Griekenland grijpt alles aan om zich te ‘beschermen’ tegen de verwachte stroom Afghaanse vluchtelingen. De minister van Immigratie heeft verklaard dat het land een situatie als in 2015 niet nog eens aankan.
Nu Afghanistan in handen van de taliban is gevallen, is Griekenland niet van plan gelaten af te wachten tot de eerste golf Afghanen de kust overspoelt. Niet zoals in 2015 met de stroom Syriërs, of in 2020, toen honderden migranten Europa probeerden binnen te komen via de rivier de Maritsa omdat Turkije zich had laten ontvallen dat het zijn grenzen ging openstellen. Deze keer haalt Griekenland alles uit de kast om zich te ‘beschermen’ tegen de verwachte vloedgolf van Afghaanse vluchtelingen. Minister van Immigratie Notis Mitarakis heeft verklaard dat Griekenland een situatie als in 2015 niet nog eens aankan, en ook ‘niet accepteert de toegangspoort te zijn voor vluchtelingenstromen naar de Europese Unie’.
Daartoe heeft de conservatieve regering van Néa Dimokratía (Nieuwe Democratie) een heel arsenaal klaarstaan. Langs een deel van de landgrens met Turkije is een omstreden 40 kilometer lange muur gebouwd van gewapend beton. De grensbewaking is versterkt met nieuwe drones, nachtzichtcamera’s, radar en geluidskanonnen, en deze akoestische voorzieningen hebben een grote reikwijdte.
‘We kunnen niet gelaten de mogelijke consequenties’ van de herovering van Afghanistan door de taliban afwachten, zegt Michalis Chrysochoidis, tot kort geleden de Griekse minister van Burgerbescherming. ‘We zullen onze grenzen verdedigen en beveiligen.’
Op 30 augustus jl. hebben de Amerikaanse en westerse troepen Afghanistan definitief verlaten. Honderdduizenden Afghanen zijn achtergebleven en vrezen onder het talibanbewind voor hun leven, of voor de repressie van een islamitisch-fundamentalistisch regime dat geen enkel land tot nu toe als legitieme regering heeft erkend. De komende weken en zelfs maanden zouden naar schatting duizenden Afghanen het land via Iran of Pakistan willen proberen te verlaten. Op dit moment heeft de Pakistaanse grens elke 24 uur te maken met een toestroom van 20.000 Afghanen.
Sommige deskundigen wijzen erop dat de omvang van de migratie van Afghanistan naar Europa niet te vergelijken is met die uit Syrië destijds. De afstanden zijn zeer groot en migranten moeten veel grenzen over om de EU te bereiken. Uiteindelijk zal dat maar een klein aantal Afghanen lukken. Maar uit angst voor een déjà vu hebben de Europese hoofdsteden toch middelen vrijgemaakt voor buurlanden van Afghanistan.
Anticiperen
‘Het is belangrijk dat de EU landen in de buurt van Afghanistan ondersteunt en voorkomt dat er migratiestromen naar Europa ontstaan,’ verklaarde de Griekse premier Kyriakos Mitsotakis op 23 augustus. ‘Europa kan de gevolgen van de huidige situatie niet alleen oplossen. We moeten anticiperen op grote illegale migratiestromen en ons daartegen beschermen,’ aldus de Franse president Emmanuel Macron. Zoals de Financial Times meldde, hebben de Europese ministers van Binnenlandse Zaken na een eerste vergadering op maandag 600 miljoen euro uitgetrokken voor Afghaanse buurlanden als Pakistan, Iran, Oezbekistan en Turkmenistan.
De snelle terugkeer naar de macht van de taliban en de humanitaire crisis die mogelijk overslaat naar de poorten van ‘het oude continent’, hebben het gebrek aan een consistent migratiebeleid op EU-niveau opnieuw duidelijk gemaakt.
Europa moet nog steeds een systeem opzetten voor de herverdeling van de asielzoekers die de grens over komen, maar de opstelling van Europa in het migratievraagstuk is nu anders dan zes jaar geleden. De beroemde uitspraak van bondskanselier Angela Merkel ‘Wir schaffen das!’ – waarna ze duizenden mensen Duitsland binnenliet die het land via de Balkanroute hadden bereikt –, is verleden tijd. De fenomenen die nu in Brussel worden besproken zijn ‘massale migratiestromen van illegalen’ en ‘illegale migratie’. In de negen alinea’s van de verklaring die de 27 Europese ministers van Binnenlandse Zaken hebben ondertekend, komt de term ‘veiligheid’ 7 keer voor en ‘illegaal’ 5 keer.
Het doel is nu niet meer om vluchtelingen op te nemen, maar om buurlanden te helpen de stroom in te dammen
Omdat men de massale instroom van mensen in Europa wil beperken, is het doel nu niet meer om vluchtelingen op te nemen, maar om buurlanden te helpen de stroom in te dammen in ruil voor financiële compensatie.
Ondanks het feit dat het verschuiven van het probleem naar andere landen een ‘wapen’ kan worden om Brussel onder druk te zetten (zoals eerder gebeurde bij de Maritsa, en recenter in Spanje, toen op één dag duizenden migranten Ceuta binnenkwamen nadat Marokko de grensbewaking had versoepeld), kijkt Europa opnieuw naar Ankara als mogelijke oplossing voor een potentieel humanitair drama.
Na de groei van populistische en extreemrechtse partijen in Europa in 2016 realiseerden Europese regeringen zich dat aan het opnemen van grote aantallen vluchtelingen een politiek prijskaartje hing dat ze niet bereid waren te betalen. Uiteindelijk ondertekenden ze een pact met Turkije dat het in ruil voor 6 miljard euro de mensenstroom over de Egeïsche Zee naar Griekenland zou tegenhouden. De 27 lidstaten van de EU lijken nu opnieuw bereid te zijn Turkije financieel te compenseren voor het veiligstellen van hun grenzen.
‘Het eerste land waar vluchtelingen uit Afghanistan aankomen, is Turkije. Daarom moet de Europese Unie de gezamenlijke verklaring van 2016 uitbreiden en Turkije ondersteunen,’ stelde Notis Mitarakis. Hij benadrukte bovendien dat het Vluchtelingenverdrag van Genève naar mensen verwijst die ‘naar een buurland verhuizen, niet naar een ander continent’.
Loekasjenka zou de deuren hebben opengezet voor illegale immigratie
Maar ook in Turkije is het geen pais en vree. President Recep Tayyip Erdoğan klaagt dat Turkije de afgelopen maanden te maken kreeg met meerdere gewelddadige binnenlandse protesten tegen de aanhoudende aanwezigheid van de miljoenen Syrische vluchtelingen die zich nog steeds in het land bevinden. Erdoğan, die ook opdracht heeft gegeven een muur te bouwen langs de grens tussen Turkije en Iran, heeft de Europese landen gevraagd de verwachte golf Afghaanse migranten die eerst Turkije aandoen, onderdak te bieden. ‘Europa kan het probleem niet van zich afschuiven door zijn grenzen potdicht te timmeren om de veiligheid en het welzijn van zijn eigen burgers te beschermen.’ Hij voegde daaraan toe: ‘Turkije heeft noch de verantwoordelijkheid, noch de verplichting om het vluchtelingendepot van Europa te zijn.’
Voor migranten uit het Midden-Oosten die naar Europa wilden, was Griekenland tot nu toe de voorkeursroute, zowel via de grens met Turkije als over de Egeïsche Zee. Maar de laatste maanden is Europa getuige geweest van de opkomst van een alternatieve route door Belarus. Tot nu toe zijn dit jaar meer dan drieduizend migranten (voornamelijk Irakezen) daar de grens met de EU overgestoken. Naar verluidt worden ze aangemoedigd door het bewind van Aleksander Loekasjenka, dat de deuren zou hebben opengezet voor illegale immigratie als reactie op de Europese sancties. In verband met deze toename van de vluchtelingenstroom, heeft Litouwen hulp gevraagd aan Frontex, het Europees Grens- en kustwachtagentschap. Van de EU heeft het toestemming gekregen om een hek te bouwen langs zijn grens met Belarus.
Naast Litouwen en Griekenland gaan ook andere EU-landen maatregelen treffen om zich tegen de migratiestromen te beschermen. Bulgarije heeft verzekerd dat het de grenzen met Griekenland en Turkije gaat versterken en Polen heeft de bouw van een muur langs de grens met Belarus aangekondigd. Ook Cyprus heeft een officieel verzoek om bijstand ingediend bij Frontex om de komst van migranten tegen te houden, vooral uit Turkije.
In een besluit dat door The New York Times als ‘buitengewoon’ wordt omschreven, kondigden de Verenigde Staten woensdag aan dat zij de tijdelijke opschorting van patenten op coronavaccins steunden, een maatregel die erop gericht is arme landen te helpen die wanhopig gebrek hebben aan kostbare doses.
Een standpunt dat klinkt als een ‘oorlogsverklaring aan Big Pharma’, vat The Daily Beast samen.
‘Dit is een wereldwijde gezondheidscrisis en de buitengewone omstandigheden van de covid-19-pandemie vragen om buitengewone maatregelen’, aldus Katherine Tai, de Amerikaanse gezant voor de Wereldhandelsorganisatie (WTO), die eraan toevoegde dat Washington al ‘actief’ deelneemt aan onderhandelingen in de WTO om de patenten te kunnen opheffen, bericht NYT. Dit zal echter tijd kunnen kosten, aangezien veel landen, waaronder Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en ook Nederland, zich hiertegen verzetten.
‘Joe Biden koos voor medemenselijkheid’, kopt CNN. ‘Gezegd moet worden dat hij zich in een bijzonder lastig parket bevond omdat hij tijdens de presidentscampagne had beloofd vaccinatietechnologie met andere landen te delen. Hij werd er ook van beschuldigd niet genoeg te doen om arme landen te helpen snel vaccins te verkrijgen’, aldus de nieuwszender. ‘Uiteindelijk zullen de Amerikanen baat hebben bij een grotere beschikbaarheid van vaccins, want niemand is veilig voor corona zolang niet iedereen is gevaccineerd.’
Monumentaal besluit
Op Twitter noemde Tedros Adhanom Ghebreyesus, baas van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), het besluit van Joe Biden ‘monumentaal’.
This is a monumental moment in the fight against #COVID19. The commitment by @POTUS Joe Biden & @USTradeRep@AmbassadorTai to support the waiver of IP protections on vaccines is a powerful example of 🇺🇸 leadership to address global health challenges. pic.twitter.com/3iBt3jfdEr
— Tedros Adhanom Ghebreyesus (@DrTedros) May 5, 2021
De aankondiging van de Democratische regering heeft daarentegen de woede van de farmaceutische industrie gewekt. Stephen Ubl, de voorzitter van de Amerikaanse Pharmaceutical Manufacturers Association (PhRMA), zei dat het besluit ‘de reeds overbelaste toeleveringsketens verder zou kunnen verzwakken en de verspreiding van namaakvaccins zou kunnen aanmoedigen’.
‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’
‘Het produceren van coronavaccins is een ingewikkeld wetenschappelijk proces waar moeilijk te verkrijgen grondstoffen aan te pas komen, beweren deskundigen uit de industrie’, schrijft The Wall Street Journal. ‘Fabrieken moeten worden gebouwd of aangepast met speciale, dure apparatuur, en werknemers moeten over enige productiekennis beschikken.’
In een redactioneel commentaar meent het conservatieve dagblad dat Joe Biden een ‘diefstal’ heeft gepleegd die op lange termijn medische gevolgen zal hebben. ‘Deze patentroof zal slecht aflopen voor de Verenigde Staten en voor de wereld’, schrijft WSJ. ‘Investeerders zullen veel minder geneigd zijn te investeren in nieuw geneesmiddelenonderzoek als hun eigen regering in staat blijkt hen onder politieke druk te verraden.’
Waarom Schotland warmloopt voor Nicola Sturgeon
Het is moeilijk om Nicola Sturgeon te bereiken tijdens haar campagne in aanloop van de Schotse parlementsverkiezingen die vandaag (6 mei) plaatsvinden. ‘Eerst moet je je door straten vol bewonderaars en selfiejagers heen worstelen’, schrijft The Observer. ‘Sommigen barsten zelfs in tranen uit in haar aanwezigheid.’ Na zeven jaar als premier te hebben gediend en veertien als partijleider, blijft Sturgeon ongelooflijk populair bij de kiezers. Niets schijnt haar imago te kunnen schaden.
‘Meelevend maar berekenend, grootmoedig maar bereid om een rake klap uit te delen, Nicola Sturgeon is altijd een complexe politieke figuur geweest’, aldus Financial Times. Ze groeide op in een Schots arbeidersmilieu in Irvine, een havenstad ten zuidwesten van Glasgow. In 1987, ‘toen ze nog een verlegen zestienjarig schoolmeisje was’, werd ze lid van de Schotse Nationale Partij (SNP). Ze zag onafhankelijkheid al snel als het enige antwoord op ‘het rechtse beleid van Margaret Thatcher, terwijl het Schotse electoraat eerder links was georiënteerd’, aldus het financiële dagblad. ‘Die overtuiging heeft haar nooit verlaten.’
Haar wens om een einde te maken aan de meer dan driehonderd jaar durende unie met Engeland lijkt bovendien binnen handbereik. Eind 2020 was in meer dan twintig opeenvolgende opiniepeilingen de uitkomt van referenda voor onafhankelijkheid ‘ja’. Sturgeon rekent er dan ook op dat ze na 6 mei opnieuw een regering kan gaan vormen.
‘Ze hebben vooral geprobeerd de beter bedeelde Schotten trouw te laten blijven aan de SNP’
Er is echter ook veel kritiek op de staat van dienst van de voormalig advocaat. ‘Sinds ze in 2007 de partij is gaan leiden, hebben de nationalisten gesproken over het creëren van een eerlijker, progressiever Schotland, maar in werkelijkheid hebben ze vooral geprobeerd om de beter bedeelde Schotten – degenen die het meest waarschijnlijk zullen stemmen bij verkiezingen – ervan te overtuigen trouw te blijven aan de SNP’, schrijft het dagblad The Scotsman.
De pro-onafhankelijkheidspartij heeft universiteiten gratis gemaakt en zich ingezet voor de rechten van vrouwen, somt The Spectator op. Maar tegelijkertijd ‘heeft de regering-Sturgeon tussen 2015 en 2019 47 miljoen pond [ongeveer 54 miljoen euro] bezuinigd op verslavingszorg’, terwijl het land een ernstige drugscrisis doormaakt. En de ongelijkheid tussen rijk en arm op scholen blijft ‘beschamend’. ‘Waarom houden de Schotten dan nog steeds zo veel van hun premier?’ vraagt het conservatieve weekblad zich af.
De kunst van het inleven
De premier, die lange tijd als ‘kil’ werd beschouwd, heeft zich in de loop der tijd ‘de kunst van het communiceren met en inleven in de bevolking eigen gemaakt’. Bijvoorbeeld tijdens de pandemie: ‘Met Sturgeons kalme en weloverwogen aanpak van de coronacrisis, in tegenstelling tot Boris Johnsons warrige arrogantie, heeft ze velen voor zich ingenomen’, analyseert The Spectator. ‘Ze straalt vertrouwen uit en de kiezers hebben ook vertrouwen in haar.’
Het maakt daarbij niet uit dat het Schotse sterftecijfer hoger is dan in Noord-Ierland, of dat het huidige succes van de vaccinatiecampagne het werk is van de centrale regering in Londen, schrijft The Economist. De Schotten die door het Londense weekblad werden geïnterviewd, zijn onvermurwbaar. ‘Zelfs de man die boos is dat zijn pub nog steeds is gesloten wegens de coronamaatregelen’ vindt dat de regeringsleider goed werk heeft verricht en een herbenoeming verdient. ‘Wanneer verkiezingen in referenda veranderen over de toekomst van een land’, schrijft The Economist, ‘vergeten de kiezers voor het gemak even de rest.’
Israëlische oppositieleider mag regering gaan vormen
Nadat Benjamin Netanyahu, leider van de grootste partij, er niet in geslaagd is een meerderheid in de Knesset rond zich te verzamelen, wendde president Reuven Rivlin zich woensdag als verwacht tot Yair Lapid, de leider van de middenpartij Yesh Atid. De partij werd tweede bij de parlementsverkiezingen in maart en wil een ‘regering van nationale eenheid’ vormen – waarin rechts, midden en links samenkomen – om Netanyahu uit de macht te zetten, bericht The Times of Israel.
Yair Lapid heeft waarschijnlijk de steun nodig van Naftali Bennett, leider van de radicaal-rechtse partij Yamina. Deze voormalige minister van Netanyahu, die liever had deelgenomen aan een ‘rechtse regering’, zei woensdagavond dat hij ‘geen moeite zou sparen’ om tot een coalitieregering te komen en nieuwe verkiezingen te voorkomen.
Volgens The Jerusalem Post denken Lapid en Bennett dat ze ‘binnen een week’ een regering kunnen vormen, maar ‘vrezen ze dat als ze geen haast maken, hun inspanningen kunnen worden ondermijnd door Netanyahu (…) die momenteel probeert de vorming van een nieuwe regering te saboteren’, aldus het Israëlische dagblad.
Tweeduizend vluchtelingen overleden door illegale pushbacks
EU-landen hebben illegale operaties gebruikt om tijdens de pandemie minstens veertigduizend asielzoekers over de grenzen van Europa terug te dringen, zogenoemde pushbacks. Deze methodes kunnen in verband worden gebracht met de dood van meer dan tweeduizend mensen, blijkt uit onderzoek van The Guardian.
De illegale praktijken die gepaard gaan met de pushbacks variëren van mishandeling tot onmenselijke behandeling tijdens detentie of transport.
Het onderzoek van The Guardian is gebaseerd op verslagen van VN-agentschappen, gecombineerd met een database van incidenten die door ngo’s zijn verzameld. Volgens de hulporganisaties is sinds het begin van de coronapandemie de regelmaat en wreedheid van de pushbacks toegenomen.
Lees ook de volgende artikelen over het Europese vluchtelingenbeleid:
Reddingsacties van ngo‘s op de Middellandse Zee zouden volgens de Europese en Italiaanse grensautoriteiten mensensmokkel faciliteren. Maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat de autoriteiten samenwerken met Libische smokkelaars, terwijl de hulporganisaties en migranten zelf worden aangeklaagd.
In 2014 breekt een nieuwe etappe aan in het werk van DNAA, het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap dat zich de laatste jaren toelegde op het aanpakken van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee, en zijn directeur Franco Roberti. Italië heeft Mare Nostrum, een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die meer dan 150.000 mensen redde, na een jaar opgeheven vanwege budgettaire beperkingen en een gebrek aan Europese samenwerking.
In haar kielzog heeft de EU twee nieuwe operaties opgezet, een via Frontex en de ander onder militaire vlag, Operatie Sophia genaamd. Deze operaties zijn niet gefocust op het redden van mensenlevens, maar op grensbeveiliging en mensensmokkelaars uit Libië. Vanaf 2015 werden vertegenwoordigers van Frontex en Operatie Sophia toegevoegd aan de bijeenkomsten van DNAA, waarbij Italiaanse aanklagers erop toezagen dat beiden zich aan de nieuwe onderzoeksstrategie hielden.
Die strategie betekende dat iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, als medeplichtige aan mensensmokkel moest worden beschouwd en onderworpen moest worden aan de Italiaanse jurisdictie. Zo konden ze de Libische smokkelaars aanpakken zoals ze eerder de Italiaanse maffia hadden aangepakt.
Belangrijk voor het onderzoek zijn foto‘s van reddingsacties, zoals de luchtfoto die door de Italiaanse kustwacht aan Dieudonne, een Kameroense bootvluchteling die werd verhoord door de kustwacht, werd getoond, waarmee de politie op een andere manier kon identificeren wie de boten bestuurde en wie hielp bij het navigeren.
Ngo’s in het vizier
Bij gebrek aan reddingsschepen van de overheid begon een vloot van schepen van hulporganisaties aan een groot aantal reddingsacties in de internationale wateren voor de kust van Libië. Deze schepen, die werden gecoördineerd door het Italiaanse reddingscentrum van de kustwacht in Rome, maakten het moeilijk voor aanklagers en politie om bewijsmateriaal te verzamelen. Volgens de notulen van een vergadering van DNAA, die Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino van The Intercept hebben ingezien, gaven sommige ngo‘s, waaronder MOAS, routinematig foto‘s aan de Italiaanse politie en Frontex. Anderen weigerden met het argument dat het leveren van bewijs voor onderzoek naar de mensen die ze hadden gered, hun doeltreffendheid en neutraliteit zou ondermijnen.
In de jaren na Mare Nostrum was de ngo-vloot verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle reddingen in het centrale Middellandse Zeegebied, volgens schattingen van Operatie Sophia. Omdat de ngo‘s geen informatie van geredde migranten verzamelden voor de politie, werd ‘informatie die essentieel is om het begrip van het bedrijfsmodel van smokkel te vergroten’, niet verkregen, aldus een uitgelekt rapport.
Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie
Tijdens een volgende bijeenkomst herhaalden zes aanklagers hun bezorgdheid. Reddingsacties van hulporganisaties betekenden dat de politie migranten op zee niet kon ondervragen, zeiden ze, en daarom moesten gevallen worden geseponeerd door gebrek aan bewijs. Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie, omdat dan ‘een moment van empathie is bereikt’. ‘Het is niet mogelijk om deze taak uit te voeren als de reddingsinterventie wordt uitgevoerd door schepen van ngo’s’, aldus de admiraal tegen de groep.
Ngo’s veroorzaakten dus problemen voor de DNAA-strategie. Tijdens de bijeenkomsten bespraken Italiaanse aanklagers en vertegenwoordigers van de kustwacht, de marine en het ministerie van Binnenlandse Zaken wat ze konden doen om dehulporganisaties in toom te houden. Tegelijkertijd richtten verschillende aanklagers afzonderlijk hun vizier op de ngo’s zelf.
Zo beschuldigde Frontex in een intern rapport, dat later volledig werd gepubliceerd door The Intercept, een vaartuig van een ngo ervan migranten rechtstreeks van Libische smokkelaars te hebben overgenomen, op grond van informatie van ‘Italiaanse autoriteiten’. Die claim werd weersproken met videobewijs en door de bemanning van het schip.
’Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen
Maanden later maakte Carmelo Zuccaro, de officier van justitie van Catanië, bekend dat hij onderzoek deed naar reddingsorganisaties. ‘Samen met Frontex en de marine proberen we toezicht te houden op al deze ngo’s die hebben laten zien over grote financiële middelen te beschikken’, zei Zuccaro tegen de Italiaanse krant La Repubblica. Zijn uitspraak ging viraal in Italiaanse en Europese media. ‘Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen van humanitaire ngo’s door anti-immigratiepolitici en extreemrechts in Italië.
Zuccaro zou uiteindelijk zijn beweringen terugdraaien en een parlementaire commissie vertellen dat hij op dat moment met een hypothese werkte maar geen bewijs had om zijn uitspraak te staven.
In een interview met de Duitse krant Die Welt in februari 2017 onthield de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, zich van expliciete kritiek op het werk van reddingsorganisaties, maar hij zei wel dat ze het politieonderzoek in de Middellandse Zee belemmerden. Omdat hulporganisaties een groter percentage reddingen verrichtten, aldus Leggeri, ‘wordt het voor de Europese veiligheidsautoriteiten steeds moeilijker om door ondervraging van migranten meer te weten te komen over de smokkelnetwerken‘.
‘Die lastercampagne ging heel, heel ver’, zegt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Emma Bonino. Verwijzend naar Marco Minniti, destijds de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, voegt ze eraan toe: ‘Ik probeerde Minniti ertoe aan te zetten niet zo geobsedeerd te zijn door de mensen die hierheen kwamen, maar om een integratiebeleid voor Italië in te voeren. Maar hij concentreerde zich uitsluitend op Libië, op het smokkelen en op het criminaliseren van ngo’s met behulp van officieren van justitie.’
Volgens Bonino vormde de actie tegen ngo’s deel van een groter plan om het Europese beleid in het centrale Middellandse Zeegebied te veranderen. De eerste stap was de verschuiving van humanitaire redding naar grensbeveiliging en smokkel. De tweede stap ‘was de ngo’s aan te klagen of hen te arresteren. Het was een smerige campagne tegen hen. Met na zoveel jaren als resultaat dat er geen veroordelingen, geen straffen, geen processen zijn.’
‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen, maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje’
Een derde stap behelsde het opzetten van een nieuwe kustwacht in Libië om te doen wat de Europeanen volgens het internationaal recht niet konden: mensen op zee onderscheppen en terugbrengen naar Libië, van waaruit ze net waren gevlucht.
Aanvankelijk waren de leiders bij Frontex voorzichtig. ‘Als Frontex kijken we met bezorgdheid naar Libië; er is daar geen stabiele staat’, zei Leggeri in het interview van 2017. ‘We helpen nu 60 officieren op te leiden voor een mogelijke toekomstige Libische kustwacht. Maar dit is op zijn best een begin.’ Maar Bonino ziet dat anders. ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen,’ zegt ze. ‘Maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje.’
Dezelfde uniformen, dezelfde schepen
Dieudonne, een Kameroense migrant die veilig is aangekomen in Italië, werd nooit opgeroepen als getuige door de rechtbank. Hij hoopt dat geen van zijn lotgenoten in de gevangenis is beland, maar zegt graag te getuigen tegen mensenhandelaars mocht hij worden gebeld. ’Ik heb de politie de contactgegevens van mensenhandelaars gegeven, ik heb ze namen gegeven’, aan boord van het kustwachtschip, zo vertelt hij The Intercept.
De smokkeloperaties in Libië gebeurden in het zicht, maar de Italiaanse politie moest in internationale wateren blijven. Uitgelekte documenten van Operatie Sophia beschrijven jarenlange inspanningen van Europese ambtenaren om de Libische politie ertoe te bewegen smokkelaars te arresteren. Achter gesloten deuren gaven Italiaanse en EU-topfunctionarissen toe dat diezelfde smokkelaars waren verweven met de nieuwe Libische kustwacht die Europa aan het opzetten was en dat samenwerking met hen mogelijk in strijd zou zijn met het internationaal recht.
Al in 2015 merkten meerdere functionarissen op de antimaffiabijeenkomsten van DNAA op dat sommige smokkelaars verontrustend dicht bij leden van de Libische regering stonden. ‘Milities gebruiken dezelfde uniformen en dezelfde schepen als de Libische kustwacht die door de Italiaanse marine wordt getraind’, zei schout bij nacht Enrico Credendino, verantwoordelijk voor Operatie Sophia, in 2017. Het hoofd van de Libische kustwacht en de Libische minister van Defensie, beide bondgenoten van de Italiaanse regering, onderhouden ‘nauwe relaties met enkele militiebazen’, aldus Credendino.
Een van de Libische kustwachtofficieren werd veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie
Een van de Libische kustwachtofficieren die aan beide kanten opereerde, was Abd al-Rahman Milad, ook wel bekend als Bija. In 2019 onthulde de Italiaanse krant Avvenire dat Bija, met de Italiaanse grenspolitie en inlichtingenfunctionarissen in mei 2017 deelnam aan een bijeenkomst op Sicilië die was gericht op het tegengaan van migratie vanuit Libië. Een maand later werd hij door de VN-Veiligheidsraad veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie in de kustplaats Az Zawiyah, en, zoals de VN het omschreef, voor ‘het met vuurwapens tot zinken brengen van migrantenboten.’
Volgens gelekte documenten van Operatie Sophia zijn kustwachtofficieren die onder Bija’s bevel stonden, getraind door de EU tussen 2016 en 2018.
Terwijl de Italiaanse regering vermeende smokkelaars in Italië vervolgde, werkten ze ook samen met mensen waarvan ze wisten dat het smokkelaars waren in Libië. Minniti, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken van Italië, rechtvaardigde de deals van zijn regering met Libië, want het vooruitzicht van massale migratie vanuit Afrika bezorgde hem ‘angst voor het welzijn van de Italiaanse democratie’.
In een van de antimaffiabijeenkomsten van 2017 schetste Vittorio Pisani van het ministerie van Binnenlandse Zaken een plan dat voorzag in de directe coördinatie van de nieuwe Libische kustwacht. Ze zouden ‘een operatiekamer in Libië creëren voor de uitwisseling van informatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken’, aldus Pisani, ‘voornamelijk over de positie van ngo-schepen en hun reddingsoperaties. Zodoende kon de Libische kustwacht aan de slag in zijn nationale wateren.’
‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’
En daarmee werd de derde stap van het plan in gang gezet. Aan het einde van de bijeenkomst stelde Roberti voor om vertegenwoordigers van de Libische politie uit te nodigen voor hun volgende bijeenkomst. In een interview met The Intercept bevestigde hij dat Libische vertegenwoordigers ten minste twee antimaffiabijeenkomsten bijwoonden en dat hij zelf Bija ontmoette tijdens een bijeenkomst in Libië, een maand nadat het rapport van de VN-Veiligheidsraad was gepubliceerd. Een jaar later werd Bija bestraft door de commissie van de Veiligheidsraad voor Libië, met bevriezing van zijn tegoeden en een verbod op internationale reizen.
‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’, zegt Roberti in het Napolitaanse café. ‘Zijzelf waren de mensenhandelaars.’
Een veilige plek
Roberti ging in 2017 met pensioen bij DNAA. Hij zei dat de organisatie onder zijn leiding een basis creëerde voor de omgang met migratie in heel Europa. Maar hij erkent dat zijn uitbreiding van DNAA naar migratiekwesties gemengde resultaten heeft opgeleverd. Hij zegt dat de antimaffiastrategie haperde – net als zijn reis naar Duitsland in de jaren negentig met Giovanni Falcone om internationale maffiapraktijken aan te pakken – vanwege een gebrek aan samenwerking met de ngo’s, met andere Europese regeringen en met Libië.
‘Op Europees niveau werkt de samenwerking niet’, aldus Roberti. En wat betreft Libië voegt hij eraan toe: ‘We hebben het geprobeerd. En ik denk dat de afspraken die de regering maakte, juist waren. Maar uiteindelijk werd het een mislukking.’
Uitgebreid
DNAA heeft zijn activiteiten sindsdien uitgebreid. Tussen 2017 en 2019 keurde de Italiaanse regering twee wetsvoorstellen goed die het antimaffia-agentschap belast met vrijwel alle illegale immigratiekwesties. Sinds 2017 zijn vijf Siciliaanse aanklagers, die allemaal ten minste één coördinatievergadering bijwoonden, vijftien afzonderlijke gerechtelijke procedures begonnen tegen medewerkers van hulporganisaties. Tot dusver zijn er geen veroordelingen. Drie zaken zijn door de rechtbank verworpen en de rest loopt nog.
Eerder deze maand kwam het nieuws naar buiten dat Siciliaanse aanklagers journalisten en mensenrechtenadvocaten hebben afgeluisterd voor een van deze onderzoeken. Ze luisterden wettelijk beschermde gesprekken af met bronnen en cliënten. Het Italiaanse ministerie van Justitie heeft een onderzoek ingesteld naar het incident, dat volgens Italiaanse juridische experts neerkomt op crimineel handelen. De officier van justitie die de telefoontaps goedkeurde, woonde tenminste één coördinatievergadering van DNAA bij, waar onderzoeken tegen ngo’s uitvoerig werden besproken.
Sinds DNAA zijn bereik heeft vergroot, zijn de belangrijkste spelers van eerdere coördinatievergaderingen gestegen in de pikorde van Italiaanse en Europese instellingen. Een officier van justitie, Federico Cafiero de Raho, leidt nu het antimaffia-agentschap. Salvi, de voormalige officier van justitie van Catanië, is nu procureur-generaal van Italië. Pisani, de voormalige medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is plaatsvervangend hoofd van de Italiaanse inlichtingendiensten. En Roberti is lid van het Europees Parlement.
Cafiero de Raho staat achter de onderzoeken en arrestaties die het antimaffia-agentschap door de jaren heen heeft verricht. Hij noemde de coördinatievergaderingen een essentieel instrument voor aanklagers en politie in moeilijke tijden.
Gevraagd naar zijn specifieke opmerkingen tijdens de bijeenkomsten, met name zijn verklaringen dat humanitaire hulporganisaties gereguleerd moesten worden en zijn herhaalde erkenning dat leden van de nieuwe Libische kustwacht betrokken waren bij smokkelactiviteiten, zegt Cafiero de Raho dat zijn opmerkingen in de juiste context moeten worden geplaatst, namelijk het ontwikkelen door Italië en de EU van een kustwacht in een deel van Libië dat grotendeels werd geregeerd door lokale milities.
Zijn uiteindelijke doel is wat hij in de coördinatievergaderingen van DNAA de ‘buitengerechtelijke oplossing’ noemde: proberen om het bestaan van misdaden tegen de menselijkheid in Libië te bewijzen, zodat ‘de VN troepen naar Libië kan sturen om migrantenkampen te ontmantelen die zijn opgezet door mensenhandelaars… en de controle over dat gebied te heroveren.’
De overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen wordt onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië
Een woordvoerder van de afdeling buitenlands beleid van de EU, die Operatie Sophia leidde, weigerde rechtstreeks te reageren op het bewijs dat de leiders van de Europese militaire operatie wisten dat delen van de nieuwe Libische kustwacht ook betrokken waren bij smokkelactiviteiten, maar merkte wel op dat Bija zelf niet is opgeleid door de EU. Een woordvoerder van Frontex zegt dat zijn organisatie ‘niet is betrokken bij de selectie van te trainen officieren’.
In 2019 veranderde de Europese migratiestrategie opnieuw. Nu wordt de overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië. In maart 2019 haalde Operatie Sophia al haar schepen terug uit het reddingsgebied en richt zich sindsdien op luchtpatrouilles om de Libische kustwacht aan te sturen en te coördineren. Mensenrechtenadvocaten in Europa hebben daarop zes juridische procedures tegen Italië en de EU aangespannen: in strijd met het internationaal recht zouden ze de terugkeer van migranten naar gevaarlijke omstandigheden faciliteren.
Gedurende vier jaar van coördinatievergaderingen hebben Italië en de EU inderdaad privé toegegeven dat het onwettig is om mensen naar Libië terug te sturen. ‘Fundamentele schendingen van de mensenrechten in Libië maken het onmogelijk om migranten terug te drijven naar de Libische kust’, zei Pisani in 2015. Twee jaar later ontwierp hij het begin van een plan dat precies dat zou doen.
Het resultaat van louter toeval
Dieudonne weet dat hij geluk heeft gehad. De scheidslijn tussen verdachte en slachtoffer is geheel afhankelijk van de eerste indrukken van politieagenten in de minuten of uren na een reddingsactie. Volgens politierapporten die in rechtszaken werden gebruikt, waren fysieke kenmerken, zoals ‘een lichtere huidskleur’, of gedrag aan boord van het schip, zoals het nauwkeurig in de gaten houden van politiebewegingen ‘met opmerkelijke belangstelling’, voldoende om argwaan te wekken.
In een uitspraak uit 2019 waarin zeven vermeende smokkelaars werden vrijgesproken na drie jaar voorarrest, schreven rechters dat ‘de selectie van de verdachten aan de ene kant en de getuigen aan de andere kant, met als enige uitzondering de stuurman, nagenoeg het resultaat is van louter toeval’.
Meewerken met Libische smokkelaars heeft andere migranten in Italië lange gevangenisstraffen gekost. In september 2019 werd een 22-jarige Guinees, bijgenaamd Suarez, gearresteerd bij aankomst in Italië. Vier getuigen vertelden de politie dat hij had samengewerkt met gevangenisbewakers in Az Zawiyah, in het detentiecentrum voor immigranten dat wordt beheerd door de beruchte Bija.
‘Suarez was ook een gevangene die gedwongen meewerkte’, zei een van de getuigen tegen de rechtbank. Degenen die zich geen betaling van losgeld kunnen veroorloven, helpen vaak met maaltijden uitdelen of toezicht houden, verklaarde een ander. ‘Je zou er moeten zijn om de situatie te begrijpen’, aldus de eerste getuige. Suarez werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, die onlangs in hoger beroep is teruggebracht tot twaalf jaar.
Verrassend kalmte
Dieudonne herinnert zich zijn reis op zee levendig, met verrassende kalmte. Toen de boot water begon te maken, probeerde hij te helpen. ‘Je moet helpen waar dat nodig is.’ In zijn kantoor in Bari buigt hij zich voorover en maakt schepbewegingen met zijn armen, alsof hij water uit een boot haalt.
‘Zouden ze mij ook moeten veroordelen?’ vraagt hij zich af. Hij vindt het ironisch dat het de Libiërs waren die Bija uiteindelijk in oktober arresteerden op beschuldiging van mensenhandel. De Italianen en Europeanen, zegt hij lachend, hadden het te druk samen te werken met de corrupte kustwacht. Overigens werd Bija vorige maand vrijgelaten uit de gevangenis nadat een Libische rechtbank hem van alle aanklachten heeft vrijgesproken. Hij is gepromoveerd bij de kustwacht en weer aan het werk gezet.
Dieudonne denkt vaak aan de mensen die hij identificeerde aan boord van het kustwachtschip midden op zee. ‘Ik heb de politie de waarheid verteld. Maar als dat leidt tot de veroordeling van een onschuldig persoon, dan is dat verkeerd’, zegt hij. ‘Omdat ik weet dat die persoon niets fout heeft gedaan. Integendeel, hij heeft ons leven gered door dat vlot te besturen.’
Dit artikel werd samengesteld door IJsbrand van Veelen.
De Europese grensbewaking is betrokken bij het illegaal terugdringen van vluchtelingen, blijkt uit onderzoek van onder andere Bellingcat. Mensen die de oversteek wagen worden, soms met geweld, naar buiten de Griekse wateren geleid en daar aan hun lot overgelaten.
Het is pas net licht als op 8 juni een zogenoemde pushback plaatsvindt van een rubberbootje met migranten voor de noordoostkust van Lesbos. Na aanvankelijk in het donker te hebben geprobeerd over te steken, wordt de rubberboot vroeg in de ochtend onderschept en fysiek tegengehouden door het Roemeense Frontex-vaartuig MAI1103. Vanuit Griekse wateren wordt het bootje door de Europese grenswacht teruggedrongen naar Turks gebied.
De Turkse kustwacht meldt dat zij die dag 47 migranten heeft gered na een actie van de Griekse kustwacht. Op de door het Turkse persbureau Anadolu Agency gepubliceerde beelden lijkt te zien hoe MAI1103 een rubberboot tegenhoudt.
Uit een gezamenlijk onderzoek van Bellingcat, Lighthouse Reports, Der Spiegel,ARD en TV Asahi naar dit voorval en andere incidenten blijkt dat schepen van het Europees Grens- en Kustwachtagentschap Frontex medeplichtig zijn geweest aan het op zee terugdringen van vluchtelingen en migranten die via Griekse wateren de Europese Unie probeerden te bereiken.
Gegevens uit openbare bronnen (‘open source’) wijzen uit dat Frontex sinds maart in zes gevallen ‘middelen’ (vaartuigen, personeel, instrumentarium) zou hebben kunnen inzetten om vluchtelingen terug te dringen en in een van die gevallen, bij de Grieks-Turkse zeegrens in de Egeïsche wateren, dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.
Hoewel Frontex bij vier incidenten niet op de exacte plek aanwezig was, leek in alle gevallen sprake van pushbacks, die waarschijnlijk te zien waren geweest op radar, met de visuele hulpmiddelen die deze schepen normaal gesproken aan boord hebben, of met het blote oog.
Pushbacks
De Griekse kustwacht is al vaak beschuldigd van het uitvoeren van pushbacks. Volgens het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR), een juridische en educatieve non-profitorganisatie, gaat het om incidenten waarbij vluchtelingen en migranten tot over de grens worden teruggedrongen, zonder inachtneming van persoonlijke omstandigheden en zonder hun de mogelijkheid te bieden asiel aan te vragen of bezwaar te maken tegen de maatregelen.
In de Egeïsche Zee verlopen pushbacks over het algemeen op twee manieren. De gebruikelijkste is om bootjes die op weg zijn van Turkije naar Griekenland ervan te weerhouden op Griekse bodem aan te meren. Dat gebeurt door de Griekse kustwacht. Die doet dat door het bootje keer op keer tegen te houden, tot het geen brandstof meer heeft, of door de motor onklaar te maken. Dan kan het bootje, door golven op te wekken, worden teruggeduwd in Turkse territoriale wateren, of worden gesleept als de wind niet meewerkt.
De andere manier wordt ingezet wanneer het vluchtelingen is gelukt het Griekse vasteland te bereiken. In dat geval worden ze gevangengenomen, op een reddingsvlot zonder motor gezet, weggesleept en midden in de Egeïsche Zee aan hun lot overgelaten.
De pushbacks leiden vaak tot een patstelling tussen de Griekse en de Turkse kustwacht, die geen van beide de bootjes in nood te hulp willen schieten, maar wel in de nabijheid ervan allerlei onveilige manoeuvres uitvoeren. De rol van Frontex en de middelen die het bij zulke incidenten inzet, is echter nooit eerder vastgelegd.
Dana Schmalz, deskundige op het gebied van internationaal recht bij het Max Planck-instituut in Heidelberg, zegt dat de in dit onderzoek uitgelichte incidenten waarschijnlijk illegaal waren en dat hiermee het verbod op refoulement [het terugsturen van vluchtelingen naar hun land van herkomst als zij daar voor vervolging moeten vrezen] en het maritiem recht zijn geschonden. Het verbod op refoulement berust volgens de VN-vluchtenlingencommissie (UNHCR) op ‘internationaal gewoonterecht’.
Vuile werk
Schmalz voegt eraan toe dat Frontex-personeel verplicht zou zijn tot hulp aan de opvarenden van een afgeladen bootje zoals dat te zien is in opnamen die dit onderzoek heeft blootgelegd. ‘Als ze dat niet doen, of zelfs golven opwekken om het bootje terug te dringen of wegvaren om de Grieken het vuile werk te laten opknappen, zijn ze betrokken bij illegale pushbacks.’
Hoewel hem diverse voorbeelden van deze praktijk werden voorgelegd, sprak een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken tegen dat er sprake was geweest van pushbacks. Beschuldigingen die verband houden met de in dit artikel vermelde incidenten deed hij af als tendentieus. De Griekse kustwacht zou geheel overeenkomstig de internationale verplichtingen van het land hebben gehandeld.
Frontex verklaarde dat de gastlanden waarmee het samenwerkt het laatste woord hebben over de wijze waarop operaties op hun grondgebied of in opsporings- en reddingsgebied worden uitgevoerd. Het agentschap voegde er echter aan toe dat het de Griekse kustwacht had ingelicht. Die bevestigde dat er een intern onderzoek was begonnen naar de gemelde incidenten. Maar Frontex vertelde er niet bij wanneer het de kustwacht had ingelicht of wanneer het onderzoek was begonnen.
Op 24 juli zei de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, tegen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement dat het agentschap slechts een enkel incident in de Egeïsche Zee had waargenomen en vastgelegd waarbij sprake kon zijn geweest van pushbacks.
Ons onderzoek lijkt die bewering te ontkrachten. We hebben gekeken naar de aanwezigheid van Frontex en de inzet van zijn middelen in de Egeïsche Zee, en hebben de bewegingen van het agentschap maandenlang gevolgd.
Veel Frontex-middelen waren echter moeilijk op te sporen, omdat de informatie van de transponders [elektronische apparaten die een boodschap uitzenden als antwoord op een ontvangen boodschap] niet waren geregistreerd, niet waren ingeschakeld of buiten bereik waren. Daardoor konden we slechts een fractie van de Frontex-operaties bestuderen.
Frontex, een agentschap van de Europese Unie, is belast met grenscontrole in het Schengengebied.
Het onderzoek
Dat Frontex daadwerkelijk betrokken is geweest bij pushbacks, hebben we in twee belangrijke stappen vastgelegd. De eerste behelst de identificatie van middelen die bij Operatie Poseidon [de activiteiten van Frontex in de Egeïsche zee] zijn ingezet, de tweede de vaststelling of deze middelen ook zijn ingezet bij pushbacks.
Bij de eerste stap is gebruikgemaakt van open bronnen. Die bestonden uit berichten op sociale media, sites voor het volgen van vaartuigen en informatie die Frontex zelf publiceert. Ook konden we, dankzij vragen die in het Europees Parlement zijn gesteld, het aantal medewerkers en de aanwezige middelen in het operationele gebied vaststellen.
Volgens de antwoorden aan het Europees Parlement beschikte Operatie Poseidon over 185 man personeel, een offshorepatrouillevaartuig, acht kustpatrouilleboten, één kustpatrouillevaartuig, vier voertuigen voor thermische waarnemingen en drie patrouillewagens. Ook is er een Rapid Border Intervention Team, dat over diverse middelen beschikt, naast de middelen voor Operatie Poseidon. Dit omvat 74 man personeel, twee patrouilleboten, twee patrouillevoertuigen, een helikopter en drie voertuigen voor thermische waarneming.
In totaal hebben we via het opensourceonderzoek 22 middelen geïdentificeerd, waaronder vaartuigen, helikopters en vliegtuigen, die in 2020 in de Egeïsche Zee operatief waren. De reden dat dit meer is dan de middelen uit het antwoord op bovenstaande parlementaire vragen, is dat Frontex materieel rouleerde met grens- en kustwachten van de lidstaten.
Sommige middelen troffen we regelmatig aan in opensourcedata. Zo varen Roemeense en Bulgaarse schepen vaak door de Bosporus, waar veel scheepsspotters actief zijn. En dus was het mogelijk te zien hoe er gerouleerd werd tijdens de operaties, met inbegrip van schepen die ongeveer om de drie maanden werden uitgezonden of terugkeerden. Andere zaken waren moeilijker te volgen; daarvan vonden we in open sources slechts een enkele afbeelding of video terug.
Tracking
Om deze middelen op te sporen en te bepalen of ze hadden deelgenomen aan pushbacks, hadden we veel meer gegevens nodig dan beschikbaar waren op sociale media. Dus hebben we onze toevlucht genomen tot transpondergegevens van schepen en andere informatie over de locatie van bepaalde schepen of vliegtuigen, die vrij beschikbaar was via sites zoals Marine Traffic of Flight Radar 24.
Van veel middelen die we ontdekten was de informatie niet openbaar gemaakt, of werden de transponders alleen onder bepaalde omstandigheden ingeschakeld, bijvoorbeeld in de haven. Hierdoor waren ze buitengewoon moeilijk te volgen. In sommige gevallen stonden de transponders echter aan. We begonnen deze gegevens te verzamelen door aanvullende, gedetailleerdere gegevens te kopen van scheepsbedrijven en bedrijven die vluchtroutes volgen, op tijdstippen dat er pushbacks waren gemeld.
We hebben deze trackinggegevens gecombineerd met onze eigen database van gerapporteerde pushbacks, die we hebben verkregen via zowel openbare rapporten als via informatie die is verzameld door ngo’s als Consolidated Rescue Group (CRG), Monitoring Rescue Cell (MRC) en Alarm Phone. Het ging om de coördinaten van gerapporteerde pushbacks, vaak verzonden door de inzittenden van bootjes. Door deze datasets over elkaar heen te leggen hebben we meerdere pushbackincidenten ontdekt waarbij Frontex in de buurt was.
Met behulp van deze gegevens hebben we sinds maart 2020 zes pushbackincidenten geïdentificeerd waarbij Frontex zich in de buurt bevond of waaraan het rechtstreeks deelnam. We hebben een onderverdeling gemaakt in vier ‘nabijheidsincidenten’, waarbij Frontex zich binnen 5 kilometer van het incident bevond, en twee ‘bevestigde incidenten’, waarbij we er zeker van kunnen zijn dat Frontex zelf op de plek van de pushbacks was.
Nabijheidsincidenten
28-29 april: bij een eerder door ons gemeld incident kwam een groep vluchtelingen en migranten op Samos aan land. Naar eigen zeggen werden zij vervolgens vastgehouden, op een reddingsvlot zonder motor gezet en naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. Een bewakingsvliegtuig vloog twee keer over het gebied terwijl deze pushback plaatsvond.
4 juni: twee rubberboten zouden vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Nortada lijkt op ongeveer 15 kilometer van het eerste incident en iets meer dan een kilometer van het tweede aanwezig te zijn geweest.
5 juni: naar verluidt werd een bootje uit Noord-Lesbos teruggestuurd. Het Portugese schip Nortada bevond zich op ongeveer 2 tot 3 kilometer daarvandaan.
19 augustus: een bootje zou vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Molivos was er 5 kilometer vandaan, leek van koers te veranderden om op weg te gaan naar de pushback, voordat de transponder het signaal verloor of werd uitgeschakeld.
In al deze gevallen is vastgesteld dat Frontex zich binnen een bepaalde actieradius bevond maar niet rechtstreeks deelnam. Het is moeilijk na te gaan of men op die afstand wist wat er aan de hand was. De missie van Operatie Poseidon omvat een aanzienlijk aantal taken die bewaking vereisen, waarbij zowel radar- als visuele hulpmiddelen kunnen worden ingezet, zoals camera’s die geschikt zijn voor gebruik in het donker en infraroodcamera’s. We weten bijvoorbeeld dat de Molivos is uitgerust met een geavanceerde camera die lijkt op een camera die te zien was op een ander Portugees Frontex-schip. Dit model kan 36 keer vergroten, met in het donker te gebruiken camera’s en infraroodcamera’s.
Migranten maken voor de overtocht gebruik van zeer eenvoudige, opblaasbare rubberbootjes van een paar meter lang met één buitenboordmotor, die meestal niet op de radar zichtbaar zijn. Uit afbeeldingen en video’s van pushbacks die we hebben bekeken, blijkt dat er meerdere schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht zijn ingezet.
Zoals we hiervoor al hebben vermeld, proberen schepen uit zowel Griekenland als Turkije regelmatig de bootjes over de zeegrens te duwen door golven te maken. De schepen varen daarbij met relatief hoge snelheid in een cirkelvormig patroon rond een bootje. Dat is riskant, en niet alleen vanwege het aanvaringsgevaar; de overvolle en vaak kwetsbare rubberboten kunnen door de opgewekte golven ook water maken of omslaan.
Hoewel een bootje zelf vaak niet op de radar verschijnt, blijkt de aanwezigheid ervan uit signalen dat er van een pushback sprake is. Grote en kleine schepen van zowel de Turkse als Griekse kustwacht, waarvan sommige ongebruikelijke manoeuvres uitvoeren om golven te creëren, lopen snel in de gaten. Ze zijn zelfs vanuit de ruimte te zien.
Dan is er nog de kwestie van visueel bereik. Als een pushback op de radar zichtbaar is, is deze ook met het blote oog te zien, of met andere visuele systemen zoals bewakingscamera’s. Zelfs op een afstand van een paar kilometer is op een kalme zee en in goede omstandigheden een bootje meestal wel zichtbaar, hoewel precieze details als de aard van de menselijke vracht die ze vervoeren dat wellicht niet zijn.
Niet opgemerkt
In een eerder door Bellingcat beschreven incident van 28 april 2020 werd een groep van 22 op Samos aan land gekomen migranten vastgehouden door de Griekse politie. Vervolgens werden ze op een reddingsvlot zonder motor gezet en door de Griekse kustwacht naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. In antwoord op ons verzoek om commentaar ontkende de Griekse overheid dat deze mensen ooit Grieks grondgebied hadden bereikt, hoewel uit getuigenverklaringen, foto’s en video’s het tegendeel blijkt.
Terwijl het reddingsvlot in de zeestraat dreef, vloog een privébewakingsvliegtuig tot twee keer toe op ongeveer 1500 meter hoogte over het gebied: om 02:41 uur en om 03:18 uur. Dit vliegtuig, G-WKTH, is eigendom van DEA Aviation, dat luchtbewakingsdiensten levert aan Frontex. In een promotievideo van Frontex wordt beweerd dat deze beelden live naar het hoofdkantoor in Warschau worden gestreamd.
Het vliegtuig is naar verluidt uitgerust met een MX-15-camera, die infraroodsensoren heeft en in het donker te gebruiken is. Aangezien dit vliegtuig specifiek wordt gebruikt voor bewaking vanuit de lucht, is het onwaarschijnlijk dat het het reddingsvlot met al zijn opvarenden niet heeft opgemerkt, evenals de Griekse en – later – Turkse schepen die volgens een van de opvarenden aanwezig waren.
In zijn reactie aan de commissie LIBE van het Europees Parlement geeft de uitvoerend directeur van Frontex inderdaad aan dat dit mogelijk het incident was dat Frontex had gezien. Er zou een ‘Serious Incident Report’ zijn opgesteld op basis van een waarneming van een incident door de luchtbewaking, waarbij mensen van een vaartuig naar een rubberboot werden overgezet en later door de Turkse autoriteiten werden gered.
In twee gevallen, op 8 juni en 15 augustus, lijkt het zeker dat Frontex op de hoogte was van pushbacks op het moment dat ze plaatsvonden. Het lijkt er zelfs op dat een Frontex-schip op 8 juni daadwerkelijk deelnam aan een pushback – zoals aan het begin van dit artikel beschreven –, met als resultaat dat een bootje fysiek werd verhinderd Grieks grondgebied te bereiken.
Op 15 augustus waren er ’s ochtends berichten over een confrontatie tussen de Griekse en Turkse kustwacht. De lokale bevolking plaatste foto’s op sociale media waaruit dit blijkt, maar ook CRG, MRC, Alarm Phone en Aegean Boat Report meldden een pushback.
CRG en MRC plaatsten video’s van mensen op dit bootje, waarbij de video van CRG een motor zonder startkoord liet zien (zie foto). De Griekse kustwacht zou dat koord hebben meegenomen. In de video’s wordt het bootje omringd door schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht. We hebben eerder opgemerkt dat de Griekse kustwacht het onklaar maken van de motor kennelijk als tactiek gebruikt.
De meeste beelden van dit incident zijn van een afstand gemaakt, waardoor identificatie van de vaartuigen moeilijk is. We kregen echter ook een heel duidelijke foto van deze confrontatie toegestuurd. Daarop is de MAI1102 te zien, een schip van de Roemeense grensbewaking dat net was gearriveerd. De metadata van deze afbeelding komen overeen met de datum en het tijdstip van dit incident. De schepen zijn in vrijwel dezelfde opstelling te zien in een door passagiers van de boot gemaakte video.
Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen hoe ver de MAI1102 van deze pushback verwijderd was, is wel te zien dat het zeker binnen het visuele bereik van de confrontatie en het bootje zelf was.
Gedurende dit onderzoek hebben we een enorme hoeveelheid informatie verzameld over Frontex-activiteitenin de Egeïsche Zee, hoewel de meeste middelen van Frontex onmogelijk te volgen waren omdat de transponderinformatie niet was geregistreerd, niet was ingeschakeld of buiten bereik was.
Ondanks deze beperkingen hebben we meerdere malen kunnen vaststellen dat Frontex bij pushbacks aanwezig was, of dichtbij genoeg om te kunnen beseffen wat er aan de hand was. Bij ten minste één incident is duidelijk dat een Frontex-schip actief heeft deelgenomen aan een pushback.
Frontex verklaarde in reactie op dit onderzoek dat het bij zijn operaties ‘de hoogste normen van grenscontrole’ in acht neemt en dat zijn medewerkers gebonden zijn aan een gedragscode die refoulement tracht te voorkomen en mensenrechten dient te handhaven.
De uitvoerend directeur van Frontex voegde eraan toe dat de Griekse kustwacht op de hoogte was gesteld van alle gemelde incidenten. De Griekse autoriteiten hadden bevestigd dat er een intern onderzoek was begonnen. Een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken zei dat de acties van medewerkers van de kustwacht ‘in volledige overeenstemming met de internationale verplichtingen van het land werden uitgevoerd’. De woordvoerder stelde dat tijdens de vluchtelingencrisis van de afgelopen jaren duizenden migranten door de Griekse kustwacht zijn gered, dat de beschuldigingen van illegale pushbacks tendentieus waren en dat de operationele praktijken van de Griekse autoriteiten nooit dergelijke (illegale) acties hebben omvat.
Dit onderzoek maakt deel uit van de Borders Newsroom van Lighthouse Reports, een onderzoeksjournalistiek project over de omstandigheden van vluchtelingen en migranten aan de Europese grens.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.