Het is het meest complete dinosaurusskelet dat in lange tijd in het VK is ontdekt
Een nieuw ontdekte soort plantenetende dinosaurus heeft zo’n 125 miljoen jaar geleden geleefd op een eiland voor de zuidkust van Engeland, meldt CNN. Het fossiel, gevonden op het eiland Wight, is het meest complete dinosaurusskelet dat in meer dan een eeuw in het Verenigd Koninkrijk is ontdekt.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens onderzoekers zou de dinosaurus, ter grootte van een grote Amerikaanse bizon en met een gewicht van ongeveer een ton, waarschijnlijk in kuddes hebben geleefd. Fossiele voetafdrukken suggereren dat deze kuddes op de vlucht konden slaan bij dreiging van roofdieren.
Het skelet van de nieuwe soort, genaamd Comptonatus chasei, werd in 2013 ontdekt door de lokale fossielenverzamelaar Nick Chase, die in 2019 overleed. De naam eert zowel Chase als de vindplaats, Compton Bay. De onderzoekers konden vaststellen dat het skelet toebehoorde aan een nieuwe dinosaurussoort vanwege unieke kenmerken, zoals de kaak en het bijzonder grote schaambeen.
Ze zou verkracht zijn, maar daar bleek niets van waar
In het Verenigd Koninkrijk is een vrouw van tweeëntwintig jaar tot achtenhalf jaar cel veroordeeld wegens ‘het verstoren van de rechtsgang’, schrijft El Mundo. Een zekere Eleanor Williams had op sociale media foto’s geplaatst waarop ze te zien is met een paars en opgezwollen rechteroog en meerdere sneeën op haar gezicht, benen en onderbuik. De foto’s moesten dienen als bewijs dat drie Aziatische mannen haar verkracht hadden en haar meerdere messteken hadden toegebracht.
Nu is gebleken dat het hele verhaal gelogen is. De vrouw had in werkelijkheid een hamer gekocht bij de supermarkt Tesco en zichzelf daarmee verwond. Ze zou de drie Aziaten ooit op een feestje ontmoet hebben, maar van een verkrachting wisten zij niets af. De zaak veroorzaakte grote opschudding in het Verenigd Koninkrijk. Slachtoffers van seksueel misbruik zijn bang dat door deze zaak de toch al kwetsbare positie van Britse vrouwen nog fragieler zal worden.
Williams zou lijden aan een posttraumatische stressstoornis
Een psychiater wees er in de rechtszaak op dat Williams lijdt aan een posttraumatische stressstoornis door een gebeurtenis uit haar kindertijd. Volgens een vriendin zou Williams het verhaal verzonnen hebben om de aandacht af te leiden van de schulden die ze open heeft staan als gevolg van haar cocaïne- en marihuanaverslaving. Volgens haar moeder zou ze al vanaf haar twaalfde het slachtoffer zijn van een netwerk mensenhandelaars, maar bewijzen voor deze bewering ontbreken.
Wat het motief van Williams ook was, de gevolgen voor de drie verdachten waren zeer ernstig: ze hebben een tijdlang onterecht in de gevangenis gezeten en zelfs zelfmoordpogingen ondernomen. In haar woonplaats ontketende Williams een golf haatmisdrijven tegen Aziaten. Ze bekende geen schuld, maar erkende wel dat ze anderen kwaad had aangedaan.
Na de spoorwegarbeiders, verpleegkundigen, ambulancechauffeurs en ambtenaren hebben ook de leraren in Engeland en Wales zich aangesloten bij de sectoren die besloten hebben hun werk neer te leggen. Het is een beslissing die waarschijnlijk ‘miljoenen leerlingen’ in het Verenigd Koninkrijk zal treffen, aldus The Times. De grootste lerarenvakbond van het land, de National Education Union (NEU) kondigde Britse maandag aan dat zijn leden bereid zijn hun werk neer te leggen om een beter loon te eisen, waardoor de conservatieve regering van Rishi Sunak verder onder druk kwam te staan. Er zijn zeven stakingsdagen in februari en maart bekendgemaakt.
‘Aangezien de NEU een van de grootste vakbonden van het land is, zal de actie van haar leden waarschijnlijk een wijdverspreide verstoring veroorzaken’, aldus The Guardian. Volgens The Times zou de staking 23.400 scholen in Engeland en Wales kunnen treffen. De actie van de leraren zou een ‘negatief effect op de economie’ van het land kunnen hebben, doordat ’veel ouders gedwongen worden thuis te blijven om voor hun kinderen te zorgen’, aldus de krant.
De staking werd aangekondigd op dezelfde dag dat het Britse parlement een wetsvoorstel behandelde om in bepaalde overheidssectoren een minimumservice te garanderen. Financial Times meldt dat het wetsvoorstel, dat bekendstaat als de ‘antistakingswet’, tot grote verontwaardiging heeft geleid, met name bij de vakbonden. Deze vrezen dat het plan van de regering ‘een ontmoedigend effect’ zal hebben op de stakingsbeweging, aldus het financiële dagblad.
Britse reddingsdiensten wisten 43 migranten te redden
Zeker vier mensen zijn om het leven gekomen nadat een opblaasboot met daarop tientallen migranten op weg naar het Verenigd Koninkrijk was gezonken, schrijft Euronews. 43 mensen zouden gered zijn door de Britse kustwacht. Ook Frankrijk zou meerdere voertuigen hebben gestuurd om te helpen met zoeken.
Hoeveel mensen aan boord waren van de boot is niet bekend. Reddingsdiensten blijven doorgaan met zoeken in het Kanaal, maar volgens betrokkenen bij de zoektocht is de kans klein dat er nog overlevenden gevonden worden, vanwege de zeer lage temperaturen in de zee. Onder de regering van de nieuwe Britse premier Rishi Sunak wordt geprobeerd illegale migratie tegen te houden, maar dat zou niet makkelijk gaan.
Dit jaar is een recordaantal migranten het Kanaal overgestoken. Tot nu toe gaat het om 45.000 mensen, waarvan het merendeel uit Oost-Europa komt. Waar het VK kritiek uit op Frankrijk en zegt dat het te weinig doet om illegale migratie te stoppen, zeggen critici juist dat de strenge migratiewetten van het VK illegale migratie stimuleren, omdat het moeilijk is een legaal visum voor het land te verkrijgen.
Het Britse echtpaar verliet het koninklijk huis met veel drama
In het Verenigd Koninkrijk, en met name binnen de koninklijke familie, wordt met angst en beven uitgekeken naar de lancering van de documentairereeks over Harry en Meghan, meldt de BBC. De zoon van de huidige koning Charles III maakte twee jaar geleden bekend samen met zijn Amerikaanse vrouw Meghan Markle het Britse koningshuis te verlaten. Sindsdien heeft het paar een gespannen relatie met de familie in het VK.
Een van de meest prominente beschuldigingen die al langer rondgaat in de Britse media is dat Markle racistisch bejegend zou zijn door leden van het Britse koningshuis. Ook zou het gebrek aan privacy het echtpaar opbreken. Met name door de dood van prinses Diana, de moeder van Harry, ligt dat gebrek aan privacy extra gevoelig bij de voormalige prins.
Vanuit Buckingham Palace wordt er nog niet gereageerd op de aanstaande documentaire, iets wat mogelijk wel gebeurt als er spraakmakende onthullingen naar buiten komen. Toevallig valt de lancering samen met een bezoek van prins William, de broer van Harry, en zijn echtgenote Kate aan de Verenigde Staten, waar Harry en Meghan sinds 2020 wonen.
India en Rishi Sunak doen lijken alsof de nieuwe Britse premier sterke banden heeft met dat land. Maar is dat wel zo?
Het enthousiasme waarmee India Rishi Sunaks benoeming tot Brits premier heeft begroet, doet vermoeden dat hij sterke banden heeft met dat land. Dat is helemaal niet zo, schrijft The Wire-oprichter Sidharth Bhatia.
Sunaks grootouders migreerden naar Oost-Afrika vanuit het deel dat uiteindelijk Pakistan werd, en zijn ouders verhuisden naar het Verenigd Koninkrijk, waar Rishi werd geboren, in Southampton. Hij ging daar naar elitescholen en universiteiten en werkte voor hedgefondsen.
‘Hij is in alle opzichten een hardcore conservatief en zal bij elke deal met het buitenland, inclusief India, de Britse belangen behartigen,’ volgens Sidharth Bhatia. ‘Zijn “Indiase identiteit” is in die zin nogal ver weggezakt.’
Cricket, croquet en zelfs tennis behoorden ooit tot de grote zweetvrije Britse sporten, waarbij deelnemers een lange broek, trui en zelfs stropdas droegen. ‘Geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis.’
Er was eens een tijd, toen de trofee van Wimbledon bijna exclusief door Britse handen werd vastgehouden, dat je op de baan in Zuidwest-Londen kon winnen met een lange broek. Zelfs met een stropdas, als je ver genoeg teruggaat. Maar in die lang vervlogen dagen was tennis nog een zweetvrije sport.
Nou ja, een paar druppeltjes misschien, maar er vloog beslist minder vocht in het rond dan tegenwoordig, nu zweetbandjes, transpiratie en regelmatig afvegen met de handdoek een onderdeel zijn geworden van een fetisjistische show van pijn en inspanning. Een show die vaak gepaard gaat met verbale ejaculaties van soms nogal alarmerende intensiteit. Ik weet zeker dat ik niet de enige ben die het geluid van Wimbledon zachter moet zetten vanwege het voortdurende gebrul aan de baseline.
Maar zo was het niet altijd. Lang voordat vrouwen hartstochtelijk gingen kreunen, serveerden zij onderhands, gekleed als de weduwen van Downton Abbey, terwijl de mannen – denk aan Fred Perry, drievoudig winnaar in de jaren dertig – zelfs een trui droegen. Het feit dat dit bovendien de periode was dat Groot-Brittannië uitblonk in tennis, is intrigerend.
Geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis
Cricket is ook al zo’n geweldige zweetvrije sport: zelfs tot op de dag van vandaag is zweten niet gepast, tenzij je langdurig en intensief aan het bowlen bent. Zweten doe je dus niet, behalve als het echt heel heet is, wat in Groot-Brittannië meestal niet het geval is. Bovendien zit het spel zo in elkaar dat de fysieke inspanning die de spelers moeten leveren slechts zes ballen duurt. Daarna kunnen ze weer gaan luieren op het buitenveld en nadenken over hun volgende Mr Kipling.
Daar zit wat in: geen hond wil de verfijnde geur van thee verdrijven met vieze lichaamsluchten in het clubhuis. Ik weet zeker dat ik eindeloos rustige worpen zou kunnen doen met mijn rechterarm zonder dat er ook maar een enkele zweetklier gaat werken, en volgens mij ben ik niet de enige. Dat hebben we voor een groot deel te danken aan het slechte Engelse weer, want waar ter wereld hebben spelers bij een zomersport een wollen trui nodig die net zoveel weegt als een dwergteckel?
Maar het blijft een feit dat buiten adem raken bij cricket hetzelfde betekent als hevig transpireren op de golfbaan: je lichaam waarschuwt je dat er iets anders is om je druk over te maken dan je slaggemiddelde. Hoog tijd om naar de huisarts te gaan.
Croquet
De nummer 1 van de Britse zweetvrije sporten is croquet, het vriendelijke gezicht van het sadomasochisme uit de Home Counties [de regio Londen / Zuidoost-Engeland]. Bij croquet is het ogenschijnlijk de bedoeling dat je de bal door poortjes krijgt, maar in werkelijkheid gaat het erom dat je je tegenstander vernedert. In veel opzichten is de sport vergelijkbaar met golf, vooral in die zin dat het enige waardoor je transpireert de emotionele druk is en niet zozeer de fysieke inspanning die het kost om een houten hamer of een golfclub te hanteren.
Is het een verrassing dat Engeland bij croquet vaak bovenaan het wereldklassement staat? Op de voet gevolgd door de Schotten en de Welsh?
Uiteraard staan eten en drinken centraal bij alle Engelse sporten. De negentiende hole bij golf – de bar – is minstens zo geliefd bij de meeste spelers als de achttien holes die eraan voorafgaan. In die zin lijken golf en croquet ook op elkaar. Het is geen geheim dat je croquet probleemloos kunt spelen op een verfrissend glas Pimm’s of een gin-tonic.
Net als de andere zuiver zweetvrije sporten vereist croquet nul conditie en is er geen leeftijdsgrens: mijn vader vierde zijn zeventigste verjaardag door alle tegenstanders te verslaan tijdens een rijkelijk besprenkelde croquetmarathon in de sneeuw.
Het heeft meer weg van darts, waar een BMI onder de 30 uitermate verdacht is
Dat brengt ons bij snooker, een andere sport die zo typisch Engels is dat drinken en roken tot voor kort op het hoogste niveau verplicht waren. Het heeft meer weg van darts, waar een BMI onder de 30 uitermate verdacht is: als je een paar trappen op kunt lopen zonder tintelingen in je linkerarm te voelen, heb je je fitnessprogramma duidelijk te serieus genomen. Snooker en darts zijn misschien wel de laatst overgebleven bolwerken van echt zweetvrije topsport.
Niet voor niets zijn deze terreinen van menselijke inspanning ofwel volledig genegeerd door het Internationaal Olympisch Comité, ofwel genoten ze een veel te korte olympische opflakkering. Cricket en croquet waren alleen op de Spelen van 1900 toegelaten (respectievelijk Groot-Brittannië en Frankrijk streken met de eer), terwijl golf in 1900 en 1904 meedeed en pas in 2016 weer een olympische discipline werd. Het schijnt dat ook darts hoopt op een plaatsje bij de Spelen. We zullen zien.
Tot de overige geweldige zweetvrije sporten behoort natuurlijk ook het schieten; een activiteit die zelfs origami fysiek zwaar doet lijken. Je kunt het beoefenen met een stropdas om en een sigaret in je mond (indien toegestaan), zelfs als je lijdt aan morbide obesitas, en dat allemaal zonder dat je hartslag ook maar een tikkie omhooggaat. In dit opzicht is schieten de zweetvrije sport bij uitstek, en dat het nog steeds op het olympisch programma prijkt is beslist een ongewone overwinning voor de zorgeloze schutters. Moge deze nog lang voortduren.
Hoe komt het dat de Britten zich zo aangetrokken voelen tot sporten die nul fysieke inspanning vergen? Zit het misschien in het bloed? Zonder twijfel zit het in ons culturele dna gebakken dat wij ons niet moe maken aan voorbereiding of training vlak voor een wedstrijd. Het hoort niet en we vinden het zelfs iets weg hebben van bedrog. Natuurlijk mag je wel winnen, maar God verhoede dat je daarvoor te hard je best doet. De Engelsman is meer onder de indruk van behendigheid.
Dus de volgende keer dat het plaatselijke cricketteam je vraagt om te batten, of als de dominee je uitnodigt voor een potje croquet, doe dan enthousiast mee, maar breng jezelf niet in verlegenheid door je al te veel in te spannen. En vergeet niet een dikke trui mee te nemen.
Voormalig minister van Financiën ligt momenteel voor
Maandagavond maakte de leiding van de Britse Conservatieve Partij bekend dat zij op 5 september de opvolger van Boris Johnson zal aanwijzen. Zoals The Sun uitlegt, zal de benoeming van de nieuwe bewoner van 10 Downing Street in fasen gebeuren. Op dit moment zijn er nog elf kandidaten. Het panel zal dit aantal eind juli tot twee reduceren, met een eerste ronde op woensdag en een tweede op donderdag. Elke kandidaat heeft dertig stemmen nodig om door te gaan naar de tweede ronde, aldus The Sun.
Van Johnson wordt niet verwacht dat hij een van zijn mogelijke opvolgers publiekelijk steunt. Rishi Sunak, een voormalig minister van Financiën, ligt momenteel voor op zijn rivalen, met zevendertig parlementsleden die hem steunen.
De Britse premier zit tot 26 juli in quarantaine nadat hij contact heeft gehad met minister Sajid Javid van Volksgezondheid, die zaterdag bekendmaakte dat hij positief had getest op covid-19. Boris Johnson had aanvankelijk geprobeerd aan de quarantaine te ontkomen door te zeggen dat hij zou deelnemen aan een proef met dagelijkse tests als alternatief voor isolatie. Maar vanwege de daarover ontstane ‘golf van woede’, werd hij uiteindelijk ‘gedwongen tot een vernederende ommezwaai’, aldus The Independent.
In een zondag vrijgegeven video riep de premier op tot ‘voorzichtigheid’ aan de vooravond van de opheffing van coronabeperkingen in Engeland, terwijl het land kampt met een groeiend aantal besmettingen. Hij verzekerde niettemin dat het ‘het juiste moment’ was om door te gaan met deze belangrijke stap in het afbouwen van de maatregelen, omgedoopt tot ‘Freedom Day’. Een groep invloedrijke internationale wetenschappers heeft vrijdag de regering opgeroepen op haar besluit terug te komen, dat ‘de inspanningen om de pandemie onder controle te krijgen dreigt te ondermijnen, niet alleen in het VK maar ook in andere landen’.
