Fellere kleuren zijn voorbeeld van snelle evolutie
Kameleons kleuren feller als ze zich in een omgeving bevinden zonder natuurlijke vijanden. Dat blijkt uit een studie die Science Advances publiceerde en waarvan Daily Maverick melding maakt. De soort die werd onderzocht is de Oost-Afrikaanse driehoornkameleon (Triocerus j. Xantholophus), die in de jaren zeventig per ongeluk op Hawaï terechtkwam.
De studie laat zien dat de Hawaiiaanse kameleons veel feller gekleurde sociale signalen afgeven dan hun soortgenoten in de oorspronkelijke leefgebieden in Kenia. De oorzaak is de afwezigheid van roofvogels en slangen, die het op kameleons gemunt hebben. De studie noemt dit een voorbeeld van snelle evolutie.
In het dierenrijk kunnen felle kleuren de aandacht trekken van roofdieren met scherpe ogen
In het dierenrijk kunnen felle kleuren de aandacht trekken van roofdieren met scherpe ogen. Dat vermindert de overlevingskans en reproductieve geschiktheid. Wanneer vervolgens het voortbestaan van de soort wordt bedreigd, werkt natuurlijke selectie als een rem. De kameleons worden in hun zichtbare delen minder fel gekleurd, terwijl de felle kleuren alleen nog te zien zijn op lichaamsdelen die minder zichtbaar zijn voor roofdieren.
Omgekeerd zorgen felle kleuren ervoor dat de conditie van de soort beter wordt. Hoe helderder en kleurrijker de mannetjes, hoe aantrekkelijker ze worden voor de vrouwtjes en hoe gemakkelijker ze kunnen winnen van hun rivalen.
Over de verschillen tussen mannen en vrouwen is al heel wat gefilosofeerd. Toch blijft de seksuele-selectietheorie van Darwin dominant. Voor veel wetenschappers is dat de enige verklaring. Er is behoefte aan verschillend en liefst wetenschappelijk bewijs.
Als kind deed Holly Dunsworth aan basketbal en droomde ze ervan zo groot te worden dat ze moeiteloos naar de basket zou kunnen springen. ‘Ik was al een flink eind op weg,’ vertelt ze. ‘En toen werd ik ongesteld. Ik zag jongens doorgroeien terwijl mijn eigen groei stopte.’
De jeugdige basketballer, die hoogleraar biologische antropologie zou worden aan de Amerikaanse Universiteit van Rhode Island, kon niet vermoeden dat ze enkele decennia later een artikel zou publiceren waarin ze biologische redenen aanvoerde voor haar te geringe groei en vraagtekens zette bij de al anderhalve eeuw vigerende theorie van seksuele selectie op grond waarvan het verschil in grootte tussen mannen en vrouwen werd verklaard.
Deze theorie, in 1871 geïntroduceerd door de Britse natuuronderzoeker Charles Darwin in zijn boek De afstamming van de mens, wordt ook nu nog het meest gehanteerd als verklaring voor seksuele dimorfie [dat wat mannen mannelijk maakt en vrouwen vrouwelijk].
‘De verschillen tussen mannen en vrouwen worden verklaard op grond van de seksuele selectie, waarin twee belangrijke mechanismen werkzaam zijn:
de competitie tussen de mannetjes en de keus van de vrouwtjes,’ bevestigt Michel Raymond, hoogleraar menselijke evolutiebiologie aan de Universiteit van Montpellier.
Zodoende zouden de grootste, sterkste en strijdbaarste mannetjes zich kunnen laten gelden tegenover hun zwakkere soortgenoten om met de vrouwtjes ‘aan de haal te gaan’, terwijl de vrouwtjes een natuurlijke aantrekkingskracht zouden uitoefenen op de mannetjes die groter zijn dan zijzelf. Door de combinatie van deze twee elementen zouden de kleinste mannen zijn geofferd op het altaar van de evolutie.
Maar is deze verklaring afdoende? Louise Barrett, als antropoloog verbonden aan de Universiteit van Lethbridge in Canada en auteur van diverse artikelen over seksuele dimorfie, meent dat er ‘overtuigender bewijs nodig is om met een evolutietheorie te komen die is gebaseerd op de selectie van mannetjes aan de hand van hun specifieke gedragingen en karaktertrekken. Maar in wat ik tot nu toe gelezen heb zijn de argumenten dikwijls zwak. Dat wil niet zeggen dat we de seksuele selectie volledig uit de evolutie moeten schrappen, maar bewijs is er momenteel nog niet voor.’
Oestrogeen
Holly Dunsworth zegt een betere verklaring te hebben gevonden. Haar onderzoek, waarvan de uitkomst afgelopen mei is gepubliceerd in het tijdschrift Evolutionary Anthropology, spitst zich toe op de ontwikkeling van de botten en die van oestrogeen, een geslachtshormoon dat onder andere door de eierstokken wordt geproduceerd en, in mindere mate, door de testikels. Oestrogeen is van beslissende invloed op de botgroei.
Tijdens de kinderjaren groeien jongens en meisjes door de bank genomen even snel. Maar in de puberteit verandert alles: de eierstokken voeren de oestrogeenproductie aanzienlijk op om de eerste menstruatie voor te bereiden, wat gepaard gaat met een hogere ontwikkeling van het groeikraakbeen en een versnelde verlenging van de botten, reden waaro meisjes in het begin van de puberteit meestal groter zijn dan jongens.
Maar omdat het zeer hoge hormoonniveau ook de botvorming vanuit het kraakbeen versnelt, is de groeispurt bij de meisjes maar van korte duur, terwijl de jongens hun oestrogeen in een regelmatig tempo blijven produceren, en dus nog een aantal jaren doorgroeien. Dit verklaart het verschil in grootte op volwassen leeftijd.
Michel Raymond is niet overtuigd door de argumenten van Dunsworth: ‘Ze legt goed uit hoe de hormonen de grootte beïnvloeden, maar op geen enkele manier waarom dat zo is.’ Volgens hem kan, evolutionair gesproken, ‘het verschil in grootte niet los van het geslacht worden gezien. In iedere populatie is de man groter dan de vrouw, dus daar moet een reden voor zijn.’
Marcia Ponce de León, paleoantropoloog aan de Universiteit van Zürich, deelt die mening niet. ‘Onderzoekers hebben nog wel eens de neiging hypotheses die veel voorkomen als “dit of dat dier is om deze of gene reden geëvolueerd” te accepteren vanwege hun schijnbare eenvoud, in plaats van echt wetenschappelijk bewijs te eisen,’ zegt ze. ‘Op een vraag over de evolutie is nooit maar één antwoord te geven. We hebben echt behoefte aan verschillende standpunten en betrouwbare gegevens.’
Zoals Holly Dunsworth zelf benadrukt, is het maar een hypothese, maar het simpele feit dat ze het woord van Darwin in twijfel trekt wordt al als een rebelse daad beschouwd, waaraan een ‘feministisch’ tintje kleeft, de term die Michel Raymond gebruikte om Dunsworths artikel te omschrijven. ‘Zo veel wetenschappers houden vast aan de theorie volgens welke seksuele selectie de enige verklaring is,’ zegt Dunsworth spijtig.
Louise Barrett van haar kant is van mening dat ‘zodra men de manier bestudeert waarop mannen en vrouwen van elkaar verschillen, het politiek wordt’. Volgens haar gaan de simplistische verklaringen voor de evolutie ‘uit van de hersenschim van de orde der dingen. We zouden geprogrammeerd zijn om zo te worden.’ Aldus redenerend verval je al gauw in de gebruikelijke clichés: ‘Vrouwen zijn attenter, dus willen ze verpleegkundige worden. En het is niet erg als een vrouwelijke IT’er minder verdient dan een mannelijke. Dan heeft ze gewoon het verkeerde vak gekozen.’
In een wetenschappelijke wereld die nog grotendeels wordt gedomineerd door mannen ‘wint het vrouwelijke perspectief terrein, zij het langzaam en onder sterk verzet van mannen en, helaas, ook bepaalde vrouwen’, zegt Marcia Ponce de León. ‘Als vrouwelijke wetenschapper moet je echt knokken om de bestaande gewoonten te veranderen en nieuwe manieren te introduceren om vragen te stellen.’
Opgericht in 1998, voortgekomen uit een fusie van Le Nouveau Quotidien, Journal de Genève en Gazette de Lausanne. Rechts van het midden, populair bij leidinggevenden, krant voor Franstalige Zwitsers.
In een gloednieuw laboratorium in Japan probeert een internationaal team van wetenschappers uit te zoeken waarom levende wezens slapen.
Tsukuba, een uur rijden ten noorden van Tokio. Bij het International Institute for Integrative Sleep Medicine hangt de zware bloemengeur van de schijnhulst en weven grote zijdespinnen hun web tussen de takken. Bij de ingang staan twee mompelende bouwvakkers op de leigrijze muur een vlak af te meten waarop ze lijm aanbrengen: het gebouw is zo nieuw dat de bordjes nog moeten worden opgehangen. Het instituut bestaat pas vijf jaar en het gebouw nog korter, maar het heeft al honderdtwintig onderzoekers aangetrokken uit de hele wereld, van Zwitserland tot China, op zulke uiteenlopende vakgebieden als pulmonologie en scheikunde.
Met financiële steun van de Japanse overheid en andere geldschieters heeft directeur Masashi Yanagisawa aan de universiteit van Tsukuba dit instituut opgericht, waar fundamenteel onderzoek wordt verricht naar de biologische rol van slaap – en dus niet alleen (zoals gebruikelijk is) naar de oorzaken van en mogelijke remedies voor de slaapstoornissen van mensen. In dit gebouw vol glimmende apparaten, stille kamertjes waar muizen liggen te slapen en een reeks lichte, open werkruimten rond een centrale wenteltrap, wordt een enorme hoeveelheid middelen ingezet voor het beantwoorden van de vraag waarom levende wezens eigenlijk slapen.
