Tag: Fleur Jaeggy

  • Elena Ferrante, 
het misverstand

    Elena Ferrante, 
het misverstand

    Door haar Napolitaanse vierluik is ze in het buitenland de ster van de Italiaanse literatuur geworden. Is die reputatie terecht? Schrijver Paolo Di Paolo heeft zo zijn twijfels.

    Het amusantst is het klakkeloos verwijzen naar Elena Ferrante. Zodra er in het buitenland een vertaling van een Italiaanse roman verschijnt, wordt ze van stal gehaald. Komt de roman La Ferocia van Nicola Lagioia uit in de Verenigde Staten, dan ademt het boek de sfeer van Elena Ferrante. Verschijnt Lettera a Dina van Grazia Verasani in Portugal, dan ‘zullen de fans van Elena Ferrante hun geluk niet op kunnen’. Zelfs Anna Maria Ortese, oneindig veel briljanter dan ‘de ster van de Italiaanse letteren’, ziet zich met haar vergeleken: het toppunt is wel dat op het omslag van de Engelse uitgave van Orteses boek Il mare non bagna Napoli een zin van Elena Ferrante prijkt.

    Moeten we daar blij om zijn, of is het reden voor ongerustheid? Het lijdt geen twijfel dat het buitenland door dit verpletterende succes de indruk heeft gekregen dat de Italiaanse literatuur niet is gestorven met Italo Calvino en Umberto Eco. Met name in de Amerikaanse cultuur waren het essay ‘Lezioni 
americane’ van de eerste en de roman De naam van de roos van de tweede de laatste teksten die de muur 
van de academische en intellectuele elite hadden geslecht. Elena Ferrante is nog verder gegaan door zowel miljoenen lezers als de critici te verleiden. 
Italiaanse faculteiten in het buitenland laten geen gelegenheid voorbijgaan om De geniale vriendin aan een kritische analyse te onderwerpen. In Italië heeft de universiteit over het algemeen weinig op met contemporaine creaties. Maar het feit blijft dat de schrijfster zonder gezicht een uitgevershype is geworden.

    Marketing

    Marketing alleen is duidelijk niet voldoende (zoals meestal) om deze geestdrift te verklaren. Recentelijk is mij door een Franse en een Zweedse journaliste naar de redenen gevraagd voor dit immense succes van Elena Ferrante. Ik kwam niet verder dan wat bête gestamel. Maar het verstandigste antwoord is ook het meest voor de hand liggende: ik weet het niet.

    Eminente bewonderaars, variërend van Ferrante-vertaalster Ann Goldstein en romanschrijfster en Pulitzer-winnares Jhumpa Lahiri tot Hillary Clinton en Jonathan Franzen, hebben op de Amerikaanse markt duidelijk gewicht in de schaal gelegd. Maar ook in Duitsland, Frankrijk, Nederland en Spanje voert Elena Ferrante de bestsellerlijsten aan.

    De fervente aanhangers van de schrijfster zien daarin een bewijs van haar grootsheid, van de universele kracht van haar verhalen en haar personages. Maar als we het alleen maar over Nutella of Kindersurprise hadden, zou het adjectief ‘goed’ volstaan. Literair gezien echter zou die vlag de lading naar 
ik vrees hooguit bij benadering dekken. Met als resultaat dat willekeurig welke vertaalde Italiaanse schrijver aan Elena Ferrante doet denken. Dat is niet goed, en het is jammer.

    Elena Ferrante heeft weinig te maken met de rest van de Italiaanse literatuur van de afgelopen jaren, 
of preciezer gezegd met de meest vernieuwende 
literatuur van de afgelopen jaren. Ze praat met een zachte en lichtelijk fletse stem die aan een boek uit rond 1950 doet denken. Het is een schrijfster (of schrijver, je weet maar nooit, in elk geval nog niet) die door de leden van de literaire bewegingen Gruppo 63 of Cannibali uit de jaren negentig als ongenietbaar zou zijn beschouwd. Ze mist de inventiviteit en de herkenbare stijl van haar evenzeer aanbeden (Franse) generatiegenote Annie Ernaux – en wie het tegendeel beweert begrijpt weinig van boeken.

    Les Années van Annie Ernaux volgt zijn personages grosso modo gedurende een even lange periode als De geniale vriendin, met dien verstande dat Ernaux de kaarten opnieuw schudt, ze door elkaar husselt, ze 
in stukjes hakt, er lyriek van maakt, een elegie, er een unieke stem aan geeft. Elena Ferrante rangschikt de feiten in een lineaire volgorde, met een futloze stem die niet valt te onderscheiden van een menigte 
identieke stemmen. De surrealisten karikaturiseerden in één zin – ‘Om vijf uur verliet de markiezin het huis’ – alles wat hun aan de realisten tegenstond. Gingen ze daarmee niet een beetje ver? Jawel. Maar in de romans van Elena Ferrante kun je lezen – al is dat op zichzelf niet slecht, let wel – dat ‘ze op een avond op de deur klopten’.

    Er schuilt altijd veel waars in gemeenplaatsen. Maar je kunt niet zeggen dat het Napels van Ferrante een Napels is dat afwijkt van de platgetreden paden, 
een Napels waarvan de lezer in Parijs, Düsseldorf of Manhattan zal opkijken

    Als je de tweetalige lezers mag geloven is de Amerikaanse vertaling van Goldstein mooier dan het origineel, rijker. De Duitse vertaling is Duitser, de Franse vertaling eleganter. Een glibberig terrein, waar objectiviteit praktisch onmogelijk is. Je kunt je waarschijnlijk gemakkelijker afvragen of het imaginaire van haar verhalen vertaalbaar is en zo ja, tot op welke hoogte.

    Het Napels uit het eerste deel, De geniale vriendin, staat bol van de clichés: het rumoerige verkeer, de stemmen, de kleuren, de feestelijke sfeer die overal heerst. Er is meteen al een pizzabakker, een verkoper van groente en fruit. De Vesuvius heeft een tere pastelkleurige vorm, met aan de voet de witte stenen van de stad, het aardkleurige silhouet van het Castel 
dell’Ovo, de zee. En wat voor zee! Vreselijk woelig, die zee. Er hangt een buitengewoon licht en vervolgens, bij wijze van contrast, de zwartheid van een wijk die verzadigd is van spanning en geweld. De stralende stad en de zwarte stad.

    Er schuilt altijd veel waars in gemeenplaatsen. Maar je kunt niet zeggen dat het Napels van Ferrante een Napels is dat afwijkt van de platgetreden paden, 
een Napels waarvan de lezer in Parijs, Düsseldorf of Manhattan zal opkijken. Het is geen Malaparte, geen Domenico Rea, geen Raffaele La Capria en zelfs geen Fabrizia Ramondino, met wie Ferrante toch vergeleken is. Het is op en top Ferrante – met heel wat minder verrassingen, zowel qua taal als qua beelden.

    Elena (bijgenaamd Lénu) en Lila, de twee vriendinnen uit het vierluik, zijn zonder twijfel sterke personages die indruk maken, en hoewel Elena Lila als de kwaaie pier afschildert, is haar eigen personage ook niet bepaald sympathiek. Je krijgt vaak het idee dat het aan het personage ligt wie de grootste gemenerik is, en ook de mannen doen hier een niet onbelangrijke duit in het zakje. De sage blijft op koers, het is een vervolgverhaal in de goede zin van het woord (binnenkort te zien als televisieserie van de hand 
van Saverio Costanzo), maar de lof die de onzichtbare Ferrante van haar Italiaanse collega’s krijgt toegezwaaid lijkt desondanks lichtelijk overdreven.

    Idolate hofhouding

    Ook al zijn ze nog niet half zo lovend over andere succesauteurs – en verwaardigen ze zich niet eens die te lezen – hun bewondering voor Elena Ferrante steken ze niet onder stoelen of banken. Het is de 
idolate hofhouding van de Onzichtbare, of liever gezegd Semi-Onzichtbare, sinds ze een wekelijkse column op pagina 3 van The Guardian ondertekent. 
En als ik er nog een ironisch schepje bovenop mag doen, sommigen putten zich uit in conformisme en pluimstrijkerij; lees alleen maar de begeesterde interviews in de bundel La Frantumaglia, waaruit een eerbied spreekt waarop zelfs Elsa Morante in haar hoogtijdagen niet hoefde te rekenen.

    In een recent interview zei de grote Amerikaanse schrijfster Nicole Krauss, in plaats van als een 
papegaai de naam van Elena Ferrante te herhalen, van Fleur Jaeggy te houden. En raad eens in welke taal Fleur Jaeggy schrijft? In het Italiaans. En ze schotelt ons schitterende bladzijden voor. Het immense succes van een schrijfster zonder gezicht is op zichzelf niet slecht, integendeel, maar de Italiaanse literatuur van gisteren en vandaag is allesbehalve ‘geferrantiseerd’. Ik zal nooit nalaten daarop te wijzen. Zo wordt het tenminste ergens geboekstaafd.

    Auteur: Paolo Di Paolo
    Vertaler: Yond Boeke

    La Repubblica
    Italië | dagblad | oplage 650.000

    Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD).

    Elena Ferrante

    Ondanks talloze naspeuringen is de identiteit van Elena Ferrante nog steeds niet met zekerheid bekend, behalve dat we weten dat het om een man, een vrouw of meerdere personen gaat. De schaarse interviews die de schrijfster/schrijver heeft gegeven waren schriftelijk. Haar Napolitaanse vierluik, in Italië gepubliceerd tussen 2011 en 2014, is in meer dan veertig talen vertaald. Het dagblad La Repubblica wist in oktober 2017 te melden dat er wereldwijd al meer dan tien miljoen exemplaren over de toonbank waren gegaan. De afgelopen weken hebben diverse Italiaanse schrijvers in L’Espresso het fenomeen Elena Ferrante besproken, hetzij om de intrinsieke kwaliteiten van haar werk te benadrukken, hetzij om die te relativeren, zoals Paolo Di Paolo hier doet.

    Paolo Di Paolo

    Paolo Di Paolo (Rome, 1983) heeft Italiaanse taal- en letterkunde gestudeerd en diverse literaire prijzen ontvangen. Hij debuteerde in 2003 met de verhalenbundel Nuovi cieli, nuove carte en heeft sindsdien romans, toneelstukken en verhandelingen over met name Italiaanse literatuur geschreven. Hij publiceert regelmatig in kranten en tijdschriften.