Tag: gemeenschap

  • Japanse steden leven op door streetart: ‘Zo kan iedereen met kunst in aanraking komen’

    Japanse steden leven op door streetart: ‘Zo kan iedereen met kunst in aanraking komen’

    In Tokio en andere delen van Japan werken straatkunstenaars in samenwerking met bewoners aan muurschilderingen om buurten te verlevendigen. Via de kunst ontstaat een gesprek over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn.

    In een straatje niet ver van het grote overdekte winkelcentrum in Koenji, een woonwijk ten westen van het centrum van Tokio, spreidt een reusachtige adelaar zijn vleugels boven bladerrijke bomen en een klaterend beekje.

    De meer dan levensgrote, zachtroze adelaar prijkt op een immense muurschildering die de zijkant bedekt van een zes verdiepingen hoog gebouw, dat particulier eigendom is. De muurschildering, gemaakt door WHOLE9, een kunstenaarsduo uit Osaka, is getiteld SYNC. De inwoners van Koenji staan erop afgebeeld in de vorm van een adelaar, omgeven door abstracte vormen die de diversiteit van het leven symboliseren.

    220523 DJI 0001
    – © Yoshi Travel Films

    ‘Het is een muurschildering met vele kleuren, wat symbool staat voor de grote variëteit die Koenji kenmerkt,’ aldus Simo, een van de twee WHOLE9-kunstenaars.

    Koenji Mural City Project

    SYNC is in opdracht gemaakt, als onderdeel van het Koenji Mural City Project, een collectief van kunstenaars, inwoners en anderen, onder leiding van kunstproducent Kenji Daikoku. Dit project past binnen een opkomende trend in Tokio en andere delen van Japan om straatkunst – en dan met name muurschilderingen – te stimuleren om buurtgemeenschappen te verlevendigen.

    In de afgelopen jaren zijn er muurschilderingen opgedoken in heel Tokio, zowel in woonwijken als Koenji en Nakano, als in meer commerciële buurten zoals Nihonbashi in het centrum van Tokio. De trend beperkt zich niet tot de hoofdstad: er verschijnen ook muurschilderingen in andere stedelijke gebieden, waaronder Yokohama, Kawasaki en Osaka.

    Anders dan commerciële muurschilderingen, waarmee bedrijven proberen hun diensten of waren aan de man te brengen, zijn deze schilderingen, die prijken op de buitenkant van treinstations, winkels, openbare gebouwen en gebouwen die particulier bezit zijn, voor het merendeel gemaakt door bewoners die zich verbonden voelen met hun omgeving en die menen dat kunst positieve ontwikkelingen in gang kan zetten.

    ‘We wilden de creativiteit van kunstenaars gebruiken om de maatschappij te verbeteren’

    ‘We wilden de creativiteit van kunstenaars op een positieve manier gebruiken om de maatschappij te verbeteren,’ aldus Daikoku, die zegt te hopen dat de muurschilderingen in Koenji de plaatselijke gemeenschap vreugde zullen brengen door enerzijds te zorgen dat de bewoners trots zijn op hun buurt en anderzijds de buurt zelf te profileren als een artistieke hub die in de belangstelling staat en bezoekers trekt.

    Tot nu toe zijn er in Koenji elf muurschilderingen gemaakt – onder meer op de muur van een badhuis, op de rolluiken van winkels en op een muur die langs de rivier de Momozono loopt. ‘Dit is meer dan zomaar een klus, ik doe dit omdat het iets toevoegt aan de culturele rijkdom van mijn leefomgeving,’ zegt Daikoku.

    248222461 954496588481733 1607571338159415841 n
    – © Yoshi Travel Films

    Ten oosten van Koenji, in Nakano, worden ook muurschilderingen gebruikt om de culturele waarde van de buurt te vergroten en de buurt aantrekkelijker te maken voor zowel bewoners als mensen van buiten. Nakano gaat prat op veel culturele evenementen, zoals taiko-concerten en het traditionele no-spel.

    Daarnaast is het een centrum van manga en anime. Maar volgens de lokale overheden hebben de inwoners al langere tijd het gevoel dat het niet echt lukt om duidelijk te maken dat dit een aantrekkelijke buurt is om te wonen en te werken, of om te bezoeken.

    In 2021 zette Nakano het Nakano Mural Project op, dat tot nog toe opdracht heeft gegeven voor vijf muurschilderingen op een verscheidenheid aan plekken, zoals onder meer een school. ‘Muurschilderingen spelen een belangrijke rol in ons streven om de lokale cultuur uit te dragen,’ zegt Tomoya Takahashi in het districtskantoor.

