Tag: energieverbruik

  • Groene energie als er geen zon en wind is? Dit Duitse bedrijf heeft de oplossing

    Groene energie als er geen zon en wind is? Dit Duitse bedrijf heeft de oplossing

    De overstap naar hernieuwbare energiebronnen slaagt alleen als we de elektriciteit uit zon en wind kunnen opslaan. Zijn de ijzer-zoutbatterijen van start-up VoltStorage uit München de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?

    In de kelder bij hem thuis zette Michael Peither zijn eerste laboratorium op. Als student elektrotechniek begon hij bij het licht van een neonbuis te experimenteren met water, zout en metaal. Zijn doel was een vloeibare batterij te construeren waarin de energie van de zonnepanelen op het dak kon worden opgeslagen. Met een doe-het-zelfhandleiding van internet ging Peither aan de slag. Zonder resultaat. Zijn eerste batterij functioneerde prima, maar had onvoldoende capaciteit om de elektriciteit van de zonnepanelen op te slaan.

    Peither gaf niet op. Vooral omdat hij niet alleen was geïnteresseerd in de elektriciteit van zijn eigen dak. Met zijn zelfgemaakte batterij wilde hij een fundamenteel probleem van de energietransitie oplossen. Want hoe meer wordt ingezet op hernieuwbare energiebronnen, hoe meer opslagcapaciteit er nodig is. Alleen daarmee kunnen we ons ook van elektriciteit uit zonne- en windenergie voorzien wanneer de zon niet schijnt en er niet genoeg wind is. Er zijn wel bestaande technologieën, maar geen daarvan heeft echt voet aan de grond gekregen. Als alleen de elektriciteit uit de bestaande opslagfaciliteiten voor hernieuwbare energie zou worden gebruikt, gaat in het ergste geval al na een half uur het licht uit.

    Spoedcursus

    Acht jaar na de eerste experimenten in zijn kelder staan Peither en zijn start-up VoltStorage op het punt om in elk geval een deel van de oplossing voor dit probleem te realiseren. Om aan zijn batterij te kunnen blijven sleutelen, nam hij indertijd een semester vrij. Bij manifestaties voor start-ups aan de TU München vond hij in Jakob Bitner en Felix Kiefl twee medestrijders. In 2016, het jaar van hun afstuderen, richtten ze hun onderneming op. Daarna ging alles opeens heel snel. Hoewel ze nog midden in de ontwikkeling zaten, haalden ze bij investeerders binnen een paar maanden meer dan 1,6 miljoen euro op. Kort daarna vlogen ze naar Shenzhen voor een spoedcursus batterijen in de ‘Silicon Valley voor hardware’.

    Voor de opslag van stroom uit hernieuwbare energiebronnen richten de drie mannen zich op ijzer-zoutbatterijen. Die bestaan in wezen uit een cel die elektrische energie omzet in chemische energie en die opslaat in twee tanks met een oplossing van water, zout en ijzer. Om de energie weer vrij te laten komen, wordt de chemische energie omgezet in elektrische energie. Daarmee onderscheiden de oprichters zich bewust van de concurrentie uit China, die vooral werkt met lithium-ionbatterijen. Terwijl lithium een schaarse en dure grondstof is, zijn ijzer en zout bijna overal ter wereld goedkoop en goed verkrijgbaar. ‘Je zou zelfs ijzer van verroeste spoorrails of fietsframes kunnen recyclen,’ zegt Peither. Zijn hun ijzer-zoutbatterijen de ontbrekende bouwsteen voor de energietransitie?

    ‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd’

    De drie mannen werken nog steeds aan hun uitvinding en hebben hem nog niet op de markt gebracht. Kai Peter Birke, onderzoeker aan de universiteit van Stuttgart naar opslagsystemen voor elektrische energie: ‘Het idee is in elk geval veelbelovend.’ Als langetermijnopslagsysteem voor zonne- en windenergie kan het bijdragen aan het slagen van de energietransitie. ‘Maar daarvoor moet de technologie echt volwassen zijn. Zo kan bijvoorbeeld de batterij exploderen als bij het overladen knalgas (oxywaterstofgas) ontstaat.’

    Bij vloeibare batterijen bestaat inderdaad het gevaar dat in de oplossing waterstof wordt gevormd, die in combinatie met zuurstof tot een explosie kan leiden. Maar de oprichters van VoltStorage menen ook daarvoor een oplossing te hebben gevonden: ‘Wij scheiden de waterstof af voordat die kan reageren met zuurstof. Het waterstofgas wordt vervolgens teruggevoerd naar de elektrolyt. Voor dat proces hebben we patent aangevraagd,’ zegt medeoprichter Bitner. In het algemeen lijkt VoltStorage de belangrijkste problemen van deze batterijtechnologie in de afgelopen jaren te hebben opgelost. Zo gaan de oprichters ervan uit dat hun opslagunits een enorme levensduur hebben: ze zouden tienduizend laadcycli moeten kunnen doorlopen, dat wil zeggen dat ze twintig jaar zonder capaciteitsverlies kunnen blijven werken. In principe kunnen de opslagunits in containers bij elk wind- of zonnepark worden geplaatst. Er passen vijf ijzer-zoutmodules in een container. Elektriciteit uit zon en wind kan zo achtenveertig uur lang worden opgeslagen.

    ‘De meeste periodes van windstilte of gebrek aan zonneschijn kunnen zo worden overbrugd,’ zegt Bitner. ‘Dat zal ons niet alleen permanent onafhankelijk maken van Russisch gas en gasgestookte elektriciteitscentrales, maar ook de elektriciteitsprijzen doen dalen.’

    Als hun technologie succesvol blijkt, kan het een enorme business worden. De markt voor langdurige energieopslag groeit gigantisch: McKinsey becijfert het potentieel op één tot drie biljoen dollar tegen 2040. Ook durfkapitalisten lijken zich dit te realiseren, want ze hebben in juli nog eens 24 miljoen euro in VoltStorage geïnvesteerd. Het enige hartzeer: ‘Duitse investeerders zijn jammer genoeg nog steeds terughoudend. Nu zijn we een Duits bedrijf dat in meerderheid in buitenlandse handen is,’ zegt Peither met lichte spijt in zijn stem.

    Het bedrijf heeft momenteel zestig werknemers, maar VoltStorage zoekt dringend dertig nieuwe medewerkers en meer kantoor- en productieruimte in München. Vanaf 2024 willen ze hun ijzer-zoutbatterij in serie gaan produceren. Voor die tijd moet de onderzoeksfase zijn afgerond en moeten de eerste pilotsystemen zijn geïnstalleerd.

    Energiedichtheid

    Peither en Bitner willen in het openbaar nog niet praten over concrete orders, winstverwachtingen of plannen om naar de beurs te gaan. Maar ze laten zich wel ontvallen dat er twee tot drie grotere pilots met wind- en zonneparken in Duitsland en Europa gepland staan. Er komen al aanvragen uit Amerika, Oceanië en Afrika.

    De enige vraag die resteert: als het zo’n goed idee is, waarom heeft dan niemand er eerder aan gedacht? Eén reden zou de lage energiedichtheid kunnen zijn, vermoeden de uitvinders. De batterijen zijn aanzienlijk zwaarder en groter dan de alternatieven met lithium. ‘Daarom zijn ze ook niet geschikt voor elektrische auto’s,’ zegt Birke. De oprichters van VoltStorage geven dat openlijk toe. ‘Zelfs voor huiseigenaren met zonnepanelen op het dak is onze batterij nog niet rendabel,’ zegt Peither. Het opslagprobleem voor huizen heeft hij dus ook na jaren experimenteren in zijn kelder nog niet opgelost. Maar een veel groter probleem mogelijk wel.

