Tag: expositie

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    Jackson en het fenomeen van verkeerde intimiteit

    Fotografie met een disclaimer

    FOTOGRAFIE | Alison Jackson was net afgestudeerd aan het Londense Royal College of Art toen prinses Diana in 1997 stierf. De intensiteit van het verdriet van de natie fascineerde en verontrustte haar. ‘Diana was zo sterk aanwezig in ons leven, als een lid van onze familie,’ vertelt ze. ‘Door de pers hadden we het gevoel heel dicht bij haar te staan, maar in feite stond ze heel ver van ons af.’ Ze besloot om via de fotografie dit ‘fenomeen van veronderstelde intimiteit met beroemdheden’ te onderzoeken, schrijft LA Times.

    Daarmee was ze eigenlijk haar tijd ver vooruit. Ze begon foto’s te maken die visualiseerden ‘wat bloeide en op de loer lag in de collectieve verbeelding’. Diana die haar middelvinger naar de camera opsteekt. Diana en vriend Dodi Fayed die elegante, nonchalante poses aannemen aan weerszijden van een baby, ogenschijnlijk die van hen.

    De media veroordeelden haar werk, maar drukten de foto’s af op ‘precies die plekken die voor nieuws waren gereserveerd’

    De media veroordeelden haar werk, maar drukten de foto’s af op ‘precies die plekken die voor nieuws waren gereserveerd’, aldus het dagblad uit Los Angeles. Jackson besloot verder te gaan op deze tour, en maakte met de hulp van lookalikes foto’s die zo overtuigend zijn dat kijkers ‘zeker wisten dat ze koningin Elizabeth II echt had betrapt terwijl ze geld uit een geldautomaat haalde, of Kanye die Kim in een corrigerende onderbroek helpt, of Donald Trump in het gezelschap van Ku Klux Klan-mannen met een kap op’. Zelf dringt Jackson er met disclaimers bij haar werk, zoals ‘This is not Donald Trump’, op aan dat wat we zien niet echt is – daarbij ook verwijzend naar Magrittes pijp die geen pijp is.

    Een van de gedachten achter haar werk is dat ‘nep het nieuwe echt is’, citeert The Guardian; ‘En mensen als Donald Trump en Kim Kardashian maken het ons makkelijk: ze zijn half echt, half karikatuur.’

    Volgens Jackson, die bekendstaat om haar controversiële uitspraken en dan ook, zo vertelt de Londense krant, ‘regelmatig bijna wordt gearresteerd’, begon ze te fotograferen omdat ze ‘fotografie haat. Ik vind het een bedrieglijk, glibberig en onbetrouwbaar medium dat je verleidt te geloven dat wat je ziet echt is’, aldus Daily Mail. Waar ze aan toevoegt: ‘Dat is toch eigenlijk precies waar het in Los Angeles om draait?’ 

    Truth is Death, van 23 maart tot 15 september 2024 te zien in Fotomuseum aan het Vrijthof in Maastricht.

    Door Laura Weeda

    truth is dead

    Verhalen vertellen op het dak

    Plezierig aandenken aan een onplezierige tijd

    Literatuur | Tijdens de eerste lockdown van de covidpandemie verzamelden New Yorkse flatgenoten zich ’s avonds op het dak om hun steun aan hulpverleners te betuigen door op potten en pannen te slaan. Later begonnen ze elkaar verhalen te vertellen waarin ze ook iets over zichzelf moesten prijsgeven. Dit gegeven vormde het uitgangspunt voor het boek Fourteen Days. Zesendertig schrijvers leverden een bijdrage, onder wie Margaret Atwood en Preston Douglas, die gezamenlijk de redactie voerden.  

    Het boek doet Alex Clark in The Guardian denken aan de Decamerone van Boccaccio en aan ‘de grote roman over het leven in een appartement: Het leven een gebruiksaanwijzing van George Perec’. Volgens Clark keren in elk verhaal van Fourteen Days ‘het meedogenloze verdriet en de onzekerheid van begin 2020 terug. Spookverhalen wedijveren met verhalen over verloren liefde, ruige hondenverhalen met het alledaagse, zwarte humor met het zoete en sentimentele. Het eindresultaat is een immens plezierig product van een immens onplezierige tijd.’ 

    ‘Kwesties als immigratie, racisme, politiegeweld en PTSS komen allemaal aan bod in deze monologen,’ staat te lezen op de site 24heuresdulivre. ‘Dankzij Atwood en Preston komt de lezer niet in de verleiding om telkens te kijken wie welk hoofdstuk heeft geschreven.’ De criticus concludeert dat ‘de naden misschien glad zijn, maar dat het wel een gekke lappendeken heeft opgeleverd’. 

    Samen leveren ze het bewijs dat de verhalen die we achterlaten ons menselijk maken.

    Ook Rob Merrill van The Washington Post houdt het op ‘een allegaartje, zoals te verwachten met drie dozijn schrijvers’. Wat ze gemeen hebben, is dat ze proberen ‘het zinloze te begrijpen en orde te scheppen in de wanorde. Samen leveren ze het bewijs dat de verhalen die we achterlaten ons menselijk maken.’ 

    In The Scotsman geeft Stuart Kelly aan dat hij het lezen van Fourteen Days als een spelletje beleefde: ‘Wie schreef wat? Nou, probeer dan maar eens het verschil tussen Dave Eggers en John Grisham uit te leggen.’ Meer algemeen heeft hij er veel plezier aan beleefd: ‘Al zit het er dik in dat geen enkele lezer van elk verhaal zal genieten.’ 

    Fourteen days, 36 auteurs, onder redactie van Margaret Atwood en Douglas Preston, vertaald door Liedwien Biekmann als Veertien dagen, verscheen in februari bij De Arbeiderspers. 

    Door Diederik Samwel 

    14 days

    De trauma’s en vitaliteit van Palestijnse vrouwen

    Soualem vervalt niet in oriëntalisme

    DOCUMENTAIRE | Ze is bekend van de Amerikaanse serie Succession, als de nooit volledig betrouwbare vrouw van mediamagnaat Logan Roy, om wie alles draait. Maar in de documentaire Bye Bye Tiberias laat Hiam Abbass een heel andere kant van zichzelf zien. Voor de camera van haar dochter, de Frans-Algerijns-Palestijnse regisseur Lina Soualem, ‘duikt de actrice in een verleden dat is getekend door de pijn van ballingschap’. Soualems zoektocht naar de levens en gemeenschappelijke trauma’s van de vrouwen in haar familie wordt door de Arabische pers volop geprezen. De Libanese site Raseef22 meent dat ‘het heel belangrijk is dat (…) cinema alles vertegenwoordigt wat er is gebeurd, wat er gebeurt en wat er zal gebeuren in Palestina’.

    Abbass groeide op in Palestina, dat ze verliet om haar droom te verwezenlijken: actrice worden. Aan het begin van de film staat ze met haar gezicht naar de camera van haar dochter, ‘ondergedompeld in wit licht, pratend over haar liefde voor kunst, film, komedie, maar naarmate de film vordert en richting het ouderlijk huis in Palestina beweegt, wordt de sfeer warmer, zoals dat past bij Arabische huizen. Een warmte waar iedereen in de diaspora naar terugverlangt’, aldus Raseef22.

    Vervolgens neemt Lina haar moeder mee naar Deir Hanna, het dorp dat nu in Israël ligt (vlak bij Tiberias), waar haar voorouders tijdens de Nakba in 1948 uit wegvluchtten. Vanaf dat moment klinken er ook andere stemmen, een overgrootmoeder, grootmoeder, moeder, tantes. Soualem maakt volgens Al Jazeera op ‘briljante wijze’ gebruik van oude homevideo’s, die ze vermengt met hedendaagse beelden en foto’s uit archieven. 

    Dit levert veel hartverscheurende scènes op, schrijft New Arab

    Dit levert veel hartverscheurende scènes op, schrijft New Arab. Zoals het verhaal van Abbass’ tante die tijdens de Nakba van haar familie werd gescheiden en sindsdien gedwongen in een vluchtelingenkamp in Syrië leeft, waar ze vrijwel niets voor haar kunnen betekenen.

    Toch, meent het pan-Arabische platform, is de film bovenal een ‘prachtig portret van vier generaties vrouwen: hij vertegenwoordigt het trauma dat ze hebben geërfd, maar ook de banden van liefde, de gemeenschappelijke geschiedenis en de herinneringen die ons altijd zullen verenigen met de dierbaren die ons zijn voorgegaan’. De zwaarte van dit verleden wordt verzacht door ‘de lichtheid en humor die tussen de actrice en haar zussen bestaat’.

    Ook Al Jazeera prijst de kracht en vitaliteit van de zussen, en volgens Raseef22 behoedt deze aanpak Soualem ervoor in oriëntalisme te vervallen; ‘ze toont de menselijkheid van deze vrouwen en hoe ze er ondanks hun beproevingen in zijn geslaagd hun doelen te bereiken’. 

    Door Laura Weeda

    Bye Bye Tiberias @@. V1

    Hoe een lichte tenor atletisch en scherp blijft

    Ongemakkelijke seksliedjes

    Muziek | ‘Een optreden in de pauze van de Super Bowl, de Olympus van de Amerikaanse popmuziek; als dat geen comeback is…’ Zo omschrijft Aida Baghernejad de lancering van Coming Home, het nieuwe album van rapper annex R&B-ster Usher (45) in Musikexpress. ‘En jawel, hij schrijft nog steeds ongemakkelijke seksliedjes en wil weer dolgraag knuffelen in bed. Tegelijkertijd bewijst hij met deze verbazingwekkend smaakvolle productie dat hij met zijn ongelooflijke vocale vaardigheden nog altijd relevant is.’

    ‘Puur showmanschap in plaats van creatief vernuft en esthetische visie. De twintig tracks vormen een beetje een opgeblazen puinhoop’

    Paul Attard van Slant Magazine is minder enthousiast: ‘Puur showmanschap in plaats van creatief vernuft en esthetische visie. De twintig tracks vormen een beetje een opgeblazen puinhoop.’ Voor The New York Times typeert Jon Pareles Ushers muziek als ‘langzaam wiegende soul en gesynthetiseerde pop in een eenentwintigste-eeuws jasje. Bovendien is hij er heel bedreven in om artiesten als Beyoncé, Alicia Keys en Burna Boy naar zijn studio te lokken.’ 

    De criticus van de Franse muzieksite Zimbalam weet zeker dat Usher ‘nooit een druppel melk heeft gedronken. Anders was zijn lichte tenor dertig jaar na zijn debuut nooit zo atletisch en scherp gebleven.’  

    Coming Home, het negende album van Usher Raymond IV, verscheen half februari. Concert op 22 april 2025: Ziggo Dome, Amsterdam.

    Door Diederik Samwel

    usher
  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Haar perspectief

    OPERA | Eurydice – Die Liebenden, blind, naar het verhaal van Orpheus en Eurydice, wordt dit keer verteld vanuit háár perspectief. Een reden om ernaar uit te kijken is de terugkeer als regisseur van Pierre Audi naar het operahuis. 

    Nationale Opera & Ballet, Amsterdam, 5 t/m 17/3.

    Paal boven

    Caesura

    EXPOSITIE | In de nieuwe galerie Fanny Freitag exposeert naast Aldo van den Broek en Johnny Mae Hauser, de Mexicaans-Nederlandse kunstenaar Azul Ehrenberg. In haar interdisciplinaire werk gebruikt ze zelfgemaakt papier, visuele poëzie en bewegend beeld.

    Fanny Freitag, Amsterdam, t/m 16 maart.

    paal midden

    Surrealistisch fotoalbum

    FOTOGRAFIE | De Oekraiënse fotograaf en kunstenaar Boris Mikhailov (1938) werd fotograaf, terwijl hij was opgeleid tot ingenieur. Deze tentoonstelling omvat zo’n achthonderd foto’s, die elk op eigen wijze commentaar geven op de tijd waarin ze gemaakt zijn. Wat Mikhailov aan zijn beelden toevoegde, de zogenaamde ‘extra laag’, werd later zijn signatuur. Die zit hem in scherpe contrasten en wat hij zelf ‘lelijke’ foto’s noemde, waarmee hij zijn particuliere kleine verzet pleegde tegen het perfectionisme van de Sovjet-propaganda.

    Destijds werkte Mikhailov vooral in opdracht, hij zette jonggehuwden, baby’s en matrozen op de gevoelige plaat en bewerkte de beelden daarna voor zichzelf. Hij bewerkte ze met kitscherige kleuren en bespotte met z’n eigen beeldtaal de manier waarop alledaagse gebeurtenissen werden verheerlijkt door de staat. ‘Zonnestraaltjes’, noemde hij de foto’s die een surrealistisch familiealbum vormden, waaraan hij zo’n vijftien jaar heeft gewerkt. 

    In latere series documenteert hij genadeloos de gevolgen van de westerse invloeden die voorspoed zouden moeten brengen voor iedereen

    Mikhailov anticipeerde in de jaren tachtig voorzichtig op de naderende val van de Sovjet-Unie. Ook dan ondermijnt hij de betekenis van de beelden door opzichtige kleuren te gebruiken om uiting te geven aan zijn frustratie en desillusie over de Sovjet-idealen. 

    In latere series documenteert hij genadeloos de gevolgen van de westerse invloeden die voorspoed zouden moeten brengen voor iedereen. Maar in Oekraïne ontstond een nieuwe elite van miljonairs, terwijl een aanzienlijk deel van de bevolking in armoede raakte en het aantal daklozen dramatisch toenam.  

    Boris Mikhailov, Oekraïens dagboek, Fotomuseum Den Haag, 30 maart t/m 18 augustus.

    opening 2

    Lakecia Benjamin

    MUZIEK | De bejubelde en veerkrachtige Amerikaanse saxofonist Lakecia Benjamin speelde met Stevie Wonder, Alicia Keys en Gregory Porter. Op het North Sea Jazz verrees ze als een feniks uit de as na een auto-ongeluk waarbij ze haar kaak brak.

    Vredenburg, Utrecht, 31 maart.

    paal onder

    Multitalent

    SCHILDERKUNST | Mikalojus Konstantinas Čiurlionis (1875-1911) was de belangrijkste componist én beeldend kunstenaar van Litouwen. Maar dat weten alleen de ingewijden, die waarschijnlijk ook nog op de hoogte zijn van de verdienstelijke literatuur die dit multitalent voortbracht. Kunsthistorici noemen zijn naam in één adem met die van tijdgenoten als Gustav Klimt, Edvard Munch en Wassily Kandinsky.

    Dit is de eerste keer dat zijn werk in Nederland te zien is

    Dit is de eerste keer dat zijn werk in Nederland te zien is. De man die zou uitgroeien tot nationale held maakte de onafhankelijkheid van Litouwen, in 1918, niet meer mee. Hij leidde een intens leven, rookte veel, at weinig en dronk alleen mierzoete thee. De laatste anderhalf jaar van zijn leven bracht hij door in een sanatorium, waar hij op 35-jarige leeftijd stierf aan een longontsteking. Čiurlionis liet zo’n vierhonderd muziekstukken en driehonderd schilderijen na. 

    Mikalojus Konstantinas Ciurlionis, Beyond Heaven and Earth, Museum Belvédère, Heerenveen, t/m 9 juni 2024 (oostvleugel).

    onder 3

    ‘Hallo, dit is Yoko Ono’

    BEELDENDE KUNST | De exposerende kunstenaar neemt op. ‘Hallo! Dit is Yoko,’ zegt ze en legt dan de telefoon neer. Het is een oud bericht van een antwoordapparaat, dat voorkomt in het laatste nummer van Ono’s album Fly uit 1971, en het is het eerste wat je hoort op het grote retrospectief in Londen. Bezoekers kunnen allerlei opdrachten vervullen, zoals hun eigen schaduwen tekenen of handen schudden met vreemden. 

    De in Tokio geboren kunstenaar werd bekend vanwege haar huwelijk met John Lennon maar maakte daarvoor al furore met avant-gardistische kunst. Ono is nu negentig en als kunstenaar nog steeds actief. Studenten kunnen er kennisnemen van de kunststroming Fluxus en de vroege performance. Bovendien is er veel gelegenheid tot interactie.  

    Yoko Ono: Music of the Mind, Tate Modern, Londen t/m, 1 september.

    rechts
  • Agenda

    Agenda

    360 selecteert een aantal toonaangevende internationale concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities.

    Sol LeWitt

    TENTOONSTELLING | Van Sol LeWitt, een van de grondleggers van de conceptuele kunst, zijn nu muurtekeningen, sculpturen, werken op papier en archiefmateriaal te zien. De expositie gaat in op LeWitts Joodse achtergrond en zijn bijzondere band met Nederland. 

    Sol LeWitt, T/m 31/3, Joods Museum, Amsterdam

    Paal1

    Reboot

    KUNST | De tentoonstelling Reboot toont de baanbrekende ontwikkelingen rondom digitalisering van 1960 tot 2000, en nieuwe interpretaties door ruim twintig hedendaagse makers die zich bezighouden met de invloed van digitale technologie op kunst en samenleving. 

    Reboot, T/m 1/4, Nieuwe Instituut, Rotterdam

    Paal2

    Kunstenaar van de tegencultuur

    BEELDENDE KUNST | Het fascinerende oeuvre van de Amerikaans-Chinese kunstenaar Martin Wong is dankzij een samenwerking van Europese musea voor het eerst te zien in al zijn veelvormigheid. Vrijwel alles wat Wong tijdens zijn leven opviel of aanstaarde, inclusief zijn eigen verlangens, legde hij vast in zijn schilderijen. Zo is de titel van de expositie, Malicious Mischief, ontleend aan zijn reeks werken over het racisme en het gevangenissysteem waarmee hij in aanraking kwam via zijn geliefde, de Puerto Ricaanse dichter en acteur Miguel Piñero. Aan de enorme doeken bevolkt door bruine en zwarte mannen, zowel een aanklacht als een verwijzing naar zijn eigen erotische verlangens, is een hele zaal gewijd. 

    Vrijwel in al zijn werk klinkt de stem door van Martin Wong als belangrijke kunstenaar van de tegencultuur

    Wongs werk als nachtportier in New York leverde schitterende en onheilspellende rode luchten op. Daarin valt te zien hoe de kunstenaar met lede ogen naar de oprukkende gentrificatie keek. Vrijwel in al zijn werk klinkt de stem door van Martin Wong als belangrijke kunstenaar van de tegencultuur, vooral als het gaat over de sociale, seksuele en politieke situatie in het Amerika van de jaren zeventig tot en met negentig. Zijn werk legde destijds al de tegenstrijdigheden en onzekerheden van identiteit vast en liet zien wat het voor de kunstenaar betekende om kind van immigranten te zijn. Omringd door een cultuur in de Verenigde Staten waarmee hij bekend was, bleef Wong ook altijd een buitenstaander. Erkenning kreeg hij voor het eerst in 2016, van het Bronx Museum in New York. Martin Wong overleed in 1999 op 53-jarige leeftijd aan aids.

    Martin Wong – Malicious Mischief, Stedelijk Museum, Amsterdam, t/m 1/4

    Opening

    Memento Mori

    MUZIEK | Depeche Mode is sinds de dood van toetsenist Andrew Fletcher een duo, maar met extra muzikanten weet de band zijn Europese tour Memento Mori uit te bouwen tot een donkere, emotionele, maar daverende show. Met uiteraard wereldhits als Just Can’t Get Enough.

    Memento Mori, 8/2, Ziggo Dome, Amsterdam 

    Paal3 2

    Tinisima

    FOTOGRAFIE | Ondanks vele pogingen van vooraanstaande Mexicaanse intellectuelen heeft niemand de enigmatische Italiaanse schoonheid Tina Modotti ooit echt kunnen doorgronden. Behalve fotograaf was ze actrice, model voor de muurschilderingen van Diego Rivera en geliefde van de Amerikaanse fotograaf Edward Weston, met wie ze in 1923 naar Mexico verhuisde, in de koortsachtige renaissance die dat land destijds op cultureel gebied doormaakte. Ze werd een voorvechter van het Mexicaanse volk, dat ze in al zijn splendeur vastlegde en dat haar liefkozend Tinisima noemde. 

    In 1929 werd Modotti beschuldigd van de moord op Julio Antonio Mella, haar Cubaanse minnaar

    In 1929 werd Modotti beschuldigd van de moord op Julio Antonio Mella, haar Cubaanse minnaar. Ze vluchtte naar de Sovjet-Unie om aan de Mexicaanse pers te ontsnappen en vervolgens naar Europa, waar ze geheim agent voor de Sovjets zou zijn geworden en onder een valse naam als verpleegkundige werkte. Drie jaar na haar terugkeer in Mexico stierf ze, op slechts 45-jarige leeftijd. 

    De tentoonstelling in Foam is een eervolle hommage aan een bijzondere vrouw die zich maar kort aan de fotografie wijdde en desondanks een schitterend oeuvre heeft achtergelaten.

    Tina Modotti – Artist and Activist, Foam, Amsterdam, t/m 31/1

    Onder 2

    C.F. Hills verbeelding

    BEELDENDE KUNST | De Deens-Israëlische kunstenaar Tal R (56) koos samen met zijn Zweedse collega Mamma Andersson (61) tekeningen uit van de ‘getroebleerde’ Zweedse kunstenaar C.F. Hill (1849-1911), door wie beiden zich lieten inspireren. 

    Toen het enthousiasme over Hills landschappen niet alleen in Zweden maar tot zijn verbazing ook in Parijs uitbleef, en andere pogingen om alsnog een groot schilder te worden ook strandden, kreeg de Zweed een psychose en werd hij opgesloten in een psychiatrische kliniek in Kopenhagen, waar ook Edvard Munch terechtkwam na een zenuwinzinking. 

    Had hij maar geweten dat zijn vrije verbeelding, zijn innerlijke reizen en seksuele frustraties in ieder geval twee kunstenaars zodanig hebben beïnvloed, dat zijn werk lang na zijn dood in verschillende Europese steden te zien is.

    Tal R & Mamma Andersson, Museum More, Gorssel, t/m 25/2

    Rechts 2
  • Expo moet Aboriginalcultuur levend houden

    Expo moet Aboriginalcultuur levend houden

    In de Australische hoofdstad Canberra is een unieke expositie te zien over songlines: gezongen routekaarten die een van de pijlers vormen van de Aboriginalcultuur.

    De twee jonge Aboriginal mannen achter in de 4WD waarmee een onderzoeksgroep over het zanderige woestijnspoor reed, begonnen te neuriën. Het was een geneurie dat telkens ophield en dan weer verder ging, zoals je doet wanneer je alleen op de tekst van het lied kunt komen door het te zingen.

    De mannen wezen elkaar op kenmerken in het 
landschap en hun geneurie ging op en neer, tot een van hen opeens riep dat de auto stil moest houden.

    ‘Daar is water,’ zei hij stellig, ‘vlak over die heuvel.’

    De hoofdcurator inheemse kunst van het National Museum of Australia, Margo Neale, zat ook in de auto en zij vond het bijzonder dat hij zo zeker van zijn zaak was daar op die droge woestijnweg. Nergens was water te zien en niets wees op de aanwezigheid van water. Ze vroeg de man of hij hier eerder was geweest.

    ‘Nee,’ zei hij. ‘Ik ben hier nog nooit geweest.’

    Hoe kon hij dan weten dat er water was?

    ‘O, dat heeft mijn tante me geleerd in het lied.’

    Dat lied was een soort muzikale kaart, een van die verhalen uit de Aboriginalcultuur, waarin geschiedenis, topografie, spiritualiteit, wetenschap, overlevingskunst, navigatieaanwijzingen en familie-wetten met elkaar verweven zijn tot de zogenaamde songlines (zangpaden), die de inheemse hoeders van het verhaal door het land en door het leven leiden.

    De songlines zijn in de loop van millennia samengesteld en vormen routes van kennis die heel Australië doorkruisen. Het zijn paden door het land en door de hemel, die het landschap beschrijven en de kosmos in kaart brengen en die via gezongen allegorische verhalen de reis van elke nieuwe generatie begeleiden en de cultuur levend houden. Die dag op die woestijnweg volgden de reizigers de instructies uit het lied en reden de heuvel over. En ja: de zangers leidden hun reisgenoten naar een waterbron – die precies lag waar ze hadden voorspeld, net uit het zicht, zoals het oude lied had gezegd.



    Deze reis maakte deel uit van een breder onderzoek dat zou leiden tot Songline – Tracking the Seven Sisters, een unieke, vernieuwende tentoonstelling in het National Museum of Australia in Canberra die nog tot 28 februari te zien is. Het begon allemaal zeven jaar geleden, toen een groep oudere leden van het Anangu-volk bij het museum en de Australian National University aanklopte voor hulp bij het verzamelen en conserveren van deze oude verhaalliederen, zodat ze die ook met de rest van Australië konden delen.

    Er kwam subsidie voor uitgebreid onderzoek en zo ontstond de magische multimediale expositie, ingericht door het ‘curatorium’ waarin Neale samenwerkte met de ouderen. De bejaarde hoeders van de Seven Sisters-songlines wilden deze levend houden voor 
het moment dat de jongeren van hun gemeenschap oud genoeg waren om over hun geschiedenis en cultuur te leren, ook als de ouderen er dan zelf niet meer zouden zijn. En, zo dachten ze, de 
enige manier om te voorkomen dat de songlines 
verdwijnen is dat het hele land zich mede-eigenaar voelt van die gezongen routekaarten. Dat betekende 
dat ze de westerse en de inheemse methode van geschiedschrijving en kennisoverdracht moesten combineren.

    De westerse manier houdt in dat er onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende disciplines 
en alles wordt opgeschreven. In de traditionele inheemse cultuur komt alles samen in één levend verhaal, een droomspoor of songline. Kunst zorgt voor de fysieke afbeelding daarvan, als een kaart. 
De Songlinestentoonstelling omvat al die dimensies, en gebruikt beide communicatievormen.

    De ouderen zeiden: “Oké, we moeten dit verhaal bevriezen 
tot die jongeren verstandig worden – en dat worden ze heus wel, alleen zijn wij er dan niet meer”

    ‘Het Aboriginalarchief is een organisch, dynamisch geheel en de geschiedenis staat geschreven in het land,’ legt Margo Neale uit. ‘Elke vorm, elk silhouet, elke uitstulping, elke kleur maakt deel uit van het verhaal en al die dingen lees je. Het is een geheugensteun.’

    Het westerse systeem om kennis te archiveren is erop gericht die kennis ‘te bevriezen in de tijd’. 
‘Ze wordt altijd ondergebracht in een gebouw op 
een plek die niets te maken heeft met de verhalen die het bevat,’ zegt Neale over westerse kennis. ‘Zo is er geen relatie met de omgeving. Het inheemse kennissysteem – de songlines – is een fysiek systeem. 
Dus wat deden deze slimme, vooruitziende ouderen? 
Ze zeiden: “Oké, we moeten dit verhaal bevriezen 
tot die jongeren verstandig worden – en dat worden ze heus wel, alleen zijn wij er dan niet meer.”’

    Vijf jaar is er gewerkt aan de tentoonstelling, die niet bedoeld is om de cultuur en geschiedenis van de 
Aboriginals af te zonderen van de rest, maar die 
juist voorstelt als integraal onderdeel van alles. 
De hoeders van de songlines willen de rest van de Australiërs laten begrijpen dat dit ook hún verhaal is.

    ‘De kwaliteit en het karakter van een tentoonstelling worden bepaald door de kwaliteit en het karakter van de reis die eraan voorafgaat,’ zegt Neale.

    Voor de fysieke reis legden Neale en anderen, samen met de Anagu-ouderen, zo’n 7000 kilometer af door het hele land; ze reisden delen van de songlines na, van Roebourne aan de West-Australische kust naar de zuidelijke kust van Queensland, met aftakkingen noord- en zuidwestelijk van het midden.

    Het verhaal in deze tentoonstelling overspant 
drie woestijnen in het centrale westelijke deel van het land en doorkruist het land van het Martu-, 
het Anangu-, het Pitjantjara-, het Yankunytjatjara- 
en het Ngaanyatjarra-volk. Het volgt de mythische reis van de zeven zusters en een mannelijke figuur, de ‘voortdurende achtervolger’, die hen over het land en door de hemel najaagt.

    Ten diepste seksueel

    ‘Het is een archetypische overlevering over een “vormveranderaar” die de zeven zusters achtervolgt om hen te bezitten en zichzelf daarbij voortdurend transformeert in een hele reeks vermommingen, zoals verleidelijk eten, water, een schaduwboom waaronder hij hen probeert te lokken om hen in bezit te krijgen,’ legt Neale uit. ‘Het is een en al metafoor, zoals elk groot epos van elke beschaving.’

    Sommige aspecten van die overlevering zijn ten diepste seksueel. De curatoren hebben ervoor gekozen om die seksuele lading meer als onderstroom aanwezig te laten zijn dan als openlijke 
afbeeldingen, want die zouden anders 
misschien het volledige verhaal overschaduwen en vooral ‘giechelde tieners’ aantrekken, zoals Neale het zegt.

    ‘Eet het voedsel, ga het lichaam binnen’, zo vat zij de jacht samen. Maar het 
verhaal over de jacht is meer dan dat, eigenlijk moet het gelezen worden als een schatkaart: ‘Zo ken je het verhaal, je weet waar het water is, je weet waar de schaduw is, je weet waar het voedsel is.’ Dat verhaal omvat ook een verklaring van de sterrenbeelden, met een alternatieve versie van de westerse mythe die meestal wordt gebruikt 
om Orion en zijn ‘riem’ te beschrijven.

    De songlines zijn oeroud en levend tegelijk. Op een bepaald punt in de audiotour van de tentoonstelling heeft de verteller het over de zusters die worden achtervolgd in een Toyota. 
Dat deel van hun verhaal wordt verteld alsof het vandaag gebeurt.

    Omdat de kunst op de tentoonstelling zelf een vehikel is voor een groter 
verhaal, werkte Neale met de ouderen samen om hun kennis en haar vaardigheden als curator te combineren. Om cultuur ‘cool’ 
te maken, er het performance-element in op te nemen dat van levensbelang is om de songlines over te brengen en om het gevoel op te roepen dat de hoeders van de songlines fysiek aanwezig zijn, plaatste ze levensgrote videoschermen waarop telkens een van de ouderen uitleg geeft over de tentoonstelling. Zo wordt de bezoeker uitgenodigd om zich in te 
leven in hun manier van de wereld begrijpen.

    Twee kunstwerken met songlines als onderwerp. 1: Onder: Yarrkalpa. – © National Museum of AustraliaKungkarrangkalpa (Seven Sisters Dreaming); 2. © Judith Yinyika Chambers / National Museum of Australia.
    Twee kunstwerken met songlines als onderwerp. 1: Onder: Yarrkalpa. – © National Museum of AustraliaKungkarrangkalpa (Seven Sisters Dreaming); 2. © Judith Yinyika Chambers / National Museum of Australia.

    In het hart van de tentoonstelling staat het ‘domelab’, een 360 graden-videobeleving waarin de bezoekers op een gepolsterde plank liggen en omhoogkijken langs de gebogen wanden. Er zijn twee cycli 
van elk een kwartier en ze zijn bijna meditatief.

    Zo zijn er verschillende manieren om deze tentoonstelling op je in te laten werken. Je kunt er puur naartoe gaan om de kunstwerken te zien, die deels speciaal hiervoor zijn gemaakt en deels uit bestaande collecties komen, of je kunt de kunst ervaren als onderdeel van alle andere lagen.

    ‘Wil je alleen maar rondlopen en naar mooie dingen kijken, dan kan dat,’ zegt Neale. ‘Wil je hightech ervaren en daarvan genieten, dan kan dat. Wil je dieper graven en iets leren over het belang van 
familiebanden, verbondenheid met het land, de manier waarop de Aboriginals omgingen met ecologie of de rol van performance in het doorgeven van kennis, dan kan dat. Hier gebeurt het allemaal, 
dankzij de hoeders van de songlines.’

    Heb je het gevoel dat je nooit helemaal hebt begrepen wat de songlines – ook wel droompaden genoemd – inhouden en welke rol ze spelen in de Aboriginalcultuur, dan kan deze tentoonstelling heel verhelderend zijn.

    Auteur: Karen Middleton

    The Saturday Paper 
    Australië | oplage 60.000

  • ‘Mijn volgende boek zal fictie zijn’

    ‘Mijn volgende boek zal fictie zijn’

    In het Munchmuseum in Oslo heeft bestsellerauteur Karl Ove Knausgård een expositie samengesteld over de schilder van De Schreeuw. Een interview met de schrijver over het ontstaan van de tentoonstelling, en de gevolgen ervan voor zijn eigen werk.

    Als Karl Ove Knausgård de perszaal van het Munchmuseum binnenkomt, gekleed in een donker maatpak met een opvallend strakke broek, gaan alle camera’s en blikken automatisch zijn kant op. Gemompel klinkt door de zaal.

    De Noorse media zijn in groten getale aanwezig. Er is ook buitenlandse pers, want het gebeurt niet elke dag dat twee Noorse kunstenaars van zo’n formaat zich verbroederen. De literaire vernieuwer Knausgård, wereldberoemd geworden met zijn zesdelige autobiografische roman Mijn strijd, presenteert ons vandaag zijn kijk op zijn landgenoot Edvard Munch (1863-1944). Een benard genie dat de schilderkunst de moderne tijd binnenloodste met zijn schilderij van een menselijke figuur die midden op een brug zijn angst lijkt uit te schreeuwen.

    Met de expositie Richting bos. Munch door de ogen van Knausgård wil de schrijver, die een groot liefhebber van bomen is en deze herhaaldelijk laat figureren in zijn werk, het publiek met een nieuwe blik naar het oeuvre van Munch laten kijken. Hij heeft geen enkel heilig verklaard doek in zijn selectie opgenomen, zelfs niet De Schreeuw. Volgens Knausgård wordt het hoog tijd dat de kunstgeschiedenis aan een nieuw hoofdstuk begint over de kunstenaar uit Løten.

    Welk verband wilt u benadrukken tussen deze expositie en uw werk als romanschrijver?

    ‘Onder de sterren is een van mijn lievelingsschilderijen van Munch. De expositie werkt naar dit schilderij toe, dat als laatste is tentoongesteld. In elk van de vier zalen heb ik de kleurschakeringen en de gevoelens naar voren willen brengen. We beginnen met de harmonie van De Zon en we eindigen met de sterren aan de nachtelijke hemel. De voortgang moet vanzelfsprekend lijken. Zoals een roman, die ook passages en hoofdstukken met verschillende kleurschakeringen kent.’

    Munch heeft in totaal 1789 schilderijen gemaakt, maar het zijn de doeken die in zaal 19 van het Nationaal Museum in Oslo hangen die de hele wereld kent: Puberteit, Madonna, Vampier, Jaloezie, De levensdans, Het zieke kind, et cetera. En natuurlijk De Schreeuw, waarvan ook een versie in het souterrain van het Munchmuseum hangt en die al lange tijd op T-shirts, handtassen, tapijten, kopjes en andere voorwerpen prijkt die over de hele wereld in museumwinkels worden verkocht.

    Karl Ove Knausgård denkt dat de beroemdste doeken van de schilder zo vaak zijn tentoongesteld dat niemand ze meer kan zien. ‘De Schreeuw brengt tegenwoordig niet meer dezelfde schok teweeg als aan het begin van de jaren negentig van de negentiende eeuw. Desondanks,’ zegt hij, terwijl hij de rook van zijn sigaret inhaleert, ‘is er eergisteren iets heel interessants gebeurd, toen ik door de Duitse televisie werd geïnterviewd in het souterrain van het museum. Terwijl we voor De Schreeuw stonden, dat niet achter glas zat en niet was ingelijst, beseften we weer hoe radicaal het was. De kleuren waren als nieuw. Terwijl het zo bloot aan de muur hing, bij wijze van spreken, straalde het doek zo veel kracht uit dat we begrepen hoe bijzonder het is.’

    knausgard foto ove kvavik munchmuseet

    Tijdens de rondleiding door de expositie, waarvan elke zaal zijn eigen gevoelstemperatuur heeft, maakte Knausgård in het begin een beklemde indruk. Maar het enthousiasme spatte er desondanks vanaf. Toen hij in de derde zaal kwam – de spectaculairste, die is ontworpen door architectenbureau Snøhetta, waar de doeken aan zwarte muren hangen, waar het tapijt zwart is en waar het licht opvallend gedempt lijkt – was het alsof hij een buiging maakte. Zoals Strindberg zijn rode kamer had, was dit de zwarte kamer van Knausgård. ‘Dit komt overeen met de plek waar ik als schrijver graag zou willen zijn,’ zei hij, terwijl hij op een schilderij wees van een berg waar zich een cascade van bloed vanaf stort. En hij vertelde dat het laatste boek dat Munch las, op zijn sterfdag, Boze geesten van Dostojevski was geweest.

    Voor de expositie meed Knausgård niet alleen opzettelijk de bekendste werken, hij geeft ook geen enkele informatie bij de schilderijen. ‘Ik wilde ook geen museumbrochure met de titels van de schilderijen en de plek waar ze hangen. Ik wilde dat de doeken voor zichzelf spraken,’ licht de schrijver toe.

    Het is niet zo vreemd dat het Munchmuseum hem de taak heeft toevertrouwd een nieuwe blik op de schilder te werpen. Het doel van Munch was om de scènes en motieven van zijn intieme leven zo dicht mogelijk te benaderen, zoals Knausgård zo diep mogelijk in het mens-zijn heeft willen doordringen door zijn eigen bestaan te beschrijven. In het boek dat hij aan de schilder heeft gewijd vergelijkt Knausgård Munch met Dostojevski die, in tegenstelling tot Tolstoj, op zoek was naar het existentiële en emotionele.

    ‘Als ik me begin te schamen voor wat ik schrijf, weet ik dat ik op de goede weg ben’

    Is het voorstelbaar dat uw expositie nieuwe ‘grote werken’ van Munch creëert?

    ‘Daar droom ik van,’ antwoordt hij. ‘Om een schilderij op een voetstuk te plaatsen en het steeds meer te zien stralen. Dat lukt misschien niet met een expositie, maar het is waarschijnlijk mijn grootste ambitie.’

    In zijn boek over Munch schrijft hij dat ‘de waarheid beleefd moet worden en om die reden naakt moet worden tentoongesteld en niet worden geïntegreerd in overgeërfde afbeeldingen’. Wat is dan Knausgårds waarheid over Munch? ‘Onze kijk op een kunstenaar is nogal universeel, denk ik. Ik geloof dat die na verloop van tijd op hetzelfde moment bij alle mensen postvat. Wij zoeken allemaal hetzelfde in de werkelijkheid. Deze expositie loopt goed omdat we in Munch datgene hebben gezocht en gezien wat de mensen zoeken. Er is een soort collectieve blik.’

    Hij laat een korte stilte vallen, neemt een grote slok koffie en komt terug op zijn boeken. ‘Mijn ervaring is juist dat wat ik schrijf alleen maar over mij gaat. Veel mensen denken hetzelfde, en voor mij is kunst een plek die verzamelt. Simone de Beauvoir is een plek die verzamelt, dus gaan we ernaartoe. Het museum is een plek waar iets analoogs gebeurt, iets collectiefs.’ Knausgård buigt zich voorover. ‘Tegelijkertijd moeten kunstenaars, om te kunnen slagen, dat collectieve aan hun laars lappen! Munch is zowel specifiek als heel universeel. Een eigenschap van mensen is dat ze een bepaalde veranderende esthetiek kunnen begrijpen.’

    In uw boek vraagt u zich af of we niet nog altijd in de tijd van Munch leven, dat wil zeggen in een tijd van radicaal individualisme, waarin gevoelens op de eerste plaats komen. Is dat het geval?

    ‘Ik denk het wel. We worden voortdurend rechtstreeks geïnformeerd over al het leed op de wereld. Er is geen afstand meer. Dat was in de tijd van Munch anders. Er bestond een grote afstand tot de onmetelijke wereld, en daarom kwam zijn kunst zo heftig over.’

    In de vier boeken over de jaargetijden die Knausgård voor zijn dochtertje heeft geschreven komen tal van bomen voor. In Zomer _[dat onlangs verscheen in het Nederlands] leren we veel over de kastanjeboom, die Munch ook graag schilderde. Dat de expositie _Richting bos heet, heeft te maken met de rol die het bos in het leven van mensen speelt. ‘Het bos staat voor alles wat wild en ongecontroleerd is, wat zich aan de beschaving onttrekt, maar tegelijkertijd denk ik dat we deze wilde en onbeschaafde aspecten ook bij mensen aantreffen,’ legt de schrijver uit. ‘Het bos herbergt ook het avontuur en het onderbewuste. Munch schildert bomen als individuen: ze hebben een menselijke houding. Dat aspect was me nooit eerder bij Munch opgevallen, maar ineens sprong het me in het oog. En daarna zie je op het fysieke doek de fysieke kleur van het hout, die er met verfstrepen in is gegraveerd.’


    Appelboom bij de studio 1920-1928; Naar het bos I, 1897; Jaloezie, 1929/30; De Zon, 1910; Naakte man voorover leunend in het bos, 1919. – © Edvard Munch
    Appelboom bij de studio 1920-1928; Naar het bos I, 1897; Jaloezie, 1929/30; De Zon, 1910; Naakte man voorover leunend in het bos, 1919. – © Edvard Munch

    Knausgård is beroemd om zijn wens zichzelf met zijn eigen schaamte te confronteren, maar ook is hij een schrijver die zichzelf met het lichaam en het fysieke confronteert. Hij heeft heel beeldend geschreven over wat er gebeurt als men zijn behoefte doet, maar ook over de afmetingen van zijn geslachtsorgaan. Om zichzelf te rechtvaardigen citeert hij de Poolse schrijver Witold Gombrowicz (1904-1969): ‘In zijn Dagboek spreekt hij over de grote kunst waar we allemaal naar streven, terwijl we een laag-bij-de-gronds leven leiden. In mijn boeken over de jaargetijden benadruk ik alle paralellen die we kunnen trekken: tanden zijn als stenen, wij zijn de wereld, we zijn bijna zoals een boom. Ik laat de psychologie buiten beschouwing en richt me alleen maar op het fysiologische en fysieke.’

    Op een tafeltje waaraan een Japans echtpaar koffie drinkt en taart eet, strijkt een mus neer. ‘Dat is bijna een bestaansvoorwaarde voor me geworden, die lijfelijke nabijheid van een wereld die in feite ontbloot is van cultuur. Die zou ik graag willen kunnen beschrijven. Ik probeer over banale, alledaagse dingetjes te schrijven omdat ze belangrijk zijn: ze maken deel uit van het verhalencorpus dat de wereld in staat stelt vooruit te komen. Als ik me begin te schamen voor wat ik schrijf, weet ik dat ik op de goede weg ben.’

    In vormen denken

    Een groep jonge museumbezoekers heeft kennelijk in de gaten met wie ik in gesprek ben. Knausgård speelt met zijn zonnebril maar zet hem niet op. We komen in de buurt van de vraag die al de hele dag op mijn lippen brandt.

    Zal dit boek over Munch literaire gevolgen hebben?

    ‘Absoluut. Ik heb van heel dichtbij gezien wat hij deed, wat zijn techniek was, wat hij onderzocht. Ik ben gefascineerd door zijn vermogen om zoiets krachtigs te creëren op zo’n klein oppervlak als een doek. Ik heb een steeds grotere behoefte aan structuur. Mijn werk gaat radicaal veranderen… ik moet in vormen gaan denken.’

    U gaat de autofictie dus verlaten, zoals ook in Zomer, waarin u plotseling het liefdesverhaal van een Noorse vrouw en een Duitse soldaat vertelt?

    ‘Ja, ik denk dat mijn volgende boek fictie zal zijn. Het klinkt misschien een beetje stom, maar dat zal andere deuren voor me openen. Zolang ik zo autobiografisch schreef, waren er altijd grenzen aan wat ik kon schrijven, vanwege anderen. Maar nu moet ik fictie gebruiken om te bereiken wat ik eerst niet kon bereiken. In mijn autobiografie ging het er voor een groot deel om een vorm van waarheid te bereiken die reflectie zou bevorderen. Nu wil ik verder gaan. Wat ik wil schrijven moet niet óver iets gaan, maar het iets zélf zijn.’

    Heeft u dus, zoals Munch op een gegeven moment klaar was met het symbolisme, de grenzen van de autobiografische bezieling bereikt?

    ‘Ik ben niet klaar met de autobiografie op zich, maar alleen waar het mezelf betreft. Munch was betrekkelijk jong toen hij de werken schilderde waardoor hij nu beroemd is. Daarna heeft hij mensen veertig jaar lang alleen maar over die werken horen spreken, maar hij heeft er nooit op teruggegrepen. Hij heeft andere wegen verkend.’

    Auteur: Jes Stein Pedersen
    Vertaler: Peter Bergsma

    Politiken
    Denemarken | dagblad | oplage 108.000

    Een van de grootste kranten van Denemarken, met zijn sociaal-liberale karakter vooral gelezen door de hogere middenklasse in Kopenhagen. Schenkt aandacht aan het gehele culturele spectrum: van hiphop tot architectuur tot nieuwe media. Zijn neiging tot provocatie levert de krant zowel hartstochtelijke liefhebbers als vurige tegenstanders op.