Tag: gastronomie

  • Coca verliest haar stigma: de wondere plant doet zijn intrede in de gastronomie 

    Coca verliest haar stigma: de wondere plant doet zijn intrede in de gastronomie 

    In landen als Colombia, Bolivia en Peru worden de bladeren van de cocaplant steeds vaker gebruikt in voedingsmiddelen: van bieren en wijnen tot meel en thee. Producenten en koks streven naar eerherstel voor coca als voorouderlijke plant en niet als drug.

    Vroegere bewoners van de Andes geloofden dat geen enkele belangrijke activiteit kon gedijen zonder coca. Volgens het inheemse wereldbeeld voorziet de cocaplant het menselijk handelen van een heilig aura. Cocablad is een zegen voor het land en de gewassen. Het is voedsel dat energie en vitaliteit biedt om hard te kunnen werken en het is een remedie tegen hoogteziekte en maagproblemen. Coca is een symbool van dankbaarheid en vormt een centraal onderdeel van voeding en landbouw.

    Cocablad wordt al sinds mensenheugenis gebruikt, en voor veel inheemse volkeren van Amerika was het een symbool van goddelijkheid: het speelde een culturele, spirituele en medicinale rol. Nog steeds maakt het deel uit van de identiteit van het leefgebied van honderden volkeren. Maar de meeste landen zien cocablad vooral als grondstof voor een van de meest problematische exportproducten in de hedendaagse geschiedenis. 

    ‘Cultureel gezien is coca geworteld in de Boliviaanse samenleving, en voor ons is het een heilige plant, vertelt Marsia Taha, chef-kok van restaurant Gustu in La Paz. ‘Bolivia is sterk met de cocacultuur verbonden, maar tegelijkertijd zien we het conflict dat er wereldwijd omheen is ontstaan. Gelukkig duikt het cocablad steeds vaker op in de gastronomie. In ons restaurant gebruiken we het voor allerlei zaken zoals cocaboter, brood, cocktails, infusies of ijsjes.’ 

    Coca wordt tot op de dag van vandaag omgeven door taboes en stigma’s, ook al is het heel wat anders dan cocaïne. De kloof tussen de twee ogenschijnlijk onverenigbare realiteiten kan worden verkleind door een keuken die zich richt op terugkeer naar de oorsprong en het herstel van lokale gebruiken, zoals de voorouderlijke toepassingen van deze plant.

    Het heilige blad

    Coca is afgeleid van het woord khoka in het Aymara – de taal van afstammelingen van de Tiwanaku, een beschaving die voorafging aan het Incarijk. De plant is een royale bron van vitaminen, proteïnen en mineralen. Calcium, kalium, magnesium, ijzer, natrium, vitamine C, E, B1 en B2 zijn slechts enkele van de gunstige bestanddelen van deze bladeren. In verschillende vormen en toepassingen zijn ze populair in de landen waar ze van oudsher worden geconsumeerd – Colombia, Bolivia en Peru.

    Het eerste wereldwijde culinaire gebruik van cocablad was in de vorm van een drankje, zoals het Coca Museum in de Boliviaanse hoofdstad La Paz laat zien. In 1886 was John Pemberton op zoek naar een medicijn tegen maagklachten. Hij experimenteerde met cocabladeren en kolanoten en creëerde zo een vloeistof die de naam van zijn twee belangrijkste grondstoffen kreeg: Coca-Cola. De frisdrank wordt tegenwoordig niet meer van de cocaplant gemaakt, maar inmiddels zijn er nieuwe initiatieven die de voordelen van deze bladeren uit het Amazonegebied proberen te benadrukken en de taboes die de plant oproept achter zich willen laten.

    ‘Coca Nasa in Colombia is een gigantisch industrieel bedrijf. Het maakt frisdranken, bieren, thee, koekjes, oliën en zelfs rum met coca,’ zegt Alejandro Osses, directeur van het Futuro Coca-festival. Het festival werd opgericht om de stigma’s rond deze plant te verdrijven en de verschillende toepassingen te verkennen. Het bedrijf, opgericht door de inheemse Nasa-bevolking in het zuidwesten van Colombia, cultiveert en consumeert coca voor medicinale en rituele doeleinden. In 1998 begon het bedrijf met de verkoop van infusies van de bladeren en de promotie van hun voedzame eigenschappen. Vandaag de dag heeft het een hele lijn voedingsmiddelen en cosmetische producten, waaronder Coca Beka-wijn en de hydraterende drank Coca Sek.

    Del Condor doet iets soortgelijks. Dat bedrijf verdiept zich in voorouderlijke geneeskunde om die op de hedendaagse markt te brengen in de vorm van mambe-pillen. Die worden gemaakt van het poeder van geroosterde cocabladeren gemengd met de as van yarumo-bladeren, en ze worden door sjamanen gebruikt voor spirituele en medicinale doeleinden. Er is ook een eigen chai-thee uit het Amazonegebied, gemaakt van matcha, cacao, gember en cocabladmeel. Vanwege de smaak en het lokale karakter wordt matcha-thee in deze gebieden steeds vaker vervangen door thee van cocabladeren, zoals de Esmeralda chai – een thee gemengd met cocameel, kardemom en kruidnagel in poedervorm, die wordt verkocht in Diosa Café in Bogotá.

    ‘Coca is macht, is de Andes, is debat en dialoog’

    Cocablad heeft ook zijn weg gevonden naar de haute cuisine. Een klant die plaatsneemt aan een van de tafels in restaurant Oda in Bogotá – op 2625 meter boven zeeniveau – krijgt als eerste het traditionele aftreksel van cocablad geserveerd om hoogteziekte te bestrijden. ‘Onze leverancier is een inheemse man uit Putumayo die ons de gedroogde bladeren stuurt zodat wij ze in de keuken kunnen verwerken zonder dat ze hun voedingsstoffen verliezen. Als dessert hebben we een millefeuille met geitenkaas en cocapoeder en een sponscake met chocolade uit de Amazone doordrenkt met poeder van cocablad. We moeten het poeder zorgvuldig afwegen, want het heeft een indringende en bijzondere smaak,’ vertelt Jefferson García, chef-kok bij Oda. Hij voegt eraan toe dat ze het blad in hun cocktailbar ook verwerken in het drankje Luna de ciervo, ‘bereid met een likeur van guanabana [zuurzak], viche [alcoholische drank van suikerriet] doordrenkt met cocablad, prosecco en Tanqueray Rangpur’.

    In de wereld van de dranken werkt sommelier Laura Hernández al meer dan tien jaar aan haar wijn Territorio. ‘Die is gericht op het presenteren van de verschillende regio’s van Colombia door middel van distillaten, gefermenteerde producten en traditionele dranken. Het doel is om de sensaties en emoties van elk van deze oorden over te brengen met een drankje,’ zegt ze. In haar restaurant en cocktailbar La Sala de Laura in Bogotá heeft Hernández van cocabladeren een gedistilleerde Piedemonte gemaakt, een eerbetoon aan de bergen van de Andes die uitlopen in de oostelijke vlaktes, het land van cocabladeren, cacao nibs, en gefermenteerde coca.

    Al deze koks en hun leveranciers streven naar eerherstel voor coca als voorouderlijke plant en niet als drug. Uit deze filosofie ontstond in restaurant Salvo Patria in Bogotá de ramen [noedelgerecht] van mambe-noedels met spek, vers palmhart, zoete chili, maiskolf en koriander, waarmee een van de bijproducten van deze plant op tafel wordt gezet. Maar er zijn nog veel meer projecten op basis van deze grondstof, zoals de in cocablad gemacereerde viche van Onésimo González – Onésimo genaamd – of Pajarita Caucana van Ginger Blonde, waarvoor vrouwen uit Cauca stoffen verkopen die geverfd zijn met cocabladeren waarmee ze meer dan 96 verschillende kleuren hebben gemaakt.

    Ondanks de vele toepassingen en voordelen van deze plant, is ze wereldwijd gedemoniseerd en gestigmatiseerd. Om bekendheid te geven aan de talrijke initiatieven die bestaan rond coca met als doel het historische en culturele belang van deze bladeren te benadrukken, werd het Futuro Coca-festival geboren, dat op 30 juli in het Modern Gymnasium in Bogota plaatsvond. ‘We hebben de mogelijkheid om het heersende verhaal, dat is gebaseerd op taboes en stigmatisering, te veranderen. Coca is macht, is de Andes, is debat en dialoog. Dit festival is in het leven geroepen zodat we collectief leuke en verrijkende manieren kunnen bedenken om ons te verhouden tot deze plant. Ze biedt ons een nieuwe wereld van mogelijkheden,’ aldus festivaldirecteur Carmen Posada.

    Lees ook:

  • Eetlezen doe je in een fantasyboek

    Eetlezen doe je in een fantasyboek

    Al vanaf de tijd van Tolkien wemelt het in de fantasyliteratuur van de smakelijke voedselbeschrijvingen. Schrijfster Anne Ewbank zocht uit waar die voorliefde voor botertaart en stoofpotjes vandaan komt.

    Als jonge tiener verslond ik het ene fantasyboek na het andere. Op een dag bleef mijn oog hangen bij de beschrijving van iets wat er werd gegeten. In Diana Wynne Jones’ A Tale of Time City eten de tijdreizende protagonisten een versnapering, een botertaartje. Het is geel ijs op een stokje, ijskoud vanbuiten en gesmolten vanbinnen, en wordt omschreven als ‘boterig en romig … met een vleugje koffie en twintig andere nog lekkerdere smaken’. Een botertaartje bestaat niet echt, alleen in het verhaal van Jones en in de fantasie van de lezers. Maar het klonk verrukkelijk.

    In die tijd was internet nog betrekkelijk nieuw, dus ik kon geen tientallen recepten opdiepen die fans van Jones’ verhalen hadden bedacht. Maar ook toen ik van jeugdfantasy was overgestapt naar de volwassenenfantasy, viel me op dat auteurs uitgebreide beschrijvingen gaven van wat er werd gegeten. Dat wekte niet alleen mijn eetlust, maar ook mijn nieuwsgierigheid op: waarom schrijven fantasy-auteurs zo vaak over eten?

    Terwijl ik me fanatiek door de fantasycanon heen las, besefte ik dat het geweldige botertaartje een uitschieter was. Helden en heldinnen eten over het algemeen bekende kost, ook als ze kunnen toveren en draken berijden. Pagina’s lang doen personages die mazzel hebben zich tegoed aan taart en bier. Andere personages krijgen alleen stoofpotten, die vreemd genoeg steeds weer terugkomen. In haar satirische reisgids van de fantasyliteratuur, The Tough Guide to Fantasyland, maakt Jones de grap dat ‘de stoofpot het belangrijkste voedsel is in Fantasyland, dus u bent gewaarschuwd. Binnenkort snakt u misschien naar een omelet, een steak of witte bonen in tomatensaus, maar dat is allemaal niet voorhanden.’

    chilled cold colorful ice cream 1051098

    Eten in fantasy gaat terug naar de vroegste mythen en legenden, waarin het wemelt van symbolisch, vaak gevaarlijk voedsel. De Griekse godin Persephone at zes granaatappelpitjes in de onderwereld, waardoor ze zes maanden per jaar bij Hades, de god van de dood, moest doorbrengen. In Europese verhalen en gedichten komt het veelvuldig voor dat mythische feeën of elven voedsel gebruiken om mensen te verleiden. In het gedicht La Belle Dame Sans Merci, in 1819 geschreven door de romantische dichter John Keats, wordt een ridder verliefd op een fee, die hem ‘zoet smakende wortels en wilde honing en hemelse dauw’ te eten geeft. Maar op een dag wordt de ridder wakker en ontdekt hij dat ze hem heeft verlaten en wordt hij half gek van wat hij is kwijtgeraakt. In 1859 schreef Christina Rossetti Goblin Market, over angstaanjagende, bovenaardse wezens die vruchten verkopen waar mensen, als ze er eenmaal van gegeten hebben, alleen maar meer van willen hebben.

    De trope van gevaarlijk feeënvoedsel bestaat nog steeds in de moderne fantasy, vertelt dr. Robert Maslen. Maslen is hoofddocent aan de University of Glasgow, waar hij een van ’s werelds eerste masterstudies in de fantasyliteratuur heeft opgezet. Hij geeft twee moderne voorbeelden: de film Pan’s Labyrinth en Ellen Kushners roman Thomas the Rymer. Als voedsel niet zonder gevolgen is, is dat een teken ‘dat we ons in een wereld bevinden waar heel andere regels gelden’.


    De vader van het moderne fantasyverhaal, J.R.R. Tolkien, werd in deze traditie gevormd. Als kind las hij de sprookjesboeken van Andrew Lang, een reeks die uit twaalf delen bestond en waren gerangschikt op kleur, van rood naar blauw en van roze naar bruin.

    Tolkiens dwergen roepen om frambozenjam, appeltaart, zoete pasteitjes, kaas, vleespasteitjes, salade, koek, bier, koffie, eieren, koude kip en augurken

    Tolkiens neiging om voortdurend over het belang van voedsel te schrijven werd ook beïnvloed door zijn schokkende ervaringen in de Eerste Wereldoorlog. Hij was officier en was ervan overtuigd dat hij zou sneuvelen. In de ban van de ring is Tolkiens visie van het ideale dorp, een plek waar wordt gefeest en paddenstoelen in overvloed aanwezig zijn en die zo op het oog niet wordt geteisterd door oorlogen. In het eerste hoofdstuk van De hobbit wordt de weinig avontuurlijke Bilbo Baggins ondersteboven gelopen door de tovenaar Gandalf en een bende hongerige dwergen, die zijn provisiekast plunderen. ‘En misschien een klein beetje rode wijn voor mij,’ vraagt Gandalf. De dwergen roepen om frambozenjam, appeltaart, zoete pasteitjes, kaas, vleespasteitjes, salade, koek, bier, koffie, eieren, koude kip en augurken. Ook al keert Bilbo zijn huis mismoedig ondersteboven om de dwergen te voeden, het is een teken van overvloed dat hij al dat eten in huis heeft.

    Een andere beroemde fantasyschrijver, Brian Jacques, was net zo gevormd door de oorlog, in zijn geval door de Tweede Wereldoorlog. Jacques is het bekendst geworden om zijn jeugdfantasyboeken, de Redwall-reeks. In al die eenentwintig boeken strijden geantromorfiseerde dieren tegen het kwaad en richten overdadige feestmalen aan. Een pagina’s lang durend banket behelst twaalf verschillende salades, acht soorten brood, tien drankjes, ‘verse room, zoete room, slagroom, lichte room, custardroom’, en een reusachtige vis. In interviews heeft Jacques gezegd dat de fictieve maaltijden in zijn boeken stammen uit de eetfantasieën van zijn jeugd toen in Engeland het eten op de bon was. Lezers uit de begin jaren genoten van zijn boeken om dezelfde reden.

    Als toonaangevend fantasyauteur bereidde Tolkien met zijn aandacht voor eten de weg voor andere fantasyschrijvers. De in Midden-aarde altijd aanwezige kookkunsten en Tolkiens manier van etenswaren beschrijven werden ook standaard omdat die zo geschikt waren voor het creëren van een aparte wereld: eten helpt heel goed bij het neerzetten van een plaats van handeling.

    Zowel Tolkien als Jacques werkten hun werelden verder uit met geschiedenis, liedjes en verschillende talen en dialecten. Voor Maslen is voedsel een andere manier om een fantasie werkelijkheid te laten lijken. ‘Veel fantasy is gesitueerd in andere werelden,’ zegt hij. ‘Stel dat je een fantasyverhaal schrijft dat zich afspeelt in een andere wereld, dan wil je die zo volledig, geloofwaardig en voelbaar voor alle zintuigen maken als maar mogelijk is.’ Liedjes appelleren aan het oor, landkaarten aan het oog en voedselbeschrijvingen aan de maag van de lezer.

    Maslen gelooft dat voedsel een van de onderscheidende kenmerken van fantasyliteratuur is. Of het nu een botertaartje of een stoofpot is, voedsel dient als anker voor de verschrikkingen en de hoogoplopende spanning. ‘Fantasyschrijvers’, zegt hij, ‘zijn erop uit om niet alleen afgrijzen en angst op te roepen, maar ook verwondering, verrassing, plezier en verbazing.’ Als lezers worden geconfronteerd met het angstwekkende en het vreemde, ‘verankert voedsel die ervaringen in iets wat ze goed kennen.’ Zelfs George R.R. Martins Game of Thrones, dat erom bekendstaat te breken met veel fantasystijlfiguren en tradities, houdt nog steeds vast aan de verplichte breed uitgewerkte voedselbeschrijvingen (vooral van soep).


    Maslen geeft een voorbeeld uit In de ban van de ring, waarin Frodo en Sam samen eten op de grens van Mordor, ‘precies op de rand van de ergste plek ter wereld’. Zelfs vlak voor hun wereldreddende missie verzamelt Sam laurierbladeren en salie om konijnenstoofpot te maken. Midden in een prachtig, overwoekerd landschap is er een kort moment van verwondering bij de aanblik van wat Malsen omschrijft als ‘het extreemste voorbeeld van het onbekende en het afschuwwekkende’.

    In onzekere tijden is het bereiden van troosteten vlak voor een ramp zeker herkenbaar. Als er zo veel betekenis wordt meegegeven aan fantasyeten is het geen verrassing dat er boeken en blogs in overvloed zijn die zijn gewijd aan het nauwkeurig namaken van lembasbrood en ketelkoek. Dit weekend ga ik ze allemaal doornemen. Ik weet zeker dat er ergens wel een recept voor botertaartjes is te vinden dat net zo wonderbaarlijk lekker is als ik me vijftien jaar geleden had voorgesteld.

    Auteur: Anne Ewbank
    Vertaler: Paul Bruijn

    Gastro Obscuro
    Vs | www.atlasobscura.com/gastro

    Onderdeel van Atlas Obscura, waarop de mooiste plekken en restaurants wereldwijd worden gedeeld.