Tag: erfgoed

  • India viert terugkeer van de Piprahwa-edelstenen na 127 jaar

    India viert terugkeer van de Piprahwa-edelstenen na 127 jaar

    De edelstenen zouden geveild worden bij Sotheby’s in Hongkong

    India viert de historische terugkeer van de Piprahwa-edelstenen, een verzameling van 334 kostbare artefacten die na 127 jaar weer in het land van herkomst zijn. Dat meldt The Times of India. Premier Narendra Modi sprak op X van ‘een vreugdevolle dag voor ons culturele erfgoed’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De edelstenen maakten oorspronkelijk deel uit van een grafvondst die gelinkt zou zijn aan overblijfselen van Boeddha, in zijn vermoedelijke geboorteplaats Piprahwa. Ze werden in 1898 opgegraven door de Britse koloniale landhouder William Claxton Peppé. De relieken kwamen dit jaar opnieuw in het vizier toen ze werden aangeboden bij veilinghuis Sotheby’s in Hongkong.

    De Indiase regering wist de verkoop te voorkomen en werkte samen met het Indiase bedrijf Godrej Industries om de relieken terug te halen. Volgens het ministerie van Cultuur is dit de eerste keer dat een publiek-private samenwerking is ingezet om cultureel erfgoed te repatriëren.

    De edelstenen arriveerden woensdag op het vliegveld van Delhi en worden voorlopig tentoongesteld in het National Museum.

  • Verenigde couscousnaties

    Verenigde couscousnaties

    De Maghreblanden Algerije, Marokko en Tunesië kibbelen doorgaans over alles. Maar in een zeldzame opwelling van eensgezindheid willen ze nu couscous laten bijschrijven op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

    De verstandhouding tussen de landen van de Maghreb laat van oudsher te wensen over, met name het eeuwige, door de pers doorgaans breed uitgemeten gekibbel tussen Algerije en Marokko. Zou de erkenning van couscous als gezamenlijk erfgoed de broodnodige verbroedering teweeg kunnen brengen?

    Slimane Hachi, directeur van het Algerijnse Centre National de Recherches Préhistoriques, Anthropologiques et Historiques (CNRPAH), kondigde onlangs aan dat er een aanvraag is ingediend om het traditionele Noord-Afrikaanse gerecht te erkennen als werelderfgoed. Bijzonder is dat het een gemeenschappelijk initiatief betreft van de drie Maghreb-landen. Experts uit deze landen zullen dit voorjaar bijeenkomen.

    Dat klinkt onschuldig, maar in werkelijkheid ligt de zaak gevoelig. De drie landen eisen ieder voor zich de oorsprong op van het gerecht, dat bestaat uit harde tarwe met groenten, specerijen, vlees of vis, bereid met olijfolie (of boter). De verhoudingen tussen de Algerijnen en Marokkanen zijn al heel lang ernstig vertroebeld door het conflict rond de Westelijke Sahara, en dat werkt door op politiek, diplomatiek, militair en cultureel niveau.

    Couscous markeert is de grens die graan- en rijsteters scheidt

    Tunesië heeft zich altijd ‘positief neutraal’ opgesteld als het om de Westelijke Sahara gaat, en dat lijkt het nu ook te doen ten aanzien van couscous. Het laat liefhebbers van beide landen rustig op internet bakkeleien over wat er beter is aan hun eigen versie van de beroemde Noord-Afrikaanse specialiteit. Eén aspect is gelukkig onomstreden: couscous geeft de onzichtbare culinaire grens aan tussen de Maghreb, het westelijke deel van de Arabische wereld, en de Mashreq, de Arabische landen ten oosten van de Middellandse Zee minus de Golfstaten. Het is de grens die graan- en rijsteters scheidt.

    Slimane Hachi speelt op veilig door deze cultuur van het graan te benadrukken, die immers voor heel Noord-Afrika geldt. Voor Ouiza Gallèze, onderzoekster bij het CNRPAH, betekent een en ander ‘een erkenning van de sterke banden tussen mensen, en een wijze om deze te bevestigen, in die zin dat zij dezelfde tradities koesteren door middel van dezelfde culinaire uitingen. Zoals elke cultuuruiting, is couscous een middel om mensen nader tot elkaar te brengen.’


    Ouiza Gallèze zit niet verlegen om hyperbolen wanneer zij de lof zingt van de korrel van harde tarwe. In haar ogen is couscous ‘wijder verbreid dan aardolie, reikt het over landsgrenzen en geniet het internationale erkenning, aangezien het op alle vijf de continenten aanwezig is’. De eisen van de UNESCO, zo zet zij verder uiteen, ‘houden in dat gemeenschappen het gevoel moeten hebben dat het cultuurelement hun toebehoort’ – en couscous is ‘een onderdeel van de culturele identiteit, symboliseert een offer en grote gebeurtenissen – vreugdevolle of tragische – in het familie- en gemeenschapsleven markeert’.

