Op Bozcaada, een eiland in het noordoosten van de Egeïsche Zee, verbouwden Turken druiven die door Grieken geoogst werden. Die saamhorigheid dreigt verloren te gaan onder invloed van het toerisme, schrijft de kleindochter van een oorspronkelijke bewoner.
De laatste veerboot van de dag vertrekt uit de haven van het stadje Geyikli. Sommige passagiers zijn deze aprilavond op het nippertje aan boord gegaan, onderweg naar hun huis op het eiland Bozcaada. Met iedere kilometer die we dichterbij komen, tekent het silhouet aan de horizon zich duidelijker af. Eerst zie je het hoogste punt, de Göztepe-heuvel, dan het machtige fort, waar vóór de Ottomanen al Perzen, Romeinen, Byzantijnen, Genuezen en Venetianen hebben geregeerd, en even later kijk je uit over de huisjes, die achter de haven met de vissersboten oplichten in het roze licht van de ondergaande zon.
Mijn opa moet twaalf zijn geweest toen hij voor het eerst op het eiland kwam. Het was begin jaren zestig. Veerboten waren er nog niet. Een kapitein die op het eiland woonde voer de lokale bevolking met zijn motorboot in weer en wind heen en weer tussen hun huis en het vasteland. Op dit kleine Turkse eiland in het noordoosten van de Egeïsche Zee, 7 kilometer van het vasteland van de provincie Çanakkale, zag je haast nooit vreemdelingen.
Denemarken
De exquise eentonigheid van het bestaan
Een groot aantal Denen heeft moeite om Omo aan te wijzen op de kaart. Dit eiland van 4,5 vierkante kilometer, dat 152 inwoners telt, ligt in het zuidwesten van Seeland, de regio waartoe ook Kopenhagen behoort. Het kost vijftig minuten varen om er te komen, een tocht die journalist Alexander Vissing van dagblad Politiken onderneemt om vroegere buren te bezoeken die uit de hoofdstad zijn vertrokken. Na hun pensionering zijn Hannah en Steffen Glismann ‘gevallen voor de charme van Omo, net als ik’, bekent Vissing.
Op zoek naar een rustiger leven raakte het stel op slag verliefd op een huis dat samen met een klein café-restaurant, Loen genaamd, te koop stond. Zodoende zijn ze nu horecaondernemers. Wat bevalt deze ex-arts en zijn vrouw hier zo goed? ‘De gastvrijheid, de onderlinge betrokkenheid en de hulpvaardigheid.’ En zoals een toevallig passerende buurman opmerkt: ‘Hier maak je niets mee, want er gebeurt niets. Je bereikt gewoon een staat van weldadige rust.’
Tegenwoordig is dat wel anders. Sinds het eiland via Instagram bekendheid heeft gekregen als een ver van het massatoerisme gelegen vakantiebestemming, waar je aan ongerepte turquoise baaien je verlangen naar rust en vrijheid kunt stillen, wil opeens iedereen naar Bozcaada. Wat mijn opa ervan zou hebben gevonden? Ik kan het hem niet meer vragen. Zijn vader stuurde hem er ooit naartoe omdat hij een lastig ventje was en bij zijn familie daar wel tot inkeer zou komen. Van de schoonheid van het eiland is hij zich altijd bewust gebleven en daar had hij alle reden toe: Bozcaada is een stukje grond van nog geen 37 vierkante kilometer, niet ver van de Dardanellen, grotendeels bedekt met wijngaarden, omringd door de zee en tegelijkertijd een plek van mythen en sagen. Vanaf de Göztepe kun je in noordoostelijke richting op het vasteland vaag de heuvel Hisarlık zien liggen – de plaats waar ooit Troje zou hebben gelegen. Volgens Homerus verstopten de Griekse krijgers zich op Tenedos – de mythologische, Griekse naam van het eiland – nadat ze het houten paard voor de poorten van Troje hadden neergezet. Als de Trojaanse oorlog ooit heeft plaatsgevonden, moet je hiervandaan hebben kunnen zien hoe de stad tot de grond toe afbrandde.
Christenen en moslims
Zoals altijd als ik op Bozcaada ben, slenter ik door de steegjes in het centrum van het eiland, beklim ik de talloze trappen en laat ik mijn blik over het stadje dwalen. Tussen de huizen verrijzen aan de ene kant twee minaretten en aan de andere kant een kerktoren. Al honderden jaren wonen christenen en moslims hier bijeen. Dat is bijzonder, omdat Grieks-orthodoxe mensen die woonachtig waren op het grondgebied dat nu Turks is, na de Grieks-Turkse Oorlog gedwongen werden te verhuizen, net zoals de moslims die in Griekenland woonden. Na 1923 werden meer dan 1,6 miljoen mensen van hun geboortegrond verdreven. Slechts een paar steden bleef deze zogeheten bevolkingsuitwisseling bespaard, waaronder Bozcaada, dat bij het Verdrag van Lausanne aan Turkije werd toegewezen.
Als je wilt kun je hier de kunst van het onthaasten leren
Hier bleven de twee bevolkingsgroepen dus naast elkaar leven, al zijn er op het eiland nog maar weinig christenen. Op het grote plein in het centrum, waar jong en oud onder de grote plataan koffie drinkt en een praatje maakt, hoor je overwegend Turks met af en toe een Griekse zin ertussen. Als je wilt kun je hier de kunst van het onthaasten leren. ‘Er is hier eigenlijk niemand die snel loopt,’ zegt Günay Yurdakul lachend. En de paar bewoners die dat wel doen, staan daar op het hele eiland om bekend.
Yurdakul is wijnboer. Op Bozcaada worden al drieduizend jaar druiven verbouwd. Toen moslims en christenen wel naast elkaar woonden maar toch veelal onder elkaar bleven, was wijn de verbindende factor. In die tijd waren het de Turken die de druiven verbouwden en oogstten en de Grieken die er wijn van maakten. Die arbeidsdeling was een ongeschreven wet, waarmee Haşim Yunatcı in 1925 brak toen hij het bedrijf van een Griekse wijnproducent opkocht en de eerste Turkse wijnmaker op het eiland werd.

Mijn opa zat in de jaren zestig met Yunatcı’s achterkleinzoon op school. Alles wat ik over de jeugd van mijn opa weet, heb ik van Haşim amca: oom Haşim. Op lange zomeravonden, onder het genot van vele glazen wijn, vertelde hij me niet alleen hoe het er vroeger op het eiland toeging, maar ook hoe ze af en toe een fles wijn uit de fabriek achteroverdrukten en zich stiekem bedronken op de vestingmuur. In de afgelopen twaalf jaar heb ik niet alleen het eiland, maar ook mijn grootvader, die ik al jong verloor, opnieuw leren kennen. Zijn eiland werd ook het mijne.
Ook Haşim amca leeft niet meer. Maar Çamlıbağ, zijn levenswerk, is nog altijd een kleine wijnmakerij, die vijf generaties later door de 33-jarige Yurdakul draaiende wordt gehouden. Ik zoek hem op in de fabriek, waar hij wijn aan het bottelen is. In de nazomer, na de oogst, trekt de zoetzure geur van geperste druiven door de steegjes. Wat Bozcaada tot wijneiland maakt? ‘Gods geschenk,’ zegt Yurdakul eerst. Dan legt hij uit dat de bodem en het klimaat op het eiland buitengewoon geschikt zijn voor de wijnbouw. Ook Tenes, een kleinzoon van Poseidon en de man die het eiland Tenedos zijn naam gaf, moet zich dat gerealiseerd hebben toen hij – zoals het verhaal wil – de eerste Kuntra-stokken op het eiland plantte. Kuntra is de oudste lokale druivensoort van Bozcaada en Yurdakuls favoriet. Hij maakt er een rode wijn van die nergens anders bestaat. De wind, die hier eigenlijk altijd waait, noemt hij een zegen omdat deze de wijnstokken beschermt tegen ziektes.
Noordenwind
Poyraz, de noordenwind, heeft het hier meestal voor het zeggen. Verkiest hij te razen, dan blijft de veerboot in de haven. Je hebt dan maar te accepteren dat je de overtocht naar je werk, de universiteit of de dokter kunt vergeten. Wie hier woont heeft de wind tot vriend gemaakt en laat zich er graag door in slaap sussen.
De reis
Heenreis
Vlucht naar Istanbul of Izmir. Vandaar per bus of huurauto naar de haven van Geyikli, Çanakkale (+/- 4 uur). Overtocht per veerboot naar Bozcaada (+/- 30 min).
Overnachten
Aliki, klein en schappelijk geprijsd familiepension in de Griekse wijk. Boekingen per e-mail: aliki@hotmail.com.tr
Wijn
Wijnproeverij van Çamlıbağ-wijnen in Tenedion Winehouse in het centrum.
Yurdakul neemt me mee naar de plaats waar hij het liefst is: de wijngaarden buiten het centrum van het eiland. Vanaf de helling werpt hij een blik op de zee en zegt: ‘Onze wijn kan alleen maar groeien en bloeien vanwege dit prachtige uitzicht.’ Behoud van de wijncultuur op Bozcaada vindt hij belangrijk, ook al loont het werk waar hij zijn ziel en zaligheid in legt al lang niet meer. Veel eigenaren verkopen daarom hun wijngaarden en openen in plaats daarvan een hotel waarmee ze in twee zomermaanden zo veel verdienen dat ze er de rest van het jaar van kunnen leven. ‘Door het toerisme zijn de mensen luier geworden,’ zegt Yurdakul.
‘Het eiland is een drug, het is moeilijk om ervan af te komen’
Ooit was Bozcaada onder kampeerders en natuurliefhebbers een tip voor insiders. Ze hebben niet veel nodig, geen drukte, geen feesten. Maar sinds een paar jaar neemt het toerisme op het eiland steeds meer toe. In het hoogseizoen, juli en augustus, komen er boven op de drieduizend inwoners algauw vijftienduizend vakantiegangers. Te veel voor dit kleine eiland. Omdat het al lang mijn tweede thuis is, vrees ik voor Bozcaada. Ik vrees voor de druk die het veel te grote aantal toeristen op het eiland legt. Ik kom jonge eilandbewoners tegen die me vertellen dat hier wonen vaak minder eenvoudig is dan wordt gedacht. Dat het ook rauw en eenzaam kan zijn. Dat mensen het huis dat al eeuwen in de familie is, moeten verkopen omdat het leven op het eiland steeds duurder wordt; die huizen worden dan meestal omgebouwd tot hotels. Ze vertellen dat steeds meer jonge mensen wegtrekken en alleen nog ’s zomers terugkomen. Een vriendin die nog niet zover is, zei: ‘Het eiland is een drug, het is moeilijk om ervan af te komen.’
Het eiland is ook bezig een deel van zijn identiteit te verliezen. Er wonen nog maar zo’n vijftien Grieks-orthodoxen. Toch opent de Papaz – zoals een priester hier heet – elke zondagochtend de kerkdeuren en roept hij de mensen op voor het gebed. Soms komt er niemand, maar hij is er altijd. Een van deze laatst overgeblevenen is Dimitri Mukata. In zijn tuin aan de oostkust van het eiland steekt hij een sigaret op. ‘Ik ben hier op mijn zeventiende weggegaan,’ zegt hij. Dat was midden jaren zeventig. In die tijd veranderde er iets op het eiland. Het conflict tussen Turken en Grieken op Cyprus bereikte ook Bozcaada. ‘In de taverne van Vasil, waar Turken en Rum altijd bij elkaar zaten, werden we door sommige mensen opeens niet meer gegroet.’
Rum
Rum is de Turkse benaming voor Grieks-orthodoxen die in Turkije wonen. Ze beschouwen zich niet echt als Grieken in de huidige betekenis van het woord. Ze spreken Grieks, maar ze komen niet uit het huidige Griekenland en hebben altijd al hier gewoond. Na 1974 – ‘vanwege Cyprus’, zoals Mukata zegt – zijn veel gezinnen naar Griekenland geëmigreerd.
Duitsland
‘Het is hier geen Disneyland’
Op Norderney heeft iedereen de mond vol van het plan voor een vijfsterrenhotel dat ‘alleen nog maar meer klanten met kapsones zal trekken’. Volgens weekblad Der Spiegel probeert dit Oost-Friese Waddeneiland in het noordwesten van Duitsland om niet in dezelfde val te lopen als Sylt, het eiland voor ultrarijken. ‘Het begon allemaal met een ontmoeting, een verhaal even oud als de wereld zelf.’ In de jaren zestig van de vorige eeuw vestigde de jonge architect Ewald Brune zich om amoureuze redenen op Norderney en renoveerde hij samen met zijn echtgenote Birgit het oude hotel Haus am Meer tot ‘een verbazingwekkende chique gelegenheid’.
Sindsdien zijn er nog ‘decadentere’ oorden verrezen, die zich richten op een welvarende stedelijke clientèle. In 2020 heeft de plaatselijke toeristensector besloten paal en perk te stellen aan deze ontwikkeling. ‘Het is hier geen Disneyland, we willen geen hordes toeristen ten koste van de plaatselijke bevolking.’ Maar het plan voor een luxehotel, gedreven door de familie Brune, zou de kaarten weleens opnieuw kunnen schudden. De verwachte opening is in 2027.
Mukata kwam pas in 2011 terug naar het eiland. Hij heeft het tweehonderd jaar oude familiehuis omgebouwd tot pension, maar het ziet er nog steeds uit als zíjn huis. Naast de toegangsdeur hangt een geschilderd portret van zijn ouders en daarnaast een van hemzelf. Daartussenin hangt een schoenlepel.
Mijn opa moest na zijn schooltijd afscheid nemen van Bozcaada en is er, in tegenstelling tot Mukata, nooit meer teruggekomen. Maar het verlangen naar zijn eiland heeft hij altijd met zich meegedragen. Of hij het eiland nog zou herkennen? Zeker weten. En ondanks alle veranderingen zou hij er nog steeds van houden, maar vermoedelijk zou hij ook zeggen: vroeger was het nog mooier.
Lees ook:











