Honderdvijftig medewerkers in het ziekenhuis opgenomen
Tientallen vrouwen in het Indiase Chennai zijn weer vrijgelaten nadat ze waren opgepakt voor het blokkeren van een belangrijke snelweg. De blokkade was een protest vanwege een voedselvergiftiging bij Foxconn, waardoor honderdvijftig medewerkers in het ziekenhuis moesten worden opgenomen, bericht South China Morning Post.
Foxconn is een toonaangevende fabrikant van elektronische componenten voor onder meer iPads en iPhones van Apple; Kindles van Amazon en PlayStations van Sony. Het is het tweede geval van onrust bij een Apple-leverancier binnen een jaar. Landen als India, en ook Mexico en Vietnam, worden steeds belangrijker voor contractfabrikanten die aan Amerikaanse merken leveren, vanwege de handelsoorlog tussen China en de VS.
Arbeiders in Vietnam worden dag en nacht in fabrieken te werk gesteld om ervoor te zorgen dat producten van Samsung, Apple en andere cruciale techproducenten tijdens de pandemie de schappen blijven vullen.
Lam Le, actief als freelance journalist in Hanoi, schreef voor Rest of World een artikel over de omstandigheden in de techfabrieken van Vietnam tijdens de lockdown. Omstandigheden die iedereen aangaan, want, zo schrijft Lam Le: ‘Als een opgewonden koper een gloednieuwe Samsung-telefoon uit de verpakking haalt, dan is die telefoon waarschijnlijk voor het laatst aangeraakt op een industrieterrein in Noord-Vietnam. Vietnam is namelijk de grootste productiebasis van Samsung ter wereld. In het noorden produceert het Zuid-Koreaanse bedrijf mobiele telefoons en tablets en in het zuiden consumentenelektronica zoals wasmachines en koelkasten.
Tienduizenden werknemers van Samsung wonen er in kale, steriele slaapzalen of in krappe huurwoningen die in de jaren 2010 zijn verrezen in de rijstvelden rondom de fabrieken. De meeste werknemers hebben hun ouders en familie achtergelaten op het platteland, gelokt door het vooruitzicht van stabiliteit en een beter loon in de industriegebieden. Als je erdoorheen rijdt, zie je logo’s van grote bedrijven als Canon en van Foxconn, de belangrijkste toeleverancier van Apple.’
In 2020 en aan het begin van dit jaar leek Vietnam het coronavirus aanvankelijk op onverklaarbare wijze te weerstaan. De export van elektronica steeg explosief. Maar tegen eind mei begonnen de covid-19-gevallen snel op te lopen; er ontstonden besmettingsclusters rond de productiecentra in het noorden, en in de steden en productiecentra die tot dan toe normaal functioneerden, begon het dagelijks leven hinder te ondervinden.
In sommige gevallen kregen werknemers zelfs vroegtijdig toegang tot vaccins
Grote technologiebedrijven, die al te lijden hadden onder verstoringen in de toeleveringsketen in andere delen van de wereld, konden het zich niet veroorloven de productie in Vietnam stil te leggen. In plaats daarvan hielden zij hun fabrieken op alle mogelijke manieren draaiende: door werknemers in isolatie te plaatsen, hen te onderwerpen aan strenge viruscontroles, veel geld uit te geven aan huisvesting, de lonen te verhogen en in sommige gevallen zelfs vroegtijdig toegang te geven tot vaccins.
Terwijl consumenten in het Westen te horen kregen dat hun gadgets dit jaar waarschijnlijk niet op tijd voor Kerstmis zouden aankomen vanwege een wereldwijd tekort aan chips en overvolle zeehavens, stelde de Vietnamese regering fabriekseigenaren in feite voor een ultimatum: fabrieken sluiten of een veilige manier vinden om werknemers te isoleren van de rest van de bevolking.
Verhuizen
Eind mei werden de werknemers van Samsung Display in de Vietnamese industrieprovincie Bac Ninh voor een soortgelijke keuze gesteld: ze konden thuisblijven zonder diensten te draaien en dus zonder inkomsten, of verhuizen naar door het bedrijf aangewezen woonruimte en hun baan behouden, met een beetje extra loon als goedmakertje.
Nam, een drieëntwintigjarige die op de afdeling milieuveiligheid van Samsung werkt, koos voor het laatste. Hij had niet veel te verliezen. Binnen enkele dagen bevond hij zich in de zinderende zomerhitte van 38 graden met een tiental collega’s in een nabijgelegen school, in een verlaten klaslokaal zonder bedden, ventilatoren of airconditioning. Slechts enkele van zijn collega’s droegen gezichtsmaskers. ‘Daarbinnen was de telefoon mijn enige vriend’, zegt Nam. Overigens is zijn naam, en die van andere arbeiders, veranderd om hen te beschermen tegen represailles.
Na twee dagen lang klagen werden de arbeiders overgeplaatst naar een fabrieksterrein waar de grenzen tussen werkplek en thuis compleet vervaagden. Bijna drie weken lang sliep Nam op een matras in een magazijn, samen met ongeveer honderd andere mannelijke collega’s, en pendelde hij tussen zijn slaapplek, de bedrijfskantine en de productielijn die onophoudelijk bleef draaien. Zijn leven draaide om beeldschermen; voor de fabriek het belangrijkste product en voor Nam zijn broodwinning. In de schaarse pauzes verschoof zijn aandacht naar het beeldscherm van zijn telefoon, de enig mogelijke vorm om contact te onderhouden met familie en vrienden.
Voor de arbeiders betekenden de maatregelen extreme isolatie, uitputting en geestdodende eentonigheid
Dit coronaregime, waaronder Nam en de anderen moesten werken, wordt ‘drie-op-één-plek’ genoemd: werknemers werken, eten en slapen in dezelfde ruimte. Samsung was een van de eersten die deze door de Vietnamese regering opgelegde regeling volgde. De regering voelde zich verplicht om haar ‘zero covid’-strategie kracht bij te zetten en buitenlandse investeerders te verzekeren dat toeleveringsketens in hoog tempo producten zouden blijven rondpompen, denkt Le Hong Hiep, van het economische onderzoekscentrum ISEAS-Yusof Shak Institute in Singapore.
Voor de arbeiders betekenden de maatregelen extreme isolatie, uitputting en geestdodende eentonigheid. Ze spreken van een zomer van schijnbaar eindeloze arbeid, verergerd door weinig slaap en geen enkele privacy. In anonieme gesprekken maar ook publiekelijk op TikTok en Facebook, deelden ze verhalen over constante wachtrijen, controles, en lange werkdagen die eindigden met nachtrust op matjes, kartonnen bedden of in tenten.
‘Die arbeiders hebben waarschijnlijk de economie van Vietnam gered’, zegt Julien Brun, managing partner bij CEL, een adviesbureau voor toeleveringsketens in Ho Chi Minh-stad. ‘Zonder hen zouden fabrieken hebben moeten sluiten en waren alle activiteiten stil komen te liggen.’
Elektronica-industrie
Aan het begin van dit millennium richtte Vietnam zich op het ontwikkelen van een elektronica-industrie. Samsung opende in 2009 een smartphonefabriek in Bac Ninh in het noorden. In Ho Chi Minhstad in het zuiden, dat van oudsher al migranten aantrok, vestigde Intel zich met een enorme chipfabriek en testfaciliteiten in 2010.
Maar de hoofdprijs was het onontwikkelde noorden, met wegverbindingen naar de hoofdstad Hanoi, de havenstad Haiphong en de Chinese grens. In de loop van twee decennia, terwijl Vietnam toetrad tot de Wereldhandelsorganisatie, vrijhandelsovereenkomsten ondertekende en de vennootschapsbelasting verlaagde en ondertussen overvloedige goedkope arbeidskrachten leverde, kwamen steeds meer grote spelers naar de noordelijke kust.
Na Samsung kwamen Apple-leveranciers Foxconn, Luxshare, GoerTek en anderen. Uitgestrekte rijstvelden in Bac Ninh en Bac Giang veranderden in snelwegen, slaapzalen en strakke raamloze fabrieken waar telefoons en tablets in elkaar worden gezet om naar eindgebruikers te worden verscheept, en waar ook elektronische componenten worden gemaakt. In 2020, twintig jaar na het begin, was Vietnam opgeklommen van de zesenveertigste naar de elfde plaats op de ranglijst van grootste elektronicaexporteurs ter wereld.
Die opkomst was ook speelbal van externe gebeurtenissen. Terwijl de handelsoorlog tussen de VS en China meer productie naar Vietnam bracht, werkte de pandemie dit weer tegen, waardoor fabrieksuitbreidingen voor Apple AirPods en Google Pixel-telefoons werden uitgesteld.
Besmettingen in de noordelijke productiezones waren verantwoordelijk voor het merendeel van alle gevallen in Vietnam
De eerste echte schok kwam in mei 2021, toen leveranciers van Samsung en Apple zagen dat de zeer besmettelijke deltavariant zich als een lopend vuurtje door krappe arbeidersverblijven verspreidde. Clusters van besmettingen in de noordelijke productiezones van Bac Giang en Bac Ninh waren verantwoordelijk voor het merendeel van alle gevallen in Vietnam. Op 17 mei bevalen de autoriteiten van Bac Giang sluiting van vier industriële zones waardoor fabrieken van Foxconn en Luxshare, beide leveranciers van Apple, werden gedwongen hun activiteiten gedurende tien dagente staken.
De bedrijven werden verrast, want de achttien voorgaande maanden tijdens welke de pandemie buiten de deur werd gehouden, hadden vertrouwen gewekt. ‘Niemand was erop voorbereid’, zegt Julien Brun, die zich herinnert hoe zijn klanten – elektronica-, textiel- en meubelproducenten – moesten improviseren toen ‘drie-op-één-plek’ werd ingevoerd. ‘Niemand had een perfect plan. Het was zoiets als: “Oké, we hebben nog twee dagen. Schrijf je in voor twee maanden. Neem je spullen mee en we zien wel hoe gaat.”’
Vergeleken met werknemers van Samsung Display hadden bepaalde arbeiders het geluk om in hotels te worden geplaatst, hetgeen voor bedrijven soms aanzienlijke kosten met zich meebracht. In juli werd Viet, een onderaannemer van een project bij Intel, opgepikt in zijn huis in de ‘rode zone’, een gebied met een hoge besmettingsgraad in Ho Chi Minhstad, en vervolgens ondergebracht in een vijfsterrenhotel. Daar leefde hij een enigszins luxueus, zij het repetitief leven, nam foto’s van de skyline, deed squats en push-ups, keek films op zijn flatscreen-tv en woonde op zondagen online de mis bij.
Vanwege zijn cruciale en moeilijk te vervangen functie woonde Viet zonder huisgenoten, om het risico op infectie te minimaliseren.
‘Ik had geluk’, zegt hij. ‘Was ik thuis gebleven, dan was ik mogelijk wel besmet geraakt.’ Zelfs rijke families in Ho Chi Minhstad waren bang dat ze niet aan voldoende voedsel konden komen. Elke werkdag nam Viet de bus door de stille, afgesloten stad, samen met vijftien andere arbeiders, in een voertuig met vijftig zitplaatsen.
Foxconn
Ook bij Foxconn was de waarde van arbeiders duidelijk. De in Taiwan geregistreerde Apple-toeleverancier wist precies wat hij moest doen. Twee medewerkers van een lokale dochteronderneming vertellen over een zeer gereguleerd programma met QR-trackingcodes, desinfectie, segregatie en zelfs voorrang tot vaccins.
Dat, vijfentwintig, die drie jaar bij Foxconn werkte, waar hij iPhone-oplaadkabels maakte, zegt dat hem een loonsverhoging werd aangeboden waardoor zijn maandloon met bijna een derde steeg naar tussen de 13 miljoen en 14 miljoen Vietnamese dong, ruim 500 euro. Hij werd medio juni gevaccineerd, kort nadat de fabriek zijn activiteiten weer mocht hervatten. Hij behoort daarmee tot de eerste 2 procent van de ongeveer 100 miljoen inwoners die werd gevaccineerd.
In ruil daarvoor moest hij elke werkdag om 6 uur ’s ochtends opstaan en zich vervolgens haasten om samen met zijn zeven huisgenoten in de brandende zon te wachten op een shuttlebus. Hij scande elke dag zijn QR-code op zijn busstoel, elke keer dezelfde code, en dan nog eens tijdens de lunch in de kantine die uit voorzorg in hokjes was verdeeld. Boven de hoofden van de etende werknemers hing een groot bord met de instructie: ‘Als je klaar bent met eten, ga dan meteen aan de slag. Niet praten.’ Die strenge regels stelden Dat zelfs gerust. ‘Ik had respect voor mijn eigen gezondheid.’
Intel bevestigt dat werknemers meer dan twee maanden in hotels werden gehuisvest en looft de ‘veerkracht’ en ‘persoonlijke opoffering’ van het personeel
De bedrijven moesten hiervoor diep in de buidel tasten. Het kostte Intel in een maand tijd 140 miljard dong, ongeveer 5,3 miljoen euro, hetgeen volgens het bedrijf een blijvend effect heeft op de budgettering en productieplannen. Intel bevestigt dat werknemers meer dan twee maanden in hotels werden gehuisvest en looft de ‘veerkracht’ en ‘persoonlijke opoffering’ van het personeel voor het continueren van de activiteiten gedurende de zomer. Foxconn reageerde niet op verzoeken om commentaar.
Toch waren wijdverbreide fabriekssluitingen uiteindelijk onvermijdelijk. De fabriek voor consumentenelektronica van Samsung in Ho Chi Minhstad werd voor een korte periode gesloten voordat de productie werd hervat met ‘drie-op-één-plek’. Foster Electric, een leverancier van Apple in de provincie Binh Duong, huisvestte zijn arbeiders in tenten. Enkele elektronicafabrieken die ‘drie-op-één-plek’ hanteerden, registreerden ondanks alle voorzorg toch uitbraken.
‘Het zijn de beroemde bedrijven die de neiging hebben om elk risico op een slecht imago te vermijden’, zei Julien Brun. ‘Maar bij gewone onderaannemers die niemand kent, heb ik machtsmisbruik gezien.’
Een dochteronderneming van het Japanse bedrijf Nidec was wat dat betreft berucht. Op 17 augustus werd de fabriek van Nidec in Ho Chi Minhstad door de lokale autoriteiten gesloten omdat niet aan de veiligheidsnormen werd voldaan. Er waren positieve gevallen van covid-19 ontdekt onder werknemers die waren gehuisvest in tenten in een op een parkeergarage gelijkend gebouw van drie verdiepingen. Eerder, in juli, waren de activiteiten van het bedrijf ook al eens opgeschort nadat werknemers positief waren getest.
Tiktok
Vanaf juli kregen de fabrieken weer ademruimte: de strijd begon vruchten af te werpen en de Vietnamese productie-index voor computers, elektronica en optische producten begon maand-op-maand weer te verbeteren. Afgelopen september overtrof de index zelfs het niveau van twee jaar geleden, maar bleef nog wel onder dat van vorig jaar.
Bedrijven hebben zich ook aangepast. Na klachten heeft Samsung Display waterleidingen gerepareerd, douches geïnstalleerd en meer dekens en matten geleverd aan zijn vrouwelijke werknemers, zo vertelt Lien, een onderaannemer. Ze zegt dat haar angst is afgenomen. Werknemers worden regelmatig twee tot drie keer per week getest en ‘iemand die zijn mondkapje afdoet, moet zich onmiddellijk laten testen’. Sommige van haar nerveuze collega’s hebben ervoor gekozen om zich terug te trekken en thuis te blijven, hetgeen een grotere werkdruk betekent voor degenen die zijn gebleven.
Het leven van deze werknemers is normaal gesproken ondoorzichtig voor buitenstaanders, gezien de geldende beperkingen op het delen van informatie. Die gaan zelfs zover dat sommige arbeiders zeggen dat wanneer ze de fabriek binnenkomen, hun telefooncamera’s worden afgedekt met een zegel om lekken van productinformatie te voorkomen.
Er ontstond een TikTok-subgenre met filmpjes waarin Vietnamese fabrieksarbeiders een inkijkje geven in hun leven
Toch ontstond een TikTok-subgenre met filmpjes waarin Vietnamese fabrieksarbeiders een inkijkje geven in hun leven. Sommigen filmpjes tonen enorme fabrieksgebouwen; op andere zijn lange rijen jonge mensen te zien die op motorfietsen naar een fabriek rijden en weer andere tonen werknemers die telefoons in elkaar zetten. Vaak worden fragmenten van dagelijkse routines verweven met melancholische liedjes. ‘De grootste fout in mijn jeugd, was het inwisselen van een schooluniform voor het uniform van een fabrieksarbeider’, is te horen op een achtergrondtrack, die in al meer dan drieduizend video’s is gebruikt.
In augustus maakte het ministerie van Industrie en Handel bekend dat werknemers vermoeid raakten en dat de kosten van ‘drie-op-één-plek’ te hoog opliepen. Eind september gaf Vietnam aan niet langer een ‘zero covid’-strategie te zullen nastreven. In plaats van een hele fabriek te sluiten als een paar positieve gevallen worden ontdekt, hoeven nu alleen naaste contacten van geïnfecteerde werknemers te worden geïsoleerd. Voor volledig gevaccineerd personeel mogen bedrijven nu flexibelere regelingen hanteren.
Zowel in de zuidelijke als in de noordelijke industriezones wordt het leven geleidelijk aan weer normaal. Ho Chi Minh-stad is weer open en restaurants zitten vol met klanten die aromatische noedelsoepen slurpen. Viet, de Intel-medewerker, kon zich eindelijk het kapsel laten aanmeten waar hij tijdens de lockdown van droomde.
Ontberingen
Sommige analisten zien de afgelopen periode als een aanleiding om de balans op te maken van geglobaliseerde toeleveringsketens van technologische producten. De reden waarom productie in Vietnam kon herstellen is volgens hen voornamelijk te danken aan het vermogen van de arbeiders om om te kunnen gaan met de nieuwe, zwaardere werkomstandigheden. Anderen stellen vragen over de mate waarin werknemers een keuze hadden, als ze die al hadden.
‘Dit was geen “dwangarbeid” in de zin van arbeiders die waren vastgebonden, of die zich in schuldslavernij bevonden en daarom gedwongen werden tot deze omstandigheden’, aldus Joe Buckley, een expert op het gebied van Vietnamese arbeidskwesties. ‘Maar op een ander niveau is alle arbeid dwangarbeid, aangezien arbeiders hun arbeidskracht moeten verkopen om te overleven. Dat is wat we zagen in Vietnam; de dwang was economisch en structureel, waardoor veel arbeiders weinig keus hadden.’
‘Het was moeilijk, maar iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen: wat als het bedrijf failliet zou gaan?’
De meeste arbeiders beschreven hun zomer vol ontberingen met berusting: Ze ‘raakten eraan gewend’, zeiden ze. Het grotere gevaar dat ze vreesden was dat er iets met hun werk zou gebeuren. ‘Het was moeilijk, maar iedereen zat in hetzelfde schuitje. Alleen: wat als het bedrijf failliet zou gaan?’ zegt Hoa, een medewerker van Foxconn. Nam van Samsung Display dacht hetzelfde. ‘Er moest iemand aanwezig zijn om de productie op peil te houden. Want wat zou er gebeuren als het bedrijf zou moeten stoppen?’
Inmiddels zijn nieuwe problemen al zichtbaar aan de horizon. Terwijl arbeiders terugkeren naar hun geboorteplaats, moe van de druk van de stad en het risico van toekomstige lockdowns, lijkt er een crisis in aantocht in de industriële zones van Vietnam: een door het coronavirus veroorzaakt arbeidstekort. ‘De vierde golf van covid-19-infecties heeft de arbeidsmarkt ernstig getroffen met een hoog werkloosheidspercentage,’ aldus de Vietnamese premier Pham Minh Chinh.
De werknemers lijken ook dat met berusting tegemoet te zien. Niet zo verrassend eigenlijk voor een groep die zichzelf ziet als een slechts een schakel naast vele andere in de mondiale toeleveringsketen van technologische producten.
De Taiwanese elektronicareus Foxconn is van plan om samen met Apple een fabriek voor lcd-schermen te bouwen in de VS. Op voorwaarde dat ze subsidie krijgen.
Terry Gou, bestuursvoorzitter van Hon Hai Precision Industry, een Taiwanese elektronicareus die beter bekend is als Foxconn, lijkt bereid mee te gaan in het ‘made in America’ dat Donald Trump zo lief is. Op 22 januari verklaarde Gou dat hij 7 miljard dollar wil investeren in de bouw van een fabriek voor lcd-schermen in de Verenigde Staten en dat hij die investering samen zal doen met Apple, een van de grootste klanten van zijn bedrijf. Deze verklaring heeft voor nogal wat opschudding gezorgd, niet alleen in Taiwan, maar ook in de VS: de baas van een van de grootste industriële groepen van Azië wil naar de pijpen dansen van Trump.
Trumps houding tegenover buitenlandse investeerders is dualistisch. Iedereen die geld in de VS steekt en er banen creëert is een bondgenoot, iedereen die dat weigert, om welke reden dan ook, is een vijand. Al wordt hij nog zo bekritiseerd vanwege het protectionisme dat inherent is aan zijn credo ‘America first’, hij laat zich niet uit het veld slaan: buitenlandse ondernemingen kunnen het zich tenslotte niet permitteren doof te blijven voor de machtigste man van de grootste economie ter wereld. Het wekt dan ook geen verbazing dat zo veel bedrijven investeringsplannen in de VS hebben aangekondigd.
1 procent
Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat Gou zich bij de schare bazen voegt die de Amerikaanse president naar de mond willen praten. Maar in werkelijkheid droomt hij er al jaren van om fabrieken in de VS te bouwen. Dat is in een stroomversnelling geraakt toen Masayoshi Son, president-directeur van het mobieletelefoniebedrijf SoftBank Group en een vriend van Gou, afgelopen december een ontmoeting had met Trump. Tijdens dit gesprek bracht Son het idee van Gou naar voren voor een gezamenlijke investering in de VS.
Foxconn zou er belang bij hebben om meer in China te investeren, een land waaraan de groep zijn snelle opmars dankt, of om de productie vanuit China te verplaatsen naar landen waar de arbeidskracht goedkoper is. Maar de Verenigde Staten? Het is zelfs niet zeker of Gou zich heeft gerealiseerd hoeveel kosten zo’n initiatief met zich meebrengt. Hij sluit misschien niet uit dat de VS opnieuw de werkplaats van de wereld worden – een idee dat al enige tijd opgang doet.
Volgens een rapport dat op 11 januari werd gepubliceerd door de Boston Consulting Group, is het verschil in productiekosten tussen de VS en China niet meer dan 1 procent. Ook al gebruikt dit rapport cijfers die afkomstig zijn uit de Yangtze-delta, een regio waar de salarissen zijn toegenomen en waar ook Shanghai en het zuiden van de provincie Jiangsu onder vallen, het kleinere verschil tussen de twee landen is niet alleen te verklaren vanuit het inkomenspeil. Een andere reden voor deze ontwikkeling is de spectaculaire verandering die de Amerikaanse industriële sector ondergaat.
De voortschrijdende informatietechnologie heeft de productiviteit verbeterd, terwijl de schaliegasrevolutie de energieprijs heeft doen dalen. ‘Ook al reken je de indirecte kosten van transport, opslag en andere factoren mee, het is tegenwoordig goedkoper om artikelen in de VS zelf te produceren als ze daar worden geconsumeerd’, aldus het rapport.
Gou is ongetwijfeld op de hoogte van deze nieuwe tendensen in een industrie die volop in ontwikkeling is, en hij is waarschijnlijk niet zo naïef om zijn wereldbeeld te laten beïnvloeden door kleine, zich regelmatig voltrekkende veranderingen. ‘Wat wij in de Verenigde Staten verwachten te vinden, is goedkope grond en goedkope elektriciteit,’ heeft hij gezegd. ‘Ik hoop dat de Verenigde Staten ons die zullen leveren.’
In de VS moeten staten waarop industriëlen hun oog laten vallen voor nieuwe investeringen, vaak tegen elkaar opbieden. Carrier, een belangrijke Amerikaanse producent van airconditioners, zag af van de sluiting van een fabriek in Indiana nadat Trump het bedrijf tijdens de presidentscampagne had bekritiseerd omdat het een deel van de productiecapaciteit naar Mexico wilde verplaatsen. In ruil heeft Indiana Carrier 7 miljoen dollar belastingvoordeel geboden. Je zou denken dat het bedrijf een goede keus heeft gemaakt door te zwichten voor Trump.
Trump is een vastgoedmagnaat, hij is gewend om hotels en casino’s te runnen. In weerwil van het wijdverbreide idee dat zijn bedrijven altijd winst maken, is de casinopoot van Trump maar liefst vier keer failliet gegaan. Daarmee heeft hij dus voorlopig misgegokt.
‘Die plannen bestaan, maar het is geen belofte, het is een wens,’ verduidelijkte Gou volgens Reuters, toen hem naar de investering in de VS werd gevraagd. Het pokerspel is nog maar net begonnen.
Nikkei voert zijn berichtgeving over Azië op door wekelijks een publicatie aan deze regio te wijden. Dankzij zijn reportages, analyses en onderzoeksjournalistiek, met name op economisch gebied, is het blad een waardevolle bron voor het volgen van de actualiteit.
CONTEXT – Antiglobalisme: eerst links, nu rechts
‘Het protectionisme viert hoogtij in de grootste landen van de westerse wereld, in dezelfde landen waar de neoliberale ideologie werd geboren’, schrijft de Spaanse website Ctxt (die als links wordt beschouwd) in een lang artikel over de ‘antimondialisering, van de ondercommandant Marcos [in de jaren negentig leider van het Zapatistisch Nationaal Bevrijdingsleger in de Mexicaanse staat Chiapas] tot Donald Trump’. Journaliste Cristina Vallejo vraagt zich af hoe het is gekomen van het verzet tegen de ultraliberale mondialisering aan het eind van de jaren negentig, een beweging die duidelijk links en internationaal was, tot de huidige rechtse ‘demondialisering’ die door Trump wordt voorgestaan, een beweging waartoe ook de Brexit moet worden gerekend, evenals de dreiging van een terugvallen op ‘eigen volk eerst’ in Frankrijk en Italië.
Het kantelpunt zou de bankencrisis van 2008 zijn geweest en de langdurige recessie die daarvan het gevolg was
‘De onvrede die door de mondialisering wordt gewekt, komt tot uiting in landen waarvan men dacht dat deze de grote winnaars waren van de vrijheid op de wereldmarkt,’ merkt Vallejo op. ‘Welaan, ook in die landen zijn er verliezers.’
Het kantelpunt zou de bankencrisis van 2008 zijn geweest en de langdurige recessie die daarvan het gevolg was.
Vallejo herinnert er ook aan dat Latijns-Amerika voordien al landen met antimondialistische regeringen kende, vooral linkse, aan het begin van de eenentwintigste eeuw. Volgens de politicologen die zij raadpleegde ging het daarbij om een weerzin tegen de ‘gelukkige mondialisering’ die werd aangeprezen door de multinationals. In het geval van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk zou het eerder gaan om het heroveren van hun hegemonie door in eigen voordeel te gaan ‘heronderhandelen’ over de voorwaarden van mondialisering, aldus de Spaanse website.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.