    Dat streven wordt gedeeld door vele voorstanders van muurschilderingen in de openbare ruimte; het zijn kunstwerken die doorgaans geworteld zijn in de geschiedenis en de cultuur van de buurt, en die vaak worden gezien als een mooie manier om de lokale cultuur uit te dragen en de gemeenschapszin te versterken.

    Renovatie van de wijk

    In de wijk Tennozu, vooral bekend om de warenhuizen en de nabijheid van het vliegveld Haneda, zijn zeventien reusachtige muurschilderingen gemaakt in het kader van de renovatie van de wijk en het streven om uit te groeien tot hét kunstcentrum van Tokio.

    In veel gevallen is het ontwerp van muurschilderingen erop gericht de door de bewoners gewaardeerde kenmerken van de buurt te treffen en tegelijk de ambities van de buurt uit te dragen. Zo zijn op muurschilderingen in Ningyocho, in de wijk Nihonbashi in het centrum van Tokio, afbeeldingen te zien die refereren aan het traditionele karakter van de buurt, die al sinds het Edo-tijdperk (1603-1867) centrum is van zowel handel als traditionele ambachten. In Ningyocho zijn nog altijd veel bedrijven gevestigd uit het Edo-tijdperk, en de geest van het oude Tokio is dan ook nog voelbaar.

    ‘Er treden van tijd tot tijd nog geisha’s op,’ zegt Koichiro Kato, die aan het hoofd staat van het Mural Art Project @ Ningyocho, dat Kato samen met een zakenpartner heeft opgezet. Op een van de werken, gemaakt door Kensuke Takahashi, is een geisha te zien, op de muur van Hiding Bar Zoro, een bar in een gerenoveerd oud Japans huis. De geishacultuur in Japan is al langere tijd op haar retour.

    Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst

    Een ander kenmerk van de muurschilderingen is dat ze vaak voortkomen uit een samenwerking tussen kunstenaars en bewoners. Deze gemeenschappelijke aanpak vergroot de belangstelling voor kunst en versterkt de gemeenschapszin.

    Het aanbrengen van muurschilderingen op plaatsen waar iedereen ze kan zien is meer dan alleen een manier om bezoekers te trekken, kunstenaars een kans te bieden om zich te uiten, en de kunst zelf toegankelijk te maken voor de gemeenschap. Het brengt ook een discussie op gang tussen de inwoners onderling over wat voor gemeenschap ze eigenlijk willen zijn, zegt Daikoku.

    Een maand in de wijk

    De kunstenaars die zijn gevraagd voor het Koenji-project hebben allemaal op de een of andere manier een band met Koenji. De twee leden van WHOLE9 hebben een maand in de wijk doorgebracht, om met de inwoners te praten en om een beeld te krijgen van wat de inwoners van Koenji beweegt. In Nakano zijn workshops georganiseerd voor de bewoners, onder wie kinderen, die een inbreng hebben gehad bij de keuze van het ontwerp en die ook hebben geholpen bij het maken van de muurschildering.

    256069802 952219282366091 3555952645446932415 n
    – © Yoshi Travel Films

    Doordat de muurschilderingen zich in de openbare ruimte bevinden en voor iedereen toegankelijk zijn, weten ze de kunst dichter naar de mensen te brengen. ‘Binnen de mondiale kunstmarkt (met een totale waarde van 63,3 miljard dollar) bedraagt het aandeel van Japan slechts 1 tot 3 procent,’ zegt Takanobu Kawazoe, de CEO van het in Osaka gevestigde Wall Share, dat tot nog toe meer dan 100 muurschilderingen heeft geleverd.

    Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt

    Dit gebrek aan belangstelling om kunst te kopen is deels het gevolg van het feit dat men over het algemeen niet zo vertrouwd is met kunst. ‘Als er kunst in de stad is, kan iedereen ermee in aanraking komen,’ zegt Kawazoe. ‘Het interessante aan muurschilderingen is dat mensen kunnen zien hoe kunst tot stand komt. Voor zowel oude mensen als kinderen geldt dat ze het leerzaam en spannend vinden om te zien hoe een muurschildering wordt gemaakt en dat het daarmee iets wordt waar ze trots op kunnen zijn.’ Toch waren er nog zorgen over de reacties van de bewoners op de muurschilderingen. Anders dan in het Westen, waar het werk van straatkunstenaars als Banksy in brede kring wordt gewaardeerd en miljoenen dollars kan opleveren, maakten muurschilderingen tot nu toe geen deel uit van het openbare leven in Japan.

    Maar voorlopig lijken de reacties zeer positief. ‘Aanvankelijk maakten we ons zorgen, omdat niet iedereen in Ningyocho het meteen een goed idee vond. Maar toen de mensen de kunstwerken zagen, waren ze om,’ zegt Kato. Het bestuur van Nakano heeft veel verzoeken binnengekregen van bewoners die meer muurschilderingen in de buurt willen, vertelt Tomoya Takahashi.

