Tag: familie

  • In deze Oekraïense kelder ontstond een mogelijke oplossing voor de oorlog

    In deze Oekraïense kelder ontstond een mogelijke oplossing voor de oorlog

    Een Oekraïense familie bracht tijdens de invasie drie weken door met vijf Russische soldaten. Ze aten samen, ze wandelden en ze praatten. De kelder in Loekasjivka werd een soort microkosmos van het oorlogspropagandafront. Algauw was niet meer duidelijk wie de slachtoffers waren.

    Toen het Russische leger een begin maakte met de beschieting van Loekasjivka, een dorp in Noord-Oekraïne, vluchtten tientallen bewoners naar de kelder van de familie Horbonos. Kinderen, zwangere vrouwen, bedlegerige gepensioneerden en de familieleden zelf scholen er onder de perzikenboomgaard en de groentebedden van de familie en wachtten af. Tien dagen lang hoorden ze meermalen per uur granaten boven hun hoofd fluiten en inslaan. Door de aanvallen ontstonden diepe kraters in het land, werd de auto van de familie in de as gelegd en werd het dak van hun huis verwoest. Op 9 maart was uiteindelijk te horen hoe zwaar wapentuig en tanks het dorp binnenrolden: het Russische leger had Loekasjivka ingenomen.

    Soldaten sommeerden de verschrikte dorpelingen tevoorschijn te komen en gooiden vervolgens een granaat in de kelder, voor het geval daar nog Oekraïense soldaten verborgen zaten. De familie Horbonos – Irina van vijfenvijftig, Sergej van negenenvijftig en hun vijfentwintig jaar oude zoon Nikita – brachten de nacht erna door in de kelder van een buurman, maar het was daar zo nat en koud dat ze besloten naar die van henzelf terug te gaan. Toen ze daar aankwamen, ontdekten ze dat er inmiddels vijf Russische soldaten bivakkeerden. 

    ‘En waar moeten wij dan heen? Dit is ons huis’

    ‘En waar moeten wij dan heen?’ vroeg Irina. ‘Dit is ons huis.’ De soldaten vertelden de familie dat ze terug konden komen – ze konden daar met z’n allen wonen. En dus trok het drietal weer in.

    Ze zouden zo’n drie weken met die vijf Russische soldaten doorbrengen en samen eten, wandelen en praten. De Russen legden onzinnige verklaringen af over hun vermeende missie en stelden verbijsterend onnozele vragen over Oekraïne, maar ze gaven ook inzicht in hun motivatie en moreel. Vader, moeder en zoon ontzenuwden hun beweringen, gaven luid uiting aan hun woede, maar hieven ook het glas met hen en gebruikten dat blijk van vertrouwen om het geloof van de soldaten in Vladimir Poetins oorlog af te zwakken.

    Gedurende die weken, vertelde de familie mij en mijn collega Andri Basjtovy, veranderde de kelder in Loekasjivka in een soort microkosmos van het oorlogspropagandafront. Aan de ene kant had je de Russen die niets anders deden dan de onjuistheden herhalen die hun over hun invasie op de mouw waren gespeld; aan de andere kant was daar de Oekraïense familie die zich afvroeg hoe het bestond dat hun huis was kapotgeschoten door agressors die handelden vanuit een waanidee. 

    Maar toen ik de familie Horbonos en in dezelfde week hun nationale leider, president Volodymyr Zelensky, had gesproken, drong in volle hevigheid tot me door dat de ervaringen van de familie ook interessant waren in verband met een vraag die al die politici, functionarissen, journalisten en activisten in Oekraïne en daarbuiten, die wanhopig proberen deze oorlog tot een einde te brengen, bezighoudt: hoe krijg je Russen die een oneindige reeks leugens door de strot is geduwd zover dat ze hun steun voor Poetins invasie in Oekraïne laten vallen?

    Elkaar leren kennen

    In het begin waren de familie Horbonos te bang om hun mond open te doen tegen hun Russische huisgenoten. De soldaten van hun kant hielden hun geweren de hele tijd stevig vast. Ze verlieten de kelder enkel als ze in actie moesten komen, net als hun gastheren bang voor het spervuur boven hun hoofd terwijl het Oekraïense en Russische leger strijd leverden om de regio rond de nabijgelegen stad Tsjernihiv. 

    De groepen leerden elkaar beter kennen door het gesprek te beperken tot onderwerpen die als neutraal werden ervaren

    Maar na enkele dagen leerden de twee groepen elkaar beter kennen door aanvankelijk het gesprek te beperken tot onderwerpen die als neutraal werden ervaren, zoals eten en populaire Oekraïense recepten. De familie Horbonos kwam erachter dat de vijf soldaten militaire technici waren. Een van hen, met 31 jaar de jongste, was kapitein. Drie anderen waren in de veertig. Twee van hen hadden in Syrië gediend; het gezicht van de ene was verbrand toen een voertuig waarin hij zat een mijn onklaar maakte op de weg naar Loekasjivka en hij vloekte wanneer hij zijn gezicht met zalf insmeerde. Ze kwamen alle vier uit Siberië. De vijfde was eveneens een veertiger, een Tataar, een etnische groepering met haar eigen grote republiek in Centraal-Rusland. De anderen vonden het irritant dat hij almaar Tataarse liedjes zong en plaagden hem met zijn klaarblijkelijke lafheid, want hij leek altijd als eerste de kelder in te rennen als het spervuur begon. 

    Aanvankelijk kraamde de kapitein fervent Kremlin-propaganda uit: hij en zijn landgenoten waren in Oekraïne om de familie Horbonos te redden, zei hij; de soldaten vochten niet tegen de Oekraïners maar tegen de Amerikanen; dit was geen oorlog maar een ‘speciale militaire operatie’. Was die eenmaal voorbij, dan konden ze allemaal met elkaar in vrede leven onder Poetins bewind, zei hij.

    Lik op stuk

    Irina gaf hem lik op stuk. Zij hoefde niet gered te worden, zei ze. Er waren geen Amerikaanse soldaten of bases in Loekasjivka of waar ook in Oekraïne. Ze wilde niet onder Poetin leven. Toen de kapitein zei dat hij had gehoord dat Oekraïners geen Russisch mochten spreken, vertelde zij hem dat ze iedere taal die ze wilden mochten spreken. (Ik spreek Russisch met de familie Horbonos.)

    Gaandeweg begon hij wat in te binden, niet alleen vanwege Irina’s protesten maar ook door de grimmige realiteit van de oorlog. In de begindagen van het conflict was hij goedgehumeurd en verkeerde in de veronderstelling dat de overwinning nooit lang kon uitblijven. Hij stormde soms de kelder binnen met kreten als ‘Kyiv is omsingeld! Tsjernihiv staat op vallen!’ Maar naarmate de weken verstreken en Kyiv noch Tsjernihiv viel, werd hij somberder. Sergej vertelde me dat hij de kapitein op een gegeven moment Kyiv op de kaart had moeten aanwijzen en dat de Rus verbaasd was geweest toen hij zag dat de stad niet in de buurt lag, zoals hij had aangenomen, maar zeker 150 kilometer verderop. 

    Langzaam maar zeker ontstond er een soort vertrouwensband

    De andere soldaten waren minder fanatiek dan hun kapitein. Twee van hen namen hun toevlucht tot cynisme en waren net zo min bereid verslagen of berichten te vertrouwen van de kant van de Russen als van de Oekraïners. De man met het verbrande gezicht was net zo fel anti-Poetin als de kapitein pro. Hij vervloekte de president openlijk en noemde hem een pias. Hij had nog nooit op zijn partij gestemd. 

    Langzaam maar zeker ontstond er een soort vertrouwensband. Op een avond zwalkte er een dronken Russische sergeant-majoor in een leren jack met een Sovjet-insigne door Loekasjivka die dreigde lokale bewoners te vermoorden als wraak voor de soldaten die hij had verloren. Hij was te dronken om zijn dreigement gestand te doen, maar het incident stond niet op zichzelf: de jongere soldaten dronken veel en riepen als ze aangeschoten waren naar de Oekraïners dat ze stuk voor stuk moesten worden ‘gestraft’. Vader, moeder en zoon waagden zich zelden buiten hun boomgaard. Ze voelden zich veiliger in de kelder, bij hun vijf soldaten.

