Tag: Estland

  • Geen Russische scholen meer in Estland. ‘Het was nu of nooit’

    Geen Russische scholen meer in Estland. ‘Het was nu of nooit’

    Estland voert een grootschalige onderwijshervorming door waarbij al het openbare onderwijs in het Ests moeten worden gegeven. De maatregel moet de integratie van de Russische minderheid bevorderen en de invloed van het buurland beperken, maar stuit op veel kritiek binnen de Russischtalige gemeenschap.

    Toen in september 2024 in Estland het nieuwe schooljaar begon, hoorden sommige leerlingen ’s ochtends bij de begroeting plotseling een andere taal dan voor de zomervakantie. In plaats van zoals gebruikelijk met het Russische Zdravstvujte, werden de leerlingen van de eerste en vierde klas van de vijftig Russischtalige scholen in het Ests verwelkomd met de woorden Tere tulemast, die in grote letters op het schoolbord stonden geschreven.

    Estland, dat in het oosten aan Rusland en in het zuiden aan Letland grenst, staat momenteel voor een van de grootste onderwijshervormingen na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, toen het land onafhankelijk werd. Het hele openbare onderwijs moet overschakelen op het Ests, terwijl tot nu toe op ruim 10 procent van de scholen het onderwijs bijna volledig in het Russisch werd gegeven. Het vorig jaar begonnen proces moet in 2030 zijn voltooid.

    Doel van de hervorming is het deel van de bevolking dat Russisch als moedertaal heeft beter te integreren.

    Kolonisatie van binnenuit

    In Mr. Nobody Against Putin volgt de camera geen dissident met megafoon, maar een ‘niemand’: Pavel ‘Pasha’ Talankin, videograaf op een school in Karabash, een industriestad in de Oeral. Nadat Rusland Oekraïne binnenvalt, moet hij in opdracht van de staat steeds meer ‘patriottische’ activiteiten vastleggen: ceremonieën, lessen die de oorlog legitimeren, en een langzaam normaliserende militarisering van het klaslokaal. Talankin filmt braaf mee — en begint tegelijk heimelijk te archiveren wat er werkelijk gebeurt: hoe onderwijs in propaganda kan kantelen, hoe kinderen leren wat loyaal gedrag is, en hoe volwassen cynisme en jeugdige overgave naast elkaar bestaan, aldus The New Yorker.
    De film (mede geregisseerd door David Borenstein) werd in januari 2025 op Sundance vertoond en won daar een Special Jury Award. In januari 2026 kreeg hij brede internationale aandacht door een Oscarnominatie voor Beste Documentaire, terwijl distributeur Kino Lorber de Noord-Amerikaanse rechten verwierf.
    The Guardian sprak van ‘een zeldzaam en fascinerend verslag van hoe Poetins imperialistische dogma doordringt in het provinciale Russische leven’. Volgens Slant Magazine legt de documentaire ‘scherp bloot (…) welke tol propaganda eist van gewone individuen en gemeenschappen’.

    Ongeveer 25 procent van de krap 1,4 miljoen inwoners van Estland behoort tot de Russische minderheid, een erfenis uit de Sovjettijd. Met degenen die Russisch spreken omdat ze Oekraïense of Wit-Russische wortels hebben erbij geteld kom je op 30 procent. Het Ests beheersen ze niet of nauwelijks.

    Terwijl er mensen zijn die vinden dat om de maatschappelijke kloof in het land te dichten de taalhervorming al veel eerder had moeten plaatsvinden, hebben anderen kritiek. Volgens hen wordt de hervorming geforceerd doorgevoerd en wordt er geen rekening gehouden met de Russischsprekende bevolking. Want de vermeende integratiemaatregel is natuurlijk ook een poging zich af te zetten tegen de Russische buurman: veel Russischsprekenden krijgen hun informatie nog steeds via media die Kremlinpropaganda verspreiden. De taalhervorming op de scholen is een strijd tegen de Russische invloed in het land.

    Politiek speerpunt

    Kristina Kallas (48), zelf van Ests-Russische afkomst, is ruim een jaar minister van Onderwijs. Ze heeft de integratie en rechten van minderheden tot haar politieke speerpunt gemaakt, en nu is het haar taak Estland te ontdoen van de Sovjeterfenis in het onderwijs. Daarvoor reist ze kriskras door het land, bezoekt scholen en geeft tussendoor Zoom-interviews vanaf de achterbank van haar dienstauto.

    ‘De Russische scholen dateren uit de jaren vijftig, toen de Sovjet-Unie de huidige Baltische staten bezet hield,’ vertelt Kallas tijdens een van die ritten. Uit de hele Sovjet-Unie bracht Rusland immigranten als arbeidskrachten naar het kleine land. Voor hen werden aparte scholen naar Russisch voorbeeld opgezet. ‘Toen de Sovjet-Unie in 1991 uiteenviel, hadden we opeens honderd scholen die niet bij ons hoorden,’ zegt ze. Daarom zijn ze door de regering in het Estse systeem opgenomen. Wat buiten schot bleef, waren de taal waarin het onderwijs werd gegeven en de leerkrachten: ‘Opeens moesten Sovjetleraren Estse geschiedenis gaan geven, en dat werkte gewoon niet.’

    Er zijn steeds pogingen gedaan om deze scholen naar het Ests te laten overgaan. Bijvoorbeeld toen de regering in 2011 besloot vanaf de tiende klas minimaal 60 procent van de lessen in het Ests te geven. ‘Rusland probeerde er destijds een schandaal van te maken door dat als assimilatie en apartheid te bestempelen,’ zegt Kallas. Daarom heeft de politiek het besluit teruggedraaid. Maar na de Russische inval in Oekraïne in februari 2022 is de situatie fundamenteel veranderd. ‘Rusland heeft het recht verspeeld om namens de Russische gemeenschappen te spreken,’ aldus Kallas.

    Zeker sinds 2022 neemt een steeds groter deel van de Russen in Estland afstand van Poetin. Uit een enquête van de Friedrich-Ebert-Stiftung in mei 2023 bleek dat twee derde van de Russischsprekende respondenten in het land ontevreden is over Poetins beleid, ook al staat deze groep duidelijk ambivalenter tegenover de oorlog dan de autochtone Estse bevolking. Kallas ziet een kans om de hervorming eindelijk te realiseren. ‘Voor ons was het nu of nooit.’

    Naar taal verdeeld

    Estland is zowel geografisch als sociaaleconomisch sterk naar taal verdeeld. De Russische minderheid woont voornamelijk vlak bij de Russische grens in het noordoosten en in de hoofdstad Tallinn. In Lasnamäe, de dichtstbevolkte wijk van Tallinn die in de jaren zeventig werd aangelegd als prefabwoonwijk voor immigranten, is nog altijd meer dan de helft van de bewoners Russisch. In de grensstad Narva, de vierde stad van het land, is dat zelfs bijna 90 procent.

    Veel Russischsprekenden missen carrière- en doorgroeikansen omdat ze onvoldoende kennis van het Ests hebben. Om aan een universiteit te studeren, is een goede kennis van de landstaal vereist. Ook in veel beroepen is dat een basisvoorwaarde. En terwijl steeds meer Esten ook Engels en andere vreemde talen leren, is 40 procent van de Russen in Estland aangewezen op zijn moedertaal. Dat heeft ook consequenties op sociaaleconomisch terrein. Estse inwoners van Russische afkomst zijn vaker werkloos, hebben gemiddeld een lager inkomen en beoordelen hun eigen gezondheid over het algemeen als slechter. Ook op cultureel gebied zijn Russen in Estland op basis van hun aandeel in de bevolking veelal ondervertegenwoordigd.

    Midden in de hippe wijk Kalamaja in Tallinn, waar kleurige houten huizen keurig naast elkaar staan, bevindt zich bar Heldeke. Het is een van de belangrijkste locaties van het jaarlijks georganiseerde theater- en performancefestival Tallinn Fringe, dat overal in de stad kleinkunstvoorstellingen geeft, variërend van straattheater, concerten en stand-upcomedy tot cabaret en burleske.

    Afgelopen jaar was er onder andere een twee weken durend minicomedyfestival, georganiseerd door Jana Levitina. Levitina is afkomstig uit de Russische minderheid in het oosten van het land en heeft ook Joodse en Oekraïense roots. De helft van het programma was in het Engels, de andere helft in het Russisch. In het laatste deel traden vooral komieken op die Rusland, Wit-Rusland of Oekraïne vanwege de oorlog of om politieke redenen hebben moeten verlaten. ‘We hebben daarmee een nieuw publiek aangeboord, maar de respons was helaas niet om over naar huis te schrijven,’ vertelt Levitina.

    Geïsoleerd

    ‘Het probleem is dat de Russischsprekende scene heel geïsoleerd is en daardoor nogal wordt beïnvloed door Russische expats en komieken.’ Levitina, wier moedertaal Russisch is, treedt daarom bijna uitsluitend in het Engels op. Maar ze vindt het wel belangrijk om het Russischsprekende publiek bij culturele evenementen te betrekken. Daar is geld voor nodig, en dat wordt nu ook voor Rusland-kritische projecten steeds schaarser.

    In het kader van de 5 procent-doelstelling van de NAVO is Estland van plan tot 2029 meer dan 10 miljard euro aan defensie uit te geven. Daardoor moet het ook op onderwijs bezuinigen. Uitgerekend bij de taalhervorming kan volgens het ministerie van Onderwijs gemakkelijk geld worden bespaard. Voor de zekerheid had het eerder een wat hoger budget vastgesteld, maar dat zou met 18 miljoen euro kunnen worden gekort zonder dat het tot ingrijpende tekorten in de uitvoering zou hoeven leiden. Hoe dat precies werkt, blijft in de toelichting van het ministerie echter vaag.

    Naast het Ests ook het Russisch tot officiële taal maken, is in de Estse politiek nooit een optie geweest. De gedwongen overstap naar uitsluitend Ests creëert echter ook potentieel voor binnenlandse politieke conflicten. De Estse Centrumpartij is al decennia een vergaarbak voor een groot deel van de Russische kiezers. In 2004 sloot de partij zelfs een samenwerkingsovereenkomst met Verenigd Rusland, de Russische regeringspartij, een overeenkomst die pas in 2022, na de Russische inval in Oekraïne, werd beëindigd.

    Harde anti-Russische koers

    De huidige EU-buitenlandvertegenwoordiger Kaja Kallas was toen premier. Al vóór de Russische invasie in Oekraïne koos zij voor een harde anti-Russische koers. Haar vastberaden steun aan Kyiv leverde haar destijds politiek veel waardering op. Zij was ook degene die de huidige onderwijshervorming op gang bracht. Toen haar toenmalige coalitiepartner, de Centrumpartij, weigerde op alle kleuterscholen onderwijs in het Ests verplicht te stellen, stuurde ze al hun ministers naar huis en zocht ze nieuwe partners.

    Ondanks het polariserende potentieel is de algemene houding ten opzichte van de taalwisseling op scholen al met al positief. Uit een overheidsenquête vóór het begin van de hervorming bleek dat 96 procent van alle autochtone Esten en maar liefst 70 procent van de inwoners van Russische afkomst de maatregelen steunden. Niettemin biedt de hervorming het Kremlin tal van aanknopingspunten voor zijn propaganda.

    Een van de mensen die de Russische propaganda het hoofd wil bieden, is Ilja Dotšar (36). Hij werkt in Tallinn als redacteur voor de Russischtalige tak van de Estse publieke omroep ERR, waar hij verantwoordelijk is voor de internationale radionieuwsdienst. In het centrum van Tallinn werkt hij in een historisch gebouw uit de jaren veertig met een bruine stenen gevel en opvallend stucwerk in het trappenhuis. In het gebouw bevinden zich lichte, van moderne techniek voorziene redactieruimtes.

    Naast het onlineaanbod heeft Estland drie staatstelevisiezenders en vijf radiokanalen, waarvan er steeds één in het Russisch uitzendt. ‘We hebben het grootste Russische mediasegment van de hele EU,’ zegt Dotšar. Het Russische programma onderscheidt zich volgens hem vooral qua toon en focus: ‘We brengen bijvoorbeeld veel nieuws uit regio’s waar de mensen overwegend Russisch spreken.’ Daarnaast hebben ze tweetalige formats, bijvoorbeeld het nieuwsprogramma Aktuaalne kaamera, een naam die is afgeleid van Aktuelle Kamera, de staatsnieuwsuitzending in de voormalige DDR; ook zo’n relict uit de Sovjettijd. Maar aan het Russisch-talige programma van de publieke omroep wordt momenteel niet getornd. ‘We moeten de mensen in het land op de hoogte houden,’ bepleit ook Dotšar. Want behalve Russen wonen er in Estland ook veel Oekraïners, onder wie een groot aantal vluchtelingen die inmiddels meer dan 5 procent van de bevolking uitmaken.

    EU Russisch compressed
    Studenten in de lobby van het Narva College. Narva kent een sterke Russische minderheid. – © ANP

    In Estland is een breed Russischtalig media-aanbod daarom voor de integratie geen nice-to-have, maar een must-have. Toen Rusland Oekraïne was binnengevallen, werd in Estland de toegang tot Russische tv-zenders geblokkeerd. ‘Maar je hebt altijd nog Telegram, Facebook en satelliettelevisie,’ zegt Dotšar. Op sommige plekken heeft dat inmiddels tot een echte strijd om de informatiehegemonie geleid.
    Een van die plekken is Narva. Op 9 mei, Bevrijdingsdag, de dag dat Rusland het einde van de Tweede Wereldoorlog herdenkt, liet Rusland vanuit de aangrenzende stad Ivanogorod keiharde propagandamuziek over het grensgebied schallen en moedigde het de mensen aan mee te zingen. De Estse regering gaat er regelmatig tegenin met eigen concerten, zoals afgelopen zomer met Songfestivalstar Tommy Cash, die behalve Estse ook Russisch-Oekraïense roots heeft. Maar deze wederzijdse provocaties vallen in het niet vergeleken met wat militaire experts het ‘Narva-scenario’ noemen: een mogelijke Russische aanval vanuit de grensstad op Estland, of zelfs op alle Baltische staten.

    Weliswaar houdt op dit moment niemand daar openlijk rekening mee, maar het recente binnendringen van Rusland in het NAVO-luchtruim heeft de angst voor een verdere escalatie vergroot. Eerst waren het de Russische drones die begin september boven Polen werden neergeschoten. September dit jaar vlogen drie Russische gevechtsvliegtuigen twaalf minuten lang door het Estse luchtruim, volgens EU-buitenlandvertegenwoordiger Kallas een ‘ernstige provocatie’. De Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Michael Waltz, wees er nadrukkelijk op dat de VS samen met hun bondgenoten ‘elke centimeter van het NAVO-grondgebied’ zullen verdedigen. In dat kader versterkt het bondgenootschap zijn oostflank en wil Duitsland de bestaande missie ter bewaking van het Poolse luchtruim verder uitbreiden.

    Geen paniek

    Voor Dotšar is het wapengekletter van Moskou vooralsnog geen reden tot paniek. ‘Dat is niets nieuws. Rusland was in het verleden al veel agressiever,’ zegt hij. Volgens gegevens van de Estse luchtmacht hebben er sinds 2014 meer dan veertig Russische schendingen van het Estse luchtruim plaatsgevonden. Maar helemaal koud laat de situatie hem ook weer niet: ‘De spanning stijgt.’
    Dotšar groeide op in een Ests-Russisch gezin en ging naar een Russischtalige school. ‘De lessen Ests waren destijds vreselijk en ik had helemaal geen zin om de taal te leren,’ herinnert hij zich. Pas vijf jaar na zijn afstuderen probeerde hij het opnieuw. ‘Ik woon in Estland en ben Ests staatsburger – het zou toch vreemd zijn als ik geen Ests sprak,’ zegt hij. Ondanks deze late start had hij sociaal en op de arbeidsmarkt geen problemen, maar veel van zijn vrienden wel.

    Zijn mening over de schoolhervorming is dubbel. Het principe vindt hij juist, maar met de uitvoering heeft hij moeite.

    ‘Ik heb op de partij van Kristina Kallas gestemd, maar ben erg teleurgesteld’ zegt hij. Voor haar benoeming streefde ze naar een inclusief schoolmodel dat Estse en Russische kinderen bij elkaar moest brengen. ‘Toen ze minister werd, heeft ze dat gewoon overboord gegooid.’ Bovendien presteerden leerlingen in de eerste klassen die op het Ests waren overgestapt relatief heel slecht.’

