Tag: financiën

  • Deze vier vrienden delen hun inkomen

    Deze vier vrienden delen hun inkomen

    Een groep vrienden heeft een gemeenschappelijke rekening, omdat ze rechtvaardiger met geld willen omgaan. Meebetalen aan reizen en vanaf 100 euro elke uitgave bespreken: kan dat echt goed gaan?

    Twee bevriende stellen van begin dertig ontmoeten elkaar in een woning aan een binnenplaats in de Berlijnse wijk Neuköln – tot zover niks bijzonders. Zoals elke zes weken hebben Laura en Madru met Jana en Luka afgesproken in hun woongemeenschap. Omdat ze in hun respectieve beroepen veel met mensen te maken hebben, met patiënten en cliënten, willen de vier hun echte namen liever niet gepubliceerd zien. ‘We hebben besloten de reis naar de Galapagos te maken,’ zegt Jana. In plaats van ze ermee te feliciteren of door te vragen, knikken Laura en Madru alleen maar. Ze weten beiden namelijk al veel over de geplande reis door Latijns-Amerika, die in totaal drie maanden zal duren. Ook wat het zal kosten. Want ze betalen eraan mee, zonder dat ze meegaan.

    De groep deelt alle inkomsten en uitgaven. Aan het begin van iedere maand maken ze hun inkomen over op een gemeenschappelijke rekening, en nemen daarvan op naar behoefte. Wie hoeveel verdient speelt daarbij geen rol. Dit concept hebben de vrienden niet zelf bedacht, het heet gemeinsame Ökonomie [‘gemeenschappelijk huishouden’], afgekort GemÖk, en is afkomstig uit linkse kringen. Het bijzondere is: de groepen kunnen bestaan uit slechts twee of wel meer dan tien deelnemers, die vaak niet eens samenwonen. Anders dan in klassieke communes delen ze dus niet hun dagelijks leven, maar alleen hun geld.

    Een radicaal model dat zekerheid belooft

    Hoeveel jonge mensen net als de groep uit Neuköln in dit model zekerheid zoeken, is niet bekend. Er bestaat geen GemÖknetwerk met vaste structuren. Maar in de afgelopen jaren zijn er waarschijnlijk meer dan tien van dit soort groepen gevormd in heel Duitsland. Dat schat een lid van de eerste GemÖk, die eind jaren negentig ontstond uit een woongemeenschap van studenten in Göttingen, onder de naam ‘Finanzcoop’. De zeven leden delen tot op heden hun inkomen. In 2019 publiceerden ze een boek over hun concept. Sindsdien meldden zich steeds meer geïnteresseerden bij hen, vooral jonge mensen die het delen willen uitproberen.

    Het is een radicaal model, dat in theorie financiële zekerheid belooft door de steun van de gemeenschap en een andere, solidaire omgang met geld. Het is een zekerheid waar velen naar verlangen in een tijd waarin de ene crisis op de andere volgt. En waarin een fatsoenlijke rente even onwaarschijnlijk lijkt als de mogelijkheid om ooit een woning te kopen. Der Spiegel sprak met twee GemÖks om uit te vinden of deze nieuwe omgang met geld op den duur werkelijk de verlangde zekerheid brengt – of alleen maar nieuwe problemen.

    ‘We waren ook gewoon nieuwsgierig hoe het voelt om te delen, en of het zou werken’

    Een podcastserie met de Finanzcoop-groep bracht Jana en Luka twee jaar geleden op het idee hun inkomen te delen met Laura en Madru. ‘We waren ook gewoon nieuwsgierig hoe het voelt om te delen, en of het zou werken,’ zegt Laura. Niet veel later spraken de vier af op het Tempelhofer Feld. Elk had een blaadje met de eigen inkomsten en uitgaven bij zich, herinneren ze zich. Toen hebben ze ‘gewoon alles bij elkaar gegooid’. Kort daarna openden ze een gezamenlijke rekening. Na een testperiode van zes maanden besloten ze uiteindelijk om door te gaan met het concept.

    Het was van het begin af aan te voorzien dat de leden op de lange termijn heel verschillende inkomens zouden krijgen. Laura en Jana zijn sociaal werkers, Madru is ergotherapeut, Luka werkt als arts en volgt een opleiding tot psychiater. Doordat hij nog zijn studiekosten afbetaalt, zouden alle vier ongeveer evenveel bijdragen, vertelt de groep. Maar het is nu al duidelijk dat Luka op den duur met afstand het hoogste inkomen zal inleggen. Je zou kunnen zeggen: zulke verschillen moet een GemÖk niet alleen aankunnen, ze vormen zelfs de kern van de zaak. De vraag is hoe je daar op de juiste manier mee omgaat. 

    f gemok gruppe 20 2 32841712825343745
    © Kseniia Apresian

    Ook al benadrukt de groep dat ze hun geld ‘gewoon bij elkaar gegooid’ hebben en het hebben uitgeprobeerd, er zijn toch een paar regels. Zo is er bijvoorbeeld de 100 euro-regel: boodschappen en aankopen van meer dan 100 euro moeten met de groep worden afgestemd. Wie de nieuwe koffiemachine of het extra paar schoenen onnodig acht, kan een veto uitspreken. Maar dat is nog nooit nodig geweest. 

    Voor uitgaven voor de gezondheid, zoals een tandartsrekening, is geen toestemming van de groep nodig, maar voor vakantieplannen zoals de reis naar Latijns-Amerika wel. In de afgelopen twee jaar hebben de vier geld gespaard, samen ongeveer 15.000 euro. Daarmee zouden ze intussen het maandenlang wegvallen van twee inkomens kunnen opvangen, bijvoorbeeld tijdens de reis door Latijns-Amerika. Maar ze moeten samen besluiten of ze dat ook willen.

    Knelmomenten

    Dat gebeurt in de zogeheten ‘poenronde’, waarvoor de leden om de zes weken bijeenkomen. Daarbij gaat het niet alleen om geld. De groep begint in de regel eerst altijd met de ‘emo-ronde’, een soort inventarisatie van hoe het met iedereen gaat. Ze moeten allemaal vertellen hoe ze zich voelen, waar ze mee te kampen hebben, waar ze blij mee zijn.

    Dan pas gaat het over het geld. Nadat de groep in Berlijn-Neuköln vandaag heeft ingestemd met de reis van Jana en Luka – kosten: ongeveer 2500 euro per maand – neemt Madru het woord. Hij wil minder gaan werken als ergotherapeut. ‘Dat zou 300 euro minder zijn per maand’, zegt hij. ‘Zo veel?’ vraagt Jana.

    Op dit soort momenten, waar het in dit model van ‘al het geld bij elkaar gooien’ op aankomt, schuurt het. Wie niet alleen voor zichzelf, maar voor een hele groep financiële beslissingen neemt, moet voortdurend afwegen: wat kan ik mezelf gunnen, wanneer moet ik me matigen voor de anderen? De antwoorden daarop zijn zelden eenvoudig. Om ze te vinden moet een GemÖk in het dagelijks leven voortdurend overleggen over de vraag wat in het leven werkelijk nodig is, en samen beslissen wat nu eigenlijk rechtvaardig is. Dat zijn dus de grote vragen.

    Maar de vier vrienden uit Berlijn lijken er niet veel moeite mee te hebben, te oordelen naar wat ze vertellen. En zo gaat het ook deze middag, waarop veel cijfers en wensen door de kamer vliegen en toch alle besluiten unaniem worden genomen. Ze noemen zich voor de grap ‘GlamÖk’, vertelt Madru. ‘Niet omdat we zo glamoureus leven, maar omdat we allemaal meer verdienen dan we uitgeven.’ Met maar vier leden die dicht bij elkaar wonen is het bovendien makkelijker het overzicht te houden over alle uitgaven en elkaar regelmatig te treffen en van gedachten te wisselen.

    Een systeem op afstand

    De uit zeven leden bestaande GemÖk van Robin (25) heeft het moeilijker. Net als Laura en Jana is ze sociaal werker en ze woont in de Berlijnse wijk Wedding. Ook Robin wil liever niet haar echte naam noemen, omdat ze als klimaatactivist deelneemt aan bezettingsacties. De zes andere deelnemers aan haar GemÖk wonen verspreid over heel Duitsland: van Berlijn tot in het Ruhrgebied en van Hessen tot in Nedersaksen. Ze kennen elkaar allemaal van de Dännenroder Forst, een stuk bos dat in oktober 2019 door klimaatactivisten werd bezet, om de gedeeltelijke kap ervan voor de verbreding van een autosnelweg te verhinderen. Tijdens de bezetting was het idee opgekomen om een GemÖk te beginnen. Een paar activisten daar hadden dat al eens eerder gedaan, zegt Robin. ‘Ons idee was om de verschillen tussen mensen qua financiële mogelijkheden op te heffen, omdat die onrechtvaardig zijn.’

    Omdat de zeven leden in vier verschillende deelstaten wonen, hadden ze een systeem nodig voor hun gedeelde geld dat ook op afstand zou functioneren. Ze besloten al snel dat elk zijn eigen rekening zou houden en dat ze als groep een digitaal systeem zouden gebruiken. In haar woning in Wedding laat Robin op haar laptop de door de groep zelf opgezette website zien. Het is een soort boekhoudsysteem dat verschillende geldpotjes beheert. Alle leden voeren hun inkomsten en uitgaven in, het totaalbedrag wordt dan volgens een vaste verdeelsleutel automatisch verdeeld over de verschillende potjes. Bijna 90 procent gaat elke maand naar de ‘courante uitgaven’, dus de kosten van levensonderhoud; voor reizen wordt daarentegen op het moment 2,5 procent opzijgezet.

    Vertrouwen en zekerheid

    Waarvoor de leden hun geld uitgeven, loopt sterk uiteen. De groep heeft het bijvoorbeeld voor Robin mogelijk gemaakt haar studie af te maken zonder dat ze een bijbaan hoeft te nemen. Een ander lid kon onlangs beginnen met een niet door de verzekering vergoede therapie, en weer een ander heeft voor 1000 euro een laptop aangeschaft.

    Naast het geld is echter vooral één ding belangrijk: vertrouwen. Alleen dat voorkomt dat iemand inkomen achterhoudt of er eenvoudigweg vandoor gaat met een groot bedrag. Een onderling contract is er immers niet, zegt Robin. Tegelijkertijd heeft de GemÖk haar band met de andere leden nog verder versterkt. ‘Wij zijn geen familie, niet alleen maar vrienden, en hebben ook geen liefdesrelatie, maar we vormen een hechte groep,’ zegt Robin. Zij en de andere leden zijn voor elkaar niet alleen financiële, maar ook emotionele raadgevers en ze hebben al voor veel besluiten de verantwoordelijkheid met elkaar gedeeld.

    Deze band is ook bestand tegen de spanningen die het delen van geld met zich meebrengt. De groepsleden zullen hun koopgedrag onderling regelmatig kritisch bevragen en bespreken. Maar ze voelen zich daardoor niet beperkt, zegt Robin. De discussies in de groep hebben haar laten zien dat er ook voor een vliegticket in een enkel geval goede redenen kunnen zijn.

    ‘Wij zijn geen familie, niet alleen maar vrienden, en hebben ook geen liefdesrelatie, maar we vormen een hechte groep’

    Dat Robin zelf spaarzaam leeft, merk je al gauw als je haar woongemeenschap bezoekt. Haar kamer beslaat amper negen vierkante meter, waarvan het grootste deel in beslag wordt genomen door het bed. Daarboven hangen foto’s die haar samen met de andere GemÖk-leden tonen op een Zwitserse bergweide, waar ze een keer bijeenkwamen voor een poenronde. Aan de muur ertegenover hangen twee akoestische gitaren. Robin schrijft zelf liedteksten, ze is in de zomer twee maanden op tournee geweest, vertelt ze. Ze heeft concerten gegeven in cafés en cultuurcentra, in woonkamers en op klimaatkampen. Dat was mogelijk dankzij de steun van haar gemeenschap.

    f gemok gruppe 25 40831712825343744
    © Kseniia Apresian

    Deze vrijheid was een van de kerndoelen van haar GemÖk, zegt Robin. Omdat de leden met hun geld voor elkaar instaan, kunnen ze activiteiten ontplooien die ze belangrijk vinden, zonder steeds op de financiën te hoeven letten. ‘Dat kan betaald werk zijn, maar ook activisme of je een half jaar lang oriënteren op iets nieuws.’ 

    Wat houdt de groep bij elkaar?

    Maar dit ‘voor elkaar instaan’ kent ook zijn grenzen. Onlangs is iemand uit de groep gestapt, vertelt Robin. Zij had in een poenronde voorgesteld om langdurig te sparen voor de aankoop van een boerderij. Dat idee was niet bij iedereen goed gevallen. Alleen al over de vraag of ze wel langdurig voor iets wilden sparen, werd gediscussieerd. Tot dan toe hadden ze geld dat over was vaak in de vorm van renteloze kredieten uitgeleend aan verschillende kleine duurzaamheidsprojecten. Een paar leden wilden bovendien het houden van vee niet steunen, laat staan het zelf bedrijven van veeteelt. 

