Tag: feelgood

  • Wat maakt ons gelukkig?

    Wat maakt ons gelukkig?

    Ga niet naar geluk op zoek, want dan zul je het niet vinden. Je kan er ook niet te veel van hebben, dat verlamt. Hoewel er net zoveel voorstellingen van het ware geluk bestaan als mensen op de wereld, bevat dit artikel een paar waardevolle en universele lessen.

    Soms klopt alles gewoon. Je vrienden zitten om tafel, het eten smaakt, de wijn is goed. Maar wanneer alles lijkt te koppen, waarom blijft geluk uitgerekend dán uit?

    Ook gebeurt soms het tegendeel. Er wil geen goed gesprek ontstaan, de avond kabbelt maar voort en het wordt weer eens duidelijk dat plezier niet op afroep beschikbaar is.

    Dan weet je het weer, je herinnert het je van vroeger: dat de mooiste avonden de avonden zijn die je niet had gepland. Dat er in de keuken werd gedanst, en dat niemand na afloop meer precies kon zeggen hoe dat zo was gekomen. Waaruit bestaat geluk nu eigenlijk?

    Voorstellingen van het ware geluk zijn er net zoveel als er mensen op de wereld zijn

    Van het ware geluk bestaan net zo veel voorstellingen als er mensen op de wereld zijn.

    Pessimisten zeggen: geluk is de afwezigheid van leed.

    Hedonisten zeggen: geluk is consumptie.

    Neurobiologen zeggen: geluk is biochemie.

    Aristoteles schreef: geluk is genoeg hebben aan jezelf.

    Voor de arts Albert Schweitzer betekende het geluk ‘gewoon een goede gezondheid en een slecht geheugen’. 

    U-bocht van het geluk

    ‘De zekerste manier om het geluk te bereiken,’ zegt psychiater Manfred Lütz, ‘is met drugs.’ Heroïne, xtc: die garanderen geluk – als je tenminste gelooft dat het alleen maar een biochemisch proces is.

    Er zijn periodes in het leven waarin we niet zo gelukkig zijn. ‘Mensen in de middelbare leeftijd, tussen 35 en 54, zijn het ongelukkigst,’ zegt neurowetenschapper Tali Sharot van het University College London (UCL).

    De tevredenheid met het leven is het grootst bij jonge mensen tussen de 15 en 24, en vanaf midden vijftig wordt het weer beter. Dat is de zogeheten U-bocht van het geluk. We beginnen gelukkig, zinken weg en komen dan langzaam weer omhoog.

    En dan zijn er nog de gelukkigste landen ter wereld. Op dit moment staat Finland volgens het ‘Wereldgeluksrapport’ van de Verenigde Naties bovenaan. In Helsinki duren de dagen op dit moment nauwelijks acht uur. In de winter is het daar vooral donker. Daar staat tegenover dat Finland de beste sauna’s ter wereld heeft en een sterke verzorgingsstaat.

    In Zuid-Soedan, het ongelukkigste land op de lijst, schijnt de zon bijna altijd twaalf uur per dag. Dat land in het binnenland van Afrika staat ook op de laatste plaats in de welvaartsstatistiek; meer dan de helft van de mensen heeft er honger. Arm, maar gelukkig? Dat gaat hier zeker niet op.

    Maakt geld gelukkig? En meer geld nog gelukkiger? Mensen citeren graag een studie van psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman die aantoont dat een jaarinkomen van rond de 65.000 euro genoeg is. Wie meer verdient, wordt daar niet gelukkiger van.

    Een jaarinkomen van rond de 65.000 euro is genoeg. Wie meer verdient, wordt daarvan niet gelukkiger

    Voor socioloog Hilke Brockmann van de Jacobs University in Bremen is dat onzin. Zij zegt dat geluk afhankelijk is van hoeveel we bezitten in vergelijking met onze medemensen. ‘Ongelijkheid,’ zegt zij, ‘maakt ons ongelukkig.’

    Je kunt de zoektocht naar geluk eindeloos voortzetten. Onvermijdelijk duikt daarbij ook de bewering op dat je bewust voor het geluk kunt kiezen. Maar klopt dat ook?

    Britse wetenschappers van de Universiteit van Reading bevestigden onlangs wat grote studies steeds weer laten zien: dat mensen die veel moeite doen om gelukkig te zijn, daar bijzonder vaak níét in slagen. En dat ze zelfs een hoger risico lopen om depressief te worden – de zoektocht naar geluk kan ongelukkig maken.

    Vermijding en onderdrukking

    Waarom dat zo is, wilden de psychologen weten. Ze testten honderden Britse studenten en zagen dat wie zich actief voornam gelukkig te zijn, vaak teruggreep op twee mechanismen die je in het leven langdurig beschermen tegen onaangenaamheden: vermijding en onderdrukking.

    Leren voor een examen? Je bent gelukkiger wanneer je zorgt dat je een leuke dag hebt. Heb daar een slecht geweten over? Gewoon niet aan denken, dat is het beste.

    De deelnemers die zeiden zich bewust te focussen op gelukkig zijn, waren tegelijk ook degenen die minder greep hadden op hun gevoelens.

    Maar hoe moet het nu? Hoe kunnen we gelukkig worden zonder als een Wimpie Weernetniet door het leven te gaan? Hoe vinden we duurzaam geluk?

    Optimisme krijgen we van nature mee, daar is de Londense neurowetenschapper Sharot in elk geval van overtuigd. ‘De mens ziet de wereld altijd rooskleuriger dan hij is. Eigenlijk veel te rooskleurig,’ zegt ze. Het is haar een raadsel hoe wij tegenover de duistere realiteit om ons heen zo goedgemutst kunnen blijven. Ze heeft zich voorgenomen dit raadsel te doorgronden.

    Studies en getallen over hoe hardleers vol vertrouwen mensen in principe zijn, kent Sharot maar al te goed. Ze leidt het Affective Brain Lab van het UCL; met haar medewerkers onderzoekt ze hoe gevoelens ons handelen beïnvloeden. Vraag je de mensen uit om het even welk milieu, ongeacht of ze arm zijn of rijk, naar hun toekomst en die van hun familie, dan is ongeveer 80 procent optimistisch. ‘Het is moeilijk om tot een andere uitkomst te komen,’ zegt Sharot. De eigen kinderen? Heel slim. Kanker? Krijgen alleen anderen.

    Het laboratorium stuurde Amerikaanse rechtenstudenten voor een onderzoek naar een cursus familierecht. Op dat moment lag het percentage scheidingen in de VS op 50 procent. Toch geloofde ook daarna bijna iedereen dat hun eigen huwelijk voor altijd stand zou houden. Zelf zijn mensen altijd de uitzondering op de regel.

    Hoe kunnen we dit gebrek aan realiteitszin verklaren? Waarschijnlijk uit ons vermogen om het verleden naar onze hand te zetten. Want al nemen we graag aan dat ons geheugen er is om correcte herinneringen te leveren van wat we hebben meegemaakt, toch is dat niet wat het doet.

    Zelf is men altijd de uitzondering op de regel

    Het helpt je eerder om je je eigen toekomst te kunnen voorstellen en plannen te maken. Als je je bijvoorbeeld wilt voorbereiden op je vakantie, zegt Sharot, dan verzamel je puzzelstukjes van positieve momenten uit het verleden en arrangeer je die tot iets nieuws. ‘Het brein moet daarbij creatief te werk gaan.’

    Dat brein verricht dit werk in hetzelfde gebied dat het ook gebruikt voor het verwerken van herinneringen. Dat proces noemt Sharot een ‘mentale tijdreis’.