    Hervorming

    Dit jaar slaagde in Tallinn 70 procent van de vierdeklassers met een andere moedertaal dan het Ests niet voor de taaltest Ests of voor toetsen in andere vakken. Bovendien worden er voortdurend leerkrachten ontslagen. Kallas gaat ervan uit dat in het kader van de hervorming een op de zeven leraren moet worden vervangen; dat zouden in totaal 2500 leraren zijn. Sinds dit schooljaar moeten ze, om les te mogen blijven geven, het Ests namelijk minimaal beheersen op niveau B2, waarvoor je de taal bijna vloeiend moet kunnen spreken en schrijven. In de praktijk is vaak zelfs een nog hoger niveau vereist.
    Veel leerkrachten aan de scholen waarop de hervorming betrekking heeft, hebben deze kwalificatie niet behaald. Omdat zij geen ambtenaar zijn, zijn hun contracten niet verlengd. Sommigen zaten toch al vlak voor hun pensioen, anderen moeten nu van beroep veranderen. Vaak worden ze vervangen door minder ervaren mensen of zij-instromers.

    Irene Käosaar is pedagoog en in Narva rector van drie scholen. Als kind van Ests-Russische ouders is ze tweetalig opgegroeid. Ze staat nog steeds positief tegenover de hervorming. ‘In het begin dacht ik dat het moeilijker zou zijn, maar in Narva en Tallinn konden we genoeg basisschoolleraren vinden,’ zegt ze. Belangrijk is vooral het vertrouwen van de ouders dat ze hier ervaart. ‘Natuurlijk hebben ze veel vragen en maken ze zich zorgen, maar tot nu toe loopt alles goed.’

    Letland als voorbeeld

    Estland staat met zijn taalhervorming niet alleen. Ook in het iets grotere Letland, met zijn 1,85 miljoen inwoners, waar ruim 23 procent van de bevolking Russisch is, bestonden als overblijfsel uit de Sovjettijd lange tijd Russischtalige scholen.
    In 2004 besloot de regering in Riga deze scholen tweetalig te maken en het onderwijs voor 60 procent in het Lets en voor 40 procent in het Russisch te geven. Ondanks verzet van de Russische minderheid werd de hervorming grotendeels doorgezet. In 2018 ging Letland zelfs nog een stap verder en liet het Russisch als onderwijstaal op particuliere universiteiten verbieden. Bovendien werd het percentage Letstalig onderwijs op minderheidsscholen verhoogd. Sinds september 2025 is het onderwijssysteem volledig op het Lets overgegaan.
    Anders dan Estland heeft Letland nog twee andere officiële talen: het Lijfs en het Letgaals. Terwijl het Lijfs tot de Oeraalse talen behoort en bijna is verdwenen, is het Letgaals nauw verwant aan het huidige Lets en wordt het gedeeltelijk als een ouder dialect beschouwd. In 2016 stemde de Letse bevolking in een referendum tegen het aanwijzen van Russisch als vierde officiële taal.

    Om leerkrachten naar de regio te halen zijn de salarissen hier aanzienlijk verhoogd. ‘Ze verdienen nu gemiddeld ongeveer de helft meer,’ zegt Käosaar. Tot nu toe werkt deze prikkel goed. Maar de grootste uitdaging moet nog komen: vanaf volgend jaar zijn er vooral in het middelbaar onderwijs meer leraren met de vereiste talenkennis nodig. Toch vindt de rector het belangrijk dat de hervorming snel wordt doorgevoerd: ‘Het gaat snel, het vergt inspanning en we hebben geld en andere hulpmiddelen nodig, maar we moeten er nu tegenaan.’

    Van de slechte resultaten in Tallinn is Käosaar niet onder de indruk. ‘Vroeger hadden we die toetsen niet, dus kunnen we ze ook nergens mee vergelijken.’ Betrouwbare analyses zullen pas na verloop van tijd beschikbaar komen. Toch heeft ook zij wel reserves bij het nieuwe systeem. ‘De hervorming draait alleen om de taal, en niet om hoe we kinderen beter kunnen integreren,’ constateert ze. Er is daarom niet in de laatste plaats sprake van politieke afwegingen. Afwegingen die er ook op gericht zijn de Russische taal en cultuur in het land terug te dringen: ‘Thuis blijven ze natuurlijk Russisch spreken, maar mogelijk gaat een deel van hun culturele identiteit toch verloren.’

    Stemrecht

    Want ook al beweert het ministerie van Onderwijs dat mensen hun taal niet wordt afgenomen en dat ze er juist een taal bij krijgen, niet iedereen is door dit argument overtuigd. Vooral niet nu de regering in maart heeft besloten niet-EU-burgers het stemrecht bij gemeenteraadsverkiezingen te ontnemen. Het zwaarst hierdoor getroffen zijn de ongeveer 83.000 mensen met een Russisch paspoort die niet ook staatsburger van Estland zijn.

    Dat Moskou de taalhervorming zou kunnen aangrijpen om Estland nog meer tot doelwit van een hybride oorlogsvoering te maken, gelooft de regering – officieel althans – niet. ‘Rusland is te druk met Oekraïne om ook nog ruimte te hebben om iets in Estland te ondernemen,’ meent Kristina Kallas. Maar de recente dreigingen vanuit het Kremlin spreken in elk geval symbolisch een iets andere taal.

    Een zekere basisstress is in Estland inmiddels een permanent gegeven. Iedereen weet maar al te goed dat Estland een van de kwetsbaarste punten van de EU en de NAVO is. In het Narva-scenario duurt het maximaal zestig uur voordat Russische troepen Tallinn en Riga bereiken. Misschien moeten we het demonstratieve optimisme waarmee de regering de onderwijshervorming aanpakt zien als een analogie van de basisstress waarmee ze naar de Russische dreiging kijkt: alles komt goed, het zal wel moeten.

  • In Narva is ‘de Russische dreiging alom aanwezig’

    In Narva is ‘de Russische dreiging alom aanwezig’

    De Estse stad Narva, die tegen de Russische grens aan ligt, is al meerdere keren aangewezen als de stad die Moskou als eerste zou kunnen aanvallen. ‘We zijn gewend aan provocaties.’

    De Derde Wereldoorlog zou kunnen uitbreken in deze Russischtalige uithoek in Estland die tussen twee vestingen ligt ingeklemd,’ aldus het gezaghebbende tijdschrift Politico enkele weken geleden. Steeds vaker hoor je om je heen dat Narva het volgende doelwit van Rusland zou kunnen worden als Moskou zou besluiten een NAVO-land aan te vallen. 

    Daar zijn verschillende redenen voor: de stad wordt slechts door een rivier van Rusland gescheiden. Bovendien spreekt de meerderheid van de vijftigduizend inwoners van Narva Russisch en is de helft van de stad in het bezit van een Russisch paspoort. De Russische president Vladimir Poetin zou er geen probleem mee hebben om zijn bekende riedeltje over de noodzaak om de Russische bevolking te beschermen te herhalen en onder dat voorwendsel Narva binnen te vallen. In 2022, kort na het begin van de grootschalige oorlog in Oekraïne, heeft Poetin zelfs de opmerking laten vallen dat Narva deel uitmaakt van Rusland.  

    Ongeveer een kwart van de inwoners van Estland zijn etnische Russen. De meesten van hen bezitten een Ests paspoort en hebben een nauwe band met het land. Het Kremlin weet echter als geen ander de onlusten tussen etnische groepen aan te grijpen als een argument om de Russische diaspora te beschermen. Dat heeft Rusland gedaan in Georgië en Moldavië, en onder dat voorwendsel is het land ook Oekraïne binnengevallen.  

    ‘De inwoners van Narva kijken naar Russische tv, ook al is dat officieel verboden‘

    Narva, de derde stad van Estland, ligt dichter bij Sint-Petersburg dan bij [de Estse hoofdstad] Tallinn. In een interview met Delfi vertelt burgemeester Katri Raik dat ‘Rusland slim te werk gaat bij het verspreiden van propaganda en provocaties: de inwoners van Narva kijken naar Russische tv, ook al is dat officieel verboden, en op die manier weet Rusland de stemmingen en opinies te beïnvloeden’. 

    De burgemeester van Narva vertelt openlijk op welke manier haar stad momenteel wordt bestuurd en hoe ze zich voorbereidt op een eventuele aanval. 

    Zowel in Estland als in Narva is ‘de Russische  dreiging alom aanwezig’, vertelt ze.  

    ‘De rivier de Narva scheidt de stad Narva van Rusland, daar ligt de grens. En de vesting van Narva en die van Jaanilinn (Ivangorod in het Russisch) zijn slechts 150 meter van elkaar verwijderd. Vandaar dat mensen zich afvragen of een nieuwe Russische aanval op Europa in Narva zal beginnen. We zijn niet bang. Estland is lid van de Europese Unie en van de NAVO. Narva is een Estse stad. Narva vormt de scheidslijn tussen het Oosten en het Westen, dat is het punt waar Europa begint,’ legt de Estse politica uit.

    Provocaties

    Tegelijkertijd erkent Raik dat de stad niet ontkomt aan provocaties, aangezien de Russen aan de overkant van de rivier graag patriottische evenementen organiseren om door iedereen gezien en gehoord te worden. ‘Sinds de afgelopen twee jaar worden er op de oevers van de Narva aan de Russische kant, aan de voet van de vesting van Ivangorod, openluchtconcerten gehouden die de aandacht van de wereld op de Russische provocaties hebben gevestigd. Die indrukwekkende concerten zijn natuurlijk vooral bedoeld om de oudere inwoners van Narva te vermaken en Estland te irriteren. Aan de andere kant van de grens reageerden mensen met een enorme poster met daarop de tekst “Poetin, oorlogsmisdadiger”. Op deze actie hebben ze zowel positieve als kritische reacties gehad. We moeten duidelijk maken dat Estland niet zal zwichten en met een eigen, evenwichtig antwoord zal komen. In het voorjaar gaan de Russen een nog groter concert organiseren, op 9 mei, als Narva de Dag van Europa viert,’ vertelt de burgemeester van Narva.  

    Op 9 mei vieren de Russen de overwinning [van de Sovjet-Unie op nazi-Duitsland] in de Grote Vaderlandse Oorlog [de Tweede Wereldoorlog], een dag die ze aangrijpen om propaganda te verspreiden en het Westen nog eens extra te jennen. Er zijn echter meer manieren waarop Moskou het Westen provoceert, aldus de burgemeester.  

    ‘Afgelopen zomer heeft Rusland op eigen houtje de boeien in de rivier de Narva weggehaald die bedoeld waren om de grens af te bakenen. Ook heeft er lange tijd een spionageballon in de lucht gehangen.’

    ‘Als ze eenmaal ons land zijn binnengevallen, is het al te laat’

    ‘Net als in 2023 gebeurde aan de grens tussen Rusland en Finland, heeft Rusland Somalische migranten en schaars geklede Syriërs naar de Estse grens laten komen, in het bijzijn van grenswachten die filmpjes van hen maken. De grens tussen Finland en Rusland was toen gesloten, terwijl de grensovergangen bij de Estse grens open waren. De grensovergang bij Narva is sinds februari 2024 gesloten voor voertuigen, maar mensen vergeten nogal makkelijk dat het Rusland was, en niet Estland, dat de grenssluiting in gang zette. Kortom, we zijn gewend aan provocaties,’ legt Raik uit. 

    Op de militaire basis in Tapa, ten oosten van Tallinn, zijn negenhonderd Britse soldaten aanwezig. Ook Frankrijk heeft er een klein aantal soldaten zitten. Mocht Rusland een aanval inzetten, dan is het echter niet erg waarschijnlijk dat de strijdkrachten van de NAVO en de 7700 Estse soldaten – in het geval van een oorlog zou hun aantal stijgen naar 43.000 – in staat zullen zijn om de aanval af te slaan. 

    Tallinn is bang dat Rusland, in het geval van een bevriezing van het conflict in Oekraïne, van de gevechtspauze gebruik zal maken om een kwetsbaar NAVO-land aan te vallen. ‘“Als ze eenmaal ons land zijn binnengevallen, is het al te laat,” verklaarde de Estse minister van Defensie Hanno Pevkur onlangs. We moeten ons waarschuwingssysteem aanscherpen en duidelijk maken dat we onmiddellijk zullen reageren zodra iemand voet op onze bodem zet,’ aldus Raik. 

    Bewakingsapparatuur

    Estse functionarissen leggen uit dat het de bedoeling is dat op iedere meter van de 338 kilometer die de grens tussen Estland en Rusland lang is bewakingsapparatuur komt te hangen, maar dat is nog niet zo eenvoudig te realiseren. De eerste 77 kilometers grenzen namelijk aan de rivier de Narva. Sinds afgelopen zomer de boeien zijn weggehaald, is het aantal pogingen om het land binnen te komen gestegen van 18 naar 96. Bovendien is het lastig om drones of smokkelaars te detecteren, aangezien Rusland op dit stuk land gps-signalen blokkeert. 

    Volgens de burgemeester bereidt de stad zich dus voor op een mogelijke Russische aanval. ‘In Narva is er een crisiscomité opgezet waar vertegenwoordigers van verschillende organisaties in zitten en dat wordt voorgezeten door de burgemeester. We werken nauw samen met de verschillende instanties en nemen deel aan oefeningen waar je leert hoe je in allerlei crisissituaties moet reageren, zoals oorlog en evacuaties,’ verklaart Raik. Mocht er een crisis uitbreken, dan is het volgens haar de prioriteit van Narva om de inwoners van de meest essentiële diensten te blijven voorzien, zoals water, centrale verwarming en elektriciteit. ‘Om de stroomvoorziening veilig te stellen, hebben we op verschillende plaatsen en in meerdere wijken van de stad generatoren geïnstalleerd,’ licht de burgemeester van Narva toe. 

    Dienstplicht

    Van de inwoners die Ests spreken, legt 89 procent de verantwoordelijkheid voor de oorlog in Oekraïne bij Rusland neer. Onder de Russischtaligen is dat slechts een derde, en 20 procent van hen vindt dat de VS verantwoordelijk zijn, vertelt Vaidas Matulaitis, een Litouwer die in Estland woont. 

    Volgens hem wees Estland al ruim voor Litouwen op het gevaar van de Russische dreiging. Al vanaf de eerste maanden van het conflict heeft de commandant van het leger gezegd dat mensen zich moeten voorbereiden op oorlog. Dat hebben ze ook gedaan. Al in de beginjaren van hun bestaan als onafhankelijk land [Estland werd in 1991 onafhankelijk] hebben de Esten besloten om de dienstplicht in stand te houden, daarom gaven ze meteen gehoor aan die oproep. 

    De Esten bouwen fortificaties langs de grens, ze overwegen de grens met Rusland helemaal dicht te gooien, de nationale verdedigingsstrategie is aangepast en de militaire aankopen zijn de laatste paar jaar fors opgeschroefd.  

  • Nieuw rapport: Estland is het EU-land met de beste luchtkwaliteit

    Nieuw rapport: Estland is het EU-land met de beste luchtkwaliteit

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Algerije: steeds meer meisjes gaan op boksen dankzij sportheld Imane Khelif

    » Tien Britten beschuldigd van oorlogsmisdaden in Gaza

    EU-landen boeken vooruitgang op het gebied van luchtkwaliteit

    Estland is het enige EU-land waar het luchtvervuilingsniveau volgens de richtlijnen van de WHO als veilig kan worden beschouwd. Dat blijkt uit een nieuw rapport van het Zwitserse bedrijf voor luchtkwaliteitstechnologie IQAir, schrijft Politico. Estland is daarmee een buitenbeentje in de EU, waar iets meer dan de helft van de lidstaten de WHO-richtlijnen voor fijne stofdeeltjes met twee tot drie keer de toegestane hoeveelheid overschrijdt.

    IQAir wijst op de actieve inspanningen van Estland om ‘de uitstoot van de industrie te verminderen’, met name door over te stappen op ‘schonere, hernieuwbare energiebronnen’. Tallinn, de hoofdstad van Estland, behoort tot de tien minst vervuilde hoofdsteden ter wereld. Het heeft een lage bevolkingsdichtheid – wat betekent dat er over het algemeen minder vervuiling wordt veroorzaakt – en is zeer bosrijk.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Boekarest, Warschau en Praag behoren tot de meest vervuilde hoofdsteden in de EU, hoewel ze niet in de buurt komen van Bagdad, Hanoi en topscorer New Delhi. Binnen de EU scoort Roemenië qua luchtkwaliteit het slechtst, deels door de uitstoot van fabrieken en de hoge emissies van voertuigen, vooral in grote steden als Boekarest. Maar er is reden voor optimisme.

    Zo heeft Roemenië een langzame maar gestage vooruitgang laten zien en de concentratie fijnstofdeeltjes in 2024 was ‘de laagste in de geschiedenis van dit rapport’. Dat past in een breder patroon: EU-landen boeken vooruitgang op het gebied van luchtkwaliteit en veel van hen behoren al tot de minst vervuilde landen ter wereld, deels dankzij strengere emissieregels en een verschuiving naar hernieuwbare energiebronnen. Vijf van de tien meest vervuilde landen en negen van de tien meest vervuilde steden wereldwijd liggen in Centraal- en Zuid-Azië. De VS, waar onder president Trump veel milieubeleid wordt teruggedraaid, presteren qua luchtkwaliteit beter dan 22 van de 27 EU-lidstaten, hoewel het land nog steeds boven de WHO-aanbevelingen ligt.

