Tag: Euro

  • De EU geeft groen licht voor de toetreding van Bulgarije tot de eurozone

    De EU geeft groen licht voor de toetreding van Bulgarije tot de eurozone

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Overstromingen in Texas: 109 doden en meer dan 170 vermisten

    » ICC beveelt arrestatie van talibanleiders wegens vervolging van vrouwen

    Het land wil met de toetreding de inkomenskloof verkleinen

    ‘Achttien jaar na de toetreding van Bulgarije tot de Europese Unie (EU) hebben de ministers van Financiën van de EU dinsdag eindelijk groen licht gegeven’ voor de toetreding van het land tot de eurozone op 1 januari 2026, meldt Bloomberg. De Bulgaarse premier Rossen Jeliazkov noemde het een ‘historische’ dag op X. Door de Europese eenheidsmunt in te voeren, hopen de Bulgaarse leiders ‘de grote inkomenskloof met de rijkere lidstaten te verkleinen’, aldus het economische medium.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Maar niet iedereen is blij met het afschaffen van de lev, de nationale munt sinds 1881. ‘Duizenden Bulgaren hebben de afgelopen weken gedemonstreerd tegen toetreding tot de eurozone’, uit angst voor onder meer een sterke stijging van de prijzen, merkt Euronews op. Dit standpunt wordt met name ingenomen ‘door de pro-Russische en nationalistische partijen’, aldus de zender.

  • Kroatië twintigste land dat euro invoert

    Kroatië twintigste land dat euro invoert

    » Verkiezing nieuwe voorzitter Huis van Afgevaardigden loopt vertraging op

    » Canada verbiedt buitenlanders twee jaar lang huizen te kopen

    Kroaten klagen dat sinds de invoering het leven duurder is

    Kroatië is sinds dit nieuwe jaar officieel het twintigste euroland in de Europese Unie. Het land was tien jaar geleden al lid geworden van de EU, maar om ook daadwerkelijk de euro in te kunnen voeren, moesten nog verschillende stappen worden gezet, schrijft Euronews. Kroatië is daarnaast ook toegetreden tot de Schengenzone, wat betekent dat de douanecontroles voorbij zijn.

    Toch gaat de invoering van de euro in het land niet zonder slag of stoot. Volgens veel Kroaten is het dagelijkse leven in hun land fors duurder geworden sinds de Europese munt gebruikt wordt. Met name in de horeca zouden prijzen fors hoger komen te liggen.

    De Kroatische minister van Financiën Davor Filipovic heeft naar aanleiding van de klachten gezegd een onderzoek te willen gaan doen of horecaondernemers de invoering van de euro gebruiken om hun prijzen op te drijven. In Kroatië is het nog twee weken mogelijk om te betalen met de oude munt, daarna moet iedereen met euro’s betalen.

    Lees ook:

  • Dollar op hoogste punt ten opzichte van euro in bijna 20 jaar

    Dollar op hoogste punt ten opzichte van euro in bijna 20 jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oeganda bevestigt nieuwe ebola-uitbraak. Ten minste één dode

    » Zelensky eist bij VN een ‘passende straf’ tegen Rusland

    Geopolitieke spanningen zorgen voor stijgende dollarkoers

    De Amerikaanse munt bereikte woensdag ’een nieuw hoogtepunt’ nadat Vladimir Poetin de mobilisatie van 300.000 reservisten aankondigde, schrijft CNN. De toespraak van de Russische president ‘stuurde de dollar 0,4 procent omhoog ten opzichte van een handvol belangrijke valuta, het hoogste niveau sinds 2002’. Beleggers zoeken in tijden van geopolitieke spanningen vaak een veilige haven in Amerikaanse dollaractiva.

    De olieprijzen zijn ook gestegen, aldus het netwerk. ‘Futures op Brentolie, de wereldwijde benchmark, namen met 2,5 procent toe tot net onder 93 dollar per vat.’ De euro daalde aanvankelijk met 0,7 procent tot 98 cent ten opzichte van de Amerikaanse dollar, maar is inmiddels weer gestegen.

    Lees ook:

  • ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    Binnenkort vertrekt ze, na zestien jaar en vier verkiezingsoverwinningen, vele crises en catastrofen, successen en rampen. Der Spiegel boog zich in een speciaal nummer over het tijdperk Angela Merkel. In dit overzichtsartikel van Dirk Kurbjuweit wordt haar leiderschap zorgvuldig geëvalueerd, aan de hand van de belangrijkste thema’s die haar tijd kenmerkten.

    Het tijdperk-Merkel was een tijd van spoken. Het was doortrokken van crises die zich aanvankelijk onzichtbaar uitbreidden en daarom zo’n griezelige indruk maakten. Dat gold voor de kredietcrisis en de eurocrisis, voor de pandemie en de klimaatverandering. Er was iets aan de hand, maar wat er precies aan de hand was begrepen alleen deskundigen, wetenschappers echt goed. Voor de anderen bleef er vooral een gevoel van onzekerheid hangen, van angst ook. Hoe zal dat spook mijn leven veranderen of beschadigen? Want al die crises hadden of hebben mogelijk ook catastrofale gevolgen op persoonlijk vlak: verlies van banen, van een levenstandaard, ziekte en dood.

    Angela Merkel had veel in zich om de juiste bondskanselier voor deze tijd te zijn, om een gelukstreffer van de geschiedenis te worden. In haar eerste leven werkte ze als wetenschapper, ze was een vrouw van getallen, tabellen, curven. Ze is hoog intelligent, doordrenkt van rationaliteit. Gespook kan haar niet bang maken omdat ze in staat is om het wezen ervan, de feiten erachter, te doorgronden. 

    Maakte dat Merkel de juiste kanselier voor deze tijd, voor de jaren 2005 tot 2021, een tijd van crises en catastrofen zoals de bondsrepubliek die niet eerder beleefd heeft? Binnenkort treedt ze af, zodra de bondsdag een opvolger of opvolgster heeft gekozen, waarschijnlijk in de herfst. Merkel zal zich dan voorlopig terugtrekken uit de politiek, na 31 jaar.

    In 1990 begon haar adembenemende carrière, meteen na de val van de muur, toen Angela Merkel een streep zette onder haar bestaan als fysicus aan de Akademie der Wissenschaften van de DDR en de politiek in ging.

    Ze was in elk geval een subtiel grapje van de geschiedenis. Een vrouw uit het Oosten moest meehelpen om het Westen door zijn grote crisis heen te leiden. Dat was de tweede grote ontwikkeling van haar tijdperk, naast de spookachtige crises: de liberale democratieën in Europa, Noord-Amerika en Australië werden stevig door elkaar geschud. Het begon precies twintig jaar geleden met de islamitische terreuraanslagen van 11 september 2001, werd doorgetrokken met een nieuwe agressieve houding van Rusland, de snelle opkomst van China als supermacht en de mislukte poging om een westers stempel te drukken op een deel van de islamitische wereld, in Irak en Afghanistan. 

    Ook de interne toestand van het Westen biedt een somber beeld: brexit, Donald Trump, rechts populisme in veel landen, vooral de grote vragen die de kredietcrisis en de klimaatverandering hebben opgeworpen over de westerse economie en levenswijze, de twijfel of liberale democratieën efficiënt genoeg zijn om pandemieën effectief te bestrijden – dat alles maakte het Westen tot een crisisgebied, knaagde aan het zelfbewustzijn in de grote westerse samenwerkingsverbanden, de EU en de NAVO.

    Merkel moest antwoorden vinden, vooral voor de bondsrepubliek, maar ook voor Europa en de wereld. Hoe goed ze dat daadwerkelijk gedaan heeft, zullen we pas over een paar jaar, of decennia, weten. De geschiedenis neemt vaak de tijd voor haar oordeel. We kennen nog niet alle gevolgen van Merkels handelen, misschien zullen we ze onder invloed van haar opvolgers opnieuw beoordelen. Maar een voorlopige balans is natuurlijk mogelijk, en aan het eind van haar tijdperk noodzakelijk.

    Hier volgt een balans in zeven hoofdstukken, de zeven catastrofes of crises die met name een stempel hebben gezet op Merkels ambtsperiode. De catastrofe op de financiële markten, de eurocrisis, de eeuwige dreiging die Poetin heet, de grote toevloed van vluchtelingen, Donald Trump, wiens naam hier staat voor de aanval op de liberale democratie in het algemeen, de klimaatverandering en de pandemie.

    Daar moest ze doorheen. Dat beheerste haar overvolle, sombere agenda. Dat was haar tijd, haar tijdperk.


    1. De kredietcrisis

    ‘Wij zeggen tegen de spaarders dat hun tegoeden veilig zijn.’

    – Merkel op 5 oktober 2008

    Het gespook begint. Banken melden problemen, aandelenkoersen storten in, vakjargon overspoelt de publieke discussie: subprime, interbancaire handel, asset-backed security’s. Derivaten. Slechte leningen. Nog meer banken melden problemen. Op 15 september 2008 gaat de zakenbank Lehman Brothers in New York onderuit, met catastrofale gevolgen voor de financiële economie in de hele wereld.

    Merkel maakte een radeloze indruk in de beginfase van deze crisis. Ze wist ook niet precies wat er gebeurde, hoe diep de val kon zijn. Maar ze heeft zich snel ingewerkt, heeft haar intellect gevoed met informatie en analyses over de verwevenheden in de financiële wereld, ze heeft gelezen en vele uren met deskundigen gepraat. Toen was ze er klaar voor, op de hoogte van de nieuwe tijd.

    In de VS hadden banken vastgoedkredieten zonder toereikende dekking verhandeld. Die werden door het financiële systeem gebundeld tot producten waarvan de inferieure kwaliteit niet meteen zichtbaar was. Zulke pakketten lagen wereldwijd overal opgeslagen als mijnen die wachtten op het signaal om te ontploffen. Lehman Brothers was dat signaal.

    Kort daarna viel ook het Duitse Hypo Real Estate (HRE) om. In de nacht van 28 op 29 september pokerde Merkel met de toenmalige baas van de Deutsche Bank, Josef Ackermann, met als inzet welk aandeel de banken op zich zouden nemen voor het debâcle van HRE. Merkel eiste 10 miljard. Te veel, vond Ackermann. 9 miljard, zei Merkel. Nee, zei Ackermann. Bij 8,5 miljard hadden ze een deal. De staat moest 26,5 miljard dragen.

    Veel burgers toonden zich niettemin verontrust, grote bankbiljetten werden hier en daar schaars omdat men thuis geld oppotte. Op 5 oktober stelde Merkel zich met toenmalig minister van Financiën Peer Steinbrück op voor de camera’s en verzekerde de burgers dat hun spaartegoeden veilig waren. Een vangnet voor de banken van 480 miljard werd door de bondsdag gejaagd.

    Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen

    Met de legendarische slooppremie en verruimde arbeidstijdverkorting ving Merkels regering de gevolgen voor de reële economie op. Weliswaar zakte het bruto nationaal product in 2009 met 5,7 procent, maar de werkgelegenheid bleef op niveau.

    Dit succes legde de basis voor Merkels reputatie als goede crisismanager. Een ander effect was ingrijpender. De financiële schok beroofde de bondskanselier volkomen van haar hervormingseuforie. Ze had de Duitsers al eerder als een angstig volk aangeduid, en nu wilde ze haar brave burgers niet nog meer belasten. Merkel, die zich met neoliberale ideeën een weg had gebaand naar het kanseliersambt, bouwde de verzorgingsstaat verder uit met een minimumloon, moederpensioen en oudergeld.

    Dat pakte ten dele heel goed uit, ook voor Merkel zelf, die zich daarmee verzekerde van herverkiezing, maar de hoognodige grondige hervorming van het pensioenstelsel bleef uit. Voor een deel van de bevolking was die eerste crisis bovendien het begin van een teleurstelling die niet meer zou verdwijnen: de bondskanselier weigerde in te gaan op de diepere oorzaken van de crisis en hoe het beter zou kunnen. Ze hield geen rede die houvast bood in een onheilspellende tijd.

    Merkel heeft de financiële crisis monetair en technocratisch opgelost, maar niet intellectueel, niet emotioneel in de publieke discussie. Dat men de banken hielp om uit de door hen zelf veroorzaakte crisis te komen ging het begripsvermogen van veel burgers te boven en maakte ze wantrouwend tegenover de politiek. Merkel versterkte die stemming nog door Josef Ackermann in 2008 te eren met een groot diner in haar ambtswoning, alsof hij zich verdienstelijk had gemaakt voor het algemeen belang. Terwijl juist de Deutsche Bank had willen profiteren van de handel in giftige financiële producten, en Ackermann zich had laten kennen als verachter van de staat.

    De kredietcrisis liet nog een tweede patroon zien in Merkels regeerstijl: ze hield afstand van lastige thema’s, had geen langetermijnplan om gewetenloos kapitalisme in te dammen. Zodra het weer opwaarts ging met het bruto nationaal product hield ze zich niet langer met deze problemen bezig, alsof ze opgelost waren.

    Maar het is eigen aan een langdurig kanselierschap dat onopgeloste problemen terugkomen, soms met een diepzwarte pointe. Toen in 2020 het Duitse fintechbedrijf Wirecard wegzonk in een stinkend moeras van bedrog en hebzucht, was dat ook de schuld van een falend overheidstoezicht op de financiële markt.

    Merkel moest zich een pijnlijke ondervraging door een onderzoekscommissie van de bondsdag laten welgevallen. Al was haar persoonlijke betrokkenheid bij dit schandaal niet groot, ze zat daar in zekere zin terecht: als een bondskanselier die maar weinig had gedaan om het financieel kapitalisme aan banden te leggen. 


    2. De eurocrisis

    ‘Mislukt de euro, dan mislukt Europa.’

    – Merkel op 19 mei 2010

    Over president Franklin D. Roosevelt werd ooit gezegd: ‘Een tweederangsintellect, maar een eersterangstemperament.’ Met deze combinatie loodste hij de VS uit een zware recessie, versloeg hij Hitler en kreeg hij een plaats in John Lewis Gaddis’ meesterwerk On Grand Strategy, over grote politieke strategiëen.

    Bij Merkel is het omgekeerd: hoogintelligent, weinig temperament. Dat gold als haar kracht, maar misschien is dat een vergissing. In de eurocrisis had meer Roosevelt een gunstig effect gehad.

    Voor de Europese Unie had Merkel vanaf het begin een strategisch doel: het oude continent te ertüchtigen (harder te maken), om het met een van haar lievelingswoorden te zeggen. De Unie moest naast de VS en China haar plaats innemen als de derde kracht in een nieuwe wereldorde. Daarmee wilde ze bovendien Duitsland verzekeren van een plaats in de wereldpolitiek.

    ‘Ertüchtigen’ betekende voor Merkel: de concurrentiekracht verbeteren, vooral in de andere lidstaten. Ze wilde politieke kracht ontlenen aan de de economische kracht.

    Aan dit idee hield ze vast toen in 2009 Griekenland als eerste door een schuldencrisis getroffen werd. Boven Merkels kanselierschap hing een paar jaar lang de allesbeheersende vraag: zal de euro het houden?

    Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s

    Zij wilde de problemen gewoontegetrouw met het hoofd oplossen, probeerde alles met elkaar in overeenstemming te brengen. De behoeften van de noodlijdende staten, de in spaarzaamheid getrainde Duitsers, de financiële markten, waarin ook gewetenloze spelers nog steeds hun slag wilden slaan. In Brussel marchandeerde ze nachtenlang met haar collega’s uit het Zuiden, voor wie ze te weinig Europeaan was, en kreeg vervolgens van haar eigen partij te horen dat ze de Duitse belangen verwaarloosde.

    Ze draaide hier en daar wat aan schroefjes en hield op de een of andere manier de machine aan de praat, maar wat ontbrak was een grand strategy voor een sterk Europa. De vooraanstaande Duitse intellectueel Jürgen Habermas verweet de kanselier ‘tranquilistisch geworstel’.

    In zekere zin was dat succesvol: de euro stortte niet in, ook dankzij een genereuze Europese Centrale Bank.

    Crises, zegt men, zijn ook kansen. Deze werd gemist. Europa staat er tegenwoordig slechter voor dan aan het begin van Merkels kanselierschap. De Britten zijn er niet meer bij, de regeringen van Polen en Hongarije hebben afscheid genomen van de liberale democratie, nationaal egoïsme overschaduwt bijna overal het idee van de Unie, ook in Duitsland. Belangrijke projecten zoals een gemeenschappelijke defensiepolitiek zijn blijven steken.

    Daarvoor is natuurlijk niet alleen Merkel verantwoordelijk. Maar tijdens de crisis had ze de kans om het Europese idee glans te geven door meer solidariteit te tonen. Dat had haar een zeker gezag verschaft waarmee ze het continent bijeen had kunnen houden. Dat zij tijdens de pandemie het roer omgooide en instemde met gemeenschappelijke schulden, kwam daarvoor te laat.

    Een inzicht uit het tijdperk-Merkel is dat grote intelligentie geen grote politiek nastreeft. Intelligentie neigt naar berekening, niet naar het nemen van risico’s. En de berekening van politici komt bijna altijd neer op de overweging hoe de nationale verkiezingen te winnen zijn.

    Om risico’s te nemen is meer temperament nodig, in dit geval een hartstocht voor Europa die Merkel nu juist niet kon ontwikkelen. Haar biograaf Ralph Bollmann motiveert dat zo: ‘Een Europeaan in hart en nieren is Merkel nooit geweest, dat lag al besloten in haar socialisatie. Kohls Europese pathos bleef de voormalige DDR-burger vreemd.’

    Ook daarom is Europa’s slechte toestand niet een crisis die Merkel heeft overwonnen, maar een crisis die ze heeft achtergelaten.


    3. Poetin

    ‘Hoewel de Russische president, denk ik, heel goed wist dat ik er niet bepaald happig op was zijn hond te begroeten, bracht hij hem toch mee.’

    – Hondenhaatster Merkel over een bezoek aan Poetin in 2007

    Eén iemand was er altijd, al die zestien jaar. Merkels eeuwige kwelgeest, haar nemesis: Vladimir Poetin. Soms als minister-president, soms als president van Rusland. Zijn naam staat voor de permanente crisis van haar kanselierschap, voor de hoofdstukken ‘oorlog’ en ‘criminaliteit’. Ook de Turk Recep Tayyip Erdogan heeft Merkel gedurende haar hele tijdperk begeleid en gepest, maar hij was niet zo machtig en gevaarlijk als Poetin.

    Haar betrekkingen tot hem vormden geopolitiek gezien haar belangrijkste rol, als onderhandelaar van het Westen tegenover Rusland. Omdat ze uit haar eerste leven het Oostblok kende en omdat ze Russisch spreekt, was het vooral haar taak om Poetin in de hand te houden en tegenover hem het ‘normatieve project’ van het Westen, zoals historicus Heinrich August Winkler het heeft genoemd, overeind te houden: het bevorderen van vrijheid, democratie en mensenrechten overal ter wereld.

    Aan deze opdracht begon ze energiek; het kind van de onvrijheid streed hartstochtelijk voor de vrijheid, voerde een op waarden gebaseerde buitenlandse politiek, maande Poetin in 2006 om de moord op de kritische journaliste Anna Politkovskaja op te helderen, en ontving een jaar later de Dalai Lama, een vertegenwoordiger van de Tibetanen, die door de Chinese machthebbers bruut onderdrukt worden.

    Merkels doel was een betere wereld, en daarmee heeft ze veel mensen enthousiast gemaakt. Maar niet voor lang.

    Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten

    Poetin is niet een man die makkelijk te imponeren is. Het Russische regime liet openlijk vermeende tegenstanders vergiftigen of neerschieten, onder wie een Georgiër in de Berlijnse Tiergarten. Het land voerde en voert oorlogen in Georgië, in Syrië en stiekem in Oekraïne. Het annexeerde de Krim. Het overspoelde de westerse wereld met cyberaanvallen, ook de bondsdag en het kantoor van Merkel daar.

    Keer op keer belde Merkel met Moskou, uitte kritiek, waarschuwde, smeekte. In Minsk onderhandelde ze met Poetin over een wapenstilstand in Oekraïne en zag alleen aan het type maaltijd nog hoe laat het was. Ze is niet ingestort, ze toonde zich hard voor zichzelf en hardnekkig tegenover anderen, ze verwierf veel respect, ook van Poetin, maar alles bij elkaar heeft ze nauwelijks iets bereikt voor het normatieve project van het Westen.

    Omdat ze in principe een pacifiste is. Ze was niet bereid wapens tegen Rusland in te zetten en was ertegen dat de VS raketten leverde aan Oekraïne. Een wijs besluit, zeker. Oorlog met Rusland moest vermeden worden, zelfs al bezorgt dat het Westen een zwakke onderhandelingspositie omdat Poetin weet dat hij geen rekening hoeft te houden met een aanval.

    Bovendien verloor Merkel het doel van een betere wereld algauw uit het oog. De zaken van de BV Duitsland waren voor haar dan toch belangrijker; het vergroten van de welvaart van de natie werd snel haar belangrijkste project. De idealiste veranderde in de hoogste functionaris van het Duitse economische belang. Koppig hield ze vast aan de gaspijplijn NordStream 2 van Rusland naar Duitsland, hoewel ze daarmee de toorn van de VS afriep over Duitsland en haar geloofwaardigheid ondermijnde. Sancties zette ze tegen Poetins regime slechts met mate in. Na de gifaanslag tegen Aleksej Navalny, de criticus van het regime, vlamde haar engagement met de mensenrechten nog éénmaal op, maar al met al volgde ze een koers van appeasement.

    Nog duidelijker was Merkels koerswijziging in het geval van China, dat steeds belangrijker werd voor de Duitse export. De dalai lama heeft ze nooit meer officieel ontvangen, haar kritiek op het regime in Beijing klonk in elk geval niet luid. Enthousiasme wist ze niet meer op te wekken.