Volgens het Amerikaanse National Center for Health Statistics stierven in 2020 ruim 93.000 mensen in de VS aan een overdosis van medicijnen en drugs als opioïde pijnstillers, amfetamine en cocaïne, bericht CNN. Dat komt neer op één sterfgeval per 5,6 minuten. Het aantal steeg met 29,4 procent ten opzichte van 2019, toen 72.151 mensen stierven aan een overdosis.
Zes activisten vrijgelaten in Egypte na internationale kritiek
Zaterdag werden zes Egyptische activisten uit de gevangenis vrijgelaten, waaronder journalist en blogger Esraa Abdel-Fattah, een van de symbolen van de revolutie van 2011, meldt Al-Jazeera. Zij was in oktober 2019 gearresteerd en zat bijna 22 maanden vast wegens ‘verspreiding van nepnieuws’ en ‘collaboratie met een terroristische groepering’.
Analisten zeggen dat de vrijlating van de activisten een manier is om de internationale gemeenschap tegemoet te komen, nadat de VS de arrestaties veroordeelden en zeiden dat de onderhandelingen over wapenverkoop tussen de twee geallieerde landen hierdoor zouden worden beïnvloed.
De Egyptische regering van generaal Sisi heeft de afgelopen jaren op grote schaal opgetreden tegen dissidenten en duizenden mensen gevangengezet. Ook journalisten zijn het doelwit geweest: tientallen zijn in de gevangenis beland en sommige buitenlandse journalisten zijn het land uitgezet. Volgens het Committee to Protect Journalists is Egypte het land waar de meeste journalisten worden gevangengezet, samen met Turkije en China, schrijft Al-Jazeera.
Deense Mohammed-cartoonist overleden
Kurt Westergaard is op 86-jarige leeftijd in zijn slaap na een lang ziekbed overleden, zo heeft zijn familie aan Berlingske laten weten. De tekenaar was verantwoordelijk voor de beroemdste van de twaalf tekeningen die op 30 september 2005 door het conservatieve Deense dagblad Jyllands-Posten werden gepubliceerd onder de titel ‘Het gezicht van Mohammed’. Zijn bijdrage toonde de Profeet met een bomvormige tulband.
De spotprent leidde in februari 2006 tot anti-Deense demonstraties in de moslimwereld, die in Denemarken werden gezien als de ernstigste crisis in het buitenlands beleid van het land sinds de Tweede Wereldoorlog. Het geweld bereikte in 2015 een hoogtepunt met de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs, dat de cartoons in 2012 had heruitgegeven.
Bezoek een willekeurig Europees museum en binnen de kortste keren sta je oog-in-oog met objecten die in het koloniale tijdperk zijn geroofd uit Afrika en elders. Al decennia woeden discussies over teruggave. Groot-Brittannië komt steeds meer onder vuur te liggen, zeker nu Duitsland en Nederland hebben besloten delen uit hun collecties terug te geven aan de landen van herkomst.
Enkele weken geleden gaf Monika Grütters, de Duitse minister van Cultuur, opdracht aan de voorzitter van de Pruisische Stichting Cultureel Erfgoed, om een route te ontwikkelen die erin voorziet dat roofkunst in Duits bezit wordt teruggegeven aan de oorspronkelijke eigenaren.
Centraal staat een groep kunstvoorwerpen die wordt aangeduid met de naam Benin Bronzes. Die complete groep bestaat uit duizenden artefacten, waaronder koperen reliëfs, bronzen sculpturen en ivoorsnijwerk, die door Britse troepen in 1897 uit het huidige Nigeria werden geroofd tijdens een strafexpeditie.
Een deel van de Benin Bronzes kwam terecht in Duitsland. Inmiddels heeft een delegatie van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken Benin City in Nigeria bezocht om permanente restitutie door Duitse musea te bespreken. Naar verwachting zullen de afspraken over teruggave tegen de zomer zijn afgerond.
Dat is niets minder dan een doorbraak, aldus Deutsche Welle. Het feit dat politici het woord restitutie gebruiken, is het begin van een enorme verandering in de mondiale geografie van kunst, zo citeert Deutsche Welle Benedicte Savoy, een historica die al vele jaren onderzoek doet naar het onderwerp roofkunst.
‘Het proces begon in 2016 toen Emmanuel Macron aankondigde binnen vijf jaar objecten naar Afrika terug te willen sturen’, aldus Savoy. Het duurde nog drie jaar voordat het Franse parlement in december 2019 besloot zesentwintig objecten terug te sturen, maar het bracht de bal aan het rollen en zo kwam ook Duitsland in beweging.
Eerste stappen
Het is dan ook hoog tijd, want al sinds Nigeria onafhankelijk werd in 1960, pleit het land voor teruggave van de Benin Bronzes, weet Hyperallergic. De samenwerking van de Duitse delegatie met Nigeriaanse functionarissen over een gecoördineerde restitutiestrategie, betreft honderden Benin Bronzes in de collectie van het Etnologisch Museum in Berlijn.
Afrikaanse wetenschappers en activisten verwelkomen de Duitse stappen om de Benin Bronzes in zijn openbare collecties permanent terug te geven, schrijftThe Art Newspaper. De verwachting is dat dit zal leiden tot verdere restitutie van artefacten die uit voormalige koloniën zijn geroofd en die zich nu in collecties van westerse musea bevinden.
‘De kwestie van teruggave van cultureel erfgoed maakt deel uit van een eerlijke benadering van de koloniale geschiedenis’, zo citeert The Art Newspaper de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas. ‘Het is een kwestie van gerechtigheid. In het geval van de Benin Bronzes werken Nigeria en Duitsland samen om een gedeelde structuur te creëren, vooral wat betreft museale samenwerking met het geplande Museum of West African Art in Benin City.’
Souleymane Bachir Diagne, een Senegalese filosoof en directeur van het Institute of African Studies aan de Columbia University in New York, prijst het initiatief van de Duitse regering. ‘Duitsland heeft echt het voortouw genomen’, zegt hij. ‘Vooral de bronzen beelden uit Benin zijn belangrijk: het zijn waarschijnlijk de bekendste en meest geroemde kunstvoorwerpen. De terugkeer van deze oorlogsbuit heeft een bijzondere betekenis.’
Nederland
Volgens The Art Newspaper is ook Nederland een van de eerste landen die stappen tot restitutie heeft gezet: ‘De Nederlandse regering heeft een plan goedgekeurd om artefacten te repatriëren die uit voormalige koloniën zijn verwijderd, en heeft aanbevelingen overgenomen van een adviescommissie die oproept tot de “erkenning dat er onrecht is gedaan aan de lokale bevolking van voormalige koloniale gebieden toen cultuurgoederen tegen hun wil werden meegenomen”.
De commissie, voorgezeten door Lilian Gonçalves-Ho Kang You, heeft vorig jaar aanbevolen dat musea niet alleen claims in overweging zouden nemen voor items waarvan bekend is dat ze zijn geplunderd, maar ook verzoeken om teruggave van items zonder volledige herkomstgegevens, vooral in gevallen waarin de objecten van “cultureel, historisch of religieus belang zijn voor het bronland”.’
Volgens Jos van Beurden, auteur van een invloedrijk proefschrift uit 2016 dat in het Engels werd gepubliceerd als Treasures in Trusted Hands, staat Nederland, althans voorlopig, met het nieuwe beleid in de voorhoede van de Europese inspanningen om acquisities uit het koloniale tijdperk te repatriëren, zo schrijft The Art Newspaper.
‘Het zal nog even duren, maar de ontwikkeling is niet te stoppen’, meent ook Achille Mbembe, een Kameroense filosoof en professor aan de Universiteit van de Witwatersrand in Johannesburg. ‘Er is gewoon geen enkele morele grond om Afrikaanse artefacten in westerse musea vast te blijven houden.’
Ook de Universiteit van Aberdeen in Schotland heeft inmiddels aangekondigd een Benin-beeld terug te geven en daarmee is het een van de eerste openbare instellingen die zich tot repatriëring verplicht. Het zijn eerste stappen, maar de echte doorbraak zal pas komen als ook het British Museum in Londen zich committeert, want dat herbergt meer dan negenhonderd Benin-objecten.
‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes’
Iemand die zeer uitgesproken is over de verplichting tot teruggave is de Brit Dan Hicks, Professor Hedendaagse Archeologie aan de Universiteit van Oxford. Hij publiceerde eind vorig jaar het boek The Brutish Museums (De Brute Musea, in plaats van de Britse Musea). Het boek, dat als ondertitel heeft The Benin bronzes, Colonial violence and Cultural restitution, werd onder meer besproken door The New York Review of Booksen The Guardianen het werd door The New York Times opgenomen in de lijst van twintig belangrijkste kunstboeken van 2020. Volgens Hicks zijn de Benin Bronzes verspreid over meer dan honderdzestig museumcollecties wereldwijd, waaronder veel regionale museumcollecties.
Recent was Hicks te gast in een podcast, waarin de problematiek rond de Benin Bronzes als volgt wordt geïntroduceerd: ‘Er zijn maar weinig voorwerpen die de geschiedenis van roofzuchtig kolonialisme beter illustreren dan de Benin Bronzes, een verzameling van duizenden koperen plaquettes en gebeeldhouwde ivoren slagtanden die de geschiedenis weergeven van het Koninklijke Hof van Benin in Nigeria. De verzameling werd buitgemaakt tijdens een Britse aanval in 1897 en werd overgedragen aan koningin Victoria, het British Museum en talloze privécollecties.
Nu, meer dan honderdtwintig jaar later, vormt het verhaal van de Benin Bronzes de kern van een verhit debat over culturele restitutie, repatriëring en dekolonisatie van musea. In The Brutish Museums pleit Dan Hicks krachtig voor de spoedige teruggave van dergelijke objecten, als onderdeel van een breder project om de uitstaande schulden van het kolonialisme te vereffenen.’
Queen Elizabeth
Na de publicatie van zijn boek pakt Hicks stevig door, want in een opinie-artikel voor The Guardian, getiteld ‘Als de koningin niets te verbergen heeft, moet ze ons vertellen welke kunstvoorwerpen ze bezit’, eiste hij vorige week dat niet alleen musea maar ook de Britse koningin Elizabeth openheid van zaken geeft over de herkomst van haar privécollectie. Hicks schreef zijn artikel uit verbazing over het feit dat de Britse koninklijke familie, met een roemrucht verleden wat betreft de verwerving van geroofde kunstvoorwerpen, is vrijgesteld van een wet ter bescherming van cultureel erfgoed.
‘Als Britse musea alle gestolen spullen zouden teruggeven, zouden ze leeg zijn en zouden ze allemaal moeten sluiten.’ Hicks opent zijn artikel met dit in Groot-Brittannië vaak geopperde schrikbeeld. Maar, schrijft hij, deze gedachte verwart noodzakelijke, verlichte hervormingen met een beeldenstorm. Sinds de jaren negentig bekijken we de teruggave van door nazi’s geroofde kunstwerken en van menselijke resten van geval tot geval. Die werkwijze heeft het belang van musea niet kleiner gemaakt, maar heeft ze domweg in overeenstemming gebracht met de eisen van onze tijd.
Eenzelfde gang van zaken is nu zichtbaar rond verzoeken om de teruggave van gestolen Afrikaans erfgoed, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de aankondiging van de Universiteit van Aberdeen om een geroofd Benin-beeld terug te geven aan Nigeria, aldus Hicks. De tijden veranderen. Er is een aardverschuiving opgetreden in wat museumbezoekers verlangen van de instellingen waar ze van houden.
We zien een groeiend ethisch besef als het om mode en kleding gaat, en op eenzelfde manier willen mensen tegenwoordig weten waar de cultuur die ze consumeren vandaan komt. Hoe zijn die voorwerpen hier terechtgekomen? Is er iemand die om teruggave vraagt? Hicks merkt op dat er in Duitsland zelfs campagnes zijn gestart om museumarchieven online te openbaren, zodat museumbezoekers zelf de feiten van koloniale plundering kunnen onderzoeken. Kortom, het publiek eist in toenemende mate transparantie over diefstal.
Verdrag van Den Haag
Deze vraag naar transparantie, schrijft Hicks, komt scherp in beeld door het opmerkelijke nieuws dat de privébezittingen van Hare Majesteit zijn vrijgesteld van de Wet op Cultureel Eigendom van 2017. Deze wet kan nauwelijks omstreden zijn, want hij is ruim vijftig jaar na dato een bekrachtiging van het Verdrag van Den Haag uit 1954. De Wet op Cultureel Eigendom maakt het strafbaar om onrechtmatig geëxporteerd cultuurgoed te kopen of te ontvangen als schenking of lening, ongeacht de datum van die export.
Het idee dat de politie de koninklijke privélandgoederen Balmoral en Sandringham van de koningin zal doorzoeken naar gestolen goederen lijkt misschien onwaarschijnlijk, maar Hicks wijst er fijntjes op dat een schilderij uit de Nederlandse koninklijke collectie in 2015 werd geïdentificeerd als nazibuit. Net als musea loopt ook de Britse koninklijke familie het risico illegale oudheden, tijdens de Holocaust gestolen kunstwerken of koloniaal roofgoed als lening of geschenk te hebben ontvangen. Voor zowel musea als het koninklijk huis zijn zorgvuldigheid en transparantie een natuurlijke, ethische verantwoordelijkheid.
Dan is er ook nog de kwestie van de Royal Collection van de Britse koninklijke familie, de grootste particuliere kunstcollectie ter wereld. ‘Denk bijvoorbeeld aan de gouden tijgerkop met ogen van bergkristal en tanden die van de troon van Tipu Sultan van Mysore werden gerukt tijdens de bestorming van Seringapatam in 1799, waarbij de sultan werd vermoord; in 1831 door ambtenaren van de East India Company geschonken aan William IV’.
Of, vervolgt Hicks, de ‘krobonkye’, een muts van antilopenleer met stroken van gehamerd goud in de vorm van een krokodil waarvan gezegd wordt dat hij toebehoorde aan Kofi Karikari, de koning van de Ashanti. De muts werd geroofd toen Karikari werd afgezet door Britse troepen in de Ashanti-oorlog van 1874 en Sir Garnet Wolseley toezicht hield op de plundering van de koninklijke paleizen in Kumasi.
Er is de gebeeldhouwde houten trommel van Emir Wad Bishara, meegenomen na zijn nederlaag bij de bloedige slag om Omdurman in 1898 waarbij Britse machinegeweren 12.000 mensen neermaaiden en nog eens 13.000 verwondden. De trommel werd als trofee aan koningin Victoria aangeboden door generaal-majoor Herbert Kitchener, de ‘Sirdar’ (opperbevelhebber) van het Egyptische leger.
Er is een paar uitgesneden ivoren luipaarden, waarvan de vlekken in koper zijn weergegeven. Ze werden in 1897 aan koningin Victoria aangeboden door admiraal Sir Harry Rawson nadat hij op brute wijze Benin City in Nigeria had geplunderd en koning Ovonramwen Nogbaisi had afgezet en hem in ballingschap had gestuurd.
Looty (‘Plundertje’)
Koningin Victoria ging zelfs zo ver dat ze een speciale tentoonstelling liet maken voor dergelijke objecten die waren gestolen bij gewelddadige onttroningen van rivaliserende vorsten. Op vrijdag 18 juni 1897 begon de tiendaagse ‘Koninginneweek’ ter gelegenheid van Victoria’s diamanten jubileum met de opening van een permanente tentoonstelling van gestolen voorwerpen. In de Grand Vestibule van Windsor Castle werden tien elektrisch verlichte vitrines van eikenhout geïnstalleerd, voor wat destijds werd aangekondigd als ‘een museum met relikwieën van voormalige vorsten’.
Voorwerpen die waren geroofd van afgezette koningen, emirs en sultans, van India tot Ghana, van Soedan tot Nigeria en elders in het Britse rijk, werden uit de opslag gehaald en geïnstalleerd in het deel van de staatsappartementen dat werd gebruikt om internationale bezoekers te ontvangen. Victoria kreeg zelfs een hondje genaamd Looty (‘Plundertje’), een pekinees die bij de vernietiging van het Zomerpaleis van Peking in 1860 van keizerin-weduwe Cixi werd weggenomen en naar Balmoral werd verscheept.
De vitrines in de Grand Vestibule zijn er nog steeds. En ook de koninklijke collecties groeien nog steeds, schrijft Hicks. ‘Een voorbeeld in mijn boek The Brutish Museums illustreert het belang van transparantie, aangezien geschenken aan de vorst zo vaak een complexe geschiedenis hebben. Het betreft een bronzen kop van Benin die werd geroofd tijdens de aanval van 1897 en daarna op een veiling werd gekocht door Nigeria voor het nationale museum in Lagos in de jaren vijftig.