Ontzag en frustratie
Stel wetenschappers die vraag en al snel kruipt er iets van ontzag en frustratie in hun stem. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het verschijnsel slaap zo universeel is: dat talloze miljoenen levende wezens die een felle en soms bloedige strijd voor hun bestaan voeren, die al eeuwenlang vluchten en vechten op leven en dood, zich toch geregeld overgeven aan langere perioden van bewusteloosheid. Het lijkt weinig bevorderlijk voor de overlevingskansen. Maar ‘al is het nog zo vreemd, toch is het zo’, zegt Tarja Porkka-Heiskanen, een toonaangevend slaapbioloog van de universiteit van Helsinki. En als die riskante gewoonte zo wijdverbreid en zo hardnekkig is, moet er in die slaap wel iets heel belangrijks gebeuren. Wat slaap de slaper geeft, is het blijkbaar waard om steeds weer je leven voor op het spel te zetten – je hele leven lang.
Het precieze nut van slapen is nog steeds een mysterie, en eentje dat veel biologen niet loslaat. Als een groep wetenschappers van het instituut op een regenachtige avond bij elkaar zit in een eetcafé, duurt het maar een half uur voordat het gesprek weer over slaap gaat. Zelfs een simpel organisme als een kwal moet slaap inhalen als het langere tijd wakker is gehouden, merkt een van hen verbaasd op, verwijzend naar een nieuwe studie waarin kwallen met waterstraaltjes werden bestookt om ze uit hun slaap te houden. En dat onderzoek met duiven dan, vraagt een ander, heb je dat gelezen? Het is fascinerend, daar zijn ze het over eens. De tempura staat op tafel koud te worden, ze gaan hier zo in op dat ze vergeten te eten.
Vooral die behoefte om verloren slaap in te halen, die je niet alleen bij mensen en kwallen maar overal in het dierenrijk vindt, is een van de aanknopingspunten voor onderzoekers om greep te krijgen op de grotere vraag van de functie van slaap. Om te begrijpen wat slaap ons oplevert, denken ze, moeten we erachter komen waardoor de behoefte aan slaap ontstaat. ‘Slaapdruk’ noemen biologen dat: door laat op te blijven, bouw je slaapdruk op. Voel je je ’s avonds slaperig? Natuurlijk: door wakker te blijven, heb je de hele dag slaapdruk opgebouwd! Maar net als ‘zwarte materie’ is slaapdruk een naam voor iets wat we nog niet begrijpen. Hoe meer je erover nadenkt, hoe meer het gaat klinken als een raadseltje: wat bouw je op zolang je wakker bent en verlies je weer terwijl je slaapt? Werkt het als een aftelklokje? Is het een molecuul die zich in de loop van de dag ophoopt en moet worden weggespoeld? Wat is die metaforische lei waarop ergens in je bovenkamer de uren worden bijgeschreven, om elke nacht weer te worden schoongeveegd? Of zoals Yanagisawa zich in zijn sobere en zonnige werkkamer afvraagt: ‘Wat is de fysieke grondslag van slaperigheid?’
Het eerste onderzoek naar slaapdruk dateert al van meer dan een eeuw geleden. In een beroemd experiment werden honden door een Franse wetenschapper tien dagen van hun slaap beroofd. Vervolgens tapte hij hersenvocht bij die honden af en injecteerde dat in de hersenen van gezonde, goed uitgeruste honden. Die vielen daarop prompt in slaap. In het hersenvocht van de wakker gehouden honden bevond zich dus een stofje dat de uitgeslapen honden meteen onder zeil bracht. Het begin van een zoektocht naar dat mysterieuze ingrediënt – het zand van Klaas Vaak, de lichtknop in ons hoofd. Die ‘hypnotoxine’, zoals de Franse onderzoeker het noemde, zou immers verklaren waarom een dier in slaap sukkelt.
Wat slapen hamsters oplevert, krijgen ze niet uit hun normale winterslaapstand. Dan zijn bijna al hun lichaamsfuncties sterk vertraagd, maar bouwen ze toch nog slaapdruk op
Andere wetenschappers begonnen in de eerste helft van de vorige eeuw elektroden op mensenschedels te plakken om de activiteit van hersenen in slapende toestand te meten. Met behulp van elektro-encefalografie (eeg) ontdekten ze dat de hersenen tijdens de slaap niet worden uitgeschakeld, maar een regelmatig activiteitenpatroon vertonen. Zodra je de ogen sluit en zwaarder gaat ademhalen, verandert het nerveuze op-en-neer gekras van de eeg in de merkwaardig zacht glooiende golven van je eerste slaap. Na zo’n 35 tot 40 minuten is je stofwisseling vertraagd, je ademhaling gelijkmatig en je slaap heel diep. En weer wat later lijkt het alsof in je hersenen een schakelaar wordt omgegooid en gaat het lijntje sneller op en neer: dat is de fase van de rapid eye movement of remslaap, waarin je droomt. (Een van de eerste wetenschappers die dit onderzocht, merkte dat hij aan de hand van de oogbewegingen kon voorspellen wanneer een baby wakker wordt – een kunstje waarmee hij moeders imponeerde.) Bij ons mensen blijft die cyclus zich steeds herhalen, tot we op een gegeven moment na een remslaap wakker worden, ons hoofd nog vol vliegende vissen en liedjes waarvan ons de melodie alweer ontschoten is.
Slaapdruk heeft invloed op het patroon van die hersengolven. Hoe groter het slaaptekort van een proefpersoon, hoe groter de golven van de slaapfase die aan de remslaap voorafgaat. Die wetmatigheid is vastgesteld bij alle dieren die ooit met elektroden zijn uitgerust om de gevolgen van slaaptekort te meten, waaronder vogels, zeehonden, katten, hamsters en dolfijnen. En wil je meer bewijs dat slaap, met dat typische faseverloop en die neiging om ons hoofd met onzinnige dromen te vullen, meer is dan een staat van passiviteit en energiebesparing? Neem dan de goudhamster: die blijkt soms heel even uit zijn winterslaap te komen… om een dutje te doen. Wat het slapen die hamsters oplevert, krijgen ze dus niet uit hun normale winterslaapstand.
Dan zijn bijna al hun lichaamsfuncties sterk vertraagd, maar bouwen ze toch nog slaapdruk op.
‘Ik vraag me af wat er aan deze hersenactiviteit zo belangrijk is,’ zegt Kasper Vogt, een van de wetenschappers in het nieuwe slaapinstituut. Hij wijst naar een scherm vol data over de activiteit van zenuwcellen bij slapende muizen. ‘Wat is er zo belangrijk dat je met eten en voortplanten stopt en riskeert om zelf opgegeten te worden… enkel om te kunnen slapen?’
De jacht op de hypnotoxine is niet zonder succes gebleven. Van een handvol stofjes is duidelijk aangetoond dat ze slaap opwekken, zoals het molecuul adenosine, dat zich in bepaalde delen van rattenhersenen lijkt op te hopen zolang ze wakker zijn, om eruit weg te sijpelen tijdens hun slaap. Adenosine is vooral interessant omdat adenosinereceptoren ook gevoelig lijken te zijn voor cafeïne. Als zich cafeïne aan die receptoren hecht, kan er geen adenosine meer bij, wat de slaapwerende werking van koffie mede verklaart. Maar het onderzoek naar hypnotoxines kan nog niet verklaren hoe het lichaam de slaapdruk bijhoudt. Als het bijvoorbeeld adenosine is waardoor we onder zeil gaan, waar komt dat stofje dan vandaan?
‘Niemand die het weet,’ zegt Michael Lazarus, die hier onderzoek naar doet. Volgens sommigen komt het uit zenuwcellen, volgens anderen uit een andere klasse hersencellen. Men is het er nog niet over eens. Wat in ieder geval wel vaststaat, zegt Yanagisawa: ‘Met opslag heeft het niets te maken.’ Met andere woorden, deze stoffen lijken geen informatie over de slaapdruk op te slaan. Ze zijn er gewoon een reactie op.
Herinneringen opruimen
Slaapverwekkende stoffen kunnen ook een gevolg zijn van de aanleg van nieuwe synapsen, verbindingen tussen zenuwcellen. Aangezien onze hersenen zich in wakende toestand vooral bezighouden met het aanleggen van die verbindingen, opperen Chiara Cirelli en Giulio Tononi van de University of Wisconsin, zijn ze tijdens onze slaap misschien bezig om de onbelangrijke te verwijderen, om herinneringen en beelden te schrappen die niet in het grote geheel passen of die we niet nodig hebben om de wereld te begrijpen. ‘Slaap is misschien een gezonde manier om herinneringen op te ruimen,’ speculeert Tononi. Een andere groep onderzoekers heeft een eiwit ontdekt dat zelden gebruikte synapsen binnendringt en vernietigt – en dat kan onder meer als het adenosineniveau hoog is. Misschien vindt die opruiming dus tijdens de slaap plaats.
Er is nog steeds veel onduidelijk over hoe dat dan in zijn werk gaat, en wetenschappers onderzoeken ook nog tal van andere mogelijkheden om het raadsel van slaap en slaapdruk te ontrafelen. Zo leidt Yu Hayashi op het Tsukuba-instituut een onderzoeksgroep die een specifieke groep hersencellen bij muizen uitschakelt, met soms verrassende gevolgen. Als je muizen gericht van hun remslaap berooft door ze steeds wakker te schudden (vergelijkbaar met de ervaring van ouders die steeds gewekt worden door hun huilende baby), bouwen ze een ernstige remslaapdruk op, die ze moeten inhalen in hun volgende slaapcyclus. Maar muizen waarbij deze specifieke groep cellen is uitgeschakeld, kunnen hun remslaap overslaan zonder die later te hoeven inhalen. Of ze daar verder geen schade van ondervinden is weer een andere vraag – het team onderzoekt nu hoe de remslaap hun cognitieve vaardigheden beïnvloedt. Maar dit experiment wekt in ieder geval de suggestie dat die specifieke cellen, of een of ander circuit waarvan ze deel uitmaken, de slaapdruk bijhouden voor dat deel van de slaap waarin we dromen.
Toen hij en zijn collega’s de neurotransmitter orexine hadden ontdekt, merkten ze dat muizen zonder orexine steeds omvielen, en dat dat kwam doordat ze spontaan in slaap vielen
Yanagisawa heeft zelf altijd een voorliefde gehad voor grootschalige projecten, zoals het inventariseren van de functie van duizenden eiwitten en receptoren. Het was zo’n project waardoor hij een jaar of twintig geleden in het slaaponderzoek verzeild raakte. Toen hij en zijn collega’s de neurotransmitter orexine hadden ontdekt, merkten ze dat muizen zonder orexine steeds omvielen, en dat dat kwam doordat ze spontaan in slaap vielen. Orexine bleek de neurotransmitter te zijn die mensen met narcolepsie niet meer kunnen aanmaken. Dat inzicht gaf een enorme stimulans aan het onderzoek naar de diepere oorzaken van die aandoening. Op het instituut in Tsukuba zoekt een groep chemici in samenwerking met een farmaceutisch bedrijf nu naar een middel dat de werking van orexine kan nabootsen en dus als geneesmiddel kan dienen.
Tegenwoordig is Yanagisawa met een groot team bezig alle genen in kaart te brengen die bij slaap een rol spelen. Daarvoor stellen ze muizen bloot aan een stof die genmutaties veroorzaakt, voorzien die muizen van eeg-elektroden, laten ze in een nestje van houtkrullen toegeven aan hun slaapdruk en meten dan hun hersengolven. Zo hebben ze nu al meer dan achtduizend slapende muizen geobserveerd. Van elke muis die vreemd slaapgedrag vertoont – vaak wakker worden of juist veel te lang slapen – wordt het genoom onder de loep gelegd. Als ze een mutatie vinden die de oorzaak van de afwijking kan zijn, proberen ze meer muizen met die mutatie te krijgen, om vervolgens te onderzoeken waarom juist die mutatie het slaapgedrag verstoort.
Tal van onderzoekers passen deze werkwijze al jarenlang met succes toe bij organismen zoals fruitvliegjes. Maar het voordeel van muizen, die veel duurder zijn om te houden dan fruitvliegjes, is dat je er net als bij mensen een eeg van kunt maken.
Zo stuitten ze enkele jaren geleden op een muis die maar niet van zijn slaapdruk af leek te komen. Volgens zijn eeg’s verkeerde hij constant in een staat van slaapzucht en uitputting, en muizen met dezelfde genmutatie vertoonden dezelfde symptomen. ‘Die gemuteerde muis heeft meer trage slaapgolven dan normaal, hij heeft continu slaapgebrek,’ zegt Yanagisawa. Het betrof een mutatie in het gen SIK3. In 2016 hebben de wetenschappers hun bevindingen over dit SIK3-gen en over een andere mutatie in Nature gepubliceerd. ‘We zijn er zelf al van overtuigd dat SIK3 een van de cruciale factoren is,’ zegt Yanagisawa.
En terwijl wetenschappers hun weg zoeken in de mysterieuze duisternis van onze slaap, wordt hun pad bijgelicht door de zoeklampen van al die verschillende ontdekkingen. Hoe die zich allemaal tot elkaar verhouden en een groter geheel vormen, is nog onduidelijk. De onderzoekers houden goede hoop dat ze er klaarheid in kunnen brengen. Misschien niet meteen volgend jaar of het jaar daarna, maar toch sneller dan je zou denken. En boven in het International Institute for Integrative Sleep Medicine staan lange rijen plastic bakken waarin muizen slapen of rondscharrelen. In hun hersenen, evenals in de onze, ligt het geheim besloten.
The Atlantic
Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000
Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.
Wetenschappers zijn verrukt over de vervijftigvoudiging van het aantal diersoorten op een eilandje
in West-Bengalen. Als toerist mag je er voorlopig niet heen.
Tot 1990 was het nieuw ontstane eiland Nayachar in de monding van de Hooghly-rivier in West-Bengalen helemaal kaal, er leefden nauwelijks planten of dieren. Het is ontstaan door aangroeiend rivierslijk en lag aanvankelijk grotendeels onder water, al kwamen de overstroomde gedeeltes bij lage waterstanden af en toe droog te staan.
In oktober 2017 publiceerde de Zoological Survey of India(ZSI) echter een onderzoek getiteld ‘Studies on the succession and faunal diversity and ecosystem dynamics on Nayachar island, Indian Sundarban delta’ [Onderzoek naar de successie en faunadiversiteit en ecosysteemdynamiek op het eiland Nayachar, de Indiase delta van Sundarban]. Daarin worden 151 op het eiland levende diersoorten beschreven, wat Nayachar tot een zeldzaam ecologisch gebied maakt.
Niet alleen zag het eiland het aantal diersoorten dramatisch toenemen, ook groeide het de afgelopen vijftig jaar aanzienlijk in oppervlakte
‘Deze unieke publicatie laat zien hoe een nieuw ontstane landmassa stukje bij beetje aan diverse groepen organismen een habitat kan bieden’, vertelt ZSI -directeur Kailash Chandra. Vóór hem hield A.K. Hazra zich al sinds 1989 met het onderzoek bezig. Ook deze laatste noemt de studie het eerste onderzoek in zijn soort in India. ‘De bedoeling is om inzicht te krijgen in de stabilisering van de bodem op een nieuw ontstaan eiland, en in de successie van levende organismen in een nieuwe habitat. Toen wij het eiland in 1989 voor het eerst in kaart brachten, vonden we maar drie soorten ongewervelde bodemdieren. Twee jaar later was dit aantal verdubbeld en eind jaren negentig telden we 76 ongewervelde diersoorten, zowel ondergrondse als bovengrondse. Momenteel leven er al 151 soorten, en niet alleen ongewervelden.’
Een andere wetenschapper van het ZSI, specialist in ongewervelde bodemdieren Gurupada Mandal, vertelt dat kort na het verschijnen van protisten (eencellige organismen) op het eiland, wetenschappers ook zoutminnende microfauna vonden uit de geslachten acarina [spinachtigen, zoals mijten en teken] en collembola [springstaarten; de zespotigen], die onder de grond leven.
‘Nayachar is een mangrove-ecosysteem; we zagen hier een unieke successie van diersoorten. Tot dusver vonden we twintig soorten microfauna, acht acarina- en zes collembolasoorten’, aldus Mandal.
Niet alleen zag het eiland het aantal diersoorten dramatisch toenemen, ook groeide het de afgelopen vijftig jaar aanzienlijk in oppervlakte. Uit satellietdata blijkt dat het eiland tussen 1967 en 2015 van 18 vierkante kilometer groeide tot ruim 46 vierkante kilometer.
In elke groep nam het aantal diersoorten toe. Het artikel noemt bijvoorbeeld 27 vissoorten, terwijl dat er in 1992 nog maar 12 waren. Het aantal vogelsoorten nam sinds 1992 toe van 6 tot 37.
Zoogdieren, vooral ratten, muizen, vleermuizen en eekhoorns, namen in diezelfde periode toe van 3 tot 11. Ook biedt het eiland een thuis aan 33 soorten vlinders en motten, waar dat er in 1992 nog maar 7 waren. ‘De kolonisatie door zo veel diersoorten is interessant omdat het eiland aan alle kanten omringd wordt met water en de dichtstbijzijnde landmassa – het zinkende eiland Ghoramara – dertig kilometer verderop ligt. De natuurlijke successie van diersoorten op het eiland wordt in de hand gewerkt omdat het bij vloed overstroomt en omdat vissers aarde meebrengen van elders’, vertelt Hazra. De vissers komen van andere eilanden in de deels bewoonde Sunderban-archipel waarvan het eiland deel uitmaakt.
De onderzoekers wijzen erop dat de bodemvorming en daaropvolgende veranderingen die de aanwezigheid van 151 diersoorten op het eiland mogelijk maakten, volgens een klassiek patroon verliepen. In de grond zit materiaal afkomstig van microscopische diertjes, waaruit energie en koolstofdioxide vrijkomt. Dit trapsgewijze proces draait om microfauna als collembola en acarina, wat op termijn leidt tot nitrificatie en de vorming van een humuslaag.
Nieuw eiland
De grotere dieren op het eiland leven zowel ondergronds als in de sterk toenemende begroeiing. Insecten en vissen komen af op het beschikbare voedsel in de onderwaterhabitat en de bodemvegetatie.
‘Daardoor neemt het aantal vogelsoorten toe’, aldus het artikel. Hazra vertelt dat de naam Nayachar ‘nieuw eiland’ betekent. Doordat het zo nieuw is, is het belangrijk om alle fysieke en biologische veranderingen continu te observeren. Ook moet het eiland voorlopig gevrijwaard blijven van economische activiteit. Dr. Chandra: ‘Nayachar bood wetenschappers de zeldzame kans om de successie van diersoorten vanaf het allereerste begin te bestuderen.’
De Israëlische auteur Yuval Noah Harari kreeg na het immense succes van zijn boek Sapiens de status van een wijsgeer ‘die van alle markten thuis is’. Voor The Observer beantwoordde hij morele vragen van lezers en enkele bekende persoonlijkheden.
In zijn ontbijtprogramma op de BBC-radio las presentator Chris Evans de eerste bladzijden voor van Sapiens, het boek van de Israëlische historicus Yuval Noah Harari. Als je bedenkt dat een radiopubliek op dat tijdstip in de ochtend meestal niet bepaald zit te wachten op intellectuele uitdagingen, was dat een ongebruikelijke actie. Maar, zei Evans; ‘Dit is de meest verbijsterende eerste bladzijde van een boek ooit.’
Dj’s willen nogal eens schromelijk overdrijven, maar daar was deze keer geen sprake van. De ondertitel van het boek verwijst naar het beroemde werk van Stephen Hawking en luidt: A brief History of Human Kind (Een kleine geschiedenis van de mensheid). In helder, aanstekelijk proza geeft Harari op die eerste bladzijde een sterk ingedikte geschiedenis van het heelal, gevolgd door een samenvatting van wat hij eigenlijk wil zeggen in dit boek: hoe de cognitieve revolutie, de agrarische revolutie en de wetenschappelijke revolutie de mens en zijn medeorganismen hebben beïnvloed.
Dit is zo’n boek waarvan je onontkoombaar het gevoel krijgt dat je slimmer bent geworden als je het uit hebt. In de kern wil het boek duidelijk maken hoe het kwam dat homo sapiens de meest succesvolle menselijke soort werd, die zelfs rivalen als de neanderthalers wist te verdringen: dat kwam door ons vermogen om te geloven in verzonnen verhalen en die met elkaar te delen. Religies, naties, geld, zegt Harari, zijn allemaal door mensen verzonnen verhalen, en die hebben grootschalige samenwerking en organisatie mogelijk gemaakt.
Naar zijn beste vermogen
Harari (41) is opgegroeid in een seculier Joods gezin in Haifa. Hij studeerde geschiedenis aan de universiteit van Jeruzalem en is gepromoveerd in Oxford. Hij is veganist, mediteert dagelijks twee uur en gaat vaak lang op retraite. Dat helpt hem, zegt hij zelf, om zich te concentreren op de dingen die er echt toe doen. Hij woont met zijn echtgenoot op een mosjav, een landbouwcoöperatie even buiten Jeruzalem. Zijn homoseksualiteit heeft hem geholpen om vraagtekens te plaatsen bij vaststaande meningen, zegt hij. ‘Je moet niets zomaar voor waar aannemen, ook al gelooft iedereen het.’
Harari is een geboren verteller en heeft altijd wel een veelzeggende anekdote of gedenkwaardige gelijkenis paraat. Daardoor is het verleidelijk om hem niet zozeer te zien als een historicus, maar eerder als een wijsgeer die van alle markten thuis is. The Observer vroeg enkele bekende persoonlijkheden en lezers om vragen aan Harari te stellen, en een selectie daarvan vind je op deze pagina’s. Veel vragen waren moreel of ethisch van aard, en gingen eerder over wat er gedaan zou moeten worden dan over wat er gebeurd is. Maar kennelijk is Harari gewend aan die rol en vindt hij het prima om die vragen naar zijn beste vermogen te beantwoorden. Als historicus van het verre verleden en van de nabije toekomst heeft hij een eigen, geheel nieuwe discipline uitgevonden. Dat is een unieke prestatie van deze man met zijn indrukwekkend veelzijdige geest.
Yuval Noah Harari, wiens nieuwe boek Homo Deus ook alweer de schappen uit vliegt.
Helen Czerski, arts:
De globalisering gaat razendsnel. Zal er in de toekomst één wereldwijde cultuur zijn of zullen we sommige, opzettelijk kunstmatige tribale groepen handhaven?
‘Ik weet niet zeker of het opzettelijk zal zijn, maar ik denk wel dat we waarschijnlijk maar één stelsel zullen hebben en in die zin dus maar één beschaving. In zeker opzicht is dat nu al zo. Over de hele wereld is het politieke stelsel van de staat ruwweg hetzelfde. Over de hele wereld is het kapitalisme het overheersende economische model en over de hele wereld is de wetenschappelijke methode of wereldvisie de basis van waaruit mensen de natuur, ziekte, biologie, natuurkunde, enzovoort verklaren. Er zijn geen fundamentele beschavingsverschillen meer.’
Lucy Prebble, toneelschrijver:
Wat is de grootste misvatting van de mens over zichzelf?
‘Misschien is dat het idee dat we door meer macht te krijgen over de wereld, over het milieu, onszelf gelukkiger kunnen maken en tevredener met ons leven zullen zijn. Gezien over duizenden jaren hebben we inmiddels enorme macht over de wereld, en toch zijn mensen zo te zien tegenwoordig niet aantoonbaar tevredener dan in het Stenen Tijdperk.’
Online gepost door TheWashingtonPlace:
Kan het gebeuren dat de ecologische achteruitgang de technologische vooruitgang zal stoppen?
‘Ik denk juist het tegenovergestelde – dat de druk om technologische vooruitgang te boeken groter wordt, niet kleiner naarmate de ecologische crisis toeneemt. Ik denk dat de ecologische crisis in de eenentwintigste eeuw eenzelfde rol zal vervullen als de twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw, wanneer het gaat om het versnellen van de technologische vooruitgang.
Zolang alles goed gaat, zullen mensen heel terughoudend zijn om bij mensen te experimenteren met genetische manipulatie of om kunstmatige intelligentie de macht geven over wapensystemen. Maar als er een ernstige crisis optreedt, bijvoorbeeld veroorzaakt door ecologische achteruitgang, dan zullen mensen zich toch laten verleiden om allerlei risicovolle, veelbelovende technologieën uit te proberen, in de hoop het probleem op te lossen. Dan krijg je zoiets als het Manhattanproject [ontwikkeling van de atoomboom] in de Tweede Wereldoorlog.’
Andrew Solomon, schrijver:
Welke rol speelt moraliteit in een toekomstige wereld van kunstmatige intelligentie, kunstmatig leven en onsterfelijkheid? Zal een verlangen om het goede en juiste te doen nog steeds een groot deel van onze soort motiveren?
‘Ik denk dat moraliteit belangrijker is dan ooit. Naarmate we meer macht krijgen, wordt de vraag wat we daarmee doen steeds wezenlijker en het is nu bijna zover dat we echt goddelijke macht tot scheppen en vernietigen bezitten. De toekomst van het hele ecologische systeem en de toekomst van alles wat leeft ligt nu werkelijk in onze handen. Wat je daarmee doet is een ethische vraag, en ook een wetenschappelijke. Dus om een voorbeeld te geven: wat gebeurt er als verscheidene voetgangers voor een zelfrijdende auto springen en die moet beslissen of hij een stuk of vijf voetgangers zal doodrijden of zal uitwijken, zodat zijn eigenaar omkomt? De technici die zelfrijdende auto’s maken moeten een antwoord vinden op deze vraag. Dus ik zie geen reden om te denken dat AI of biotechniek de moraliteit minder relevant zullen maken dan die vroeger was.’
Matt Haig, schrijver:
Wij zijn het enige dier dat is geobsedeerd door vooruitgang. Moeten we proberen de toekomst niet langer te zien als een toekomst van onvermijdelijke technologische vooruitgang, maar een ander soort futurisme scheppen?
‘Je kunt de technologische vooruitgang niet zomaar stopzetten. Stel dat een land het onderzoek naar kunstmatige intelligentie stopt, dan zullen andere landen daar toch mee doorgaan. De echte vraag is: wat doen we met die technologie? Je kunt een en dezelfde technologie voor heel verschillende maatschappelijke en politieke doelen gebruiken. Als we naar de twintigste eeuw kijken, zien we dat we met dezelfde technologie van elektriciteit en treinen een communistische dictatuur of een liberale democratie konden creëren. Hetzelfde geldt voor kunstmatige intelligentie en biotechniek. Dus ik denk dat mensen zich niet zouden moeten richten op de vraag hoe je de technologische vooruitgang kunt stopzetten, want dat is onmogelijk. De vraag zou moeten zijn wat voor soort gebruik je moet maken van de nieuwe technologie. En we hebben nog steeds heel wat macht om die keuzes te beïnvloeden.’
Sarah Shubinsky, lezeres:
Zullen mensen altijd manieren vinden om elkaar te haten of neig je meer naar het idee dat de samenleving veel minder gewelddadig is dan vroeger en dat die trend zich zal voortzetten?
‘We leven nu in de meest vreedzame tijd uit de geschiedenis. Er is natuurlijk nog steeds geweld – ik woon in het Midden-Oosten, dus ik weet dat maar al te goed. Maar in vergelijking met vroeger tijden is er minder geweld dan ooit. Tegenwoordig sterven meer mensen aan te veel eten dan door menselijk geweld, en dat is werkelijk een fantastisch succes. Hoe het in de toekomst zal zijn kunnen we niet weten, maar er zijn ontwikkelingen die erop wijzen dat deze trend blijvend is. Om te beginnen is er de dreiging van een kernoorlog, die misschien wel de belangrijkste reden vormt voor het afnemen van oorlogen sinds 1945, en die dreiging bestaat nog steeds. En ten tweede is er de verandering in de aard van de economie: die is overgegaan van een op materie gebaseerde economie naar een op kennis gebaseerde economie.
Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld
In het verleden waren de belangrijkste goederen van de economie materieel – dingen als graanvelden en goudmijnen en slaven. Dus oorlog had zin, want je kon jezelf verrijken door oorlog te voeren tegen je buren. Nu is het belangrijkste economische bezit kennis, en het is heel moeilijk om kennis te veroveren door middel van geweld. De meeste grote conflicten in de wereld van vandaag spelen zich nog steeds af in gebieden als het Midden-Oosten, waar de belangrijkste bron van welvaart materieel is – olie en gas.’
Esther Rantzen, programmamaker:
Je hebt gezegd dat onze voorkeur om abstracte concepten zoals godsdienst, nationaliteit, et cetera te creëren, de kwaliteit is die sapiens onderscheidde van andere mensensoorten. Die concepten vormen ook de inspiratie voor oorlogen die onze ondergang kunnen betekenen. Is dat dan een kracht of een zwakte?
‘Als je het over macht hebt: het is duidelijk dat dit vermogen homo sapiens tot het machtigste dier ter wereld heeft gemaakt en ons nu de controle over de hele planeet heeft gegeven. Ethisch gezien, of dat goed of slecht was, dat is een veel gecompliceerdere vraag. Onze macht hangt af van collectieve hersenspinsels en het probleem is dat we niet goed onderscheid kunnen maken tussen fictie en werkelijkheid. Mensen vinden het heel moeilijk om te zien wat echt is en wat alleen een fictief verhaal in hun eigen hoofd, en dat veroorzaakt veel rampen, oorlogen en problemen. De beste test om te onderzoeken of iets werkelijk of fictief is, is de test van het lijden. Een natie kan niet lijden, kan geen pijn of angst voelen, heeft geen bewustzijn. Zelfs als de natie een oorlog verliest, dan zijn het de soldaten en de burgers die lijden, maar de natie zelf zal niet lijden. Zo kan ook een naamloze vennootschap niet lijden, net zo min als de euro: als deze entiteiten hun waarde verliezen, lijden ze niet. Al die dingen zijn fictie.
Als we dat onderscheid in gedachten houden, kan dat de manier waarop we met elkaar en met de andere dieren omgaan, verbeteren. Het is niet zo’n goed idee om het lijden van andere wezens te veroorzaken, alleen maar om verzonnen verhalen te dienen.’
Andrew Anthony: Maar die verzinsels inspireren ons vaak tot grote daden. Zouden we even gemotiveerd raken door de naakte werkelijkheid?
‘We hebben inderdaad bepaalde verzonnen verhalen nodig voor grootschalige samenlevingen. Dat is waar. Maar we moeten die verhalen wel zo gebruiken dat zij óns dienen, in plaats van dat ze ons tot slaaf maken. Je kunt het vergelijken met een voetbalwedstrijd. De spelregels zijn fictief, door mensen bedacht, nergens in de natuur zijn die spelregels vastgesteld. Zolang je niet vergeet dat dit gewoon regels zijn die door mensen zijn bedacht om jouw doel te dienen, kun je het spel spelen. Zet je de regels geheel en al overboord, omdat ze verzonnen zijn, dan kun je geen voetbalwedstrijd spelen.
Mijn aanbeveling is dus zeker niet dat mensen maar moeten ophouden met deze fictieve grootheden. Er kan geen grootschalige economie bestaan zonder geld. Maar je kunt geld op dezelfde manier gebruiken als voetbalspelregels en je blijven realiseren dat dit alleen maar door ons bedacht is. En zo is het ook met de natie. Er is in principe niets mis mee om loyale gevoelens tegenover de groep te koesteren. Maar vergeet je dat dit begrip door mensen is gecreëerd, dan kan het gebeuren dat je miljoenen mensen offert voor het belang van de natie, dus voor dat door mensen bedachte verhaal.’
AA: Je betoogt dat het humanisme een product van het kapitalisme is. Is het niet los te zien van elkaar?
‘De twee zijn nauw met elkaar verbonden, maar ik geloof wel dat ze los van elkaar kunnen bestaan. Ze kunnen in de eenentwintigste eeuw zeker elk een eigen kant op gaan. Een van de grote gevaren waarmee we te maken hebben is juist dat kapitalisme gescheiden raakt van het humanisme, met name het liberale humanisme. Regeringen over de hele wereld hebben de afgelopen decennia hun politiek en economie geliberaliseerd, niet omdat ze overtuigd waren van de ethische argumenten van het humanisme, maar omdat ze dachten dat het humanisme goed zou zijn voor de kapitalistische economie.
Nu bestaat het gevaar dat in de eenentwintigste eeuw het kapitalisme en het humanisme gescheiden worden, zodat er zeer goed werkende en geavanceerde economieën kunnen bestaan waarvoor het niet nodig is om het politieke systeem te liberaliseren of om te investeren in het onderwijs en het welzijn van de massa’s.’
Philippa Perry, schrijver en psychotherapeut:
Was de overgang van jager-verzamelaar naar agrariër een fout? En zo ja, hoe kunnen we er dan nu het beste van maken?
‘Dat hangt ervan af hoe je ernaar kijkt. Vanuit het perspectief van de middenklassen in de rijke samenlevingen van vandaag, was het zeker een heel goed idee. Vanuit het perspectief van iemand in Bangladesh die twaalf uur per dag in een sweatshop werkt, was het een heel slecht idee.
Het is onmogelijk om de klok terug te draaien en acht miljard mensen weer te laten leven als jagers-verzamelaars. Dus de vraag is eigenlijk hoe we het beste kunnen maken van de situatie waarin we nu zitten, en hoe we kunnen voorkomen dat we de fouten van de agrarische revolutie opnieuw maken. Het gevaar bestaat dat in de nieuwe revolutie, die van kunstmatige intelligentie en biotechnologie, wederom alle macht en voordelen gemonopoliseerd worden door een kleine elite, zodat de meeste mensen uiteindelijk slechter af zijn dan voorheen.’
Jacy Reese, Lezer:
Je hebt gezegd dat het houden van dieren misschien wel de ergste misdaad in de geschiedenis is. Wat zou de maatschappij volgens jou kunnen doen om daar een eind aan te maken?
‘Onze beste kans ligt bij de zogenoemde cellulaire agricultuur, of schoon vlees, waarbij vlees wordt gekweekt uit cellen en niet uit dieren. Wil je een biefstuk, dan kweek je er gewoon een uit cellen – zo hoef je geen koe groot te brengen en die vervolgens te slachten voor de biefstuk. Dit klinkt misschien als sciencefiction, maar het is al een realiteit. Drie jaar geleden is de eerste hamburger gemaakt van cellen. Weliswaar kostte die tegen de 300.000 euro, maar zo gaat het altijd met nieuwe technologie. Nu, in 2017, is de prijs, voor zover ik weet, nog geen tien euro per hamburger. En met het juiste onderzoek en genoeg investeringen verwachten de ontwikkelaars dat ze er binnen tien jaar een kunnen maken die goedkoper is dan een hamburger van slachtvlees. Het duurt nog wel even voor je hem bij de supermarkt of bij McDonald’s zult vinden, maar ik denk dat het de enige mogelijke oplossing is. Als we vlees kunnen produceren uit cellen, heeft dat ook heel veel ecologische voordelen, want de enorme vervuiling die wordt veroorzaakt door intensieve veeteelt zal dan sterk worden verminderd.’
Bettany Hughes, historicus:
Betekent de term ‘de moderne geest’ iets voor jou en zo ja, wanneer is die moderne geest ontstaan en hoe ziet hij eruit?
‘We weten heel weinig over de geest. We begrijpen niet goed wat het is, wat de functies ervan zijn en hoe hij is ontstaan. Als miljoenen neuronen in de hersens elektrische ladingen opwekken in een bepaald patroon, hoe creëert dit dan een geestelijke ervaring, de subjectieve ervaring van liefde of woede of plezier? We hebben geen flauw idee. En omdat we maar zo weinig over de geest weten, kunnen we ook niet zeggen hoe en waarom hij is ontstaan. We nemen aan dat de mensen aan het eind van de steentijd die de grottekeningen in Lascaux en Altamira maakten, fundamenteel dezelfde geest hadden als wij nu. En we nemen ook aan dat neanderthalers een ander soort geest hadden, ook al waren hun hersens groter dan de onze. Maar het fijne ervan weten we op dit moment nog bij lange na niet.’
Online gepost door guneydas:
Is het anti-intellectualisme in het Westen in opkomst? En zo ja, is er een verband tussen de opkomst van het anti-intellectualisme en de neergang van het liberalisme?
‘Ik ben er niet zo zeker van dat het in opkomst is. Het is er natuurlijk, maar het is er altijd geweest en ik vraag me af of de situatie nu erger is dan in de jaren vijftig of dertig van de vorige eeuw, of in de negentiende eeuw of in de Middeleeuwen. Dus ja, het is zeker een zorg. En ik zou zeggen dat het niet zozeer anti-intellectualisme is als wel antiwetenschap. Want zelfs de meest fundamentalistische religieuze fanaten zijn intellectuelen. Zij hechten te veel belang aan het menselijk intellect. Een van de problemen met religieus fanatisme is dat het veel te veel belang hecht aan de scheppingen van het menselijk intellect en veel te weinig aan het empirische bewijs vanuit de wereld buiten ons.’
AA: Denk je dat de radicale islam niets meer is dan een van de laatste oprispingen van het premoderne tijdperk?
‘In de eenentwintigste eeuw wordt de mensheid geconfronteerd met een aantal heel moeilijke problemen, of dat nu de opwarming van de aarde is, de ongelijkheid in de wereld of de opkomst van technologieën als biotechniek en kunstmatige intelligentie, die alles zullen veranderen. Op die uitdagingen hebben we antwoorden nodig en ik heb tot nu toe vanuit de islam niets relevants gehoord op dat gebied. Dus daarom denk ik niet dat de radicale islam de samenleving van de eenentwintigste eeuw zal vormgeven. Hij blijft misschien wel bestaan en kan nog steeds een hoop narigheid en geweld veroorzaken, maar ik zie niet dat hij het pad dat de mensheid volgt gaat scheppen of vormgeven.’
Paul Barker, lezer:
Wat raad je het individu aan dat een goed leven wil leiden en wil bijdragen aan het welzijn van degenen die nog niet geboren zijn en van degenen die er al zijn?
‘Leer jezelf beter kennen, en realiseer je vooral wat je echt wilt in het leven. De technologie heeft namelijk de neiging om mensen hun doelen in het leven te dicteren, en dan dient de technologie niet langer om onze doelen te realiseren, maar worden wij de slaaf van wat de technologie wil bereiken. Het is heel moeilijk om te weten wat je echt wilt in het leven. Ik zeg niet dat dit gemakkelijk te doen is.’
AA: Als we de dood tot in het oneindige kunnen voorkomen, is het dan nog mogelijk om betekenis te geven, zonder ‘de donkere achterkant die een spiegel nodig heeft als we iets willen zien’, zoals Saul Bellow het noemde?
‘Ja, dat denk ik wel. Je krijgt te maken met andere problemen, als je de ouderdom overwint, maar gebrek aan betekenis zal denk ik geen groot probleem zijn. De nieuwe ideologieën van de afgelopen drie eeuwen trokken zich al niets meer aan van de dood, of tenminste, ze zagen de dood niet als iets wat betekenis gaf. De meeste vroegere culturen, vooral traditionele godsdiensten, hadden de dood nodig om de betekenis van het leven te verklaren. Zoals in het christendom – zonder de dood heeft het leven geen betekenis. De hele betekenis van het leven komt voort uit wat er met je gebeurt als je doodgaat. Is er geen dood, geen hemel, geen hel, dat heeft het christendom geen betekenis. Maar de afgelopen drie eeuwen hebben we de opkomst gezien van veel moderne ideologieën zoals het socialisme, het liberalisme, het feminisme, het communisme, die de dood helemaal niet nodig hebben om het leven betekenis te geven.’
Auteur: Andrew Anthony
Vertaler: Annemie de Vries
The Observer
Verenigd Koninkrijk | zondagskrant | oplage 449.000
Oudste kroonjuweel van de Britse kwaliteitspers. Uit dezelfde groep als The Guardian maar met liberale signatuur.
De hervorming van het schoolprogramma door de regering-Erdogan voorziet in meer godsdienstlessen, afschaffing van lessen over de evolutietheorie en minder aandacht voor de daden van Atatürk.
Neem het ministerie van Onderwijs en maak er het ministerie van Islamitisch Onderwijs van. Verwijder iedere verwijzing naar de republiek uit de schoolboeken en herschrijf de geschiedenis van het moderne Turkije van A tot Z. Doof het revolutionaire vuur en neem wraak door de Ottomaanse ster te laten stralen. Steek de loftrompet over de sultans en hemel het kalifaat op. Doe natuurwetenschap en filosofie in de ban, opdat onze kinderen nooit zullen twijfelen, redeneren of vragen stellen. Opdat zij gelovig en gehoorzaam zijn. Opdat zij de deugden van het dogma kennen en niet van de rede. Opdat zij atheïsme gelijkstellen aan satanisme en ongelovigen voor dolende geesten houden. Praat onophoudelijk over de islam en zijn profeet. Bereid hen voor op de jihad en misleid hen door middel van gebed. Laat hen de vlammen van de hel vrezen en verlangen naar de beloften van het paradijs.
Pas dan zal geen kind de vlakte van Cilicië meer verlaten om zich vol hoop in de stad te vestigen, zoals destijds de romanschrijver Yasar Kemal. Pas dan zal het nooit journalist willen worden, of schrijver, of kunstenaar, of een geëngageerd filosoof, een vrije geest die verankerd is in zijn tijd. Pas dan zal geen enkel kind zich meer laven aan deze sfeer en de Turkse taal op een dag verrijken met de mooiste teksten en de mooiste heldendichten. Pas dan zal een schrijfster als Latif Tekin nooit meer het licht zien. Pas dan zal niemand meer vertellen zoals zij, door zich op haar eigen wortels te storten met haar anarchistische verhalen die zelfs schitterend en magisch zijn wanneer ze over armoede gaan. Pas dan zal geen enkel kind zo’n jeugd meer hebben dat het een nieuwe Nuri Bilge Ceylan wordt, die vele buitenlandse prijzen heeft gekregen voor zijn films die zijn gewijd aan het ‘mooie en eenzame’ land dat Turkije is. Geen schrijver als Aziz Nesin, geen dichter als Nazim Hikmet, geen journalist als Ugur Mumcu, geen pianist als Fazil Say.
Denk maar niet dat er een nieuwe Asli Erdogan zal opstaan of een nieuwe Kücük Iskender. Vergeet cartoonisten als Oguz Aral of Yigit Özgür, actrices als Gonca Vuslateri, vrouwelijke rockers als Sebnem Ferah. Vaarwel gemengde rockgroepen. Vaarwel vrouwelijke atleten die volgens internationale normen zijn gekleed. Opdat kunstacademiestudenten blozen bij het zien van hun modellen en onze kinderen, afgestompt door de school, niet eens meer in staat zijn zich een progressieve toekomst voor te stellen, zelfs als geen wet dat verbiedt. Als het zo doorgaat zullen onze kinderen een totaal andere jeugd hebben dan wijzelf. Wij zijn groot geworden met het beeld van de kleine Mustafa Kemal Atatürk met zijn hemelsblauwe ogen die de kraaien achterna zat in een veld. Maar we hebben ook kritisch genoeg leren denken om sarcastisch te doen over dit naïeve pastorale tafereel.
De machthebbers proberen de kinderen die aan hun zorg zijn toevertrouwd in het keurslijf van hun eigen overtuigingen te dwingen. Voor rede en zelfvertrouwen is geen plaats meer, aan persoonlijke voorkeuren en een kritische geest wordt geen ruimte meer geboden. Onze kinderen zijn als vogels in een kooi, gedoemd om een beperkt repertoire te zingen en met hun vleugels te slaan zonder dat ze ooit een vrije vlucht wordt gegund. Als we de nieuwe schoolprogramma’s mogen geloven, stammen we niet af van de aap. Maar dat we er een dreigen te worden is wel zeker!
Magic Leap in Florida gold jarenlang als de geheimzinnigste start-up van de planeet. Niemand wist wat eigenaar Rony Abovitz precies uitspookte, maar hij harkte wel 1,4 miljard dollar durfkapitaal binnen. In een zeldzaam interview licht Abovitz nu een tipje van de sluier op. Binnen anderhalf jaar wil hij een ‘mixed-reality’-bril op de markt brengen die je elke mogelijke virtuele illusie kan voorschotelen: van de nieuwe bank die je wilt bestellen tot pijlen op de weg die je naar je afspraak loodsen. ‘Gooi je pc, laptop en telefoon maar weg.’
In de hightechwereld doet iedereen een moord om te worden uitgenodigd op een anoniem bedrijventerrein in het zuiden van Florida, in wat aan de buitenkant een onopvallend kantoorgebouw lijkt. Maar binnen is het een heel ander verhaal. Daar stap je letterlijk een andere werkelijkheid in. Door de gangen lopen humanoïde robots, in de ontvangsthal zitten groene reptielmonsters te chillen. De verlichting wordt bediend door elfjes die zo uit een tekenfilm komen. Het parkeerterrein bewaakt door 25 meter hoge vechtmachines. Zelfs de kantoorapparatuur is niet van deze wereld. De hd-tv aan de muur lijkt doodnormaal – tot hij ineens verdwijnt. Even later verschijnt hij weer, maar nu midden in de kamer. Raar maar waar: hij zweeft daar gewoon in de lucht. Loop er maar naartoe, bekijk hem van alle kanten: een enorme breedbeeld-tv, afgestemd op ESPN, die vrij in de ruimte zweeft.
Die tv lijkt echt, maar is het niet. Al deze wonderlijke taferelen zijn illusies die je worden voorgetoverd door een ‘mixed reality’-headset, de met veel geheimzinnigheid omgeven uitvinding van start-up Magic Leap. En zoals elke goede goochelaar legt oprichter Rony Abovitz (45) liever niet uit hoe zijn trucs precies werken. Sinds de oprichting in 2011 heeft Magic Leap zijn product in het grootste geheim ontwikkeld. Slechts een klein aantal mensen heeft het in werking gezien, nog veel minder mensen weten hoe het werkt, en allemaal hebben ze zulke strenge geheimhoudingsclausules moeten tekenen dat ze bijna niet eens mochten toegeven dat het bedrijf bestond.
Toch stroomden er massa’s geld naar Dania Beach, een klein stadje ten zuiden van Fort Lauderdale. Magic Leap heeft al bijna 1,4 miljard dollar aan durfkapitaal bijeengeharkt – afgelopen februari haalde het weer 794 miljoen op, een recordbedrag voor een bedrijf in deze fase. Bijna elke grote investeerder heeft er geld in zitten, waaronder Andreessen Horowitz, Kleiner Perkins, Google, JPMorgan, Fidelity en Alibaba, naast minder conventionele investeerders als Warner Bros. en Legendary Entertainment, verantwoordelijk voor films als Godzilla en Jurassic World. In de laatste financieringsronde werd de waarde van Magic Leap geschat op 4,5 miljard dollar. Als Abovitz nog steeds 22 procent van het bedrijf in handen heeft (wat hij ontkent) is hij nu miljardair.
Die dollarlawine heeft in het vak vreemde geruchten losgemaakt: Magic Leaps zou iets doen met hologrammen, of met lasers, of had een machine ontworpen die de werkelijkheid kan vervormen maar zo groot is als een gebouw en dus nooit, maar dan ook nooit commercieel uitgebaat zou kunnen worden. Het gebrek aan harde informatie gaf nog meer voeding aan de geruchtenmachine. Per slot van rekening heeft Magic Leap nog steeds geen product op de markt gebracht. Het heeft nog nooit een openbare demonstratie van een product gegeven, nooit een product aangekondigd en nooit enige uitleg willen geven over de zelf ontworpen ‘lightfield’-technologie waar zijn product op gebaseerd is.
‘Je moet het zien als de volgende fase in de evolutie van de computer, waarbij de hele wereld je bureaublad wordt’
Maar nu treedt het bedrijf dan toch uit de schaduw. In een zeldzaam interview zegt Abovitz dat Magic Leap een miljard dollar in de perfectionering van een prototype heeft gestoken en bezig is in Florida een productielijn op te tuigen, ter voorbereiding op de lancering van een consumentenversie van zijn technologie. Als die er eenmaal is – ergens binnen nu en anderhalf jaar – kan het een heel nieuw tijdperk inluiden, een totaal nieuwe generatie computerinterface voor de komende decennia. ‘We bouwen een nieuw soort contextuele computer,’ zegt Abovitz. ‘We maken echt iets totaal nieuws.’
De innovatie van Magic Leap is meer dan alleen een geavanceerde nieuwe display – dit apparaat zet alles op zijn kop. Deze technologie kan grote gevolgen krijgen voor elke sector waar computers en beeldschermen worden gebruikt en veel sectoren waar dat niet het geval is. Het kan de doodssteek zijn voor de hele flatscreenmarkt (waar 120 miljard dollar in omgaat) en kan de wereldwijde markt voor consumentenelektronica (1 biljoen dollar) op zijn grondvesten doen schudden. De mogelijkheden gaan heel ver: gooi je pc, laptop en mobiele telefoon maar weg. Alle rekenkracht die je nodig hebt, zit straks in een bril die jou een display voorschotelt waar en wanneer je maar wil, zo groot of klein als je wil.
Zo’n bril kan je álles voorschotelen. Kan je bijvoorbeeld met grote gele pijlen op de weg naar je volgende afspraak loodsen. Kan je laten zien hoe een nieuwe bank in je woonkamer zou staan – vanuit elke denkbare hoek, met elke denkbare lichtval, en allemaal zonder dat je de deur uit hoeft. Zelfs iemand met twee linkerhanden kan straks zelf zijn auto repareren met een interactief programma dat precies aangeeft welk onderdeel moet worden vervangen en waarschuwt als je iets fout doet. En Magic Leap moet aan al die interacties geld kunnen verdienen: niet alleen aan de verkoop van hardware en software maar ook, zou je denken, aan de enorme hoeveelheid data die het kan verzamelen, analyseren en doorverkopen. ‘Er is bijna geen sector te bedenken die hierdoor niet totaal zal veranderen,’ zegt Abovitz.
Je hebt vast al eens een virtualrealityproduct uitgeprobeerd. Sony, Google, Samsung en Facebook hebben de afgelopen maanden allemaal VR-producten uitgebracht. Virtual reality is een vorm van computersimulatie die nu vooral wordt gebruikt voor videogames. Een headset schermt je daarbij af van de echte wereld en vervangt die door een virtual reality. Misschien heb je ook al eens gespeeld met augmented reality (AR): digitale beelden die op je fysieke omgeving geprojecteerd worden. AR is inmiddels mainstream dankzij een van de grootste digitale hypes van het jaar: het in juli gelanceerde Pokémon Go van spellenmaker Niantic. Een app voor je smartphone waarin tekenfilmmonsters in de echte wereld rondlopen, althans op het schermpje van je mobiel. Maar VR-games en Pokémon Go verbleken bij de mixed reality van Magic Leap. Virtual reality voert je mee naar een andere wereld, augmented reality laat een Pikachu in je woonkamer verschijnen. Bij Mixed reality blijf je waar je bent én komt die Pikachu ook echt tot leven.
Hoe dat kan? Het kroonjuweel van Magic Leap is nu nog een grote headset, maar uiteindelijk moet hun technologie in een simpele bril passen. Eentje die je het zicht op de werkelijkheid niet ontneemt. In plaats daarvan projecteert de hardware, verwerkt in een stukje halfdoorzichtig glas, een beeld regelrecht op je netvlies. (Het beschadigt je ogen niet en je kunt gewoon om je heen kijken in plaats van dat je naar een schermpje moet staren.) De hardware verzamelt ook continu informatie: het apparaat scant de omgeving op obstakels, luistert naar stemmen en volgt de bewegingen van je ogen en handen. Daardoor zijn de mixedrealityobjecten zich bewust van hun omgeving en kunnen ze erop reageren. Met de technologie van Magic Leap kan een Pokémon dus wegduiken achter de bank of – als je in een smart home woont – het licht uitschakelen zodat je hem niet meer ziet.
In een van de demo’s van Magic Leap zie je een ‘interactieve virtuele mens’ die levensgroot en verrassend realistisch is. Abovitz willen zulke virtuele personen (of dieren of wat je maar wil) gebruiken als digitale assistent – een soort opgevoerde versie van Siri [de personal assistent van Apple], met een menselijke gedaante die haar makkelijker te gebruiken en moeilijker te negeren maakt. Als je een collega iets wilt mededelen, kan de virtuele assistent je kamer uit lopen, via de MR-headset van die collega naast zijn of haar bureau verschijnen en de boodschap persoonlijk overbrengen. In de wereld van mixed reality is de output van computers niet gebonden aan één apparaatje op je bureau. Ieder willekeurig object, echt of virtueel, kan een drager worden en is zich bewust van zijn locatie, zijn doel en wat jij ermee wilt. ‘Je moet het zien als de volgende fase in de evolutie van de computer,’ zegt Abovitz, ‘waarbij de hele wereld je bureaublad wordt.’
Dromen over een hightech toekomst
Rony Abovitz’ leven staat al vanaf het begin in het teken van dromen over een hightech toekomst. De in 1971 in Cleveland geboren zoon van Israëlische immigranten was als kind al gefascineerd door computers en sciencefiction. ‘De mensen van mijn generatie zijn de kinderen van Steve Jobs en George Lucas,’ zegt hij. ‘Daar zijn wij mee opgegroeid en dat heeft ons een klap van de molenwiek gegeven. Mijn vriendjes en ik wilden allemaal Luke Skywalker zijn en de Death Star vernietigen en C-3PO bouwen.’ Toen hij elf was, verkaste het gezin naar het zuiden van Florida. Abovitz sloeg een klas over en ging al op zijn dertiende naar high school. Daarna werd hij toegelaten tot MIT, maar hij bleef liever dicht bij huis en ging aan de University of Miami studeren. In 1993 haalde hij er een bachelor in werktuigbouwkunde en twee jaar later een master in biomedische technologie. En toen begon hij weer aan Star Wars te denken.
In 1997 richtte Abovitz zijn eerste bedrijf op, Z-KAT. ‘Na mijn afstuderen wilde ik de medische droid uit Star Wars bouwen, omdat ik dacht, echt letterlijk: een X-Wing Fighter kan ik niet bouwen, want dat kan ik niet uitleggen aan mijn ouders,’ zegt hij. Met een paar van zijn medeoprichters bouwde hij de robotica-afdeling van Z-KAT in 2004 uit tot een nieuw bedrijf, Mako Surgical. Dat maakt robotarmen voor gebruik bij chirurgische ingrepen. Er was grote vraag naar dat product: toen het bedrijf in 2008 naar de beurs ging, bracht dat 51 miljoen dollar op.
Abovitz, inmiddels getrouwd en met een jonge dochter, werkte fulltime bij Mako en had daarnaast een project waarin hij zijn creativiteit kwijt kon: Hour Blue. Dat is een fictieve wereld, een buitenaardse planeet met allerlei fantasiefiguren zoals pratende robots en vliegende walvissen. In 2010 richtte hij Magic Leap Studios op om zijn fantasie uit te bouwen tot een reeks stripverhalen en films. ‘Ik was de enige werknemer en het bedrijf zat letterlijk in mijn eigen garage,’ zegt Abovitz. ‘Mijn moeder maakte een spandoek met de tekst Magic Leap Studios in letters in allerlei kleuren.’
Van het geld dat hij met Mako had verdiend huurde hij Weta Workshop in, de specialeffectstudio uit Nieuw Zeeland die vooral beroemd is vanwege zijn werk aan de _Lord of the Rings_-trilogie. Samen ontwikkelden ze graphics voor zijn verhaalideeën en diepten ze de fantasiewereld verder uit. Ondertussen raakte Abovitz gefrustreerd dat de augmented en virtualrealitytechnologie die hij kende van SF-romans als William Gibsons Neuromancer en Vernor Vinge’s Rainbows End nog steeds niet bestond. Hij begon na te denken over hoe hij dat zelf kon maken.
‘Het was een uniek moment. Werkelijkheid en sciencefiction begonnen in elkaar over te lopen,’ zegt Richard Taylor, CEO van Weta Workshop en bestuurslid van Magic Leap. ‘De fictieve technologieën die we bedachten voor Hour Blue gingen gelijk op met de echte augmented reality-applicaties waar Rony mee bezig was.’
In 2011 verlegde Magic Leap Studios de koers en veranderde de naam in Magic Leap Inc. Abovitz stelde een klein team samen om te helpen met de ontwikkeling van zijn ideeën over mixed reality. Al snel hadden ze een stel werkende prototypes. ‘Toen we voor het eerst één enkele pixel in de ruimte konden laten zweven en door de kamer laten bewegen, waren we door het dolle heen,’ zegt Abovitz. ‘Ander mensen hadden iets van: Wat is dat nou helemaal? Gewoon een stipje. Maar wij wisten beter. Vanaf toen wist ik dat dit iets zou worden.’
Hij wist ook dat hij veel meer geld nodig had. Abovitz had het bedrijf aanvankelijk gefinancierd uit de opbrengst van de beursgang van Mako. Toen Mako in 2013 voor 1,7 miljard werd overgenomen door Stryker Corp., een fabrikant van medische apparatuur, stak hij ook een deel van die opbrengst in Magic Leap. Abovitz wil niet zeggen hoeveel geld hij erin heeft gestopt (alleen dat het ‘miljoenen’ zijn), maar hij wist dat het bij lange na niet genoeg was. Gelukkig verkocht deze technologie zichzelf. ‘Als we mensen vertelden waar we mee bezig waren, geloofden ze ons eerst niet,’ zegt Abovitz. ‘En dan vlogen ze naar Florida om te komen kijken en was het: O, het is jullie echt gelukt. Zo ging het bij iedereen die erin geïnvesteerd heeft: van “dat bestaat niet” tot “wij willen meedoen”.’ In februari 2014 maakte Magic Leap bekend dat het meer dan 50 miljoen dollar van particuliere investeerders had gekregen. Acht maanden later volgde een door Google aangevoerde tweede kapitaalronde van 542 miljoen dollar.
Weer eens wat anders dan Pokémon: een virtueel olifantje in je handpalm.
Rony Abovitz doet niet denken aan een typische captain of industry – tenzij je aan Willy Wonka denkt. Hij straalt hetzelfde enthousiasme als Roald Dahls briljante snoepgoedmagnaat uit als hij je rondleidt op zijn nieuwe bedrijfsterrein in Plantation (waar ze naartoe verhuizen omdat deze locatie beter bij Abovitz’ visie past dan de kleurloze kantoren in Dania Beach, een kwartiertje verderop). Hij wijst enthousiast op machines die hij cool vindt, bewondert apparatuur en spoort je aan even de ladder op te klimmen om de geavanceerde luchtfilters van dichtbij te bekijken. Hij is vriendelijk en opgewekt, heel informeel in de omgang en in zijn kleding (meestal een sweatshirt en een spijkerbroek). Je hoort mensen net zo vaak zeggen dat hij heel aardig is als dat hij heel slim is. En hij gaat vaak helemaal op in zijn werk. Onlangs was hij op vrijdagmiddag nergens te bekennen terwijl hij een half uur later gasten moest rondleiden op het nieuwe hoofdkantoor. Hij is wel vaker te laat, maar nu dreigde een probleem: Abovitz komt uit een orthodox-joods gezin en wil vrijdag ook op tijd naar huis voor de sjabbes. Uiteindelijk werd hij door een van zijn managers gevonden op het parkeerterrein, waar hij de hele tijd in zijn auto had zitten bellen. Straal vergeten dat hij die afspraak had.
Magic Leap heeft deze campus van bijna tweeënhalve hectare in oktober 2015 betrokken en voor het eind van dit jaar moeten alle 850 werknemers van de oude locatie verkast zijn. Het bedrijf heeft ook nog werknemers in negen kantoren elders ter wereld. Niet alleen in hightech-hotspots als Silicon Valley en Austin, maar ook in verre oorden als Tel Aviv en het Nieuw-Zeelandse Wellington. Op de nieuwe locatie zijn sommige afdelingen al operationeel, waaronder een machinewerkplaats en verschillende ontwerpteams. Abovitz wil de belangrijkste ontwikkelingsteams per se dicht bij elkaar houden vanwege zijn ‘flexibel hardware-model’. Daardoor heeft het bedrijf nu al ‘letterlijk honderden versies’ van het prototype van de headset kunnen produceren. ‘Een van de redenen waarom we zo snel prototypes kunnen produceren is omdat we de juiste mensen bij elkaar hebben,’ zegt Abovitz. Op de campus in Plantation worden ook echte productiefaciliteiten ingericht. ‘Dit deel van Magic Leap doet nog het meest aan een ruimteschip denken,’ zegt Abovitz bij de productielijn: een reeks lange, zelfstandige modulaire compartimenten, als duikboten in een haven. Die kunnen ieder naar behoefte worden ingeschakeld, om de productie van enkele duizenden stuks per jaar op te schroeven tot meer dan een miljoen.
Abovitz wil met Magic Leap in Florida blijven. Een van de voordelen daarvan is dat het bedrijf zijn geheimen beter kan bewaken. In Californië zou dat bijna onmogelijk zijn, vanwege de cultuur van jobhoppen en de geoliede geruchtenmachine in Silicon Valley. Hij zou daar natuurlijk wel makkelijker aan mensen kunnen komen, maar ook hier oefent de technologie van Magic Leap al vanaf het begin grote aantrekkingskracht uit op mensen uit Silicon Valley en andere hotspots. ‘We trekken een waanzinnige hoeveelheid talent op het gebied van ontwerp en productie naar Florida,’ zegt Abovitz.
Hij is natuurlijk niet de enige ondernemer die hier brood in ziet. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden is er volgens Digi-Capital 2,3 miljard dollar geïnvesteerd in virtual en augmented reality door durfkapitalisten die elkaar met argusogen volgen. International Data Corp voorziet dat de wereldwijde opbrengst van de markt voor VR en AR zal groeien van 5,2 miljard dit jaar tot 162 miljard in 2020. Met zulke groeiprognoses willen alle grote spelers graag een graantje meepikken. Google heeft in 2013 al een uitstapje naar augmented reality gemaakt met Google Glass, een bril die je een virtueel computerscherm voor ogen toverde. Die is de bètafase nooit ontgroeid vanwege kritiek op de privacy- en veiligheidsaspecten. Maar uit Googles investering in Magic Leap blijkt dat het bedrijf zijn interesse niet verloren heeft. ‘Al vanaf de eerste gesprekken die we met Rony en zijn team hadden, wisten we dat we ze wilden helpen hun visie te verwezenlijken,’ zegt Don Harrison, plaatsvervangend directeur Corporate Development bij Google.
Magic Leap-CEO Rony Abovitz.
Magic Leap heeft deze campus van bijna tweeënhalve hectare in oktober 2015 betrokken en voor het eind van dit jaar moeten alle 850 werknemers van de oude locatie verkast zijn. Het bedrijf heeft ook nog werknemers in negen kantoren elders ter wereld. Niet alleen in hightech-hotspots als Silicon Valley en Austin, maar ook in verre oorden als Tel Aviv en het Nieuw-Zeelandse Wellington. Op de nieuwe locatie zijn sommige afdelingen al operationeel, waaronder een machinewerkplaats en verschillende ontwerpteams. Abovitz wil de belangrijkste ontwikkelingsteams per se dicht bij elkaar houden vanwege zijn ‘flexibel hardware-model’. Daardoor heeft het bedrijf nu al ‘letterlijk honderden versies’ van het prototype van de headset kunnen produceren. ‘Een van de redenen waarom we zo snel prototypes kunnen produceren is omdat we de juiste mensen bij elkaar hebben,’ zegt Abovitz. Op de campus in Plantation worden ook echte productiefaciliteiten ingericht. ‘Dit deel van Magic Leap doet nog het meest aan een ruimteschip denken,’ zegt Abovitz bij de productielijn: een reeks lange, zelfstandige modulaire compartimenten, als duikboten in een haven. Die kunnen ieder naar behoefte worden ingeschakeld, om de productie van enkele duizenden stuks per jaar op te schroeven tot meer dan een miljoen.
Abovitz wil met Magic Leap in Florida blijven. Een van de voordelen daarvan is dat het bedrijf zijn geheimen beter kan bewaken. In Californië zou dat bijna onmogelijk zijn, vanwege de cultuur van jobhoppen en de geoliede geruchtenmachine in Silicon Valley. Hij zou daar natuurlijk wel makkelijker aan mensen kunnen komen, maar ook hier oefent de technologie van Magic Leap al vanaf het begin grote aantrekkingskracht uit op mensen uit Silicon Valley en andere hotspots. ‘We trekken een waanzinnige hoeveelheid talent op het gebied van ontwerp en productie naar Florida,’ zegt Abovitz.
Hij is natuurlijk niet de enige ondernemer die hier brood in ziet. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden is er volgens Digi-Capital 2,3 miljard dollar geïnvesteerd in virtual en augmented reality door durfkapitalisten die elkaar met argusogen volgen. International Data Corp voorziet dat de wereldwijde opbrengst van de markt voor VR en AR zal groeien van 5,2 miljard dit jaar tot 162 miljard in 2020. Met zulke groeiprognoses willen alle grote spelers graag een graantje meepikken. Google heeft in 2013 al een uitstapje naar augmented reality gemaakt met Google Glass, een bril die je een virtueel computerscherm voor ogen toverde. Die is de bètafase nooit ontgroeid vanwege kritiek op de privacy- en veiligheidsaspecten. Maar uit Googles investering in Magic Leap blijkt dat het bedrijf zijn interesse niet verloren heeft. ‘Al vanaf de eerste gesprekken die we met Rony en zijn team hadden, wisten we dat we ze wilden helpen hun visie te verwezenlijken,’ zegt Don Harrison, plaatsvervangend directeur Corporate Development bij Google.
Ook Apple werkt aan AR, maar het is nog niet duidelijk of het een eigen headset wil ontwikkelen of vooral de functionaliteit van de iPhone wil uitbreiden. Silicon Valley-start-ups als Meta (heeft al 73 miljoen aan kapitaal binnen) en Atheer (23 miljoen) werken aan een eigen headset en zouden logische kandidaten voor een overname zijn als ze succes hebben. Maar de grootste rivaal van Magic Leap is voorlopig Microsoft, dat in 2014 de augmented-realityheadset HoloLens aankondigde. Een preproductieversie, de HoloLens Development Edition, is in maart van dit jaar naar een onbekend aantal hardware- en software-ontwikkelaars gestuurd en in 2017 zou er een consumentenversie op de markt kunnen komen. ‘Microsoft heeft een grote voorsprong met zijn zakelijke relaties,’ zegt Brian Blau, analist bij onderzoeksbureau Gartner. ‘Ze zitten diep in de zakelijke markt en daar willen ze zich met de HoloLens op richten.’
Dus wat is de planning van Magic Leap? Ze hebben nu een productielijn, wanneer willen ze de markt op gaan? ‘Vrij snel,’ zegt Abovitz vaag. Hij laat ook weinig los over wat de headset moet gaan kosten. ‘Geen luxe-item,’ zegt hij uiteindelijk. Maar als Microsoft zijn HoloLens volgend jaar op de markt brengt, kan Magic Leap niet te lang achterblijven, wil het niet meteen terrein verliezen aan zijn grootste rivaal. En de headset van Meta kun je nu al voorbestellen voor zo’n 1000 dollar: ga er dus maar vanuit dat de prijs van de kijkbril van Magic Leap ook ergens in die buurt zal liggen.
Begindagen van de film
Uiteindelijk ziet Magic Leap vooral kansen in zakelijke toepassingen, met name in de medische sector en de detailhandel (stel je voor dat je kleding bijvoorbeeld thuis virtueel kunt ‘passen’). Maar zoals bij veel technologie moet entertainment de weg banen. Veel van de content voor de headset van Magic Leap wordt door het bedrijf zelf ontwikkeld. Het heeft al verschillende bekende videogame-ontwerpers, striptekenaars en schrijvers in dienst genomen. Neal Stephenson, de schrijver van Snow Crash, een belangrijke roman over virtual reality uit 1992, is de belangrijkste ‘futurist’ van Magic Leap. Op een kantoor in Seattle werkt hij aan een geheime game. Verder wordt er content geleverd door Abovitz’ partner Weta Workshop, waarmee Magic Leap een 25 man groot lab in Nieuw Zeeland heeft opgezet. Hun eerste project, Dr. Grordbort’s Invaders, is een actiegame in het steampunkgenre. Als speler vecht je dan met een laserpistool tegen boze robots die je in je eigen huis aanvallen.
In juni kondigde Magic Leap ook een strategisch partnerschap aan met ILMxLAB, de virtualrealityafdeling van Lucasfilm. Ze hebben samen een onderzoekslab geopend op het terrein van Lucasfilm in San Francisco. ‘Het voelt alsof we in de begindagen van de film zitten,’ zegt Vicki Dobbs Beck, hoofd van ILMxLAB. De samenwerking heeft al geleid tot verschillende mixed-realityervaringen in het Star Wars-universum. Een daarvan, met C-3PO en R2-D2, is al onthuld bij de bekendmaking van de samenwerking. De andere is een nog geheime sequentie die plaatsvindt tijdens de fameuze slag om Hoth in The Empire Strikes Back. En zo is Rony Abovitz weer terug bij af. De man die ondernemer werd omdat hij eigenlijk X-Wing Fighters wilde bouwen, mag dat nu echt gaan doen.
Technologiewebsite The Information zet vraagtekens bij Abovitz’ verhaal.
Volgens een bericht op The Information van begin december gaat het niet zo goed met de ontwikkeling van de bril van Magic Leap. Het bedrijf zou kampen met technische problemen, en voorlopig nog achterlopen op concurrent Microsoft. Tevens werd onthuld dat een van de spectaculaire video’s die Magic Leap gebruikt om investeerders te lokken, nep is. Het filmpje werd geproduceerd door Weta Workshops, een bedrijf dat visuele effecten maakt voor de filmindustrie. Het grootste technische struikelblok voor Magic Leap is blijkbaar om de techniek die mixed reality mogelijk maakt, tot een handzaam formaat terug te brengen. Oprichter Rony Abovitz onderkende de problemen.
Forbes
Verenigde Staten | tweewekelijks tijdschrift | oplage 925.051
Forbes Magazine is een Amerikaans zakenblad dat opgericht is door B.C. Forbes en momenteel wordt geleid door zijn kleinzoon, Steve Forbes. Het tijdschrift is vooral bekend door de jaarlijkse lijstjes: de rijkste mensen, de grootste bedrijven, de machtigste vrouwen en de Celebrity Top 100.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.