Tag: Gambia

  • Ex-president van Gambia Yahya Jammeh: ‘Ik kan aids genezen’

    Ex-president van Gambia Yahya Jammeh: ‘Ik kan aids genezen’

    De voormalige Gambiaanse president Yahya Jammeh dacht een wondermiddel tegen aids te hebben uitgevonden, en dwong zijn onderdanen zijn behandeling te ondergaan. ‘Binnen tien minuten was ik half bewusteloos. Ik kon niet opstaan, laat staan lopen.’

    Keuze uit het archief

    Er is een nieuwe, besmettelijkere variant van hiv opgedoken, onthulde New Scientist afgelopen donderdag (3 februari). Deze variant, die in de jaren negentig in Nederland begon te circuleren, hoeft volgens de onderzoekers geen reden tot paniek te zijn, omdat hij reageert op bestaande behandelingen en sinds 2010 al in verval is. Wel zou de ontdekking kunnen helpen beter inzicht te krijgen in de bestrijding van hiv-cellen, die aids veroorzaken.
    Meer reden tot paniek vormde de voormalige Gambiase president, die – schijnbaar vanuit het niks – volledig overtuigd was van zijn behandelmethode van de dodelijke ziekte, waarbij veel slachtoffers vielen. Afgelopen december (2021) werd Jammeh door de Waarheidscommissie schuldig bevonden aan meervoudige moord, mishandeling en verkrachtingen gedurende de 22 jaar van zijn heerschappij.

    Een voor een werden de patiënten naar binnen geroepen. Vaak ’s avonds laat, en altijd op een dinsdag of een donderdag. Ze werden opgewacht door Yahya Jammeh, de president van Gambia, gehuld in zijn wijde, witte gewaad. De minister van Volksgezondheid, opgeleid als arts, moest ook present zijn in de kamer in de residentie van de president. Jammeh had een wondermiddel tegen aids uitgevonden, verkondigde hij in januari 2007 met veel bombarie aan zijn verbijsterde volk. De voormalige legerkolonel, doof voor de scepsis en de woede van internationale gezondheidsexperts die hem van oplichterij betichtten, bezwoer aids uit te roeien met een geheim kruidenmengsel en een spiritueel genezingsritueel in zijn geïmproviseerde kliniek. Voor de minister van Volksgezondheid en zijn opvolgers zat er niets anders op dan de bespottelijke bewering te beamen.

    Gedwongen schaarden alle regeringsfunctionarissen zich schoorvoetend achter de president. De gratis presidentsbehandeling werd zelfs bejubeld op de officiële website van het land. De patiënten moesten zich uitkleden en droogwrijven met een handdoek. Vervolgens moesten ze op een stretcher gaan liggen. De president, een man zonder enige medische achtergrond, trok omzichtig een paar handschoenen aan en stapte op de patiënt af. ‘Hij goot een flesje gekleurd water over ons uit en waste daarmee ons lichaam, van top tot teen,’ vertelt Fatou Jatta, een van de eersten die Jammeh tien jaar geleden voor zijn bizarre aidstherapie selecteerde. Vervolgens zong de president gebeden uit een in leer gebonden koran. ‘Hij smeerde ons ook nog in met een zalf en gaf ons een kruidenbrouwsel te drinken. Binnen tien minuten was ik half bewusteloos. Ik kon niet opstaan, laat staan lopen. Toen ik overeind probeerde te komen, zakte ik door mijn benen.’

    Conventionele medicijnen waren niet toegestaan; alleen Jammehs brouwsels van fruit, bladeren, takken en wortels

    Jatta, 51 jaar, kiest haar woorden zorgvuldig. Ze beschrijft de behandeling die zij en duizenden andere Gambianen in de privékliniek van Jammeh, die in 2017 na een regeerperiode van 22 jaar het land ontvluchtte, moesten ondergaan. ‘Ik kan aids genezen,’ hield de dictator haar en de andere hiv-geïnfecteerden die hij bij zijn residentie liet ontbieden voor. ‘Je zult voor altijd van het virus zijn bevrijd.’

    Proefkonijn

    Jatta maakte destijds deel uit van een belangengroep voor mensen met hiv. Zo was ze proefkonijn van de despoot geworden: hij ontbood leden van hiv-verenigingen bij zich voor de gratis ‘presidentsbehandeling’. ‘We stemden in omdat we wisten wie we voor ons hadden,’ zegt Jatta. In die tijd zat Jammeh al tien jaar stevig in het zadel. Gambianen leefden in angst, niemand zei ‘nee’ tegen de autoritaire president. Jatta dacht dat ze alleen een medicijn zou krijgen en dan weer naar huis mocht, maar ze werd maandenlang tegen haar zin vastgehouden, bewaakt door soldaten, en ze werd met de dag zwakker. Ze mocht geen familie of vrienden ontvangen. Andere overlevenden vertellen dat ze zich moesten onthouden van koffie en seks. Conventionele medicijnen waren niet toegestaan; alleen Jammehs brouwsels van fruit, bladeren, takken en wortels. Hij liet nooit los welke ingrediënten hij gebruikte en stond niet toe dat zijn middel werd getest. Niet alleen liet Jammeh behandelsessies van onwillige patiënten – die hun familie en vrienden veelal niet over hun ziekte hadden ingelicht – uitzenden op televisie, hij schepte in de media ook regelmatig op over zijn ‘successen’. Zijn patiënten werden gedwongen hun zogenaamd florerende gezondheid te bevestigen.

    ‘Na zeven maanden werd ik genezen verklaard en mocht ik naar huis,’ vertelt Jatta. Na haar vrijlating toog ze, op sterven na dood, linea recta naar het Britse medisch onderzoekscentrum. Het aantal CD4-cellen in haar bloed – een wetenschappelijke graadmeter voor het functioneren van het immuunsysteem – was gedaald naar 80. Bij een gezond persoon ligt het aantal CD4-cellen per kubieke millimeter bloed tussen de 500 en 1500. De Wereldgezondheidsorganisatie raadt landen tegenwoordig aan hun behandelingsrichtlijnen niet meer op CD4-bepaling te baseren maar om meteen tot medicatie over te gaan zodra iemand seropositief blijkt te zijn. Jatta kreeg in de kliniek onmiddellijk aidsremmers toegediend en haar gezondheid ging zienderogen vooruit.

    President Yahya Jammeh past
 zijn therapie toe op een patiënt. – 
© Candace Feit / HH
    President Yahya Jammeh past
 zijn therapie toe op een patiënt. – 
© Candace Feit / HH

    Nu pas, een jaar nadat Jammeh de verkiezingen verloor en het hazenpad koos toen de regio dreigde militair in te grijpen, durven Jatta en de andere slachtoffers hun verhaal te doen. Onder de gevreesde alleenheerser zouden ze zijn gemarteld, opgesloten of helemaal van de aardbodem zijn verdwenen. Toen Jammeh nog aan de macht was, dreigde hij homo’s te onthoofden, en iedereen die van hekserij of tovenarij werd verdacht belandde achter de tralies. ‘We vinden het nog steeds eng om ons uit te spreken,’ zegt Jatta. Gekleed in een kleurrijke boubou, het traditionele, ruimvallende West-Afrikaanse gewaad, zit ze voor haar eenvoudige huisje in de kustplaats Kotu, ongeveer 9 kilometer van de hoofdstad, Banjul. ‘Het risico bestaat dat Jammehs aanhangers zich op ons willen wreken omdat we hun leider in een kwaad daglicht hebben gesteld. Sommigen geloven dat hij op een dag zal terugkeren.’

    Jatta is een van de overlevenden die niet alleen naar buiten treedt maar ook voor gerechtigheid strijdt en een schadevergoeding eist van de oud-president, die asiel heeft gekregen in Equatoriaal-Guinea, waar dictator Teodoro Obiang Nguema Mbasogo sinds 1979 de scepter zwaait. ‘Onze mensenrechten zijn geschonden en Jammeh moet voor het gerecht worden gesleept,’ zegt Jatta. ‘Ik had wel dood kunnen gaan. Minstens twintig patiënten zijn overleden nadat Jammeh ze genezen had verklaard.’ In oktober zijn mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch en Gambiaanse belangengroepen een campagne begonnen om Yahya Jammeh en zijn medeplichtigen voor het gerecht te brengen. De vooraanstaande Gambiaanse mensenrechtenactivist Amadou Scattred Janneh heeft het Jammeh Slachtoffercentrum opgericht. ‘Veel patiënten hebben nooit toestemming gegeven hun medische conditie openbaar te maken terwijl Jammeh ze publiekelijk als aidspatiënten te kijk heeft gezet,’ zegt Janneh. ‘Hij heeft hen tegen hun wil vastgehouden. Ze werden gedwongen hun reguliere behandeling te staken.’

    Gambianen hebben blootgestaan aan ‘een van de schandelijkste georganiseerde aanvallen op hiv-patiënten in de geschiedenis van de wereldwijde aidscrisis’, stelt een persbericht van AIDS-Free World, een internationale belangenorganisatie die samenwerkt met Gambiaanse advocaten van het Instituut voor Mensenrechten en Democratie in Afrika (IHRDA) en Jatta en andere activisten. ‘De omvang van de schade die de oud-president heeft aangericht, komt pas aan het licht als alle slachtoffers naar voren treden en de zaak aanhangig wordt gemaakt,’ zegt Sarah Bosha, juridisch onderzoeks- en beleidsmedewerker bij AIDS-Free World. De organisatie schat dat minstens negenduizend Gambianen de nepbehandeling onder dwang hebben ondergaan. ‘Er zijn over die periode nauwelijks gegevens beschikbaar,’ zegt Bosha.

    Hoeveel mensen aan zijn kwakzalverij zijn overleden, is onbekend

    In 2007 stuurde Jammeh de VN-gezant abrupt het land uit nadat ze de remedie van de president had betwist. ‘Hij hield alle informatie van zijn privékliniek geheim, dus hoeveel mensen aan zijn kwakzalverij zijn overleden is onbekend. We zijn nog bewijs aan het verzamelen voor de rechtszaak en aan het onderzoeken om hoeveel slachtoffers het precies gaat.’ Er zijn nog veel vragen, onder andere wat er met het geld uit aidsfondsen en de voorraden aidsremmers is gebeurd. ‘Zelfs toezichthoudende instanties hebben geen informatie.’ Ook is het lastig te bepalen hoeveel schade de nepbehandeling zelf heeft aangericht. ‘Het was een langdurige aanslag op het lichaam. Sommige patiënten hadden continu diarree. Anderen vielen flauw, of moesten voortdurend overgeven. Dat is funest voor iemand met een verzwakt immuunsysteem,’ vertelt Bosha.

    De eerste verkiezingen in Gambia na het vertrek van Jammeh. Ongeletterde inwoners konden stemmen met knikkers, die ze in gekleurde stembussen konden doen. – © HH
    De eerste verkiezingen in Gambia na het vertrek van Jammeh. Ongeletterde inwoners konden stemmen met knikkers, die ze in gekleurde stembussen konden doen. – © HH

    ‘Omdat ze zo lang geen aidsremmers kregen, daalde het aantal CD4-cellen drastisch. Ze zaten dicht op elkaar en sommigen raakten besmet met tbc.’ Tuberculose is de voornaamste doodsoorzaak onder seropositieven. Uit onderzoek blijkt dat aidsremmers het risico op besmetting met tbc aanzienlijk verkleinen. En dan is er nog de vraag in hoeverre Jammehs optreden effect had op het begrip van hiv en de behandelingskeuzes onder de bevolking. ‘Er was veel propaganda. Als mensen dachten dat aids te genezen was, hoe beïnvloedde dat hun gedrag?’

    Alpha Khan, adjunct-directeur van het Gambiaanse Nationale Aidsbureau, is van mening dat alle pogingen om hiv te bestrijden door Jammeh en zijn zogenaamde behandeling ernstig zijn gedwarsboomd. Slechts 30 procent van de twintigduizend seropositieve Gambianen slikt aidsremmers, blijkt uit gegevens uit 2016 van de VN-aidsorganisatie UNAIDS. Ter vergelijking: in Zuid-Afrika volgt 60 procent van alle seropositieven aidstherapie. ‘De boodschap die Jatta en andere slachtoffers verspreiden door in de openbaarheid te treden is van essentieel belang na twee decennia propaganda,’ zegt Bosha. ‘Eindelijk is er iemand opgestaan die zegt waar het op staat, die duidelijk maakt dat genezing niet mogelijk is.’

    Jammehs slachtoffers willen de oud-president niet alleen voor het gerecht slepen, ze eisen ook een financiële genoegdoening. Een Gambiaanse Waarheidscommissie zal later dit jaar gerechtelijke stappen ondernemen. Jatta is erop gebrand dat Jammeh wordt veroordeeld, maar ze wil er ook voor zorgen dat niemand ooit nog denkt dat er een wondermiddel tegen aids bestaat. ‘Over de hele wereld wordt gezocht naar een remedie,’ zegt ze. ‘En dan zou Jammeh er zomaar eentje in elkaar hebben geflanst?’

    Auteur: Adri Kotze
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail 
en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

  • West-Afrika ruimt zijn fossielen op

    West-Afrika ruimt zijn fossielen op

    In West-Afrika nemen ze in rap tempo afscheid van dictators en andere langzittende machthebbers. Alleen de Togolese president Faure Gnassingbé houdt hardnekkig vast aan het pluche.

    Twee jaar geleden kwamen de leiders van vijftien West-Afrikaanse landen in de Ghanese hoofdstad Accra samen om de politieke toekomst van de regio te bespreken. Het was een bijeenkomst van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas), maar het was bepaald geen gewone top. Op de agenda stond een voorstel dat, indien geaccepteerd, de politiek in de regio – en uiteindelijk het hele continent – radicaal zou veranderen.

    Dat voorstel was simpel: alle Ecowas-leiders zouden onder alle omstandigheden niet meer dan twee ambtstermijnen aan de macht blijven. Geen dictators meer. Geen presidenten voor het leven meer. Gewoon regelmatige machtswisselingen, regelmatige verversing van het bewind, regelmatige cycli van politieke vernieuwing.

    Op een continent dat berucht is om machthebbers die hardnekkig aan het pluche kleven, was dit een revolutionair voorstel.

    En bijna werd het aangenomen.

    In het debat stemden dertien landen voor de motie: Benin, Burkina Faso, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Ivoorkust, Kaapverdië, Liberia, Mali, Niger, Nigeria, Senegal en Sierra Leone – vrijwel allemaal landen waar in de afgelopen tien jaar een vredige machtsoverdracht is geweest, na geloofwaardige verkiezingen. Van de staatshoofden van deze landen was Ernest Bai Koroma, de president van Sierra Leone, het langst aan de macht. Hij regeerde destijds pas acht jaar, en in maart 2018 treedt hij af. Geleidelijk aan, zonder veel ophef, is West-Afrika een democratisch bastion op het continent geworden. Maar er resten nog een paar politieke fossielen.

    Dwarsliggers Togo en Gambia

    Twee landen waren tegen het plan van maximaal twee ambtstermijnen: Gambia en Togo. Dat mag nauwelijks een verrassing heten. Yahya Jammeh, de toenmalige president van Gambia, kwam in 1994 door een militaire coup aan de macht en weigerde categorisch de scepter uit handen te geven. Faure Gnassingbé ‘erfde’ het presidentschap van Togo in 2005 na de dood van zijn vader – die al sinds de onafhankelijkheid in 1967 in het zadel zat.

    Evenals de Afrikaanse Unie werkt Ecowas op basis van consensus. Door de tegenstemmen van Gambia en Togo vond de motie geen doorgang. Hoewel ze een kleine minderheid vormden, hadden de fossiele regimes deze ronde gewonnen. Maar de rest van Ecowas zou zich wreken.

    In december 2016 leed Jammeh een verrassende verkiezingsnederlaag, maar hij weigerde zijn functie neer te leggen. Zonder de massale opstand van de bevolking en het kordate optreden van Ecowas was hij er misschien zelfs mee weggekomen. Verscheidene Afrikaanse staatshoofden vlogen naar Banjul om Jammeh over te halen het veld te ruimen. Senegal, het land dat Gambia aan drie kanten omsluit, sloot zijn grenzen. In alle haast werd een regionale interventiemacht opgetrommeld – een paar duizend militairen uit Senegal, Nigeria en Ghana, om hem tot aftreden te dwingen. Op 21 januari vertrok Jammeh in het holst van de nacht met een privévliegtuig, verslagen en weggebonjourd. Niet langer president voor het leven. Weer een fossiel geruimd.

    Demonstranten in Togo eisen om hervormingen en blokkeren de straat met brandende banden, 8 september 2017. – © Alphonse Logo / Anadolu Agency
    Demonstranten in Togo eisen om hervormingen en blokkeren de straat met brandende banden, 8 september 2017. – © Alphonse Logo / Anadolu Agency

    Wat ons bij Togo brengt, de laatste dwarsligger. Togolezen zijn niet doof voor de roep om meer democratie die in de regio weerklinkt. Ze hebben gezien hoe Gambia zich van Jammeh heeft ontdaan. Ze hebben ook gezien hoe hun noordelijke buur, Burkina Faso, in opstand kwam tegen de dictator Blaise Compaore, die na een golf van protesten in 2014 uit het land werd verdreven, waarna een nieuw democratisch bestel werd ingeluid. Kan Togo hetzelfde doen?

    In september organiseerde de snel groeiende protestbeweging betogingen in een aantal steden. Niet afgeschrikt door de oproeppolitie, gingen tienduizenden Togolezen de straat op, gehuld in de oppositiekleuren rood, oranje en roze. ‘Vijftig jaar is te lang,’ scandeerden ze, doelend op de Gnassingbé-dynastie.

    ‘We zullen weer de straat op gaan,’ zegt de onvermoeibare oppositieleider Jean-Pierre Fabre. ‘Faure moet met ons in gesprek gaan over de voorwaarden van zijn vertrek.’ Bij zijn inspanningen om Gnassingbé uit het zadel te lichten wordt Fabre inmiddels bijgestaan door Tikpi Atchadan, leider van de Pan-Afrikaanse Nationale Partij (PNP), die zich aan de zijde van de oppositie heeft geschaard. In tegenstelling tot Fabre is Atchadan afkomstig uit het noorden van het land, van oudsher een stevig bolwerk van aanhangers van de president. Door deze aanwinst krijgt het protest in één klap meer gewicht.

    ‘Wij hielden een demonstratie. Enorme opkomst! Jullie hielden een tegendemonstratie. Niemand. Wij hielden een tegendemonstratie. Massa’s mensen! Jullie werden boos, haalden internet uit de lucht en sloegen ons neer’

    In een poging de demonstraties, die grotendeels via de sociale media worden georganiseerd, de kop in te drukken, legde de regering het internet plat, zodat het merendeel van de Togolezen geen toegang had tot Facebook of WhatsApp en het bijna onmogelijk werd om betogingen op poten te zetten. ‘Wij hielden een demonstratie. Enorme opkomst! Jullie hielden een tegendemonstratie. Niemand. Wij hielden een tegendemonstratie. Massa’s mensen! Jullie werden boos, haalden internet uit de lucht en sloegen ons neer,’ twitterde mensenrechtenactiviste Farida Nabourema.

    Een aantal voormalige leiders van buurlanden heeft er bij de Togolese president op aangedrongen de boodschap van de demonstranten ter harte te nemen. De Nigeriaanse oud-president Olusun Obasanjo zei dat Togo zijn grondwet moet herschrijven en opperde dat het misschien tijd werd voor een nieuw gezicht in het presidentiële paleis. ‘Gnassingbé heeft alle mogelijkheden om zijn land vooruit te helpen inmiddels uitgeput – of hij moet buiten ons medeweten iets nieuws achter de hand hebben.’

    Maar de West-Afrikaanse leiders hielden zich opvallend stil. Wellicht omdat Gnassingbé, ondanks al zijn tekortkomingen, eerder dit jaar tot voorzitter van Ecowas is verkozen, een ceremoniële positie. Maar dit zal hem niet beschermen als de protesten verder aanzwellen.

    ‘De positie van de president is erg wankel, en als het uit de hand loopt, zal geen van de bevriende regeringsleiders uit Ecowas of Europa hem te hulp schieten,’ zegt Francois Conradie, politiek analist in een interview met Al Jazeera.

    Kortom, Gnassingbé staat alleen. Dit in sterk contrast met andere regio’s in Afrika, waar langzittende machthebbers kunnen rekenen op de onbetwiste steun van collega-staatshoofden. Denk alleen al aan het stilzwijgen van het regionale samenwerkingsverband SADC over de talloze misstappen van Robert Mugabe, president van Zimbabwe, of de oogluikende instemming van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap met de derde ambtstermijn van zowel Burundi’s president Pierre Nkurunziza als Rwanda’s president Paul Kagama.

    Nee, dan West-Afrika, dat er ondanks alle gebreken in slaagt vreedzame machtswisselingen af te dwingen. Gnassingbé is de laatste antidemocratische fossiel die nog over is. De vraag is voor hoe lang.

    Auteur: Simon Allison
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.