    Lees ook:

  • De mijnen van het digitale tijdperk zijn helverlicht

    De mijnen van het digitale tijdperk zijn helverlicht

    De wereld in beeld.
    © Andrey Rudakov Bloomberg / Getty Images

    Ooit gingen mijnwerkers uitgerust met een hoofdlamp en een pikhouweel de donkere en gevaarlijke tunnels in op zoek naar ‘het zwarte goud’. Maar de kompels van de Russische ‘cryptomijn’ CryptoUniverse werken in helverlichte hallen vol loeiende en gloeiende servers, ingepakt in dikke gewatteerde jassen en handschoenen. Want het ‘goud’ van het digitale tijdperk, cryptovaluta zoals bitcoin, wordt gedolven door de rekenkracht van supercomputers.

    En daar is veel energie voor nodig en komt veel warmte bij vrij. En dus is er weer veel elektriciteit nodig om alle apparatuur te koelen. De hoeveelheid energie die nodig is om bitcoins te delven vertegenwoordigt zelfs 0,63 procent van het totale elektriciteitsverbruik in de wereld, volgens het Cambridge Centre for Alternative Finance. Dat is meer dan het totale energieverbruik van Zweden, en zal naar verwachting alleen maar stijgen.

  • Moet terrasverwarming worden verboden?

    Moet terrasverwarming worden verboden?

    Het verwarmen van terrassen, zodat we er ondanks de coronamaatregelen toch terecht kunnen, wordt vanwege het absurd hoge energieverbruik van de stralers niet door iedereen toegejuicht. Moeten we de CO2-uitstoot om de lieve vrede te bewaren maar ergens anders aanpakken, of gewoon ons thermo-ondergoed uit de kast halen?

    Nee

    Een van de mooiste momenten van dit jaar was toen de lente ten einde liep en iedereen eindelijk weer de straat op durfde te gaan.In de steden zaten de terrassen van cafés en restaurants overvol, er werd genoten en druk geconverseerd, ook als mensen niet per se samen ‘één huishouden’ vormden.

    De verplaatsing naar de openlucht van veel sociale activiteiten die normaal gesproken binnenskamers plaatsvinden, was een onverwacht prettig bijeffect van de strijd tegen corona. De zon en de – helaas weer erg droge – zomer zorgden voor de rest.

    Maar met de herfst in aantocht is het natuurlijk de vraag hoelang dit nog kan gaan duren. Voor de toch al aangeslagen horecasector, die de vorige lockdownfase nog niet te boven is, betekent het een nieuwe dreun. Vanwege het besmettingsgevaar in afgesloten ruimtes mijden veel mensen de cafés en restaurants liever. Minister-president Laschet van Noordrijn-Westfalen pleitte er daarom voor om de terrascultuur deze winter voort te zetten. Hij stelt voor om de terrasverwarming, die vanwege het absurd hoge energieverbruik in veel gemeentes verboden was, weer tevoorschijn te halen. Steeds meer politici sluiten zich bij hem aan en willen het verbod op z’n minst tijdelijk opheffen. En met goede reden.

    De strenge maatregelen van de afgelopen maanden hebben hun tol geëist, zowel in sociaal als in financieel opzicht. Allereerst was dat het directe resultaat van het wegvallen van een groot deel van de omzet in veel bedrijfstakken, maar ook het onderwijs en de mobiliteit werden hard geraakt. Pogingen om ondanks de coronamaatregelen de consumentenbestedingen toch nog enigszins op peil te houden, brengen kosten met zich mee, ook ecologische. Zo nam door de nadruk op hygiëne de toch al grote hoeveelheid verpakkingsmateriaal die we met z’n allen produceren, flink toe.

