Zo’n 120.000 Georgiërs verzamelden zich maandag voor het parlement in Tbilisi. Ze eisten dat de regering de hervormingen doorvoert die nodig zijn om de status van kandidaat-lidstaat van de Europese Unie te verkrijgen, meldt Euronews.
De vreedzame bijeenkomst, waar mensen met Europese en Georgische vlaggen vrolijk door elkaar liepen, vond plaats enkele dagen nadat de Europese Commissie (EC) had besloten Georgië na bestudering van zijn aanvraag slechts een ‘Europees perspectief’ te bieden.
De EC heeft Georgië alleen het ‘vage vooruitzicht’ geboden om ooit lid van de EU te worden
Georgië diende in maart een aanvraag in, samen met Moldavië en Oekraïne, enkele dagen na de inval van Rusland in laatstgenoemd land. De Commissie heeft aanbevolen Oekraïne en Moldavië de status van officiële kandidaat-lidstaat te verlenen, maar is met Georgië niet zo ver gegaan en heeft het land alleen het ‘vage vooruitzicht’ geboden om ooit lid van de EU te worden, aldus Agenda.
‘De Commissie heeft een lijst opgesteld van eisen waaraan voor het einde van het jaar moet zijn voldaan voordat een nieuw besluit over de aanvraag kan worden genomen’, aldus de Georgische nieuwssite. Europa vraagt Georgië op te treden tegen corruptie, de persvrijheid te versterken, een einde te maken aan de politieke verdeeldheid en de greep van de oligarchen op de economie en het bestuur van het land te bestrijden.
De Europese Comissie heeft dinsdag besloten de EU-fondsen van Polen met 15 miljoen euro te verlagen ’om het geld terug te vorderen dat Warschau weigerde te betalen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie’, meldt The Guardian. De krant spreekt van ‘een ongekend initiatief’.
De Poolse regering is door het Europees Hof van Justitie veroordeeld tot betaling van 500.000 euro per dag voor elke dag dat de bruinkoolmijn in Turów openblijft. Tsjechië had een zaak aangespannen omdat de open groeve in de buurt van de Pools-Tsjechisch-Duitse grens de milieuwetgeving van de EU zou overtreden door het grondwater uit te putten en gevaarlijke niveaus van lucht- en waterverontreiniging te veroorzaken.
Polen heeft vorige week een schikking getroffen met Tsjechië, schrijft de Britse krant, ‘maar EU-functionarissen zeggen geen andere keuze te hebben dan de onbetaalde boete in mindering te brengen’. Polen is van plan het besluit met ‘alle rechtsmiddelen’ aan te vechten.
Op een na grootste brand in de geschiedenis van Californië
Met een getroffen gebied van 187.000 hectare is de Dixie Fire vanaf zondag de op één na grootste natuurbrand in de geschiedenis van Californië, schrijft Los Angeles Times. De brand is vernoemd naar de straat waar hij op 13 juli begon, Dixie Street. Het vuur heeft al vierhonderd woningen en bedrijfsgebouwen verwoest, aldus het dagblad. De vlammenzee, die deze week het stadje Greenville in de as legde, is nog maar voor 21 procent onder controle en de brandweer vreest dat ze het vuur pas tegen 20 augustus helemaal zal hebben geblust.
‘We moeten openlijk toegeven dat deze branden worden veroorzaakt door het klimaat’
De gouverneur van Californië, Gavin Newsom, bezocht zondag de ruïnes van Greenville en sprak zijn ‘diepe waardering’ uit voor de brandweerlieden. Hoewel Californië gewend is aan bosbranden, ‘is de droogte veel ernstiger, het is heter dan ooit’, aldus Newsom in een verklaring op Twitter. ‘We moeten openlijk toegeven dat deze branden worden veroorzaakt door het klimaat.’ Officieel heeft de Dixie Fire geen slachtoffers gemaakt, maar vier inwoners van Greenville worden nog vermist.
The #DixieFire is now the largest single fire in CA history.
Greenville in Plumas County has been completely destroyed by this fire – not dissimilar to what we saw in Paradise.
There are 8,500 firefighter personnel out here – thank you for your heroic & extraordinary work. pic.twitter.com/pavsSV69V2
Mozambikaanse havenstad heroverd op opstandelingen
Het Mozambikaanse leger kondigde zondag aan dat het de stad Mocimboa da Praia had heroverd, een belangrijke haven in het noordoosten van het land en ‘het laatste bolwerk van de opstandelingen’, meldde BBC. Mozambikaanse troepen werden bij deze operatie bijgestaan door een contingent van duizend Rwandese soldaten.
Mocimboa da Praia ligt in de provincie Cabo Delgado, waar het Franse olie- en gasbedrijf TotalEnergies afgelopen voorjaar een megagasproject onderbrak vanwege jihadistische dreiging. De Mozambikaanse regering, die lange tijd gekant was tegen internationale hulp in haar strijd tegen de opstandelingen, heeft afgelopen juli eindelijk hulp van haar buurlanden geaccepteerd. Rwanda, Botswana, Zimbabwe, Zuid-Afrika en Angola behoren tot de landen in de regio die troepen hebben gestuurd. De crisis in Mozambique heeft meer dan 2800 mensenlevens geëist, vooral burgers, en meer dan 800.000 mensen zijn ontheemd geraakt.
Europa roept VS op om reizigers uit EU toe te laten
De voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, heeft de Verenigde Staten opgeroepen om reizigers uit Europa toe te laten tot hun grondgebied, bericht Deutsche Welle.
Sinds juni heeft de EU de 27 lidstaten aanbevolen om reizigers uit de VS binnen te laten, maar andersom is een verbod voor reizigers uit Europa nog van kracht. ‘We dringen erop aan dat vergelijkbare regels worden toegepast op aankomsten in beide richtingen’, zei Von der Leyen tegen Duitse media. ‘We moeten dit probleem zo snel mogelijk oplossen en daarover hebben we contact met onze Amerikaanse vrienden, voegde ze eraan toe, ‘maar het mag geen weken blijven voortslepen.’
In de EU heeft 59,3 procent van de bevolking een eerste vaccin gekregen, tegenover 57,8 procent in de VS
Von der Leyen merkte op dat de epidemiologische situatie in de VS en EU-landen ‘zeer vergelijkbaar’ is. In de EU heeft 59,3 procent van de bevolking een eerste vaccin gekregen, tegenover 57,8 procent in de VS. Aan beide kanten van de oceaan stijgt het aantal gevallen overigens weer door de deltavariant, aldus DW.
De viering van het boeddhistische Nieuwjaar in Cambodja lijkt in het water te vallen. De traditionele feestdag, waarop families en vrienden het hele land doorreizen om voor enkele dagen samen te komen, wordt dit jaar getekend door de plotselinge aankondiging van een strenge lockdown in hoofdstad Phnom Penh en de naburige provincie Kandal. Het besluit, dat op de avond van 14 april werd bekendgemaakt, is bedoeld om een derde coronagolf te stoppen.
De lockdown zal naar verwachting twee weken duren, tot 28 april, aldus The Phnom Penh Post. Tijdens deze periode mogen de mensen hun huis niet verlaten, behalve voor noodzakelijke boodschappen, maar ook het doen van inkopen is beperkt tot drie keer per week en met slechts twee leden van hetzelfde huishouden tegelijkertijd. Ook is er een landelijk verbod op de verkoop van alcohol afgekondigd om samenscholingen te voorkomen.
‘Het is gekkenwerk. Iedereen is bang. Niemand weet wat er vanavond gaat gebeuren, maar iedereen is aan het winkelen’
In de middag voor de aankondiging, toen er al geruchten rondgingen van een verregaande lockdown, haastten de inwoners van Phnom Penh zich al naar de geldautomaten en winkels en markten. Hierdoor ontstonden in veel supermarkten en op de straten paniek en chaos.
In de Super Duper-supermarkt in het Toul Tom Poung-district waren geen winkelwagentjes meer beschikbaar en de gangpaden van de winkel stonden vol met rijen mensen, meldt Khmer Times. Hetzelfde gold aan de overkant van de straat bij Asia Express, waar het druk was met Chinese migranten.
In een interview met Khmer Times beschreef Chann Borima, de oprichter van Nham24, een bezorgdienst, een toevloed van bestellingen: ‘We krijgen veel verzoeken om boodschappen te bezorgen en de winkels hebben moeite om daarop in te gaan. Onze bezorgers werken hard om ervoor te zorgen dat mensen genoeg boodschappen krijgen.’
Tuktukchauffeur Horm Kaka is ook overspoeld door klanten en heeft geen tijd gehad om te pauzeren: ‘Het is gekkenwerk. Iedereen is bang. Niemand weet wat er vanavond gaat gebeuren, maar iedereen is aan het winkelen.’
De woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid riep het publiek op om kalm te blijven: ‘Vertrouw op de maatregelen die door de regering zijn genomen. De winkels zullen openblijven om de toegang tot voedsel te garanderen.’
Volgens de officiële cijfers van 15 april, schrijft The Phnom Penh Post, heeft het land in 24 uur 344 nieuwe gevallen geregistreerd. Het totaal aantal doden die dag was 36. Ter vergelijking: in Nederland werden gisteren 8734 positieve tests gemeld en vielen 13 doden.
Het totaalaantal geregistreerde doden in Cambodja was op 14 april 5218.
Afghaanse media vinden terugtrekking VS ‘onverantwoord’
In Afghanistan zijn de reacties op het bekendgemaakte uitstel van het definitieve vertrek van de Amerikaanse soldaten uit het land gemengd. Zeker, president Ashraf Ghani verzekerde dat de Afghaanse regering het besluit van Joe Biden om tegen 11 september de laatste troepen uit het land terug te trekken ‘respecteerde’, meldt Tolo News.
Hij zei ook dat hij bereid was met zijn ‘Amerikaanse partners’ samen te werken voor een ‘soepele overgang’. Het staatshoofd is van mening dat de Afghaanse veiligheidstroepen nu ‘volledig in staat zijn om het land en zijn bevolking te verdedigen’.
‘We hebben bereikt wat we wilden bereiken. En nu is het tijd om onze troepen naar huis te halen’
Op woensdag 14 april gaf de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, een uitvoerige motivering voor het uitstel. ‘Bijna twintig jaar geleden, na de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten, gingen we naar Afghanistan om af te rekenen met degenen die ons aanvielen en om ervoor te zorgen dat Afghanistan niet opnieuw een toevluchtsoord voor terroristen zou worden (…) We hebben bereikt wat we wilden bereiken. En nu is het tijd om onze troepen naar huis te halen.’
Afghanistan Times is het daar niet mee eens: ‘De terugtrekking is onverantwoord en zal ernstige gevolgen hebben, niet alleen voor Afghanistan maar voor de hele wereld, vooral voor de Verenigde Staten zelf. Om een nieuwe terroristische aanslag in de stijl van 11 september te voorkomen, is een goed doordacht vredes- en terugtrekkingsplan nodig.’
Afghanistan mag zich gelukkig prijzen met een president die ‘met stembiljetten en niet met wapens is gekozen’
De oorlog ‘tegen het terrorisme’ was de enige slogan van de Amerikanen, zij kwamen om ‘de terroristische groeperingen die van Afghanistan hun toevluchtsoord hadden gemaakt uit te schakelen’, maar ook om ‘hun democratisch systeem, dat min of meer werkt, hier te vestigen’, schrijft de Afghaanse krant.