    Een ander patroon in Merkels kanselierschap kwam hier voor het eerst aan het licht: op idealistische aanzetten volgde weldra de ommekeer, het afscheid van zichzelf.

    Ze was vaak bereid het eigen project de rug toe te keren en haar volgelingen van dat moment teleur te stellen. Naast grote strategieën ontbrak het haar ook aan de wil vast te houden aan mooie doelen wanneer de prijs daarvoor haar te hoog leek.

    Dat geldt voor de hele westerse wereld, zoals blijkt in Afghanistan. De export van democratie was ook een doelstelling van deze militaire operatie. Vrouwen en mannen die de Amerikanen, de Duitsers en anderen vertrouwd hebben, zijn na de haastige aftocht overgeleverd aan de taliban en moeten vrezen voor hun leven. Dit komt vooral op rekening van de Amerikanen. Maar ook Merkel was opgelucht dat ze het hoofdstuk Afghanistan kon afsluiten. Het heeft haar nooit na aan het hart gelegen.


    4. De vluchtelingencrisis 

    ‘Wir schaffen das.’ 

    – Merkel in de nationale persconferentie op 31 augustus 2015

    Deze woorden blijven ons bij. Merkel sprak ze uit op het hoogtepunt van haar macht. Ze had de verkiezingen in de herfst van 2013 met een overweldigende meerderheid gewonnen, ze was geliefd bij de Duitsers, onomstreden in de CDU – er waren geen concurrenten. Toen kwamen de vluchtelingen. Dat was het kantelpunt voor Merkels kanselierschap.

    Toen zij op 4 september 2015 besloot om in Boedapest gestrande vluchtelingen naar Duitsland te laten komen, was dat niet alleen een zaak van het hoofd, maar ook van het hart. Hier toonde ze een temperament, een hartstocht voor de vrijheid, een afkeer van muren, en haar christelijke opvoeding, vooral door haar vader, die predikant was.

    Veel Duitsers haastten zich naar de stations, heetten de vluchtelingen welkom, deelden eten en kleding uit, stelden hun huizen open. Zelden was een regeringsleider het zo eens met een groot deel van de bevolking. Het was een magisch moment, een zeldzaam mooie politieke gebeurtenis. Time Magazine verkoos Merkel tot persoon van het jaar. Zij was de stralende ster van het Westen, de profetes van het normatieve project, van de op waarden gebaseerde politiek.

    Aan de andere kant rakelde de toestroom van vluchtelingen ressentimenten op, racisme en haat tegen het zogeheten andere, het vreemde. De AfD groeide van een splinterpartij uit tot een machtsfactor en zette voortaan de liberale democratie onder druk.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten

    Wat deed Merkel? Ze liet de enthousiastelingen in de steek en maakte politiek voor de anderen, de sceptici, de angstigen, de haters. Toen haar intellect weer de overhand kreeg, toen de berekening over verkiezingskansen domineerde, accepteerde en bedreef Merkel een politiek van afscherming, die vooral werd bevorderd door de CSU onder leiding van haar toenmalige partijleider Horst Seehofer.

    De nieuwe muur liet ze oprichten door de Turkse president Erdogan, met wie ze een deal sloot die verhinderen moest dat mensen over de Egeïsche zee de EU binnenkwamen. Daarmee leverde ze zich uit aan een despoot. Ze nam het later zelfs voor hem op, toen hij zich opwond over een satirische kritiek van de tv-komiek Jan Böhmermann. Dat was een klap voor de de vrijheid van meningsuiting, de kern van het normatieve project.

    Zo ontstond uit het mooie het lelijke. Seehofer heeft Merkel openlijk vernederd, heeft haar de les gelezen, getreiterd, en zij verweerde zich niet, zij nam het voor lief dat de politiek zich onder haar niveau afspeelde, werd verprutst en huichelachtig werd. Er viel een schaduw over de stralende ster.

    In feite gold er weldra een bovengrens voor vluchtelingen, die geen bovengrens mocht heten. Merkel wilde vluchtelingen voortaan ver van Duitsland houden, maar ze wilde de grenzen niet zichtbaar sluiten, wilde de mythe van haar liberale hoogtepunt in stand houden.

    Zo liet de vluchtelingencrisis meerdere patronen zien in Merkels regeringsstijl. Opnieuw had ze geen strategie gevolgd. In 2014 op z’n laatst werd al duidelijk dat er meer en meer vluchtelingen naar Europa zouden komen. Zij kon dat niet over het hoofd zien, maar ze heeft zich daar te weinig zorgen om gemaakt. Dat uit het stijgende aantal vluchtelingen een vluchtelingencrisis groeide, heeft ook te maken met die tekortkoming. 

    Opnieuw gaf ze een liberaal project op, omdat de prijs haar te hoog leek. En weer liet ze na om een grote kwestie met een grote rede te begeleiden. 

    Haar beslissing van 4 september 2015 veranderde haar kanselierschap. De samenleving, die lang in een soort nieuwe Biedermeierstemming verkeerde en was ingedut, werd wakker, discussieerde en polemiseerde. Voor Merkel zelf begon de lange afdaling.


    5. Trump

    ‘I love her.’ 

    – De toenmalige president van de VS Donald Trump bij de NAVO-top in 2018

    Niet Poetin was voor Merkel de grootste crime in de persoonlijke omgang, en Seehofer ook niet. Deze rol was weggelegd voor Donald Trump: een derderangsintellect, een wild temperament. Hij was haar tegenpool: irrationeel, zonder scrupules, en ijdel op het belachelijke af.

    Toen hij in 2016 tot president van de VS werd gekozen, was dat een dieptepunt in de crisis van de liberale democratie. Een verachter van het systeem veroverde met populisme en nationalisme de topfunctie in dat systeem. Hij was de laatste hoop van de Amerikanen die zich gemarginaliseerd voelden. Vervolgens viel hij vooral op door de vuiligheid die hij via Twitter de wereld in blies. 

    Dat verhief Merkel in veler ogen voor korte tijd tot aanvoerster van het liberale Westen. 

    Zijzelf wees deze promotie, als ze daarmee werd geconfronteerd, af met een van haar gezichten vol onbegrip – en terecht. Duitsland was te klein om deze rol een basis te verschaffen, en de leider van een verenigd Europa was Merkel niet geworden.

    Thuis moest ze de liberale democratie zelfs verdedigen tegen islamitische terreur en rechtsextremistische aanslagen in Halle en in Hanau.

    Toen de Thüringer Landtag in februari 2020 een FDP-politicus met stemmen van de AfD tot deelstaatpremier koos, was dat een klap voor de grote consensus van de bondsrepubliek: dat niets wat herinnert aan de tijd van het nationaalsocialisme bestaansrecht heeft. Merkel noemde de verkiezing ‘onvergeeflijk’, de uitkomst zou ‘ongedaan gemaakt’ moeten worden, zei ze ook met het oog op de Thüringer CDU, die zich niet stevig van de AfD distantieerde. Dit werd gezien als inmenging in de belangen van een bondsland en was daarom omstreden, maar evengoed was het wel Merkels beste daad voor de liberale democratie in Duitsland. Overigens toonde ze zich op dit gebied wankel.

    Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd

    Haar strategie van de ‘asymmetrische demobilisering’ blijft haar onvergeeflijke zonde tegen de democratie. In meerdere verkiezingen trok Merkel door het land als een zandmannetje en verspreidde een slaperige stemming. Lakse aanhangers van andere partijen moesten vooral geen reden zien om naar de stembus te gaan om zo Merkels herverkiezing te voorkomen. Ze was lief voor bijna iedereen en drukte daarmee de opkomstcijfers tot historische dieptepunten.

    Dat verkiezingen een feest voor de democratie moeten zijn, daar had ze geen gevoel voor. Een feest van strijd, maar ze hield niet van openlijke strijd. Ze wilde niet inzien dat een democratie deze brandstof nodig heeft bij het zoeken naar de beste oplossingen.

    Merkel heeft een grote hartstocht voor de vrijheid, maar niet voor het wezen van de democratie, die ze eerder met haar intellect bezag, op een instrumentele manier. Waarschijnlijk verlangen mensen achter een muur meer naar vrijheid dan naar strijd.

    Merkel had niet alleen tot Erdogan een ambivalente verhouding, maar ook tot Viktor Orbán, die in Hongarije een illiberale democratie heeft gevestigd. Lange tijd trad ze niet vastberaden tegen hem op, omdat zijn Fidesz net als de CDU deel uitmaakte van de Europese Volkspartij in het Europees parlement. Ze had hem nodig als deel van haar eigen kamp. Ook hier gaf berekening de doorslag. Het nutsprincipe werd bij Merkel nauwelijks gehinderd door diepe overtuigingen.

    Wat Trump betreft vond ze de meeste van zijn opvattingen beslist ook afschuwelijk, maar meer nog hekelde ze het irrationele, onberekenbare. Daarom voelde ze zich meer verbonden met de Chinese president dan met de Amerikaanse. Wie haar in de loop van haar ambtsperiode over China hoorde spreken, constateerde een groeiend begrip voor de collega’s in Beijing, die hun reusachtige rijk autoritair regeren. Merkel kon zich verplaatsen in hun rationaliteit. 

    Dit is een nadeel van lange regeringsperioden: men gaat steeds meer executief denken, men voelt zich deel van een internationale clan die iets voor elkaar moet krijgen. In een democratie komt het echter niet alleen op het resultaat aan, maar ook op het proces dat tot die resultaten leidt. Daar heeft Merkel te weinig rekening mee gehouden. Een groot democraat was ze om deze redenen niet.


    6. De klimaatcrisis

    ‘Het gaat om de grondslagen van het leven van de generaties die na ons komen. Wij weten dat we nu moeten handelen.’ 

    – Merkel bij de VN klimaatconferentie van 2015 in Parijs

    Na een VN-rapport over de dramatische gevolgen van hogere temperaturen verplicht Merkel de EU in maart 2007 om bindende klimaatdoelen te stellen. In juni dat jaar, bij de G8-top in Heiligendam, overtuigt ze de Amerikaanse president George W. Busch om de klimaatpolitiek in VN-verband te voeren, en reist in augustus naar Groenland, waar zij zich in een rood jack vermanend en schilderachtig laat fotograferen voor de witte, smeltende gletsjers. Merkel, zo lijkt het, heeft haar thema gevonden. Enthousiasme: Duitsland heeft een klimaatkanselier.

    In deze zes maanden van het jaar 2007 legde Merkel het fundament voor een groot kanselierschap. Sluit even de ogen en stel je voor hoe zij en Duitsland ervoor zouden staan als ze sindsdien een consequente klimaatpolitiek had gevoerd.

    Maar dat heeft ze niet gedaan.

    Vanaf 2009 of al eerder wilde ze zich niet meer zo veel met dit thema bezighouden. De financiële crisis verminderde de welvaart, Merkel wilde de burgers niet nog meer belasten. De partijen waarmee ze al die jaren regeerde hadden toch al geen diep gevoel voor klimaatbescherming ontwikkeld, noch CDU en CSU, noch de FDP en de SPD. En de kanselier hield zich aan haar eigen uitspraak: ‘Politiek is wat mogelijk is.’

    De onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten

    Dat zijn woorden zonder enig temperament, koud en levenloos als diepgevroren vissticks. Dat is naakt pragmatisme.

    Politiek is echter ook de opdracht om datgene waarin je gelooft mogelijk te maken. Maar niet voor Merkel, die vooral herkozen wilde worden en daarom ook in de klimaatkwestie het eigen project en de enthousiastelingen in de steek liet. Als opperlobbyist van de Duitse auto-industrie streed ze in Brussel voor een afzwakking van de geplande grenswaarden voor de CO2-uitstoot.

    Maar aan het klimaatthema kon ze tijdens haar langdurige kanselierschap niet ontkomen. In 2019 dook het weer volop op omdat scholieren, ‘de generaties die na ons komen’, het vertrouwen in de politiek verloren hadden en naar het voorbeeld van de Zweedse Greta Thunberg demonstreerden voor een consequente klimaatpolitiek.

    Wat volgde was een bizarre, nauwelijks navolgbare vloed van steeds nieuwe klimaatdoelen voor Duitsland en de EU. ‘Kletskoek’ was niet meer genoeg, bitste de kanselier in 2019 in een fractievergadering van de CDU, waarmee ze onbewust ook een oordeel over haar eigen politiek uitsprak. Ze heeft zeker meer gedaan dan veel collega’s in andere landen, maar het was gewoon niet genoeg, zoals ze later zelf inzag. Dit falen werd zelfs door het Duitse constitutioneel gerechtshof bevestigd, dat de klimaatpolitiek tot dan toe in het voorjaar van 2021 als te laks, en daarmee in strijd met de grondwet brandmerkte. Een diepe val voor de klimaatkanselier van weleer.

    In de laatste maanden van haar ambtsperiode moest ze nog beleven hoe het spook ook werkelijkheid werd in Duitsland, waar de klimaatverandering zich tot dan toe meestal ongemerkt had voltrokken. Nu vernietigde die in de vorm van stortregens het bestaan en het leven van mensen.

    Ook al was het Merkel als voormalige wetenschapper steeds duidelijk wat er gebeurde, de onzichtbaarheid hielp haar om de urgentie van de klimaatpolitiek af en toe een poosje te vergeten. Voor haar opvolger zal dat niet meer mogelijk zijn.


    7. De pandemie

    ‘Het is serieus. Neem het ook serieus.’ 

    – Merkel in een tv-toespraak op 18 maart 2020

    Het ergste kwam aan het eind, de zevende grote crisis van haar ambtsperiode: de gesel van de mensheid, corona. Als iemand die precies weet wat een exponentiële ontwikkeling is, leek ze daarvoor heel goed uitgerust. En ook als iemand die haar zenuwen de baas is, als de meest ervaren toppolitica ter wereld.

    Zoals vele anderen vond Merkel maar langzaam haar weg in de crisis, een mondkapjesplicht wees ze aanvankelijk af, maar daarna leidde ze Duitsland omzichtig door de eerste golf. Bescherming van het leven plaatste ze boven de vrijheid zonder een coronadictatuur op te tuigen, zoals beweerd werd in de rechtse, ‘dwarsdenkende’ hoek. Deze periode behoort tot de sterkste van haar kanselierschap, ook omdat Merkel communicatiever was dan gewoonlijk en haar bureaucratische grondtoon afzwakte, zo nu en dan een zorgzame indruk wekte. Ze gaf zelfs de tip de mondkapjes heet te strijken, zodat ze effectief blijven.

    Maar covid-19 liet zich er niet onder krijgen. En hoe langer de strijd duurde, hoe zwakker de indruk was die de kanselier maakte. Deels verbazingwekkend zwak. Het lukte haar nauwelijks nog om haar ideeën voor een voorzichtige pandemiepolitiek in de kring van deelstaatpremiers erdoor te krijgen.

    Dat was als het ware de finale pointe: de vrouw die juist zo succesvol was geweest in het bedrijven van machtspolitiek, die al haar rivalen had uitgezeten of uitgeschakeld, die zich nauwelijks door haar eigen overtuigingen liet hinderen, waardoor ze zich van compromis naar compromis voort kon slingeren, deze vrouw ontbrak het in de zwaarste weken en maanden van de bondsrepubliek aan de macht om goed te kunnen regeren.

    Nu was ze een lame duck, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde

    Dat had veel te maken met haar grootste vergissing. In het moeilijke jaar 2018, toen de ruzies met Horst Lorenz Seehofer [bondsminister van Binnenlandse Zaken en Heimat] bijzonder onaangenaam waren, toen de CDU bij landelijke verkiezingen veel stemmen verloor, gaf Merkel het voorzitterschap van de CDU op. Dit was een nogal zeldzaam geval van egoïstisch aftreden: ze wilde haar kanselierschap daarmee redden.

    Hier zou een compleet aftreden consequent zijn geweest. Nu was ze een ‘lame duck’, een politica die met beperkte machtsmiddelen naar het eind van haar ambtstermijn dobberde. Juist de deelstaatpremiers van de CDU lieten zich nauwelijks nog door haar leiden. Het systeem-Merkel is op z’n laatst in de herfst van 2020 ingestort. Het gevolg was een wirwar van maatregelen die niemand kon overtuigen.

    Merkel werd nerveus, toonde soms een onrustige, norse gemoedstoestand, schimpte bij de parlementszittingen, liet gedachten aan aftreden doorschemeren, zonder dat die gevolg kregen. De soevereiniteit was weg. Ook haar omzichtigheid was ze kwijt. Ze liet de kans lopen om zich vroegtijdig met man en macht in te zetten voor een vaccinatiestrategie.

    Bovendien werden nalatigheden uit haar lange ambtsperiode zichtbaar. De bondsrepubliek bleek een ouderwets land dat te weinig aan digitalisering had gedaan. Vooral de scholen lijden daar nog altijd onder.

    Niettemin staat de bondsrepubliek er qua corona internationaal gezien helemaal niet zo slecht voor. We kunnen daar tevreden mee zijn, maar we kunnen ook zeggen dat het beter had kunnen en had móéten verlopen, zodat er minder mensen aan zouden sterven.

    En opnieuw geldt: wat er misging is niet alleen aan Merkel toe te schrijven, maar ook aan de politiek als geheel, de structuren en de stellingnames in het land. Maar zij was zestien jaar lang bondskanselier, ze heeft enorm veel gedaan om de macht te veroveren, te vergroten, te verdedigen. Wat er aan de hand was en is, heeft vanzelfsprekend veel te maken met wat zij wel en niet heeft gedaan.


    Een groot kanselier? 

     ‘Wat je mist, merk je pas als je het niet meer hebt.’ 

    – Merkel op 22 juli 2021 bij de nationale persconferentie

    Dit zei Merkel op de vraag wat ze na deze laatste persconferentie zou missen.

    Natuurlijk waren er niet alleen slechte ontwikkelingen tijdens haar kanselierschap. De Duitse economie toonde zich robuust, de werkloosheid bleef relatief laag, ondanks zware tegenslagen als gevolg van de kredietcrisis en de coronacrisis. Dat is veel waard.

    De grootste moderniseringsslag werd gemaakt in haar eerste ambtstermijn, met wetten die de combinatie kind en carrière voor vrouwen gemakkelijker maakten en hun onafhankelijkheid versterkten, met oudergeld, met de uitbreiding van kinderdagverblijven, met een nieuw scheidingsrecht dat de vaak levenslange alimentatie afschafte om vrouwen te motiveren een beroep uit te oefenen. Dat alles droeg ertoe bij de verhouding tussen mannen en vrouwen in een nieuwe balans te brengen. Deze of gene man zal misschien met gemengde gevoelens terugdenken aan deze bondskanselier wanneer hij krachtige vrouwelijke concurrentie ondervindt in zijn beroep, maar de vrouwen en de maatschappij als geheel heeft Merkel een grote dienst bewezen.

    Al met al verdient haar tijdperk toch veeleer de titel van een status quo-kanselierschap. Ondanks de crises en de catastrofes staat Duitsland er tamelijk goed voor, de welvaart werd over het geheel genomen gehandhaafd. Bij alle crises mag niet vergeten worden dat de meeste Duitsers in al die jaren van Merkels kanselierschap naar verhouding een goed leven hadden.

    In haar balans valt op dat zij, de kanselier van de CDU, geen echt conservatief programma had. Met haar politiek voor mensenrechten, vluchtelingen en klimaatbescherming enthousiasmeerde ze vooral mensen uit het andere kamp. Maar geen van deze projecten hield ze vol. Wat bij haar groot begon, eindigde bijna steeds in kleinmoedigheid. Het ontbrak het intellect meestal aan een temperament dat haar aanspoorde om vol te houden.

    Zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes

    Bij de grote internationale thema’s valt weinig goeds te vermelden. De toestand van de EU, de toestand van het westen, de positie van de liberale democratie in de wereld, het klimaat – op deze belangrijke gebieden ziet het er nu slechter uit dan zestien jaar geleden. Merkel maakte deel uit van een internationaal leiderscollectief dat deze ontwikkelingen niet kon tegengaan.

    De ware consequenties staan ons nog te wachten: China’s dominantie in grote delen van de wereld, een leven met steeds drastischer gevolgen van de klimaatverandering, een Europa dat uiteenvalt in een liberaal en een illiberaal deel, nieuwe vluchtelingenstromen door onopgeloste conflicten overal ter wereld. Vergeleken daarmee zou het tijdperk-Merkel nog wel eens als een prettige tijd kunnen gelden, als de toestand die we missen.

    En zijzelf? Toen Merkel kanselier werd, was de vraag vooral wat een vrouw anders zou gaan doen. Wat echt anders was, in vergelijking met bijna al haar voorgangers: zij heeft zich niet dat grote staatsmanschap aangemeten, zwichtte niet voor dat ijdele, dat verhevene, die gewichtigheidsroes. Ze komt in 2021 niet heel anders uit het kanselierschap tevoorschijn dan ze er in 2005 aan begonnen is, afgezien van de slijtage na zestien jaar zwoegen.

    Haar eigenheid, die huiselijke pruimentaartbakkerij tussen twee telefoongesprekken over wereldpolitiek door, heeft bijgedragen aan haar doorgaans grote populariteit. Soms maakte ze een koddige indruk met haar oncontroleerbare mimiek, maar niemand zou daardoor op het idee komen haar niet serieus te nemen. Wat de serieuze, onvermoeibare uitoefening van haar ambt betreft heeft Merkel een hoge standaard neergezet.

    Toch blijft er uiteindelijk een gevoel van teleurstelling over. Toen eind 1989 de muur openging, kwam er een vrouw naar het Westen die ongemeen nieuwsgierig was, die een wakkere blik op de wereld wierp. Die heeft ze tot op heden behouden.

    Nieuwsgierigheid is de belangrijkste voorwaarde voor kennis. Je moet willen leren, je moet begerig zijn naar nieuwe kennis, nieuwe gedachten, ook van jezelf.

    Bij Merkel is dat het geval, en daarom was het meestal interessant om met haar te praten. Wat kennis en gedachten aangaat, was ze meestal goed op de hoogte van de problemen waarmee zij, Duitsland en de wereld te maken hadden. Dat grote voordeel van haar persoonlijkheid heeft ze te weinig benut.

    Een lichtgestalte met schaduwzijden.

  • Moet Kroatië toetreden tot de euro?

    Moet Kroatië toetreden tot de euro?

    Eind oktober sprak de Kroatische premier Andrej Plenkovic de wens uit dat zijn land binnen zeven à acht jaar zal toetreden tot de gemeenschappelijke Europese munt. Maar niet alle Kroaten zitten daarop te wachten.

    JA

    Eindelijk, we mogen beginnen met de procedure voor deelname aan de euro. Dat is goed nieuws voor Kroatië, misschien wel het beste nieuws sinds de toetreding tot de Europese Unie. Het is vooral dankzij de Europese Unie en de NAVO dat er nog iets van orde heerst in ons land. Sommigen maken zich zorgen over het verlies van onze monetaire soevereiniteit, maar dat is niet nodig. Degenen die zo trots met de Kroatische vlag zwaaien, zijn juist degenen die ons land hebben verkwanseld.

    Alles wat maar enige waarde bezat, van telefoonmaatschappijen tot de olie-industrie, is al verkocht aan de Duitsers, Hongaren en anderen. Welke waarde heeft een nationale munt nog van een land dat in de uitverkoop is gedaan?

    Laten we het liever hebben over de voordelen die de invoering van de euro kan brengen. De kosten van valutatransacties behoren voortaan tot het verleden. Exporterende bedrijven hoeven zich geen zorgen meer te maken over wisselkoersen, want alle prijzen zullen voortaan in euro’s worden berekend. Als je wilt exporteren kun je je gang gaan: van schommelende wisselkoersen heb je geen last meer!

    ‘De invoering van de euro zal ons verder helpen integreren in de Europese familie waar we bij horen’

    Ook kunnen we onze prijzen en salarissen beter vergelijken met die in andere landen. Iedereen kan nagaan wat iets kost in een Kroatische winkel, in een Sloveense, of online, en dan de voordeligste keuze maken. Natuurlijk zullen winkeliers klagen, maar ze hoeven alleen maar hun prijzen aan te passen aan de Duitse, of de regering te vragen om de btw en andere belastingen te verlagen… Het afschaffen van de kuna lost ook allerlei problemen in de bankensector op: er zal nog maar één soort banktegoeden bestaan, in euro’s. Misschien kunnen we dan ook eens informeren waarom Kroatische banken drie keer zoveel rente berekenen als Duitse. En tot slot zal de invoering van de euro een zegen zijn voor onze belangrijkste economische sector, het toerisme.

    Kroatië is allang grotendeels ‘geëuroïseerd’: banken bieden eurorekeningen aan, het grootste deel van de spaartegoeden 
is in euro’s en grote bedragen drukken we meestal in euro’s 
uit. Zelden hoor je iemand zeggen dat hij een tweedehands Volkswagen voor 67.000 kuna [ca. 8800 euro] heeft gekocht, 
of een appartement voor 9500 kuna [ca. 1250 euro] per vierkante meter. Met de invoering van de euro wordt deze gangbare praktijk om in euro’s te rekenen eindelijk officieel. Het is ons in de 27 jaar sinds Kroatië onafhankelijk werd niet gelukt een economische opleving te creëren en zo onze nationale 
munt te versterken. Kroatië staat voor niet geringe opgaven, maar onoverkomelijk zijn ze zeker niet. De invoering van de euro zal ons verder helpen integreren in de Europese familie waar we bij horen. Misschien zal de euro ons helpen begrijpen waarom andere Europese landen ons voorbijstreven en kunnen we onze kracht herwinnen.

    Auteur: Goran Vojkovic

    Index | Zagbreb
    Index is een populaire Kroatische nieuwssite die wordt gerund door oprichter Matija Babic. De site biedt nieuws over politiek, economie, sport en showbizz, en onthulde verschillende schandalen.

    schermafbeelding 2017 11 30 om 10 20 25 am

    NEE

    Nee

    De regering en de centrale bank zijn een publiek debat begonnen over toetreding tot de euro. De [conservatieve] HDZ-partij ontwijkt daarbij handig de heikele kwestie van het verlies van onze monetaire soevereiniteit en presenteert de afschaffing van de nationale munt als een zaak van politieke en economische vooruitgang. De officiële lijn is dat ons land na toetreding tot de euro bij de machtigste landen in de eurozone zal gaan horen.

    De eurozone bevindt zich in een crisis en elk van de eurolanden laat heel verschillende groeipercentages zien. Het gemeenschappelijke monetaire beleid pakt voor sommige landen goed uit, voor andere helemaal niet. Voor de landen die de Europese Unie hebben opgericht is dit beleid op maat gesneden, maar voor landen die zich er recenter bij aansloten betekent het een lijdensweg.

    Dit roept belangrijke vragen op. Lijkt de Kroatische economie wel genoeg op die van het gemiddelde euroland? Lukt het ons land om met het huidige groeitempo binnen vier à vijf jaar een eventuele achterstand in te halen? En wat gebeurt er als Kroatië toetreedt zonder er klaar voor te zijn? Het grootste risico is nog wel dat het tot een herhaling van het Griekse scenario komt. Voor ons noch voor de andere eurolanden is het prettig als zij ons te hulp moeten schieten. De eurozone is al zo verzwakt door de Griekse crisis en door de ernstige problemen van andere eurolanden.

    ‘Als we nu de euro invoeren, gaan we failliet’

    Momenteel is de economische groei van Kroatië een van de laagste in de Europese Unie. De bestedingen vormen de belangrijkste motor van groei in het land. Ook het bbp behoort tot de allerlaagste – alleen in Bulgarije en Roemenië ligt het nog lager. De econoom Ljubo Jurcic wees erop dat onze salarissen tot de laagste in de Europese Unie behoren, dat de werkloosheid hoog is en de productiviteit gering. ‘Dat is de reden dat Kroaten zo massaal hun land verlaten’, schrijft hij. ‘Als we nu de euro invoeren, gaan we failliet. Om dat te vermijden, zouden we drie keer zoveel moeten gaan produceren, want dat is nodig om de productiviteit in de buurt te krijgen van die van de rest van de eurozone.’

    De econoom schat dat Kroatië tien jaar lang een jaarlijks groeicijfer van 7 procent moet halen om aan de voorwaarden voor deelname aan de euro te voldoen. ‘De invoering van die munt komt de rijken absoluut ten goede, ze zijn er dan ook erg voor, net als de financiële sector. Maar wat betekent het voor de toekomst van de 300.000 Kroaten van wie de bankrekening geblokkeerd is, voor de 400.000 gepensioneerden en voor al diegenen met een laag inkomen? Zij zouden er alleen maar armer op worden.’

    Auteur: Aneli Dragojevic Mijatovic
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Nivo List | Rijeka
    Novi List is het oudste Kroatische dagblad, met een regionale en nationale editie. De krant staat bekend om zijn uitstekende commentaren en heeft een centrum-linkse signatuur.

  • Eén markt, één munt, één Europese democratie

    Eén markt, één munt, één Europese democratie

    De Duitse historica en filosofe Ulrike Guérot weet het zeker: er moet een Europese Republiek komen. Dan is uiterlijk in 2045 het politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers verwezenlijkt.

    Iedereen kraakt de Europese Unie af, niemand lijkt nog van haar te houden. Mevrouw Guérot, u gelooft stoïcijns in een vreedzaam, verenigd Europa. Legt u eens in de lengte van een tweet uit wat u wilt.

    Ulrike Guérot: Eén markt, één munt, één Europese democratie, dat wil zeggen een gemeenschap van staatsburgers, waarbinnen iedere burger in Europa dezelfde rechten heeft.

    U heeft begin dit jaar het boek Der neue Bürgerkrieg. Das offene Europa und seine Feinde gepubliceerd. Bent u echt van mening dat er al sprake is van burgeroorlog?

    Het begrip burgeroorlog heeft mij theoretisch sterk bezig gehouden. Ik wilde in het boek laten zien dat we ons niet in een proces van renationalisatie bevinden, maar in een heel ander proces.

    In wat voor proces dan?

    We zetten burgers tegenover elkaar. En dat komt doordat we in de EU wel één markt en één munt hebben, maar geen democratie.

    Omdat het in Europa ontbreekt aan een uniform sociaal systeem worden de burgers economisch tegen elkaar uitgespeeld. Bedoelt u dat met burgeroorlog?

    Het gaat nog verder. De Italiaanse filosoof Giorgio Agamben schrijft dat er burgeroorlog heerst wanneer het politieke lichaam uiteenvalt en er geen enkele groep meer aanspraak kan maken op vertegenwoordiging van het politieke lichaam in zijn geheel.

    Kunt u een voorbeeld geven?

    Bij de Brexit is het al zichtbaar: wie is nou de Britse natie, zij die voor de Brexit zijn of zij die ertegen zijn? Het land valt uiteen. Dat wilde ik analyseren om het argument te weerleggen dat Europa zich in een proces van renationalisatie bevindt. Want het klopt niet. Eerder beleven we een splijting van naties. Niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in Oostenrijk, in Frankrijk of in Polen.

    Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik; Met deze EU komt het niet meer goed

    De Zeit heeft geschreven dat u uw levensverzekering zou hebben ingezet om de EU te redden. Hoe werd u zo’n Europa-activist?

    Aanvankelijk was er gewoon niemand die geld in mijn project wilde steken. Maar ik moet bij het begin beginnen. Het was 2012, het hoogtepunt van de Europese crisis. Er werd fel geprotesteerd tegen Europa en de Europese centrale bank, EU-vlaggen werden verbrand. Op dat moment stortte voor mij persoonlijk iets ineen.

    Waarom?

    Duitsland, Frankrijk, Europa – dat was vanaf 1992 zowel mijn privéleven als mijn beroep. Ik heb voor Lamers en later voor Jacques Delors, de voormalige voorzitter van de Europese Commissie, gewerkt. The ever closing union, de unie die steeds nauwer aaneengroeit, dat was mijn ding, daarvan was ik vijfentwintig jaar lang overtuigd. En toen begreep ik: C’est fini, het functioneert niet langer.

    Pas toen, van de ene op de andere dag?

    Natuurlijk heb ik in de jaren nul ook wel gemerkt dat het niet meer zo gemakkelijk ging, zeker na het Franse nee tegen de Europese Grondwet in 2005. Toen kwam de financiële crisis en daarna de eurocrisis. In het begin dacht ik nog: Dat lukt ons wel. In 2010 begon de Griekse crisis. Met Duitsland ging het steeds beter, maar de anderen gleden af. Alles werd ineens heel onaangenaam. Het moment dat ik zelf ontwaakte, kwam met de top van juni 2012. Toen dacht ik: Met deze EU komt het niet meer goed.

    Wat gebeurde er destijds op die top?

    Het werd duidelijk dat er een fiscale noch een politieke unie zou komen. Ondanks alle intentieverklaringen werd de vicieuze cirkel van bank- en staatsschulden niet doorbroken.

    Hoe reageerde u daarop?

    Voor de grap heb ik toen briefkaarten laten drukken met de tekst: ‘The European Republic is under construction’. Ik sleepte die briefkaarten altijd met me mee en liet ze overal achter. Daarna schreef ik mijn eerste teksten over Europa als republiek. Na het ochi, het Griekse nee bij het referendum in februari 2015, merkte ik dat de mensen op mijn bijdragen begonnen te reageren. Ik kreeg de eerste uitnodigingen om te spreken over ‘Europa als republiek’. En toen ging het ineens snel. Ik ontving veel reacties, kreeg het contract voor mijn boek en uitnodigingen bij de vleet. Tegenwoordig heb ik gemiddeld negentig uitnodigingen per maand, waaronder ook heel prestigieuze, zoals voor de Europagroep van het wereldeconomisch forum van Davos. Het stadium van uitgelachen en genegeerd worden heb ik dus al achter me.

    © Getty
    © Getty

    Hoe zat dat nou met uw levensverzekering?

    Toen de idee van de republiek in 2015 echt begon aan te slaan, merkte ik dat ik het in mijn eentje niet zou redden. Ik wilde voor de republiek iets van een start-up oprichten, het European Democracy Lab, simpelweg omdat er zo veel belangstelling was. Bij verschillende stichtingen vroeg ik om geld, maar ving ik bot. Dus heb ik 25.000 euro van mijn levensverzekering genomen en in het Gorki-theater een ruimte afgehuurd. Die plek betekent heel veel voor mij. Na de Maartrevolutie van 1848 schreef de Pruisische Nationale Vergadering er zijn eerste democratische grondwet. Ertegenover wordt op dit moment een slot gebouwd, het Hohenzollernslot. Stel je dat eens voor! Alsof het Duitsland van 2017 op een slot zit te wachten. Voor mij is het heel belangrijk dat ik aan de overkant mijn boodschap publiek maak: hier komt de Europese Republiek van de grond!

    Beschikt uw Lab momenteel over voldoende middelen?

    Tot nu toe was het krap, hoewel er een kleine eerste subsidie was. Voor de komende vijf jaar ziet het er nu beter uit, dan kan ik rekenen op projectgelden.

    Welke projecten wilt u in de komende vijf jaar oppakken?

    Wij gaan werken aan de rol van regionale parlementen binnen de EU en tevens in 2019 bij de verkiezingen voor het Europese parlement een campagne opzetten voor Europese kiesrechtgelijkheid.

    Welke instituties zou uw republiek kennen?

    In mijn concept zijn er twee kamers. In de eerste – het Europese huis van afgevaardigden – zitten de Europese volksvertegenwoordigers die door heel Europa in een en dezelfde stembusgang worden gekozen. Naar de tweede kamer sturen de Europese regio’s hun senatoren. De president van Europa wordt rechtstreek gekozen.

    U zou de Europese Raad afschaffen?

    Absoluut, hij is immers bij uitstek verantwoordelijk voor het nationale moment in de EU. In de Raad zitten de regeringsleiders van de individuele EU-staten. Die regeringsvertegenwoordigers hebben in de eerste plaats verplichtingen tegenover hun eigen land. Ze zullen geen besluiten treffen die goed zijn voor alle Europeanen, maar misschien niet zo goed voor hun eigen land. Deze nationale opeenhoping van macht doet Europa zelden goed.

    In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet

    Zou er in de Europese Republiek nog plaats zijn voor een nationaal staatsburgerschap?

    Dat is een heel belangrijk punt. In alle EU-stukken wordt steeds gesproken over European citizenship, maar in werkelijkheid bestaat dat niet.

    Hoe groot is de kans dat er zoiets als een Europees staatsburgerschap gerealiseerd wordt?

    Moeilijk te zeggen, het zou wel een complete doorbraak betekenen. Wanneer er Britten zijn die burger van de Unie zouden willen blijven, met alle concrete rechten die daarbij horen, is de idee van de republiek niet langer virtueel. En ik zou de eerste zijn om de volgende dag bij het Europese gerechtshof aan de telefoon te hangen met de boodschap: zo’n Europees staatsburgerschap wil ik ook.

    De idee van de republiek klinkt logisch. 
Wie zijn uw tegenstanders?

    Wel eigenlijk iedereen die vanuit een nationale of een EU-context naar Europa kijkt, zoals nationale of Europese ambtenaren en parlementariërs, maar ook journalisten van nationale media. Die kunnen nog geen afscheid nemen van de natiegedachte omdat ze financieel afhankelijk zijn van de natiestaat. Toen ik me met de idee van de republiek ging bezighouden, merkte ik dat de kringen waarin ik voor die tijd beroepsmatig vertoefde – de Europese denkfabrieken rond de EU – mij opeens uit de weg gingen. Dat was mijn grootste teleurstelling. Uitgerekend diegenen die betaald werden om Europa te maken, gingen de discussie uit de weg. Maar in plaats daarvan was ik ineens terug te vinden op Duitse theaterpodia, op de kunstbiënnale in Moskou of in de schouwburg van Wenen om over de republiek te spreken. De discussie die ik wilde voeren sloeg aanvankelijk in de reëel politieke ruimte niet aan, maar in de creatieve, progressieve, kunstzinnige ruimte des te meer. Dat was, om het maar eens pathetisch te zeggen, voor mij de mooiste tijd.

    Waarom?

    Ik heb begrepen dat politiek niet alles is. De maatschappij is veel meer, er zijn kerken, geëngageerde jongeren, vakbonden en kunstenaars die belangstellend luisteren. Enkele jaren was ik als een kleinkunstenaar met de republiek op tournee. En toen kreeg ik ineens weer uitnodigingen uit de reëel politieke ruimte. Maar daarvoor was nodig dat ik een omweg maakte via de kunstzinnige ruimte. Wat heel mooi was, omdat deze mensen gewoon hipper en opener zijn.

    Wie zijn uw bondgenoten?

    Vooral jonge mensen, maar ook oudere die de oorlog nog hebben meegemaakt. En heel concreet bijvoorbeeld regioparlementen en -regeringen. Jean-Claude Juncker heeft als voorzitter van de Europese Commissie in maart vijf hervormingsscenario’s voor de EU gepresenteerd. Hij heeft ook de regio’s gevraagd zich uit te spreken. Bij dat proces ben ik nu officieel betrokken, als hoogleraar of expert, zowel in Oostenrijkse regio’s als in een aantal Duitse deelstaten. Maar om op de tegenstanders terug te komen: het zijn natuurlijk ook degenen die niet bereid zijn te betalen.

    Wie, de grote concerns?

    De Duitse of beter gezegd de Europese exportindustrie heeft natuurlijk geen belang bij een Europese werkloosheidsverzekering. Zij zou meer moeten betalen voor een Europa dat ze op dit moment afroomt zonder de Europese burgers er iets voor terug te geven.

    Wat zou het doel zijn van uw republiek?

    Dezelfde leefomstandigheden voor elke Europese burger. Zoals dit voor Duitsland in de Duitse grondwet is vastgelegd. Het streven naar convergentie is eigenlijk ook al opgenomen in het verdrag van Maastricht.

    Is dat niet illusoir? Het oosten en het rijke zuiden van Duitsland hebben immers evenmin dezelfde leefomstandigheden.

    Essentieel is dat de Duitse burgers gelijk zijn voor de wet. Ze krijgen dezelfde uitkering bij werkloosheid, hebben dezelfde verzekering tegen ziektekosten en een uniform cao-stelsel, zodat burgers niet met elkaar om hun loon hoeven te concurreren. Dat moet in de toekomst ook voor de eurozone gelden. Maar u heeft natuurlijk gelijk, er zijn nog altijd verschillen tussen West- en Oost-Duitse pensioenen. Essentieel is echter dat een gelijkstelling op termijn juridisch is vastgelegd. Daarom zien we in de Bondsdag ieder jaar weer een debat over het verder optrekken van de pensioenen in het oosten naar het westelijke niveau.

    Hoe wilt u dit op Europees vlak realiseren?

    Dat zal niet van vandaag op morgen gaan. Maar het einddoel zou nu al bindend kunnen worden vastgelegd. We zouden bijvoorbeeld een driefasenplan kunnen ontwikkelen, zoals dat ook bij de invoering van de euro is gebeurd.

    In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen

    Hoe ziet uw spoorboekje eruit?

    Uiterlijk in 2025 hebben we kiesrechtgelijkheid – one man, one vote – voor elke Europese burger; uiterlijk 2035 belastinggelijkheid en uiterlijk 2045 eenzelfde toegang tot sociale rechten. Dan zou het algemene politieke gelijkheidsbeginsel voor alle Europese burgers zijn verwezenlijkt. Voor de eurozone is dit voorstelbaar, omdat we economisch helemaal niet zo van elkaar verschillen. De eigenlijke verschillen bestaan immers niet tussen landen. Brandenburg is net zo arm als Andalusië. Met Hessen en Lombardije daarentegen gaat het goed. Het gaat dus niet om Italië versus Duitsland, maar om centrum versus periferie en om stad versus land. Daarom zouden we de economische verschillen in Europa niet meer langs nationale grenzen moeten benaderen. We zouden Europa op zijn kop moeten zetten en vanuit de burgers en de regio’s moeten gaan denken.

    Maar hoe wilt u dat verwerkelijken?

    Die vraag wordt mij vaak gesteld. Dan zeg ik altijd heel ontspannen: ‘In mijn eentje ga ik dat niet veranderen. Maar als veel mensen de idee ondersteunen, zouden we wel zo ver kunnen komen.’

    Wat gebeurt er als de Europese Republiek er niet komt?

    Als we de Europese democratie niet met een duidelijk tijdplan snel een impuls geven, zullen we wat we op dit moment hebben waarschijnlijk niet kunnen vasthouden. Mevrouw Merkel vergist zich met haar ‘wanneer de euro mislukt, mislukt Europa’. Die uitspraak is eerder andersom: als de euro blijft zoals hij is, mislukt de Europese democratie. En dat is precies wat we nu meemaken. Ze is nu al mislukt in Polen en Hongarije. Zuid-Europa is nog altijd politiek en sociaal fragiel. En dat geldt ook voor Frankrijk, wanneer het Emmanuel Macron nu niet lukt. Ik ben bang dat het juist in Duitsland aan bewustzijn ontbreekt hoe erg de dingen in veel andere Europese landen eigenlijk al zijn.

    Hoe staan de partijen tegenover uw voorstellen?

    Op dit moment heeft nog geen enkele grote partij de Europese Republiek in haar program opgenomen. Maar mijn argument is structureel, niet partijpolitiek. De republiek is er voor iedereen.

    Ook de republiek verhindert niet dat kiezers de verkeerde mensen aan de macht te brengen.

    Maar ze zou wel voorkomen dat de euro- of de vluchtelingencrisis binnen Europa wordt misbruikt om nationale staten tegen elkaar uit te spelen. En ze zou voorkomen dat de verliezers van de moderniteit overal misbruikt worden door nationale elites.

    U denkt dat Europa dat vreedzaam voor elkaar krijgt?

    De geschiedenis leert dat grote politieke breuken zelden zonder bloedvergieten zijn verlopen. Behalve in 1989 toen het socialistische oosten van Europa ineenstortte. Dan zouden we de Europese republiek toch ook vreedzaam voor elkaar moeten kunnen krijgen.

    Auteur: Susan Boos

    Historica en filosoof Ulrike Guérot (1964) werkte twintig jaar van haar leven als politiek adviseur voor de Europese Unie. In 2012 voorspelde ze het einde van diezelfde unie. Ze richtte het European Democracy Lab op met als doel ideeën te vergaren en te ontwikkelen over een nieuw Europees politiek systeem, de ‘Republiek Europa’.

  • Griekenland uit de euro! Of wacht…

    Griekenland uit de euro! Of wacht…

    In een café op Kreta bespreken de stamgasten of Griekenland niet beter kan terugkeren naar de drachme.

    Het loopt tegen het einde van de middag in een dorp aan de zuidkust van Kreta. In het kaféneio [een café waar vooral mannen komen] zit een groep vrienden in gedachten verzonken om een houtkachel. Ik kom binnen samen met Christoforos, een boerenzoon die na zijn informaticastudie naar Londen vertrok en daar inmiddels vijf jaar werkt. Op het moment dat we binnenkomen, besluit een leraar juist zijn betoog: ‘Dat is het beste, gewoon geen geld meer uitgeven. Een paar jaar lang alleen nog olijven en droog brood eten, dan zien we misschien nog ooit licht aan het eind van de tunnel. Laten we eindelijk uit de euro stappen, zodat we weer met geheven hoofd kunnen lopen en onze kinderen een toekomst geven.’

    Veel mensen denken er momenteel net zo over als deze leraar: door uit de euro te stappen, zullen we het vast een paar jaar heel moeilijk krijgen, maar daarna zal er een opleving komen en zal er meer werk en welvaart zijn. Eens horen hoe het gesprek in dit kaféneio verder gaat. Wat er gezegd wordt, is zeer leerzaam.

    Niet genoeg

    Christoforos: Iedereen hier ziet in dat het de eerste jaren moeilijk zullen zijn. Maar waarom denk je dat daarna met de drachme het leven beter zal worden?

    Pavlos (hotelhouder): Christoforos, we leven hier van het toerisme en van de olijven. Zodra we de drachme terug hebben, wordt onze economie concurrerender, omdat het voor toeristen dan goedkoper wordt om hiernaartoe te komen …

    Christoforos: Waarom zijn producten, zoals toerisme, in drachmen concurrerender? Wat duur is, zijn lonen. U wilt dus graag geld verdienen in euro’s, dankzij de toeristen, en uw personeel in drachmen uitbetalen? Verdient u nog niet genoeg?

    Hotelhouder: God, de salarissen zijn het probleem niet! Die zijn ook veel lager geworden trouwens. Maar met de drachme zal al het andere veel goedkoper worden.

    Christoforos: O ja? Stroom voor de airconditioning? Olie voor verwarming? Televisies? Meubels? Spullen van IKEA? Turkse lakens en gordijnen? Rundvlees, mayonaise, koffie, whisky?

    Hotelhouder: Nee, dat wordt allemaal geïmporteerd. Ik heb het over wat wij hier produceren: olie, tomaten, kaas…

    Manolis (Boer 1): Ja, daar heb je genoeg aan. Met de euro is het leven onbetaalbaar geworden. We werken dag en nacht op het land en toch hebben we aan het eind van de maand niet genoeg over om van te leven. Maar we moeten de eurozone op de juiste manier verlaten, zonder onze subsidies te verliezen. Daar leven we hier van, want de productie van olie levert te weinig op. Alles wat we verdienen gaat op aan kunstmest, bestrijdingsmiddelen en brandstof. Alleen door de subsidies houden we nog wat over om van te leven.

    Christoforos: Als ik het goed begrijp, zou je je olie goedkoper aan de hotelhouder verkopen als we weer de drachme invoeren? Nu verdien je er tachtig euro mee, waarvan vijftig euro opgaat aan geïmporteerde producten als kunstmest en dergelijke, de dertig euro die overblijft kun je in je zak steken. Als we een andere munt nemen krijg je er minder voor en hou je nog maar twintig euro over. Met dat geld kun je dan misschien meer peterselie kopen, maar minder televisies, mobiele telefoons, benzine en auto’s. Uiteindelijk ben je slechter af.

    ‘We gaan ervoor zorgen dat geïmporteerde producten weer duurder worden, net als vroeger. Weet je nog met de bananen?’

    Mihalis (Boer 2): Nee hoor, we zouden onze olie niet goedkoper aan de hotelhouder leveren.

    Christoforos: Waarom zou de hotelhouder jouw tomaten dan nog kopen? Er zijn zat goedkope tomaten uit Nederland en België te koop.

    Boer 2: Nee, je begrijpt me niet, we gaan ervoor zorgen dat geïmporteerde producten weer duurder worden, net als vroeger. Weet je nog met de bananen?

    Christoforos: In dat geval kun je de Europese Unie en je subsidies vergeten; net als nieuwe infrastructuur en wegen trouwens.

    Dimitri (Boer 3): Zonder twijfel, kameraden: niet duurder en niet goedkoper. We verkopen onze spullen voor dezelfde prijs, maar betalen er minder belasting over. Het komt door de belastingen en de bezuinigingsmaatregelen. Die hebben ons bij de strot.

    Christoforos: Is dat het probleem? De belastingen? Waarom verlagen we die dan niet en blijven in de euro? Weet je waar tachtig procent van het belastinggeld naartoe gaat? Naar salarissen en pensioenen. De schuldeisers van Griekenland vinden het prima.

    Boer 1: Ah nee hè, dat niet. Van mijn pensioen als boer moeten ze afblijven!

    Christoforos: Als ik je dus goed begrijp, Dimitri, verkoop je voor lagere prijzen, krijg je minder binnen en betaal je minder belasting. Wie gaat dan de pensioenen van je ouders en van je tante betalen?

    Myron (Belastinginspecteur): We verlagen de rente op de schuld!

    Keuze

    Christoforos: Weet je wel dat we nu nog de rente over leningen betalen die we onder Charilaos Tricoupis [premier van 1882-1895] afgesloten hebben?! Als we de drachme weer invoeren, betalen we misschien minder rente, maar worden we arm. We betalen nu minder dan acht procent van de staatsinkomsten aan rente. Spanje, Italië, Kroatië en Portugal betalen veel meer.

    Boer 3: Christoforos, jij bent naar een ander land vertrokken, maar wij zijn hier gebleven. Wij betalen een hoop belasting aan Athene, maar alleen in het noorden van het land worden vliegvelden en wegen aangelegd. Met ons geld. De toestand van onze lokale vliegvelden is belabberd en onze wegen zijn levensgevaarlijk.

    Belastinginspecteur: Om de olijvenpers draaiende te houden, hebben we contant geld nodig. Als we onze eigen munt hebben, kunnen we geld drukken en de markt weer in beweging krijgen, zodat de economie weer gaat draaien.

    Christoforos: Als het zo simpel was, was er geen honger in de wereld. De waarde van een bankbiljet is precies gelijk aan wat je ervoor betaald hebt. Kijk naar Argentinië. Dat land heeft zijn eigen munt, maar geen banken meer.

    Inspecteur: Hebben wij wel banken dan?

    Christoforos: Daar heb je gelijk in! Sinds vijf of zes jaar zijn hier inderdaad ook geen banken meer. Maar de keus is om in de eurozone te blijven, afhankelijk te blijven van onze schuldeisers totdat onze banken er weer bovenop zijn, of de sprong te wagen en recht op een failliet af te stevenen.

    ‘Dat we geen banken hebben, heeft ook een positieve kant, want daardoor kunnen we ook geen leningen meer afsluiten’

    Kostis (Winkelier): Dat we geen banken hebben, heeft ook een positieve kant, want daardoor kunnen we ook geen leningen meer afsluiten. Die wurgen ons! Toen alles nog goed ging, sloten we ze bij bosjes af, en nu zitten we ermee. De banken dreigen ons alles af te pakken, we kunnen het hoofd niet meer boven water houden.

    Christoforos: Dat snap ik, Kostis, maar als we terugkeren naar de drachme, dan worden de banken genationaliseerd. Dan ben je geen geld meer schuldig aan de bank maar aan de staat. Dat is nog erger, want dan heb je helemaal geen bescherming meer.

    Boer 1: Volgens mij zouden we er met een eigen munt zo weer bovenop zijn.

    Christoforos: Ik zie nog steeds niet hoe de drachme je helpt om meer olie te produceren. De enige die daar iets mee opschiet is de hotelhouder, want die is dan minder kwijt aan salarissen, zodat onze kinderen uiteindelijk minder gaan verdienen. Toen ik het café binnenkwam, mijn beste landgenoten, zeiden jullie dat jullie best een decennium of zo op wilden offeren, de tijd die nodig is om over te schakelen op de drachme en weer betere vooruitzichten te krijgen. Maar nu ik jullie heb aangehoord, besef ik dat ik geen enkel overtuigend argument heb gehoord. Niets zegt mij dat het over tien, twintig of dertig jaar beter zal zijn. Denk goed na over wat je je kinderen aandoet, want misschien blijven ze hun hele leven op je foeteren om de ongelukkige keuze die je gemaakt hebt.

    Auteur: Giorgos Stratopoulos
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Protagon
    Griekenland | protagon.gr

    Protagon is in 2010 opgericht door o.a. journalist Stavros Theodorakis, die in 2014 ook To Potami oprichtte, de neoliberale partij die datzelfde jaar nog zes zetels haalde in de verkiezingen voor het Europese Parlement. De site plaatst opiniestukken, analyses en reportages over politiek, economie, cultuur en samenleving, en is vooral geliefd bij intellectuelen.

    Beeld: © HH

    CONTEXT: 42 procent wil drachme terug

    Al maanden bevinden Brussel en Athene zich in een patstelling, waardoor het schrikbeeld van een Grexit weer terug is – een uittreding van Griekenland uit de eurozone. In juli zou Griekenland een nieuwe uitbetaling krijgen uit het steunfonds van 86 miljard. De schuldeisers eisen echter een extra pakket hervormingen, van het belastingsysteem, de pensioenen en de arbeidsmarkt. Op maandag 20 februari, bij de vergadering van de ministers van Financiën van de eurozone, bleek Athene eindelijk bereid tot concessies.

    De Atheense krant I Kathimerini herinnert eraan dat de regering aanvankelijk de poot stijf hield: ‘De uitdaging is nu om deze draai uit te leggen aan de kiezer, die zich opnieuw bedrogen voelt.’ Volgens een door het dagblad geciteerde opiniepeiling wil 45 procent van de Grieken in de eurozone blijven en denkt 42 procent dat het leven beter wordt als het land de drachme weer invoert.

  • Joseph Stiglitz: ‘De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht’

    Joseph Stiglitz: ‘De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht’

    In zijn nieuwe boek veegt Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz de vloer aan met de euro. Om de muntunie te redden zou het volgens hem goed zijn als sommige landen de eurozone verlaten.

    Keuze uit het archief

    Met ingang van 1 januari 2026 is Bulgarije toegetreden tot de eurozone. Daarmee hebben nu 21 van de 27 EU-landen de euro als betaalmiddel. Maar is dat wel zo positief? Niet als je het aan de econoom en analist Joseph Stiglitz vraagt. In dit interview van Le Monde van tien jaar geleden legt hij uit waarom de eurozone gebaat is bij minder leden.

    Een hoog werkloosheidscijfer, lage groei, groeiend populisme: volgens Nobelprijswinnaar economie Joseph Stiglitz draagt de euro schuld aan de ergste kwalen van de eurozone van dit moment. Als er niets verandert, voorspelt hij, zal de eenheidsmunt de lidstaten in een impasse drijven. In zijn onlangs verschenen nieuwe boek, De euro. Hoe de gemeenschappelijke munt de toekomst van Europa bedreigt, bespreekt hij welke hervormingen de muntunie mogelijk zouden kunnen redden. Daarbij schuwt hij het taboe niet van een ‘scheiding in goed overleg’ tussen de Unie en sommige lidstaten.

    U beschrijft de euro als een economische mislukking. Welke fouten hebben we gemaakt?

    ‘De weeffouten in de eenheidsmunt zitten er al in sinds de invoering. In 1992 dacht Europa dat een muntunie, waarbinnen de landen hun eigen economie niet meer via wisselkoersen en het renteniveau konden beïnvloeden, kon werken als de regeringen hun overheidsfinanciën maar op orde hielden en de inflatie in toom hielden. Ze voerden strenge begrotingsregels in en riepen een centrale bank in het leven die de prijzen moest bewaken. De markt, dachten ze, zou het evenwicht wel bewaren. Maar ze hadden het mis. De euro heeft niet de beloofde welvaart gebracht, maar in plaats daarvan tot verdeeldheid en ongelijkheid geleid. En toen de crisis toesloeg, ging het van kwaad tot erger.’

    ‘De Europese begroting moet veel ambitieuzer worden dan de huidige’

    Waarom?

    ‘Tijdens de crisis konden de zuidelijke eurolanden hun munt niet meer devalueren om hun export aan te jagen en zo hun economie te ondersteunen. In plaats daarvan moesten ze, om toch nog concurrerend te blijven, snijden in de salarissen, terwijl de werkloosheid explodeerde. Jonge hogeropgeleiden hadden geen andere keus dan massaal te emigreren, wat deze landen van hun kostbaarste bezit beroofde. Gedwongen door hun strakke begrotingen stopten deze regeringen vervolgens met nog in infrastructuur en onderwijs te investeren en trokken daarmee een wissel op hun toekomstige groei. Deze vicieuze cirkel moet hoognodig worden doorbroken.’

    De eurozone heeft sinds het uitbreken van de crisis haar instellingen versterkt, vooral door het invoeren van een bankenunie. Is dat niet voldoende?

    ‘Jawel. Maar de derde pijler van die bankenunie, het depositogarantiestelsel, is er bijvoorbeeld nog niet. Sommige landen schrikken ervoor terug om het in te voeren. Maar hoe langer de eurozone wacht met het doorvoeren van dergelijke noodzakelijke hervormingen, hoe groter het risico op een nieuwe crisis wordt. En als die er komt, zullen landen sneller de eurozone verlaten.’

    Wat zou er allereerst moeten gebeuren?

    ‘De bankenunie compleet maken en een garantiestelsel voor overheidsschulden invoeren. Maar ook moet er een Europees solidariteitsfonds komen ter bevordering van de stabiliteit, dat landen helpt die in een recessie dreigen te raken. Er bestaat momenteel ondersteuning voor landen die zich aansluiten bij de Europese Unie. Waarom zou je die landen opeens niet meer ondersteunen als ze eenmaal binnen zijn? Tot slot is het essentieel om de begrotingsregels te versoepelen, zodat landen niet langer gedwongen worden om tijdens een recessie in hun toekomstige uitgaven te snijden.’

    U roept op om de overheidsuitgaven te verhogen. Waar moet dat geld vandaan komen?

    ‘Je kunt niet heen om een veel ambitieuzere Europese begroting dan de huidige. De inkomsten daarvoor zouden kunnen komen uit een kleine progressieve belasting voor particulieren en bedrijven. Dat zou een dubbel voordeel bieden: er komen Europese belastinginkomsten binnen, en tegelijk wordt er geharmoniseerd hoe er nu in de verschillende lidstaten mee omgegaan wordt. Dat zou ook helpen om de fiscale concurrentie, waar vooral Ierland en Luxemburg zich schuldig aan maken, terug te dringen. Verder maakt een Europese belastinggrondslag de uitgifte van Europese obligaties geloofwaardiger.’

     


    Europese obligaties uitgeven op het moment dat regeringen zo weinig vertrouwen in elkaar hebben klinkt utopisch…

    ‘Het argument van het gebrek aan vertrouwen tussen landen is een slecht excuus. Je kunt prima zulke obligaties uitschrijven, zolang je maar regels opstelt die budgetoverschrijdingen beperken en verstandig beheer van de overheidsfinanciën door lidstaten garanderen.’

    Wat is het probleem met de Europese Centrale Bank?

    ‘Het mandaat van de bank – ervoor zorgen dat de inflatie niet boven de grens van twee procent uitkomt – is te zwak. Dat heeft tot enorme fouten geleid, zoals in 2011, toen die op het hoogtepunt van de crisis het rentetarief verhoogde. De missie van de ECB zou moeten worden uitgebreid met groei en werkgelegenheid, waarbij een grote flexibiliteit mogelijk moet zijn om van moment tot moment te reageren. Op dit moment zou bijvoorbeeld de prioriteit moeten liggen bij het omlaag brengen van de werkloosheid.’

    U heeft het over de mogelijkheid van een ‘scheiding in goed overleg’ tussen lidstaten. Hoe zou die in zijn werk gaan?

    ‘Een vertrek uit de eurozone van een lidstaat zou, zolang het maar goed geregeld is, relatief pijnloos kunnen verlopen. Daarbij zijn meerdere scenario’s denkbaar. Als Duitsland uittreedt, dan daalt voor de andere lidstaten de euro vanzelf in waarde, wat hun export een impuls zou geven. Duitsland zou in dat geval profiteren van zijn sterkere munt, waardoor de schuldenlast – die dan nog steeds in euro’s is – vermindert. Als een land als Griekenland de eurozone verlaat, stort meteen de waarde van de nationale munt in – waardoor dat land veel concurrerender wordt. De hoogte van de overheidsschuld, nog steeds in euro’s, zou daarentegen door het plafond gaan. Een herstructurering van de schuld wordt dan onvermijdelijk: maar als dit goed uitonderhandeld wordt, levert het geen al te grote problemen op. Het voorbeeld van Argentinië laat zien dat het een land, wanneer het van zijn schuldenlast bevrijd is en zijn wisselkoers weer zelf kan bepalen, economisch opeens voor de wind kan gaan.’

    Maar Argentinië zit juist aan de grond!

    ‘Vanaf het moment dat Argentinië zichzelf in 2002 failliet verklaarde en weer vanaf nul begon, maakte het een sterke groei door, van wel acht procent per jaar. Die hield aan tot 2008. De problemen waar het land nu in zit hebben te maken met het rampzalige economisch beleid dat daarna is gevoerd.’

    Wordt een land dat de eurozone verlaat niet altijd onmiddellijk door speculanten aangevallen?

    ‘De eurozone wordt inderdaad voortdurend door speculanten bedreigd. Als bij het referendum over de grondwetswijziging in Italië van dit najaar het Nee gaat winnen, dan zullen speculanten de verzwakte banken van dat land waarschijnlijk genadeloos aanvallen. Maar er bestaan instrumenten om ze tegen zulke aanvallen te beschermen, bijvoorbeeld door de kapitaalpositie van deze banken te controleren. Dat deed IJsland in 2008 om zijn munt te beschermen, en de economie van dat land staat er nu goed voor.’

    ‘Contant geld is zoiets twintigste-eeuws! In veel landen, vooral in Noord-Europa, is het al bijna helemaal verdwenen’

    U vindt dat wanneer Griekenland de eurozone verlaat, het land een elektronische munt zou moeten voeren. Gaat dat werken, in een land waar contant geld nog koning is?

    ‘Contant geld is zoiets twintigste-eeuws! In veel landen, vooral in Noord-Europa, is het al bijna helemaal verdwenen. Consumenten betalen contactloos, bedrijven boeken geld over… Gewoontes op dat vlak veranderen razendsnel. De overgang naar een elektronische munt in Griekenland, net als in heel Europa, zou de traceerbaarheid van financiële transacties een stuk eenvoudiger maken. Dat beperkt de mogelijkheden van fraude en belastingontwijking.’

    De Brexit is een eerste test hoe een scheiding zou kunnen verlopen. Hoe kan een Britse uittreding uit de Europese Unie het beste worden geregeld?

    ‘Er bestaat het risico dat men de scheiding voor Groot-Brittannië erg pijnlijk zal willen maken, zodat het Britse voorbeeld andere landen zal afschrikken die met het idee van uittreding spelen. Maar dat zou betekenen dat de Europese Unie verder door angst bijeengehouden wordt in plaats van door solidariteit. Dat zou een erg slecht signaal afgeven. De Europese leiders kunnen beter een nieuwe vorm van economische integratie met de Britten zoeken, waarbij aan ieders belangen gedacht wordt en waar iedereen van profiteert. Gebeurt dat niet, dan eindigen we allemaal als verliezer.’

    Naast een scheiding in goed overleg noemt u ook de mogelijkheid van een ‘flexibele euro’. Hoe zou die functioneren?

    ‘Het idee zou zijn om in de muntunie een pauze in te lassen, zodat er tijd is om hervormingen door te voeren die de levensvatbaarheid van de eenheidsmunt vergroten. Er worden dan tijdelijk binnen de eurozone drie of vier homogene groepen van landen gecreëerd, die ieder een andere euro gebruiken, elk met een andere wisselkoers. Zodra de hervormingen zijn doorgevoerd, gaan ze weer over op dezelfde munt, maar dit keer onder voorwaarden waarbij aan de welvaart van alle landen is gedacht.’