Waarom is 30 procent van het electoraat immuun voor rationele argumenten? De Duitse kunstenaar Wolfgang Tillmans – pleitbezorger voor de vrije uitwisseling van mensen en ideeën – wendde zich tot politici, activisten en zelfs tot MRI-scans.
Het was geen aardverschuiving. De protagonisten van het rechtse populisme laten ons graag geloven dat hun kant van het politieke spectrum de laatste verkiezingen en referenda met een overweldigende meerderheid van stemmen heeft gewonnen. Maar in werkelijkheid was hun succes minder duidelijk. De uitslag van het Brexit-referendum, die de wereld zo had verrast, liet een nipte overwinning zien: slechts 51,8 procent van degenen die hadden gestemd kozen ervoor om uit de EU te stappen. Intussen won Recep Tayyip Erdogan het Turkse presidentschap met 51,4 procent van de stemmen en kreeg Donald Trump het presidentschap met maar 46,1 procent van de stemmen terwijl zijn tegenstandster 48,2 procent scoorde. In Duitsland gedraagt de partij Alternative für Deutschland zich alsof het een enorme beweging is en beroept men zich erop een grote achterban te hebben, terwijl 87 procent van de Duitse kiezers op een andere partij heeft gestemd.
What Is Different?
Toen ik werd uitgenodigd om de redacteur en vormgever van de vierenzestigste editie van de Jahresring te zijn, een jaarlijks verschijnende bundel essays over een thema uit de kunstgeschiedenis of de filosofie, wist ik meteen dat ik de focus wilde leggen op het backfire-effect; een fenomeen dat in 2006 voor het eerst is beschreven en geanalyseerd door de Amerikaanse politicologen Brendan Nyhan en Jason Reifer. In wezen komt het erop neer dat mensen die volledig overtuigd zijn van een bepaalde stelling, hoe incorrect die ook is, zich door feiten die het tegendeel aantonen niet meer laten overtuigen om van mening te veranderen. Dergelijk bewijs versterkt alleen hun geloof in de misvatting.
We weten al een tijd dat er mensen zijn die zich aangetrokken voelen tot esoterische samenzweringstheorieën. Nieuw is echter dat harde feiten door grote delen van de bevolking niet meer worden geloofd. Tijdens de afgelopen twee jaar ben ik me gaan realiseren dat als 30 procent van het electoraat immuun is voor rationele argumenten, we ons op een hellend vlak bevinden. In het licht van dit alles wilde ik onderzoeken waarom het backfire-effect meer impact heeft dan toen – twintig of veertig jaar geleden. Wat is er veranderd? Wat is er anders? Dat laatste zinnetje werd de titel van het boek.
What Is Different? is deels een boek met teksten, deels een kunstboek. De grenzen zijn fluïde en niet alles wordt op een conventionele manier aangeboden. Sommige teksten zijn afgedrukt als scan of fotokopie omdat ik geïnteresseerd ben in hoe taal eruitziet, hoe krantenartikelen eruitzien en hoe onderzoek eruitziet. Zo is een neurologisch artikel over MRI-scans voor de leek onmogelijk te begrijpen, maar ik heb hem in zijn geheel afgedrukt. De teksten worden afgewisseld met foto’s van mij, die zorgen voor lichte verschuivingen in de perceptie: beelden van de totale zonsverduistering vorig jaar in de VS of effecten van fotografische lenzen in vervormend licht.
In 2005 exposeerde ik met de installatie ‘Truth Study Centre’ in de galerie van Maureen Paley in Londen. Mijn motief was het besef dat veel mondiale problemen het resultaat zijn van valse verkondigingen van absolute waarheden: De toenmalige Zuid-Afrikaanse minister van Gezondheid die ontkende dat hiv de oorzaak is van aids, of de fundamentalistische beweringen van islamisten, wier propaganda te lezen valt op stickers die overal in Londen zijn opgeplakt, of de bewering dat Saddam Hoessein toegang had tot massavernietigingswapens.