    Als de Russen de kelder verlieten om iets te drinken of te roken, vroegen ze Sergej mee. De groep lengde pure alcohol aan met een beetje water en Sergej rolde tabak in krantenpapier. Hun gesprekken kregen een meer bespiegelend karakter. ‘Wat doen jullie hier eigenlijk?’ vroeg Sergej bijvoorbeeld. ‘Waar slaat deze oorlog op?’ Het moedeloze antwoord van de Russen was dat ze geen gevecht hadden verwacht, maar een viering. Ze waren, zei een van hen, gekomen ‘voor een overwinningsmars in Kyiv’.

    Lage moreel

    Het lage moreel van de soldaten en hun cynisme en wantrouwen zijn niet echt verrassend. Poetins beruchte propagandamachine draaide altijd minder om het wekken van enthousiasme dan om het zaaien van twijfel en onzekerheid door zo veel versies van ‘de waarheid’ te verspreiden dat het volk de weg kwijt raakt en zich tot een autoritaire leider wendt om hen door de duisternis te leiden. In een binnenlandse politieke context kan zo’n tactiek goed uitpakken: het volk blijft passief, onzeker over wat er nu echt gebeurt. Maar deze aanpak voldoet duidelijk niet wanneer een land moet worden opgezweept tot de laaiende geestdrift die nodig is voor een oorlog.

    Ik woonde en werkte als tv-producent en documentairemaker in Rusland gedurende Poetins eerste twee termijnen als president, van 2000 tot 2008. Zoals een van Poetins spindoctors me toen vertelde, heeft het Kremlin altijd moeite gehad met het motiveren van de bevolking. Altijd als het nodig was om een proregeringsdemonstratie te organiseren, werden functionarissen gedwongen om ambtenaren tegen extra betaling te charteren. Opvallend is dat ondanks de buitensporige censuur duizenden mensen zijn vastgezet vanwege protesten tegen de oorlog. Ondanks alle binnenlandse steun die het Kremlin voor de invasie zegt te hebben, zijn massale demonstraties ten gunste van de regeringsmaatregelen in de straten van de Russische steden achterwege gebleven. 

    Hoe langer de oorlog zich voortsleept, des te meer de bevolking zich zal afvragen of het Kremlin wel weet waar het mee bezig is

    Zelfs voor al die Russen die geloven in de complottheorieën – dat hun land wordt bedreigd door de VS, dat Rusland een wereldrijk verdient – blijft het de vraag of het Kremlin competent genoeg is om zijn ambities na te streven. Hoe langer de oorlog zich voortsleept, des te meer de bevolking zich zal afvragen of het Kremlin wel weet waar het mee bezig is. Mannen zoals de officier die bij de familie Horbonos woonde zullen op een gegeven moment gaan twijfelen aan wat het land nog kan wanneer het met de werkelijkheid wordt geconfronteerd.

    Er zijn ook tekenen die erop wijzen dat de Russen niet helemaal overtuigd zijn door het verhaal dat het Kremlin de wereld in stuurt. Een paar van de populairste recente zoekopdrachten op het Russische internet betroffen de vraag naar het verblijf van de minister van Defensie, Sergej Sjojgoe, die op mysterieuze wijze een poosje verdween nadat hij verantwoordelijk was gesteld voor tegenslagen aan het front. Andere populaire zoekopdrachten betroffen de gruwelijkheden die werden toegeschreven aan het Russische leger toen het zich terugtrok uit Boetsja, een voorstad van Kyiv. Onderzoekers aan het Publiek Sociologisch Laboratorium, een onafhankelijke instelling, hielden 134 diepte-interviews met Russen en kwamen tot de bevinding dat zelfs degenen die op zich geloof hechtten aan het idee dat hun land omringd was door vijanden en dat de oorlog in Oekraïne de schuld was van de NAVO, twijfels hadden over de bewijzen waar Moskou mee kwam. Een van de onderzoekers die de studie leidden, Natalja Savaljeva, concludeerde: ‘Bij velen schommelt hun houding tussen steun en verzet. Ze begrijpen de redenen voor de invasie niet en praten anderen na. Ze geven blijk van verwarring als het gaat over een “informatieoorlog” die wordt gevoerd door alle betrokken partijen en “propaganda” die van beide kanten komt.’ 

    Onnodige schade

    Enquêtes in een dictatuur zijn op hun best een hachelijke zaak. Hoe eerlijk verwacht je dat mensen zijn als zelfs het gebruik van het woord ‘oorlog’ een gevangenisstraf van vijftien jaar kan betekenen? Toch lijkt het erop dat het moreel niet alleen laag is onder soldaten, zoals de vijf die verbleven bij de familie Horbonos, maar ook onder gewone Russen. Vlak na het begin van de invasie toonde onderzoek dat circuleerde onder een kleine groep academici en waar ik de hand op legde dat weliswaar bijna de helft van de deelnemers aan een landelijk representatieve enquête Poetins ‘speciale operatie’ steunde, maar dat de emoties die daarmee gepaard gingen oppervlakkig waren: hoop en trots. Daarentegen gaf de 20 procent die tegen de oorlog was uiting aan veel intensere gevoelens, zoals schaamte, schuld, woede en ook verontwaardiging. Ongeveer een kwart zei geen duidelijke mening te hebben of steunde de oorlog met enige reserve, maar gewaagde ook van bedroefdheid. 

    De familie Horbonos merkte dat de Russische soldaten doorkregen hoeveel onnodige schade ze hadden aangericht

    Naarmate de weken verstreken merkte de familie Horbonos dat de Russische soldaten doorkregen hoeveel onnodige schade ze hadden aangericht. Het huis van de familie, dat dertig jaar daarvoor was gebouwd, was volledig verwoest; hun boekenkasten smeulden twee dagen na en eindigden in een hoopje puin. Als Irina het te kwaad had, moest ze huilen en schreeuwde ze de soldaten in het donker van de kelder toe: ‘We hadden alles wat ons hartje begeerde! Wat doen jullie hier?’ De Russen gaven geen antwoord en zaten daar maar, in het donker.

    Op een ochtend nam zij hen mee om wilde kruiden te zoeken voor de thee. Terwijl ze wandelden door het weinige dat over was van het leven van de familie Horbonos verontschuldigden de soldaten zich voor alle vernieling. Het zou zo veel beter zijn, zei er een, als ze hen op een dag konden bezoeken als gasten. Sergej was witheet. ‘Jullie zijn hier gekomen om mij te doden en mijn huis kapot te schieten,’ zei hij, ‘en dan worden we verondersteld vrienden te zijn? We kunnen alleen maar vijanden zijn.’ De Russen verontschuldigden zich opnieuw en algauw zei de een na de ander dat de oorlog zinloos was. Ze begonnen het zelfs een ‘oorlog’ te noemen.

    De soldaten werden niet gedreven door nationale trots of expansiedrift, maar door geld

    De familie Horbonos kreeg ook een ongewoon inkijkje in de motieven van de Russen. Toen ik Sergej vroeg wat hen volgens hem dreef, was hij ondubbelzinnig. De soldaten, zei hij, werden niet gedreven door nationale trots of expansiedrift, maar door geld. De soldaten vertelden stuk voor stuk dat ze schulden hadden – hypotheken, leningen, doktersrekeningen – en hun soldij nodig hadden. En zelfs dat was niet toereikend. Het was hun taak als technici om tanks te repareren, maar met hun deskundigheid konden ze die dingen ook uit elkaar halen. Als het schieten even stillag zochten ze naar beschadigde of vernielde Russische voertuigen en smolten ze platen met gouden bedrading om. Eén zo’n stuk metaal zou thuis 15.000 roebel of ongeveer 200 dollar opleveren.

    Andere soldaten waren minder creatief. Op de dag dat het Russische leger het dorp verliet, graaiden velen van hen alles bij elkaar wat ze te pakken konden krijgen; hun tanks waren hoog opgetast met matrassen en koffers, hun pantservoertuigen volgeladen met lakens, speelgoed en wasmachines. (Toen de Tataarse soldaat afscheid kwam nemen, vertelde hij Sergej dat hij binnenkort het leger zou verlaten en beloofde hij de familie een deel van zijn pensioen te sturen.)

    Oppervlakkig beschouwd bejubelen Russische functionarissen Poetins nieuwe model van splendid isolation en beweren ze dat hun mensen niet geven om sancties, dat ze geen enkel ander land nodig hebben, dat Rusland zichzelf kan bedruipen. Maar het gedrag van de Russen suggereert iets anders: zie de enorme toeloop bij IKEA voordat de Zweedse meubelketen zijn winkels in het land sloot of het wijdverspreide gebruik van VPN-verbindingen en mirror sites om op Instagram en Netflix te kunnen. 

    Van westerse makelij

    Economen maken verschil tussen aangegeven voorkeuren – wat mensen zeggen te willen – en verborgen voorkeuren, wat zij op grond van hun handelingen echt blijken te willen. Russen kunnen wel beweren dat zij het Westen niet nodig hebben, maar uiteindelijk waren verreweg de meeste producten waarop die Russische soldaten bij hun plunderingen in Oekraïne gebrand waren van westerse makelij. 

    Bijna niemand denkt zo veel na over de vraag hoe je het Russische publiek kunt bespelen als Volodymyr Zelensky. Hij roept sympathie op door naar raakvlakken met zijn publiek te zoeken. Dat deed hij als acteur, als stand-upcomedian en als satiricus in sketchshows. Ik ontmoette hem samen met Jeffrey Goldberg en Anne Applebaum voor een interview voor The Atlantic. Zodra ik hem had verteld dat ik in Kyiv was geboren, praatte hij tegen me zonder één ogenblik het oogcontact te verbreken – hij had zijn raakvlak met mij gevonden. Dat is de sleutel tot zijn communicatiestrategie op alle niveaus, met mensen en met landen. Iedere keer dat hij zich tot het parlement van een ander land richt, doen hij en zijn team onderzoek naar de geschiedenis van dat land om overeenkomsten te vinden met wat Oekraïne momenteel doormaakt: voor Groot-Brittannië was dat de Blitzkrieg, voor de VS was het 9/11.

    Vanaf het allereerste begin van de invasie heeft hij geprobeerd Russen rechtstreeks aan te spreken door te zeggen dat hij weet dat er onder hen ook goede mensen zijn. Natuurlijk, vertelde hij ons in ons interview, zijn er altijd Russen geweest die dachten dat Oekraïne geen echt land was, maar velen zagen dat anders en gingen graag in Oekraïne op vakantie. Het probleem, zei hij verder, was dat deze laatste groep niet meer door zijn berichten werd bereikt. Afgezien van bij een kleine kring verbannen Russische democraten lijken zijn appèl en dat van andere Oekraïners niet aan te komen. Enquêtes, hoe problematisch ook, laten in Rusland een overweldigende steun voor de invasie zien, en verhalen over Oekraïners die bekenden in Rusland opbellen om hun over de oorlog te vertellen zijn ontmoedigend – de meesten lijken zelfs bewijsmateriaal dat hun eigen familie aandraagt te verwerpen. Rusland zit in een ‘informatiebunker’, zei Zelensky tegen ons, in zowel psychologisch als technologisch opzicht.

    Waar het Kremlin bijzonder goed in is, is verantwoordelijkheid afschuiven

    ‘Russen,’ aldus Zelensky, ‘huiveren om schuld te bekennen. Hoe ga je daarmee om? Ze moeten leren de waarheid te accepteren.’ Hij beschreef drie stappen die hiervoor nodig zijn: een omslag in het mediaklimaat, een politieke elite die erkent schuldig te zijn aan de agressie en tot slot gewone mensen die zelf verantwoordelijkheid nemen.

    Waar het Kremlin bijzonder goed in is, is verantwoordelijkheid afschuiven. Rusland had ‘geen keus’ en moest zijn ‘speciale operatie’ in Oekraïne wel beginnen, zei Poetin onlangs. Het is aan de cultuur, de media, het onderwijs en de rechtspraak om daar verandering in te brengen. Maar zulke processen kosten tijd. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zagen de meeste Duitsers zichzelf niet als daders maar als slachtoffers – zowel van de nazileiding als van de bombardementen door de geallieerden. Pas na de oorlogstribunalen in Neurenberg, waarbij de Holocaust in zijn volle verschrikking aan het licht kwam, en na decennialange culturele en educatieve inspanningen kwam daar verandering in. 

    De situatie in de kelder van de familie Horbonos was uniek. Het komt niet vaak voor dat Russen zo rechtstreeks met de werkelijkheid of met hun slachtoffers worden geconfronteerd. Maar de ervaring van de familie wijst ook op een mogelijke manier om het Russische volk te bereiken – en het einde van Poetins oorlog te bespoedigen.

    Motivatie

    Anders dan je zou denken is de oorlog niet per se het thema om op te focussen. Het gaat eerder om kwesties die de Russen in hun dagelijks leven raken en die hun gedrag bepalen: hypotheken, medicijnen, scholen, de toekomst van hun kinderen en hun verlangen deel uit te maken van een grotere wereld. 

    Voor de doeltreffendheid van zijn systeem is Poetin afhankelijk van miljoenen mensen, inclusief dokters, soldaten, academici en politieagenten, die allemaal gemotiveerd moeten blijven om mee te doen. Die motivatie is langzaam uit het systeem aan het sijpelen. Of Poetin voldoende repressieve middelen heeft om louter door angst te zaaien aan te blijven is niet duidelijk: de gevangenissen zitten al vol. Het meest dramatische eindspel dat zich in Rusland kan voltrekken is een machtswisseling, of zelfs een revolutie. Het volk hoeft alleen maar zijn steun in te trekken omdat het inziet dat de regering niet langer bekwaam is of in hun belang handelt. (Iets dergelijks gebeurde halverwege de jaren tachtig in de Sovjet-Unie: het systeem liep vast doordat het volk afhaakte, wat de top ertoe bracht hun koers te veranderen. Toen was het een zinloze oorlog in Afghanistan die de moedeloosheid katalyseerde. Vandaag de dag zou Oekraïne een overeenkomstige rol kunnen spelen.)

    Democratisch gezinde media en berichtgeving – vanuit onafhankelijke Russische bronnen, het Westen of Oekraïne – kunnen dit proces versnellen. Ondanks de sluiting van websites en bepaalde socialemediaplatforms zijn er wel degelijk technische middelen om het Russische volk te bereiken: radio, Telegram-kanalen, satelliet-tv, beveiligde berichtendiensten, mirror sites en VPN’s.

    Desastreus

    De Russische staatsmedia verspreiden momenteel kamerbrede politieke propaganda, wat altijd desastreus uitpakt. De Russen zullen spoedig naar ander vermaak uitzien. Dat soort behoefte biedt mogelijkheden om onconventionele bronnen te steunen. Steun aan de (nu grotendeels verbannen) onafhankelijke Russische media is van vitaal belang. Deze exponenten van de vrije meningsuiting spraken in het verleden met name een al prodemocratisch publiek aan. Zij en anderen moeten worden aangemoedigd om groepen buiten de liberale bubbel, met hun eigen prioriteiten, voor zich te winnen.

    Maar niet alleen de agenda’s en doelgroepen behoeven nadere beschouwing; het gaat ook om de manier waarop. We weten allemaal hoe het Kremlin zijn informatieoorlog met het buitenland voert, door middel van trollenfabrieken, complotten spuiende staatsmedia en smalende woordvoerders die iedereen die kritiek op hen durft te uiten kleineren en uitschelden. De pogingen van democratische regeringen om de gewone Rus te bereiken moeten hier totaal van verschillen. Denk aan onlineburgerberaden met deelname van doorsnee-Russen waar westerse beroemdheden met een grote Russische aanhang, zoals Arnold Schwarzenegger (wiens recente video-oproep aan zijn Russische fans miljoenen keren werd bekeken) een ander Rusland voorspiegelen. Denk aan praatprogramma’s waarin Russen kunnen vragen naar bijzonderheden over wat er aan het front gebeurt en antwoorden krijgen die op aantoonbare feiten zijn gebaseerd. Denk aan onlineplatforms waar dokters uiteenzetten hoe gewone mensen het hoofd kunnen bieden aan de dreigende crisis in de Russische gezondheidszorg, of aan YouTube-kanalen waar psychologen ingaan op de psychische spanningen waarmee Russen te kampen hebben.

    De familie Horbonos had ons aanknopingspunten getoond om een eind te maken aan deze oorlog

    Terug naar Loekasjivka, waar Irina Horbonos me vertelde dat ze zich soms bizar genoeg gelukkig voelde. Haar dorp waren de ergste gruwelen die zich voordeden terwijl het leger van Poetin de aftocht blies uit Kyiv en Tsjernihiv bespaard gebleven. Ja, zei ze, haar huis was in puin geschoten en alles waar Sergej en zij hun hele leven voor hadden gewerkt was weg, maar het had nog erger gekund.

    Terwijl ik terugreed naar Kyiv dacht ik na over haar verhaal en over wat Zelensky ons een paar dagen daarvoor had verteld. Irina leek te geloven dat het enige wat zij had gedaan overleven was, maar eigenlijk hadden zij en haar gezin veel meer gedaan. Zelensky, met zijn onvermoeibare streven naar empathie en verantwoordelijkheidsgevoel, en de familie Horbonos, met de lessen die ze hadden geput uit hun opmerkelijke gesprekken met hun Russische vijanden, hadden ons aanknopingspunten getoond om een eind te maken aan deze oorlog en zelfs te fantaseren over een ander Rusland.

  • Wanneer je enige broer een bloedbad aanricht. Het verhaal van Zach Cruz

    Wanneer je enige broer een bloedbad aanricht. Het verhaal van Zach Cruz

    Zijn broer heeft bekend veertien leerlingen en drie stafleden te hebben doodgeschoten op Marjory Stoneman Douglas High School in Parkland, Florida. Maar het is de enige familie die Zach Cruz nog heeft.

    Keuze uit het archief

    De Verenigde Staten werden vorige week maandag voor de zoveelste keer opgeschrikt door een school shooting. Ditmaal was de Abundant Life Christian School in Madison in de staat Wisconsin de klos. Een 15-jarig meisje opende het vuur, doodde een leraar en een leerling en verwondde zes andere mensen. Daarna pleegde ze zelfmoord.
    Dit artikel van The Washington Post uit 2019 vertelt het ontroerende verhaal van Zach Cruz. Hij is de enige broer van Nikolas Cruz, de schutter die op 14 februari 2018 een bloedbad aanrichtte op een hogeschool in Parkland. De schietpartij ging de boeken in als de dodelijkste school shooting in de geschiedenis van de VS.

    Hij houdt zijn blik omlaag gericht als hij het gerechtsgebouw in loopt, want hij weet dat mensen hem zullen aanstaren als ze hem zien. Hij maakt zijn zakken leeg bij de beveiliging en haast zich de lift in. Hij trekt aan de stropdas, die hij heeft geleend omdat hij zijn pak is vergeten. Hij heeft een bloedhekel aan pakken. Hij heeft een bloedhekel aan dit allemaal. Maar voor zijn broer komt hij telkens weer opdagen.

    De lift uit, de gang af, langs de verslaggevers en naar de deuren met politiemensen ervoor. Die doen een stap opzij en hij gaat de rechtszaal binnen.

    Daar, in een rode overall, zit zijn broer Nikolas Cruz, die heeft bekend dat hij op zijn vroegere middelbare school een bloedbad heeft aangericht.

    Veertien leerlingen en drie stafleden vonden de dood op die Valentijnsdag op Marjory Stoneman Douglas High in de stad Parkland. Zeventien anderen raakten gewond en hebben blijvende littekens overgehouden, fysiek en mentaal. Het leven van nog eens honderden mensen is totaal overhoop gegooid: ouders die opeens hun kinderen misten, leerlingen die overdag actie voerden voor beheersing van de wapenverkoop en ’s nachts kampten met paniekaanvallen, beveiligers die tijdens de schietpartij in de buurt waren en zware kritiek hebben gekregen vanwege de keuzes die ze in de chaos maakten.

    Verstoten

    Sommige van die mensen zitten hier in de rechtszaal, en naast hen in een bank schuift nu iemand wiens leven op die dag ook is ontspoord. Zachary Cruz was 17 jaar toen zijn oudere broer een van de dodelijkste schoolschutters in de Amerikaanse geschiedenis werd.

    In de maanden na de schietpartij is Zach verstoten door zijn gemeenschap, onvrijwillig opgesloten in een psychiatrische instelling, twee keer gearresteerd, uit het huis van zijn pleegmoeder geschopt, opgevangen door vreemden die hem mee hebben genomen naar Virginia, 1600 kilometer ten noorden van hier, en van medeplichtigheid beschuldigd, niet zozeer door anderen, maar door zichzelf.

    Hij rekt zijn nek om zijn broer beter te kunnen zien. Nik heeft een nieuwe bril op. Zach ziet dat zijn haar weer kort geschoren is.

    Zach blijft proberen oogcontact te maken. Maar Nik houdt zijn hoofd naar opzij gekeerd en kijkt van hem weg.

    ‘We willen graag een datum voor de rechtszaak hebben om naartoe te werken,’ zegt een aanklager tegen de rechter. Het openbaar ministerie van Florida, berucht om zijn terdoodveroordelingen, wil die ook voor de twintigjarige Nik eisen. ‘Het is nu bijna een jaar geleden dat dit incident plaatsvond.’

    Zach kijkt weer omlaag naar zijn skateboardschoenen. Hij en Nik hebben hun biologische ouders nooit gekend, en hun adoptieouders zijn dood. Zach is in zijn eentje deel gaan uitmaken van de groeiende groep mensen van wie een broer of een zoon massamoordenaar is geworden. Maar toch ligt het voor hem iets anders dan voor de familieleden van de Colombine-, Virginia Tech- en Sandy Hook-schutters: zijn broer leeft nog, voorlopig.

    En dat houdt in dat Zach heeft moeten kiezen. Als hij Nik steunde, verbond hij zichzelf voorgoed met de gruwelijke misdaad die zijn broer heeft begaan. Als hij afstand nam, liet hij de enige echte familie die hij bezat in de steek.

    ‘Ik draag het altijd met me mee. Elke dag. Het valt niet te vergeten,’ zegt Zach nu. ‘Ik zit klem tussen mijn liefde voor hem en mijn haat om wat hij heeft gedaan.

    De openbaar aanklager praat maar door. De rechter knikt mee. En Zach kijkt om de paar minuten op, in de hoop dat zijn broer merkt dat hij er nog is.

    Nikolas Cruz wordt de rechtszaal in begeleid voor een zitting over de vraag of hij onder toezicht moet blijven staan van een officier die hem naar zijn zeggen mishandeld heeft. – John McCall / South Florida Sun-Sentinel via AP / HH
    Nikolas Cruz wordt de rechtszaal in begeleid voor een zitting over de vraag of hij onder toezicht moet blijven staan van een officier die hem naar zijn zeggen mishandeld heeft. – John McCall / South Florida Sun-Sentinel via AP / HH

    Die middag van 14 februari 2018 is Zach op de plek waar hij bijna altijd te vinden is. Hij kent de kromming van elke daling en stijging in het skatepark, het geluid dat zijn board maakt als het langs het metaal schuurt, de prikkeling van een val die betekent dat hij zijn trick bijna heeft volbracht.

    Skaten is al Zachs manier om aan alles te ontsnappen sinds de dag dat zijn moeder, Lynda Cruz, op een rommelmarkt haar hand over haar hart streek en zijn eerste skateboard voor hem kocht. Hij nam het mee naar het huis met vijf slaapkamers in Parkland waar de jongens zijn grootgebracht, en spoot het goudkleurig.

    Lynda en Rogers Cruz hebben eerst Nik geadopteerd, als baby. Zeventien maanden later, als ze horen dat Niks biologische moeder weer een kind heeft gekregen, nemen ze ook Zachary in huis.

    De twee broers lijken nauwelijks op elkaar. Nik heeft een bleke huid, lichtbruine ogen en steil haar. Zach heeft een karamelkleurige huid en dikke krullen en neemt daarom aan dat zijn vader zwart was. Lynda weigert het te vertellen.

    Ze vertelt de jongens pas dat ze geadopteerd waren als ze al in de bovenbouw van de lagere school zitten, lang nadat Roger in 2004 is overleden aan een hartaanval. Zach is pas vier als hij sterft en hun gezin achterblijft zonder zijn inkomen en zijn stabiliserende aanwezigheid. Het enige dat Zach zich nog van zijn vader herinnert is hoe die hem altijd optilde, Zachs voetjes bovenop die van hemzelf zette en dan met hem de kamer rond danste.

    Kleine, liefdevolle gebaren

    Hun jongste jaren zitten vol met zulke kleine, liefdevolle gebaren. Als de jongens nog peuters zijn, fotografeert Lynda hen in bad, Nik met zijn armen om Zach heen.

    Als ze groter worden, zeuren ze altijd net zo lang tot Lynda met hen maar Liberty Park gaat, waar een groot houten klimtoestel staat en waar in het hek de namen staan gekerfd van buurtbewoners die geld voor het park hebben gedoneerd. Dan rennen de jongens daarheen om hun eigen namen op te zoeken, die naast elkaar geschreven staan.

    Ze leren verantwoordelijkheid dragen door zelf voor hun honden te zorgen, de aanhalige retriever-kruising Maisey en de energieke terriër Kobe.

    Dan komen de dagen waarop ze samen naar de bushalte lopen, urenlang Halo spelen op de Xbox, eendrachtig kreunen als Lynda die uit het stopcontact trekt, omdat ze volgens haar energie verspillen.

    Ze hebben geen idee hoe ziek ze is als zij in het najaar van 2017 naar een CVS-kliniek gaat omdat ze denkt dat ze griep heeft. De kliniek belt een ambulance en stuurt haar door naar het ziekenhuis, waar ze sterft aan longontsteking. Zach is degene die Nik moet vertellen dat ze is overleden.

    De jongens komen in huis bij een vriendin van hun moeder, Rocxanne Deschamps, die drie kwartier van hun oude huis woont, dichter bij het strand. Nik trekt al binnen een paar weken bij een vriend in. Zach blijft, en schrijft zich in bij een online school om zijn eindexamenjaar af te maken. Maar de meeste dagen trekt hij erop uit met zijn skateboard.

    Geen grap

    Dan, op die februarimiddag, verschijnt Deschamps bij het skatepark, rolt bijna de auto uit en holt naar hem toe.

    ‘Ze was totaal hysterisch,’ herinnert Zach zich. ‘Ze bleef maar zeggen: “Weet je wat er is gebeurd?”’

    Ze duwt hem haar telefoon in handen. Op het scherm staat een foto van Nik, met daarbij de kop: ‘Schietpartij op school.’

    ‘Eerst dacht ik dat het een grap was,’ zegt Zach nu. Maar er verschijnen nog tientallen artikelen waarin zijn broer als de vermoedelijke schutter wordt genoemd.

    Zachs lichaam brengt hem naar de auto, terug naar de stacaravan van Deschamps en naar het politiebureau, terwijl zijn geest wordt bestookt door herinneringen die het hele verhaal van hun jeugd vertellen: Hoe Nik, als de jongens bij de bushalte aankomen, altijd naar de overkant van de straat sluipt, omdat hij niet bij de andere kinderen wil staan, en Zach dan niet met hem mee gaat. Hoe Nik na hun Halo-games soms begint te schreeuwen, tegen deuren te rammen en met een mes in stoelkussens te steken, tot hun moeder de politie belt. Ze belt soms ook de politie voor Zach, als die zonder toestemming laat van huis wegblijft. Hoe hij soms, als hij thuiskomt, Nik met zijn geweer door het huis ziet lopen terwijl hij doet of hij onzichtbare mensen neermaait, al blèrend: ‘Pumped Up Kicks’, een liedje over een jongen die fantaseert dat hij schoolschutter wordt.

    Eén keer heeft Zach stiekem in Niks telefoon gekeken en daar berichten gevonden die zijn broer blijkbaar aan zichzelf heeft gestuurd. ‘Ik ga naar die school toe,’ heeft Nik geschreven. ‘Ik ga ze allemaal doodschieten.’ Zach heeft het aan niemand verteld.

    Op dat moment lijkt het alleen maar stom – gênant eigenlijk: gewoon Nik die probeert mensen op stang te jagen.

    Maar nu zit er een rechercheur tegenover Zach, die vraagt of hij geweten heeft wat Nik van plan was. In een transcript van hun gesprek, dat later door het openbaar ministerie wordt vrijgegeven, waarschuwt de rechercheur Zach dat de autoriteiten Niks telefoon gaan uitkammen.

    ‘Staat er niks op zijn telefoon waaruit blijkt dat jij wist dat hij dit vandaag zou gaan doen?’ vraagt de rechercheur.

    ‘Nee,’ antwoordt Zach. ‘Dat garandeer ik.’

    Bijna twee uur lang zit Zach te stotteren en te stamelen, in kringetjes te praten, te proberen dingen uit te leggen.

    ‘U moet begrijpen dat hij, nou ja, dat besef ik nu, dat hij niet echt slecht is,’ zegt Zach. ‘Ik heb gewoon – ik weet het niet. Ik voel me ellendig omdat ik het idee heb dat ik, nou ja, geen echte broer voor hem ben geweest. Ik heb het idee dat ik min of meer heb toegelaten dat mensen hem uitlachten. Dat ik mensen hem – dat ik niet voor hem op ben gekomen.’

    ‘Tja, achteraf wordt er altijd van alles duidelijk,’ zegt de rechercheur. ‘Je kunt jezelf niet de schuld geven voor zoiets als dit.’

    ‘Ik bedoel,’ zegt Zach, ‘dat ik het tegen iemand had kunnen zeggen, nou ja… toen ik vond… toen ik zag…’

    Hij vertelt de rechercheur over het geweer, het liedje, de tekstberichten.

    ‘Krijgt hij de doodsstraf?’ vraagt Zach.

    Daar geeft de rechercheur geen antwoord op.

    Aan het eind van hun gesprek heeft Zach nog één vraag: ‘Ik kan zeker niks doen om hem uit deze toestand te krijgen, hè?’

    ‘Nee,’ zegt de rechercheur. ‘Helaas niet.’

    Maar wat hij wel kan doen, is met zijn broer gaan praten. Nu. Nik is in een andere ruimte urenlang verhoord, heeft beschreven wat hij heeft gedaan en maar door geëtterd over een demon in zijn hoofd die zei: ‘Burn. Kill. Destroy’; hij heeft zichzelf tegen zijn eigen hoofd geslagen en gefluisterd: ‘Ik wil nu alleen maar dood.’

    Daarna heeft hij om een advocaat gevraagd, en dat betekent dat de rechercheur hem geen vragen meer mag stellen, voordat die erbij is. Maar hij kan wel Zach bij zijn broer laten, en meekijken om te zien wat Nik tegen hem zegt. Een videocamera in de kamer registreert alles, en later worden deze beelden – bewerkt door het OM – vrijgegeven aan de media.

    ‘Oké, Zach, ga daar maar zitten,’ zegt de rechercheur terwijl hij naar de plastic stoel tegenover Nik wijst. Zach gaat zitten en kijkt naar zijn broer. Nik heeft een lichtblauw ziekenhuishemd aan. Zijn handen zijn achter zijn rug geboeid. Zijn linkervoet is aan de vloer geketend.

    ‘Wat zou mama nu wel niet denken,’ zegt Zach op verdrietige toon. ‘Als ze nog…’

    ‘Dan zou ze huilen,’ zegt Nik meteen.

    ‘Mensen vinden je nu een monster,’ zegt Zach.’