  • Finland stelt onderzoek in naar beschadiging elektriciteitskabel in Oostzee

    Finland stelt onderzoek in naar beschadiging elektriciteitskabel in Oostzee

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Mozambique maakt balans op na maanden van geweld: 252 doden

    » Poetin: ‘Slowakije bereid om gastland te zijn voor vredesgesprekken’

    Het land vermoedt dat Rusland erachter zit

    Finland heeft een onderzoek ingesteld naar de rol van een Russische olietanker die vermoedelijk achter het incident zit waardoor op eerste kerstdag een onderzeese elektriciteitskabel tussen het land en Estland werd beschadigd. De Eagle S, die volgens de Finse politie mogelijk deel uitmaakt van een ‘spookvloot’, werd geënterd en geëscorteerd door een Finse patrouilleboot voor de kust van Porkkala, ongeveer 30 km van Helsinki.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Europese Unie heeft gedreigd met verdere sancties tegen Russische schepen. Sinds de invasie van Oekraïne in 2022 zijn er veel soortgelijke incidenten geweest in de Oostzee. ‘Verschillende regeringen in de regio verdenken Rusland ervan dat het bemanningen betaalt om schade te veroorzaken,’ schrijft Financial Times. ‘Uit energiegegevens bleek dat Estland elektriciteit uit Rusland moest importeren om het tekort aan te vullen’ dat veroorzaakt was door het incident in de Oostzee, voegt het dagblad eraan toe.

  • Estland loopt voorop in de digitalisering van overheidsdiensten

    Estland loopt voorop in de digitalisering van overheidsdiensten

    Met een robuuste e-identiteit, e-bestuur en e-gezondheidszorg is Estland een pionier op het gebied van digitalisering. Wat kunnen we leren van de Baltische staat?

    Toekomstvisies staan bol van de geïmplanteerde microchips, robots op nanoschaal en cryogene vrieskisten waarin mensen hun levens kunnen verlengen. Maar de werkelijkheid is nog beter: de toekomst is een lege mailbox.

    In het Estland van vandaag leven de mensen al in die toekomst. De kleine Baltische staat met slechts 1,3 miljoen inwoners wordt beschouwd als pionier op het gebied van digitalisering. Volgens de EU-commissie is Estland wereldleider, met name in de digitalisering van overheidsdiensten.  Overheden communiceren vrijwel uitsluitend online met burgers, net als particuliere bedrijven. Dit is mogelijk dankzij het digitale identiteitssysteem dat met e-ID werkt: een identiteitskaart met een chip en een persoonlijk nummer, die sinds 2002 verplicht is.

    Hoe ziet die digitalisering eruit in het dagelijks leven? Drie voorbeelden illustreren wat de rest van Europa van hen kan leren.

    1. Belastingaangifte

    Neemt het invullen van een aangiftebiljet vaak uren in beslag, Estlanders hebben er gemiddeld 3 minuten voor nodig. Belastingaangifte was de eerste dienst die online werd aangeboden, in 1999. Tegenwoordig geeft 98 procent van de bevolking zijn inkomen online op.

    Om de website van de belastingdienst te gebruiken moeten inwoners eerst hun identiteit digitaal verifiëren. In de virtuele wereld functioneert identificatie overal op dezelfde manier, ongeacht of iemand wil inloggen bij een belastingkantoor of bank, een factuur wil inzien op de website van een telefoonaanbieder of wil nagaan hoeveel punten hij heeft gespaard bij de supermarkt. Er zijn drie opties waaruit de inwoners kunnen kiezen.

    Gebruikers kunnen zichzelf identificeren met een fysieke identiteitskaart door een kaartlezer met de computer te verbinden en gebruik te maken van speciale software. De identificatie kan ook worden gedaan middels de mobiele ID-technologie, een speciale simkaart die bij telefoonmaatschappijen verkrijgbaar is, of met een app, smart ID geheten. Voor alle drie de varianten moet je een pincode invoeren.

    De reden dat de aangifte zo snel gaat is dat Estlanders feitelijk niets hoeven in te vullen. Estland hanteert het ‘éénmalig’-principe. Dit betekent dat informatie over een persoon slechts door één overheidsinstantie mag worden verzameld. Bijvoorbeeld: alleen de lokale gemeentelijke overheid mag een adres vragen, de belastingdienst moet deze informatie opvragen bij het register van de burgerlijke stand. Dit voorkomt verdubbeling van data-opslag en onnodige bureaucratie. En het bespaart een heleboel tijd.

    Maar hoe worden data uit een individueel register dan overgebracht naar een belastingaangifte? En is die data-uitwisseling echt veilig? 

    Belastingontduiking is vrijwel onmogelijk in Estland

    Erika Piirmets is consultant voor digitale transformatie bij E-Estonia, een informatiecentrum van de overheid. ‘Er is geen superdatabase waarin alle informatie is opgeslagen,’ legt ze uit. ‘In plaats daarvan slaat elke dienst de data die het verzamelt op in een eigen register.’ Decentrale opslag maakt het hackers moeilijker om in het systeem in te breken. Maar de overdracht van data houdt ook risico’s in, omdat overheden moeten garanderen dat onbevoegde personen onderweg geen inzage kunnen hebben in de informatie of die kunnen wijzigen.

    Sinds 2001 gebruikt het land een in Estland ontwikkeld platform dat X-road heet, en dat informatie in versleutelde vorm overbrengt voor het dataverkeer tussen de registers. De belastingdienst heeft via X-road toegang tot de registers van de burgerlijke stand, van bedrijven en van arbeidsbureaus. Er zit geen ambtenaar voor een computerscherm belastingaangiftes in te vullen; data zoals de naam, het adres en het salaris worden automatisch ingevoerd in het formulier. Via X-road worden jaarlijks twee biljoen transacties uitgevoerd. Estland gaat er prat op dat X-road de burgers elk jaar 1,345 jaar werktijd bespaart. Het is moeilijk te checken of dit waar is, maar dat het systeem voordelen heeft moge duidelijk zijn.

    Bovendien is belastingontduiking vrijwel onmogelijk in Estland. Ook wordt belastingaftrek automatisch berekend. ‘Het enige wat ik nog zelf moet invoeren zijn privé-investeringen, omdat de belastingdienst natuurlijk geen inzage heeft in mijn bankrekening,’ zegt Piirmets.

    2. Bezoek aan de dokter

    Je hebt al een paar dagen koorts, je bent benauwd en je hoofd klopt. Wat je in deze situatie niet wilt horen is: ‘Een ogenblikje geduld alstublieft. Al onze medewerkers zijn in gesprek.’ Toch komt in veel landen anno 2024 wie een dokter zoekt, automatisch in de wachtrij terecht.

    Online afspraken regelen is standaard in Estland. Inwoners kunnen inloggen bij de kliniek of de website van de dokter met hun identiteitskaart, hun mobiele ID of smart-ID, zoals eerder beschreven. Als ze in de praktijk aankomen hoeven ze geen formulieren in te vullen. Telefoonnummers, adressen en gegevens van de verzekering zitten al in het systeem. De dokter kent ook alle relevante gegevens – behalve de huidige gezondheidstoestand van de patiënt, die uiteraard onderzocht moet worden. Patiëntendossiers zijn sinds 2008 elektronisch.

    Door in te loggen in het gezondheidsportaal kunnen patiënten bovendien door hun eigen medische geschiedenis scrollen, waarin alle doktersbezoeken en diagnoses worden bijgehouden. Ook de doktersrecepten zijn hier opgeslagen. Inwoners hoeven in om het even welke Estse apotheek alleen hun identiteitskaart te overleggen om de voorgeschreven medicatie te krijgen. 

    Elke digitale transactie laat een spoor achter. Dit betekent dat niemand ongemerkt kan bespioneren

    Gegevens over gezondheid behoren tot de gevoeligste privé-informatie. Hoe kunnen Esten zo veel vertrouwen hebben in de staat en de mensen van de gezondheidszorg?

    ‘Het is geen kwestie van vertrouwen, maar van transparantie,’ zegt Piirmets. Ter illustratie logt ze in bij het burgerdashboard. Data, namen en links naar registers verschijnen in een lijst. Via dit platform kunnen inwoners alle data bekijken die over hen zijn opgeslagen. En, nog belangrijker, ze kunnen zien wie er toegang toe heeft gehad. Elke digitale transactie laat een spoor achter. Dit betekent dat niemand ongemerkt kan bespioneren – een risico dat altijd bestaat bij fysieke databestanden.

    Bij wijze van voorbeeld haalt Piirmets het geval aan van Michael Schumacher. Toen deze voormalig autocoureur behandeld werd in een ziekenhuis in Zwitserland, lekte iemand zijn medische dossier naar de media. De schuldige werd nooit gevonden omdat het onmogelijk bleek te achterhalen wie toegang had gehad tot de informatie. ‘Wij hadden hier in Estland een paar jaar geleden een soortgelijk geval. Het verschil was dat het, dankzij de datatracker, onmiddellijk duidelijk was wie het dossier had ingezien,’ zegt Piirmets. ‘Die persoon werd ontslagen en kreeg een levenslang verbod om in de gezondheidszorg te werken.’

    3. Een rampdag

    Digitale diensten zijn standaard in Estland, maar niemand wordt gedwongen om online met de autoriteiten om te gaan. Ruim 80 procent van de 16- tot 64-jarigen doet het vrijwillig. De digitalisering is in alle gebieden van het leven doorgedrongen. Contracten worden digitaal getekend, parkeergeld wordt per app betaald en tijdens festivals werkt het inleversysteem voor bierglazen via QR-codes.

    Waarom nu juist Estland zo snel heeft gedigitaliseerd is tenminste deels te verklaren vanuit de geschiedenis van het land. Toen Estland in 1991 uit de Sovjet-Unie stapte, moest de staat van de grond af aan opnieuw worden opgebouwd. Er was niet genoeg geld of personeel om traditionele bureaucratische structuren te herstarten. ‘En we moesten de corruptie uitroeien,’ zegt Piirmets.

    Het grootste gevaar in de digitalisering komt niet per se van hackers, maar van de gebruikers zelf

    De digitalisering heeft de transparantie verhoogd, maar brengt ook risico’s met zich mee. Op 27 april 2007 vielen Russische hackers Estland aan – met beperkt succes. De cyberaanval legde de websites van verschillende banken twee uur lang plat, en om redenen van staatsveiligheid haalde de regering haar online diensten offline. Er werden geen data gestolen, maar de gebeurtenis had wel een schokeffect. Sindsdien is er veel geïnvesteerd in cybersecurity. In 2017 openden Estland een data-ambassade in Luxemburg De belangrijkste data en systemen zijn daar gestald als back-up voor het geval servers in Estland worden vernietigd.

    Maar het grootste gevaar in de digitalisering komt niet per se van hackers, maar van de gebruikers zelf. ‘Het digitale identiteitssysteem is nooit gehackt,’ zegt Piirmets. Maar er zijn wel een paar gevallen geweest van pincodes die in verkeerde handen vielen, voegt ze eraan toe. ‘Mensen zijn uiteindelijk de zwakste schakel.’

    Lessen

    Volgens berekeningen van de Wereldbank bespaart het gebruik van digitale handtekeningen de Estlanders vijf dagen per jaar. Ook dit is moeilijk te verifiëren. Maar het is een feit dat digitalisering het dagelijks leven vergemakkelijkt en de bureaucratie vermindert – en het is zeker goedkoper.

    De belangrijkste reden dat digitalisering op deze schaal maar moeizaam op gang is gekomen, is een gebrek aan begrip. De angst voor datadiefstal domineert het mediadebat. Toch is een analoge staat niet veiliger dan een digitale. Papieren archieven kunnen worden bekeken, gekopieerd en gedistribueerd zonder dat iemand het merkt. In de virtuele ruimte laat elke inzage en elke actie sporen achter. Misbruik kan niet worden voorkomen, maar wel worden bestraft. Dankzij digitalisering krijgen de burgers weer controle over hun data.

    Transparantie is de belangrijkste factor in het succes van Estlands digitale diensten. Geen enkel systeem is volkomen veilig voor hackers, maar in Estland informeren de autoriteiten de bevolking preventief over mogelijke gevaren. Dit was bijvoorbeeld het geval in 2017, toen er kwetsbaarheden werden ontdekt in de beveiliging van de nieuwste ID-kaarten. Maar noch deze problemen, noch de aanval van Russische hackers in 2007 zorgde voor een ondermijning van het publieke vertrouwen in het systeem.

    Den digitale samenleving behoeft niet alleen technische oplossingen, maar vooral burgers die bereid zijn om ze te gebruiken

    Het tempo van de digitalisering in verschillende landen wordt vergeleken door uiteenlopende indicatoren te gebruiken die van studie tot studie verschillen. Volgens de EU-commissie maken Denemarken, Finland en Zweden goede vorderingen. Als het gaat om zaken als menselijk kapitaal (human resources) en connectiviteit lopen ze zelfs voor op de Baltische staten. Duitsland blijft achter, vooral wat betreft de digitalisering van overheidsdiensten, maar is nog altijd een stuk verder dan landen als Roemenië, Bulgarije of Griekenland, die op alle gebieden achterlopen.

    Deze landen zullen niet in staat zijn de achterstand snel in te halen. Dat moeten ze ook niet proberen. De geschiedenis van Estland leert ons namelijk dat een digitale samenleving niet alleen technische oplossingen behoeft, maar eerst en vooral burgers die bereid zijn om ze te gebruiken. Om dat te bereiken moeten ze een zeker minimumniveau van digitale kennis bezitten en de voordelen voor zichzelf inzien – zoals in drie minuten klaar zijn met je belastingaangifte.

  • Estland scoort torenhoog op ranglijst onderwijs

    Estland scoort torenhoog op ranglijst onderwijs

    Als de Esten wilden overleven, moesten ze slim zijn. Het kleine, relatief arme land heeft inmiddels de beste scholen van Europa. Leraren zijn hoogopgeleid, sociale en persoonlijke vaardigheden krijgen veel aandacht, evenals academisch leren, robotica, muziek en kunst.

    Het onderwerp van vandaag in de sciencefictionles op het staatsgymnasium Pelgulinna is Blade Runner. Op donderdag zijn er ‘vrijwillige’ lesdagen, waarop leerlingen van deze middelbare school in de hoofdstad van Estland, Tallinn, kunnen kiezen uit een reeks vakken. Andere vakken die vandaag aan bod komen zijn onder andere een cursus rechten en democratie, programmeren en creatief schrijven in het Engels. De zeven zeventienjarige leerlingen in de sciencefictionles hebben zojuist 30 minuten van de film bekeken en bereiden zich voor om erover te discussiëren. Als ik naar binnen sluip schakelen ze voor mij over op perfect Engels. ‘We hebben het gehad over jungiaanse archetypes, persona’s en het superego,’ zegt Triin, een van de leerlingen. ‘Het heeft me echt geholpen om de verschillende aspecten van het mens-zijn te begrijpen en hoe je diepere personages kunt creëren.’ Ze hebben ook Brave New World en 2001: A Space Odyssey bestudeerd. In de paar minuten dat ik er ben, hebben de leerlingen het over de Amerikaanse geschiedenis, kinderarbeid, empathie en nog veel meer. ‘Ik heb zo veel vragen,’ zegt Triin.

    Ik ook. Hoe is Estland, een klein land dat relatief arm is vergeleken met het grootste deel van de EU, een grootmacht op het gebied van onderwijs geworden? Op de ranglijst van het Programme for International Student Assessment (PISA) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat de vaardigheden van vijftienjarigen meet op het gebied van wiskunde, lezen en wetenschap, staat een handvol Aziatische landen bovenaan, maar daarop volgt Estland, als de beste van Europa. De leraren zijn hoogopgeleid, de nadruk ligt op sociale en persoonlijke vaardigheden maar ook op academisch leren en het curriculum bevat een breed scala aan onderwerpen, van robotica tot muziek en kunst. Britse politici nemen hier nota van. In 2022 bracht Bridget Phillipson, de schaduwminister van Onderwijs van Labour, een bezoek om te zien hoe Estland dat doet.

    Gelijkheid

    Gunda Tire, die internationale evaluaties leidt voor de onderwijs- en jeugdraad van Estland, zegt dat het succes van het land deels te danken is aan de mix van geschiedenis en geografie. ‘We hebben Zweden, Denemarken, Rusland en Duitsland over de vloer gehad. Als de Esten wilden overleven, moesten ze slim zijn en ze begrepen dat onderwijs hen vooruit zou helpen. Hetzelfde gold toen we onder Sovjetbezetting waren.’ 

    Bauhäusle: Zelfgebouwd studentenhuis

    Bauhäusle in Stuttgart begon met een weggerotte vensterbank maar is sinds 1981 het voorbeeld van alternatieve studentenhuisvesting geworden.