Voor mijn installatie stalde ik foto-kopieën uit van onjuiste informatie en ernaast legde ik politieke teksten die met een grote analytische helderheid waren geschreven, en ook absurde dingen, humor en foto’s van religieuze en alledaagse situaties. Wetenschappelijke krantenartikelen en illustraties uit de astronomie waren terugkerende elementen – in het bijzonder de NASA Kepler telescoop, die in de ruimte op zoek ging naar op de aarde lijkende planeten.
Ik was gefascineerd door de volgende gedachte: als het echt mogelijk is om het bestaan aan te tonen van een heel groot aantal op de aarde lijkende planeten en daarmee dat er een heel grote kans bestaat dat er buitenaards leven is, dan kunnen religieuze leiders op aarde niet langer vasthouden aan hun antropocentrische beeld van God. Dan moeten we ons een nieuwe nederigheid aanmeten, net als in de tijd van Copernicus, toen hij aantoonde dat de zon, en niet de aarde, het centrum van het bekende universum was, waarmee het heersende wereldbeeld werd gecorrigeerd en de nieuwe tijd werd aangekondigd.
Omstreeks 2010 werd bekend dat er inderdaad een veelheid aan op de aarde lijkende exoplaneten waren. Die ontdekking werd breeduit vermeld in de media, maar resulteerde niet in een matiging van de religieuze geestdrift.
De fragmentatie van de maatschappij heeft gezorgd voor een verlangen naar cohesie die door rechtse populisten en nationalisten gretig werd opgepakt
Dit werd de grondslag voor het ontwikkelen en redigeren van What Is Different? Uit interviews met mensen – variërend van de cognitieve psycholoog Stephan Lewandowsky tot de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Sigmar Gabriel, van de in Berlijn woonachtige anti-extreem-rechts-activiste Bianca Klose tot redacteur van de Financial Times Lionel Barber – komt een gecompliceerd beeld naar voren met terug-kerende observaties.
De fragmentatie van de maatschappij heeft gezorgd voor een verlangen naar cohesie die door rechtse populisten en nationalisten gretig werd opgepakt. Het verrassendste vond ik misschien wel de rol van sociale isolatie die, zoals Lewandowsky zegt, van het internet zo’n machtig medium maakt voor de post-truth-wereld, omdat aanhangers van marginale ideeën zich dan online onderdeel kunnen wanen van een reusachtige beweging: ‘De enorme discrepantie tussen de feitelijke gangbaarheid van een overtuiging en wat deze mensen denken dat anderen denken, maakt hun overtuiging immuun voor verandering.’
Ik was ook geïnteresseerd in de vraag hoe politieke meningen en emoties verweven zijn met, en ook herleidbaar tot, neurologische activiteiten. Jonas Kaplan, Sarah Gimbel en Sam Harris laten dat precies zien in hun essay ‘Neural Correlates of Maintaining One’s Political Beliefs in the Face of Counterevidence’, dat ik in dit boek heb laten afdrukken. Met behulp van MRI-scans tonen ze aan dat politieke en non-politieke beweringen resulteren in verschillende neurale activiteiten: overtuigingen die onze politieke identiteit vormen zijn veel moeilijker te veranderen dan overtuigingen die niet met die identiteit verbonden zijn.
The Power of Political Emotions
In zijn essay ‘The Power of Political Emotions’ beschrijft filosoof Philipp Hübl de processen van de vorming en polarisering van linkse en rechtse kampen via schijnbaar non-politieke gevoelens zoals afschuw of afkeer tegen onzuiverheid. De bijdragen aan What Is Different? onthullen het belang van gevoelens in de politiek, iets wat zelden wordt erkend.
Nu we weten dat het emotionele verzet tegen verandering ingebakken zit in de hersenen, hoe kunnen we zeloten dan met argumenten van positie doen veranderen? De Duitse auteur en journaliste Carolin Emcke vertelt: ‘Het meest veelbelovende middel tegen fanatici zijn de middelen die een ironisch, ambivalent of hybride element inbrengen. Dat zijn toonzettingen waar dogmatici moeilijk mee om kunnen gaan. Wie een democratische, open samenleving wil beschermen, zou zijn eigen ideeën met een zeker zelfvertrouwen, vreugde en plezier moeten proberen over te brengen.’
Tijdens het werken aan het boek werd mijn vermoeden bevestigd dat de populistische revoltes van 2016-2017 niet zozeer een beweging waren die was begonnen door de verliezers van de globalisering dan wel het gevolg van het manipuleren van die groepen voor reactionaire en kapitalistische doeleinden. Terwijl ze de woede gebruiken van degenen die door het neoliberalisme in de steek zijn gelaten, zijn de doeleinden van Trump en de aanhangers van een harde Brexit helder: de economie verder dereguleren en tegelijk een autoritaire, patriarchale en nationalistische visie in de maatschappij implementeren.
Volgens mij is het probleem de frustratie van een bepaald segment van de elite: de Jacob Rees-Moggs, de Alexander Gaulands – individuen die zichzelf voorbestemd achten om te leiden, maar die in een pluralistische samenleving het gevoel hebben dat ze van hun autoriteit om de wereld te interpreteren zijn beroofd. Het gevoel dat er niet langer naar hen wordt geluisterd zet hen ertoe aan om het huidige systeem in zijn geheel aan te vallen, waaronder de instituties: de EU, de pers, publieke omroepen enzovoort.
Zoals Lewandowsky zegt over de miljardairs die het rechtse populisme steunen: ‘Hun motieven zijn heel persoonlijk en waarschijnlijk heel anders dan ze zouden willen toegeven.’ Er zijn maar heel weinig mensen die zeggen: ‘Ik ben hebberig en daar voel ik me goed bij.’ In plaats daarvan zeggen ze: ‘Ik heb de vrijheid hoog in het vaandel staan en ik geloof dat de maatschappij er het best bij gediend is als vrije individuen hun eigen belangen kunnen nastreven.’
Ik heb veel mensen ontmoet, met een grote verscheidenheid aan denkbeelden. Ondanks onze verschillende meningen kan ik met de meesten een interessant gesprek voeren, omdat we allemaal toch wel iets gemeenschappelijks hebben. Maar soms spreek ik autoritaire, patriarchale nationalisten. Zij zijn niet geïnteresseerd in het zoeken naar oplossingen en blijven hangen in dezelfde retorische vragen over het systeem. Het zijn de nare figuren van onze tijd, eerder geïsoleerd dan dat ze populair zijn.
Er zijn duidelijke overeenkomsten tussen rechtse populisten, islamisten en andere religieuze fundamentalisten. Als ‘echte mannen’ zijn ze gedreven door een verlangen naar gezag, een patriarchaat en de zuiverheid van een volk of een geloof. Ze saboteren de multiculturele samenleving om ons ervan te overtuigen dat verschillende mensen onmogelijk vreedzaam samen kunnen leven. Het is onze verantwoordelijkheid om te benadrukken dat multiculturele samenlevingen al eeuwenlang bestaan (van het Sassanidische Perzië tot het middeleeuwse Spanje), dat ze op veel plekken nog steeds bestaan en dat we van plan zijn die te behouden en te versterken.
In 1990 fotografeerde ik de zijkant van een gebouw in Kreuzberg, dicht bij waar eens de Berlijnse Muur had gestaan. Iemand had er in graffiti op geschreven: ‘De grens loopt niet tussen mensen maar tussen boven en onder.’ Een slogan die destijds ietwat gedateerd en Marxistisch overkwam, lijkt nu weer hoogst relevant. Vijfentwintig jaar geleden kon niet worden voorspeld dat de vruchten die het einde van het communisme voortbracht, een bloeiende wereldhandel en het gedereguleerde kapitalisme van de jaren negentig, niet gelijk verdeeld zouden worden. Tegenwoordig is de wereld aanzienlijk rijker. In opkomende economieën ontworstelen miljoenen mensen zich aan de armoede – toch neemt de ongelijkheid toe, zowel in werkelijkheid als in de beleving van mensen.
Hopelijk werpt het boek vragen op als: Wat wil ik niet over mezelf leren? Wat wil ik niet weten? De zoektocht naar onze eigen blinde vlekken zou nooit mogen stoppen.
Auteur: Wolfgang Tillmans
Vertaler: Paul Bruijn
Wolfgang Tillmans. Presentation Eurolab
De Balie, 3 juni, 16.00
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 148.169
Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten. Wordt door 800.000 mensen mondiaal digitaal gelezen.

