Tag: fast fashion

  • Vinted: hoe een Litouwse start-up de modewereld op zijn kop heeft gezet

    Vinted: hoe een Litouwse start-up de modewereld op zijn kop heeft gezet

    Het duurzame en circulaire Litouwse bedrijf Vinted heeft meer dan 100 miljoen geregistreerde gebruikers en biedt ongeveer een half miljard tweedehands kledingstukken aan. Dat ging niet over één nacht ijs, maar dit succes zou de mode-industrie kunnen veranderen.

    Dit verhaal begint en eindigt met een kledingwinkel. Daartussenin zitten een paar honderd miljoen gebruikte broeken, shirts en hoodies, handtassen en jurken die elk jaar met behulp van Vinted van eigenaar wisselen. Vinted is nu het grootste online platform voor tweedehands mode in Europa, met gebruikers in twintig landen.

    De kledingkast waar het allemaal mee begon had de grootte van een garage. Het was namelijk een garage, die in 2008 in de buurt van de Litouwse hoofdstad Vilnius stond. De toen tweeëntwintigjarige Milda Mitkute had zo veel mode verzameld tijdens een post-Sovjet-shoppingtrip dat er niet veel ruimte meer over was in de garage van haar ouders toen ze haar spullen er een tijdje opsloeg. Haar ouders waren daar niet blij mee, vertelt Mitkute, en ze besefte dat ze iets weg moest doen. Ze kon ook wel wat geld gebruiken, en sprak op een feestje met programmeur Justas Janauskas. Die avond besloten de twee een website op te zetten waar Mitkute, en al snel iedereen, hun overtollige kleding kon verkopen. Vinted was geboren, toen nog onder de naam Manu Drabužiai, wat ‘mijn kleren’ betekent.

    ‘Aanvankelijk noemde ik Vinted “mijn project”, het was een hobby,’ vertelt Mitkute tijdens een bijeenkomst in Vilnius. Maar toen begonnen Justas en zij te dromen ‘dat het een beweging kon worden, dat we de maatschappij konden veranderen’.

    Sindsdien zijn er bijna zestien jaar verstreken. Mitkute, een slanke vrouw die nooit stilzit in een gesprek, die aandachtig antwoordt maar tegelijkertijd altijd tijd tekort lijkt te komen, werkt niet meer bij Vinted, maar heeft nog wel aandelen. Ze heeft vier kinderen gekregen, twee opleidingen afgerond, geïnvesteerd in start-ups en heeft net haar volgende bedrijf opgericht.

    Veranderd koopgedrag

    Vinted ging in die beginperiode bijna ten onder, maar vandaag de dag heeft het platform meer dan 100 miljoen geregistreerde gebruikers en biedt het ongeveer een half miljard gebruikte kledingstukken aan, voornamelijk dames- en kindermode, maar ook luxe handtassen en herenkleding. Vinted heeft nu zijn eerste netto jaarwinst voor 2023 gerapporteerd.

    Tweedehands was lange tijd een marginaal fenomeen. Wat had een ‘rommelmarkt’ te bieden in vergelijking met de collecties van H&M, Zara en C&A? Het koopgedrag is echter veranderd, parallel met het nieuw aangezwengelde debat over het klimaatbeleid sinds 2018. Tweedehandswinkels kregen bovendien een boost door de pandemie, toen veel mensen ineens tijd hadden om hun oude spullen aan te prijzen. Sindsdien kopen consumenten elk jaar meer tweedehands spullen in het kader van milieuvriendelijk gedrag. En Vinted had hiervoor het juiste platform – net als haar concurrenten Kleinanzeigen (voorheen eBay Kleinanzeigen), Momox en Sellpy. Maar is tweedehands groot genoeg om de mode-industrie te veranderen?

    Het hoofdkantoor van Vinted ligt aan de rand van Vilnius. De omliggende straten doen denken aan de tijd dat Litouwen deel uitmaakte van de Sovjet-Unie: houten huizen van één verdieping die typerend waren voor het eenvoudige, om niet te zeggen arme leven dat veel mensen er in de twintigste eeuw leidden. Een paar honderd meter verderop staan kleine autoreparatiewerkplaatsen, snackbars en benzinestations langs de straat, met hier en daar verweerde bakstenen gevels van voormalige socialistische bedrijven.

    In het kantoor van Vinted zijn ruimtes voor spelletjes en kinderopvang, yoga en krachttraining

    Ondertussen heeft Vinted een kantoor ingericht voor zijn ongeveer dertienhonderd werknemers dat nauwelijks eigentijdser kan zijn. Onder het plafond lopen zichtbare ventilatiesystemen en toevoerleidingen en op de bovenste verdiepingen ligt een tapijt van gerecyclede denimvezels. Voorwerpen die op rommelmarkten en in antiquairs op de kop zijn getikt versieren de verder sobere grijze en zwarte inrichting. Er zijn ruimtes voor spelletjes en kinderopvang, yoga en krachttraining. En: op het dak houdt iemand bijen. De voormalige garage is een bedrijf geworden dat net zo goed in Berlijn of Amsterdam gevestigd had kunnen zijn.

    De opmars van het bedrijf tot een van de meest succesvolle Europese digitale platforms en icoon van de Litouwse economie begon echter met een beslissing die bijna het einde betekende.

    Het was 2016 en Vinted was op dat moment alleen redelijk populair in Litouwen en Duitsland, waar het bekendstond onder de naam Kleiderkreisel. De kosten van het platform bedroegen een miljoen euro per maand, en er waren nauwelijks inkomsten, vertelt de derde oprichter Mantas Mikuckas in een videogesprek. ‘Daarom introduceerden we een vergoeding in Duitsland. Iedereen die een kledingstuk kon verkopen, moest ons 20 procent van de opbrengst geven. Dat leek ons redelijk – en de enige manier om onze kosten te dekken.’ Maar dat pakte rampzalig uit. Gebruikers haakten af, het bereik stortte in en het leek er even op dat de oprichters hun platform van de ene op de andere dag hadden geruïneerd.

    Redding

    ‘Onze investeerders adviseerden ons om het bedrijf te sluiten. We waren wanhopig, maar wilden niet opgeven,’ zegt Mikuckas. ‘Gelukkig hadden we kort daarvoor risicokapitaal opgehaald. De Duitse uitgeverij Burda was bijgesprongen, dus we hadden nog een kans.’ Het geld was genoeg voor acht maanden en een laatste poging. Mikuckas lacht als hij aan die tijd terugdenkt. ‘In deze crisis waren mijn aandelen niets meer waard, ik had een salaris van 1500 euro per maand. Wat had ik te verliezen?’ 

    De redding kwam uit New York: een van de investeerders kende een Nederlander die op dat moment niets te doen had, bekend was met het online verkopen van tweedehands spullen en net zijn laatste start-up in New York had verkocht: Thomas Plantenga. De oprichters leerden hem kennen in een videogesprek. In eerste instantie wilde hij niets weten van Vinted. New York verlaten? Voor een bijna-failliete start-up aan de oostelijke rand van Europa? Maar ze lokten hem voor een zomer naar Vilnius om een reddingsplan te ontwikkelen – en hij bleef. Tot vandaag.

    Een man in een oversized baggy broek en een dun shirt met lange mouwen buigt zich voorover naar een geschoren koningspoedel op de eerste verdieping van het hoofdkantoor van Vinted. Hij krabt hem, praat een tijdje tegen hem, gaat dan rechtop staan en borstelt zijn blonde, schouderlange haar achter zijn oor. Dit is Thomas Plantenga vandaag, CEO van Europa’s grootste online platform voor tweedehands kleding. ‘Ik was verrast dat de oprichters mijn reddingsplan accepteerden. Het was extreem. Ze moesten praktisch alles veranderen,’ zegt Plantenga terwijl hij gaat zitten voor het interview. ‘Maar ze waren dapper. En ik mocht ze wel. Daarom ben ik gebleven, aanvankelijk zonder salaris. Ik wilde alleen maar helpen. En naïef als ik was, dacht ik dat ik na een paar weken weer terug zou zijn in New York.’

    Vinteds voetafdruk

    Met elke tweedehands aankoop op Vinted wordt gemiddeld 1,8 kilo CO2 bespaard.

    De wereldwijde verkoop van tweedehands kleding steeg vorig jaar met 18 procent tot een waarde van 197 miljard dollar, volgens een rapport van GlobalData. In de VS groeide de tweedehands markt zeven keer sneller dan de totale modeverkoop. Behalve door het toenemende bewustzijn rond duurzaamheid en het gemak in gebruik komt dit ook doordat er meer gebruikte kleding wordt gekocht wanneer het dagelijks leven duurder wordt en het consumentenvertrouwen afneemt.
    Grote modemerken spelen in op deze trend. Zalando heeft bijvoorbeeld een categorie voor tweedehands kleding geïntroduceerd, terwijl Tommy Hilfiger een programma voor het inruilen en hergebruiken van kleding is begonnen.
    Een van de nadelen van de groei is het benodigde transport voor alle aankopen en het gevaar van overproductie. Vinted heeft naar de ‘ecobalans’ van het eigen platform gekeken en de emissiewaarden voor de productie van nieuwe kleding onderzocht. Aan de hand van die gegevens berekende het bedrijf de CO2-besparing, door de gemiddelde CO2-uitstoot van een nieuw kledingstuk te vermenigvuldigen met het aantal aankopen op Vinted dat een nieuwe aankoop vervangt.
    Deze besparing paste het vervolgens toe op alle transacties. Het resultaat: met elke tweedehands aankoop op Vinted wordt gemiddeld 1,8 kilo CO2 bespaard.
    Om de verzending milieuvriendelijker te maken, experimenteert het bedrijf momenteel met ‘Vinted Go’-stations in Frankrijk, België en Nederland, waar gebruikers hun bestellingen kunnen ophalen.
    Het is nog niet duidelijk hoe Vinted zijn eigen CO2-uitstoot (van onder meer zijn kantoren en servers) tot nul wil reduceren. Daarover zal het bedrijf dit jaar een plan presenteren.

    In plaats daarvan nam hij het roer van Vinted over. Hij ontsloeg bijna de helft van het personeel, sloot vestigingen buiten Litouwen en schafte de vergoedingen voor verkopers af. Als vervanging verschoof hij de kosten van de verkoper naar de koper op het platform. En na maandenlang gebruikersgegevens te hebben doorgespit op zoek naar tekenen van een kentering, realiseerde Plantenga zich dat het werkte.

    Er waren jaren waarin het er vooral om ging op de een of andere manier de eindjes aan elkaar te knopen. Tot 2018, toen Friday for Future en het nieuwe klimaatdebat het koopgedrag veranderden. Tweedehands kwam symbool te staan voor een bepaalde levenshouding, miljoenen mensen meldden zich aan bij het platform. En dat leidde tot het moment dat niemand bij Vinted, en waarschijnlijk in heel Litouwen, zal vergeten: in 2019 haalde het bedrijf opnieuw geld op bij investeerders – en werd het gewaardeerd op meer dan een miljard euro. Start-ups die zo ver komen, staan in de industrie bekend als ‘unicorns’, omdat ze zo zeldzaam zijn.

    Wederopstanding

    In dit opzicht is het verhaal van Vinted er ook een van wederopstanding. Het laat zien hoe kwetsbaar jonge bedrijven zijn, hoe makkelijk de poging om iets nieuws te creëren had kunnen mislukken. En dat de tijdgeest mede bepaalt of een nieuwe start slaagt. ‘Op een gegeven moment begon ik me te realiseren: Dit kan echt iets groots worden. Iets wat nuttig is voor de maatschappij. Kapitalisme kan hier bijdragen aan sociale vooruitgang,’ zegt Plantenga. Vandaag is het bedrijf ‘duurzaam winstgevend. Ik heb het over echt geld. Tweedehands is een winstgevende business en heeft nog steeds veel potentieel.’ 

    Managementconsultant PwC schat dat wereldwijd al in 2026 zo’n 200 miljard euro kan worden gegenereerd met tweedehands kleding. Dat zou goed zijn voor tien procent van de hele modemarkt.

    Om nog sneller te groeien, probeert Vinted nu de tweedehandsmarkt voor luxeartikelen te betreden: handtassen van Bottega Veneta, tweedehands voor 1600 euro, sneakers van Nike in samenwerking met het Off-White-label van wijlen sterontwerper Virgil Abloh voor 500 euro. Het oudste item ooit verhandeld op Vinted was een kist van Louis Vuitton uit 1860.

    Wie bij aankoop tien euro extra betaalt, kan een artikel van honderd euro of meer op echtheid laten controleren

    Maar zijn de items echt? Om daar zeker van te zijn, heeft Vinted een bedrijf in Hamburg overgenomen van 3000 vierkante meter en meerdere verdiepingen om te controleren of een koper niet wordt misleid. Vrachtwagenladingen aan pakketten uit heel Europa komen aan op de begane grond. Wie bij aankoop tien euro extra betaalt, kan een artikel van honderd euro of meer op echtheid laten controleren. Een sportschoen? Misschien niet de moeite waard. Maar een jasje van Gucci? Dan wel.

    Een voor een leggen werknemers de pakjes op een lopende band; als het stoplicht op groen springt, brengt een vorkheftruck ze naar de volgende verdieping. Daar wordt elk pakket geopend en de inhoud geregistreerd. In een plastic krat glijdt het pakket over een transportband naar de volgende kamer, waar een tiental mannen en vrouwen de items controleren. De locatie in Hamburg is ontworpen voor enkele duizenden zogenaamde ‘nepdetecties’ per dag, maar zoveel zijn het er zeker nog niet.

    Het hoofd van de eenheid pakt een handtas met het insigne van Louis Vuitton. Hij ruikt eraan, streelt de buitenkant en beoordeelt de kleur van de binnennaden. Zijn oordeel: nep. Het logo heeft de verkeerde grootte, het lettertype is niet precies hetzelfde als het origineel. Er lijkt een originele factuur te zijn bijgevoegd. Maar ook hiervan zegt de expert dat deze niet echt is. Het is het verkeerde papier. Wat nu? Vinted belt de politie niet, want er hoeft geen sprake te zijn van opzettelijke fraude: de verkoper kan zelf de dupe zijn van oplichting. Dus de tas wordt discreet teruggestuurd. En krijgt de koper zijn geld terug.

    Luxe

    Deze tweedehands luxemarkt is nog klein en geen enkel bedrijf heeft al bewezen dat het er op lange termijn geld mee kan verdienen. Maar Thomas Plantenga is ervan overtuigd dat het kan. Dat is de reden dat hij opnieuw miljoenen heeft geïnvesteerd in Hamburg. ‘We zijn nu een integraal onderdeel van de mode-industrie en zullen niet verdwijnen. Tweedehands is een stap in de richting van een circulaire economie – en wij maken deel uit van een langetermijnoplossing.’ 

    Dat is een behoorlijk groot statement. Maar niet alleen adviesbureaus, ook Greenpeace kijkt er zo tegenaan. Ecovezels zijn leuk en belangrijk, maar het centrale probleem in de industrie is overproductie, schrijft de milieuorganisatie. Een duurzame mode-industrie is alleen denkbaar als we erin slagen de cyclus af te remmen waarin steeds weer nieuwe producten op de markt komen. Ze spreken van ‘slowing the flow’; de goederenstroom vertragen. Tweedehands kan daarbij een sleutelrol spelen.

    En inderdaad gaven in een representatief onderzoek van Greenpeace Duitsers aan dat ze minder kleding bezitten dan vroeger. In 2015 was het gemiddelde 95 kledingstukken, sindsdien daalt het aantal gestaag. Vooral onder jongvolwassenen. Zij kopen niet alleen veel tweedehands kleding, maar bezitten ook aanzienlijk minder; gemiddeld hebben zij 74 jurken, broeken, shirts en sokken in hun kledingkast.  

  • Fast fashion raakt uit de mode

    Fast fashion raakt uit de mode

    De vraag naar duurzame alternatieven voor fast fashion groeit, van het recyclen van textiel in het Italiaanse Prato, tot de plannen van de Europese Unie en de opkomst van tweedehands kledingplatforms. Verandering is hoognodig en haalbaar.

    Volgens de Europese Commissie had de Europese textielconsumptie in 2022 de op drie na grootste impact op het milieu en klimaatverandering, na voedsel, huisvesting en mobiliteit. De textielindustrie is de op twee na grootste verbruiker van water en land en staat op de vijfde plaats wat betreft het gebruik van primaire grondstoffen en de uitstoot van broeikasgassen.

    De Ellen MacArthur Foundation publiceerde in 2017 een rapport waarin wordt geschat dat de sector tussen de 792 en 931 miljard kubieke meter water per jaar gebruikt voor de textielproductie, van het verbouwen van katoen tot verven en andere bewerkingen. Dat komt overeen met 4 procent van alle zoetwaterwinning wereldwijd.

    We kopen steeds meer kleding, maar die gaat maar half zo lang mee. Kleren belanden vaak op stortplaatsen ver buiten Europa – uit het zicht en uit het hoofd. In Europa wordt minder dan de helft van de gebruikte kleding ingezameld voor hergebruik of recycling, en slechts 1 procent wordt uiteindelijk gerecycled tot nieuwe kleding. Dat leidt tot de grote vraag: is een duurzame paradigmaverschuiving nog haalbaar? 

    Italië

    De Italiaanse stad Prato is geen onbekende als het gaat om het recyclen van wol. De stad ligt op slechts een paar kilometer van het oude renaissancecentrum Florence, en is al sinds de middeleeuwen het textielcentrum van Europa, maar ook een centrum van de circulaire economie. Vanwege een oude wet die de import van ruwe wol verbood, werd de stad toonaangevend in het recyclen ervan en inmiddels produceert Prato 15 procent van alle gerecyclede textiel ter wereld. 

    Het Italiaanse bedrijf Comistra is marktleider op het gebied van het recyclen van wol. Het ruim honderd jaar oude bedrijf geeft nieuw leven aan tonnen gebruikte vodden die dagelijks in het magazijn aankomen.

    ‘Van de grondstoffen is 60 procent bestemd voor hergebruik,’ zegt Alice Tesi, hoofd marketing van Comistra. Ongeveer 35 procent wordt gerecycled en ongeveer 5 procent wordt weggegooid. De kleding komt aan in zakken en wordt met de hand gesorteerd. Zo besluiten we wat kan worden hergebruikt of gerecycled.’

    Na het sorteren op kleur wordt de wol uitgeplozen tot vezels en geregenereerd door machines. Nadat de wol is teruggebracht tot een staat van grondstof, wordt ze gemengd om er garens en stoffen mee te maken die kunnen terugkeren in nieuwe kleding. Het water dat in het proces wordt gebruikt, wordt gerecycled en hergebruikt, en daarmee is de cirkel rond.

    Europese Unie

    In de duurzame textielstrategie van de Europese Unie staat de circulaire economie centraal en wordt het gebruik van gerecyclede vezels en ecodesign aangemoedigd. Volgens Fabrizio Tesi, CEO van Comistra, is dit beleid de weg naar een meer verantwoorde kledingproductie.

    ‘Bij het ontwerpen van een kledingstuk moeten we er rekening mee houden dat het, wanneer het op zijn einde loopt, gemakkelijk gerepareerd, gerecycled en hergebruikt kan worden. Dat noemen we de magische cirkel van de circulaire economie, die ligt nu binnen ons bereik. De Green Deal en Europa wijzen ons de weg. Op deze manier kan de recyclingsector bovendien veel mensen werk opleveren,’ aldus Tesi.

    De EU overweegt een ‘paspoort’ met QR-codes dat kan helpen ‘greenwashing’ te bestrijden, doordat het informatie bevat over de recyclebaarheid en milieu-impact van een product. Dit staat bekend als het digitale productpaspoort. Het EU-initiatief maakt deel uit van een voorgestelde verordening inzake ecologisch ontwerpen van duurzame producten en vormt een belangrijke stap in het kader van CEAP; het actieplan voor een circulaire economie. 

    ‘De meeste goedkope stoffen zijn niet recyclebaar. En dat is een probleem’

    Niccolo Cipriani is oprichter van Rifo, een start-up die kiest voor natuurlijke vezels zoals katoen en wol en voor recyclebare ontwerpen van gerecyclede, enkelvoudige materialen. Hij is van mening dat de motivatie tot aankoop van een kledingstuk gebaseerd moet zijn op de totstandkoming ervan, en niet op het prijskaartje. 

    ‘De meeste stoffen worden tegenwoordig goedkoop op de markt ingekocht. Ze zijn niet recyclebaar. En dat is een probleem. Want de beste manier om een product winstgevend te maken is om natuurlijke en synthetische vezels met elkaar te mengen. Er bestaan technologieën die het mogelijk maken om vezels te scheiden, maar nog niet op industrieel niveau. Op een gegeven moment zullen we een criterium voor recyclebaarheid moeten introduceren,’ zegt hij.

    De Europese kaderrichtlijn voor afvalstoffen zal binnenkort worden herzien. Verwacht wordt dat industriële vervuilers moeten gaan betalen voor de gescheiden inzameling van gebruikt textiel. In Prato wordt volgend jaar een nieuw textielsorteercentrum gebouwd. Het doel is om het aantal ingezamelde stoffen te verdubbelen en de recyclingsector te moderniseren.

    Tweedehands

    Veel experts vinden dat minder kopen prioriteit moet zijn, maar is dat ook echt haalbaar? Een antwoord op die vraag vinden we misschien in Litouwen, de thuisbasis van Vinted, de app voor tweedehands kleding, en bij modejournalist Deimante Bulbenkaite.

    ‘Aan de ene kant biedt fast fashion veel mensen de mogelijkheid om zichzelf te kleden zoals ze willen,’ zegt zij. ‘Dus in dat opzicht is het logisch dat het bestaat. Aan de andere kant is de hoeveelheid kleding die wordt geproduceerd behoorlijk catastrofaal. Er wordt veel meer geproduceerd dan we hoeven te gebruiken – of zelfs kunnen gebruiken.’

    De term fast fashion wordt gebruikt voor goedkope kleding die snel wordt geproduceerd door winkelketens om in te spelen op de laatste trends. De Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties publiceerde in 2018 een rapport waarin staat dat 85 procent van het textiel op stortplaatsen terechtkomt. Dat komt neer op 21 miljard ton per jaar. Eurostat schat dat EU-burgers in 2020 6,6 miljoen ton kleding en schoeisel kochten. Dat is 14,8 kilo per persoon, bestaande uit 6,0 kilo kleding, 6,1 kilo huishoudtextiel en 2,7 kilo schoeisel.

    ‘Slechts 14 procent van de kledingtransacties is tweedehands’

    Een manier om minder massageproduceerde kleding te kopen, is naar kringloopwinkels te gaan, zoals Humana. Daar is de kleding goedkoop en van goede kwaliteit. Maar Bulbenkaite winkelt nog altijd het liefst op Vinted. Deze app, die vijftien jaar geleden in Vilnius werd opgericht, telt inmiddels 50 miljoen gebruikers.

    Vinted zegt mee te helpen de overproductie van textiel tegen te gaan. In het eerste rapport over klimaatverandering dat dit jaar door Vinted werd gepubliceerd, beweert het bedrijf dat het kopen van tweedehands spullen een uitstoot van 1,8 kilo CO₂ per artikel voorkomt.

    ‘Voor 40 procent van de honderden miljoenen transacties die via Vinted hebben plaatsgevonden, geldt dat er geen nieuw product is gekocht. Dat betekent dat er geen nieuw product geproduceerd hoefde te worden. Maar slechts 14 procent van de kledingtransacties is tweedehands. We hebben dus nog een lange weg te gaan voordat tweedehands de standaard manier van kopen wordt,’ zegt Adam Jay, CEO van Vinted Marketplace.  

    Daarnaast zijn steeds meer modeontwerpers op zoek naar manieren om oud textiel te upcyclen tot iets nieuws. Een zo’n merk is Behind Curtains. ‘De modeproductie voor de massa is te groot en groeit nog steeds enorm,’ zegt Monika Vaisova, ontwerper bij het bedrijf. ‘We hebben dat niet nodig. We kunnen spullen hergebruiken.’

    Hun boodschap is duidelijk: zorg dat fast fashion uit de mode raakt en koop iets waarvan naderhand opnieuw iets kan worden gemaakt.

  • Generatie Z, ingeklemd tussen fast fashion en duurzaamheid

    Generatie Z, ingeklemd tussen fast fashion en duurzaamheid

    Ze hebben het over duurzaamheid én dromen van privéjets. Er is geen klantengroep die ondernemingen meer hoofdbrekens bezorgt dan Generatie Z. Waar geven jongeren hun geld aan uit? En hoe kun je ze bereiken zonder dat ze het cringe vinden?

    Als Sally Özcan, een influencer van 34 jaar, uitlegt hoe haar wereld eruitziet, komen zelfs keukenbedrijven als Miele, Vitra en Bosch naar haar luisteren. Ook managers van andere traditionele bedrijven zijn naar München gekomen om iets van haar op te steken. Het gaat erom hip en aantrekkelijk te worden voor een jonge doelgroep, wier wensen niet meer worden begrepen. Ze heeft een hand-out meegenomen, een to-do-list voor de nieuwe tijd. Het allerbelangrijkste is volgens haar de app die je gebruikt. 

    Facebook? De mensen daar zijn ‘oud en koopkrachtig’ en die zijn het gemakkelijkst te bereiken met nostalgie, met slogans in de trant van ‘Vroeger was alles beter’. Generatie Z moet je elders zoeken, vertelt Özcan. Op feelgoodsite Pinterest bijvoorbeeld (‘veel geld, veel vraag’) of op TikTok (‘laag inkomen, korte aandachtsspanne’). Om de heel jonge consumenten te bereiken moet de bedrijfstak in elk geval zijn oude reclamespotjes overboord gooien. Wat voor hen telt, is geloofwaardigheid. ‘Dat is wat Generatie Z zoekt. Ze willen geen reclame, ze willen transparantie.’

    Geloofwaardigheid

    Via haar website Sallys Welt (shop, blogs, filmpjes) bereikt Özcan miljoenen kijkers. Op YouTube bakt ze Schwarzwälder Kirschtorte, op TikTok legt ze uit hoe een spuitzak werkt, op Facebook post ze foto’s van haar boekhouding. Ook al hoort ze daar zelf niet bij, voor Generatie Z – de mensen die geboren zijn tussen 1995 en 2010 – is Özcan een ster. Zij weet hoe je de ‘zoomers’ moet aanspreken.

    ‘Fabrikanten kopen bij ons geloofwaardigheid’

    Om de maand maakt ze een ‘grote keukeninrichtingsvideo’ voor het dure merk Nobilia. Ze werkt samen met KitchenAid en Bosch, waarvan ze producten gebruikt om taarten en quiches te bakken. Sallycon Valley, dat ze samen met haar man runt in Waghäusel in Baden, heeft een miljoenenomzet en bijna honderdvijftig werknemers. Haar simpele formule: ‘Fabrikanten kopen bij ons geloofwaardigheid,’ zegt Özcan. En dat mag wat kosten.

    Inmiddels proberen bijna alle ondernemingen de jonge klanten aan zich te binden, maar de manier waarop ze dat doen komt vaak nogal hulpeloos over. Meubelfabrikant XXXLutz gebruikt jongerentaal in zijn reclamespots. Deutsche Telekom probeert met behulp van een jonge vrouwelijke rapper van zijn dure imago af te komen. Ryanair gooit het over een andere boeg en steekt op de sociale netwerken de draak met ontevreden klanten.

    Generatie Z is op de consumentenmarkt inmiddels de grootste machtsfactor. Over een paar jaar zal ze de millennials als grootste kopersgroep voorbijstreven. Business Insider schat haar koopkracht in de VS nu al op 360 miljard dollar. Jonge mensen kopen meer nieuwe kleding en elektronica dan voor de pandemie en zetten trends die hun leeftijdsgroep overstijgen: recession core, bijvoorbeeld, minimalistische beige mode voor een leven in crisistijd. Met traditionele middelen zijn ze intussen nauwelijks nog te bereiken. Meer dan een derde van de Duitse Generatie Z kijkt geen tv en verdeelt reclamespotjes in twee categorieën: belachelijk of irritant.

    Is marketing ook mogelijk zonder dat het cringe, oftewel totaal gênant wordt?

    Het grootste probleem voor ondernemers is dat de vertegenwoordigers van deze generatie zo tegenstrijdig lijken. Volgens een enquête vindt bijna twee derde van hen het belangrijk zijn winkelwagen te vullen met duurzame producten. Tegelijkertijd zijn veel van de populairste producten heel schadelijk voor het milieu. Wegwerp-e-sigaretten van ELFBAR: van plastic. Fast fashion van Shein: uit China. Bontgekleurde fidget toys met plopeffect: gekocht uit verveling. Wat wil deze generatie nou echt? Hoe kunnen bedrijven zo’n ambivalente leeftijdsgroep bereiken? En is marketing ook mogelijk zonder dat het cringe wordt, dat wil zeggen: zonder het risico te lopen dat het totaal gênant wordt?

    Volgens Mathias Horsch wel. Hij is 28 – Patagoniahemd, Birkenstocks, Apple Watch – en start-up-ondernemer. Met zijn vrienden Fredi en Philipp heeft hij een paar jaar geleden Holy opgericht. In het begin maakten ze gaming boosters: energydrinks in poedervorm die de prestaties bij videogames moeten verbeteren. Highscores door cafeïne, een absolute hit bij jonge gamers. Tegenwoordig is het bedrijf in Berlijn gespecialiseerd in softdrinks in poedervorm. Horsch ziet Red Bull en Coca-Cola als zijn belangrijkste concurrenten, hij krijgt er per maand 15.000 nieuwe klanten bij. Dat kan alleen als je concessies doet.

    ‘Onze producten zijn suikervrij, maar er zit natuurlijk wel een zoetstof in omdat ze anders niet smaken,’ zegt hij; veel klanten vinden dat ongemakkelijk. De kakelbonte Holy-verpakking moet duurzaam zijn, maar er moet wel een plastic deksel op omdat het poeder anders hard wordt. Horsch zucht en bestelt een curryworst – van vlees, maar met vegan mayo.

    Concessies

    Het zijn concessies die vermoedelijk elk jong bedrijf moet doen. Maar Holy heeft ze in zijn eigen voordeel leren gebruiken. Zijn concept: radicale nabijheid. Horsch en zijn medeoprichters leggen op Instagram continu uit wat ze doen, ze rijden met een omgebouwde frietkar door het hele land en laten leden van de Holy Squad, zoals de hardcore-klanten zich noemen, stemmen over toekomstige varianten. ‘Er is zo veel oninteressant spul op de markt,’ zegt Horsch. Als je jongeren wilt bereiken, moet je eerlijk zijn. ‘Dan zijn ze ook authentiek gehypet.’

    Traditionelere producenten hebben het daar moeilijk mee. Thomas Wlazik leidt het marketingteam van TikTok voor de Duitstalige markt. Hij moet bedrijven telkens weer leren op hun apps geen klassieke tv-spots te gebruiken. Dat zou gewoon te gênant zijn.

    ‘Op spoor 11 komt binnen het Tik Tok-kanaal van Deutsche Bahn. Met drie jaar vertraging’

    Als voorbeeld van een bedrijf dat de boodschap heeft begrepen, noemt hij Deutsche Bahn. ‘Hun posts zitten vol zelfspot en laten gewoon de werkelijkheid zien,’ zegt hij. In de eerste video van DB is een aankondiging te horen: ‘Op spoor 11 komt binnen het Tik Tok-kanaal van Deutsche Bahn. Met drie jaar vertraging.’

    Merken die bij Generatie Z scoren, zijn vooral de merken die zich door een persoon laten presenteren. Meer dan de helft van de jongvolwassenen vindt influencers geloofwaardiger dan klassieke reclamespotjes.

    Zelfs het blauwe mosterdpotje van Bautz’ner wordt nu op de markt gezet via content creators die in de camera grijnzen terwijl ze mosterd naar binnen lepelen. Het doel is de mosterd neer te zetten als de ‘zelfironische love brand van Gen Z’, schrijft reclamebureau WeCreate, zonder ‘de vaste klanten (met name in Oost-Duitsland) van zich te vervreemden’.

    ‘Bedrijven moeten zijn waar wij zijn, namelijk op onze telefoon’

    Wanneer je als merk niet heel vroeg in iemands leven aanwezig bent, ben je gewoon nooit aanwezig, zegt Yaël Meier: ‘Bedrijven moeten zijn waar wij zijn, namelijk op onze telefoon.’ Meier weet waar ze het over heeft: grote concerns bellen haar als ze in verband met Generatie Z weer eens met de handen in het haar zitten. De 22-jarige Zwitserse is een soort exegeet voor gearriveerde marketingafdelingen; samen met haar levenspartner runt ze het managementadviesbureau Zeam in Zürich; ‘team’, maar dan met een z.

    Als ze met bedrijven praat, moet ze vaak vooroordelen uit de weg ruimen, zegt Meier terwijl ze van haar matchathee nipt. Bijvoorbeeld dat jonge mensen nauwelijks geld hebben om uit te geven. ‘Dat klopt niet,’ zegt ze. ‘Jongeren hebben geen vermogen, maar wel geld. En dat geven ze graag uit, liefst aan luxe zaken.’ Aan Rolexhorloges, kleren van Yves Saint Laurent of een peperdure haardroger van Dyson. Ook BMW, zegt Meier, is ongelooflijk populair bij Gen Z, ‘omdat het merk erin is geslaagd aansluiting te vinden bij de digitale wereld’. Het automerk uit München zet inmiddels inderdaad zijn logo op gamestoelen en computermuizen. Een sportwagen past nu eenmaal niet in de kinderkamer.

    First class

    Ook luxe reizen zijn bij Generatie Z ongelooflijk in opkomst, beweert Meier. ‘In mijn Instabubbel is het tegenwoordig absoluut trendy om business of first class te vliegen.’ Bedrijven als Solutions Holding, dat wereldwijd meer dan vijftig hotels exploiteert of beheert, profiteren daarvan. Ronja Gerhard (37), erfgename van het bedrijf, ontwikkelde een half virtuele, half analoge avonturenreis voor jonge vrouwelijke vakantiegangers: Sisters of Paradise.

    De kern ervan is een soort speurtocht met websitebegeleiding, waarbij je een bende meisjes helpt die op zoek gaan naar hun verdwenen broer. Op elke vakantielocatie van Gerhard wordt een nieuw hoofdstuk van de participatieroman geactiveerd. Een trip die het midden houdt tussen rollenspel en voorleesboek. Juist jonge mensen, zegt Ronja Gerhard, willen geen doorsneehotels, maar een story.

    ‘De nieuwe hardheid in de wereld drukt ook haar stempel op Generatie Z’

    Zulke trends zorgen bij veel bedrijven voor verwarring. Was het niet deze generatie die niet van straat weg te krijgen was omdat ze opkwam voor het klimaat? Hadden ze het niet zojuist nog over vliegschaamte?

    Marc Herz (41), marktonderzoeker en partner bij het strategiebureau K’UP in Berlijn, heeft begrip voor deze ambivalentie: ‘De nieuwe hardheid in de wereld drukt ook haar stempel op Generatie Z.’ Over elkaar heen buitelende crises zijn deel van het dagelijks leven van deze leeftijdsgroep, die is opgegroeid met corona, de klimaatcrisis en de Russische oorlog tegen Oekraïne. En die nu ook weleens wat anders wil. Bij een deel constateert Herz een ‘vlucht naar schoonheid’, die af en toe doorslaat naar verspilling.

    Uit onderzoek blijkt dat 20 procent van de jongeren tussen 14 en 29 jaar schulden heeft.

    Herz ziet dat deze generatie in een zingevingscrisis zit. Jongeren zijn zich bewust van hun verantwoordelijkheid en zouden vaak ook meer aan biologische producten willen uitgeven. En dan moeten ze voor zichzelf verantwoorden dat ze geen weerstand kunnen bieden aan snelle modetrends. ‘Dan zeggen ze dat iedereen het immers doet en dat je toch niets goed kunt doen,’ zegt Herz. Een kwart van de 18- tot 25-jarigen vindt het in eerste instantie een taak van de overheid om milieuproblemen aan te pakken, slechts 13 procent geeft zichzelf de schuld. Chinese webwinkels als AliExpress en Temu, razend populair bij Generatie Z, passen in dit beeld: hier speelt een schoon geweten dan even geen rol.

    Jongere consumenten die het anders willen doen, zie je op zaterdagochtend in Kulturkirche Altona in Hamburg. Start-up Vinokilo verkoopt er vintage kleren; de rekken hangen vol geruite overhemden, spijkerrokjes en bloemetjesjurken. De clou is dat je hier per kilo betaalt, de prijzen liggen tussen de 40 en 55 euro. Zo’n honderd jongvolwassenen verdringen zich tussen de rijen. Sehraa (20) stopt kleren in een fruitkrat die op een weegschaal staat. ‘Vijf kilo?’ zegt ze lachend en ongelovig. Ze duwt haar metgezel twee jassen in handen en weegt alle items nog eens, een voor een. Ze heeft al zo veel kleren, zegt ze. Ze koopt ze toch.

    Achter Vinokilo zit ondernemer Robin Balser (33), die al als student een soort kledingruilbeurs runde. Sinds 2017 verkoopt hij beroepsmatig tweedehands spullen en heeft hij het oude idee van verkoop per kilo voor een nieuwe generatie aantrekkelijk gemaakt. Sehraa en andere klanten hebben het evenement ontdekt op Instagram. ‘Don’t let fashion rule you,’ schrijft Vinokilo daar. Dat past bij hun levensstijl: wie vintage koopt, draagt zowel individualiteit als duurzaamheid uit.

    De influencerscultuur heeft een druk gecreëerd om ‘iedere dag iets anders aan te trekken’

    In de ogen van de kopers, zegt Robin Balser, is tweedehands kleding van een soort vodden veranderd in een premium product. De influencerscultuur heeft een druk gecreëerd om ‘iedere dag iets anders aan te trekken’. Zo’n driekwart van Generatie Z zegt wel eens tweedehands kleding te hebben gekocht. De koopzucht wordt in elk geval niet minder, ze verandert alleen. Neem Henri, negentien jaar, die met zijn vingers snel door de mannenoverhemden gaat. Minder consumeren is belangrijk voor hem, zegt hij. ‘Maar nog belangrijker is hoe dingen eruitzien.’

    Het lijkt alsof deze generatie klem zit tussen twee uitersten: fast fashion en slow vintage, verspilling en duurzaamheid. Maar er is een derde weg en ook die is allang een trend geworden. Met deinfluencing willen jonge mensen corrigeren wat influencers hebben aangericht. Ze gaan voor een camera zitten, laten allerlei producten van Amazon of Chinese webwinkels zien en zeggen wat niemand anders zegt: ‘Dit heb je helemaal niet nodig.’