Tag: fietsen

  • Servische studenten houden fietstocht om corruptie in Servië aan te kaarten

    Servische studenten houden fietstocht om corruptie in Servië aan te kaarten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland veroordeelt vier journalisten die banden zouden hebben met Navalny

    » WHO-lidstaten bereiken akkoord over voorzorg tegen toekomstige pandemieën

    De fietstocht was meer dan 1400 kilometer lang

    Servische studenten hebben een fietstocht gehouden met Straatsburg – de zetel van de Raad van Europa en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – als eindpunt om aandacht te vragen voor de corruptie in hun land. Zo’n tachtig jongeren werden dinsdagavond in de Franse stad verwelkomd onder het gejuich van honderden medeburgers die waren gekomen om hen te steunen, aan het einde van een fietsreis van meer dan 1400 km. Er was zelfs een rode loper uitgerold op het centrale plein, versierd met Servische vlaggen, meldt het Servische weekblad Vreme.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De fietsers willen de aandacht van de EU vestigen op hun anti-corruptiecampagne die werd opgezet naar aanleiding van het dodelijke ongeluk in Novi Sad afgelopen november. De instorting van de betonnen overkapping van het treinstation van de Servische stad gaf het startschot voor een protestbeweging die sindsdien over het hele land is uitgewaaierd en kritiek levert op het staatssysteem en de corruptie die Servië teistert. Woensdag wordt in Straatsburg een mars georganiseerd van de Raad van Europa naar het Europees Parlement ‘om een krachtige boodschap aan Europa over te brengen: gerechtigheid, democratie en een einde aan de straffeloosheid’, aldus de organisatoren.

  • Moeten er nummerborden op fietsen komen?

    Moeten er nummerborden op fietsen komen?

    Hoewel de fiets een milieuvriendelijk en gezond vervoersmiddel is, zorgt ze ook voor verkeersonveilige situaties. Leidt het registreren van fietsen tot veiliger verkeer? Twee opiniemakers gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Ja: ‘Alle fietsen op de openbare weg zouden een nummerplaat achterop moeten hebben’

    Een commentaar van auteur, historicus, biograaf en columnist bij The Sunday Telegraph Simon Heffer

    ‘De meeste fietsers gedragen zich goed, maar de argumenten voor regulering zijn sterk gezien het slechte gedrag van een roekeloze minderheid,’ aldus Simon Heffer in The Telegraph. Hij schrijft zijn artikel naar aanleiding van het incident in Regent’s Park in Londen, waarbij een oudere vrouw werd aangereden door een fietser op een racefiets die sneller ging dan was toegestaan. Ze overleed uiteindelijk aan haar verwondingen. ‘Toch werd er geen zaak tegen de fietser aangespannen, omdat er volgens de politie onvoldoende bewijs was voor een reële kans op een veroordeling’, schrijft Heffer. ‘Je zou denken dat de dode vrouw, het onbetwiste feit dat ze overleed nadat ze werd aangereden, en de wetenschappelijk onderbouwde bevinding dat de fietser 46 kilometer per uur reed, bewijs genoeg zou zijn.’

    Sommige parlementsleden willen dood door gevaarlijk fietsen strafbaar stellen, aangezien dit niet het eerste incident in het Verenigd Koninkrijk was. ‘In 2017 werd een man door een rechter in de Old Bailey veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf op grond van een wet uit 1861 die het “roekeloos besturen” van een voertuig, inclusief een fiets, strafbaar stelt’, schrijft Heller. ‘Zijn slachtoffer, een vierenveertigejarige vrouw, overleed aan hoofdwonden toen hij haar raakte toen ze een straat overstak in Londen. Hij beging een overtreding omdat hij geen voorrem had. Uiteindelijk werd hij vrijgesproken van doodslag.’

    ‘Degenen die, net zoals ik, veel door Londen of welke grote stad dan ook lopen, hebben het allemaal gezien’

    ‘Degenen die, net zoals ik, veel door Londen of welke grote stad dan ook lopen, hebben het allemaal gezien. Fietsers rijden door rood, meestal met hoge snelheid, terwijl onschuldige voetgangers oversteken bij een groen licht. Ik werd afgelopen donderdag nog bijna omver gereden.’ En daar blijft het volgens Heller niet bij. ‘Ze fietsen op de stoep, de verkeerde kant op door eenrichtingsstraten of op de linkerkant van een straat met tweerichtingsverkeer.’ Een automobilist die zoiets doet, komt al snel in aanraking met de politie. ‘En dan niet omdat er een agent in de buurt is, want meestal is die er niet, maar omdat een bezorgde burger het kenteken noteert en een telefoontje pleegt’, schrijft hij. ‘Misschien is dat de oplossing.’

    ‘Alle fietsen op de openbare weg zouden een nummerplaat achterop moeten hebben, die gemakkelijk zichtbaar is voor diegenen die zojuist bijna overreden zijn,’ gaat hij verder. ‘Het Departement van Transport zou bescheiden registratiekosten moeten heffen om de bureaucratische kosten te dekken (hoewel aanvragen online kunnen gebeuren) en om meer politie te werven om overtreders op heterdaad te betrappen. Degenen die schuldig worden bevonden aan overtredingen kunnen, net als automobilisten, een boete krijgen, voor een bepaalde tijd van de weg worden verbannen of opgesloten, of alle drie.’ 

    Nee: ‘Het enige wat je zou krijgen van deze draconische maatregelen is minder fietsers’

    Een commentaar van adjunct-politiek redacteur voor The Guardian en auteur van het boek The Miracle Pill Peter Walker.

    ‘Zwitserland heeft het een tijdje geprobeerd. Argentinië heeft het ooit een kans gegeven, net als verschillende steden in de VS. Maar de enige plek waar het idee is blijven hangen, is Noord-Korea’, schrijft Peter Walker in The Guardian. Hij geeft toe dat het registreren van fietsen in eerste instantie verleidelijk lijkt. Fietsers zijn, net als auto’s, weggebruikers, ze kunnen wetten overtreden en doen dat soms ook, en ze kunnen anderen ernstig letsel toebrengen. Dus waarom zouden ze vrijgesteld moeten worden van identificatie en handhaving? ‘De reden is heel eenvoudig: praktisch gezien zou het enorm moeilijk zijn om te handhaven – en gebleken is dat het weinig oplevert.’

    Er komen enkele logistieke hindernissen kijken bij het registreren en identificeren van fietsers. ‘Een nummerplaat moet groot genoeg zijn om leesbaar te zijn, wat op zichzelf al lastig is. Het zou ook alleen de fiets zelf identificeren, niet de persoon erop.’ Sommige voorstanders hebben het idee geopperd fietsers in genummerde hesjes te steken. ‘Maar nogmaals, iets wat groot genoeg is om gezien te worden zou enorm onpraktisch zijn – te warm in de zomer en onmogelijk over een jas heen te krijgen in de regen of kou.’

    ‘Het identificeren van weggebruikers neemt gevaren in het verkeer niet weg’

    Het is volgens Walker dus geen realistische oplossing. ‘En als er al een half werkbare administratieve truc gevonden zou worden, stuit je op het andere opvallende nadeel van een dergelijke regeling: er is zeer sterk bewijs dat deze geen netto voordeel oplevert voor de verkeersveiligheid of het algemene nationale welzijn. In feite gebeurt het tegenovergestelde. het identificeren van weggebruikers neemt gevaren in het verkeer niet weg.’ 

    Volgens het Motor Insurers’ Bureau zijn er in het Verenigd Koninkrijk naar schatting een miljoen onverzekerde bestuurders en elke dag komen ongeveer zeventig mensen om in het verkeer of lopen mogelijk levensgevaarlijke verwondingen op. ‘Bijna alle verkeersslachtoffers worden veroorzaakt door auto’s. De concentratie op fietsen zou betekenen dat je je concentreert op een groep die gemiddeld twee doden per jaar veroorzaakt, tegenover de zeventienhonderd levens die elk jaar verloren gaan bij auto-ongelukken’, schrijft Walker. ‘Het enige wat je zou krijgen van deze draconische maatregelen is waarschijnlijk minder fietsers. Verplichte helmwetten in landen als Australië – een veel minder zware administratieve barrière – blijken het aantal fietsers ook al te onderdrukken.’ En bij minder fietsers is niemand gebaat. ‘Dan krijg je een slechtere volksgezondheid, meer vervuiling, meer opstoppingen – en meer verkeersdoden.’

  • Wereldnieuws: Fietsstad Parijs, elektrische busjes voor Nigeria & meer

    Wereldnieuws: Fietsstad Parijs, elektrische busjes voor Nigeria & meer

    Rechtsradicaal niet uitgeleverd

    Attila Hildmann, een kok die in Berlijn werd geboren uit Turkse ouders, maar opgroeide bij Duitse adoptieouders, is sinds eind 2020 op de vlucht en houdt zich schuil in Turkije. Tegen deze extreemrechtse complotdenker loopt een internationaal arrestatiebevel. De Turkse ambassade heeft laten weten dat Hildmann de Turkse nationaliteit heeft, waardoor hij niet uitgeleverd kan worden, schrijft Freie Presse.

    Het Openbaar Ministerie in Berlijn is al langere tijd bezig met Hildmann, die zichzelf omschrijft als ‘ultrarechts’ en als een complotverspreider. Tegen hem lopen aanklachten wegens opruiing, verdenking van aansporing tot het plegen van een misdrijf en verzet tegen ordehandhavers. De voormalige auteur van veganistische kookboeken trok sinds het begin van de pandemie in toenemende mate de aandacht met steeds flagrantere antisemitische berichten op Telegram.

    dpaphotosfour556444
    © ANP

    Australisch paspoort voor Nieuw-Zeelanders

    Nieuw-Zeelanders die vier jaar in Australië hebben gewoond en een Special Category Visa (SCV) hebben – het visum dat de meeste Nieuw-Zeelandse burgers bij aankomst krijgen – kunnen vanaf 1 juli rechtstreeks het Australische staatsburgerschap aanvragen. Het is de laatste stap in de toenadering van de Australische premier Anthony Albanese tot Nieuw-Zeeland; eerder dit jaar werden de regels voor deportatie van veroordeelde Nieuw-Zeelanders al versoepeld. ‘We weten dat hier veel Nieuw-Zeelanders zijn met een SCV die een gezin grootbrengen, werken en een leven opbouwen. Ik ben er trots op hun de voordelen van het Australische staatsburgerschap aan te kunnen bieden,’ citeert de Sydney Morning Herald.

    Dit jaar is het 50 jaar geleden dat een regeling in werking trad die Australiërs en Nieuw-Zeelanders de vrijheid bood om zonder beperkingen een van beide landen te bezoeken, er te wonen en te werken. In Australië wonen ongeveer 350.000 Nieuw-Zeelanders.


    Sir David immersief

    In Londen is vorige maand The BBC Earth Eperience geopend, ingesproken door de grootste troefkaart die de omroep heeft: Sir David Attenborough. De nieuwste attractie in de hoofdstad is een grote immersieve tentoonstelling, waarin bezoekers door alle zeven continenten van de wereld kunnen wandelen, door dichte regenwouden, langs wilde dieren, reptielen en insecten, maar altijd met de kalme en veilige stem van Sir David in het oor. Haarscherp geluid en verschillende camerastandpunten schijnen tot een overrompelend spektakel te leiden in het immense Daikin Centre in Earls Court.

    macaws edit
    © BBC Earth Experience

    Balkon Julia duurder

    De inflatie heeft inmiddels ook de prijs voor het beloven van de eeuwige liefde bereikt. Althans, als je van plan bent dat te doen vanaf een gewilde romantische plek in de Italiaanse stad Verona. Het bedrag om aldaar gebruik te mogen maken van het balkon van Julia (van Romeo), wordt verdubbeld van 50 naar 100 euro. Daarvoor mag je – net als jaarlijks duizenden andere geliefden – tien minuten vertoeven op het balkon. Dat zou voldoende moeten zijn om ringen uit te wisselen en elkaar de eeuwige liefde te beloven, aldus Corriere della Sera.