Afghanistan mag zich gelukkig prijzen met een president die ‘met stembiljetten en niet met wapens is gekozen’ en met de ‘vrijheid van meningsuiting en de eerbiediging van de rechten’ van vrouwen en kinderen, terwijl laatstgenoemde groepen ‘onder het talibanregime [1996-2001] volledig werden genegeerd’, vervolgt Afghanistan Times. Het probleem is dat de opstandelingen en andere terroristische groeperingen sinds 2006 ‘weer opgekomen’, en wel in die mate dat zij nu ‘in een sterke positie verkeren’.
De taliban bepalen nu opnieuw de agenda. ‘Hun woordvoerder heeft op maandag 12 april gewaarschuwd dat zij niet zullen deelnemen aan de internationale vredesconferentie’ die van 24 april tot 4 mei door de Amerikanen in Istanbul wordt georganiseerd, zo schrijft The Kabul Times.
Washington dringt ook aan op de vorming van een interimregering in Kaboel, zonder nieuwe presidentsverkiezingen, en op de oprichting van een islamitische adviesraad ‘die advies moet uitbrengen over alle wetten om ervoor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met de islamitische beginselen’. Dit zijn ‘voor de hand liggende’ concessies aan de eisen van de taliban.
Antony Blinken rechtvaardigt deze aanpak door te zeggen dat een Amerikaanse militaire terugtrekking ‘zonder een politieke overeenkomst’ de regering van Ashraf Ghani ‘kwetsbaar’ zou maken. Van zijn kant wil Ghani zo snel mogelijk verkiezingen, om geen streep te zetten door de democratische vooruitgang van de afgelopen jaren.
Wanneer krijgen we het geld van het Europese herstelplan te zien?
Meer dan acht maanden na de goedkeuring door de Europese Raad heeft het grote ‘herstelplan voor Europa’, dat ‘Next Generation EU’ wordt genoemd en soms als ‘revolutionair’ wordt omschreven aangezien een gezamenlijke schulduitgifte nooit eerder is voorgekomen, nog lang niet alle hinderpalen overwonnen die een doeltreffende uitvoering ervan in de weg staan.
Niet alleen hebben 10 van de 27 lidstaten het besluit waarop dit plan van 750 miljard euro is gebaseerd nog steeds niet geratificeerd, maar, zoals het Poolse dagblad Dziennik Gazeta Prawna opmerkt, hebben vier landen zelfs nog niet aangegeven wanneer zij van plan zijn dat te doen: Nederland, Oostenrijk, Hongarije en Polen.
In Duitsland, waar het parlement het plan al heeft goedgekeurd, is de ratificatie in afwachting van een beslissing van het grondwettelijk hof, die ‘tegen 26 april’ wordt verwacht.
In het Poolse geval vraagt Dziennik Gazeta Prawna zich af of ‘de stemming [in het parlement] zal gaan over het plan of over de regeringscoalitie’. Ondanks het risico dat ‘Polen in totaal 770 miljard zloty’s [ongeveer 169 miljard euro] zal mislopen’, volhardt de meest radicale vleugel van de conservatieve regeringspartij PiS (Recht en Rechtvaardigheid) in haar afwijzing van een instrument dat ‘de soevereiniteit van de Poolse staat bedreigt, de richting uitgaat van een federale staat’ en ‘een dictaat van Brussel en Berlijn’ vertegenwoordigt.
‘Het Europese herstelplan, dat moest helpen de crisis te bestrijden, [wordt] gekaapt door de centrale regering om haar populariteit in de regio te vergroten.’
De oppositiepartijen zijn in beginsel voorstander van het herstelplan, maar verlangen in ruil voor hun steun garanties met betrekking tot de verdeling van de middelen.
De directeur van het bureau voor Europese fondsen van het Warschause burgemeestersambt (centrumrechts, pro-Europees) betreurt het feit dat ‘het Europese herstelplan, dat moest helpen de crisis te bestrijden, [wordt] gekaapt door de centrale regering om haar populariteit in de landelijke gebieden te vergroten’, schrijft Gazeta Wyborcza.
Omgekeerd zouden de grote steden, waar de oppositie in het bestuur zit, opzettelijk worden benadeeld door aanvullende eisen zoals die waarin wordt bepaald dat ‘Europees geld niet kan worden gebruikt voor de ontwikkeling van tram- en metronetwerken’.
Toch, zo voegt Dziennik Gazeta Prawna eraan toe, zal ook de Europese Commissie een stem hebben in deze besprekingen, aangezien zij de door de regeringen voorgestelde ‘nationale herstelplannen’ moet valideren voordat de Europese kredieten worden vrijgegeven.
Polen is niet de enige die in dit opzicht voor vertraging zorgt, want ‘de helft van de naar Brussel gezonden plannen moet nog worden bijgesteld. Dit zou de datum waarop het geld in de nationale hoofdsteden arriveert aanzienlijk kunnen vertragen. Volgens plan zou het er half juli zijn, maar dat is niet meer zeker.’
Haar rede over de staat van de Unie en hoe ze denkt de grote vragen van deze tijd op te lossen, was op z’n minst indrukwekkend te noemen. Nu maar afwachten of Europeanen over drie jaar echt het idee hebben dat deze nieuwe machthebber herstel heeft bewerkstelligd. En wie is Ursula von der Leyen eigenlijk, behalve voorzitter van de Europese Commissie?
Het eerste wat opvalt als je Ursula von der Leyen ontmoet, is dat er iets mist – iets aan deze onberispelijke politica lijkt gemaakt of onoprecht: maar wat precies is opmerkelijk lastig te benoemen. Cryptisch en ondoorzichtig, als de glazen gevel van het Berlaymontgebouw, haar hoofdkwartier, dat openheid uitstraalt maar ondertussen niets prijsgeeft.
Het zou een vergissing zijn om dwars door haar heen te kijken. Wie Europa wil begrijpen, moet eerst Ursula von der Leyen begrijpen. Deze Eurocraat van de tweede generatie is geboren in Brussel en belichaamt de klasse wier beslissingen bepalend zullen zijn voor de vraag of de Unie zal uitgroeien tot een Verenigde Staten van Europa of langzaam uit elkaar zal vallen. Haar politiek is de Steen van Rosetta die laat zien hoe het Merkel-mechanisme in elkaar steekt. Haar leven toont ons de Duitse reis in Europa, en geeft antwoord op de vraag of die route nog ergens naartoe leidt. Van Brussel, waar ze is geboren, naar Berlijn en nu weer terug naar Berlaymont, van vader op dochter – dit is een reis van smeekbede naar macht, van idealisme naar angst.
Duitse ministers hebben de neiging altijd in beweging te zijn: ministerconferenties in Brussel, weekenden in de Länder, eindeloze gezamenlijke kabinetsvergaderingen met tientallen bondgenoten. Het zijn mensen van hazenslaapjes in vliegtuigen, mensen die voortdurend uitgeput zijn. In 2009, in Warschau, nam Jacek Rostowski, de Poolse minister van Financiën, tijdens de tweejaarlijkse Pools-Duitse kabinetsbespreking plaats naast een ‘niet al te grote, tamelijk aantrekkelijke vrouw’. Rostowski keek haar even aan. Hij had deze minister niet eerder ontmoet. ‘Maar op de een of andere manier had ik het gevoel dat ik haar kende.’ Ze stelde zich aan hem voor: Ursula von der Leyen, minister van Landbouw en Sociale Zaken. Nog altijd niets. De naam deed geen belletje rinkelen.
Conferenties. Paneldiscussies. Kringen. De elite die aan het hoofd staat van Europa komt elkaar altijd weer tegen. Zo’n maand of zes later, in Davos, zat de Poolse minister weer naast dezelfde Duitse minister. Ze schudden elkaar de hand, zeiden dat het leuk was om elkaar weer te zien. Rostowski vloog terug naar Warschau. ‘Toen, drie dagen later, daalde ineens het besef over me neer, als een schok.’ Alles kwam weer boven.
Londen
Earls Court, Londen, 1978. Nog altijd het sombere Londen van de film Tinker Tailor Soldier Spy, kleine eenkamerwoninkjes en her en der nog gaten van bominslagen; de straat waar Rostowski, een jonge docent en de zoon van Poolse vluchtelingen, in een huis woonde dat zijn moeder had opgedeeld in appartementen. Ze had de bovenste verdieping verhuurd aan Erich Stromeyer, een Duitse bankier die net was gescheiden. Op een dag vertelde Stromeyer dat zijn zwager een vooraanstaand Duits politicus was en dat de Baader-Meinhof-Groep had gedreigd zijn dochter te ontvoeren en te vermoorden. De situatie was nogal ernstig: zouden de Rostowski’s het erg vinden als die dochter bij hem introk, om aan de London School of Economics te gaan studeren, totdat de crisis was overgewaaid?
Ze trok bij hem in onder een schuilnaam: Rose Ladson. ‘Ze had nog wat babyvet,’ herinnert Rostowski zich. ‘Ze was heel levendig, heel aardig en altijd de hort op.’ Haar echte naam was Ursula Gertrud Albrecht, en de Rostowski’s merkten al snel dat ze vaak tot laat de deur uit was, dat ze vaak pas ’s nachts na enen weer terugkwam in Philbeach Gardens. ‘Ze vergat geregeld bij thuiskomst de deur goed op slot te doen. Dat vond ik nogal lichtzinnig, gezien het feit dat er mensen zouden zijn die haar wilden ontvoeren en vermoorden.’
De London School of Economics was in die tijd nog niet de springplank naar the City die hij zou worden – allemaal internationale studenten met weinig esprit de corps – maar nog de school van Ralf Dahrendorf, van de studentenbezettingen, waar de geest van Sidney en Beatrice Webb nog rondwaarden en het politieke klimaat bepaalden. Al zal ‘Rose Ladson’ dat allemaal nauwelijks hebben meegekregen, aangezien ze er bijna nooit was.
Ze was gegrepen door de punkbeweging en woonde in een stad waar The Clash optrad in Hammersmith Palais, en ze hing vaker rond in de pubs van Soho en in de platenzaken in Camden dan in de bibliotheek van de London School of Economics. Ze kreeg al snel de reputatie dat ze iemand was ‘die in de disco helemaal uit haar dak ging’. Zelf heeft ze over die periode gezegd: ‘Ik leefde meer dan dat ik studeerde.’
Londen was alles wat het Duitse platteland niet was. ‘Londen,’ zei ze tegen Die Zeit, ‘was voor mij de belichaming van moderniteit: vrijheid, de vreugde van het bestaan, experimenteren.’ Deze liefde voor Londen verklaart de verbittering en de pijn van een groot deel van Europa’s elite, die zich tot aan de dag van vandaag blijft identificeren met de Britse Remain-campagne – of in ieder geval hun berichten retweet. Acht voormalige EU-ministers zijn alumni van de London School of Economics; en Jacek Rostowski zou later voor het Europees Parlement staan met het opmerkelijke Change UK [pro-Europese partij], een partij die een kort leven was beschoren. Londen, en niet Parijs, is de stad waar deze mensen ‘Europeaan’ zijn geworden.
Vader Albrecht
‘Europa is het verhaal van generaties,’ zei Ursula von der Leyen voor het Europees Parlement. Net zoals dat geldt voor George W. Bush of Justin Trudeau, kan men de voorzitter van de commissie niet begrijpen zonder haar vader te begrijpen. En zelfs hij was niet alleen een mens maar ook een grote naam. De twintigjarige Ursula schepte er een speciaal genoegen in om door het leven te gaan als Rose Ladson omdat ze gebukt ging onder de naam Albrecht.