Vervolgens keerde het object volledig legaal terug naar Londen, als geschenk aan de koningin door generaal Yakubu Gowon tijdens een staatsbezoek in 1973. Moet deze koninklijke schat nu voor een tweede keer naar Nigeria worden teruggebracht? Het antwoord is in ieder geval niet te vinden op de website van Royal Collection Trust, waar de uitstallingen van Windsor nog steeds eufemistisch worden beschreven als een illustratie van “de complexe manieren waarop Britse monarchen contact hebben gehad met volkeren over de hele wereld”.’
Waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw
Hoe verbinden we de netelige kwestie van kolonialisme in de victoriaanse musea met de netelige kwestie van aanhoudend feodalisme, die in de vorm van een monarchie nog steeds aanwezig is in het laatkapitalisme? In beide anachronistische domeinen verdient het publiek in ieder geval te weten of cultureel eigendom afkomstig is van diefstal. Want, aldus Hicks, waar het om gaat is hoe we soevereiniteit definiëren in het derde decennium van de eenentwintigste eeuw.
In het koloniale tijdperk beschouwde de Britse koninklijke macht onteigening als legitiem. In de volstrekt andere wereld van vandaag vereist culturele legitimiteit dat stelen niet triomfantelijk wordt getoond, noch verborgen wordt of toegedekt, maar zichtbaar wordt gemaakt zodat mensen zelf kunnen oordelen.
De Egyptische schrijfster Ahdaf Soueif stapte in 2019 op als bestuurslid van het British Museum. Soueif besloot daartoe vanwege sponsoring door BP én vanwege de houding van het museum te aanzien van repatriëring van geroofde kunstvoorwerpen. Hicks noemt die stap ‘een indicatie dat eisen over de terugkeer van koloniaal roofgoed, net zoals protesten over sponsoring door oliebedrijven van theaters, musea en kunsthuizen, deel uitmaken van een bredere, groeiende overtuiging dat sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid hand in hand moeten gaan met “culturele rechtvaardigheid”.
Politiek van transparantie moet ook een politiek van inclusiviteit zijn. Hoe kunnen we breken met eenzijdige processen die worden gedicteerd door degenen die gestolen goederen in bezit hebben? Hoe geven we eisers een respectvolle plaats? Van de inventarislijsten van onze nationale musea tot wat het ook is dat aan de muren van Sandringham House hangt: het Britse publiek en de wereld verdienen openheid als het gaat om kwesties van diefstal.’
In haar landhuis op Kanaaleiland Jersey vindt een Amerikaanse duizenden documenten. De vondst maakt duidelijk dat het familiekapitaal waarop ze hoopte verdwenen is, en legt grootschalige corruptie en schimmigheid op Jersey bloot. Een verhaal over fraude, belangenverstrengeling, belastingontwijking, machtsmisbruik en een belastingparadijs waarvan onduidelijk is wie het eigenlijk bestuurt.
‘In 2012 ontdekten de Amerikaanse Tanya Dick-Stock en haar man een enorme hoeveelheid documenten toen ze ruimte wilden maken voor hun aanstaande bruiloft, die overdadig beloofde te worden.’ Zo begint Leah McGrath Goodman haar reconstructie voor Institutional Investor.
In een afgesloten, overdekte squashbaan van St. John’s Manor, Tanya’s paleisachtige landhuis van 23 hectare groot op het eiland Jersey voor de Franse kust, ontdekten ze honderden dozen die waren gevuld met meer dan 350.000 vertrouwelijke papieren afkomstig uit het offshore trustkantoor van haar vader.
‘We liepen naar binnen en dachten “Wat is dit?”’, aldus Dick-Stock. ‘Die dossiers lagen er al jaren en niemand had ze ooit aangeraakt. We hadden geen idee waar we op gestuit waren.’
Na verloop van tijd begon het paar de documenten te doorzoeken en geleidelijk werd de omvang duidelijk van wat ze in handen hadden. ‘Als je zag wat er in de documenten stond, zou je ze nooit bewaren’, zegt Darrin Stock, de echtgenoot van Tanya. ‘Het was explosief. Dit trustbedrijf was niets meer of minder dan een enorme fraudemachine.’
Wat volgde was nog verrassender. Het echtpaar deed samen met de vader van Dick-Stock, de 83-jarige Canadese miljonair John Dick, aangifte bij de politie van Jersey, van wat zij omschreven als ‘decennia van financiële fraude gepleegd door een offshore trustbedrijf genaamd La Hougue’. Die naam is afgeleid van het oud Jersey-Franse woord voor heuvel of hoop, die verwijst naar de lange geschiedenis van heidense grafheuvels op het eiland.
Operation Scarlet
Drie jaar na de ontdekking, in maart 2015, arriveerde de politie bij St. John’s Manor, dat ooit dienstdeed als het weelderige hoofdkantoor van La Hougue, om de documenten in beslag te nemen. Er was een vrachtwagen nodig om de 333 dozen met documenten te vervoeren. Een onderzoek, door de politie van Jersey Operation Scarlet genoemd, zou het brein achter La Hougue en de omvang van wereldwijde financiële malversaties bloot moeten leggen.
Maar bijna tien jaar later is er door de autoriteiten van Jersey nog steeds geen strafrechtelijke vervolging ingesteld, zijn er geen sancties opgelegd en worden vragen over het onderzoek met vijandigheid, zwijgzaamheid of zelfs dreigementen beantwoord. Sterker nog, de meeste van de 350.000 documenten die centraal staan in Operatie Scarlet zijn door de politie overgedragen aan advocatenkantoor Garfield-Bennett in Jersey, dat op het moment van het onderzoek in 2015 nog John Dick vertegenwoordigde. Het kantoor, dat weigert te verklaren waarom het de documenten vasthoudt, bevestigt dat ze voor onbepaalde tijd in een kluis zijn weggeborgen, ontkent ooit een relatie met La Hougue te hebben gehad en zegt geen contact meer te hebben met Dick.
De ontdekking van de documenten heeft een storm teweeggebracht. Na het lezen van de La Hougue-bestanden, zegt Dick-Stock dat ze is gaan geloven dat haar vader de leiding had over de fraude. Ze klaagt hem nu aan voor het plunderen van bezittingen, resulterend in een enorme vermindering van het familiekapitaal, dat ooit werd geschat op 500 miljoen dollar (420 miljoen euro). De aantijgingen zijn terug te vinden in de zaak die Dick-Stock heeft aangespannen tegen haar vader bij een districtsrechtbank in Colorado, waar ze oorspronkelijk vandaan komt. De rechtszaak staat gepland voor augustus.
Frustratie
‘We hebben dit voorgelegd aan Amerikaanse rechtbanken en rechtbanken in Jersey’, zegt Stock. ‘We hebben eerdere zaken in de VS herhaaldelijk gewonnen, maar in Jersey weigeren ze er zelfs maar naar te kijken. In plaats van onderzoek te plegen, vallen ze ons aan. Rechters hebben Tanya een boete van meer dan een miljoen dollar aan gerechtskosten opgelegd en een van hen zei tegen haar: “Ik heb de macht om je in de gevangenis te gooien.” Het enige wat ze willen is dat dit weggaat. ’
Uit frustratie begon het paar de documenten, die ze hadden gescand voordat ze alles overdroegen aan de politie, te delen met de internationale pers, waaronder het in Duitsland gevestigde European Investigative Collaborations-netwerk en een tiental andere mediakanalen. De documenten van La Hougue, die een periode beslaan van de jaren tachtig tot ongeveer 2010, tonen het binnenwerk van de schimmige wereld van offshorefinanciën, die vermogende klanten uit de VS, het VK en Europa aanwenden om hun belastingen te minimaliseren, gebruikmakend van mazen in de wet, neprekeningen, opgeklopte schulden, valse klantnamen en zorgvuldig vervaardigde vervalsingen; een specialiteit van La Hougue.
De dozen bevatten privé-informatie van honderden mensen en ook geheimen over het leven van Dick-Stock zelf, inclusief verschillende strategieën die door La Hougue zouden zijn gebruikt om het familiebezit te plunderen. Tanya’s vader weigert commentaar te geven op dit verhaal, maar zijn woordvoerder, Julian Pike, noemt hem slachtoffer van fraude en verklaart dat Dick ‘geen toezicht had op of betrokken was bij de dagelijkse activiteiten van La Hougue’ en dat hij juridische stappen zal ondernemen.
Dubieuze karakters
De documenten van La Hougue leggen een netwerk bloot van dubieuze karakters, waaronder voormalige zakenpartners van Dick, de Amerikaanse pornokoning Eddie Wedelstedt, die in 2006 werd veroordeeld voor belastingfraude en obsceniteit; de Israëlische kunsthandelaar Ronald Führer, die in verband wordt gebracht met de verdwijning van het schilderij Madonna met kind uit 1485 van Sandro Botticelli, dat een geschatte waarde heeft van 10 miljoen dollar en dat sinds zes jaar spoorloos is; en een aantal personen waarvan wordt vermoed dat ze achter de offshoresmokkel van meer dan 100 miljoen dollar zaten tijdens de Amerikaanse spaar- en kredietcrisis van de jaren tachtig.
Jersey is een zogenoemd ‘bijzonder bezit’ van de Britse kroon en gedraagt zich in veel opzichten als een autonoom land
Andere grote namen die op de klantenlijst van La Hougue voorkomen, zijn onder meer het voormalige hoofd van Glencore in Rusland, Igor Vishnevskiy; de Britse miljonair en vastgoedmagnaat Elliott Bernerd en Alexander Zhukov, voormalig schoonvader van de Russisch-Israëlische miljardair Roman Abramovich. ‘Namen op de klantenlijsten zijn gecodeerd’, aldus Dick-Stock, ‘en we leren nog steeds nieuwe namen tijdens het decoderen.’
La Hougue is al lang niet meer gevestigd in St. John’s Manor, dat vorig jaar voor ruim 16 miljoen euro werd verkocht. Het bedrijf verhuisde in 2008 naar Panama, volgens een verklaring van Dick, waar het is omgedoopt tot Pantrust International. Daar werd hun vergunning in 2015 ingetrokken. Eerder dit jaar was La Hougue Trustees naar verluidt actief op de Britse Maagdeneilanden, maar het eigendom van het bedrijf valt onder niet-openbare informatie, dus de eigenaren zijn onbekend.
Stock zegt dat hij en zijn vrouw, in tegenstelling tot bij eerder gelekte offshoredocumenten, zoals de Panama Papers en de Paradise Papers, niet langer anoniem willen blijven, aangezien dat niet helpt ‘als je echt verandering wilt bewerkstelligen’. Die beslissing is niet altijd makkelijk. Volgens Stock hebben internationale journalisten meerdere keren Stocks doopceel gelicht om zijn eigen verleden bloot te leggen, waarin eveneens beschuldigingen van fraude voorkomen evenals een gevecht om een onbetaalde Amerikaanse belastingaanslag.
Gebrand op privacy
Het eilandje van circa acht bij vijftien kilometer waar de documenten werden gevonden, speelt een cruciale rol in het verhaal. Als grootste van de Kanaaleilanden is Jersey een op privacy gebrand belastingparadijs met zo’n honderdduizend inwoners en het is een wereld op zichzelf. De wortels van het eiland gaan terug tot de neolithische tijd, en de stamboom van sommige families gaat duizenden jaren terug. Jersey is een zogenoemd ‘bijzonder bezit’ van de Britse kroon en gedraagt zich in veel opzichten als een autonoom land. Het heeft een eigen parlement, eigen rechterlijke macht, eigen financiën en eigen geld waarop het gezicht van de Britse koningin prijkt en dat is gekoppeld aan het Britse pond. Jersey heeft grondwettelijke rechten die losstaan van het Verenigd Koninkrijk en die dateren uit het jaar 1204 en het valt niet onder het gezag van het Verenigd Koninkrijk maar van de koningin.
Het heeft een geschiedenis van invasies door Vikingen en door Duitsers, is bekend om zijn victoriaanse kastelen, Jersey-koeien, Jersey-room en Jersey-aardappelen, en werd de afgelopen halve eeuw het speelveld voor een compleet alfabet aan topbanken, financiële instellingen en hedgefondsen waarin naar schatting zo’n 2 biljoen dollar van ’s werelds rijkdom rondgaat. Bijna elke grote financiële instelling heeft er een kantoor, van ABN AMRO tot UBS, met kantoren aan het strand in Havre des Pas, een deel van de bruisende hoofdstad St. Helier.
Daarnaast heeft Jersey een filiaal van Coutts Crown Dependencies, een wereldwijde offshore vermogensbeheerder en de privébankier van de Queen. Zij werd ontmaskerd door de Paradise Papers, waaruit bleek dat ze deelnam aan offshore-investeringen via haar privébezit, het hertogdom Lancaster. De vertegenwoordigers van de monarch moesten in 2017 toegeven dat ze niet alleen investeerde in offshore financiële vehikels, maar zich daar ook terdege van bewust was.
Bijna twee decennia geleden verlaagde Jersey zijn vennootschapsbelasting van twintig procent naar nul
Bijna twee decennia geleden verlaagde Jersey zijn vennootschapsbelasting van twintig procent naar nul, met uitzondering van de financiële sector, die tien procent betaalt. Daardoor werd het eiland een prettige plek voor klanten die op zoek zijn naar lagere belastingtarieven. Enkele van de belangrijkste bedrijven op het eiland zijn de Zwitserse handelsfirma Glencore, opgericht door wijlen Marc Rich; Brevan Howard Asset Management, een van Europa’s meest succesvolle hedgefondsen; de Zwitserse handelsmaatschappij voor energie en grondstoffen Vitol; en Goldman Sachs, dat de zogenoemde Abacus-deal regelde die hedgefondsmanager John Paulson miljarden opleverde en die ertoe leidde dat Goldman voor een half miljard dollar moest schikken met de Securities and Exchange Commission, de Amerikaanse tegenhanger van de Autoriteit Financiële Markten.
Met de publicatie van de Paradise Papers in 2017 kwam ook Apple in de schijnwerpers te staan toen bleek dat het bedrijf stilletjes een groot deel van zijn honderden miljarden onbelaste offshore-dollars naar het eiland had verplaatst.
‘Het was een natuurlijke stap voor Jersey om een belastingparadijs te worden, want de machtigste families van het eiland zijn vaak betrokken bij wetgeving of financiën’
‘Men praat over de Kaaimaneilanden, Panama en de Britse Maagdeneilanden, maar Jersey is een van de belangrijkste belastingparadijzen ter wereld’, zegt Stuart Syvret, een voormalig senator van Jersey, die met pensioen is en nog steeds op het eiland woont. ‘Het was een natuurlijke stap voor Jersey om een belastingparadijs te worden, want de machtigste families van het eiland zijn vaak betrokken bij wetgeving of financiën en hun geld wordt doorgegeven van generatie op generatie.’
Syvret, die twintig jaar in het parlement van Jersey zat, zegt dat hij tijdens zijn ambtsperiode heeft geleerd dat het eiland twee kanten heeft. ‘Vanwege de hoeveelheid geld die op het spel staat in Jersey, heb je te maken met een dwingend systeem van zowel straf als beloning’, zegt hij. ‘Je ziet dat mensen heel goede banen krijgen, veel geld hebben, promotie maken, een buitenhuis aanschaffen, naar de prachtigste feesten gaan en een geweldig leven leiden. Maar als ze zich uitspreken over corruptie, wordt het leven hun zwaar gemaakt. Het is gemakkelijk om verkeerde dingen te doen en juist erg moeilijk om het juiste te doen.’
Financiële vloek
Dat iemand die bezwaar maakt tegen het systeem van geavanceerde offshore financiële centra persoonlijk risico loopt of wordt buitengesloten lijkt misschien vergezocht, maar er zijn genoeg mensen op het eiland die dit bevestigen. Gesteund door goedbetaalde legers van advocaten, lobbyisten en accountants, worden deze offshore-ecosystemen vaak zo winstgevend en raken ze zo diep verankerd in de kleine eilanden waar ze bestaan, dat het bijna onmogelijk is om ze te veranderen, zegt John Christensen, hoofd van het Londense Tax Justice Network, dat zich in 2013 afsplitste van de voor een Nobelprijs genomineerde Global Alliance for Tax Justice. Als forensisch auditor en onderzoeker was Christensen economisch adviseur van Jersey van 1987 tot 1998.
‘Gedurende mijn tijd op Jersey werd de financiële sector enorm groot. Een te grote financiële sector kan de rest van de economie om zeep helpen. Dat zagen we aan de huizenprijzen en inflatie op Jersey. Het is een proces dat de “financiële vloek” wordt genoemd.’