    Verder biedt de stad van Romeo en Julia al sinds jaar en dag de mogelijkheid om een burgerlijk huwelijk te sluiten op enkele fraaie locaties: in Palazzo Barbieri bijvoorbeeld, het neoklassieke stadhuis, of in het Museo degli Affreschi, dicht bij ‘het graf’ van Julia, of in ‘het huis van Julia’ zelf. Alles tussen aanhalingstekens uiteraard, want de scheidslijn tussen feit en fictie is er dun.

    klemens kopfle hPcGCMN4S k unsplash
    © Unsplash

    Elektrische busjes voor Nigeria

    Ook al is Nigeria de grootste olieproducent van Afrika, de wachtrijen bij benzinepompen zijn er lang en de tarieven voor openbaar vervoer onberekenbaar vanwege de onbetrouwbare toevoer van brandstof. Daarom is Mustapha Gajibo (30) in Maiduguri begonnen met Phoenix Renewables, een start-up voor elektrische voertuigen, schrijft MIT Technology Review. Ondanks de scepsis over de beperkte oplaadmogelijkheden begon hij met het elektrisch maken van bestaande minibusjes en kekes, gemotoriseerde driewielers.

    ‘Veel mensen geloven niet dat elektrische mobiliteit mogelijk en commercieel levensvatbaar is,’ zegt Gajibo. Maar langzaamaan wint hij terrein. Zijn bedrijf onderhoudt nu een tiental elektrische minibussen die met een volle accu 150 kilometer kunnen afleggen; volledig opladen kost ongeveer 1,30 euro. Gajibo en mede- oprichter Sadiq Abubakar Issa hebben een zelfontworpen oplaadstation op zonne-energie van 60 kilowattuur in hun stad neergezet en mikken op meer stations.

    Inmiddels zijn ze overgestapt van het ombouwen van benzinemotoren naar nieuwgebouwde elektrische voertuigen. De eerste is een bus met twaalf zitplaatsen, gemaakt van lokaal geproduceerde materialen, met een actieradius van 200 kilometer, die met zonne-energie in 35 minuten kan worden opgeladen via een geïntegreerd systeem. Tijdens een testmaand in Maiduguri vervoerden zijn busjes 35.000 passagiers. Een nieuwe minibus met verbrandingsmotor kost ruim 9000 euro; zoals de busjes op zonne-energie van Gajibo. Het uiteindelijke doel is om te concurreren met Tesla.


    Fietsstad Parijs

    Een fietsschool in het 20e arrondissement van Parijs heeft een maandenlange wachttijd voor fietslessen die op zaterdagochtend worden gegeven à 50 euro per trimester. Niet zo gek, want burgemeester Anne Hidalgo maakt haast met het fietsvriendelijker maken van Parijs. Overal verschijnen fietspaden en de auto is op zijn retour. In de jaren negentig telde Parijs zo weinig fietsers dat ze elkaar kenden en in de stad lag amper 5 kilometer aan fietspaden. Nu ligt er al 250 kilometer. In oktober 2020 werd het aantal van 400.000 fietsritten per dag overschreden – dat komt neer op een fietsrit per vijf inwoners. Sindsdien is het verkeer op de drukste fietspaden in de stad met ruim twintig procent gestegen, schrijft het New Yorkse digitale magazine Slate.

    Volgens het Atelier Parisien d’Urbanisme, de gemeenteafdeling voor planning, daalde het aantal autoritten binnen Parijs tussen 2001 en 2018 met bijna 60 procent; autoritten tussen de stad en haar voorsteden daalden met 35 procent. Het aantal auto-ongelukken nam af met 30 procent en ook de vervuiling is verminderd. Door een enorme investering in het openbaar vervoer – in buscorridors, trams en metro’s – is het gebruik van het openbaar vervoer in diezelfde periode met bijna 40 procent gestegen. Maar de stad is nog niet klaar en zal nog enkele radicale stappen zetten.

    Vanaf volgende zomer worden nog uitsluitend voertuigen met beperkte uitstoot toegelaten en na 2030 gaan auto’s op fossiele brandstoffen helemaal in de ban. Er komt een verbod op doorgaand verkeer in het stadscentrum en mogelijkheden tot parkeren op straat worden gehalveerd. De Champs-Elysées wordt voetgangersvriendelijk gemaakt en de ringweg gaat op de schop. Voorstanders juichen omdat Parijs een schonere, groenere, koelere en stillere stad zal worden. Tegenstanders vinden dat de hoofdstad een speelgoedstad wordt, die vijandig staat tegenover mensen die een auto voor hun werk nodig hebben en die steeds ontoegankelijker wordt voor mensen van buiten.

    francois xavier chamoulaud MD3OGnAB4AA unsplash
    Rue de Rivoli barst van de fietsers op ‘no car day’ in Parijs. – © Unsplash
  • Waarom eindigen zoveel fietsen in het water?

    Waarom eindigen zoveel fietsen in het water?

    Over de hele wereld belanden de vreemdste dingen in het water: verkeersborden, matrassen, wasdrogers en paspoppen. Maar vooral fietsen. ‘Een fiets in het water gooien lijkt een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft.’

    Zo om de tien jaar legt de stad Parijs het Canal Saint-Martin droog. De bijna vijf kilometer lange waterweg, die in zuidelijke richting over de Rive Droite loopt, werd ooit aangelegd om Parijs schoon te houden en de door cholera en dysenterie geplaagde stad van vers water te voorzien. Maar in de twee eeuwen dat het kanaal bestaat, heeft het vaak een ander, tegengesteld doel gediend. Het is een stortplaats, een vloeibare vuilnisbak. Het periodieke droogleggen is om die reden ook onthullend. Het water wijkt, en ineens zie je de spullen die er in de paar duizend nachten ervoor in zijn geschopt, gegooid of stiekem gedumpt.

    Toen het kanaal in 2016 werd leeggepompt, stonden hele menigten op de voetgangersbruggen en langs de kaden te kijken hoe de schoonmaakploegen door de modder sjokten om de troep op te ruimen. Er lag van alles: matrassen, koffers, verkeersborden en -kegels. Een wasdroger, een paspop, tafels en stoelen, badkuipen, toiletten, oude radio’s, computers. Ook werden er allerlei voertuigen uit het slik getrokken, waarvan er geen enkele bedoeld was om over water te gaan: kinderwagens, winkelwagentjes, ten minste één rolstoel en meerdere brommers. De meest voorkomende voorwerpen in het kanaal – naast wijnflessen en mobieltjes – waren fietsen.

    De meest voorkomende voorwerpen in het kanaal – naast wijnflessen en mobieltjes – waren fietsen.

    Negen jaar eerder, in 2007, was in Parijs een deelfietsplan gelanceerd, Vélib’, bij gelegenheid waarvan 14.500 huurfietsen over de hele stad werden uitgezet. Toen het water was afgevoerd, werd op de kanaalbodem het skelet van tientallen half in de modder begraven Vélib’-fietsen zichtbaar. Er waren ook andere fietsen van verschillende merken en soorten, waarvan sommige verminkt leken te zijn voor ze hun waterige graf in waren gestuurd. Er waren fietsen bij met verbogen of verdraaide wielen, of helemaal zonder wielen. Er waren er ook waarbij wielen en frame in orde waren, maar die weer een stuur misten: lijken zonder hoofd. 

    Mogelijk zijn sommige van die fietsen per ongeluk in het kanaal beland. Er zijn een heleboel scenario’s denkbaar waarbij een fiets onopzettelijk in het water terechtkomt. Fietsers die in het donker verdwaald zijn of gedesoriënteerd door de mist hun fiets van het jaagpad af het kanaal in loodsen. Dronken fietsers die van bruggen tuimelen. Dieven die op de vlucht voor de politie richting rivier zwenken. De gelukkigste slachtoffers slagen erin zichzelf – en soms hun fiets – weer op het droge te krijgen, maar dit soort incidenten kan rampzalige gevolgen hebben.

    Een duik in de krantenarchieven levert akelige verhalen op met aansprekende koppen: ‘Jongen verdrinkt in kanaal: gevonden met zijn fiets’, ‘Vrouwelijke fietser verdronken: over de reling van de kanaalbrug gewaaid’, ‘Kanaal ingereden na black-out: man uit Gloucester verdronken terwijl hij naar zijn werk fietste’, ‘Fietser verdronken, oorzaak onbekend’. Sommige mistroostige zielen zijn willens en wetens de diepte in getrapt. In de herfst van 2016 liet een achtendertigjarige vrouw een afscheidsbriefje achter in haar appartement in DeWitt, in de staat New York, niet ver van de stad Syracuse. Ze vertrok naar een nabijgelegen park, waar ze op een mountainbike een meer inreed. Haar lichaam werd, nog steeds op haar fiets, een week later gevonden. 

    Willekeurig vandalisme

    Wat de fietsen in het Canal Saint-Martin betreft: je mag rustig aannemen dat de meeste daarvan niet door een ongeluk en ook niet onder tragische omstandigheden in het water terecht zijn gekomen. Voor wie geneigd is tot willekeurig vandalisme – en misschien de drang voelt om levende wezens te kwetsen door levenloze dingen die hij toevallig tegenkomt te vernielen – is een fiets een uitnodigend doelwit. Door de groei van het fenomeen deelfiets, zoals Vélib’, is het aantal fietsen in steden wereldwijd toegenomen. En misschien zien vandalen ze als een makkelijke prooi, omdat het in dit geval niet gaat om iemands eigendom. De invoering van de huurfiets zonder vaste standplaats, die dus eerder te vinden is op de stoep dan veilig en wel in een stalling, heeft ieder beletsel weggenomen voor vormen van zelfexpressie zoals het vernielen van wielen, het mollen van frames en het doorknippen van remkabels. Sommige vandalen gaan grilliger te werk en laten fietsen bungelen op ijzeren hekken, leggen ze op verkeerslichten en bushokjes, of hangen ze aan een hoge boomtak. 

    Een fiets in het water gooien is een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft

    Een fiets in het water gooien is een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft. Op sociale media zie je filmpjes waarin kwajongens fietsen vanaf de oever in een meer laten rijden, over de reling langs een kade kiepen of in wild stromend water smijten. In één video kijkt een tiener in de camera terwijl hij een verweerde blauwe BMX vasthoudt. ‘Mike, dit is jouw fiets,’ zegt hij. ‘Hij stond in mijn garage, maar ik hoef hem niet. Dus ik ga hem van de schans de vijver in gooien. Hoop dat je het niet erg vindt.’ Met een flinke aanloop duwt de jongen de fiets zonder berijder vervolgens over een houten plank het water in. Op de achtergrond is hoerageroep en gelach te horen, terwijl de nerveuze camera het snelle overlijden van de fiets vastlegt. Het achterwiel dobbert nog even boven de oppervlakte, voor het door de plas wordt verzwolgen – een slapstickmoord. Ik zal het niet ontkennen: het ziet er lollig uit.

    Dat is het duidelijk voor velen: lol. Op sommige plekken is het epidemisch. Een Engelsman die opgroeide in Peterborough herinnerde zich dat in 1960 jongens uit die stad fietsen stalen om te gaan joyriden; de escapade eindigde steevast met het rituele dumpen van de fietsen in de Nene, de plaatselijke rivier. Deze praktijk kwam aan het licht toen ‘een boot vastliep op … een berg fietsen onder water.’ 

    Amsterdam

    In Amsterdam hoopten de verdronken fietsen zich op een bepaald moment zo hoog op in de 165 grachten van de stad, dat ze tegen de platte bodem van voorbijvarende bootjes schuurden. De remedie was ‘fietsen vissen’. Vroeger werd deze taak vervuld door vuilnismannen die de grachten in roeiboten afschuimden en stokken met een haak gebruikten om de fietsen te verschalken en ze als oud ijzer te verkopen. In de jaren zestig nam het Amsterdamse waterbeheer de taak van het fietsen vissen op zich. Tegenwoordig gaat een korps gemeentewerkers op jacht naar verdronken fietsen op boten die zijn toegerust met kranen met hydraulische grijpers. Het probleem is minder groot dan vroeger, maar de ‘vissers’ halen nog steeds ieder jaar vijftienduizend fietsen uit de grachten. Het is een uniek Amsterdams spektakel, dat onveranderlijk een hoop toeschouwers trekt: de grote metalen klauw die uit het water komt met een druipende vangst wielen, frames en fietsmandjes. De fietsen worden overgeheveld naar vuilnisschuiten en voor recycling overgebracht naar een schroothandel. Naar men zegt wordt een groot deel van de gerecyclede fietsen omgevormd tot bierblikjes.

    In Amsterdam weet net zo min als in Parijs iemand precies waarom of hoe zo veel fietsen in het water belanden. Ambtenaren schrijven het probleem vaag toe aan vandalisme en diefstal. Alcohol speelt zeker een rol en er kan best een soort ecosysteem in het spel zijn: een fiets wordt uit de gracht gehaald en gerecycled tot een bierblikje, waarvan de inhoud wordt genuttigd door een Amsterdammer die, naar huis waggelend na een losbandige nacht, een fiets ziet staan en ineens de drang voelt om het ding in de gracht te smijten.