De voorname connecties van de bewoners van de bovenste verdieping van het huis aan Philbeach Gardens waren niet toevallig. Twaalf generaties zeer vooraanstaande burgers – geestelijken, hoog aangeschreven artsen, hoge ambtenaren, kooplieden – keken via die naam op haar neer, vanuit de hanzeatische handelselites van Bremen, het koninkrijk Hannover en het keurvorstendom Keulen. De familie Albrecht had zelfs een eigen lemma in het Deutsches Geschlechterbuch, misschien nog het beste te vergelijken met Burke’s Landed Gentry.In de negentiende eeuw waren de Albrechts handelsmagnaten in Bremen, katoenimporteurs die huwelijken sloten met leden van de familie Ladson, slavenhouders en plantage-eigenaren uit South Carolina (vandaar Ursula’s Londense achternaam).
Dergelijke Duitse handelshuizen hebben veel meer gedaan om onder de Britse of Amerikaanse vlag een koloniaal imperium op te bouwen dan velen zich realiseren. Dit soort mannen hekelde Thomas Mann, zelf afkomstig uit de oude Hanzestad Lübeck, in De Toverberg als ‘hardnekkig overtuigd van het recht van de aristocratie om te heersen’. In 1945 kwam Ernst Albrecht tevoorschijn uit de puinhopen van twee wereldoorlogen. Bremen was vrijwel volledig verwoest. Maar Ernst was verliefd en hij was intelligent en ambitieus. Hij wilde de hoogste cijfers halen en hij wilde trouwen met de dochter van het bevriende stel bij wie hij zich had schuilgehouden voor de RAF: Heidi Alele Stromeyer.
Hij ging filosofie en theologie studeren in Tübingen, in de Amerikaanse bezettingszone, en sleepte daarna een beurs voor Cornell in de VS in de wacht. Er werd een nieuwe Duitse elite gevormd, gekneed door Amerikaanse handen, en hij was vastbesloten daar deel van uit te maken.
Kweekvijver
Toen Ernst terugkeerde naar Europa, wilde hij graag naar Bonn, de nieuwe hoofdstad van Konrad Adenauer. De universiteit van Bonn groeide in rap tempo uit tot de kweekvijver van politici voor de opkomende staat. Ernsts afstudeerscriptie was getiteld: Is een monetaire unie een noodzakelijke voorwaarde voor een economische unie? Het zou een slimme keuze blijken, en dat realiseerde hij zich maar al te goed.
Al snel volgden afspraken en promoties. Op zijn 24ste werd hij attaché van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in Luxemburg: het nakende Europese project in de kinderschoenen. Hij klom verder op. Op een foto genomen in een palazzo in Rome, in 1957 – vergeeld, een beetje wazig aan de randen – zien we een lange rij leiders een document ondertekenen. Achter hen hangen renaissancistische schilderijen. Dit zijn de mannen (het zijn allemaal mannen) achter het Verdrag van Rome, het verdrag waarmee de Europese Economische Gemeenschap werd gevestigd en het belangrijkste verdrag in Europa sinds de vredesverdragen van Westfalen. Achter Adenauer zien we Ernst Albrecht.
Terwijl Duitse ambtenaren openlijk hun best deden de Italianen en de Fransen tegemoet te komen, had Ernst weinig last van schuldgevoelens over de oorlog. ‘Beste mensen,’ zei hij, ‘ofwel jullie willen met ons een Europa opbouwen, ofwel jullie willen het niet. Wij zijn een nieuwe generatie. De gebeurtenissen uit het verleden behoren tot het verleden. Ik ben net zo’n neutrale vertegenwoordiger van mijn land als de Fransen.’
Albrechts Europa was een doel op zich, maar het diende ook een nationaal belang. Zijn uiteindelijke baas, Walter Hallstein, de eerste voorzitter van de Commissie, leek op het eerste gezicht een tegenstelling te belichamen. Als ‘vergeten Europeaan’, net als Adenauer zelf, weigerde hij de Oder-Neissegrens te accepteren als nieuwe westgrens van Polen, en gaf hij zijn naam aan de zogeheten Hallsteindoctrine: Bonn zou geen diplomatieke banden opbouwen of onderhouden met landen die Oost-Duitsland erkenden, met uitzondering van de Sovjet-Unie. West-Duitsland was niet sterk genoeg om zich zelfstandig staande te houden op geopolitiek vlak. Adenauer en Hallstein hadden een sterker Europa nodig.
Het Brussel waar de Albrechts naartoe verhuisden na het Verdrag van Rome was een heel ander Brussel dan de Eurostar-stad van vandaag de dag. Ernst werd benoemd tot chef de cabinet van de eerste Duitse commissaris. Er werd nauwelijks Engels gesproken. De voertaal was Frans en de bescheiden onderkomens van de Zes hadden iets karolingisch. Het was een wereld van enkel mannen, die tot laat werkten en tot nog later doorzakten, drinkend of politiek bedrijvend.
Toen Heidi Adele wist dat ze zwanger was van hun derde kind, zette ze een kinderstoeltje voor de deur van Ernsts werkkamer om hem met het nieuws te verrassen. Ursula Gertrud werd geboren op 8 oktober 1958 in Brussel, anderhalf jaar na het Verdrag van Rome. ‘Je bent een ongelooflijke baby,’ schreef haar moeder in haar dagboek. ‘De eerste die niet krijsend ter wereld komt.’
Haar koosnaampje was Röschen, een verkleinwoord van Rose [roos]. Van haar vader heeft Ursula haar gevoel voor politiek geërfd; van haar moeder haar vastberadenheid binnen de politiek. Heidi Adele maakte deel uit van de generatie vrouwen die werd verstikt: de opleidingen waren opengesteld voor vrouwen, maar de banen waren nog niet voor hen beschikbaar. Ze had gestudeerd in Heidelberg, was gepromoveerd in Freiburg en had, zo gaat het verhaal binnen de familie, een begenadigd schrijver of beroemd journalist kunnen worden. Maar in werkelijkheid bleef ze altijd in de schaduw staan van haar man en stak ze haar energie in het schrijven van theatrale passages in haar dagboek.
De kleine Röschen was altijd al Ernsts oogappeltje: ‘Het pronkstuk hier in huis is Ursula Gertrud, amper twee jaar oud,’ schreef haar moeder in haar dagboek. Haar zes kinderen groeiden op als Europeanen: Ursula ging naar de nieuwe Europese School, waar de kinderen van het ambtelijk apparaat dat in Brussel neerstreek – de EEG, de NATO, Euratom – drietalig werden opgevoed, zich bewust van het feit dat ze tot de elite behoorden. Het was dezelfde school, in de voorstad Ukkel, waar Boris Johnson een tijdje op heeft gezeten, toen Johnsons vader er een paar jaar later werkte als een soort Eurocratische klusjesman.
Ambitie
Ze hadden alles wat ze zich maar konden wensen, een aangenaam, rijk leven. Maar hoe langer de Albrechts in Brussel woonden, hoe ongelukkiger ze werden. Al sinds zijn twintigste speelde Ernst een belangrijke rol op de achtergrond voor de grote mannen van de CDU, en inmiddels wilde hij daar zelf een van worden. ‘Ik was 37 en op het hoogtepunt van een carrière als Europees ambtenaar. Wilde ik tot mijn 65ste directeur-generaal blijven voor de concurrentie? Dat kon ik me niet voorstellen.’ De jaren zestig van de vorige eeuw waren niet de leukste tijd om een Duitse Eurocraat te zijn. De Gaulle zei nee: zijn sterke Frankrijk zou niet toelaten dat een meer federale, presidentiële commissie het land zou overschaduwen. En Ernst begon actief politici te benaderen.
Een klein eindje lopen van het Karel de Grotegebouw in het Brussel van vandaag de dag, zeggen de vlaggen en de plaquettes boven de deur net zoveel over Duitsland als over Europa. Beieren. Baden-Württemberg. Elke Duitse deelstaat heeft zijn eigen EU-delegatie: beter geoutilleerd en ruimer gehuisvest dan veel armoedige lidstaten. Het schitterende interieur maakt duidelijk waarom Duitsland, dat constant met zichzelf in onderhandeling is en dat gedurende een groot deel van haar politieke geschiedenis deel heeft uitgemaakt van het Heilige Romeinse Rijk met zijn dambordtactiek, zich binnen de Europese Unie als een vis in het water voelt. Federalisme is Duitslands natuurlijke staat van zijn.
Albrechts thuisland was Nedersaksen, aan de Noordzee: grof gezegd het Koninkrijk Hannover, waar zijn vader de scepter zwaaide over de douanediensten. Ernst had zijn zinnen gezet op de hoofdprijs: de partij had een sinecure voor hem geregeld bij een koekjesfabriek in Hannover terwijl hij een positie probeerde te verkrijgen. Hij vertrok in 1970, met achterlating van zijn gezin, dat pas later volgde, nadat in 1971 dochter Benita was overleden aan ruggenmergkanker. Ze was elf jaar oud. Vanaf dat moment was Ursula de enige dochter.
Van haar moeder heeft Ursula haar vastberadenheid geërfd
De familie ging niet mee op de in ’68 in gang gezette golven van het veranderende Duitsland – je zou zelfs kunnen zeggen dat ze ertegen ingingen. Voor het eten werd er gebeden. Huize Albrecht, een oude boerderij in Ilten, net buiten Hannover, was omgeven door reusachtige braamstruiken en was ingericht in ambachtelijke stijl. Het familieleven was rijk aan paarden, huisconcerten en zware, leerzame en lijvige boekwerken uit de bibliotheek: Oorlog en vrede en Dokter Zjivago.
In dit huis vormde zich Ursula’s persoonlijkheid: haar liefde voor muziek en dieren, en bovenal haar verlangen naar aandacht. Haar voornaamste activiteiten waren paardrijden en dan vooral springen, en het keurig begroeten van de vele beroemde gasten die haar vader op bezoek kreeg. In tegenstelling tot sommige van haar broers vond zij het leuk om naar buiten te treden. Maar toch, zo merken haar biografen Ulrike Demmer en Daniel Goffart op, nam haar vader haar nooit echt serieus. ‘De conservatieve Albrecht stond voorzichtig afwerend tegenover de vrouwenkwestie,’ herinnert Rolf Zick zich, een journalist uit diezelfde tijd.
Getalenteerde dochter
Na een onverwachte verkiezingsoverwinning, op de rug van drie afvalligen uit de regerende coalitie, werd Ernst Albrecht in 1976 minister-president van Nedersaksen. Destijds was dat een hogere positie dan gouverneur van een deelstaat. De rechterkant van het politieke spectrum was in de jaren zeventig het toneel van kleine koningen, regionale machthebbers en haarden van oerconservatieve, reactionaire relikwieën, die nog altijd niet overtuigd waren van de westerse roeping. Hij had Nedersaksen in handen.
Het leven van zijn kinderen veranderde nog ingrijpender. Van gewone leden van het CDU in Nedersaksen werd verwacht dat ze bewondering koesterden voor de getalenteerde dochter van de minister-president. Hans-Gert Pöttering, de latere voorzitter van het Europese Parlement, herinnert zich dat er over de eerste dochter werd gepraat als een jeugdige activiste: ‘Als lid van de partij, maar zonder haar persoonlijk te kennen, hoorden we dat ze een bijzonder meisje was, en de politici refereerden aan haar als “Röschen”… het was van meet af aan duidelijk dat ze niet zomaar iemand was.’
“Het was van meet af aan duidelijk dat ze niet zomaar iemand was”
Haar moeder, de first lady van Nedersaksen, ensceneerde het geheel. Als een scène uit de victoriaanse tijd, of uit Little Women, voerden de kinderen tijdens familiebijeenkomsten stukken op die mevrouw Albrecht had geschreven. Met Kerstmis of Pasen werd de cast uitgebreid: ook kinderen uit het dorp kregen een rol. Het familietoneelstuk, of beter gezegd het toneelstuk van een familie, was voor Ernst Albrecht onlosmakelijk verbonden met zijn politiek. Als een kruising tussen een Joseph Kennedy van het platteland en de familie Von Trapp nodigde hij niet alleen cameramensen uit op zijn pastorale landgoed, maar liet hij ook zijn vrouw en kinderen als familiekoor optreden bij een plaatselijke televisiezender.
Terwijl David Bowie in 1978 ‘Heroes’ zong in West-Berlijn, waar twee geliefden, uit Oost en West ‘can beat them, just for one day’, bracht de familie Albrecht zelfs een single uit: ‘Wohlauf in Gottes schöne Welt’. Maar de realiteit was harder: gepolariseerd, verdeeld, geconfronteerd met terreur, haar broers die in politiewagens naar school werden gebracht dit was het donkere Duitsland waarvan Ursula zich zo bevrijd voelde in Camden Market.
Het dieptepunt van Ursula’s leven was in Stanford. Het was begin jaren negentig en ze was een gefrustreerde huisvrouw. De geschiedenis herhaalde zich: niet die van haar vader, maar die van haar moeder. Na zes semesters in Londen was men van mening dat de Baader-Meinhofdreiging was geluwd en moest Rose Ladson weer Ursula Albrecht worden. Ze voelde zich geïsoleerd en ongelukkig aan de universiteit van Göttingen, totdat ze in het universiteitskoor Heiko von der Leyen leerde kennen. Ze was 24. Hij was wetenschapper, een telg uit een familie van vooraanstaande zijdehandelaren; ze ging met hem mee naar China.
Ze behoorde tot de gefrustreerde generatie: vrouwen voor wie een opleiding en een beroep binnen de mogelijkheden lagen. Maar ondertussen was er niets gedaan om de combinatie met een gezin mogelijk te maken, er was niet echt veel veranderd aan de houding van mannen. Ursula had het gevoel dat ze stuitte op ‘statische machtshiërarchieën’. Nadat ze in 1991 was afgestudeerd in Hannover ging ze aan het werk als arts, maar toen ze zwanger werd, kreeg ze van een meerdere te horen dat ze ‘te lui om te werken’ was. Volgens haar biografen was Heiko ‘niet in staat’ haar te helpen met de dagelijkse zorg voor de kinderen. In plaats daarvan moest ze zelf maar zien hoe ze alle bordjes in de lucht hield – zoals zovele vrouwen. Toen Heiko een baan kreeg aan Stanford, hield zij helemaal op met werken. ‘Zo ging het in die tijd,’ herinnert haar vriendin Sabine Cramer zich. ‘Als een man carrière wilde maken, gingen wij niet moeilijk doen.’
Vijftien jaar later zag alles er anders uit. ‘Ik had nooit kunnen denken dat het einde van het patriarchaat deze vorm zou aannemen,’ zegt Rebecca Harms, die destijds kamerlid was voor Die Grünen in Nedersaksen. ‘Ik had nooit gedacht dat het patriarchaat door het CDU ontmanteld zou worden.’ In 2005 was Angela Merkel gekozen tot bondskanselier en Von der Leyen was uit de regering van Nedersaksen geplukt om haar minister van Gezin en Sociale Zaken te worden. Harms wist niet wat ze hoorde: de dochter van de reactionair ‘die mij voor een belangrijk deel de politiek in heeft gedreven’ was ineens het gezicht van gendergelijkheid binnen de partij.
Terug naar Duitsland, 1996, waar Von der Leyen in de voetstappen van haar vader was getreden. De meeste politieke loopbanen worden gevormd door één beslissende ontmoeting: die van haar was met Christian Wulff, in 1999, toen ze ruiter was op een paardenveiling. De toekomstige minister-president van Nedersaksen was onder de indruk: niet alleen was ze een fantastische ruiter, ze was ook nog eens zes maanden zwanger van haar zevende kind. Hij zag ambitie en vastberadenheid. Hij zag lef.
Talkshowgezicht
Talkshows met zware fauteuils en comfortabele banken maken een belangrijk deel uit van het politieke leven in Duitsland. Ze hebben een belangrijke rol gespeeld bij de opkomst van Von der Leyen, om te beginnen als het gezicht van Wulffs regering in Nedersaksen, waar ze de aandacht trok van niemand minder dan Angela Merkel, de Mutti van Duitsland. Hier blonk Von der Leyen uit: avond na avond droeg ze de boodschap uit, was ze de spreekbuis van Angela, van een CDU dat het gezin hoog in het vaandel heeft staan.
Ursula deed het zo goed op tv omdat iedereen in Duitsland twee dingen van haar wist: dat ze de dochter was van Ernst Albrecht en dat ze zeven kinderen had. In feite was Von der Leyen ook een alias. En wat het voor de kijker alleen nog maar mooier maakte: dit was niet langer de seksistische partij van haar vader, maar een partij waar de stedelijke bourgeoisie zich bij thuis kon voelen. Het was Von der Leyen op haar best, eerst als minister voor Jeugd en Familiezaken, later als minister van Sociale Zaken en Arbeid – ze maakte zich sterk voor kinderopvang, voor betaald ouderschapsverlof, maakte zich zelfs sterk voor die zaken toen haar partij ertegen was. ‘Het is geen geheim dat ze zich daarmee niet populair maakte binnen haar eigen partij,’ aldus een bron binnen het CDU.
Dit is het Merkelmechanisme in actie: altijd buitenstaanders inzetten, moeite doen om het midden mee te krijgen, calculeren, dan intomen, zorgen dat niemand ooit te veel macht vergaart. ‘Een knieschot voor wie zijn plek niet kent,’ om een bron te citeren. Merkel is een te nauwgezet politicus om mensen valse verwachtingen te laten koesteren. Maar tijdens een paar roerige dagen in 2010 liet ze Ursula in de waan dat zij de volgende bondspresident zou worden, zozeer zelfs dat er een artikel in de pers verscheen waarin Heiko werd aangeduid als ‘the first man’. Maar uiteindelijk koos Merkel voor haar oude baas, Christian Wulff. Ursula, die dacht dat Merkel en zij een speciale band hadden, was er kapot van.
Later legde Mutti uit: dit is het politieke spel. Merkel, een Thomas Cromwell-achtige figuur, een in Oost-Duitsland geboren buitenstaander, een natuurkundige uit de DDR, met een portret van Catharina de Grote op haar bureau, is al vijftien jaar lang heer en meester binnen de Duitse politiek. Nu de hereniging, de historische uitdaging van haar generatie, is voltooid, benadert Merkel haar taak als een wetenschapper, niet als een idealist, en ze schept er genoegen in om, voor Duitsland, voor zichzelf, een koers uit te zetten en te laveren tussen verschillende botsende en zwalkende krachten, zonder programmatisch een bepaald doel na te streven. Ursula von der Leyen: de naam, geen vriendin maar een werktuig om de centre quo te handhaven.
“Ik had nooit gedacht dat het patriarchaat door het CDU ontmanteld zou worden”
De lounge van een vliegveld in Brussel. Engelse politici zien Brussel als een Eurostar-stad maar de meeste Europeanen gaan er met het vliegtuig heen. Duitsers en Italianen; Duitsers en Zweden; Duitsers en Polen: in deze lounge wordt veel van de discrete Europese politiek bedreven. In 2011, ten tijde van de Griekse schuldencrisis, zat Jacek Rostowski ineens met Ursula von der Leyen in die lounge om over de eurocrisis te praten. ‘Ik zei tegen haar dat het geen Griekse crisis was, maar een crisis van de hele eurozone,’ herinnert hij zich. ‘Ze had geen idee.’ Het is een veelzeggende anekdote over Von der Leyen. Maar het maakt ook duidelijk dat de Duitse reis door Europa in 2011 niet langer voor de hand lag.
In 2013 stapte Von der Leyen over naar het ministerie van Defensie. Waar het Duitsland van haar vader – het land van Willy Brandt en de Rote Armee Fraktion – gepolariseerd was geweest en gebukt was gegaan onder schuldgevoelens, was Ursula’s Duitsland een land van consensus en morele overtuiging – haast zelfingenomen. Berlijn was uitgegroeid tot wat Londen in de jaren zeventig van de vorige eeuw was geweest: een stad van grungy clubs, kunstenaars en excentriekelingen.
Maar binnen de ministeries was er iets van de Europese bezieling verloren gegaan. In Bonn was men nog programmatisch geweest, in Berlijn liet men de dingen meer op hun beloop. De hereniging was voltooid, strategisch stond alles goed op de rails, de handel met China floreerde; er waren geen geopolitieke doelen waar Duitsland de hulp van een sterkere Europese Commissie voor nodig had. De logica van het nationaal belang, waardoor Bonn de euro had geaccepteerd – hereniging – ontbrak in het geval van de eurobonds die noodzakelijk waren om de euro tot een succes te maken.
De Duitse heersende klasse hield zich niet langer bezig met investeren in een diepere verbintenis. Ursula had ingezet op de post van minister van Defensie, in het klassieke mannenbolwerk, misschien wel de meest mannelijke baan die er was, misschien zelfs wel de moeilijkste baan in heel Berlijn, een baan waar veel Duitse ministers op waren stukgelopen. Het nieuws werd breed uitgemeten op de voorpagina’s. Maar wat volgde was Von der Leyen op haar slechtst.
Flop
Het leger, dat vele decennia was verwaarloosd, was er slecht aan toe, was niet eens in staat de meest elementaire internationale verplichtingen na te komen. Het was een moeras van corruptie, aanbestedingsschandalen, mismanagement en in de barakken zelf woekerende haarden van extreemrechtse sentimenten. Von der Leyen was vastbesloten hier iets aan te veranderen en nam haar toevlucht tot de oplossing die tegenwoordig erg in zwang is: de revolutie die wordt beloofd door managementconsultants en McKinsey-contracten. ‘Ze leidde het ministerie met een klein team van buitenstaanders,’ zegt Carlo Masala, hoogleraar internationale politiek aan de Universität der Bundeswehr, die veelvuldig voor het ministerie heeft gewerkt. ‘Ze schepte er genoegen in bestaande structuren te ontwrichten,’ aldus een voormalig consultant.
Het resultaat was geen succes. Net als Merkels soberheidsdecennium van Duits leiderschap in Europa was het een en al gelikte uitspraken, schandalen, ongelukkige officieren en weinig concrete resultaten. Op het ministerie van Defensie groeide Von der Leyen uit tot de belichaming van dit Duitse probleem: er gaapte een diepe kloof tussen haar slogans, zoals steun voor ‘een Europees leger’, en concrete investeringen in de Europese defensie. ‘Het ministerie sloopte haar,’ aldus een bron. In 2019 was de minister van Defensie, die in de titel van haar biografie nog was aangeprezen als De reserve-bondskanselier, echt geflopt. Haar carrière leek ten einde.