    Bauhäusle is volledig door architectuurstudenten ontworpen en gebouwd. In plaats van alleen het hout te vernieuwen, kregen ze de opdracht een gebouw te maken waarin ze zelf konden wonen. Het sociologische en architectonische experiment was geïnspireerd op het werk van Walter Segal, pionier in zelfbouw en autodidactisme, een in Duitsland geboren Britse architect die geloofde dat iedereen die met gereedschap om kon gaan in staat was om zijn eigen huis te bouwen. Hij ontwierp een zo eenvoudig en werkbaar mogelijk systeem met hout, panelen en bouten, dat door de bewoners in de loop der jaren is aangepast en verbeterd.
    Groepen van vier tot vijf studenten maakten elk de plannen voor hun individuele kamers, die vervolgens werden samengevoegd tot een modulaire structuur. De residentie bestaat uit acht totaal verschillende delen, met een paar vaste afmetingen zoals de breedte van de kamers.
    Bewoners hebben de vrijheid hun kamer naar eigen wens aan te passen. Dit zorgt voor een constant veranderende ruimte, waarin elke kamer uniek is. Een van de eerste bewoners noemt het project tegen Süddeutsche Zeitung om die reden ‘hallucinerend’.

    Een van de blijvende principes, zegt ze, is gelijkheid – dat iedereen een gratis schoollunch krijgt is zowel een ideologisch als een praktisch besluit. En bijna alle kinderen gaan naar de kleuterschool, die zwaar gesubsidieerd wordt, zodat tegen de tijd dat ze naar school gaan op de relatief late leeftijd van zeven jaar hun achterstand niet te groot is. Autonomie is ook fundamenteel. ‘We geven scholen de mogelijkheid om zelf te beslissen.’

    Estland heeft zich ook snel aangepast aan het digitale tijdperk. Al in 1997 lanceerde het land een initiatief met de naam Tiigrihüpe (Tijgersprong), om computers en software te verbeteren en scholen toegang tot internet te geven. ‘We trainden veel leraren, verbonden alle scholen met elkaar en gaven ze computers,’ zegt Tire. ‘Het idee is niet om een IT-klas te hebben, maar om digitale vaardigheden overal te integreren.’ Veel kinderen leren coderen en robotica, en alles, van schoolboeken tot communicatie met ouders, is digitaal. In plaats van leerlingen die de orde verstoren hardhandig te straffen, zegt Tire, hebben Estse scholen over het algemeen een meer verzorgende aanpak – het is gebruikelijk om kinderen mee naar buiten te nemen en ze in een kleine groep te onderwijzen De meeste scholen hebben een psycholoog en een counselor.

    ‘Ze leren koken, breien, dat soort dingen’

    Creatieve vakken worden net zo gewaardeerd, legt Tire uit: ‘Ze moeten allemaal kunst en muziek volgen, en “technologie”. Met andere woorden, ze leren koken, breien, dat soort dingen. We merken dat het welzijn en gevoel van voldoening bij de kinderen daardoor toeneemt. We denken niet dat dat irrelevant is. Sommige landen zeggen: “We hebben de muziekles eruit gehaald om meer wiskunde te geven.” Maar als je naar bladmuziek kijkt is dat echt niet minder ingewikkeld.’ 

    Creatieve vakken, zegt Tire, kunnen allerlei vaardigheden bevorderen, zoals teamwerk en het vermogen problemen op te lossen. Ze glimlacht als ze terugdenkt aan tienerjongens die vorig jaar op een groot festival enthousiast meededen aan de volksdansen die ze op school hadden geleerd. ‘Het is een fysieke activiteit, en een plezierige. Bovendien ben je in een groep en moet je communicatieve vaardigheden gebruiken.’

    Griekenland, privatisering universiteiten

    Griekse studenten hebben tevergeefs verzet gepleegd tegen een wetsvoorstel van de conservatieve regering dat de privatisering van universiteiten aanmoedigt.

    Ondanks wekenlange demonstraties werd ingestemd met het voorstel om het universitaire onderwijs in het land open te stellen voor andere dan de huidige staatsuniversiteiten
    Volgens oppositieblad AVGI kneep de regering Mitsotakis openbare universiteiten jarenlang uit en liet ze na wetenschappelijk onderzoek te financieren. Veel studenten vrezen dat de privatisering van universiteiten zal leiden tot hogere collegegelden, waardoor hoger onderwijs minder toegankelijk wordt voor studenten uit minder welvarende gezinnen. Bovendien zal hoogstwaarschijnlijk de focus meer op winst dan op academische excellentie komen te liggen.
    De Griekse regering hoopt juist de exodus van Griekse jongeren naar het buitenland tegen te gaan. Studenten zijn echter sceptisch over de effectiviteit van deze maatregel en vrezen dat het creëren van particuliere instellingen niet noodzakelijkerwijs zal leiden tot betere werkgelegenheidskansen of een vermindering van de ‘brain drain’.
    Momenteel studeren ongeveer 650.000 mensen aan de Griekse staatsuniversiteiten. Ongeveer 40.000 Griekse jongeren studeren over de grens.
    De regering wil in september 2025 de eerste niet-openbare universiteit openen.

    Om door te stromen naar het hoger secundair onderwijs, het equivalent van het zesde jaar, leggen de leerlingen slechts drie examens af – wiskunde, Ests en een vak naar keuze. Dat is nogal een verschil met de meeste andere landen. Kun jij je voorstellen dat je acht of meer examens moet doen? vraag ik Cordelia Violet Paap, een zeventienjarige studente aan de Pelgulinna State. Ze kijkt geschokt en zegt: ‘Dat is veel. Dan zou ik veel meer stress hebben.’ 

    Creativiteitsethos

    Paap vertelt dat de creativiteitsethos van haar school ‘veel leuker is dan de strikte orthodoxe manier, waarbij je alleen maar in een klaslokaal zit en luistert’. Targo Tammela (17), die net uit een les Scandinavische geschiedenis komt, zegt dat er ‘nog steeds discipline is, je moet nog steeds voor elke toets slagen’. Het veelgeprezen digitale onderwijs maakt een groot deel uit van hun leerproces, vertellen ze. Technologie is overal beschikbaar en de meeste leermiddelen en toetsen zijn online. ‘Er zijn een paar nadelen, want je kunt er lui van worden of afgeleid raken door het internet,’ zegt Tammela. ‘Maar de voordelen wegen ertegen op.’

    Het is vroeg in de middag en op het Gustav Adolf Gymnasium in het oude gedeelte van Tallinn zit de schooldag er voor veel leerlingen al op. Ik wacht bij de poort op de hoofdonderwijzer en zie jonge kinderen alleen of met vriendjes naar huis lopen. ‘Ze zijn over het algemeen erg zelfstandig,’ zegt Henrik Salum, het schoolhoofd (jonge man, gekleed in spijkerbroek).

    Strenge scholen Verenigd Koninkrijk

    In Engeland verschijnen steeds meer buitensporig strenge scholen, zoals de Michaela Community School in Londen. Deze scholen worden gekenmerkt door een uiterst gestructureerde en gedisciplineerde aanpak, waarbij strikte controle wordt uitgeoefend op het gedrag van leerlingen.

    Met de uitdrukking You can hear a pin drop wordt vaak verwezen naar de extreme stilte en orde die in deze scholen heerst. Strakke regels en routines, gereguleerde bewegingen door de school en een geconcentreerde leeromgeving zouden leiden tot betere academische resultaten.
    Deze nieuwe aanpak grijpt terug naar de orde en tucht van de traditionele public schools; exclusieve, dure en meestal particuliere internaten die onafhankelijk onderwijs bieden en leerlingen voorbereiden op de universiteit en maatschappelijke leiderschapsrollen. Ondanks de naam ‘public’, zijn deze scholen privé en worden ze niet door de overheid gefinancierd.
    Een van deze scholen, Eton College, bracht de meeste politieke leiders voort, zoals Boris Johnson en David Cameron. Twintig in totaal.
    Afgezien van de resultaten staan de public schools ook bekend om repressie en bullying en de sociale en emotionele gevolgen daarvan op de ontwikkeling van leerlingen.
    Striktere onderwijsmethoden lijken samen te hangen met een conservatieve politieke ideologie. Over de effectiviteit en wenselijkheid daarvan wordt volop gedebatteerd in het Britse onderwijs.

    Achter de historische gevel is de school opnieuw ingericht, licht en ruimtelijk. In een van de ruimtes hangen bokszakken, deze wordt ook voor danslessen gebruikt. In een andere ruimte kun je tafeltennissen. In het enorme centrale atrium, waar de kinderen lunchen, staat een piano en is een podium voor optredens. Leerlingen zitten op de traptreden en maken schoolwerk of kletsen wat. De sfeer is gemoedelijk en ontspannen.

    Zijn er gedragsproblemen? ‘Natuurlijk,’ zegt Salum. ‘Elke dag is er wel een incident waarbij je leerlingen duidelijk moet maken dat ze anderen moeten respecteren en hoe ze zich moeten gedragen. We hebben bepaalde leerlingen die we beter in de gaten moeten houden en we hebben veel contact met de ouders. Maar over het algemeen merk ik dat de leerlingen het naar hun zin hebben.’ Het ziet er in ieder geval behoorlijk harmonieus uit. In een van de brede gangen zijn twee kinderen aan het schaken en overal liggen keurige stapels kussens voor als je wil socializen of voor als een van de leraren besluit in een andere omgeving dan zijn lokaal les te geven.

    ‘Een van de belangrijkste elementen van het Estse onderwijssysteem is dat scholen en leraren veel vrijheid hebben’

    In een klas waar Ests wordt gegeven is het stil. Een groep acht- en negenjarigen werkt aan een samenvatting van een boek dat ze net hebben gelezen en dat op het grote scherm te zien is. In een andere klas werken twaalf- en dertienjarigen aan hun Engelse woordenschat. Er zitten maar zestien kinderen in deze klas. De klassen tellen meestal achtentwintig leerlingen, maar vreemde talen worden in kleinere groepen onderwezen, zodat iedereen de kans krijgt om te spreken en mee te doen.

    In Maria Tooms klas van tien- en elfjarigen zijn enkele kinderen na de les blijven zitten om met me te praten – allemaal in uitstekend Engels. Wat herinneren ze zich van de kleuterschool? Het was leuk, zeggen ze. ‘We hadden slaappauzes,’ vertelt een meisje, Laura. Hier krijgen ze in plaats daarvan ‘hersenpauzes’ – verschillende keren in een les geeft hun lerares, die bij haar voornaam wordt aangesproken, hun een pauze om wat te bewegen of om een spelletje te spelen.

    Controverse Frans openbaar onderwijs

    Amélie Oudéa-Castéra, de Franse minister met een van de moeilijkste portefeuilles (Onderwijs), heeft een storm van kritiek moeten weerstaan van zowel de lokale als internationale pers, toen zij besloot haar kinderen van een openbare school in Parijs te halen vanwege lessen die niet vervangen zouden worden.

    Haar beslissing past in een bredere trend: de toenemende voorkeur van de Franse elite voor particulier onderwijs, wat de sociale segregatie alleen maar versterkt.
    Volgens de Zwitserse krant Le Temps vertrouwt de welgestelde klasse simpelweg niet op het openbare schoolsysteem. Op privéscholen zouden hun kinderen floreren omdat het niveau, vanwege segregatie, hoger zou liggen. Het Britse dagblad The Times berispt Oudéa-Castéra omdat ze behalve moeder ook minister is en het goede voorbeeld dient te geven in plaats van de ongelijkheid te benadrukken.
    De minister werd tijdens een bezoek aan de voormalige school van haar kinderen begroet door een koor van boegeroep. Ze bood haar excuses aan aan het personeel van de school.
    Frankrijk is lang trots geweest op zijn openbare onderwijssysteem, maar dat levert nu gemiddelde resultaten op, volgens The Times. Terwijl studenten hier ooit uitblonken in wiskunde, presteren ze nu ondermaats in dit vak in vergelijking met bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk.

    ‘Een van de belangrijkste elementen van het Estse onderwijssysteem is dat scholen en leraren veel vrijheid hebben,’ zegt Salum. Er zijn normen waaraan ze moeten voldoen, maar hoe ze dat doen is aan hen. Toom heeft toegang tot tablets en laptops voor de kinderen, maar ze geeft net zo lief een les buiten, of op het dakterras, met papier en potlood – niet om de natuur te bestuderen (wat ze ook doen), maar omdat het fijn is om buiten te leren rekenen. ‘Ik denk dat het een gevoel van vrijheid geeft en het leert kinderen de flexibiliteit om waar dan ook te leren.’

    Terwijl we door de school lopen, zegt elke leerling ‘tere’ (hallo) tegen Salum. Eén meisje komt naar hem toe en gooit haar armen om zijn middel. ‘Sommigen willen een high five,’ zegt hij. ‘Zolang de leerlingen glimlachen en hallo zeggen, is alles goed. Als ze dat niet meer doen, dan weet ik dat er iets mis is.’ Toen Salum er nog op school zat, was de sfeer traditioneler, maar hij merkt dat de leerlingen een minder hiërarchische sfeer op prijs stellen. ‘We zien onze leerlingen als collega’s, dus we werken samen en betrekken hen overal bij.’ Veel van de docenten van de school zijn oud-leerlingen; ook dat staat hem aan.

    Gebrek aan leraren

    Het grootste probleem voor Salum, en veel andere schoolhoofden, is het gebrek aan leraren. Ondanks de positieve kanten van het systeem zijn er nog steeds problemen met de werkdruk. Waarom zouden afgestudeerden met een masterdiploma genoegen nemen met een relatief laag salaris als ze een veel beter betaalde baan kunnen krijgen, bijvoorbeeld in de florerende digitale industrie van Estland? Eerder dit jaar staakten de leraren van Estland voor het eerst sinds jaren.

    Het salaris van leraren ‘is overal ter wereld een probleem’, zegt Kristina Kallas, de Estse minister van Onderwijs, als ik haar in haar kantoor ontmoet. ‘Het onderwijssysteem staat voortdurend onder druk.’ Op dit moment zijn er twee belangrijke problemen, zegt ze. ‘Het ene is de economische recessie en het andere is dat elk begrotingsoverschot naar defensie gaat, omdat we ons in een zeer precaire situatie bevinden.’ Alle ogen zijn gericht op buurland Rusland en de situatie in Oekraïne.

    Kallas denkt dat de kracht van het Estse onderwijssysteem ligt in het feit dat ‘het van onderaf is opgebouwd, niet wordt geleid door [de centrale overheid], en dat ook nooit is geweest. Het onderwijssysteem is ouder dan de staat.’ Zijn er politici die er meer controle over zouden willen hebben? ‘Verrassend genoeg niet,’ zegt Kallas. ‘Iedereen laat het [onderwijs] over aan de experts. Docenten en universiteiten debatteren erover, soms in het openbaar, en hebben soms verschillende manieren voor ogen. Maar de politici bemoeien zich er niet mee.’

    Er zijn zaken waar Kallas haar blik op gericht houdt. Tijdens de pandemie deden Estse kinderen het niet zo slecht omdat ze al goed voorbereid waren op digitaal leren, maar sindsdien is er een zorgwekkend aantal tienerjongens dat afhaakt. En hoewel er geen elitair privéschoolsysteem is, verhuizen families met hogere salarissen vaak om in de buurt van de beste scholen te wonen, waardoor anderen buiten de boot vallen. ‘Dit is een trend die me zorgen baart omdat hij ingaat tegen de redenen waarom ons onderwijssysteem zo sterk is – gelijkheid is belangrijk,’ zegt Kallas.

    ‘Deze generatie wil betrokken worden in het gesprek. Simpelweg een tekstboek voorlezen werkt niet meer’

    Pelgulinna State Gymnasium is duidelijk een van de betere scholen. Ze is pas afgelopen herfst geopend, als een van de dertien nieuwe middelbare scholen die de staat de afgelopen vijf jaar heeft gebouwd. Een prachtig gebouw, met de nadruk op ruimte, licht en natuurlijke materialen, vooral hout. Eén ruimte bevat rijen grote schermen; hier kunnen leerlingen in kleine groepen werken en presentaties geven, en er zijn comfortabele hoekjes gebouwd, voorzien van stopcontacten, waar leerlingen zich kunnen terugtrekken. Er zijn ook driehonderd fietsenstallingen, roze badkamers, bomen die binnen groeien en een comfortabele bibliotheek. Een kleine verstoring van deze idylle vormde de les die vanochtend werd gegeven in de collegezaal, waar verschillende legerofficieren ‘defensieonderwijs’ geven. Ook de vakken ‘communicatie’ en ‘zorg voor de buren’ zijn vorig jaar geïntroduceerd op Estse middelbare scholen. 

    De leraren gebruiken een mix van oefeningen, zegt Agne Kosk, hoofd talen, die de sciencefictionles onderwees. ‘Deze generatie wil haar mening geven, ze wil betrokken worden in het gesprek, ze wil alle kanten van de zaak kennen. Simpelweg een tekstboek voorlezen werkt niet meer.’ Ze zegt dat een goede relatie met haar studenten ‘op de eerste plaats komt. Als het niet klikt met de studenten, kan je nog zo je best doen, maar dan werkt het niet’. Op die klik lijkt het Estse onderwijssysteem inderdaad te zijn gericht.