    Als een Amsterdammer van een oude fiets af moet, is een gracht of kanaal de handigste stortplaats

    Pete Jordan wijdt in zijn aardige boek over Amsterdam en de fiets, In the City of Bikes, diverse bladzijden aan te water geraakte tweewielers en legt een verband met de tumultueuze politieke geschiedenis van de stad. In de jaren dertig bakten communisten de fascisten een poets door hun fietsen in de Prinsengracht te gooien; tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog riepen verzetsleiders Amsterdammers op hun rijwiel in de gracht te dumpen om te voorkomen dat ze in handen zouden vallen van de nazi’s, die fietsen confisqueerden. Jordan noemt ook het Nederlandse boek Fietsen naar de maan (1963), waarin het verzuipen van fietsen wordt gezien als een ingewikkelde vorm van diefstal: een fietsenvisser duwt ’s nachts stiekem fietsen in een Amsterdamse gracht; de volgende ochtend komt hij terug om ze er weer uit te halen en aan een heler te verkopen. 

    De situatie in Amsterdam is misschien het best te verklaren met een simpele rekensom. De stad telt naar schatting 2 miljoen fietsen en 50 kilometer aan waterwegen, en de logica gebiedt dat er een zekere overloop moet zijn. Als een Amsterdammer van een oude fiets af moet, is een gracht of kanaal de handigste stortplaats. 

    Tokio

    Maar het gaat niet alleen om een Nederlands verschijnsel. In 2014 merkte het parkentoezicht in Tokio dat er exotische vissen waren uitgezet in de grote vijver in Inokashira Park, in een westelijke voorstad. De vissen, die waarschijnlijk in het water waren gegooid door hun voormalige eigenaren, veroorzaakten milieuschade; er werd besloten het water te laten weglopen om hen te elimineren. Maar toen de plas gedempt was, stuitte men op een heel andere invasieve soort: tientallen fietsen. De ontdekking was voor velen in Tokio een verrassing. Schoonmakers klaagden allang over fietsen die op straat en op parkeerterreinen werden achtergelaten. Maar het dumpen van fietsen in water was een nagenoeg onbekende – en per definitie verborgen – gewoonte.  

    Een deelfietsbedrijf stopte met zakendoen in Rome, toen bleek dat veel van zijn fietsen in de Tiber waren gegooid. ‘Huurfietsen blijven maar onder water eindigen’, meldde The Boston Globe in 2018, vlak na de komst van deelfietsfirma’s in Boston en voorsteden. In februari 2019 werd in New York een stadsfiets, die duidelijk enige tijd in de Hudson had gelegen, teruggezien in een huurfietsenstalling in de Upper West Side van Manhattan. De fiets zat onder de eendenmosselen en weekdieren; de spaken waren bedekt met zeewier. Een expert, belast met het toezicht op de Hudson, werd door de website Gothamist verzocht te taxeren hoelang het rijwiel onder water had gelegen. ‘Gezien de oesters op het stuur schatten we dat hij al minstens sinds augustus, mogelijk sinds juni in de rivier heeft gelegen,’ was het antwoord. 

    De alarmerendste berichten over het dumpen en opdreggen van fietsen komen uit China

    Hetzelfde probleem doet zich voor in Melbourne, Hongkong, San Diego, Seattle, Malmö, en nog veel meer steden. In Groot-Brittannië zijn huurfietsen uit kanalen in Londen en Manchester gevist, alsook uit de Theems, de Cam, de Avon en de Tyne. In 2016 gaf de Canal & River Trust, die toezicht houdt op de waterwegen in Engeland en Wales, een onder water opgenomen video vrij met vissen die loom over de bodem van een kanaal zwommen langs met algen begroeide fietsenwielen.

    De alarmerendste berichten over het dumpen en opdreggen van fietsen komen uit China. In 2016 en 2017 visten de destijds grootste deelfietsbedrijven van de wereld, Ofo en Mobike, duizenden van hun huurfietsen uit rivieren in Zuid-China. Op een veel gedeelde video was een man te zien die vanaf een drukke voetgangersbrug bezig was Mobikes te gooien in de Huangpu, een rivier in Shanghai. Op andere filmpjes die viraal gingen was onder meer vastgelegd hoe een groep kinderen deelfietsen aan het vernielen was en hoe een oudere vrouw met een hamer op een deelfiets inbeukte. Deelfietsen werden gestolen en gestript van onderdelen, onder auto’s gegooid, op bouwplaatsen verstopt of in brand gestoken. Het vandalisme heeft in China een zekere introspectie op gang gebracht. ‘Je hoort mensen de deelfiets vaak beschrijven als een meedogenloze spiegel die de ware aard van het Chinese volk aan het licht heeft gebracht’, berichtte The New York Times in 2017. 

    Misschien geeft die spiegel wel verder strekkende waarheden over onze tijd prijs. De man die werd gefilmd terwijl hij in Shanghai fietsen in de rivier gooide, was een migrant uit Hongkong die aan journalisten vertelde dat hij nog eens negen andere Mobikes met een hamer had vernield. Hij zei woedend te zijn over de schending van de privacy van de gebruikers door het bedrijf. ‘De chips in Mobikes zijn onveilig en slaan persoonlijke gegevens van de gebruikers op, zoals hun locatie.’

    Deelfietsproject

    In theorie wordt van zo’n deelfietsproject het leven in de stad niet alleen makkelijker en plezieriger, maar ook duurzamer en rechtvaardiger, eerlijker en vrijer. In de praktijk gaat het veelal om half-particuliere, half-publieke initiatieven, gesponsord door internationale banken die met hun logo opzichtig aanwezig zijn op de spatborden. De deelfietsindustrie is veelal in handen van technologiebedrijven die straten en stoepen vaak al volstouwen met fietsen voordat de regels goed en wel zijn vastgesteld. De meeste systemen werken met apps en zijn gebaseerd op een in het digitale tijdperk vertrouwde ruil: gemak en gerief ten koste van privacy. De app verzamelt persoonlijke data over de bestuurder en er wordt gebruikgemaakt van ingebouwde gps-chips en draadloze verbindingen die de locatie van de bestuurder om de zoveel seconden doorgeven. Een fiets die zijn berijder bespioneert: dat is een forse plotwending voor het vervoermiddel dat ooit – eind negentiende eeuw, toen de fiets insloeg als een bom – een voorheen ondenkbare persoonlijke vrijheid in het vooruitzicht stelde. 

    In China hebben meer dan zeventig start-ups, ondersteund met ruim 1 miljard dollar aan durfkapitaal, in 2016 en 2017 miljoenen deelfietsen in de steden gepompt. Het aanbod overstemde de vraag en de fietsen hoopten zich letterlijk op. Aan de rand van Beijing, Shanghai, Xiamen en andere steden liggen op uitgestrekte percelen tienduizenden in beslag genomen, vaak gloednieuwe fietsen, in reusachtige stapels die zeven tot acht meter boven de grond uittorenen. Deze plekken zijn weleens ‘fietsenkerkhoven’ genoemd, maar op luchtfoto’s en filmpjes die met een drone zijn gemaakt lijken het vaak eerder bloemenvelden, vanwege de fel geel, oranje en roze gekleurde frames die als een spookachtig tapijt een halve hectare land bedekten. 

    De fiets is niet het enige vervoermiddel dat onderhevig is geweest aan golfbewegingen, ook qua vandalisme

    De fiets is niet het enige vervoermiddel dat onderhevig is geweest aan golfbewegingen, ook qua vandalisme. Recentelijk leidde de introductie van elektrische deelscooters in steden tot woede van voetgangers, die ervan balen dat die dingen de stoep blokkeren, en ook van motorrijders, die ze liever niet op de weg zien. Van over de hele wereld komen de berichten binnen: in Los Angeles zijn e-scooters in openbare toiletten geduwd, in het zand begraven, in de oceaan gegooid; in Keulen ontdekte een duikploeg op de bodem van de Rijn honderden e-scooters die de rivier vervuilden met hun lekkende accu’s. De ‘scooterwoede’ heeft grote e-scooterbedrijven als Bird en Lime gedwongen nieuwe, verbeterde modellen te produceren om wie van plan was de remkabels door te snijden, QR-codes te wissen of andere vormen van sabotage te plegen te slim af te zijn. 

    Dit soort agressie kun je rustig zien als guerrilla-activiteiten in een grotere oorlog: een wereldwijd gevecht om het recht op de rijweg. Die heeft de laatste jaren een nieuwe impuls gekregen, nu steden hun relatie tot de auto heroverwegen, een fietsvriendelijke infrastructuur aanleggen en openstaan voor deelfietsprojecten en andere initiatieven die ‘micromobiliteit’ bevorderen. Misschien is de opmerkelijkste ontwikkeling wel de komst van e-bikes – fietsen met een accu – waarvan de verbazingwekkende populariteit over de hele wereld doet vermoeden dat een nieuwe fietsrevolutie – qua potentie de belangrijkste sinds de beroemde fiets-boom van eind negentiende eeuw – nabij is. In China alleen al rijden er 300 miljoen e-bikes, en de herleving van de Chinese deelfietsindustrie na het debacle van een aantal jaren geleden is grotendeels gebaseerd op de introductie van elektrische deelfietsen. 

    Tom Waits

    Waar gaan fietsen naartoe als ze sterven? Een fiets is een duurzaam goed, maar ook een gebruiksvoorwerp: als je het niet erg vindt om een beetje asociaal te zijn, doe je er makkelijk afstand van. In het wel-varende Westen hoeft een fiets althans niet veel te kosten; en als hij kapot gaat of als er een nieuwe wordt gekocht, zal de eigenaar de oude veelal van de hand doen – hem ergens buiten achterlaten waar hij door een voorbijganger kan worden meegenomen, of worden weggehaald door de stadsreiniging. 

    En dan heb je de fietsen die op eenzamere locaties worden aangetroffen, waar ze in toenemende staat van ontbinding rondslingeren terwijl de tijd en de elementen hun tol eisen. In steden zie je vaak fietsen die verlaten zijn maar wel op slot zitten; met oude kettingen of beugelsloten zijn ze vastgemaakt aan een paal of hek. Gewoonlijk schieten gieren erop af om in de karkassen te pikken en weg te graaien wat ze maar kunnen – een wiel, of twee wielen, of een stuur. Zulke geplunderde fietsen kunnen een trieste aanblik bieden. De ketting hangt uit de vernielde kettingkast, kapotte reflectoren liggen aan stukken op de grond en de remkabels zien eruit als een warrige haardos uit de cartoons van George Booth. Ik denk aan dat geweldige nummer van Tom Waits, Broken Bicycles: ‘Broken bicycles/ old busted chains/ with rusted handlebars/ out in the rain…/ laid down like skeletons/ out on the lawn.’ De tekst is metaforisch – het is een lied over vergane liefde, maar het klinkt als een reportage. Als die fietswrakken in het gras net zo zijn als de meeste fietsen, zullen ze grotendeels gemaakt zijn van staal of een aluminium-legering, wat betekent dat ze oorspronkelijk uit de grond komen, als erts of afzettingsgesteente dat is gedolven in een mijn. Nu keren kleine stukjes van de fiets terug naar de aarde: de schilfers verroest staal en de kleine krijtachtige deeltjes op het oppervlak van geoxideerd aluminium kunnen door de wind worden verspreid en in een regenstorm het riool in worden gespoeld. 

    Gerecycled staal en aluminium worden gebruikt bij de bouw van straatmeubilair, huizen en appartementengebouwen

    Sommige onbeheerde fietsen krijgen een tweede leven. Vanaf de schroothandel aan het eind van mijn straat worden de blokken metaal naar recycling-bedrijven vervoerd. Daar wordt het afval schoon-gemaakt en gesorteerd, in ovens gestopt en verhit tot het gaat smelten, en onderworpen aan reinigingsprocessen. Uiteindelijk wordt het metaal tot platen geplet of uitgerold en opnieuw in omloop gebracht. Staal en aluminium behoren tot de meest gerecyclede materialen op aarde. Soms, zoals in Amsterdam, krijgt een gesloopt fietsframe een tweede leven als bierblikje of conservenblik. Gerecycled staal en aluminium worden gebruikt bij de bouw van straatmeubilair, huizen en appartementengebouwen. En ook bij de bouw van vliegtuigen, auto’s en, jawel, fietsen. 

    De mysticus in mij vindt het leuk zich een stadsgezicht voor te stellen dat gemaakt is van oude fietsen: fietsers rijdend op rijwielen die zijn gereïncarneerd uit vroegere fietsen en trappend langs wolkenkrabbers die worden gestut door gordels, balken en wapening die zijn gemaakt van recyclede fietsframes, terwijl uit gesloopte fietsen samengestelde straaljagers hoog boven hun hoofd vliegen. Het recyclen van metaal gaat gepaard met verspilling die schadelijk is voor het milieu, maar sommige bijproducten kunnen worden gerecycled en weer in omloop worden gebracht. De restanten of slakken die overblijven van aluminiumgietsel worden soms gebruikt als vulmiddel in asfalt en betonmengsels. Op sommige plekken is de weg zelf dus een soort fietsenkerkhof en rijden fietsers op hun zondagse ritje over een landschap van nieuw samengestelde beenderen. 

  • Uitstoot zou drastisch dalen als iedereen zoveel fietst als Nederlanders

    Uitstoot zou drastisch dalen als iedereen zoveel fietst als Nederlanders

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoekscommissie Capitoolbestorming onderzoekt rol Roger Stone

    » Onderzoek: ook amuzikalen kunnen klinkende melodieën bedenken

    ‘Fiets als de Nederlanders’

    Zou iedere wereldburger evenveel fietsen als Nederlanders – dagelijks gemiddeld 2,6 kilometer – dan zou de wereldwijde CO2-uitstoot jaarlijks met 686 miljoen ton dalen, schrijft EuroNews. Dat is meer dan de volledige koolstofvoetafdruk van het Verenigd Koninkrijk, Canada, Saoedi-Arabië of Australië. Dit blijkt uit een nieuwe studie van de Universiteit van Zuid-Denemarken die werd gepubliceerd in Communications Earth and Environment.

    De onderzoekers sporen mensen aan om op de fiets te stappen: ‘De voordelen van toenemend fietsgebruik voor klimaat en gezondheid suggereren een dringende noodzaak om duurzaam fietsgebruik te bevorderen.’ Mensen die met de fiets naar hun werk gaan, hebben 45 procent minder kans op kanker en 46 procent minder kans op hart- en vaatziekten. Volgens de Britse klimaatorganisatie Hubbub is de helft van ons dagelijkse transport korter dan 3,2 kilometer: goed te doen dus op de fiets.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Rechtszaak om een banaan & Meer

    Wereldnieuws: Rechtszaak om een banaan & Meer

    Huisbomen

    De Indiase architect Manas Bhatia stelt zich een toekomst voor waarin gebouwen ademen en zelfs groeien. Met behulp van AI-gegenereerde beelden onderzoekt hij of ‘wezens zoals wij in plaats van in betonnen en glazen dozen die we appartementen noemen’ ook kunnen leven in onderkomens die volledig zijn geïntegreerd in en één zijn met de natuur. Bhatia is altijd gefascineerd geweest door de ingewikkelde bouwwerken van bijvoorbeeld mieren.

    Om tekeningen te maken die daar iets dichter bij in de buurt zouden kunnen komen, voerde hij woorden in als ‘uitgehold’, ‘trap’ en ‘boom’ en kreeg vooralsnog onuitvoerbare boomhuizen of huisbomen terug met ramen en balkons in korrelige schors en knoestige, spelonkachtige ingangen.

    Manas Bhatia 2
    © Manas Bhatia

    Rechtszaak om een banaan

    Maurizio Cattelan, de Italiaanse kunstenaar die vaak voor ophef zorgt – denk bijvoorbeeld aan Him, zijn beeld van een biddende Hitler – plakte in 2019 een banaan met ducttape aan de muur, noemde het Comedian en verkocht er naar verluidt verschillende versies van voor ruim 100.000 dollar. Cattelan krijgt nu een rechtszaak aan zijn broek: volgens de Amerikaan Joe Morford lijkt Comedian sprekend op zijn Banana & Orange, een banaan en een sinaasappel die hij in 2000 tegen de muur plakte. Onzin, vindt Cattelan: anders dan zijn banaan is Banana & Orange van kunststof, zodat Morford ‘niet de eigenaar kan zijn van het idee van een echte banaan die met ducttape op een muur is geplakt’. Maar de Amerikaanse districtsrechter Robert N. Scola vindt dat Morford een zaak heeft, meldt The Guardian. Hij accepteert het argument van Morford dat Cattelan toegang had tot Banana & Orange omdat het al jaren op zijn website, YouTube en Facebook stond. 

    In zijn vonnis schrijft Scola: ‘Kan een banaan die tegen een muur is geplakt kunst zijn? Moet kunst mooi zijn? Creatief? Emotie oproepen? Een banaan op de muur is misschien niet de belichaming van menselijke creativiteit, maar kan wel bepaalde gevoelens oproepen – goede of slechte. Hoe dan ook, een banaan vastgeplakt aan een muur herinnert aan Marshall McLuhans definitie van kunst: ‘Kunst is alles waar je mee weg kunt komen”.’ Dan schrijft Scola: ‘Niemand kan copyright claimen op ideeën, dus Morford kan geen copyright claimen op het idee om een banaan met ducttape op een verticaal vlak te bevestigen, noch op bananen of ducttape.’ Maar, concludeert hij: ‘Hoewel het gebruik van zilverkleurig ducttape om een banaan aan een muur te bevestigen misschien niet de hoogste mate van creativiteit uitstraalt, voldoet het absurde en kluchtige karakter ervan aan de “minimale mate van creativiteit” die nodig is om het als origineel te kwalificeren.’

    ANP 402893361
    Emmanuel Perrotin van de Perrotin Gallery voor de
    omstreden banaan van Maurizio Cattelan tijdens Art Basel in Miami in 2019. – © EPA / Rhona Wise

    Roger Stone en extreemrechts

    Leden van de Amerikaanse 6 januari-commissie die de bestorming van het Capitool in Washington vorig jaar onderzoekt, reisden af naar Kopenhagen om filmbeelden te bekijken van de zeer omstreden Trump-bondgenoot en lobbyist Roger Stone, die in 2020 gratie kreeg van Trump na een veroordeling voor meineed. De commissie bekeek ruim 170 uur materiaal van de Deense documentairemaker Christoffer Guldbrandsen, die Stone gedurende lange periodes volgde met zijn camera. Zijn ploeg was ook bij hem op 6 januari 2021, toen een menigte het Capitool bestormde in een poging Trump aan de macht te houden.

    Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen

    Uit rechtbankdossiers blijkt dat verschillende leden van Stones persoonlijke beveiliging op de dag van de rellen lid waren van de extreemrechtse Oath Keepers; sommige daarvan zijn later beschuldigd van betrokkenheid bij de bestorming. Guldbrandsen zou beelden hebben van Stone in zijn hotelkamer, kijkend naar de bestorming. Daarbij was ook Joshua James aanwezig, een Oath Keeper die later schuld bekende aan opruiende samenzwering vanwege zijn betrokkenheid bij de vermeende plannen van de groep. Stone is ook te zien terwijl hij zijn mobiele telefoon gebruikt, waarop via een versleutelde app contacten zijn te zien met de extreemrechtse Proud Boys-leider Enrique Tarrio en Oath Keepers-leider Stewart Rhodes.

    Stones contacten met extreemrechts worden onderzocht door de 6 januari-commissie en het ministerie van Justitie, aldus Politico. Hij houdt vol niets te hebben geweten van plannen om het Capitool aan te vallen. ‘De onderzoekers zullen de documentaire misschien vermakelijk vinden, maar zullen geen bewijs vinden van wangedrag,’ liet hij in een verklaring weten. 


    A-muzikalen en muziek

    Kunnen niet-muzikale mensen toch improviseren? Onderzoekers van de universiteit van Montreal vroegen 33 mensen zonder muzikale aanleg om melodieën te bedenken, aldus Die Zeit. Vijftien van de proefpersonen waren ‘typische niet-muzikalen’, aldus onderzoeker Michael Weiss: ‘Ze hadden nooit of hooguit maximaal twee jaar muziekles gehad.’ De andere achttien behoorden tot de 1 á 4 procent van de bevolking die congenitale amusia hebben. Deze ‘amuzikalen’ merken amper ‘foute’ geluiden op, dat wil zeggen: tonen die de meeste andere mensen vreemd of storend vinden, aldus Weiss.

    De proefpersonen moesten liedjes verzinnen en zingen: slaapliedjes, liefdesliedjes, vrolijke en droevige liedjes. De melodieën werden vervolgens vergeleken met de regels van majeur- en mineurtoonladders. Het blijkt dat de melodieën van zeven amuzikalen en dertien niet-muzikalen significant beter aansloten bij een toonsoort dan het geval zou zijn geweest bij een willekeurige aaneenschakeling van noten.  De proefpersonen vonden het experiment leuk – in tegenstelling tot wat de onderzoekers verwachtten. Een van hen is zelfs zangles gaan volgen.

    taylor foss wZ6oeIfDBxE unsplash
    © Unsplash

    Apenpokken in Italië

    Het aantal mensen met apenpokken in Italië is volgens het ministerie van Volksgezondheid eind augustus in een week tijd met 52 gestegen tot 714, waarvan 704 mannen, meldt ANSA. Ongeveer 194 gevallen hangen samen met buitenlandse reizen. De gemiddelde leeftijd van de besmetten is 37 jaar. In Cuba is een Italiaanse man aan het virus overleden. In Italië is het aantal gevallen het hoogst in de regio’s Lombardije met 308, gevolgd door Lazio met 128, Emilia Romagna (73), en Veneto (48). In de zuidelijke regio’s zijn geen gevallen gemeld.

    Italië begon twee weken geleden met vaccinaties in Rome, gevolgd door inentingen in Bologna en de rest van Emilia-Romagna. De andere twee prioritaire regio’s, Lombardije en Veneto, zijn inmiddels ook met vaccinaties begonnen.

    De vaccinatiecampagne is niet zo massaal als die van Covid-19, maar richt zich op personen die het grootste besmettingsrisico lopen: voornamelijk mannen die seks hebben met mannen en personeel van bepaalde laboratoria.


    ‘Fiets als de Nederlanders’

    Zou iedere wereldburger evenveel fietsen als Nederlanders – dagelijks gemiddeld 2,6 kilometer – dan zou de wereldwijde koolstofuitstoot jaarlijks met 686 miljoen ton dalen, schrijft EuroNews. Dat is meer dan de volledige koolstofvoetafdruk van het Verenigd Koninkrijk, Canada, Saoedi-Arabië of Australië. Dit blijkt uit een nieuwe studie van de Universiteit van Zuid-Denemarken die werd gepubliceerd in Communications Earth and Environment.

    De onderzoekers sporen mensen aan om op de fiets te stappen: ‘De voordelen van toenemend fietsgebruik voor klimaat en gezondheid suggereren een dringende noodzaak om duurzaam fietsgebruik te bevorderen.’ Mensen die met de fiets naar hun werk gaan, hebben 45 procent minder kans op kanker en 46 procent minder kans op hart- en vaatziekten. Volgens de Britse klimaatorganisatie Hubbub is de helft van ons dagelijkse transport korter dan 3,2 kilometer: goed te doen dus op de fiets.

    berke halman NTlFKDR Ww8 unsplash
    © Unsplash
  • Afgedankte Nederlandse fietsen krijgen  nieuw leven in Spanje

    Afgedankte Nederlandse fietsen krijgen nieuw leven in Spanje

    Door de coronamaatregelen ontstond in Spanje een tekort aan goedkope fietsen, terwijl de vraag juist toenam. Dat bleek eenvoudig op te lossen.

    De Nederlandse steden krioelen van die typisch Hollandse fietsen zonder versnellingen die heel geschikt zijn voor vlak terrein. Niet alleen zie je ze rijden, maar je ziet ze ook overal geparkeerd staan. De keerzijde van dit succesverhaal – en een groot probleem voor de gemeenten – is dat er ook veel achtergelaten fietsen, weesfietsen, tussen staan. David Saiz en Ana Castán, twee Spaanse tweewielerfanaten, zagen daarin een oplossing voor het probleem van het tekort aan goedkope fietsen dat door de pandemie in Spanje was ontstaan. Dus zetten ze een samenwerkingsverband op om de Nederlandse weesfietsen een tweede leven in hun land te gunnen. Vorig jaar oktober laadden ze honderddertig tweedehands fietsen in een vrachtwagen en inmiddels zijn ze bezig met de voorbereidingen voor een tweede vracht deze zomer.

    ‘In de lockdown,’ legt Saiz uit, ‘zagen we dat de fiets in Spanje een boom beleefde en dat de verkoop enorm steeg. Maar tegelijk was er een tekort aan fietsen in het land, vooral goedkope fietsen. We overlegden hoe we de steden vol konden krijgen met fietsen, want we wisten dat Spanje in Europa qua duurzaam vervoer nog steeds achterloopt. We wilden ons steentje bijdragen.’