    Toen dat uitmondde in een conflict, belegde de groep een bijeenkomst om te praten over ‘wat ons eigenlijk bindt’, vertelt Robin. Maar voordat de bijeenkomst plaatsvond, had de betreffende persoon de groep al verlaten. ‘Haar levensplan had zich in een andere richting ontwikkeld,’ zegt Robin, ‘en dat leidde ook tot haar besluit.’

    ‘Voor mij is het belangrijkste te weten dat deze groep van mensen bestaat, die er gewoon voor mij zijn’

    Principiële discussies zoals deze klimaat-GemÖk die op dit moment voert, zijn nodig om de mogelijkheden maar ook de grenzen van het model te kunnen verkennen. Want een einddatum hebben de GemÖks doorgaans niet. ‘We maken in principe plannen voor onbepaalde tijd,’ zegt Luka van de groep van vier uit Berlijn. Dat GemÖks in staat zijn existentiële vragen als grote salarisverschillen of het krijgen van kinderen op de lange termijn op te lossen, toont de eerste GemÖk uit Göttingen aan. Maar zelfs daar zoeken ze na bijna dertig jaar nog naar een echte oplossing hoe je voor de groep een oudedagsvoorziening voor elkaar krijgt.

    Het delen van geld alleen is evenwel niet de belangrijkste motivatie om deel te nemen aan een GemÖk. Naast de financiële zekerheid kan deze manier van leven een minstens zo grote sociale geborgenheid bieden, zoals de leden het beschrijven. ‘Voor mij is het belangrijkste te weten dat deze groep van mensen bestaat, die er gewoon voor mij zijn,’ zegt Robin. Uiteindelijk zijn het misschien wel de gemeenschappelijke ervaringen die het delen van geld voor hen mogelijk hebben gemaakt, die de groep bij elkaar hebben gehouden, zegt Luka. Hij denkt vaak terug aan de eerste avond, toen de GemÖk na de bijeenkomst op het Tempelhofer Feld bijeenkwam. ‘Dat was een fantastisch moment: voor het eerst 200 euro opnemen van de gezamenlijke rekening en gewoon een feestje gaan vieren.’

  • Geoff White: ‘Alleen samen kunnen overheden en techneuten witwassen tegengaan’

    Geoff White: ‘Alleen samen kunnen overheden en techneuten witwassen tegengaan’

    Om witwassen tegen te gaan moet zowel de overheid als de techsector zich minder dogmatisch opstellen, vindt specialist cybercriminaliteit Geoff White. ‘Zowel overheden als techneuten zullen wat water bij de wijn moeten doen.’

    De nieuwste financiële technologieën worden in rap tempo een belangrijke steunpilaar voor de georganiseerde misdaad, omdat ze de gevaarlijkste boeven ter wereld in staat stellen hun illegale buit te verplaatsen en aan het oog te onttrekken. Dat zal alleen maar erger worden als overheden en de industrie de handen niet ineenslaan.

    De geschiedenis van het witwassen van geld is bijna net zo oud als de misdaad zelf. Maar de technieken werden sterk verfijnd in de jaren tachtig, het tijdperk van de cocaïnecowboys, toen Amerika werd overspoeld met drugs.

    Het witwasproces van de drugssmokkelaars kende drie fasen: storting (placement), verhulling (layering) en integratie. Storting is het toevoegen van het zwarte geld aan de geldstroom van een legaal bedrijf. De contanten uit de drugshandel kunnen bijvoorbeeld vermengd worden met de inkomsten van een restaurant of een casino. Maar als de drugshandel wordt opgerold, zou de opbrengst ervan getraceerd kunnen worden via de bank die zakendoet met het legale bedrijf. Vandaar de tweede fase, verhulling: crimineel geld wordt eindeloos van rekening naar rekening gesluisd, opgenomen en opnieuw gestort en in andere valuta omgezet, om zo ervoor te zorgen dat de politie het spoor bijster raakt. In de laatste fase, integratie, plukt de crimineel de vruchten van zijn werk: dan zijn alle verbanden tussen het geld en zijn criminele oorsprong uitgewist en kan het besteed worden, idealiter aan zaken met een goed langetermijnrendement zoals kunst of vastgoed.

    Hackers

    Wat ten opzichte van de jaren tachtig vooral is veranderd, is de digitale revolutie in de financiële wereld: de aanhoudende innovatie in betalingssystemen, virtueel bankieren en dergelijke. Daarnaast leiden de nieuwe technologieën ook tot een nieuwe geldinfrastructuur buiten de traditionele financiële wereld, van cryptomunten tot NFT’S tot virtuele marktplaatsen in videogames, waarop inmiddels ook enorme bedragen omgaan.

    Door die voortsnellende financiële digitalisering is voor sommige criminelen de eerste fase van het witwasproces, het storten, minder belangrijk geworden. Dat is immers vooral van belang voor vormen van straatcriminaliteit zoals drugshandel en prostitutie, waarin veel contant geld omgaat. Het belang van verhulling en integratie van de geldstromen is navenant gegroeid. In een wereld waarin financiële transacties steeds meer digitale sporen achterlaten, is het moeilijker geworden om de buit uit handen van de opsporingsdiensten te houden.

    De mensen die daar de meeste ervaring mee hebben, zijn hackers. Zij hebben nieuwe manieren gevonden om gestolen geld weg te sluizen, mede met dank aan bitcoin en andere cryptovaluta, waarmee je overschrijvingen niet alleen praktisch anoniem (of op zijn minst onder een schuilnaam) kunt doen, maar ook grotendeels buiten het zicht van de toezichthouders die over de traditionele financiële wereld waken. Ook andere misdaadorganisaties beginnen de voordelen van digitaal witwassen daarom in te zien. Zelfs in de meer traditionele vormen van misdaad rukt het digitale domein op – van de drugshandel die steeds meer via het darkweb plaatsvindt tot de wildgroei aan online prostitutie. En dat leidt tot nieuwe witwasroutes.

    Door de explosieve groei van de digitale witwaspraktijken raakt de technologiesector steeds meer bij criminaliteit betrokken. Dat komt niet alleen doordat criminelen gebruikmaken van de nieuwste technologische vondsten. Op een dieper niveau komen de aspiraties van de technologievernieuwers en de wensen van de witwassers met elkaar overeen.

    Virtuele vluchtauto

    Witwassers willen in wezen drie dingen: een financiële omgeving met koortsachtig veel activiteit en wild schommelende prijzen, zodat ze veel geld kunnen rondpompen zonder argwaan te wekken. Een wereldomspannend systeem dat het makkelijk maakt om crimineel geld in pakweg Los Angeles te storten en in Londen op te nemen. En geen of minimale regelgeving. Dezelfde drie factoren dus waar techbedrijven bij gedijen. De overgrote meerderheid daarvan stimuleert de financiële wanpraktijken niet bewust, maar ook zij hebben baat bij grote en instabiele markten waarop geld makkelijk van land naar land stroomt en waar ze kunnen profiteren van mazen in de regelgeving.

    Iets anders wat beide partijen gemeen hebben is een libertaire inslag. Als het gezag oproept tot meer regelgeving om te voorkomen dat criminelen van de nieuwe technologie gebruikmaken, komen programmeurs en start-upondernemers meteen in het geweer tegen wat zij beschouwen als betutteling, en beschuldigen ze ‘trad-fi’ (de traditionele financiële wereld) van een slinkse campagne om de concurrentie van nieuwkomers te dwarsbomen.

    Een goed voorbeeld van deze tegenstellingen zie je in het verhaal van Tornado Cash. In maart 2022 werd door hackers die vermoedelijk banden hadden met Noord-Korea voor 625 miljoen dollar aan cryptovaluta gestolen uit de cryptogame Axie Infinity. Een groot deel van dat geld werd witgewassen met behulp van Tornado Cash, een zogenaamde cryptomixer. Zo’n cryptomixer vermengt de door gebruikers gestorte cryptovaluta met andere, waarna bij opname van het geld de herkomst niet meer te achterhalen is. Er kunnen goede privacyredenen zijn om van zo’n mixer gebruik te maken, maar voor de hackers die bij Axie Infinity hadden ingebroken, was het in feite een virtuele vluchtauto.

    De Amerikaanse overheid greep snel in: Tornado Cash kreeg sancties opgelegd waardoor het werd buitengesloten van het Amerikaanse banksysteem, en de twee softwareontwikkelaars die deze mixer zouden hebben opgezet werden aangeklaagd wegens witwassen en het overtreden van sancties. De reactie uit de techsector was al even direct. Cryptoactivisten spanden een proces aan tegen het Amerikaanse ministerie van Financiën omdat gebruikers door de sancties volgens hen werden beroofd van een essentieel privacyhulpmiddel. En critici vonden in het algemeen dat het Amerikaanse optreden een gevaarlijk precedent schiep voor softwareontwikkelaars wereldwijd. De mensen achter Tornado Cash mochten volgens hen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het misbruik van hun product.

    De autoriteiten en de techwereld staan hier dus tegenover elkaar. Overheden willen paal en perk stellen aan een volgens sommigen volledig losgeslagen technologiesector die innovaties uitrolt zonder zich om de maatschappelijke schade te bekommeren. Maar de cryptoliefhebbers hameren erop dat strenger toezicht funest zal zijn voor het technologische fundament waarop hun disruptieve nieuwe wereld rust. Het lijkt op de debatten rond de versleuteling van het berichtenverkeer in apps als WhatsApp en Telegram. Overheden willen een of andere vorm van wettelijke toegang tot de berichten op die platforms. Volgens de techwereld maakt zo’n voet tussen de deur uiteindelijk alle versleuteling zinloos.

    Om die patstelling te doorbreken zullen beide partijen wat water bij de wijn moeten doen. Overheden en toezichthouders moeten zich beter verdiepen in de technologie waarop deze innovaties berusten en meer moeite doen om te doorgronden hoe ze precies werken. Alleen dan hebben ze volgens de techwereld recht van spreken. En de techneuten moeten inzien dat ze elke discussie bij voorbaat verloren hebben zolang hun dogmatische verdediging van innovatie door tegenstanders kan worden neergezet als bereidheid om grootschalige financiële misdaad te faciliteren. Ergens in het midden tussen die twee standpunten ligt de toekomst van de fintech-sector.

  • Zo zetten de rijkste mensen van Europa de politiek naar hun hand

    Zo zetten de rijkste mensen van Europa de politiek naar hun hand

    De invloed van miljardairs en hun fortuin in de nationale en internationale politiek is niet te onderschatten. Wie de rijkste mensen in Europa zijn en hoe ze hun geld inzetten om de politiek te beïnvloeden, is de afgelopen maanden onderzocht door meer dan zeventig journalisten uit veertig landen.

    Stel je voor: je zit op je superjacht en leest in Financial Times over een nieuw belastingvoorstel waardoor je belastingtarief met minder dan 1 procent zou stijgen. Jij, iemand uit de klasse der superrijken, vindt dat je dit niet kunt laten gebeuren. Welke opties heb je? Je kunt een grote nationale krant overnemen en het redactionele standpunt beïnvloeden. Je kunt ook een onderzoekscentrum opzetten en financieren en het als onafhankelijk instituut ‘wetenschappelijke’ studies laten uitvoeren die jouw standpunt bevestigen. Je zou ook een groep lobbyisten kunnen financieren om in te praten op parlementsleden die de regels maken in jouw land.

    Al deze acties hebben in het verleden meer dan eens plaatsgevonden. De Franse mediamagnaat en miljardair Vincent Bolloré nam een gerenommeerd weekblad over en installeerde een extreemrechtse journalist als hoofdredacteur. Dit leidde in de zomer van 2023 tot wekenlange stakingen van het personeel van het blad. In Duitsland publiceerde een ‘klimaatinstituut’ rapporten waarin het effect van de mens op de klimaatcrisis wordt ontkend, vermoedelijk gefinancierd door olie- en gasbedrijven uit de Verenigde Staten. En de rijkste man van Europa, magnaat in luxegoederen Bernard Arnault, heeft naar verluidt advertenties van zijn bedrijven teruggetrokken uit kranten na kritische berichtgeving.

    Miljardairs kunnen de nationale en internationale politiek veranderen

    Miljardairs kunnen de nationale en internationale politiek veranderen en dat gebeurt vaak ook. Omdat ze beschikken over enorme sommen geld, zijn deze individuen van groot belang voor partijleiders en andere politieke spelers, die vaak donaties van hen ontvangen. Maar invloed hoeft niet vrijwillig of zelfs bewust te worden uitgeoefend. Wetgeving wordt bijvoorbeeld vaak zodanig ontworpen dat miljardairs ervoor kiezen in hun land te blijven. In de praktijk betekent dit dat wetgevers anticiperen op het humeur van miljardairs en hun tegemoetkomen voordat de miljardairs zelf er zelfs maar aan dachten om hun wensen kenbaar te maken.

