Facebook heeft een aantal maatregelen aangekondigd om nepnieuws te bestrijden. Maar de Russische site Vzglyad, die dicht bij het Kremlin staat, ziet meer na- dan voordelen.
Volgens een persbericht van Facebook zal informatie die door een bepaald aantal gebruikers als onjuist wordt bestempeld, ter verificatie aan onafhankelijke instellingen worden doorgestuurd. Voor deze taak worden genoemd televisiezender ABC News, persbureau Associated Press en verder de websites FactCheck.org, PolitiFact en Snopes. En die lijst wordt naar alle waarschijnlijkheid langer. Toch zal er geen censuur plaatsvinden en zullen posts niet worden verwijderd: nepnieuws zal het label ‘twijfelachtig’ krijgen en een lagere plek in de feeds krijgen. Gebruikers kunnen dan nog wel gewoon op deze links klikken voor meer informatie en als zij ze willen delen dan kan dat, al komt er wel een waarschuwing bij te staan.
Er heeft altijd misinformatie op Facebook gestaan, net zoals er altijd nepnieuws verschenen is in de traditionele pers. De hysterie rondom het nepnieuws begon na de nederlaag van Hillary Clinton bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De Democraten lijken vrijwel iedereen voor hun nederlaag verantwoordelijk te willen stellen, behalve uiteraard de kandidate zelf en haar team. De meest gehoorde versie is die van de Russische hackers, maar men gaat zelfs zover Vladimir Poetin ervan te betichten deze ‘speciale operatie’ hoogstpersoonlijk te hebben geleid.
Al met al is het enige positieve aspect aan de plannen dat Facebook dit type informatie dus niet wegfiltert
Toen Oekraïense Facebookgebruikers schreven dat Vladimir Poetin zich als politieman verkleed had en persoonlijk het neerslaan van de Maidan-manifestaties had geleid, grinnikten de Russen dat alleen hun buren zoiets idioot konden bedenken. De Amerikaanse media doen er echter niet voor onder. Ook Amerikaanse journalisten moeten, wanneer ze schrijven over door Poetin aangevoerde hackerlegers, het waarheidsgehalte van de informatie waarop ze zich baseren, verifiëren.
Al met al is het enige positieve aspect aan de plannen dat Facebook dit type informatie dus niet wegfiltert. Russische internetgebruikers weten maar al te goed hoe accounts onder schimmige voorwendsels kunnen worden verwijderd. Wie alleen maar het woord khokhol gebruikt [dat naast de letterlijke betekenis ‘kuif’ ook de achternaam is die Russen aan Oekraïners geven, verwijzend naar het traditionele kozakkenkapsel], loopt het gevaar een maand te worden verbannen vanwege belediging van het Oekraïense volk. Een citaat uit de klassieke Russische literatuur kan zelfs leiden tot definitieve afsluiting van een account.
Behalve dit ene positieve punt is er weinig reden voor opgetogenheid. Dit type informatieanalyse kan in de toekomst immers ook gebruikt worden tegen politieke tegenstanders. Het valt te verwachten dat gebruikers informatie als foutief zullen bestempelen als ze het niet met de inhoud ervan eens zijn. Na de venijnige Amerikaanse verkiezingscampagne is het moeilijk voorstelbaar dat ABC News, Associated Press en consorten zich onpartijdig op zullen stellen. Wie er precies de taak krijgt om voor het Russische gedeelte van Facebook de inhoud te checken, blijft de vraag. Als de officiële media het op zich nemen, zal er geroepen worden dat het Kremlin via deze weg propaganda bedrijft. Doen daarentegen de oppositiemedia het, dan zal elk stukje positief nieuws over Rusland meteen als misinformatie aangemerkt worden.
Geheel natuurlijk
De traditionele media zijn juist ooit in het leven geroepen om nepnieuws te beperken. Redacteuren worden duur betaald om hun bronnen te controleren, onafhankelijke bevestiging te zoeken van beweringen en zorgvuldig te overwegen of een nieuwsfeit publicatie verdient. Nieuwsorganen die in de race om de muisklikken te veel rommel publiceren, verliezen onherroepelijk het vertrouwen van hun lezers. Maar voor mensen die internetnieuwtjes blindelings geloven, zonder zich af te vragen wat de bron ervan is, heeft geen enkele filter zin, zelfs al hielden alle journalisten van de wereld zich alleen maar bezig met het checken van Facebookberichten. Want wie geloof hecht aan het eerste het beste bericht op een willekeurige website, gelooft ook een anonieme sms, een graffiti-uiting of ongesigneerd pamflet.
De beschuldigingen van Clinton-aanhangers dat Trump dankzij misinformatie op Facebook gewonnen zou hebben zijn ongefundeerd, net als die gericht tegen Poetin, hackers, marsmannetjes of het aardmagnetisch veld. Het enige wat Facebook wel zou kunnen doen om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan, is bij elk gedeeld item een waarschuwing te zetten: ‘Kent u deze website (en gebruiker) al lang? Weet u zeker dat de hier verspreide informatie betrouwbaar is?’ Al zal dit waarschijnlijk ook niet het gewenste effect hebben, omdat mensen nu eenmaal geloven wat ze willen geloven.
Ik wil trouwens wel benadrukken dat op Facebook en op VKontakte [het belangrijkste Russische socialemediaplatform] berichten als ‘een hondenkennel heeft dringend behoefte aan bloed van bloedgroep S’, waar 99 procent van de fakeoproepen uit bestaat, niet meer massaal gedeeld worden. Dat ging geheel natuurlijk, zonder ingrijpen van journalisten of beheerders. Gebruikers begrijpen gewoon dat ze een domme, zielige indruk maken als ze zoiets gedachteloos herposten. En dat is ook wat er met valse berichtgeving zal gebeuren, al zullen de liefhebbers van massamanipulatie zonder twijfel wel weer met nieuwe trucs komen.
Auteur: Anton Krilov
Vertaler: Valentijn van Dijk
Vzglyad
Rusland | vzglyad.ru
De site onderscheidt zich door razendsnelle reactie op de actualiteit. Zonder twijfel de sleutel tot hun succes. Nieuws en analyses door talentvolle schrijvers.
CONTEXT: Het mea culpa van Zuckerberg
Mark Zuckerberg kondigde op 11 januari het Facebook Journalism Project aan ‘om de waarde van de journalistiek te onderstrepen, terwijl Facebook een antwoord zal moeten geven op de kritiek voor zijn rol in de verspreiding van valse berichten [tijdens de campagne voor het Amerikaanse presidentschap]’, schrijft Financial Times. De onderneming van Zuckerberg wordt ervan beschuldigd dat het onzinnige berichten heeft laten rondgaan over kandidaten voor het Witte Huis, die een deel van de kiezers kunnen hebben beïnvloed.
Zuckerberg erkende eind december al dat zijn netwerk een rol speelt in de wijze waarop berichten worden verspreid. Met zijn Facebook Journalism Project wil hij nauwer gaan samenwerken met redactionele partners als Bild, BuzzFeed, El País en The Washington Post en de gebruikers van Facebook ‘gevoeliger maken voor de analyse van het nieuws’. Bovendien wil hij journalisten instrumenten aanbieden, zoals instant articles, die rechtstreeks op de site kunnen worden gepubliceerd. Ook wil hij gaan samenwerken met groepen en bedrijven die van fact checking hun dagelijks werk maken.
Dat laatste zal als eerste worden getest in Duitsland, waar Facebook gaat samenwerken met het onderzoekscentrum Correctiv in Berlijn. Deze instelling zal volgens de Süddeutsche Zeitung tot taak krijgen ‘inhoud van berichten die door gebruikers van Facebook worden gesignaleerd, op waarheid te controleren en zo nodig te voorzien van het stempel “twijfelachtig”’.
De mogelijkheid dat de Duitse verkiezingen dit jaar ook door ‘fake news’ zullen worden beïnvloed, houdt Berlijn sterk bezig.