In de Bundestag doet een grapje de ronde. Wat is de afkorting van Von der Leyen? I-C-H, oftewel ich – ik. Maar wat zijn de overtuigingen van Von der Leyen? Op die vraag weet vrijwel geen enkele Europese topambtenaar het antwoord. Slechts weinigen zijn in staat haar visie te schetsen. Haar reputatie in Berlijn, zeker onder journalisten, is dat ze voornamelijk een pr-functie vervult. Maar niet iedereen is zo zuinig in zijn oordeel. ‘Ze gelooft heel sterk in gelijkheid voor vrouwen, ze is een groot voorstander van Europa en trans-Atlantische betrekkingen,’ aldus een insider. Dat de Duitse minister van Defensie de Europeaan binnen het kabinet was, wat teruggrijpt op het partij-idealisme van haar vader, bleef niet onopgemerkt in Parijs.
Merkel liet Ursula in de waan dat zij de volgende bondspresident zou worden
Toen Emmanuel Macron in juli 2019 terugkeerde uit Brussel, had hij een idee. De onderhandelingen over een nieuwe voorzitter van de Commissie waren vastgelopen. Het systeem van zogeheten Spitzenkandidaten, waarbij de blokken binnen het Europese Parlement hun eigen campagne voeren om een voorzitter voor de Commissie naar voren te schuiven, was naar zijn idee onwerkbaar. De Europese Volkspartij, in feite het CDU met haar bondgenoten, had Manfred Weber naar voren geschoven, in Macrons ogen een politiek lichtgewicht uit Beieren, beter geschikt voor de politieke arena van München, en simpelweg onacceptabel. De Europese Volkspartij op haar beurt blokkeerde de benoeming van Frans Timmermans, de man van de sociaaldemocraten en een vooraanstaand Nederlands politicus. Het proces zat muurvast.
Op dat moment kwam de naam Von der Leyen bovendrijven. Merkel had haar naam al eens eerder laten vallen bij de Franse functionarissen: aanvankelijk alweer enige tijd geleden, als mogelijke secretaris-generaal van de NAVO, later als een mogelijke hoge functionaris binnen de EU, bij Buitenlandse Zaken in Brussel, als topvrouw van het blok. Macron zag haar wel zitten, hij wist dat Merkel haar graag mocht en hij wist dat ze van het CDU was. ‘Zo kwam er uiteindelijk iets uit wat nooit zou zijn gelukt als we het zelf hadden voorgesteld,’ aldus een topambtenaar. Niet alleen was Von der Leyen er volkomen door verrast, feitelijk heeft Macron haar carrière gered.
Merkelmechanisme
Nu sturen Merkel en Von der Leyen elkaar elke dag berichtjes, de bondskanselier houdt de voorzitter op de hoogte van wat er in Berlijn gebeurt, Ursula brieft Angela over Brussel. Ze hebben veelvuldig telefonisch contact: het is alsof Von der Leyen nog altijd in het kabinet zit. Ze vormen een politieke generatie, dit cohort van Europese vrouwen voor wie macht niet langer de uitzondering is, maar ook nog niet echt de norm. Dit heen-en weren tussen twee Duitse vrouwen is Macrons plan in actie. Frankrijk, dat al zo’n tien jaar een wankele economie heeft en dat de export naar Azië heeft zien inzakken, heeft behoefte aan een sterkere Commissie om te kunnen steunen op de macht van Duitsland.
Maar Duitsland, dat zich dat bewust is, heeft Franse voorstellen geblokkeerd en lijkt de Commissie meer en meer te zien als een raadsman voor de debiteurenstaten. Door het Merkelmechanisme naar Berlaymont te halen, gokte Macron, zou Berlijn meer vertrouwen krijgen in de instituties, waardoor Frankrijk meer macht zou krijgen.
Hij gokte dat de bondskanselier het ook wel prettig zou vinden om een Duitser in de Commissie te hebben: al zeker een decennium werd er een strategie gehanteerd om meer Duitse topambtenaren naar voren te schuiven zodat de Commissie de Duitse belangen goed voor ogen zou houden. Von der Leyen zou de culminatie zijn van deze strategie.
Maar het was geen gelukkige terugkeer naar Brussel. De intieme, francofone Commissie van haar vader was niet meer. Het Berlaymontgebouw van vandaag de dag is een plek van wereld-Engels, een soort internationaals, een taal die De Gaulle ooit grappend ‘een soort Esperanto of Volapük’ heeft genoemd. De sfeer viel Von der Leyen en haar twee topadviseurs, of spindoctors, die ze had meegenomen uit Berlijn, koud op haar dak. ‘Ze leunt te veel op de Duitsers,’ aldus een bron. ‘Ze is paranoïde,’ zei een ander. Dit alles weerspiegelde een consensus: dat Von der Leyen, die nog altijd haar opwachting maakte in Duitse talkshows, het niet had gered.
Maar datzelfde, zo wil de conventionele Brusselse wijsheid, gold voor de Commissie. ‘Juncker is van mening dat Von der Leyen de Commissie omvormt tot een directoraat-generaal voor de Raad,’ aldus een voormalig ambtenaar – geen supranationale regering in wording maar voornamelijk een ambtelijk apparaat. De Commissie, zo wordt gezegd, speelde een steeds kleinere rol, ten koste van de nationale leiders in de Europese Raad, sinds Frankrijk en Nederland zich in 2005 uitspraken tegen de Europese Grondwet. Niemand verwachtte dat de nieuwe voorzitter veel meer zou doen dan de bescheiden verwachtingen managen.
Met het coronavirus veranderde alles. Aanvankelijk leek het alsof het virus Von der Leyen, en misschien zelfs de hele Europese Unie, noodlottig zou worden. Toen de maatregelen werden ingevoerd, mensen afstand moesten houden, drones patrouilleerden in de straten van Brussel en de Eurocraten het Berlaymontgebouw verlieten, sloeg de angst iedereen om het hart, thuiswerkend achter de laptop. Dit was niet alleen een medische crisis. Het coronavirus was ook een politieke crisis en onvermijdelijk ook een eurocrisis. Toen duidelijk werd dat de kosten van de lockdown Italië in een diepe vicieuze cirkel konden storten van schulden, soberte en populisme, wakkerde dat de woede jegens de EU aan, te beginnen in de zwakkere zuidelijke economieën. ‘Ik heb niet eerder zo’n gevaarlijke opkomst van eurosceptische sentimenten gezien,’ zegt een EU-minister.
Toen meerdere peilingen lieten zien dat grofweg de helft van de Italianen uit de EU wilde stappen, waar dat twee jaar terug nog minder dan een derde was, begon er een ingewikkeld spel tussen Parijs en Berlijn, over de vraag hoe de crisis moest worden bekostigd.
Eurobonds
Het was duidelijk dat het enige antwoord een ongekende verhoging van de schulden was. Maar zou er sprake zijn van de bundeling van Europese schulden, de zogeheten eurobonds? Zou met het opkopen van obligaties door de Europese Centrale Bank de verkapte schuldbundeling worden voortgezet of zou de bank door het Duitse grondwettelijke hof n Karlsruhe een halt worden toegeroepen? Slechts weinigen verwachtten oplossingen van Von der Leyen.
Macron had haar precies waar hij haar wilde hebben. Maar aanvankelijk dreigde zijn plan te mislukken. Terwijl de pandemie huishield in Frankrijk, Italië en Spanje riep het Élysée tot stomme verbazing van Berlijn op tot het instellen van een gemeenschappelijk schuldinstrument om de crisis te bekostigen, samen met Rome, Madrid en zes andere landen in de eurozone. Anders, zo maakten ze duidelijk achter gesloten deuren in Brussel, riskeerden verschillende lidstaten insolventie. Merkel weigerde ronduit. Zoals altijd trok Duitsland de grens bij gedeelde schulden.
Maar terwijl Duitsland gespaard leek te blijven voor de allerergste gevolgen van het coronavirus, veranderde er iets. Een voorstel, dat werd bedacht in het Berlaymontgebouw, als we de aanhangers mogen geloven, werd opgepikt door zowel ministers van Financiën als ambtenaren, zowel in Spanje als in Frankrijk. Het idee was om de Commissie massaal op eigen naam leningen te laten afsluiten en vervolgens pakketten van leningen en subsidies te verstrekken aan de zwaarst getroffen lidstaten. Ineens zag Berlijn het zitten. De gok van het Élysée betaalde zich uit. Dit was een Commissie waar Merkel wel zaken mee kon doen: in tegenstelling tot Juncker of Prodi was Von der Leyen iemand die ze kon vertrouwen.
Macron en Merkel bezegelden het met een handdruk: Von der Leyen staat niet op de foto. Maar dat gaf niet, want het ging niet om haar. Frankrijk en Duitsland hadden besloten dat een financieel sterke Commissie in hun voordeel was. ‘Nu hebben we een kans om meer te bereiken dan ooit sinds Jacques Delors,’ aldus een lid van de Commissie. Het Duitse leiderschap binnen Europa heeft ineens weer een vorm gevonden doordat het ‘de zuinige landen’ aan boord heeft weten te krijgen. Ineens is Von der Leyen, die een team vormt met Marcron, Merkel en de blunderende Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, het onverwachte gezicht van deze aanpak.
De doorbraak is historisch te noemen, maar tot nog toe vooral vanwege de gebeurtenissen die hij in gang zou kunnen zetten. De lijst van successen die de pandemie voor de Commissie mogelijk heeft gemaakt – miljarden aan gezamenlijke leningen, gezamenlijke uitgaven en een voorzichtige opening naar gezamenlijke belastingen – waren een paar maanden geleden allemaal ondenkbaar. Maar hoewel het EU-budget grofweg is verdubbeld, zijn de bedragen nog altijd onvoldoende: de subsidies voor Italië zullen de komende drie jaar misschien maar 0,6 procent van het bnp uitmaken.
Dat komt omdat uiteindelijk niet altruïsme maar landsbelang de doorslag heeft gegeven: om de Europese exportmarkten van Duitsland veilig te stellen koos Merkel weer voor wat noodzakelijk was om de euro overeind te houden, maar niet voor het maximale om de euro te herstellen. Ondanks al het gekibbel met ‘de zuinige landen’ zijn dit geen volwaardige eurobonds. Er is alleen een deel van de kosten van de crisis gebundeld, in plaats van de volledige Europese schuld, waarmee het zuiden enigszins ontlast zou worden.
Triomf
In Brussel heerst nu een triomfantelijke stemming. Er wordt enthousiast gesproken over Von der Leyen, heel anders dan in maart. ‘Ze luistert,’ zegt iemand uit de Commissie. ‘Ze besteedt heel veel aandacht aan speeches,’ zegt een ander. ‘In vier maanden hebben we haar vaker gezien dan Juncker in vier jaar,’ zegt weer een ander. Met haar slaapkamer in het Berlaymontgebouw, als een napoleontisch veldbed vlak naast haar werkkamer gesitueerd, zodat ze binnen enkele minuten aan het werk kan zijn, wordt niet langer de spot gedreven.
Deze opgetogenheid is niet te danken aan de fiscale cijfers op zich. Het heeft te maken met een toekomstbeeld: dat de Macrons en Merkels kunnen komen en gaan, maar dat de nieuwe super-Commissie, momenteel de beheerder van het laatste redmiddel, blijft. Nu de Rubicon eenmaal is overgestoken, zo is de veronderstelling, zal tijdens crisisberaad steeds vaker op de noodknop van een gezamenlijke schuld worden gedrukt, totdat het Berlaymontgebouw zich uiteindelijk in het hart bevindt van een fiscale unie.
Maar zal dat ook echt zo gaan? Zullen Europeanen over drie jaar echt het idee hebben dat deze nieuwe macht hun herstel heeft bewerkstelligd?Nadat Von der Leyen was benoemd door het Europees Parlement barstte de kamer uit in luid applaus, nog voor de parlementsleden kans kregen hun nieuwe voorzitter de hand te drukken. Ineens stond een stralende David McAllister, de voormalig minister-president van Nedersaksen voor haar. Hij omhelsde haar en zei: ‘Zal ik je eens wat zeggen? Je vader ziet je nu!’
Er wordt sinds de coronacrisis enthousiast gesproken over Von der Leyen
Von der Leyen glimlachte. Tegen het einde van zijn leven was Ernst Albrecht de vraag gesteld of hij ergens in was tekortgeschoten. De oude man had geantwoord: ‘Ieder mens schiet ergens in zijn leven tekort. Ik heb me zeventien jaar lang met hart en ziel ingezet voor de eenwording van Europa. Als u het me nu vraagt, ben ik daarin tekortgeschoten.’
Ursula is haar hele leven de dochter geweest, de opvolger, de reserve-bondskanselier – nooit iemand met eigen bestaansrecht. Haar hele politieke leven had Europa vastgezeten, in crisis verkeerd, dreigde al het werk van de generatie van haar vader teniet te worden gedaan. Maar nu lijkt het rad van de geschiedenis gekeerd: voor haar, voor de commissie die ze voorzit is dit hét moment om kansen te grijpen die zich misschien niet nogmaals zullen voordoen.
Frankrijk en Duitsland hebben allebei ja gezegd: de Europese Raad, de rivaal in het Europese gebouw, wordt aangevoerd door een potsierlijke Vlaming; als Von der Leyen het corona-reddingspakket erdoor weet te krijgen, kan dat het Berlaymont weer iets van de macht verlenen die sinds Delors lijkt te zijn weggesijpeld; maar alleen als ze die macht weet vast te houden. Ineens is er geen Mutti meer, en geen Vati, om haar de weg te wijzen. Ze zal het nu allemaal zelf moeten doen. Als zij faalt, als de Commissie faalt, komt dat op haar conto. Er zijn maar weinig momenten in de politiek zo opwindend, zo beangstigend.
De Deense eurocommissaris van mededinging Margrethe Vestager geldt als de schrik van Silicon Valley sinds ze megaboetes uitdeelde aan Apple en Google. De Financial Times strikte haar voor een lunchinterview.
Margrethe Vestager schuift over de leren bank aan het hoektafeltje naar me toe en gaat naast me zitten. Onze knieën raken elkaar bijna in een rechte hoek. Ze glimlacht. Ik kijk naar het mes met de vork en het aquavitglas er keurig tegenover, en naar de houten stoel waar ze niet op is gaan zitten. Onze tafel, in een knus restaurant in Kopenhagen, biedt ruim plaats aan vier personen; wij nemen slechts plaats in voor anderhalf. Zo moet het voelen, denk ik, om door ’s werelds sluwste antitrusthandhaver klem te worden gezet.
Met die ervaring bevind ik me in goed gezelschap. Nog geen drie jaar geleden stapte de 49-jarige Vestager van de Deense politiek over naar de Europese Commissie. Toch heeft ze nu al de EU-records verpulverd voor het onttakelen van kartels, het uitdelen van boetes en het innen van achterstallige belasting. Waarschijnlijk heeft niemand in de democratische wereld zo veel macht – en is niemand er zozeer toe bereid die te gebruiken – als de eurocommissaris voor mededinging. Vraag het maar aan Tim Cook van Apple (dat Ierland 13 miljard pond aan achterstallige belasting moest betalen), aan Sundar Pichai van Google (dat een boete van 2,4 miljard pond kreeg voor misbruik van zijn marktpositie) of aan de vrachtwagenfabrikanten, farmaceuten en financiële topmannen die het met Vestager aan de stok kregen. Haar besluiten kunnen eventueel pas jaren later door de rechtbank worden teruggedraaid.
Haar legendarische onverzettelijkheid gaat gepaard met huiselijke persoonlijke trekjes. Het levert krantenprofielen van Vestager op die lezen als de sage van Vikingkoningin Margrethe III, bedwingster van Silicon Valley, gesel van belastingontduikers, temster van superego’s uit het bedrijfsleven, breister van olifanten (die ze aan regeringsmedewerkers geeft en die soms grote oren hebben als aansporing om beter te luisteren) en vermaard kaneelbroodjesbakster.
Het is allang duidelijk dat Vestager zich als politicus aan de zwaartekracht onttrekt. Ze is afkomstig uit een kleine partij uit een klein land en voerde ooit campagne onder de lekker antipopulistische slogan: ‘Luister naar de economen. Dat doen wij ook.’ Vestager, scherp en hoffelijk, vormde de inspiratie voor de populaire Deense tv-serie Borgen, die volgens haar bewonderaars bleek afstak tegen de werkelijkheid. Maar in de Verenigde Staten geldt ze als belichaming van de politieke tegenwind die Silicon Valley bedreigt. Daar beschouwen velen haar als de laatste in een lange reeks Europese bemoeials die het goede oude Amerikaanse bedrijfsleven de voet dwars zetten. Vorig jaar vatte Cook die andere kijk op haar werk fijntjes samen: ‘Alleen maar politiek gelul.’
Smørrebrød
We zitten in de Kronborg, een tot restaurant omgetoverde kelder, bekend om zijn smørrebrød: sneeën roggebrood die rijkelijk zijn belegd. Het is een prima plek om op een regenachtige middag in Kopenhagen te schuilen. De balken aan het plafond zijn donker, de muren wit, op lichtgroene versieringen na.
Vestager is er op haar gemak. Ze heeft een bordeauxrode jurk en een zwart gebreid vestje aan en een gouden halsketting om. Haar staalgrijze haar zit keurig in model. Het personeel is er maar wat trots op de voormalige vicepremier te mogen ontvangen. Een dertigtal vrouwen die aan de tafeI tegenover ons een verjaardag vieren, werpen steeds nieuwsgieriger blikken. Waarschijnlijk kennen ze haar nog van de coalitieregering uit 2011-2015 van Helle Thorning-Schmidt, een sociaaldemocrate die het niet aan flair ontbrak. Thorning-Schmidt vervreemdde haar kiezers bijna onmiddellijk van zich door zich te laten gelden als een belastinghavik. De belangrijkste oorzaak: Vestager, een kleine coalitiepartner met een flinke vinger in de pap van het beleid. Ze wist wat ze wilde en harkte het grotendeels binnen. De relatie verzuurde op slag. Vestager zegt dat ze tegenwoordig op veel betere voet staat met de ‘geweldige’ Thorning-Schmidt. ‘Maar de rúzies die we hebben gehad…’
Het was een onwaarschijnlijk machtige positie voor de leider van een sociaalliberale nichepartij – liefkozend de caffè-lattepartij genoemd – met als electoraal hoogtepunt 15 procent van de stemmen… in 1968. Maar tijdens de coalitiegesprekken ging Vestager er met de winst vandoor. Ik breng het verschil ter sprake tussen de situatie nu en Vestagers eerste lunch met Thorning-Schmidt, een jaar of twintig geleden in een café verderop. Bij het afscheid gaf Vestager Thorning-Schmidt haar telefoonnummer: ‘Misschien komt het nog een keer van pas.’ Thorning-Schmidt noteerde het, maar gaf het hare niet. Vestager was zeker niet belangrijk genoeg? ‘O ja!’ zegt Vestager. ‘Dat was ik helemaal vergeten. Dat is wel heel lang geleden.’
Ik kijk op de kaart in de hoop dat een van de negen haringvariaties er beter op is geworden sinds ik voor het laatst heb gekeken. Ik ben geen liefhebber. We nemen allebei de dagschotel: ‘Sol over Gudhjem’, gerookte haring met rauwe eidooier.
Vestager groeide op in het stationsplaatsje Ølgod (‘Biergoed’), niet ver van de vlakke, door weer en wind geteisterde westkust van Jutland. Haar ouders waren lutherse predikanten en politiek actief. Die kerkelijke achtergrond deelt ze met de Duitse Angela Merkel, de Britse Theresa May en de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, en ik vraag of er sprake is van een patroon.
‘In Denemarken zeggen ze dat predikantenkinderen de ergste zijn,’ zegt ze met een lach. ‘Die moeten zich wel afzetten. Omdat het er bij ons thuis helemaal niet zo religieus aan toeging, had ik weinig om me tegen af te zetten. Als er één ding belangrijk is – ik weet niet veel van de verschillende gezindten – dan is het dat je je voor anderen inzet.’
Volgens Vestager struikelde ze zowat de politiek binnen. ‘Eind jaren tachtig stelde ik me verkiesbaar voor het parlement, alleen maar omdat ik wist dat ik toch geen kans maakte om te worden gekozen,’ zegt ze. Het betrof een zetel waar haar moeder zich ooit kandidaat voor had gesteld. ‘Ik was erg verlegen toen ik jong was, maar nieuwsgierig naar wat het inhield.’
Op haar vijfentwintigste deelde Vestager het partijvoorzitterschap terwijl ze een baan had op het ministerie van Financiën. Op haar negentwintigste werd ze, zonder te zijn gekozen, minister van Onderwijs en Godsdienstige Zaken. ‘Ik besefte niet dat ik jong was, ik dacht er niet over na, dus was er niet bang voor,’ zeg ze. ‘Had ik het wel beseft, dan zou ik doodsbenauwd zijn geweest. Het was ontzettend zwaar. Als ik het over mocht doen, dan zou ik het heel anders aanpakken.’
Vestagers politieke persoonlijkheid heeft ze tot op zekere hoogte te danken aan de dieptepunten die ze aan de top beleefde. Haar eerste jaren als partijleider waren verschrikkelijk, met slechte peilingen omdat ze zo gereserveerd en afstandelijk overkwam. ‘Ze is als volwassene geboren!’ riep een collega destijds denigrerend uit. Vestager besloot dat het tijd werd zich aan te passen. Ze besefte dat als ze het toch anders moest aanpakken, ze net zo goed kon gaan staan voor waar ze in geloofde. Na een hap haring legt ze uit dat ze ‘andere kanten van zichzelf naar voren schoof, en weer andere misschien een beetje terugdrong’. Het was een vorm van beheerste authenticiteit die haar voormalige spindoctor de vergelijking met een oester ontlokte: verleidelijk en eerlijk, maar zo open als ze zelf wil zijn.
Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om “rechtvaardigheid” te prediken
Iedereen die Vestagers kantoor in Brussel bezoekt snapt wat dat betekent. Het is een meesterlijk ingerichte kamer vol curiosa en snuisterijen. Je vindt er een gipsen middelvinger (gekregen van een vakbond die tegen bezuinigingen protesteerde), een straatnaambordje met ‘Vestervej’ erop en foto’s van het winderige vlakke land van Jutland waar ze opgroeide. Aan elk voorwerp kleeft een bijzonder verhaal, maar ze lijken weinig prijs te geven over Vestager.
Vestager is vermaard om de ‘vergadertechniek’ waarmee ze de grote ego’s der aarde met beide benen op de grond zet. Ze weet wat ze wil en gaat zonder aantekeningen de bijeenkomst in. Ze schenkt koffie voor haar gasten in. Ze vertrok geen spier toen Cook in 2016 tekeerging tegen haar belastingonderzoek, dat hij met steeds grotere stemverheffing vergeleek met de Venezolaanse rechtspraak. Directeuren van Gazprom kregen te horen dat ze hun entourage moesten inkrimpen zodat iedereen aan tafel paste, met als gevolg dat driekwart van de delegatie op de gang moest blijven. Een aanwezige beweert dat Vestager de bijeenkomst ondanks herhaalde seintjes een kwartier liet uitlopen. Bij het naar buiten gaan zag het gezelschap dat Jack Lew, destijds de Amerikaanse minister van Financiën, zich in de wachtkamer zat op te vreten.
Brusselse juristen verwijten Vestager vooral dat ze de neiging heeft de rol die haar van godswege lijkt ingegeven te gebruiken als preekstoel om ‘rechtvaardigheid’ te prediken. In een bekend geworden toespraak verwees ze naar Luther, Adam en Eva en de hebzucht die aan de basis ligt van monopolistisch gedrag. Ze vindt de kritiek duidelijk misplaatst. ‘Ik heb de 95 stellingen van Luther niet aan mijn deur genageld; ik werk met het Europese mededingingsrecht. Maar wie je ook bent en wat je ook doet, je kunt altijd nadenken over hoe je het doet.’
Wat dat betreft tekent het haar dat ze de reuzen van Silicon Valley uitdaagde: Google, Apple, Facebook en Amazon. Alle vier hebben ze openlijke aanvaringen met Vestager gehad, en ze is van Berlijn tot Washington geprezen omdat ze ze heeft aangepakt. Maar ze krijgt ook het verwijt dat haar interventies (vooral op belastinggebied) niet zozeer juridisch als wel politiek zijn gemotiveerd. Sommigen kunnen het niet uitstaan dat ze zo overtuigd is van haar gelijk. Ik vraag haar of haar welhaast koninklijke voorrecht – als aanklager, rechter, jury én beul – niet te groot is. Ze wuift mijn bezwaar weg en zegt dat de rechtbanken, juristen en media er zijn ‘om haar eerlijk te houden’. ‘En ik heb sterk het gevoel dat ze dat ook doen,’ voegt ze eraan toe.
Het rumoer in het restaurant wordt een tikje minder. Naast ons worden cadeautjes uitgepakt, onze borden worden weggehaald. Ik kies een andere aanpak. Er woedt een academische discussie over de vraag of de aloude antitrustmiddelen – en de orthodoxie van de Chicago School, met de nadruk op nadelige prijseffecten voor consumenten – de spectaculaire veranderingen in maatschappij en economie kunnen bijbenen. Met andere woorden: goedkope producten vragen misschien een hoge prijs, terwijl door concurrentie ingegeven fusies (bijvoorbeeld in de landbouwwereld) om milieuredenen wellicht een slecht idee zijn. Ik vraag of ze, idealiter, geen bredere opdracht zou willen om zich sterk te maken voor een bredere opvatting van consumentenwelzijn.
Haar antwoord is diplomatiek: de principes van het Europese recht zijn breed genoeg. ‘Ook de consument moet zich realiseren dat hij uiteindelijk altijd betaalt. Je betaalt hoe dan ook, zonder dat je alle cijfers van je creditcard intoetst,’ zegt ze. ‘Tot op zekere hoogte zijn sommige firma’s ouderwetse reclamebedrijven in een nieuw jasje. Ze doen fantastische dingen. Hun innovaties hebben onze samenleving veranderd. Dat neemt niet weg dat ze nog steeds een verantwoordelijkheid hebben. Als je dominant bent in de markt, heb je een speciale verantwoordelijkheid.’
Het is een verwijzing naar Google, een bedrijf dat ze op het matje riep omdat het zijn dominante positie misbruikte om zijn eigen zoekresultaten te bevoordelen. Als Google straks geen onderscheid meer maakt, maar de klantbeleving er slechter op wordt, is ze dan nog steeds tevreden? ‘Wie ben ik om daarover te oordelen?’ antwoordt ze. ‘Op zichzelf is het goed als je iets te kiezen hebt.’
Vrachtwagenkartel
De zaken die ze tegen technologiereuzen aanspande trokken de aandacht, maar louter vanuit het oogpunt van consumentenwelzijn bezien vallen ze in het niet bij haar ontmanteling van het vrachtwagenkartel. Dat hanteerde niet alleen vaste prijzen, maar dwarsboomde ook de technologie om de uitstoot te verminderen. Een klokkenluider heeft vergelijkbare aantijgingen gedaan jegens autofabrikanten die onder één hoedje spelen. Had de commissie eerder moeten ingrijpen? Ze noemt de auto-onderdelenkartels die het afgelopen decennium zijn bestraft.
‘Het houdt maar niet op,’ zegt ze met opgetrokken wenkbrauwen. ‘In dat opzicht staat het al tijden bij ons op de agenda, maar het emissieschandaal is niet echt een antitrustkwestie. Misschien is het milieufraude, zoiets… We zien misschien een autokartel door de vingers waarin schijnbaar hecht wordt samengewerkt. We gaan ernaar kijken, maar hebben al heel wat middelen in die sector gestoken.’
Aan haar termijn komt een einde op het hoogtepunt van haar loopbaan. Volgens sommige collega’s zou ze dolgraag directeur van het Internationaal Monetair Fonds worden. Anderen zien graag dat ze de nieuwe commissievoorzitter wordt. Maar liberalen krijgen bijna nooit een topfunctie, en zij komt ook nog eens uit een land zonder euro dat in Europees verband vaak zijn eigen weg kiest. ‘In een andere wereld wordt een sociaalliberaal misschien ergens de baas van,’ schertst ze. Het klinkt althans als een grap, maar helemaal zeker ben ik er niet van.
Ze werpt een laatste blik op het roggebrood en daar gaat ze, alleen de motregen in. Ik kijk naar haar halfopgedronken koffie en haar keurig opgevouwen servet, en denk na over wat een klein land groot maakt.
Auteur: Alex Barker
Vertaling: Nico Groen
Financial Times
Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 448.000
Gezaghebbende krant voor de Londense City en de rest van de zakenwereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. Het in 1888 opgerichte dagblad wordt inmiddels in 23 landen gedrukt en heeft naast de Britse ook drie Europese, een Amerikaanse en een Aziatische editie.
Martin Selmayr, kabinetschef van Jean-Claude Juncker, is een van de machtigste mannen van Brussel. Met zijn brute managementstijl jaagt hij iedereen in de gordijnen en heeft hij volgens zijn vijanden de Europese Commissie omgevormd tot een versie van House of Cards. Toch erkennen ook zij dat hij wel resultaten boekt.
Martin Selmayr gelooft oprecht in de democratie, en toch fungeert hij bij de Europese Commissie niet als bewaker van het debat, maar als de meedogenloze vuist van de koning, die nergens voor terugdeinst om zijn ideaal te beschermen: een verenigd en vrij Europa.
Als een ijzeren vuist. Of misschien een gepantserde bulldozer. In zijn rol van kabinetschef van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker heeft Selmayr de afgelopen twee jaar de gevestigde orde in de EU tot verbazing en woede gedreven. Hij is de poortwachter die zelfs de hoogste commissarissen slechts beperkt toegang gunt tot zijn baas. Hij is de vertegenwoordiger van het gezag, die op vrijwel elk initiatief het stempel van Juncker (of van zichzelf) drukt en iedereen opzij schuift die het daar niet mee eens is. Collega’s zeggen dat ze hem niet vertrouwen. Ondergeschikten zeggen dat ze bang voor hem zijn. Nu al hebben een vicevoorzitter en verscheidene hooggeplaatste medewerkers van de Commissie ontslag genomen, uit onvrede over zijn autoritaire greep op de Commissie, die hij uit naam van Juncker onverbiddelijk heeft omgevormd tot een uiterst hiërarchisch instituut. ‘Híj is de voorzitter,’ zegt Selmayr zelf tijdens een interview in zijn kantoor op de dertiende verdieping van het Berlaymontgebouw [het hoofdkantoor van de Europese Commissie]. ‘Hij zet de politieke lijnen uit en de anderen moeten volgen.’
Met moeite heeft de Commissie-Juncker een paar magere resultaten weten te behalen, zoals onlangs het handelsverdrag met Canada, dat nog bijna gedwarsboomd werd, of het plan om een eind te maken aan de kosten voor dataroaming, dat ingetrokken en opnieuw opgesteld moest worden. Andere beloften die Juncker voor zijn uitverkiezing in 2014 heeft gedaan, zoals een handelsovereenkomst met de VS, lijken weinig kans van slagen te hebben. ‘Een sterk voorzitterschap van de Commissie kan best werken,’ zegt een hoge EU-functionaris. ‘Maar het wordt een probleem als dat sterke voorzitterschap geen goede besluiten neemt.’ Net als de meeste mensen in Brussel wil deze hoge functionaris alleen onder voorwaarde van anonimiteit over Junckers kabinetschef praten, uit angst voor politieke represailles. In zijn ogen zou de hardhandige managementstijl van Selmayr misschien te rechtvaardigen zijn, als die ook werkelijk solide resultaten opleverde. ‘Natuurlijk heb je vijanden als je eenmaal aan de macht bent. Het probleem met Martin is dat hij geen vrienden heeft. Dat kan betekenen dat hij zijn hand heeft overspeeld.’
Selmayr zal de eerste zijn om toe te geven dat hij er niet op uit is om vrienden te maken. De enige mening die voor de 45-jarige Duitse jurist telt, is die van zijn baas. ‘De voorzitter heeft macht,’ zegt hij. ‘Mijn macht bestaat niet. Die is alleen maar een afgeleide van wat de voorzitter mij opdraagt.’
De grote en vaak polariserende rol die Selmayr in de top van het Berlaymont speelt, blijft meestal onzichtbaar achter de schermen, onderwerp van gefluister in de wandelgangen, van off the record-telefoontjes en privégemopper onder collega’s. Maar eind vorige maand werd die rol heel even zichtbaar, toen vicevoorzitter Kristalina Georgieva – verantwoordelijk voor de financiën en personeelszaken van de Commissie – haar vertrek aankondigde. Die stap kwam, zoals ze zelf zei, deels voort uit frustratie over Selmayrs autoritaire stijl van leidinggeven en over het feit dat Juncker eenzijdig besluiten neemt, zonder dat zelfs de hoogste commissarissen ervan op de hoogte zijn.
Zelf heeft Selmayr niet het idee dat Georgieva met boze gevoelens vertrekt. ‘We hebben haar altijd gesteund. Zij heeft ons altijd gesteund,’ zegt hij. Selmayr geeft toe dat Juncker minder overleg pleegt met zijn collega’s dan sommigen misschien graag zouden zien. Maar volgens hem zijn sommige commissarissen daar zelf debet aan: ze hebben vertrouwelijke informatie gelekt en dat is de reden waarom de voorzitter minder met anderen kan delen. ‘Dus dat beperkt soms de mogelijkheid tot overleg.’
Bliksemcarrière
Selmayr is geboren in Bonn en groeide op in Karlsruhe, waar zijn vader, inmiddels gepensioneerd jurist, in hoog aanzien stond als universiteitsbestuurder. De kiem van zijn liefde voor het Europese project, zegt hij zelf, werd gelegd toen hij als tiener met zijn opa van moederskant, Heinz Gaedecke, een bezoek bracht aan de slagvelden en militaire begraafplaatsen van Verdun. Zijn opa zei tegen hem dat het de plicht van zijn generatie was om een herhaling van de fouten uit het verleden te voorkomen.
‘De vrede beschermen, de welvaart beschermen, de fundamentele vrijheden beschermen, dat zie ik als een goede reden om elke dag je bed uit te komen,’ zegt Selmayr in zijn kantoor, waar achter zijn bureau een ingelijst, geannoteerd exemplaar hangt van de Schumanverklaring, het voorstel uit 1950 om de Franse en Duitse kolen- en staalproductie onder één gezag te brengen, een eerste, belangrijke stap op weg naar de moderne EU.
Selmayr mag een ware gelovige zijn, hij is ook een zeer ambitieus man, die in tien jaar tijd een bliksemcarrière heeft gemaakt, van woordvoerder voor de commissaris van Informatiemaatschappij en Media tot kabinetschef voor de Commissievoorzitter – een opmerkelijke opmars door de eurocratie, waar anderen tientallen jaren over zouden hebben gedaan. Selmayrs eerste baan na zijn afstuderen was bij de Europese Centrale Bank. Hij ziet zichzelf als academicus en ambtenaar tegelijk, en op zijn visitekaartje staat dan ook ‘Professor Dr. Martin Selmayr’. Maar nog bepalender voor zijn carrière was de stage die hij tijdens zijn studie liep bij het Duitse mediaconcern Bertelsmann. Daar leerde hij Elmar Brok kennen, het invloedrijke Duitse Europarlementslid en een zwaargewicht binnen de Europese Volkspartij. Selmayr vertelt dat hij zich nog als de dag van gisteren herinnert hoe hij kennismaakte met Brok, die in die tijd midden in de onderhandelingen over het Verdrag van Amsterdam uit 1997 zat. In dat verdrag werd onder andere een gemeenschappelijk Europees veiligheids- en buitenlands beleid opgezet. Selmayr moest Brok wat documenten gaan brengen, en die wachtte hem op op de binnenplaats van het Commissiehoofdkwartier in het Berlaymontgebouw. ‘Ik was diep onder de indruk dat ik de kans kreeg iemand te ontmoeten die bezig was met onderhandelingen over een nieuw verdrag voor de Europese Unie.’
Brok werd voor Selmayr een mentor en een soort politieke peetvader. Het was op Broks voorspraak dat Selmayr hoofd van de Bertelsmannvestiging in Brussel werd en het was ook Brok die hem uiteindelijk samenbracht met Juncker.
De meeste voorzitters kiezen hun kabinetschef. Selmayr was in veel opzichten een kabinetschef op zoek naar een voorzitter. Selmayr klom op tot medewerker en later kabinetschef van de ervaren eurocommissaris Viviane Reding, die net als Juncker uit Luxemburg kwam. Selmayr stoomde haar klaar voor een mogelijke gooi naar het Commissievoorzitterschap en bouwde voor haar een imago als warm voorvechtster van de ‘Verenigde Staten van Europa’.
Uiteindelijk stelde Reding zich niet kandidaat voor die topfunctie, deels omdat de leiders van de Europese Volkspartij, onder wie Brok, meer brood zagen in Juncker, die in 2013 aftrad, na negentien jaar premier van Luxemburg te zijn geweest.
‘Om de Commissie in de hand te houden heb je een bruut nodig, en dat is hij’
Tijdens ons interview vertelt Selmayr dat hij, toen Reding in december 2013 had besloten zich niet kandidaat te stellen voor het voorzitterschap, plannen ging maken voor zijn eigen toekomst buiten de Commissie. Hij kon een baan krijgen bij de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Maar tot zijn verrassing bevalen collega’s, onder wie Brok, hem aan als leider van Junckers campagne. ‘Ik had heel andere plannen voor mijn leven,’ zegt hij. ‘Ik zou er een maand tussenuit gaan, op vakantie naar Spanje met mijn vrouw.’
Brok wist dat Selmayr warm voorstander was van een meer politiek voorzitterschap, en om dat te bereiken moesten vooraanstaande kandidaten – van elke partij een ‘Spitzenkandidaat’ – tijdens de verkiezingen voor het Europees Parlement campagne voeren. De Spitzenkandidaat van de partij met de meeste stemmen zou voorzitter van de Commissie worden.
De eerste keer dat deze strijd om het voorzitterschap plaatsvond, moest Juncker het opnemen tegen de kandidaat van de sociaaldemocraten, Martin Schulz, met wie hij al jaren bevriend was. Als Junckers campagneleider ontwikkelde Selmayr een vijfpuntenprogramma en organiseerde hij campagnebijeenkomsten in heel Europa. ‘Hij was de juiste persoon om die campagne te leiden,’ zei Brok. ‘Hij is een goed bestuurder, een goede woordvoerder, een academicus met een scherp politiek inzicht.’
Het resultaat van die verkiezing is echter niet bindend: nog steeds moet de Europese Raad een voorzitter nomineren die dan door het parlement moet worden goedgekeurd. In het geval van Juncker voelde de Duitse bondskanselier Angela Merkel er aanvankelijk niets voor om zijn kandidatuur te steunen. Maar door Juncker aan het Duitse publiek te presenteren als dé Duitse Spitzenkandidaat en na de Europese verkiezingen te hameren op de legitimiteit daarvan, was Selmayr Berlijn een slag voor. Toen Merkel zich realiseerde wat er gebeurd was, was het al te laat. Berlijn kon niet anders dan Juncker ondersteunen. Volgens anderen was Brok zelfs nog pragmatischer: ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij volgens een EU-ambtenaar een keer tegen Juncker. ‘Om de Commissie in de hand te houden heb je een bruut nodig, en dat is hij.’
Cv Martin Selmayr:
1997-2000 Medewerker aan de universiteit van Passau
1998-2000 Juridisch adviseur Europese Centrale Bank
2001-2004 Juridisch medewerker en hoofd van het Brusselse kantoor van uitgeverij Bertelsmann
2004 Woordvoerder Europese Commissie onder Viviane Reding
2010-2014 Kabinetschef van Viviane Reding
2014 Leider verkiezingscampagne van Jean-Claude Juncker
2014-2017 Kabinetschef van Jean-Claude Juncker
Selmayr mag dan een krachtige persoonlijkheid bezitten, hij komt niet intimiderend over. Hij heeft een jongensachtig gezicht, een vlotte glimlach en de slanke vingers van een pianist; zijn handdruk is eerder een reverence dan een buiging.
Bewonderaars beschrijven hem als een messcherp jurist, een uitstekend manager en een toegewijd bewonderaar van de participatiedemocratie en de Europese Unie, die uit zijn hoofd kan citeren uit de verdragen van Maastricht, Amsterdam en Lissabon. Volgens critici is hij een manipulatieve bullebak, die liever beveelt dan debatteert en de Commissie tot een Brusselse versie van House of Cards heeft gemaakt, waarin handelsoverleg, fiscaal beleid en zelfs migratiecijfers zijn omgeven door intriges.
Selmayr kan heel charmant zijn en diplomaten om zijn vinger winden. Hij kan ook angstaanjagend zijn, als hij woedend uitbarst tegen nietsvermoedende medewerkers – altijd uit naam van Juncker die de dagelijkse leiding over de Commissie en de 3500 medewerkers daarvan grotendeels aan hem overlaat. En toch geven zelfs critici toe dat hij veel voor elkaar krijgt.
Het heeft er alle schijn van dat Selmayrs grote voorbeeld Pascal Lamy is, de legendarische kabinetschef die van 1985-1994 onder Commissievoorzitter Jacques Delors diende, en die ‘het Beest van het Berlaymont’ werd genoemd. Selmayrs meedogenloosheid is een van de redenen waarom veel mensen in de Europese instellingen weigeren om met naam en toenaam iets over hem te zeggen. Veel mensen weigeren überhaupt iets over hem te zeggen. Degenen die wel met hun naam vermeld willen worden, zijn degenen die iets positiefs over hem te melden hebben, en een aantal van hen zegt dat de Commissie, die zo lang berucht was om haar bureaucratische besluiteloosheid, dankzij Selmayr nu efficiënter is dan ooit. ‘Als ik een beslissing nodig heb, in wat voor dossier ook, ga ik met Martin praten,’ zegt Tomás Prouza, de Tsjechische staatssecretaris voor Europese Zaken. ‘We verspillen nooit tijd. Hij neemt goede besluiten, en het is altijd prettig samenwerken.’
Volgens de kabinetschef van een Commissielid, die anoniem wil blijven, zijn veel commissarissen gefrustreerd omdat Selmayr hun de toegang tot Juncker verspert. Sommigen krijgen de voorzitter nooit een op een te spreken. ‘Dat is voor veel Commissieleden moeilijk te aanvaarden.’
Anderen zeggen dat Selmayr ook bepaalt wie toegang krijgt tot documenten en communicatiemiddelen. In sommige gevallen is het kabinetschefs niet toegestaan om kopieën te maken van documenten, die gemerkt zijn zodat een eventueel lek kan worden opgespoord. Het is volgens hen ook verboden om Juncker rechtstreeks te mailen, want Selmayr wil elke boodschap eerst zelf controleren.
Veel hooggeplaatste Commissiefunctionarissen zijn bang voor Selmayr, zegt de anonieme kabinetschef, en volgens een andere Commissiemedewerker treedt Selmayr onnodig hard op en geniet hij er kennelijk van om anderen te intimideren. ‘Ik denk dat hij meer bij mensen gedaan zou krijgen als hij een andere managementstijl had,’ aldus de kabinetschef.
Volgens een andere hooggeplaatste functionaris noemt zelfs Juncker, misschien als grapje, Selmayr soms ‘het monster’.
Kop van Jut
Als Selmayr zijn zin krijgt, en dat krijgt hij vaak, zal Juncker de geschiedenis ingaan als de man die Europa redde van een stormvloed aan crises. Maar op de kortere termijn is het zijn doel om de voordelen van een meer politieke Commissie te laten zien en ervoor te zorgen dat de campagnebeloften van Juncker aan het eind van diens eerste termijn in 2019 zijn ingelost.
Een succesvolle Commissie, zo erkent hij zelf, moet meer doen dan alleen maar crises beheersen. Zijn ambitie is om aan het eind van Junckers eerste vijfjarige termijn genoeg overwinningen te hebben geboekt om te bewijzen dat de Commissie als autoritair instituut inderdaad beter functioneert, en zo de eerste stappen te zetten op weg naar de vorming van een sterkere politieke unie in Europa.
‘De Commissie zou geen ongekozen bureaucratie moeten zijn,’ zegt hij. ‘De Europese Unie moet voldoen aan dezelfde democratische normen als wij verwachten van onze lidstaten.’ Volgens hem stapelen de successen zich al op. ‘Alle initiatieven die beloofd waren, liggen op tafel,’ zegt hij. ‘We hebben ongeveer een derde van die initiatieven nu erdoor. En over de rest kun je aan het eind van de termijn een oordeel vellen.’ In zijn gevecht om het continent te redden neemt Selmayr de kritiek op de koop toe. ‘De Europese Commissie is in het leven geroepen om als zondebok te dienen,’ zegt hij, en hij citeert Walter Hallstein, een van de oorspronkelijke oprichters van de EU. ‘Iemand moet de kop van Jut zijn. Dat hoort bij de baan.’
Met dank aan Ryan Heath, Maïa de La Baume, Giulia Paravicini en Florian Eder.
Politico
Verenigde Staten | dagblad | oplage 34.000
Twee journalisten van The Washington Post begonnen deze onlinekrant met politieke actualiteiten. Een papieren versie wordt gratis verspreid in de Amerikaanse hoofdstad.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.