Christensen groeide op in een herenhuis op Jersey, op slechts anderhalve kilometer van het landgoed van Dick-Stock. In zijn periode als economisch adviseur van het eiland voelde hij een verpletterende druk om zich te voegen naar de wil van de gevestigde orde van het eiland, vooral als het erom ging een uitzonderlijk rooskleurig beeld van Jersey aan de wereld te presenteren.
Omertà
Deel van zijn werk was toezicht houden op de data- en statistiekafdeling van het eiland en zijn superieuren zetten hem onder druk om de stijgende prijzen op het eiland te bagatelliseren. ‘Het is zorgwekkend als regeringen proberen hun data aan te passen’, zegt hij. ‘Het ondermijnt het vertrouwen van het publiek in feiten, onderzoek, statistieken en alle andere dingen die ons in staat stellen een mening te vormen op basis van accurate informatie.’
In zijn werk waren bezwaren en discussies niet welkom. ‘Het doorbreken van de omertà deed de temperatuur tot oncomfortabele hoogte stijgen.’ Christensen zegt dat hij het eiland verliet om aan belastingrechtvaardigheid te gaan werken nadat hij zich realiseerde dat hij ‘door langer te blijven, als onderdeel van het probleem zou worden gezien.’
‘Op een klein eiland kun je niet strijden tegen het establishment, en zeker niet tegen hooggeplaatste politici, zonder te vertrekken’
Het achterlaten van zijn thuis en zich uitspreken tegen de corruptie waarvan hij getuige was, was ‘hartverscheurend’, maar hij voelde dat hij geen keus had. ‘Op een klein eiland kun je niet strijden tegen het establishment, en zeker niet tegen hooggeplaatste politici, zonder te vertrekken. Blijf je, dan wordt de sfeer onmiddellijk giftig voor je werk, je gezin en kinderen.’
Een groot probleem voor Jersey is dat het werkt als een gesloten circuit, waar eventuele problemen snel kunnen worden weggenomen door een hechte groep van niet-gekozen kroonofficieren, aangesteld door de koningin, die feitelijk de machtsinstrumenten van het eiland bedienen. Jersey heeft niet dezelfde scheiding der machten als de meeste andere democratieën: de bailiff, benoemd door de koningin, leidt het parlement, de rechterlijke macht en het hof van beroep, terwijl het parlement van het eiland uit één kamer bestaat waarin politieke partijen, oppositie en dissidenten snel kunnen worden geneutraliseerd.
Op papier is het een charmant antiek systeem, met allerlei gebruiken en rituelen, maar in praktijk is het hopeloos als er verantwoording moet worden afgelegd. Dat is wat eilandbewoners bedoelen als ze het hebben over de ‘Jersey Way’.
Zwarte lijst
Door brexit wordt Jersey nu geconfronteerd met toenemende tegenwind en zal niet alleen de archaïsche regeringsvorm, maar ook het belastingregime moeten worden hervormd. Samen met een aantal andere zogenaamde ‘geheimhoudingsjurisdicties’ voegde het Europees Parlement Jersey eind januari toe aan een zwarte lijst van belastingparadijzen die een belastingregime van nul procent hanteren. De voorzitter van de subcommissie belastingzaken, de Nederlandse Europarlementariër Paul Tang, noemde de EU-lijst met belastingparadijzen ‘verwarrend en inefficiënt’. Hij zei dat de lijst een goed hulpmiddel was, maar dat ‘de lidstaten iets vergaten bij het samenstellen ervan, namelijk: de echte belastingparadijzen’.
Trailer van Laundromat, the Netflixfilm over de Panama Papers.
Jersey ontkent in alle toonaarden dat het een belastingparadijs is, en zal krachtig pleiten voor zijn belastingregime via het Channel Islands Office in Brussel en in Amsterdam, zegt Joe Moynihan, CEO van Jersey Finance, de groep die de financiële sector op het eiland vertegenwoordigt. ‘Omdat Jersey niet in de EU zit, kunnen we ons gemakkelijk aanpassen aan de marktomstandigheden en zullen we goed kunnen samenwerken met zowel de City of London als de EU-lidstaten’, denkt hij.
Jersey begon aan zelfonderzoek nadat een Britse rechter het eiland had aanbevolen de ‘Jersey Way’ onder de loep te nemen. Hoewel de financiële sector al langer werd bekritiseerd, wist het eiland onder de radar te blijven tot 2008. Toen bracht de politie getuigenissen bijeen van bijna 200 mensen over de hele wereld die zichzelf identificeerden als slachtoffers van kindermisbruik op het eiland. Meer dan 150 verdachten werden genoemd, waaronder mensen uit de elite van Jersey, maar slechts een handjevol werd veroordeeld, hetgeen leidde tot wijdverbreide verontwaardiging. Na een onderzoek van drie jaar concludeerde rechter Frances Mary Oldham in 2017 dat kinderen op het eiland mogelijk nog steeds gevaar lopen, en ze verwees specifiek naar de Jersey Way, die ze omschreef als ‘het falen om een cultuur van openheid en transparantie tot stand te brengen, op zijn minst leidend tot de perceptie van heimelijkheid en doofpot.’
Leugens
De 55-jarige Tanya Dick-Stock, geboren in Denver, herinnert zich dat ze haar vroege jaren doorbracht in een benauwd kelderappartement ‘dat raar rook en bijtende beestjes’ huisvestte, totdat haar ouders, die investeerden in onroerendgoeddeals in Colorado, een fortuin opbouwden dat zou uitgroeien tot enkele honderden miljoenen dollars, die werden ondergebracht in een trustfonds voor haar en andere familieleden. Tegen de tijd dat ze negen jaar oud was, zocht haar vader, een succesvolle advocaat, een tweede huis waar hij offshore trusts kon opzetten. ‘We bezochten verschillende huizen op Bermuda en de Bahama’s’, zegt ze. ‘Mijn familie vroeg: “Wat is de gouden standaard voor trusts?” En we kregen te horen: Jersey. Dus gingen we daarheen.’
Pas toen ze de documenten van La Hougue vonden, leerden zij en haar man de omvang van de zaken kennen. ‘Tanya en ik sloten onszelf in feite vier maanden op in een kamer en verlieten het huis amper, totdat we alle dossiers hadden doorgenomen’, vertelt Stock. ‘We voerden duizenden gegevens in op een tijdlijn en realiseerden ons uiteindelijk dat deze hele operatie op leugens is gebaseerd.’
In politierapporten van Operatie Scarlet beweert John Dick dat directeuren en het personeel van La Hougue schuldig zijn aan fraude die door het trustfonds is gepleegd. Maar Dick-Stock en haar man zeggen dat de La Hougue-documenten bewijzen dat John Dick uiteindelijk de begunstigde was en bepaalde wat er gebeurde.
Via zijn woordvoerder ontkent Dick de aantijgingen stellig. In meerdere lopende rechtszaken in de VS en Jersey, die in 2015 begonnen, wordt geprobeerd te ontrafelen wat er precies is gebeurd en wie schuldig is. ‘La Hougue beheerde de trustfondsen van de familie’, zegt Stock, ‘en heeft ze leeggetrokken.’
Dick-Stock en haar vader praten niet meer met elkaar. Dick is onafhankelijk bestuurder bij het Londense telecommunicatiebedrijf Liberty Global en woont nu in Newport Beach, Californië. De moeder van Dick-Stock, Mary Dick, die in 1981 scheidde van John Dick, stierf in 1997.
Vervalste documenten
Terugkijkend zegt Dick-Stock dat ze opmerkelijke dingen in het landhuis zag. De kluis van haar vaders kantoor bevatte geen contanten, maar een merkwaardige verzameling verouderde kantoorapparatuur, gelabeld en gedateerd per jaar. ‘Er was een inloopkluis met een grote metalen deur en ik herinner me dat ik als tiener al die stoffige typemachines, faxmachines, oude pennen en oud papier op de planken zag staan’, zegt ze. ‘Een keer pakte ik er wat oud papier en toen trok mijn vader mijn hoofd er bijna af.’
Nu weet ze waarom de inhoud van de kluis nooit mocht worden aangeraakt. Volgens een uitgelekt memorandum tussen de directeuren van La Hougue die met haar vader werkten, moesten documenten zorgvuldig worden vervalst door met behulp van drukmateriaal en tijdstempels een vermeende herkomstdatum te creëren. ‘Denk aan het papier dat werd gebruikt, de machine die de documenten heeft gemaakt, de datum van de inkt die is gebruikt om de documenten op te stellen en te ondertekenen’, zo staat in het memorandum. ‘Wees voorzichtig met floppydisks en harde schijven, ik ben van mening dat ze niets anders dan fotokopieën moeten bevatten.’ Originele kopieën mochten niet worden bewaard.
Bestuurders gaven later in een rechtbank in Denver toe dat ze bij La Hougue tientallen documenten hadden geantedateerd en vervalst die miljoenen dollars aan nepschuld vertegenwoordigden. De rechtbank in Denver bestrafte hen voor meineed en noemde hun handelen ‘werkelijk schandalig’. Maar toen dezelfde bestuurders bij een gerechtelijke procedure in Jersey probeerden de nepdocumenten te gebruiken, nam de rechtbank er geen aanstoot aan en besloot de frauduleuze documenten eenvoudigweg buiten de zaak te houden, ook al zijn dergelijke fraudepogingen wel degelijk een misdrijf volgens de wet van Jersey.
Krantenkoppen
Hoewel deze nepdocumenten wereldwijd voor krantenkoppen zorgden, in onder meer The Guardian, The Daily Beast, The Toronto Star, Mother Jones en het in Londen gevestigde non-profit Bureau of Investigative Journalism, zeggen Dick-Stock en haar man dat het ze niet is gelukt om de enige krant van Jersey, de Jersey Evening Post, die wordt gesubsidieerd door de regering van het eiland, zover te krijgen erover te schrijven. ‘Een journalist sprak met ons’, zegt Stock, ‘maar ze durfden niet aan het verhaal te beginnen.’
St. John’s Manor, het landgoed van John Dick op Jersey, van dichterbij.
Behalve dat ze naar de pers, de rechtbanken en de politie gingen, lichtte het echtpaar ook de Jersey Financial Services Commission (JFSC) in, de enige financiële toezichthouder van het eiland. Destijds spraken ze met Barry Faudemer, hoofd handhaving van de commissie, maar ze zeggen dat hij weigerde een onderzoek in te stellen. In het verleden had de JFSC La Hougue op de lijst van instellingen met een ‘hoog risico’ gezet en bijna een vergunning geweigerd om op het eiland te opereren vanwege onorthodoxe handelspraktijken, die volgens de toezichthouder doordrenkt waren van belangenconflicten, nalevingskwesties en de handelswijze om met codenamen naar klanten te verwijzen. ‘Het lijdt geen twijfel dat uw systeem zeer ongebruikelijk is en aanzienlijk verschilt van de geaccepteerde best practices in de branche’, schreef een JFSC-functionaris na inspectie van La Hougue in 2002.
Faudemer was op Jersey tot 2007 hoofd van de eenheid financiële misdrijven en is nu CEO van het offshore adviesbureau Baker Regulatory Services op het eiland. In een e-mail weigert hij te antwoorden op de vraag waarom de zaak niet werd vervolgd: ‘U vraagt mij een strafbaar feit te plegen door over deze zaken te spreken.’ Waarop hij verwijst naar artikel 37 van de Jersey Financial Services Law, waarin staat dat ‘specifieke informatie’ niet mag worden gegeven zonder toestemming, op straffe van een boete en maximaal twee jaar gevangenisstraf. Artikel 37 is echter niet van toepassing op informatie die al bekend is bij het publiek, zoals de dossiers in de zaak La Hougue, maar Faudemer wil geen antwoord geven op vervolgvragen.
Spiegels in spiegels
De JFSC zelf antwoordde ook via e-mail en noemt het onderzoek naar La Hougue een ‘burgerlijk geschil over een familietrust’ en een ‘criminele’ zaak die aan de politie moet worden overgelaten. ‘Het is niet onze taak als toezichthouder om aantijgingen van fraude te onderzoeken, want dat betreft strafbare feiten.’
Een politieagent die met de financiële misdaadeenheid van Jersey aan Operatie Scarlet werkte, noemt de enorme hoeveelheid documenten in de zaak ‘overweldigend’, zowel in hoeveelheid als inhoudelijk. Hij herinnert zich de squashbaan te hebben gezien op de dag dat de dossiers werden weggehaald. ‘De documenten waren rondom tegen de muren opgestapeld’, zegt hij. ‘Het is een buitengewoon complexe zaak, op meerdere rechtsgebieden, met veel onbeantwoorde vragen. Het ging om spiegels in spiegels.’
Hij schat dat voltooiing van Operatie Scarlet ongeveer drie jaar zou hebben gekost, zelfs met een heel team van accountants om alle onderdelen te ontrafelen. Uiteindelijk, zegt hij, heeft de procureur-generaal van Jersey besloten geen middelen aan het onderzoek te besteden. ‘Het was niet onze beslissing om de zaak te laten vallen, maar van de pg’, zegt hij. ‘Fraudeonderzoeken vragen veel investering en tijd. Als het niet in het algemeen belang is, wordt er niet op aangedrongen.’ De politieagent sprak op voorwaarde van anonimiteit, want het eiland bestraft degenen die zich uitspreken.
Patronagesysteem
Sinds zijn verkiezing in het parlement van Jersey in 2008, wordt Mike Higgins overspoeld met hulpverzoeken van eilanders die niet in staat zijn om gerechtigheid te zoeken. Een van de moeilijkste dingen aan het vertegenwoordigen van mensen op Jersey, zegt hij, is dat hun problemen peilloos zijn. ‘Ik zou zeggen dat de crux over het algemeen het ontbreken van rekenschap is. Het hele systeem, inclusief rechtbanken, diensten voor kinderen en de politie, laat mensen hier jammerlijk in de steek.’
Het ontbreken van een onafhankelijke openbaar aanklager en de gewoonte om door de Queen aangestelde functionarissen een wurggreep op de macht te laten houden, waarbij velen van hen ook nog eens opereren in het parlement en de rechtbanken van Jersey, betekent dat gerechtelijke dwalingen en tekortkomingen in de democratie vaak niet worden aangepakt. ‘Het systeem is erg moeilijk te kraken’, zegt Higgins. ‘We hebben een patronagesysteem waarbij je, als je procureur-generaal wordt, kunt verwachten dat je daarna plaatsvervangend bailiff en dan bailiff wordt en uiteindelijk meestal tot ridder wordt geslagen.’
Het gebrek aan scheiding der machten betekent dat er zorgen zijn over ernstige conflicten in de hoogste regionen van het leiderschap
Het gebrek aan scheiding der machten betekent ook dat er zorgen zijn over ernstige conflicten in de hoogste regionen van het leiderschap. De procureur-generaal ten tijde van de politie-inval in St. John’s Manor, Timothy Le Cocq, is nu de bailiff van het eiland en hij zit rechtszaken voor die rechtstreeks verband houden met de trusts van La Hougue. Gedurende zijn lange juridische carrière verleende Le Cocq juridische diensten en advies aan La Hougue trusts, zo blijkt uit documenten die in beslag werden genomen bij Operatie Scarlet. Ook een andere rechter, Julian Clyde-Smith, heeft recht gesproken in zaken die verband houden met de trusts die door La Hougue werden beheerd, terwijl uit documenten van het bedrijf blijkt dat hij in feite een van de oprichters van La Hougue was. Beide rechters verrichtten juridisch werk voor La Hougue, en deden uitspraak in zaken rond La Hougue. Sprekend namens zowel Le Cocq als Clyde-Smith, verwerpt Steven Cartwright, hoofdofficier van de Jersey Bailiff’s Chambers, elke suggestie van belangenverstrengeling.
Tevreden
Clyde-Smith beweert geen herinnering te hebben aan het oprichten van La Hougue of verwante entiteiten, aldus Cartwright, maar de rechter ‘herinnert zich dat hij abonnee was van bijna alle bedrijven’ die werden opgericht voor cliënten van zijn advocatenkantoor, Ogier & Le Cornu (nu Ogier), in de jaren tachtig tot negentig. Een abonnee is een van de eerste aandeelhouders van een bedrijf. Op Jersey zijn abonnees verplicht voor het vormen van een bedrijf en advocaten nemen deze rol vaak tijdelijk op zich voor hun klanten, aldus Cartwright. ‘Clyde-Smith was op geen enkele manier betrokken bij de activiteiten van die bedrijven’, voegde hij eraan toe, ‘en het zou verkeerd zijn iets anders te suggereren.’ Noch Clyde-Smith, noch Le Cocq beantwoordde telefoontjes of e-mails voor commentaar.
