Estland voert een grootschalige onderwijshervorming door waarbij al het openbare onderwijs in het Ests moeten worden gegeven. De maatregel moet de integratie van de Russische minderheid bevorderen en de invloed van het buurland beperken, maar stuit op veel kritiek binnen de Russischtalige gemeenschap.
Toen in september 2024 in Estland het nieuwe schooljaar begon, hoorden sommige leerlingen ’s ochtends bij de begroeting plotseling een andere taal dan voor de zomervakantie. In plaats van zoals gebruikelijk met het Russische Zdravstvujte, werden de leerlingen van de eerste en vierde klas van de vijftig Russischtalige scholen in het Ests verwelkomd met de woorden Tere tulemast, die in grote letters op het schoolbord stonden geschreven.
Estland, dat in het oosten aan Rusland en in het zuiden aan Letland grenst, staat momenteel voor een van de grootste onderwijshervormingen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, toen het land onafhankelijk werd. Het hele openbare onderwijs moet overschakelen op het Ests, terwijl tot nu toe op ruim 10 procent van de scholen het onderwijs bijna volledig in het Russisch werd gegeven. Het vorig jaar begonnen proces moet in 2030 zijn voltooid.
Doel van de hervorming is het deel van de bevolking dat Russisch als moedertaal heeft beter te integreren.
Kolonisatie van binnenuit
In Mr. Nobody Against Putin volgt de camera geen dissident met megafoon, maar een ‘niemand’: Pavel ‘Pasha’ Talankin, videograaf op een school in Karabash, een industriestad in de Oeral. Nadat Rusland Oekraïne binnenvalt, moet hij in opdracht van de staat steeds meer ‘patriottische’ activiteiten vastleggen: ceremonieën, lessen die de oorlog legitimeren, en een langzaam normaliserende militarisering van het klaslokaal. Talankin filmt braaf mee — en begint tegelijk heimelijk te archiveren wat er werkelijk gebeurt: hoe onderwijs in propaganda kan kantelen, hoe kinderen leren wat loyaal gedrag is, en hoe volwassen cynisme en jeugdige overgave naast elkaar bestaan, aldus The New Yorker.
De film (mede geregisseerd door David Borenstein) werd in januari 2025 op Sundance vertoond en won daar een Special Jury Award. In januari 2026 kreeg hij brede internationale aandacht door een Oscarnominatie voor Beste Documentaire, terwijl distributeur Kino Lorber de Noord-Amerikaanse rechten verwierf.
The Guardian sprak van ‘een zeldzaam en fascinerend verslag van hoe Poetins imperialistische dogma doordringt in het provinciale Russische leven’. Volgens Slant Magazine legt de documentaire ‘scherp bloot (…) welke tol propaganda eist van gewone individuen en gemeenschappen’.
Ongeveer 25 procent van de krap 1,4 miljoen inwoners van Estland behoort tot de Russische minderheid, een erfenis uit de Sovjettijd. Met degenen die Russisch spreken omdat ze Oekraïense of Wit-Russische wortels hebben erbij geteld kom je op 30 procent. Het Ests beheersen ze niet of nauwelijks.
Terwijl er mensen zijn die vinden dat om de maatschappelijke kloof in het land te dichten de taalhervorming al veel eerder had moeten plaatsvinden, hebben anderen kritiek. Volgens hen wordt de hervorming geforceerd doorgevoerd en wordt er geen rekening gehouden met de Russischsprekende bevolking. Want de vermeende integratiemaatregel is natuurlijk ook een poging zich af te zetten tegen de Russische buurman: veel Russischsprekenden krijgen hun informatie nog steeds via media die Kremlinpropaganda verspreiden. De taalhervorming op de scholen is een strijd tegen de Russische invloed in het land.
Politiek speerpunt
Kristina Kallas (48), zelf van Ests-Russische afkomst, is ruim een jaar minister van Onderwijs. Ze heeft de integratie en rechten van minderheden tot haar politieke speerpunt gemaakt, en nu is het haar taak Estland te ontdoen van de Sovjeterfenis in het onderwijs. Daarvoor reist ze kriskras door het land, bezoekt scholen en geeft tussendoor Zoom-interviews vanaf de achterbank van haar dienstauto.
‘De Russische scholen dateren uit de jaren vijftig, toen de Sovjet-Unie de huidige Baltische staten bezet hield,’ vertelt Kallas tijdens een van die ritten. Uit de hele Sovjet-Unie bracht Rusland immigranten als arbeidskrachten naar het kleine land. Voor hen werden aparte scholen naar Russisch voorbeeld opgezet. ‘Toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel, hadden we opeens honderd scholen die niet bij ons hoorden,’ zegt ze. Daarom zijn ze door de regering in het Estse systeem opgenomen. Wat buiten schot bleef, waren de taal waarin het onderwijs werd gegeven en de leerkrachten: ‘Opeens moesten Sovjetleraren Estse geschiedenis gaan geven, en dat werkte gewoon niet.’
Er zijn steeds pogingen gedaan om deze scholen naar het Ests te laten overgaan. Bijvoorbeeld toen de regering in 2011 besloot vanaf de tiende klas minimaal 60 procent van de lessen in het Ests te geven. ‘Rusland probeerde er destijds een schandaal van te maken door dat als assimilatie en apartheid te bestempelen,’ zegt Kallas. Daarom heeft de politiek het besluit teruggedraaid. Maar na de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 is de situatie fundamenteel veranderd. ‘Rusland heeft het recht verspeeld om namens de Russische gemeenschappen te spreken,’ aldus Kallas.
Zeker sinds 2022 neemt een steeds groter deel van de Russen in Estland afstand van Poetin. Uit een enquête van de Friedrich-Ebert-Stiftung in mei 2023 bleek dat twee derde van de Russischsprekende respondenten in het land ontevreden is over Poetins beleid, ook al staat deze groep duidelijk ambivalenter tegenover de oorlog dan de autochtone Estse bevolking. Kallas ziet een kans om de hervorming eindelijk te realiseren. ‘Voor ons was het nu of nooit.’
Naar taal verdeeld
Estland is zowel geografisch als sociaaleconomisch sterk naar taal verdeeld. De Russische minderheid woont voornamelijk vlak bij de Russische grens in het noordoosten en in de hoofdstad Tallinn. In Lasnamäe, de dichtstbevolkte wijk van Tallinn die in de jaren zeventig werd aangelegd als prefabwoonwijk voor immigranten, is nog altijd meer dan de helft van de bewoners Russisch. In de grensstad Narva, de vierde stad van het land, is dat zelfs bijna 90 procent.
Veel Russischsprekenden missen carrière- en doorgroeikansen omdat ze onvoldoende kennis van het Ests hebben. Om aan een universiteit te studeren, is een goede kennis van de landstaal vereist. Ook in veel beroepen is dat een basisvoorwaarde. En terwijl steeds meer Esten ook Engels en andere vreemde talen leren, is 40 procent van de Russen in Estland aangewezen op zijn moedertaal. Dat heeft ook consequenties op sociaaleconomisch terrein. Estse inwoners van Russische afkomst zijn vaker werkloos, hebben gemiddeld een lager inkomen en beoordelen hun eigen gezondheid over het algemeen als slechter. Ook op cultureel gebied zijn Russen in Estland op basis van hun aandeel in de bevolking veelal ondervertegenwoordigd.
Midden in de hippe wijk Kalamaja in Tallinn, waar kleurige houten huizen keurig naast elkaar staan, bevindt zich bar Heldeke. Het is een van de belangrijkste locaties van het jaarlijks georganiseerde theater- en performancefestival Tallinn Fringe, dat overal in de stad kleinkunstvoorstellingen geeft, variërend van straattheater, concerten en stand-upcomedy tot cabaret en burleske.
Afgelopen jaar was er onder andere een twee weken durend minicomedyfestival, georganiseerd door Jana Levitina. Levitina is afkomstig uit de Russische minderheid in het oosten van het land en heeft ook Joodse en Oekraïense roots. De helft van het programma was in het Engels, de andere helft in het Russisch. In het laatste deel traden vooral komieken op die Rusland, Wit-Rusland of Oekraïne vanwege de oorlog of om politieke redenen hebben moeten verlaten. ‘We hebben daarmee een nieuw publiek aangeboord, maar de respons was helaas niet om over naar huis te schrijven,’ vertelt Levitina.
Geïsoleerd
‘Het probleem is dat de Russischsprekende scene heel geïsoleerd is en daardoor nogal wordt beïnvloed door Russische expats en komieken.’ Levitina, wier moedertaal Russisch is, treedt daarom bijna uitsluitend in het Engels op. Maar ze vindt het wel belangrijk om het Russischsprekende publiek bij culturele evenementen te betrekken. Daar is geld voor nodig, en dat wordt nu ook voor Rusland-kritische projecten steeds schaarser.
In het kader van de 5 procent-doelstelling van de NAVO is Estland van plan tot 2029 meer dan 10 miljard euro aan defensie uit te geven. Daardoor moet het ook op onderwijs bezuinigen. Uitgerekend bij de taalhervorming kan volgens het ministerie van Onderwijs gemakkelijk geld worden bespaard. Voor de zekerheid had het eerder een wat hoger budget vastgesteld, maar dat zou met 18 miljoen euro kunnen worden gekort zonder dat het tot ingrijpende tekorten in de uitvoering zou hoeven leiden. Hoe dat precies werkt, blijft in de toelichting van het ministerie echter vaag.
Naast het Ests ook het Russisch tot officiële taal maken, is in de Estse politiek nooit een optie geweest. De gedwongen overstap naar uitsluitend Ests creëert echter ook potentieel voor binnenlandse politieke conflicten. De Estse Centrumpartij is al decennia een vergaarbak voor een groot deel van de Russische kiezers. In 2004 sloot de partij zelfs een samenwerkingsovereenkomst met Verenigd Rusland, de Russische regeringspartij, een overeenkomst die pas in 2022, na de Russische inval in Oekraïne, werd beëindigd.
Harde anti-Russische koers
De huidige EU-buitenlandvertegenwoordiger Kaja Kallas was toen premier. Al vóór de Russische invasie in Oekraïne koos zij voor een harde anti-Russische koers. Haar vastberaden steun aan Kyiv leverde haar destijds politiek veel waardering op. Zij was ook degene die de huidige onderwijshervorming op gang bracht. Toen haar toenmalige coalitiepartner, de Centrumpartij, weigerde op alle kleuterscholen onderwijs in het Ests verplicht te stellen, stuurde ze al hun ministers naar huis en zocht ze nieuwe partners.
Ondanks het polariserende potentieel is de algemene houding ten opzichte van de taalwisseling op scholen al met al positief. Uit een overheidsenquête vóór het begin van de hervorming bleek dat 96 procent van alle autochtone Esten en maar liefst 70 procent van de inwoners van Russische afkomst de maatregelen steunden. Niettemin biedt de hervorming het Kremlin tal van aanknopingspunten voor zijn propaganda.
Een van de mensen die de Russische propaganda het hoofd wil bieden, is Ilja Dotšar (36). Hij werkt in Tallinn als redacteur voor de Russischtalige tak van de Estse publieke omroep ERR, waar hij verantwoordelijk is voor de internationale radionieuwsdienst. In het centrum van Tallinn werkt hij in een historisch gebouw uit de jaren veertig met een bruine stenen gevel en opvallend stucwerk in het trappenhuis. In het gebouw bevinden zich lichte, van moderne techniek voorziene redactieruimtes.
Naast het onlineaanbod heeft Estland drie staatstelevisiezenders en vijf radiokanalen, waarvan er steeds één in het Russisch uitzendt. ‘We hebben het grootste Russische mediasegment van de hele EU,’ zegt Dotšar. Het Russische programma onderscheidt zich volgens hem vooral qua toon en focus: ‘We brengen bijvoorbeeld veel nieuws uit regio’s waar de mensen overwegend Russisch spreken.’ Daarnaast hebben ze tweetalige formats, bijvoorbeeld het nieuwsprogramma Aktuaalne kaamera, een naam die is afgeleid van Aktuelle Kamera, de staatsnieuwsuitzending in de voormalige DDR; ook zo’n relict uit de Sovjettijd. Maar aan het Russisch-talige programma van de publieke omroep wordt momenteel niet getornd. ‘We moeten de mensen in het land op de hoogte houden,’ bepleit ook Dotšar. Want behalve Russen wonen er in Estland ook veel Oekraïners, onder wie een groot aantal vluchtelingen die inmiddels meer dan 5 procent van de bevolking uitmaken.

In Estland is een breed Russischtalig media-aanbod daarom voor de integratie geen nice-to-have, maar een must-have. Toen Rusland Oekraïne was binnengevallen, werd in Estland de toegang tot Russische tv-zenders geblokkeerd. ‘Maar je hebt altijd nog Telegram, Facebook en satelliettelevisie,’ zegt Dotšar. Op sommige plekken heeft dat inmiddels tot een echte strijd om de informatiehegemonie geleid.
Een van die plekken is Narva. Op 9 mei, Bevrijdingsdag, de dag dat Rusland het einde van de Tweede Wereldoorlog herdenkt, liet Rusland vanuit de aangrenzende stad Ivanogorod keiharde propagandamuziek over het grensgebied schallen en moedigde het de mensen aan mee te zingen. De Estse regering gaat er regelmatig tegenin met eigen concerten, zoals afgelopen zomer met Songfestivalstar Tommy Cash, die behalve Estse ook Russisch-Oekraïense roots heeft. Maar deze wederzijdse provocaties vallen in het niet vergeleken met wat militaire experts het ‘Narva-scenario’ noemen: een mogelijke Russische aanval vanuit de grensstad op Estland, of zelfs op alle Baltische staten.
Weliswaar houdt op dit moment niemand daar openlijk rekening mee, maar het recente binnendringen van Rusland in het NAVO-luchtruim heeft de angst voor een verdere escalatie vergroot. Eerst waren het de Russische drones die begin september boven Polen werden neergeschoten. September dit jaar vlogen drie Russische gevechtsvliegtuigen twaalf minuten lang door het Estse luchtruim, volgens EU-buitenlandvertegenwoordiger Kallas een ‘ernstige provocatie’. De Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Michael Waltz, wees er nadrukkelijk op dat de VS samen met hun bondgenoten ‘elke centimeter van het NAVO-grondgebied’ zullen verdedigen. In dat kader versterkt het bondgenootschap zijn oostflank en wil Duitsland de bestaande missie ter bewaking van het Poolse luchtruim verder uitbreiden.
Geen paniek
Voor Dotšar is het wapengekletter van Moskou vooralsnog geen reden tot paniek. ‘Dat is niets nieuws. Rusland was in het verleden al veel agressiever,’ zegt hij. Volgens gegevens van de Estse luchtmacht hebben er sinds 2014 meer dan veertig Russische schendingen van het Estse luchtruim plaatsgevonden. Maar helemaal koud laat de situatie hem ook weer niet: ‘De spanning stijgt.’
Dotšar groeide op in een Ests-Russisch gezin en ging naar een Russischtalige school. ‘De lessen Ests waren destijds vreselijk en ik had helemaal geen zin om de taal te leren,’ herinnert hij zich. Pas vijf jaar na zijn afstuderen probeerde hij het opnieuw. ‘Ik woon in Estland en ben Ests staatsburger – het zou toch vreemd zijn als ik geen Ests sprak,’ zegt hij. Ondanks deze late start had hij sociaal en op de arbeidsmarkt geen problemen, maar veel van zijn vrienden wel.
Zijn mening over de schoolhervorming is dubbel. Het principe vindt hij juist, maar met de uitvoering heeft hij moeite.
‘Ik heb op de partij van Kristina Kallas gestemd, maar ben erg teleurgesteld’ zegt hij. Voor haar benoeming streefde ze naar een inclusief schoolmodel dat Estse en Russische kinderen bij elkaar moest brengen. ‘Toen ze minister werd, heeft ze dat gewoon overboord gegooid.’ Bovendien presteerden leerlingen in de eerste klassen die op het Ests waren overgestapt relatief heel slecht.’
Hervorming
Dit jaar slaagde in Tallinn 70 procent van de vierdeklassers met een andere moedertaal dan het Ests niet voor de taaltest Ests of voor toetsen in andere vakken. Bovendien worden er voortdurend leerkrachten ontslagen. Kallas gaat ervan uit dat in het kader van de hervorming een op de zeven leraren moet worden vervangen; dat zouden in totaal 2500 leraren zijn. Sinds dit schooljaar moeten ze, om les te mogen blijven geven, het Ests namelijk minimaal beheersen op niveau B2, waarvoor je de taal bijna vloeiend moet kunnen spreken en schrijven. In de praktijk is vaak zelfs een nog hoger niveau vereist.
Veel leerkrachten aan de scholen waarop de hervorming betrekking heeft, hebben deze kwalificatie niet behaald. Omdat zij geen ambtenaar zijn, zijn hun contracten niet verlengd. Sommigen zaten toch al vlak voor hun pensioen, anderen moeten nu van beroep veranderen. Vaak worden ze vervangen door minder ervaren mensen of zij-instromers.
Irene Käosaar is pedagoog en in Narva rector van drie scholen. Als kind van Ests-Russische ouders is ze tweetalig opgegroeid. Ze staat nog steeds positief tegenover de hervorming. ‘In het begin dacht ik dat het moeilijker zou zijn, maar in Narva en Tallinn konden we genoeg basisschoolleraren vinden,’ zegt ze. Belangrijk is vooral het vertrouwen van de ouders dat ze hier ervaart. ‘Natuurlijk hebben ze veel vragen en maken ze zich zorgen, maar tot nu toe loopt alles goed.’
Letland als voorbeeld
Estland staat met zijn taalhervorming niet alleen. Ook in het iets grotere Letland, met zijn 1,85 miljoen inwoners, waar ruim 23 procent van de bevolking Russisch is, bestonden als overblijfsel uit de Sovjettijd lange tijd Russischtalige scholen.
In 2004 besloot de regering in Riga deze scholen tweetalig te maken en het onderwijs voor 60 procent in het Lets en voor 40 procent in het Russisch te geven. Ondanks verzet van de Russische minderheid werd de hervorming grotendeels doorgezet. In 2018 ging Letland zelfs nog een stap verder en liet het Russisch als onderwijstaal op particuliere universiteiten verbieden. Bovendien werd het percentage Letstalig onderwijs op minderheidsscholen verhoogd. Sinds september 2025 is het onderwijssysteem volledig op het Lets overgegaan.
Anders dan Estland heeft Letland nog twee andere officiële talen: het Lijfs en het Letgaals. Terwijl het Lijfs tot de Oeraalse talen behoort en bijna is verdwenen, is het Letgaals nauw verwant aan het huidige Lets en wordt het gedeeltelijk als een ouder dialect beschouwd. In 2016 stemde de Letse bevolking in een referendum tegen het aanwijzen van Russisch als vierde officiële taal.
Om leerkrachten naar de regio te halen zijn de salarissen hier aanzienlijk verhoogd. ‘Ze verdienen nu gemiddeld ongeveer de helft meer,’ zegt Käosaar. Tot nu toe werkt deze prikkel goed. Maar de grootste uitdaging moet nog komen: vanaf volgend jaar zijn er vooral in het middelbaar onderwijs meer leraren met de vereiste talenkennis nodig. Toch vindt de rector het belangrijk dat de hervorming snel wordt doorgevoerd: ‘Het gaat snel, het vergt inspanning en we hebben geld en andere hulpmiddelen nodig, maar we moeten er nu tegenaan.’
Van de slechte resultaten in Tallinn is Käosaar niet onder de indruk. ‘Vroeger hadden we die toetsen niet, dus kunnen we ze ook nergens mee vergelijken.’ Betrouwbare analyses zullen pas na verloop van tijd beschikbaar komen. Toch heeft ook zij wel reserves bij het nieuwe systeem. ‘De hervorming draait alleen om de taal, en niet om hoe we kinderen beter kunnen integreren,’ constateert ze. Er is daarom niet in de laatste plaats sprake van politieke afwegingen. Afwegingen die er ook op gericht zijn de Russische taal en cultuur in het land terug te dringen: ‘Thuis blijven ze natuurlijk Russisch spreken, maar mogelijk gaat een deel van hun culturele identiteit toch verloren.’
Stemrecht
Want ook al beweert het ministerie van Onderwijs dat mensen hun taal niet wordt afgenomen en dat ze er juist een taal bij krijgen, niet iedereen is door dit argument overtuigd. Vooral niet nu de regering in maart heeft besloten niet-EU-burgers het stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen te ontnemen. Het zwaarst hierdoor getroffen zijn de ongeveer 83.000 mensen met een Russisch paspoort die niet ook staatsburger van Estland zijn.
Dat Moskou de taalhervorming zou kunnen aangrijpen om Estland nog meer tot doelwit van een hybride oorlogsvoering te maken, gelooft de regering – officieel althans – niet. ‘Rusland is te druk met Oekraïne om ook nog ruimte te hebben om iets in Estland te ondernemen,’ meent Kristina Kallas. Maar de recente dreigingen vanuit het Kremlin spreken in elk geval symbolisch een iets andere taal.
Een zekere basisstress is in Estland inmiddels een permanent gegeven. Iedereen weet maar al te goed dat Estland een van de kwetsbaarste punten van de EU en de NAVO is. In het Narva-scenario duurt het maximaal zestig uur voordat Russische troepen Tallinn en Riga bereiken. Misschien moeten we het demonstratieve optimisme waarmee de regering de onderwijshervorming aanpakt zien als een analogie van de basisstress waarmee ze naar de Russische dreiging kijkt: alles komt goed, het zal wel moeten.


