    Met de leerlingen uit de sciencefictionklas heeft ze duidelijk een goede band – de studenten hebben hun eigen hashtag gemaakt, die op het whiteboard is geschreven en zich laat vertalen als ‘Agne is cool’. Kosk vraagt ze welke aantekeningen ze hebben gemaakt toen ze het eerste deel van Blade Runner keken, en er ontstaat een discussie over of ze al dan niet zouden zakken voor een empathietest (waardoor ze zouden worden aangemerkt als een van de niet-menselijke replicanten van de film), wat het betekent om mens te zijn en een beetje over filmgeschiedenis (is dit, vraagt een van de leerlingen, een van de eerste films met vliegende auto’s erin?). Het is tijd om verder te kijken. Lichten uit – de leerlingen richten hun aandacht op het scherm.  

  • Gratis lunches, hersenpauzes en gelukkige leraren: waarom Estland de beste scholen van Europa heeft

    Gratis lunches, hersenpauzes en gelukkige leraren: waarom Estland de beste scholen van Europa heeft

    Ondanks dat Estland een klein en relatief arm land is, is het een grootmacht op het gebied van onderwijs. De leraren zijn hoogopgeleid, de nadruk ligt op sociale en persoonlijke vaardigheden en het curriculum bevat een breed scala aan onderwerpen, van robotica tot muziek.

    Het onderwerp van vandaag in de sciencefictionles op het staatsgymnasium Pelgulinna is Blade Runner. Op donderdag zijn er ‘vrijwillige’ lesdagen, waarop leerlingen van deze middelbare school in de hoofdstad van Estland, Tallinn, kunnen kiezen uit een reeks vakken. Andere vakken die vandaag aan bod komen zijn onder andere een cursus rechten en democratie, programmeren en creatief schrijven in het Engels. De zeven zeventienjarige leerlingen in de sciencefictionles hebben zojuist 30 minuten van de film bekeken en bereiden zich voor om erover te discussiëren. Als ik naar binnen sluip schakelen ze voor mij over op perfect Engels. ‘We hebben het gehad over jungiaanse archetypes, persona’s en het superego,’ zegt Triin, een van de leerlingen. ‘Het heeft me echt geholpen om de verschillende aspecten van het mens-zijn te begrijpen en hoe je diepere personages kunt creëren.’ Ze hebben ook Brave New World en 2001: A Space Odyssey bestudeerd. In de paar minuten dat ik er ben, hebben de leerlingen het over de Amerikaanse geschiedenis, kinderarbeid, empathie en nog veel meer. ‘Ik heb zoveel vragen,’ zegt Triin.

    Ik ook. Hoe is Estland, een klein land dat relatief arm is vergeleken met het grootste deel van de EU, een grootmacht op het gebied van onderwijs geworden? Op de ranglijst van het Programme for International Student Assessment (Pisa) van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat de vaardigheden van vijftienjarigen meet op het gebied van wiskunde, lezen en wetenschap, staat een handvol Aziatische landen bovenaan, maar daarop volgt Estland, als de beste van Europa. De leraren zijn hoogopgeleid, de nadruk ligt op sociale en persoonlijke vaardigheden maar ook op academisch leren en het curriculum bevat een breed scala aan onderwerpen, van robotica tot muziek en kunst. Britse politici nemen hier nota van. In 2022 bracht Bridget Phillipson, de schaduwminister van Onderwijs van Labour, een bezoek om te zien hoe Estland dat doet.

    Gunda Tire, die internationale evaluaties leidt voor de onderwijs- en jeugdraad van Estland, zegt dat het succes van het land deels te danken is aan de mix van geschiedenis en geografie. ‘We hebben Zweden, Denemarken, Rusland en Duitsland hier gehad. Als de Esten wilden overleven, moesten ze slim zijn en ze begrepen dat onderwijs hen vooruit zou helpen. Hetzelfde gold toen we onder Sovjetbezetting waren.’ 

    Gelijkheid

    Een van de blijvende principes, zegt ze, is gelijkheid – dat iedereen een gratis schoollunch krijgt is zowel vanuit ideologisch als vanuit praktisch oogpunt. En bijna alle kinderen gaan naar de kleuterschool, die zwaar gesubsidieerd wordt, zodat tegen de tijd dat ze naar school gaan op de relatief late leeftijd van zeven jaar hun achterstanden niet meer zo groot zijn. Autonomie is ook fundamenteel. ‘We hebben scholen de mogelijkheid gegeven om zelf te beslissen.’

    Toen Estland het digitale tijdperk omarmde, deden ook de scholen mee. Al in 1997 lanceerde het land een initiatief met de naam Tiigrihüpe (Tijgersprong), om computers en software te verbeteren en scholen toegang tot internet te geven. ‘We trainden veel leraren, verbonden alle scholen met elkaar en gaven ze computers,’ zegt Tire. ‘Het idee is niet om een IT-klas te hebben, maar om digitale vaardigheden overal te integreren.’ Veel kinderen leren coderen en robotica, en alles, van schoolboeken tot communicatie met ouders, is digitaal. In plaats van leerlingen die de orde verstoren hardhandig te straffen, zegt Tire, hebben Estse scholen over het algemeen een meer verzorgende aanpak – het is gebruikelijk om kinderen mee naar buiten te nemen en ze in een kleine groep te onderwijzen De meeste scholen hebben een psycholoog en een counselor.

    Creatieve vakken worden net zo gewaardeerd, legt Tire uit: ‘Ze moeten allemaal kunst en muziek volgen, en “technologie”. Met andere woorden, ze leren koken, breien, dat soort dingen. We merken dat het welzijn en gevoel van voldoening bij de kinderen daardoor toeneemt. We denken niet dat dat irrelevant is. Sommige landen zeggen: “We hebben de muziekles eruit gehaald om meer wiskunde te geven.” Maar als je naar bladmuziek kijkt is dat echt niet minder ingewikkeld.’ 

    Creatieve vakken, zegt Tire, kunnen allerlei vaardigheden bevorderen, zoals teamwerk en het vermogen problemen op te lossen. Ze glimlacht als ze terugdenkt aan tienerjongens die vorig jaar op een groot festival enthousiast meededen aan de volksdansen die ze op school hadden geleerd. ‘Het is een fysieke activiteit, en een plezierige. Bovendien ben je in een groep en moet je communicatieve vaardigheden gebruiken.’

    Kun jij je voorstellen dat je acht of meer examens moet doen?

    Om door te stromen naar het hoger secundair onderwijs, het equivalent van het zesde jaar, leggen de leerlingen slechts drie examens af – wiskunde, Ests en een vak naar keuze. Dat is nogal een verschil met de meeste andere landen. Kun jij je voorstellen dat je acht of meer examens moet doen? vraag ik Cordelia Violet Paap, een zeventienjarige studente aan de Pelgulinna State. Ze kijkt geschokt en zegt: ‘Dat is veel. Dan zou ik veel meer stress hebben.’ 

    Paap vertelt dat de creativiteitsethos van haar school ‘veel leuker is dan de strikte orthodoxe manier, waarbij je alleen maar in een klaslokaal zit en luistert’. Targo Tammela (17), die net uit een les Scandinavische geschiedenis komt, zegt dat er ‘nog steeds discipline is, je moet nog steeds voor elke toets slagen’. Het veelgeprezen digitale onderwijs maakt een groot deel uit van hun leerproces, vertellen ze. Technologie is overal beschikbaar en de meeste leermiddelen en toetsen zijn online. ‘Er zijn een paar nadelen, want je kunt er lui van worden of afgeleid raken door het internet,’ zegt Tammela. ‘Maar de voordelen wegen ertegen op.’

    Harmonieus

    Het is vroeg in de middag en op het Gustav Adolf Gymnasium in het oude gedeelte van Tallinn zit de schooldag er voor veel leerlingen al op. Ik wacht bij de poort op de hoofdonderwijzer en zie jonge kinderen alleen of met vriendjes naar huis lopen. ‘Ze zijn over het algemeen erg zelfstandig,’ zegt Henrik Salum, het schoolhoofd (jonge man, gekleed in spijkerbroek).

    Achter de historische gevel is de school opnieuw ingericht, licht en ruimtelijk. In een van de ruimtes hangen boskzakken, deze wordt ook voor danslessen gebruikt. In een andere ruimte kun je tafeltennissen. In het enorme centrale atrium, waar de kinderen lunchen, staat een piano en is een podium voor optredens. Leerlingen zitten op de traptreden en maken schoolwerk of kletsen wat. De sfeer is gemoedelijk en ontspannen.

    Zijn er gedragsproblemen? ‘Natuurlijk,’ zegt Salum. ‘Elke dag is er wel een incident waarbij je leerlingen moet duidelijk maken dat ze anderen moeten respecteren en hoe ze zich moeten gedragen. We hebben bepaalde leerlingen die we beter in de gaten moeten houden en we hebben veel contact met de ouders. Maar over het algemeen merk ik dat de leerlingen het naar hun zin hebben.’ Het ziet er in ieder geval behoorlijk harmonieus uit. In een van de brede gangen zijn twee kinderen aan het schaken en overal liggen keurige stapels kussens voor als je wil socializen of voor als een van de leraren besluit in een andere omgeving dan zijn lokaal les te geven.

    In een klas waar Ests wordt gegeven is het stil. Een groep acht- en negenjarigen werkt aan een samenvatting van een boek dat ze net hebben gelezen en dat op het grote scherm te zien is. In een andere klas werken twaalf- en dertienjarigen aan hun Engelse woordenschat. Er zitten maar zestien kinderen in deze klas. De klassen tellen meestal achtentwintig leerlingen, maar vreemde talen worden in kleinere groepen onderwezen, zodat iedereen de kans krijgt om te spreken en mee te doen.

    In Maria Tooms klas van tien- en elfjarigen zijn enkele kinderen blijven zitten om met me te praten – allemaal in uitstekend Engels. Wat herinneren ze zich van de kleuterschool? Het was leuk, zeggen ze. ‘We hadden slaappauzes,’ vertelt een meisje, Laura. Hier krijgen ze in plaats daarvan hersenpauzes – verschillende keren in een les geeft hun lerares, die bij haar voornaam wordt aangesproken, hun een pauze om wat te bewegen of om een spelletje te spelen.

    ‘Een van de belangrijkste elementen van het Estse onderwijssysteem is dat scholen en leraren veel vrijheid hebben,’ zegt Salum. Er zijn normen waaraan ze moeten voldoen, maar hoe ze dat doen is aan hen. Toom heeft toegang tot tablets en laptops voor de kinderen, maar ze geeft net zo lief een les buiten, of op het dakterras, met papier en potlood – niet om de natuur te bestuderen (wat ze ook doen), maar omdat het fijn is om buiten te leren rekenen. ‘Ik denk dat het een gevoel van vrijheid geeft en het leert kinderen de flexibiliteit bij om waar dan ook te leren.’

    Eerder dit jaar staakten de leraren van Estland voor het eerst sinds jaren

    Terwijl we door de school lopen, zegt elke leerling ‘tere’ (hallo) tegen Salum. Eén meisje komt naar hem toe en gooit haar armen om zijn middel. ‘Sommigen willen een high five,’ zegt hij. ‘Zolang de leerlingen glimlachen en hallo zeggen, is alles goed. Als ze dat niet meer doen, dan weet ik dat er iets mis is.’ Toen Salum er nog op school zat, was de sfeer traditioneler, maar hij merkt dat de leerlingen een minder hiërarchische sfeer op prijs stellen. ‘We zien onze leerlingen als collega’s, dus we werken samen en betrekken hen overal bij.’ Veel van de docenten van de school zijn oud-leerlingen; ook dat staat hem aan.

    Het grootste probleem voor Salum, en veel andere schoolhoofden, is het gebrek aan leraren. Ondanks de positieve kanten van het systeem zijn er nog steeds problemen met de werkdruk. Waarom zouden afgestudeerden met een masterdiploma genoegen nemen met een relatief laag salaris als ze een veel beter betaalde baan kunnen krijgen, bijvoorbeeld in de florerende digitale industrie van Estland? Eerder dit jaar staakten de leraren van Estland voor het eerst sinds jaren.

    Het salaris van leraren ‘is overal ter wereld een probleem’, zegt Kristina Kallas, de Estse minister van Onderwijs, als ik haar in haar kantoor ontmoet. ‘Het onderwijssysteem staat altijd onder druk.’ Op dit moment zijn er twee belangrijke problemen, zegt ze. ‘Het ene is de economische recessie en het andere is dat elk begrotingsoverschot naar defensie gaat, omdat we ons in een zeer precaire situatie bevinden.’ Alle ogen zijn gericht op buurland Rusland en de situatie in Oekraïne.

    Kallas denkt dat de kracht van het Estse onderwijssysteem ligt in het feit dat ‘het van onderaf is opgebouwd, niet wordt geleid door [de centrale overheid], en dat ook nooit is geweest. Het onderwijssysteem is ouder dan de staat.’ Zijn er politici die er meer controle over zouden willen hebben? ‘Verrassend genoeg niet,’ zegt Kallas. ‘Iedereen laat het [onderwijs] over aan de experts. Docenten en universiteiten debatteren erover, soms in het openbaar, en hebben soms verschillende manieren voor ogen. Maar de politici bemoeien zich er niet mee.’

    Er zijn zaken waar Kallas haar blik op gericht houdt. Tijdens de pandemie deden Estse kinderen het niet zo slecht omdat ze al goed voorbereid waren op digitaal leren, maar sindsdien is er een zorgwekkend aantal tienerjongens dat afhaakt. En hoewel er geen elitair privéschoolsysteem is, verhuizen families met hogere salarissen vaak om in de buurt van de beste scholen te wonen, waardoor anderen buiten de boot vallen. ‘Dit is een trend die me zorgen baart omdat hij ingaat tegen de redenen waarom ons onderwijssysteem zo sterk is – gelijkheid is belangrijk,’ zegt Kallas.

    Klik

    Pelgulinna State Gymnasium is duidelijk een van de betere scholen. Hij is pas afgelopen herfst geopend, als een van de dertien nieuwe middelbare scholen die de staat de afgelopen vijf jaar heeft gebouwd. Een prachtig gebouw, met de nadruk op ruimte, licht en natuurlijke materialen, vooral hout. Eén ruimte bevat rijen grote schermen; hier kunnen leerlingen in kleine groepen werken en presentaties geven, en er zijn comfortabele hoekjes gebouwd, voorzien van stopcontacten, waar leerlingen zich kunnen terugtrekken. Er zijn ook driehonderd fietsenstallingen, roze badkamers, bomen die binnen groeien en een comfortabele bibliotheek. Een kleine verstoring van deze idylle vormde de les die vanochtend werd gegeven in de collegezaal, waar verschillende legerofficieren ‘defensieonderwijs’ geven. Ook ‘communicatie’ en ‘zorg voor de buren’ zijn vorig jaar geïntroduceerd op Estse middelbare scholen. 

    De leraren gebruiken een mix van oefeningen, zegt Agne Kosk, hoofd talen, die de sciencefictionles onderwees. ‘Deze generatie wil haar mening geven, ze wil betrokken worden in het gesprek, ze wil alle kanten van de zaak kennen. Simpelweg een tekstboek voorlezen werkt niet meer.’ Ze zegt dat een goede relatie met haar studenten ‘op de eerste plaats komt. Als het niet klikt met de studenten, kan je nog zo je best doen, maar dan werkt het niet’. Op die klik lijkt het Estse onderwijssysteem inderdaad te zijn gericht.

    Met de leerlingen uit de sciencefictionklas heeft ze duidelijk een goede band – de studenten hebben hun eigen hashtag gemaakt, die op het whiteboard is geschreven en zich laat vertalen als ‘Agne is cool’. Kosk vraagt ze welke aantekeningen ze hebben gemaakt toen ze het eerste deel van Blade Runner keken, en er ontstaat een discussie over of ze al dan niet zouden zakken voor een empathietest (waardoor ze zouden worden aangemerkt als een van de niet-menselijke replicanten van de film), wat het betekent om mens te zijn en een beetje over filmgeschiedenis (is dit, vraagt een van de leerlingen, een van de eerste films met vliegende auto’s erin?). Het is tijd om verder te kijken. Lichten uit – de leerlingen richten hun aandacht op het scherm.

  • Estland: Rusland bereidt zich voor op confrontatie met het Westen

    Estland: Rusland bereidt zich voor op confrontatie met het Westen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ruim 200 miljoen Indonesiërs naar de stembus

    » Huis van Afgevaardigden zet Amerikaanse minister af

    Rusland heeft de Estse premier Kallas op een zwarte lijst gezet

    Rusland bereidt zich voor op een militaire confrontatie met het Westen in de komende tien jaar. Dat hebben de Estse inlichtingendiensten dinsdag gezegd, schrijft Deutsche Welle. Alleen een grote tegenaanval van het Westen zou hen kunnen afschrikken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het hoofd van de inlichtingendienst zei dat hun verwachtingen zijn gebaseerd op Russische plannen om het aantal troepen te verdubbelen langs de grens met NAVO-leden Finland en de Baltische staten Estland, Litouwen en Letland. Een dergelijke troepenopbouw zou ook waarneembaar zijn geweest in aanloop naar de invasie van Oekraïne.