    Schenking van 10 miljoen yen

    De grootste uitdaging voor de initiatiefnemers is vaak om aan voldoende middelen te komen om de kunstenaars en hun materiaal te kunnen betalen. De vijf muurschilderingen die in opdracht van het Nakano Mural Project zijn gemaakt, zijn gefinancierd door de Shinkin Central Bank die een schenking heeft gedaan van 10 miljoen yen. De schildering op de muur van de gymzaal van basisschool Saginomiya is betaald door de school zelf en de oudercommissie. De muurschilderingen in Ningyocho zijn gefinancierd door het bureau voor culturele zaken, dat onderdeel is van het Japanse ministerie van Onderwijs, Cultuur, Sport, Wetenschap en Technologie.

    260287399 885362718839923 2150929051668631732 n
    © Yoshi Travel Films

    Hoewel het een uitdaging blijft om fondsen te werven, zal het enthousiasme voor muurschilderingen naar verwachting alleen maar toenemen door het groeiende besef dat muurschilderingen in de openbare ruimte een positief effect kunnen hebben op lokale gemeenschappen.

    ‘Ik ben ervan overtuigd dat we steeds meer muurschilderingen zullen gaan zien omdat ze bijdragen aan het stimuleren en ontwikkelen van gemeenschappen, en dat is waar we behoefte aan hebben,’ zegt Daikoku. ‘Zodra de vooroordelen tegen muurschilderingen zijn weggenomen en de regelgeving is versoepeld – de twee belangrijkste hindernissen – verwacht ik dat deze trend snel om zich heen zal grijpen,’ zegt hij.

  • Zuid-Afrikaanse ‘slegs vir blankes’-enclave ziet inwoners toestromen

    Zuid-Afrikaanse ‘slegs vir blankes’-enclave ziet inwoners toestromen

    De witte gemeenschap Orania, die in 1991 door nazaten van apartheidsarchitect Hendrik Verwoerd werd gesticht, trekt steeds meer Afrikaners aan.

    In de desolate Karoo-halfwoestijn ligt de laatste Zuid-Afrikaanse ‘slegs vir blankes’-enclave: een bloeiende gemeenschap. De diepe onenigheid die in de rest van het land heerst – over ras en welvaart, stijgende criminaliteit en afkalvende voorzieningen – is een zegen voor Orania, de Afrikaner gemeenschap die in 1991 door nazaten van apartheidsarchitect Hendrik Verwoerd werd gesticht.

    De toestroom van nieuwe inwoners die de chaos ontvluchten logenstraft de voorspellingen dat dit omstreden sociale experiment tot falen is gedoemd. ‘Er werd altijd een beetje lacherig over ons gedaan,’ zegt Joost Strydom, de woordvoerder van Orania, dat zijn inwoneraantal sinds 2018 met 55 procent zag stijgen, tot 2500.

    Wekelijks stroomt een ‘duizelingwekkend’ aantal verblijfsaanvragen binnen

    Om aan de vraag te kunnen voldoen wordt er druk gebouwd – door witte bouwvakkers. ‘Selfwerksaamheid’ vormt de hoeksteen van het project. Wekelijks stroomt een ‘duizelingwekkend’ aantal verblijfsaanvragen binnen van mensen die willen ontsnappen aan de groeiende criminaliteit en sociale onrust die veel steden teisteren. Met 67 moorden per dag is het aantal moorden in Zuid-Afrika de eerste drie maanden van 2022 met maar liefst 22 procent gestegen.

    ‘Er wonen geen zwarte mensen in Orania,’ zegt Strydom, ‘maar dat geldt ook voor talloze onveranderde, chique voorsteden elders in Zuid-Afrika, waar de enige gekleurde gezichten toebehoren aan arbeidskrachten en huishoudelijk personeel.’ In Orania daarentegen wordt al het vuile werk door Afrikaners zelf opgeknapt. ‘Het enige verschil is dat wij er openlijk voor uitkomen waar onze gemeenschap voor staat,’ vervolgt hij. Je kunt alleen in het dorp komen wonen als je christelijke waarden en de Afrikanercultuur en -ideologie onderschrijft.

    De enclave heeft haar eigen munt, vlag en feestdagen. 16 juni, een nationale feestdag om de slachtoffers van de opstand in Soweto te eren, een belangrijke datum in de antiapartheidsstrijd, wordt in Orania om een heel andere reden herdacht: de strijd van de Afrikaners tegen het machtige Britse rijk tijdens de Boerenoorlog. De leiders van Orania beweren stellig dat het dorp geen heilstaat is voor racisten, maar een plek om een bepaald soort leven te leiden met mede-Afrikaners, de afstammelingen van zeventiende-eeuwse Nederlandse en Franse immigranten.

