De Finse rivierstad Oulu, de cultuurhooffdstad van 2026, neemt het absurde serieus met een mengeling van ernst en zelfspot.
De stad Oulu, gelegen aan de grens met de dunbevolkte wildernis van Lapland, dankt haar naam aan de rivier de Oulujoki. In de delta van die rivier barst komende zomer een festival los. Het woord Oulu komt uit de taal van de Samen, van wie er ongeveer duizend in de stad wonen. Onder het motto ‘Cultural Climate Change’ maakt de stad zich op voor een culturele vloedgolf. Oulu was in de negentiende eeuw een van ’s werelds belangrijkste exporthavens voor houtteer en heeft zich de afgelopen decennia ontwikkeld tot een universiteitsstad en hightechmetropool.
De organisatoren leggen de nadruk op de cultuur van de Samen. Na decennialang te zijn blootgesteld aan assimilatie, staat hun cultuur nu volop in de schijnwerpers met een tentoonstelling in het kunstmuseum, rapconcerten en de allereerste Samische opera ooit. Naast deze zogenoemde ‘hoge cultuur’ richt het programma van Oulu2026 zich ook op de cultuur van alledag: van lokale voedselproducenten, gepresenteerd onder het label Arctic Food Lab, tot het saunafestival Naked Truth.
Maar zo levendig en innovatief was de stad niet altijd. In de jaren tachtig nog wijdde rockmuzikant Kauko Röyhkä, zelf afkomstig uit Oulu, een lied aan zijn geboortestad met de titel Paska kaupunni – Rotstad, vaak naar het Engels vertaald als ‘Shitty City’. Zijn boodschap: laat Oulu achter je als je aan middelmaat wil ontsnappen. Een onbekende spoot de songtitel destijds op een muur in het centrum. Tot op de dag van vandaag wordt de graffiti regelmatig verwijderd, om vervolgens net zo hardnekkig weer op te duiken. De tekst geniet in Oulu inmiddels een cultstatus, maar van middelmaat is in de noordelijkste grote stad van Europa allang geen sprake meer.
Schreeuwend mannenkoor
Moet je hier nu blij van worden, of juist bang? De Ode an die Freude die het Mieskuoro Huutajat, oftewel het ‘Koor van schreeuwende mannen’, ten gehore brengt bij de opening van het Europese culturele hoofdstadjaar, klinkt allesbehalve traditioneel. De ode wordt in losse woordgroepen gehakt, op een stampend ritme gezet en vooral: gebruld in plaats van gezongen. Nog wilder klinkt het slaapliedje dat daarna volgt. Toch is het haast onmogelijk om niet meegesleept te worden door de pure energie van deze mannen. Ze treden altijd op in zwarte pakken, met stropdassen gemaakt van oude binnenbanden van auto’s.
‘Ik beschouw het als een voorrecht om een keer per week door mijn mensen te worden toegeschreeuwd,’ verklaart koorleider Petri Sirviö, een jeugdige zestiger met een blonde haardos en die typische mix van ernst en zelfspot die zo goed bij Oulu past. Hoe hij op het idee van het schreeuwkoor kwam, weet Sirviö niet meer. In 1987 besloot de voormalige koorknaap en latere rockbassist een plan waar hij al langer mee rondliep op goed geluk ten uitvoer te brengen. Het geïmproviseerde begin was zo ‘verrassend bevredigend’ dat er sindsdien onafgebroken een keer per week wordt gerepeteerd. ‘We hadden toen geen therapeutische bijbedoelingen, maar ik voel hoe gezond het is om je emoties eruit te schreeuwen. Het voelt goed, het klinkt goed en het is heilzaam voor zowel de schreeuwers als het publiek.’
Het eerste publiek bestond uit de inwoners van Oulu, die door Mieskuoro Huutajat werden verrast met spontane schreeuwconcerten in de openbare ruimte. Inmiddels is het koor een veelgevraagde internationale act. Zijn wortels is het niet vergeten: ‘We deden al aan flashmobs voordat dat woord überhaupt bestond,’ vertelt Petri Sirviö. ‘Je kunt dit koor overal laten optreden, in het Weense concertgebouw of in de supermarkt om de hoek. De omgeving is anders, maar wij blijven hetzelfde.’
In oktober wordt de proef op de som genomen wanneer de schreeuwende mannen uitgerekend in de opera Carmen optreden. Die wordt uitgevoerd door het stadsorkest Oulu Sinfonia onder leiding van de Britse dirigent Rumon Gamba. Naast het koor staat dan Israel Galván op het podium, misschien wel de beroemdste flamencodanser van dit moment.
Aaltosiilo
De schreeuwende Finnen en de dansende Andalusiër met een bloem in het haar kennen elkaar al lang. In 2023 kusten ze – nee, stampten en brulden ze – samen een gebouw wakker uit zijn Doornroosjeslaap. Het bouwwerk, dat gepland stond om gesloopt te worden, had decennialang staan verkommeren aan de rand van de stad. Het gaat om de silo van een voormalige papierfabriek, nu bekend als de Aaltosiilo. Het gebouw werd in 1931 ontworpen door Alvar Aalto, de vader van de Finse moderne architectuur. Zowel de ongebruikelijke Spaans-Finse performance in het ranke, kathedraalachtige betonnen bouwwerk als de redding ervan is te danken aan de Britse architecte Charlotte Skene Catling. Dat gebeurde als volgt: tijdens de pandemie werkte ze met haar man, kunstenaar Adam Lowe, in Sevilla. Ze leed onder de Andalusische hitte toen ze op een advertentiesite op een interessante aanbieding stuitte. ‘Op die grappige kleine website, waar normaal gesproken autobanden, visgerei en buitenboordmotoren worden verkocht, stond het eerste industriegebouw van Alvar Aalto te koop. De prijs bedroeg 6000 euro,’ vertelt ze geamuseerd.
‘Om wat verkoeling te zoeken, boden we nog eens 250 euro extra, en nu staan we hier in Oulu met dit behoorlijk ambitieuze project.’ Sinds die eerste vonk van Galván en de schreeuwende mannen veranderde de silo stap voor stap in een cultureel centrum. De opening vond plaats in maart 2026, maar ondanks de verbouwingen vinden er nu al het hele jaar door performances, filmvertoningen, tentoonstellingen en theatervoorstellingen plaats.
Tegelijkertijd dient de silo als proeftuin voor de restauratie van vergelijkbare objecten. ‘Dit gebouw werd niet voor mensen ontworpen, maar voor industrie,’ legt Charlotte Skene Catling uit. ‘Het heeft vrijwel geen ramen, is niet geïsoleerd en heeft slechts 10 centimeter dikke betonnen muren. Als we dit gebouw geschikt kunnen maken voor mensen, dan kan dat met elk gebouw.’ Het werd ingewijd zoals in Finland van oudsher huizen worden ingewijd: met een sauna.
Öyly
‘Sauna, dat is voor ons zo gewoon als tandenpoetsen,’ legt Katri Tenetz uit, die als programmaontwikkelaar verantwoordelijk is voor het saunagedeelte van het culturele hoofdstadjaar. En omdat de sauna zo’n vanzelfsprekend onderdeel is van het Finse dagelijks leven, voelt een saunabezoek in Finland heel anders aan dan in de rest van Europa. Geen sprake van verbeten zweten tot de saunameester je verlost met een strak geregisseerde opgietsessie. Geen geconcentreerd stilzwijgen, geen deuren die op slot gaan en geen opzichtig naakt. Buiten de familiekring draag je badkleding, je loopt in en uit wanneer je wilt en je kletst met de andere saunagangers.
De sauna is een plek voor ongedwongen samenzijn. Het was van oudsher het hart van elk Fins huis: het werd als eerste gebouwd en was de plek waar men niet alleen samenkwam voor de lichaamsverzorging, maar ook om de was te doen. De Finse saunacultuur is ongedwongen en kent geen hiërarchie. Bovenal is er geen sprake van een vast opgietritueel. Iedereen giet water op de hete stenen wanneer hij of zij daar zin in heeft.
Wat daarbij ontstaat, heeft dan toch weer iets mysterieus: ‘We noemen de stoom die vrijkomt löyly. Daar is eigenlijk geen goede vertaling voor,’ aldus de saunaexpert. ‘Als je een sauna hebt, kun je alle negatieve dingen in je leven achterlaten op de stenen en in de löyly. En als je eruit komt, voel je je als herboren.’
In juni vindt in het kader van het culturele hoofdstadjaar een saunafestival plaats aan de rivier de Oulujoki, waaraan tien sauna’s deelnemen. Het festival nodigt bezoekers uit om de sauna te ervaren als een plek voor ontmoeting en dialoog. De naam van het festival: Naked Truth. Ook de mannen van Huutajat zijn in de sauna te zien, maar dan niet schreeuwend, maar huilend: Weeping Men is de titel van een performance van de groep CuntsCollective in september, waarin de sauna centraal staat als plek van transformatie en wedergeboorte.
WK luchtgitaar
Tussen deze twee evenementen ligt de noordse zomer, die een aantal hoogtepunten in petto heeft. Zoals het Delta Life-festival in het laatste weekend van augustus, dat artiesten uit verschillende disciplines op één podium samenbrengt. Naast de onvermijdelijke schreeuwende mannen treden daar ook andere podiumsterren op waar Oulu beroemd om is, maar wier kunst volkomen stil is: de deelnemers aan het jaarlijkse Wereldkampioenschap Luchtgitaar. Dat evenement heeft een even lange traditie als Mieskuoro Huutajat en bezorgt Oulu sinds 1996 een vrolijk en kleurrijk festival onder het motto ‘Make air, not war.’
De wedstrijd van de virtuozen op het denkbeeldige snaarinstrument is een curieuze mix van artistieke ambitie en zelfspot. ‘Op het eerste gezicht draait het natuurlijk om plezier, we weten best dat we er belachelijk uitzien,’ legt Aapo Rautio uit. De rustige, bedachtzaam ogende zesentwintigjarige met zijn verzorgde baardje verdient zijn geld als barkeeper en toneelschrijver, maar is ondertussen ook regerend wereldkampioen luchtgitaarspelen. Hij veroverde de titel in 2023 met veel zwarte schmink op zijn gezicht, een waanzinnige blik en warrig, uitstaand haar onder de artiestennaam The Angus.

‘Maar eigenlijk gaat het erom dat hier een internationale gemeenschap in naam van de wereldvrede samenkomt en er dus samen belachelijk uitziet.’ De luchtgitaristen beschouwen zichzelf als een grote familie: ze headbangen, lachen, huilen en vieren samen feest. Rondom het WK worden workshops aangeboden waarin grote namen uit de wereld – zoals Aapo Rautio, die in 2026 met een gitaarsolo uit Andrew Lloyd Webbers The Phantom of the Opera opnieuw om de titel zal strijden – hun kennis uitwisselen.
‘Op het podium sta je er helemaal alleen voor en heb je niet eens een instrument. Je moet de ruimte vullen met jezelf, met je performance, je bewegingen, je gezichtsuitdrukking. Dat kan behoorlijk lastig zijn,’ zegt Rautio. Het belangrijkste criterium waarop de deelnemers worden beoordeeld, heet Airness: ‘Het publiek moet voelen dat de muziek daadwerkelijk uit je instrument komt’– geen eenvoudige opgave als het instrument niet eens bestaat.
Misschien is het juist dankzij dit soort excentrieke, maar uiterst serieus genomen bezigheden dat de Finnen inmiddels al acht jaar op rij zijn uitgeroepen tot het gelukkigste volk ter wereld.