    Ana Castán, die in Amsterdam woont, waar ze rondleidingen op de fiets organiseert, voegt eraan toe: ‘We vonden het vreselijk dat de mensen graag op de fiets wilden, uitgerekend toen er geen fietsen te krijgen waren en de winkels door hun voorraden heen waren. In Amsterdam is een gigantisch aanbod van tweedehands fietsen, dus toen ging me een licht op.’

    Tweede leven

    Castán informeerde bij bekenden en ontdekte dat gemeenten achtergelaten fietsen weghalen en naar een depot brengen, waar ze vervolgens, als ze niet worden opgehaald, worden doorverkocht aan groothandelaars. Waarom zouden we die niet meenemen naar Spanje? dachten beide vrienden. Zo ontstond het initiatief ‘quierounabici.eu’ (‘ikwileenfiets.eu’) en besloten ze die typisch Hollandse fietsen naar verschillende Spaanse steden te brengen.

    De eerste stappen waren een webpagina bouwen en minstens honderd afnemers zien te vinden, want dat is het minimum aantal fietsen dat de depots verkopen. In oktober gingen ze daar al overheen: honderddertig belangstellenden hadden voor 30 euro een fiets gereserveerd. Ze haalden de partij op en brachten die met een vrachtwagen naar Spanje, waar ze de fietsen over verschillende steden verdeelden. Ze kostten 165 euro per stuk, inclusief transport. Volgens Castán is dat een zeer schappelijke prijs, want in Amsterdam ‘kosten zulke fietsen meestal zo’n 190 euro’.

    David Saiz legt uit dat het project verschillende kanten heeft. ‘Aan de ene kant willen we het gebruik van de fiets in Spanje stimuleren, want we lopen in Europa in dat opzicht nog erg achter. Iedereen vindt het heel mooi dat in Nederland de mensen zich op de fiets verplaatsen. Maar daar is het koud en regent het veel; hier zou het veel makkelijker moeten kunnen. Ons project heeft daarnaast ook een recyclekant: in plaats van fietsen die niet meer worden gebruikt weg te gooien, krijgen ze een tweede leven.’

    ‘We willen de steden vullen met fietsen en op die manier menselijker, mooier en bewoonbaarder maken’

    ‘Een bijkomstig idee,’ zegt Saiz, ‘is dat van een gemeenschap: de mensen hebben vertrouwen in ons, ze betalen 30 euro voor een optie op een fiets, hoewel ze vervolgens nog van de koop kunnen afzien.’ De mensen die eind vorig jaar hun fiets kregen zijn er volgens hem dik tevreden mee. ‘We hebben zelfs bijeenkomsten met ze georganiseerd, de laatste keer in Burgos,’ zegt hij.

    Castán belicht nog een ander aspect. ‘We willen dat fietsen gezien wordt als een manier om je te verplaatsen en niet als een sport. De Nederlandse fiets is daarvoor het perfecte instrument, want rechtop zitten is beter voor je rug en dan heb je ook meer zicht op het overige verkeer. Bovendien is hij, omdat hij geen versnellingen heeft, ook makkelijk te onderhouden, je hoeft eigenlijk alleen maar een lekke band te kunnen plakken. En qua uiterlijk trekt hij ook niet veel aandacht, zodat je van fietsendieven minder te duchten hebt en hem makkelijk overal kunt parkeren, wat je niet gauw zult doen met een fiets van duizend euro. Die stal je liever in je huis.’

    Een fiets zonder versnellingen is alleen doelmatig op vlak terrein. De eerste lading ging dan ook naar steden als Valladolid, Burgos, Valencia en Madrid (de laatste heeft iets meer hellingen), en nu zijn ze bezig de tweede lading voor te bereiden, die deze zomer verdeeld zal worden over de vier eerder genoemde steden plus, als nieuwkomer, de stad Logroño. ‘We willen de steden vullen met fietsen en op die manier menselijker, mooier en bewoonbaarder maken. Bovendien vind ik het hele mooie fietsen, ik heb er zelf twee gekocht,’ zegt Saiz.

  • 4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    Om de druk op zijn stratennetwerk te verlichten en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers, wil de Thaise hoofdstad zijn historische waterwegen in ere herstellen.

    Lopen in Bangkok is een ramp. Autorijden is er ook geen pretje, maar altijd nog beter dan dat je de vieze, slecht onderhouden hindernisbanen moet trotseren die hier voor trottoirs doorgaan. Bovendien heb je in de auto iets minder last van de lucht die steeds zwaarder vervuild is – mede door al die auto’s.

    Hoe valt die vicieuze cirkel te doorbreken? Stel dat je voor een afstandje van een kilometer of twee niet de motor of de taxi hoeft te pakken, maar gewoon kunt lopen of fietsen langs stromend water omzoomd door vegetatie. Het mag klinken als een sprookje, maar het kan: door terug te keren naar Bangkoks verleden en de historische waterwegen in ere te herstellen die zijn verwaarloosd of gedempt om ruimte te scheppen voor de auto.

    Dat is de gedachte achter een proefproject voor het herstel van het uitgebreide netwerk van khlongs (grachten), waaraan de Thaise hoofdstad ooit zijn bijnaam ‘Venetië van het Oosten’ dankte. Door deze waterwegen op te knappen en in de infrastructuur te integreren hoopt het Cycling-Canal-Community Project een eind te maken aan de vervoersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok een onleefbare, dystopische smogstad wordt. ‘Bangkok is gebouwd rond een netwerk van grachten en rivieren,’ zegt projectleidster Kanjanee Budhimedhee. ‘Die grachten waren een uniek stadskenmerk, maar we hebben ze gedempt om wegen aan te leggen. De resterende grachten veroorzaken nu vooral problemen. Die zijn een vergaarbak van afval en een bron van stank.’


    Een watertaxi in Bangkok.
    Een watertaxi in Bangkok.

    Kanjanees eerste doel is een autovrije looproute langs 10 kilometer grachtkant in het zuidwesten van Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat lukt, is het een potentiële verbindingsroute voor tienduizend bewoners in tien wijken. ‘Dit soort grachten liggen overal in Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt ze. Als die kanalen weer op elkaar kunnen worden aangesloten en op de grote openbaarvervoersnetwerken in de stad – boten, bussen en treinen – kan het volgens Kanjanee ‘een geweldig alternatief worden, en een reële optie’ voor mensen die niet afhankelijk willen zijn van auto’s. Het kan ook een uitbreiding betekenen van het aantal vervoersopties, mensen aanmoedigen om meer te lopen en te fietsen, en zodoende het aantal auto’s op straat terugdringen. Bovendien zal het helpen de stank van de khlongs te verminderen.

    Elders ter wereld heeft de methode haar succes al bewezen. Er zijn meer steden waar verwaarloosde grachten en rivieren ‘herontdekt’ en gerestaureerd zijn, met verhoging van de levenskwaliteit – en de vastgoedprijzen – als gevolg. Tien jaar geleden werd de zwaar vervuilde stadsbeek Cheonggyecheon in Seoul omgetoverd tot een groene oase die de inwoners van deze betonjungle wat natuur biedt. De groenstrook biedt verkoeling en zorgt voor minder vervuiling en meer stadsfauna.

    Dat effect streeft Kanjanee met haar initiatief ook na. In 2016 is het project goedgekeurd en gefinancierd, maar het team is nog steeds met lokale bestuurders in onderhandeling over de precieze uitvoering. ‘We hebben wel geprobeerd om het in een of twee wijken door te drukken, maar we stuiten steeds op verzet. Dat de bewoners langs de grachten bijvoorbeeld bezwaar maken tegen de route,’ zegt Kanjanee. ‘Maar we hebben de overheid al gezegd dat wij desnoods bij iedereen willen langsgaan om erover te praten.’

    Vergeten en verwaarloosd

    De oude waterwegen van Bangkok ‘waren niet berekend op straten en voetpaden’ en tegenwoordig ‘is er geen ruimte meer voor wegen,’ zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaand landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in de stedenbouw. Straten beslaan maar 7 procent van het oppervlak van Bangkok, terwijl het gemiddelde in de meeste steden tussen de 20 en 25 procent ligt, volgens een studie door het Centrum voor Stedenbouw en ontwikkeling van de Chulalongkorn-universiteit. Yossapon zegt dat lopen en reizen met het openbaar vervoer in de hoofdstad ontmoedigd worden door de infrastructuur, zodat mensen veel te lang opgesloten zitten in hun auto. Dat verhindert ‘dat we andere mensen ontmoeten’ en in harmonie met de stad leven, zegt hij: ‘We missen kansen op betrokkenheid.’

    Meer wegen aanleggen is geen oplossing, maar ruimte afpakken van de auto ook niet, zegt Kanjanee. Dat heeft ze in haar tien jaar als stadsontwikkelaar wel gemerkt: voetgangers en fietszones instellen door ruimte ‘in te pikken’ die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, dat ‘werkt niet’. Vandaar dat ze de oplossing zoekt in de vergeten en verwaarloosde stukjes van het 2200 kilometer lange netwerk van 1161 grachten. Het project vordert traag, maar Kanjanee blijft hopen dat ze dankzij de evidente voordelen – en de lage kosten – bewoners over de streep kan trekken. Naarmate mensen minder in de auto zitten en meer gebruikmaken van de openbare ruimte, zal daarin ook meer worden geïnvesteerd, denkt Yossapon. ‘Als mensen er veel gebruik van maken, is de overheid wel verplicht om er goed voor te zorgen,’ zegt hij. ‘Dat heeft uiteindelijk invloed op de hele leefomgeving van de stad, die er alleen maar beter van zal worden.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai
    Vertaler: Frank Lekens

    Dit artikel verscheen eerder in iets andere vorm in 360 # 139.

    Khao Sod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khao Sod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • Wat er gebeurt als je de stoplichten in Amsterdam uitzet

    Wat er gebeurt als je de stoplichten in Amsterdam uitzet

    Amsterdamse fietsers trekken zich weinig aan van een rood stoplicht, wat vaak leidt tot chaos. Maar als je de stoplichten weghaalt, gaan ze opeens wel rekening met elkaar houden, zo blijkt uit een proef.

    Op een mistige maandagochtend in mei 2016 stonden veertien gemeentefunctionarissen, ambtenaren en ingenieurs nerveus bij elkaar op het Amsterdamse Alexanderplein, een druk kruispunt vlak bij het centrum met drie tram- en buslijnen, waar veel mensen lopen, rijden en fietsen. Met één druk op de knop werden de verkeerlichten voor alle verkeerstypen in alle richtingen uitgeschakeld.

    Deze live-proef is een antwoord op de snelle groei van het aantal fietsers in een aantal Amsterdamse buurten. Bijna zeventig procent van alle verkeersbewegingen naar het stadscentrum gaat per fiets, dus er is meer ruimte nodig voor het fietspadennetwerk. Om aan de behoefte tegemoet te komen, wijken verkeersontwerpers af van de gebruikelijke handboeken. Zo worden beschermende barrières verwijderd en wordt de maximumsnelheid voor auto’s verlaagd. Ook worden complete routes tot fietsstraat bestempeld.

    Het uitschakelen van alle verkeerslichten op een druk kruispunt is echter wel een hele radicale maatregel. Zelfs in Amsterdam wakkerde de proef de discussie tussen ingenieurs en politici aan.

    Operatie

    ‘Het heeft achttien maanden gekost om deze operatie te plannen,’ zegt Iris van der Horst, voormalig programmamanager fiets- en verkeersveiligheid. ‘We moesten alle belangengroepen meekrijgen, inclusief de politie en het GVB. Iedereen wilde zeker weten dat de verkeersveiligheid niet in het geding kwam.’

    De proef vormt onderdeel van een grotere mobiliteitsstrategie in de hele stad om meer ruimte te creëren voor fietsers en voetgangers. Dit betekent dat personenauto’s minder toegang en ruimte krijgen.

    ‘De publieke ruimte in Amsterdam is beperkt,’ zegt locoburgemeester voor verkeer, Pieter Litjens, die de proef meteen goedkeurde. ‘We moeten strategisch en bedachtzaam omgaan met wie en wat die ruimte gebruikt.’

    De stad mat de impact van de ingreep aan de hand van een technisch onderzoek waarin veiligheid, conflicten en doorstroming werden meegenomen. Daarnaast bestudeerde het Urban Cycling Institute de effecten op menselijk gedrag, de percepties en ervaringen.