    Intussen heeft het Kremlin de Estse premier, Kaja Kallas, op een lijst van gezochte personen gezet. Volgens de woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken wordt Kallas beschuldigd van het ‘vernietigen van monumenten voor Sovjetsoldaten’.

  • Finland meldt sabotage aan onderzeese pijpleiding

    Finland meldt sabotage aan onderzeese pijpleiding

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meldingen nepnieuws nemen toe sinds conflict tussen Israël en Hamas

    » Libanon, Syrië en Jemen dreigen met aanvallen vanwege rol VS

    Er zijn gelijkenissen met de aanval op de Nord Stream-pijpleiding

    Een onderzeese gaspijpleiding en een telecommunicatiekabel in de Oostzee tussen Finland en Estland zijn beschadigd door een explosie. Finland meldt dat het waarschijnlijk om sabotage gaat, schrijft The Guardian. Reparatie van de gasleiding zal maanden duren, zegt de Finse regering.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Finland trad in april toe tot de NAVO, terwijl Estland sinds 2004 lid is. Volgens Finland is de energievoorziening in het land niet in gevaar gekomen. ‘Het is nog te vroeg om conclusies te trekken over wie of wat de schade heeft veroorzaakt’, zeiden autoriteiten.

    Het Noorse seismologisch instituut Norsar zei dinsdag dat het ‘een waarschijnlijke explosie’ had vastgesteld in de buurt van de locatie van de pijpleiding. Er zouden gelijkenissen zijn met de explosie van de Nord Stream-pijpleiding bij Duitsland, in de beginmaanden van de oorlog in Oekraïne.

    Lees ook:

  • Estland stemt als eerste voormalige Sovjetstaat voor homohuwelijk

    Estland stemt als eerste voormalige Sovjetstaat voor homohuwelijk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker 41 doden bij rellen in vrouwengevangenis Honduras

    » Spionagedienst: extreemrechts en Rusland grootste gevaren voor Duitsland

    Landen als Litouwen en Letland zijn bezig met soortgelijke wetten

    Een kleine meerderheid in het Estse parlement heeft voor een wet gestemd waarmee het homohuwelijk wordt gelegaliseerd, schrijft CNN. Het is het eerste land uit de voormalige Sovjet-Unie dat het homohuwelijk bij wet mogelijk maakt. Buurlanden als Litouwen en Letland zijn bezig geregistreerd partnerschap voor stellen van hetzelfde geslacht te legaliseren, wat wordt gezien als de eerste stap richting de legalisering van het homohuwelijk.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vijfenvijftig van de honderdeneen parlementariërs stemden vóór de wet. Er was met name tegenstand van conservatieve partijen die de etnische Russische minderheid in het land vertegenwoordigen. In een reactie noemde de vrouwelijke premier van Estland, Kaja Kallas, de weg richting legalisering ‘een noodzaak om het huwelijk en liefde te promoten’.

    Estland is de afgelopen tien jaar een meer pro-Europese koers gaan voeren, wat inhoudt dat progressieve agendapunten als de uitbreiding van homo- en vrouwenrechten steeds belangrijker worden in de maatschappij. Ruim de helft van de Esten is tegenwoordig voor het homohuwelijk, waar dat tien jaar geleden nog een derde was.

    Lees ook:

  • Kaja Kallas, de Estse premier die het gevaar van Poetin voorzag

    Kaja Kallas, de Estse premier die het gevaar van Poetin voorzag

    Voordat andere regeringsleiders dat deden, waarschuwde de Estse premier Kaja Kallas al voor Vladimir Poetin. Wie is deze vrouw, die nu als mogelijke secretaris-generaal van de NAVO genoemd wordt?

    In Kaja Kallas’ familie worden twee soorten verhalen verteld over de jaren in Siberië. Er zijn verhalen over de honger, de kou en de angst. Over hoe Sovjet-soldaten Kallas’ moeder in 1949 met haar moeder en grootmoeder in een veewagen opsloten en hen naar het oosten deporteerden, tot voorbij Novosibirsk. En er zijn verhalen waar ze om lachen. Over hoe ze een naaimachine in de veewagen meetorsten en hoe deze machine hen van een bescheiden inkomen voorzag, omdat ze op een plaats waar alleen wat houten hutten stonden, voor anderen kleding oplapten. ‘Mijn grootouders hebben verschrikkelijke dingen doorstaan,’ zegt Kaja Kallas, ‘en ze hebben mij geleerd dat je moet vieren dat je leeft.’

    Kallas zit aan de ovale tafel waar ze als regeringsleider van Estland buitenlandse gasten ontvangt. Twee dagen na ons gesprek zal ze hier de minister van Defensie van de Verenigde Staten Lloyd Austin ontmoeten en een week eerder was de Zweedse premier Ulf Kristersson op bezoek.

    Allemaal kennen zij het verhaal van haar grootouders. Ze weten dat de minister-president de dochter is van een vrouw die als baby naar Siberië werd gedeporteerd en dat alleen met veel geluk heeft overleefd. Het verhaal stond in een artikel van Kallas in The New York Times, en ze vertelde het tijdens een toespraak voor het Europees Parlement in maart 2022, twee weken nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen.

    Voor het tweede deel van Kallas’ familiegeschiedenis is zelden genoeg tijd. Voor de terugkomst uit Siberië en voor het gevoel dat haar grootouders aan hun kinderen en kleinkinderen hebben meegegeven: ons krijgen ze niet meer klein. Kallas zegt dat ze thuis heeft geleerd dat veel mensen zich in zware tijden van hun beste kant laten zien.

    Al in januari 2022, toen de meesten in Europa meenden dat er alleen omdat Rusland meer dan 100.000 soldaten naar de Oekraïense grens stuurde, nog geen reden was voor paniek, kwam Kallas in actie. Ze eiste ondersteuning voor Oekraïne. En leverde wapens.

    Waarschuwingen

    De media berichtten destijds routinematig over haar waarschuwingen. Het was het Baltische geluid dat iedereen nou wel kende: Poetin is gevaarlijk, we moeten de NAVO in het oosten versterken, we moeten stoppen met Nord Stream. Na 24 februari zei Kallas hetzelfde, maar nu werd er wel naar haar geluisterd. De premier van een landje met maar net 1,3 miljoen inwoners veranderde in een politicus met wie op het wereldtoneel rekening wordt gehouden en die nu zelfs als kandidaat wordt genoemd voor de opvolging van Jens Stoltenberg als secretaris-generaal van de NAVO.

    En dat niet alleen omdat de regeringsleiders in Berlijn, Parijs en Brussel hebben moeten toegeven dat Kallas het met haar inschatting van Poetin bij het rechte eind had – maar ook omdat zij optreedt als iemand die zich in het licht van de schijnwerpers van de wereldgeschiedenis op haar gemak voelt.

    De digitalisering is onderdeel van een overlevingsstrategie van Estland

    Haar liberale partij Reformier (de Hervormingspartij) blijft stabiel op ruim 30 procent. Daarop volgt lang niemand tot – allebei rond de 20 procent – de rechts-populistische partij EKRE (de Conservatieve Volkspartij) en de middenpartij Kesker (de Centrumpartij). Hoe komt het dat de 45-jarige Kallas, die haar ambt pas twee jaar bekleedt, een van de belangrijkste waarschuwende stemmen van Europa is geworden?

    Medio december 2022 moet de bondskanselier Olaf Scholz in Berlijn tijdens het afsluitende panelgesprek van de Digitaliserings-top van de Duitse regering uitleggen hoe het vordert met de digitalisering in Duitsland. Hij zit erbij met zijn typische Scholzse verfrommeldheid, die erop lijkt te wijzen dat hij zich wel genoeglijkere dingen kan voorstellen voor een dergelijke vrijdagnamiddag. Naast hem zit Kallas. Ze straalt. ‘Het is een grote eer voor mijn land dat ik hier vandaag ben. Als men ziet waar wij vandaan komen en waar we vandaag staan, dat we gelijkwaardig zijn aan Duitsland – dat betekent heel veel voor ons,’ zegt Kallas.

    Lichtend voorbeeld

    Ze is hier uitgenodigd als lichtend voorbeeld, als premier van E-Estonia, de digitale koploper van de EU. En ze vervult die rol glansrijk. ‘Wij hebben alles al eens uitgeprobeerd. U heeft het voordeel dat u van onze fouten kunt leren,’ stelt ze. Spontaan applaus uit de zaal. ‘Er is natuurlijk wel een verschil wanneer je dit doet voor een land met 84 miljoen burgers en wanneer je het doet voor een land dat zo groot is als het uwe,’ bromt Scholz. ‘Wij hebben sinds 2007 te maken gehad met het afweren van cyberaanvallen vanuit Rusland,’ zegt Kallas.

    Het beeld dat van dit panelgesprek blijft hangen is dat van een vrouw die in vlekkeloos Engels vertelt over behaalde successen, terwijl naast haar een man met de nodige tegenzin over de problemen van het federalisme spreekt.

    Een underdog moet altijd meer moeite doen. Kallas heeft dat zozeer geïnternaliseerd dat je haar, wanneer je haar langere tijd volgt, vaak kunt zien wachten. Ze wacht tijdens de Veiligheidsconferentie in München midden februari op de Franse president Emmanuel Macron, die vanwege zijn begrip van macht graag als laatste een kamer binnenkomt. Precies zo zit ze in het Estse dorp Varbola in haar eentje voor twintig lege stoelen te wachten, terwijl de gepensioneerden die haar hebben uitgenodigd nog aan de koffie zitten.

    GettyImages 1374879595
    Premier Kaja Kallas op een persconferentie met de toenmalige Britse premier Boris Johnson en Jens Stoltenberg, secretaris-generaal van de NAVO. – © Getty Images / Leon Neal

    Als Kallas tijdens het interview in haar kantoor in Tallinn over digitalisering spreekt, wordt duidelijk dat het er voor de Esten nooit alleen om ging hoe ze op soepele wijze uit het papieren tijdperk konden komen. De digitalisering is onderdeel van de overlevingsstrategie van het land, omdat ze Estland op de kaart zet. ‘Als mensen niet weten dat je bestaat, merken ze het ook niet als je verdwijnt,’ zegt Kallas. Dat is de les die de Esten hebben getrokken uit eenenvijftig jaar Sovjetbezetting. ‘Toen het IJzeren Gordijn werd neergelaten, hebben Frankrijk en Duitsland ons niet gemist. Maar wij, wij hebben jullie wel gemist. Wij hebben de vrijheid gemist.’

    Hoe pak je dat aan, niet nog eens vergeten te worden? ‘We moeten nuttig zijn, we moeten laten zien dat we nodig zijn.’ Kallas somt op hoe Estse troepen hebben deelgenomen aan de Franse militaire missie in Mali, hoe Estse reddingswerkers kort na de aardbeving in Turkije zijn komen helpen.

    Broche

    Kallas heeft voor dit interview een lichtgele jurk aangetrokken en draagt op haar borst een blauw-zwart-witte broche, de kleuren van Estland. Die is op de gele ondergrond niet te missen. Het veiligheidsbeleid van het land, dat een grens van zowat 300 kilometer met Rusland deelt, schrijft niet alleen een verhoging tot drie procent in het defensiebudget voor. Het schrijft ook voor dat de Esten actief moeten laten zien dat het land bestaat.

    Op een namiddag in februari, een uur rijden van de hoofdstad Tallinn, gaat Kallas op bezoek bij de vereniging van particuliere bosbezitters. Estland bestaat voor de helft uit bos. Wie niet kan meepraten over bodemkwaliteit en de behoeftes van berken, hoeft niet te proberen premier van Estland te worden.

    Superwoman

    De bosbezitters hebben dennentakken op het pad gelegd, zodat Kallas op haar weg van de auto naar het kampvuur en de worstjes niet uitglijdt over de bevroren grond. Een uur lang wordt er uitsluitend over bomen gesproken. Iets apart van het gezelschap staat Anniki Leppik, die administratief werk doet voor de bosbezitters.

    Ze draagt wandelschoenen en een parka. ‘Hoe Kallas de wereld afreist, dat is een beetje zoals Superwoman, ze komt echt overal,’ zegt Leppik. Hier in het bos gaan ze wel op een bijzondere manier om met superhelden. Aan het einde wordt er geen groepsfoto gemaakt, geen selfies met Kallas. In plaats daarvan geven ze haar een fles vers getapt berkensap cadeau.

    De ene vrede is de andere niet. Voor ons in Oost-Europa ging het stalinisme verder

    Onderweg in het bos is Kallas met haar chauffeur en assistent bij een snackbar gestopt. Gehaktballen en een koolsalade voor 7,80 euro. Aan andere tafels wordt kort opgekeken als de premier met haar dienblad voorbijloopt, dan wordt er weer verder gegeten. ‘Zo gaat dat in Estland,’ zegt Kallas. ‘We laten elkaar met rust.’ Een man wenkt haar. Kallas begroet hem bij naam. ‘Nu ja, en daarnaast is het een klein land en kennen we elkaar.’

    Voor Kallas geldt dat in het bijzonder. Haar vader, Siim Kallas, was een van de kopstukken in de Estse Onafhankelijkheidsbeweging en voorzitter van de Estse centrale bank. In 2002 werd hij premier. Vanaf 2004 was hij EU-commissaris voor Estland. De roddelpers berichtte over Kaja Kallas’ eerste huwelijk, omdat ze met begin twintig al tot de vooraanstaande personen van het land hoorde. Toen ze op haar drieëndertigste besloot de politiek in te gaan en een zetel in het Estse parlement bemachtigde, was het eerste commentaar van de pers dat ze niet hetzelfde voor elkaar zou kunnen krijgen als haar vader.

    Vaders faam

    Haar vaders faam bracht niet alleen met zich mee dat ze al vroeg in de schijnwerpers stond, maar ook dat haar jeugd in het teken stond van de politiek. Kallas herinnert zich hoe er op 20 augustus 1991 Sovjet-tanks naar Estland werden gestuurd nadat het land zich onafhankelijk had verklaard. Ze was veertien jaar oud en verbleef bij haar grootouders op het platteland; haar vader was in de hoofdstad. ‘Ik was ongelooflijk bang, ik dacht dat ik mijn vader nooit meer zou zien. Ik kende immers alle verhalen over wat de Russen doen met mensen die zich verzetten.’

    Dit moment haalt Kallas ook aan omdat ze wil benadrukken wat ze sinds Ruslands oorlog tegen Oekraïne als een mantra herhaalt: de ene vrede is de andere niet. ‘Toen de Tweede Wereldoorlog voorbij was, begon men in West-Europa aan de wederopbouw. Voor ons in Oost-Europa ging het stalinisme verder. De deportaties, de moorden, de onderdrukking, de schaarste.’ Ieder kind weet dat oorlog verschrikkelijk is, zegt Kallas. En aan degenen die eisen dat Oekraïne zo snel mogelijk een vredesakkoord met Rusland sluit, legt ze – telkens opnieuw – uit hoe het voelt wanneer het einde van de bombardementen niet hetzelfde betekent als het einde van het geweld.

    Op het eerste gezicht lijkt Kallas’ een sterke positie te hebben bemachtigd door als ooggetuige een zeer duister beeld van Rusland te schetsen, een beeld dat het Westen aanvankelijk niet serieus nam. Maar haar invloed is ook groot omdat ze over de toekomst spreekt. Over een toekomst die in Estland al werkelijkheid is en die, als het aan haar ligt, ook voor Oekraïne mogelijk moet worden.

    GettyImages 543858146
    Voormalig minister van Buitenlandse Zaken Jeroen Dijsselbloem (l) in gesprek met een van de kopstukken in de Estse Onafhankelijkheidsbeweging en voorzitter van de Estse centrale bank, Siim Kallas. – © Getty Images / Thierry Tronnel

    Van 2014 tot 2018 was Kallas Europarlementariër. Ze werd in deze periode door de nieuwssite Politico als een van de invloedrijkste parlementariërs bestempeld. Zij was erbij toen de associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne werd ondertekend. ‘Mijn vader heeft voor de Esten meegewerkt aan de toetredingsprocedure tot de Europese Unie. Een generatie later sta ik aan de kant van de EU en bereid de toetreding van de volgende staat voor,’ zegt ze. Voor Kallas is de Europese Unie een belofte dat er vooruitgang wordt geboekt.

    Op haar Instagramprofiel zie je Kallas zelden handen schudden. Ze omhelst. Bijvoorbeeld de voorzitter van het Europees parlement, Roberta Metsola, die ze een vriendin noemt. Of de voorzitter van de Europese Commissie von der Leyen, die ze in ons gesprek kortweg Ursula noemt. Toen Kallas in 2018 een boek over haar tijd als parlementariër schreef en benadrukte wie ze allemaal had leren kennen, maakte de Estse pers daar grappen over. Vandaag verkondigt de publieke omroep: ‘Estland profiteert enorm van Kallas’ internationale zichtbaarheid.’

    Netwerk

    Kallas gebruikt haar wijdvertakte netwerk om haar opvattingen op het gebied van de buitenlandse politiek naar voren te brengen. Ze eist dat Vladimir Poetin als oorlogsmisdadiger wordt vervolgd. Ze staat erop dat Oekraïne de oorlog moet winnen en dat alleen Oekraïne kan bepalen wanneer die overwinning behaald is. En ze doet er alles voor om de oorlog bij de media op de voorgrond te houden.

    Dat Estland meer dan zestigduizend vluchtelingen heeft opgenomen, wat percentueel meer is dan welk ander EU-land dan ook, laat ook zien hoe serieus zij is over solidariteit met Oekraïne. De Russische aanval op Oekraïne voelt voor Estland als een schampschot. Als de Russen Oekraïne aanvallen met de rechtvaardiging dat ze het land ‘bevrijden’, waarom zou die logica dan niet ook voor Estland gelden?

    Uitgerekend op 24 februari viert Estland ieder jaar zijn onafhankelijkheid. Dit jaar wordt tegelijkertijd met de viering ook de aanval op Oekraïne op dezelfde datum herdacht. De Estse onafhankelijkheid presenteert Kallas niet als iets vanzelfsprekends, maar als iets waar zijzelf voor heeft gevochten. Kallas was achttien en studeerde nog aan de rechtenfaculteit toen ze tegelijkertijd op een ministerie aan de slag ging. ‘Mensen die niet veel ouder waren dan ik, hebben destijds onze staat opnieuw uitgevonden.’

    Een partijgenoot zou haar eens hebben aangeraden zich mannelijker te gedragen, om succesvoller te zijn

    In 1992 werd historicus Mart Laar op 32-jarige leeftijd premier van Estland. ‘We moesten onze relatie met de staat volledig herzien,’ zegt Kallas. Ten tijde van de Sovjet-Unie was je een held als je iets van de bezetter wist te stelen. Tegenwoordig is Estland een van de minst corrupte lidstaten van de EU. Op haar verkiezingsposters, die in februari overal in Tallinn hingen, zie je in een bovenhoek het symbool van haar partij. Het is een eekhoorn die op het punt staat op te springen. Een eekhoorn? Kallas: ‘Het is een ijverig en altijd actief beestje, dat zich er goed op voorbereidt de winter door te komen.’

    Alleen wil en kan niet iedereen in Estland zich met het eekhoorntje identificeren. Hoezeer Kallas ook straalt in de buitenlandse politiek, in de binnenlandse politiek is haar positie minder stabiel. ‘De jaren waarin we de Esten telkens weer nieuwe successen zoals EU- of NAVO-toetreding konden voorschotelen, zijn voorbij,’ zegt politicoloog Tõnis Saarts van de Universiteit van Tallinn. Het zelfbeeld van het gestaag vorderingen boekende land vervaagt, en tegelijkertijd neemt het aantal mensen toe dat hard wordt getroffen door inflatie en stijgende energieprijzen. In Estland klinkt er geen sterk links geluid, en wie bang is voor achteruitgang, wendt zich tot de rechts-populistische partij EKRE. Kallas wordt door rechtse politici een ‘oorlogsprinses’ genoemd, haar defensiebeleid noemen ze ‘hysterisch’.

    Desalniettemin wil geen van de tegenstanders van Kallas iets wezenlijks veranderen aan de grondslagen van de nationale buitenlandse politiek. Niemand in Estland verlangt dat het land uit de NAVO stapt of toenadering zoekt tot Rusland. ‘EKRE is een partij die zich in de eerste plaats op mannen richt, omdat veel van hun kiezers het niet kunnen verkroppen dat Estland voor het eerst door een vrouw wordt geregeerd,’ zegt Saarts.

    Mannen

    Wie eens wil meemaken dat Kallas haar diplomatieke en vriendelijke manier van spreken laat varen, moet haar vragen naar mannen in de politiek. ‘Vrouwen moeten twee keer zo hard werken,’ zegt Kallas, ‘en dan nog wordt onze competentie voortdurend betwijfelt.’ Een partijgenoot zou haar eens hebben aangeraden zich mannelijker te gedragen, om succesvoller te zijn. Inmiddels heeft Kallas voor vragen over haar nadrukkelijk vrouwelijke optreden een standaardantwoord klaarliggen. Totdat ze werd gekozen als premier had ze geen enkele broek in huis. Nu heeft ze er alleen een paar gekocht omdat het gemakkelijker is als ze bij een bezoek aan de troepen op een tank moet klimmen.

    Als je met mensen praat die Kallas goed kennen, zeggen zij dat ze op haar sterkst is wanneer ze bij anderen weerstand voelt. Kallas zelf zegt over Estland hetzelfde als over haar grootouders: ‘Door onze geschiedenis weten we dat wij ook de moeilijkste tijden kunnen doorstaan.’ Om deze geschiedenis te begrijpen raadt zij aan het monument voor de slachtoffers van het Sovjetcommunisme te bezoeken, dat onder haar voorganger werd opgericht.

    Het gedenkteken staat aan de rand van Tallinn, pal aan de Oostzee. Je loopt via een lange gang omhoog, op de wanden staan de namen van mensen die zijn gedeporteerd of zijn omgebracht. 75.000 mensen, een vijfde van de Estse bevolking, werden tussen 1940 en 1941 door de communistische bezetters gedood, opgepakt of gedeporteerd. Men had het bij dat aantal kunnen laten. In plaats daarvan is in het monument een fruittuin aangeplant. Boven een halve cirkel appelbomen staat in grote letters een gedicht. Het gaat over hoe een onweersbui een bijenvolk overrompelt. Op de muur, om de tekst van het gedicht heen, zitten twaalfduizend bijen van metaal, elk zo groot als een hand. Het is windig en donker in deze avond in februari, in geen van de appelbomen zitten knoppen. Maar de bijen spreken van de hoop dat er een nieuwe lente komt.

    Lees ook:

  • Microben uit Estland moeten Europa minder afhankelijk maken van Chinese chips

    Microben uit Estland moeten Europa minder afhankelijk maken van Chinese chips

    Voor de groene transitie waar Europa op inzet zijn veel metalen nodig. Het kleine Estland loopt voorop in het duurzaam recyclen van microchips en zet de eerste stap in de richting van een gezamenlijke Europese toeleveringsketen van essentiële grondstoffen.

    ‘Stelt u zich een goudmijn voor waarin elke ton erts een kilo goud bevat,’ zegt Priit Joers. ‘Elk mijnbouwbedrijf zou staan te popelen.’ Hij overdrijft niet: specialisten beschouwen een groeve met 10 gram goud per ton al als een schatkist. Dan moet een kilo echt een klapper zijn. Joers draagt in een kleine emmer een minuscuul deel uit zo’n wonderlijke mijn met zich mee, wanneer hij in Tartu, de tweede stad van Estland, zijn gast ontvangt. Het is restafval van elektrische apparaten in de vorm van elektrische circuits, die eerst door de shredder zijn gegaan en daarna tot een fijn poeder zijn vermalen.

    Overigens is Joers geen mijnbouwkundig ingenieur, maar moleculair bioloog, en werkt hij niet in een groeve, maar in een laboratorium. Wel houdt hij zich bezig met het winnen van goud en andere edelmetalen, want zijn expertise ligt bij het zogenoemde microbiële uitlogen van erts (bioleaching). Bij dit proces wordt het metaal niet, zoals momenteel de gangbare methode is, met behulp van agressieve oplosmiddelen uit erts geïsoleerd. In plaats daarvan laat men micro-organismen het werk doen. Joers en zijn team willen onderzoeken welke bacteriën dat voor welke delfstof het best en het snelst kunnen.

    Op een paar vragen hebben ze al antwoorden gevonden, maar Joers is erop bedacht die voor zich te houden. ‘We zijn in afwachting van een besluit over de octrooiaanvraag voor onze procedure, daarom kan ik niets concreets verklappen,’ zegt hij. Met ‘we’ bedoelt hij het bedrijf Biotatec, waar hij als wetenschappelijk directeur aan verbonden is.

    Grote ambities

    De start-up staat de laatste tijd in het centrum van de belangstelling. Prestigieuze instituties, zoals de Innovatieraad van de Europese Unie en de Estse rijksdienst voor het ondersteunen van nieuwe technologische ontwikkelingen, hebben al ettelijke miljoenen euro’s financiering toegezegd. Verder heeft PricewaterhouseCoopers Biotatec op de lijst van de belangrijkste bedrijven op het gebied van veelbelovende milieutechnologie in de regio Centraal- en Oost-Europa geplaatst.

    Het jonge bedrijf koestert grote ambities: het wil binnen vijf jaar op internationaal niveau een leidende rol spelen binnen de microbiële uitloging, een sector die weliswaar niet nieuw is, maar decennialang een bestaan als muurbloempje heeft geleid.

    Europa zet nu op ambitieuze wijze in op de groene transitie: windmolens, zonnepanelen, een waterstofeconomie, elektrische auto’s. Daar zijn hopen metaal voor nodig, onder meer edelmetalen en zeldzame aardmetalen.

    Hiervoor beschikt Europa echter nog niet over een waardeketen (een eigen keten van grondstoffen tot eindproduct), waardoor het continent afhankelijk is van autoritaire regimes zoals China of Rusland. Wat zeldzame aardmetalen betreft is China momenteel bijvoorbeeld goed voor ongeveer twee derde van de winning van ertsen en ongeveer 85 procent van de verwerkte eindproducten – je kunt dus vooralsnog niet om Beijing heen. De coronacrisis en de Russische invasie in Oekraïne hebben echter laten zien hoe snel er problemen kunnen ontstaan in wereldwijde toeleveringsketens.

    Oftewel: als Europa zijn groene transitie veilig wil stellen, moet het meer zelf gaan produceren in een sector die vaak op gespannen voet staat met het milieubeleid en waarvoor de benodigde installaties dus niet altijd steun vinden bij de bevolking. De technologie van microbiële uitloging biedt oplossingen voor deze problemen.

    Wie niet over een eigen waardeketen beschikt, stelt zich bloot aan problemen of zelfs aan pressie

    Een eerste uitweg ligt in het beter hergebruiken van elektronisch en elektrisch restafval (ook wel e-afval genoemd). Daar kun je niet alleen goud uit halen, maar ook zilver, palladium of platina – dat laatste wordt gezien als het sleutelelement voor een efficiënte waterstofproductie. Van het e-afval waar we reeds over beschikken wordt momenteel slechts ongeveer een vijfde benut, zegt Joers. Dat komt doordat de bestaande methodes voor recycling te traag en te duur zijn. Met optimale microbiële uitloging zou dit proces daarentegen zelfs al op kleine schaal winstgevend zijn, om nog maar te zwijgen over industriële schaal.

    Tegelijkertijd is e-afval niet het enige afval dat Biotatec op het oog heeft. Ook fosforgips en zogenoemde rode modder zijn interessant. Beide zijn industriële restproducten uit de kunstmest- en aluminiumproductie. Alleen in Europa liggen er al miljoenen tonnen van op afvalbergen. Omdat ze giftige en radioactieve materialen bevatten, worden ze nauwelijks hergebruikt, hoewel ze van alles te bieden hebben – onder meer zeldzame aardmetalen. ‘Wat op deze afvalhopen ligt,’ zegt Joers, ‘zou Europa voor de komende decennia onafhankelijk van import kunnen maken.’

    Maar waarom zijn dan niet allang overal in Europa bacteriën aan het werk gezet om de begeerde stoffen uit het industriële afval en e-afval te halen, of zelfs uit ertsvindplaatsen met lage concentraties metaal, waar exploitatie tot nu toe niet loonde? Die vraag dringt zich temeer op omdat de technologie achter microbieel uitlogen welbekend is en in bepaalde gevallen ook al op industriële schaal toegepast wordt.

    Het probleem is dat deze technologie vergeleken met de traditionele aanpak voor uitloging van erts tot dusver te traag en te duur was. Mijnbouwbedrijven zagen daarom geen reden om van hun beproefde methodes over te stappen op een andere technologie of te investeren in nieuwe productielijnen.

    Autarkie

    Maar die redenering begint te rammelen. Om te beginnen hebben de laatste paar jaar bewezen hoe rap het raderwerk van de wereldeconomie tot stilstand kan komen. Wie niet over een eigen waardeketen beschikt, stelt zich bloot aan problemen of zelfs aan pressie. Ten tweede is het waarschijnlijk dat de vraag naar strategische grondstoffen die nodig zijn voor de ‘groene transitie’ zienderogen zal toenemen en de prijzen zal opdrijven, zolang het aanbod de vraag niet kan bijbenen.

    En als Europa bovendien een bepaalde mate van autarkie wil bereiken in de waardeketen, zullen ook milieuvraagstukken een rol gaan spelen. Vergeleken met de klassieke uitlogingsmethodes heeft microbieel uitlogen wat dit betreft evidente voordelen. Ook op het gebied van de snelheid werden in het laboratorium van Biotatec al aanzienlijke vorderingen gemaakt.

    Wist Sirli Sipp Kulli dat dit in het verschiet lag, toen ze ruim tien jaar geleden besloot de traditionele mijnbouw in Estland achter zich te laten en een start-up op te richten die deze weg zou inslaan? ‘Het was intuïtie,’ zegt de gepromoveerde scheikundige van midden veertig, ‘op een of andere manier wist ik gewoon dat dit groots kon worden.’ Vooralsnog moet de laatste stap – toepassing op industriële schaal – nog gezet worden. Maar met de nieuwste generatie bioreactoren staat Biotatec op het punt ook deze horde te nemen en kan het bedrijf aantonen dat hun methode binnen de sector een serieuze concurrent zal worden.

    Daarvoor zou een potentiële industriepartner zowat om de hoek liggen. In het oosten van Estland staat namelijk de enige fabriek van Europa (en tegelijkertijd een van de weinige buiten China) voor het op grote schaal isoleren van zeldzame aardmetalen.

    De Estse Silmet-fabriek verwerkt geconcentreerd erts uit alle delen van de wereld

    Het complex is gebouwd in de periode van de Sovjet-Unie. Die had in de provinciestad Sillamäe een uiterst geheime fabriek voor de vervaardiging van uraniumconcentraat in bedrijf. Later werden daar ook zeldzame aardmetalen gezuiverd. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd de Estse fabriek aanvankelijk als staatsbedrijf onder de naam Silmet voortgezet en vervolgens geprivatiseerd.

    Tegenwoordig is Silmet in het bezit van een Canadees concern, dat zowel in China als daarbuiten materialen produceert die in toenemende mate voor de nieuwe milieutechnologieën worden gebruikt. De Silmet-fabriek verwerkt geconcentreerd erts uit alle delen van de wereld en bedient daarmee een klantenbestand dat al net zo internationaal is.

    Daarnaast speelt de wens Estland als investeringsland op te waarderen. In Narva, niet ver van Sillamäe, wil het moederconcern 80 miljoen euro investeren in een fabriek voor de productie en het recyclen van sterke magneten, die in elektrische auto’s en windmolens gebruikt worden. De Estse regering gooit nog zo’n twintig miljoen euro tegen het project aan via het Just Transition Fund van de EU, een financieringsinstrument voor de economische diversificatie van zwakkere regio’s en de bevordering van milieuvriendelijke technologieën.

    Voor de Ida-Viru-regio, die al jaren door industriële teloorgang wordt bedreigd, betekent dat ongeveer duizend nieuwe en zeer gewenste banen. Potentieel worden dat er zelfs nog meer, want een toekomstige uitbreiding van de magnetenfabriek wordt al uitgetekend. Volgens Kristian Järvan, de Estse minister voor Ondernemerschap en IT, komt er op deze manier een geïntegreerde productieketen voor hoogwaardige sterke magneten tot stand, die de EU momenteel nog niet heeft en goed kan gebruiken.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/de-kassandra-van-europa/
  • Estland: partij van premier Kaja Kallas wint verkiezingen

    Estland: partij van premier Kaja Kallas wint verkiezingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Belarussische oppositieleider Tichanovskaja bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar cel

    » Egypte ontkracht geruchten dat Suezkanaal wordt verkocht

    Kallas nog niet zeker van regeringsdeelname

    De Hervormingspartij van de Estse premier Kaja Kallas heeft zondag met een ruime marge de parlementsverkiezingen gewonnen. De centrumrechtse partij kreeg meer dan 31 procent van de stemmen. De extreemrechtse partij Ekre werd tweede met 16,1 procent – ruim onder de 25 procent die in de peilingen werd beloofd, aldus Politico.

