Tag: emigreren

  • Te weinig kansen, te veel lockdowns – waarom Chinese jongeren het land massaal verlaten

    Te weinig kansen, te veel lockdowns – waarom Chinese jongeren het land massaal verlaten

    Veel jonge en goed opgeleide mensen zien voor zichzelf in China geen toekomst meer, maar de regering van het land wil een exodus hoe dan ook voorkomen. ‘De laatste tijd krijgt bijna niemand meer een paspoort.’

    Luister dit artikel:

    Ya Dong* ging drie jaar geleden voor het eerst naar Chiang Mai, in het noorden van Thailand. Hij wilde zich laten informeren over de scholen daar. ‘Toen zaten er in de meeste klassen één of twee Chinese kinderen,’ vertelt Ya in een videogesprek, ‘nu zijn dat er gemiddeld acht tot tien per klas.’ Thailand is momenteel bij Chinese gezinnen erg in trek.

    Ya Dong, geboren en getogen in Nanjing, in het oosten van China, is in maart met zijn vrouw en hun twee dochters naar Chiang Mai verhuisd. De meisjes zijn vijf en tien jaar en gaan daar naar de internationale school. Ze krijgen les in het Engels en kunnen zich daar inmiddels goed in redden. De voornaamste reden voor het besluit van het gezin om China de rug toe te keren, was het onderwijssysteem. ‘Te veel examens, te veel huiswerk en te veel druk,’ zegt Ya. In Thailand is het schoolleven veel minder stressvol, maar de kinderen leren er niet minder om.

    Wegrennen als filosofie

    Meer en meer Chinezen doen hetzelfde als Ya Dong en zijn gezin. Omdat ze ontevreden zijn over de situatie in China zoeken ze naar manieren om hun vaderland te verlaten en in het buitenland een nieuw bestaan op te bouwen. De redenen variëren van snel stijgende kosten van levensonderhoud, slechtere werk- en carrièremogelijkheden en de druk in het onderwijssysteem tot de steeds beperktere ontplooiingsmogelijkheden sinds staats- en partijleider Xi Jinping in China aan het roer staat. Toen eind vorig jaar ook nog de omikronvariant van het coronavirus in China arriveerde en de autoriteiten steeds vaker grootschalige lockdowns oplegden, kreeg de trend een extra impuls.

    Op 3 april benadrukte de centrale regering in Beijing nogmaals dat zij onder alle omstandigheden zal vasthouden aan haar zerocovidbeleid. Die dag steeg het aantal zoekopdrachten met de term ‘emigratie’ op het Chinese internet met 440 procent. Het technologiebedrijf Tencent meldde dat het aantal zoekopdrachten met ‘voorwaarden om naar Canada te verhuizen’ in de week van 28 maart tot 3 april met 2846 procent toenam. Canada is voor Chinezen een populaire emigratiebestemming. Inmiddels heeft internetportaal Baidu de functie uitgeschakeld waarmee je het aantal zoekopdrachten over het onderwerp ‘emigratie’ kunt inzien.

    ‘We maakten ons grote zorgen over onze vrienden in Shanghai, omdat we zagen dat de voedselvoorziening niet functioneerde’

    Vrijwel tegelijk met de enorme toename van het aantal zoekopdrachten hadden de plaatselijke autoriteiten van Shanghai een lockdown afgekondigd voor de 26 miljoen inwoners van de stad. Ya Dong en zijn gezin hebben de ontwikkelingen vanuit Chiang Mai gevolgd. ‘We maakten ons grote zorgen over onze vrienden in Shanghai,’ zegt hij, ‘omdat we zagen dat de voedselvoorziening niet functioneerde.’ Ze zijn blij dat ze niet meer in China wonen. ‘Hier hebben we iedere dag zo’n duizend nieuwe besmettingen, maar we leven met het virus.’ Nog maar weinig Thai dragen een mondkapje.

    Veel jonge, internationaal georiënteerde Chinezen denken er net zo over als Ya Dong. Sommigen zeggen dat ze aanhangers zijn van de ‘Run-filosofie’. Die term is gebaseerd op het Engelse run in de zin van ‘wegrennen’. In het Chinees wordt dat geschreven met het karakter dat precies hetzelfde klinkt als ‘vochtig’ of ‘glibberig’. Daarmee proberen de aanhangers van de Run-filosofie aan de strenge censuur te ontkomen. Ze hebben ook een map aangemaakt op het Amerikaanse ontwikkelaarsplatform GitHub; die site is eigenlijk bedoeld om programmeurs samen aan opensourceprojecten te laten werken. Run-aanhangers gebruiken GitHub echter als forum; de site heeft 17.800 gebruikers. Onderwerpen die worden besproken zijn: waarom wegrennen? Waarheen? En hoe kan wegrennen tot ‘basisovertuiging van de nieuwe Chinezen’ worden gemaakt?

    De Run-map werd half april geopend, toen de kritiek op de lockdown in Shanghai haar hoogtepunt bereikte. In de rijkste stad van China werd honger geleden, tienduizenden mensen werden naar mensonwaardige quarantainekampen gestuurd en sommigen overleden nadat ziekenhuizen hen niet wilden opnemen omdat ze geen groene QR-code hadden. Kritiek daarop werd in China snel van de sociale media verwijderd, maar op het Run-forum ging de discussie gewoon door. Op andere pagina’s delen aanhangers de meest recente informatie over emigratie. Hoe kom je aan een verblijfsvergunning in Luxemburg? Wat zijn de goedkoopste universiteiten daar? En hoe hoog zijn de kosten van levensonderhoud in Zwitserland?

    Het zijn vragen die ook Jasmine*, een vrouw van midden dertig, bezighouden. Al voor de pandemie had zij het moeilijk met haar land. Bijvoorbeeld, net als Ya Dong, met het onderwijssysteem, dat maar één doel kent: kinderen naar goede universiteiten krijgen. ‘Dingen waarvoor ze een passie hebben, krijgen de kinderen niet te leren. Ze leren alles alleen maar uit het hoofd. Waarden als respect, menselijkheid en moraal spelen geen rol. In plaats daarvan: een goed geheugen, rijke ouders, probleem opgelost,’ zegt ze. De Zuid-Chinese stad Shenzhen, waar Jasmine woont, is anders, geloofde ze. Door een zeker liberalisme werd de metropool vlak bij Hongkong de succesvolste ‘speciale economische zone’ van het land. Dat trok ook buitenlanders aan: Amerikanen, Serviërs, Brazilianen en Russen. ‘Ik heb zonder op reis te hoeven gaan veel mensen uit de hele wereld ontmoet,’ zegt Jasmine, die zelf voor een buitenlands techbedrijf werkt. ‘Ik genoot erg van mijn leven in Shenzhen – vroeger.’

    In het derde jaar van de pandemie is ook in Shenzhen het een en ander veranderd. Naar schatting de helft van de buitenlanders heeft China voorgoed verlaten of krijgt geen nieuw inreisvisum om terug te kunnen keren. Veel pubs en westerse restaurants hebben hun deuren moeten sluiten. En de inwoners van Shenzhen zijn blijkbaar minder liberaal dan Jasmine altijd dacht. Dat begon ze tijdens de twee lockdowns dit voorjaar in te zien. Eerst werd haar wijk afgesloten vanwege een handvol coronagevallen. De lockdown zou vier dagen duren, maar werd op het laatste moment met vier dagen verlengd. ‘Nieuwe gevallen waren er niet, en toch moesten we binnenblijven.’

    GettyImages 527190812
    – Chinese propagandaposter: ‘Vaderland, laat me naar de blauwe lucht gaan.’
    © Corbis via Getty Images

    Crises in de geestelijke gezondheid

    Na de lockdown wilden buren van Jasmine, die zich buiten Shenzhen bevonden, terug naar huis. Het buurtbestuur weigerde dat, hoewel de buren zoals voorgeschreven vier dagen achter elkaar negatief waren getest en een groene QR-code in de verplichte covid-app hadden. De buren beschreven hun situatie in de chatgroep van hun flatgebouw en hoopten op hulp, zegt Jasmine. Maar veel bewoners reageerden alleen met: ‘Kom maar niet meer terug.’ Ze waren bang dat de terugkomers op weg naar de stad besmet konden raken. In die tijd werden in deze metropool met 20 miljoen mensen amper meer dan tien nieuwe besmettingen per dag gemeld.

    Toen kort daarop de hele stad in lockdown ging, werd het Jasmine definitief te veel. ‘De meerderheid van de mensen volgt gewoon blindelings de regels zonder zich af te vragen of er misschien een betere oplossing is.’ Het ergert Jasmine bijvoorbeeld dat er veel meer geld wordt uitgegeven aan verplichte tests voor de hele bevolking van de stad dan aan covidvaccinaties. Ze kreeg een paar keer een zenuwinzinking. Uiteindelijk, zegt ze, heeft ze zichzelf heel basale vragen gesteld over hoe haar leven in Shenzhen en China eruit zou zien als zij en haar partner ooit kinderen zouden hebben. Bijvoorbeeld: wat gebeurt er als in de toekomst iedereen blindelings de regels volgt, maar zij en haar gezin het daar niet mee eens zijn? Hoe kun je in zo’n omgeving je kinderen opvoeden tot nieuwsgierige mensen?

    Het aantal aanvragen is de laatste maanden volledig geëxplodeerd

    Daarom hebben Jasmine en haar buitenlandse partner besloten China binnen een jaar te verlaten. Ze ziet drie mogelijke bestemmingen: Singapore, mits ze daar werk vindt, Cyprus, waar ook een paar techbedrijven zitten en waar ze volgens een vriend vrij gemakkelijk naartoe zou kunnen emigreren, of eerst naar Hongkong voor een postdoctorale opleiding om daarna een Hongkongs paspoort te krijgen. Als inwoner van Hongkong zou Jasmine zonder visum naar bijna net zo veel landen kunnen reizen als wanneer ze Zwitserse of Duitse was.

    Een firma die profiteert van Chinezen die willen emigreren is het Ying Zhong Law Office in Beijing. Het is gespecialiseerd in advies over alle aspecten van emigratie. Het aantal aanvragen is de laatste maanden volledig geëxplodeerd, zegt een van de adviseurs aan de telefoon. Ook al is het nu veel moeilijker om te emigreren dan een paar jaar geleden, mogelijkheden zijn er nog steeds.

    De Amerikaanse droom

    Veel Chinezen voelen zich nog altijd aangetrokken tot de Verenigde Staten. De beste vooruitzichten hebben degenen die het eerst met een studentenvisum proberen en daarna een baan in de VS zoeken. Als dat lukt, kan het visum aansluitend worden omgezet in een verblijfsvergunning met werkvergunning, meldt de adviseur. Ook iemand die door de Amerikaanse autoriteiten als ‘buitenlands expert’ wordt aangemerkt, maakt kans op een visum.

    Maar om een visum aan te vragen, heb je een paspoort nodig en dat krijgt de laatste tijd bijna niemand meer. Alleen in uitzonderlijke gevallen verstrekken de Chinese autoriteiten nieuwe reisdocumenten; verlopen paspoorten worden nog maar zelden vernieuwd. In mei heeft de regering bovendien nieuwe voorschriften uitgevaardigd, die bepalen dat buitenlandse reizen alleen nog in belangrijke gevallen zijn toegestaan, bijvoorbeeld als een familielid in het buitenland ernstig ziek is. De regering presenteert de maatregelen als bescherming tegen het mogelijk importeren van coronabesmettingen. In werkelijkheid maken de nieuwe richtlijnen deel uit van een algemene tendens waarbij China zich steeds verder isoleert van de rest van de wereld, en waarmee de regering steeds meer probeert te voorkomen dat het volk in contact komt met buitenlanders. Chinezen kunnen beter naar binnen kijken, naar hun eigen geschiedenis en cultuur, zegt partijleider Xi Jinping regelmatig.

    De laatste weken is het geregeld voorgekomen dat het paspoort van een Chinees die terugkwam ongeldig werd gemaakt

    Soms gaan de autoriteiten nog verder. De laatste weken is het geregeld voorgekomen dat het paspoort van een Chinees die terugkwam ongeldig werd gemaakt. Voor een Chinese zakenvrouw die al enkele jaren in Zwitserland woont en met een Zwitser is getrouwd, heeft dat ernstige gevolgen. De vrouw heeft in China een middelgroot bedrijf. Gewoonlijk vliegt ze vier keer per jaar voor zaken een paar weken naar Shanghai of Beijing. Dat is nu verleden tijd, want ze is bang dat ze China niet meer kan verlaten. Sindsdien staat ze vrijwel elke nacht op om via een videoverbinding haar zaak te leiden.

    Ook Ya Dong en zijn gezin zullen voorlopig niet naar China terugkeren. Vluchten zijn zeldzaam en duur, en bovendien moet je minstens twee weken in quarantaine als je het land wilt binnenkomen. Dan blijft het gezin liever in Chiang Mai, waar de kosten van levensonderhoud volgens Ya half zo hoog zijn als in Shanghai of Beijing. ‘Als je het raam openzet, schijnt de zon naar binnen en waait er een frisse wind door het huis. Maar er komen ook vliegen binnen,’ hield Deng Xiaoping in de eerste jaren van zijn beleid van hervorming en openheid zijn tegenstanders voor, die bang waren voor ‘geestelijke’ vervuiling door buitenlands gedachtengoed.

    Xi, zo lijkt het, heeft nu besloten dat raam te sluiten. Er zullen dan vermoedelijk minder vliegen binnenkomen, maar ook minder frisse wind en zonneschijn.

    * Namen zijn door de redactie van NZZ veranderd.

  • Vanavond zal mijn gezin niets overkomen. Maar daarna?

    Vanavond zal mijn gezin niets overkomen. Maar daarna?

    Financial Times-correspondent Simon Kuper zat in het stadion op vrijdag de 13de. Net als zijn kinderen houdt hij erg van Parijs. Maar hij vraagt zich nu voor het eerst af of hij er wel wil blijven wonen.

    Keuze uit het archief

    In Parijs werden deze week de terroristische aanslagen van 13 november 2015 herdacht. Dat ze een enorme impact hadden op het gevoel van veiligheid van de burgers, blijkt ook weer uit dit artikel van FT-correspondent Simon Kuper, die de aanslagen van dichtbij meemaakte. De vraag die hem na 13 november bezighield was: wil ik in Parijs blijven wonen? ‘Ik ben bang dat angst en gevaar hier misschien wel het nieuwe normaal worden.’

    Ik zat in het stadion naar de wedstrijd Frankrijk-Duitsland te kijken, toen ik de eerste explosie hoorde. Hij klonk heel hard en het leek of hij van vlak buiten het stadion kwam. De meeste mensen negeerden het geluid, of begonnen zelfs te juichen: voetbalpubliek is gewend aan vuurwerk. Zelfs na de tweede explosie, een paar minuten later, bleef de stemming onder het publiek goed en de wedstrijd ging gewoon door.

    Frankrijk-Duitsland is het soort eersteklas vermaak voor mensen in Parijs wonen: de wereldkampioen die tegen het land komt spelen dat over zeven maanden gastheer van het
Europese Kampioenschap is. Uren na de wedstrijd hoorden we dat bij twee zelfmoordaanslagen vijf mensen waren omgekomen en nog veel meer gewonden waren gevallen, vlak buiten het stadion, een paar honderd meter van de plek waar wij hadden gezeten.

    Het was een avond vol onzekerheid, van erachter proberen te komen wat er in hemelsnaam aan de hand was. Na de explosies bleef het publiek,
bizar genoeg, gewoon naar de wedstrijd kijken en voor de Franse doelpunten juichen. Ik keek al niet meer. Ik was online met mijn laptop, volgde het nieuws dat binnenkwam, verschrikkelijk nieuws, en vroeg me af: moet ik mijn kinderen hier wel grootbrengen?

    Ik woon al dertien jaar in Parijs. In mijn ogen functioneerde de stad altijd prima. Het is al eeuwenlang een van de echt grote steden. Ze hebben er hun eigen portie aan terroristen, maar de meeste Parijzenaren gaan over etnische grenzen heen aardig goed met elkaar om.

    – © Christophe Ena  / AP Photo
    – © Christophe Ena / AP Photo

    Vooral via de school en de voetbalclub van mijn kinderen hebben we min of meer vanzelf vriendschappelijke contacten opgebouwd met mensen van heel verschillende achtergrond, of die nu Arabisch is, christelijk, niet-religieus of Joods. Pas geleden nog zat bij
ons aan de keukentafel een islamitisch stel uit Senegal – onze kinderen spelen al sinds de crèche met elkaar – en ze vroegen zich af waarom niet iedereen gewoon met elkaar kan opschieten. In de Parijse agglomeratie wonen twaalf miljoen mensen boven op elkaar, vaak met een kort lontje, maar tot nu toe is dat uitstekend gegaan. Parijs is een wonder. Samen hebben we de Charlie Hebdo-aanslagen doorstaan. De meeste Parijzenaren houden zich niet bezig met de grote, wereldwijde strijd tussen religies. Net als de meeste mensen elders willen ze alleen maar hun leventje leiden, hun hypotheek afbetalen en ’s avonds onderuitzakken voor de televisie, met vrienden uit eten of naar een voetbalwedstrijd gaan.

    Na Charlie Hebdo zijn we allemaal doorgegaan met ons leven. De school van mijn kinderen ligt naast een nogal duidelijk doelwit voor terroristen, en zij raakten eraan gewend dat daar soldaten met machinegeweren stonden als ze ’s morgens langsliepen. Na een tijdje zagen ze het nauwelijks meer.

    Maar vanavond vraag ik me voor het eerst af of we wel in Parijs kunnen blijven. Le Bataclan, het populaire café annex concertzaal waar tientallen mensen zijn neergeschoten, ligt een paar honderd meter van ons huis. (Het ligt ook om de hoek bij het voormalige Charlie Hebdo-redactiegebouw). Ik heb een paar keer bij Le Bataclan gegeten, ben er talloze keren langsgelopen. Nu zal het voorgoed herinnerd worden als een plek des doods.

    Daarnet belde een vriend. Hij zat te eten in de straat waarin ook Le Bataclan ligt. Een politieagent had hem verteld welke kant hij op moest vluchten. Hij klonk hysterisch aan de telefoon. Ik hoop dat hij hier overheen komt.

    Mijn vrouw was uit eten met vrienden. Toen de schietpartijen begonnen waren mijn kinderen thuis met de oppas. Ik belde de oppas en vroeg haar, een beetje onzinnig, om de deur op slot te doen. Straks zal ik proberen een Uber-taxi te krijgen van het stadion naar huis in het centrum van Parijs, dat nu wel een oorlogsgebied lijkt, waar op allerlei plekken geschoten wordt, op loopafstand van onze flat.

    Vanavond zal mijn gezin waarschijnlijk niets overkomen. Maar daarna? In Parijs gaat het er juist om dat je de stad gebruikt. Iedereen hier woont in een krap appartementje. Er zijn vrijwel geen achtertuinen waar je kunt barbecueën of tikkertje kunt spelen met je kinderen en waar je jezelf van de wereld kunt afsluiten. In Parijs woon je om uit te gaan, om met vrienden af te spreken in een café als Le Bataclan, om gesprekken te voeren met intelligente mensen uit de hele wereld, om naar voetbalwedstrijden te gaan of naar het 
Louvre – waar vanavond ook een schietpartij in de buurt was. In Parijs gaat het om de openbare ruimte – 
de cafés, de culturele ontmoetingsplaatsen en de pleinen. Geen stad heeft betere. En als die openbare ruimte gevaarlijk wordt – de Parijse autoriteiten hebben nu gezegd dat mensen niet de deur uit moeten gaan, tenzij er een ‘absolute noodzaak’ is – valt de stad uit elkaar.

    Het probleem is dat er maar een paar mannen met een geweer nodig zijn om een plek onleefbaar te maken

    Ik denk niet dat dit een botsing
tussen beschavingen is. Ik zie het als een botsing van een paar duizend jihadisten met een geweldige stad. Het probleem is, zoals we ook hebben gezien in voormalig Joegoslavië of
in Libanon, dat er maar een paar mannen met een geweer nodig zijn om een plek onleefbaar te maken.

    Misschien klinkt dit hysterisch. Ik schrijf het op een emotionele avond. Misschien is alles over een week of twee weer normaal, net zoals na Charlie Hebdo, en net zoals in New York een paar maanden na de aanslagen van 11 september. Als dat zo is, blijf ik misschien nog wel dertien jaar in Parijs. Maar ik ben pessimistisch. Ik ben bang dat angst en gevaar hier misschien wel het nieuwe normaal worden.

    Ik weet niet hoe ik dit mijn kinderen moet vertellen. Ze houden van Parijs. Ze beschouwen zichzelf als Parijzenaren. Ze hebben nooit ergens anders gewoond en zeggen vaak dat we nooit mogen verhuizen. Maar ik kan tegenover hen niet doen alsof alles in orde is. Hun voetbalwedstrijd morgen zal denk ik wel afgelast worden. Normaal gesproken zouden we in het park in de buurt gaan spelen. Nu weet ik niet zeker of dat wel een goed idee is.