‘Na twaalf jaar in het parlement weet ik soms nog steeds niet wie dit eiland nu bestuurt’
In een nieuw vonnis eind februari 2021 stemde Clyde-Smith ermee in om Tanya Dick-Stock als begunstigde van de familietrust te verwijderen, onder verwijzing naar haar ‘onredelijke’ en ‘schadelijke’ handelen in haar pogingen om de vermeende fraude binnen de trusts aan te pakken en door documenten van La Hougue te delen met de media. Hij heeft kennisgenomen van aantijgingen in de pers over zijn vermeende belangenconflicten als rechter, maar stelt ‘tevreden’ te zijn dat er geen sprake is van belangenverstrengeling.
Clyde-Smith erkende dat Dick-Stock een procedure tegen haar vader had aangespannen bij de rechtbanken van Jersey ‘om verliezen te verhalen die zouden zijn ontstaan door vermeende schending van vertrouwen, fraude en andere niet-gespecificeerde acties die decennia teruggaan.’ Maar, oordeelde hij, ‘er mag geen procedure worden aangespannen.’
Kapot systeem
Volgens Higgins zijn dergelijke tactieken gemeengoed op het eiland. Als vertegenwoordiger van hoofdstad St. Helier zit hij in het parlement. Met andere parlementsleden maakt hij nu deel uit van een panel dat moet onderzoeken hoe Jersey zijn systemische tekortkomingen kan aanpakken zoals aanbevolen door de Britse rechter na de kindermisbruikzaak in 2017. ‘Het is duidelijk dat we een groot probleem hebben’, zegt Higgins. ‘Ons systeem is kapot. Het werkt niet voor gewone mensen. Maar dit is een zware klus, want mensen willen de Jersey Way niet echt van dichtbij bestuderen.’ Een afsluitend rapport, waarvan hij verwacht dat het voor de zomer uitkomt, zal waarschijnlijk ‘vernietigend’ zijn, zegt hij.
Een van de lastigste dingen bij het aanpakken van de problemen is dat het eiland wordt gerund door een afwezige koningin. ‘Ik kijk vaak naar hoe Jersey bestuurd wordt en zeg dan: “Dit is gek”,’ aldus Higgins. ‘Er gebeuren hier dingen die we niet snappen en waar we geen controle over hebben. Na twaalf jaar in het parlement weet ik soms nog steeds niet wie dit eiland nu bestuurt.’
Een brief aan de koningin
Enkele jaren geleden schreef Christensen van het Londense Tax Justice Network een brief aan de koningin, waarin hij haar aanspoorde sterker op te treden tegen de wijd verspreide constellatie van belastingparadijzen, kroonafhankelijkheden, overzeese gebiedsdelen en rechtsgebieden met geheimhouding, die, merkte hij op, behoren tot de machtigste ter wereld. Hij was direct, maar ook zeer beleefd.
‘Ik verzoek u dringend,’ schreef hij, ‘als staatshoofd van al deze gebieden om alle mogelijke invloed uit te oefenen om een van de schadelijkste breuklijnen in de wereldeconomie aan te pakken.’ Hoewel hij in zijn brief erkent dat de koningin, als soeverein, niet rechtstreeks mag ingrijpen in de politiek van haar rijk, schreef Christensen dat hij hoopte dat ze haar mening over belastingparadijzen kenbaar zou maken, vanwege ‘de lang bestaande conventie die u het recht geeft uw premiers te adviseren, aan te moedigen en te waarschuwen.’
Bijzonder genoeg schreef de koningin via een hoge ambtenaar terug. ‘De positie van de koningin als constitutionele soeverein belet haar in te grijpen in zaken als deze’, aldus de brief. ‘Bedankt dat u de tijd en moeite hebt genomen voor uw schrijven.’
Christensen is niet onder de indruk. ‘Deze plekken ondermijnen de wereldeconomie, en ze kan zich niet schoonwassen van haar rol als monarch en staatshoofd van al deze belastingparadijzen’, zegt hij. En het helpt niet, voegt hij eraan toe, dat ze er zelf ook direct de vruchten van plukt. ‘Als het staatshoofd niets doet en offshoreconstructies gebruikt om haar eigen geld voor de belastingen te verbergen, slaagt ze niet voor de stankproef’, zegt hij. ‘Een vis begint te rotten vanaf de kop.’
De legende wil dat als alle raven de Tower of London verlaten, het Britse Rijk ten onder zal gaan. Er zijn er nog zeven. En als het aan ‘Yeoman Warder’ Christopher James Skaife ligt, worden het er weer acht. Hij mist Merlina.
Niets in Edgar Allan Poe’s majestueuze gedicht ‘De raaf’ bereidt je voor op die penetrante geur. Maar Ravenmeester Christopher James Skaife van de Tower of London kent die maar al te goed. ‘Raven kunnen behoorlijk stinken, vooral de jongen. Ik heb maar een klein huisje, verstopt in de muren van de Tower of London, en de raven lopen daar graag omheen en poepen overal. Dat was het eerste waar mijn vrouw over klaagde.’
Skaife (55) heeft een baan die vaak is omschreven als de ‘merkwaardigste van heel Groot-Brittannië’: hij is verantwoordelijk voor de raven die de Tower als hun huis beschouwen. De legende wil dat als alle raven de Tower verlaten, het Britse Rijk ten onder zal gaan. Deze statige bewakers, die Skaife als zijn ondeugende kinderen beschouwt, wonen op het zuidgazon en zwerven over het hele terrein. En Skaife, de zesde Ravenmeester in de geschiedenis van de Tower, zorgt voor ze.
Volgens de legende moeten er altijd minstens zes raven zijn. Vorige maand waren het er acht. Nu nog maar zeven.
De sociale media waren in rouw gedompeld, toen vorige maand bleek dat Skaifes beste vriendin en socialemediaster Merlina vermist was. Een woordvoerder van de Historic Royal Palaces (HRP), de liefdadigheidsinstelling die de Tower en andere koninklijke locaties zoals Hampton Court en Kensington beheert, verklaarde: ‘Onze zeer geliefde raaf Merlina is al enkele weken niet bij de Tower gezien, en vanwege haar langdurige afwezigheid moeten we helaas aannemen dat ze is overleden.’
Skaife: ‘Ik hou natuurlijk van alle raven, maar zij was net even anders.’
De raven van de Tower zijn geen gevangenen: ze zijn niet gekortwiekt, hun vleugels zijn alleen enigszins bijgeknipt. In het verleden zijn er een paar verdwenen en nooit meer teruggekomen, maar Merlina was anders. Zij en Skaife waren maatjes, ze hadden een sterke band. Filmpjes waarop de twee aan het spelen zijn, werden kortgeleden een rage op TikTok. Maar toen Merlina een paar weken vermist was, besloot de Tower met een verklaring te komen.
Ten tijde van haar verdwijning was Merlina volledig ‘vliegwaardig’: haar veren waren al verscheidene jaren niet geknipt en ze kon gaan en staan waar ze wilde. ‘Ik hoopte dat ze altijd in de buurt van de Tower zou blijven, omdat ze dat wilde, omdat ze mijn maatje was,’ zegt Skaife. ‘En ik denk dat ik mijn werk goed heb gedaan, omdat ze zo lang is gebleven. Ik heb geen flauw idee waarom ze nu opeens is verdwenen, het is heel vreemd. Ik heb geen enkel spoor van haar gevonden.’
Intieme band
Nu wordt de wereld van de ravenhouders in de kranten als geheimzinnig omschreven, maar in feite gaat het alleen maar om een man die zijn ziel en zaligheid wijdt aan zijn vogels. ‘We hebben in de loop van de jaren een ongelooflijk intieme band gekweekt,’ zegt Skaife tegen The Independent. ‘Ik voelde haar stemmingen aan en ik denk dat zij de mijne soms ook aanvoelde. Ik hou natuurlijk van alle raven, maar zij was net even anders.’
Toen Merlina in 2007 in de Tower kwam wonen, vlak voordat Skaife daar kwam werken, werd ze Merlin genoemd. Ze was als jong langs de kant van de weg aangetroffen in Wales en opgenomen in de volière van een gezin. ‘Toen ik werd aangesteld als Ravenmeester hebben we haar naam veranderd in Merlina, omdat we erachter kwamen dat ze een vrouwtje was,’ zegt Skaife. ‘Vreemd genoeg hebben raven in de loop van de geschiedenis voornamelijk mannennamen gekregen, en dat probeer ik een beetje recht te trekken.’
Omdat ze als jong door mensenhanden was grootgebracht, beschouwde ze mensen als familie. Maar zoals veel intelligente vogelsoorten had ze moeite met een leven in gevangenschap. Ze werd overgeplaatst naar een zwanenopvangcentrum in Barry [in Zuid-Wales], waar ze, zo schrijft Skaife in zijn in 2018 verschenen autobiografie The Ravenmaster, berucht werd om haar woedeaanvallen. In wanhoop benaderde het centrum de Tower, en Merlin (zoals ze toen dus nog heette) trad in koninklijke dienst.
Raven behoren tot de intelligentste dieren ter wereld, ze kunnen zich meten met apen
Je zou verwachten dat een Ravenmeester een ornithologische achtergrond heeft, maar dat was bij Skaife niet het geval. Voordat hij als Yeoman Warder of Beefeater [ceremonieel bewaker] in dienst kwam bij de Tower of London, had hij nog nooit een raaf gezien.
Skaife had het grootste deel van zijn tienerjaren in Dover doorgebracht, waar hij voornamelijk spijbelde in de bossen met zijn vrienden. Door puur toeval was hij op school toen daar een legervoorlichter kwam spreken. Begeesterd door de verhalen over goeieriken en slechteriken ging de zestienjarige Skaife van school om soldaat te worden. Artillerist en tamboer, om precies te zijn.
Iedere militair kan Yeoman Warder worden, maar dan moet hij wel minimaal 22 jaar in dienst zijn, over een onbevlekt blazoen beschikken en wellicht over een voorliefde voor macabere zaken. In theorie bewaken de Yeoman Warders de kroonjuwelen en eventuele gevangenen in de Tower of London. In de praktijk fungeren ze tegenwoordig als gidsen voor het bezoekende publiek, als verhalenvertellers aan de kinderen en als bewaarders van de legenden.
Komische vogels
Toen Skaife op zijn veertigste in de Tower kwam werken, raakte hij gefascineerd door de enorme maar ook komische vogels. Charles Dickens, die bekendstond als houder en liefhebber van raven, beschreef hun tred als die van een heer met te strakke laarzen aan, die over losse kiezels probeert te lopen. Skaife zegt: ‘Pas als je naast een raaf staat, besef je hoe groot en sterk ze zijn. Maar toen ik die raven gemoedelijk rond de Tower zag hopsen, was ik vooral geboeid door hun bewegingen en de manier waarop ze het publiek gadeslaan.’
Raven behoren tot de intelligentste dieren ter wereld. Ze kunnen zich meten met apen: ze gebruiken gereedschap, denken vooruit en zijn in staat om wrok te koesteren. Maar Skaife wist praktisch niets van raven en kende alleen de grondregels voor hun verzorging. Derrick Coyle, zijn voorganger, had het gevoel dat de vogels weleens op Skaife gesteld zouden kunnen raken. Op een dag duwde Coyle hem in een ravenkooi en zei dat hij de vogels niet in de ogen moest kijken.
De raven – en Coyle – besloten dat Skaife geschikt was. Coyle nam hem onder zijn hoede als assistent. Toen Coyle in 2011 met pensioen ging, nam Rocky Stones het over, maar toen die kort daarna ziek werd, was het Skaifes beurt, bijna bij gebrek aan beter. ‘Pas toen ik het werk al maanden deed, besefte ik dat er heel wat meer bij de verzorging van raven komt kijken dan je op het eerste gezicht zou zeggen.’
Om Ravenmeester te worden moet je de regels van de vogels leren, hun pikorde. Een beetje zoals in het leger. De raven dulden niet dat er van hun routine wordt afgeweken, en ze bewaken hun territorium agressief. Een dag begint doorgaans om half zes, wanneer Skaife zich in het donker aankleedt bij het geluid van het vroegeochtendverkeer en de vogels naar buiten laat voor hun ontbijt.
‘Raven zijn wilde vogels. Net als mensen hebben ze behoefte aan vrijheid. Maar ze hebben ook behoefte aan bescherming’
Toen hij net begon zaten de vogels nog in de tamelijk krappe nachthokken uit de jaren tachtig. Maar Skaife zegt in zijn boek dat dat hem een onprettig gevoel gaf. ‘Raven zijn wilde vogels. ‘Net als mensen hebben ze behoefte aan vrijheid. Maar ze hebben ook behoefte aan bescherming.’
Hij ging met de HRP in gesprek over de bouw van een omheinde plek die de vogels overdag vrijheid zou bieden en ’s nachts bescherming. Na twee jaar onderzoek en na overleg met de Londense dierentuin kwam er een ontwerp, al viel het nog niet mee om daarvoor een vergunning te krijgen. En natuurlijk moest het onderkomen bestand zijn tegen vossen, de ‘roodharige ellendelingen’ waarmee Skaife in een voortdurende strijd is verwikkeld.
De vogels werden gevreesd, gehaat als overbrengers van de pest, en als voorbodes van de dood beschouwd
De rest van de dag is Skaife bezig zijn levende haven in toom te houden. Hij heeft assistentie van een team collega-Beefeaters, het Raventeam. Ze beëindigen ruzies, voeren de vogels, delen medicatie uit en helpen wetenschappers die het gedrag van de vogels komen bestuderen. De raven eten kip, lam, rat en, als traktatie, in bloed gedrenkte hondenbrokjes. Anderhalve ton voedsel per jaar. Skaife brengt heel wat tijd door op de Smithfield-markt, om voedsel los te praten bij de handelaars.
Net als andere Yeomen geeft hij rondleidingen door de Tower en staat hij journalisten, historici en kinderen te woord. Skaife is zowel rondleider als verhalenverteller. Hij is ook een icoon: volgens zijn eigen berekening wordt hij zo’n drie- à vierhonderd keer per dag gefotografeerd. En hij heeft meerdere raventatoeages, waaronder een van een raaf met een bolhoed die een pijp rookt.
Daarnaast doet Skaife onderzoek naar raven en schrijft daar uitgebreid over, vooral kinderverhalen. Maar hij was nooit van plan geweest The Ravenmaster te schrijven. ‘Ik kreeg het verzoek van een Amerikaanse uitgever die zo aardig was een hele dag naar mijn gewauwel te luisteren.’
Balanceeract
Skaife gunt de raven meer vrijheid dan enige Ravenmeester voor hem. Het is een eindeloze balanceeract, zegt hij, om ze vrij te laten ronddolen en ze tegelijkertijd aan te moedigen om te blijven. Hij knipt de veren zo min mogelijk bij. Met name Merlina had een vrijbrief. Ze was de enige raaf die weigerde de omheining binnen te gaan; ze bracht de nacht liever door op een dak. ’s Ochtends speurde Skaife altijd eerst de lucht af, op zoek naar haar silhouet.
Maar de rest van de vogels laat zich ’s avonds een voor een, in de juiste volgorde, naar hun omheinde ruimte sturen. Een volgorde waarin je je beter niet kunt vergissen. In 2010 nam raaf Munin een verstoring van de vaste routine te baat om te ontsnappen. En net als kinderen gaan de dieren vaak met tegenzin naar bed. ‘Als ik soms naar die jonge verzorgers kijk, vraag ik me af of ze het geduld hebben om vijf uur lang in de stromende regen te staan om een raaf van een dak te lokken.’ Skaife moest een keer de White Tower op klimmen om een ongehoorzame vogel te vangen en hij komt regelmatig te laat thuis voor het avondeten.
Stel je de Ravenmeester voor die, in zijn statige blauwe uniform met koninklijke insignes, met een visnet achter een vogel van drie kilo aan zit. Skaife zegt dat hij dat net in zestien jaar maar één keer heeft hoeven gebruiken, toen de poot van een raaf vastzat.
Wat vind Skaifes echtgenote van Merlina, die andere vrouw? ‘Nou, in haar jonge jaren heeft ze The Birds van Alfred Hitchcock gezien, en die is ze nooit vergeten. Dus mijn vrouw en de vogels kunnen niet zo goed met elkaar opschieten,’ lacht hij. ‘Ze vindt het mooi wat ik doe en steunt me voor honderd procent, maar van de vogels moet ze niet zo veel hebben.’
Hij herinnert zich dat zijn vrouw, toen hij de jongen grootbracht, haar teennagels rood had gelakt. ‘Poppy was gefascineerd door die rode nagels. En als er nu bezoekers binnenkomen, denkt Poppy nog steeds dat die rode teennagels hebben; ze heeft al heel wat keren in schoenen en voeten van mensen gepikt. Dus pas op als je in de buurt van de ravenomheiningen komt, want enig voetenfetisjisme is Poppy nog altijd niet vreemd.’
Legende
De raven zijn het symbool van de Tower, de grote toeristentrekpleister, de gevederde kroonjuwelen. Maar de menselijke fascinatie voor deze vogels dateert al van ver voor het beroemde Londense vestingwerk. Raven zijn de meest wijdverbreide leden van de familie der kraaiachtigen, waartoe ook gewone kraaien, eksterachtigen en roeken behoren; ze kunnen op ieder continent worden aangetroffen, behalve op Antarctica. Ook figureren ze overal ter wereld als spirituele figuren in inheemse verhalen, van Siberië en Bhutan tot Noord-Amerika. In de noordse mythologie is een hoofdrol weggelegd voor een ravenpaar genaamd Huginn (‘gedachte’) en Muninn (‘herinnering’), die de wereld over vliegen en de goden nieuws brengen. Ze worden nog altijd aanbeden door de IJslanders. Volgens de Bijbel was een raaf het eerste dier dat Noach losliet op zijn ark.
Ze komen ook veel voor in Keltische verhalen. Volgens de Welshe legende werd het hoofd van Bran de Gezegende in de buurt van de Towerheuvel begraven. (‘Bran’ betekent raaf.) De vogel figureert nog altijd op het wapenschild van het eiland Man. Het zou koning Karel II zijn geweest die in de zeventiende eeuw beval de zwarte lijfwachten bij de Tower te stationeren. Tot de achttiende en negentiende eeuw, toen ze in groten getale werden afgemaakt, kwamen raven veelvuldig voor in het Verenigd Koninkrijk.
De vogels werden gevreesd, gehaat als overbrengers van de pest en andere ziekten, en als voorbodes van de dood beschouwd. Zoals Poe schreef: ‘Wat die zwarte, nare vogel uit het donkre schimmenheer?’ (Ironisch genoeg viel Poe’s gedicht, dat was geïnspireerd door Charles Dickens en diens huisraaf Grip, samen met een grote gotische opleving die tot gevolg had dat de vogels weer in zwang raakten.) Maar aan het eind van de negentiende eeuw waren de wilde exemplaren praktisch uitgeroeid.
Hun onderkomen droeg ook al niet bij aan hun reputatie. De Tower was al synoniem met dood, marteling en straf. Er werden daar maar liefst drie koninginnen van Engeland vermoord: Anne Boleyn, Katherine Howard en Lady Jane Grey. Het donkergrijze steen oogt onheilspellend in het schemerlicht, en bloed bevlekt rijkelijk het gras.
Zoals Skaife zegt: ‘Mensen zijn behoorlijk morbide aangelegd, dus zijn we altijd op zoek naar het kwaad. We zijn echt gefascineerd door macabere dingen.’ Om die reden gelooft hij dat heel wat marteldetails uit de koker van vroegere Yeoman-bewaarders komen; er is immers maar een handjevol mensen in de Tower terechtgesteld, en maar heel weinigen werden werkelijk gemarteld op koninklijk bevel.
De legende van de raven van de Tower, en het verhaal dat hun verdwijning een voorbode zou zijn van het eind van het Britse Rijk, deed pas opgeld aan het eind van de negentiende eeuw. Skaife vermoedt dat het een verhaal van behoorlijk recente datum is, verzonnen door Yeoman-bewaarders ‘om hun zakgeld wat op te krikken’.
Tijdens de Blitzkrieg dienden de vogels hun land als vliegtuigspotters. Helaas waren er na afloop van de bombardementen nog maar twee raven over. In 1969 werd de eerste officiële Ravenmeester aangesteld, maar pas in 1981 werden de vogels in het Verenigd Koninkrijk tot beschermde diersoort verklaard. En toch worden kraaiachtigen, en dan vooral kraaien, ondanks hun grote intelligentie nog altijd bij honderden afgeschoten.
Katten
Volgens Nicola Clayton, hoogleraar dierlijke cognitie in Cambridge en een vermaard deskundige op het gebied van kraaiachtigen, lijdt de soort onder een slecht imago. ‘Er wordt beweerd dat kraaiachtigen de nesten van andere vogels uitmoorden en allerlei andere schade aanrichten, maar dat is niet waar. Of dat ze verantwoordelijk zijn voor de vermindering van het aantal zangvogels, en ook dat is niet waar. De schuldigen zijn katten die naar buiten worden gelaten, en homo sapiens.’
Interessant genoeg voegt ze eraan toe dat hoe zwarter de kraaiachtigen zijn, des te slechter hun reputatie is. Mensen hebben een grotere hekel aan kraaien en eksterachtigen dan aan bijvoorbeeld Vlaamse gaaien, misschien ‘omdat we van mooie kleuren houden’. Het zou ook bijgeloof kunnen zijn, zoals in het geval van zwarte katten.
Tegenwoordig zijn raven nog steeds uiterst zeldzaam. De Tower of London is waarschijnlijk de enige plek waar je ze nog kunt zien. Clayton kent de raven van de Tower en ook Skaife goed: ‘Ik had de indruk dat Merlina dol op hem was, en hij op haar, en hij zal er vast kapot van zijn.’
Tijdens de Blitzkrieg dienden de vogels hun land als vliegtuigspotters
Net als in victoriaanse tijden maakt de raaf een soort comeback. Toen George R.R. Martin begon met het schrijven van zijn serie A Song of Ice and Fire, bracht hij regelmatig een bezoek aan de Tower, en aan Skaife. Martin nam de raven in zijn wereld op als boodschappers, met een almachtige, allesziende wijze genaamd de Drieogige Kraai die de jonge Bran Stark uiteindelijk moest worden. In de tv-bewerking werd hier een drieogige raaf van gemaakt.
‘George Martin heeft de raven echt een dienst bewezen,’ zegt Skaife. ‘Als anderen over ze schrijven, is het met allerlei duistere connotaties, zoals dood en verderf, terwijl George iets anders deed. Hij zei tegen me dat hij de raven in een positiever daglicht wilde stellen. Ik ben nu een groot fan van Game of Thrones.’
Raven in Game of Thrones.
Het is die combinatie van gotisch en komisch die raven zo boeiend maakt: ze zijn paradoxaal. Skaife zegt dat al zijn raven iets ondeugends hebben. ‘Het is alsof je een speelgoedwinkel binnenkomt met een stuk of zes kinderen van wie je hoopt dat ze netjes bij je blijven, maar die door de looppaden rennen en al het speelgoed aanraken. Ze kunnen lastig zijn, maar ook heel aanhalig.’
Wat misschien verklaart waarom ze zo populair zijn geworden op sociale media. Daar gaat momenteel zelfs alle vrije tijd van de Ravenmeester aan op. Hij begon pas een maand geleden filmpjes te posten op TikTok, maar heeft nu al een enorm publiek. ‘Ik probeer zo veel mogelijk fratsen vast te leggen die de raven uithalen, zoals van hun stok vallen en tegen dingen aan botsen; ze doen alles wat mensen ook doen en het is zo grappig om naar ze te kijken. Ik heb een paar filmpjes gepost waarin ik Merlina aai en ook een paar andere raven. Je kunt zien dat ze vraagt om een aai en dat ze me haar genegenheid wil tonen. Ze kunnen echt contact met je maken. Net als wij hebben ze gevoelens, die ze misschien niet altijd geweldig goed kunnen uiten, maar ze bezitten wel de emotionele kracht om dat te doen, en dat is ongelooflijk.’
Kroepoek
Merlina is de ster, met ook op Instagram en Twitter een grote schare trouwe volgers. ‘Ze krijgt kaarten van over de hele wereld, is op televisie geweest, speelt met stokken, rolt over de grond,’ zegt Skaife. ‘Ze is vooral dol op kroepoek. Ze is erg fotogeniek, en ik denk dat ze een gevoelige snaar raakt bij mensen.’
Volgens Skaife trekken raven van nature mensen aan die met de donkerder kant van het leven worden geassocieerd. En ook de toename van hun populariteit heeft een donkerder kant.
Lloyd Buck, vogelkenner en presentator van natuurprogramma’s, zegt dat door het succes van Games of Thrones veel mensen met het idee speelden om een raaf als huisdier te nemen. ‘Maar daarvoor zijn ze waarschijnlijk de minst geschikte vogels die je maar kunt bedenken. Heel intelligent, ja, maar ook onvoorspelbaar, vernielzuchtig en verbazingwekkend humeurig.’
Buck (53) kan het weten. Hij werkt al bijna dertig jaar met vogels en heeft ze al sinds zijn zesde als huisdier. Hij en zijn vrouw Rose helpen dieren trainen voor natuurfilms en -series, onder meer van David Attenborough. Buck heeft zijn eigen raaf, die ook Bran heet. Zijn Bran is de zoon van een ravenpaar uit de Tower.
Het is die combinatie van gotisch en komisch die raven zo boeiend maakt: ze zijn paradoxaal
‘Alle kraaiachtigen,’ zegt Buck, ‘hebben net iets extra’s, iets wat ze een beetje anders maakt. Ik houd al mijn hele leven vogels, en ik heb nooit andere vogels gehad die op ze lijken. Als ze je aankijken, proberen ze je echt te doorgronden.’
Net als Merlina is Bran door mensenhanden grootgebracht – Buck kreeg hem als jong van amper twintig dagen – en hij ziet Buck als een vaderfiguur. Volgens Buck is Bran een lieverd: dol op zwarte bessen plukken en uiterst gevoelig voor Bucks stemmingen. Voor zover hij weet, is Bran de eerste en enige raaf die ooit een camera heeft gedragen, aan een tuigje. Hij is waarschijnlijk ook de eerste raaf die het heeft overleefd nadat hij per ongeluk in zijn borst was geschoten.
Buck zegt dat hij menigmaal is benaderd door mensen met ravenjongen. Hij raadt altijd af de vogel als huisdier te houden. Zelf denkt hij overigens dat Merlina nog wel ergens rondzwerft. ‘Soms willen ze gewoon eens wat anders. Volgens mij is er een goede kans dat ze nog leeft.’
Rage
Mike Keen, een ander lid van de broederschap van ravenhouders, deelt Bucks zorgen over het feit dat de vogels zo’n rage zijn geworden. Omdat ze zo intelligent zijn, zegt hij, is het gemeen om ze in een volière op te sluiten. Ze raken gemakkelijk verveeld, en ze kunnen in gevangenschap wel veertig worden. ‘Het zijn geen hamsters.’ Maar toen de 51-jarige kroegbaas uit Suffolk een ravenjong kreeg aangeboden door een vriend, aarzelde hij geen moment. ‘Ze was drie weken oud toen ik haar kreeg, en toen ik haar een week of vijf had, begon ik foto’s en filmpjes te posten op Instagram. Toen kreeg ik te maken met de schimmige wereld van de ravenhouderij.’
Ook Keen maakte kennis met de Ravenmeester, via Instagram. Skaife bracht een bezoek aan Keens café en stond er versteld van hoe tam de vogel was: ze vloog vrij rond maar kwam altijd terug. ‘Hij wilde de raven van de Tower net zo aanhankelijk maken, zodat ze niet zouden wegvliegen. Dus zijn we daar samen mee aan de slag gegaan.’
Dat raven zich graag met mensen inlaten heeft maar één reden: eten
In 2018 lanceerde de Tower een ravenfokprogramma, omdat het steeds moeilijker werd aan jongen te komen. (Er zijn betrekkelijk weinig legale fokkers.) Het jaar daarop bracht Skaifes broedpaar vier jongen voort, de eerste in de Tower sinds dertig jaar. Keen nam er drie, Skaife hield George die later een meisje bleek te zijn, Georgina. En Keen verzorgde de drie ravenjongen van de Tower in een kooi in zijn slaapkamer.
Wat Keen betreft is er geen betere ravenverzorger dan Skaife. ‘Hij is ongelooflijk. Maar het is altijd link om te proberen ze in de Tower te houden zonder dat ze kunnen wegvliegen. Ze zinnen altijd op een kans om ervandoor te gaan. Dat hoort er gewoon bij als je raven houdt.’
‘Maar,’ zegt hij, ‘de sociale media laten alleen de positieve kanten zien. Er is me door heel wat mensen gevraagd waar ze een ravenjong kunnen scoren, en ik heb het bijna iedereen afgeraden. Gelukkig is het behoorlijk moeilijk om er een op te kop te tikken, en het zijn beschermde vogels in Engeland. Hopelijk blijft dat zo. De ravenhouders vormen een heel klein wereldje, en dat kan maar beter zo blijven.’
Speelse kinderen
Het tijdstip van Merlina’s verdwijning, midden in de pandemie, in een land dat nog natrilt van de brexit, heeft het publiek de stuipen op het lijf gejaagd. ‘Wij zijn een bijgelovig volkje,’ zegt Skaife. Maar hij voegt eraan toe; ‘We hebben nog altijd zeven raven. Pas als die allemaal weg zijn zou ik zonder werk zitten.’
Hij beschrijft de vogels als ‘een groep speelse kinderen’, elk met een ander karakter en met een andere kleur ring om zijn poot, om ze uit elkaar te houden. Al heeft Skaife die ringen niet nodig. ‘Erin is mijn oudste, zij is moeder de gans, ze heeft de wind eronder. Rocky heeft een machonaam maar is helemaal geen macho. Harris en Gripp zijn mijn pubers. Kleine Poppy is prachtig en ze doet het heel goed, maar ze is vreselijk ondeugend. Georgie gaat goed vooruit en leert een heleboel van Poppy. Jubilee is wat majestueuzer.’
Vorige zomer meldden veel kranten dat de raven verveeld raakten door het gebrek aan toeristen, en dat ze daarom verder weg vlogen
Dus de toekomst van het Britse Rijk is voorlopig veiliggesteld. Maar hoe zit het met de Tower, en de raven die er wonen? Als liefdadigheidsinstelling is de HRP afhankelijk van bezoekers. Met de inkomsten kunnen de gebouwen worden onderhouden en de vogels worden gevoerd. De verzorging van de raven kost nog geen tienduizend pond per jaar en ze zijn hun geld meer dan waard als toeristische trekpleister, en natuurlijk ook door het auteursrecht van Skaifes boek. Maar de pandemie is funest voor de inkomsten van de liefdadigheidsinstelling. Volgens een woordvoerder kelderen die dit jaar met honderd miljoen pond, een afname van ruim 85 procent.
Vorige zomer meldden veel kranten dat de raven verveeld raakten door het gebrek aan toeristen, en dat ze daarom verder weg vlogen. Maar Skaife haast zich dat te corrigeren. ‘Wat er toen in de kranten stond was feitelijk onjuist. Natuurlijk waren de dieren door de lockdown lange tijd op zichzelf aangewezen, maar raven zijn heus niet de beste vrienden van mensen. Dat ze zich graag met mensen inlaten heeft maar één reden: eten. Ze raakten helemaal niet verveeld.’
Dichtten de media de vogels te veel menselijk eigenschappen toe en projecteerden ze hun eigen frustratie op de raven? Skaife denkt dat er eerder sprake is van een misvatting. De vogels gingen gewoon eens ergens anders hun benen strekken.
En bovendien waren de raven helemaal niet alleen. Wat mensen altijd verbaast, zegt Skaife, is dat er zo’n honderdvijftig mensen binnen de muren van de Tower wonen. ‘We hebben hier onze eigen kroeg, we hebben een kapelaan, een politieman, een eigen arts.’
Toeristen die over de kantelen lopen, zijn vaak verbaasd als ze beneden auto’s zien staan, was die te drogen hangt en spelende kinderen. ‘Het is een kleine gemeenschap in het hart van Londen. En de raven zijn daar onderdeel van.’
Net als wij allemaal zijn Skaife en zijn Tower-team in lockdown – Skaife beklaagt zich over de slechte wifi tussen de oeroude muren – maar ze hopen voor Pasen weer open te kunnen. Er zijn voorlopig nog geen plannen om Merlina te vervangen (al is ze volgens Skaife onvervangbaar). ‘Merlina was de onbetwiste aanvoerder van het stel, de ravenkoningin van de Tower,’ zegt een woordvoerder. ‘Ze zal node worden gemist door de andere raven, de Ravenmeester en alle anderen binnen de Tower-gemeenschap.’ Maar haar naam zal voorlopig niet in een grafsteen worden gebeiteld, voor het geval ze toch nog terugkomt.
Raaf onder de raven
Nathan Emery, gespecialiseerd in cognitief vogelgedrag, heeft de raven van de Tower de afgelopen vier jaar bestudeerd. De experimenten leveren geen geld op, maar ze zijn van onschatbaar belang voor de studie van de dierlijke intelligentie. Naast de intelligentie van kraaiachtigen krijgt ook het voortbestaan van de soort steeds meer aandacht. Ravenpopulaties beginnen zich te herstellen, en de Britse vogelbescherming doet er alles aan om illegale jagers voor de rechter te brengen.
Maar volgens Emery heeft Skaife ‘meer voor de kraaiachtigen betekend, en voor raven in het bijzonder, dan honderd wetenschappelijke studies ooit zouden kunnen. Zijn aanstekelijke humor en zijn grote inzicht in hun aard, die hij heeft verkregen door raaf onder de raven te zijn, is zowel een bewijs van zijn fascinatie voor de soort als van zijn vermogen om zich om dieren te bekommeren die in veel opzichten van ons verschillen maar ook frappante gelijkenissen met ons vertonen. Dat zijn favoriete pupil, Merlina, vermist wordt, en misschien wel dood is, is hartverscheurend, maar we kunnen ook wensen dat ze heeft besloten de wereld te gaan verkennen, nu wij mensen een minder prominente rol in haar leven spelen.’
Skaifes vrouw en 31-jarige dochter wonen inmiddels niet meer bij hem in de Tower-bubbel. Ze zijn twee jaar geleden verhuisd naar Whitstable in Kent, waar Skaife op zijn vrije dagen heen reist. ‘Dus ik leef hier een beetje als een vrijgezel. Met alleen zeven raven.’
En over Merlina, die nooit meer zijn maatje zal zijn, zegt hij: ‘Ik hoop echt dat ze nog ergens is, waar ze waarschijnlijk vakantie viert of iets liefdadigs doet. Dat blijf ik hopen. Als eeuwige optimist. Ja, het verlies van een raaf is afschuwelijk voor mij, afschuwelijk voor de Tower, maar er gebeuren momenteel veel dingen in de wereld die het volstrekt onbetekenend maken. Belangrijker is dat ze mensen in de loop der jaren een heleboel liefde heeft gegeven. Ik wil dat ze daarom herinnerd wordt.’
Al voor de brexit trokken Britse bedrijven massaal naar het vasteland. Nederland is bijzonder populair, en deze journalist van Fortune begrijpt tijdens een fietstocht door Amsterdam heel goed waarom.
Dit artikel verscheen eerder in #172.
Rhian Ravenscroft, jurist bij het Amerikaanse handels-platform MarketAxess, had genoeg tijd om over haar volgende stap na te denken. Ze was zeven maanden zwanger, had er zwaar de pest in dat ze een vol uur moest reizen van haar huis aan de rand van Londen naar het hoofdkantoor van het bedrijf in de wijk Barbican.
Tegen de tijd dat ze haar kantoor bereikte, wist ze wat haar te doen stond. ‘Ik was de eerste die om overplaatsing vroeg,’ zegt Ravenscroft, die Brits is.
‘Als je niet drie uur per dag hoeft te reizen kun je heel wat extra tijd in je werk steken’
Wanneer ik Ravenscroft in oktober ontmoet, meer dan drie jaar later, is het opnieuw een sprankelende, zonnige ochtend. Ze zit inmiddels in een eeuwenoud huis aan een Amsterdamse gracht, het nieuwe EU-hoofdkantoor van MarketAxess. Het geluid buiten de grote vensters is niet afkomstig van het Londense verkeer maar van het water dat klotst door passerende rondvaartboten.
In Londen moest Ravenscroft, inmiddels opgeklommen tot senior juridisch adviseur, dagelijks een treinkaartje kopen van omgerekend 29 euro. Vandaag heeft ze haar driejarige dochtertje Seren met de fiets naar een naburige peuterspeelzaal gebracht en daarna haar fiets met het kinderzitje achterop voor haar kantoor geparkeerd. Totale reistijd: vijf minuten. Totale kosten: nul. ‘De kwaliteit van leven is totaal veranderd,’ zegt de 36-jarige Ravenscroft, nog altijd verbaasd over de ommezwaai. ‘Als je niet drie uur per dag hoeft te reizen kun je heel wat extra tijd in je werk steken.’
Niet langer afwachten
Ravenscroft is bepaald niet de enige wier leven door de Brexit radicaal is veranderd. De vraag of het Verenigd Koninkrijk de EU al of niet zal verlaten heeft de Britse economie en het politieke bestel van het land ernstig verstoord. Algemene verkiezingen op 12 december en een deadline voor een exit-deal op 31 januari zijn de volgende plotwendingen in dit langlopende drama dat het Britse vertrek zal bestendigen – of niet.
Maar een groot deel van de zakenwereld heeft besloten het laatste bedrijf niet langer af te wachten. Sinds het tellen van de stemmen in 2016 hebben veel ondernemingen zich geheel uit het Verenigd Koninkrijk teruggetrokken of belangrijke onderdelen van hun bedrijfsvoering naar de andere 27 EU-landen verplaatst, waarbij duizenden werknemers hun vertrouwde omgeving moesten verlaten om niet verstrikt te raken in Europese regelgeving.
De ontwrichting die een definitieve Brexit teweeg zal brengen valt onmogelijk te voorspellen, en de volledige dimensies zullen pas over jaren duidelijk worden. Toch kun je in het kleine, ordelijke Amsterdam nu al een glimp opvangen van hoe Europa er na de Brexit uit zal zien. Volgens het Nederlands Agentschap voor Buitenlande Investeringen (NFIA), onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, heeft een honderdtal bedrijven dat actief is in het VK al kantoren in Nederland geopend vanwege de Brexit.
Minstens 65 daarvan zijn gevestigd in Amsterdam, dat met zijn 800.000 inwoners niet kan tippen aan de 9 miljoen van Londen. Volgens woordvoerders van de stad zal de toestroom de komende drie jaar zo’n 3500 banen opleveren. En dat kan weleens een klein druppeltje zijn vergeleken bij de te verwachten stortvloed. Volgens NFIA-commissaris Jeroen Nijland is het aantal andere bedrijven waarmee het agentschap in gesprek is gestegen van 80 afgelopen januari tot bijna 350 nu. ‘Het gaat razendsnel,’ zegt hij.
Hoewel er de afgelopen tijd grote mediabedrijven en biotechnologische concerns in Amsterdam zijn neergestreken, is deze verandering nergens zo scherp voelbaar als in de financiële dienstverleningssector. Decennia lang concentreerde de financiële identiteit van Europa zich op tweeënhalve vierkante kilometer Londen die simpelweg The City werd genoemd. Dat is niet langer het geval. Sinds het Brexitreferendum is de bedrijfstak uitgewaaierd over het Europese continent, een sterke verschuiving die uiteindelijk weleens permanent kan blijken.
Het is nog maar de vraag of de Nederlanders meer aan de Brexit zullen verdienen dan verliezen
Voor Amsterdam is de migratie onmiskenbaar een zegen. Maar velen in de stad vinden het nog te vroeg om te juichen. Nieuwe inwoners zetten de woningmarkt, die toch al kampt met een gebrek aan betaalbare huisvesting, nog verder onder druk. En het is nog maar de vraag of de Nederlanders meer aan de Brexit zullen verdienen dan verliezen. Nederland telt zo’n 225.000 banen die rechtstreeks verband houden met de handel met het VK. De export heeft een waarde van zo’n 25,5 miljard euro per jaar, een economische slagader die nu gevaar loopt.
Simone Kukenheim, de Amsterdamse wethouder voor Economische Zaken, benadrukt dat de stad de positie van financieel centrum nooit heeft nagejaagd. ‘Dit is een reactie op de Brexit, niet dat we er een slaatje uit slaan,’ zegt ze. ‘We vinden het dieptreurig dat het VK vertrekt.’ Maar voorlopig is die treurnis theoretisch en zijn de baten reëel.
Nederland trekt sinds jaar en dag buitenlandse bedrijven aan. Zo’n vierduizend daarvan, waarvan ongeveer de helft uit de VS, hebben zich volgens NFIA sinds de jaren zeventig in het land gevestigd. Luchthaven Schiphol is een grote internationale hub, op nog geen uur vliegen van Londen. Er wordt in brede kring Engels gesproken; ultrasnel internet is al lange tijd overal voorhanden. En de 25 procent vennootschapsbelasting is weliswaar hoger dan die in het VK of Ierland, maar lager dan die van de continentale reuzen Frankrijk en Duitsland.
Het naderende vertrek van Groot-Brittannië versterkt deze voordelen. Veel mensen denken dat de Brexit vooral funest zal zijn voor de handel in goederen en vrezen hoge importtarieven op Franse wijn en Duitse auto’s of kilometers lange vrachtwagenfiles bij de grenzen. Maar de schade voor de dienstensector zal net zo groot zijn, zo niet groter. Zodra de Brexit werkelijkheid wordt zal ieder bedrijf dat momenteel in het VK is gevestigd, ongeacht de nationaliteit, nieuwe wettelijke vergunningen nodig hebben om zaken te doen met de rest van de EU, evenals nieuwe contracten voor klanten uit de EU.
Brexodus
Deze opdoemende realiteit heeft de financiële sector al in een vroeg stadium tot een Brexodus aangezet. Volgens de Britse denktank New Financial hebben tot dusver 332 financiële instellingen essentiële bedrijfsonderdelen vanuit Londen naar elders verplaatst. Dat staat misschien nog in geen verhouding tot het uiteindelijke aantal vertrekkenden: het internationale accountantskantoor EY schat dat Londen in de nabije toekomst zo’n zevenduizend banen zal verliezen en dat er ook voor zo’n 1,16 biljoen euro aan bankactiva dreigt te verdwijnen.
Citibank en JPMorgan Chase hebben beide al zo’n honderd miljoen euro uitgegeven om hun EU-hubs uit Londen te verhuizen. Bank of Amerika heeft zo’n 125 mensen overgeplaatst naar een nieuw EU-hoofdkantoor in Dublin en zal er nog eens 400 overhevelen naar Parijs, waar de Europese Bankautoriteit naartoe is verhuisd.
De kalme sfeer staat in schril contrast met veel andere Europese steden, met name Londen
Amsterdam is op zijn beurt een magneet geworden voor bedrijven op het gebied van ‘gediversifieerde financiële dienstverlening’, een categorie die financiële data, makelaardij en aandelentransacties en andere handelsinfrastructuur omvat. De meeste financiële hoofdkwartieren in de stad behoren volgens New Financial tot deze categorie, en Amsterdam heeft meer van zulke Britse bedrijven aangetrokken dan enige andere stad in de EU. Dat verschaft Nederland de nodige kritische massa, vermoedelijk ten koste van Londen. ‘Voor investeerders die voor het eerst in Europa investeren zal het VK minder vaak op de shortlist staan,’ zegt Nijland van NFIA.
Voor bedrijven die hun werkzaamheden vanuit het VK naar elders hebben verplaatst, is de Brexitdiscussie een gepasseerd station. ‘Niemand van ons kan blijven wachten tot politici de knoop doorhakken,’ zegt Nick Charteris-Black, directeur marktontwikkeling bij AM Best, een ratingbureau voor verzekeraars dat zijn hoofdkantoor heeft in Oldwick in de Amerikaanse staat New Jersey. Vorig jaar heeft AM Best zijn EU-hoofdkwartier van Londen naar de Amsterdamse Zuidas verplaatst, op tien treinminuten van luchthaven Schiphol. ‘Ongeveer een derde van ons bedrijf is vanuit Londen hier naartoe verhuisd,’ zegt Angela Yeo, die leiding geeft aan de Amsterdamse tak, terwijl ze van een ambachtelijk gezette espresso nipt in het café in de lobby van NoMa House, het nieuwe trendy onderkomen van het bedrijf. Ze beschrijft NoMa als een hub voor ‘Brexitvluchtelingen’; de grootste huurder is Kraft Heinz, die er vorig jaar een ‘center of excellence’ heeft geopend met 450 werknemers.
Weinig financiële bedrijven hebben het VK geheel verla-ten, en vele laten het merendeel van hun Europese staf voorlopig daar. MarketAxess heeft tien werknemers in Amsterdam, terwijl er 120 in Londen blijven. AM Best heeft zeventig mensen in Londen en een tiental in Amsterdam. Maar als en wanneer de Brexit officieel wordt, zal een groter deel van hun zaken vermoedelijk vanuit Amsterdam worden gedaan en kan de personeels-weegschaal uiteindelijk nog verder doorslaan, samen met het zwaartepunt van de sector.
Toch zeggen Amsterdam-promotors dat ze weinig actieve pogingen hebben ondernomen om nieuwkomers naar Amsterdam te halen. Nederland heeft geen wetten of belastingen aangepast voor geïnteresseerde bedrijven. Veel banken bijvoorbeeld hebben Parijs, Dublin of Frankfurt boven Nederland verkozen, ten dele omdat de Nederlandse wet bankiersbonussen aftopt tot 20% van het basisjaarsalaris, tegen 200% voor Londen en 100% voor andere EU-landen.
En terwijl Frankfurt en Parijs grootscheepse campagnes organiseerden om hun stad bij de in Londen gevestigde bestuursvoorzitters aan te prijzen, beschouwden Amsterdamse bestuurders dat bijna als onfatsoenlijk, zegt Hugo Niezen, hoofd buitenlandse investeringen bij amsterdam inbusiness, het bedrijf dat de stad promoot. ‘Als we onze concurrenten zwartmaken, straalt dat negatief af op onszelf,’ zegt hij.
Toevluchtsoord
Toch hebben de Nederlanders voor minstens één organisatie werkelijk alles uit de kast gehaald. De ochtend na het Brexitreferendum in 2016 had Noël Wathion toen hij in Londen wakker werd meer reden om bezorgd te zijn dan de meeste anderen. Wathion is adjunct-directeur van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA), dat sinds 1995 zijn hoofdkwartier in Londen had. Omdat het een EU-instelling is en geen particulier bedrijf, zou EMA bij een Brexit het Verenigd Koninkrijk volledig moeten verlaten. Het personeel ‘was er kapot van’, zegt Wathion, een Belg die al twintig jaar in Londen woonde. ‘Ze hadden hun leven opgebouwd in het VK.’
Het Brexitreferendum dwong EMA de deuren van zijn hoofdkwartier te sluiten en ontketende de grootste werkgerelateerde verhuizing als gevolg van de Brexit. (Het agentschap was bovendien 585 miljoen euro kwijt om zijn huurcontract in Londen op te zeggen.) Voor de rest van Europa was EMA een enorme buit om binnen te halen. De winnende stad zou meer dan negenhonderd dik betaalde nieuwkomers erven en ook tal van farmaceutische en biotechnologische bedrijven kunnen aantrekken, die nauw met EMA moeten samenwerken om geneesmiddelen goedgekeurd te krijgen.
Nederland wierp zich fanatiek in de strijd. De regering bood een hoofdkwartier aan de Zuidas aan ter waarde van 270 miljoen euro, geheel gebouwd volgens de wensen van EMA. Ze wees erop dat toeristenstad Amsterdam voldoende hotelruimte had voor de hordes specialisten die op bezoek zouden komen. Er werd een filmpje gemaakt waarin Nederlandse kinderen kijkers in vlekkeloos Engels begroetten, terwijl een verteller het EMA-personeel in Londen verzekerde dat ‘we al met al niet zo heel anders zijn. Wij hebben ook een bijzonder stijlvolle koningin en houden ook van fish-and-chips.’ In 2017 resulteerde de eindstemming door de EU-ministers van Buitenlandse Zaken in remise voor Amsterdam en Milaan. Tot woede van Italiaanse politici werd de winnaar bij loting bepaald en bleek deze een heleboel grachten te hebben.
EMA heeft zich afgelopen maart definitief in Amsterdam gevestigd, en zijn komst heeft Nederland geen windeieren gelegd. Acht bedrijven op het gebied van gezondheidszorg of biotechnologie, waaronder het Japanse biotechbedrijf Rakuten Medical, openden het afgelopen jaar een kantoor in de stad, vermoedelijk om in de buurt van EMA te zitten, en brachten honderden banen mee. Dupont, het Britse medtechbe-drijf Aparito en het in Zuid-Afrika gevestigde Synexa Life Sciences hebben alle drie een Europees hoofdkantoor geopend in Leiden.
‘Wij hebben ook een bijzonder stijlvolle koningin en houden ook van fish-and-chips’
Wie door Amsterdam loopt of fietst ziet meteen waarom Brexitvluchtelingen de stad als toevluchtsoord hebben gekozen. De kalme sfeer staat in schril contrast met veel andere Europese steden, met name Londen. Tijdens een avondlijke fietstocht door een buitenwijk zie ik parken waar kinderen nog lang na donker voetballen.
Adam Eades, bestuursvoorzitter van de Europese tak van de Chicago Board Options Exchange (CBOE), moest beslissen waar zijn bedrijf naartoe zou verhuizen. Amsterdam, zegt hij, won het van Frankfurt, Dublin, Parijs en Madrid. Eades reist wekelijks heen en weer tussen Londen, waar zijn vrouw en kinderen nog wonen, en het nieuwe EU-hoofdkantoor van CBOE in hetzelfde gebouw aan de Zuidas als AM Best. ‘Het is hier veel minder hectisch,’ zegt hij.