    Spookdorp

    Orania werd in 1991 opgericht door ideologen, geleid door Anna en Carel Boshoff, de dochter en schoonzoon van Verwoerd, die premier was van 1958 tot 1966, het jaar waarin hij werd vermoord. Ze streken neer in een spookdorp van verlaten prefabhuizen voor arbeiders die in de jaren zestig een irrigatiesysteem waren komen aanleggen. Het project heeft meerdere hobbels overwonnen, waaronder een poging om de dorpsgrenzen te verleggen zodat het binnen een democratisch gekozen gemeente zou komen te vallen. De advocaten van Orania bepleitten met succes dat de progressieve grondwet van Zuid-Afrika de rechten van minderheden waarborgt.

    ‘Het was levensveranderend om niet als tweederangsburger in mijn eigen christelijke cultuur te hoeven leven’

    Terwijl de heersende ANC in een onderlinge strijd was verwikkeld, kon de nederzetting, die 33 vierkante kilometer beslaat, zich ongestoord ontwikkelen. Het oorspronkelijke plan van de stichters om volledig zelfstandig te worden begint aardig vorm te krijgen. Er is een rioolstelsel aangelegd, berekend op een bevolking van tienduizend inwoners, en een zonne-energiepark dat zal profiteren van de strakblauwe woestijnluchten moet het dorp onafhankelijk maken van het falende nationale elektriciteitsnetwerk. In 2020 zaten 59 miljoen Zuid-Afrikanen door stroomonderbrekingen zeven week lang in de duisternis. Er is een technische school die toekomstige arbeidskrachten opleidt en er zijn twee privéscholen waar Afrikaner geschiedenis en praktische vaardigheden hoog in het vaandel staan.

    Tony Correia, een nieuwe inwoner, vertelt dat hij zich vorig jaar bij zijn broer in Orania heeft gevoegd na de dagenlange onlusten en plunderingen in de provincie KwaZoeloe-Natal, waarbij zo’n 340 dodelijke slachtoffers vielen. ‘We zaten er middenin.’ Toen de 33-jarige accountant ontdekte wat de jonge gemeenschap te bieden had qua veiligheid en werk, besloot hij definitief te verkassen. ‘Het was levensveranderend om niet als tweederangsburger in mijn eigen christelijke cultuur te hoeven leven.’

    Bustes van Verwoerd

    Het dorp is ook een verzamelplaats voor alle bustes van Verwoerd en andere Afrikaner leiders die elders in het land uit scholen en gemeentehuizen zijn verwijderd. Het Verwoerd-museum barst haast uit zijn voegen. ‘We krijgen dagelijks aanbiedingen: foto’s, schilderijen, standbeelden,’ vertelt Strydom. ‘We hebben nauwelijks plek om alles onder te brengen.’ 

    Asanda Ngoasheng, activist voor rassengelijkheid, respecteert het besluit van de inwoners om in ‘een of ander nostalgisch apartheidsutopia’ te wonen. ‘Ze hebben een gevangenis voor zichzelf gecreëerd. Waarom zouden we ze dwingen deel uit te maken van een Zuid-Afrika dat ze duidelijk niet erkennen?’

  • Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    Al Bu Nahid: 
een klein utopia in Irak

    In het Iraakse dorp Al Bu Nahid worden vrouwen en mannen gelijk behandeld, zijn roken en frisdrank in de ban en religieuze twisten verboden.

    De provincie Diwaniya in Zuid-Irak is een van de meest verpauperde streken in het land. De meeste mensen werken er op het land, waardoor ze hard werden getroffen door een droogte in april. Zoals bijna overal in Irak worden de straten van de stad Diwaniya gekenmerkt door afval, verstikkende uitlaatgassen en eindeloos getoeter van auto’s.

    Maar in het het dorp Al Bu Nahid, net buiten de stad, zijn bewoners bezig een nieuw idee uit te werken over hoe Irak eruit zou kunnen zien. In een land waar ruim 30 procent van de Iraakse mannen lijdt aan ernstig overgewicht, heeft het dorp frisdrank in de ban gedaan en is er jaarlijks een hardloopfestival met duizenden deelnemers. In een land waar olie de economie en politiek stuurt, viert het dorp op 5 juni Wereldmilieudag en ontplooit het milieuvriendelijke initiatieven. In een land waar de benzineprijs 0,63 dollar per liter bedraagt, hebben fietsen in het dorp de voorkeur gekregen boven de auto als vervoermiddel.

    Joggen

    Deze initiatieven zijn grotendeels het geesteskind van Kadim Hassoun, een ingenieur die een aantal projecten in het dorp begon, nadat hij in Europa en het Midden-Oosten in aanraking was gekomen met ideeën over gezondheid, sociale betrokkenheid en milieu. Na een verblijf van achttien jaar in Dubai keerde Hassoen in 2014 terug naar Irak en probeerde daar, tot ongeloof van zijn dorpsgenoten, aan fitness te blijven doen. ‘Iedereen zag mij als een excentriekeling, maar ik deed er nog een schepje bovenop,’ vertelt hij. Uitgedost in trainingspak en hardloopschoenen jogde hij stug voort op het platteland. ‘Na een maand voegden twee mensen zich bij me, na twee maanden liepen er vijf mee, en eerlijk waar, na zes maanden had ik de meeste dorpsgenoten mee – vooral de tieners en twintigers.’

    Naarmate het leger lopers aanzwol, kwamen zij uiteindelijk op het idee een ‘hardlopersfestival’ op te zetten. Elk jaar doen mensen van buiten het dorp, bijvoorbeeld uit de stad Diwaniya, nu mee aan het evenement. Volgens Hassoen zijn er vaak wel drieduizend deelnemers.

    Het onverwachte succes van het festival, dat ook de aandacht van de media trok, dreef Hassoen ertoe meer projecten te creëren ter bestrijding van de sociale kwalen die zijn dorp in het bijzonder, en Irak in het algemeen, volgens hem teisteren. Verbodsborden voor toeteren en roken – alomtegenwoordige verschijnselen in Irak – hangen overal in het dorp. Hassoun wil graag benadrukken dat er geen sprake is van autoritaire handhaving. Wel is het zo dat wie de regels overtreedt, het gevaar loopt te worden uitgekotst door de overige dorpelingen, die de veranderingen van harte hebben ondersteund.

    De regels (zie onder).
    De regels (zie onder).

    Een klein, vervallen gebouw, ergens bij de rivier, doet dienst als Huis voor de Cultuur. Binnen staan boeken, fictie en non-fictie, over een breed scala aan onderwerpen, en is er schilder- en knutselmateriaal. ‘Ik heb het Huis voor de Cultuur opgericht en ben vervolgens een bibliotheek begonnen – ik heb boeken uit binnen- en buitenland toegestuurd gekregen, zelfs uit Groot-Brittannië, de VS en Zweden,’ zegt Hassoun. ‘Ook hebben de meeste bibliotheken in Bagdad mij boeken gedoneerd.’

    Tijdens een rondleiding in het Huis voor de Cultuur toont Hassoun kunstwerken die gemaakt zijn door kinderen uit de buurt. Kort geleden kwam er een kunstenaar uit Bagdad kinderen helpen een schilderij te maken waarin de rol van Unicef wordt geëerd. Portretten van mecenassen van Al Bu Nahid sieren de muren, waaronder dat van de Brits-Iraakse schrijfster Emily Porter, die enkele initiatieven van het dorp financieel heeft gesteund.

    ‘Ik heb grote waardering voor de nieuwe dingen die in ons dorp gaande zijn,’ zegt Ali Ghanem, een van de 750 inwoners. ‘Kadim heeft echt zijn best gedaan de situatie te verbeteren. We beseften dat sport goed voor ons was, dus hebben we het kampioenschap 200 meter hardlopen opgezet. Ook zijn frisdrank en roken uitgebannen. We wisten dat er iets goeds was aan ons dorp, en nu zien we het met eigen ogen – we zijn getuige van concrete veranderingen.’

    ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig’

    Als het gaat om de ontwikkeling van zijn ideale gemeenschap, ziet Hassoun twee grote knelpunten: sektarisme en de marginalisering van vrouwen. ‘In het Midden-Oosten komen de grootste problemen en conflicten door religie, omdat de grootste problemen steeds door de bril van religie worden bekeken. Dat doorbreken was een hoofdstreven in dit dorp.’

    Sommige mensen zeggen dat Hassoun zich tegen religie keert. ‘Nee, zeg ik dan, ik probeer je religie juist te beschermen. Houd het geloof er alsjeblieft buiten. Ik zeg: als je over religie wilt praten, oké, ga dan eerst naar het Huis voor de Cultuur, neem een boek over de religie mee naar huis en lees het. En kom er dan hier over praten.’

    Wat vrouwen betreft was de strijd nog moeilijker, gezien de mentaliteit op het Zuid-Iraakse platteland. Hassoun heeft twee dagen per week het cultuurcentrum voor vrouwen gereserveerd, mannen zijn dan niet welkom. Vrouwen kunnen een groot aantal lezingen bijwonen en sociale, medische en psychologische problemen bespreken met ngo’s.

    In veel opzichten is de scheiding tussen de seksen hier minder strikt dan elders in Irak. Hassoun wijst naar het gemeentehuis, een groot, met riet bedekt gebouw aan de ingang van het dorp, en vertelt dat de vrouwen van Al Bu Nahid daar welkom zijn, iets wat in andere dorpen niet vanzelfsprekend is. ‘Wij hebben tegen de mannen gezegd: nee, er is geen verschil tussen jou en haar. Maar dit heeft allemaal tijd nodig.’

    Andere dorpen hebben lering getrokken uit het succes van Al Bu Nahid. Nu IS is verslagen, lijkt Irak eindelijk het sektarische geweld en de sfeer van angst en repressie te boven te komen. Nu oorlog en geweld op de achtergrond raken, beginnen Irakezen meer aandacht te krijgen voor de sociale en economische kwalen die hun land plagen. Voor Hassoun is Al Bu Nahid een mogelijke blauwdruk voor hoe Irak zichzelf zou kunnen rehabiliteren, met een opener, gezonder gemeenschapsleven. ‘Het is niet makkelijk,’ zegt hij. ‘Maar ik probeer tenminste wat.’

    Auteur: Alex MacDonald
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: De regels

    Aan de ingang van het dorp stipuleren twee uithangborden – een in het Engels, een in het Arabisch – een aantal (losjes gehandhaafde) regels:

    1. Niet roken
    2. Geen ruzie om godsdienst
    3. Geen getoeter
    4. Geen politieke discussies
    5. Eerbiediging van verkeersregels
    6. Geen bomenkap, want het milieu is onze verantwoordelijkheid

    Middle East Eye
    Verenigd Koninkrijk | middleeasteye.net

    De website Middle East Eye werd in 2014 opgericht en wil de voornaamste nieuwsbron zijn voor het Midden-Oosten. Hoofdredacteur is David Hearst, voormalig buitenlandredacteur van The Guardian. Volgens critici heeft de site banden met de Moslimbroeders.

  • In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    De inwoners van Myanmar staan bekend om hun buitengewone solidariteit. Alleen geldt die dus niet voor de Rohingya.

    De eerste buurt in Yangon waar ik woonde had al vrijwel geen charme toen ik er aankwam. Vlak daarna raakten we het enige wat er nog leuk aan was kwijt toen de gemeenteraad de bomen langs de straat liet kappen om de weg tot zes banen te verbreden. In één klap werd de tot dan toe verwaarloosde straat een drukke verbindingsweg tussen de flats in het centrum en de buitenwijken van de stad in het oosten.

    Op een avond zag ik een auto de hoek om slingeren en een man aanrijden die langs de kant van de weg liep. In minder dan een minuut hadden vele tientallen mensen zich rond de plek van het ongeluk verzameld. Twee van hen verzorgden de gewonde man terwijl tien of vijftien anderen het verkeer gingen regelen. Omdat de politie nergens te bekennen was, haakten weer anderen de handen in elkaar om een versperring te vormen en te voorkomen dat de man achter het stuur, die duidelijk dronken was, ervandoor zou gaan. Algauw kwam er een plaatselijke ambulance, bemand door een groep vrijwilligers, die de gewonde man op een brancard van bamboe afvoerden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

    Zes cijfers

    Ik dacht na over die avond tijdens een recent bezoek aan Phandeeyar, een technologisch centrum in Yangon dat de drijvende kracht is achter Myanmars opkomende, digitale industrie. De afgelopen twee jaar heeft Phandeeyars ‘Accelerator’-programma met succes jonge ontwikkelaars begeleid die op apps gebaseerde bedrijven willen opzetten. In twee van de eerste start-ups worden al investeringen gedaan die tot in de zes cijfers lopen.

    Wat vooral opvallend is aan het programma is de maatschappelijke betrokkenheid van de mensen die eraan meedoen. Eén start-up werkt aan de digitalisering van medische dossiers, wat een steunpilaar kan zijn voor de gezondheidszorg in Myanmar, die onder chronische financiële tekorten lijdt. Een ander werkt aan de start van een nationaal recyclingsysteem, dat van de grond af moet worden opgebouwd. De initiatiefnemers ontlenen hun motivatie aan de treurige aanblik van al het vuil waarmee afvoeren en rivieren door het hele land verstopt raken. De oprichters van RecyGlo werken intussen samen met kantoren en privéscholen om het vuilnis in Yangon op te halen – papier wordt verkocht aan plaatselijke bedrijven terwijl andere recyclebare producten in grote hoeveelheden naar China worden verscheept.

    ‘Dit hoort eigenlijk door de staat te worden gedaan,’ zei RecyGlo’s medeoprichter Yamin Oo. ‘Maar in een ontwikkelingsland kan de staat niet zo veel doen. Daar is een ondersteunend systeem voor nodig.’

    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images
    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images

    Myanmar staat bekend als een van de meest liefdadige landen ter wereld als het om giften en vrijwilligerswerk gaat. Maar het is misschien juister om te zeggen dat de mensen hier gewend zijn geraakt een handje te helpen als de staat daar de middelen niet voor heeft. Nadat ongekende overstromingen in 2015 meer dan honderdduizend dorpelingen uit hun huis verdreven, vormden zich rondom Yangon spontaan liefdadigheidsgroepen die geld vroegen aan automobilisten om voorraden te kopen die ze later zelf naar de opvangkampen reden. Vorig jaar, na wanordelijk verlopen onderhoudswerkzaamheden aan een aantal drukke buslijnen, boden vrijwilligers gestrande reizigers een rit in hun auto aan.

    Maar dit verantwoordelijkheidsgevoel jegens de gemeenschap, dat zo vaak een voorbeeld is van Myanmar op zijn best, heeft ook een donkere keerzijde. Het afgelopen jaar heeft het land zich ingegraven als reactie op het massale geweld tegen de Rohingya-minderheid, die nog steeds buiten de grenzen van die collectieve solidariteit valt. Onlineactivisten die Aung San Suu Kyi steunen – de feitelijke leider van het land, wier regering verantwoordelijk is voor de chaotische reactie op de vluchtelingenexodus – hebben geprobeerd om buitenlandse media in diskrediet te brengen en de wereldwijde verontwaardiging over Myanmar af te doen als een samenzwering.

    In de staat Rakhine, het epicentrum van de crisis in het afgelopen jaar, hielden inwoners humanitaire hulp aan Rohingya tegen. In één stad beschuldigden inwoners een boeddhistische winkeleigenares ervan dat ze zaken deed met moslims, waarna ze haar kaalschoren en lieten rondlopen met een bord waarop ‘verrader’ stond.

    Tot nu toe heeft de regering weinig gedaan om haar burgers in het gareel te houden of om de destructievere instincten een halt toe te roepen. Maatschappelijke organisaties zeggen dat ze worden tegengewerkt. Kundige technocraten die geen banden hebben met de partij van Suu Kyi worden wantrouwig bekeken. Mensen die antimoslimagitatie veroordelen worden bedreigd en kunnen niet rekenen op hulp van de politie of steun van de staat. Of, erger nog, ze worden het doelwit van hinderlijke aanklachten.

    Een groot deel van Myanmars recente geschiedenis is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Het is moeilijk om het gevoel af te schudden dat we weer zo’n gemiste kans voorbij zien komen.

    Auteur: Sean Gleeson
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Nikkei Asean Review
    Japan | weekblad | oplage 12.000

    In 2013 opgericht magazine over politiek, economie, zaken en internationale betrekkingen, vanuit een Aziatisch perspectief. Onderdeel van mediareus Nikkei, onder meer de eigenaar van de Financial Times.

    CONTEXT: VN-bezoek

    Myanmar gaat in beginsel akkoord met het bezoek van de ambassadeurs van de lidstaten van de Veiligheidsraad van de VN, die op dit moment wordt voorgezeten
    door Peru. De internationale vertegenwoordiging gaat op een nog niet vastgesteld tijdstip ook naar Bangladesh, naar de omgeving van Cox’s Bazar, waar zich zevenhonderd- duizend uit Birma gevluchte Rohingya’s bevinden.

    De Birmaanse regering had in februari een dergelijk bezoek nog uitgesloten. Nu, begin april, heeft ze haar toestemming gegeven, maar de details over het bezoek zijn nog niet bekend. Daarom is het onduidelijk of de VN-delegatie ook toegang krijgt tot de Birmaanse deelstaat Arakan (tegenwoordig Rakhine), het woongebied van de Rohingya’s.

  • Trots in het Oudeweduwenwijkje

    Trots in het Oudeweduwenwijkje

    In de Senegalese plaats Kabrousse, in de regio Casamance, ligt een bijzondere buurt: het Oudeweduwenwijkje. Geen bejaardentehuis, maar een wijk met een belangrijke sociale functie.

    Het plaatsje Kabrousse kennen de meeste Senegalezen wel. Vooral dankzij Aliné Sitoe Diatta, heldin van de koloniale vrijheidsstrijd [de ‘Jeanne d’Arc van Senegal’ overleed in 1944 in Timboektoe]. Maar van het Oudeweduwenwijkje in het dorp hebben velen nog nooit gehoord – ook de mensen in de regio zelf niet.

    Het buurtje valt nauwelijks op tussen de andere woonhuizen in het centrum, maar vertegenwoordigt een traditie die je vrijwel nergens anders ziet.

    Wie voor het eerst over het Oudeweduwenwijkje hoort spreken, denkt natuurlijk aan een soort bejaardenhuis. Maar dat klopt niet. Het Oudeweduwenwijkje heeft zijn eigen sociale functies, al zijn die niet altijd even bekend. Als je hier op ontdekking gaat, blijkt het er nog mooier dan de verhalen al wilden doen geloven.

    Ongetrouwde vrouwen

    Het Oudeweduwenwijkje ligt midden in Kabrousse en bestaat uit huisjes 
met een zinken of een strooien dak. 
Ze hebben allemaal een erfje en een veranda. De omheiningen zijn gemaakt van paaltjes of palmbladeren met daaromheen oude netten. Het is er rustig.

    Vlak langs de weg bij de ingang naar een erf is een vrouw bezig het haar van haar dochter te vlechten. De oude vrouw wordt gezelschap gehouden door ongetrouwde vrouwen. Aan de overkant veegt een oud, kromgegroeid vrouwtje de rommel voor haar huis weg. Ze gaat gebukt onder de ouderdom. Op het erf van het huis aan de overkant zit nog een vrouw, mager, met ingevallen wangen en een lege blik in haar ogen.

    ‘Deze oude vrouwen mogen volgens 
de traditie niet op bezoek gaan in het huis gaan van hun zoons die met een of meer vrouwen getrouwd zijn. Maar de zoons en kleinzoons mogen wel bij haar thuis komen. Hier in Kabrousse zorgen we ervoor dat de moeder van de echtgenoot zich niet bemoeit met het huwelijksleven van haar zoon,’ verduidelijkt de jonge Assoule Diatta, die gespecialiseerd is in de geschiedenis van Kabrousse. ‘Het is een manier om botsingen tussen koppels te voorkomen.’

    Terwijl ik naar de uitleg van de historicus luister, herinner ik me weer het idee van sociologe Fatou Bintou Dial 
in haar proefschrift Mariage et divorce à Dakar, itinéraires féminins [Huwelijk en echtscheiding in Dakar, vrouwelijke keuzes.] Daarin stelt ze dat de groei 
van het aantal echtscheidingen in Senegal voor een flink deel op het conto van de schoonfamilies komt.

    ‘In deze streek vind je alleen in Kabrousse zo’n wijkje speciaal voor oude moeders. Dit heeft niets te maken met de tradities van het Diola-volk [de grootste etnische groep in het land]. En het is ook niet om die bejaarde moeders aan de kant te schuiven,’ verzekert Assoule Diatta.

    Na zijn uitleg staan we verbaasd stil 
op het kronkelige pad dat zich tussen de huisjes door slingert en bekijken 
we het wijkje bewonderend. Nergens 
is afval te zien. De oude vrouwen hier brengen het grootste deel van hun tijd door met het aanvegen van hun erf. Het is hier een en al reinheid. ‘Ik ben 
er trots op dat ik in dit huis woon. 
Mijn zoon die in Europa zit, stuurt me geld om van te leven,’ zegt Marie Diatta, een inwoonster van het wijkje.

    © Courrier International
    © Courrier International

    Zoals gezegd vermijden ze in Kabrousse liever het woord bejaardenhuis. Deze vrouwen leven niet geïsoleerd van de samenleving. Voor een buitenstaander is het onmogelijk de fysieke grenzen te zien die dit wijkje van de andere wijken scheidt. Het wijkje ligt vlak bij de plek waar Aline Sitoé Diatta als priesteres resideerde. Dat is geen toeval. De vrouwen hier zijn de hoedsters van wijsheid. Jongere vrouwen hebben bij traditionele ceremonies deze wijze vrouwen nodig.

    In het wijkje kom je geen voorbeelden tegen van een opvallende manier waarop de bewoners van Kabrousse met hun huizen omgaan. Elders in het dorp zie je her en der bouwvallige huizen staan, waarvan de eigenaren het aardse bestaan hebben verlaten. Het is hier ongebruikelijk om huizen van overledenen te herstellen. ‘Als je in Kabrousse 
je vader verliest, mag je zijn huis niet opknappen. Zijn zoons moeten daarom na zijn dood elders een nieuw huis bouwen. De traditie wil dat je het huis totaal laat instorten en pas dan gaat denken aan herbouw,’ vertelt de jonge Diatta, die aan de traditie hecht, maar aan zijn kleding te zien ook openstaat voor de moderne tijd.

    Auteur: Maguette Ndong
    Vertaler: Tess Visser

    Le Soleil
    Senegal | dagblad | oplage 25.000

    Zwaargewicht in de Afrikaanse pers. Regeringsgezinde krant die claimt zich in te zetten voor het publieke belang.