    ‘Een monster?’ vraagt Nik.

    ‘Je gedraagt je helemaal niet als jezelf,’ zegt Zach, nu zichtbaar boos. ‘Waarom? Alsof wij… Zo ben jij niet. Alsof… Kom op. Waarom heb je dit gedaan?’

    ‘Het spijt me,’ fluistert Nik.

    Zach kijkt omhoog naar het plafond. ‘Dit is echt geen spel hoor. Het is heus niet zo dat je straks wakker wordt en dat je hier dan uit bent,’ zegt hij. En dan komt er een andere herinnering aan Nik bij hem op. ‘Weet je nog, toen mam doodging? Weet je nog wat ik tegen je zei toen we door die gang liepen?’

    Nik schudt zijn hoofd.

    ‘Je weet het natuurlijk niet meer omdat je alleen maar liep te vloeken,’ zegt Zach. ‘Ik zei tegen je toen we door die gang liepen dat we nu nog maar met zijn tweeën waren en dat ik je zou steunen.’

    Zach buigt zich voorover. ‘Ik ken je, jij dacht natuurlijk dat je niemand had, maar ik, ik geef wél om je… Ik weet dat ik het, toen we nog op school zaten, liet lijken of ik de pest aan je had… maar eigenlijk deed ik maar alsof… ik wilde geen slappeling lijken. Ik hou echt heel veel van je.’

    Nik begint te trillen.

    ‘Ik weet wat je vandaag hebt gedaan,’ zegt Zach. ‘Andere mensen kijken me aan of ik gek ben, alleen al omdat ik… en dat is niet zo, het kan me niet schelen wat andere mensen denken. Je bent mijn broer. Ik hou van je. Ik wil… ik wil dat je…’

    Nik zit nu onbedaarlijk te huilen, met onbeheerste, gierende uithalen. Zach grijpt naar zijn hoofd. Hij slaat met zijn hand op de tafel en wendt zich tot de rechercheur.

    ‘Mag ik hem omhelzen?’ vraagt hij.

    Hij staat op, gaat naar Nik toe en slaat allebei zijn armen om zijn broer heen.

    Van 25 tot 500.000 dollar

    Een maand later zitten er handboeien om die armen, vastgemaakt achter Zachs rug. Een agent leidt hem een patrouillewagen in, terwijl een tweede agent een pet van zijn hoofd rukt.

    Iemand heeft Zach op zijn skateboard over de parkeerplaats van Stoneman Douglas High School zien rijden en de politie gebeld.

    ‘Ik wilde het alleen maar eens voor mezelf zien,’ heeft Zach tegen de agenten gezegd, maar ze hebben hem hem toch aangehouden wegens het ongeoorloofd betreden van het schoolterrein.

    Zijn borgsom wordt vastgesteld op 25 dollar, het gewone bedrag in dit district voor een overtreding. Iemand betaalt diezelfde avond nog de borg uit naam van Zach. Maar het politiekorps van Broward County laat hem niet gaan.

    De volgende dag staat Zach voor een rechter met achter hem drie agenten. Hij krijgt het gevoel dat ze denken dat hij gevaarlijk is. Dan hoort Zach de officier zeggen: ‘Je kunt bij hem precies dezelfde waarschuwingssignalen zien als bij zijn broer.’ Ze heeft het over zijn strafblad als jongere – hij is ooit met zijn skateboard over een politieauto gereden en heeft een keer iets bij Target gepikt. Ze zegt dat hij een bedreiging van ‘intimidatie en gevaar’ vormt voor de slachtoffers van Stoneman Douglas High.

    De rechter verhoogt zijn borgsom tot 500.000 dollar.

    Zach blijft tien dagen vastzitten – grotendeels in een psychiatrische instelling, gevolgd door eenzame opsluiting waarbij hij onder surveillance wordt geplaatst in verband met mogelijke zelfmoord, ook al houdt Zach zelf vol dat hij niet suïcidaal is.

    ‘Hij was bang, maar hij vormde absoluut geen gevaar voor zichzelf of anderen,’ zegt Joseph Kimok, die in die periode optrad als Zachs pro deo-advocaat.

    Kimok zit in zijn kantoor aan Zachs zaak te werken, als hij onverwacht bezoek krijgt van twee advocaten van Nexus Services, een firma waarvan hij nog nooit heeft gehoord.

    ‘Ik kreeg het gevoel dat ze graag geïntroduceerd wilden worden bij Zach,’ vertelt Kimok nu. Nexus, zo ontdekt hij op internet, runt een bedrijf dat borgtochten betaalt en zo illegale vreemdelingen een uitweg uit de gevangenis biedt. Zij moeten dan bereid zijn een GPS-enkelband te dragen, die hen meer dan 400 dollar per maand kost. Actiegroepen en ook immigranten zelf vinden dat Nexus zo van deze illegalen profiteert – een beschuldiging die mede-oprichter en CEO van het bedrijf Mike Donovan als belachelijk en ongefundeerd van de hand wijst.

    Terwijl Donovan te kampen heeft met rechtszaken van immigranten en onderzoeken door staats- en federale instanties, gebruikt hij de juridische pro deo-divisie van Nexus om in het hele land veelbesproken burgerrechtenzaken op zich te nemen.

    ‘We hebben de avond met Zach doorgebracht, om hem beter te leren kennen en om erachter te komen dat hij niet de boeman was die mensen van hem hadden gemaakt’

    Nadat extreemrechtse ‘white supremacists’ in 2017 naar Charlottesville waren gekomen voor een protestdemonstratie die een dodelijke afloop kreeg, begon Nexus een rechtszaak tegen de gemeente en het hoofd van de politie omdat die de botsingen niet wisten te voorkomen. Toen de regering-Trump vorig jaar begon met het scheiden van immigrantengezinnen bij de Amerikaanse grens, stelde Nexus dit beleid aan de orde bij de rechter en nodigde hij journalisten uit om getuige te zijn van het emotionele weerzien tussen ouders en hun kinderen.

    Nu wil Donovan Zach helpen. Als Zach een voorwaardelijke vrijlating krijgt aangeboden in ruil voor een schuldbekentenis, neemt Nexus contact op met Rocxanne Deschamps, de voogd bij wie Zach en zijn honden dan nog steeds wonen. Ze spreken een tijd af waarop Zach een ontmoeting heeft met Donovan, die zelf, voor hij zijn bedrijf begon, ook in de gevangenis heeft gezeten, wegens het uitschrijven van ongedekte cheques. Donovan wil dat Zach het district Broward aanklaagt, omdat hij die eerste keer, toen zijn borgtocht was betaald, niet is vrijgelaten.

    Op de dag in mei dat Donovan naar Florida zal vliegen, krijgt hij een telefoontje van een van zijn juristen. ‘Dit geloof je nooit,’ zegt de jurist. ‘Maar Zach is weer gearresteerd.’

    Deschamps heeft de politie gebeld omdat Zach zonder rijbewijs in de oude Kia van zijn moeder rondreed. In een e-mail van haar advocaat zegt Deschamps dat ze Zach nog heeft gewaarschuwd: als hij die auto niet liet staan, zou zij hem aangeven wegens het schenden van de voorwaarden van zijn proeftijd – en dat heeft ze gedaan.

    Snel schakelt Donovan een plaatselijke advocaat in om Zach vrij te krijgen. Hij reist alsnog naar Florida, samen met zijn echtgenoot en medeoprichter van het bedrijf Richard Moore en hun dan veertienjarige zoon Sam.

    Voor de poort van de Fort Lauderdale gevangenis waar Zach en Nik vastzitten legt hij een verklaring voor de pers af, waarin hij aankondigt dat hij de directeur van de gevangenis, de minister van Justitie van de staat en de rechter gaat aanklagen. ‘Wij hebben een gratis telefoonlijn die 24-uur per dag, 7 dagen per week bemand is,’ zegt Donovan vanachter een spreekgestoelte met Lexus-logo. ‘Iedereen, waar ook in het land, kan met die hulplijn contact opnemen als hij vindt dat zijn burgerrechten worden geschonden.’

    Die middag komt Zach de gevangenis uit met een GPS-band om zijn enkel. Hij loopt achter Donovan aan langs de verslaggevers, een SUV in. Ze rijden naar het Conradhotel, waar Zach wordt uitgenodigd om naar de suite van het gezin te komen: een penthouse-suite met uitzicht op de oceaan, van het type dat meer dan 1200 dollar per nacht kost.

    Daarna neemt Donovan Zach mee naar de winkel van het hotel.

    ‘Hij begon spijkerbroeken en T-shirts voor me te kopen,’ vertelt Zach. ‘Ik had iets van: verdomd, krijg ik nou gewoon kleren toegeworpen?’

    Donovan zegt dat hij voor de jongen werd ingenomen door zijn zachtaardige manier van doen en doordat het meteen klikte tussen hem en Sam.

    ‘We hebben de avond met Zach doorgebracht, om hem beter te leren kennen en om erachter te komen dat hij niet de boeman was die mensen van hem hadden gemaakt,’ herinnert Donovan zich. ‘Uiteindelijk zei ik tegen Richard, weet je, hij heeft eigenlijk geen plek om naartoe te gaan… En Richard keek me aan en zei: ‘Hij mag met ons mee naar Virginia.’

    Ze vragen het aan Zach.

    ‘Eerst wist ik niet goed wat ik ervan moest denken,’ zegt Zach. Hij wil in de buurt van Nik blijven, om zich aan de belofte te kunnen houden die hij zijn broer heeft gedaan. Maar hij voelt zich niet meer op zijn gemak in zuidelijk Florida – en hij heeft geen plek om te wonen. De week daarop koopt Donovan voor Zach een pak van Men’s Warehouse en gaat hij met hem mee terug naar de rechtbank. Zach is inmiddels achttien geworden, maar hij zit nog steeds in zijn proeftijd, wat inhoudt dat hij toestemming van een rechter nodig heeft om Florida te mogen verlaten. Een medewerker van Nexus verklaart dat het bedrijf Zach een baan zal geven op de onderhoudsafdeling van zijn vastgoed-tak, en een gratis appartement in de buurt van het Nexus-hoofdkantoor in Augusta County, een plattelandsgebied even ten westen van Charlottesville.

    De rechter wijst zijn verzoek toe.

    ‘Ik kijk er naar uit om daar een nieuw leven te beginnen,’ zegt Zach na afloop tegen verslaggevers.

    Hij haalt Kobe en Maisey op bij het asiel waar ze zolang hebben gezeten. Hij brengt een bezoek aan het graf van zijn moeder en pakt haar miniatuurolifantjes in.

    Voordat ze aan de veertien uur durende rit naar Virginia beginnen, vraagt hij Donovan of ze nog even stil kunnen houden bij Liberty Park. Zach heeft al gehoord wat de gemeente daar heeft gedaan, maar hij wil het met eigen ogen zien. Hij loopt langs het houten klimtoestel naar het hek.

    Zijn naam staat nog op een van de palen van het hek. Niks naam daarnaast is weg, vervangen door een leeg stukje hout.

    Nieuw leven

    In zijn nieuwe staat, in zijn nieuwe leven, is Zach meestal te vinden in een kamer op de bovenverdieping van het huis van Donovan en Moore, samen met de vijftienjarige Sam. Het leeftijdsverschil stoort Zach niet, hij vindt het prettig om iemand te hebben met wie hij muziekvideo’s kan kijken. Urenlang zitten ze voor de Xbox de teksten en ritmes van hun favoriete rapnummers te ontleden.

    ‘Dit is een goeie, hè?’ vraagt Sam, terwijl hij op de controller van de Xbox tikt. Zach knikt, luistert een tijdje, maar dan onderbreekt hij het nummer en zegt: ‘Zet “Hope” eens op.’

    Sam kijkt hem aan. Ze hebben dat nummer al tientallen keren beluisterd. Te vaak. Toch typt Sam het in de zoekregel van YouTube in.
    Ze kennen de openingsklanken, de eerste woorden die XXXTentacio zal zeggen: ‘Rest in peace to all the kids that lost their lives in the Parkland Shooting. This song is dedicated to you’.

    Sam kijkt toe hoe Zach mee knikt, dan ophoudt met knikken, en vervolgens uitdrukkingsloos voor zich uit blijft staren. Sam heeft een uitdrukking voor dit soort momenten: ‘Zach duikt voor iedereen onder.’

    Sinds zijn verhuizing heeft Zach zijn vrienden in Florida – de weinige vrienden die nog met hem wilden praten – niet meer gesproken. Hij gaat minder vaak skaten en vervolgens helemaal niet meer. ‘De skateparken hier zijn net kinderspeelplaatsen,’ zegt hij. ‘Met kinderen op een step en hun moeder die op hen past. Er hangt niet dezelfde energie.’

    Hij moet afscheid nemen van zijn hond Maisey: ze is zo oud dat haar poten het begeven. Als hij haar laat inslapen is het alsof hij opnieuw een familielid verliest.

    Hij houdt niet meer van Halo of van andere videogames waar vuurwapens in voorkomen. Of van films waarin vuurwapens voorkomen, of van muziek waarin schoten klinken. Bij al die dingen ziet hij alleen maar Nik voor zich in de gangen van Stoneman Douglas High met een semiautomatisch geweer in zijn handen.

    Hij heeft een tijdje in zijn eigen appartement gewoond maar besluit dat hij zich toch veiliger, beter voelt in het ruime huis van Donovan en Moore, aan het eind van een doodlopend straatje in een buitenwijk.

    Buiten staat altijd een gewapende beveiliger. Donovan wil voor de grap wel eens zeggen dat hij de bewakers heeft ingehuurd vanwege de rechtszaken tegen zijn bedrijf, maar hij houdt ze aan voor de twee jongens.

    Donovan vindt het goed dat Zach twee middagen in Virginia en twee in Florida met een journalist doorbrengt. Maar Zach mag geen moment praten zonder dat er mensen van Nexus bij zijn. In Donovans huis loopt een Nexus-voorlichter achter Zach aan naar de speelkamer boven. Op het Nexus-hoofdkantoor staat er continu een medewerker achter hem, die hem influistert wat hij moet zeggen als hij iemand aan de telefoon heeft. In Florida, waar Zach een kijkje wil nemen bij de parken waar hij vroeger altijd ging skaten, gaan een bewapende beveiliger en nog vijf andere Nexus-medewerkers met hem mee om een oogje in het zeil te houden. Later zal Donovan toegeven dat zijn mensen de gesprekken tussen Zach en de journalist hebben opgenomen en gefotografeerd. Behalve dat hij af en toe even omkijkt om te vragen of hij een vraag mag beantwoorden, besteedt Zach weinig aandacht aan dat hele begeleidende gevolg.

    Hij toont alleen maar waardering voor Donovan en Moore, die hem een eigen slaapkamer hebben gegeven, hem de sleutels van een Ford Expedition hebben overhandigd nadat hij zijn rijbewijs heeft gehaald, en die elke keer zijn vliegtickets naar Florida betalen als er een zitting in Niks zaak is. Het stel heeft het erover gehad of ze Zach officieel zullen adopteren, ook al is hij nu volwassen.

    ‘Zij hebben mij letterlijk gered. Als ik Mike en Richard niet had ontmoet, weet ik niet wat er gebeurd zou zijn,’ zegt Zach zelf. ‘Het zijn net ouders voor me… Als ik wegging zou ik dat nergens anders meer vinden.’

    Uiteindelijk begint hij nooit aan de beloofde onderhoudsbaan, maar gaat hij vaak met Donovan en Moore mee op zakenreizen door het hele land. Vervolgens krijgt hij zelf een kantoor om zijn eigen nieuwe loot aan de stam van het merk Nexus te runnen: een antipestorganisatie – geïnspireerd op Nik: ‘We Isolate No-one’, oftewel WIN. De kern daarvan wordt gevormd door een hulplijn die 24-uur bemand is en waarheen leerlingen kunnen bellen om te melden dat ze gepest worden. Aan de telefoon zitten Nexus-medewerkers in een van de bestaande callcenters van het bedrijf. Nexus licht vervolgens de school van de beller in. Wordt het probleem niet opgelost, dan onderneemt Nexus juridische stappen tegen de school.

    Tikkende tijdbommen

    In juli organiseert Nexus een persconferentie om de lancering van WIN aan te kondigen. Weer vindt Zach zichzelf terug in een pak, nu achter een spreekgestoelte van de National Press Club in Washington. Hij leest een van te voren opgeschreven toespraak voor, waarin hij zegt dat WIN straks vertegenwoordigingen zal hebben op middelbare scholen in het hele land.

    ‘Ik kan hier vandaag niet staan om mijn broer te verdedigen of excuses voor hem te aan te voeren,’ zegt Zach tegen een zaal vol journalisten. ‘Maar ik kan wel heel duidelijk zeggen dat er op onze scholen in het hele land tikkende tijdbommen zitten…’

    ‘Elke dag en elke avond denk ik erover na hoe dit voorkomen had kunnen worden,’ zegt hij. ‘En het blijft me achtervolgen.’

    Als de journalisten weg zijn en hij ’s avonds, alleen in zijn slaapkamer, het jasje van zijn pak heeft uitgetrokken, blijft Zach op om nogmaals de beelden van telefoons en beveiligingscamera’s te bekijken.

    ‘In slaap vallen is voor mij het moeilijkst,’ zei hij.

    Soms komt hij met songteksten om zijn gevoelens uit te drukken. Zijn jeugddroom om professioneel skater te worden is verdrongen door het vage idee dat hij wel graag in de muziekindustrie zou willen werken. Eerst wil hij zijn middelbareschooldiploma halen. Maar hij heeft zich nog nergens ingeschreven voor een cursus.

    Als hij niet thuis in de speelkamer is of op zakenreis voor Nexus, zit hij op het hoofdkantoor van het bedrijf, waar de medewerkers hem bij naam kennen. Hij leest verslagen van de WIN-hulplijn. In de eerste zes maanden zijn er 414 telefoontjes binnengekomen. Sommige bellers klonken of ze echt hulp nodig hadden. Bij anderen had het er alle schijn van dat ze alleen belden omdat ze Zach wilden spreken.

    In de duistere uithoeken van het internet zijn nu ook de ‘Cruzers’, opgekomen: mensen met een fascinatie voor Nik en daarmee ook voor Zach

    In de duistere uithoeken van het internet waar eerder al mensen met een obsessie voor Columbine en andere massaschietpartijen elkaar hebben getroffen, zijn nu ook de ‘Cruzers’, opgekomen: mensen met een fascinatie voor Nik en daarmee ook voor Zach. Ze maken fan-kunst met de portretten van de twee broers, bespreken hun jeugdfoto’s en seinen elkaar in wanneer Zach iets nieuws op zijn Instagrampagina heeft gepost. Zach zegt dat hij hen en de boodschappen die ze hem sturen negeert.

    Als de Miami Herald in september met een verhaal komt waarin voor het eerst de biologische moeder van Nik en Zach bekend wordt, probeert hij ook dat te negeren. Donovan en Moore vertellen hem wat er in het artikel staat over de 62-jarige Brenda Woodard, die 28 keer is gearresteerd wegens drugsgebruik en gewelddadige uitbarstingen, waaronder het mishandelen van een partner met een krik. Zach weigert het verhaal te lezen.

    ‘Ik zie die vrouw niet als mijn moeder,’ zegt hij. ‘Mijn moeder was mijn adoptiemoeder. Het verandert niets.’

    Het enige dat hem interesseert is wat er met Nik gaat gebeuren en daarom komt hij voor elke procedurele zitting in de zaak terug naar Broward County. Op de dag van Niks hoorzitting in januari, probeert Zach zinnen te onderscheiden die hij begrijpt. De advocaten bekvechten met elkaar over de vraag wiens schuld het is dat er nog steeds geen datum voor de rechtszitting is vastgesteld, bijna een jaar nadat er zeventien mensen zijn doodgeschoten.

    ‘Ik begrijp dat de staat Florida vindt dat de schuldvraag nogal eenvoudig en helder ligt,’ zegt Niks verdediger Melisa McNeill. ‘Maar zodra ze aangeeft de doodstraf te willen eisen om meneer Cruz te doden, wordt het een heel andere zaak.’

    Ze herinnert de rechtbank eraan dat Nik bereid was schuld te bekennen in ruil voor een levenslange gevangenisstraf.

    ‘Ik moet opkomen voor de rechten van mijn cliënt,’ zegt ze. Terwijl hij naar haar kijkt krijgt Zach het gevoel dat ze inderdaad het leven van Nik wil redden. Uiteindelijk hoeft ze maar één jurylid ervan te overtuigen dat hij niet de doodstraf verdient.

    Maar als hij de rechtszaal weer verlaat en langs de mensen loopt van wie het leven, net als het zijne, door Niks daden voorgoed is veranderd, denkt Zach dat hij wel weet wat zijn broer te wachten staat: ‘Hij heeft niet veel tijd meer op deze aarde.’

    Zach Cruz betreedt de rechtszaal voor de hoorzitting van zijn broer. – © Amy Beth AP / HH
    Zach Cruz betreedt de rechtszaal voor de hoorzitting van zijn broer. – © Amy Beth AP / HH

    ‘Verheug je je erop om hem te zien, Zach?’ vraagt Donovan, terwijl ze samen haastig de treden van de gevangenis op lopen.

    ‘Jawel,’ zegt Zach, al vindt hij eigenlijk dat wat ze nu gaan doen niet echt telt als zijn broer zien.

    Ze stoppen hun telefoon in een kluisje bij de ingang en legen weer hun zakken voor de beveiliging. Een bewaker begeleidt hen over de trap naar een ruimte met rijen computerschermen. Zoals Zach later vertelt, gaat hij bij een scherm rechts achter in de hoek zitten. Hij pakt de telefoon die ernaast hangt.

    Het scherm gaat aan. Zijn broer zit klaar om met hem te praten.

    De dag hiervoor in de rechtbank heeft Nik nooit oogcontact met hem gemaakt, en nu kan Zach, door de hoek van de camera die in Niks cel is geplaatst, eigenlijk alleen de bovenkant van Niks hoofd zien.

    ‘Hoe gaat het?’ vraagt Zach, en dan heeft hij een uur om er voor zijn broer te zijn, voordat het scherm weer op zwart gaat.

    Hij hoorde dat Nik ervan is beschuldigd dat hij een bewaker heeft aangevallen en dat hij daarom 23 uur per dag in eenzame opsluiting zit, een straf waardoor hij zich nog erger verveelt dan hiervoor. Hij zegt dat hij voor de grap af en toe zijn hoofd in het water steekt.

    ‘In het toilet?’ vraagt Zach.

    ‘Nee,’ antwoordt Nik, ‘in de wasbak.’

    Ze hebben het over de shutdown van de regering-Trump, en hoe koud het nu wordt in Virginia. Nik zegt dat het in de gevangenis altijd koud is.

    ‘Hoe gaat het met Kobe?’ vraagt Nik dan, en als Zach begint te vertellen dat het goed gaat met de hond, vraagt Nik nog eens naar Maisey, de hond die hij heeft laten inslapen.

    Ze hebben het er al eerder over gehad. Zach herinnert zijn broer eraan dat Maisey’s poten het hadden begeven. Dat het haar tijd was. Nik lijkt hierdoor gebiologeerd.

    ‘Maar waarom heb je het gedaan?’ vraagt hij.

    Zach vertelt het nog een keer.

    ‘Waarom heb je het gedaan?’ vraagt Nik weer.

    ‘Kunnen we niet…’ stamelt Zach. ‘Kunnen we het nu gewoon even níét over de dood hebben?’

    Nik laat het rusten. Zach probeert iets anders te bedenken om over te praten. Hij weet niet precies hoeveel tijd ze nog hebben.

    ‘Voor het geval het uit gaat: ik hou van je,’ zegt hij.

    ‘Ik hou ook van jou,’ zegt Nik, en meteen wordt het scherm zwart.



    Met dank aan Julie Tate en Mark Berman