang naar waarden komt waarschijnlijk voort uit het feit dat ze steeds meer met zichzelf bezig zijn

    Hun hang naar waarden komt waarschijnlijk voort uit het feit dat ze steeds meer met zichzelf bezig zijn. Zhang Yiwu benadrukt dat de jongeren van nu een veel bredere horizon en een rijker wereldbeeld hebben, waardoor dit soort kwesties hen meer aanspreken.

    Doordat ze op elk moment en overal hun stem kunnen laten horen op de sociale media en op elkaar reageren via apps op hun smartphones [al is er wel geregeld sprake van censuur], zijn ze voortdurend op de hoogte van het leven van succesvolle mensen. Toch lukt het de meesten niet om zelf zoveel geld te verdienen als ze hopen. Met als gevolg dat ze zich, net als elke generatie jongeren, heen en weer geslingerd en mislukt voelen. ‘Over Beijing ligt een deken van vervuilde lucht, de luchtkwaliteit is er beroerd, terwijl in hun geboortestreek de bergen groen zijn en het water helder is. Toch willen jongeren daar beslist niet blijven wonen, maar in Beijing ergeren ze zich aan de milieuvervuiling… Ze beseffen niet dat de verschillen op milieugebied tussen China en het 
Westen deels het gevolg zijn van de verschillende stadia in industriële ontwikkeling,’ zegt Zhang Yiwu. De jongeren van na 1992 hebben hun eigen nichecultuur en hun levensomstandigheden zijn veel beter, maar ze beklagen zich dat ze nog een lange weg te gaan hebben voordat ze op hetzelfde niveau zitten als de jongeren elders in de wereld.

    Toch is er één ding dat optimistisch stemt: nu de invloed van China op het internationale toneel groeit, kunnen de jongeren van na 1992 zich meer onderscheiden; wie weet zijn het over een paar decennia wel juist hun gewoonten en denkwijzen die dan een deel van de westerse jongeren beïnvloeden.