    Of de betrokken staten hieruit ook economisch voordeel kunnen putten? Dat is volgens haar een kwestie van ‘politieke wil’. Daarnaast merkt zij op dat couscous in Algerije als toeristisch product aangeprezen kan worden.

    Heilig karakter

    Het andere dossier dat Algiers aan de experts van UNESCO wil voorleggen, betreft de raï, een erfgoed waarvoor ook de Marokkaanse buur zich sterk maakt omdat deze muziekstroming afkomstig zou zijn uit de Marokkaanse stad Oujda, net over de grens met Algerije. De onenigheid hierover komt nogal nutteloos over, aangezien het etiket ‘immaterieel erfgoed’ tegenwoordig van iedere betekenis is ontdaan. Oorspronkelijk was het in het leven geroepen om erfgoed dat dreigde te verdwijnen onder de aandacht te brengen, maar deze doelstelling is al snel weggevaagd door het enorme aantal aanvragen. China alleen al zou 200.000 projecten op het oog hebben – een veertigtal aanvragen is reeds ingediend.

    In bijzondere gevallen, zoals Palestina, hebben deze aanvragen enige waarde als cultureel verzet tegen een vreemde entiteit die zich specifieke eigendommen toe-eigent. In andere gevallen lijkt er sprake te zijn van politieke exploitatie. Neem de aanvraag (in november 2010, na een debat over het risico dat het keurmerk van de UNESCO voor commerciële doeleinden wordt misbruikt) voor ‘de kunst van de gastronomische Franse maaltijd’. Daarmee werd het startsein gegeven voor een groot aantal culinaire kandidaturen wereldwijd.

    Wat ons betreft heeft de roem van couscous geen label van de VN nodig. Wat er ook gebeurt, het heilige karakter ervan blijft onaangetast.

    Auteur: Amel Blidi
    Vertaler: Carl Stellweg

    Openingsbeeld: Het gezamenlijk eten van couscous markeert belangrijke gebeurtenissen. – © Getty Images

    El Watan
    Algerije | dagblad | oplage 160.000

    In 1990 is ‘Het Land’ opgericht door journalisten die van de officiële staatskrant afkomstig waren. Directeur Omar Belhouchet heeft in het buitenland verscheidene prijzen voor journalistiek en persvrijheid ontvangen. De weekendeditie verschijnt iedere vrijdag.

  • Moet Palmyra gerestaureerd worden, of niet?

    Moet Palmyra gerestaureerd worden, of niet?

    Omdat technologie het tegenwoordig mogelijk maakt om zelfs stof uit het verleden te reproduceren, kunnen alle door IS verwoeste gebouwen in Palmyra probleemloos worden hersteld. Maar moet je dat wel willen?

    Simon Jenkins.
    Simon Jenkins.

    JA

    De herovering van de Syrische woestijnstad Palmyra moet iedereen die de vroegere glorie van deze plek heeft gekend plezier doen. Maar nu het stof is neergedaald, arriveert er een nieuw leger: dat van de archeologen, met allerlei vragen, als: hoeveel moet er worden gerestaureerd, hoe en door wie? En van wie is Palmyra eigenlijk, van Syrië of van de hele wereld?

    Voor de verandering wordt er eens niet gedraald. De directeur van de Syrische Dienst voor Oudheden, Maamun Abdelkarim, bezoekt Palmyra deze week om het puin van de gevierde stad te bekijken en voor de herbouw ervan te pleiten. De grootste weldoener en bondgenoot van Syrië, Rusland, heeft de restauratie van Palmyra al vergeleken met die van Leningrad na de Tweede Wereldoorlog. In Italië heeft de vroegere minister van Cultuur Francesco Rutelli ambitieuze plannen om de gevallen tempels van Palmyra met behulp van digitale printtechnieken te reconstrueren.

    De fotografie is tenslotte ook niet ten onder gegaan aan een gebrek aan authenticiteit

    De Amerikaanse jurist-archeoloog Roger Michel gebruikt momenteel soortgelijke technologie met behulp van Harvard en Dubai. Hij beweert dat zijn printers niet alleen de textuur en de oppervlaktecontouren van de steen kunnen reproduceren, maar ook de fysieke structuur ervan. Zij kunnen zelfs het oorspronkelijke stof van een ruïne reconstrueren. Na de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog heeft de Raad van Europa een nieuwe ideologie ten aanzien van het cultureel erfgoed ontwikkeld. Dat moet worden gestabiliseerd en ‘bewaard blijven zoals het is aangetroffen’. Deze ‘modernistische’ aanpak lag ten grondslag aan het onvermogen van Groot-Brittannië om de steden die tijdens de Blitz werden verwoest te restaureren. Wat in het grootste deel van Europa als hersteld erfgoed werd beschouwd, ging in Engeland door voor betekenisloze nostalgie.