Eades had nog een criterium: redelijk geprijsde woningen. Dat bleek bedrieglijker. Volgens Capital Value, een Utrechts adviesbureau voor investeringen in de woningmarkt, zijn de onroerendgoedprijzen in Amsterdam sinds het Brexitreferendum met zo’n 36% gestegen. Een appartement van 75 vierkante meter kost zo’n 1800 euro per maand om te huren, of zo’n 500.000 euro om te kopen. Als je er al een kunt vinden. Veel woningen zijn eigendom van corporaties en kennen wachtlijsten van wel dertien jaar. Yeo van AM Best zegt dat haar bedrijf vanwege de stijgende woonlasten gedwongen was het salaris van nieuwe werknemers te verhogen.
Als teken van de veranderende tijden zijn de Londense huizenprijzen gedaald, terwijl die in Amsterdam het luchtbelstadium hebben bereikt. Eeg de Veer, huisvestingsmanager bij relocatie-expert Expat Help, zegt dat zijn bedrijf meer dan zevenhonderd EMA-werknemers aan woonruimte heeft geholpen. Velen houden hun Londense koopwoning nog aan, in de hoop dat het Britse pond in waarde zal stijgen voordat ze overgaan tot verkoop en herinvestering. ‘Iedereen zit in een vacuüm,’ zegt De Veer, ‘en wacht wat de Brexit teweeg zal brengen.’
Na een korte busrit vanaf de Zuidas maken de kantoortorens plaats voor lage pakhuizen langs een winderig kanaal dat in de Noordzee uitmondt: de haven van Amsterdam. Van hieruit bouwden Nederlandse kooplieden hun land uit tot een handelsreus, hielpen ze bij de opening van de Zijderoute en vonden ze min of meer de wereldhandel uit. Hier bevinden zich de mammoetpakhuizen van Starbucks, en het is de grootste overslaghaven van cacaobonen ter wereld; op de dag dat ik er een bezoek bracht hing er een sterke chocoladegeur.
De havenautoriteiten in Amsterdam en het grotere, drukkere Rotterdam hebben zich maandenlang voorbereid op de Brexit, uit vrees voor totale chaos. Als het VK de unie verlaat, zullen voor het eerst in dertig jaar voor alle Britse import en export douaneformulieren nodig zijn. Nederland schat dat de Brexit tegen 2030 1,2% van zijn bnp zal kosten, oftewel 10 miljard euro per jaar. (De schade voor Groot-Brittannië zal naar verwachting veel groter zijn.)
‘Exporteurs en importeurs zullen zeker tegen hogere kosten aanlopen,’ zegt Michael van Toledo, algemeen directeur van TMA Logistics.
TMA laat zes keer per week een containerschip pendelen tussen Groot-Brittannië en Nederland. De boten naar Groot-Brittannië vervoeren voedsel en andere goederen. (Nederland stuurt enorme hoeveelheden vis, gesneden aardappels en mayonaise, de basis voor fish-and-chips; Groot-Brittannië produceert daar zelf maar heel weinig van.) En de boten die in Amsterdam arriveren? Die zitten voornamelijk vol rotzooi, letterlijk. Een deel van het vuilnis van de Londenaren, legt Van Toledo uit, wordt door verbranding omgezet in elektriciteit voor veertigduizend Amsterdamse huishoudens.
Het is intrigerend om je voor te stellen dat vuilnis uit Londen de huizen verlicht van voormalige inwoners van die stad wier vroegere leven, net als het vuilnis, in rook is opgegaan. Nu overwegen de nieuwkomers, terwijl het gekrakeel over de Brexit aanhoudt, een toekomst die ze nooit hadden kunnen voorspellen: Nederlander worden.
Geoffroy Vander Linden, hoofd van MarketAxess Nederland, woont nu in Amsterdam na twaalf jaar Londen. Bij het ter perse gaan van dit nummer van Fortune was zijn eerste kind in aantocht, een jongetje dat op Nederlandse bodem zou worden geboren. Zijn collega Rhian Ravenscroft zegt dat haar peuter Seren vloeiend Nederlands spreekt: ‘Ze heeft zelfs voor het eerst aan een fietswedstrijd meegedaan!’ Rhians man Toan (35) zal ook spoedig vanuit Londen verhuizen om managementpartner te worden bij M&C Saatchi Sports and Entertainment, dat zijn nieuwe EU-hoofdkantoor in Amsterdam zal openen. Of het stel ooit zal teruggaan naar Londen is de vraag. Hoe de Brexit ook uitpakt, zegt Rhian, ‘dit is een geweldige plek om kinderen groot te brengen.’
Twintig jaar lang kende Noord-Ierland politieke stabiliteit. Maar, zo constateerde The Guardian in de week dat premier Martin McGuinness opstapte en er nieuwe verkiezingen werden uitgeschreven: het land wacht opnieuw een onzekere toekomst.
De kerk staat op een eenzame heuvel aan één kant van de vallei. Aan de overzijde van de beek, aan de kant van het stadje, is de heuveltop bebouwd met herenhuizen. Iedere zondag marcheert een kleine delegatie van steeds oudere mannen, uitgedost met de regalia van de Oranje Orde, de heuvel af, van de kerk naar de beek. Zij vragen aan de op de brug gestationeerde politieman toestemming om hun weg naar het stadje te vervolgen, maar de politieman weigert steevast, beleefd doch beslist. Ze reiken hem dan een protestbrief aan en marcheren vervolgens weer terug naar de kerk.
Soms kijken de mensen uit de nieuwbouwbuurten naar dit gratis vermaak, maar doorgaans nemen zij de moeite niet eens. In deze buurten wonen voornamelijk jonge gezinnen, die zich er nauwelijks van bewust zijn dat Drumcree Church ooit een van ‘s werelds grote brandhaarden was. De jaarlijkse mars vanuit het centrum van Portadown naar de kerk was een belangrijk symbool van de macht van de unionistische meerderheid in Noord-Ierland. De kerk, indrukwekkend maar niet mooi, is uiteraard protestants; de huizen in het stadje zijn in overgrote meerderheid van katholieken.
De jaarlijkse mars in juli vindt nog steeds plaats, maar sinds het Goede Vrijdag-akkoord van 1998 mogen de organisatoren de traditionele route terug naar het stadje niet meer gebruiken. Ulster heeft nu twee decennia van wat buitenstaanders ‘vrede’ noemen achter de rug. De mondiale media strijken niet langer op Drumcree neer; de buren voelen geen angst. Maar dit duidt louter op de afwezigheid van conflicten, wat niet hetzelfde is als vrede. ‘Een wapenstilstand?’ zeg ik tegen Richard English, hoogleraar politicologie aan de Queen’s Unversiteit, Belfast. ‘Een verbeten wapenstilstand,’ antwoordt hij.
Maar de aard van die wapenstilstand, en de verbetenheid ervan, verandert door het verstrijken van de tijd. De verhouding tussen protestanten en katholieken in Noord-Ierland is dramatisch veranderd: ooit was die 2:1, maar bij de volkstelling van 2011 zei 48 procent protestant te zijn en 45 procent katholiek. Hierdoor is het vrijwel zeker dat – misschien al binnen vier jaar – het traditionele protestantse overwicht zal ophouden te bestaan. In het district Craigavon, waartoe Portadown behoort, is nu een patstelling bereikt: 42,1 procent voor beide kampen. Dit betekent niet dat een verenigd Ierland voor de deur staat, maar het verandert de dynamiek van de politiek in Ulster volkomen.
Dit vormt de onvermijdelijke achtergrond van het groezelige schandaaltje – ‘cash for ash’ genoemd – dat ogenschijnlijk verantwoordelijk was voor de recente val van de Noord-Ierse regering. De combinatie van onbekwaamheid en corruptie duidt erop dat de regeringen in Belfast en Dublin reeds gelijke tred met elkaar houden: de Ierse Republiek is voor de elite altijd al een goede plek geweest om zich met sjofele deals in te laten; in dit geval ging het om het boeken van aardige winsten dankzij het misbruik van goedbedoelde milieusubsidies.
‘Alles goed’
Er is nog een andere factor die een bedreiging vormt voor de heerschappij van de protestanten. Dit werd mij al na een paar minuten duidelijk, toen ik voor het eerst in negen jaar door de hoofdstraat van Portadown liep. Het ongelukkige huwelijk waardoor Noord-Ierland wordt gedefinieerd bestaat niet langer uit twee partijen: er is tegenwoordig ook nog een derde. De ooit overwegend blanke straten van Portadown wemelen van de immigranten. Een plek waar het probleem was dat iedereen veel te veel wist van de plaatselijke geschiedenis kent nu een bevolkingsgroep (met een aandeel van bijna 10 procent) die hier niets van afweet. Aan de oever van de rivier de Bann staat een jonge Roemeen te vissen. Hij heeft het woord ‘Troubles’ [waarmee de onrust in Noord-Ierland van oudsher wordt aangeduid] nog nooit gehoord.
Ze komen overal vandaan, en ze laten zich niet makkelijk categoriseren. Er zijn hoogopgeleide migranten die voor de farmaceutische firma Almac werken. Anderen werken bij de kippenslachterij van Moy Park. In het ziekenhuis vind je Zuid-Afrikanen en Filippijnen. De halal supermarkt van Portadown verkoopt voedsel dat varieert van Marokkaans tot Indonesisch; Oost-Europese goederen worden aan de specialisten overgelaten. De buurman, Saturnino Neves, een Braziliaanse kapper, knipt het haar van iedereen. ‘Alles goed in Ierland,’ zegt hij.
Maar dat is niet de algemene ervaring. Het was een in Yorkshire geboren Pakistaan die me met afschuw vertelde hoe drie autochtone Noord-Ieren onlangs op straat een man uit Litouwen in elkaar hadden geslagen. De autochtone inwoners verwijten de Portugezen messentrekkerij, de Oost-Europeanen het leegvissen van de Bann, en de Roemenen zo’n beetje alles. Er doen verhalen de ronde dat de migranten naar binnen kunnen glippen via het lakse Dublin, en dat ze met minibusjes de grens oversteken.
Portadown (bevolking 22.000) lijkt in veel opzichten op Engelse stadjes van soortgelijke omvang in de jaren vijftig. De grote ketens hebben de plaatselijke winkels nog niet uit de hoofdstraat verdreven, en de huizenprijzen zijn nog charmant ouderwets (een vrijstaande vierkamerwoning met uitzicht op Drumcree Church: 215.000 euro). Het restaurantaanbod stamt helaas ook nog uit de jaren vijftig, en is iets minder charmant.
Ik raak bij de bushalte aan de praat met een dame met grijs haar. Ze klaagt dat er nu al te veel winkelketens in Portadown zijn neergestreken. ‘Is er verder nog iets veranderd?’ ‘Er zijn hier veel nieuwe gezichten,’ zegt ze, gniffelend om haar eigen discretie. Hoe gaan de gevestigde gemeenschappen dezer dagen met elkaar om? vraag ik. ‘Nou, je houdt je gewoon met je eigen zaken bezig, dus dat gaat wel.’ En toen kwam de bus haar redden.
Maar in doorsneegesprekken verwijst de uitdrukking “onze gemeenschap” louter naar “ons”, en zeker niet naar de anderen
In Portadown is het woord ‘gemeenschap’ beladen met dubbelzinnigheid. De meest prominente liefdadigheidswinkel heet ‘Portadown Cares … for our community’ (‘Portadown Geeft … om onze gemeenschap’). Dat betekent precies hetzelfde als waar dan ook. Maar in doorsneegesprekken verwijst de uitdrukking ‘onze gemeenschap’ louter naar ‘ons’, en zeker niet naar de anderen.
Begin jaren zeventig was Portadown veelvuldig het toneel van ontploffingen en schietpartijen, vaak als gevolg van vetes tussen verschillende protestantse groeperingen. Zelfs nu kent het stadje nog vijf ‘vredesmuren’, die je optrekt als je echt een pesthekel hebt aan je buren. De herinnering aan moorden heeft dat effect.
Zes maanden geleden werd de laatste Loyalistische muurschildering in het stadje verwijderd van zijn prominente plek aan Corcrain Road en vervangen door een nieuwe, waarin de soldaten uit Ulster die aan de Somme zijn gesneuveld worden herdacht. Volgens een persbericht van de regering was dit ‘een keerpunt voor de goede betrekkingen in het gebied’. Maar niet iedereen ziet dat zo. De nieuwe muurschildering is op zichzelf prachtig, maar de onderliggende boodschap is zeer agressief en sektarisch, op een manier die je klassiek-Noord-Iers zou kunnen noemen.
Noord-Ierland bestaat maar om één reden als eenheid: als een vrijplaats voor een protestantse gemeenschap, die een eeuw geleden werd getraumatiseerd door het vooruitzicht te worden opgenomen in een door katholieken gedomineerd Ierland. Ulster noemt zichzelf graag Loyalistisch, hoewel de loyaliteit jegens de Kroon altijd meer het karakter heeft gehad van een transactie dan dat er sprake was van veel respect.
Overvleugeld door de omvang van de katholieke gezinnen en de komst van de migranten, zijn de Loyalisten verbijsterd door de politieke ontwikkelingen. Na het recente ontslag van Martin McGuinness als vicepremier worden ze geconfronteerd met ongewenste verkiezingen, waarvan alom wordt verwacht dat ze in een verdere patstelling zullen eindigen en – vrij waarschijnlijk – tot het herstel zullen leiden van het rechtstreeks bestuur vanuit Londen.
Toen McGuinness, zichtbaar ziek, zich uit de politiek terugtrok, kreeg hij op het journaal een overdreven eerbetoon van Ian Paisley, de zoon van zijn voormalige aartsvijand en regeringspartner dominee Ian Paisley. Je moest jezelf in je arm knijpen om je te herinneren dat McGuinness een man is van wie iedereen in Noord-Ierland, behalve wellicht hijzelf, gelooft dat hij IRA-lid is geweest. En ook, in de woorden van The Irish Times, ‘een meedogenloze commandant van een organisatie die verantwoordelijk is voor zo’n achttienhonderd moorden’.
Östalgie
Geen wonder dus dat de Oranjemannen zich gedesoriënteerd voelen. Velen hebben hun hoop op de Brexit gevestigd. Tijdens een phone-in op Radio Ulster deze week hoorde ik oudere luisteraars een soort Oost-Duitse östalgie tentoonspreiden, een onwaarschijnlijke nostalgie naar een afschuwelijk verleden. Eén beller eiste de terugkeer van de grensbewaking en verlangde naar de gelukzalige tijd dat Noord-Ierland vrij was van wapens, explosieven en drugs…
De Brexit kan ook leiden tot een onafhankelijk Schotland, de meest natuurlijke bondgenoot van de unionisten in het Verenigd Koninkrijk. Hierdoor zou Ulster een nóg geïsoleerder aanhangsel worden dan ooit, en ingekapseld aan de zuidgrens. Onder zulke omstandigheden kan een pleidooi tegen een verenigd Ierland een absurde indruk maken.
Bij de rivier trof ik visser Maurice McIlwaine, die hier veertig jaar geleden vanuit Belfast neerstreek en het destijds maar een dooie boel vond. Het is nu beter, meent hij: ‘Vroeger zat het hier vol gespuis. Tegenwoordig moet je een beetje verder zoeken om ze te vinden.’
Ondertussen, terwijl de treurige mannen van Drumcree hun wekelijkse protestbrief afleveren, begint het oranje te vervagen. Protestants Ulster heeft weerstand weten te bieden aan de kogel en de bom, maar wordt nu geconfronteerd met de onverbiddelijke kracht van de demografie. Met andere woorden: het zou wel eens niet ten onder kunnen gaan door geweld, maar door seks.
Auteur: Matthew Engel
Vertaler: Menno Grootveld
CONTEXT: Nieuwe lijn Sinn Féin
Michelle O’Neill, vorige maand benoemd tot opvolgster van Martin McGuinness, is de eerste leider van Sinn Féin ‘die niet de bagage van de IRA met zich meezeult’, benadrukt The Irish Times. In tegenstelling tot haar voorganger – ooit leider van de IRA – heeft O’Neill nooit banden met de paramilitaire organisatie gehad, hoewel ook haar familie heeft geleden onder de Troubles: haar vader, betrokken bij de republikeinse beweging voor burgerrechten, zat gevangen na zijn arrestatie door de Britse strijdkrachten, en haar neef, wel lid van de IRA, werd doodgeschoten door het Britse leger.
‘Ik zie het als de taak van mijn generatie om de wonden van het verleden te helen,’ zei O’Neill in Belfast Telegraph. De verkiezingen van 2 maart zien er voor Sinn Féin veelbelovend uit. ‘De partij heeft zich opnieuw uitgevonden met de harde lijn jegens de Democratic Union Party (DUP) van eerste minister Arlene Foster, wier partij te lijden heeft gehad onder de schandalen rond subsidies voor duurzame energie. Als de verkiezingen inderdaad zo ‘grandioos’ zullen verlopen als de krant voorspelt, zou Michelle O’Neill, veertig jaar oud, wel eens de nieuwe premier kunnen worden.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten, en een van de koplopers op het gebied van crowdsourcing in de journalistiek.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.