    Zowel politieke partijen als rijke individuen hebben er geen belang bij om deze indirecte manier van lobbyen inzichtelijk te maken voor het publiek. De beslissingen van de superrijken kunnen de economische, sociale en culturele situatie van een land volledig veranderen, ten goede of ten kwade. Maar we weten nauwelijks iets over hun politieke banden of ambities of over de invloed die ze hebben op de nationale en internationale politiek.

    Amancio Ortega Gaona

    De Spaanse industrieel Amancio Ortega Gaona (1936) is met een geschat fortuin van 85 miljard euro de rijkste man van Spanje en nummer vijftien op de lijst van rijkste personen op aarde. In 2015 was hij zelfs even ’s werelds rijkste. Afkomstig uit een bescheiden gezin in Léon raakte hij op jonge leeftijd gefascineerd door mode en textiel.

    Hij begon zijn carrière als boodschappenjongen voor verschillende kledingwinkels in A Coruña, het centrum van de Spaanse textielindustrie. In 1972 begon hij Confecciones Goa, een bedrijf dat kamerjassen produceerde en verkocht. Van daaruit begon hij zich steeds meer te richten op snelle en betaalbare mode en in 1974 creëerde hij modemerk Zara. Hij ontwikkelde een innovatieve productie- en distributiestrategie die een revolutie teweegbracht in de modewereld. Het bedrijfsmodel van zijn bedrijf Inditex is gebaseerd op flexibele productie en distributie, snelle aanpassing aan de voorkeuren van de consument en de vestiging van winkels op strategische locaties overal ter wereld.

    Transparantie

    We weten zo weinig over hun rijkdom dat zelfs de academische wereld grotendeels vertrouwt op de ranglijsten met miljardairs van Forbes of Bloomberg (waar dit onderzoek ook op is gebaseerd). Sommige landen verbieden de publicatie van gegevens over rijkdom, zoals Luxemburg, waar ranglijsten van de rijken niet openbaar worden gemaakt. Het kleine land heeft een van de strengste antitransparantiewetten ter wereld. Hoewel er meer dan 47.000 miljonairs en naar schatting 17 miljardairs in het land wonen (in 2014 – de laatst beschikbare gegevens), weet zelfs de regering niet hoeveel de inwoners bezitten, omdat individuen hun bezittingen niet hoeven op te geven. Op dit moment bestaat er ook geen EU-wetgeving over transparantie van vermogen.

    Dit gebrek aan transparantie leidt tot herhaalde gevallen van financiële fraude en belastingontduiking, zoals de Panama Papers, de Paradise Papers en de Pandora Papers aan het licht brachten. Zonder transparantie kunnen we ook niet discussiëren over de grote morele vraag hoeveel ongelijkheid we als samenleving kunnen accepteren. Hoeveel mag de top 1-procent bezitten?

    Als we kijken naar de drie rijkste personen in veertig Europese landen, zijn slechts zes daarvan vrouw

    Het zal niemand verbazen dat er ook aan de top van de economische ladder sprake is van ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Als we kijken naar de drie rijkste personen in veertig Europese landen, zijn slechts zes daarvan vrouw. Bovendien hebben de meeste vrouwelijke miljardairs op onze lijst hun rijkdom verkregen door te erven van hun vader of grootvader. Verschillende soorten ongelijkheid werken op elkaar in, en ongelijkheid in rijkdom is daarop geen uitzondering.

    Vermogensongelijkheid bestaat niet alleen binnen landen, maar binnen de Europese context ook tussen de niveaus van rijkdom. Eén persoon springt er in het bijzonder uit: Bernard Arnault, eigenaar van het Franse luxeconcern LVMH. Hij is veruit de rijkste persoon in Europa en bezit ruim 100 miljard euro meer dan de volgende miljardair in onze database. Ook opmerkelijk is dat drie van de vier Franse miljardairs in dit onderzoek rijk zijn geworden dankzij luxemerken zoals Louis Vuitton, l’Oréal of Gucci. Dat staat in schril contrast met de rest van het continent, waar miljardairs hun fortuin meestal verwierven in grotere industrieën, zoals bouwbedrijven of supermarkten.

    Het regionale verschil in rijkdom tussen de Balkan en delen van Oost-Europa en de rest van het continent is enorm. De Kroatische ‘verzekeringskoning’ Dubravko Grgić is de rijkste persoon op de Balkan en bezit vijf keer minder dan de rijkste Nederlander en dertig keer minder dan Bernard Arnault. Bovendien zijn de meeste miljardairs in West-Europa rijk geworden door voort te bouwen op geërfd geld of op eigendommen van hun familie. In Centraal- en Oost-Europa en op de Balkan hebben de meeste miljardairs zich omhooggewerkt, vaak ook door gebruik te maken van dubieuze praktijken in de jaren negentig.

    Susanne Klatten

    Susanne Klatten (1962) is als rijkste vrouw van Duitsland met een vermogen van ruim 21 miljard euro een prominent bewoner van miljardairsland. Ze is nummer 72 op de lijst van rijkste personen op aarde en staat daarmee ver boven bijvoorbeeld Rupert Murdoch. Klatten groeide op in Bad Homburg als dochter van industrieel Herbert Quandt. De familie Quandt heeft een uiterst dubieus naziverleden, dat later op verzoek van de familie door een historicus uit de doeken is gedaan.

    Susannes vader Herbert Quandt redde BMW in 1959 van een faillissement, waarmee hij een fortuin vergaarde dat later overging op zijn kinderen. Susanne en haar broer bezitten bijna de helft van de BMW-aandelen en kregen in maart van dit jaar ruim een miljard aan dividend uitgekeerd. Klatten is een van de grootste CDU-donateurs, is werkzaam in de Duitse start-upscene en actief betrokken bij tal van sociale en milieuorganisaties. En zoals zoveel ultrarijken is ze publiciteit liever kwijt dan rijk.

    Politiek

    Sommige miljardairs in onze database waren zelfs werkzaam in de politiek. Een paar opmerkelijke voorbeelden zijn de Britse premier, Rishi Sunak, die rijker is dan de Britse monarch; Bidzina Ivanisjvili, sinds jaar en dag de schaduwkoning van Georgië; Mészáros Lőrinc, de Hongaarse miljardair en trouwe vriend van Viktor Orbán; en Christoph Blocher, financier van de Zwitserse extreemrechtse Volkspartij (SVP). Bidzina Ivanisjvili verdiende voor zover bekend zijn geld door spotgoedkoop mijnbouw- en staalinfrastructuur te verwerven tijdens de periode van privatisering na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in de jaren negentig. Sinds 2000 zijn hij en zijn familie eigenaar van een van de grootste banken van Georgië.

    Hij werd in 2012 premier met de partij die hij oprichtte, maar na slechts een jaar in functie trad hij af. Maar hij heeft nog steeds grote invloed in het Kaukasische land. Hij wordt bekritiseerd omdat hij het buitenlandbeleid in de richting van Rusland stuurde, waardoor Georgië volgens velen een autocratische staat is geworden. Mészáros Lőrinc, die een van Orbáns meest loyale oligarchen wordt genoemd, was een redelijk succesvol zakenman tot de Fidesz-partij van Viktor Orbán in 2010 aan de macht kwam. Daarna werd hij snel superrijk door overheidsprojecten binnen te halen dankzij zijn banden met de Hongaarse premier.

    Hij probeerde burgemeester van zijn geboortestad te worden, wat alleen lukte na een hoogstpersoonlijke interventie van Orbán. In 2016 nam Lőrinc Mediaworks over, een van de grootste Hongaarse uitgevers. Op deze manier werkt hij samen met de regering in het verder beperken van de onafhankelijke pers en media in het land.

    Hij staat erom bekend de Zwitserse politiek naar rechts te dwingen door financiering van de extreemrechtse Zwitserse Volkspartij (SVP)

    Christoph Blocher is een Zwitserse miljardair die zijn geld verdiende als meerderheidsaandeelhouder van een groot Zwitsers chemiebedrijf. Hij staat erom bekend de Zwitserse politiek naar rechts te dwingen door financiering van de extreemrechtse Zwitserse Volkspartij (SVP), de grootste partij van het Alpenland. Als Zwitsers parlementariër speelde hij een belangrijke rol in het succesvolle referendum tegen het Zwitserse lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte in de jaren negentig. Later werd hij raadslid van de Zwitserse federale regering op Justitie, totdat hij in 2007 werd afgezet. Niettemin oefende hij tot lang daarna aanzienlijke invloed uit op het land door campagnes te financieren voor referenda tegen minaretten, boerka’s en alles wat buitenlands is. Zonder zijn rijkdom was de opkomst van de SVP niet mogelijk geweest.

    GettyImages 693703408 1
    Filantroop George Soros en zijn vrouw Tamiko Bolton in 2017, Berlijn. – © Getty images

    Ongelijkheid

    Twee derde van de Europeanen wil dat regeringen iets doen aan de ongelijkheid van rijkdom en ziet het belasten van de superrijken als een belangrijke taak van hun regeringen. Weinig onderwerpen kennen zo’n ruime instemming: in Oostenrijk bijvoorbeeld wil 80 procent van de bevolking hogere vermogensbelasting voor de rijken.

    De legendarische Amerikaanse investeerder Warren Buffett zei ooit in een interview dat hij volgens de wet minder belasting moest betalen dan zijn receptionist, ondanks het feit dat hij een van de rijkste personen ter wereld is. Hij had geen ongelijk, want de meeste miljardairs hebben geen traditioneel belastbaar inkomen. In plaats daarvan zit het grootste deel van hun geld in aandelen en andere financiële activa, die alleen belast worden als ze met winst worden verkocht. Omdat miljardairs doorgaans maar heel weinig aandelen verkopen – niet meer dan nodig om hun uitgaven te dekken – worden ze belast op deze zogenaamde vermogenswinsten in plaats van op een ‘normaal’ inkomen als werknemer.

    Hij moest volgens de wet minder belasting betalen dan zijn receptionist, ondanks dat hij een van de rijkste personen ter wereld is

    Er zijn maar heel weinig miljardairs die een aanzienlijk deel van hun vermogen aan filantropische activiteiten besteden. In de Verenigde Staten gaven 264 van de 400 grootste miljardairs minder dan 5 procent van hun vermogen weg, aldus cijfers van de Forbes Philanthropy Score. Hoewel een dergelijke ranglijst in Europa ontbreekt, bevestigt ons onderzoek dat de Europese cijfers overeenkomen met de Amerikaanse. Er zijn wel een paar miljardairs die waardevol werk financieren voor de verbetering van democratie en mensenrechten, zoals de Open Society Foundations van George Soros.

    Veel maatschappelijke organisaties zijn echter afhankelijk van financiering door deze filantropen, wat hun voortbestaan kan bedreigen als de financiering wordt ingetrokken, zoals blijkt uit de recente aankondiging van Open Society Foundations om de financiering in Europa volledig stop te zetten. In sommige landen is het maatschappelijk middenveld afhankelijk van een paar individuen of instellingen, die volledig buiten de democratische controle of besluitvorming opereren.

    Bernard Arnault

    Bernard Arnault (1949), de Franse zakenmagnaat die als kind van een rijke industriële familie al in weelde werd geboren, werkte zich op tot de rijkste man van Europa. En dat niet alleen, na Elon Musk is hij met een slordige 163 miljard euro de een-na-rijkste man op aarde. Arnault is oprichter, voorzitter en CEO van Louis Vuitton Moët Hennessy (LVMH), ’s werelds grootste bedrijf in luxegoederen.

    Hij studeerde aan de prestigieuze Franse ingenieursschool École polytechnique en nam op 27-jarige leeftijd het bouwbedrijf van zijn vader over, dat hij transformeerde tot vastgoedbedrijf. Maar de echte klapper kwam na de overname in 1984 van de zieltogende Boussac-groep, eigenaar van Christian Dior. Na die overname verkocht hij bijna alle activa van het bedrijf, ontsloeg 7000 werknemers en hield alleen Christian Dior en warenhuis Le Bon Marché over. Geholpen door de beurscrash van 1987 bemachtigde hij aandelen in de LVMH-groep, waarna hij er de grootste aandeelhouder van werd.

    Belastingen

    Filantropie is dus niet iets om op te rekenen. Er is eigenlijk maar één manier om met zulke extreme niveaus van concentratie van rijkdom om te gaan: belastingen, belastingen en nog eens belastingen.

    De politieke invloed van de rijken is een van de redenen waarom de rijksten niet meer belasting betalen. Maar er is meer aan de hand: het ontbreekt aan competentie bij beleidsmakers als het gaat om financiële kwesties, vooral aan de linkerkant van het politieke spectrum. Voor een recente studie werden progressieve Duitse politici ondervraagd, en daaruit bleek dat als het op belastingkwesties aankomt niet alleen lobbyisten, maar ook een gebrek aan kennis de invoering van vermogensbelasting in de weg staan.

    Politiek geïnteresseerde jongeren hebben de neiging om zich aan te sluiten bij linkse partijen omdat ze vooral geïnteresseerd zijn in werk en sociale zaken, en minder in financiële kwesties. Ondertussen bestaan er bij conservatieve parlementsleden wachtlijsten om lid te kunnen worden van financiële commissies. Door de enorme complexiteit – die soms kunstmatig wordt vergroot – is het lastig om de status quo te veranderen.

    Om de ongelijkheid in rijkdom goed aan te pakken, moet het belastingbeleid een zaak worden die progressieve partijen aan het hart gaat. Anders blijven politici onwetend en worden ze makkelijk overschaduwd door degenen die er alles aan doen om geen belasting te hoeven betalen.

    Het belastingbeleid moet een zaak worden die progressieve partijen aan het hart gaat

    In principe zijn er twee manieren om de superrijken effectief te belasten: vermogenswinstbelasting en vermogensbelasting. Zoals hierboven uiteengezet, worden zeer rijke mensen meestal proportioneel minder belast dan mensen met een normaal inkomen, omdat vermogenswinsten uit de verkoop van aandelen belast worden. In enkele landen met de meeste miljonairs en miljardairs per hoofd van de bevolking, zoals Luxemburg, Zwitserland en België, wordt geen vermogenswinstbelasting geheven. In Europese landen die wel belasting heffen op vermogenswinst uit de verkoop van beursgenoteerde aandelen, bedraagt deze belasting gemiddeld 19,4 procent. Ter vergelijking: volgens de Europese Commissie bedroeg de inkomstenbelasting in Europa van 1996 tot 2021 gemiddeld iets meer dan 40 procent.

    Het inkomen van miljardairs is echter maar een fractie van wat ze bezitten, omdat het meeste geld in activa zit, zoals aandelen en obligaties, onroerend goed, luxeartikelen en contant geld. Al deze rijkdom wordt systematisch te weinig belast. Van de twaalf Europese landen die in 1990 vermogensbelasting hieven, doen alleen Noorwegen, Spanje en Zwitserland dat tegenwoordig nog. Vermogensbelasting werd in veel landen afgeschaft, omdat de progressie ervan al vroeg merkbaar werd en diegenen trof die ‘slechts’ een paar miljoen op hun bankrekening hadden. Vervolgens vertrokken veel rijke mensen naar landen waar deze belasting niet bestaat, waardoor de totale belastinginkomsten in de vertreklanden daalden – dit gebeurde bijvoorbeeld nadat Noorwegen onlangs zijn vermogensbelasting licht verhoogde.

    De sociaaldemocratische regering verhoogde de vermogensbelasting van 0,85 procent naar 1,1 procent, en dat leidde tot een grote kapitaalvlucht door veel van de miljardairs in het land. Ze namen zo veel geld mee dat de vermogensbelasting in Noorwegen naar verwachting ruim 500 miljoen euro minder zal opleveren dan nu het geval is. Om te voorkomen dat miljardairs naar andere Europese landen verhuizen, moet de belasting in meerdere landen hetzelfde zijn. Dit is vergelijkbaar met het nieuwe wereldwijde minimumtarief voor vennootschapsbelasting van 15 procent voor multinationals, die werd ingevoerd door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

    Beweging

    Er is op Europees niveau beweging in dit debat. In juni van dit jaar startte een groep economen, activisten, politici en multimiljonairs een Europees burgerinitiatief dat eist dat de Europese Commissie een permanente en progressieve jaarlijkse vermogensbelasting invoert. Om het deze keer te laten lukken, stelt een team van economen rond stereconoom Thomas Piketty een hoge drempel voor die ervoor zorgt dat alleen een kleine groep superrijken wordt getroffen. Bovendien zou geërfde rijkdom zwaarder belast moeten worden dan inkomen of selfmade rijkdom, omdat je je ouders nu eenmaal niet kunt kiezen. Europese burgerinitiatieven zijn zelden succesvol en de wetgevende bevoegdheid van de EU op het gebied van belastingen is beperkt. Toch zou dit bij uitstek een goed initiatief zijn waar linkse groepen zich achter zouden kunnen scharen in aanloop naar de Europese verkiezingen van 2024.

    Als samenleving hebben we weinig inzicht in de rol die de meeste superrijken spelen in de politiek. We moeten de mate van concentratie van rijkdom begrijpen – vooral de impact ervan op democratische processen en besluitvorming – om te kunnen bepalen wat eraan gedaan zou kunnen en moeten worden.

    In Noorwegen en Finland worden de belastingaangiften van alle burgers zonder uitzondering elk jaar gepubliceerd, zodat iedereen ze kan inzien. Media kunnen via een website lijsten samenstellen van de grootverdieners in het land. Kan dat misschien dienen ter inspiratie?

  • Controverse: ‘Elites in Davos negeren reële bedreigingen’

    Controverse: ‘Elites in Davos negeren reële bedreigingen’

    Het World Economic Forum in het Zwitserse Davos staat ter discussie als symbool van ongelijkheid en internationaal kapitalisme en is de kop van Jut in tal van complottheorieën. Veel wereldleiders gaven dit jaar dan ook geen acte de présence. Heeft het nog wel een functie als internationaal discussieforum van de machtigen der aarde?

    Nee, stelt Jim Geraghty van het conservatieve Amerikaanse tijdschrift National Review. De deelnemers van het World Economic Forum (WEF) in Davos zijn te veel bezig anderen hun wereldbeeld op te dringen, zonder kritisch naar zichzelf te kijken.

    Het WEF is wel degelijk in staat om de grote uitdagingen van deze tijd te agenderen, aldus Gideon Rachman in Financial Times. ‘[Davos] zou een gelegenheid kunnen bieden om rustig te reflecteren op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat oorlogen en natuurrampen de wereldwijde economie zullen vernietigen.’

    Lees hieronder hun betogen:

    Elites in Davos negeren reële bedreigingen

    De deelnemers aan het World Economic Forum in het Zwitserse Davos waarschuwen dat de wereld te maken heeft met ‘een “polycrisis”, die gedomineerd wordt door de levensonderhoudskostencrisis, de klimaatcrisis en politieke instabiliteit, en die de felbevochten winsten op het gebied van ontwikkeling en groei dreigt terug te draaien’. Tjonge, zo’n grimmige betiteling wekt de indruk dat ‘s werelds machtigste en invloedrijkste mensen het echt slecht doen, vind je ook niet? Ik hoop dat de vergadering in Davos die machtige, invloedrijke, rijke elites kan opsporen die falen in hun leiderschap.

    Op hol geslagen inflatie, de inval van Rusland in Oekraïne, een wereldwijde recessie, een wereldwijd voedseltekort en klimaatverandering – hmmm, je zou die reeks gelijktijdige in elkaar grijpende wereldwijde crises zelfs ‘vijf naderende stormen’ kunnen noemen.

    Het plan om de wereld te redden houdt meestal in dat de rest van ons moet veranderen

    Ik vermoed dat onder veel conservatieven de reflexmatige reactie op de conferentie in Davos minachting is, en je kunt er niet omheen dat de elites van onze wereld hun portie minachting wel hebben verdiend. Het is niet alleen afgunst op hun rijkdom en macht, want in de wereld zullen er altijd mensen zijn die rijker en invloedrijker zijn dan anderen. Nee, het is meer dat zoveel Davos-deelnemers aankomen met een ambitieus plan om de wereld te redden, en dat plan om de wereld te redden houdt meestal in dat de rest van ons moet veranderen om in hun visie te passen.

    Van wie proberen de Davos-deelnemers de wereld te redden? Wie het ook is, China in ieder geval niet. De Chinese vicepremier Liu He sprak de aanwezigen vanochtend toe en deelde hun mee dat zijn land goed aan het herstellen is van covid-19 – sceptische grom invoegen – en gebruikte elf keer de zinsneden ‘versterking van de internationale samenwerking’ en ‘handhaving van de wereldvrede’. Hé, de organisatoren van Davos zien in een kleinigheidje als de voortgaande genocide op de Oeigoeren geen reden om de vertegenwoordiging van de Chinese regering de toegang te ontzeggen.

    Ishaan Tharoor van The Washington Post herinnert zich hoe ‘in 2013 de organisatoren van het WEF de bijdrage bejubelden van de Russische premier Dmitri Medvedev, die geroemd werd als een nationale leider die begreep wat “wereldwijde verantwoordelijkheden” zijn’. Ongeveer een jaar later rolden Russische strijdkrachten de Krim binnen en pakten deze van Oekraïne af. Als de globalisering leiders aanmoedigt om elk staatshoofd als een potentiële handelspartner te zien, zal dat hun instinct om bedreigingen te onderkennen waarschijnlijk afstompen.

    Nee, in plaats van de alarmklok te luiden over China en Rusland die de rest van de wereld in gevaar brengen, lijken de deelnemers aan Davos in veel gevallen veel meer in te zitten over jou, jouw sportwagen, jouw huis, jouw dieet (vooral het vlees dat je eet), jouw politieke opvattingen en jouw twijfel of globalisering wel zo’n win-win is als Davos beweert.

    Hun voorstellen eindigen meestal met de vraag of verplichting om iets op te geven

    De leiders in Davos bieden vaak een variant van de belofte ‘we gaan uw leven beter maken’, en toch eindigen hun voorstellen meestal met de vraag of verplichting om iets op te geven. De website van het World Economic Forum Agenda bevatte in 2016 een berucht geworden opiniestuk van Ida Auken, lid van het Deense parlement, met als kop: ‘Welkom in 2030: ik bezit niets, heb geen privacy en het leven is nog nooit zo goed geweest’.

    Veel mensen op sociale media hebben beweerd dat de toekomstvisie van Auken een formeel doel is van het World Economic Forum, terwijl veel factcheckers die beweringen hebben tegengesproken en beweren dat het om desinformatie gaat. De waarheid ligt er ergens tussenin: Davos heeft het nooit formeel onderschreven, maar Aukens visie werd ook niet begroet met algemene afwijzing of spot. Het WEF verwijderde uiteindelijk haar artikel, maar het is de moeite van het herbekijken waard nu we de post-pandemische wereld van deelauto’s, gedeelde kantoorruimte, pop-uprestaurants en -winkels, enz. binnengaan.

    Hier is mijn bijdrage aan de discussie: Slechts weinigen van ons zien het bezit van een eigen huis, een eigen auto en eigen kleren als een groot probleem dat moet worden opgelost, als het soort crisis waarvoor Deense wetgevers en elites uit het mondiale bedrijfsleven bijeen moeten komen om een plan te bedenken om ons te redden. En hallo, is het jullie opgevallen dat iedereen die naar Davos gaat veel spullen bezit? Ik zie geen deelnemers aan Davos die hun huizen, luxe auto’s of privéjets opgeven of hun ondergoed uitwisselen.

    De aanwezigen in Davos behoren tot de individuen met de grootste CO2-voetafdruk op aarde

    Waar komen de grootste problemen in de wereld dan vandaan? Misschien denkt u er anders over, maar ik zou deze nomineren voor de top tien: het brein van Vladimir Poetin; de territoriale ambities van het Chinese leger; het Wuhan Instituut voor Virologie – of waar covid-19 dan ook vandaan komt; de laboratoria en kantoren van de technologische knutselaars die blijven proberen om apps als TikTok nog verslavender te maken voor kwetsbare en beïnvloedbare jongeren; de scholen in binnen- en buitenland die er niet in slagen om jonge mensen het onderwijs te geven dat ze nodig hebben zich te redden in de wereld; de bemoeials die bedrijven in het nauw drijven in een poging ze dienstbaar te maken aan een ideologische agenda; drugskartels en drugssmokkelaars; mensenhandelaars; en islamitische terroristen, die nog steeds kerken bombarderen, agenten neersteken en massavernietigingswapens in handen proberen te krijgen, ook al halen ze niet meer de krantenkoppen die ze vroeger haalden.

    En als je nummer elf, namelijk de klimaatverandering, nog wilt horen, dan kunnen we China Energy Investment erbij halen, de drijvende kracht achter China’s toenemende gebruik van steenkool. (Oh, wacht even, China Energy Investment is een medesponsor van het World Economic Forum.) Wil je problemen oplossen, Davoisie? Focus je dan op bovengenoemde.

    O, en een ander detail in Davos dat we niet over het hoofd mogen zien: president Joe Biden staat op het punt een handelsoorlog te ontketenen met onze Europese partners, van wie velen lid zijn van de NAVO die hij beloofde te versterken.

    De BBC merkt op:

    ‘De nieuwe wetgeving van Joe Biden om de groene economie van Amerika aan te zwengelen omvat 367 miljard dollar aan subsidies (oftewel 336 miljard euro) voor de aankoop van elektrische auto’s, maar alleen als deze voor het grootste deel in Noord-Amerika worden geproduceerd. De Inflation Reduction Act heeft ook gevolgen voor een groot deel van de andere productiesectoren en haalt sommige Europese bedrijven over om fabrieken naar de VS te verplaatsen. Zelfs kunstmestbedrijven schudden hun hoofd en vragen zich af waarom Europese leiders niet soortgelijke wetten invoeren. De VS suggereert dat hun nieuwe wetgeving gericht is op concurrentie met China. Maar Europese leiders zijn woedend en staan op het punt om te reageren, mogelijk met forse subsidies uit eigen zak waarin vermoedelijk ook ‘Koop Europees’-clausules zijn opgenomen.’

    De noodzaak om de CO2-uitstoot te verminderen is jaar in, jaar uit een van de belangrijkste thema’s en boodschappen van de Davos-conferentie, terwijl de aanwezigen behoren tot de individuen met de grootste CO2-voetafdruk op aarde. Vorig jaar gebruikten de aanwezigen ongeveer duizend privéjets, en ‘onderzoekers ontdekten dat alle privéjetvluchten van en naar luchthavens die Davos bedienden tijdens het World Economic Forum 2022 in totaal 9700 ton CO2 uitstootten, wat overeenkomt met de uitstoot van ongeveer 350.000 doorsnee auto’s in een week’.

    Jim Geraghty – National Review


    Het WEF is bang voor het einde van een lange periode van welvaart

    Bijna een eeuw geleden verscheen De Toverberg, de klassieke roman van Thomas Mann die zich afspeelt in Davos, tegen de achtergrond van een dodelijke ziekte en een aanstaande wereldoorlog.

    Ook dit jaar komen de afgevaardigden van het World Economic Forum weer in Davos bijeen, en lijkt de wereld van Mann akelig veel weg te hebben van de wereld waarin wij leven. Het WEF is bang dat het einde van een lange periode van vrede, welvaart en wereldwijde economische integratie in zicht is – net als in 1914.

    Dit jaar is de slogan van Davos ‘Samenwerking in een versplinterde wereld’. Die versplintering begon met de coronacrisis, met zijn lockdowns, gesloten grenzen en ontwrichte productieketens. De bijeenkomst van het WEF in 2023 – die voor het eerst sinds het begin van de pandemie weer op de vaste winterlocatie plaatsvindt – zou om die reden beschouwd kunnen worden als het startschot voor een terugkeer naar het oude normaal. Het feit dat China plotseling afstand heeft genomen van zijn zerocovidbeleid, roept angst op dat er mogelijk weer een nieuwe golf varianten aan zit te komen.

    En ook al zou een nieuwe pandemie voorkomen worden, covid-19 heeft zijn stempel gedrukt op de manier waarop overheden en bedrijven tegen globalisering aankijken. De veronderstelling dat goederen en handelswaar altijd gemakkelijk over de hele wereld vervoerd kunnen worden, is de grond in geboord.

    Er wordt meer rekening gehouden met andere scenario’s die voorheen als onwaarschijnlijk gezien werden

    Wat de productieketen betreft, zijn bedrijven van ‘just in time’-strategieën overgestapt op ‘just in case’-strategieën. Er kunnen nog meer wereldwijde gezondheidscrises in het verschiet liggen. Er wordt meer rekening gehouden met andere scenario’s die voorheen als onwaarschijnlijk gezien werden. Extreme weersomstandigheden komen steeds vaker voor, wat leidt tot nieuwe vragen over voedselveiligheid en reisgedrag. Cyberaanvallen door staten of criminelen bedreigen de infrastructuur waar de moderne economie op draait.

    Bedrijven moeten hun werkwijze aanpassen, vaak op aandringen van de regering. Het is niet verstandig om te vertrouwen op complexe productieketens die kwetsbaar zijn voor ziekte, oorlog en andere noodgevallen. Bedrijven zoals Apple – dat hoog opgaf van producten die ‘in Californië ontworpen en in China in elkaar gezet’ werden – moeten meer variatie in hun productie aanbrengen. Zo produceert Apple steeds meer in India en Vietnam. 

    De bewustwording van geopolitiek gevaar – ook wel bekend onder de naam oorlog – is toegenomen

    De inspanningen van bepaalde westerse bedrijven om minder afhankelijk van China te worden, werden gestimuleerd door de pandemie, maar zijn sindsdien in een stroomversnelling terechtgekomen doordat de bewustwording van geopolitiek gevaar – ook wel bekend onder de naam oorlog – is toegenomen.

    De Russische invasie in Oekraïne afgelopen jaar heeft aangetoond dat het ondenkbare kan gebeuren. Op nog geen 1600 km afstand van de luxe hotels van Davos wordt de grootste Europese oorlog sinds 1945 uitgevochten. 

    Aangezien het conflict in Oekraïne nog voortwoedt, blijft het risico op escalatie hoog. Een kernoorlog is het meest huiveringwekkende scenario waartoe het conflict zou kunnen leiden – een scenario waar het Witte Huis al rekening mee houdt sinds dat de gevechten in februari uitbraken. Zelfs al wordt het gebruik van kernwapens voorkomen, dan nog blijft het gevaar bestaan dat het conflict zich uitbreidt, aangezien de NAVO geavanceerde wapens aan Oekraïne levert en Iran Rusland van militaire drones voorziet.

    Politici en fabrikanten kijken al vooruit naar de volgende grote geopolitieke bedreiging

    Het conflict laat zien hoe oorlog de economische banden kan doorsnijden die de globalisering bij elkaar hielden. De EU is de import van Russische energie drastisch aan het verminderen, en op die manier wakkert ze inflatie in Europa aan en dreigt ze ervoor te zorgen dat bepaalde sectoren niet meer kunnen meeconcurreren. Rusland en Oekraïne zijn ook belangrijke graanleveranciers voor wereldmarkten. Door de oorlog tussen de twee landen zijn de voedselprijzen gestegen en dreigen miljoenen mensen in een hongersnood terecht te komen.

    Politici en fabrikanten kijken al vooruit naar de volgende grote geopolitieke bedreiging. Veel mensen hebben hun blik gericht op Taiwan, dat 90 procent van ’s werelds meest geavanceerde halfgeleiders produceert. Als China Taiwan zou binnenvallen, zou dat het einde kunnen betekenen van TSMC, de belangrijkste producent van halfgeleiders, met verwoestende gevolgen voor de wereldeconomie.

    Zelfs geopolitieke spanningen die niet leiden tot oorlog hebben de internationale handel verstoord. De steeds wantrouwigere houding van de VS tegenover China heeft de regering-Biden ertoe gebracht de uitvoer van gevoelige technologie sterk te beperken. Dit treft niet alleen Amerikaanse bedrijven, maar ook buitenlandse technologiereuzen, zoals het Zuid-Koreaanse Samsung, die Amerikaanse technologie gebruiken.

    Politieke leiders, en zeker die in het Westen, moeten zich ook zorgen maken over de binnenlandse druk van populisten. Velen van hen hebben van het WEF een symbool gemaakt van ongelijkheid en internationaal kapitalisme.

    Het idee dat Davos een besmet gebied is, heeft terrein gewonnen

    De laatste jaren heeft Davos zich de woede van antivaxers, klimaatsceptici, religieuze fanatici en onverzettelijke nationalisten op de hals gehaald. Het forum komt in een heel aantal complottheorieën ter sprake. In de uithoeken van het internet wordt het WEF ervan beschuldigd dat het de pandemie aangrijpt om de controle over de wereldeconomie in handen te krijgen. 

    Afgezien van zulke theorieën, heeft het idee dat Davos een besmet gebied is terrein gewonnen. Het is onwaarschijnlijk dat president Joe Biden, die zichzelf steevast presenteert als iemand die zich inzet voor de gewone werkende Amerikaan, op eigen risico in Davos ten tonele zal verschijnen – in tegenstelling tot Donald Trump, die het geen enkel probleem vond om zich onder de aldaar aanwezige CEO’s te scharen. 

    Zelfs centristische en conservatieve leiders uit Europa wegen zorgvuldig af of ze zullen komen of niet.

    De Franse president Emmanuel Macron, een voorstander van globalisering die in het verleden in Davos toespraken heeft gehouden, moet nog zien of hij in eigen land een hervorming van het pensioenstelsel erdoor krijgt, dus hij zou kunnen besluiten dat het hem deze keer niet uitkomt om het WEF bij te wonen. Normaliter zou men van Rishi Sunak, als de nieuwe Britse premier en iemand met een financiële achtergrond, verwachten dat hij van de gelegenheid gebruik zal maken om de harten van de machtigste CEO’s ter wereld te veroveren. Maar in het Verenigd Koninkrijk wordt een reeks stakingen verwacht, dus ook hij zal waarschijnlijk besluiten dat het verstandig is om Davos dit jaar aan zich voorbij te laten gaan.

    De wereldleiders die wel komen, doen er goed aan om de kabelbaan naar het Schatzalp Hotel te nemen die voor Mann dienstdeed als model voor het sanatorium in De Toverberg. Het uitzicht vanuit je hotelkamer is nergens zo mooi als in Davos – het zou een gelegenheid kunnen bieden om rustig te reflecteren op de vraag hoe we kunnen voorkomen dat oorlogen en natuurrampen de wereldwijde economie zullen vernietigen.

    Gideon Rachman – Financial Times

  • Koers Japanse yen zakt naar laagste punt in 24 jaar

    Koers Japanse yen zakt naar laagste punt in 24 jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italië: Minister van BZ verlaat Vijfsterrenbeweging en begint nieuwe fractie

    » Mexico geschokt door moord op twee jezuïeten

    Japanse premier wil monetair beleid niet wijzigen

    De waarde van de Japanse yen is dinsdag gekelderd tot het laagste punt in vierentwintig jaar, meldt Nikkei Asian Review. Vierentwintig jaar geleden, tijdens de financiële crisis van 1998, was de dollar voor het laatst 36,39 yen waard. De Japanse centrale bank moet niettemin ‘de huidige koers [van haar monetair beleid] aanhouden’, kondigde premier Fumio Kishida aan. Een beleid dat minder streng is dan dat van de Federal Reserve, de centrale bank van de Verenigde Staten, en dat door de oppositie wordt aangewezen als ‘een factor die heeft bijgedragen aan de spectaculaire val van de yen’, aldus Nikkei Asian Review.

    De Japanse regeringsleider geeft toe dat de daling zorgwekkend is, maar maakt zich zorgen over de gevolgen van een stijging van de rente voor de gehele economie. In plaats daarvan overweegt hij ‘gerichte maatregelen’, zoals het verlagen van de energie- of voedselprijzen.

    Lees ook:

  • Wat goed is voor Mohammed bin Salman, is niet per se goed voor Israël

    Wat goed is voor Mohammed bin Salman, is niet per se goed voor Israël

    De vorming van een Israëlisch-soennitisch front tegen Iran is cruciaal voor de veiligheid van Israël, volgens deze journalist.  Maar een akkoord met het autocratische en corrupte Saoedische koninkrijk van Mohammed bin Salman kan ook verkeerd aflopen.

    Neem twee Joodse Amerikanen. De ene heet Jared Kushner en is de schoonzoon en speciaal adviseur van de voormalige Amerikaanse president Donald Trump. De andere heet Steven Mnuchin en is de voormalige minister van Financiën van de regering-Trump. Sinds de regeringswisseling in Washington zijn deze twee mannen weer actief in de privésector en inmiddels danken ze een deel van hun immense fortuin aan twee nieuwe bedrijven met ronkende namen, en vooral aan Saoedi-Arabië. 

    Kushner heeft de wereldwijd actieve investeringsmaatschappij Affinity Partners opgezet en Mnuchin heeft zich aan een soortgelijk avontuur gewaagd met zijn onderneming Liberty Strategic Capital. Het kapitaal van Kushner is voornamelijk afkomstig van het publieke investeringsfonds PIF (Public Investment Fund) van het Saoedisch koninkrijk en bedraagt maar liefst twee miljard dollar, terwijl Mnuchin zich moet ‘tevredenstellen’ met een miljard dollar.

    Volgens een onderzoek dat op 10 april jongstleden werd gepubliceerd door The New York Times heeft de raad van bestuur van PIF, bestaande uit Saoedische economen en ervaren westerlingen, Saoedi-Arabië aanvankelijk afgeraden in het bedrijf van Kushner te investeren. De bezwaren van PIF golden ‘de onervarenheid van de directie van Affinity Partners’, de mogelijkheid dat het koninkrijk direct verantwoordelijk zou worden voor ‘het gros van de investeringen en risico’s’, de matige financiële resultaten van de jonge onderneming, de ‘excessieve’ beheerskosten (lees: commissies) en ‘risico’s op het gebied van public relations’ vanwege de rol die Kushner eerder had gespeeld als belangrijkste adviseur en schoonzoon van de voormalige Amerikaanse president.

    Mohammed bin Salman

    PIF wordt geleid door de Saoedische kroonprins en feitelijke monarch Mohammed bin Salman, beter bekend onder de initialen MBS. Deze heeft klaarblijkelijk maar enkele dagen nodig gehad om de raad van bestuur over te halen om Kushner de twee miljard dollar te verstrekken die hij vroeg.

    Je hoeft geen financieel expert te zijn om de logica achter deze beslissing te begrijpen: op deze manier danken de leiders van het Midden-Oosten de buitenlanders die hen in het verleden hebben gesteund, en op deze manier investeren ze in de toekomst van toekomstige politieke leiders. Als Trump en Kushner op een dag het Witte Huis heroveren, zullen ze zich herinneren wie hen heeft gesteund.

    De Saoedische kroonprins gokt op de politieke perspectieven van Kushner, niet op zijn financiële

    De Saoedische kroonprins gokt op de politieke perspectieven van Kushner, niet op zijn financiële. De politieke perspectieven in de Verenigde Staten zijn wel enkele miljarden waard. Dat heeft MBS beter begrepen dan de financiële hyena’s.

    De twee begunstigden zijn niet alleen verklaarde Joden. Ze staan ook openlijk en volledig achter Israël, en de relaties die ze inmiddels onderhouden met de Saoedische kroonprins zouden misschien een officieel proces van normalisering tussen het Saoedische koninkrijk en de Joodse staat op gang kunnen brengen.

    Ook al laten de Israëlische premier Naftali Bennett en zijn minister van Buitenlandse Zaken Yaïr Lapid zich liever niet openlijk over de kwestie uit, ze zijn zich allebei bewust van het belang ervan. Ze zijn ervan overtuigd dat als Saoedi-Arabië besluit het voorbeeld van de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein te volgen door een vredesakkoord met Israël te tekenen, het Midden-Oosten een belangrijke verandering zou ondergaan die de status van Israël in de regio blijvend zou versterken.

    Gevaarlijke figuur

    Het probleem is dat Saoedi-Arabië, net als zijn meeste buren, een autocratisch en corrupt regime kent en dat de leider een avontuurlijke, onstabiele en gevaarlijke figuur is – de moord op journalist Jamal Khashoggi in oktober 2018 herinnerde daar nog maar eens aan. Een Amerikaan die MBS kent vertelde me dat hij hem een keer had gevraagd waarom hij honderden miljoenen dollars uitgaf aan kunstwerken die hem niet aanspraken en luxueuze jachten die aan de kade bleven liggen. De Saoedische prins had droogjes geantwoord: ‘Omdat ik het me kan permitteren.’

    Een Israëlisch-soennitisch front is cruciaal voor de veiligheid van Israël

    Israël heeft alle reden om samen te werken met MBS, kroonprins Mohammed bin Zayed van Abu Dhabi, de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, de Egyptische president Abdel Fattah al-Sisi en andere leiders in de regio. De vorming van een Israëlisch-soennitisch front tegen Iran is cruciaal voor de veiligheid van Israël, en zelfs voor het voortbestaan van het land. Maar laten we nooit de ware aard van deze regimes vergeten. Wat goed is voor Jared Kushner, is niet per se goed voor de staat Israël.

    We moeten samenwerken met deze regimes, maar we moeten vooral niet besmet raken met hun normen. Dit dilemma wordt geïllustreerd door de ambigue relaties van Israël met Qatar. Aan de ene kant helpt het geld van Qatar Israël om de spanningen in de Gazastrook te verminderen en het terrorisme op afstand te houden. Aan de andere kant verleent deze Golfstaat politieke steun aan terroristische Palestijnse groeperingen. Iedereen doet zaken met Qatar, zelfs de Iraniërs. Israëlische zakenlieden en gepensioneerde hoge officieren zijn financieel zeer actief in het Qatarese schimmenspel. Het is begrijpelijk waarom dat van belang is voor de leiders van Qatar, maar wat zegt het over onze eigen normen?

    Lucratieve relaties

    De oudsten onder ons herinneren zich nog de lucratieve relaties tussen Israël en de dictatuur van de sjah van Iran. De Joodse staat zond militaire adviseurs naar Teheran die terugkeerden als multimiljonair. Op diezelfde manier kleefde er in de ogen van sommige Israëliërs iets heroïsch, om niet te zeggen romantisch aan de relaties met de christelijke facties tijdens de Libanese burgeroorlog, maar dat strookte niet met de werkelijkheid. De falangistische leiders manipuleerden de Israëliërs gewoon. Een officier van het Israëlisch leger zei me destijds: ‘Een Thaise generaal omkopen kost een miljoen dollar, maar in Jounieh [een christelijke stad ten noorden van Beiroet] kunnen Israëliërs toe met een eenvoudig bord humus.’

    Sinds zijn ontstaan heeft het zionisme altijd gepretendeerd te willen integreren in het Midden-Oosten. Dat blijft een loffelijk streven. Maar dan niet volgens de methode-Kushner.

  • De grootste belastingroof aller tijden. ‘De staat was de vijand’

    De grootste belastingroof aller tijden. ‘De staat was de vijand’

    Benjamin Frey (niet zijn echte naam) was kroongetuige in een grootschalige dividendroof, waarnaar verschillende Europese kranten onderzoek deden. Hij vertelt hoe hij verzeild raakte in deze ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘We keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’

    Keuze uit ons archief

    De belastingschandalen blijven elkaar opvolgen. Zo deden in 2018 een aantal Europese media, waaronder Follow the Money, onderzoek naar de grootste dividendroof ooit: in verschillende landen van Europa werden middels uitgekookte financiële trucs miljoenen en miljarden aan de staatskas onttrokken. Voor het eerst werd ook een belastingrover bereid gevonden als kroongetuige op te treden. Deze ‘Benjamin Frey’ verlinkt uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders en zaait daarmee paniek in de bankenwereld. ‘Zelfs onder belastingrovers bestaan er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele.’

    De verhoorruimte in het kantoor van de recherche in Düsseldorf is ongeveer 8 vierkante meter groot. Voor de ramen zitten tralies, het glas is zo ondoorzichtig dat je niet naar buiten kunt kijken. In het midden van de ruimte staat een grote tafel. Daar wachten twee hoofdcommissarissen en drie officieren van justitie op Benjamin Frey. Het vijftal doet gerechtelijk onderzoek naar de grootste belastingroof aller tijden, een coup van de eeuw die alleen de Duitse staat al vele miljarden euro’s heeft gekost.

    De hoogintelligente maar nogal ingetogen Frey [niet zijn echte naam] is een van de kroongetuigen. Hij behoorde tot de inner circle van de belastingrovers en heeft aan de transacties ten koste van de Duitse gemeenschap ongeveer 50 miljoen euro verdiend. De staat, zo zegt hij, was de vijand. Nu zit hij in de verhoorruimte tegenover degenen die hem vervolgen.

    Het is 7 november 2016. ‘Goed dat we elkaar persoonlijk leren kennen’, zegt Anne Brorhilker, de officier van justitie die het onderzoek leidt. Zo zal Frey het zich later herinneren. Brorhilker is begin veertig, maar ziet er jonger uit. Stel je een soort vrouwelijke Columbo voor: makkelijk te onderschatten, maar moeilijk af te schudden. Al jaren onderzoekt de officier van justitie het omstreden dividendstrippen, ofwel de zogenoemde CumEx-transacties – waarbij dividendbelasting (soms meermalen) wordt teruggevorderd, terwijl die niet is betaald.

    Zij jaagt nu op de bankiers, advocaten en adviseurs die vermoedelijk een steentje bijdroegen. Over de hele wereld heeft ze kantoren en woningen laten doorzoeken, ook die van Benjamin Frey. Gemeten aan het aantal verdachten zijn haar onderzoekingen uitgegroeid tot wat wellicht het grootste gerechtelijk onderzoek aller tijden is op het gebied van belastingrecht.

    De kroongetuige

    Wat Brorhilker tot dan toe ontbreekt, is een kroongetuige die zich uit de orde van de belastingrovers losmaakt. Alleen als ze Frey aan het praten krijgt, kan ze de schuld van de anderen overtuigend bewijzen. Frey, wiens hele leven in het teken van geld heeft gestaan, weet dat hij zich dit keer niet kan vrijkopen. Er hangt hem een gevangenisstraf van minstens zeven jaar boven het hoofd.

    Telkens weer wordt hij opnieuw verhoord, dagenlang, meer dan twaalf keer. Later zal hij zeggen dat dit de ergste tijd van zijn leven is geweest. Eerst geeft hij alleen toe wat hij wel moet toegeven, maar na een half jaar breekt hij en legt hij een volledige bekentenis af. Frey is de eerste belastingrover die uit angst voor gevangenisstraf zijn mededaders verlinkt en daarmee paniek in de bankenwereld zaait. Met als voordeel dat meerdere andere belastingrovers ook kroongetuige bij Brorhilker willen worden.

    Vorig jaar berichtten Die Zeit, Zeit Online en het ARD-programma Panorama al over CumEx- en CumCum-transacties. Ze beschreven hoe bankiers, adviseurs en advocaten decennialang de Duitse staatskas plunderden. En hoe de overheid een andere kant opkeek, totdat een onverzettelijke vrouwelijke ambtenaar op het hoofdkantoor van Belastingen weigerde het geld uit te betalen.

    Toen ging het balletje rollen. Journalisten uit Denemarken zeiden dat hun land iets soortgelijks was overkomen, dé opmaat tot een internationale samenwerking waaruit bleek dat de financiële goochelaars zich niet alleen aan de Duitse staat tegoed deden, maar de staatshuishouding van half Europa hebben afgetapt.

    Onder leiding van het onderzoekscentrum Correctiv hebben negentien media uit twaalf landen de handen ineengeslagen om gezamenlijk de volledige omvang van deze belastingroof te onderzoeken. Naast Die Zeit, Zeit Online en Panorama doen ook persbureau Reuters, de Franse krant Le Monde, de Italiaanse krant La Repubblica en het Spaanse onlinemagazine El Confidencial {en het Nederlandse journalistencollectief Follow the Money] mee, evenals de publieke tv-kanalen uit Denemarken, Zweden en Finland.

    Samen hebben ze meer dan 180.000 pagina’s aan vertrouwelijke documenten, interne rapporten van banken en advocatenkantoren en e-mails doorgespit. Er werden talloze interviews met insiders gemaakt en eindeloos undercoveronderzoek gedaan in de financiële sector. De resultaten zijn vorige maand gepubliceerd onder de naam ‘The CumEx-Files’.

    ‘Mijn hebzucht was zo groot dat ik me niet met moraal kon bezig houden’

    In nog minstens tien andere Europese landen hebben de financiële oplichters hun slag kunnen slaan. Enkele gevallen zijn nog niet publiekelijk bekend. Maar de schade als gevolg van CumEx- en CumCum-transacties bedraagt nu al minstens 55,2 miljard euro. ‘Het gaat om de grootste belastingroof in de Europese geschiedenis’, zegt professor fiscaal recht Christoph Spengel van de Universiteit van Mannheim.

    Hoe is het mogelijk dat de belastingrovers het ene land na het andere plunderen zonder dat iemand hun een halt toeroept? En wat zijn dat voor transacties, waarbij binnen enkele dagen voor miljarden euro’s aan aandelen heen en weer wordt geschoven?

    De wereld van de belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn die je daar tegenkomt.

    De daders zijn als roofvissen die maar één keer toehappen en dan voorlopig verzadigd zijn. Verder naar beneden kom je bijzonder agressieve schepsels tegen die uitgekookte CumEx-transacties sluiten en blijven happen. Daar in de diepte, in duistere wateren, weten ze zich razendsnel te vermenigvuldigen. Intussen zijn er ook mengvormen ontstaan, agressieve mutaties, waarvoor de naam nog moet worden uitgevonden. Wat al deze constructies gemeen hebben, is dat ze een collectief doel nastreven: belastinggeld uit de staatskas sluizen.

    Om Benjamin Frey aan het praten te krijgen, maakt officier van justitie Brorhilker gebruik van een methode die vooral geliefd is bij de Amerikaanse FBI: onderzoekers verzamelen belastend materiaal tegen individuele deelnemers en zetten hem of haar daarmee onder druk. De keuze is dan aan hen: of ze worden kroongetuige en komen er redelijk van af als ze alles bekennen, onder de voorwaarden dat ze hun buit teruggeven en hun mededaders verklikken, of ze worden zelf aangeklaagd.

    Al op de tweede verhoordag krijgt Frey met deze methode te maken. Meteen bij het begin confronteren Brorhilker en haar collega’s hem met documenten die zijn uitspraken van de vorige dag in twijfel trekken. Ze hebben hem ‘flink bang gemaakt’, zal Frey later zeggen. In februari 2017 vliegt hij zelfs voor drie dagen naar Dubai om andere deelnemers aan de illegale transacties over te halen te gaan praten.

    Uit Freys verklaringen blijkt dat Duitsland slechts een van de vele slachtoffers is. Voor Brorhilker ligt de focus van haar onderzoek echter alleen op dat land, ze is tenslotte een Duitse officier van justitie. Maar de journalisten van het gezamenlijke onderzoeksteam willen Frey graag spreken om te horen of hij wellicht meer weet. Na lange onderhandelingen komt het tot een ontmoeting. Op voorwaarde dat zijn echte naam niet wordt genoemd.

    Europese rooftocht

    In een Keulse loft geeft Benjamin Frey het eerste uitgebreide interview aan Die Zeit. We zitten tegenover een 47-jarige man: haar in een scheiding, glad geschoren, hoog voorhoofd, volle lippen, bril. Maar het gezicht waarnaar we kijken is niet het zijne. Frey draagt een masker dat speciaal voor het interview, dat op camera wordt vastgelegd, is gemaakt door twee maskermakers. De mimiek, zijn lach, is echt, de rest onherkenbaar.

    Frey zegt dat hij bang is voor zijn vroegere handlangers. Daarom wil hij niet herkend worden. Belangrijker nog is dat hij een nieuw bestaan probeert op te bouwen als – bonafide – advocaat. Zijn verleden mag dat niet bezoedelen. Het interview duurt twee volle dagen. Frey zal daarin ook verklaren hoe het zover kwam dat niet alleen Duitsland maar heel Europa werd geplunderd. En hij zal namen noemen: van belastingdieven die nog altijd op vrije voeten zijn.

    Freys verhaal begint in de provincie. Daar waar hij opgroeide, was men ‘arbeider, boer of werkloze’. Maar de jonge Frey wil daar geen genoegen mee nemen. Hij gaat rechten studeren en haalt zijn bul cum laude. Dan vliegt hij naar Londen, op uitnodiging van een groot advocatenkantoor, naar het schitterende Victoria en Albertmuseum waar ze hun jaarvergadering houden. Ze willen Frey contracteren. Bijna tweeduizend advocaten uit de hele wereld zitten aan lange tafels te midden van de schatten van het museum. Als Frey naar boven kijkt, ziet hij de sterren stralen door de grote koepel. Het is 2001.

    Kort daarop gaat hij aan de slag bij het kantoor, werkt iedere dag twaalf, soms wel veertien uur. Vaak gaat het erom de belastingdruk van rijke klanten te verminderen. ‘We hadden allemaal dit beeld voor ogen: de staat is de vijand’, zegt Frey. Als hij op een bepaald moment bedenkt dat de staat wel zijn opleiding heeft gefinancierd, drukt hij die gedachte weg. Twijfels zouden zijn carrière alleen maar schaden. ‘Mijn hebzucht was zo groot’, zegt hij, ‘dat ik me niet met moraal kon bezighouden.’

    Dan, in 2004, leert Frey Hanno Berger kennen. Berger geldt als de begaafdste belastingtiller van Duitsland. Frey, de jongen uit de provincie, bewondert hem om zijn intellect, zijn humanistische vorming, hij is immers zoon van een dominee, en om zijn kennis van het Grieks en Latijn. Frey was, volgens een gerechtelijk onderzoek in 2006, vanaf het begin betrokken bij CumEx-transacties die Berger op touw zette.

    Samen werkten ze op de tweeëndertigste verdieping van de Skyper, een glazen toren in het bankendistrict van Frankfurt. ‘Als je naar beneden kijkt, naar de straat, naar het Taunuspark, zie je alleen maar kleine mensjes’, zegt Frey. ‘Dat was de wereld, de gewone wereld, waar wij niet meer bij hoorden. Wij zaten ver daarboven. Wij keken uit het raam en dachten: Wij zijn de slimsten, wij zijn genieën, en jullie zijn allemaal sukkels.’

    CumEx is in hun ogen een geniale zet. Het gaat er niet meer om belasting te ontduiken, tot nul te reduceren, maar om geld binnen te halen van mensen die zo stom zijn wel belasting te betalen. Aanvankelijk valt het de Duitse staat niet eens op dat de belastingkas wordt leeggehaald. In 2007 wordt pas de eerste poging ondernomen een roof te verhinderen, maar Berger en Frey zijn die te slim af, ze vinden een nieuwe route om de staat op te lichten. De constructies worden steeds ingewikkelder. Vanaf 2011 schrapen ze vele miljoenen bij elkaar met Amerikaanse eenmanspensioenfondsen, die handelen in aandelenpakketten ter waarde van miljarden euro’s. Het is een krankzinnig spel.

    De CumEx-files

    De CumEx-Files is de naam van het onderzoek van een samenwerkingsverband van negentien mediaorganisaties in twaalf landen, waaronder het Nederlandse onlinejournalistencollectief Follow the Money. Net zoals bij de Panama Papers blijven er verhalen gepubliceerd worden uit een gelekt dossier, in dit geval een van 180.000 pagina’s, waaruit valt op te maken hoe een samenzwering van financiële whizzkids, bankiers en andere financiële experts Europese overheden tussen 2001 en 2016 van tientallen miljarden euro’s beroofde. De Duitse overheid was met bijna 32 miljard euro het grootste slachtoffer, Frankrijk zag 17 miljard in rook opgaan, Italië 4,5 miljard en Denemarken 1,7 miljard.

    Er is één bron van ergernis: CumEx-transacties zijn in Duitsland maar één keer per jaar mogelijk, rondom de dag waarop aandeelhouders hun dividenden ontvangen; in Duitsland is dat meestal begin van het jaar. ‘We hadden een duivelse machine uitgevonden’, zegt Frey, ‘maar die werkte altijd alleen maar in het voorjaar.’ En dat was te weinig. ‘Dus kwamen we op het idee een machine te creëren die het hele jaar door werkte, en dat kon alleen met aandelen uit landen waar dividenden tot wel vier keer per jaar worden uitgekeerd’.

    Daarmee werd, volgens het samenwerkingsverband van mediaorganisaties, het begin gemarkeerd van een grote Europese rooftocht. België, Denemarken, Oostenrijk, Noorwegen en Zwitserland bevestigen officieel, of in achterkamertjes, op de hoogte te zijn van geplande en uitgevoerde CumEx-transacties in eigen land. Ook Spanje en Finland vinden documenten waaruit duidelijk wordt dat CumEx-transacties op stapel stonden. In Spanje willen de autoriteiten bevestigen noch ontkennen dat het ook daadwerkelijk tot dubbele teruggaven is gekomen. De Finse autoriteiten gaan ervan uit dat CumEx bij hen geen probleem vormt. Enkelvoudige teruggaven (CumCum) komen in beide landen voor.

    Enkelvoudige teruggaven – dat klinkt ongevaarlijk, maar is het niet. Ook in Frankrijk, Italië en Nederland richtten dat soort teruggaven enorme schade aan. Het spel functioneert in de kern zo: binnenlandse aandeelhouders hebben recht op een belastingteruggave, buitenlandse aandeelhouders niet. Banken hebben daar een verdienmodel van gemaakt. Ze kopen de aandelen van buitenlandse klanten kort voor de uitbetaling van de dividenden op en verkopen ze direct daarna terug.

    De zodoende mogelijk gemaakte belastingteruggave wordt met de klant gedeeld en de staat heeft het nakijken. CumCum-transacties zijn op zich niet illegaal. Maar als een belastingvoordeel het enige doel is, geldt dat toch als een vorm van misbruik. Duitse, Franse en Italiaanse autoriteiten zijn het daarover eens.

    Twee varianten

    Voor professor Spengel zijn CumEx en CumCum twee varianten van zuiver fiscaal gemotiveerde transacties. ‘De bankiers, handelaren en juristen hebben de belastingsystemen van de afzonderlijke landen geanalyseerd, gekeken wat mogelijk is en vervolgens de daarbij passende structuren opgezet.’ Afgelopen jaar berekende Spengel dat het de Duitse fiscus tussen 2001 en 2016 minstens 31,8 miljard euro heeft gekost. Frankrijk zag ten minste 17 miljard in rook opgaan, Italië liep 4,5 miljard mis, Denemarken 1,7 miljard en België 201 miljoen euro. Voor 
de andere getroffen landen zijn er geen officiële 
cijfers beschikbaar.

    Hoe en wanneer de transacties zich over Europa 
hebben uitgebreid, is niet eenvoudig te reconstrueren. CumCum-transacties werden in Duitsland, Frankrijk en Italië al in de jaren negentig uitgevoerd. CumEx-transacties kwamen al vanaf 2001 voor in Duitsland en een paar jaar later ook in Zwitserland (2006) en Denemarken (2012). Zwitserland zorgde 
er in 2008 voor dat het onmogelijk werd CumEx-transacties uit te voeren. In Duitsland lukte dat 
pas in 2012. In Denemarken gaan de onderzochte gevallen door tot in 2017.

    Bijna alle banken deden op de een of andere manier mee aan de transacties, onder meer Deutsche Bank en Commerzbank, evenals grote Amerikaanse 
investeringsbanken. Veel banken hadden afdelingen waarvan de medewerkers intern tax traders werden genoemd. Het fenomeen kwam in de hele branche voor.

    Frey, de kroongetuige, noemt de transacties ‘georganiseerde misdaad in krijtstreeppak’. ‘Iedereen die krediet leverde, die als aandelenhandelaar meewerkte, die als depotbank alleen maar aandelen in 
bewaring had, iedere belegger die geld ter beschikking stelde, wist in feite dat de opbrengsten uit de belastingpot werden gehaald.’

    Centraal in de Europese rooftocht staat een groep Londense aandelenhandelaars. Een van hen is 
Salim Mohamed. Eerst werkte hij voor investeringsbank Goldman Sachs, later trad hij in dienst bij een hedgefonds. Mohamed werkte ook samen met Berger en Frey. In het begin kunnen ze het goed met elkaar vinden. Maar als Mohamed in 2009 op eigen houtje verdergaat en volgens Frey aanspraak maakt op het grootste deel van de winsten, raken ze gebrouilleerd. Berger noemt Mohamed daarna alleen nog maar 
‘die smerige Indiër’. Dat staat in een verklaring van Frey tegenover Brorhilker. Berger ontkent dat, net als de samenwerking met Mohamed. Er zouden slechts ‘een of twee gesprekken’ zijn geweest.

    Met zijn firma EQI handelde Mohamed niet alleen 
in Duitse, maar ook in Spaanse, Oostenrijkse, 
Belgische en Finse aandelen, blijkt uit het onderzoek. In 2010 bijvoorbeeld kocht hij via een firma in 
Malta 6,9 miljoen aandelen van het Spaanse energiebedrijf Endesa en een jaar later via een Iers fonds 10,6 miljoen aandelen van Telekom Austria AG. In alle vijf landen verzocht het Ierse fonds in het jaar 2011 om belastingteruggaven. Waarom zou je maar één land beroven als het ook in andere lukt?

    De wereld van belastingrovers verkennen lijkt op diepzeeduiken: hoe dichter je bij de bodem komt, hoe ongelofelijker de creaturen zijn

    Als we bij de Europese Commissie informeren of CumEx-, CumCum- of verwante transacties op 
Europees niveau zijn besproken, luidt het antwoord: ‘Dat valt onder de bevoegdheid van de nationale 
staten.’ Maar hun fiscale instanties denken vooral aan zichzelf en communiceren nauwelijks met elkaar. Het principe is: wie iets weet, vertelt het niet verder. Wie er niet naar vraagt, krijgt niets te horen.

    De Bondsregering ziet CumEx tot op heden als een Duits probleem. Michael Sell, die deze zomer, op het moment dat hij een gesprek voerde met de journalisten, nog de leiding had over de afdeling Belastingen van het ministerie van Financiën, maar inmiddels met pensioen is, acht de transacties zonder meer illegaal; hij heeft het zelfs over ‘georganiseerde 
criminaliteit’. Maar in zijn ogen is het probleem na een wetswijziging in 2012 opgelost. Het systeem 
van afdracht van de couponbelasting werd destijds zodanig veranderd dat CumEx niet meer mogelijk zou zijn.

    In Sells kantoor hangt een grote wereldkaart waarop alle landen waarmee Duitsland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting 
heeft oranje gekleurd zijn. Dat veel van die landen ook getroffen zouden kunnen zijn, is nooit in hem opgekomen. Later zal het ministerie citaten uit het gesprek met Sell niet autoriseren. Duidelijk wordt dat vrijwel niemand de Europese dimensies van CumEx inschatte.

    De enige organisatie die zich inspant voor een 
systematische internationale uitwisseling is de OESO. Sinds 2007 houdt de organisatie van industrielanden een ‘Aggressive Tax Planning Directory’ bij. Via deze databank kunnen de lidstaten belastingtrucs melden aan alle andere OESO-landen. Maar, zegt Achim Pross, chef van de betreffende afdeling, dat functioneert alleen als die databank ook regelmatig gelezen en aangevuld wordt. Als je nu zoekt op ‘CumEx’, 
komt er maar één match uit Duitsland naar voren en die dateert van 2015.

    Het ministerie van Financiën weet inmiddels al dertien jaar van CumEx-praktijken en heeft er sinds drie jaar een stokje voor gestoken. Het ministerie ontkent desgevraagd niet dat het 
pas in 2015 aan de bel heeft getrokken, maar deelt 
in algemene bewoordingen mee dat men ‘in het 
verleden diverse staten, onder andere op hun 
verzoek, over het procedé bij CumEx-transacties heeft geïnformeerd’. Voor de Europese partners 
komt de waarschuwing veel te laat. De buit is dan al geïncasseerd.

    Steeds nieuwe creaties

    Er komen ook meldingen uit andere landen: Ierland, Spanje en zelfs het verre Australië. Verwarrend is dat men daar vaak met andere begrippen of varianten werkt, wat het lastig maakt de transacties te herkennen en te verhinderen. Er ontstaan steeds nieuwe creaties. In de verhoren van Brorhilker komt Frey te weten welke methode Salim Mohamed gebruikte. Daar was hij, naar eigen zeggen, ‘wel vijf minuten sprakeloos van. Ik was gewoon verbluft’.

    CumEx-deals werken over het algemeen zoals goud zoeken: er moeten enorme hoeveelheden worden omgezet om iets substantieels over te houden. Er is dus enorm veel kapitaal nodig, er moeten miljoenen of zelfs miljarden euro’s van banken worden geleend. Salim Mohamed vond een andere weg: looping. Simpel gezegd worden aandelen daarbij zo snel verhandeld 
in een kringloop, dat het lijkt alsof er veel meer zijn dan in werkelijkheid het geval is. Met één aandeel kun je op die manier drie, vijf of soms wel tien belasting-bewijzen genereren. Een van de verdachten verklaart tegenover Brorhilker dat looping vanaf 2009 is ingezet bij transacties op kosten van Duitsland.

    Mohamed zelf laat niets van zich horen en reageert op geen enkele poging om met hem in contact te komen. Het schijnt hem goed te gaan. In 2015 zette hij een respectabele tijd neer in een hardloop- en wielrenwedstrijd. Hij is ook te traceren op de website van de Esher Church School, een kerkelijke school 
in het graafschap Surrey, iets ten zuidwesten van Londen. Mohamed, de belastingrover, is er een van de stafleden.

    Niet een van de verdachten zit tot dusver in de gevangenis. De bedoeling is dat daar verandering in komt. Brorhilkers gerechtelijke onderzoeken betreffen meer dan honderd personen, onder wie Salim Mohamed. Nog dit jaar kan Brorhilker de eerste 
aanklachten indienen.

    De officier van justitie heeft echter een tegenspeler. Vanuit een Zwitsers bergdorp werkt deze aan de juridische verdedigingsstrategie die haar uiterst nauwkeurige, jarenlange arbeid met één grote klap kan vernietigen. Het is Hanno Berger, de vroegere mentor van kroongetuige Frey. Na een doorzoeking van zijn kantoor, eind 2012, heeft hij zich teruggetrokken in Zwitserland.

    Samen met zijn vrouw en een kleinkind woont hij pal tegenover een skilift en hij straalt uit dat hij volledig in zijn recht staat. Aan de houten eettafel doceert Berger eindeloos over de vraag waarom de CumEx-transacties legaal waren. Die waren niet het probleem, dat was de staat die mensen als hij ten onrechte wil vervolgen. Een ‘vernietigingsveldslag’ volgens hem. Ook naar Berger loopt al jaren een gerechtelijk onderzoek.

    Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren 
de Denen misschien helemaal niet beroofd

    Hij maakt een vermoeide indruk. De verdedigingsveldslag is zijn levenswerk geworden. In eerste instantie draait deze om een van die zeldzame Amerikaanse eenmanspensioenfondsen die voor CumEx-transacties werden gebruikt, het zogenaamde KK Law Firm Retirement Plan Trust. In 2011 werd belastingteruggave gevraagd bij het centrale belastingkantoor in Bonn (BZST). Daar bestond algauw de verdenking dat het mogelijk om bedrog ging. De aanvraag werd afgewezen. Maar KK Law liet het er niet bij zitten en eiste een teruggave van 28 miljoen euro. Volgens BZST werd dat bedrag nooit afgedragen. Die rechtsvordering is niet alleen hondsbrutaal, het is zelfs een poging het hele strafrechtelijke onderzoek van Brorhilker om zeep te helpen.

    Berger wilde meerdere eigenaars van eenmanspensioenfondsen ertoe 
bewegen dergelijke vorderingen in te stellen. De meesten zagen daar niets in. Een van hen noemde Berger (in een afgeluisterd telefoongesprek) een ‘klootzak’. Maar KK Law gaat door. 
Het proces loopt enorm in de papieren, er moeten topadvocaten worden 
ingehuurd. Een ander fonds, dat over miljoenen beschikt, wordt in het leven geroepen om de verdediging mee te financieren.

    Volgens insiders hebben meerdere belastingrovers daaraan meebetaald. Als KK Law zou winnen, 
zo ziet Berger het, dan zou CumEx door een rechtbank legaal worden verklaard en zou iedereen vrijuit gaan. Zo ziet ook professor fiscaal recht Spengel 
het: ‘Als KK Law inderdaad gelijk zou krijgen, betekent dat een bittere tegenslag voor de strafrechtelijke vervolging van CumEx-transacties.’

    De uitspraak wordt waarschijnlijk begin volgend jaar gedaan. Dan is 
de strijd gestreden voor de oude CumEx-garde. Maar wat is er van hun leerlingen geworden? Doen zij nog altijd zulke zaken?

    Young gun

    Om dat uit te vinden, veranderen twee van de journalisten in Felix en Otto. Felix, zo luidt het verhaal, is de arrogante telg uit een Duitse miljardairs-familie, die om fiscale redenen in Zwitserland woont. Hij is wat in die kringen een young gun heet: hij wil zijn familie bewijzen dat hij zaken kan doen, miljoenentransacties met fabelachtige rendementen. Zijn oudere halfbroer Otto is altijd sceptisch, hij waakt met argusogen over het vermogen van de familie.

    Met CumEx en CumCum hebben Felix en Otto een paar jaar geleden goed verdiend. Nu willen ze weer gaan meedoen en een miljoenenbedrag van drie cijfers investeren. Via een brievenbusfirma en een tip uit Dubai nemen ze contact op met een handelaar. Ze spreken af elkaar in Londen te ontmoeten.

    Voor 2500 euro huren ze een suite op de zevenen-dertigste verdieping van wolkenkrabber The Shard. Door het raam, dat tot de vloer doorloopt, kun je de Tower Bridge en St Paul’s Cathedral zien. Felix draagt een Breitling-horloge. Otto heeft zich bij een peperdure herenmodezaak in het pak gestoken. Alles voor de geloofwaardigheid.

    De afspraak is om 14:00 uur. Om 13:51 uur gaat de telefoon. De handelaar is te vroeg. Felix en Otto laten hem wachten. Ze laten hem vijftien minuten later ophalen door hun assistente, die in werkelijkheid de echtgenote van een collega is. De man die beneden wacht, is een leerling van Sanjay Shah, de koning van de belastingrovers. Shah heeft iedereen overtroffen en met zijn CumEx-transacties bijzonder veel schade berokkend. Denemarken heeft door toedoen van Shah 1,3 miljard euro verloren. Dat is zelfs voor Frey nauwelijks te bevatten.

    Hij spreekt bijna eerbiedig over de Brit. Met hem samenwerken hebben Frey en Berger niet eens overwogen: ‘te dubieus’. Zelfs onder belastingrovers bestaan er er taboes – uitsluitend risicobeperkende, geen morele. Shah kende geen grenzen. Frey vindt dat hij ‘autistische trekken’ heeft.

    Niets delen

    In 2011 komt Shah op het idee om van zijn hedgefonds Solo Capital een soort algemene onderneming voor CumEx-transacties te maken. Dat blijkt uit een veertien pagina’s tellend levensverhaal dat Shah voor zijn raadslieden heeft opgeschreven. Normaal heb je voor CumEx-transacties meerdere partners nodig: bankiers, handelaars, makelaars. Maar Shah wil alles onder één dak bijeenbrengen en niets delen. Hij wordt mede-eigenaar van de Hamburgse bank Varengold. Shah kon, beweert Frey, de belastingbewijzen bijna voor zichzelf uitschrijven.

    Shahs aanval op Denemarken begint in 2012, het jaar waarin CumEx in Duitsland onmogelijk wordt gemaakt. Denemarken komt pas drie jaar later in actie, als het door de Britse autoriteiten op de aanval wordt geattendeerd. Had Duitsland tijdig gewaarschuwd, dan waren de Denen misschien helemaal niet beroofd. Shah woont dan allang in Dubai, op de kunstmatig aangelegde eilandengroep Palm Jumeirah. Hij bezit er meerdere huizen, viert feesten op zijn luxejacht en laat popsterren als Lenny Kravitz en Snoop Dogg invliegen voor liefdadigheidsevenementen. ‘De CumEx-aandelenhandelaars zagen hem als een dolle hond’, zegt Frey.

    Shah kan Dubai sindsdien niet meer verlaten. Er lopen in Europa tal van gerechtelijke onderzoeken: in Noorwegen, België, Groot-Brittannië en Duitsland. Maar als Frey hem in februari 2017 probeert te bewegen een verklaring af te leggen, begrijpt Shah helemaal niet wat de Duitsers eigenlijk van hem willen. ‘Ik heb toch maar 50 miljoen?’ zegt hij. Tenminste, zo herinnert Frey het zich. Op schriftelijke vragen van journalisten antwoordt Shah niet.

    Corporate action trading

    In de Londense wolkenkrabber loopt een van Shahs leerlingen de suite binnen. Hij is begin dertig, 
donker getint, draagt een wit overhemd met 
manchetknopen. Hij heeft een gebonden presentatieboekwerk bij zich. Felix, de arrogante miljardairstelg, negeert hem eerst maar eens. Hij doet net alsof hij een medewerker aan de telefoon de mantel uitveegt. Later zullen Felix en Otto de leerling van Shah uithoren.

    Direct na de universiteit, vertelt de dertiger, was 
hij begonnen bij de Maple Bank, de bank die de staat door middel van CumEx-transacties honderden 
miljoenen lichter had gemaakt. Bij het hedgefonds van Shah had hij ‘de fijne kneepjes van het vak’ geleerd en een netwerk opgebouwd. Net voordat 
hij in beeld zou kunnen komen bij het justitieel onderzoek, was hij eruit gestapt. En nu stond hij op het punt iets nieuws te te beginnen.

    Felix ziet het wel zitten met hem. Zijn familie heeft goede ervaringen opgedaan met CumEx-transacties en is op zoek naar mogelijkheden om die markt opnieuw te betreden. Hij vraagt wat de leerling te bieden heeft. De jongeman bladert door zijn presentatie. ‘Ik zou het geen CumEx of CumCum willen noemen’, begint hij. Maar wat hij beschrijft, klinkt verdacht veel naar de bekende, puur fiscaal gemotiveerde aandelenhandel rondom de dag waarop de dividenden worden uitgekeerd.

    Ook Gerhard Schick, afgevaardigde in de Bondsdag en financieel expert van de Groenen, interpreteert de presentatie zo: 
‘Het is een rechtstreekse voortzetting van CumEx 
en CumCum.’ Shahs leerling zelf gebruikt liever een andere naam. ‘Wij noemen het corporate action 
trading.’ De drie belangrijkste markten zijn Frankrijk, Italië en Spanje. Noorwegen, Finland, Polen 
en Tsjechië zijn al getest en vormen ook geen 
probleem. De leerling heeft uitstekende contacten met grote investeringsbanken. Die doen nog 
altijd mee.

    Hoe zit het dan met Duitsland, vragen Otto en 
Felix. ‘Zoals het er nu in Duitsland voor staat’, zegt 
de leerling, ‘zou ik nog minstens een jaar wachten. Iedereen kan rustig zaken in Duitsland blijven doen, begrijpt u me niet verkeerd, en dat gebeurt ook. Maar ik zou nog een jaar wachten.’

    Maar CumEx- en CumCum-transacties waren in Duitsland toch wettelijk onmogelijk gemaakt?’ 
De leerling van Shah grijnst. ‘Er zijn altijd mogelijkheden om dat te omzeilen.’

    Dan wordt er nog een beetje met vaktermen 
gesmeten. Het gaat over counterparties en trading levels. Tot Otto zegt: ‘Kom, laten we niet om te hete brei heen draaien, het geld komt van de belastingen.’

    ‘Natuurlijk’, zegt de handelaar.

    Auteurs: Manuel Daubenberger, Karsten Polke-Majewski, Felix Rohrbeck, Christian Salewski en Oliver Schröm