Tag: fifa

  • De eenheid tussen de WK-gastlanden is ver te zoeken

    De eenheid tussen de WK-gastlanden is ver te zoeken

    Het wereldkampioenschap voetbal, dat eenheid tussen Mexico, Canada en de VS zou moeten uitstralen, legt veeleer het gebrek daaraan bloot.

    Toen de FIFA bekendmaakte dat het WK van 2026 zou worden gehouden in Mexico, de Verenigde Staten en Canada, kopte The Washington Post ‘Het WK van de NAFTA’ [de Noord-Amerikaanse Vrijhandelsovereenkomst]. De bedoeling was om het toernooi te verkopen als een blijk van Noord-Amerikaanse eenheid. Nu, drie maanden voor de aftrap, bestaat de NAFTA niet meer. Ze werd door Trump 1.0 veranderd in de USMCA [US-Mexico-Canada Agreement], een vrijhandelspact tussen Mexico, de VS en Canada, en intussen maken de drie gastlanden een diepe existentiële crisis door.

    Drie buren

    Feit is dat op 1 juli, wanneer volgens de kalender de aanpassing van het handelsakkoord in werking treedt, op de voetbalvelden zal worden gestreden om de wereldtitel.

    Het idee was dat drie buren, drie onderling verweven economieën en drie eensgezind opererende federaties het beeld zouden oproepen van een regionale eenheid. Bovendien zou het WK voor het eerst door drie landen worden georganiseerd. Nog geen honderd dagen voor het begin van het toernooi gebeurt echter precies het tegenovergestelde. Het WK waarvan gedacht werd dat het eensgezindheid zou uitstralen, blijkt eerder het gebrek daaraan bloot te leggen. Wat bedoeld was als een feest van Noord-Amerikaanse eenheid, lijkt veeleer op een samenkomst van wederzijdse grieven.

    Het toernooi wordt gepresenteerd als een trinationale onderneming, maar in werkelijkheid zal het gaan om een megaevenement dat is gebouwd op een vergaande politieke, economische en logistieke onevenwichtigheid. Noord-Amerika lijkt steeds minder op een gemeenschap en steeds meer op een straat met buren die elkaar niet kunnen uitstaan.

    Canada, dat al nooit helemaal gelukkig was met Mexico binnen het handelsakkoord, is vandaag de dag ook niet gelukkig met Washington. Premier Mark Carney verklaarde in januari van dit jaar dat de oude relatie van Canada met de VS, die was gebaseerd op een steeds verder gaande integratie, van de baan was. Enkele maanden later vloog hij naar China voor een ontmoeting met Xi Jinping, op zoek naar nieuwe bondgenoten. Canada ziet Noord-Amerika niet langer als iets waardevols, maar als een risico voor te veel machtsconcentratie.

    Veiligheid

    Mexico op zijn beurt raakt verwikkeld in de discussie over soevereiniteit, maar zonder serieus concept voor integratie. Als Mexicanen onderhouden wij al jarenlang betrekkingen met de VS, zonder echt tot iets te komen. We klagen terecht over de wapenhandel en de lichtzinnigheid waarmee Washington omgaat met de Mexicaanse veiligheid, maar we hebben ook geen ambitieuzere regionale agenda weten door te voeren, eentje die vertrouwen inboezemt. De geografie schonk ons een voordeel en we besloten het maar half te benutten. Heel Mexicaans trouwens: een historische kans verprutsen en vervolgens een patriottisch betoog ophangen om het te rechtvaardigen.

    Na de arrestatie van El Mencho [de leider van het Jaliscokartel] heerste er geweld in en rond Guadalajara, een van de steden die als gastheer zal optreden. De FIFA en president Claudia Sheinbaum hebben gezegd dat zij zich geen zorgen maken over de veiligheid in [de staat] Jalisco, maar het probleem is niet meer alleen de veiligheid op zich, maar de internationale perceptie van onveiligheid. En die ging de wereld al rond met beelden van wegblokkades door aanhangers van El Mencho.

    Trump 2.0 heeft iets wat al wankel was nog verder verslechterd. Een WK hoort openheid, mobiliteit en gastvrijheid uit te stralen. Trump heeft precies het tegenovergestelde op tafel gelegd: strengere controles, immigratieverboden en het beeld van de buitenlandse bezoeker als verdachte in plaats van als gast.

    De FIFA blijft ondertussen onverdroten een regionaal WK verkopen. Maar in werkelijkheid zien we drie landen met verschillende agenda’s, spanningen aan de grenzen en een miniem vertrouwen in elkaar. Wat je ziet zijn drie regeringen die zelfs niet meer in staat zijn als blok te opereren om het feest dat ze hebben beloofd met elkaar te organiseren. Het voetbal zal de grenzen overgaan, maar het idee van ‘Noord-Amerika’ niet. En misschien is dat wel het ware verhaal van dit toernooi: niet de viering van een regio die samenwerkt, maar de vertoning van een regio die wel een continent deelt maar geen gemeenschappelijk project.

  • De Iran-oorlog is het zoveelste ethische obstakel voor het WK in de VS

    De Iran-oorlog is het zoveelste ethische obstakel voor het WK in de VS

    De VS, het hoofdgastland van het wereldkampioenschap voetbal 2026, zijn in oorlog met een land dat zich heeft gekwalificeerd. De ethische conflicten rond dit kampioenschap worden met de dag groter.

    Volgens Donald Trump is Iran nog steeds welkom op het kampioenschap, al zou het land voor zijn eigen veiligheid misschien beter van deelname kunnen afzien, zegt hij. Iran, op zijn beurt, heeft aangegeven dat degenen die van het toernooi zouden moeten worden uitgesloten juist de Amerikanen zijn in plaats van zijzelf. Ondertussen houdt FIFA-voorzitter Gianni Infantino vol dat het wereldkampioenschap mensen dichter bij elkaar kan brengen.

    In de FIFA-statuten staat nergens dat gastlanden niet in staat van oorlog mogen verkeren. Wel verbindt de organisatie zich in artikel 3 aan het respecteren van de internationaal overeengekomen mensenrechten. Desondanks kende Infantino de eerste FIFA Peace Prize toe aan Trump. Bovendien was hij aanwezig bij de lancering van de door Trump opgerichte Vredesraad, hoewel artikel 4 stelt dat de organisatie op politiek gebied neutraal is.

    ‘Trump en Infantino doen gewoon wat ze willen, zonder zich te houden aan de democratische principes van de organisaties die ze vertegenwoordigen,’ zegt Alan Tomlinson, professor aan de University of Brighton en gespecialiseerd in de sociale geschiedenis van sport in het algemeen en die van de FIFA in het bijzonder.

    Iran

    Het besluit van de VS om samen met Israël een oorlog te beginnen tegen Iran is niet de enige reden waarom voetbalfans zich afvragen of ze er goed aan doen naar het toernooi af te reizen en of het evenement eigenlijk wel door zou moeten gaan.

    In de maanden voorafgaand aan het uitbreken van de oorlog waren het gewelddadige optreden van ICE-agenten jegens migranten, inreisverboden voor sommige nationaliteiten, moeilijkheden rond het verkrijgen van visa en de prijs van toegangskaarten aanleiding voor vele discussies en zorgen rond het wereldkampioenschap. De wedstrijden worden verdeeld over de VS, Canada en Mexico, maar het overgrote deel (78 van de 104) wordt gespeeld in de VS. Eind januari, toen Trump dreigde Groenland te zullen binnenvallen, werd de roep om een Europese boycot luider. De vraag is of de oorlog met Iran een sleutelmoment zal zijn voor het WK 2026.

    ‘Ik denk niet dat Iran het kantelpunt zal zijn, maar dat zou het misschien wél moeten zijn,’ zegt onderzoeker Jake Wojtowicz, die schrijft over sportfilosofie en zich vooral richt op de ethische dilemma’s van de sportfan. Volgens hem is het een kwestie van perceptie.

    ‘Infantino heeft de ethische conflicten die het huidige voetbal kenmerken ongetwijfeld verergerd’

    ‘Amerika heeft in het Westen een enorme culturele invloed, terwijl dat voor [gastland WK 2022] Qatar totaal niet geldt. Dus als er bij het WK een land naar voren komt waarvan bekend wordt dat er onacceptabele praktijken gaande zijn, is het makkelijker om kritisch te zijn. Aan misdragingen van de VS zijn we al gewend.’

    In de internationale sportwereld komen geregeld ethische dilemma’s voor, zoals we konden zien bij de laatste twee wereldkampioenschappen, in Rusland (2018) en Qatar (2022). Maar is de oorlog tegen Iran onze denkwijze over het kampioenschap aan het veranderen?

    ‘Een gastland in oorlog, met een politiek leider die vol trots een dubieuze vredesprijs accepteert, terwijl het vijf weken durende mondiale sportevenement al voor de deur staat, is ongetwijfeld een morele grens die we niet zouden moeten overschrijden,’ zegt Tomlinson. ‘Maar morele grenzen zijn geen commerciële of economische overwegingen.’

    Ongehoord

    Wojtowicz is het met hem eens. ‘Ik denk dat het probleem ontstaat wanneer je in principe vindt dat dit [de oorlog tegen Iran] onacceptabel is en dan naar het WK gaat of op tv naar de wedstrijden kijkt en begint te denken dat de VS eigenlijk zo slecht nog niet zijn,’ zegt hij. ‘Dan associeer je de VS ineens met Harry Kane die in de finale twee goals scoort tegen Brazilië in plaats van met ICE en de uitzettingen van migranten. Dat is het risico: dat het WK je moreel beoordelingsvermogen in de weg zit.’

    Voor dit artikel werden Human Rights Watch en Amnesty International benaderd, maar er kwam geen reactie. Wel uitten deze twee organisaties eind 2025 publiekelijk hun zorgen over het handelen van de FIFA en verzochten de wereldvoetbalbond met klem om mensenrechtenkwesties aan te pakken.
    ‘Infantino’s handelen is op politiek en ethisch vlak ongehoord,’ vindt Tomlinson.

    Dat was wel anders toen hij in functie trad, als opvolger van Sepp Blatter, wiens bestuur getekend was door schandalen. Maar Infantino heeft het in vele opzichten nog bonter gemaakt dan zijn voorgangers.
    Infantino heeft na afloop van het WK in Rusland in 2018 uit handen van Vladimir Poetin een prijs aangenomen, in de aanloop naar het controversiële WK in Qatar bleef hij Qatar steunen en ging er zelfs wonen, en zonder al te lang beraad wees hij Saoedi-Arabië aan als gastland voor de editie van 2034. In de aanloop naar het aankomende WK ging hij in Miami wonen, zo’n beetje voor de deur bij zijn mentor Trump,’ legt Tomlinson uit.

    ‘Dat is niet hoe een vertegenwoordiger van een mondiale democratische organisatie zich zou moeten gedragen. Infantino heeft de ethische conflicten die het huidige voetbal kenmerken ongetwijfeld verergerd,’ voegt hij eraan toe.

    Toch doorgang

    Veel sportevenementen hebben zich gesteld gezien voor ethische dilemma’s, maar in de meeste gevallen vinden ze toch doorgang. Een onderzoek uit 2025 van Paul Bertin en Pauline Grippa, gepubliceerd in Political Psychology, wees uit dat veel fans die van plan waren geweest de editie in 2022 te boycotten dat uiteindelijk niet hebben gedaan. Onder andere op basis hiervan concludeert Wojtowicz dat de grote aantrekkingskracht van voetbal boycots onwaarschijnlijk maakt. Toch moeten fans kritisch blijven, vindt hij.

    ‘Als iemand zich naar je omdraait en opmerkt: “Nou, die Trump heeft toch maar een mooi WK neergezet, of niet?”, zou je moeten antwoorden: “Waar héb je het over? Dat is niet aan hem te danken, hij gebruikt het WK alleen maar om zijn image te verbeteren,”’ zegt Wojtowicz.

    ‘Het belangrijkste is dat je je betrokken toont. Dat je nadenkt en de dingen niet zomaar laat passeren omdat het WK tóch wel doorgaat,’ zegt Wojtowicz. ‘Ook kleine verzetsdaden kunnen helpen.’

  • Juninummer: FIFA’s verdienmodel

    Juninummer: FIFA’s verdienmodel

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » De geschiedenis van toekomstpessimisme

    » De fascinerende wereld van bladsnijdersmieren

    » Jongeren in het Midden-Oosten

    Gulzig

    Hoewel 360 altijd aandacht wil besteden aan verschillende standpunten zonder al te veel kleur, moet ik toegeven dat er een bepaalde naam is die we in het magazine liever mijden. Hij duikt op ongeveer alle voorpagina’s op en domineert het nieuws, terwijl er toch echt ook een heleboel andere belangwekkende dingen gebeuren in de wereld. Had u bijvoorbeeld weleens gehoord van Aliko Dangote, de rijkste man van Afrika, die zijn auto’s en buitenlandse huizen verkocht vanuit de ambitie het continent economisch onafhankelijk te maken? Of van de vervallen silo die via een Finse Marktplaats voor 6000 euro werd verkocht en waar nu de wildste evenementen plaatsvinden? Toch, lijkt het, willen we steeds weer over ellende lezen. We hebben de neiging negatieve informatie sterker op te merken, serieuzer te nemen en beter te onthouden. Volgens futuroloog Florence Gaub heeft die neiging een functie: doordat we ons zorgen maken over de toekomst, zorgen we dat er iets verandert. Angst voor hongersnood en overbevolking leidde tot de Groene Revolutie en hogere landbouwopbrengsten, bezorgdheid over de ozonlaag stimuleerde strengere milieuwetgeving.

    Uiteraard betekent dit niet dat alles steeds maar beter wordt. Zo vond in 1980 nog een boycot plaats van het WK voetbal in Moskou, terwijl FIFA-baas Gianni Infantino anno 2026 ongegeneerd spreekt over het ‘meest inclusieve wereldkampioenschap ooit’ – dat eerder het meest lucratieve lijkt te gaan worden. Van verbroedering, ook tussen de drie organiserende landen, is weinig sprake. Van de claim dat sport apolitiek is zo mogelijk nog minder.

    Doordat we ons zorgen maken over de toekomst, zorgen we dat er iets verandert

    En zo gold de obsessiviteit waarmee velen tegenwoordig hun ochtendkoffie benaderen in de middeleeuwen nog als een hoofdzonde: overdreven verfijnd omgaan met eten en drinken en buitensporig veel aandacht besteden aan de bereiding ervan werd als gulzig gezien. Zou je in dit opzicht kunnen spreken van moreel verval?

    Ook zorgwekkend: ecosystemen raken ontwricht door de afname van insectenpopulaties, en er zijn steeds minder taxonomen om dit vast te leggen. Wel ontstaat door de zorgen hierover steeds meer begrip over hoe belangrijk insecten zijn voor het functioneren van de aarde. En, als we taxonomen moeten geloven, hoe mooi.

    Hoewel, niet allemaal misschien. Die verboden naam dook toch weer op in deze editie, maar dan in een vorm die we – naast bushi en obamai – acceptabel vonden: onder meer voor een ‘opvallend gekapte mot’. De reden lijkt bovendien positief: als per week honderd nieuwe soorten ongewervelden worden ontdekt, is op den duur elke naam geoorloofd.

    Laura Weeda

    INH cover
  • Het WK van 13 miljard dollar. Hoe ziet de financiële balans van de FIFA eruit?

    Het WK van 13 miljard dollar. Hoe ziet de financiële balans van de FIFA eruit?

    Het WK in de VS, Mexico en Canada belooft het lucratiefste toernooi in de sportgeschiedenis te worden. Al zeggen sommige van de 48 deelnemende landen dat ze bang zijn de boel financieel niet rond te krijgen.

    Het komende WK, dat in december tijdens de loting door FIFA-voorzitter Gianni Infantino al werd uitgeroepen tot ‘het grootste evenement dat de mensheid ooit heeft aanschouwd’, belooft in ieder geval het meest lucratieve toernooi in de sportgeschiedenis te worden. De FIFA heeft de laatste jaren de winstprognoses steeds naar boven moeten bijstellen. In het laatste financieel overzicht voorspelt de wereldvoetbalbond een opbrengst van 13 miljard dollar over de periode van vier jaar die met het WK van deze zomer wordt afgesloten, en bijna 9 miljard daarvan wordt dit jaar verdiend. Ter vergelijking: de laatste editie van wat altijd het grootste sportevenement ter wereld was, de Olympische Spelen van 2024 in Parijs, bracht 4,48 miljard euro op.

    Het financiële plaatje van dit WK zal duidelijker worden als Infantino op het jaarlijkse FIFA-congres in Vancouver meer details geeft over de conceptbegroting voor de periode 2027-2030, die naar verwachting weer een fikse stijging te zien zal geven. Het is onderhand al bijna niet meer voorstelbaar dat het WK altijd op de tweede plaats kwam en het de Spelen pas in 2010 financieel voorbijstreefde, met het WK in Zuid-Afrika: dat leverde de FIFA 4,19 miljard dollar op, waar de Spelen van 2012 in Londen bleven steken op 3,23 miljard. Vooral het besluit om het komende toernooi in de VS te houden lijkt de inkomsten nu naar een nieuwe stratosfeer te tillen. Na een eerdere stijging van de inkomstenstroom met 18 procent in de periode tussen het WK van 2018 in Rusland en dat in Qatar vier jaar later, een periode waarin de FIFA 7,5 miljard dollar beurde, zal de opbrengst volgens de prognoses eind deze zomer met nog eens 73 procent zijn gestegen.

    Omdat de doelstellingen voor 2022-2026 daarmee zijn overtroffen, heeft de FIFA in het nieuwste financieel overzicht vorige maand de begroting voor de komende vier jaar verhoogd naar 14 miljard dollar. In de woorden van Ricardo Fort, een consultant die voor Visa en Coca-Cola met de FIFA heeft onderhandeld over sponsordeals: ‘Als je de ophef en de politieke aspecten even vergeet, heeft het commerciële team van de FIFA een indrukwekkende prestatie neergezet.’

    De melkkoe

    De grootste melkkoe van de FIFA is de verkoop van de uitzendrechten, waarvan de opbrengst naar verwachting hoger uitvalt dan de 3,4 miljard dollar in Qatar in 2022 en de 3,1 miljard dollar in Rusland vier jaar daarvoor. Het omstreden besluit om het toernooi van 32 naar 48 teams uit te breiden speelt daarbij allicht een grote rol: met 104 in plaats van 64 wedstrijden heeft het zenders simpelweg veel meer content te verkopen. Bovendien zijn de aanvangstijden voor de meest lucratieve markten in Noord-Amerika en Europa ook een stuk aantrekkelijker dan vier jaar geleden.

    Daarnaast heeft de FIFA nog een paar andere grote innovaties doorgevoerd die lucratief uitpakken. Zo zijn de uitzendrechten voor het WK voor vrouwen ditmaal voor het eerst apart geveild. En de sociale media worden te gelde gemaakt met de verkoop van livestreamrechten voor de eerste tien minuten van wedstrijden op TikTok en YouTube, in de hoop jongere kijkers naar de tv-uitzending te lokken.

    Na de uitzendrechten vormen kaartverkoop en hospitality de grootste inkomstenbron: hier is de groei het grootst, van 950 miljoen aan opbrengsten in Qatar naar een geschatte 3 miljard dollar nu. Ook dit is weer vooral te danken aan het grotere aantal wedstrijden en de grotere vraag op de Noord-Amerikaanse markt. Vooral dankzij dat laatste kan de FIFA het onderste uit de kan halen wat betreft de toegangsprijzen.

    De duurste kaartjes voor de finale kosten 10.990 dollar: bijna zeven keer zoveel als in Qatar

    Door het systeem van dynamische prijzen valt de gemiddelde prijs van een toegangskaartje onmogelijk te berekenen. Maar supportersorganisatie Football Supporters Europe heeft vorige maand een officiële klacht ingediend bij de Europese Commissie: supporters met een handicap die hun team van de eerste wedstrijd tot en met de finale willen volgen, zouden alleen al aan toegangskaartjes 6900 dollar kwijt zijn, vijf keer zoveel als in Qatar. De duurste kaartjes voor de finale op 19 juli in het MetLife Stadium in New Jersey kosten 10.990 dollar: bijna zeven keer zoveel als de duurste kaartjes voor de finale van 2022 in Qatar. Volgens de FIFA zijn er voor de finale ook meer dan duizend kaartjes van 60 dollar verkocht. In 2018 hadden de VS, Canada en Mexico in hun bidbook voor dit WK de gemiddelde prijs voor een finalekaartje ingeschat op 1408 dollar.

    Ondanks de wijdverbreide klachten lijkt de vraag toch groter dan het aanbod. Infantino vertelde vorige maand op CNBC dat de FIFA voor de zeven miljoen beschikbare zitplaatsen ruim vijfhonderd miljoen aanvragen heeft ontvangen, al zijn er nu nog steeds veel tickets te koop. ‘We hadden de afgelopen vier weken vraag genoeg voor wel duizend jaar aan WK’s,’ zei Infantino. ‘We krijgen verzoeken om kaartjes uit meer dan tweehonderd landen, want iedereen wil zoiets bijzonders meemaken. De prijzen liggen vast, maar in de VS hebben ze dynamische prijzen, zodat ze kunnen stijgen en dalen. Dat hoort nu eenmaal bij die markt. Dat is geen probleem, want er is genoeg vraag.’

    De FIFA profiteert ook van de grote vraag bij commerciële partners en sponsors, wat een recordbedrag zal opleveren van 2,7 miljard dollar, plus nog eens 670 miljoen dollar uit licentiedeals. ‘Er is ongekend grote interesse bij grote merken van over de hele wereld,’ zei FIFA’s chief business officer Romy Gai in maart op de Business of Soccer Conference in Atlanta. ‘Dit is nu al het commercieel succesvolste programma in de geschiedenis van de FIFA, en we zijn nog niet klaar.’

    De FIFA heeft zestien wereldwijde partnerdeals gesloten met bedrijven als Adidas, Aramco en Coca-Cola, plus talloze sponsorovereenkomsten op regionaal en lokaal niveau. Ook hier speelt de potentie van de Noord-Amerikaanse markt een grote rol, maar de vernieuwende aanpak van het commerciële team van de FIFA verdient volgens Fort eveneens lof. ‘Vroeger gold er een vaste prijs voor bepaalde rechten en was alles heel gestructureerd,’ zegt hij. ‘Voor dit WK zijn ze veel flexibeler geweest. Bedrijven kopen de basisrechten en kunnen daar voor een meerprijs extra’s aan toevoegen. Zo kunnen ze gasten en cliënten bijvoorbeeld een WK-beleving aanbieden, of multiregionale deals sluiten.’

    Het meest vervuilende WK ooit?

    Het WK van 2026 dreigt niet alleen het grootste voetbaltoernooi ooit te worden, maar mogelijk ook het meest belastende voor het klimaat. Voor het eerst nemen 48 landen deel aan het kampioenschap en worden 104 wedstrijden gespeeld, verspreid over zestien steden in de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Dat betekent enorme reisafstanden voor supporters, teams en officials.
    Volgens analyses van onder meer The Guardian en Deutsche Welle zal vooral het vliegverkeer een grote ecologische impact hebben. Waar eerdere toernooien grotendeels in één land plaatsvonden, strekt het WK van 2026 zich uit over een volledig continent. Sommige supporters zullen duizenden kilometers moeten afleggen tussen groepswedstrijden en knock-outduels. Ook de uitgebreide veiligheidsoperatie, tijdelijke infrastructuur en groeiende commerciële activiteiten rond het toernooi vergroten de ecologische voetafdruk.
    FIFA benadrukt ondertussen dat duurzaamheid een belangrijk onderdeel van het beleid vormt. De bond verwijst naar bestaande stadions, investeringen in openbaar vervoer en klimaatcompensatieprogramma’s. Critici noemen dat onvoldoende. Volgens hen blijft het fundamentele probleem bestaan dat het mondiale voetbaltoernooi steeds groter, commerciëler en energie-intensiever wordt.
    Daarmee raakt het WK van 2026 aan een bredere vraag die steeds vaker rond grote sportevenementen opduikt: kan een mondiaal megaevenement nog duurzaam zijn in een tijd van klimaatcrisis? Zoals The Guardian opmerkt, dreigt het moderne topvoetbal steeds meer een botsing te worden ‘tussen mondiale commerciële expansie en ecologische grenzen’.

    De FIFA is een non-profitorganisatie en zegt minstens 11,67 miljard van de verwachte 13 miljard dollar aan opbrengsten te investeren in ‘het stimuleren van de mondiale ontwikkeling van het voetbal’, 20 procent meer dan in de afgelopen vier jaar. Maar over de verdeling van dat geld is wel onenigheid. Circa 2,7 miljard dollar is bestemd voor de leden, de 211 nationale en zes continentale bonden die bij de wereldvoetbalbond zijn aangesloten: volgens critici een heel effectieve manier om ervoor te zorgen dat de huidige leiding in het zadel blijft.

    De grootste kostenpost van de FIFA is de organisatie van de toernooien. Voor alle toernooien van de afgelopen vier jaar was in totaal 7,6 miljard dollar begroot; het WK van 2026 is verreweg het duurste met 3,8 miljard dollar, een bedrag dat naast alle operationele kosten ook het prijzengeld omvat.

    Infantino wordt naar verwachting volgend jaar zonder tegenkandidaat herkozen als voorzitter. Hij heeft de statuten laten aanpassen om dat mogelijk te maken. De Zwitsers-Italiaanse advocaat die Sepp Blatter opvolgde werd in 2016 voor het eerst gekozen, als hervormingskandidaat, maar blijft waarschijnlijk vijftien jaar op zijn post, slechts twee jaar minder dan zijn voorganger.

    Beloofde opbrengst

    De stem van elke aangesloten bond telt in de FIFA even zwaar en ook krijgt elke bond, van Engeland tot San Marino, elke vier jaar hetzelfde gegarandeerde bedrag van 5 miljoen dollar als tegemoetkoming aan de operationele kosten. Daarnaast kunnen leden nog eens 3 miljoen dollar aanvragen voor specifieke projecten. De zes continentale bonden krijgen elk 60 miljoen dollar per vier jaar voor de ontwikkeling van het voetbal in hun regio.

    Het is minder duidelijk wie er verder de vruchten zullen plukken van de opbrengst van deze zomer. Vorig jaar kondigde de FIFA aan dat de prijzenpot ten opzichte van Qatar met 50 procent werd verhoogd naar 727 miljoen dollar. Elk van de 48 deelnemende landen werd minstens 10,5 miljoen dollar beloofd, en het winnende land 50 miljoen. The Guardian berichtte de afgelopen maanden over landen die ontevreden zijn over de beloofde opbrengst en bang zijn dat ze de boel financieel niet rond zullen krijgen. Onlangs werd duidelijk dat de FIFA de prijzenpot en de bijdrage voor deelname wil verhogen. Op een bijeenkomst van de bestuursraad in Vancouver werd afgesproken de betaling met 15 procent te verhogen, zodat er nu in totaal 871 miljoen dollar in de pot zit en alle 48 landen in ieder geval kunnen rekenen op 12,5 miljoen dollar.

    Zoals The Guardian eerder onthulde, heeft de FIFA ook met de Amerikaanse fiscus onderhandeld over belastingvrijstellingen voor de nationale bonden. De VS wilden aanvankelijk dat de nationale bonden een federale belasting zouden betalen van zeker 21 procent, die kon oplopen tot 37 procent over de inkomsten van individuele spelers, plus nog diverse belastingen van de steden en staten waar de wedstrijden plaatsvinden. De andere twee gastlanden Canada en Mexico hebben de bonden die in hun land spelen al van belasting vrijgesteld. Het lijkt erop dat de FIFA ook de federale belasting in de VS heeft weten af te wenden, maar de belastingen in de verschillende steden en staten van het land lopen sterk uiteen, dus niet alle deelnemende landen zullen even zwaar worden belast.

    DOS Infantino compressed
    FIFA-president Gianni
    Infantino. – © ANP

    ‘Een jaar geleden hield de FIFA iedereen nog voor dat er een overeenkomst zou worden gesloten en ze geen belasting hoefden te betalen,’ zegt Oriana Morrison, een belastingadviseur voor de Braziliaanse en de Portugese bond. ‘Er is in de Amerikaanse politiek grote weerstand tegen het gunnen van belastingvoordelen aan sportorganisaties. De NFL hoefde vroeger geen belasting te betalen, maar maakte zulke enorme winsten dat daar ophef over ontstond, en die vrijstelling is opgeheven. De FIFA is in de VS al vrijgesteld van belastingen sinds het WK van 1994, maar de aangesloten nationale bonden niet. Voor de FIFA is alles goed geregeld; de opbrengst van kaartjes, hospitality en sponsordeals, die in de miljarden loopt, is belastingvrij. Maar voor de voetbalbonden niet. En voor de spelers ook niet. Voor delegaties hopelijk wel, als ze uit een land komen dat een belastingverdrag met de VS heeft. Dus de grootste winnaars van dit WK worden de FIFA en de Amerikaanse fiscus.’

    Omdat Amerika een van de drie gastlanden is, zal de Amerikaanse bond wel winst maken. Directeur JT Batson zei tegen The Guardian dat de bond ongeveer 100 miljoen dollar van de FIFA verwacht, op basis van het aandeel van 1 procent in de toernooiopbrengst die gedeeld wordt met de Canadese en de Mexicaanse bond. Maar dat is een miniem aandeel vergeleken bij hoe het was geregeld in 1994, zegt de toenmalige bondsvoorzitter Alan Rothenberg: destijds mocht het organiserende land de opbrengst van de kaartjes en alle binnenlandse inkomsten uit de commercie zelf houden. Volgens het jaarverslag van de FIFA uit 1994 bleef van de opbrengst van 235 miljoen dollar een winst over van 99,6 miljoen dollar, waarvan 30 procent naar het gastland ging en 70 procent naar de andere bonden. ‘In 1994 hield de FIFA zelf de rechten voor de internationale marketing en de uitzendrechten, en verder ging alles naar ons,’ zegt Rothenberg. ‘Wij droegen alle verantwoordelijkheid, maar we konden ook inkomsten halen uit de kaartverkoop, sponsordeals en licenties. Bij dit toernooi krijgen de bonden in de gastlanden wel de verantwoordelijkheid voor het organiseren van de wedstrijden, maar heel weinig mogelijkheden om eraan te verdienen. Het is dus een hele opgave voor de organisatiecomités om het allemaal rond te krijgen zonder dat het een financiële strop wordt.’

    FIFA versus de gaststeden

    Rothenbergs uitspraak is nog een understatement, want zeker de afgelopen twaalf maanden was er sprake van aanzienlijke spanningen tussen een flink aantal van de elf Amerikaanse gaststeden en de FIFA. De opbrengsten van de uitzendrechten, sponsoring, de kaartverkoop en zelfs aanvullende diensten bij de stadions zoals parkeergeld zijn volgens de overeenkomst allemaal voor de FIFA, terwijl de gaststeden opdraaien voor de kosten van ‘veiligheid en bewaking’. Een langlopend conflict in Massachusetts over wie de kosten moet dragen van de beveiliging in het Gillette Stadium in Foxborough (voor de duur van het WK omgedoopt tot Boston Stadium) werd pas vorige maand opgelost, en op veel locaties zijn er nu nog steeds problemen met het openbaar vervoer.

    De gouverneur van New Jersey, Mikie Sherrill, klaagde eerder deze maand dat de FIFA niets bijdraagt aan de kosten voor het openbaar vervoer, nadat er ophef was ontstaan over de aankondiging van vervoersbedrijf NJ Transit dat een retourtje van Manhattan naar het MetLife Stadium 150 dollar gaat kosten. Sherrill nam het op voor de vervoerder: aangezien de FIFA niet wil bijspringen, zou anders de rekening van 48 miljoen dollar belanden bij de belastingbetalers van de stad, en dat wil Sherrill niet.

    Door de stijgende kosten worden ook de officiële FIFA Fan Festivals in veel steden afgeschaald of afgelast. In New York is het geplande feest in het Liberty State Park helemaal van de baan. Van de andere gaststeden houden alleen Philadelphia en Houston zich aan de oorspronkelijke wens van de FIFA om een festival te organiseren dat de volle 39 dagen van het toernooi duurt.

    Eén man die natuurlijk wel voor de hele duur van het toernooi in de schijnwerpers zal staan, is Gianni Infantino. En dat hij financieel van het toernooi gaat profiteren, lijdt ook geen twijfel. In het vorige maand gepubliceerde jaarverslag over 2025 is te lezen dat de jaarlijkse bonus van de voorzitter vorig jaar is verhoogd van 2 naar 3 miljoen dollar, vanwege het succes van het WK voor clubs. Daarmee kwam zijn totale jaarsalaris op 6 miljoen dollar. De makkelijkste voorspelling die je over het WK kunt doen is dat dit bedrag dit jaar waarschijnlijk nog hoger ligt.

    Voetbal als diplomatiek wapen

    Voetbal is al lang meer dan sport alleen. Landen gebruiken grote voetbaltoernooien steeds nadrukkelijker om hun internationale positie te versterken, hun imago op te poetsen of politieke invloed uit te breiden.
    Volgens analisten van onder meer Foreign Policy en Le Monde is het WK van 2026 opnieuw een voorbeeld van hoe sport en geopolitiek steeds sterker met elkaar verweven raken.
    Vooral de afgelopen vijftien jaar groeide voetbal uit tot een belangrijk instrument van soft power. Qatar gebruikte het WK van 2022 om zich internationaal te profileren als moderne wereldspeler, terwijl Saoedi-Arabië miljarden investeert in clubs, competities en sterren als Cristiano Ronaldo en Karim Benzema. Ook de Verenigde Staten zien het komende WK als kans om hun mondiale invloed en aantrekkingskracht te onderstrepen.
    Critici wijzen erop dat sportevenementen daarmee functioneren als diplomatiek podium. Internationale aandacht voor oorlogen, mensenrechtenkwesties of politieke spanningen wordt tijdelijk overschaduwd door nationale symboliek, prestige en beeldvorming: het zogenoemde ‘sportswashing’. Tegelijkertijd hopen kleinere of kwetsbare landen via sport zichtbaarder te worden op het wereldtoneel.
    Voorstanders wijzen er juist op dat voetbal landen met elkaar in contact brengt die elkaar diplomatiek nauwelijks nog weten te vinden. Zoals de Franse sporthistoricus Patrick Clastres het in Le Monde formuleerde: ‘Voetbaltoernooien zijn de laatste plekken waar staten nog massaal vlaggen kunnen tonen zonder zich daarvoor te hoeven verantwoorden.’

  • Mexicaanse sekswerkers vrezen ‘enorme gentrificatie’ in de aanloop naar het WK

    Mexicaanse sekswerkers vrezen ‘enorme gentrificatie’ in de aanloop naar het WK

    360 kiest een door de buitenlandse pers beschreven sportevent, van voetbal tot Grieks-Romeins worstelen. Deze keer een onverwacht volkslied op de Paralympische Winterspelen en protest in Mexico.

    Rusland keert terug op Paralympische Winterspelen na jarenlange uitsluiting

    Tijdens de Paralympische Winterspelen in Milaan en Cortina d’Ampezzo klonk afgelopen maand een volkslied dat jaren niet op het internationale sporttoneel was gehoord: het Russische. Jarenlang ontbraken Rusland en Belarus, geschorst vanwege dopingschandalen en de invasie in Oekraïne. Atleten mochten hooguit onder neutrale vlag deelnemen. Maar in Italië was dat anders, meldde onder meer AP.

    Zes Russische en vier Belarussische atleten verschenen in Italië in hun eigen kleuren. De weg daarnaartoe was al eerder vrijgemaakt, tijdens een congres van het Internationaal Paralympisch Comité in Seoul. Daar stemden lidorganisaties anoniem voor de terugkeer van beide landen. Andrew Parsons, voorzitter van het Internationaal Paralympisch Comité, erkende dat ‘dit besluit in sommige delen van de wereld niet goed is ontvangen’, meldde Reuters.

    ‘We kunnen niet selectief omgaan met democratie, afhankelijk van de uitkomst van besluiten. Het was een democratisch proces,’ aldus Parsons. ‘177 van onze 211 lidorganisaties waren aanwezig om te stemmen.’

    SP Rusland paralympisch compressed
    © ANP

    Het betekende dat, hoewel bij de Olympische Winterspelen enkele weken eerder slechts een beperkt aantal Russische atleten onder neutrale vlag mocht uitkomen, Rusland weer geheel onder eigen vlag aanwezig was bij de Paralympische Winterspelen. The Guardian beschreef hoe ‘de beslissing voor onmiskenbare spanning zorgde, niet in de laatste plaats bij de Oekraïense ploeg’. Onder meer Le Monde sprak van een ‘zeer controversiële terugkeer’.

    Als gevolg daarvan boycotten verschillende landen, waaronder Oekraïne, de openings- en sluitingsceremonie, schreven verschillende media. ‘De vlag van een staatsmoordenaar wordt daar gehesen,’ zei Valeriy Sushkevych, de voorzitter van het paralympisch comité van Oekraïne, tegen persbureau DPA. ‘Deze Paralympische Spelen zijn de ergste uit de geschiedenis.’

    In Italië klonk in totaal acht keer het Russische volkslied. Het land eindigde met acht gouden, één zilveren en drie bronzen medailles zelfs als derde in het medailleklassement, aldus The Moscow Times. Pavel Rozhkov, voorzitter van het Russisch paralympisch comité, sprak van ‘een triomfantelijke terugkeer op het internationale toneel’. Hij voegde eraan toe dat dit het ‘hoge ontwikkelingsniveau van de paralympische sport in Rusland’ weerspiegelt, mogelijk gemaakt door ‘de persoonlijke steun van president Vladimir Poetin’.


    Mexicaanse sekswerkers protesteren tegen WK voetbal

    Wereldwijd gaan geleidelijk meer stemmen op voor een boycot van het WK voetbal in Mexico, Canada en de VS deze zomer. Al vóór de oorlog in Iran riep voormalig FIFA-voorzitter Sepp Blatter, die zelf tijdens zijn bestuursperiode geregeld onder vuur lag wegens corruptie, op om geen wedstrijden in de VS te spelen uit protest tegen het beleid van president Trump, zo meldde onder meer The Independent. Daarnaast vindt Oke Göttlich, een van de ondervoorzitters van de Duitse voetbalbond, in Hamburger Morgenpost dat een boycot van het eindtoernooi ‘serieus moet worden overwogen nadat Trump onenigheid in Europa veroorzaakte door zijn uitlatingen om Groenland in te lijven’.

    De wereldvoetbalbond zelf kan zich niet voorstellen dat gekwalificeerde landen verstek laten gaan op het eindtoernooi. Op FIFAworldcupnews wordt de Franse minister van Sport geciteerd: ‘Er bestaat geen verlangen naar een boycot. Wij geven prioriteit aan de eenwording door middel van het sportevenement.’ Op de site staat ook te lezen dat de Duitse voetbalbond ‘een boycot afwijst en deelname benadrukt’.

    SP Mexico sexwerkers compressed
    © Getty Images

    Intussen klinken ook in Mexico protesten, maar dan uit onverwachte hoek: die van sekswerkers in Mexico-Stad. Daar staan, behalve de openingswedstrijd tussen het gastland en Zuid-Afrika op 11 juni, nog drie groepswedstrijden op het programma. Om het gebied toegankelijker te maken voor de tienduizenden voetbalfans wordt de verkeerssituatie ingrijpend aangepast, schrijft Evelyn Hartwell voor BIMC Media: ‘Binnen het opmerkelijke verkeersbeleid van de linkse regering wordt onder meer 36 kilometer aan fietspaden aangelegd. Voor de sekswerkers aan de Calzada de Tlalpan betekent dat een grote beperking. Het leidt tot een inkomstenderving van 70 procent.’

    Volgens Hartwell zijn de sekswerkers bang voor ‘een enorme gentrificatie’ in de aanloop naar het WK, die neerkomt op ‘sociale zuivering en uitzetting uit hun werkplek’. De belangenvereniging eist wettelijke erkenning van hun werk, een einde aan de politieoperaties en schadevergoedingen van duizend euro per maand. ‘De sekswerkers zijn momenteel in gesprek met de regering, maar die heeft niet aan hun eisen toegegeven. Als er geen oplossing wordt gevonden, dreigen ze met protesten en een boycot tijdens het WK.’

    Een groep onafhankelijke sekswerkers blokkeerde de afgelopen maanden herhaaldelijk de Calzada Tlalpan, meldt La Razón de México. Het leidde vooralsnog niet tot onderhandelingen met de regering.

  • FIFA wijst organisatie WK voetbal 2034 toe aan Saoedi-Arabië

    FIFA wijst organisatie WK voetbal 2034 toe aan Saoedi-Arabië

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Georgië: opnieuw demonstraties in Tbilisi tegen de regeringspartij

    » Zuid-Korea: ex-Defensieminister doet zelfmoordpoging in gevangenis

    Het land heeft een slechte reputatie wat mensenrechten betreft

    Door het WK voetbal voor mannen van 2034 toe te wijzen aan Saoedi-Arabië heeft de FIFA het land ‘de grootste voetbalprijs van allemaal’ toegekend, merkt The New York Times op. Het land wordt regelmatig beschuldigd van sportswashing, het gebruik van sport om de aandacht af te leiden van zijn staat van dienst op het gebied van mensenrechten en de impact op het milieu.

    Onder kroonprins Mohammed bin Salmane is Saoedi-Arabië de afgelopen jaren flink gaan investeren in de wereldsport. ‘Tennis, golf, Formule 1 en boksen op topniveau hebben allemaal geprofiteerd van de Saoedische vrijgevigheid, net als enkele van de meest prominente voetballers, waaronder Cristiano Ronaldo, die uit Europa zijn weggelokt om in Saoedi-Arabië te spelen. Maar het organiseren van het WK is een prestatie van een heel andere orde,’ merkt de Amerikaanse krant op.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Mensenrechtengroeperingen verzetten zich tegen de kandidatuur van Saoedi-Arabië, ‘met het argument dat de staat van dienst van het land op het gebied van mensenrechten risico’s inhoudt voor de duizenden gastarbeiders (…) die waarschijnlijk zullen worden ingezet om de infrastructuur te bouwen – stadions, luchthavens, wegen en hotels, zelfs een nieuwe stad – die nodig is om de wedstrijden te organiseren’. Bovendien hebben ‘andere critici, waaronder supportersgroepen, beweerd dat de FIFA (…) de stemming heeft gemanipuleerd ten gunste van de Saoedi’s door de regels over de kandidaatstelling te veranderen’, aldus het dagblad.

    The Times meldt ook dat de bekendmaking van het winnende bod ‘plaatsvond zonder de bombarie waarmee eerdere bieders het evenement wonnen’. ‘Er waren weinig of geen media aanwezig op het hoofdkwartier van de FIFA en een handjevol Saoedische journalisten applaudisseerde toen de naam van Saoedi-Arabië uit de envelop werd gehaald.’

  • ‘We moeten beslissen hoe belangrijk voetbal echt is, en radicale verandering omarmen’

    ‘We moeten beslissen hoe belangrijk voetbal echt is, en radicale verandering omarmen’

    Miljoenen mensen over de hele wereld leven mee met hun favoriete teams, vieren overwinningen en betreuren nederlagen. Maar voetbal heeft een keerzijde. De industrie draagt ​​bij aan milieuaantasting, uitbuiting en onverantwoorde praktijken.

    Keuze uit het archief

    Deze week ging het WK voetbal 2026 van start, het eerste toernooi dat in drie landen gehouden wordt en waar achtenveertig teams aan meedoen. Dit artikel van het Arabische medium Raseef22 uit 2024 laat zien welke desastreuze neveneffecten deze uitbreiding voor de planeet heeft.

    Als je een die-hard voetbalfan bent, moet je iets belangrijks weten: je maakt onderdeel uit van de postindustriële vernietiging van de planeet, ook als je in een derdewereldland woont of in een afgelegen gebied waar je je elke dag opwindt over de extreme hitte, droogte, vochtigheid en stroomstoringen. Waarom? Omdat je het uniform draagt en de naam zingt van een bedrijf dat alleen zijn eigen onnozele en steenrijke eigenaars vertegenwoordigt en jouw leven ongemerkt letterlijk tot een hel maakt.

    Een onderzoek van het Max Planck Instituut suggereert dat in 2050 de temperaturen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika overdag 50 graden Celsius zullen bereiken. Deze gegevens komen overeen met het rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie, waarin staat dat de hitte als gevolg van klimaatverandering tussen 2030 en 2050 wereldwijd 38.000 doden per jaar kan veroorzaken, als direct gevolg van een zonnesteek en stress.

    In een ander onderzoek, gepubliceerd in Communications Earth & Environment, ontdekten wetenschappers dat het overschrijden van de ‘dodelijke’ drempel voor ‘hittestress’ drie tot tien keer zo vaak zal voorkomen tegen 2100, en geloof me; al die doden zullen vallen onder de arme en minder fortuinlijken van deze wereld, terwijl op de voorhoofden van de eigenaars van de grote clubs waar jij je trouw aan verklaart geen druppel zweet zal verschijnen.

    Massale toernooien

    ‘Voetbal heeft een inherent hoge koolstofvoetafdruk en als je er rekening mee houdt dat voetbalfans soms per vliegtuig reizen, is de impact van het spel op het klimaat waarschijnlijk nog veel groter dan we denken,’ aldus Andrew Whaley van het Tyndall Centre for Climate Change.

    Naar schatting produceert de voetbalindustrie alleen al bijna 30 miljoen ton kooldioxide per jaar, waarvan Manchester City alleen al bijna 1300 ton produceert, gelijk aan de totale uitstoot van het hele land Denemarken, met zijn vele industrieën en luidruchtige auto’s.

    In 2017 schatte de Universiteit van Essex de totale uitstoot van broeikasgassen door het reizen van en naar stadions in het seizoen 2012/2013 op 56 ton kooldioxide. Hoe populairder het spel, hoe groter de CO2-voetafdruk, aangezien fans graag vele kilometers achter hun geliefde team aan reizen als uiting van verbondenheid met deze vaag gedefinieerde juridische entiteit.

    Als je bedenkt dat een retourreis van New York naar Londen ongeveer 1,2 ton kooldioxide produceert, wat volgens George Monbiot in zijn boek Heat gelijk staat aan wat één persoon in het Verenigd Koninkrijk in een jaar voortbrengt, dan wordt transport de belangrijkste speler in deze context, omdat het alleen al goed is voor ongeveer 52 procent van de totale koolstofvoetafdruk van de eerste de beste populaire wedstrijd.

    Het moge duidelijk zijn dat de koolstofuitstoot dramatisch toeneemt in de nasleep van massale toernooien, met name het WK voetbal. Door het WK van 2018 werden bijvoorbeeld 2,1 miljoen ton broeikasgassen uitgestoten en het WK van 2022 in Qatar produceerde in slechts één maand 3,63 miljoen ton CO2, waarbij rekening is gehouden met de gassen die vrijkomen bij de bouw van faciliteiten en stadions voor het evenement, de energie die wordt gebruikt voor verlichting, verwarming, koeling, koken en transport, om maar een paar factoren te noemen.

    Terwijl de wereld in brand staat, draait de FIFA aan de knoppen van het mondiale economische systeem

    In zijn boek De geschiedenis van Rome vermeldt historicus en Romeinse senator Cassius Dio dat keizer Nero op een hoge toren zat tijdens de brand van Rome. Zodra de vlammen opstegen, begon hij een passage te zingen uit het epische gedicht van Homerus dat de brand van Troje beschrijft. Hoewel velen dit verhaal beschouwen als de rijke fantasie van een waanzinnige schrijver, wordt het tafereel vandaag de dag opnieuw en in detail voor ons herhaald.

    Terwijl de wereld in brand staat door opwarming van de aarde, draait de FIFA aan de knoppen van het mondiale economische systeem, dat primair verantwoordelijk is voor wat onze planeet is overkomen, en stelt de organisatie nieuwe regels op die het spel bepalen en kapitaal en bankrekeningen spekken zonder ook maar enige rekening te houden met het lijden van de armen in de wereld als gevolg van deze massavernietiging.

    De FIFA heeft besloten om het aantal teams in de wereldbeker voor mannen te verhogen van 32 naar 48, en in het geval van de wereldbeker voor vrouwen van 24 naar 32. Ook wordt er een nieuw toernooi opgezet, de UEFA Nations League, wordt de CONCACAF Cup uitgebreid van 12 naar 16 teams evenals de African Cup of Nations en de Asian Cup. De koolstofvoetafdruk van het voetbal zal dus enkel toenemen, vooral als gevolg van de hoeveelheid wedstrijden en vliegreizen door de toename van het aantal stadions en fans.

    Kapitaal

    We zijn er trots op dat we een van de weinige Arabische organisaties zijn die het voortouw nemen op het gebied van milieu-educatie. Hoe suf het ook kan lijken om het over klimaatkwesties te hebben, wij bij Raseef22 zijn vastbesloten om deze te belichten. We streven simpelweg naar een betere toekomst. Er is geen toekomst voor ons en onze Arabische regio als de nachtmerrie van een dorre woestenij zonder water of groen realiteit wordt.

    Onderzoek van BBC Sport geeft aan dat de uitbreiding van het aantal wedstrijden ertoe zal leiden dat fans en teams bijna 2 miljard vliegkilometers zullen maken, waarbij bijna 500.000 ton broeikasgassen per jaar wordt geproduceerd, een enorme toename ten opzichte van eerdere rapporten.

    Neem dit voorbeeld ter illustratie van het verschil: de koolstofuitstoot van fanreizen in de UEFA Champions League voor het seizoen 2022/23 werd geschat op ongeveer 368 ton voor 32 teams, maar volgend seizoen zal dit naar verwachting 480 ton zijn, omdat het aantal teams stijgt naar 36. Heeft de FIFA überhaupt nagedacht over het gevaar van deze veranderingen voor het milieu?

    Zelfs toen de FIFA probeerde te antwoorden op de speculaties dat het WK 2026 in meer dan één land zal worden gehouden, zodat de fans duizenden kilometers zullen moeten reizen tussen het noorden van Canada en het zuiden van Mexico, werd enkel aandacht besteed aan de financiële voordelen van het grotere aantal toeschouwers, zonder rekening te houden met de CO2-uitstoot die hiervan het gevolg zou zijn. De wanhopige roep van de FIFA om een groene en schone samenleving diende slechts als afleiding om zand in de ogen van de wereld te strooien.

    Vraag je je nog steeds af waar deze waanzin vandaan komt? Bespaar je de moeite: zoek de reden in het kapitaal. Het hele spel is in zijn sponsoring afhankelijk van olie- en gasbedrijven, aangezien Gazprom de UEFA sponsort en Emirates Airlines de Franse club Lyon. Daarnaast zijn er de frisdrankfabrieken, de eerste supporter van de grootste Afrikaanse clubs zoals Al Ahly uit Egypte, en de officiële sponsor van de Wereldbeker sinds 1978, en tot 2030, en misschien wel tot in het oneindige.

    Deze bedrijven alleen al verbruiken tonnen fossiele brandstoffen. Ze zijn ook de belangrijkste reden voor de productie van miljoenen plastic flessen die het water vervuilen en de visvoorraden vernietigen, en sommige van hen, onder leiding van Coca-Cola, steunen en financieren officieel het Israëlische leger in zijn strijd om het Palestijnse volk uit te roeien met tonnen milieuvervuilende explosieven. 

    ‘We kunnen ook vragen stellen als: is een WK met slechts 16 teams, in plaats van 48, een slechte zaak?’

    Niemand van ons verlangt dat het spel voorgoed begraven wordt, ook omdat de hoeveelheid geproduceerde uitstoot relatief klein is vergeleken met de uitstoot die bijvoorbeeld door oorlogsindustrieën wordt geproduceerd. En de wereld heeft voetbal nog steeds nodig als een cultureel product dat in onze harten afwisselend vreugde, verdriet, trots en medelijden opwekt – pure menselijke emoties die alleen binnen de groene rechthoek te vinden zijn.

    Maar niemand wil het bloed van de planeet aan zijn handen hebben, of in de geschiedenis worden gestigmatiseerd als de generatie die er de voorkeur aan gaf om een kort leven vol dopamine te leiden ten koste van de overleving van het menselijk ras. Dus we moeten beslissen hoe belangrijk voetbal echt is, en radicale verandering omarmen – verandering die begint met het beëindigen van de hebzuchtige controle van de bedrijven over het spel. We moeten het teruggeven aan de mensen die er echt van houden. Vergezocht? Echt niet, we kunnen er nu mee beginnen: een duidelijk systeem opzetten om het spel volledig groen te maken en dan een dialoog in de gemeenschap starten die een serieuze discussie op gang brengt over het voetbal dat we willen, nodig hebben en dat de wereld zich kan veroorloven.

    We kunnen ook vragen stellen als: is een WK met slechts 16 teams, in plaats van 48, een slechte zaak? Kunnen we leven met één of twee wedstrijden per dag, die we met passie volgen, in plaats van 10 wedstrijden waar we eigenlijk niets zien? Kunnen we ook op dit vlak de ‘minder is meer’-filosofie aannemen? En het belangrijkste: kunnen we stoppen met het aanbidden van dopamine?

  • Infantino: FIFA heeft arbeidsmigranten WK Qatar ‘waardigheid en trots’ gegeven

    Infantino: FIFA heeft arbeidsmigranten WK Qatar ‘waardigheid en trots’ gegeven

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Wapenstilstand afgekondigd in staalfabriek Marioepol om burgers te evacueren

    » Colombia: drugshandelaar Otoniel aan Verenigde Staten uitgeleverd

    Voorzitter FIFA betwist onderzoek van The Guardian

    Gianni Infantino, sinds 2016 voorzitter van FIFA (Fédération Internationale de Football Association), heeft op een conferentie in Los Angelos gereageerd op geruchten over migranten die worden gedwongen te werken aan de bouw van nieuwe stadions en over het aantal arbeiders dat op deze bouwplaatsen is omgekomen: 6500, volgens een gepubliceerd onderzoek in The Guardian.

    Qatar is later dit jaar gastheer van het Wereldkampioenschap voetbal. Duizenden migranten worden ingezet voor projecten die met het toernooi te maken hebben, zoals de bouw van stadions en de beveiliging. De rol die de FIFA naar verluidt speelt bij het mogelijk maken van de uitbuiting van migranten is stelselmatig bekritiseerd door organisaties als Amnesty International, dat recentelijk verklaarde dat sommige WK-arbeiders ‘dwangarbeid’ hebben moeten verrichten.

    ‘Het is geen liefdadigheid’

    ‘Laten we één ding niet vergeten als we over dit onderwerp spreken’, zei Infantino op het Milken Institute, geciteerd door The Athletic. ‘Wanneer je iemand werk geeft, zelfs in moeilijke omstandigheden, geef je hem waardigheid en trots. Het is geen liefdadigheid.’

    Ook ging hij in op het onderzoek van The Guardian: ‘Wat betreft de bouw van de WK-stadion: we onderzoeken al deze zaken met behulp van externe partijen. Het zijn drie personen die zijn overleden. Dat is drie te veel, maar het zijn er geen zesduizend.’

    Infantino erkent dat de verschillende controverses rond de wedstrijd ‘een schaduw hebben geworpen op de voorbereiding’ van het evenement.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/het-moet-anders-en-wel-nu/

  • Afrikaanse speler is gewild van Nepal tot Kirgizië

    Afrikaanse speler is gewild van Nepal tot Kirgizië

    De handel in jonge Afrikaanse voetballers is big business, zeker nu Aziatische landen steeds meer investeren in hun voetbalcompetities. Malafide makelaars beloven de jonge talenten gouden bergen.

    Toeristen in het Himalayagebergte in Nepal, op de steppen van Kazachstan en in de jungles van Zuidoost-Azië zullen verbaasd opkijken van alle jonge Afrikanen die er in de lokale, regionale en nationale voetbalcompetities spelen. In Aziatische competities speelt een buitenproportioneel groot aantal (voornamelijk West)-Afrikaanse voetballers. Duizenden jonge mannen verlaten Afrika om hun droom van een gloedvolle, internationale voetbalcarrière na te jagen. Nu de Europese markt zo goed als verzadigd is met aspirant-spelers, wijken de Afrikaanse jongeren uit naar Azië, in de hoop een positie bij een voetbalclub te bemachtigen.

    Dat voetbal welhaast een religie is in Afrika is algemeen bekend, en veel jonge Afrikanen willen hun voetbalhelden van de Europese competities naar de kroon steken. Het pad naar een internationale voetbalcarrière, voor veel arme jongeren een van de weinige manieren om op de sociale ladder op te klimmen, wordt als een uitweg voor de armoede gezien. Zelfs de gelukkigen die een contract hebben bij lokale Afrikaanse teams, kunnen als voetballer veelal niet in hun onderhoud voorzien. Slechts een handvol professionele clubs kan het zich veroorloven zijn spelers te betalen, maar meestal zijn de spelers voor hun levensonderhoud afhankelijk van familie en giften van fans. Bovendien verdienen Afrikaanse voetballers een schijntje in vergelijking met hun buitenlandse collega’s; driekwart van de Afrikaanse sporters verdient minder dan 1000 dollar per maand. ‘Zodra een jonge voetballer talent aan de dag legt, wordt hij door een buitenlandse club benaderd met de belofte dat zijn bedje, en dat van zijn familie, zal zijn gespreid. De voetballers gaan liever het avontuur aan dan dat ze bij een lokale club blijven hangen,’ zegt Kazimir Makeh, coach van een eerstedivisieclub in Kameroen.

    Op straat rondzwerven

    Hoewel een plek in de selectie van een Europese club voor de meeste jonge spelers de ultieme droom is, verleggen steeds meer Afrikaanse voetballers hun blik naar clubs in Azië, die minder onbereikbaar zijn en worden gezien als een opstap naar Europees succes. Veel Aziatische voetbalclubs op hun beurt zijn op zoek naar Afrikaanse spelers, vanwege hun speelstijl en hun fysieke kunnen. Buitenlandse spelers zijn dure investeringen voor voetbalclubs, dus maken Aziatische clubs handig gebruik van de wanverhouding tussen de enorme belangstelling vanuit Afrika en het beperkte aantal beschikbare plaatsen. ‘Veel clubs profiteren van het feit dat ze deze Afrikaanse spelers voor een belachelijk laag bedrag kunnen strikken,’ zegt Gabriel Ken Gadaffi, voorzitter van de Nigerian Community Association (NCA) in Laos. De scheve situatie heeft gezorgd voor de opkomst van malafide voetbalmakelaars en andere tussenpersonen die munt slaan uit de dromen van de jonge Afrikanen.

    Emmanuel Koska uit Kameroen verliet tweededivisieclub Menoua en verkocht het stuk land van zijn vader om de reis naar Thailand te kunnen betalen, waar hij volgens zijn makelaar meteen als contractspeler aan de slag kon. Na zijn aankomst in Thailand ging de spelersmakelaar er met zijn geld vandoor en het beoogde voetbalteam wilde hem niet hebben. ‘Tegenover de veertig spelers die met een officieel contract voor een Thaise club uitkomen, staan vijftig anderen die zonder contract, en dus zonder inkomen, op straat rondzwerven,’ vertelt een Kameroense spelersmakelaar over de situatie in Thailand. In 2010 werden twee Kameroense voetballers gearresteerd, omdat ze aanboden Amerikaanse dollars te vervalsen. Ze waren gestrand in Myanmar, nadat ze er niet in waren geslaagd een contract af te dwingen bij een Birmese club. Andere jonge voetballers proberen in Myanmar het hoofd boven water te houden met lesgeven of werk in de bediening. Maar zelfs wie wel een contract heeft, verdient vaak een schamel maandsalaris van niet meer dan 200 dollar – in een land waar je voor een paar voetbalschoenen al snel 100 dollar neertelt. Bovendien arriveren veel Afrikaanse voetballers met onrealistische verwachtingen, denkend dat het lage niveau van Aziatische clubs betekent dat die geen hoge eisen stellen en iedereen verwelkomen.

    gettyimages 970799266

    De hausse aan voetbalmakelaars wakkert het naïeve beeld bij jonge voetballers verder aan, zodat niet alleen spelers maar ook clubs worden gedupeerd, als na de transfer blijkt dat een speler nauwelijks een bal kan trappen. ‘Afrikaanse voetballers die hierheen komen omdat ze denken dat het allemaal van een leien dakje zal gaan, zullen bedrogen uitkomen. Op het eerste gezicht lijkt de Birmese voetbalwereld misschien weinig om het lijf te hebben, maar als ze gaan meespelen, zullen ze zien dat ze geduchte concurrentie hebben,’ vertelt Jonathan Yamoah, de Ghanese manager van Nay Pyi Taw FC. Yamoah heeft als profvoetballer de hele wereld afgereisd en op drie continenten gespeeld en streek in 2009 in Myanmar neer, toen daar de nationale voetbalcompetitie werd opgericht. Voordat hij manager werd, speelde hij voor Zeyar Shwe Myay FC. Toch blijven de voetballers uit West-Afrika toestromen, aangetrokken door de beloofde contracten en de hogere lonen. De salarissen in Azië lopen sterk uiteen: buitenlandse spelers kunnen in Bangladesh 2000 dollar per maand verdienen, tegen 9000 dollar in Thailand; topspelers in Indonesië krijgen een jaarsalaris van 80.000 dollar; het jaarinkomen van sterspelers in Vietnam ligt op 200.000 à 300.000 dollar. Met deze bedragen, die vele malen hoger zijn dan die in Afrika, verlokken scouts jonge voetballers tot de oversteek. Hoewel sommigen succes oogsten, wordt het merendeel uitgebuit, of raakt gestrand in een vreemd land, kaalgeplukt door spelersmakelaars die er met hun geld vandoor zijn gegaan. Het probleem is dat iedereen zich voor voetbalmakelaar kan uitgeven; sinds de wereldvoetbalbond FIFA zijn regels in 2015 heeft gewijzigd, is het zelfs alleen maar makkelijker geworden. Met ingang van 2015 hebben voetbalmakelaars geen licentie meer nodig. Waar makelaars voorheen een examen moesten afleggen, hoeven ze nu alleen nog maar te verklaren dat ze van onbesproken gedrag zijn. Vóór de wijzigingen van 2015 werd slechts 30 procent van de transfers afgesloten door erkende makelaars en de overige 70 procent door tussenpersonen zonder licentie. Het nieuwe systeem van de FIFA was bedoeld om illegale wervingspraktijken aan te pakken en de transfers transparanter te maken, maar de wijzigingen hebben de situatie juist verergerd. ‘Ik ken weinig bedrijfstakken waar tussenpersonen zelf een verklaring van goed gedrag mogen afleggen en waar een bemiddelaar niet wordt nagetrokken of getoetst, of aan beroepsnormen hoeft te voldoen,’ stelt Jake Marsh, hoofd sportintegriteit & anticorruptie bij het in Qatar gevestigde International Centre for Sport Security (ICSS).

    In februari 2015 werden de tekortkomingen van het FIFA-systeem pijnlijk duidelijk gemaakt door een geruchtmakende zaak, waarbij de internationale spelersvakbond FIFPro onderzoek deed naar de illegale transfer van 23 Afrikaanse spelers van amper veertien jaar oud naar een ongeregistreerde voetbalacademie van de Laotiaanse club Champasak. De verhandelde jongens moesten bij aankomst in het kleine Aziatische land een zesjarig contract ondertekenen. Hoewel hun een maandloon van 200 dollar en huisvesting was beloofd, werden ze niet uitbetaald en zaten ze opgesloten in het stadion van de club, waar ze met z’n allen in één ruimte op de vloer moesten slapen. De jongeren waren uitgenodigd door de Liberiaanse ex-profvoetballer Alex Karmo, die volhoudt dat de academie naar eer en geweten heeft gehandeld en dat de spelers keurig hun loon hebben ontvangen. De Liberiaanse journalist en sportpromotor Wleh Bedell denkt daar het zijne van: ‘Deze “academie” heeft geen coach, geen sportarts. Karmo was de coach, de manager – alles. Het was volslagen absurd.’ Een jonge speler vertelde dat er geen medische hulp werd geboden, ook al liep een aantal van hen malaria en tyfus op. Hij noemde het ‘regelrechte slavernij’. FIFPro uitte het vermoeden dat de zaak niet op zichzelf stond, maar slechts het topje van de ijsberg was. De Cambodjaanse voetbalcompetitie raakte in een soortgelijk schandaal verwikkeld toen de Nigeriaan Wilson Mene in 2012 tijdens een wedstrijd in elkaar zakte en aan een hartaanval overleed. Daarbij rees het vermoeden dat zijn dood te wijten was aan de barre leefomstandigheden en de ondermaatse medische zorg die zijn Cambodjaanse club bood. Na de dood van Mene werd wereldwijd geijverd voor strengere regelgeving, hoewel veel jonge Afrikanen in Cambodja en heel Azië nog altijd gebukt gaan onder slechte werkomstandigheden.

    Lage kosten voor levensonderhoud, een aangenaam klimaat en de kans om ongeveer 2000 dollar per maand te verdienen lokken Afrikaanse voetballers naar Bangladesh

    Naast alle spelers die met valse beloften naar Azië worden gelokt, bestaat er een grote groep Afrikaanse voetballers die op een toeristenvisum naar Azië afreizen, in de hoop het te gaan maken. Cambodja kreeg tussen 2007 en 2010 te maken met een enorme toestroom aan Afrikaanse spelers, nadat het land entreeprijzen had ingesteld voor voetbalwedstrijden en het maandsalaris van spelers van 20 à 30 dollar per maand was gestegen naar 70 à 100 dollar. Er wordt nu door meer dan honderd Afrikanen en voetballers uit de rest van de wereld gevochten om de dertig beschikbare plaatsen voor buitenlandse spelers. In Myanmar arriveren elk jaar vlak voor het transferseizoen tientallen Afrikanen op een toeristenvisum, dromend van een contract. In de meeste gevallen blijven ze langer dan het toeristenvisum toestaat, tevergeefs wachtend op hun grote doorbraak, om vervolgens platzak in de illegaliteit – en soms in de criminaliteit – te belanden. Degenen zonder verblijfsvergunning die wel een contract binnenslepen, zijn overgeleverd aan hun werkgevers, die hen onder slechte omstandigheden en tegen schandalig lage lonen laten werken. En uit angst voor deportatie zullen spelers zonder verblijfsvergunning ook niet zo snel naar de politie stappen om misbruik aan te geven. Zelfs Louis-Paul Mfede, die bij het WK van 1990 en 1994 in het nationale elftal van Kameroen speelde en nadien zijn carrière in Indonesië voortzette, werd glashard vastgezet toen zijn visum verliep.

    Olewale Sunday verliet Nigeria in de veronderstelling dat hij gecontracteerd was door een professionele Russische voetbalclub, maar belandde voor een fractie van het beloofde salaris bij een amateurclub in Tadzjikistan. Zijn verhaal staat niet op zich: Centraal-Azië is onderhand het afvoerputje voor opgelichte Afrikanen. ‘In de regio zijn nieuwe “voetbalslavenroutes” ontstaan,’ aldus David McArdle, die over voetbal in Azië schrijft. Sunday had nog geluk: hij wist in Kirgizië een positie bij een tweededivisieclub te bemachtigen. Ook Daniel Togoe, uit Ghana, kwam met hoge verwachtingen in Rusland aan en eindigde, in eerste instantie gedesillusioneerd, in Kirgizië. Togoe is nu een van de vier West-Afrikaanse spelers in het Kirgizische nationale voetbalteam. Volgens de FIFA-regels mag een voetballer voor een ander land uitkomen wanneer hij daar vijf jaar woont en het staatsburgerschap heeft gekregen. Ondanks het gemis van vrienden en familie, vermaken Togoe en zijn Afrikaanse ploeggenoten zich inmiddels prima in Kirgizië: de West-Afrikaanse elftalspelers worden er op handen gedragen.

    ‘Bij de Asian Confederation Challenge Cup van 2013 scoorde David Tetteh (uit Ghana) alle doelpunten voor het nationale elftal. Ik heb geen idee hoe hij over Kirgizië heeft gehoord’, schreef de Kirgizische journalist Bektour Iskender, ‘maar dankzij hem en de andere Afrikaanse spelers is ons elftal op de kaart komen te staan.’ Bengalese voetbalpromotors betonen zich al even enthousiast; de groeiende populariteit van het voetbal in Bangladesh is in hun ogen mede te danken aan de Afrikanen, die de competitie naar een hoger niveau hebben getild. De Bengalese Premier League werd pas in 2007 opgericht en sindsdien voeren Afrikaanse spelers de topscorerslijsten aan. Het allereerste doelpunt en de allereerste hattrick van die eerste competitie werd gescoord door de Nigeriaanse spits Elijah Obagbemiro Jr. In 2013 telde de voetbalcompetitie vijftig buitenlandse spelers, het merendeel West-Afrikanen, zoals de Ghanese Awuda Ibrahim, die een van de topspelers is geworden. Lage kosten voor levensonderhoud, een aangenaam klimaat en de kans om ongeveer 2000 dollar per maand te verdienen lokken Afrikaanse voetballers naar Bangladesh. ‘Het voetbal zit hier in de lift, daarom komen Afrikaanse spelers eropaf,’ zegt Abdul Samad Yussif uit Ghana. ‘Als ik tussendoor thuiskom, vraagt iedereen me het hemd van het lijf. Mijn vrienden willen ook deze kant op komen.’

    Op het dak van de wereld

    In de diverse Indiase voetbalcompetities spelen ongeveer vierhonderd Afrikanen, bijna iedere Thaise eredivisieclub telt minstens één Afrikaanse speler en sommige kunnen zelfs bogen op vijf. Al met al speelden in 2015 meer dan dertig Afrikaanse voetballers bij clubs op het hoogste niveau en daarnaast speelde nog een veelvoud in de lagere divisies. Afrikaanse spelers zijn ook populair in Maleisië. Ze figureren prominent in de media en doorbreken daarmee negatieve stereotypen, die dankzij de groeiende immigratie de kop opsteken – alleen al in 2013 immigreerden zo’n 79.000 Afrikanen naar Maleisië. Afrikaanse voetballers vinden zelfs hun weg naar het hooggelegen Nepal, waar ondertussen meer dan vijftig Afrikanen op verschillende niveaus spelen. Gelegen op het dak van de wereld, ingeklemd tussen China en India, is Nepal misschien wel de laatste plek waar je Afrikaanse spelers zou verwachten – zelfs de spelers zelf zijn verbaasd dat ze hier zijn beland. ‘Ik had nog nooit van Nepal gehoord,’ vertelt Adewumi Joshua Femi, uit Nigeria, ‘laat staan van Nepalees voetbal.’ Andere Afrikanen vertellen soortgelijke verhalen. De Ivoriaan Zikahi Leonce Dodoz, die bij JC Abidjan in de eerste divisie speelde, strandde in Nepal nadat hij was opgelicht door een voetbalmakelaar die hem een contract bij een club uit een grote Aziatische competitie had beloofd. Uiteindelijk wist hij zelf een plek af te dwingen bij Three Star Club. ‘Voor lokale begrippen krijgen Afrikaanse voetballers een goed salaris,’ zegt hij. ‘Het is een hele uitdaging voor ons, omdat wij Afrikanen beter betaald krijgen dan de Nepalezen,’ vult de Nigeriaanse verdediger Peter Segan hem aan, ‘dus we moeten onszelf iedere dag bewijzen.’ Voor Dodoz heeft de hele onderneming, na de eerste schok, gelukkig goed uitgepakt; hij woont inmiddels samen met zijn Nepalese vriendin en is bezig de taal te leren. Ook de andere Afrikaanse voetballers zijn te spreken over het land en loven de Nepalese gastvrijheid. Niet alle oversteken eindigen dus in een drama, hoewel alle Afrikaanse voetballers heel wat te verduren krijgen op hun riskante avontuur in Azië.

    Auteur: Jeremy Luedi
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Asia by Africa
    Canada | asiabyafrica.com

    Het blog Asia by Africa, in 2017 opgericht door freelancejournalist Jeremy Luedi, onderzoekt ‘de verbazingwekkende interactie tussen de twee grootste regio’s van de wereld’. Het platform publiceert artikelen over de meest uiteenlopende onderwerpen.