De Spaanse minister spreekt van ‘historische stap vooruit’
De Spaanse minister van Gelijkheid Irene Montero is erin geslaagd haar transgenderwet door het Congres heen te loodsen. Dat betekent dat Spanjaarden vanaf nu zelf mogen bepalen welk geslacht op hun identiteitsbewijs zichtbaar is, zonder dat ze daarvoor een medische verklaring moeten laten zien of hormonen hoeven te slikken, schrijft El Mundo. Vanaf twaalf jaar moeten kinderen nog aan bepaalde voorwaarden voldoen, zodra ze zestien jaar zijn vervallen die vereisten.
De minister verklaarde in het Congres, de Spaanse Tweede Kamer, dat de wet ‘tegen alle verwachtingen in’ erdoorheen is gekomen. Maandenlang zijn er verhitte debatten gevoerd over de implicaties en gevolgen van deze wet. Onder andere de conservatieve partij PP, de rechts-populistische partij Vox en feministische actiegroepen waren fel tegen het wetsvoorstel.
PP en Vox waarschuwen voor de ‘onomkeerbare problemen’ die de wet zal opleveren
Zelfs de partij die de meerderheid vormt binnen de regering, de sociaaldemocratische PSOE, bracht stevige bezwaren in tegen het wetsvoorstel. Zo zou het ongrondwettelijk zijn om minderjarigen zulke bevoegdheden te geven. Uiteindelijk moest de partij het afleggen tegen de partijalliantie Unidas Podemos (‘Samen kunnen we het’), waar ook minister Montero met haar partij Podemos deel van uitmaakt.
Waar de minister van Gelijkheid spreekt over een ‘historische stap vooruit’, waarschuwen onder andere de PP en Vox voor de ‘onomkeerbare problemen’ die de wet zal opleveren. Zo zou met het aannemen van de wet medische en psychologische bescherming wegvallen, wat vooral problematisch zou zijn voor minderjarigen die stappen ondernemen om hun geslacht te veranderen, hormonen slikken en vervolgens spijt krijgen van hun keuze. Ondanks deze kritiek werd de wet met een ruime meerderheid van zo’n 190 stemmen aangenomen.
Niemand wil buitengesloten worden, iedereen wil erbij horen. Van gendertaal tot vrouwenzwembad: inclusie wordt een dogma. Maar hoe zit het met ons recht om anders te zijn, vraagt deze Zwitserse journalist zich af.
Hoe meer we verschillen benadrukken, hoe gelijker we willen zijn. Afgelopen zomer wilde iemand met een baard en een lage stem in Zürich per se naar binnen in het vrouwenzwembad. Het management dacht dat de bezoeker een man was. Aan de F in het paspoort konden ze echter zien dat het om een vrouw ging. Een trans vrouw. Ze eiste toegang tot dit zwembad, waar uitsluitend vrouwen kwamen.
Moet iedereen altijd alles mogen? Inclusie beweert verschillen te negeren, maar eigenlijk benadrukt ze die juist. Waarom moeten vrouwen met een baard naar het vrouwenzwembad kunnen? Waarom mannen naar een vrouwen-wc? Waarom moet het mannetje op het verkeerslicht voor voetgangers worden vervangen door een zwangere vrouw? Waarom wordt de ‘voetgangersoversteekplaats’ een ‘zebrapad’? Waarom willen vrouwen naar de herensociëteit? Waarom moet elk stuk in de krant voor iedereen te begrijpen zijn? Waarom moeten mannen naar het vrouwenzwembad kunnen?
In 2017 eiste de extreemrechtse vleugel van de SVP (Zwitserse Volkspartij) in een motie dat mannen toegang moesten krijgen tot een vrouwenzwembad. Als reden werd gelijkstelling aangevoerd. Dus niet alleen links vecht voor inclusie, ook rechtse politici doen dat als ze er politiek profijt van denken te hebben.
Het terechte verlangen naar inclusie leidt tot het nivelleren en veronachtzamen van behoeften die met verscheidenheid samenhangen
Inclusie is een begrip dat de weg wijst naar een rechtvaardiger samenleving. Als iedereen erbij hoort, sluit je niemand uit. Als we niemand uitsluiten, wordt niemand gediscrimineerd. En tegenwoordig voelt men zich snel achtergesteld en over het hoofd gezien. Meer dan wat ook moet genderinclusief taalgebruik met al die gevoelens rekening houden. In het Duits is de vraag naar inclusie in de taal goed zichtbaar door alle sterretjes, slashes en andere tekens die worden gebruikt. Voorbeeld: ‘Studenten’ wordt minimaal ‘Studentinnen und Studenten’ of het inmiddels officieel goedgekeurde ‘Student/-innen’, maar steeds vaker zie je in plaats daarvan ook ‘StudentInnen’ (met een hoofdletter I), ‘Student*innen’, ‘Student_innen’ of ‘Student:innen’. De inclusiegedachte dringt door tot in alle aspecten van het leven. Tegen het streven altijd met iedereen rekening te houden en zonder uitzondering voor iedereen de deur te openen, valt eigenlijk niets in te brengen. Het probleem is dat er verschillen zijn die je niet kunt negeren.
Het terechte verlangen naar inclusie leidt tot het nivelleren en veronachtzamen van behoeften die met verscheidenheid samenhangen. Vrouwen in een vrouwenzwembad willen onder elkaar zijn en verschoond blijven van mannelijke blikken. Mannelijke studenten op de sociëteit praten onderling anders dan wanneer er vrouwen bij zijn. Zou het daarom beter zijn als er ook vrouwen bij kwamen, zodat mannen net zo gaan praten als vrouwen? Waarom moeten we allemaal gelijk zijn en ons aan elkaar aanpassen? Wat is dat toch met die angst voor verschillen? Bestaat er zelfs geen recht op anders zijn?
Gelijkberechtiging
Gelijkberechtiging is niet hetzelfde als gelijkheid. Bij gelijkberechtiging hoort dat iedereen dezelfde rechten heeft en ieders vrijheid gewaarborgd is. De mening van anderen wordt gerespecteerd en er heerst wederzijdse tolerantie. Een democratie beschermt minderheden, maar maakt niet iedereen gelijk.
Voordat inclusie een modewoord werd, was het een gangbare term met betrekking tot mensen met een handicap, wie daardoor ongehinderd toegang tot openbare ruimten werd gegarandeerd en in staat werden gesteld maatschappelijk te participeren. Mensen in een rolstoel moeten toegang hebben tot gebouwen met trappen, in treinen zijn zitplaatsen voor hen gereserveerd, ze spelen handbal. Visueel gehandicapten kunnen de nieuwe roman van Thomas Hürlimann in brailleschrift lezen, voor doven wordt het tv-journaal vertaald. Dat is goed.
Bij inclusie gaat het om de verwachting dat er op een dag geen verschil meer bestaat tussen de meest uiteenlopende mensen
Toen deed inclusie zijn intrede op scholen. Moeilijk lerende leerlingen krijgen les in normale klassen en worden behandeld als ieder ander. Het is niet de bedoeling dat ze zich anders voelen, maar dat ze er ‘volkomen natuurlijk bij horen’, zoals het inclusieve concept wil. Toch wordt deze orthopedagogische aanpak inmiddels ook bekritiseerd omdat hij nivellerend en romantiserend zou zijn. Als je het bijzondere wegincludeert, kan dat voor het betrokken kind zelfs contraproductief zijn.
Bij inclusie gaat het om de verwachting dat er op een dag geen verschil meer bestaat tussen de meest uiteenlopende mensen. Om te beginnen voor de wet. Maar steeds vaker wordt op basis van subjectieve gevoelens beargumenteerd wat rechtvaardig is: hetgeen waarvan men uitgesloten is, wordt als ontkenning van de eigen persoon ervaren, als afwijzing van iemands uniciteit, alsof iemand zijn bestaansrecht wordt ontnomen. Zo wordt inclusie een dogma en is vaak niet duidelijk wie echt van inclusie profiteert. Universiteiten lopen voorop.
De hogeschool van Zürich voor toegepaste wetenschappen heeft ten behoeve van haar studenten onlangs richtlijnen voor inclusief taalgebruik gepubliceerd, waarmee de aanspreekvormen ‘mijnheer’ en ‘mevrouw’ moeten verdwijnen. Op de universiteit van Bazel zijn onlangs genderneutrale wc’s geïnstalleerd. Op de vraag wie deze wc’s mag gebruiken, geven de leiders van het project Diversiteit en Inclusie van de universiteit op hun website het filosofische antwoord: ‘Iedereen is welkom van de allgendertoiletten gebruik te maken.’
Inclusie is een paradoxaal gevolg van identiteitspolitiek
Inclusie is een paradoxaal gevolg van identiteitspolitiek. Hoe meer de samenleving versnipperd raakt in duidelijk afgebakende identiteiten, hoe meer groepen aandringen op zichtbaarheid en erkenning door inclusie. De afkorting lgbtqia+ wordt niet voor niets aangevuld met een plusteken. Zo wordt geen enkele seksuele oriëntatie of identiteit vergeten. De afkorting voert zichzelf ad absurdum.
Openheid en tolerantie lijken een bewijs dat iemand voor inclusie vecht. Uit onderzoek blijkt dat steeds minder jongeren zich ‘exclusief’ aangetrokken voelen tot het andere geslacht en steeds vaker als biseksueel uit de kast komen. Nog inclusiever – en dus sociaal rechtvaardiger – is het liefdesleven van panseksuelen; hun maakt het niet uit of de ander man of vrouw, homo, hetero, trans, non-binair of aseksueel is. Inclusie als het ontbreken van enige seksuele voorkeur. Inclusief handelen maakt dat je je goed voelt over jezelf. Dat geldt niet alleen bij de partnerkeuze, maar bij alle andere voorkeuren. ‘Ik ben de meest inclusieve luisteraar aller tijden,’ zei dj en muziekproducent Steve Aoki tegen The Guardian, die hem naar zijn muzikale voorkeuren vroeg. Door even graag naar welke band dan ook te luisteren, van Abba tot ZZ Top, doet hij ongetwijfeld niemand pijn, maar het klinkt ook ongelooflijk saai.
Mensen die erop staan nergens te worden buitengesloten maken zich er even makkelijk van af. Zij zien zichzelf als slachtoffer, in plaats van verschillen te accepteren en als onderdeel van een complexe identiteit te beschouwen. Maar omdat slachtofferidentiteiten zo machtig zijn geworden, worden naar geslacht gescheiden zones in de openbare ruimte opgeheven en voor iedereen toegankelijk gemaakt. Daarbij stuiten we echter ook op de grenzen van de inclusiegedachte: het Utoquai-bad in Zürich moest zijn uitsluitend voor vrouwen bestemde afdelingen heropenen, zo fel was het protest van de vrouwen.
De grens is ook merkbaar, en wel als paradox, wanneer het includeren van de ene groep de andere groep uitsluit. In officiële brieven wordt steeds vaker simpele of gemakkelijke taal gebruikt. Dat is bedoeld om ook mensen met een cognitieve beperking te bereiken. In musea worden schilderijen van eenvoudige bijschriften voorzien, en op heel wat redacties leest een speciaal daarvoor aangestelde persoon met leesproblemen de teksten vooraf om taalkundige hobbels uit de weg te ruimen. Maar juist gendertaal zit vol met zulke hobbels. Alleen al het vermelden van de vrouwelijke naast de mannelijke vorm maakt een tekst voor sommigen onleesbaar. En het gendersterretje is pas een echt obstakel. Iedereen includeren, sluit anderen uit.
Verschillen erkennen
We moeten minderheden beschermen, maar niet doen alsof iedereen gelijk is. Daar hebben ook degenen om wie het gaat niets aan. Als het minder goed presterende kind op een gewone school merkt dat het anders is, zal het daar pas echt onder lijden. Bedrijven creëren tegenwoordig banen voor mensen met een handicap zonder dat duidelijk is aangegeven welke taken ze moeten verrichten. Maar ook iemand met een handicap wil graag worden aangenomen omdat hij of zij goed is, niet omdat hij of zij een handicap heeft. En heel wat vrouwen worden zelfs liever met de generieke mannelijke vorm aangesproken dan op zo’n omstandige en taalkundig onesthetische manier.
‘Nee mogen zeggen hoort ook bij gelijkheid’
Econoom en voormalig topzwemmer Alex Miescher schreef onlangs in de NZZ am Sonntag dat in de sport het ongedifferentieerd claimen van inclusie botst met de essentie van sport: het wedstrijdelement. Bovendien zullen volgens hem mensen met een handicap in de sport soms onder elkaar willen blijven, en ook hijzelf kon niet deelnemen aan de zware skiwedstrijden op de Lauberhorn of aan de Paralympics omdat hij daar gewoon niet goed genoeg voor was of niet voldeed aan de voorwaarden voor deelname. ‘Nee mogen zeggen hoort ook bij gelijkheid.’
Wie nee zegt, erkent verschillen zonder daar een waardeoordeel aan te verbinden. In plaats van de tegenwoordig zo hoog aangeslagen individualiteit aan te voeren als rechtvaardiging om overal toelating en inclusie te eisen, kun je het ook anders, positiever zien: ik ben belangrijk als degene die ik ben, en juist daarom hoef ik niet overal bij te zijn. Ook niet overal bij hoeven horen geeft een gevoel van exclusiviteit. Exclusie kan mij op een positieve manier laten zien dat ik anders ben. Ook dat betekent vrijheid. Inclusie daarentegen elimineert de verschillen waarmee een individu zich onderscheidt. Uit angst voor verschillen moet iedereen gelijk zijn. Maar gelijkberechtiging is iets heel anders dan nivellering.
Behalve het recht om vergeten te worden, waarover wij in een eerdere editie al eens een artikel publiceerden (april 2022), bestaat er ook zoiets als het recht om anders te zijn. Birgit Schmid legt het haarfijn uit in de Neue Zürcher Zeitung: gelijke rechten betekent niet dat we allemaal gelijk moeten zijn. Want, zoals ze onder andere duidelijk maakt aan de hand van een zelfverklaarde inclusieve dj die álle muziek goed vindt, wordt het dan ‘ongelofelijk saai’. Ze spreekt van een doorgeslagen individualiteit die nivelleert in plaats van erkent, en waarvan de eisen soms wat overgevoelig en misschien zelfs, voeg ik eraan toe, verwend aan kunnen doen.
Ook in ons dossier in samenwerking met Amnesty International wordt gestreden voor gelijke rechten, maar dan meer fundamentele, zoals vrijheid van meningsuiting, het recht om te demonstreren. De discussie in Paraguay gaat niet over of een transvrouw met baard en een lage stem het vrouwenzwembad in mag, maar of het gender van transpersonen überhaupt moet worden erkend. Shahnewaz Chowdhury uitte zijn zorgen over de bouw van een nieuwe kolencentrale in zijn dorp op Facebook en werd vanwege deze post gearresteerd; hij is in afwachting van zijn vonnis. Mensenrechtenadvocaat Chow Hang-tung moedigde op social media aan om de repressie op het Tiananmenplein te herdenken door middel van het aansteken van kaarsjes. Ze zit nu een straf van 22 maanden uit. En Aleksandra Skotsjilenko plakte in Sint-Petersburg stickers op producten in de supermarkt met informatie over de oorlog in Rusland. Na elf dagen werd ze gearresteerd, nu wacht ze onder erbarmelijke omstandigheden haar vonnis af en riskeert ze tien jaar gevangenisstraf.
Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’, nu niet en later ook niet
Over de repressie in Rusland schrijft Anne Applebaum krachtig en informatief, zoals we van haar gewend zijn. Van de drie kampen die zich rondom de oorlog in Oekraïne hebben gevormd, uiteengezet door de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev, bevindt zij zich duidelijk in het derde: degenen die vinden dat het Russische imperium moet sterven. Reken niet op geïdealiseerde ‘goede Russen’ – er komt geen redder die het land gaat repareren, nu niet en later ook niet, aldus Applebaum. Nederlaag is de enige weg naar moderniteit, militair falen is noodzakelijk voor het ontstaan van een welvarender, open samenleving.
Over het einde van deze oorlog zullen we in 2023 hopelijk wijzer worden. Ook hopen we dat de eisen van Amnesty International, vermeld bij de zeven portretten, zo snel mogelijk worden ingewilligd. U wensen we een mooi en breed geïnformeerd nieuwjaar toe.
Het voorstel voor een grondwetswijziging waarover de Chileense bevolking begin vorige maand mocht stemmen, bevatte belangrijke verbeteringen voor de rechten van de vrouw. Kwesties die voorheen domweg onzichtbaar waren.
Gewapend met een grote collectie feministische boeken installeert Gladys Bustos zich in de foyer van het Teatro Caupolicán, in het centrum van de Chileense hoofdstad Santiago. Omdat het vandaag een ‘speciale dag’ is, vertelt ze, verkoopt ze twee boeken voor 20.000 pesos (22 euro). ‘Het is een historische dag voor feministen en ik ben erg geëmotioneerd.’ Buiten staat een rij mensen te wachten om het gebouw te betreden.
Dit tafereel vond plaats op zaterdag 27 augustus, toen duizenden mensen de zogenoemde ‘Caupolicanazo Feminista’ bijwoonden, een evenement dat was voorbehouden aan vrouwen en leden van de lhbti-gemeenschap. Het was georganiseerd door 37 feministische organisaties die goedkeuring van de voorgestelde nieuwe grondwet bepleiten.
Op zondag 4 september beslist het Zuid-Amerikaanse land in een referendum of de huidige grondwet, die tijdens de dictatuur van Augusto Pinochet (1973-1990) tot stand is gekomen, moet worden vervangen. Er zijn twee keuzemogelijkheden om te reageren op het nieuwe grondwetsvoorstel: apruebo [ik keur het goed] of rechazo [ik verwerp het]. Uit recente opiniepeilingen blijkt dat de optie ‘rechazo’ wel eens zou kunnen zegevieren, maar volgens deskundigen kan het nog alle kanten op.
Het genderperspectief in de tekst
De woordvoerder van de bijeenkomst, Cynthia Shuffer, verdedigde de voorgestelde tekst als ‘een stap in de goede richting’ en had ‘goed feministisch nieuws’. Ten minste 36 van de 388 artikelen in de nieuwe wet verwijzen expliciet naar gender en naar kwesties die voorheen domweg onzichtbaar waren, aldus een rapport van de taakgroep VN Vrouwen dat door persbureau EFE werd aangehaald. Een baanbrekend aspect is vervat in artikel 1, waarin democratie wordt omschreven als ‘inclusief en paritair’ [uitgaand van gelijke verdeling]. Het artikel bepaalt dat alle staatsinstellingen en -organen, met inbegrip van de politie en de strijdkrachten, voor ten minste 50 procent uit vrouwen moeten bestaan.
Democratie wordt omschreven als ‘inclusief en paritair’, uitgaand van gelijke verdeling
‘Dit zal de eerste grondwet ter wereld zijn die door een paritair orgaan is opgesteld, en het zal ook de eerste zijn die garandeert dat onze plek in de democratie nooit minder zal zijn dan de plek die wij in de wereld innemen, namelijk: minstens de helft,’ zei Alondra Carrillo (29) van Coordinadora Feminista 8M, een van de organisaties die de manifestatie van 27 augustus organiseerde.
Het gaat om een gelijke verdeling die geen limiet stelt aan de hoeveelheid vrouwen en die de vertegenwoordiging van transgender en non-binaire personen erkent op alle terreinen van besluitvorming. ‘Deze grote vernieuwing zorgt ervoor dat de ogen van mensen die in constituties geïnteresseerd zijn zich nu wereldwijd op Chili richten,’ aldus Tania Busch, wetenschapper aan de Andrés Bello-universiteit en directeur van de Chileense Vereniging voor Constitutioneel Recht.
Weggestemd
Inmiddels is de nieuwe grondwet met een overtuigende meerderheid weggestemd. 61,9 procent van de Chilenen sprak zich uit tegen de nieuwe grondwet, 38,1 procent stemde voor.
Het grondwetsvoorstel erkent huishoudelijk werk als werk, legt de basis voor de oprichting van een nationaal zorgstelsel, garandeert seksuele en reproductieve rechten – met inbegrip van abortus, waarvan de goedkeuring in november 2021 nog door het Congres werd verworpen, en beschouwt gender op een intersectionele manier.
In de opsomming van rechten zijn ook onder meer opgenomen: volledige seksuele voorlichting, een leven zonder gendergerelateerd geweld, het recht op identiteit ‘in alle dimensies en uitingsvormen, met inbegrip van geslachtskenmerken, genderidentiteiten en -uitingen, naam en seksuele geaardheid’, erkenning van het gezin ‘in al zijn verschillende vormen en levenswijzen’ en rechtvaardigheid met een genderperspectief. Als de nieuwe grondwet wordt goedgekeurd, zou Chili wel eens een van de meest feministische grondwetten ter wereld kunnen hebben.
De organisatoren van de manifestatie van 27 augustus namen een voor een de artikelen door die de vooruitgang op het gebied van vrouwenrechten en seksuele diversiteit voorstaan en riepen de bevolking op te gaan stemmen. ‘Wij zullen de grondwet van Pinochet vastberaden en krachtig ten grave dragen,’ zei een van de leden van Coordinadora Feminista 8M. De meer dan vierduizend aanwezigen scandeerden volgens de organisatie slogans als ‘libre y convencida, “apruebo” de salida’ (‘vrij en overtuigd sta ik achter deze verandering’) en ‘aprobar, aprobar, otra forma de luchar’ (‘apruebo is een andere manier om te vechten’), terwijl kunstenaars, comedians en activisten zich op het podium vertoonden.
Alle leeftijden
Het evenement bracht mensen van alle leeftijden samen, die van de gebeurtenis een feest voor goedkeuring van de grondwetswijziging maakten. ‘Vrouwen zijn de sterkste pleitbezorgers voor “apruebo”, want zij hebben het meeste baat bij de nieuwe grondwet,’ zei Aurora Lizama (71), die met haar vriendinnen naar het theater was gekomen.
Naast Mapuche-vrouwen [de Mapuche zijn een inheems volk van Centraal- en Zuid-Chili en Zuid-Argentinië] waren ook gemeentebestuurders, parlementsleden, leden van de Constitutionele Conventie die de nieuwe tekst heeft opgesteld, en milieu-, diversiteits-, plattelands- en migrantenactivisten aanwezig. ‘Het is heel mooi om te zien dat zo veel mensen zich hebben verenigd voor goedkeuring, niet alleen uit de feministische beweging, maar ook dissidenten die mensen vertegenwoordigen zoals ik, die strijden voor een betere wereld voor iedereen door middel van de nieuwe grondwet,’ zei Sam (22).
‘Veel mensen kijken naar wat er in Chili gebeurt; wij hebben de gelegenheid om de grondwet van Pinochet te laten sneuvelen’
Het Chileense feminisme heeft op 27 augustus een nieuwe mijlpaal bereikt. Het Teatro Caupolicán was net zo vol als op 29 december 1983, toen duizenden vrouwen er bijeenkwamen om het einde van de dictatuur te eisen. ‘De Caupolicán-manifestatie van 1983 was bedoeld om de dictatuur te bestrijden, die van vandaag is bedoeld om een van de meest structurele erfenissen van de dictatuur uit te roeien, namelijk de huidige grondwet,’ zei Cynthia Shuffer. Vicky Quevedo, een legendarische feminist die er in 1983 ook bij was, voegde eraan toe: ‘Zoveel jaar later komen we opnieuw bijeen om de vele misstanden en onrechtvaardigheden aan de kaak te stellen. De kracht van deze bijeenkomst bevestigt dat we gaan winnen.’
De herinnering aan de vrouwen die voorgingen en aan de slachtoffers van femicide en seksistisch geweld was de hele manifestatie al aanwezig, en bereikte een hoogtepunt toen de Argentijnse antropoloog en feministische activist Rita Segato op het podium verscheen. Ze wees op het belang van het Chileense proces voor Latijns-Amerika en de rest van de wereld. ‘Chili vertegenwoordigt ons. Chileense vrouwen zijn wegbereiders, ze zijn het universele “wezen” dat spreekt over wat de mensheid, de hele mensheid, kan redden op dit apocalyptische moment in de geschiedenis.’ Hiphopzangeres Ana Tijoux, die de manifestatie afsloot, voegde daaraan toe: ‘Veel mensen kijken naar wat er in Chili gebeurt; wij hebben de gelegenheid om de grondwet van Pinochet te laten sneuvelen.’
Een halve eeuw na de strijd om gelijke burgerrechten staan de Amerikaanse universiteiten weer in vuur en vlam. De inzet dit keer: racisme, diversiteit en vrijheid van meningsuiting. Onze zwartepietendiscussie is er kinderspel bij.
Keuze uit het archief
Al wekenlang vinden er op verschillende universiteiten in de Verenigde Staten protesten plaats tegen de oorlog in Gaza. De afgelopen week sloegen de demonstraties ook over naar de campussen van de Universiteit van Amsterdam en Utrecht. Studenten protesteerden tegen de oorlog in de Gazastrook en riepen op tot vrede. Maar het protest mondde uiteindelijk uit in een confrontatie met de politie.
Er wordt verschillend tegen deze protesten aangekeken. Demonstreren? Prima, maar hou je gedeisd, zullen sommigen denken. Anderen zullen weer van mening zijn dat de urgentie van de situatie in Gaza om drastische maatregelen vraagt.
In dit artikel van New Republic uit 2015 over de studentenprotesten in de VS van tien jaar geleden, breekt journalist Roxane Gay een lans voor kritische studenten die hun stem laten horen, een fenomeen dat al teruggaat op de jaren zestig. ‘Studenten begrijpen dat dit heel goed de laatste keer in hun leven kan zijn dat ze echte problemen kunnen aanpakken.’
Studentenactivisme is niets nieuws. Soms is het ondoordacht, soms wordt het van tafel geveegd, maar het is altijd oprecht. In 1960 vormden jonge zwarte studenten, die genoeg hadden van rassenongelijkheid en de inbreuk op hun burgerrechten, de Student Nonviolent Coordinating Committee (SNCC), een geweldloze studentenbeweging. Uiteindelijk werden ze de radicale tak van de Amerikaanse beweging voor gelijke burgerrechten en coördineerden ze de zogenoemde Freedom Rides tegen de segregatie in het openbaar vervoer en campagnes voor een betere kiezersregistratie. Ze waren gepassioneerd. Ze waren provocerend. Ze zetten hun leven op het spel. De SNCC toonde aan dat jonge mensen een integraal onderdeel zijn van een participatiedemocratie.
Nu, na de gelijktijdige en vergelijkbare studentenprotesten aan de Universiteit van Missouri (Mizzou) en Yale University, hebben we opnieuw reden om na te denken over studentenactivisme, ras en de voortzetting van de beweging voor burgerrechten. Er is de laatste tijd veel geschreven over studenten en hun eigenaardige gewoonten, over het feit dat ze uiterst politiek correct zijn, overdreven gevoelig en verwend. Sommigen hebben gesuggereerd dat studenten pietluttige activisten zijn, dat ze geen gevoel voor humor meer hebben en dat het liberalisme op hol is geslagen op de campussen, en dat dit de studenten noodlottig is geworden.
Dat is een kleinerende en nogal luie kijk op het studentenactivisme. Tijdens de protesten op Mizzou en Yale en ook elders hebben studenten duidelijk gemaakt dat de huidige situatie onverdraaglijk is. Of we het nu met ze eens zijn of niet, we moeten wel luisteren.
Op 7 november werd bekend dat de zwarte leden van het footballteam van Mizzou van plan waren te staken. Ze schaarden zich als laatsten achter promovendus Jonathan Butler, die in hongerstaking was gegaan, en de activistische groepering Concerned Student 1950, die aandrongen op het vertrek van universiteitsbestuurder Timothy Wolfe. Hun protest was het gevolg van Wolfes laksheid en vermeende onverschilligheid ten aanzien van een aantal rassenincidenten op de campus van Mizzou, waaronder een met menselijke uitwerpselen getekend hakenkruis op een muur. Toen de footballspelers zich eenmaal achter zaak hadden geschaard, ging het snel. Er kwamen meer promovendi in opstand. Op 9 november nam zowel Wolfe als R. Bowen Loftin, de bestuursvoorzitter van Mizzou, ontslag. De overige bestuurders kondigden een reeks initiatieven aan om een beter rassenklimaat op de campus te scheppen.
Halloween
Bij Yale stuurde de Commissie voor Interculturele Zaken, bestaande uit diversiteitsbestuurders van alle geledingen van de universiteit, vlak voor Halloween een e-mail aan de studenten waarin ze hun smeekten beter na te denken over de keuze van hun kostuums tijdens Halloween, om daarmee beledigende cultuuruitingen of onjuiste voorstellingen van zaken te voorkomen. ‘Halloween is helaas ook een tijd waarin de gebruikelijke bedachtzaamheid en gevoeligheid van de studenten soms uit het oog worden verloren en er betreurenswaardige beslissingen kunnen worden genomen, zoals het dragen van verentooien, tulbanden, “oorlogsverf”, het aanbrengen van een andere huidskleur dan wel zwarte of rode schmink op het gezicht’, aldus een deel van de mail.
Dit advies doet misschien paternalistisch aan, maar als je bedenkt hoeveel studenten zich in het verleden met zwarte gezichten hebben getooid en op andere manieren culturen en het gezond verstand met voeten hebben getreden, was de mail ongetwijfeld goed bedoeld en niet zo buitengewoon. Desondanks waren er studenten die klaagden.
Erika Christakis, bestuurder van het Silliman College van Yale, schreef een e-mail waarin ze betoogde dat studenten het recht hebben om studenten te zijn en fouten te maken – met andere woorden, om kinderen te zijn. ‘Ik vraag me af, en ik probeer niet te provoceren, of er geen ruimte meer is voor een kind of jongere om een klein beetje aanstootgevend te zijn, een klein beetje ongepast of provocerend, of zelfs beledigend. Amerikaanse universiteiten waren ooit een veilige haven, niet alleen om volwassen te worden maar ook om enige regressieve of zelfs grensoverschrijdende ervaring op te doen. Nu lijken ze steeds meer plekken te zijn geworden waar censuur en verbods‑ bepalingen de boventoon voeren.’
Theoretisch is het verleidelijk: waarom zouden mensen hun kwalijke oprispingen níét mogen botvieren?
Maar Christakis las de e-mail van de Commissie voor Interculturele Zaken opzettelijk verkeerd. De commissie verbood helemaal niets, en suggereerde evenmin dat ze dat wilde. Ze deed alleen een aantal suggesties om voor Yale-studenten een betere wereld te scheppen dan die waarin we leven.
Toen ik aan Yale studeerde, werd ik als zwarte vrouw als een indringer op heilige grond beschouwd
Ik heb van 1992 tot 1994 aan Yale gestudeerd. Toen ik daar was, begreep ik dat ik als zwarte vrouw als een indringer op heilige grond werd beschouwd. Niemand kon geloven dat ik daar alleen maar was, net als de anderen, om te leren. Het was niet ongewoon om het doelwit van racistisch gemompel te zijn, van gefluister over positieve discriminatie, en om elke dag minuscule uitingen van agressie [microagressie] te ondergaan. De campuspolitie maakte er een sport van om mij en andere zwarte studenten naar onze studentenkaart te vragen. Mijn ervaring was allesbehalve uniek.
De huidige protesten zijn het symbool van een veel ingewikkelder probleem: een verstoord rassenklimaat op de campus van Yale dat al vele jaren domineert. De meeste andere overwegend blanke campussen in de Verenigde Staten hebben daar ook last van. Ik heb het grootste deel van mijn volwassen leven op universiteitscampussen doorgebracht, eerst als student en later als docent. Op elke campus was het rassen‑ klimaat altijd gespannen – in het gunstigste geval. Wat er op Yale gebeurt verbaast me niets.
Op Mizzou is een banale en voorspelbare tegenbeweging op gang gekomen. De studenten zijn door de conservatieve media afgeschilderd als laffe baby’s, kwezels of regelrechte leugenaars. Ze zijn ondankbaar, onverantwoordelijk. Als het om racisme gaat, moeten mensen met een kleurtje kennelijk alles maar zonder klagen slikken.
Uiterste grens
Er wordt vaak neerbuigend gedaan over deze zogenaamd kwetsbare jongeren die de echte wereld niet begrijpen. Maar studenten begrijpen de echte wereld wel degelijk, want ze zijn niet alleen maar studenten: ze laten hun sociale achtergrond, seksualiteit, ras of etniciteit niet achter zich als ze zich aanmelden als student, en hun problemen verdwijnen niet wanneer ze zich inschrijven voor colleges. We mogen hun terechte zorgen niet van tafel vegen. Amerikaanse universiteiten zijn altijd kraamkamers voor de bevoorrechten geweest, en de enigen wier fysieke en emotionele veiligheid daar enigszins is gegarandeerd zijn blanke, heteroseksuele mannen. Is het dan verwonderlijk dat studenten een minimale veiligheidsgarantie eisen? We moeten niet vergeten dat voor de zwarte studenten op zowel Mizzou als Yale de uiterste grens is bereikt. Zij kunnen niet langer verdragen wat ondraaglijk is. Ze zeggen: het is genoeg geweest.
Studentenactivisme is wijdverbreid omdat sommige studenten hun universitaire ervaring ten volle benutten. Ze begrijpen dat dit heel goed de laatste keer in hun leven kan zijn dat ze echte problemen kunnen aanpakken in een omgeving waar ze gedwongen zijn mensen te ontmoeten die er anders uitzien dan zij, die anders denken dan zij, een omgeving waar verandering nog mogelijk is. De SNCC en de demonstranten op campussen in het hele land, inclusief Yale en Mizzou, maken deel uit van een krachtige, vitale traditie die we niet over het hoofd mogen zien. De huidige studentenactivisten verrichten het noodzakelijke werk om ervoor te zorgen dat de volgende generatie die deelneemt aan de traditie van studentenactivisme een andere strijd zal voeren.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.