    Ook gooien we dagelijks miljarden mondkapjes weg. Moeten we ons dan echt druk maken over een beetje extra CO2-uitstoot? Als we de coronamaatregelen kunnen verzachten door daar even niet al te veel bij stil te staan, is dat dan niet gewoon wijsheid?

    Weliswaar is vanuit het klimaat geredeneerd het antwoord op de eerste vraag een eenduidig nee. Klimaatbeleid kun je beschouwen als de optelsom van een groot aantal symbolische handelingen, die samen voor een echte ommekeer moeten zorgen. Vanuit die gedachte geeft het volstrekt het verkeerde signaal wanneer je vanuit economische overwegingen, of om de lieve vrede te bewaren, een zwaarbevochten verbod opeens opheft. Als je van de horeca al niet verlangt het klimaat te sparen, hoe wil je de energiesector, de auto-industrie en andere grootuitstoters dan ooit tot medewerking bewegen?

    Daar komt bij dat het niet helemaal fair is om de terrasverwarming weer tevoorschijn te halen. Talloze mensen hebben er immers geen enkele baat bij, omdat ze noch warmpjes buiten een hapje eten, noch een café of restaurant uitbaten. Kinderen voorop: met elke overbodige ton uitgestoten CO2 wordt hun toekomst nog penibeler, terwijl ze op school vaak niet eens behoorlijke ventilatie hebben.

    Maar toch, het coronabeleid vraagt natuurlijk om zorgvuldige afwegingen, evengoed als voor het milieubeleid. De lieve vrede is een factor van betekenis en die is erbij gebaat als we elkaar in het openbaar veilig kunnen blijven ontmoeten. Bovendien helpt elke cent omzetbelasting die de horeca afdraagt ons om ons gekoesterde maatschappelijke leven in stand te houden. Heus niet alle cafés zullen gelijk een paddestoel des aanstoots voor de deur neerzetten: veel café- en restauranthouders geven om duurzaamheid en zijn uiterst milieubewust. En degenen die het wel doen, zullen de planeet echt niet een-twee-drie in het ongeluk storten, zeker niet als het maar tijdelijk is.

    Veel slechter voor de atmosfeer en het milieu dan terrasverwarming is nog altijd het autoverkeer. Een veel zinvollere politieke strijd zou daarom zijn, zowel in sociaal als ecologisch opzicht, om auto’s meer uit onze binnensteden te weren. Dat is pas een maatregel met toekomst.

    Meredith Haaf

    Meredith Haaf

    Ja

    Om de horeca de herfst en de winter door te helpen staat de ene stad na de andere uitbaters toe om weer terrasverwarming aan te brengen, die eigenlijk allang was verboden. Als een van de eersten sprak de groene(!) burgemeester van Innsbruck zich daarvoor uit, en inmiddels haalt ook het rode gemeentebestuur van Linz de stralers weer van stal. Kan het nog wereldvreemder?

    Wie graag op een terras een kopje koffie wil drinken, of zelfs de maaltijd wil gebruiken, heeft genoeg aan twee beproefde middelen tegen de kou: het ski-jack en de lange onderbroek.

    Vergeten dat die bestonden? Vooral in duistere coronatijden is afstand voorlopig het hoogste gebod – je kunt van tevoren voorspellen welk effect het neerzetten van die gloeiende paddestoelen zal hebben. Het zal druk worden rondom die dingen, wanneer scharen gasten bibberend de warmte opzoeken. Bron- en contactonderzoekers zullen overuren moeten draaien om al die samendrommende koukleumen zo snel mogelijk op het spoor te komen.

    Daar komt nog bij dat die stralers zo ongeveer gelden als de atoomwolken onder de elektrische apparaten: milieuactivisten hebben uitgerekend dat vijf van die ondingen in één winter evenveel stroom vreten als een gezinshuishouden in een heel jaar. Deze paddestoelen zijn dus hartstikke giftig, zowel voor de coronapandemie als voor het klimaat.

    Nina Weissensteiner

    Nina