Tag: geheimagenten

  • In deze Noorse stad aan de grens met Rusland wemelt het van de spionnen

    In deze Noorse stad aan de grens met Rusland wemelt het van de spionnen

    Voor inwoners van Kirkenes, op de grens van Noorwegen en Rusland, is spionage een alledaags gegeven. ‘Iedereen heeft wel een buurman, een vriend, iemand van de sportclub of een ouder van de kleuterschool die bij de militaire inlichtingendienst werkt.’

    Frode Berg werkt bij de douane en staat op het punt met pensioen te gaan, als hij in 2014 voor het eerst wordt gerekruteerd door de Noorse inlichtingendienst (NIS). Berg is gestationeerd in Kirkenes, een stad met 3500 inwoners, gelegen tussen de dennenbossen en rotsachtige fjorden in het noorden van Noorwegen, op zo’n acht kilometer van de Russische grens. Kirkenes staat bekend om twee dingen: koningskrab en spionnen. Berg weet dan ook van de activiteiten van de NIS. Zijn baan brengt hem vaak naar Rusland en in de loop der jaren leerde hij een handjevol NIS-ambtenaren kennen, waaronder de functionaris die hem om zijn medewerking vraagt. Maar nooit eerder is hij gevraagd om namens de Noorse overheid risico’s te nemen. Nu wil de functionaris dat hij een envelop met 3000 euro in contanten over de grens brengt en vandaar naar een adres in Moskou verzendt. Een kort uitstapje naar Rusland is voor hem niet ongewoon, dus stemt Berg ermee in. ‘Ik zeg overal ja op,’ vertelt hij me.

    In de daaropvolgende maanden reist Berg zes keer naar Rusland met enveloppen vol geld, die hij volgens de instructies op de post doet. In elke envelop zit een briefje waarop staat dat het geld gewonnen is met pokeren. Na verloop van tijd krijgt Berg een nieuw contactpersoon en worden de verzoeken veeleisender. Het gaat niet meer alleen om het vervoeren en opsturen van geld, maar hij moet ook een keer een geheugenkaart smokkelen. Bij elke afspraak voelt Berg zich ongemakkelijker worden. Meer dan eens probeert hij ermee te stoppen, maar zijn nieuwe contactpersoon blijft aandringen. Uiteindelijk stemt hij in met een laatste opdracht.

    Tijdens die laatste opdracht, vlak voor Kerstmis 2017, wordt zijn ergste angst bewaarheid: hij wordt bij zijn hotel in Moskou opgepakt door de FSB, de Russische binnenlandse veiligheidsdienst. FSB-agenten brengen hem naar de beruchte Lefortovo-gevangenis.

    Afluisterposten

    Tijdens het proces maken de Russen duidelijk wat zijn opdrachtgevers hem niet hadden verteld: de geheugenkaart blijkt vragen te bevatten over onderzeese wapensystemen. En de ontvanger van het geld dat Berg postte – een werknemer op een scheepswerf van de staat – blijkt een dubbelagent te zijn. In 2019 wordt Berg schuldig bevonden aan spionage. Zeven maanden later keert hij bij een gevangenenruil naar huis. Als hij in Oslo landt, zijn de eerste woorden die hij zich herinnert afkomstig van een ambtenaar van het ministerie van Defensie. ‘Welkom thuis,’ zegt de ambtenaar. ‘We bieden je vier miljoen kronen [bijna 350.000 euro].’

    Bergs verwikkeling in de plaatselijke spionagescene – zo vernam ik tijdens mijn bezoek aan Kirkenes in mei – is een ervaring die, zij het in minder extreme mate, door veel inwoners wordt gedeeld. ‘Iedereen in Kirkenes heeft wel een buurman, een vriend, iemand van de sportclub of een ouder van de kleuterschool die bij de militaire inlichtingendienst werkt,’ zegt Thomas Nilsen, redacteur van de regionale krant Independent Barents Observer. Kirkenes en de omliggende regio zijn al tientallen jaren van strategische waarde voor de NAVO. Afluisterposten staan verspreid in het ruige landschap om het reilen en zeilen bij de buren in de gaten te houden. Rusland heeft verschillende militaire bases in het gebied, waaronder het hoofdkwartier van de Noordelijke Vloot. De oorlog in Oekraïne heeft de elektronische afluisterpraktijken dringender en, voor Rusland, ongewenster gemaakt. De stemming in de stad is sinds de invasie veranderd. Volgens burgemeester Lena Bergeng is spionage ‘nu meer een dagelijks thema in de gemeenschap. Voorheen dachten we er niet over na, nu is iedereen zich ervan bewust’.

    Inwoners die regelmatig de grens oversteken, worden al sinds mensenheugenis benaderd door Noorse inlichtingenofficieren (sinds het begin van de oorlog is het aantal mensen dat de grens oversteekt verminderd). Een debriefing – de vraag om informatie over Rusland aan inwoners die net Rusland hebben bezocht – komt het meest voor. Voor de meesten zijn dat onwelkome vragen. De potentieel beste bronnen zijn ook diegenen die het meest bedreigd kunnen worden door de samenwerking – mensen met zakelijke belangen of persoonlijke connecties in Rusland. Rune Rafaelsen, de voorganger van Bergeng als burgemeester, zegt dat inwoners van Kirkenes die in Rusland werkten vaak radeloos naar zijn kantoor kwamen na contact met Noorse inlichtingenofficieren. Verzoeken konden ingrijpend en riskant zijn. In één geval, herinnert Rafaelsen zich, vroegen agenten van de NIS – die weigerde commentaar te geven op dit verhaal – de eigenaar van een bedrijf met kantoren in Moermansk om een van hen in dienst te nemen, als dekmantel.

    Tot hun verbijstering en irritatie worden inwoners van Kirkenes soms benaderd door zowel de NIS als de PST, de binnenlandse veiligheidsdienst van Noorwegen. Agenten van de ene dienst komen langs, stellen vragen en vertrekken weer, en kort daarna arriveren agenten van de andere dienst en herhaalt het proces zich. ‘Het wordt vervelend om steeds dezelfde vragen te moeten beantwoorden,’ zegt journalist Bård Wormdal, wiens nieuwe boek Spionkrigen [Spionnenoorlog] spionage in arctisch Noorwegen beschrijft.

    Ook de Russen hebben hun agenten onder de inwoners van Kirkenes

    Bijna iedereen in Kirkenes weet wie de spionnen zijn. ‘Als iemand zegt dat ie in het leger werkt,’ zegt Torbjørn Brox Webber, een Lutherse priester die in Kirkenes woont, ‘en jij vraagt wat ie daar precies doet, en diegene begint over het weer te praten, dan weet je genoeg.’

    Ik bezocht Kirkenes aan het begin van de zomerzonnewende. De stad straalde geheimzinnigheid uit die past bij de clandestiene activiteiten die er plaatsvinden. Overdag was er weinig verkeer in de door de zon gebleekte straten; ’s nachts wierp het schemerige licht een griezelige sluier over de rode, blauwe en gele huisjes rond het fjord.

    Ik ontmoette Berg op een ochtend aan het fjord, voor mijn hotel, waar hij me over zijn ervaringen zou vertellen. Hij oogt oprecht en opa-achtig en kijkt met mededogen naar zijn medemensen, zelfs naar de Noorse inlichtingenofficieren die er verantwoordelijk voor zijn dat hij twee jaar in een gevangenis in Moskou zat.

    We zochten een plek in de verlaten hotelbar – Berg wilde uitzicht op de ingang, met de rug naar de muur –, en ik ging koffie voor ons halen. Tot mijn schrik trof ik zijn stoel leeg aan toen ik terugkwam. Ik dacht dat ik per ongeluk iets had aangeroerd wat zijn argwaan had gewekt. Was hij gedrogeerd? Waren onze drankjes vergiftigd, of zelfs bestraald? Dat zijn tenslotte allemaal zaken die niet uitsluitend in spionagefilms voorkomen. Ik stond nog met onze mokken in de hand de situatie te overdenken, toen ik Berg terug zag komen van zijn auto. Hij was vergeten zijn mobiele telefoon daarin achter te laten, zei hij. Het was een gewoonte die hij had ontwikkeld voor wanneer hij nieuwe mensen ontmoette, vanwege de vele veiligheidslekken in moderne smartphones. Het was niets persoonlijks.

    Ook de Russen hebben hun agenten onder de stedelingen. Toen ze Berg ondervroegen, vertelden FSB-officieren wat ze allemaal niet over Kirkenes wisten, tot aan het privéleven van individuele NIS-functionarissen toe. Tot Bergs verbazing wisten ze zelfs over alcoholproblemen in de familie van een van zijn opdrachtgevers, een detail dat de man zorgvuldig had stilgehouden. Andere Noren die door de FSB waren ondervraagd, hadden soortgelijke onthullingen gedaan. In één geval lieten Russische inlichtingenofficieren een Noor in hechtenis een foto zien van de woonkamer in een flat op de derde verdieping in Kirkenes – hij nam aan dat die door een drone gemaakt moest zijn.

    Paranoia

    Journalisten begonnen voor het eerst over deze gebeurtenissen te schrijven rond de tijd dat naar buiten kwam dat Berg voor de NIS had gewerkt. De inwoners van Kirkenes reageerden verbaasd. Hoe kon het dat de Russische inlichtingendienst zo vrij kon opereren? Paranoia begon de overhand te krijgen en belemmerde de bereidwilligheid om samen te werken met de Noorse autoriteiten. Eén inwoner, vertelde Rafaelsen, besloot na een debriefing door Noorse inlichtingenofficieren om helemaal geen zaken meer over de grens te doen, uit angst dat de FSB er anders achter zou komen en hem zou arresteren. Moskou heeft genoeg mogelijkheden om te rekruteren in de omgeving van Kirkenes, waar tegenwoordig meer dan driehonderdvijftig Russen wonen en een enkele Noorse informant.

    De spionnen hoeven niet eens aan de Noorse kant van de grens te wonen. In 2019 bezocht een delegatie van Russisch-orthodoxe priesters Kirkenes in het kader van een stedenband met Severomorsk, waar het hoofdkwartier van de Russische Noordelijke Vloot is gevestigd. Ze toonden belangstelling in een enigszins onverwacht onderwerp: het beheer van het lokale drinkwater. Hun bereidwillige gastheren toonden een pompstation bij de haven, aldus Nilsen, de redacteur van de krant. Twee van de priesters vroegen vervolgens of ze het waterreservoir mochten zien, dat een paar kilometer buiten de stad ligt. In eerste instantie stemden de plaatselijke ambtenaren toe. Maar de politiechef was minder enthousiast. Ze twijfelde of het wel een wijs plan was en uiteindelijk schrapten de begeleiders van de delegatie de excursie. (Ook de stedenband werd later verbroken.)

    Er waren genoeg redenen om sceptisch te zijn over de bedoelingen van de priesters: over banden tussen de orthodoxe kerk en de Russische veiligheidsdiensten bestaat veel informatie, en sommigen in Kirkenes veronderstelden dat de priesters de drinkwatervoorziening van de stad in kaart wilden brengen: nuttige informatie voor duistere scenario’s. Anderen dachten dat het verzoek minder snoodaardig bedoeld was. Volgens geestelijke Brox Webber was infrastructuur een centraal gespreksonderwerp toen hij een paar jaar geleden Russische grenssteden bezocht. Het barre Arctische klimaat bemoeilijkt de voorziening van de meest elementaire moderne gemakken, zoals stromend water en verwarming. ‘Ik zeg niet dat het er niet bedenkelijk uitzag,’ zegt hij over de priesters, ‘maar op een plek als deze zijn mensen per definitie erg geïnteresseerd in infrastructuur.’

    Gemeenschapsgevoel wordt ingeruild voor het schaduwen van vijanden die vaak niet blijken te bestaan

    Het incident illustreert de dubbelzinnigheid van de spionagespelletjes in dit grensgebied. Er bestaat genoeg echte spionage, en het bagatelliseren van de dreiging kan inlichtingendiensten van de tegenpartij in de kaart spelen. Toegeven aan paranoia brengt echter ook risico’s met zich mee: overbodige of abusievelijke waarschuwingen ondermijnen de inspanningen om het gevaar van echte spionnen te ontdekken. Sociaal vertrouwen en gemeenschapsgevoel worden ingeruild voor het schaduwen van vijanden die vaak niet blijken te bestaan. De lokale bevolking heeft zo zijn vermoedens over wie er met de FSB samenwerkt, maar de meesten proberen de gekte te voorkomen die kan ontstaan als dat soort gedachten wortel schiet.

    ‘Als je denkt dat elke Rus hier in Kirkenes een spion is, dan ben je een angsthaas,’ zegt Webber. Ook Gunnar Reinholdtsen, die twee decennia als hoofd van de NIS-vestiging werkte voordat hij drie jaar geleden met pensioen ging, maakt zich er niet al te veel zorgen over. ‘In de dienst wordt het wel gezien als een zorg,’ zegt hij. ‘Er wordt gezegd: “In Kirkenes, daar zijn veel te veel Russen.” Maar er zijn meer Russen in Oslo.’

    Russische vissersvloot

    Toen ik er arriveerde, was Kirkenes een van de weinige havens in Europa die na de invasie van Oekraïne open bleven voor de Russische vissersvloot. De haven domineert de waterkant: een betonnen strook van een kilometer lang vol met pakhuizen en bezaaid met hoge stapels fuiken voor de koningskrab. Een half dozijn gammele pieren steekt uit in het fjord. In normale tijden deden boten de haven zo’n achthonderd keer per jaar aan; ongeveer de helft daarvan betrof het Russische vissersschepen die aanmeerden voor wisseling van de bemanning, bevoorrading of reparaties. Nu de Russische dagjesmensen zijn verdwenen, is de lokale economie meer dan ooit afhankelijk van deze vissersboten. Een paar dagen voor mijn aankomst leek een verandering van het sanctiebeleid in Oslo erop te wijzen dat scheepswerven helemaal niet meer aan Russische trawlers zouden mogen sleutelen – een stap waardoor de dokken in Kirkenes vrijwel geheel dreigen te sluiten.

    De Russische boten brengen geld in het laatje, maar tegen de tijd dat ik er op bezoek was, was de relatie met hen verzuurd. Burgemeester Bergeng schrijft die verandering niet alleen toe aan de Russische invasie in Oekraïne, maar ook aan Skyggekrigen [De Schaduwoorlog], een driedelige documentaire geproduceerd door de nationale omroepen van Noorwegen, Zweden, Denemarken en Finland, waarin wordt beweerd dat veel Russische vissers- en onderzoeksschepen hetzij dubbelspel spelen als spion, hetzij de basis leggen voor toekomstige sabotage.

    ‘Ze testen de Noorse autoriteiten. Hoe ver kun je gaan voordat de politie ingrijpt?

    Russische vissers die Kirkenes aandoen, gedroegen zich de laatste tijd inderdaad vreemd. Afgelopen zomer werd een bootje van een trawler in het water gegooid en vervolgens op de motor naar de Strømmenbrug gevaren, een verboden militaire zone. In januari liepen twee vissers door de stad in kleding die veel leek op Russische militaire uniformen, wat de kapitein van het schip een standje opleverde van de plaatselijke politie. Kirkenes kan worden omschreven als een soort laboratorium, zegt Nilsen, de redacteur van de krant. ‘Ze testen de Noorse autoriteiten. Hoe ver kun je gaan voordat de politie ingrijpt? Wat zal Noorwegen accepteren?’

    Op 17 mei viert Noorwegen de Dag van de Grondwet. Noren halen dan hun bunads tevoorschijn – versierde wollen outfits waarin ze eruitzien als negentiende-eeuwse boeren die naar de kerk gaan – en daarin marcheren ze met de nationale vlag door de stad en begroeten elkaar met een vrolijke wens die normaal gesproken alleen wordt gebruikt om iemand een ‘gelukkige verjaardag’ te wensen. Het weer was die dag omgeslagen en in de regen zocht ik beschutting in een paviljoen in het park. Ik had gehoord dat Russische vandalen het paviljoen hadden beklad met pro-oorloggraffiti, maar tegen de tijd dat ik daar aankwam, was die al weg.

    Een paar minuten later strompelen twee vrouwen van middelbare leeftijd de trappen van het paviljoen op. Ze spreken Russisch op gedempte toon. De ene is tenger en springerig, de capuchon van haar jas strak over haar haar getrokken. Haar metgezel daarentegen ziet er bedaagd en deftig uit. Ze lijken me eerst niet op te merken, maar halverwege de trap geeft de eerste vrouw haar vriendin een por en ze lijkt in een rol te schieten. ‘Oh, gelukkige verjaardag,’ zei ze, in gebrekkig Noors. Het valt me op dat de vrouwen allebei een Noorse vlag vasthouden. Ik vraag hun of ze naar de ochtendoptocht van de kinderen zijn geweest. De eerste vrouw kijkt nerveus. Haar vriendin schudt het hoofd. Er blijft een stilte hangen. Uiteindelijk strekt de tweede vrouw haar handpalmen uit en zegt in gebroken Noors: ‘We zijn gewoon twee oude dames.’ Het klinkt een beetje raar, alsof ze m’n wantrouwen – dat ik overigens geenszins had getoond – wilden wegnemen.

    Stilaan houdt het op met regenen, en ik laat de twee vrouwen achter terwijl ze zachtjes met elkaar praten in het paviljoen. Als ik omkijk, staren ze in mijn richting en lijken ze te overleggen. De ontmoeting stelt me niet op mijn gemak, en ik besluit een rondje door de buurt te maken.

    Als ik terugkom, zijn de twee vrouwen verdwenen en hebben ze plaatsgemaakt voor een jongere vrouw met roestkleurig haar. Ze zit op een bankje en kijkt gebiologeerd naar haar telefoon, alsof ze met een belangrijke boodschap bezig is. Als ze merkt dat ik de trappen van het paviljoen beklim, stopt ze haastig haar telefoon in een hoesje en staart me aan. Ik besef dat ik iets belangrijks heb verstoord. Ik begroet haar in het Noors, maar het enige wat ik terugkrijg, is haar aanhoudende, onverstoorbare blik.

    Verdachte figuren

    Tijdens de wandeling terug naar mijn hotel krijg ik het gevoel dat ik een van de vrouwen – de deftige – al eens eerder heb gezien. Al snel vind ik haar in mijn dossier met informatie, op screenshots van de Twitter-tijdlijn van het Russische consulaat. Daar is ze te zien bij een controversiële herdenking van de rol van de Sovjet-Unie bij het verdrijven van de nazi’s uit Noorwegen, die een week eerder was gehouden bij een monument van een zegevierende Sovjetsoldaat op een heuveltop in het centrum van Kirkenes. De ceremonie was een wat rommelige en overdreven patriottistische aangelegenheid. Een paar Russen verwijderden een plaquette die de standrechtelijke executie van een Oekraïense krijgsgevangene memoreerde. Ik bekijk de tijdlijn van het consulaat nog eens en stuit op een ander bekend gezicht: de vrouw met het roestkleurige haar. Ze hield afgelopen herfst een boeket rozen vast bij een herdenking van de Tweede Wereldoorlog.

    Ik wist niet wat het allemaal betekende. Waarschijnlijk niets. Of toch wel? Zou het kunnen dat ik na een paar midzomerdagen en ondergedompeld in de spionageverhalen van Kirkenes ook was bezweken aan paranoia en wantrouwen? Er was niet veel tijd meer om verder onderzoek te doen – ik zou de volgende ochtend vertrekken – maar ik wilde weten of ik een van mijn paviljoengangers tegen zou komen bij de middagparade. Dat was niet het geval, maar de parade kreeg wel een mysterieus tintje. Volgens Rafaelsen, de voormalige burgemeester, waren agenten van de PST-contraspionage op pad, om in de gaten te houden wie van de lokale bevolking bevriend was met de Russen. ‘Ik ken ze heel goed,’ zei Rafaelsen over de agenten. ‘Het zijn echte familiemensen.’ 

    Maar op deze dag, een feestdag die de Noren traditioneel met familie doorbrengen, liepen de agenten moederziel alleen door de stad. Rafaelsen herkende een van hen als de agent die hem een jaar eerder had ondervraagd over zijn reizen naar het buitenland en zijn buitenlandse contacten, en realiseerde zich dat zij hem leek te volgen. Hij lachte haar uit en liep door.

    Voor de lokale bewoners horen dit soort ontmoetingen gewoon bij het leven. Maar als bezoeker vond ik de surveillance wel wat zenuwslopend. Tijdens mijn wandeling door de stad eerder op die dag, had ik een aantal individu’s zien rondlopen in donkere pakken – de standaard 17-meikleding voor degenen die niet in een bunad gekleed gaan. Waren dat agenten van de contraspionage? En wat zouden ze denken van mijn ontmoetingen in het paviljoen? Het was een bruikbare herinnering aan het belangrijkste obstakel om inlichtingen te kunnen verzamelen in een stadje zo klein als Kirkenes: op plekken als deze is het moeilijk om iets geheim te houden.

    Lees ook:

  • Waarom Lissabon al decennia een nest van geheime agenten is

    Waarom Lissabon al decennia een nest van geheime agenten is

    Als NAVO-land met een hoogwaardige technologiesector en banden met Afrika staat Portugal in de belangstelling van onder meer de Iraanse, Chinese en Russische geheime dienst. Die interesse dateert niet van gisteren.

    Een vierdaagse reis in juni 2014 naar Isfahan, de derde stad van Iran, bracht João F. op het netvlies van de Amerikaanse geheime dienst. In gezelschap van een Turkse ondernemer had de ingenieur uit Lissabon een ontmoeting met ene Reza. Het doel was zakelijk: de installatie in Iran van twee grote Duitse machines voor het slijpen van lenzen. Het betrof het eerste in een reeks Europese en Noord-Amerikaanse contracten voor de levering van hoogwaardige technologie – technologie die in de ogen van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken geschikt was voor militaire toepassingen.

    Het Amerikaanse wantrouwen groeide toen de Portugees ten westen van Lissabon een kleine hangar huurde om de machines tussentijds in op te slaan, alvorens ze via ‘complexe zeeroutes’, over Turkije en China, naar Isfahan te verschepen. Twee jaar later werd een machine die het bedrijf van João F. van New York naar Lissabon moest overbrengen, onderschept op JFK Airport. De angst bestond dat het apparaat in Iraanse handen zou vallen. Een paar maanden later werd João F. in de Verenigde Staten gearresteerd op verdenking van ‘criminele samenzwering’. Hij kwam weer vrij, zijn huidige verblijfplaats is onbekend.

    Verspieders te huur in het Verenigd Koninkrijk

    In een langetermijnonderzoek dat in maart werd gepubliceerd, besteedt The Sunday Times hernieuwde aandacht aan een zorgwekkende trend in het Verenigd Koninkrijk: het overlopen van militairen en geheime agenten naar de privésector.
    ‘Op kosten van de belastingbetaler zijn deze spionnen, militairen en agenten door de Britse staat opgeleid in het uitvoeren van clandestiene operaties,’ schrijft de zondagskrant. ‘Eenmaal in de privésector beland slaan ze munt uit deze vaardigheden door ze in te zetten ten behoeve van autocratische staten, oligarchen en rijke bedrijven. Ze schaduwen auto’s, regelen nepsollicitatiegesprekken, stelen privédocumenten uit prullenbakken en kopen getuigen om – allemaal extreme methoden om peperdure gerechtelijke procedures te doen omslaan in het voordeel van de opdrachtgever.
    ‘De rechtbanken van Londen zijn het epicentrum van de industriële spionagesector,’ stelt het conservatieve weekblad. ‘Die vormen tegenwoordig een internationaal centrum van juridische geschillen. De klanten van deze detectivebedrijven zijn machtige buitenlandse actoren, van bedrijven tot staten, die zich het volledige arsenaal aan moderne gerechtelijke procedures kunnen veroorloven.’ Het enige doel: koste wat het kost winnen. ‘Zo kan het gebeuren dat Britse rechtbanken stukken accepteren die onder dubieuze omstandigheden zijn verkregen,’ stelt The Sunday Times vast.
    Bezorgde Britse parlementsleden zijn nu van plan de sector aan banden te leggen door middel van een wetsvoorstel dat in januari is ingediend.

    Een document dat dit jaar door de Portugese geheime dienst werd gepubliceerd, verwijst indirect naar deze zaak: ‘Er zijn verdenkingen van aankopen op het nationaal grondgebied die verband houden met programma’s voor massavernietigingswapens.’ Aankoop van materiaal dus dat kan worden gebruikt voor nucleaire doeleinden. Bepaalde landen, zo gaat het verder, verwerven op discrete wijze ‘materiaal, apparatuur en technologieën voor duale toepassing, en van gevoelige aard, die ook kunnen worden gebruikt voor clandestiene militaire projecten’. Lege vennootschappen in Iran, Syrië en Pakistan zouden een rol spelen in deze transacties, aldus het document, alsook ‘diverse tussenpersonen in het buitenland’ die ‘risicovolle zaken’ afhandelen.

    Tevens maakt het rapport melding van een nieuw fenomeen: de belangstelling van studenten en wetenschappers uit ‘prolifererende landen’ (met een nucleair programma) voor allerlei universitaire en wetenschappelijke cursussen en evenementen in Portugal, wat ‘een risico’ zou kunnen betekenen op ‘overdracht van gevoelige kennis’.

    Deel2 4
    © iStock / DrAfter123

    Sinds de publicatie van het rapport is dit fenomeen toegenomen, volgens bronnen rondom de inlichtingendiensten. Iran heeft een vinger in de pap gekregen op technische universiteiten en manipuleert onderzoekers, zegt een van hen. Onder een diplomatieke of academische dekmantel benaderen Iraanse geheim agenten Portugese docenten en studenten die betrokken zijn bij projecten op het gebied van nanotechnologie, ruimtevaarttechniek en kernfusie. Veel van deze docenten en studenten onderhouden contacten met Noord-Amerikaanse, Engelse, Spaanse en Franse universiteiten. De Iraniërs proberen hen te lokken met wetenschappelijke samenwerkingsprojecten. Hun missie is om zeer gespecialiseerde knowhow binnen te halen, die het nucleaire programma van het regime in Teheran nog gevaarlijker kan maken.

    Kans van slagen

    De kwetsbaarste en minst scrupuleuze wetenschappers gaan uiteindelijk in op deze voorstellen en delen voor ze het weten gevoelige wetenschappelijke informatie. ‘Die contacten zijn echter niet altijd succesvol. Ze hebben de meeste kans van slagen bij mensen die in een lastige fase in hun leven zitten, bijvoorbeeld door een scheiding of een schuld. Ronselaars proberen zo veel mogelijk persoonlijke informatie over hun doelwitten te vergaren en hun zwakke punten te benutten,’ aldus een bron die in de binnenlandse veiligheid heeft gewerkt en anoniem wil blijven.

    Portugal beschikt over geavanceerde technologie die ‘erg interessant is voor vijandelijke machten’. Die technologie is misschien niet van hetzelfde niveau als die van de Noord-Amerikanen, maar is wel ‘makkelijk toegankelijk’, zo stelt een voormalige functionaris die banden heeft met de inlichtingendiensten.

    Iraanse gevaar

    Eén zaak illustreert hoezeer westerse mogendheden het Iraanse gevaar serieus nemen: dat van een particuliere luchtvaartmaatschappij die er door de Verenigde Staten van wordt verdacht terroristen uit Syrië en Libanon naar Venezuela te hebben gebracht voor een training. In tegenovergestelde richting zou deze maatschappij goud en wapens van Latijns-Amerika naar het Midden-Oosten overbrengen om Hezbollah en de Iraanse Revolutionaire Garde te financieren, in ruil voor Iraanse olie. De regering van Donald Trump riep in april 2020 diverse landen op om dit bedrijf uit hun luchtruim te weren. Sommige van deze vliegtuigen konden desondanks over het Iberisch Schiereiland vliegen en zo de gebruikelijke routes omzeilen.

    Anders dan de Iraniërs, die solistisch opereren, doen de Chinese inlichtingendiensten op Portugese bodem een beroep op culturele instellingen die onder auspiciën van Beijing staan. Vorig jaar besprak het tijdschrift Sábado de rol van het Confucius Instituut: dat verspreidt niet alleen propaganda, het treedt ook op als rekruteringscentrum voor agenten die gevoelige informatie moeten verzamelen. De Portugese inlichtingendiensten houden de activiteiten van de Chinese ambassade in Lissabon in de gaten, zo meldt het weekblad.

    Veilgheidsdiensten verdenken Portugese academici ervan de belangen van Beijing te dienen

    De lijn tussen lobbyen en spionage is dun; de veiligheidsdiensten verdenken diverse Portugese academici ervan de belangen van Beijing te dienen, soms de wet te omzeilen en staatsgeheimen te schenden. ‘De geheime diensten weten heel goed wie er in Portugal voor de vijand werkt, maar het is moeilijk te bewijzen. Je moet de geldroute volgen,’ zegt beveiligingsspecialist Luiz Tomé.

    Portugal kent een vrij grote Chinese gemeenschap, en de veiligheidsdiensten en de gerechtelijke politie vermoeden dat China een discrete maar reële macht uitoefent over de leden ervan. Safeguard Defenders, een in Madrid gevestigde ngo, onthulde eind vorig jaar het bestaan van 102 Chinese ‘politiebureaus’ in 53 landen, die Chinese staatsburgers vervolgen op verdenking van diefstal, illegaal gokken of zelfs kritiek op het regime. De bureaus hebben geen officiële bevoegdheid en informeren het gastland niet over hun activiteiten. De Madrileense ngo beschuldigt Beijing bovendien van gedwongen repatriëringen.

    Beijing probeert daarnaast toegang te krijgen tot ‘gevoelige’ informatie door politieke leiders te bewerken met soft power. Daar begint de soms ingewikkelde dans van economische en politieke macht. ‘China wordt een steeds machtigere reus. Al tien jaar tracht het land Portugese bedrijven in de belangrijkste sectoren binnen zijn invloedssfeer te krijgen, en het flirt ook weleens met de politieke macht,’ zo weet Hugo Costeira, voorzitter van het Observatorium voor interne veiligheid.

    De Sovjetspionage was vooral actief in Portugal in de jaren die volgden op de val van de dictatuur

    De politici in kwestie dienen vooral om ‘deuren te openen’ naar nieuwe partnerschappen tussen ondernemers uit beide landen, maar de veiligheidsdiensten bezien dergelijke initiatieven met wantrouwen. Ze vrezen dat Beijing op deze manier vertrouwelijke overheidsdossiers in handen krijgt. Eén ding is zeker: de stormachtige entree van Huawei in Portugal en de miljoenen euro’s die grote Chinese aandeelhouders in Portugese beursgenoteerde bedrijven hebben gestoken, zijn de Noord-Amerikaanse diplomatie een doorn in het oog.

    Epicentrum

    Ook al is er sprake van internationale spionage in Portugal, op mondiaal niveau neemt het land op dat gebied nog lang geen belangrijke strategische positie in. Lissabon was ooit wél het epicentrum van wereldwijde spionage. Tijdens de Tweede Wereldoorlog nam dictator António Salazar een neutrale positie in. Dat gegeven, en de gunstige geografische positie van het land als vertrekhaven voor Amerika, trok velen aan die het oorlogsgeweld wilden ontvluchten, van leden van Europese koningshuizen tot diplomaten, bankiers, zakenlieden en voormalige heersers van landen die door de nazi’s waren bezet. De Portugese hoofdstad werd zodoende een belangrijke locatie voor grote spionagenetwerken. In de stad en langs de kust naar het noorden verscholen zich tal van geheim agenten, zowel geallieerden – vooral Britten en Amerikanen – als Duitsers.

    ‘Ze werkten meestal voor hun ambassades, maar je had ook dubbelspionnen die voor zichzelf klusten en beide partijen dienden,’ zegt historica Irene Pimentel. Garbo, de codenaam van de Catalaan Juan Pujol García, was een van de belangrijkste dubbelspionnen van Lissabon. Hij had grote invloed op de afloop van de oorlog. Aanvankelijk stond hij in dienst van de Duitsers, maar uiteindelijk werkte hij voor de Britse geheime dienst MI5, zonder dat Berlijn er lucht van kreeg. Hij maakte Hitler wijs dat de geallieerden in Pas-de-Calais zouden landen en niet in Normandië, waardoor de Duitsers een groot deel van hun troepen naar de verkeerde plek dirigeerden. De bekwame dubbelspion speelde het klaar om in de loop van de oorlog zowel door de Führer als door Churchill te worden onderscheiden.

    Een andere dubbelagent die voor de Britse geheime dienst werkte en valse informatie doorgaf aan de Duitsers, was de Serviër Dusko Popov. Hij stond model voor het door Ian Fleming gecreëerde karakter van James Bond. Popov, die de reputatie van een playboy had en buitengewoon moedig was, verbleef in die dagen in hotel Palácio in Estoril. Daar ontmoette hij Fleming, een Britse marineofficier die in Portugal diende. Talloze thrillers uit die tijd gaan over het gekuip en gekonkel dat destijds schering en inslag was in Portugal. Geen wonder, ‘het land vormde een waar nest van spionnen van alle gezindten,’ lacht Pimentel.

    Het Hongaarse perspectief

    Muren met oren
    Honderden Russische en Chinese spionnen zijn actief in de Belgische hoofdstad, stelt het Hongaarse weekblad HVG. En deze buitenlandse agenten zouden niet alleen uit vijandige staten zoals Rusland, China of Iran komen, maar ook uit bevriende landen, waaronder leden van de EU.
    De Belgische Staatsveiligheidsdienst heeft onvoldoende personeel om deze situatie het hoofd te bieden, en de lokale contraspionage werd pas alert na de Russische invasie van de Krim in 2014, de aanslagen in Parijs in 2015 en die in Brussel in 2016. Brussel is de zetel van de Europese Raad, de Commissie, het Europees Parlement en de NAVO, maar ‘er is nog geen Europese CIA of een organisatie die de diensten van de 27 lidstaten kan samenbrengen,’ schrijft HVG.

    Salazar hield iedereen scherp in de gaten, maar had aanvankelijk meer op met de Duitsers. Hij beval de geheime politie om de activiteiten van de Britse diensten de kop in te drukken. Later maakte hij hun het leven juist gemakkelijker, vooral vanaf 1943, toen de geallieerden de strijdkrachten van de asmogendheden in Noord-Afrika versloegen en het duidelijk werd dat ze aan de winnende hand waren in de oorlog. De Russen speelden een beslissende rol in de eindoverwinning: ze dwongen Duitsland in 1945 tot capituleren, terwijl de macht van hun geheime diensten zich pas na de oorlog begon af te tekenen, met de oprichting van de KGB in de jaren vijftig.

    Anjerrevolutie

    De Sovjetspionage was vooral actief in Portugal in de jaren die volgden op de val van de dictatuur in 1974 [Salazar trad in 1968 om gezondheidsredenen af als minister-president en overleed in 1970, maar zijn partij bleef tot de Anjerrevolutie van 1974 aan de macht]. Russische agenten opereerden destijds in Lissabon. Aan deze pogingen om invloed uit te oefenen kwam geen eind na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie. Nog maar zes jaar geleden werd een functionaris van de SIS (de Portugese binnenlandse veiligheidsdienst) veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor het doorgeven van staatsgeheimen aan de Russische geheime dienst. De activiteiten van de Russische inlichtingendiensten zijn sindsdien alleen maar geïntensiveerd, vooral tijdens de pandemie.

    Nieuwe mogelijkheden

    Covid-19 heeft niet alleen doden en lockdowns tot gevolg gehad, maar ook Chinese en Russische agenten nieuwe mogelijkheden geboden. De pandemie noopte universiteiten, openbare instellingen en laboratoria tot het elektronisch delen van gevoelige informatie over vaccins, PCR-testen en persoonsgegevens, wat allerlei hackers in dienst van NAVO- en EU-vijandige regimes aantrok. Volgens een overheidsbron is er de laatste tijd ‘aardig wat’ informatie uitgewisseld over de gevoelige kwestie van Russische cyberaanvallen tijdens de twee jaar van de pandemie.

    uit onze archieven

    Australië zegt dat het een spionnennest heeft schoongeveegd. In februari zei Mike Burgess, hoofd van de Australische inlichtingendiensten, dat zijn land in de greep was geweest van ‘een ongekend aantal spionageactiviteiten’. Een netwerk van agenten, van wie sommigen jarenlang undercover hadden gewerkt, is volgens hem in 2022 ontmanteld. De spionnen zouden zijn uitgezet.

    Cybercriminelen uit Moskouse koker hebben hun illegale activiteiten sinds de oorlog in Oekraïne verveelvoudigd. In januari en februari was er een grootschalig cyberoffensief tegen Europese landen die Oekraïne steunen. Doelwit in Portugal waren het directoraat-generaal Gezondheid, de farmaciefaculteit van de Universiteit van Lissabon en de servers van het ziekenhuis van Amadora-Sintra.

    Covid-19 heeft ook Chinese en Russische agenten nieuwe mogelijkheden geboden

    Bruno Castro, ceo van cybersecuritybedrijf VisionWare, vermoedt dat het Kremlin achter deze aanvallen zit. ‘Zo kan het westerse landen aanvallen en tegelijkertijd represailles vermijden die tot een oorlog kunnen leiden.’ Dat wil zeggen: de Russen huren de allerbeste hackers in, die hun werk doen onder verkapte bescherming van de FSB (de opvolger van de KGB), de GROe (de militaire inlichtingendienst) en de SVR (de externe inlichtingendienst).

    Het Tsjechische perspectief

    Russische diplomaten ontmaskerd
    In april 2021 zette Praag een grote groep Russische diplomaten uit. Het ging om achttien ambassademedewerkers die werden verdacht van betrokkenheid bij de explosie van een munitiedepot, een paar jaar eerder, waarbij meerdere doden waren gevallen. Tsjechië is een van de eerste Europese landen die zo veel Russische diplomaten in één keer uitwees.
    Het dagblad Deník N wijst erop dat sinds het begin van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne ruim vierhonderd vermeende agenten door EU-landen zijn ontmaskerd en uitgezet. De Russische spionage heeft volgens de krant de zwaarste klap sinds het einde van de Koude Oorlog te verwerken gekregen. ‘De EU, de VS en hun westerse bondgenoten steunen Oekraïne niet alleen heel zichtbaar. Ze werken er ook intensief aan om dit netwerk plat te leggen.’

    Deze cyberspionnen hebben het ook op Portugal gemunt. De aanval van vorig jaar tegen servers van de militaire staf is een van de ernstigste voorbeelden. De hackers verkochten uiteindelijk de NAVO-documenten die ze hadden buitgemaakt. De veiligheidsdiensten wisten zich echter al voordat het conflict tussen Moskou en Kiev uitbrak bedreigd door Rusland.

    deel2 1
    © iStock / DrAfter123

    De oorlog in Oekraïne en de zwarte lijst van Russische oligarchen die door de EU en de Verenigde Staten is opgesteld, hebben de Russische aanwezigheid in Portugal onder spanning gezet. De oorlog was twee maanden aan de gang toen het ministerie van Buitenlandse Zaken twee functionarissen van de Russische ambassade in Lissabon uitzette vanwege ‘activiteiten die in strijd zijn met de nationale veiligheid’. Een maand later stuurde het Kremlin vijf in Moskou gestationeerde Portugese diplomaten naar huis.

    NAVO en EU

    Het is duidelijk dat de vijand zich aangetrokken voelt door de academische en wetenschappelijke knowhow en de economische en politieke banden van een land dat, zij het enigszins in de periferie, deel uitmaakt van twee van de belangrijkste militaire en economische allianties: de NAVO en de EU. Maar wat betekent Portugal voor zijn bondgenoten? ‘We zijn nog steeds van waarde voor onze bondgenoten, omdat Lissabon dominant blijft wat het inlichtingenwerk in Afrika betreft,’ zegt Hugo Costeira. ‘Vooral de Fransen, de Britten en de Amerikanen hebben nogal wat belangen op dat continent. Ze zijn happig op de gevoelige informatie die wij bezitten, vooral in Afrikaanse landen waar Portugees de officiële taal is.’

    Oekraïne

    Geheime diensten op ramkoers
    De Russische invasie in Oekraïne heeft ook de relatie tussen de geheime diensten van de twee landen op ramkoers gezet. Sinds 24 februari 2022 zijn de FSB en zijn Oekraïense equivalent, de SBU, op alle niveaus met elkaar in botsing gekomen, zo stelt de onlinekrant Oekraïnska Pravda in een lang artikel over dit onderwerp.
    Het conflict had geen openlijke oorlog nodig om te beginnen; het zou zelfs dateren van vóór de Maidan-revolutie van februari 2014. Waaruit bestaat het werk van de Federale Veiligheidsdienst van de Russische Federatie (FSB) in Oekraïne? Antwoord: ‘Rekrutering van agenten, moorden, terreurdaden, cyberaanvallen’, maar ook ‘het aanstellen van marionetten op sleutelposities’ en ‘de strijd tegen de pro-Oekraïense publieke opinie’.
    Russische agenten, schrijft het onlinedagblad, zijn tot in de meest gesloten staatsstructuren van het land doorgedrongen. Ze beschikten over agenten binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en binnen de rechterlijke macht, in de geestelijkheid en onder afgevaardigden en gewone burgers, die bereid waren de belangen van Oekraïne te verraden.
    De SBU zelf wordt niet gespaard. In februari begon in Kiev het proces tegen Oleg Koelinitsj, voormalig hoofd van het bureau van de SBU op de Krim. Hij wordt verdacht van hoogverraad; hij zou in opdracht van zijn Russische contacten informatie hebben achtergehouden over het Russische invasieplan.
    Volgens SBU-diensten dateren de activiteiten van de FSB in Oekraïne van voor 2014. Uit onderzoek zou zijn gebleken dat ten tijde van president Viktor Janoekovitsj de FSB al was geïnfiltreerd in de Raad van nationale veiligheid en defensie (RNBO), en wel in de persoon van plaatsvervangend secretaris Volodymyr Sivkovytsj, zelf een voormalig lid van de KGB, wiens naam in verband wordt gebracht met de moorden op Maidan in februari 2014.
    De FSB heeft ook nieuwe taken gekregen in de bezette gebieden, waar zijn vertegenwoordigers onbeperkte bevoegdheden genieten. Zij benoemen nieuwe lokale gezagsdragers, verbieden pro-Oekraïense demonstraties, kiezen ‘journalisten’ uit voor het verspreiden van propaganda en oefenen druk uit op ceo’s en ambtenaren die weigeren mee te werken. Ze houden vertegenwoordigers van de Oekraïense diensten in de gaten. Ook de politie staat onder toezicht van de FSB. ‘Yakuza’s’, zo noemen soldaten van het Russische leger de vertegenwoordigers van de FSB in de bezette gebieden die ‘druk uitoefenen op de werknemers van de kerncentrale Zaporizja om samen te werken met het Russische nucleaire agentschap Rosatom’.
    Met dit inlichtingen- en veiligheidsapparaat, zo concludeert Oekraïnska Pravda, waren de Russen van plan om Kiev binnen drie dagen in te nemen. ‘Ze hebben gefaald, maar de kwestie van mollen en verraders binnen de SBU en andere staatsstructuren, zowel militair als civiel, blijft cruciaal. Met name omdat er FSB-agenten in de hoogste kringen zitten. Die kunnen de inspanningen van de Oekraïense strijdkrachten tenietdoen.’

    Een andere bron die bij inlichtingendiensten heeft gewerkt volgt een soortgelijke redenering: ‘Portugal dient als platform voor alle bevriende en vijandelijke inlichtingendiensten vanwege zijn strategische geografische ligging, zijn verbondenheid met Afrika en omdat hier tal van culturen vertegenwoordigd zijn, zodat geheim agenten niet zo snel de aandacht trekken.’ Lissabon is net zo open als Londen of Parijs, maar wordt minder bewaakt. ‘Men komt naar Lissabon en Porto om inlichtingen uit te wisselen met agenten uit andere landen. We sluiten de ogen een beetje voor die activiteiten, omdat ze ons veel voordelen opleveren.’ Wat hen, kortom, aantrekt is dat Portugal ‘een NAVO-land is dat institutionele betrekkingen heeft met Afrika’.

    Lees ook:

  • Bellingcat ontmaskert Kremlins geheim agenten

    Bellingcat ontmaskert Kremlins geheim agenten

    Bellingcat en de Tsjechische regering achten bewezen dat Russische inlichtingenofficiers betrokken waren bij een explosie in een wapendepot in 2014. Volgens Bellingcat betrof dit een belangrijke missie voor het Kremlin.

    Bellingcat heeft kunnen reconstrueren dat de operatie van de Russische inlichtingendienst GROe die volgens de Tsjechische autoriteiten achter de explosie zat van het munitiedepot in Vrbetice op 16 oktober 2014, werd uitgevoerd door minimaal zes agenten van eenheid 29155 van deze dienst. De missie werd persoonlijk geleid door generaal Andrej Averijanov. Hij reisde vlak voor de operatie undercover naar Midden-Europa en vertrok enkele uren na de explosie weer naar Moskou. Voor zover we weten is Averijanov slechts één keer eerder hoogstpersoonlijk voor een clandestiene operatie naar het buitenland gereisd; de geheime missie moet voor de Russische regering dus van groot belang zijn geweest. Generaal Andrej Averijanov is een hooggeplaatste militair die, zo maakt Bellingcat op uit gespreksgegevens, direct telefonisch contact onderhoudt met zowel de hoogste baas van de GROe als met het Kremlin.

    Bij de operatie waren ook minimaal twee andere GROe-officiers betrokken. Kort voor de aanslag vlogen zij onder een diplomatieke dekmantel naar Boedapest, een stad op vijf uur rijden van het munitiedepot. Waarschijnlijk niet toevallig reisde één van deze diplomaten enkele maanden later naar een luchthaven op een vergelijkbare afstand van de Bulgaarse hoofdstad, kort voordat Emilian Gebrev daar door leden van deze zelfde GROe-eenheid werd vergiftigd met een chemisch wapen.

    Overigens wijzen de door Bellingcat blootgelegde reisgegevens erop dat de operatie oorspronkelijk waarschijnlijk gepland stond voor een eerdere datum, maar om onbekende redenen een week werd uitgesteld. Het lijkt erop dat verschillende leden van eenheid 29155 vlak voor de operatie via aangrenzende landen naar Tsjechië reisden. Al op een eerder moment troffen ze elkaar in Zwitserland voor een voorbereidingsmissie.

    Voorbereiding

    Op 25 september 2014 vlogen majoor generaal Denis Sergejev en luitenant-kolonel Jegor Gordjenko van Moskou naar Genève en checkten in in het Nash Airport Hotel. Ze reisden onder de namen ‘Sergej Fedotov’ en ‘Georgi Gorsjkov’, identiteiten die de GROe hen had verschaft. Later zou Bellingcat Sergejev aanwijzen als de ‘derde man’ in de operatie waarbij de Skripals werden vergiftigd. En zes maanden na de reis naar Genève zou hij samen met ‘Gorsjkov’ naar Bulgarije reizen om de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev te vermoorden.

    Gens 1
    Links: Generaal Andrej Averijanov.
    Rechts: Luitenant-kolonel Jegor Gordjenko.

    De ochtend na aankomst in Genève huurden Sergejev en Gordjenko bij Sixt een BMW 116i. Uit documenten in handen van Bellingcat blijkt dat zij in de vijf dagen dat zij de auto huurden, 545 kilometer aflegden. Een eerder Bellingcat-onderzoek liet al zien dat Sergejev’s telefoon gedurende zijn reizen naar Genève opdook in de omgeving van Chamonix, een Frans skidorp op zestig kilometer afstand van de stad. Later berichtten Franse media dat westerse geheime diensten ontdekt hadden dat eenheid 29155 daar een verborgen logistieke basis opgezet had. Het doel van deze reis is onduidelijk, maar vast staat dat Sergejev gedurende dit korte verblijf intensief communiceerde met zijn chef, kolonel-generaal Andrej Averijanov. Eerder door Bellingcat verkregen telefoongegevens laten zien dat Sergejev sowieso altijd contact hield met Averijanov. Beiden gebruikten bij buitenlandse operaties anonieme prepaid-simkaarten – zo ook bij de vergiftiging van de Skripals.

    De GROe-officiers ontvingen niet lang na hun missie militaire onderscheidingen

    Op 2 oktober 2014 boekte de commandant van de twee spionnen – generaal Andrej Averijanov – een vliegticket van Moskou naar Lissabon voor twee dagen erna, zaterdag 4 oktober. Averijanov reisde als toerist, onder zijn valse naam Andrej Overijanov, die maar één letter verschilt van zijn echte. Niet duidelijk is of de GROe-generaal in de Portugese hoofdstad iemand ontmoette of daar het Schengengebied binnenkwam louter omdat het land zijn alter ego een visum had verstrekt. Voor de 7e oktober had hij een doorreis geboekt van Lissabon naar Wenen, maar deze ticket gebruikte hij niet. In plaats daarvan nam Averijanov nog diezelfde dag – 4 oktober 2014 – een vlucht naar Genève, waar Sergejev en Fedotov op hem wachtten. Twee dagen later – op 6 oktober – vloog hij terug naar Moskou met een overstap in Warschau.

    De volgende dag verschenen generaal Averijanov en vier andere leden van eenheid 21955 op hun werk aan de Korosjevskoje Chaussee 76B, het GROe-hoofdkwartier in Moskou. De mannen boekten tickets voor verschillende vluchten, die hen allen een week later tot op een paar uur rijden van het Tsjechische munitiedepot zouden brengen.

    Formatievliegen

    Op 7 oktober 2014 boekte generaal Averijanov – opnieuw onder zijn valse identiteit Overijanov – een Aeroflot-vlucht naar Wenen op 13 oktober 2014. De terugvlucht boekte hij voor twee dagen later, 15 oktober.

    Op datzelfde moment kocht luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov, een ander lid van eenheid 29155, een ticket naar Wenen voor 11 oktober 2014, twee dagen eerder dus dan zijn chef. Net als Averijanov boekte hij zijn terugvlucht voor 15 oktober, onder het alias Nicolaj Kononichin.

    Tegelijkertijd kochten ook twee andere leden van eenheid 29155 – doctor Alexandr Misjkin en kolonel Anatoli Tsjepiga, tickets naar Midden-Europa. Net als Jezjov zouden zij reizen op 11 oktober -maar naar Praag, niet naar Wenen. Zij boekten hun tickets onder valse identiteiten van vertegenwoordigers in sportvoeding: ‘Alexandr Petrov’ en ‘Ruslan Bosjirov’- onder deze zelfde aliassen waren zij vier jaar later te zien in een uitzending van televisiezender RT als gestrande toeristen. Uit hun reisgegevens blijkt dat zij geen terugvlucht boekten, schijnbaar was die datum nog onzeker.

    Ook twee andere leden van eenheid 29155 boekten die ochtend vliegtickets. In tegenstelling tot de anderen vlogen zij onder hun eigen namen: Aleksej Kapinos en Jevgeni Kalinin. De twee deden zich voor als diplomaten op dienstreis naar de Russische ambassade in Boedapest, met in hun bagage diplomatieke post. Hun heenvlucht stond gepland voor 10 oktober 2014 en de terugvlucht, net als die van Averijanov en Jezjov, op 15 oktober 2014.

    kaartje
    © Bellingcat

    Enkele dagen later bevonden de vijf GROe-agenten zich in Midden-Europa. ‘Petrov’ en ‘Bosjirov’ landden op 11 oktober in Praag, checkten in in hun hotel en zetten zelfs een foto van het oude stadscentrum op sociale media. Dat bericht zou ons later in staat stellen het tweetal te volgen in de nasleep van de vergiftiging van de Skripals.

    Rond diezelfde tijd landde Nikolaj Jezjov in Wenen. En op 13 oktober kwam ook Jezjovs baas Andrej Averijanov in Wenen aan. Nog diezelfde dag reden ‘Bosjirov’ en ‘Petrov’ van Praag naar Ostrava, een stad op één uur rijden van het munitiedepot, waar zij hun intrek namen in Hotel Corrado. Uit gespreksgegevens blijkt dat Averijanovs telefoon na zijn aankomst op 13 oktober maar een paar uur lang verbonden was met Oostenrijkse netwerken en pas ’s middags op 16 oktober weer verbinding maakte. Een werkhypothese is dat Jezjov en Averijanov naar Ostrava reden – op iets meer dan drie uur rijden van Wenen – waar zij de agenten Misjkin en Tsjepiga ontmoetten en naar alle waarschijnlijkheid ook de twee als diplomaten reizende officiers Kapinos en Kalinin – om de plaatsing van de op afstand detoneerbare explosieven in het Vrbetice-depot voor te bereiden.

    Nog niet duidelijk is, wanneer en hoe de GROe-missie toegang kreeg tot het terrein van het munitiedepot om de explosieven te kunnen plaatsen. Volgens de Tsjechische politie en media deden Tsjepiga en Misjkin zich mogelijk voor als potentiële wapenkopers van de Nationale Garde van Tadzjikistan. Zij vroegen expediteur Imex, één van de gebruikers van het munitiedepot, toegang tot het streng bewaakte terrein voor de dagen van 13 tot 17 oktober 2014. Onduidelijk is of de twee er binnenkwamen via een contact bij Imex (het bedrijf zegt dat het tweetal nooit kwam opdagen), of langs andere weg – wellicht via een andere gebruiker van de opslagplaats. Hoe het ook zij, om 9:25 uur op 16 oktober 2014 ontplofte munitiedepot nummer 16, een felle explosie waarbij gebouwen werden weggevaagd en twee werknemers van Imex om het leven kwamen.

    Terugkeer

    Minuten na de explosie van het munitiedepot in Vrbetice gingen Anatoli Tsjepiga en Alexandr Michkin aan boord van hun Aeroflot-vlucht van Wenen naar Moskou. Het vliegtuig steeg op om 10:05 uur ‘s ochtends.

    Later die dag reden de twee andere GROe-officiers, generaal Averijanov en luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov terug naar Wenen en gingen vandaar direct naar het vliegveld. Averijanov – die de vorige dag zijn terugvlucht had gemist – kocht op de luchthaven om 18:17 uur een nieuw ticket en steeg op om 22:46 uur richting Moskou.

    Nikolaj Jezjov, die ook een dag eerder zijn terugvlucht had gemist, bleef nog enkele dagen in Oostenrijk. Hij probeerde tussen 27 oktober en 2 november een aantal malen een terugvlucht te boeken en vloog uiteindelijk terug op 3 november 2014. We weten nog niet of hij gedurende deze tijd in Oostenrijk bleef of terugkeerde naar Tsjechië.

    passports 1
    De paspoorten die Tsjepiga en Misjkin gebruikten om toegang te vragen tot het wapendepot in Vrbetice.

    De bevindingen van Bellingcat in dit voorlopig onderzoek naar de explosie van het Tsjechische munitiedepot in 2014 onderschrijven verklaringen van de Tsjechische autoriteiten over de betrokkenheid van GROe-eenheid 29155. Ze geven de indruk dat het om een hoogst geavanceerde operatie ging, waar niet minder dan zes undercover GROe-officiers bij betrokken waren. Schijnbaar was zelfs de directe betrokkenheid nodig van de commandant van de eenheid, generaal Averijanov. Normaal gesproken reizen commandanten van geheime diensten nooit undercover, vanwege de risico’s die dat oplevert. Uit onze analyse van zijn reisgegevens blijkt dat Averijanov slechts bij één andere missie, in 2015, reisde onder valse naam.

    De directe betrokkenheid van generaal Andrej Averijanov wijst ook naar de Russische politieke leiders. Averijanov is meer dan alleen een hoge commandant in de Russische militaire geheime dienst die – zo blijkt uit analyses van zijn telefoonverkeer – direct verslag uitbrengt aan de directeur van de GROe. Hij staat in direct contact met het Kremlin, onder meer – zo blijkt uit zijn gespreksgegevens -met het kantoor van de minister van Buitenlandse Zaken Lavrov. Met deze laatste voerde Averijanov zowel vóór als na de vergiftiging van de Skripals geregeld gesprekken.

    Hoe belangrijk deze operatie was voor het Kremlin, blijkt wel uit het feit dat de deelnemende leden van de eenheid niet lang na hun missie militaire onderscheidingen ontvingen. Al eerder meldden wij dat Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga in december 2014 de hoogste Russische militaire onderscheiding kregen. Rond diezelfde tijd ontvingen ook andere leden van het team, waaronder Gordjenko en Jezjov, militaire eerbewijzen, zo blijkt uit gelekte documenten in ons bezit. Het geeft aan dat de missie voor de militaire en politieke leiders van Rusland van groot belang was en als succesvol werd beschouwd.

    In een volgend rapport zullen we dieper ingaan op de waarschijnlijke motieven achter de operatie en het verband met de vergiftiging van drie Bulgaarse burgers in 2015. 

    Het onderzoek

    • In 2018 identificeerde Bellingcat samen met haar onderzoekspartner The Insider de vermoedelijke daders van de vergiftiging van Sergej en Joelia Skripal met Novichok. Het ging om twee kolonels van de Russische militaire inlichtingendienst GROe, Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga. In 2019 identificeerde Bellingcat nog een derde bij de vergiftigingsmissie betrokken GROe-officier, generaal-majoor Denis Sergejev.

    • In een vervolgonderzoek identificeerde Bellingcat Denis Sergejev als de agent die in 2015 voor GROe-eenheid 29155 de vergiftiging uitvoerde van de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev.

    • In 2020 onthulde Bellingcat dat leden van eenheid 29155 – waaronder Tsjepiga en Misjkin – zich in Tsjechië bevonden op het moment dat in het noorden van Moravië een groot wapendepot ontplofte.

    • Op 17 april 2021 kwamen de Tsjechische autoriteiten met hun eigen bevindingen: volgens hen zat GROe-eenheid 29155 achter de explosies in Tsjechische wapendepots in 2014. De Tsjechische politie baseerde zich op een recent ontdekte e-mailcorrespondentie. Daarin vroegen Alexandr Petrov en Anatoli Tsjepiga, kort voordat de explosie plaatsvond, onder valse namen toegang tot het munitiedepot.

    Dit onderzoek werd uitgevoerd met partners The Insider, Der Spiegel en Respekt.cz