    Fietsers voor een stoplicht in Amsterdam. © Halil Sagirkaya / Getty
    Fietsers voor een stoplicht in Amsterdam. © Halil Sagirkaya / Getty

    In de weken voorafgaand aan het uitzetten van de verkeerslichten onderschepten we zo’n tweehonderd fietsers op weg naar en van hun werk. Een meerderheid had een hekel aan de kruising en klaagde dat het ‘chaotisch’ en ‘een puinhoop’ was, ‘niemand zich wat van rood aantrok’ en ‘de lichten allemaal tegelijkertijd op groen stonden’.

    Op de vraag of de verkeerslichten nodig waren, gaf eenderde aan dat ze ‘absoluut noodzakelijk’ waren, slechts vijf procent zei het tegenovergestelde en de meerderheid twijfelde. Het was duidelijk een vraag waar men nog nooit over had nagedacht.

    Volgens de gedragsanalyse keken de fietsers voor de stopstreep dreigend naar het rode licht, alsof ze het tot groen wilden dwingen. De lichamen waren naar voren gericht; hoofd en ogen bewegingloos. De meeste fietsers leken uitdrukkingsloos. Het moeten stoppen voor dit licht leek een moment te verschaffen om de gedachten even te laten afdwalen, telefoons te checken, de bel of pedalen recht te zetten. Er vond zeer weinig interactie plaats, zowel tussen fietsers onderling als met bestuurders van andere vervoermiddelen.

    Nadat de lichten waren uitgeschakeld, werden zo’n 150 fietsers geïnterviewd. We constateerden dat niet alleen minder mensen een hekel hadden aan de kruising, maar dat zestig procent zelfs vond dat de verkeerssituatie was verbeterd.

    ‘Mensen letten beter op,’ zei een man. ‘Het is ongelooflijk dat het zichzelf regelt’

    Zonder uitzondering klaagden de respondenten minder over de infrastructuur en spraken ze meer over menselijke interactie. ‘Mensen letten beter op,’ zei een man. ‘Het is ongelooflijk dat het zichzelf regelt,’ zei een jonge vrouw. ‘Het is een beetje eng, maar je hoeft nooit te stoppen en niemand is chagrijnig,’ zei een tiener. Niemand kon echter meer zeggen over het hoe en waarom.

    Het gedrag was duidelijk anders. De meeste fietsers remden af bij het naderen van de kruising en communiceerden met andere fietsers en automobilisten met hun ogen, gebaren, gezichtsuitdrukkingen en stemmen. Er vond veel meer onderhandeling plaats, maar niet zonder wrijving. In één geval begaf een moeder met haar kind in een voorzitje zich langzaam op het kruispunt. Toen ze halverwege was, kwam er een auto van rechts. Volgens de verkeersborden heeft de automobilist voorrang, maar de moeder maakte oogcontact met de chauffeur, ze glimlachten naar elkaar en de automobilist liet haar voorgaan.

    In de nieuwe opzet werden mensen gedwongen zich met de omgeving bezig te houden. Om zich aan te passen, moesten ingesleten gedragsrituelen worden veranderd. Deze aanpassing kost tijd en is een complex cognitief proces: hersenneuronen maken overuren, de zintuigen zijn alerter en er moeten meerdere informatieniveaus worden ontward.

    Zodra nieuwe rituelen zijn gevormd, worden snelle beslissingen weer onbewust genomen en wordt de beweging van het lichaam ingezet om een machine aan te drijven en te besturen.

    Dergelijke interactie en ‘onderhandeling in beweging’ klinken misschien veeleisend, zoals sommige respondenten opmerkten, maar hoe groot is die inspanning eigenlijk? Met fietsen gebruiken we onze spieren en dat is gezond. En als dit soort inspanning nou eens goed zou zijn om onze hersenen te trainen?

    In de hele stad overgenomen

    Na verloop van tijd worden fietsers steeds behendiger in het automatisch oplossen van deze puzzel. Die ontwikkeling werd na twee weken observatie al waargenomen op het Alexanderplein. De proef was zo succesvol dat er tot verlenging werd besloten, en een paar maanden later werden de verkeerslichten helemaal verwijderd.

    Nu wordt het Alexanderplein geherprofileerd en wordt het idee in de hele stad overgenomen, met steun van de beleidsmakers. ‘Deze proef toonde aan dat minder regulering tot verantwoordelijk en alert weggedrag kan leiden,’ zei Litjens.

    Er zijn inderdaad minder vertragingen, zonder verlies van veiligheid. Maar belangrijker nog is waarschijnlijk dat we aantoonden dat mensen zich bewuster werden van anderen en hun besluitvormingsproces op subtiele manieren aanpasten. Het bewijst dat mensgericht ontwerp van kruispunten een manier kan zijn om interactie, cohesie en vervolgens zelfs maatschappelijk kapitaal te vergroten.

    Auteur: Meredith Glaser

    Meredith Glaser is onderzoeker bij het Urban Cycling Institute van de Universiteit van Amsterdam. Ze bestudeert kennis- en beleidsoverdracht van Nederlandse fietspraktijken naar andere delen van de wereld.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Amsterdam 
op de fiets: 
wie remt, verliest

    Amsterdam 
op de fiets: 
wie remt, verliest

    Het hectische fietsverkeer in Amsterdam kan intimiderend zijn voor buitenstaanders. Kun je als toerist meekomen? De Duitse journaliste Katja Schnitzler neemt de proef op de som.

    Op de eerste brug kom ik erachter dat mijn fiets niet remt. Van links komt een Amsterdammer op zijn rijwiel, dat men hier ‘fiets’ noemt, aan sjezen. Niet alleen aan mijn gezicht ziet hij dat we elk moment op elkaar zullen gaan knallen. De fietsverhuurder had zo-even nog gezegd dat elke Amsterdammer liever een terugtraprem heeft dan een handrem: ‘Die kan gewoon beter tegen een stootje en hoeft niet constant gerepareerd te worden.’ Toen wist ik nog niet dat ook hij het kennelijk te veel moeite vond om de handremmen van mijn huurfiets te repareren.

    Bij de brug trapt de Amsterdammer dus terug, zo hard hij kan, terwijl ik met mijn schoenzolen over de straat schuur. Maar goed dat ik ze de komende twee dagen niet al te veel ga belasten. Ik wil Amsterdam niet lopend, maar fietsend verkennen. Welke stad zou zich daar beter voor lenen?

    Onze voorwielen raken elkaar bijna als we tot stilstand komen. Typisch geval van een toerist. Alleen die houden zich niet aan de ongeschreven fietsersregels van Amsterdam:

    1. Geremd wordt er niet.
    2. Ook niet ingeval van kleinigheden zoals andere fietsers, zebrapaden of voorrang voor rechts.
    3. Of een rood stoplicht.
    4. Obstakels worden hooguit omzeild, maar zijn geen reden om te stoppen.

    Zelfs de politie vindt het niet nodig om met de fiets te stoppen enkel en alleen omdat het licht op rood gesprongen is: kennelijk hebben fietsers in Amsterdam altijd voorrang – en proberen zij uit hoe ver ze op de kruising kunnen komen. Pas vlak voor een motorkap houden ze in en laten ze de automobilist welwillend voor gaan. Voor hen betekenen voetgangers bewegende slalomstangen die, in het geval van toeristen, af en toe recht voor de banden springen. Alles stroomt, en hard ook.

    De slingerende toerist wordt zachtjes bij de schouder gepakt, weer in het juist spoor gebracht en terug richting stoep geduwd

    Omafietsen worden alleen buiten Amsterdam gezapig bereden, in deze grachtenstad moet het pijlsnel. Niet vanwege de hectiek van de grote stad, maar vanwege de bruggen. Om niet bij elk van de vele stenen bogen over een gracht weer vaart te moeten trappen, zijn de lokale fietsers simpelweg constant in ijltempo op pad. Op het moment dat ik denk dat ik wel zo’n beetje aan de plaatselijke maximumsnelheid zit, word ik losjes voorbij gefietst door een hooggehakte vrouw in een mantelpakje.

    Ondanks het hoge tempo draagt niemand hier een helm. Zelfs kleine kinderen laten hun haren in de wind wapperen terwijl ze op eigenhandig aangelaste stangen boven het voorwiel van vaders fiets met de armen over elkaar geslagen staan te mokken omdat papa gewoon de ijssalon voorbij is gesuisd.

    Na een paar minuten is het echt leuk om per fiets de oude wijken van Amsterdam te verkennen – tenminste, als je doorhebt hoe het moet. Amsterdam is de ideale stad voor fietsers: de straatstenen zijn vlak en vaak in visgraadmotief gelegd, zelden laten gaten in het wegdek de bestuurder voelen dat zijn fiets vrijwel elke vering ontbeert. In de smalle straten herinneren drempels je er steeds weer aan om niet al te hard te rijden – maar ook deze oneffenheid is maar een lichte golfje dat niet doet afremmen.

    Met name de grachtengordel rond het oude centrum met de rosse buurt heeft veel weg van een versteende zee met huizen die tegen elkaar leunen. De gevels buigen voorover, wat het gevoel van beweging nog versterkt. Deze smalle huizen van machthebbers en gegoede burgers lijken zich welwillend te keren naar de mensen op straat. Daartussen flitsen de fietsers als haringen in een school. En die komen toch ook niet met elkaar in botsing.

    Alvorens zelf in die zee te duiken, kun je het best even op een terrasje gaan zitten en kijken: twee fietsers naderen elkaar pijlsnel, negeren natuurlijk ‘rechts heeft voorrang’, de een suist vlak voor de ander over de kruising zonder dat een van hen ook maar een ietsepietsje inhoudt. Een kwestie van centimeters – nee, millimeters. Waar men elders tekeer zou gaan, dreigen, schreeuwen, haalt men hier niet eens de schouders op.

    © Herman Wouters / HH
    © Herman Wouters / HH

    De Heren-, Keizers- of Prinsengracht zijn geschikt om te oefenen. Niet alleen vanwege de schitterende grachtenhuiscoulisse. Het verkeer is overzichtelijk, automobilisten proberen deze smalle straten zo veel mogelijk te vermijden. Algauw ben ik erachter dat mijn fiets toch langzamer gaat als ik met alle kracht de punten van mijn handremmen helemaal omhoog trek. En wanneer ik een brug sneller moet nemen om net voor een andere fiets het volgende straatje in te suizen.

    Bovendien leer ik heel snel: wie stoppen wil, geeft dat aan door zijn hand uit te steken, zoals elders wanneer je afslaat. Alleen toeristen remmen zonder dat aan te geven en veroorzaken zo bijna-kop-staartbotsingen, wanneer ze weer eens iets bezienswaardigs hebben ontdekt. Dus ongeveer elke twintig meter.

    Omdat Amsterdam zo rijk is aan mooie gebouwen, gevels, façades, bruggen en kerken – de stad is tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels voor bombardementen gespaard gebleven – komen toeristen niet alleen voortdurend tot stilstand. Ze zwenken onder het rijden ook nog eens heen en weer, omdat ze van verbazing vergeten te sturen.

    Gelukkig is een Amsterdammer niet alleen ontspannen, maar altijd – ook op de fiets – uiterst vriendelijk en voorkomend. De slingerende toerist wordt zachtjes bij de schouder gepakt, weer in het juist spoor gebracht en terug richting stoep geduwd. Dat alles natuurlijk in het voorbijrijden, een reden tot remmen is het zeker niet.

    Terwijl in Duitsland heel veel bestuurders erop vertrouwen dat een fietser graag wil blijven leven, weet de Amsterdammer dat automobilisten hier slechts geduld worden

    En automobilisten? Die rijden voorzichtig omdat overal, vanuit alle richtingen fietsers zouden kunnen komen. Terwijl in Duitsland heel veel bestuurders erop vertrouwen dat een fietser graag wil blijven leven en daarom zelf wel goed op zal letten, weet de Amsterdammer dat automobilisten hier slechts geduld worden.

    Onderweg door smalle en brede straten, over bruggen en via ruime, rood gemarkeerde fietspaden wordt duidelijk wat de werkelijke reden is dat Amsterdammers niet zonder terugtraprem kunnen: ze hebben geen handen over om te remmen. Ze eten een ijsje, roken, zijn in de weer met hun smartphone of rijden hand in hand. Echt gelukkig lijken ze alleen te zijn als ze zich op twee wielen kunnen voortbewegen.

    Ouders die met gespannen gezicht een kinderwagen over de schuin liggende trottoirs duwen, lijken aan het eind van hun Latijn. Dat in tegenstelling tot de stralende moeder die haar baby in een draagdoek heeft gebonden en daarmee in het gebruikelijke tempo door de straten flitst. Amsterdamse kinderen groeien letterlijk op op de fiets, ze zijn ware natural born bikers.