    Zo zwerven mensen met hun geest heen en weer tussen verleden en toekomst. En ze gaan daarbij even creatief om met de herinnering als met die toekomst.

    Waarom is dat belangrijk met het oog op het geluk? ‘Wat wij van de toekomst verwachten, bepaalt ook onze tevredenheid in het heden,’ zegt Sharot. ‘Je verheugen op wat komt, dat maakt ons gelukkig.’

    Daarom is het volgens Sharot ook geen verstandige strategie om uit voorzorg niet te veel te hopen. Wie zijn verwachtingen laag houdt uit angst teleurgesteld te worden, berooft zichzelf van geluk in het heden. Je verheugen op wat komt is de mooiste vreugde.

    Opioïden

    ‘Een positieve instelling helpt over het algemeen,’ zegt Sharot. ‘Want onze instelling beïnvloedt ons handelen. Topsporters weten: je moet goud willen om minstens zilver te halen.’

    Aan de andere kant, waarschuwt de neurowetenschapper, mag de optimist niet blind worden voor risico’s. Geen gordel omdoen in de auto, preventief kankeronderzoek overslaan: dat je positief ingesteld bent, vrijwaart je nog niet van gevaar.

    Wat er gebeurt in de hersenen wanneer mensen geluk ervaren, is uitgebreid onderzocht. Er komt een lichaamseigen mix van opioïden vrij, vooral endorfinen. Je beleeft een roesachtige euforie. Maar die ebt weer weg, want het brein is niet gemaakt om constant geluk te ervaren – integendeel, dat kan zelfs schadelijk zijn.

    In de jaren vijftig prikkelde de Amerikaanse psycholoog James Olds het beloningscentrum in de hersenen van ratten met stroomstootjes. De dieren vonden dit zo fijn dat ze pijn op de koop toe namen en zelfs vergaten te eten. Via een hefboompje konden ze zichzelf steeds opnieuw prikkelen. De ratten gebruikten het soms tot ze niet meer konden. Het oneindige geluk kostte hun bijna het leven.

    Wanneer wetenschappers zich met geluk bezighouden, maken ze vaak een onderscheid tussen twee categorieën: het geluk als piekervaring – een vluchtige toestand – en de tevredenheid die we in ons leven ervaren, een duurzaam geluk. Sommige mensen hebben van nature iets meer van dit duurzame geluk meegekregen dan anderen, lijkt het. Wie kent ze niet, die opgeruimde lieden die zich door niets van hun stuk laten brengen?

    Uit studies van tweelingen weten we dat verschillen in tevredenheid met het leven voor bijna eenderde genetisch bepaald zijn. De rest hangt af van zogeheten omgevingsfactoren: hoeveel liefde en binding we als kind hebben ervaren, welke kansen en mogelijkheden ons zijn geboden en hoe we die oppakken. Ons vermogen tot tevredenheid hebben we ook in eigen hand.

    Neurobioloog Gerhard Roth uit Bremen beschrijft deze tevredenheid als een soort uitgangspunt van waaruit we het piekgevoel van het geluk beleven. ‘Geluk,’ zegt Roth, ‘is een kortstondige, positieve afwijking van het individuele tevredenheidsniveau.’

    Deze toestand kennen zowel optimisten als pessimisten. Maar hoelang ze ervan kunnen genieten hangt af van hun graad van tevredenheid. Zo zou het bij optimisten langer duren, terwijl pessimisten al snel weer bedenken wat er allemaal mis kan gaan.

    Materiële beloningen zoals geld activeren in het brein vooral een bepaald gebied, de nucleus accumbens, die een sleutelrol speelt in het beloningssysteem

    Roth onderscheidt ook waaruit het geluk bestaat. Materiële beloningen zoals geld activeren in het brein vooral een bepaald gebied, de nucleus accumbens, die een sleutelrol speelt in het beloningssysteem. Ze veroorzaken een vergankelijk geluksgevoel, dat snel naar meer verlangt en moeilijk te verzadigen is.

    Sociale beloningen daarentegen, zoals erkenning, lof of het gevoel van macht, werken langer door. Ze activeren hersengebieden waarin op een bewust niveau positieve en negatieve ervaringen worden verwerkt.

    Maar ook dit soort geluk kan snel uitgewerkt zijn, zegt Roth. ‘Er komt een moment waarop macht vervelend, of lof te gewoon wordt.’

    Intrinsiek geluk

    Het enige soort geluk waarvan de dosis niet steeds verhoogd hoeft te worden is voor Roth het ‘intrinsieke geluk’: de ervaring vreugde te beleven aan wat je doet, die je uit jezelf haalt. ‘Dat kan betekenen dat je iets nieuws leert, hoort of ziet,’ zegt Roth.

    Dat je plezier hebt in je werk, in muziek, literatuur of een goed gesprek. ‘Deze geluksmomenten verbinden zich met de eigen tevredenheid en scheppen een geluk dat langer blijft.’

    Halverwege de jaren zeventig beschreef de psycholoog Mihály Csikszentmihályi nog een verheviging van dit geluksgevoel: de ‘flow’ die we beleven wanneer we volledig in een activiteit opgaan, en ruimte en tijd om ons heen vergeten. Het bereiken van deze flow-toestand kan gelden als de hogeschool van het geluk.

    Alleen heeft dat geluk zijn prijs. Csikszentmihályi beschrijft die zo: ‘Flow-ervaringen lijken weliswaar moeiteloos, maar dat is zeker niet het geval. Vaak is er zware lichamelijke inspanning voor nodig, of een uiterst gedisciplineerde geestelijke activiteit.’

    Dat ook zelfoverwinning bij het geluk hoort, wisten de antieke filosofen al. Aristoteles stelde in de vierde eeuw voor Christus het geluk – eudaimonia – voor als het resultaat van een deugdzame levenswijze. Niet iets wat je je even in het yoga-uurtje eigen maakt.

    Meer dan 2000 jaar later, in 1776, werd het recht op een ‘streven naar geluk’ in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring opgenomen. Dat moest voor iedereen bereikbaar zijn, en niet alleen voor degenen die door geboorte al bevoorrecht waren.

    In de loop der tijd, merkt de Amerikaanse historicus Darrin McMahon op, heeft de opvatting van het geluk als een ‘gegeven recht’ ertoe geleid dat het minder gezien werd als iets wat bereikt wordt door een cultivering van de eigen persoon; in plaats daarvan werd het een doel dat nagestreefd, bereikt en dan geconsumeerd kan worden. Geluk? Dat kopen we liefst.

    Zwart gat

    Wie heeft het zich nog nooit voorgesteld: rijk te zijn, je alles te kunnen veroorloven – wat zou je dan doen?

    Sandra Filbert heeft het meegemaakt. Filbert is midden vijftig, blond, ze lacht veel. Ze draagt jeans, en een witte bloes. Maar geen horloge, geen sieraden. Geen tekenen van rijkdom.

    Filbert wil niet dat haar rijkdom aan haar te zien is. Ze wil ook niet dat we voor dit verhaal haar ware naam gebruiken. Het geld heeft haar al genoeg narigheid opgeleverd. We ontmoeten haar in een Italiaans restaurant, waar ze spaghetti bestelt.

    Filbert en haar broer hebben een groot pand geërfd. Dertig huurders, A-locatie in een grote stad. Een paar jaar geleden hebben ze het verkocht. De bank faxte haar een bankafschrift. Langzaam rolde het papier uit Filberts faxapparaat: er stonden meerdere miljoenen op.

    Filbert had eerder een eigen onderneming geleid. Soms liep het goed, soms minder.

    Toen ze het huis verkocht, liep het net slecht. ‘Maar ik was een leven lang gewend om op te staan en naar mijn werk te gaan,’ zegt Filbert. Ze dacht: wat heeft het leven voor zin als je je geld niet meer hoeft te verdienen?

    Ze viel in een zwart gat. Ook een cruise hielp niet. Al na een paar dagen kreeg ze het er op haar zenuwen.

    Toen ze terugkwam, pakte ze het werk op dat ze had laten liggen. 

    Wat heeft het geld haar gebracht? ‘Ik ben vrij, onafhankelijk,’ zegt ze. Maar het dankbaarst is ze voor het geploeter van de jaren daarvoor. 

    Het klinkt simpel, zegt Filbert, maar vroeger besefte ze dat niet. Voor haar is geluk: weten dat ze daar niet zoveel geld voor nodig heeft.

    Eye-opener

    Hilke Brockmann is professor sociologie aan de Jacobs University in Bremen; zij houdt zich al meer dan tien jaar bezig met de vraag wat mensen gelukkig maakt. Zij ziet het inzicht dat geld geen onbegrensde geluksbrenger is als ‘een van de grootste eye-openers in het geluksonderzoek’.

    Hoeveel geld precies gelukkig maakt, of 65.000 genoeg daarvoor is of toch 100.000 euro per jaar, kan Brockmann niet zeggen. Zij gaat er, zoals de meeste onderzoekers, vanuit dat deze som afhangt van hoe een mens zich in vergelijking met zijn omgeving behandeld voelt. Dat het vooral de ongelijkheid is die iemand ongelukkig maakt.

    Onderzoekers als Brockmann vragen de mensen in hun onderzoeken hoe tevreden ze zijn. Ze vragen naar hun levensomstandigheden. Hoe oud? Getrouwd? Kinderen? Hoe groot is hun woning? Hoeveel verdienen ze?

    De uitkomst laat volgens Brockmann zien welke samenleving, welke politiek het voor elkaar krijgt het grootst mogelijke aantal burgers gelukkig te maken. ‘Op deze manier,’ zegt ze, ‘laat geluk zich verbazend goed meten.’

    Het resultaat is eenduidig voor de westerse landen: ‘Hoe gelijker een samenleving is, hoe gelukkiger.’ Daarom eindigen de Noord-Europese landen in de ranglijst elke keer heel hoog. 

    Corruptie, honger en oorlog daarentegen maken ongelukkig. Een paar staten komen nooit hogerop in de lijst. Helemaal onderaan houden Jemen en Syrië Zuid-Soedan gezelschap.

    Voor het persoonlijke geluk zouden steeds dezelfde fundamenten nodig zijn. Ten eerste: ‘Er moet genoeg geld zijn,’ zegt Brockmann. ‘De mensen moeten materieel verzekerd zijn.’ Ten tweede leven gelukkige mensen in goede sociale verhoudingen. ‘Op gelijke hoogte met familie en vrienden.’

    En ten derde helpt het om een hogere zin in het leven te zien. Gelukkig, aldus Brockmann, is wie het gevoel heeft zijn tijd op aarde niet zinloos te verbeuzelen.

    ‘De ergste vergissing die mensen op zoek naar het geluk kunnen begaan, is dat ze geluk verwarren met succes’

    Op deze drie ingrediënten komt alles neer: materiële zekerheid, sociale betrekkingen en een hoger doel in het leven. ‘Veel meer advies kan het geluksonderzoek niet geven,’ zegt Brockmann.

    Maar waarom vind je bij de boekhandel om de hoek duizenden titels als je vraagt naar lectuur over het thema geluk?

    Brockmann vindt die zelfhulpliteratuur dubieus. Je kunt hooguit iets leren van het voorbeeld van andere mensen, zegt ze. ‘Maar niemand moet enorm zijn best gaan doen om gelukkig te worden.

    De ergste vergissing die mensen die op zoek zijn naar geluk kunnen begaan, zegt psychiater Manfred Lütz, is geluk te verwarren met succes.

    Lütz is zenuwarts en psychotherapeut. Hij leidt het Alexianer ziekenhuis in Keulen en heeft gewerkt met verslaafden – mensen die bijzonder wanhopig naar geluk zoeken.

    Ook heeft hij theologie gestudeerd. Het probleem van het geluk is voor hem daarom tevens dat van de eindigheid. ‘De mens in de Middeleeuwen,’ zegt hij, ‘leefde psychologisch gezien langer: hij telde zijn korte leven op aarde op bij zijn eeuwige leven in het hiernamaals.’

    Het geloof in de eeuwige gelukzaligheid bestaat nu niet meer. Samengeperst in het heden wordt het leven een in tijd begrensd project. En daarmee worden we steeds angstiger. ‘Angst komt voort uit benauwdheid,’ zegt Lütz. ‘Ons leven is benauwder geworden.’

    De vraag die de meeste mensen zich stellen is volgens hem: hoe kan ik zoveel mogelijk halen uit mijn korte leven?

    Plicht

    Zo is geluk een plicht geworden. En veel mensen geloven dat het te maken heeft met succes. ‘Ze zien beroemde mensen die succes hebben en denken: Die zullen wel gelukkig zijn.’

    Een paar jaar geleden hield Lütz op het familiefeest ter gelegenheid van de verjaardagen van zijn beide dochters een toespraak. ‘Succes heb ik ze allebei nadrukkelijk niet gewenst,’ zegt hij. Waarom niet?

    ‘Succes hangt van zo veel toevalligheden af.’ Van het juiste moment, van de juiste plek en van vaardigheden die je misschien zelfs door veel inspanning niet kunt verwerven. Op al die dingen heb je geen invloed.

    Wat geluk niet is

    Waarop je wel invloed hebt: je kunt eigen kwaliteiten inzetten door betrokken te zijn met anderen. Verantwoordelijkheid nemen in het leven – dat heeft Lütz zijn dochters toegewenst. ‘Of dat tot succes leidt of niet, is bijzaak.’

    Wat is dan het geluk? Lütz schudt zijn hoofd. Dat is niet de juiste vraag. Geluk heeft volgens hem voor miljarden mensen miljarden verschillende betekenissen.

    Hij kan beter uitleggen wat geluk niet is, zegt Lütz. ‘Niet iets waar je naartoe kan werken.’ Als je iets doet om gelukkig te worden, zit je al fout.

    ‘Als ik mensen help, als ik merk dat ik bezig ben met iets goeds, dan ervaar ik een geluksgevoel,’ zegt hij. ‘Wie zegt: ik wil helpen om gelukkig te worden, die wordt het niet.’

    Dus hoe vind je het geluk? ‘Een goede therapeut zegt niet: doe dit of dat, dan word je gelukkig,’ zegt Lütz. ‘Hij vraagt: wat heeft u de laatste keer gelukkig gemaakt? Hoe ging dat?’

    Dit noemt hij het ‘brongerichte uitgangspunt’. Lütz zag dat voor het eerst bij een therapeut uit de VS.

    ‘De patiënt hing slap in zijn stoel. Mijn collega stelde de vraag: “Waar staat u, op een schaal van 0 tot 10 – waarbij 0 betekent: slechter kan het niet, en 10 staat voor: het probleem is opgelost.”

    De patiënt zei: “Op 3.” “Waarom niet op 2 of 1?” vroeg de therapeut. De patiënt antwoordde: “Omdat dit en dat tenminste nog functioneert.” De collega vroeg verder: “Wanneer stond u voor het laatst op 4? Of op 5?”’ 

    Lütz zag hoe de patiënt in zijn stoel steeds meer rechtop ging zitten. ‘Dat is heel ontroerend om te zien,’ zegt hij. ‘Hoe langer je over zo’n toestand spreekt, des te meer die voor die persoon weer werkelijkheid kan worden. En wat je dan kunt vinden, dat is je eigen, heel persoonlijke geluk.’

  • ‘Vijf jaar geleden ben ik gestopt met douchen’

    ‘Vijf jaar geleden ben ik gestopt met douchen’

    Heeft al dat schrobben en inzepen, hydrateren, deodoriseren en aanbrengen van peperdure serums wel zin, of helpt het vooral om de marktwaarde van de cosmetica-industrie nog meer te laten stijgen? Zie de huid, schrijft Brooke Jarvis, als een ecosysteem, dat in constante verbinding staat met de gezondheid van ons lichaam en met de wereld daarbuiten. Dat raadselachtige orgaan beschermt ons en wordt bewoond door ontelbaar veel kleine beestjes – en dat moet vooral zo blijven.

    image 3

    Toen we klein waren, zetten mijn zus en ik als we thuiskwamen van school graag Guiding Light aan, een soap op CBS. We kregen alleen het laatste kwartier van de een uur durende show mee, maar omdat het verhaal niet bijzonder subtiel was, was dit genoeg om zelfs de ingewikkeldste verhaallijnen te volgen – zoals dat van Reva Shayne, een negen keer getrouwd personage dat presentator van een talkshow was, helderziende en prinses op een fictief eiland, en als tijdreiziger terugkeerde naar de [Amerikaanse] Burgeroorlog en nazi-Duitsland, en de strijd met Dolly, een slinkse kloon van haarzelf, gemaakt door haar meest recente echtgenoot om de kinderen te behoeden voor het verdriet om haar meest recente (vermoedelijke) dood.

    Guiding Light begon in 1937 als een radioprogramma ter promotie van een zeep met de naam Duz. (‘Duz does everything.’) Toen het programma in 2009 uit de lucht ging, was het de langstlopende show in de tv-geschiedenis. En het was niet door CBS geproduceerd maar door Procter & Gamble, dat begon als zeepbedrijf en zich ontpopte tot de uitvinder van de moderne reclame in de VS. Behalve dat het bedrijf zijn merken promootte via afbeeldingen op bussen en billboards, produceerde het meer dan twintig radio- en televisiedrama’s. De eerste, Oxydol’s Own Ma Perkins, ging in 1933 in première. De laatste, As the World Turns, verliet de ether in 2010, toen de term soapopera inmiddels een begrip was, zonder dat kijkers enig idee hadden dat de term ooit daadwerkelijk verbonden was geweest met een zeepbedrijf.

    Tot de covid-19-uitbraak hadden de meesten van ons niet vaak of langdurig nagedacht over zeep. Aan het begin van de pandemie kwam hier verandering in.

    We leerden welke popnummers een refrein van 20 seconden hadden, zodat we ze tijdens het handen wassen konden zingen. We kwamen erachter dat, in ieder geval voor de lockdown, de rijen voor de herentoiletten plotseling langer werden – waarschijnlijk omdat (volgens een onderzoek) slechts 31 procent van de mannen daarvoor de gewoonte had gehad om na gebruik van het toilet de handen te wassen.

    cvEcGNGTrLA0RjLkvtHLmdVdODc29XgQwd4Spygu25epJtO9xza0mMCeg 7U49rgKbGI SxQ qxbDJydjKhGz4nskLotdlFmJguGMV44EAPidRbw tvHWjGoVREj tTk cIHn51V

    Terwijl distilleerderijen en brouwerijen zich toelegden op het produceren van desinfecterende handgel, publiceerde Times een stuk waarin werd uitgelegd waarom ouderwetse zeep eigenlijk beter geschikt was om het coronavirus te vernietigen: de hydrofobe staarten van zeepmoleculen binden zich met het lipidemembraan dat het virus beschermt en scheuren het letterlijk uit elkaar, terwijl de hydrofiele koppen zich hechten aan het water dat het dode virus wegspoelt. Zoals veel mensen ontwikkelde ik een nieuwe waardering voor zeep en stelde me elke keer dat ik mijn handen waste met wrede voldoening een scène voor van een vernieling op microniveau. Het was dan ook een vreemd moment om een boek te lezen van een arts die nogal kritisch aankijkt tegen de zeepindustrie, een boek dat begint met de zin ‘Vijf jaar geleden ben ik gestopt met douchen.’

    ‘De huid van één persoon herbergt duizend soorten bacteriën, om nog maar te zwijgen van schimmels, virussen en mijten’

    Laat ik meteen duidelijk maken dat James Hamblin, vast auteur voor The Atlantic en de schrijver van Clean: The New Science of Skin, nog altijd voorstander is van regelmatig handen wassen, wat onbetwistbaar een wereldveranderende innovatie is in de volksgezondheid en van cruciaal belang op dit moment in de geschiedenis. (Hamblin schrijft ook dat hij ‘nooit twee dagen achter elkaar een witte jas zou dragen zonder hem te reinigen’.) Maar hij twijfelt aan het nut van al het schrobben en inzepen – om nog maar te zwijgen van het hydrateren, deodoriseren en het aanbrengen van serums – waaraan we het grootste orgaan van ons lichaam onderwerpen, evenals aan de bedrijven die veel geld uitgeven om ons ervan te overtuigen dat we dat moeten doen om schoon te blijven.

    Duizend jaar zonder bad

    Zeep is een oude uitvinding, zo oud dat we alleen maar kunnen aannemen dat het het gelukkige resultaat was van het morsen van dierlijk vet in vuuras, waarbij enkele aanwezigen alert genoeg waren om de reinigende kracht van het schuim dat ontstond op te merken. Vroege versies, gemaakt met loog, konden de huid verbranden en werden vaker voor wasgoed toegepast dan voor mensen. Bij baden werden meestal water, zand, puimsteen, schrapers en oliën of parfums gebruikt – hoewel ze op sommige plaatsen het hele idee van douchen nogal gevaarlijk vonden. Sommige historische gegevens suggereren dat wassen relatief zeldzaam was in de westerse wereld: Marco Polo merkte met verbazing op hoe vaak mensen in India en China baadden, en Ahmad ibn Fadlan, die aan het begin van de tiende eeuw van het hof van Bagdad naar de Wolga reisde, vertelde dat de mensen die hij op zijn reis ontmoette zich niet wasten na het eten, poepen, plassen of na de seks, en dat ze ‘de smerigste schepselen van Allah’ waren. De Franse historicus Jules Michelet beschreef de Europese Middeleeuwen als ‘duizend jaar zonder bad’.

    In de VS werd zeep voor de huid pas in de negentiende eeuw openbaar verkocht, voornamelijk als een manier om geld te verdienen aan de restanten van de vleesverpakkingsindustrie, die grote hoeveelheden ongebruikt dierlijk vet produceerde. Ondernemers voegden potas toe [een mengsel van zouten dat hoofdzakelijk uit kaliumcarbonaat bestaat] en maakten zo zeep, waar ze vervolgens vraag naar moesten creëren.

    hghZ vZbUC6zjXojPybZgIMaElFvQwo6LzohDSoN2WsU01JZSbQhij7V0PF1KTzvbHY8dirTv0tXm4ArfGM0GKsB4L1gWvVyY7Dp061UW8pfCs3H3LhLrrsQ4vMLYyfqM8bhjTb5

    Tot deze vroege soapers behoorden William Procter en James Gamble, die nadat ze met twee zussen waren getrouwd begonnen samen te werken, een ander familiepaar, dat hun bedrijfsnaam uiteindelijk veranderde van Lever Brothers in Unilever en een man genaamd William Wrigley Jr., die kauwgom weggaf als promotie voor zijn zeep, waarna hij ontdekte dat er vooral vraag naar kauwgom bleek te bestaan. Vorig jaar werd de schoonheids- en persoonlijkeverzorgingsmarkt in de VS geschat op bijna 100 miljard dollar, wat het moeilijk maakt om je een tijd voor te stellen waarin mensen moesten worden overgehaald om zeep te gebruiken. Maar de zeepindustrie, zo stelt Hamblin in zijn boek, leent zich goed als introductie tot de geschiedenis van de Amerikaanse marketing.

    Ook nieuw was het creëren van en vervolgens voorzien in behoeften waarvan mensen niet wisten dat ze die hadden

    De eerste zeepfabrikanten waren pioniers op het gebied van technieken die we vandaag de dag nog steeds tegenkomen: één enkel bedrijf dat concurrerende merken bezit met bijna identieke producten, om het gevoel van keuze en loyaliteit bij de consument op te wekken; en het gebruik van ‘gesponsorde content’, zoals de soapseries of How to Bring Up a Baby van Procter & Gamble, dat deels een gezondheidspamflet was en deels een advertentie. De advertentiecampagnes creëerden een gevoel van op de loer liggend gevaar door te beweren dat hun eigen producten veiliger en zuiverder waren dan die van de concurrent, of ze promootten het product aan de hand van obscure, jargonachtige termen (‘triple milled soap’) die de consument belangrijk toeschenen, simpelweg omdat ze op de verpakking stonden. De bedrijven speelden voor de verkoop van hun producten bovendien weinig subtiel in op racisme en klassisme. Ze maakten zelfs gebruik van mensen die nu ‘influencers’ zouden worden genoemd, zoals de filmsterren die verschenen in advertenties met als slogan ‘9 van de 10 filmsterren gebruiken Lux Toilet Soap’. ‘Lever heeft die acteurs nooit betaald’, schrijft Hamblin, ‘en omdat de industrie zo nieuw was, kwam het blijkbaar niet bij hen op om om geld te vragen.’

    Ook nieuw was het creëren van en vervolgens voorzien in behoeften waarvan mensen niet wisten dat ze die hadden. Hamblin merkt op dat veel zepen die werden geadverteerd als ‘antimicrobieel’ en ‘antibacterieel’ minder veilig waren dan standaardzeep en gevaarlijke verbindingen op de huid achterlieten. (Veel producten die we nu als zeep beschouwen, zijn eigenlijk schoonmaakmiddelen op basis van synthetische verbindingen.)

    Ondertussen moesten zeepbedrijven, om hun productlijn uit te breiden, ‘het idee verkopen dat zeep op zichzelf onvoldoende was – of dat de effecten ervan ongedaan moesten worden gemaakt door weer andere producten’, schrijft Hamblin. Je had aparte zeep nodig voor je haar, je lichaam, je gezicht en zelfs voor verschillende gezinsleden. (Albert Einstein zou op de vraag waarom hij geen scheerzeep gebruikte, dat toen net was uitgevonden, naar verluidt hebben geantwoord: ‘Twee zepen? Veel te ingewikkeld!’) Om de uitdrogende effecten van zeep te compenseren, had je andere producten nodig: conditioners, vocht-inbrengende crèmes, toners. Hamblin wijst de introductie van Dove in 1957, waarvan de reinigingskracht wordt verminderd omdat het wordt vermengd met een vochtinbrengende crème, aan als het moment waarop de industrie begon met het verkopen van een geheel effectloos product.

    U9hwn6m7bsXxlus28ff9etc owBPbPeB5lqwIgj2VeAHi YGz3xN7mQwwilrLs6qn7JVluIH ovPXebY464DVj0DzSdK1rZ2 lXlrdEHF0Z0dKMSk0 PSf 9iM wHHwl4Z ThcA

    Hamblins beslissing om te stoppen met douchen –hij spoelt zich zo nu en dan af – begon als een experiment, toen hij zichzelf de vraag stelde wat de essentie van zijn leven was. Hij verkocht zijn auto, ontbond zich van het internet en overwoog om in een busje te gaan wonen – waar zijn vriendin bezwaar tegen maakte. Maar zijn beslissing had ook te maken met nieuw inzicht in de manier waarop onze huid functioneert: als een levende, doorlatende ‘dynamische interface’ die ons verbindt met de wereld om ons heen – ‘een complex, divers ecosysteem’ in plaats van een barrière die steriel en ongerept zou moeten zijn. Zeep, redeneerde hij, wast niet alleen natuurlijke oliën weg, maar ook veel van de micro-organismen die onze huid bewonen, waardoor het natuurlijke evenwicht dat deze veroorzaken, wordt verstoord.

    Hamblin begint aan een nogal onsamenhangende en soms onbevredigende reeks experimenten die zijn bedoeld om erachter te komen wat schoon zijn nu eigenlijk inhoudt. Hij bezoekt de Dr. Bronner’s Magic Soaps-fabriek, krijgt een reinigende gezichtsbehandeling en woont de opening van een Glossier-winkel en verschillende productdemonstraties bij. Een verkoper schenkt mannenzeep in borrelglaasjes uit wat lijkt op een whiskyfles; een ander probeert hem een ‘fontein van jeugdstamcel-vochtinbrengende crème’ aan te smeren, waarin de stamcellen afkomstig zijn van pompoenen.

    In een poging te laten zien hoe laks we de ingrediënten in cosmetica reguleren – in producten voor persoonlijke verzorging in de EU zijn vijftienhonderd chemicaliën verboden of aan regels gebonden, tegenover slechts elf in de VS – begint hij zijn eigen huidverzorgingsbedrijf. Het heet Brunson + Sterling (de slogan luidt: ‘Menscare for fucking perfect skin’) en biedt een mix van willekeurige ingrediënten in potjes van 200 gram voor 200 dollar per stuk. Het product verkoopt niet, maar het is legaal.

    Zeepadvertenties uit de jaren 50 waarin actrices en beroemdheden laten zien hoe Lux voor een stralende, fluweelzachte huid zorgt.
    Zeepadvertenties uit de jaren 50 waarin actrices en beroemdheden laten zien hoe Lux voor een stralende, fluweelzachte huid zorgt.

    Het interessantst is dat Hamblin mensen ontmoet die een heel andere kijk op huidverzorging hebben. Een vrouw met acné probeerde alles, van schrobben tot antibiotica, Accutane [een medicijn met de ontstekingsremmende stof isotretinoïne] en hormonale anticonceptie. (Acné wordt gedeeltelijk veroorzaakt door de Cutibacterium acnes en is een van de meest voorkomende redenen voor het voorschrijven van antibiotica.) Het werd alleen maar erger, totdat ze het opgaf, overal mee stopte en merkte dat haar huid opklaarde.

    ‘Het is geen verrassing dat de financiële crisis van 2008 een piek kende in psoriasis en eczeemconsultaties’

    Sandy Skotnicki, een Canadese dermatoloog, moet elke winter weer mannen met jeuk op het hart drukken te stoppen met het gebruik van douchegel en vraagt zich af of de tweeledige toename van overwassen en eczeem toeval is. (Omdat Skotnicki’s patiënten iets voorgeschreven willen krijgen, schrijft Hamblin, heeft ze ‘een manier gevonden om iets in niets te veranderen’, door te pleiten voor gereglementeerde reinigingen – waarmee ze gewoon tijdelijke onthouding van reinigingsproducten bedoelt.)

    Sommige wetenschappers menen dat de symptomen van eczeem – die vaak gepaard gaan met een overvloed aan Staphylococcus aureus – kunnen worden behandeld met de toepassing van een andere bacterie. Hamblin interviewt experts in immunologie en microbiologie die zich er zorgen over maken dat, voor sommigen van ons, de al lange tijd problematische relatie tussen de mens en hygiëne nu is omgekeerd: in plaats van te weinig hebben we nu misschien een overschot eraan. Deze experts willen dat we hygiëne wat breder bezien – als een kwestie van gezondheid en evenwicht, in plaats van een van steriliteit en zuiverheid. Met al onze zeep, ontsmettingsmiddelen en antibiotica, plus nog eens alle tijd die we binnen doorbrengen, afgesloten van vuil, dieren en frisse lucht, hebben we nieuwe problemen gecreëerd voor ons immuunsysteem, dat niet langer in aanraking komt met goedaardige triggers en dus overdreven reageert op zogenaamde bedreigingen. Overmatige hygiëne kan ook een probleem zijn voor het microbioom van de huid, waarvan we de ecologie pas net beginnen te begrijpen. Mark Holbreich, een allergoloog uit Indiana, ontdekte dat in de amishgemeenschap allergieën, eczeem en andere huidproblemen opmerkelijk weinig voorkomen, zelfs in vergelijking met genetisch en cultureel verwante groepen zoals de hutterieten in South Dakota, wier kinderen over het algemeen verder van de boerderij opgroeien. Julie Segre, die de bacteriële en schimmeldiversiteit van de menselijke huid als eerste in kaart bracht, merkt op dat de recente fascinatie voor probiotica in voedsel ons denken over de gezondheid van de huid niet lijkt te hebben beïnvloed: ‘Iedereen wil Activiayoghurt eten en zichzelf met bacteriën koloniseren, om vervolgens antibacteriële zeep te gebruiken.’

    Zeepadvertenties uit de jaren 50 waarin actrices en beroemdheden laten zien hoe Lux voor een stralende, fluweelzachte huid zorgt.

    En microbioloog Jack Gilbert vertrouwt Hamblin toe: ‘Ja, ik douche. Ik douche wel, hoewel ik de gevolgen ervan ken. Niet elke dag, en ik gebruik meestal niet veel zeep.’

    Medische misvatting

    Medische leerboeken worden vaak geïllustreerd met zogenaamde écorché-figuren – menselijke anatomieën van het type dat Leonardo da Vinci tekende, waarbij de huid is verwijderd om de spieren en het bot eronder te kunnen tonen. Volgens dermatoloog Monty Lyman duidt dit op een misvatting binnen de medische wereld: steeds weer wordt het medisch belang van de huid, die als muur en raam dient tussen ons mensen en de buitenwereld, over het hoofd gezien. Hij kent specialisten in meer glamoureuze disciplines die spotten met dermatologie. (Een vriend van een chirurg noemt de huid schertsend ‘het inpakpapier om de cadeautjes’.)

    Met zijn boek The Remarkable Life of the Skin wil Lyman dit rechtzetten; hij wil lezers het belang doen inzien van een orgaan dat vaak ‘aanwezig en toch onzichtbaar’ is. De huid is een vreemd, klein wonder. Als uw huid zou worden verwijderd, zou u al snel het water in uw lichaam verliezen en sterven aan uitdroging.

    De huid beschermt tegen dodelijke straling en ziekteverwekkers en helpt het lichaam binnen het kleine temperatuurspectrum te blijven dat het kan verdragen, terwijl het orgaan op de dunste plekken slechts half zo dik is als een cent. De cellen die aan de wereld worden blootgesteld zijn in feite al dood en zullen over het algemeen niet langer dan een maand meegaan – elke dag vergaan er ongeveer een miljoen, die zich vervormen tot stof in uw huis. Als deze huidcellen verloren gaan, worden ze vervangen door nieuwe, die zich op hun beurt gewillig opofferen om de triljoenen andere cellen waarvan je bent gemaakt te beschermen. ‘Nooit waren zo velen aan zo weinig zo veel verschuldigd’, schrijft Lyman.

    Met Lava-zeep kunnen zelfs mannen hun handen schoon krijgen, meldt de advertentie. De Ivory Soap voor mannen wordt sinds 1879 verkocht door Procter & Gamble in 1879, en is 140 jaar later nog steeds te koop. De antibacteriële zeep van Safeguard komt in twee nieuwe kleuren kondigt de advertentie uit 1967 aan.
    Met Lava-zeep kunnen zelfs mannen hun handen schoon krijgen, meldt de advertentie. De Ivory Soap voor mannen wordt sinds 1879 verkocht door Procter & Gamble in 1879, en is 140 jaar later nog steeds te koop. De antibacteriële zeep van Safeguard komt in twee nieuwe kleuren kondigt de advertentie uit 1967 aan.

    Zoals vaak het geval is in de geneeskunde, wordt het belang van de huid vooral duidelijk wanneer er iets in de werking misgaat. Lyman schrijft over pellagra, een pijnlijke uitslag die in het begin van de twintigste eeuw veel voorkwam in South Carolina en leidde tot ‘onophoudelijke diarree’ en uiteindelijk psychose, totdat de ziekte uiteindelijk werd genezen door de introductie van een uitgebalanceerd dieet; het is de reden dat verpakt brood nu niacine bevat.

    Kinderen kunnen xeroderma pigmentosum hebben, een genetische aandoening die het natuurlijke herstelsysteem saboteert dat uv-schade aan dna opspoort; vanwege hun onvermogen de zon in te gaan worden ze wel ‘middernachtkinderen’ genoemd, en ze hebben een gruwelijk grote aanleg om huidkanker te ontwikkelen.

    Bij epidermolysis bullosa, een andere genetische aandoening, zijn er geen eiwitten die de epidermis met de dermis verbindt, wat betekent dat de huid al kan loskomen als deze langs een deurknop schuurt. Een jonge patiënt met de aandoening, Hassan, had nauwelijks huid over toen hij een baanbrekende behandeling kreeg: dokters oogsten enkele van zijn huidcellen, stelden ze bloot aan een virus dat een gezonde versie van het gemuteerde gen droeg en gebruikten deze vervolgens om in een laboratorium 9 vierkante meter nieuwe huid te laten groeien, die ze met succes op het lichaam van Hassan aanbrachten.

    image 4

    Waar Hamblin zich concentreert op reinheid, probeert Lyman op een bredere manier naar de huid te kijken, waarbij hij hoofdstukken besteedt aan aanraking, pijn, de geschiedenis van tatoeages, de wetenschap van melanine, de visie van verschillende religies op naaktheid en de manier waarop de blootstelling van onze huid aan de zon onze algehele gezondheid beïnvloedt. (Wist u dat honden en katten, mogelijk omdat hun vacht het vermogen van hun huid blokkeert om zonlicht te absorberen en vitamine D te produceren, een olie afscheiden die in vitamine D wordt omgezet bij blootstelling aan zonlicht? Die moet vervolgens oraal worden ingenomen, wat een van de redenen is dat huisdieren zichzelf altijd likken.)

    In één onderzoek konden wetenschappers, door simpelweg het microbioom van de huid van mensen te onderzoeken, zien in welke stad ze woonden en met wie ze samenwoonden

    De zon kan de veroudering van de huid sterker beïnvloeden dan de tijd zelf, merkt Lyman op. Hij vertelt dat hij, toen hij in een kliniek werkte, een vrouw van in de zestig aanzag voor de dochter in plaats van de moeder van een zonaanbiddende patiënt van in de veertig. Hoewel hij lezers meeneemt op een rondleiding langs de wildste huidbehandelingen, van de ‘vampiergezichtsbehandelingen’ waar Kim Kardashian bij zwoer tot Cleopatra’s dagelijkse bad in ezelinnenmelk, zijn de enige schoonheidstrucs die Lyman onderschrijft bescherming tegen de zon, een gezond dieet, niet roken of overmatig drinken, en geen langdurige stress. ‘Het is geen verrassing dat de financiële crisis van 2008 een piek kende in psoriasis- en eczeemconsultaties’, schrijft Lyman. Aandoeningen zoals coeliakie, de ziekte van Crohn, rosacea en eczeem –die allemaal betrekking hebben op de huid, het immuunsysteem en de darmen – laten zien hoe verweven deze systemen zijn. Eczeem is bijvoorbeeld een voorspeller van de vraag of een baby voedselallergieën zal ontwikkelen, en het is gebleken dat acné toeneemt naarmate het dieet van een persoon verwestert.

    Ecosysteem

    Huidverzorging, waarvan de marktwaarde tussen 2014 en 2019 met zo’n 20 miljard dollar is gestegen, is uitgegroeid tot de winstgevendste sector van de cosmetica-industrie. Producten kunnen enorm duur zijn, vooral als ze met andere worden gecombineerd tot uitgebreide regimes. Maar de wetenschap van de gezondheid van de huid, zoals beschreven door Hamblin en Lyman, suggereert dat we het mis hebben als we de huid als statisch of losstaand beschouwen, als iets dat genoegen neemt met oppervlakkige behandelingen met verschillende reinigingsmiddelen en vochtinbrengende crèmes. (Hamblin spot met het idee de interne collageenproductie van de huid te bevorderen door collageen op te smeren of het in te nemen: ‘Alsof je, omdat je nieuwe banden nodig hebt, rubber in je benzinetank stopt.’) De huid is, letterlijk, een ecosysteem, dat in constante verbinding staat met de gezondheid van de rest van ons lichaam, evenals met de wereld daarbuiten.

    In een hoofdstuk genaamd ‘Skin Safari’ leidt Lyman ons langs de bewoners van onze huid. Ze variëren van de microscopisch kleine mijten die ’s nachts al copulerend over onze gezichten zwerven, tot de zeer stabiele gemeenschappen van micro-organismen die op de verschillende delen van ons lichaam leven, elk met hun eigen unieke omstandigheden. ‘Op het eerste gezicht lijkt onze huid een kaal, onherbergzaam landschap’, schrijft Lyman. Maar voor beestjes die klein genoeg zijn is het orgaan bedekt met bergkammen, ravijnen, woestijnen en moerassen, ‘habitats vol wilde dieren waar je een natuurdocumentaire aan zou kunnen wijden’.

    590uRez2A1X 5EkhWUg4QldyZNWWgSID5n5HFex9Hj2VTMB3eNrjxeNEyEcjdT1cZdIcKo hljgAX29qLcpEhBC lwlQyktiU4 zcETaryX7eqPd99qNbKQdWvt8S9FVKUGvj0wB

    Deze habitats worden op hun beurt beïnvloed door onze eigen omstandigheden. In één onderzoek konden wetenschappers, door simpelweg het microbioom van de huid van mensen te onderzoeken, zien in welke stad ze woonden en met wie ze samenwoonden.

    Revolutie

    Als je dit leest, wil je ongetwijfeld eerder meer dan minder zeep gebruiken. (En waarschijnlijk draagt de wetenschap dat al die kleine gezichtsmijten, omdat ze geen anus hebben, uiteindelijk sterven door de inname van alle huid en olie die ze op je gezicht hebben geconsumeerd, daar nog eens aan bij.) Maar onthoud dat we het huidmicrobioom altijd al met ons meedragen, en dat het minstens evenveel micro-organismen bevat als er cellen in je hele lichaam zijn – misschien wel drie keer zoveel. Jij bent het, in zekere, zeer reële zin, en het orgaan dient doeleinden die we pas net beginnen te begrijpen. Microben, archaea genaamd, die in 2017 op de huid zijn ontdekt, beschermen onze huid bijvoorbeeld door stikstof om te zetten en ziekteverwekkers op afstand te houden; stinkende microben op onze voeten kunnen schimmelinfecties tegengaan; en zelfs die gezichtsmijten kunnen worden beschouwd als natuurlijke exfolianten.

    De huid van één persoon herbergt ‘duizend soorten bacteriën, om nog maar te zwijgen van schimmels, virussen en mijten’, schrijft Lyman – een diversiteit aan personages en verhaallijnen waarbij elke soapserie in het niet valt, en die grote gevolgen heeft voor onze gezondheid en ons welzijn. Hij vertelt over een stinkende persoon die, nadat hij was ingesmeerd met microben uit de oksels van zijn zoet geurende tweelingbroer, niet langer stonk, en over iemand die een sociaal verlammende genetische aandoening, met de suggestieve naam ‘visgeursyndroom’, bestreed door zijn dieet te veranderen.

    Lyman verwacht dat de wetenschap binnenkort in staat zal zijn om ons unieke microbiële zelf te veranderen op manieren die veel geavanceerder zijn dan het gebruiken dan wel afzweren van zeep: ‘Het manipuleren en aanpassen van deze populaties kan een revolutie in de geneeskunde teweegbrengen.’

    Ook Hamblin stelt dat zeep een kleine speler is in vergelijking met andere factoren die het microbioom beïnvloeden: bijvoorbeeld het gebruik van antibiotica, of de vroege levenservaringen die de initiële ontwikkeling van het orgaan beïnvloeden. Het heroverwegen van het gebruik van zeep, besluit hij, staat misschien vooral symbool voor de manier waarop we denken over schoonheid: als een strijd, of als een evenwichtsoefening? Hij besluit zijn boek met een ode aan openbare parken als belangrijk onderdeel van de stadshygiëne, waarbij hij wenst dat we het geld dat we aan zeep en huidverzorging uitgeven, zouden besteden aan het verbeteren van onze eigen leefgebieden – niet alleen die waarin we leven, maar ook die die we zelf vormen. ‘Als we onze wereld veranderen, veranderen we vanzelf ons lichaam’, schrijft hij. ‘De oude dualiteit tussen milieugezondheid en menselijke gezondheid is achterhaald.’

    Al met al ziet Hamblin zijn persoonlijke experiment als een succes. Na een overgangsperiode, die zijn microbiële populaties vermoedelijk hebben aangegrepen voor een grondige zelfreorganisatie, omarmt de vriendin die het idee van het busje afwees zijn besluit om niet langer te douchen. Ze verklaart dat Hamblin niet zozeer lekker of vies ruikt, maar gewoon, ‘als een persoon’.

  • Hij is 83, zij 84, en ze zijn een enorme Instagram-hit

    Hij is 83, zij 84, en ze zijn een enorme Instagram-hit

    De eigenaren van een wasserette in het centrum van Taiwan zijn Instagram-sterren geworden door foto’s in achtergelaten kleding te posten.

    De meeste kledingstukken die bij Wansho Laundry in het centrum van Taiwan worden afgeleverd komen gestoomd, gewassen of chemisch gereinigd weer in handen van hun rechtmatige eigenaars – schoner dan toen ze werden gebracht.

    Maar soms ook belanden achtergelaten kledingstukken op Instagram.

    De blouses, rokken en broeken sieren daar de lichamen van de tachtigjarige eigenaren van de wasserij, Chang Wan-ji en Hsu Sho-er, die wereldberoemd zijn geworden door het showen van outfits samengesteld uit de honderden vergeten items die verstrooide klanten achterlieten.

    Niemand is verbaasder over de hernieuwde bekendheid van het echtpaar dan hun 31-jarige kleinzoon en onofficiële stylist, Reef Chang. ‘Ik stond perplex,’ vertelt Chang jr. ‘Ik had geen idee dat zoveel buitenlanders belangstelling voor mijn grootouders zouden tonen.’

    Hij was degene die het Instagram-account bedacht. Hun zaken gingen achteruit tijdens de coronapandemie en zijn grootouders waren huiverig om naar buiten te gaan, ook al nam Taiwan zeer effectieve maatregelen om het virus te bestrijden. (Met bijna 24 miljoen mensen heeft Taiwan slechts 458 gevallen gemeld, 55 lokale transmissies en zeven doden.)

    ‘Ze hadden niets te doen’, zegt hij. ‘Ik zag hoe verveeld ze waren en wilde hun leven opfleuren.’

    Ze zijn naturals voor de camera. Mevrouw Hsu, 84, straalt de hooghartigheid uit van een supermodel, maar behoudt een vleugje speelsheid. De heer Chang, 83, vult de branie van zijn vrouw perfect aan met zijn nonchalante houding, gebruikmakend van zijn borstelige wenkbrauwen.

    Schermafbeelding 2020 11 18 om 13.15.29

    ‘Zijn wenkbrauwen zijn echt bijzonder,’ zegt mevrouw Hsu glimlachend tijdens een interview achter in de wasserette, waar ze naast een klein heiligdom zit voor de aardgod Tudigong, dat je in traditionele Taiwanese huizen veel ziet.

    De kleding die ze etaleren is eclectisch, funky en vrolijk. Ze dragen vaak dezelfde sneakers en kleurrijke petten en hoeden. Hij draagt soms een blinkende zonnebril. Op één foto leunt zij koeltjes, de armen gekruist, tegen een gigantische wasmachine, terwijl hij nonchalant grijnzend de open deur vasthoudt. Ze poseren op een plek die ze goed kennen: hun winkel, die een ijverige achtergrond biedt van de was van hun klanten, gestapeld en opgerold tot plastic bundels of hangend aan rekken.

    De jeugdige houding van het paar spreekt een groeiend aantal volgers aan – begin november zijn dat er 659.000 en het aantal blijft toenemen – terwijl ze sinds ze op 27 juni begonnen slechts 46 posts op hun account @wantshowasyoung hebben geplaatst.

    ‘Mijn kleinzoon is erg creatief,’ zegt mevrouw Hsu. ‘Zijn creativiteit heeft ons en vele anderen gelukkig gemaakt.’

    Het account trok fans uit heel Taiwan en de rest van de wereld aan, waarvan velen de foto’s zagen als een remedie tegen alle zorgen van het afgelopen jaar – een wereldwijde pandemie, economische verwoesting, klimaatverandering en geopolitieke spanningen.

    ‘Als ik naar de foto’s van Wan-ji en Sho-er kijk, voel ik me meteen beter’, schreef een Instagram-gebruiker genaamd tibbar1 in reactie op een foto ter ere van de meer dan 100.000 volgers van het account. ‘Hun foto’s hebben echt een charmante uitstraling, dat krijgt niet iedereen zomaar voor elkaar.’

    ‘De eerste keer dat ik haar zag, was ik verrukt. Niet veel later begonnen we over het huwelijk te praten’

    Het stel is nu beroemd op internet, maar hun 61 jaar samen begonnen traditioneler. Hun verhaal loopt synchroon met de ontwikkeling van het moderne Taiwan. Het begon tijdens het repressieve tijdperk, toen het land onder staat van beleg stond, en ontvouwde zich terwijl Taiwan geleidelijk meer naar buiten gericht en zelfverzekerder werd.

    Meneer Chang, destijds 21, ontmoette mevrouw Hsu eind jaren vijftig, toen haar oudere zus en tante hem benaderden in Houli, een semirurale wijk in het noorden van Taichung City waar het echtpaar geboren werd. Het doel was een huwelijkspartner voor Hsu te vinden. Toen ze hem mee naar huis namen om haar te ontmoeten, bleef hij tot haar ontzetting niet lang.

    ‘Ik wilde dat hij bij me kwam zitten, maar dat deed hij niet,’ vertelt ze. Het ging er toen veel conservatiever aan toe. ‘Hij was behoorlijk verlegen,’ voegt ze eraan toe.

    Laundry

    Maar hij liet zich zeker niet afschrikken. ‘De eerste keer dat ik haar zag, was ik verrukt,’ zegt Chang. ‘Niet veel later begonnen we over het huwelijk te praten.’

    Het echtpaar trouwde in 1959 en kreeg twee zonen en twee dochters, en uiteindelijk zes kleinkinderen. Ze werkten samen in het bedrijf dat hij sinds zijn veertiende runde, waar hij de kleren reinigde voor de buurtbewoners, in Houli. Ze bouwden een grote klantenkring op, van wie sommigen nog altijd hun was komen brengen, ook al zijn ze lang geleden naar het centrum van Taichung verhuisd.

    Niet oud

    Nu is Wansho Laundry, dat zijn naam ontleent aan de tweede letters van de namen van de eigenaren, dagelijks geopend van 8.00 uur tot 21.00 uur, hoewel de zaak als het regent soms vroeg sluit, zegt meneer Chang. Hij en zijn vrouw zijn de enige werknemers.

    In de jaren tachtig, toen er een einde kwam aan de 38 jaar staat van beleg van Taiwan, begonnen de twee naar het buitenland te reizen en bezochten ze de Verenigde Staten, Japan, Europa en Australië. Nu helpen die reizen hen om de berichten die vanuit alle hoeken van de wereld binnenkomen op hun Instagram-foto’s te plaatsen, vertelt Chang junior.

    ‘Ik lees ze soms berichten voor en vertel ze waar de afzenders vandaan komen. En dan zeggen ze: ‘”Ah, daar ben ik geweest!”’

    Meneer Chang hoopt dat de ervaring van hem en zijn vrouw andere oudere inwoners van Taiwan en elders ertoe aanzet actief te blijven.

    107309335 148484213504431 4477562269510001716 n

    ‘Het is beter dan tv kijken of dutten,’ zegt hij. ‘Ik mag er dan flink wat jaren op hebben zitten, maar ik voel me niet oud.’

    Volgens zijn kleinzoon was de afgelopen periode heel bijzonder voor zijn grootouders – klanten bleven wat langer hangen en kletsen, wat het paar zichtbaar gelukkig maakte. De vriendelijke berichten vanuit de hele wereld dragen daaraan bij. ‘De laatste tijd zie ik als we samen eten dat ze echt opgetogen zijn,’ zegt Chang.

    Internetfaam is vluchtig, en de eigenaren van Wansho Laundry hoeven er geen geld mee te verdienen. Hoewel meneer Chang zegt blij te zijn als de honderden mensen die hun was vergaten terug zouden komen. ‘Het zou leuk zijn om met ze te praten,’ zegt hij met opgetrokken wenkbrauw. ‘En om betaald te worden.’

    Onlangs gebeurde dat voor het eerst. Een klant die meer dan een jaar geleden kleding had afgegeven bij Wansho Laundry en het stel in het lokale nieuws had gezien, kwam eindelijk terug om zijn pakket op te halen – en om de rekening te betalen.