    Uiteraard gaat het over een ‘kopie’ en ontbeert het derhalve ‘authenticiteit’. Maar wat geeft dat? De fotografie is tenslotte ook niet ten onder gegaan aan een gebrek aan authenticiteit. Het Westen heeft het Midden-Oosten politieke en militaire rampen gebracht. De plicht om dat recht te zetten lijkt overweldigend. Zelfs nu nog verwoesten westerse (en Saoedi-Arabische) straaljagers de oude Arabische stad Sanaa in Jemen. Dit is een wereld die dateert van de vroegste tijdperken van de klassieke, christelijke en islamitische cultuur. Het is iedereens erfgoed. Misschien kunnen deze oorlogen de grootste historische revival sinds 1945 opleveren. Het obstakel is niet (een gebrek aan) wilskracht of middelen, maar het onvermogen van veel enthousiastelingen om adequaat samen te werken, of een stompzinnige academische afwijzing van een technologie die de wereld opnieuw kan laten genieten van de wonderen van het verleden.

    Auteur: Simon Jenkins

    Sir Simon Jenkins is een gerenommeerd journalist en commentator. Hij werkt (nu) voor The Guardian, 
de Evening Standard en de BBC, maar heeft bijdragen geleverd voor vrijwel elk Brits medium met enig aanzien. Tussen de bedrijven door schrijft hij lijvige politieke boeken.

    Jonathan Jones.
    Jonathan Jones.

    NEE

    Palmyra mag niet ‘herrijzen’, zoals de directeur van de Syrische Dienst voor Oudheden heeft beloofd. Palmyra mag niet veranderen in een replica van zijn vroegere glorie. Wat resteert van deze oude stad na de verwoesting ervan door IS – en dat is gelukkig méér dan vele mensen vreesden – moet op tactvolle, gevoelige en eerlijke wijze worden bewaard. De eerlijkheid moet beginnen bij de nieuwe roem van Palmyra. Voordat IS deze buitengewone Syrische plaats vorig jaar innam, was Palmyra een naam die vooral bekend was onder archeologen, historici en classici. Door het opblazen van een paar van de mooiste monumenten en het voltrekken van onmenselijke wreedheden tussen alle pracht en praal van Palmyra, heeft het terroristenleger de naam van de plek voorgoed in ieders geheugen gegrift.

    Als de Syrische tragedie ooit ten einde komt, als er ergens in de toekomst een vreedzaam Syrië zal bestaan, zullen de toeristen naar een stad toe stromen die nu wordt gezien als een soort Pompeii in de woestijn. En wat zullen ze daar aantreffen? Ruïnes, uiteraard. Palmyra lag al in puin voordat Is de stad bezette en ligt vandaag nog steeds in puin. Mycene, Machu Picchu, het Forum Romanum – ze zijn allemaal niet meer intact of ongeschonden. De sfeer en de poëzie ervan zijn gelegen in hun aantasting door tijd, natuur en geschiedenis. Hoe kunnen deze vreselijke verliezen worden goedgemaakt? 


    Het is altijd ontroerender om de echte dingen uit het verleden te zien – hoezeer ze ook beschadigd zijn – dan namaak

    Dat is de vraag die archeologen zich stellen, en dat lijkt ook 
de hele wereld te verwachten, maar het zou wel eens de verkeerde benadering kunnen zijn. Restauratie is een delicate kunst, en het op een verantwoorde manier behouden van oudheden kan betekenen dat de onontkoombaarheid van het verlies moet worden aanvaard, waar herbouw allerlei valstrikken met zich meebrengt. In Palmyra moet nu eerst de schade zorgvuldig worden vastgesteld. Als er genoeg stukken metselwerk en beeldhouwwerk bewaard zijn gebleven, en in voldoende herkenbare vorm, kan het mogelijk zijn delen van gebouwen of zelfs hele structuren opnieuw overeind te zetten.

    Aan de andere kant doen we de waarheid misschien meer recht als we die fragmenten in een speciaal geconstrueerd museum tentoonstellen. In ons tijdperk van digitale scanners, satellietfotografie en 3D-printers is het verleidelijk te bezwijken voor de zinsbegoocheling dat iedere ruïne gerestaureerd kan worden. Maar de harde les van drie eeuwen moderne archeologie is dat overrestauratie het verleden schade louter toebrengt. Het is altijd ontroerender om de echte dingen uit het verleden te zien – hoezeer ze ook beschadigd zijn – dan namaak. De verleiding om Palmyra te ‘repareren’ en het eruit te laten zien als aan het begin van 2015 is begrijpelijk. Maar zo is de geschiedenis niet. Ter wille van de waarheid, en als een waarschuwing richting de toekomst, moet de situatie nu grotendeels zo blijven als zij is.

    Auteur: Jonathan Jones

    Jonathan Jones is een Britse kunstcriticus. Sinds 1999 schrijft hij voor The Guardian. Hij trad op in de BBC-serie The Private Life of a Masterpiece en was juryvoorzitter van de Turner Prize. Hij staat bekend om zijn provocatieve stijl.

    The Guardian (2x)
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.