    Later kunnen ze de fiets van hun ouders overnemen, het zou niet eens opvallen: vrijwel alle fietsen zijn van stevig materiaal en vertonen duidelijke sporen van gebruik. Een licht lopende mountainbike zie je zelden. Niet alleen omdat bergen ontbreken, maar ook omdat het hoogst diefstalgevoelig zou zijn. Zelfs een oude rammelkast wordt hier minstens twee maal op slot gedaan.

    Alles dus oké in de Amsterdamse fietserswereld? Eigenlijk wel. Als er tenminste geen scooters zouden zijn

    Zelfs na vijftien uur op pad te zijn geweest doen mijn voeten geen pijn, op de pedalen kunnen ze uitrusten van de wandelingen door grachtenhuizen en musea. In plaats van maar een paar punten af te lopen kun je zo de stad echt leren kennen. Wie het op de enkele niet zo mooie hoeken in Amsterdam niet bevalt, rijdt gewoon verder – bijvoorbeeld ’s ochtends door de rosse buurt die naar alcoholpis stinkt en waar, vlak achter de Oude Kerk, vrouwen in lingerie zich in etalages te koop aanbieden.

    Een paar minuten later ben ik in een andere wereld. Hij ligt maar een klein stukje verderop, achter de grachten, in de voormalige arbeidersbuurt de Jordaan. Ergens anders zou dit een prachtwijk zijn: op de begane grond zijn winkeltjes en woonhuizen als uit een designcatalogus, alleen is het hier gemoedelijk en zijn de ingangen door rozen omrankt. Je ziet hier maar weinig toeristen, want afgezien van de Noorderkerk zijn er geen afzonderlijke bezienswaardigheden – maar de buurt op zich is alleszins de moeite van het ontdekken waard. Alleen is het lopend geen doel dat toeristen na het naburige Anne Frank-huis of de Westerkerk zomaar even mee zouden nemen.

    Als fietser rij ik recht onder het Rijksmuseum door naar het Museumplein. Lopend zou je opnieuw een stevige – en als je niet meer dan twee dagen hebt, tijdrovende – mars voor de boeg hebben en zou je je wellicht liever op het grasveld voor de musea werpen dan van kunstwerk naar schilderij en sculptuur stappen. Maar op de fiets doet hooguit het achterwerk pijn, en niet eens al te erg. De typerende zin van een stadstoerist – ‘ik kan geen stap meer verzetten’ – is aan de fietstoerist niet besteed.

    Ik maak mijn slot los – het ziet eruit, klinkt en weegt ook bijna net zo veel als een ankerketting – en flits verder naar het Vondelpark voor een snack in het theehuis. Dat heeft veel weg van een blauwwitte ufo die een tijdje geleden tussen de fraai aangelegde vijvers is geland en meteen maar is gebleven.

    Scooters

    Slechts enkele minuten later is een fietstoerist terug in het centrum om met een drankje aan zijn favoriete gracht de middag af te sluiten, de diversiteit aan gevels en façades te bestuderen en te observeren hoe er steeds meer vrijetijdsverkeer komt: de Amsterdammers steken van wal in kleine bootjes, voorzien van bier, wijn en zitkussens, ze toeren even achteloos door de grachten als eerder per fiets over de bruggen.

    Alleen voor een uitstapje in de schemering per boot blijft de fiets staan, maar niet lang: op een zachte avond is het ook vlak voor middernacht nog leuk om met de fiets over de parallel lopende Prinsen-, Keizers- en Herengracht te flitsen.

    Alles dus oké in de Amsterdamse fietserswereld? Eigenlijk wel. Als er tenminste geen scooters zouden zijn. Die noemt men hier naar het geluid dat ze maken bromfiets en zij eisen dezelfde ruimte op als de fietsen: ook zij rijden over de fietspaden langs de doorgangswegen, ook zij slingeren tussen groepjes voetgangers door, ook zij remmen niet. De bromfietsers suizen rond zonder zich ook maar enigszins in te spannen, zogezegd de watjes tussen alles op twee wielen in Amsterdam. Ook zij doen het zonder helm. Alleen: ze zijn veel lawaaiiger. Geen wonder dat de Amsterdammer wel eens zijn onverstoorbaarheid verliest als zo’n knetterende bromfiets echt op zijn voorrang staat en zo een vrouw op een fiets uit haar evenwicht brengt.

    In de zee zou een bromfiets de vis zijn die eenvoudigweg dwars door de school heel zwemt. De klemgereden vrouw en ik wisselen veelbetekenende blikken. Wij fietsers in Amsterdam zitten nou eenmaal op dezelfde golflengte.

    Auteur: Katja Schnitzler
    Vertaler: Marten de Vries

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 445.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • ‘Visionaire’ burgemeester verandert São Paulo in smart city

    ‘Visionaire’ burgemeester verandert São Paulo in smart city

    São Paulo stond altijd bekend als een autobolwerk. Maar in de afgelopen drie jaar heeft de progressieve burgemeester Fernando Haddad de metropool omgeturnd tot een slimme stad met ruimte voor fietsers en openbaar vervoer.

    ‘Hé communist, rot op naar Cuba!’ klinkt het vanuit een SUV die langzaam langs een fietspad rijdt. Een hand verschijnt door het raampje en smijt een waterfles naar de man van middelbare leeftijd en zijn partner die daar fietsen. Terwijl de twee geschrokken hun evenwicht proberen te hervinden, krijgen ze nog meer scheldwoorden naar hun hoofd, voordat de auto weer met een noodgang verdwijnt. ‘Playboys,’ mompelt de man, terwijl hij zijn weg vervolgt door de weelderig groene wijk van São Paulo, de Braziliaanse megalopool van negentien miljoen inwoners. ‘Fietsen in deze stad brengt nu een nieuw gevaar met zich mee: de woede van automobilisten,’ zegt Ricardo Nunes (46), een consultant die altijd op de fiets naar zijn werk gaat. ‘Maar daar laat ik me niet door afschrikken. Fietsen verbetert onze kwaliteit van leven. De wegen zijn niet alleen van de auto’s.’

    São Paulo, een uitgestrekte stedelijke agglomeratie en de motor van de Braziliaanse economie, blijft maar groeien en is qua inwoneraantal de vijfde stad van de wereld. In reismagazines is deze grootste – en rijkste – stad op het zuidelijk halfrond vaak te zien als een tropisch Manhattan met grote auto’s, glanzende wolkenkrabbers en luxe helikopters. Maar de laatste drie jaar heeft de stad een ingrijpende verandering ondergaan. Er zijn felgekleurde fietsstroken gekomen, wandelpaden, snelbusbanen en maximumsnelheden voor auto’s. Zelfs tijdens het spitsuur kan het verkeer tegenwoordig rustig doorstromen.

    Een gevolg is wel dat São Paulo, waar een auto altijd als onontbeerlijk werd beschouwd, nu in de greep is van een hoog oplopend debat, namelijk dat van auto’s versus fietsen. Centraal in dit debat staat burgemeester Fernando Haddad, die in het buitenland wordt bejubeld als ‘stedelijk visionair’. In zijn eigen stad noemen sommigen hem echter een ‘communist die van São Paulo een nieuw Cuba wil maken’.

    Haddad, die als kandidaat van de linkse Arbeiderspartij werd gekozen, heeft juist geprobeerd die kloof te overbruggen door alle openbare ruimte open te stellen voor alle burgers

    Maar Haddad, voormalig hoogleraar Politieke wetenschappen aan de Universiteit van São Paulo, lijkt vastbesloten om zich aan zijn beloften uit zijn verkiezingscampagne in 2012 te houden en van São Paulo een cidade inteligente oftewel een ‘smart city’ te maken. In zijn kantoor op de vijfde verdieping van het stadhuis werpt de 52-jarige burgemeester een snelle blik op de drie enorme beeldschermen aan de muur tegenover zijn werktafel. Op één scherm is de toestand van het verkeer in de stad te zien. Op het tweede kan hij waarschuwingen voor overstromingsgevaar in de gaten houden. En het derde scherm vertoont beelden van ‘Crackland’, een plein dat ooit berucht was om zijn drugsverslaafden, maar waar nu druk wordt gewinkeld.

    Haddad is een rustige, serieuze man die geen grote woorden gebruikt. Hij zegt dat hij alleen maar bezig is zijn belofte te vervullen om de stad democratischer te maken en de sociale samenhang te vergroten. ‘Tijdens mijn campagne ging de discussie vooral over het openbaar vervoer. Acht jaar voordat ik burgemeester werd, was alle aandacht in de stad gericht op auto’s. De begroting, investeringen – alles draaide om auto’s. Ik heb beloofd die situatie om te buigen en de openbare ruimte te democratiseren,’ zegt Haddad. ‘Het draait allemaal om democratisering,’ voegt hij er op zachte toon aan toe, meer als onderwijzer dan als politicus.

    Sommige mensen werpen tegen dat São Paulo nu een verdeelde stad is. Maar de stad is altijd verdeeld geweest: tussen rijk en arm, tussen ommuurde luxeappartementen en sloppenwijken, en tussen de mensen met een auto en de mensen die zijn aangewezen op het openbaar vervoer. Haddad, die als kandidaat van de linkse Arbeiderspartij werd gekozen, heeft juist geprobeerd die kloof te overbruggen door alle openbare ruimte open te stellen voor alle burgers. Maar dat leidde aanvankelijk tot een bittere terugslag.

    Autolobby

    Toen Haddad in 2013 burgemeester werd en aan het openbaar vervoer begon te werken, kwam hij onmiddellijk onder vuur te liggen. Het vorige stadsbestuur had de vrije busbanen afgeschaft om meer ruimte te maken voor auto’s. Toen Haddad die banen weer instelde, plaatste een populair tijdschrift een foto van een file naast een geheel lege busbaan, onder de kop: ‘De puinhopen van Haddad.’ Het was een boodschap van de autolobby: de wegen zijn van ons. Maar Haddad gaf niet toe. ‘Deze verandering heeft altijd op mijn programma gestaan. Maar na de protestdemonstraties van 2013, toen mensen beter openbaar vervoer eisten, besloot ik om het proces te versnellen. Die demonstraties hebben als katalysator gewerkt. Binnen twee jaar zijn mensen anders tegen de dingen aan gaan kijken.’

    De veranderingen zijn zichtbaar, São Paulo ondergaat een gedaanteverwisseling. In 2014 gebruikte 56 procent van alle burgers elke dag een auto, volgens een onderzoek. Nu is dat cijfer gedaald naar 45 procent. Tegelijkertijd is het aantal ritten per bus en metro sterk gestegen. ‘We zijn getuige van een transportmigratie. Er zijn nu meer fietsen. Meer mensen reizen per openbaar vervoer of te voet. Ze denken na over hun manier van leven. Het aantal ongelukken neemt af. Het aantal verkeersdoden in de eerste helft van dit jaar ligt 15,5 procent lager dan vorig jaar. We verwachten het aantal verkeersdoden in 2020 met 50 procent te hebben teruggedrongen.’

    São Paulo is een van die typische laatkapitalistische steden waar auto’s en snelheid synoniem zijn met succes en sociale mobiliteit. Wat 450 jaar geleden, toen de Europeanen hier aan land kwamen, nog een indiaans dorpje was, groeide begin twintigste eeuw uit tot het hart van de Braziliaanse economie. Halverwege de jaren vijftig had de stad twee miljoen inwoners, gevangen in een web van staal, beton en glas. De stad moedigde het gebruik van de auto aan. Burgemeesters besteedden nauwelijks aandacht aan het openbaar vervoer, en wie zich per fiets op straat waagde, deed dat op eigen risico.

    ‘Stedelijk visionair’, burgemeester Fernando Haddad. – © Aloisio Mauricio / Hollandse Hoogte
    ‘Stedelijk visionair’, burgemeester Fernando Haddad. – © Aloisio Mauricio / Hollandse Hoogte

    Dit alles begon te veranderen in 2013, toen Haddad zijn intrek nam in het stadhuis. Om het fietsen aan te moedigen volgde hij een simpele gedachtegang: in een stad die meer ruimte en infrastructuur voor fietsers biedt, gaan de mensen vanzelf wel fietsen. Nu gebruikt volgens een recent onderzoek 70 procent van de fietsers de fiets niet alleen om te sporten, maar ook voor woon-werkverkeer, om boodschappen te doen of om naar school te gaan. ‘We wilden altijd al graag gaan fietsen, maar de omstandigheden daarvoor waren nooit goed. We moesten wel met de auto gaan. Nu zijn er fietspaden en speciale verkeersborden voor ons. Deze stad is op een heel positieve manier aan het veranderen,’ zegt Nunes, de fietsende consultant.

    Een grote verandering is het gemak waarmee de stadsbussen zich nu via de speciale busbanen kunnen verplaatsen. Tot die in 2013 in gebruik werden genomen, was het verkeer hier hopeloos. In het weekend kon er wel 180 kilometer file staan. Ondanks de negatieve pers zette Haddad zijn plannen om de beruchte files tegen te gaan door.

    ’Elke burgemeester krijgt te maken met verzet. Maar nu staan de mensen achter de maatregelen die ik heb genomen. Toen we vrije busbanen instelden, werd er woedend gereageerd. Nu is 90 procent er blij mee. De fietspaden, die onlangs pas zijn aangelegd, worden minder enthousiast ontvangen, maar dat zal met de tijd veranderen,’ zegt Haddad met de overtuiging van een man die niet aan zijn eigen beleid twijfelt.

    De grotendeels blanke middenklasse van São Paulo blijft zich verzetten tegen alles wat progressief beleid is

    Na dertien jaar links bestuur is er in Brazilië op sociaal vlak veel verbeterd, maar de grotendeels blanke middenklasse van São Paulo blijft zich verzetten tegen alles wat progressief beleid is. De staat en de stad São Paulo vormen het hart van het Braziliaanse conservatisme. De stad, die zesde staat op het lijstje van ‘tien grootste miljardairssteden’ van het blad Forbes, telt meer dan vijfhonderd helikopters, die samen meer dan tweeduizend vluchten per dag maken. In deze stad, waar sommige straten meer helipads hebben dan bushaltes, is het beleid van Haddad niets minder dan een revolutie. Geen wonder dus dat Haddad in de conservatieve pers en op sociale media wordt uitgemaakt voor ‘communist’ (een scheldwoord dat is terug te voeren op de jaren zestig, toen het leger de toenmalige president afzette onder het voorwendsel dat hij van Brazilië een communistisch land à la Cuba wilde maken.)

    Haddad glimlacht alleen maar als hij dit soort insinuaties hoort. Voor iemand die politiek en academisch in de linkse traditie is opgevoed – zijn promotieonderzoek heette ‘Van Marx tot Habermas: het Historisch Materialisme en zijn eigen paradigma’ – is het nauwelijks een belediging om communist genoemd te worden. ‘Als je een academische achtergrond hebt, ben je beter tegen dit soort aanvallen bestand,’ zegt Haddad, en hij voegt eraan toe dat hij geen orthodox marxist is. ‘Ik houd van open marxisten, niet van dogmatische. Dat is nog erger dan liberalisme, het beperkt de kritische analyse. Ik houd van David Harvey, die wel marxist is maar in een traditie die mij bevalt. Mijn traditie is de Frankfurter Schule. Mijn favoriete schrijvers zijn Adorno en Marcuse. Dat zijn de beste denkers van de twintigste eeuw.’

    Briljant hoogleraar

    Haddad is de zoon van een Libanese migrant die in 1947 in Brazilië aankwam. Hij maakte eind vorige eeuw naam als briljant hoogleraar aan de Universiteit van São Paulo. Van 2005 tot 2012 was hij minister van Onderwijs in de federale regering onder president Lula en diens opvolger Dilma Rousseff. Daarna besloot hij om zich kandidaat te stellen voor de burgemeesterspost van São Paulo – ‘om verandering in de stad teweeg te brengen’. Een van zijn eerste besluiten als burgemeester was om Crackland, dat vlak bij het stadhuis ligt, schoon te vegen. Burgemeesters waren gekomen en gegaan, maar de drugshandelaren en verslaafden waren altijd gebleven.

    In plaats van de politie erop af te sturen, stelde Haddad een ‘Open Armen-programma’ in, waarin hij 1000 dollar per persoon besteedde aan medische behandeling en educatie. Zoals verwacht vielen de conservatieven hem daarop aan, maar hij hield vol. ‘De oorlog tegen drugs wordt vervangen door een andere benadering. We hadden hier vijftienhonderd verslaafden, nu zijn het er nog driehonderd. We hebben ze niet verdreven. Ze zijn er allemaal op vooruit gegaan. Twee jaar geleden kregen we veel kritiek; dat wordt minder, nu de drugshandel afneemt. Het zou een grote vergissing zijn om op die programma’s te bezuinigen,’ zegt Haddad, terwijl hij naar het beeldscherm met livebeelden van Crackland wijst.

    Fietsers vieren de opening van een fietspad door burgemeester Haddad in de zomer van 2015. – © Bruno Fernandes / Hollandse Hoogte
    Fietsers vieren de opening van een fietspad door burgemeester Haddad in de zomer van 2015. – © Bruno Fernandes / Hollandse Hoogte

    Burgemeesters hebben in Brazilië veel te vertellen. Het lokale bestuur heeft altijd een sterke positie gehad, onafhankelijk van de staats- of federale overheid. Maar tot voor kort beperkten de burgemeesters zich tot het ‘efficiënt’ runnen van hun stad, zonder veel aandacht te besteden aan sociale rechtvaardigheid. Dat begon eind jaren tachtig te veranderen, toen sociale bewegingen en vakbonden in het hele land protestdemonstraties organiseerden, waarin ze meer participatie voor de bevolking in het bestuur eisten.

    De Arbeiderspartij is zelf voortgekomen uit een vakbond; toen Haddad in 2013 burgemeester werd, zette hij dan ook het grootste programma voor participatieve ontwikkeling ter wereld op, waarbij hij honderdduizenden burgers van São Paulo betrok bij de besluitvorming in hun stad. Als onderdeel van het proces kwamen bewoners met 117 voorstellen voor aanpassing van de stedelijke infrastructuur, waaronder fietspaden en betere bussen. Gewapend met het mandaat van de bewoners ging Haddad aan de slag om meer democratische ruimte te creëren. Hij ging ook aan het werk om van São Paulo een smart city te maken, wat naar zijn mening een kwestie is van investeren in openbare dienstverlening en kiezen voor eerlijke groei, speciaal voor de mensen in de marge van de samenleving.

    Volgens Haddad gaat het er bij een smart city niet om de sleutels van de stad over te dragen aan bouwbedrijven en hightechcorporaties. Het gaat om, wat hij noemt, ‘intelligente interventies’. ‘Je kunt een smart city ontwikkelen met innovaties die weinig kosten. Het is ongelooflijk wat je zonder al te veel kosten kunt doen in een stad. Het belangrijkste is dat je weet wat mensen van hun stad verlangen,’ zegt hij.

    Onder Haddad is São Paulo een voorbeeld geworden op het gebied van innovaties die alle bevolkingsgroepen ten goede komen. De stad heeft gratis wifi geïnstalleerd op 120 openbare pleinen, voornamelijk in arme wijken. Volgende maand gaat de burgemeester naar de feestelijke opening van een systeem waarmee een hele sloppenwijk wordt verlicht met ledlampen. Dit soort maatregelen maakt nu al een verschil. ‘We hebben elke dag 85.000 gratis wifigebruikers. De meesten daarvan wonen aan de buitenrand van de stad. Zij hebben nauwelijks geld. De stad garandeert ze hun digitale rechten. In de wijken met ledverlichting gaan mensen nu ’s avonds de deur uit. Dat deden ze voorheen niet. We betalen deze investering uit het geld dat we besparen door diezelfde ledlampen, die 50 procent zuiniger zijn,’ zegt Haddad. ‘Het is dus duurzaam én goed voor de sociale samenhang.’

    Stedelijk visionair

    De afgelopen paar jaar hebben verschillende steden – New York, Barcelona, Madrid, Parijs en Bogotá – een burgemeester gekozen die ervoor kiest om betaalbare openbare dienstverlening te bieden in plaats van die te privatiseren. Haddad vindt dat er een dialoog nodig is tussen deze steden om ervaringen uit te wisselen. Hij is vooral benieuwd naar de stedenbouwkundige planning en innovaties in China en India – waar zich enkele van de allergrootste steden ter wereld bevinden. ‘We hebben een samenwerkingsverband met veel Latijns-Amerikaanse steden die op zoek zijn naar alternatieven voor het huidige systeem. In Latijns-Amerika is er, afgezien van Mexico-Stad, geen stad die zo groot is als São Paulo. Dus we moeten beter kijken naar steden als Shanghai, Mumbai, New Delhi en Tokio.’

    Haddad wil graag een voorbeeld nemen aan andere steden. Onlangs, toen Parijs een autovrije dag hield, vloog de burgemeester naar Frankrijk (zoals altijd economyclass, want dat is ‘wat de stad zich kan permitteren’) om deel te nemen aan een debat met de Parijse burgemeester Anne Hidalgo aan het Institut d’études politiques in die stad. Tijdens dit debat over de sociale en milieuvraagstukken van grote steden kreeg Haddad een groot compliment van zijn Franse collega. Toen hem tijdens het debat werd gevraagd of hij met zijn beleid zijn herverkiezing op het spel zette, zei de Parijse socialistische burgemeester, nog voordat Haddad kon antwoorden, dat zij ‘op hem zou stemmen’ als ze kon.

    In 2016 voert Haddad campagne voor zijn herverkiezing. De messen zijn al geslepen in de oorlogszone die São Paulo is. De burgemeester van deze stad is de op twee na machtigste persoon in het land, na de Braziliaanse president en de gouverneur van de staat São Paulo. De functie is altijd een springplank geweest naar een rol op nationaal niveau. Als opkomende ster in de Arbeiderspartij wordt Haddad door velen gezien als een toekomstige presidentskandidaat. Zelfs The Wall Street Journal, die zelden iets positiefs te melden heeft over Brazilië, noemde hem onlangs een ‘stedelijk visionair’. Maar de verkiezingen lijken tot nu toe de minste zorg voor Haddad. Hij maakt zich meer zorgen om zijn beleid.

    ‘Traditionele politici durven soms geen maatregelen te nemen die bij bepaalde mensen een sterke reactie oproepen. Vier jaar is niet genoeg. Verkiezingen kun je verliezen. Maar als je een verkiezing verliest vanwege een goede zaak, is dat goed. Je wordt een gevangene van de macht als je niet de juiste stappen zet. Maar ben je niet gehecht aan het pluche, dan kun je maatregelen nemen die op de middellange termijn begrip zullen vinden,’ zegt hij zonder ook maar een sprankje bezorgdheid op zijn gezicht. ‘Dus wij gaan ons richten op het beleid en niet op de verkiezingen. Als we die twee dingen kunnen scheiden, is dat goed voor de stad.’

    Fietsers vieren de opening van een fietspad door burgemeester Haddad in de zomer van 2015. – © Bruno Fernandes / Hollandse Hoogte
    Fietsers vieren de opening van een fietspad door burgemeester Haddad in de zomer van 2015. – © Bruno Fernandes / Hollandse Hoogte

    Wie weet werpen die maatregelen straks toch hun vruchten af. In de trendy wijken van de stad zijn de fietsenstallingen waar mensen via hun mobiele telefoon een fiets kunnen huren heel populair geworden. In Pinheiros, een chique buurt, zijn gloednieuwe fietscafé’s gekomen, waar mensen hun fiets kunnen laten repareren en ondertussen koffie drinken en een broodje eten. En in boekwinkels in de hele stad gaan boeken als Eu amo bike (Ik houd van fietsen) en Eu sou a mudança (Ik ben de verandering) als zoete broodjes over de toonbank. Haddads beleid heeft niet alleen tot een geheel nieuwe bedrijfstak geleid, maar ook de mentaliteit – en de politiek – verandert in delen van de stad die normaal nooit voor een kandidaat van de Arbeiderspartij zouden stemmen. De burgemeester is uiterst populair aan de buitenranden van de stad, maar heeft nu misschien ook aanhangers gevonden in de bovenlaag van de bevolking. 
Nunes, die bij de verkiezingen van 2012 niet op Haddad heeft gestemd, aarzelt nog om te zeggen naar wie zijn voorkeur in 2016 uitgaat. Maar dan geeft hij toch een hint: ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik op dezelfde partij zal gaan stemmen als die playboys die mij uitschelden.’

    Auteur: Shobhan Saxena
    Vertaler: Annemie de Vries

    Shobhan Saxena is als onafhankelijk journalist gevestigd in Brazilië. Hij woont afwisselend in Rio de Janeiro en São Paulo.

    The Wire
    India | thewire.in
    Indiase website gericht op vrijheid van meningsuiting, democratie, onafhankelijkheid en kwaliteit, begrippen die in de Indiase media volgens de oprichters weinig centraal staan in de journalistiek.