Niemand wil buitengesloten worden, iedereen wil erbij horen. Van gendertaal tot vrouwenzwembad: inclusie wordt een dogma. Maar hoe zit het met ons recht om anders te zijn, vraagt deze Zwitserse journalist zich af.
Hoe meer we verschillen benadrukken, hoe gelijker we willen zijn. Afgelopen zomer wilde iemand met een baard en een lage stem in Zürich per se naar binnen in het vrouwenzwembad. Het management dacht dat de bezoeker een man was. Aan de F in het paspoort konden ze echter zien dat het om een vrouw ging. Een trans vrouw. Ze eiste toegang tot dit zwembad, waar uitsluitend vrouwen kwamen.
Moet iedereen altijd alles mogen? Inclusie beweert verschillen te negeren, maar eigenlijk benadrukt ze die juist. Waarom moeten vrouwen met een baard naar het vrouwenzwembad kunnen? Waarom mannen naar een vrouwen-wc? Waarom moet het mannetje op het verkeerslicht voor voetgangers worden vervangen door een zwangere vrouw? Waarom wordt de ‘voetgangersoversteekplaats’ een ‘zebrapad’? Waarom willen vrouwen naar de herensociëteit? Waarom moet elk stuk in de krant voor iedereen te begrijpen zijn? Waarom moeten mannen naar het vrouwenzwembad kunnen?
In 2017 eiste de extreemrechtse vleugel van de SVP (Zwitserse Volkspartij) in een motie dat mannen toegang moesten krijgen tot een vrouwenzwembad. Als reden werd gelijkstelling aangevoerd. Dus niet alleen links vecht voor inclusie, ook rechtse politici doen dat als ze er politiek profijt van denken te hebben.
Het terechte verlangen naar inclusie leidt tot het nivelleren en veronachtzamen van behoeften die met verscheidenheid samenhangen
Inclusie is een begrip dat de weg wijst naar een rechtvaardiger samenleving. Als iedereen erbij hoort, sluit je niemand uit. Als we niemand uitsluiten, wordt niemand gediscrimineerd. En tegenwoordig voelt men zich snel achtergesteld en over het hoofd gezien. Meer dan wat ook moet genderinclusief taalgebruik met al die gevoelens rekening houden. In het Duits is de vraag naar inclusie in de taal goed zichtbaar door alle sterretjes, slashes en andere tekens die worden gebruikt. Voorbeeld: ‘Studenten’ wordt minimaal ‘Studentinnen und Studenten’ of het inmiddels officieel goedgekeurde ‘Student/-innen’, maar steeds vaker zie je in plaats daarvan ook ‘StudentInnen’ (met een hoofdletter I), ‘Student*innen’, ‘Student_innen’ of ‘Student:innen’. De inclusiegedachte dringt door tot in alle aspecten van het leven. Tegen het streven altijd met iedereen rekening te houden en zonder uitzondering voor iedereen de deur te openen, valt eigenlijk niets in te brengen. Het probleem is dat er verschillen zijn die je niet kunt negeren.Â
Het terechte verlangen naar inclusie leidt tot het nivelleren en veronachtzamen van behoeften die met verscheidenheid samenhangen. Vrouwen in een vrouwenzwembad willen onder elkaar zijn en verschoond blijven van mannelijke blikken. Mannelijke studenten op de sociëteit praten onderling anders dan wanneer er vrouwen bij zijn. Zou het daarom beter zijn als er ook vrouwen bij kwamen, zodat mannen net zo gaan praten als vrouwen? Waarom moeten we allemaal gelijk zijn en ons aan elkaar aanpassen? Wat is dat toch met die angst voor verschillen? Bestaat er zelfs geen recht op anders zijn?
Gelijkberechtiging
Gelijkberechtiging is niet hetzelfde als gelijkheid. Bij gelijkberechtiging hoort dat iedereen dezelfde rechten heeft en ieders vrijheid gewaarborgd is. De mening van anderen wordt gerespecteerd en er heerst wederzijdse tolerantie. Een democratie beschermt minderheden, maar maakt niet iedereen gelijk.
Voordat inclusie een modewoord werd, was het een gangbare term met betrekking tot mensen met een handicap, wie daardoor ongehinderd toegang tot openbare ruimten werd gegarandeerd en in staat werden gesteld maatschappelijk te participeren. Mensen in een rolstoel moeten toegang hebben tot gebouwen met trappen, in treinen zijn zitplaatsen voor hen gereserveerd, ze spelen handbal. Visueel gehandicapten kunnen de nieuwe roman van Thomas Hürlimann in brailleschrift lezen, voor doven wordt het tv-journaal vertaald. Dat is goed.
Bij inclusie gaat het om de verwachting dat er op een dag geen verschil meer bestaat tussen de meest uiteenlopende mensen
Toen deed inclusie zijn intrede op scholen. Moeilijk lerende leerlingen krijgen les in normale klassen en worden behandeld als ieder ander. Het is niet de bedoeling dat ze zich anders voelen, maar dat ze er ‘volkomen natuurlijk bij horen’, zoals het inclusieve concept wil. Toch wordt deze orthopedagogische aanpak inmiddels ook bekritiseerd omdat hij nivellerend en romantiserend zou zijn. Als je het bijzondere wegincludeert, kan dat voor het betrokken kind zelfs contraproductief zijn.
Bij inclusie gaat het om de verwachting dat er op een dag geen verschil meer bestaat tussen de meest uiteenlopende mensen. Om te beginnen voor de wet. Maar steeds vaker wordt op basis van subjectieve gevoelens beargumenteerd wat rechtvaardig is: hetgeen waarvan men uitgesloten is, wordt als ontkenning van de eigen persoon ervaren, als afwijzing van iemands uniciteit, alsof iemand zijn bestaansrecht wordt ontnomen. Zo wordt inclusie een dogma en is vaak niet duidelijk wie echt van inclusie profiteert. Universiteiten lopen voorop.

© Baugeschichtliches Archiv der Stadt Zürich
Identiteitspolitiek
De hogeschool van Zürich voor toegepaste wetenschappen heeft ten behoeve van haar studenten onlangs richtlijnen voor inclusief taalgebruik gepubliceerd, waarmee de aanspreekvormen ‘mijnheer’ en ‘mevrouw’ moeten verdwijnen. Op de universiteit van Bazel zijn onlangs genderneutrale wc’s geïnstalleerd. Op de vraag wie deze wc’s mag gebruiken, geven de leiders van het project Diversiteit en Inclusie van de universiteit op hun website het filosofische antwoord: ‘Iedereen is welkom van de allgendertoiletten gebruik te maken.’
Inclusie is een paradoxaal gevolg van identiteitspolitiek
Inclusie is een paradoxaal gevolg van identiteitspolitiek. Hoe meer de samenleving versnipperd raakt in duidelijk afgebakende identiteiten, hoe meer groepen aandringen op zichtbaarheid en erkenning door inclusie. De afkorting lgbtqia+ wordt niet voor niets aangevuld met een plusteken. Zo wordt geen enkele seksuele oriëntatie of identiteit vergeten. De afkorting voert zichzelf ad absurdum.
Openheid en tolerantie lijken een bewijs dat iemand voor inclusie vecht. Uit onderzoek blijkt dat steeds minder jongeren zich ‘exclusief’ aangetrokken voelen tot het andere geslacht en steeds vaker als biseksueel uit de kast komen. Nog inclusiever – en dus sociaal rechtvaardiger – is het liefdesleven van panseksuelen; hun maakt het niet uit of de ander man of vrouw, homo, hetero, trans, non-binair of aseksueel is. Inclusie als het ontbreken van enige seksuele voorkeur. Inclusief handelen maakt dat je je goed voelt over jezelf. Dat geldt niet alleen bij de partnerkeuze, maar bij alle andere voorkeuren. ‘Ik ben de meest inclusieve luisteraar aller tijden,’ zei dj en muziekproducent Steve Aoki tegen The Guardian, die hem naar zijn muzikale voorkeuren vroeg. Door even graag naar welke band dan ook te luisteren, van Abba tot ZZ Top, doet hij ongetwijfeld niemand pijn, maar het klinkt ook ongelooflijk saai.
Mensen die erop staan nergens te worden buitengesloten maken zich er even makkelijk van af. Zij zien zichzelf als slachtoffer, in plaats van verschillen te accepteren en als onderdeel van een complexe identiteit te beschouwen. Maar omdat slachtofferidentiteiten zo machtig zijn geworden, worden naar geslacht gescheiden zones in de openbare ruimte opgeheven en voor iedereen toegankelijk gemaakt. Daarbij stuiten we echter ook op de grenzen van de inclusiegedachte: het Utoquai-bad in Zürich moest zijn uitsluitend voor vrouwen bestemde afdelingen heropenen, zo fel was het protest van de vrouwen.
De grens is ook merkbaar, en wel als paradox, wanneer het includeren van de ene groep de andere groep uitsluit. In officiële brieven wordt steeds vaker simpele of gemakkelijke taal gebruikt. Dat is bedoeld om ook mensen met een cognitieve beperking te bereiken. In musea worden schilderijen van eenvoudige bijschriften voorzien, en op heel wat redacties leest een speciaal daarvoor aangestelde persoon met leesproblemen de teksten vooraf om taalkundige hobbels uit de weg te ruimen. Maar juist gendertaal zit vol met zulke hobbels. Alleen al het vermelden van de vrouwelijke naast de mannelijke vorm maakt een tekst voor sommigen onleesbaar. En het gendersterretje is pas een echt obstakel. Iedereen includeren, sluit anderen uit.
Verschillen erkennen
We moeten minderheden beschermen, maar niet doen alsof iedereen gelijk is. Daar hebben ook degenen om wie het gaat niets aan. Als het minder goed presterende kind op een gewone school merkt dat het anders is, zal het daar pas echt onder lijden. Bedrijven creëren tegenwoordig banen voor mensen met een handicap zonder dat duidelijk is aangegeven welke taken ze moeten verrichten. Maar ook iemand met een handicap wil graag worden aangenomen omdat hij of zij goed is, niet omdat hij of zij een handicap heeft. En heel wat vrouwen worden zelfs liever met de generieke mannelijke vorm aangesproken dan op zo’n omstandige en taalkundig onesthetische manier.
‘Nee mogen zeggen hoort ook bij gelijkheid’
Econoom en voormalig topzwemmer Alex Miescher schreef onlangs in de NZZ am Sonntag dat in de sport het ongedifferentieerd claimen van inclusie botst met de essentie van sport: het wedstrijdelement. Bovendien zullen volgens hem mensen met een handicap in de sport soms onder elkaar willen blijven, en ook hijzelf kon niet deelnemen aan de zware skiwedstrijden op de Lauberhorn of aan de Paralympics omdat hij daar gewoon niet goed genoeg voor was of niet voldeed aan de voorwaarden voor deelname. ‘Nee mogen zeggen hoort ook bij gelijkheid.’
Wie nee zegt, erkent verschillen zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. In plaats van de tegenwoordig zo hoog aangeslagen individualiteit aan te voeren als rechtvaardiging om overal toelating en inclusie te eisen, kun je het ook anders, positiever zien: ik ben belangrijk als degene die ik ben, en juist daarom hoef ik niet overal bij te zijn. Ook niet overal bij hoeven horen geeft een gevoel van exclusiviteit. Exclusie kan mij op een positieve manier laten zien dat ik anders ben. Ook dat betekent vrijheid. Inclusie daarentegen elimineert de verschillen waarmee een individu zich onderscheidt. Uit angst voor verschillen moet iedereen gelijk zijn. Maar gelijkberechtiging is iets heel anders dan nivellering.