    Het lot van Kaja Kallas, ‘een van Europa’s meest vurige verdedigers van Oekraïne’, wordt ‘scherp in de gaten gehouden’, schrijft de politieke nieuwssite. Want zij staat nu ‘voor een tweede uitdaging: een stabiele meerderheidscoalitie vormen om de Baltische staat van 1,3 miljoen inwoners te leiden of het gevaar lopen dat ze uit de macht wordt gezet door een coalitie die mogelijk rond Ekre en de Centrumpartij is opgebouwd’.

    Kallas uitte al voor de oorlog tegen Oekraïne felle kritiek op Rusland

    Gedurende de oorlog in Oekraïne heeft Kallas onophoudelijk aangedrongen op het leveren van meer wapens aan het door oorlog verscheurde land en het versterken van de NAVO-troepenmacht langs de oostelijke rand van Europa. Haar jarenlange kritiek op de Russische president Vladimir Poetin, die ze al fel uitte voor de invasie van Oekraïne, geeft haar recente oproepen om voet bij stuk te houden tegen Rusland extra geloofwaardigheid, aldus Politico.

    ‘Als we vrede willen en niet het volgende doelwit van Rusland willen worden, moeten we Oekraïne steunen’, zei ze in een toespraak voor de verkiezingen. 

    Lees ook:

  • Het laatste matriarchaat vind je op het Estse eiland Kihnu

    Het laatste matriarchaat vind je op het Estse eiland Kihnu

    Op het eiland Kihnu maken vrouwen de dienst uit. Van oudsher moesten zij de alleskunners zijn terwijl de mannen op zee waren voor vis op de plank.

    Op Kihnu kenden ze al streepjescodes ver voordat de wereld werd veroverd door computers en elektronische dataverwerking. Streepjescodes zijn op dit kleine, tot Estland behorende, eiland in de Oostzee al ruim tweehonderd jaar representatief voor de gemoedstoestand van de bewoners. De kört, de traditionele, gestreepte lange rok van de vrouwen – waarvan het patroon veel wegheeft van een barcode –, geeft bijvoorbeeld aan of de draagster verdrietig dan wel in feeststemming is.

    De kört is een van de redenen dat de traditionele levensvorm van de paar honderd inwoners op Kihnu inmiddels deel uitmaakt van het immateriële erfgoed van de Unesco. Dat komt door de manier waarop het kledingstuk ook tegenwoordig nog wordt geproduceerd: de rok wordt meestal door de vrouw die hem gaat dragen zelf gemaakt, van het spinnen van de wol en het verven met natuurlijke kleurstoffen tot en met het weven.

    Bron van informatie

    Bovendien is de kört een bron van informatie over de vrouw die hem draagt. Is hij overwegend rood, dan gaat het haar goed; naar zwart neigende blauw- en grijstinten getuigen daarentegen van verdriet over het verlies van haar echtgenoot. Maar ook een bruid gaat voorafgaand aan de huwelijksvoltrekking donker gekleed, omdat zij met haar huwelijk haar jeugdjaren achter zich laat. Die rok zal ze daarna nooit meer dragen, maar ze zal hem ooit meekrijgen in haar graf.

    Het signaalsysteem van de kört is zo uitgebreid dat er zelfs een proefschrift aan is gewijd aan de Universiteit van Tartu, die vermaard is vanwege zijn semiotiekonderzoek (studie naar de werking van signalen). Maar recentelijk verkreeg Kihnu internationale bekendheid vanwege nog een andere bijzonderheid: volgens onder meer BBC zou het eiland de laatste plek in Europa zijn met een matriarchaat. Hier maken vrouwen de dienst uit.

    Dat de vrouwen het leven van alledag domineren, is ongetwijfeld juist. Want de mannen zijn vaak dagen- of soms zelfs wekenlang niet op het eiland. Kihnu leefde lange tijd vrijwel uitsluitend van landbouw en visserij. De visserij en alles daaromheen, zoals het bouwen van boten, was het domein van de mannen. Zij zaten vaak lang op zee. Zodoende kwam alles wat met het land te maken had voor rekening van de vrouwen: van de verzorging van het gezin en de opvoeding van de kinderen tot het werk op de boerderij. Als bijvoorbeeld de tractor kapotging of de motorfiets met zijspan (sinds de Sovjettijd het favoriete vervoersmiddel op het eiland), moesten de vrouwen van Kihnu die zelf repareren. Zij moesten dus van oudsher alleskunners zijn.

    Een levende traditie

    De strikte scheiding tussen het domein van ‘zee en man’ en dat van ‘land en vrouw’ komt ook naar voren in het kleine museum in Linaküla, een van de vier buurtschappen op het eiland. Aan elk van beide werelden is een helft van de expositie gewijd. Maar hoe zit het vandaag de dag met dat vermeende matriarchaat? Maie Aav, de directrice van het museum, denkt een ogenblik na en zegt dan: ‘Ik weet niet of je het zo kunt noemen, maar vrouwen zijn hier zonder meer heel belangrijk.’

    Waarschijnlijk is de vraag sowieso fout gesteld. Want het feit dat het maatschappelijke leven op het eiland ook tegenwoordig nog vrijwel volkomen wordt bepaald door vrouwen, vindt zijn oorzaak in de historische leefwijze en de noodzaak van arbeidsdeling. Belangrijker voor Aav is dat het unieke, vooral door vrouwen in stand gehouden, cultuurgoed van het eiland niet verloren gaat.

    En de kansen daarop zijn niet eens slecht. Al op het busstation van Pärnu, de Estse kuststad waar de reis per bus en veerboot naar Kihnu begint, viel een jonge vrouw in het oog die dan wel een hoodie aanhad en op gymschoenen liep, maar ook een kört droeg. Misschien woont zij door de week voor haar werk of studie in Pärnu en keert ze alleen in de weekenden terug naar Kihnu. Maar ook op het vasteland toont zij zich een trotse bewoonster van het eiland. 

    Het handwerkkransje betekende voor jonge vrouwen een welkome mogelijkheid voor ontspanning

    ‘Helaas is er op het eiland voor jonge mensen geen middelbare school, en ook nauwelijks werk,’ vertelt Aav. Dat geldt ook voor haar eigen zoon, die op een school in Pärnu eindexamen doet en later ICT wil studeren. Maar dat wil nog niet zeggen dat de jeugd niets meer van de karakteristieke levensvorm op het eiland wil weten. Dat blijkt in een bijgebouw van het museum, waar de bezoekers elke zaterdag van juni tot augustus een voorstelling met voor Kihnu typische muziek en dans voorgeschoteld krijgen. In het groepje vrouwen is elke generatie vertegenwoordigd, ook tieners.

    ‘Maar als er in de donkere maanden geen toeristen meer komen,’ zegt Aav, ‘dan ontmoeten we elkaar op donderdag, zonder iemand van buiten.’ Dat heet dan ülalistumine, wat zich min of meer laat vertalen als ‘breibijeenkomst’. Vroeger was dat een belangrijke aangelegenheid. Het handwerkkransje betekende voor jonge vrouwen een welkome mogelijkheid voor ontspanning. Zo konden zij zich op goede gronden even onttrekken aan het zware werk op de boerderij en iets voor zichzelf doen. Tegenwoordig zijn de vrouwen die samen komen handwerken ouder – vrouwen die graag terugkijken op hun jonge jaren, toen ander vermaak op het afgelegen eiland dun was gezaaid. Ze zien uit naar een babbeltje en bovendien willen ze allemaal uitzoeken wie op dat moment het mooiste breipatroon heeft voor sokken of wanten. 

    De geïsoleerde ligging van Kihnu heeft tot op heden bijgedragen aan de instandhouding van deze bijzondere leefwijze. En de bewoners lieten zich er ook niet onder krijgen toen ze ruim vier decennia onder de Sovjetknoet leefden, een periode waarin blijken van nationale en regionale eigenheid als bourgeois en nationalistisch werden beschouwd, en in strijd met de nagestreefde schepping van de homo sovieticus

    Tussen museum en moderniteit

    Maar hebben dergelijke tradities nog wel toekomst? In ieder geval helpt het ecotoerisme, dat op Kihnu inmiddels een nieuwe bron van werk en inkomen vormt. Want het toerisme zet het unieke handwerk uit Kihnu in de etalage. Vrouwen organiseren workshops, van breien en haken tot en met broodbakken en het vervaardigen van natuurlijke cosmetica. Het kan zomaar gebeuren dat bij een zaterdagconcert ook Rosaali Karjam komt optreden, de ruim tachtigjarige doyenne van de handenarbeid, om iets nieuws uit haar werkplaats te tonen.

    Dankzij de maatschappelijke erkenning die de traditionele levensstijl van het eiland inmiddels ten deel valt, is het voor de lokale jeugd eenvoudiger geworden om de spagaat tussen het moderne leven en de sociale erfenis van het eiland te verkleinen. ‘En ook de school helpt tegenwoordig een handje mee en leert kinderen onze manier van leven beter te begrijpen,’ zegt museumdirectrice Maie Aav, ‘anders dan in de Sovjettijd, toen hij tegen ons werkte’. Zo is er op het eiland, dat vroeger vaak meewarig glimlachend als achterlijk werd afgedaan en waar de bewoners bespot werden vanwege hun specifieke dialect, een nieuw zelfbewustzijn ontstaan.

    Verstarren als openluchtmuseum, dat wil Kihnu niet, ook al worden de bezoekers juist aangetrokken door het voorhistorische karakter van het eiland. Maar de traditie is net als vroeger de grondslag voor de eigen identiteit. ‘Niemand hoeft hier tegenwoordig meer als vrouw een kört te dragen,’ zegt Aav. ‘Als wij hem dragen, doen wij dat omdat we het willen.’

    Lees ook:

  • Hongersnood dreigt in Tigray | Estland vraagt VK om sancties tegen Belarus

    Hongersnood dreigt in Tigray | Estland vraagt VK om sancties tegen Belarus

    Hongersnood dreigt in Tigray

    Mark Lowcock, ondersecretaris-generaal voor humanitaire zaken en noodhulpcoördinator van de Verenigde Naties, waarschuwde deze week dat dringende maatregelen nodig zijn om hongersnood in de Ethiopische regio Tigray te voorkomen. ‘Er is een ernstig risico op hongersnood als hulp de komende twee maanden niet wordt uitgebreid’, aldus Lowcock tegen Al-Jazeera.

    In november vorig jaar gaf premier Abiy Ahmed van Ethiopië opdracht tot een militaire operatie in Tigray nadat hij het Tigray People’s Liberation Front beschuldigde van aanvallen op federale legerkampen. Het conflict in Tigray heeft in zeven maanden tijd duizenden mensen gedood en circa vijf miljoen mensen hebben dringend hulp nodig.

    Lees ook:


    Estland doet oproep aan VK

    De president van Estland, Kersti Kaljulaid, heeft er bij Groot-Brittannië op aangedrongen actie te ondernemen om te voorkomen dat antidemocratische regimes zoals dat van Belarus corrupt geld kunnen doorsluizen via het financiële centrum van Londen, aldus The Guardian.

    Haar pleidooi komt nadat de EU nieuwe economische sancties tegen Belarus heeft aangekondigd, alsmede strafmaatregelen tegen de nationale luchtvaartmaatschappij van Belarus, in een reactie op de kaping van een Ryanair-vlucht die leidde tot de arrestatie van de dissidente journalist Roman Protasevitsj, eerder deze week.

    Lees ook:

    De Estse president riep de Britse regering op eensgezind te zijn met de EU en alles in het werk te stellen om zich te verzetten tegen antidemocratische regeringen, zoals die van de Belarussische president Aleksander Loekasjenka. ‘We begrijpen dat er wettelijke beperkingen zijn, maar wees zo sterk als u kunt zijn, want dit is geld waarvoor het Belarussische volk lijdt onder een regime dat hun democratische rechten vertrapt’, aldus Kaljulaid.


    Cultuursector VS wacht nog op 16 miljard

    In december riep het Amerikaanse Congres een nieuw subsidieprogramma in het leven om muziekpodia, theaters en musea te steunen die vanwege de pandemie hun deuren moesten sluiten, maar van de beloofde 16 miljard is nog geen dollar uitgekeerd, meldt CNN. Uitbaters maken zich ernstig zorgen over de uitbetaling, die onder meer wordt vertraagd door technische problemen.


    Duitse vrouw verdient €1192 per maand minder

    De inkomenskloof tussen vrouwen en mannen in Duitsland groeit, zo blijkt uit cijfers van het Federaal Bureau voor de Statistiek. Mannen zouden gemiddeld 1.192 euro bruto meer per maand verdienen dan vrouwen.

    Het salarisverschil tussen mannen en vrouwen is 4 euro groter dan vier jaar eerder

    Het gemiddelde inkomen in april 2018, de laatst beschikbare cijfers, was 2.766 euro per maand. Over dat gemiddelde was het salarisverschil tussen mannen en vrouwen 4 euro groter dan vier jaar eerder, schrijft Die Tageszeitung. De kloof wordt vooral duidelijk bij hogere salarissen. Bijna 3,2 miljoen mannen, tegenover slechts ongeveer 800.000 vrouwen, verdienden 5.100 bruto euro per maand of meer. Dat komt neer op een mannelijk aandeel van bijna 80 procent. Bij topverdieners met minimaal 12.100 euro per maand lag het aandeel mannen met ruim 87 procent zelfs nog hoger. In deze salarisgroep gaat het om 158.000 mannen en 23.000 vrouwen.

    Omgekeerd zijn vrouwen sterk oververtegenwoordigd in groepen met lagere inkomens. Ongeveer 12,5 miljoen vrouwen ontvingen minder dan het gemiddelde inkomen van 2.766 euro, tegenover 8,3 miljoen mannen. Dit komt overeen met een vrouwelijk aandeel van ruim 60 procent.


    Hoger opgeleiden verlaten Italië

    Steeds meer hoger opgeleiden verlaten Italië. Volgens de Italiaanse Rekenkamer is de braindrain de afgelopen jaren sterk gestegen. ‘Beperkte vooruitzichten op een baan en lage lonen dwingen steeds meer afgestudeerden om het land te verlaten’, aldus de Rekenkamer, geciteerd door ANSA, die een toename noteert van 41,8 procent sinds 2013.

    Diploma’s in Italië bieden geen grotere kans op werk vergeleken met lagere opleidingsniveaus

    Net als andere landen ziet Italië steeds meer jonge mensen afstuderen, maar in tegenstelling tot andere landen, vertrekken steeds meer afgestudeerde jongeren naar het buitenland, zo stelt de Rekenkamer. ‘Het fenomeen is te wijten aan de aanhoudende moeilijkheden bij het betreden van de arbeidsmarkt en het feit dat diploma’s in Italië, in tegenstelling tot andere OESO-landen, geen grotere kans op werk bieden vergeleken met lagere opleidingsniveaus.’

    Opeenvolgende regeringen hebben geprobeerd de braindrain terug te draaien en ook de huidige premier Mario Draghi heeft gezworen om van Italië ‘een land voor jongeren‘ te maken met behulp van het door de EU gefinancierde coronaherstelplan.


    Veel Koreanen hebben geldzorgen

    Meer dan de helft van de volwassenen in Zuid-Korea heeft het afgelopen jaar last gehad van angst en depressie vanwege hun financiële status, zo blijkt uit Koreaans onderzoek schrijft The Korea Herald. Het onderzoek werd eind vorig jaar uitgevoerd onder 2000 mensen tussen 20 en 64 jaar, en wijst uit dat 58,1 procent van de respondenten hoge niveaus van stress en neiging tot zelfmutilatie heeft ervaren. Ongeveer 3,2 procent van de deelnemers dacht zelfs aan zelfmoord vanwege hun verslechterde financiële situatie. Niveaus van stress en depressie lagen hoger bij vrouwen en dertigplussers, de respons op zelfmoord en zelfmutilatie lag hoger bij mannen en bij twintig- en dertigjarigen.

    De deelnemers werd gevraagd om hun financiële welzijn te beoordelen op een schaal van nul tot 10. De gemiddelde score was 4,79. De mate van tevredenheid en geluk met financiële omstandigheden lag gemiddeld onder de 5 punten, terwijl het gemiddelde voor angst boven de 5 uitkwam.


    Minder expats in Saoedi-Arabië

    Maar liefst 2,24 miljoen buitenlandse werknemers hebben de privésector in Saoedi-Arabië verlaten sinds het koninkrijk in 2017 begon het aandeel van Saoedi’s in de sector te verhogen. Uit officiële gegevens blijkt dat het aantal buitenlandse werknemers van 2017 tot en met het eerste kwartaal van 2021 met 26,4 procent is afgenomen, bericht Middle East Monitor.

    Eind 2016 werkten er 8,49 miljoen expats in het land, eind maart 2021 waren dat er nog 6,25 miljoen. Het aantal Saoedische werknemers steeg in dezelfde periode met 10 procent van 1,68 miljoen naar 1,84 miljoen.

    Saoedi-Arabië wil het werkloosheidspercentage onder zijn burgers in 2030 teruggebracht hebben tot 7 procent.

    Lees ook: