Tag: email

  • ‘Oeps, ik heb mijn leven gedeletet’

    ‘Oeps, ik heb mijn leven gedeletet’

    Door ons vele gebruik van het internet, websites en apps speelt een deel van ons leven zich online af. Deze data is zelfs een afspiegeling van onze identiteit, ondervond Thomas Chatterton Williams. ‘Paniek bekroop me toen ik me realiseerde dat ik mijn hele inbox had gewist.’

    Een paar maanden geleden begonnen onheilspellende waarschuwingen mijn inbox binnen te stromen, maar toen negeerde ik ze nog. Vroeger waren Gmail-berichten altijd in zekere zin humoristisch of speels, maar deze e-mails waren dat totaal niet. Wel kort, en enigszins dreigend, alsof ze de alomtegenwoordige domper van financiële ineenstorting en bezuiniging probeerden te vatten. Het onderwerp: ‘Uw Gmail is bijna leeg.’ De inhoud, in mijn woorden: wij persen u af – betaal tot in de eeuwigheid voor een abonnement, want alleen dan zullen we u de toegang tot uw eigen leven en herinneringen blijven geven die we u ooit gratis en voor niets beloofden.

    De boodschap had niet zo veel weerstand bij me opgeroepen, als ik niet tegelijkertijd vanuit alle andere hoeken van mijn digitale leven precies hetzelfde te horen had gekregen. Als Apple bijvoorbeeld niet mijn zakken al had leeggeroofd om mijn immer groeiende fotoarchief te onderhouden en de ‘zorg’ voor mijn steeds duurder wordende verzameling Appleproducten te verzekeren en te financieren. Als Microsoft me niet had gedwongen een abonnement te nemen om van zijn tekstverwerkingssoftware gebruik te kunnen maken. Als zovelen van mijn getalenteerde, ondernemende vrienden en kennissen niet afhankelijk waren geweest van donaties via Substack en Patreon. Als ik mijn muziek niet had hoeven huren van Spotify in plaats van een eigen platencollectie te gebruiken. Als ik Amazon niet had hoeven betalen om mijn pakketjes met de post te ontvangen en om professioneel tennis te kijken. Als ik niet verplicht was geweest om Netflix-, Canal+- en AppleTV-accounts aan te maken zodat mijn kinderen zich in het vliegtuig koest hielden. Als Elon Musk niet had gedreigd mijn tweets onzichtbaar te maken als ik hem niet maandelijks acht dollar zou betalen. Tegen de tijd dat ik onmogelijk nog die verdomde Gmail-verzoeken kon negeren, had ik het toppunt van microbetaling al bereikt: ik verdronk in de abonnementen.

    Paniek bekroop me toen ik besefte dat ik mijn hele inbox had gewist

    Dus besloot ik dat ik duizenden onnodige berichten zou gaan verwijderen. Een eenvoudig klusje, zo dacht ik. Op een ochtend schonk ik mezelf een kop koffie in, koos een geschikte podcast uit en ik begon. Eerst leegde ik de map met concepten, daarna die met de reclame, en vervolgens de map ‘sociaal’. Zoveel berichten verwerken kost tijd. Eenmaal bij mijn inbox aangekomen, bleef ik maar klikken, op zoek naar categorieën die ik in hun geheel naar de prullenmand kon verplaatsen. Toen ging de telefoon, en ik verloor mijn concentratie. Ik weet niet wat er precies gebeurde, maar toen ik ophing, zag ik dat ik meer dan 13 van de 15 beschikbare gigabytes aan opslagruimte had vrijgemaakt. Paniek bekroop me toen ik besefte dat ik mijn hele inbox had gewist.

    Internetcafé

    Drie maanden na mijn afstuderen verhuisde ik van mijn ouderlijk huis in New Jersey naar de regenachtige postindustriële stad Lille, dertig minuten van de Belgische grens vandaan. Dat was in september 2003. Inmiddels kost het me moeite om mentaal en emotioneel terug te gaan naar die periode van de technologische ontwikkeling. Ook al is het zo kort geleden, mijn belevingswereld was toen compleet anders. In die tijd had ik een flip phone, een zogenaamde Motorola Razr, en een laptop van Compaq. Ik haalde als student altijd veel plezier – en, vooral in de vorm van gratis muziekdownloads, ook winst – uit een snelle ethernetverbinding. Maar het kwam niet eens in me op om in mijn minuscule appartement een wifinetwerk te installeren. Een of twee keer per week ging ik naar het internetcafé om de hoek om mijn e-mails te lezen en beantwoorden.

    Ik was aanvankelijk naar Frankrijk verhuisd om dichter bij een zeker meisje te zijn, maar zij had het in de zomer uitgemaakt, waardoor ik door schade en schande ondervond hoe het was om echt eenzaam te zijn. De eerste maanden bracht ik ofwel door in mijn kleine onderkomen, waar ik onder het genot van percolatorkoffie luisterde naar de MP3’s die ik had gedownload, ofwel in cafés, waar ik mijn belachelijk bescheiden inkomen in één keer uitgaf en een warm gevoel kreeg terwijl ik de regen langs de ramen zag stromen. Dat waren, zoals Junot Díaz ze noemt, mijn ‘ontdekkingsjaren’. Ik zwierf door de stad, high van het leven en altijd in de ban van allerlei dagdromen. Tussen de momenten van stierlijke verveling werd ik verheven door openbaringen, waarvan ik inmiddels weet dat ze de ware rijkdom van jonge en onervaren mensen zijn. Ik schreef alles op wat ik dacht en voelde, en deelde dat in de vorm van lange en gedetailleerde e-mails met mijn beste studievriend, die naar Rusland was verhuisd, en met mijn moeder. Zij stuurden mij op hun beurt prachtige, uitgebreide antwoorden.

    E-mail gold niet meer als mijn enige of zelfs voornaamste belangrijkste contactmiddel, en lange brieven aan mijn naasten werden sporadischer

    Veel van die uitwisselingen hadden dezelfde sentimentele lading als papieren brieven, en de hoge mate waarin ze bevlogen observaties en intense verlangens uitdrukten heb ik zelfs in mijn gepubliceerde werk zelden kunnen evenaren. Toch stonden ze, gevaarlijk genoeg, opgeslagen op de servers van Yahoo en Hotmail. Tegen de tijd dat ik het jaar daarop naar Manhattan verhuisde om langzaam uit te zoeken wat ik nu zou gaan doen, was Gmail de nieuwe grote speler. Snel genoeg belandden al die smartelijke, extatische verhalen en empathische reacties op hetzelfde digitale kerkhof waar vervallen Napsterbestanden en complete iPhotoarchieven staan die niet meer functioneren op de geüpgradede besturingssystemen. Ik rouwde om hun verlies, maar geloofde, jong en onwetend als ik was, dat mijn belangrijkste herinneringen en gesprekken nog altijd binnen handbereik zouden liggen. In elk geval was ik in 2004 nog niet bezig met wat ik verloren had, toen mijn collega Daria me zegende met een felbegeerde Gmail-uitnodiging. ‘Hoe voelt het om nu een G te zijn?’ schreef ze.

    Vanaf dat moment werd Gmail mijn belangrijkste communicatiemiddel. Wat de makers van Gmail mogelijk hadden gemaakt, voelde als buitengewoon altruïsme – een sterk verbeterde gebruikerservaring die dan wel beperkt werd door de opslaglimiet, maar die – net als de horizon – op wonderlijke wijze leek te verdwijnen naarmate je deze naderde. Ik bleef lange, digitale brieven schrijven en ontvangen, maar de uitwisselingen verliepen in steeds hoger tempo. De berichten werden korter, vluchtiger en veel talrijker. Gmail zelf werd een bestemming, en de chatfunctie bleef de hele werkdag openstaan op mijn bureaublad. Mijn vrienden en ik begonnen onze eerste chatgroepen, waarvan sommige nu nog steeds bestaan. Al snel begonnen we daarnaast sms’jes te typen op onze mobiele telefoons en berichtjes te schrijven op elkaars Myspace- en Facebookpagina’s.

    Sneeuwvlokje

    Tegen 2007, toen de iPhone op de markt kwam, waren internet en constante bereikbaarheid de norm, waardoor mijn vroegere relatie met technologie en het tempo waarin ik daarvoor had gecorrespondeerd haast onherkenbaar waren geworden. E-mail gold niet meer als mijn enige of zelfs belangrijkste contactmiddel, en lange brieven aan mijn naasten werden sporadischer. Maar nog steeds schreef ik, met veel aandacht en zorg, diepgaande stukken over conflicten, misverstanden en romantische overpeinzingen. Mijn Gmail-inbox bevatte het merendeel van mijn meest oprechte reflecties en uitlatingen.

    Toen ik begon te schrijven voor mijn levensonderhoud in plaats van voor mijn plezier, nam mijn Gmail-account (samen met de notitie-app) ook het stokje over van de papieren kladboekjes die ik altijd had volgeschreven met inzichten, berichten aan mezelf en ideeën voor de toekomst. Ik bewaarde mijn manuscripten en lopende projecten door mezelf Word-documenten te sturen. Mijn Gmail-inbox veranderde in een archief waarin niet alleen mijn persoonlijke beproevingen stonden opgeslagen, maar ook mijn professionele inspanningen en prestaties. Elke romantische relatie die ik als volwassene heb gehad, is begonnen en beëindigd – en bovendien beschreven en geanalyseerd – met een gekmakende reeks Gmail-berichten. Daartoe behoorde het jubelende verslag van mijn verliefdheid en van het huwelijk dat eruit voortkwam. Daartoe behoorden hartverscheurende ruzies en moeizame verzoeningen. Het verhaal van mijn vrijgezellenfeest, zowel mijn versie als die van mijn bruidsjonkers. De vreugde over de geboorte van mijn kinderen, inclusief foto’s. Dat alles stond zij aan zij met reisgegevens, ontvangstbewijzen, spam, zinloos geklets en vele duizenden overbodige meldingen van Twitter en Facebook. Mijn inbox was zo uniek als een sneeuwvlokje, ongeveer twee decennia in de maak en goed voor 90.000 berichten. En nu is hij weg.

    Mijn Gmail-inbox veranderde in een archief waarin niet alleen mijn persoonlijke beproevingen stonden opgeslagen, maar ook mijn professionele inspanningen en prestaties

    Die ochtend tolde mijn geest terwijl ik tevergeefs probeerde om de observaties en emoties die in de Google-servers waren vastgelegd maar nu de ether in waren verdwenen, terug te halen. Een plots rouwgevoel maakte zich van me meester, waar ik nog steeds niet overheen ben. Maar tot mijn verrassing voelde ik daarnaast nog iets anders: een verwarrend gevoel van opluchting en zelfs lichtheid. Ik zou al die e-mails nooit vrijwillig hebben gewist, maar ik kan toch ook niet helemaal ontkennen dat er een bepaalde catharsis schuilt in het afwerpen van duizenden opeengestapelde teleurstellingen en verwijten, van hartstochtelijke en zinloze ruzies en drama’s, zelfs van al die inzichten en opwellingen – van elke ingewikkelde maar vergankelijke laag van eerdere versies van mezelf. Ik begon te accepteren dat ik, als ze echt de moeite waard waren, via mijn verbeelding toegang moest krijgen tot mijn eerdere mentale toestanden. Mocht dat onmogelijk blijken, dan was het verlies te overzien. Ik deed mijn laptop dicht, wandelde naar buiten, in dat kleine stukje Frankrijk waar ik door de keuzes van al mijn vroegere zelven was beland, en werd overspoeld door een gevoel van hoop.

    Lees ook: