Tag: gender

  • Vrouwen in Turkije vechten terug tegen autocratie

    Vrouwen in Turkije vechten terug tegen autocratie

    Vrouwenrechten staan in Turkije onder grote druk. Maar feministen slaan terug en boeken echte overwinningen. ‘De mannelijke staat weet dat hoeveel hij ook ingrijpt, vrouwen nooit zullen opgeven.’

    Eind december zat ik in een strafhof in Istanbul en zag ik een tafereel dat in heel Turkije helaas maar al te herkenbaar is geworden. Een man werd beschuldigd van het binnendringen in het huis van zijn ex-vriendin, in strijd met een preventief bevel, op vier verschillende data in mei 2023. Hij had haar met de dood bedreigd en haar bezittingen vernield. Het slachtoffer was te bang om de rechtszaak bij te wonen.

    Na een korte hoorzitting zag ik hoe de verdachte de rechtszaal uitliep, met in zijn hand één blad papier met de uitspraak van de rechter: Hij was vrijgelaten zonder voorlopige hechtenis.

    ‘Zulke zaken eindigen in moord,’ vertelde Evrim Kepenek, een Turkse journalist die zaken van huiselijk geweld volgt. ‘De man komt naar de rechtbank nadat hij het beschermingsbevel heeft geschonden en hoort dat er niets zal gebeuren, dus gaat hij door totdat hij haar vermoordt.’

    Ik woonde van 2014 tot 2016 in Istanbul, een relatief hoogtepunt voor Turkse organisatoren die huiselijk geweld en andere problemen waar vrouwen wereldwijd mee te maken hebben onder de aandacht wilden brengen. Toen ik afgelopen winter voor twee weken terugkwam, viel het me op hoezeer de situatie is verslechterd voor vrouwen die te maken hebben met huiselijk geweld. Het land vaardigt jaarlijks tienduizenden preventieve bevelen uit, maar de handhaving is zwak. Het Women’s Rights Center van Istanbul onderzocht honderden gevallen van preventieve bevelen die in 2022 werden uitgevaardigd en ontdekte dat vrouwen weinig rechtsmiddelen hebben wanneer bevelen worden geschonden.

    Democratische terugval

    De Turkse vrouwenrechten zijn over het algemeen precair. Als premier van Turkije van 2003 tot 2014 bevorderde Recep Tayyip Erdoğan conservatieve moslimtradities, zoals het recht om een hoofddoek te dragen in openbare instellingen. Sinds hij in 2014 tot president werd gekozen, heeft hij zich ronduit denigrerend uitgelaten over seculiere vrouwen en is hij nog harder gaan optreden tegen nieuwe bedreigingen van zijn politieke macht. De aanvallen van Erdoğan op vrouwen zijn een voorbeeld van een welbekend patroon van autocratische leiders die vrouwen kleineren om hun eigen positie te verbeteren.

    Autoritair gezinde leiders ‘hebben een strategische reden om seksistisch te zijn’, schreven Erica Chenowith en Zoe Marks, hoogleraren politieke wetenschappen aan Harvard, in 2022 in Foreign Affairs. ‘Inzicht in de relatie tussen seksisme en democratische terugval is van vitaal belang voor degenen die tegen beide willen vechten.’

    Turkije laat zien dat wanneer democratieën wankelen, de omstandigheden voor vrouwen verslechteren. Toch vechten Turkse vrouwen terug, veranderen van tactiek als reactie op nieuwe uitdagingen en boeken echte overwinningen.

    De vrouwenbeweging in Turkije is waarschijnlijk de meest succesvolle en langdurige maatschappelijke inspanning in de republiek. Lang voordat het Verdrag van Lausanne in 1923 de staat Turkije erkende, vochten vrouwen uit het Ottomaanse tijdperk om een einde te maken aan het recht van mannen op polygamie en eenzijdige echtscheiding. Naast de seculiere agenda van de vroege republiek drongen vrouwen aan op vervanging van de sharia door westerse burgerlijke en strafwetten, wat van Turkije het enige land in de regio maakte dat dit deed. Onder invloed van het feminisme in de Verenigde Staten, in de jaren 1980, brachten ze hun strijd naar de huiselijke sfeer. Door onophoudelijk campagne te voeren, bereikten ze tegen het begin van de jaren 2000 een gelijkwaardige besluitvorming in het huwelijk, de strafbaarstelling van verkrachting binnen het huwelijk, een einde aan strafvermindering voor ‘eremoorden’ en een aantal beschermingsmaatregelen tegen huiselijk geweld.

    ‘Dat jaar liep ik mee met een van de grootste optochten voor transrechten in de regio. De route was zo vol dat ik me zorgen maakte over een stormloop’

    Toen ik in 2014 voor het eerst naar Turkije reisde, hadden vrouwen een aanzienlijke organisatiekracht ontwikkeld. Ze profiteerden van de belangstelling van de westerse media voor de regio na de Arabische Lente en de lopende gesprekken van Erdoğan met de Europese Unie om massale protesten te organiseren. Dat jaar liep ik mee met een van de grootste optochten voor transrechten in de regio, een van de vele grote protesten die vrouwen hielpen leiden. De route was zo vol dat ik me zorgen maakte over een stormloop. Hoewel Erdoğan voortdurend mensen beledigde die niet voldeden aan de traditionele genderconventies, waren activisten de oorlog van de wereldwijde publieke perceptie aan het winnen.

    Conservatieve moslimvrouwen steunden Erdoğan echter. Vijfenvijftig procent van de vrouwelijke stemmers, tegenover achtenveertig procent van de mannen, stemde op Erdoğan in de presidentsverkiezingen van 2014. Door het opheffen van het hoofddoekverbod had hij de vrijheid van meningsuiting van sommige conservatieve vrouwen verruimd, en de huishoudens hadden geprofiteerd van een versterkte economie.

    In de jaren daarna zouden de omstandigheden voor vrouwen over het hele politieke spectrum aanzienlijk verslechteren. Op 20 maart 2021 verbijsterde Turkije de Raad van Europa door zich terug te trekken uit het Verdrag van de Raad van Europa inzake de voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld – ook bekend als het Verdrag van Istanboel, naar de stad waar het werd opengesteld voor ondertekening – dat Turkije als eerste land had geratificeerd. Erdoğan beweerde dat de conventie familiewaarden ondermijnde en was ‘gekaapt door een groep mensen die homoseksualiteit proberen te normaliseren’, hoewel het document geen belangrijke uitspraken doet over homorechten.

    Ondermijning

    Kort daarna deed de regering van Erdoğan nog een poging om de vrouwenbeweging te ondermijnen door het We Will Stop Femicide-platform, een vrijwilligersgroep van advocaten en pleitbezorgers die slachtoffers van huiselijk geweld vertegenwoordigen, aan te klagen wegens ‘handelen tegen de goede zeden’. De aanklager adviseerde om de groep te ontmantelen. In een ongebruikelijke overwinning voor een mensenrechtenorganisatie ging de rechter in september 2023, na achttien maanden en vier hoorzittingen, in tegen de politieke agenda van Erdoğan en liet de zaak vallen wegens gebrek aan bewijs.

    Erdoğans aanvallen op vrouwen namen toe naarmate zijn politieke steun verzwakte na kritiek op zijn reactie op de aardbeving van februari 2023 en te midden van een razende inflatie. Twee hard-line islamistische partijen stonden klaar om hem te versterken: de Nieuwe Welvaartspartij (YRP) en Hüda Par. De leider van de YRP heeft de Turkse wet op huiselijk geweld vergeleken met fascisme en Hüda Par pleit voor apart onderwijs voor mannen en vrouwen en het strafbaar stellen van seks buiten het huwelijk. In de verkiezingen van mei 2023 voerden beide partijen campagne voor het intrekken van wet 6284, die bepalingen bevat om vrouwen te beschermen maar huiselijk geweld niet strafbaar stelt. Hierdoor verloor Erdoğan aanzienlijke steun van conservatieve vrouwelijke kiezers.

    Vorige maand kondigde Erdoğan zijn plannen aan om wet 6284 te wijzigen en af te zwakken en op 3 juli diende zijn partij een omnibuswet in bij het Turkse parlement die een belangrijke bepaling voor bescherming schrapt. Momenteel kan een huiselijk geweldpleger die een preventief bevel overtreedt een tijdelijke gevangenisstraf krijgen. Als de voorgestelde hervormingen worden aangenomen, kan de misbruiker deze preventieve opsluiting vermijden. Even zorgwekkend voor de vrouwenbeweging is dat de wetshervorming getrouwde vrouwen zou verplichten de naam van hun echtgenoot aan te nemen, wat de nadruk legt op het gezin als basis voor de samenleving. Het parlement buigt zich momenteel over het wetsvoorstel.

    Op 8 maart namen Turkse vrouwen deel aan hun jaarlijkse mars ‘Feminist Night’, ondanks een verbod van de regering op protesten in de drukke wijk in het centrum waar ze zich hadden verzameld. De politie sloeg de vrouwen tot de beschermende schilden die ze droegen kapot waren en arresteerde demonstranten.

    ‘Dit is eigenlijk een uiting van hoe bang ze zijn voor vrouwen’

    ‘Dit is eigenlijk een uiting van hoe bang ze zijn voor vrouwen,’ zei Özgür Sevinç Şimşek, een filmregisseur die in 2021 werd vrijgelaten nadat hij vijf en een half jaar in de gevangenis had gezeten op beschuldiging van terrorisme. ‘De mannelijke staat weet dat hoeveel hij ook ingrijpt, vrouwen nooit zullen opgeven.’ Vanuit dit perspectief gezien is Erdoğan een rationele politieke actor die bedreigingen wil neutraliseren en zijn macht wil consolideren.

    Ondanks alle tegenslagen zijn er tekenen van hoop. Bij de verkiezingen in mei 2023 wonnen Turkse vrouwen 11 van de 81 burgemeesterszetels, waaronder in vijf stedelijke centra en enkele conservatieve gebieden, waardoor hun vertegenwoordiging in de Turkse regering meer dan verdubbelde.

    ‘De verkiezingen vonden plaats tussen twee scherpe lijnen,’ zei de 31-jarige Gulistan Sonuk, die een burgemeestersrace in de oostelijke provincie Batman won met een grote marge tegen Hüda Par. ‘De ene was de mentaliteit die vrouwen als tweederangs zag, en de andere verdedigde de vrijheid van vrouwen. Het publiek koos voor het laatste.’

    De Turkse vrouwenbeweging blijft terugvechten tegen Erdoğan, zelfs nu hij uithaalt naar de burgermaatschappij. De juridische en electorale overwinningen van de beweging tegenover onliberaal leiderschap en brute censuur zijn een baken van hoop voor verdedigers van vrouwen en democratie overal, hoewel hun strijd nog lang niet voorbij is.

    Vandaag de dag worden vrouwenrechten en de liberale democratie aangevallen in landen over de hele wereld, waaronder de Verenigde Staten. De landen die de grootste bedreiging vormen voor de VS – Rusland, China en Iran – zijn autocratische patriarchaten waar vrouwen vaak de laatste verdedigingslinie vormen door te vechten voor hun rechten. Terwijl de democratische wereld met de handen in het haar zit tegenover de schijnbaar onstuitbare krachten van het illiberalisme, organiseren vrouwen zich nog steeds.

  • Wat vertelt een 25.000 jaar oud beeldje ons over genderrollen?

    Wat vertelt een 25.000 jaar oud beeldje ons over genderrollen?

    Wat kunnen archeologische vondsten ons vertellen over rolpatronen, nu traditionele modellen vervagen? Een recent ontdekt prehistorisch beeldje biedt een verrassend perspectief: ook in het stenen tijdperk was het niet altijd duidelijk wie man of vrouw was.

    Of de oudste menselijke figuur die ooit in Beieren is ontdekt een vrouw of een penis voorstelt, is aan de toeschouwer. Vanaf de zijkant ziet het ruim zeven centimeter hoge beeld eruit als een zittend persoon met grote billen, en lange tijd vonden archeologen daardoor dat het op een vrouw leek. Er is geen goede vergelijking mogelijk door het ontbreken van soortgelijke afbeeldingen van mannen met smalle heupen, zegt archeoloog Heiner Schwarzberg. Niettemin werden figuren met zo’n postuur als vrouwelijk opgevat.

    Het beeld staat daarom bekend als ‘Venus’ of de ‘Rode van Mauern’. Deskundigen zijn er echter niet meer zo zeker van wat het voorstelt. Want als je het beeld draait en schuin van boven bekijkt, zie je niet langer een zittend persoon, maar een mannelijk geslachtsdeel met testikels.

    Het is bekend dat het beeld meer dan 25.000 jaar geleden, in het paleolithicum, werd gemaakt van kalksteen. Het werd in 1948 gevonden in de grotten van Mauern in Opper-Beieren en is sinds april 2024 een van de eerste museumstukken die bezoekers kunnen zien in de Archäologische Staatssammlung in München, die na een lange periode van renovatie weer open is. Het heet hier niet ‘Venus’, het bordje op de vitrine houdt het wat vager: ‘Beeldje van mens uit de steentijd’. En misschien is de figuur wel opzettelijk dubbelzinnig, zegt Schwarzberg, die aan het hoofd staat van de afdeling Prehistorie van het museum. Dat vindt hij zo intrigerend aan paleolithische kunst: die maakt ook variatie mogelijk.

    Het ‘beeldje van mens uit de steentijd’ is niet de enige figuur uit de steentijd aan wie niet duidelijk een geslacht kan worden toegewezen. En zo trekt de figuur ons een debat in dat in eerste instantie om de prehistorie draait, maar waarin het ook over het heden gaat.

    Antwoord in prehistorie

    Wat is echt mannelijk, wat is vrouwelijk? Hoe meer de traditionele rollenpatronen verwateren, hoe verhitter deze vraag wordt gesteld. En het antwoord zou in een ver verleden liggen, in de zogenaamde oertoestand, waarin de mens nog zijn natuur volgde, in plaats van een mogelijk afgedwaalde cultuur. Wat komt overeen met de menselijke natuur? Getuigen vrouwenbeelden van een oorspronkelijk matriarchaat, getuigen fallische symbolen van het tegendeel? Zijn traditionele rollen geworteld in de prehistorie? En als ze verdwijnen, is dat dan in tegenspraak met de menselijke natuur?

    Het debat gaat vaak over de jacht. Het idee dat mannen van nature jagers zijn en vrouwen verzamelaars, is wijdverbreid. De prehistorische man jaagde op dieren om het gezin te voeden, de vrouw zorgde voor de kinderen en ging er hoogstens op uit om fruit en noten te verzamelen. De man was verantwoordelijk voor het vlees – en dus uiteindelijk ook voor de ontwikkeling van de mens, want het werd lang als een uitgemaakte zaak beschouwd dat het de vleesconsumptie was die de hersenen liet groeien en de menselijke soort maakte tot wat ze nu is.

    Dit beeld van de taakverdeling uit de oertijd vind je terug in non-fictieboeken over populaire psychologie en in populaire films als Caveman. Toch is het een cliché. Recentelijk hebben onderzoekers bijvoorbeeld betoogd dat in hedendaagse jager-verzamelaarsamenlevingen niet alleen mannen maar ook vrouwen jagen – dus waarom zou dat vroeger anders zijn geweest? Wel kregen de onderzoekers kritiek van collega’s, omdat ze de gegevens op een bevooroordeelde en misleidende manier zouden hebben geselecteerd. Ze zouden ook de verkeerde vragen hebben gesteld: de vraag was niet óf vrouwen überhaupt jaagden, maar hoe vaak.

    Het zicht op de prehistorie wordt derhalve belemmerd door vooroordelen: veel van wat we denken te weten, weten we eigenlijk niet

    In feite gaat het echter om iets fundamentelers, namelijk de focus op jagen. Studies hebben keer op keer aangetoond dat op veel plaatsen in het paleolithicum mensen voornamelijk plantaardig voedsel aten en dat de groei van de hersenen niets te maken had met vlees. Het belang van de jacht wordt overschat.

    In feite moeten er nóg fundamentelere vragen worden gesteld, zegt Brigitte Röder. De onderzoeker van de Universiteit van Basel is een van de pioniers op het inmiddels gevestigde gebied van archeologisch genderonderzoek. Al tientallen jaren onderzoekt ze niet alleen de prehistorie, maar ook de huidige ideeën over het stenen tijdperk. ‘Veel gangbare beelden zijn niet gebaseerd op wetenschappelijke bevindingen,’ zegt ze, ‘maar op het sjabloon­denken uit de begindagen van de archeologie in de negentiende eeuw.’

    ANP 315649770 1
    Newspaper Rock, in National Park Arizona, herbergt meer dan 650 rotstekeningen uit de prehistorie . – © ANP

    Als wetenschappers bijvoorbeeld werktuigen in of uit de buurt van een woning uit de steentijd vonden, leek de zaak duidelijk. ‘Activiteiten in het huis werden automatisch toegeschreven aan vrouwen, activiteiten buiten het huis aan mannen,’ zegt Röder. ‘Het idee hierachter is dat vrouwen voor de kinderen moesten zorgen en daarom aan huis gebonden waren.’ Archeologen stelden zich de prehistorische samen­leving voor als het kerngezin van de middenklasse – hoewel zelfs in de negentiende eeuw alleen rijke gezinnen het zich konden veroorloven dat de vrouw thuisbleef.

    Het zicht op de prehistorie wordt derhalve belemmerd door vooroordelen: veel van wat we denken te weten, weten we eigenlijk niet. Het is bijvoorbeeld onduidelijk of mensen in het paleolithicum überhaupt in gezinnen samenleefden, en niet in grotere groepen. Dat laatste zou het onder andere makkelijker hebben gemaakt om voor kinderen te zorgen en borstvoeding te geven. Het is ook onzeker of de taken over het algemeen verdeeld waren op basis van geslacht of, meer in het algemeen, of geslacht al dezelfde maatschappelijke relevantie had die het tegenwoordig heeft. Röder denkt van niet. ‘Voor mijn gevoel is onze tijd bijna geobsedeerd door gender,’ zegt ze.

    Verschillen

    Wat we vooral weten, is dat het ingewikkeld is. Wetenschappers benaderen de prehistorie op drie manieren: door archeologische vondsten, biologisch onderzoek en analogieën met hedendaagse jager-verzamelaarsculturen. Alle discussies over de jacht ten spijt hebben die laatste echter weinig betekenis, simpelweg omdat de jager-verzamelaars van nu geen mensen uit de steentijd zijn. Aan de andere kant zijn er biologisch gezien duidelijke verschillen tussen de seksen; alleen vrouwen kunnen bevallen en borstvoeding geven. Afgezien daarvan is er echter geen duidelijke biologische aanleg voor bepaalde activiteiten, zelfs niet voor de jacht. Mannen zijn in aanleg sterker, vrouwen hebben meer weerstand, dus wie is er geschikter om te jagen? Tot slot verschillen archeologische vondsten van plaats tot plaats en van periode tot periode. De oertoestand, die informatie zou kunnen geven over de aard van de mens, heeft waarschijnlijk nooit bestaan. En als die er al was geweest, hoe zou die dan geïdentificeerd kunnen worden? Wat archeologen kunnen vinden is niet de oertoestand, maar bijvoorbeeld een nest schedels. Zo’n nest is te zien in München, dus terug naar Heiner Schwarzberg.

    Tot het mesolithicum waren er geen aanwijzingen voor ongelijke behandeling of een taakverdeling tussen man en vrouw

    Een schedelnest is het resultaat van een nogal rustiek begrafenisritueel: de hoofden van overledenen werden afgehakt en vervolgens in groepjes begraven, met hun gezicht in dezelfde richting. Eén zo’n nest uit de Grote Ofnetgrot in de Landkreis Donau-Ries is te zien in de Archäologische Staatssammlung in München. De eigenaars van de schedels leefden als nomaden in het zevende millennium voor Christus. En in het graf is geen onderscheid te zien tussen de geslachten, zegt archeoloog Schwarzberg. Mannen, vrouwen, kinderen: alle hoofden werden gelijk behandeld.

    Bij graven weet je meestal met wie je te maken hebt en daarom zijn verschillen tussen de seksen hier het best vast te stellen, door sporen op de botten of door grafgiften, vertelt Schwarzberg. Maar tot het mesolithicum, de tijd van de schedelnesten, waren er geen duidelijke aanwijzingen voor ongelijke behandeling of een taakverdeling tussen man en vrouw. Schwarzberg waarschuwt echter dat het beeld onvolledig is. Hoe verder je teruggaat, hoe kariger de grafvondsten worden. En niet alle activiteiten laten sporen achter op de botten of zijn terug te vinden in grafgiften. Het is bijvoorbeeld moeilijk om te bepalen wie er voor de kinderen zorgde. Veelvuldig gooien kan resulteren in een zogenaamde ‘werpelleboog’; deze beschadiging werd iets vaker aangetroffen op mannelijke skeletten, maar kwam ook op vrouwelijke skeletten voor. Over het algemeen laat botletsel zien dat mannen en vrouwen in het paleolithicum vergelijkbare activiteiten uitvoerden.

    Aan deze gelijkwaardigheid lijkt een einde te zijn gekomen in het neolithicum, oftewel na de introductie van de landbouw. In München is vlak naast het schedelnest een mannelijk skelet uit 2500 voor Christus te zien, gevonden in Wallersdorf in Neder-Beieren. Het graf was op basis van geslacht gemarkeerd: de dode man was zo neergelegd dat zijn hoofd naar het noorden wees. ‘Als het een vrouw was geweest, zou het lichaam andersom zijn begraven, met het hoofd naar het zuiden,’ zegt Schwarzberg. Waarom? Onduidelijk. Maar vanaf dat moment was er in de graven altijd een duidelijk onderscheid tussen de geslachten.

    Tastbaar

    De verschillen worden vooral tastbaar vanaf de bronstijd, omdat metalen grafgiften goed bewaard zijn gebleven. Typische vrouwelijke attributen zijn sieraden, spelden en ringen, vertelt Schwarzberg. Mannen daarentegen werden meestal met wapens begraven. En een dergelijk onderscheid werd al gemaakt voor kinderen, zegt archeoloog Katharina Rebay-Salisbury, die aan de Universiteit van Wenen onderzoek doet naar kinderen in de vroege bronstijd. De begraafplaats die ze onderzoekt is bijzonder binair en geslachtsspecifiek. ‘Het was voor deze mensen heel belangrijk om onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen.’ Dode kinderen werden ook begraven naar geslacht – maar, zegt ze: ‘Dat was in deze groep het geval; andere groepen zouden dit onderscheid pas later hebben gemaakt. En later was het geslacht weer minder belangrijk in graven dan de sociale status of de familieband.’

    GettyImages 1168654933
    Een graf uit de bronstijd. – © Getty Images

    Maar zelfs uit duidelijk geslachtsspecifieke graven kan nauwelijks een eenduidige taakverdeling in het dagelijks leven worden afgeleid, zegt onafhankelijk archeoloog Julia Katharina Koch, die onder meer onderzoek doet naar sociale structuren in de ijzertijd en eveneens geldt als pionier op het gebied van archeologisch genderonderzoek. Graven weerspiegelen slechts een deel van het leven, zegt ze. Op basis van patronen in de grafgiften is het mogelijk om individuele activiteiten toe te wijzen aan specifieke groepen. Maar: ‘We weten niet in detail hoe de sociale structuren waren. En dan is het heel moeilijk om conclusies te trekken over genderrollen.’ Daarom heeft het ook geen zin om ontdekkingen te benadrukken die bij je eigen ideeën passen, zegt Koch: ‘Mensen roemen alles wat vrouwen in de prehistorie deden en er worden afzonderlijke voorbeelden uitgepikt. Maar de archeologie is niet altijd eenduidig in haar interpretaties.’

    ‘Het is heel onwaarschijnlijk dat de vrouwen bij het vuur zaten en voor de kinderen zorgden, terwijl de mannen gingen jagen’

    Dit geldt vooral voor de oudste periode van de menselijke geschiedenis, het paleolithicum. ‘Geslacht speelde natuurlijk een rol, al was het maar om biologische redenen,’ zegt Heiner Schwarzberg bijvoorbeeld. ‘Maar de impact op de samenleving zal hoe dan ook anders zijn geweest.’ Hij vindt het cliché van de jagende man en de verzamelende vrouw onrealistisch. In kleine groepen was het eerder zo dat iedereen verantwoordelijk was voor alles. ‘Ik denk dat het heel onwaarschijnlijk is dat de vrouwen in het paleolithicum bij het vuur zaten en voor de kinderen zorgden, terwijl de mannen gingen jagen. Dat zou zo veel risico’s met zich mee hebben gebracht – ik denk niet dat ze dat zouden hebben overleefd.’

    Maar zelfs als dat wel zo was: zou het dan een model zijn voor vandaag? Archeoloog Rebay-Salisbury vindt die verwachting absurd. ‘Het verleden kan alleen maar dienen als slecht voorbeeld,’ zegt ze. ‘Het is niet iets waarop je je kunt beroepen.’ Zwangere vrouwen wordt bijvoorbeeld vaak verteld dat een bevalling een natuurlijk proces is en dat alles goed zal gaan. ‘Maar ik kan ze veel graven laten zien van vrouwen die het niet overleefd hebben. Dat iets “natuurlijk” is, betekent niet dat het goed was.’

    Ontworstelen

    Brigitte Röder vindt ook dat de archeologie zich aan dergelijke ideeën moet ontworstelen. Of er in het stenen tijdperk een matriarchaat of een patriarchaat was, kan archeologisch bewezen noch weerlegd worden, zegt ze. Maar de structuren van vandaag kunnen sowieso niet worden gerechtvaardigd door de prehistorie. ‘Het verleden wordt misbruikt om identiteit te creëren in het heden.’

    In plaats van de aard van de mens erin te zoeken, zouden we ons oprecht moeten interesseren voor de prehistorie. Zelf kan Röder zich voorstellen dat er ooit heel specifieke organisatievormen waren: ‘Hoe meer ik mijn eigen culturele patronen overdenk en daaruit iets kan abstraheren, hoe opener mijn blik wordt,’ zegt ze. ‘En hoe vreemder alles eigenlijk voor me wordt.’  

  • Spanje neemt wet genderzelfbeschikking aan

    Spanje neemt wet genderzelfbeschikking aan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS ‘zeer ontzet’ over uitbreiding Israëlische nederzettingen

    » Tesla moet meer dan 360.000 voertuigen met zelfrijdende functie terugroepen

    De Spaanse minister spreekt van ‘historische stap vooruit’

    De Spaanse minister van Gelijkheid Irene Montero is erin geslaagd haar transgenderwet door het Congres heen te loodsen. Dat betekent dat Spanjaarden vanaf nu zelf mogen bepalen welk geslacht op hun identiteitsbewijs zichtbaar is, zonder dat ze daarvoor een medische verklaring moeten laten zien of hormonen hoeven te slikken, schrijft El Mundo. Vanaf twaalf jaar moeten kinderen nog aan bepaalde voorwaarden voldoen, zodra ze zestien jaar zijn vervallen die vereisten.

    De minister verklaarde in het Congres, de Spaanse Tweede Kamer, dat de wet ‘tegen alle verwachtingen in’ erdoorheen is gekomen. Maandenlang zijn er verhitte debatten gevoerd over de implicaties en gevolgen van deze wet. Onder andere de conservatieve partij PP, de rechts-populistische partij Vox en feministische actiegroepen waren fel tegen het wetsvoorstel.

    PP en Vox waarschuwen voor de ‘onomkeerbare problemen’ die de wet zal opleveren

    Zelfs de partij die de meerderheid vormt binnen de regering, de sociaaldemocratische PSOE, bracht stevige bezwaren in tegen het wetsvoorstel. Zo zou het ongrondwettelijk zijn om minderjarigen zulke bevoegdheden te geven. Uiteindelijk moest de partij het afleggen tegen de partijalliantie Unidas Podemos (‘Samen kunnen we het’), waar ook minister Montero met haar partij Podemos deel van uitmaakt.

    Waar de minister van Gelijkheid spreekt over een ‘historische stap vooruit’, waarschuwen onder andere de PP en Vox voor de ‘onomkeerbare problemen’ die de wet zal opleveren. Zo zou met het aannemen van de wet medische en psychologische bescherming wegvallen, wat vooral problematisch zou zijn voor minderjarigen die stappen ondernemen om hun geslacht te veranderen, hormonen slikken en vervolgens spijt krijgen van hun keuze. Ondanks deze kritiek werd de wet met een ruime meerderheid van zo’n 190 stemmen aangenomen.

    Lees ook:

  • Maak kennis met de ‘soft daddy’. Hoe gendernormen in animatieseries aan de kaak worden gesteld

    Maak kennis met de ‘soft daddy’. Hoe gendernormen in animatieseries aan de kaak worden gesteld

    Een nieuwe reeks animatiesitcoms toont wat voorheen zeldzaam was in het genre: goede vaders.

    Het nieuwste seizoen van de Netflix-serie Big Mouth, een animatiecomedy, verkent de mysterieuze wereld van vaderfiguren. Het resultaat is een openbaring. Elliot Birch, de vader van middelbare scholier Nick, loopt al langere tijd met een geheim rond: vroeger was hij een gevreesd tegenstander in de machovechtsport ‘Schots tepeldraaien’. Elliot is een echte lieverd, een familieman en een knuffelbeer die confrontaties uit de weg gaat. Hij is een uitgesproken feminist die zijn mannelijke vrienden op de mond zoent en zijn vrouw vaak met complimenten overspoelt. Hij is regelmatig met zijn moisturizer in de weer. Hoe zit dat dan precies? Elliot legt aan Nick uit dat hij alleen maar op de vechtsport zat om goedkeuring te krijgen van zijn eigen hypermannelijke vader. Uiteindelijk heeft Elliot dat leven achter zich gelaten. ‘Ik beloofde mezelf dat ik als vader precies het tegenovergestelde zou zijn,’ vertelt hij Nick. ‘Een soft daddy dus?’ vraagt Nick. ‘Precies. De meest zachtaardige en de meest vaderlijke,’ antwoordt Elliot.

    Elliot kwam zijn belofte na: hij is waarschijnlijk de zachtaardigste vader die er rondloopt. En niet alleen in Big Mouth, maar waarschijnlijk in de volledige canon van hedendaagse animatieseries. Dat wil wat zeggen, want cartoonechtgenoten zijn niet meer de patriarchale macho’s die ze ooit waren. Jarenlang waren cynische afschilderingen van slechte vaders in animatieseries een belangrijk stokpaardje. Om het publiek aan het lachen te maken, vertrouwden ze bijvoorbeeld op de lompheid van Fred Flintstone of Peter Griffin uit Family Guy. De soft daddy die onlangs is opgedoken, representeert een heel ander – en heel welkom – archetype: dat van huiselijke mannelijkheid.

    Soft daddies zijn geen heiligen, zoals hun voorgangers niet in alle opzichten tekortschoten

    In de animatiewereld van vandaag de dag maken soft daddies de dienst uit: mannen die zachtaardig, communicatief en bedachtzaam zijn. Denk aan Owen Tillerman uit Central Park, die met zijn dochter op beha-jacht gaat, aan Tatsu uit de anime-serie The Way of the Househusband, die zijn yakuza-leven gedag zegt om kroketten te gaan frituren voor zijn vrouw, en aan Greg Universe, die samen met drie aliens co-ouderschap heeft over zijn zoon Steven. Soft daddies worden niet gekenmerkt door benevelde hufterigheid, woedeaanvallen en luiheid. Het zijn geen karikaturen van mannen die niet met hun vrouw en kinderen kunnen omgaan. Ze lijken niet op Randy Marsh van South Park, die straalbezopen aan het knokken slaat bij de sportwedstrijden van zijn kinderen, op Homer Simpson, die zijn zoon Bart af en toe wurgt, of op Stan Smith van American Dad, die zich voordoet als een tienerpestkop om de middelbareschooltijd van zijn zoon te verzieken. Toegegeven, soft daddies maken natuurlijk ook fouten. Ook zij handelen uit frustratie en gedragen zich soms dwaas – ze zijn geen heiligen, net zoals hun voorgangers niet in alle opzichten tekortschoten. Maar over het algemeen zorgen ze ervoor dat de fictionele werelden die ze bewonen veiliger en prettiger aanvoelen.

    Animatieseries lenen zich bijzonder goed voor het aan de kaak stellen van gendernormen. Valerie Palmer-Mehta, communicatieprofessor aan Oakland University, betoogt in haar essay The Wisdom of Folly: Disrupting Masculinity in King of the Hill, dat dat deels komt doordat cartoons niet beperkt worden door realisme. Door middel van karikaturen en overdreven situaties kan hierin uitstekend sociale kritiek worden geuit. Palmer-Mehta gebruikt Hank Hill als voorbeeld in haar essay. Deze patriarch met de droevige ogen uit de serie King of the Hill illustreert hoe het medium veranderende normen en waarden onderzoekt.

    Hank is bij geen van de twee eerdergenoemde archetypen onder te brengen: hij is geen machovader, maar ook geen soft daddy. De serie, die vanaf eind jaren negentig tot aan begin jaren 2000 werd uitgezonden, schetst de spanning die er in die tijd heerste tussen ‘oude’ en ‘nieuwe’ vormen van mannelijkheid perfect door middel van de ambivalente relatie tussen Hank en zijn gevoelige zoon Bobby. Hank is het soort man dat, hoe geconstipeerd ook, weigert naar de dokter te gaan. Hij wil een ‘mannelijk’ stoïcisme uitstralen, maar doordat Bobby geenszins interesse heeft in traditioneel mannelijke activiteiten zoals sport, wordt hij vaak juist panisch en gestrest. Hank en Bobby belichamen beiden een komisch archetype, maar wel twee totaal verschillende. Bobby is vooral lachwekkend door zijn excentrieke hobby’s – zo wordt hij rodeoclown en later buikspreker. Hank daarentegen is grappig vanwege alle stress die hij zichzelf bezorgt door erin te blijven geloven dat zijn ‘jongen niet deugt’. Vaak eindigt King of the Hill met een verzoening, waarbij vader en zoon tot een dieper wederzijds begrip komen – dat hooguit standhoudt tot de volgende aflevering, waarin Hank weer compleet overspannen raakt.

    Diepe heteroseksualiteit

    Bob’s Burgers is in zekere zin de opvolger van King of the Hill: uitvoerend producent Jim Dauterive werkte mee aan beide series. De vader, Bob Belcher, reageert in Bob’s Burgers niet met bezorgdheid en afkeuring op het gedrag van zijn excentrieke zoon Gene, maar eerder met beleefde nieuwsgierigheid. Bob hoeft niet constant onderwezen te worden in hoe hij zich beter in zijn familie kan inleven, en hij voedt zijn kinderen niet op met patriarchale normen. Hij heeft over het algemeen een meer zachtaardige houding. Bob is dan misschien niet de beste zakenman, maar een emotionele kostwinner is hij absoluut. Hoewel het gezin altijd op de rand van de armoedegrens leeft, heerst in de serie een gevoel van geborgenheid, door de milde hand waarmee Bob zijn kinderen opvoedt en zijn vermogen om zowel samen te werken als lol te trappen met zijn vrouw Linda. Zo presteert Bob’s Burgers mede door de vriendelijke hoofdpersoon Bob iets wat in het eeuwenoude genre van de sitcom zeldzaam is: de serie schetst een portret van een gezin dat liefdevol is en goed functioneert, maar toch grappig is.

    De soft daddy moet onder andere laten zien dat een mildere vorm van mannelijkheid een keuze is, maar soms ook een uitdaging kan zijn. Elliot komt in het huidige seizoen van Big Mouth weer in aanraking met zijn vader en hun oude dynamiek, waarin ze hun liefde alleen kunnen uitdrukken door woest te tepelworstelen. (‘Maak plaats voor de nieuwe sheriff – hij treedt hard op tegen tieten!’ aldus Elliot. U raadt het al: de ironie van uitdrukkelijk heteroseksuele mannen die obsessief met elkaars tepels bezig zijn, speelt een grote rol.) Ondertussen jaagt Marty Glouberman, de vader van Nicks vriend Andrew, zijn vrouw het huis uit, doordat hij te bazig en chagrijnig is om haar interesses buitenshuis te ondersteunen. Beide mannen moeten emotionele obstakels overkomen om hun gezin bij elkaar te houden en hebben daarbij hulp nodig. De moeite die ze ermee hebben onderstreept dat het veel gemakkelijker is om boos en vervreemd te zijn dan meelevend en empathisch. Het kan intimiderend zijn om af te stappen van vertrouwde, zij het schadelijke, gewoonten – op maatschappelijk vlak, op persoonlijk vlak, en vooral op beide vlakken tegelijk. Toch kiezen de personages uiteindelijk voor zachtaardigheid. Zo suggereren deze verhaallijnen dat ‘toxic masculinity’ een zwakte is die overwonnen moet worden, en dat het overkomen van dit obstakel het makkelijker maakt om liefde te geven en te ontvangen.

    Soft daddies uiten hun liefde voor de vrouwen in hun leven door uiting te geven aan iets wat Jane Ward, professor feminisme aan UC Riverside, ‘diepe heteroseksualiteit’ noemt. Ward schrijft in haar boek The Tragedy of Heterosexuality dat echtgenoten hun vrouw niet moeten zien als een trofee om andere mannen mee te imponeren en/of een moederfiguur die zorg verleent, maar als een multidimensionaal mens met haar eigen verlangens en ambities. Tatsu, de anime-huisman, uit zijn liefde door de carrière van zijn vrouw Miku te ondersteunen en een feestmaal voor haar te bereiden wanneer ze uitgeput door alle overuren thuiskomt. Bob Belcher leert zijn drie kinderen in zijn eentje op het potje plassen, omdat Linda het niet kan opbrengen. Ook doet hij enthousiast mee aan een Downton Abbey-achtige LARP [Live Action RolePlay], omdat zij dat wil.

    Dat soort dingen lijken misschien vanzelfsprekend in elk huwelijk. Maar veel vrouwen, zowel echte als getekende, moeten in de woorden van schrijfster Melanie Hamlett een ‘beste vriendin, bedpartner, carrièreadviseur, stylist, sociaal secretaresse, emotionele cheerleader [en] moeder’ zijn voor mannen die niets van dat alles teruggeven. Kunstenares Soolagna Majumdar ontwikkelde in 2017 Marge Simpson Anime, een onofficiële internetstrip waarin de huisvrouw uit The Simpsons op zoek gaat naar een nieuw leven. Aan Vice vertelde Majumdar dat ze dat had gedaan om te experimenteren met de bevrijding van een personage wiens ‘hele identiteit’ was ‘gevormd door het patriarchaat’. Het bestaan van Marge in The Simpsons wordt vooral gekenmerkt door eindeloze klusjes en verraad en kan als tragisch worden gezien. Linda en Miku daarentegen lijken een gelukkig leven te lijden: hun echtgenoten zien hen als volwaardige mensen.

    Veel vrouwen, zowel echte als getekende, moeten een ‘beste vriendin, bedpartner, carrièreadviseur, stylist, sociaal secretaresse, emotionele cheerleader [en] moeder’ zijn voor mannen die niets van dat alles teruggeven

    De manier waarop soft daddies invulling geven aan moderne mannelijkheid kan ook grappig zijn. Zoals wanneer Elliot zich afvraagt waarom iemand het etiket ‘pussy’ aanstootgevend zou vinden: ‘Sinds wanneer is het een belediging om een beeldschoon geslachtsdeel te worden genoemd?’ vraagt hij zich hardop af. Waar mensen Homer Simpson en zijn soortgenoten vooral uitlachen om hun extreme incompetentie, ligt de humor hier in Elliots overschot aan empathie. Als een onderliggende boodschap van The Simpsons is dat de Amerikaanse maatschappij lage verwachtingen heeft van mannen, dan is de observatie die ten grondslag ligt aan het soft daddy-archetype dat mannen eigenlijk zoveel meer te bieden hebben. Dit is misschien wat de soft daddy werkelijk onderscheidt van andere cartoonvaders: hij is komisch, maar ook ambitieus. Hoe grappig Homer Simpson ook is, ik zou zelf liever Elliot Birch als vader hebben.

    Luister ook:

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-de-kracht-van-de-soft-daddy?si=0f40c971bc5e4380ab48942286bb9401&utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing
  • Hoe Ben aan zijn penis kwam

    Hoe Ben aan zijn penis kwam

    Phalloplastie, de operatie om een penis te construeren, wordt steeds populairder bij trans mannen. Maar vanwege het hoge percentage complicaties, blijft het een controversiële procedure. Toch koos Ben Simpson voor de ingreep: ‘Alles was beter dan het alternatief.’

    Niets aan de verandering van Benjamin Simpson was onvermijdelijk, zeker niet zijn penis. Hij werd uiteindelijk een man, maar geeft grif toe dat hij op een andere plek of in een andere tijd wellicht een ongelukkige vrouw was geweest, of de plaatselijke zonderling, of iemand die zichzelf op vroege leeftijd van kant zou maken. Opgegroeid in een dorp buiten de Finger Lakes [in de staat New York], zo’n plek waar het telefoonbereik altijd slecht is, wist hij niet wat ‘transgender’ betekende. Als jong meisje ging hij ervan uit dat hij een man zou worden als hij groot was. Toen hij zich realiseerde dat dat niet zo was, liet hij dat idee los ging hij op zoek naar andere redenen om te verklaren waarom hij altijd het gevoel had dat iets niet klopte.

    Ten eerste droeg hij ’s zomers altijd wijde kleding. (Maar veel tienermeisjes zijn onzeker over hun lichaam.) Dan waren er de geruchten over zijn lesbische geaardheid op school. (Maar ook al viel Ben op meisjes, hij voelde zich helemaal niet lesbisch.) Om de roddels af te wenden, begon hij zich meisjesachtiger te kleden en had hij een paar keer seks met jongens. Zijn interesse in hun lichamen was eerder taxerend dan erotisch. Hij zocht online naar een Myspace-groep voor lesbiennes en merkte hij dat hij snakte naar een duidelijke identiteit. Waar in het plaatje van de wereld paste hij? Hij begreep zichzelf niet en probeerde een paar keer een eind aan zijn leven te maken. Kort daarna ging hij naar de universiteit van New York, op zoek naar zichzelf.

    Dat was in 2009. Op de universiteit noemde hij zichzelf een ‘queer lesbienne’, in een poging zijn aantrekking tot vrouwen te verenigen met zijn belangstelling voor mannenlichamen. Hij sloot zich aan bij een lhbt-groep en ontmoette mensen die leken te weten wie ze waren, die zichzelf betitelden als ‘genderfluïde’ en voornaamwoorden als ‘die’/‘hen’ gebruikten. Ben had niet het gevoel dat deze woorden op hem van toepassing waren, maar voor het eerst vond hij een gemeenschap en een taal die hem houvast boden. Het was even stressvol als opwindend. Hij ging uit in kleren die het complete genderspectrum besloegen, in uitdossingen die hij nu niet meer zou durven aantrekken. Hij voerde lange discussies over terminologie: wat was het verschil tussen een butch lesbienne en een transgender man? En wat was de reden om deze woorden überhaupt te gebruiken?

    Hij stond op van de bar en zei tegen zijn vrienden: ‘Ik ben trans! Ik moet ervandoor!’

    In de lente van 2015 ging Ben met twee vrienden borrelen in een barbecuerestaurant in Midtown. Ze deden het gebruikelijke: aan de bar hangen, seks en gender ontleden en de stukjes weer in elkaar zetten. Dat hadden ze al zo vaak gedaan, maar dit keer ging er een knopje om, en plotseling zag Ben in dat hij een man was. Hij stond op van de bar en zei tegen zijn vrienden: ‘[Krachtterm]! Ik ben trans! Ik moet ervandoor!’ Op straat trok hij zijn hakken uit en rende hij snikkend naar de metro, vijf blokken verderop. Die avond begon hij met het papierwerk van de transitie: hij stuurde zijn moeder een sms, veranderde zijn status op Facebook en maakte een afspraak bij de dokter om met testosteron te beginnen.

    Kort daarna stopte Ben met studeren en verhuisde hij met zijn neef naar North Carolina. Daar begon hij te leven als man. Hij werkte in een hotel, droeg een uniform en glimlachte tevreden als mensen uit het Zuiden hem ‘son’ [zoon] noemden. De zogenoemde wc-wet in de staat deed hem terugkeren naar zijn geboortestad; in North Carolina gaf geen van beide toiletten hem een veilig gevoel. Terug in de staat New York kon hij zich eindelijk ontspannen, ervan overtuigd dat hij niet zomaar een man was, maar het soort man dat op het platteland thuishoorde. De universiteit had zijn kennis over gender vergroot; nu kon hij die gaan trechteren. In 2017 onderging hij een ‘operatie van boven’, oftewel een genderbevestigende dubbele mastectomie. Voor zover hij wist, was zijn transitie daarmee voltooid. Zijn genderdysforie, de ontevredenheid over het geslacht waarmee hij was geboren, was beheersbaar. Hij voelde zich goed over zijn seksleven. En hoewel hij online had gelezen over ‘operaties van onderen’, leken die de risico’s niet te rechtvaardigen. Mensen vergeleken de resultaten met blikjes frisdrank, herinnert hij zich. ‘Ze zeiden dat ze niet functioneel waren. Je kon er niet uit plassen. Je voelde niks.’

    Openbaar toilet

    Zijn overwegingen veranderden later dat jaar, toen hij op een avond met een paar vrienden uitging in het lokale studentencafé. Het was er smerig. De eigenaar had de schotten tussen de wc’s verwijderd om te voorkomen dat mensen cocaïne zouden gebruiken. Een onbeschermd toilet naast een urinoir is voor een trans man geen ideale plek om te plassen, maar Ben durfde het aan – en moest heel nodig. Hij liep langs een man die het urinoir gebruikte en maakte snel zijn rits los om op de toiletpot te gaan zitten. De man bleef recht voor zich uitkijken, zoals de code van het herentoilet voorschrijft. Maar toen hij wegliep, zei hij tegen de wachtenden: ‘Het zal nog wel even duren. Die gast is net gaan zitten.’

    Het was niet bedoeld als een aansporing tot antitranspesterijen; de man dacht gewoon dat Ben zat te poepen. Maar terwijl Ben daar zat en deed alsof, stelde hij zich een veel vijandiger groep dronken mannen voor en hoe die zou reageren op de afwezigheid van een penis bij hem. Er kwamen steeds meer bathroom bills, wetten over gendergescheiden toiletten, en plassen op openbare toiletten zou de rest van zijn leven een risico vormen waarmee hij rekening moest houden. Hij was pas zesentwintig, vrij jong dus. Met zulke vooruitzichten leken de nadelen van een operatie ineens mee te vallen. Met een penis zou hij zich veilig voelen, ook al zou hij nog steeds op een toiletpot moeten gaan zitten. ‘Ik raakte ervan overtuigd dat elke complicatie die zich kon voordoen, inclusief doodgaan, beter was dan het alternatief,’ vertelt hij. Toen hij die avond thuiskwam, dronken, zocht hij op ‘FTM bottom surgery’ en las hij de hele nacht over phalloplastie. De week daarop vroeg hij een consult aan bij Rachel Bluebond-Langner van NYU Langone.

    Complex orgaan

    Phalloplastie, oftewel chirurgie om een penis te construeren, is een van de meest complexe medische ingrepen die er zijn. Technisch gezien verwijst het begrip naar slechts één stap in een lang proces, namelijk de constructie van een fallus met gebruikmaking van iemands eigen huid. De term wordt echter meer in het algemeen gebruikt om een reeks van modulaire operaties te beschrijven, die elk gericht zijn op een andere functie van de penis. De penis is een eigenaardig orgaan, met een schijnbaar willekeurige reeks taken die je als ontwerper niet direct zou combineren Een hart pompt bloed, een maag verteert voedsel. Maar een penis is er voor de voortplanting, om te urineren en voor plezier. Hij reageert op temperatuur, emotie en aanraking. Alles tezamen een complex samenstel van buisjes, weefsel en zenuwen op die vreemde open plek tussen de benen.

    Transgender mannen en non-binaire mensen, intersekse personen en cisgender mannen met penisletsel vormen de hoofdmoot van mensen die phalloplastie ondergaan. Onafhankelijk van de anatomie van de persoon zijn de operatietechnieken over het algemeen hetzelfde. Naast de initiële constructie van de schacht kan phalloplastie ook het verlengen van de urinebuis, het creëren van een scrotum, het definiëren van de eikel, het toevoegen van testikelprothesen of het inbrengen van een erectie-implantaat omvatten. Afhankelijk van de combinatie van ingrepen kan het een paar jaar duren om een penis te voltooien, waarbij vele chirurgische stadia en revisies nodig zijn. Wie deze operatie ondergaat, zal zijn leven jarenlang moeten organiseren rond artsenbezoek, verzekeringsperikelen, verlof van werk en postoperatieve zorg. Voor trans patiënten is het risico op complicaties hoog; volgens de chirurgen met wie ik sprak is dat ongeveer 70 procent. (Vanwege het geringe aantal patiënten en de onderlinge verschillen in de uitvoering van de operatie is empirische analyse lastig.) Desondanks zijn de cijfers over tevredenheid van de patiënten hoog. Volgens een onderzoek dat werd gepresenteerd op de Canadian Professional Association for Transgender Health Conference in 2012, waarin negenentwintig studies van genderbevestigende phalloplastie van 1980 tot 2012 werden geanalyseerd, gaat het zelfs om 97 procent. In een onderzoek uit 2021, gepubliceerd in The Journal of Sexual Medicine, waarin negenenzeventig patiënten werd gevraagd om op een schaal van zeven te antwoorden op de stelling ‘Ik voel me positief over mijn genitaliën‘, scoorden transgender mannen die tenminste één fase van phalloplastie hadden ondergaan, gelijk aan cisgender mannen.

    ‘Transgenderstatus’ valt nu onder de paraplu van sekse, waarmee het een beschermd burgerrecht is

    Phalloplastie voor trans mannen en non-binaire personen, in de geneeskunde bekend als genderbevestigende phalloplastie, bestaat in een of andere vorm al sinds zeker de jaren veertig, maar was tot voor kort zeldzaam in de Verenigde Staten, waar dekking door de verzekering onzeker was en maar weinig chirurgen tegemoetkwamen aan de behoeften van trans patiënten. Sommige trans mannen reisden naar België, Servië of Thailand, waar de zorg goedkoper en beter toegankelijk was. Degenen die in de Verenigde Staten werden geopereerd, betaalden vaak tienduizenden dollars, waardoor zij waren gedwongen te kiezen tussen een penis en een huis – als zij al welgesteld genoeg waren om die keuze überhaupt te maken. Zelfs toen hormonenbehandelingen en transgenderoperaties steeds gangbaarder werden, bleef een penis een onwaarschijnlijk vooruitzicht, hoe graag iemand er ook een wilde.

    Inmiddels zijn zowel de toegankelijkheid van de operatie als de opvattingen erover aan het veranderen, dankzij verbeterde voorlichting aan gelijkgezinden, vooruitgang van chirurgische technieken en, zeer belangrijk, de Affordable Care Act. Die verbiedt dat gezondheidsprogramma’s met overheidsfinanciering discrimineren op basis van enkele vooraf bepaalde criteria, waaroner sekse. Toen de wet in 2010 werd aangenomen, was niet meteen duidelijk of de bepaling over non-discriminatie ook zou opgaan voor gezondheidszorg aan transgenders. De wet beschermde weliswaar sekse, maar sprak niet specifiek over transgenders, wat leidde tot een tien jaar durend juridisch geschil over de vraag of het een het ander impliceerde. De kwestie raakte aan enkele van de meest omstreden aspecten van de Amerikaanse burgerrechten, inclusief de vrijheid van religieuze organisaties die overheidsfinanciering ontvangen.

    Met het Bostock v. Clayton County-arrest van het Hooggerechtshof uit 2020 is er een einde gekomen aan de onduidelijkheid, althans voorlopig. ‘Transgenderstatus’ valt nu onder de paraplu van sekse, waarmee het een beschermd burgerrecht is en dekking op grond van de Affordable Care Act verplicht is. Volgens de lhbt-organisatie Movement Advancement Project, dekken Medicaid-programma’s in 24 staten momenteel expliciet zorg die is gerelateerd aan transitie. Veel bedrijven, McDonald’s, Starbucks, Amazon en anderen, zijn begonnen met het aanbieden van verzekeringen die dit voorbeeld volgen. Dit betekent een grote omslag, die phalloplastie voor meer trans Amerikanen dan ooit binnen bereik brengt. Zonder verzekering zou een phalloplastietraject de patiënt al met al tot 200.000 dollar [ca. 193.000 euro] kunnen kosten.

    Alle phalloplastieprogramma’s hadden wachtlijsten van meer dan een jaar

    Volgens de meest recente prepandemische gegevens van de American Society of Plastic Surgeons hebben in 2019 ongeveer elfhonderd mensen in de Verenigde Staten genderbevestigende phalloplastie ondergaan. Dat aantal is waarschijnlijk aan de lage kant, gezien de modulaire aard van de procedure en inconsistente gegevensrapportage. Chirurgen van alle vier de programma’s waarmee ik sprak, bevestigden dat het aantal phalloplastieoperaties toeneemt. Ze hadden het allemaal over wachtlijsten van meer dan een jaar. Deze toename heeft een razende cyclus in gang gezet: betere toegang, nieuwe technieken en meer artsen, maar ook een toevloed van minder ervaren artsen en dringende oproepen tot betere analyse van de resultaten om het percentage complicaties omlaag te brengen. Dit alles speelt zich af binnen een bredere maatschappelijke en culturele context, waarin Amerika, op grotere schaal dan ooit tevoren, in het reine probeert te komen met de definitie van wat een man en wat een vrouw is. Binnen die context neemt phalloplastie een onmogelijke positie in, aangezien de ingreep zowel de aanpasbaarheid van sekse lijkt te bevestigen als de essentialistische bewering dat de penis de man maakt.

    ‘Knakworstje’

    In de zes maanden voor zijn phalloconsult stak Ben veel tijd in onderzoek. Aanvankelijk waren zijn verwachtingen laag; hij had genoegen genomen met een ‘knakworstje’, zegt hij, zolang hij maar in alle rust naar het toilet kon. Hij bestudeerde online foto’s van resultaten na de ingreep en leerde over de verschillende technieken en de voor- en nadelen. Hoewel phalloplastie nog geen penis oplevert die identiek is aan de penis waarmee de meeste mannen worden geboren, maakt de ingreep wel veel van de gebruikelijke activiteiten mogelijk: staand plassen, penetrerende seks, orgasme (zonder ejaculatie), en ook zorgeloos omkleden in een kleedkamer. Deze vooruitzichten overtroffen Bens aanvankelijke verwachtingen ruimschoots. Veel resultaten vond hij er niet alleen prima uitzien, maar ronduit geweldig. Toch durfde hij niet al te optimistisch te zijn. Hij had behoefte aan zo veel mogelijk openhartigheid, data en foto’s van helende wonden. In de reguliere trans bronnen vond hij daar maar heel weinig over. Zijn zoektocht leidde hem naar een netwerk van privégroepen op Facebook, die bij de meeste mensen bekendstaan als ‘de phallogroepen’.

    Deze phallogroepen houden het midden tussen een virtuele steungroep, een informele medische cursus en misschien wel ’s werelds eerste broederorde die openlijk verkondigt wat anderen onuitgesproken laten. Mensen uit schijnbaar elke klasse, elk deel van het land en van elke religie verenigen zich hier om hun gedeelde interesse in de penis te bespreken. De grootste groep werd opgericht in januari 2015, toen na de Affordable Care Act de phalloplastie op stoom kwam. De groep telt nu meer dan 17.000 leden, die zich in elke fase van het chirurgische traject bevinden, van postoperatief tot eerste verkenning. Wijsheid wordt hier van generatie op generatie doorgegeven met een openhartigheid die de geneeskunde niet kan bieden.

    Nieuwkomers in de phallogroepen komen vaak met een versie van de vraag: ‘Naar welke chirurg moet ik voor de beste penis?’ Een bestaand lid zal dan voorzichtig informeren: ‘Wat bedoel je met de “beste penis”?’ In de Verenigde Staten zijn er twee gangbare typen phalloplastie: de radiale onderarmflap (of R.F.F., waarbij de onderarm wordt gebruikt als donorlocatie voor de huid) en de anterolaterale dijflap (of ALT, waarbij de dij wordt gebruikt). De schacht die deze ‘flappen’ vormen kunnen worden gecombineerd met andere procedures die moeten leiden tot de vier belangrijke postoperatieve prioriteiten: staand plassen, esthetiek, de erectiefunctie en gevoel. De meeste chirurgen vragen de patiënt in het begin om deze prioriteiten te rangschikken. Het is weliswaar mogelijk om ze alle vier in één keer te realiseren, maar gezien het hoge percentage aan complicaties is niets te garanderen.

    Op Transbucket, een site voor het delen van foto’s, staan duizenden door gebruikers ingezonden foto’s van na de operatie

    In de phallogroepen worden leden doorverwezen naar bronnen die kunnen helpen bij het kiezen van de ideale penis. Op de informatiesite phallo.net zijn gidsen te vinden die verschillende combinaties van procedures en de drie verschillende soorten erectie-implantaten vergelijken. Op Transbucket, een site voor het delen van foto’s, staan duizenden door gebruikers ingezonden foto’s van na de operatie: van voren, van opzij; met testikels; zonder testikels; bij dikke mannen, bij dunne mannen, bij lange mannen, bij korte mannen, bij middelgrote non-binaire mensen. Je keuze is niet alleen bepalend voor de penis zelf, maar ook voor hoe je leven er gedurende een aantal jaar uit zal zien wat betreft financiën, werk, vrijheid om te reizen en de tijd die het kost om van de operatie te herstellen.

    Zodra de groepsleden een idee hebben van wat ze willen, zijn de eerstvolgende vragen vaak geografisch van aard: wie kent een goede chirurg in Ohio? In de buurt van Albuquerque? In het noordoosten van Indiana? Is er iemand naar Curtis Crane in Austin geweest? Naar Mang Chen in San Francisco? Loren Schechter in Chicago? Een operatie dicht bij huis is handiger en garandeert betere begeleiding tijdens het genezingsproces. Toch moeten veel patiënten staatsgrenzen oversteken voor competente zorg. Dat betekent herstellen in een hotel; een groot ongemak tegen aanzienlijke kosten. Om de kosten te drukken, bieden de groepen hulp bij het maximaal benutten van allerlei geheimzinnige construties, uiteenlopend van hotelkortingen tot creditcardpunten en schadeverzekeringen van ziekenhuizen. Een dergelijke beheersing van kapitalistische onderwerpen is nogal onverwacht voor een groep die vaak als sociaal afwijkend wordt afgeschilderd.

    ‘Er zijn patiënten die er eerlijk gezegd meer van weten dan ik,‘  zegt Jens Berli, een chirurg die gespecialiseerd is in phalloplastie aan de Oregon Health & Science University. ‘Ze zijn op de hoogte van wat andere chirurgen doen, komen binnen en zeggen: “Zeg, doe jij ook XYZ-scrotoplastie?” Als je niet alle variaties kent, ben jij als chirurg misschien wel degene met een probleem.’

    Huid van onderarm of dij?

    Als voorbereiding op zijn consult met Rachel Bluebond-Langner en Lee Zhao, respectievelijk reconstructief uroloog en mededirecteur van het Langone transgender-chirurgieprogramma van de New York University (NYU), onderzocht Ben de verschillen tussen ALT en R.F.F. De huid van de dij is langer en bevat meestal meer vet, waardoor de penis groter kan worden gemaakt. De huid van de onderarm is daarentegen korter en magerder. Het litteken dat wordt achtergelaten is zichtbaarder. Wat complicaties betreft zijn de percentages van beide procedures vergelijkbaar. Het hoofddoel van Ben was om staand te kunnen plassen. Hij besloot dat zijn volgende doelen penetrerende seks en esthetiek waren, deels omdat hij in een uitgaanscircuit terecht zou komen waarin hij voor veel vrouwen waarschijnlijk de eerste trans man zou zijn. Met zijn 1 meter 48 en 44 kilo, wist hij dat hij nogal een achterstand had. ‘Vrouwen houden niet van kleine mannen,’ zegt hij. ‘Ik moest mezelf alles gunnen om de concurrentie aan te kunnen.‘ Omdat hij zo mager was, leek ALT hem wel wat. ‘Met R.F.F. zou ik absoluut een heel dunne penis krijgen.’

    Bluebond-Langner en Zhao waren het met Ben eens dat ALT de juiste keuze was, vooral omdat Bens penis dik genoeg moest zijn om de urinebuis te kunnen verlengen. Tijdens zijn eerste consult, in maart 2018, hadden ze uitgelegd hoe ze zijn operatie in drie fasen zouden opsplitsen: een voor de creatie van de fallus, en twee voor de constructie van de neo-urethra. Inclusief een toegevoegde vierde fase voor zijn erectie-implantaat, zouden de operaties twee tot drie jaar kunnen duren, nog los van eventuele complicaties die zich zouden voordoen.

    Bluebond-Langner schat dat ongeveer 35 procent van de patiënten in haar praktijk complicaties heeft. Sommige komen vaak voor en zijn uiteindelijk beheersbaar: nadruppelen tijdens het plassen, verstopping of lekkage van de nieuwe urinebuis, verkeerde plaatsing of vervorming van het erectiehulpmiddel. Andere complicaties zijn zeldzamer en ernstiger, zoals rectaal letsel bij vaginectomie [het verwijderen van de vagina] of necrose, afsterving van het weefsel. (Dit laatste maakte Bluebond-Langner één keer mee tijdens haar carrière.) Ben kende veel verhalen uit de phallogroepen: over ondraaglijke complicaties maar ook over kleine, maar aanhoudend vervelende tegenslagen. Hij aanvaardde de risico’s. Twee weken later plande hij per telefoon zijn fase 1-operatie in voor mei 2019; meer dan een jaar later.

    Omstreden specialisme

    De openheid van Rachel Bluebond-Langner (44) in combinatie met haar beroep maakt haar de perfecte persoon om naast te zitten op een feestje. Toen ze opgroeide in Philadelphia bracht ze veel tijd door in ziekenhuizen, in het voetspoor van haar moeder, Myra Bluebond-Langner, een antropoloog die terminaal zieke kinderen onderzocht. De jongere Bluebond-Langner wilde misschien kinderlongarts worden om deze kinderen te helpen. Maar toen ze aan de medische faculteit van Johns Hopkins ging studeren, merkte ze al snel dat haar professionele interesse elders lag. Eerst bij laparoscopische nierchirurgie en daarna bij plastische chirurgie. De binnenkant van het lichaam was weliswaar intrigerend, maar niet sociaal. Plastische chirurgie stelde zowel functie als vorm voorop.

    Haar mentor werd Eduardo Rodriguez, een reconstructieve craniofaciale chirurg die later de eerste aangezichtstransplantatie ter wereld zou uitvoeren. Rodriguez deed op dat moment onderzoek naar gezichtsbeschadiging. Om Bluebond-Langner te helpen haar interessegebied te verfijnen, raadde hij haar het boek Facial Feminization Surgery van Douglas Ousterhout aan. Dit boek uit 2010 is een praktische gids voor trans vrouwen die een chirurgische ingreep willen ondergaan, en gaat in op welke kenmerken een gezicht vrouwelijk of mannelijk doen overkomen, bijvoorbeeld de haarlijn. Bluebond-Langner had nog nooit een trans persoon ontmoet, maar ze voelde zich aangetrokken tot genderbevestigende chirurgie waarin verschillende disciplines zoals plastische chirurgie, urologie en gynaecologie worden gecombineerd om zoiets ongrijpbaars als dysforie te helpen verlichten.

    In 2010 bestond er nog geen formele route naar genderbevestigende chirurgie. Hoewel de basisprincipes van plastische chirurgie – naaien, transplanteren, weefselexpansie, flappen – bij de meeste genderbevestigende ingrepen worden gebruikt, was het erg moeilijk om gerichte instructies te vinden voor ingrepen als het vervrouwelijken van het gezicht of het vermannelijken van de borst, laat staan om te leren hoe je een bevolkingsgroep van dienst kunt zijn die een gespannen relatie met de geneeskunde onderhoudt. De meeste genderchirurgen uit die tijd hadden eerst een formele opleiding plastische chirurgie gevolgd en waren daarna bij een genderchirurg in de leer gegaan of volgden aanvullende opleidingen in andere specialismen om technieken op te doen die nuttig waren voor het gekozen specialisme. Het werk was omstreden. Sommige chirurgen hadden aparte websites: een voor hun gewone praktijk en een voor hun transgender clientèle.

    Oudere chirurgen waarschuwden haar: ‘Pas op waarmee je bekend wordt‘

    Toen Bluebond-Langner begon, waarschuwden oudere chirurgen haar: ‘Pas op waarmee je bekend wordt.‘ Ze trok zich er niets van aan en begon met het samenstellen van de opleiding die ze nodig had: vaginoplastie, phalloplastie en metoidioplastie – een minder ingrijpende operatie waarbij een kleinere penis wordt geconstrueerd met alleen het aangeboren weefsel van de clitoris. Ze kwam overal terecht: in Thailand en Canada om vaginoplastie te bestuderen en in Mexico-Stad om microchirurgie te leren, de techniek die het overzetten van stukken huid vergemakkelijkt door zenuwen en bloedvaten op microscopische schaal met elkaar te verbinden. Ze begon complexe urogenitale operaties uit te voeren, waaronder phalloplastie voor micropenis en trauma. Aan de Universiteit van Maryland voerde ze in 2016 haar eerste gender bevestigende phalloplastiek uit. De operatie was, voor zover zij weet, een succes. (Zij en de patiënt verloren elkaar na twee jaar uit het oog.) Een paar jaar daarvoor was Rodriguez naar NYU Langone verhuisd waar hij voorzitter werd van de afdeling plastische chirurgie. Uiteindelijk vroeg hij Bluebond-Langner om een programma op te zetten voor transgenderchirurgie.

    Het transgenderchirurgieprogramma van NYU heeft een eigen suite op de zesde verdieping van een glazen kantoorgebouw in Manhattan. Ik was er in maart 2021 voor het eerst op bezoek. Toen ik uit de lift stapte, viel me meteen op hoe luxe alles was. In de wachtkamer stonden koffieautomaten van Keurig, orchideeën en iPads met futuristische handpalmscanners. Ver verwijderd van het oertijdperk met geheime aparte websites, waren hier de namen van weldoeners op de muur aangebracht. Een transgenderjournalist zou er, zittend op de jarenvijftigbank, de lederen ligstoel, of de verchroomde fauteuil, een wat cynisch gevoel bij kunnen krijgen. Trans mensen in Amerika bevinden zich in een complexe spagaat met het medische establishment. Aan de ene kant is er de roep om uitbreiding en verbetering van zorg die in het verleden werd geweigerd; aan de andere kant weten de meesten van ons dat onze lichamen goed geld op kunnen leveren. ‘We zijn in loondienst,’ zegt Bluebond-Langner daarover, om aan te geven dat ze niet meer geld krijgt als er meer patiënten zijn. ‘Maar ze stimuleren ons wel een beetje. We krijgen meer middelen.’

    Bluebond-Langner is goedlachs, direct en lijkt immuun voor het godcomplex waar veel dokters aan lijden. Toen ze in 2017 naar NYU kwam om met het programma te beginnen, had ze slechts twee collega’s: Zhao en Jamie Levine, een microchirurg. In de loop der jaren is het team gegroeid en het bestaat nu uit een administratieve staf, een onderzoeksafdeling, een fysiotherapeut, twee maatschappelijk werkers en twee verpleegkundigen. Meer dan de helft van het team identificeert zich als trans, waaronder twee chirurgen in opleiding, waarvan Bluebond-Langner hoopt dat ze ooit haarzelf en Zhao zullen opvolgen.

    Gemarginaliseerde patiënten

    Medische transitie brengt vele verschillende stappen met zich mee. Om goedgekeurd te worden voor phalloplastie, moeten kandidaten verwijzingen hebben van twee afzonderlijke zorgverleners in de geestelijke gezondheid. Op de donorplaats van de huidflap moet het haar met laser worden verwijderd. Er is steun nodig tijdens herhaaldelijke periodes van genezing, die vaak gepaard gaan met immobiliteit. ‘Helaas zijn veel van onze patiënten gemarginaliseerd,’ zegt Bluebond-Langner. Ze kunnen lang niet altijd op hun werkgever of familie rekenen. Daarom is haar zorgteam van groot belang voor een goed chirurgisch resultaat. Hoewel de rechten van transseksuelen op papier zijn verbeterd, hebben veel van haar patiënten nog steeds te maken met problemen als armoede, onzekere huisvesting en sociale uitsluiting, die het herstel bemoeilijken. ‘Als het al moeilijk is om werk te vinden omdat je trans bent, dan zal een operatie dat niet makkelijker maken.’

    Op weg naar Bluebond-Langners privékantoor passeren we mensen die in de hal heen en weer liepen in trainingsjacks van NYU Gender Surgery. (Het logo van het programma is een bedeesd vijgenblad.) Binnen hangt boven een consulttafel een gesigneerde poster van actrice Dominique Jackson uit de televisieserie Pose. Op een boekenplank liggen oude nummers van Plastic and Reconstructive Surgery naast een stapel koffietafelboeken: De Vagina BijbelDe Grote Muur van de VaginaViering van Vulva Diversiteit

    Tegenover één penis doet Bluebond-Langner drie vagina’s. Soms doet ze drie vagina’s op een dag; een penis vergt minstens twee operaties, maar vaak vier of meer. ‘De vraag naar vaginoplastie is veel groter,’ zegt ze. ‘Het is een reductieve procedure die na één operatie klaar is en de risico’s zijn kleiner.’

    ‘Je kunt eikelplastie doen, geen eikelplastie. Scrotoplastie, geen scrotoplastie. Je kunt echt alles combineren om je doel te bereiken’

    Het NYU-programma heeft tot nu toe iets meer dan honderdvijftig phalloplasties uitgevoerd. Bij het eerste chirurgische consult probeert Bluebond-Langner te begrijpen wat voor soort seks de patiënt graag heeft, om beter te kunnen adviseren welke combinatie van procedures de kwaliteit van leven het meest zou kunnen verbeteren met een minimaal risico op complicaties. In de periode tussen ongeveer 1960 en 1980, de begindagen van de geformaliseerde transgendergeneeskunde in de Verenigde Staten, was phalloplastie zeldzaam en vrijwel uniform. Het doel was de geïdealiseerde vorm en functie van een zogenaamde standaard-Amerikaanse penis te repliceren. Hoewel veel patiënten dit doel nog steeds voor ogen hebben, stappen Bluebond-Langner zelf en de geneeskunde in het algemeen steeds meer af van dit streven als objectieve maatstaf voor chirurgisch succes.

    Transgenderchirurgie wordt aangeduid als behandeling voor genderdysforie, onvrede met het geslacht waarmee je geboren bent. Het gaat er dus niet om niet cisgender te zijn. Er zijn gedeeltelijke ingrepen die het gewenste doel kunnen bewerkstelligen en tegelijkertijd het risico minimaliseren. Een patiënt kan er bijvoorbeeld voor kiezen om staand te urineren, terwijl hij geen praktisch nut ziet voor een erectie-implantaat. Een andere patiënt ervaart dysforie misschien voornamelijk visueel, maar heeft toch graag vaginale geslachtsgemeenschap; phalloplastie zonder vaginectomie kan daarin voorzien. ‘Je kunt eikelplastie doen, geen eikelplastie. Scrotoplastie, geen scrotoplastie. Je kunt echt alles combineren om je doel te bereiken,’ vertelt Bluebond-Langner.

    Ondanks de verbeteringen in de patiëntgerichte zorg, heeft phalloplastie nog een lange weg te gaan. Zelfs nu de frequentie van de operaties toeneemt, is de patiëntenpopulatie nog niet groot genoeg om empirisch vast te stellen hoe het aantal complicaties kan worden verminderd of wat tot tevredenheid in de loop van een leven zou kunnen leiden. De phalloplastiepatiënten van Bluebond-Langner zijn over het algemeen jong, ruwweg tussen de achttien en tweeëndertig. Erectie-implantaten die zijn goedgekeurd door de FDA, het Amerikaanse equivalent van EMA, zijn ontworpen voor het lichaam van cisgender mannen. Het enige trans-specifieke implantaat dat in de VS bestaat is nog niet goedgekeurd. Maar al was het dat wel, dan nog bestond er geen standaardmethode om vast te stellen wat een goed chirurgisch resultaat oplevert. Omdat artsen verschillende technieken gebruiken, zijn gevallen zelden onderling vergelijkbaar.

    ‘De operatie moet verbeterd worden,’ zegt Bluebond-Langner. ‘Het is nog een onvolmaakte operatie.’ De risico’s zijn in dit geval alleen gerechtvaardigd vanwege de overweldigende impact op de kwaliteit van leven. ‘Mensen wegen de voor- en nadelen af,’ zegt ze. ‘Maar dit percentage complicaties zouden we bij andere ingrepen niet per se accepteren.’

    Verjongingsmethode

    De belangrijkste specialismen van de genderbevestigende zorg – endocrinologie en plastische chirurgie – ontstonden aan het begin van de twintigste eeuw. En dan niet als middel om het geslacht te veranderen, maar eerder als hulpmiddelen om het te herwaarderen. Eugen Steinachs experimenten met hormonen, uitgevoerd op knaagdieren in de jaren 1910, leidden tot de Steinach-verjongingsmethode, een twintig minuten durende gedeeltelijke vasectomie die, beweerde hij, oude, afgeleefde mannen veranderde in ‘energieke mannen die zonder bril konden, zich twee keer per dag moesten scheren, gewichten van honderd kilo konden verslepen en zich zelfs overgaven aan jeugdige dwaasheden zoals het kopen van land in Florida‘. Zowel W.B. Yeats als Sigmund Freud werden ‘ge-Steinached’.

    De basistechnieken van plastische chirurgie gaan al meer dan twee millennia terug, maar de discipline werd pas in de loop van de Eerste Wereldoorlog volwassen, als een manier om de lichamen van slachtoffers van explosies zodanig te herstellen dat ze weer als man en echtgenoot konden terugkeren uit de strijd. Harold Gillies, een Britse plastisch chirurg van het eerste uur, populariseerde de buisvormige pedikel, een techniek om weefsel te verplaatsen door een huidflap tot een buis te vormen en deze door regelmatig te snijden en weer aan te hechten naar de plek van het letsel te verplaatsen. ‘Misvormingen’, schreef Gillies in 1920 in zijn boek Plastic Surgery of the Face, ‘zijn niet alleen een voortdurende bron van leed en angst, maar verlagen ook de marktwaarde van het individu.’ In 1939 deed het Britse ministerie van Volksgezondheid, dat massale misvormingen na de Tweede Wereldoorlog voorzag, een beroep op Gillies om Rooksdown House op te richten, een ziekenhuis voor plastische chirurgie. Daar kwam hij in aanraking met Lawrence Michael Dillon, de man bij wie hij uiteindelijk de eerste genderbevestigende phalloplastie ter wereld uitvoerde.

    ‘Hoe anders was het leven nu! Ik kon iedereen voorbijlopen zonder bang te hoeven zijn voor commentaar’

    Dillon werd in 1915 als meisje geboren en opgevoed door twee knorrige tantes op een vervallen landgoed in de buurt van Dover. Op St. Anne’s, een vrouwencollege in Oxford, bracht hij het grootste deel van zijn tijd door in het roeiteam en droeg hij zijn haar in de zogenoemde Eton crop: een kort, sluik kapsel, populair bij lesbiennes op de campus. Hoewel Dillon op meisjes viel, beschouwde hij zichzelf niet als lesbisch; hij droomde ervan naar een smederij te worden gebracht om daar op een of andere manier omgesmolten te worden tot een man. Rond het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog ging hij naar een arts die gespecialiseerd was in sekse. Die schreef hem tabletten met testosteron voor; een paar jaar later onderging hij een borstamputatie. De chirurg stelde voor dat hij Gillies zou opzoeken voor een penis.

    Gillies, in Rooksdown, had het nogal druk vanwege de oorlog, maar zei Dillon terug te komen als die voorbij was. Zo geschiedde en in 1945 begon hij aan een serie van dertien dan wel zeventien operaties; de gegevens van Gillies en Dillon verschillen hierover. Dillons penis werd geconstrueerd volgens Gillies’ tubed-pedicle-methode, waarbij hij een stuk huid optilde, tot een fallus vormde en liet genezen terwijl het aan beide uiteinden aan de huid vastzat, aan de buik bungelend als het handvat van een koffer. Terwijl hij nog genezende was, rondde Dillon een medische opleiding af. Enige tijd nadat de pedikel zijn beoogde bestemming had bereikt, stopte hij met geneeskunde, bezocht hij een aantal boeddhistische kloosters in India, veranderde hij zijn naam in Jivaka en maakte hij zich klaar voor het schrijven van zijn autobiografie. Over de voltooide penis schreef hij alleen: ‘Hoe anders was het leven nu! Ik kon iedereen voorbijlopen zonder bang te hoeven zijn voor commentaar, want niemand keek me raar aan.’ Ook Gillies was blij met de operatie. Hij documenteerde deze, met aanzienlijke redactionele vrijheid, in The Principles and Art of Plastic Surgery, zijn leerboek uit 1957: ‘Voorzien van het nieuwe orgaan werd het leven van de patiënt een sociaal succes; hij is een actieve en succesvolle zakenman geworden en wil graag alles laten doen wat het voor hem verantwoord maakt om te trouwen.’

    Psychologisch onderzoek

    Dillon/Jivaka trouwde niet, maar het spookbeeld van huwelijk en sociaal succes zou een belangrijke rol gaan spelen in de manier waarop in het komende decennia met genderbevestigende medische zorg werd omgegaan. De formele transgendergeneeskunde ontstond in de Verenigde Staten tussen ongeveer 1960 en 1980, met de komst van universitaire ‘klinieken voor genderidentiteit’. Uit naam van de medische vooruitgang namen deze klinieken mensen aan die van geslacht wilden veranderen. In ruil voor een kans op het krijgen van hormonen en chirurgie, werden zij onderworpen aan jarenlang psychologisch onderzoek. Toegang was voorbehouden aan patiënten met de meeste kans om in het leven te slagen als werkende heteroseksuele man of vrouw. De kandidaten waren bijna altijd wit. ‘De belangrijkste maatstaf was: Kun je opgaan in een menigte?’ zegt Jules Gill-Peterson, universitair hoofddocent geschiedenis aan Johns Hopkins en auteur van Histories of the Transgender Child. ‘De geneeskunde was er niet zozeer op uit om trans mensen gelukkig te maken, maar om ze inschikkelijk te maken.’

    Een phalloplastie kostte in de jaren tachtig in de VS meer dan het jaarsalaris van de meeste mensen

    In de klinieken voor genderidentiteit kregen trans vrouwen meestal hormonen, borstvergroting en vaginoplastiek voorgeschreven. Voor trans mannen waren testosteron en mastectomie gebruikelijk, maar genitale operaties zeldzaam, deels omdat de phalloplastie nog maar minimaal was geëvolueerd na Gillies’ buisvormige pedikel uit de jaren 1940. In Construction of Male Genitalia, een artikel uit 1978, schreven onderzoekers van de genderkliniek van Stanford: ‘Bij de vrouw-naar-man transseksueel is het doel van het chirurgisch programma het construeren van een penis en alle uitwendige mannelijke geslachtsorganen, inclusief het scrotum, met implantatie van teelbalprothesen.‘ Op grond van deze maatstaf en vaak ook volgens de maatstaven van de patiënten zelf, konden de penissen in het midden van de vorige eeuw nauwelijks een succes worden genoemd. Staand urineren was zelden mogelijk, seksuele gevoelens werden als een bijkomstigheid beschouwd. Voor degenen die toch zo’n penis wilden, waren de hindernissen vrijwel onoverkomelijk. In het tijdperk van de genderklinieken was de zorg gratis, maar alleen voor modelpatiënten. Met het verdwijnen van de klinieken belandde deze vorm van chirurgie op de vrije markt, maar alleen voor degenen die over voldoende geld en tijd beschikten om zich door de bureaucratie heen te worstelen. Een phalloplastie kostte in die tijd in de VS meer dan het jaarsalaris van de meeste mensen.

    Toch begon de procedure in de jaren tachtig dankzij de geleidelijke vooruitgang van de microchirurgie te verbeteren. De techniek om bloedvaten op microscopische schaal met elkaar te verbinden, opende de deur voor phalloplastie met een lager verliespercentage en een grotere kans op seksuele sensatie en gevoel. Tegelijkertijd begonnen trans mannen met elkaar te communiceren via een klein maar stevig netwerk van nieuwsbrieven, zoals FTM Nieuwsbrief en Twenty Minutes, waarin de medische vooruitgang hoopvol werd besproken. Die vooruitgang verliep echter traag en vaak teleurstellend. De microchirurgische techniek zou pas echt tot wasdom komen in de periode na 1998, toen op grond van de Women’s Health and Cancer Rights Act verzekeringsdekking verplicht werd voor borstreconstructies na mastectomie. Door de enorme toename van borstoperaties waarbij gebruik werd gemaakt van eigen weefsel, die je op zich al zou kunnen zien als een vorm van genderbevestigende zorg, verbeterde de microchirurgie en kon de moderne phalloplastie ontstaan.

    Fallische angst

    Toen Ben zich voorbereidde op de eerste fase van zijn operatie, stelde hij alleen familie en goede vrienden op de hoogte. Hij wist dat de acceptatie door sommigen af zou hangen van hoe soepel elke stap zou verlopen, en hij was zich er scherp bewust dat hij zijn wensen moest rechtvaardigen. Want hoewel een penis tegenwoordig chirurgisch kan worden geconstrueerd, is er nog geen oplossing voor millennia van fallische angst; de verwarrende connectie tussen penissen en mannelijkheid; het veronderstelde inherent in de penis aanwezige geweld; het gevoel dat de vagina de ontbrekende tegenpool is; de feministische roep om te stoppen met genderessentialisme – het toeschrijven van vaste, intrinsieke, aangeboren kwaliteiten aan vrouwen en mannen. Zelfs onder trans mannen wordt het verlangen naar phalloplastie zeer kritisch bekeken. Het is makkelijk om een abstract en verheven recht op genderzelfbeschikking aan te hangen, maar vechten voor de penis is zoiets als fan zijn van de Yankees.

    ‘Als ik nadacht over complicaties, was er in mijn gedachten altijd wel iemand die tegen me zei: “Zie je wel? Dit is nou waarom je niet tegen de natuur in moet gaan,”’ zegt Ben. ‘Ik wilde nooit “Zie je nou wel” te horen krijgen.’

    ‘Douchen was GEWELDIG!!!‘, schreef hij op Facebook. ‘Ik heb mijn pik een paar keer vastgehouden’

    Op de dag van de operatie ontwaakte Ben in een hotel, waarna hij zich meldde bij het ziekenhuis. Hij kleedde zich om in een ochtendjas en keek naar het Cartoon Network. Hij had het gevoel dat hij eeuwig moest wachten. Om half een ’s middags kon hij naar de operatiekamer, waar hij onder narcose werd gebracht. Zes uur later was fase 1 klaar. Ondanks al het porren en prikken door de artsen, de zwellingen, de wond op zijn dij en de medicijnen, voelde de nieuwe penis meteen als de zijne. ‘Nooit eerder had ik een penis,’ zegt hij, ‘maar toen ik hem eenmaal had, leek het logisch dat hij er was.‘ De dagen erna bestonden vooral uit pijn en kleine succesjes: de eerste keer opstaan (11 mei), het verwijderen van de katheter (13 mei), ontslag uit het ziekenhuis (14 mei). Zelfs eenvoudige dingen voelden beter door de aanwezigheid van zijn nieuwgevormde aanhangsel. ‘Douchen was GEWELDIG!!!‘, schreef hij op Facebook. ‘Ik heb mijn pik een paar keer vastgehouden.’

    Na zijn ontslag uit het ziekenhuis verbleef Ben twee weken in een hotel in New Jersey om te herstellen. Tijdens zijn eerste afspraak met Bluebond-Langner en Zhao na de operatie deelde hij sigaren van kauwgum uit met de boodschap ‘Het is een jongen!’. Op dat moment was zijn penis eigenlijk niet veel meer dan een buis en zo glad als een zeekomkommer. In Fase 2, vijf maanden later, begon het team de basis te leggen voor een orgaan met meer functionaliteiten. De operatie begon met het verwijderen van Bens vagina door Bluebond-Langner – hij had al een hysterectomie ondergaan ter voorbereiding op fase 1. Vervolgens, in wat misschien wel de meest gruwelijke fase van de operatie is, sneed ze zijn penis in de lengte langs de onderkant open en bekleedde ze de geopende huid met meer weefsel van zijn dij. Dit oppervlak zou ooit zijn nieuwe plasbuis worden, maar eerst moest deze weefseltransplantatie genezen. Het herstel van Ben viel samen met de komst van de pandemie, en meer dan zeven maanden leefde hij met zijn opengesneden penis. ‘Die “hotdogfase” was het moeilijkst voor me,’ zegt hij. ‘Genezen is over het algemeen al iets raars, maar helemaal wanneer je zo’n grote open wond hebt op zo’n belangrijke en gevoelige plek. Het kan eng zijn. Je ziet allerlei kleuren en vloeistoffen. Je ruikt van alles.’

    Bluebond-Langner naaide het kanaal in mei 2020 dicht, zodat Bens bestaande plasbuis werd verbonden met zijn nieuwe plasbuis. Op achtentwintigjarige leeftijd werd Ben opnieuw zindelijk en leerde hij staand plassen met behulp van een kinderurinoir aan de muur van zijn douche. (‘Als je daarin je doel raakte,’ vertelt hij, ‘ging er iets draaien.’) Een paar maanden later ging hij voor het eerst naar een openbaar urinoir, in een restaurant in zijn geboortestad. ‘Mijn stiefvader moedigde me aan: “Ja! Ga ervoor, Ben, ga ervoor!”’ Weer een paar maanden later, in de Port Authority Bus Terminal, vroeg iemand zich hardop af of hij niet in het verkeerde toilet was. ‘Ik zei: ”Wil je mijn lul zien, bro?”’ De man verontschuldigde zich, en Ben kon opgelucht plassen. Alleen al hierom was de operatie een succes. Maar zijn doel werd drastisch overtroffen.

    Totale acceptatie

    ‘De beste manier waarop ik het gevoel kan omschrijven is een complete en totale acceptatie met mijn lichaam zoals het was, zonder te hoeven nadenken over een volgende stap, een volgende operatie, of welke vorm van ontevredenheid dan ook,’ zegt hij. ‘Als de wereld toen was opgehouden met bestaan, dan zou ik zijn vergeten dat ik een trans man was die in een trans lichaam leefde. Ik bestond gewoon.’

    In die maanden sprak ik Ben af en toe. Hoewel hij zijn erectie-implantaat nog niet had, was hij optimistisch over zijn toekomstige seksleven. Door verschillende experimenten, die deden denken aan de tienerfilm American Pie, met meerdere condooms voor de stabiliteit en een seksspeeltje van een online winkel genaamd Cherry Pie, wist hij al dat hij een aantal sensaties kon voelen: warm, koud, gevoelig, erogeen. Het implantaat dat hij wilde, de Coloplast Titan-pomp, zou hem in staat stellen op verzoek een erectie op te wekken door in een apparaatje in zijn balzak te knijpen. Ben hoopte het implantaat, en een bijpassende siliconen testikel, ergens begin van 2022 te krijgen, maar voor die tijd wilde hij twee complicaties oplossen. Ten eerste was zijn urinestraal zwakker geworden, waardoor hij zich zorgen maakte over een vernauwing van zijn urinebuis. Ten tweede was zijn penis nog steeds erg dik; veel te dik om in zijn hand te houden.

    In maart 2021 ging hij met de nachtbus naar New York voor overleg met Bluebond-Langner en Zhao over deze postoperatieve zorgen. Ik ontmoette hem om 8 uur ’s ochtends in het ziekenhuis, ieder met een grote ijskoffie. Zelfs na een belabberde nachtrust op twee busstoelen was hij bijzonder spraakzaam en knoopte hij flirterige gesprekjes aan met iedereen die hij tegenkwam. We gingen naar boven, naar de wachtkamer, waar hij cupcakes uitdeelde aan het aanwezige personeel.

    Het eindresultaat was niet zo slank als hij had gehoopt, maar hij kon zijn penis eindelijk met één hand vastpakken

    In de onderzoekskamer vroeg een verpleegster Ben om zich vanaf zijn middel te ontkleden. Ik excuseerde me en wilde vertrekken, maar Ben zei dat het oké was als ik wilde blijven. Hij liet zijn broek zakken en trok een operatiejas aan. Zijn penis had een respectabele lengte. Hij was dikker en bleker dan alle andere die ik had gezien, maar verder zag hij er onopvallend goed uit.

    Bluebond-Langner verscheen in de deuropening, met in haar kielzog een groep witgejaste toeschouwers. Voordat Ben hallo kon zeggen, hurkte ze bij zijn bed neer. ‘Ziet er goed uit!’ riep ze. ‘Hebben we al foto’s genomen?’ Ze pakte haar telefoon en nam een paar foto’s terwijl ze luisterde naar Bens zorgen over de omvang. Ze was het met hem eens dat er wat vet moest worden weggesneden voordat het erectieapparaat zou worden geïmplanteerd. Ben stond op en trok zijn kleren aan. Ik volgde hem naar een andere onderzoekskamer, waar Zhao met een camera in zijn penis zou kijken. Een verpleger prepareerde een spuit met verdovende gel en spoot die in de lengte van Bens plasbuis. Terwijl hij zat te wachten tot zijn penis verdoofd zou zijn, vroeg hij of ik hem zijn ijskoffie wilde aangeven.

    Zhao bracht de camera in, en al snel verscheen de plasbuis van Ben op vier schermen. Ben wees naar een paar kronkels. ‘Zijn dat haartjes?’ vroeg hij. Haartjes van wat vroeger zijn dij was geweest, bevestigde Zhao, maar ze waren niet dik genoeg om de urinestroom te beïnvloeden. Hij bracht de camera dieper in, tot hij op weerstand stuitte. ‘Hier is een klein beetje vernauwing,’ zei hij. De oorzaak was wat opgehoopt littekenweefsel. Door de plek van buitenaf te masseren, zou het breken waardoor de urinestraal zou verbeteren. Dat was allemaal goed nieuws. Ben trok zijn kleren aan en gooide de ijskoffiebeker in de prullenbak.

    Half stijf

    Die zomer begon voor Ben de ‘debulking’-procedure, het slanker maken van zijn penis. Het eindresultaat was niet zo slank als hij had gehoopt, maar hij kon zijn penis eindelijk met één hand vastpakken. Verdere afslanking hield risico’s in vertelde hij, herhalend wat Zhao tegen hem had gezegd: ‘Beter is de vijand van goed.’ In maart van dit jaar kwam hij terug voor zijn laatste implantaatoperatie, waarna hij met een half stijve penis uit het ziekenhuis kwam: zijn penis moest in half opgepompte staat genezen. In april, toen we elkaar weer zagen in NYU. Langone, verlangde hij nog altijd naar een erectie, maar wilde hij inmiddels nog liever verslappen. De maand lang met de halve erectie was wat ongemakkelijk geweest.

    Zhao gaf in de onderzoekskamer een postoperatieve les in opblazen en leeglopen. Hij trok paarse handschoenen van synthetische rubber aan en tilde Bens penis met zijn rechterhand omhoog. Met zijn andere hand pakte hij Bens balzak voorzichtig vast en begon uit te leggen hoe het implantaat was ontworpen. Een klein reservoir gevuld met zoutoplossing bevond zich nu in Bens lies. In zijn balzak zat een bal in de vorm van een testikel, die de zoutoplossing naar een buisje bracht dat over de lengte van zijn penis liep.

    Na een paar seconden gaf hij een laatste duwtje, en zijn penis floepte om, triomfantelijk slap

    Zhao kneep een paar keer in de onderkant van de pomp en Bens penis verstijfde. Hij bewoog de huid een beetje heen en weer, om te laten zien hoe stevig het hele mechanisme was. ‘En dan proberen we nu om hem leeg te laten lopen,’ zei Zhao. Ben kneep met zijn rechterhand in de pomp in zijn scrotum. Met zijn linkerhand begon hij zijn schacht als een accordeon samen te drukken, om zo de zoutoplossing terug te duwen naar het reservoir. Volgens Zhao zou het een ‘suizend’ gevoel moeten geven. Na een paar seconden gaf hij een laatste duwtje, en zijn penis floepte om, triomfantelijk slap.

    ‘Volgens mij had Liberace er ook zo een,’ zei Zhao.

    Met de klinische intonatie van een trouwambtenaar wenste Zhao Ben geluk en gaf hij hem toestemming voor seksuele activiteit. Een paar minuten later pakte Ben zijn telefoon en zette ‘Detachable Penis’ op van King Missile, een op de universiteitsradio veelgedraaide track. Hij zei dat het nummer hem deed denken aan zijn leven vóór de phalloplastie. Hij dacht na over hoe de operatie hem had veranderd. Het had iets meer dan vier jaar geduurd en zijn zelfvertrouwen was in die periode gegroeid. De relatie met zijn familie was veranderd. Zijn penis had zijn houding ten opzichte van mannelijkheid verbeterd, waardoor hij zijn rol als man met veel minder moeite kon vervullen. In een eerder gesprek had hij me verteld dat dit voor een dorpsjongen als hij wel logisch was, maar, voegde hij er half-grappend aan toe, dat maakte hem ook tot ‘een slechte trans’.

    Toen Ben zijn zoektocht naar een phalloplastie begon, was zijn enige doel veiligheid geweest. Gaandeweg was bij hem het verlangen gegroeid om naakt voor de spiegel te staan en naar zijn lichaam te kunnen kijken zonder ook maar enig spoor van dysforie. Ik vroeg me hardop af of het doel van de operatie voor hem misschien was om de vrijheid te krijgen niet meer aan zijn penis te denken.

    ‘Nee,’ zei Ben beslist. ‘Ik denk er constant aan. Raak hem constant aan. Kijk er constant naar. Er is niets wat ik liever doe.’

    Lees ook:

  • Japan wil einde maken aan archaïsche genderwetten

    Japan wil einde maken aan archaïsche genderwetten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: YouTube schorst Bolsonaro voor een week

    » Soedan: meerdere doden bij de demonstraties tegen de staatsgreep

    In Japan willen transgenders niet langer op de operatietafel om hun identiteit te veranderen

    De Japanse wet vereist dat elke transgender persoon een zeer dure geslachtsaanpassende operatie ondergaat om wat betreft burgerlijke staat van geslacht te kunnen veranderen. Deze situatie wordt nu aan de kaak gesteld door de betrokkenen, die dagelijks worden gestigmatiseerd, meldt de Japanse pers. 

    Op 4 oktober ging generaal Suzuki in Hamamatsu, centraal Japan, naar de districtsrechtbank in de regio om een ​​petitie in te dienen die het lot van alle transgenders in het land zou kunnen veranderen, zoals de publieke omroep NHK meldt.

    Deze 46-jarige transgender man, die in de burgerlijke stand is geregistreerd als vrouw, wil dat de Japanse rechtbanken erkennen dat de genderidentiteit van een persoon moet worden gerespecteerd ‘zonder dat een chirurgische ingreep noodzakelijk is’, aldus The Mainichi.

    In Japan, een land waar het homohuwelijk ondanks de goedkeuring van de meerderheid van de bevolking nog steeds niet is gelegaliseerd, legt de wet nog altijd archaïsche voorwaarden op de aanduiding van het geslacht op de burgerlijke staat te wijzigen. Transgenders worden inderdaad gedwongen om operatief te worden gesteriliseerd en moeten geslachtsdelen hebben die sterk lijken op die van het andere geslacht.

    ‘De staat dwingt mij een operatie af’

    Omdat de geslachtsaanpassende operatie erg duur is, gooit ongeveer 80 procent van de transgenders de handdoek in de ring en behoudt wettelijk het geslacht dat bij de geboorte is toegewezen, aldus NHK. Gen Suzuki legt zich daar niet bij neet:

    ‘Ik wil alleen maar leven met het geslacht waarmee ik me identificeer en dat past bij mijn uiterlijk. Het feit dat ik nog steeds eierstokken heb, heeft niets te maken met mijn mannelijke genderidentiteit. Dat de staat mij een operatie oplegt die ik niet eens wil, is onzin!’

    Volgens hem zijn deze door de staat opgelegde voorwaarden in strijd met de grondwet van het land, die gelijkheid voor de wet en respectering van de persoonlijkheid van het individu voorschrijft. Hij besloot daarom juridische stappen te ondernemen, in de hoop een verschil te maken.

    ‘In de burgerlijke stand en andere officiële documenten blijven deze mensen lijden onder de ontkenning van hun bestaan, zonder erin te slagen het geslacht te veranderen dat niet van hen is. Dit is een schending van de mensenrechten waarvan we niet weg moeten kijken’, citeert de regionale krant Shizuoka Shimbun zijn advocaat, Yoko Mizutani.

    Discriminatie die dagelijks zwaar weegt

    Omdat ze niet wettelijk van geslacht kunnen veranderen, worden transgenders in Japan dagelijks gediscrimineerd, schrijft de NHK- zender. Dit is het geval bij Chihiro Ueda. Hoewel ze al zestien jaar haar leven als vrouw leidt, wordt op haar identiteitsbewijs nog steeds aangegeven dat ze een man is, wat een echte barrière vormt bij het zoeken naar werk.

    Vele malen heb ik gesolliciteerd om als caissière of in een restaurant te werken. Maar mijn verzoek wordt vrijwel altijd geweigerd. En zelfs als het me lukt om een ​​baan te krijgen, laten ze me nooit klanten bedienen. Het is een voortdurende vernedering.

    ‘Een schending van de mensenrechten’ volgens de WHO

    In tegenstelling tot Japan hebben Europese landen deze voorwaarden de afgelopen jaren opgeheven. Als de betrokkene in Duitsland bijvoorbeeld meer dan drie jaar met het geslacht van zijn keuze leeft, kan hij het geslacht dat hem bij de geboorte is toegewezen in de burgerlijke stand wijzigen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere internationale instellingen publiceerden in 2014 een gezamenlijke verklaring waarin zij de verplichting van de operatie als een ‘schending van de mensenrechten’ kwalificeerden .

  • Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Oproep tot vernietiging van genderidentiteit

    Zelfs in een cultuur die zo openstaat voor afwijkende seksuele identiteiten, moeten sommigen hun ware aard verborgen houden. ‘Ik ben geen jongensachtige vrouw, ik ben een man’, schrijft een Zuid-Indiase transseksueel.

    Voorbij het onderscheid tussen man en vrouw

    ‘Over de hele wereld komt het voor: de ziel van een man in het lichaam van een vrouw, of andersom. Hoe erop wordt gereageerd – door wie het overkomt maar ook door diens omgeving – verschilt van continent tot continent. In het Oosten lijkt de minste kramp te heersen, in het Westen loopt de emancipatie van de transseksueel nog ver achter bij die van de homo. Dat een jongen (Andrej Pejic) bh-model is (voor de Hema) verandert daar nog niks aan.’

    Zo luidde de inleiding van ons dossier over genderidentiteit in januari 2012. We noemden de tijden toen al ‘transseksueel’ en beschreven in zes artikelen hoe op verschillende plekken in de wereld met het onderwerp werd omgegaan. Als archiefstuk vandaag kozen we deze hartekreet van een Indiase transseksuele man die werkt bij LesBiT, een steungroep voor lesbiennes, biseksuele vrouwen en vrouw-naar-man transseksuelen.

    In Zuid-India bestaan meerdere (trans)-seksuele identiteiten. Zo is daar de vrouw-naar-man identiteit Thirunambigal in Tamil Nadu, Magaraidu in Andhra Pradesh en Gandabasaka in Karnataka. En ook de man-naar-vrouw identiteit zoals de kothi, hijra (ook wel genoemd Aravanis en Thirunangaigal in Tamil Nadu), Jogappa in Noord-Karnataka, Jogatha in Andhra Pradesh en Shiva Shakti in Maharashtra en Andhra Pradesh.

    Niet al deze identiteiten zijn zo bekend als de hijra, die synoniem is geworden met transseksualiteit. Dat komt voornamelijk door de historische zichtbaarheid van deze gemeenschap die voor zichzelf een culturele en sociale ruimte heeft gecreëerd via het guru-chela (leraar-leerling) systeem. Dat is een steun voor veel jonge hijra’s/kothi’s die uit huis zijn gegaan om zich bij een van de zeven gharanas (huizen) te voegen als ‘dochters’ of ‘leerlingen’ van hun goeroes. Een hijra/kothi zie je vaak bij stoplichten staan bedelen – een van de weinige manieren om zich staande te houden in een vijandige en discriminerende maatschappij.

    Het geld dat India ontvangt om hiv/aids te bestrijden is aangewend om door het hele subcontinent ngo’s op te zetten die zich richten op de kothi als primaire drager van de infectie. Maar de genderidentiteit van de kothi wordt verdoezeld doordat de door ngo’s gehanteerde term MSM (mannen die seks hebben met mannen) vaak gebruikt wordt voor kothi’s. Maar kothi’s zijn geen mannen. Ze hebben een mannenlichaam, maar voelen zich vrouw.

    Bemiddelaars

    Jogappa’s zijn jonge jongens, meestal afkomstig uit de kaste van de onaanraakbaren (dalit) of uit een andere ‘achterlijke’ kaste, soms zelfs uit moslimgezinnen in Noord-Karnataka, die de godin Yellamma zijn toegedaan. Ze dragen vrouwenkleren en treden op als bemiddelaars tussen gelovigen en de godin. Ze mogen niet trouwen.

    De Jogappa is geen uitsluitend uit transseksuelen bestaande categorie, maar een ruimte waarin van oudsher transgendergedrag is toegestaan. Veel transseksuele vrouwen vinden hier een legitieme plek om hun identiteit, die niet overeenkomt met de heersende normen, toch in de maatschappij tot uiting te brengen.

    Ik voel me een Thirunambi, een vrouw-naar-man transseksueel. Lang voordat ik wist wat ik was, wist ik al dat ik in het verkeerde lichaam zat. Pas onlangs vond ik de woorden die het best beschrijven wat ik ben en trof ik mensen die net zo in elkaar zitten als ik: iemand die geboren is als vrouw, maar met de genderexpressie van een man. Ik heb jarenlang geprobeerd onder woorden te brengen wat ik ben, en getracht mijn familie, vrienden en geliefden te vertellen dat ik geen jongensachtige vrouw ben, maar een man.

    Transseksuele mannen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen van ons willen een geslachtsoperatie, anderen niet; sommigen voelen zich heteroseksueel, anderen lesbisch of homo, en weer anderen multiseksueel. Er zijn er die soepeler omgaan met hun genderidentiteit dan anderen. Sommigen zijn door hun familie gedwongen te trouwen met een man, terwijl het anderen is gelukt zich los te maken en elders een beperkte vorm van vrijheid te vinden.

    Maar hoe verschillend ook, allemaal hebben we te maken gehad met onderdrukking vanwege onze ‘afwijkende’ genderexpressie.

    Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken

    De mate waarin varieert natuurlijk naar gelang de positie die we binnen onze kaste en klasse innemen. Ik schrijf als een Engelssprekende Nair vrouw-naar-man transseksueel uit de middenklasse. Ik schrijf voor mijn niet- Engelssprekende vrouw-naar-man dalit-broeders uit de arbeidersklasse. Ik schrijf omdat onze stemmen nooit worden gehoord. Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken. We hebben dubbel te lijden omdat we naast onze nonconformistische genderexpressie ook nog eens als vrouw zijn geboren. We hebben geen systeem zoals de hijra’s.

    We hebben geen goeroes die voor ons zorgen als we weggaan bij onze familie. We zijn onzichtbaar omdat we geconditioneerd zijn om in het openbaar ‘door te gaan’ voor een man, om te zeggen dat ons lichaam er niet toe doet omdat we ons ervan afgesneden voelen.

    Is dat lichaam dat maandelijks bloedt, dat lichaam met borsten dat wordt beschouwd als vrouwelijk, míjn lichaam? Dat is een vraag waar wij allemaal mee geworsteld hebben.

    Het is voor ons moeilijk om te veranderen met behoud van respect voor ons lichaam, omdat de maatschappij zich amper bewust is van onze genderidentiteit. Het medische establishment is grotendeels niet op de hoogte van onze behoeften en geslachtsveranderingsoperaties zijn niet te betalen voor als vrouw geboren transseksuelen uit de arbeidersklasse. Sommigen van ons hebben lesbische relaties gehad zonder te kunnen verwoorden dat we mannen zijn.

    Sluipen

    Er zijn maar weinig fondsen beschikbaar voor onze strijd om erkenning. Zelfs feministische groeperingen sluiten ons uit en bestempelen ons als anti-feministisch omdat we de kant van de onderdrukker kiezen doordat we ons man voelen. Dat is een beperkend feminisme dat voorbijgaat aan onze ervaringen in een vrouwenlichaam. Een feminisme dat niet erkent hoe moeilijk het voor ons was om weg te gaan bij onze families om uitdrukking te geven aan onze genderidentiteit.

    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben


    We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben, omdat ze nu eenmaal bang zijn voor transseksuelen. We moeten naar urinoirs waar mannen staan te plassen. We worden in elkaar geslagen als we naar een damestoilet gaan, door vrouwen die denken dat we voyeurs zijn.

    Wij strijden voor een samenleving waarin een ‘afwijkende’ identiteit niet als abnormaal wordt veroordeeld. We willen ons losmaken uit de marge en een plek in het midden opeisen, waar we niet bang hoeven te zijn en ons niet hoeven te verdedigen. Dit is een oproep om het bestaan te erkennen van transseksuelen die geen hijra zijn. Dit is een verzoek om steun aan mensen die hetero, homo, lesbisch, feministisch, multiseksueel of anderszins seksueel geaard zijn. Een oproep tot vernietiging van genderidentiteit zoals wij die nu kennen.

  • Oktobernummer | 200 keer het beste uit de internationale pers

    Oktobernummer | 200 keer het beste uit de internationale pers

    »  Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » Dossier: Wat eten we morgen

    » ‘Bijna een groot kanselier.’ Merkels leiderschap in zeven punten

    » Griekse muur van 40 kilometer gewapend beton in aanbouw

    » Alleen een sterke staat kan pact tussen politiek en misdaad verbreken

    Tien jaar

    Redactioneel

    ‘Voor u ligt een nieuw venster op de wereld. Die wijde, veranderlijke wereld, waarover we alles willen weten’, stond hier 200 edities en 23 readers geleden op 25 november 2011. Dat die ‘we’, aangestoken door ons eigen enthousiasme, en masse een abonnement op 360 ging afsluiten, was een door dopamine gestuurde aanname vol bravoure en ambitie. Maar laten we wel wezen, er was toch niets tegen in te brengen, een magazine dat speurt naar het beste wat de internationale media te bieden heeft, het kaf van het koren scheidt op basis van kwaliteit en relevantie en de lacunes in het internationale nieuws dicht, als dat zich vooral richt op landen waar verkiezingen, conflicten of rampen de voorpagina’s bepalen?

    Dat ‘wereldse’ voornemen zijn wij trouw gebleven. Zoals een schare ‘we’ 360 trouw is gebleven. Daar zijn we zeer dankbaar voor.

    Met evenveel animo blijven wij verder zoeken naar originele stemmen en nieuwe perspectieven

    Tien jaar kan een eeuwigheid lijken voor pasgeborenen terwijl ouderen bij een decennium wellicht niet langer stilstaan dan bij een trilling in de vleugels van een vlinder. Onweerlegbaar is dat er in de tien tussenliggende jaren ontzettend veel is gebeurd, ook al gaan wezenlijke veranderingen tergend langzaam. De eerste nummers gingen toen al over de verschuivende wereldorde, zowel multilateraal als particulier, aan het genderfront (Hij/zij, ed. 4, 2012). We publiceerden meerdere malen in verschillende edities over wat nog steeds de grote kwesties van deze tijd zijn: de verkramping van de macht, ongelijkheid, immigratie, racisme en de alarmerende conditie van natuur en klimaat. We zagen onderwerpen elders opduiken voordat deze in Nederland of Europa op de agenda kwamen, doordat bijvoorbeeld het Pakistaanse dagblad The Express Tribune schreef over de mislukkende internationale missie en de binnenlandse taliban in de miljoenenstad Karachi en de voormalig leider van de taliban interviewde (De terugkeer van de taliban, ed. 33, 2013). En we lieten veel verschillende stemmen aan het woord over de opkomst van het populisme (Wraak op de elite, ed. 106, 2016) en het wel en wee van de #MeToo-discussie (o.a. ed. 128, 2017).

    Maar we vonden ook talloze opzienbarende reportages en andere onterecht onopgemerkt gebleven inzichten die vrolijk stemden en boven alles bewezen dat er overal ter wereld met knisperende intelligentie en creativiteit geschreven wordt. Met evenveel animo blijven wij verder zoeken naar originele stemmen en nieuwe perspectieven in de internationale pers, voor iedereen die over zijn eigen grenzen wil kijken.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    INT 21200 1 LR 1
  • Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Het coronavirus is een ramp voor de positie van vrouwen wereldwijd

    Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid met mannen te bereiken. Maar volgens sommigen kan de crisis ook een kans zijn om de situatie te verbeteren.

    Wanneer mensen opgewekt proberen te zijn over sociale afstand en thuiswerken, en opmerken dat William Shakespeare en Isaac Newton een aantal van hun beste werk schreven terwijl Engeland werd geteisterd door de pest, moeten we één ding niet over het hoofd zien, schrijft Helen Lewis voor The Atlantic: geen van beiden had verantwoordelijkheden voor de kinderopvang. Shakespeare bracht het grootste deel van zijn carrière door in Londen, waar de theaters waren, terwijl zijn familie in Stratford-upon-Avon woonde. Tijdens de plaag van 1606 had de toneelschrijver het geluk gespaard te blijven van de epidemie – zijn hospita stierf op het hoogtepunt van de uitbraak – en zijn vrouw en twee volwassen dochters verbleven veilig op het platteland van Warwickshire.

    Newton is nooit getrouwd en heeft geen kinderen gekregen. Hij bevond zich tijdens de Grote Plaag van 1665-1666 op het landgoed van zijn familie in het oosten van Engeland, en bracht het grootste deel van zijn volwassen leven door als fellow aan de universiteit van Cambridge, waar zijn maaltijden en huishouding door de universiteit werden verzorgd.

    Over de hele wereld betalen vrouwen de prijs voor de sociale en economische gevolgen van de coronapandemie, volgens een rapport van het World Economic Forum (WEF), gepubliceerd in Al-Jazeera. Steeds meer vrouwen zijn werkloos, hetzij vanwege de pandemie zelf, hetzij vanwege de maatregelen die de verspreiding moeten stoppen, doordat in de meest getroffen sectoren (voedselindustrie, handel, detailhandel en amusement) de beroepsbevolking overwegend uit vrouwen bestaat.

    De pandemie vertraagt ​​gendergelijkheid met één generatie. Op basis van de huidige ontwikkelingen zullen vrouwen wereldwijd nog 135,6 jaar moeten wachten – in 2020 leek dat nog 99,5 jaar – om gelijkheid te bereiken met mannen, aldus de WEF, die met name heeft gekeken naar ‘economische kansen, niveau van onderwijs, gezondheid (…) en politiek empowerment’.

    Eerder publiceerde South China Morning Post een artikel waarin aan de orde komt hoe de pandemie vooral vrouwen financieel benadeelt. ‘Zonder ambitieus overheidsbeleid zal het moeilijk zijn de trend te keren’, voorspelt ook SCMP

    Sommige economieën richten zich in eerste instantie op de terugkeer naar het werk van mannen

    Volgens een recent rapport van de Verenigde Naties zal de coronacrisis het armoedepercentage onder vrouwen naar verwachting aanzienlijk doen toenemen en de kloof tussen mannen en vrouwen die onder de armoedegrens leven, vergroten. Volgend jaar zullen naar verwachting nog eens 47 miljoen vrouwen en meisjes in extreme armoede vervallen (dat wil zeggen: 1,90 dollar of minder per dag te besteden hebben), wat het totaal op 435 miljoen brengt. Volgens hetzelfde rapport zullen we waarschijnlijk pas in 2030 zijn terruggekeerd naar het niveau van voor de pandemie.

    Sara Davies, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Griffith Universiteit in Australië, gespecialiseerd in vrouwenkwesties en mondiaal gezondheidsbeheer, verwacht dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen dit jaar voor het eerst zal toenemen. Slechts een klein deel van de vrouwen profiteert van de mogelijkheid op afstand te werken, aangezien sommige economieën zich in eerste instantie richten op de terugkeer naar het werk van mannen.

    Volgens de academicus zijn vrouwen ook onevenredig zwaar getroffen vanwege het gebrek aan werkgelegenheid in de informele economie, die een substantieel deel van de beroepsbevolking in de regio Azië-Pacific vertegenwoordigt. Volgens een schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie werken wereldwijd bijna 510 miljoen vrouwen, of 40 procent van het totaal aantal vrouwen met een baan, in sectoren die ernstig zijn getroffen door de pandemie, terwijl dat percentage bij mannen 36,6 procent bedraagt.

    Grimmig globaal beeld

    Een recente studie van de Amerikaanse non-profitorganisatie Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (Wiego) schetst ‘een grimmig mondiaal beeld, met werknemers die verklaren tijdens de lockdowns uitgesloten te zijn van de arbeidsmarkt, zonder enig inkomen’.

    ‘In plaatsen als Ahmedabad in India ontdekten we dat in sommige sectoren bijna 100 procent van de ondervraagden in een steekproef volledig werkloos was, vooral huishoudelijk personeel, straatverkopers en vuilnismannen’, zegt Wiego’s internationale coördinator Sally Roever.

    In Indonesië meldt ongeveer 56 procent van de huisvrouwen gestrest, angstig en slapeloos te zijn als gevolg van de pandemie, volgens een onderzoek van Populix, een aanbieder van consumenteninformatie, en Teman Bumil, een mobiele app voor moeders en zwangere vrouwen. Ongeveer 60 procent van de ondervraagden zei ook bezorgd te zijn over hun financiële situatie.

    Arbeidsmigranten en vooral huishoudelijk personeel, van wie de overgrote meerderheid vrouw is, zijn hard getroffen; volgens een schatting van de Verenigde Naties is dit jaar 72 procent hun baan kwijtgeraakt. Velen zijn er niet in geslaagd terug te keren naar hun land van herkomst. Zonder geld en zonder noemenswaardige sociale zekerheid, moesten ze hun toevlucht zoeken tot opvangcentra. 

    Dit is met name het geval een stad als Hongkong, waar veel arbeidsmigranten werken. Degenen die begin 2020 naar huis konden vertrekken, zaten daar vast. Omdat ze niet naar hun werk kunnen terugkeren, kunnen ze niet langer het inkomen ontvangen waarvan ze een gedeelte naar hun gezin stuurden.

    De crisis kan ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren

    Hoewel de covid-crisis onevenredig zwaar op vrouwen weegt, wijzen sommige internationale bedrijfsleiders erop dat de crisis ook een kans kan zijn om de gendergelijkheid te verbeteren. Een van hen is Christine Burrows, Managing Director Business Strategy and Performance for Asia bij Manulife in Hongkong. Ze is van mening dat de opkomst van thuiswerken en het groeiende belang dat wordt gehecht aan digitale technologie, belangrijke huidige trends, ‘een ongelooflijke kans’ vormen om het aandeel vrouwelijke managers in de financiële dienstverlening te vergroten. Dit aandeel is in 2019 wereldwijd gestegen tot 22 procent.

    ‘De obstakels waarmee vrouwen in het beroepsleven worden geconfronteerd, zijn bekend: ze variëren van bepaalde subtiele vormen van vooringenomenheid tot systematische nadelen die hun professionele vooruitgang kunnen belemmeren’, aldus Burrows.

    ‘Dit is het moment om het probleem opnieuw te formuleren. Het is niet alleen een vrouwenkwestie, het is groter dan dat. Gezinsgericht beleid, zoals flexibele werktijden of betaald ouderschaps- en adoptieverlof, komt iedereen ten goede.’

    Behoefte aan openbaar beleid

    Lenovo Asia-Pacific is een van de bedrijven die opkomen voor vrouwenrechten door tijdens de pandemie flexibele werkregelingen in te stellen, zegt CFO Joey Wong. ‘Het lijkt er zelfs op dat de normalisering van thuiswerken nieuwe mogelijkheden biedt. Moeders die bijvoorbeeld niet elke dag op kantoor konden komen, kunnen nu in deeltijd werken.’

    Bedrijven zouden volgens Burrows maatregelen moeten nemen ten gunste van hun vrouwelijk personeel, bijvoorbeeld door hen te motiveren, waar mogelijk videoconferenties te organiseren en door werknemers te informeren dat ze ‘beoordeeld zullen worden op hun resultaten’ in plaats van op de tijd die ze achter hun computer doorbrengen.

    ‘Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld’

    Het vinden van betaalbare kinderopvang blijft echter het ‘struikelblok voor veel vrouwen in hun carrière’. Wanneer de overheid of de werkgever een regeling voor kinderopvang biedt, ‘geeft dat een zekere rust’.

    Bij gebrek aan echte hulp van de overheid komen verenigingen uit het maatschappelijk middenveld tussenbeide. Maar volgens academicus Sara Davies is ‘het geen blijvende oplossing om het maatschappelijk middenveld te laten opdraaien voor omstandigheden die te wijten zijn aan falende overheid en een ondermijning van vrouwenrechten’.

    In heel Azië, waar de Verenigde Naties een toename van extreme armoede voorspellen als gevolg van de pandemie, moeten regeringen eerst ‘de gendergerelateerde verdeling van economische productie en arbeid in elk land beter begrijpen, en vervolgens een budget ontwikkelen dat rekening houdt met de specifieke financiële gevolgen van de epidemie voor mannen, vrouwen en non-binaire mensen’, aldus de hoogleraar internationale betrekkingen.

    Naast de kwestie van de werkgelegenheid moet volgens haar meer aandacht worden besteed aan het probleem van huiselijk geweld en de obstakels die vrouwen moeten overwinnen om tijdens de pandemie toegang te krijgen tot betaalbare of gesubsidieerde seksuele gezondheids- en kraamzorg. Bovendien is het erg belangrijk om scholen open te houden, vooral voor vrouwen die voor gehandicapte kinderen zorgen, benadrukt Sara Davies, omdat ‘de pandemie vooral mensen met een handicap en hun verzorgers treft. En dat zijn vooral vrouwen zijn.’

    Vrouwen in de Filippijnen leden het meest onder de quarantainemaatregelen van de overheid. Aimee Santos, plaatselijk hoofd van de afdeling gendergelijkheid van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties, zei afgelopen september dat de vrouwen die ze geïnterviewd had ‘een zware last op hun schouders voelen. Al het gewicht van huishoudelijke taken… Omdat ze onevenredig veel verantwoordelijk dragen van het welzijn van hun gezin.’

    ‘Een van de meest irritante gegevens is dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis’

    ‘De pandemie heeft de trends die er al waren, verergerd’, concludeert ook dr. Tara Thiagarajan, oprichter en hoofdwetenschapper van Sapien Labs, een Amerikaanse nonprofitorganisatie die zich toelegt op begrip van de menselijke geest en eerder dit jaar een rapport uitbracht over de impact van de pandemie op geestelijke gezondheid, waarover The New York Times berichtte.

    Het rapport werd gebaseerd op gegevens verzameld uit een online anonieme enquête in Australië, Groot-Brittannië, Canada, India, Nieuw-Zeeland, Singapore, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten.

    Een van de meest irritante gegevens, merkt Lewis op in The Atlantic, is het feit dat het Westen niet heeft geleerd van de geschiedenis: de ebolacrisis in drie Afrikaanse landen in 2014; zika in 2015–2016; en recente uitbraken van SARS, Mexicaanse griep en vogelgriep. Academici die deze episodes bestudeerden, ontdekten dat ze diepe, langdurige effecten hadden op gendergelijkheid.

    ‘De ebola-uitbraak in West-Afrika beïnvloedde het inkomen van iedereen,’ zegt Julia Smith, een onderzoeker op het gebied van gezondheidsbeleid aan de Simon Fraser University in The New York Times, maar ‘het inkomen van mannen keerde sneller terug naar het niveau van vóór de uitbraak dan het inkomen van vrouwen’.

    Deze verstorende effecten van een epidemie kunnen jaren aanhouden, volgens Clare Wenham, een assistent-professor in het mondiale gezondheidsbeleid aan de London School of Economics.

    Andere lessen uit de ebola-epidemie waren net zo grimmig. Schoolsluitingen hadden een negatieve invloed op de levenskansen van meisjes, omdat velen het onderwijs stopten. (Een stijging van het aantal tienerzwangerschappen versterkte deze trend.) Huiselijk en seksueel geweld nam toe. En meer vrouwen stierven tijdens de bevalling omdat middelen elders werden ingezet.

    Lees ook:

    ‘Er is een verstoring van de gezondheidsstelsels, alles gaat naar de uitbraak’, zegt Wenham, die tijdens de ebolacrisis als onderzoeker naar West-Afrika reisde. ‘Wat geen prioriteit heeft, wordt geschrapt. Dat kan effect hebben op de moedersterfte of de toegang tot anticonceptie.’

    De Verenigde Staten hebben op dit gebied al ontstellende statistieken in vergelijking met andere rijke landen, meldt onder andere Vox, en daar hebben zwarte vrouwen twee keer zoveel kans om tijdens de bevalling te overlijden als witte vrouwen.

    Vanzelfsprekend

    Voor Wenham was de meest opvallende statistiek afkomstig uit Sierra Leone, een van de landen die het zwaarst door ebola werden getroffen. Tijdens de uitbraak van 2013 tot 2016 stierven meer vrouwen aan obstetrische complicaties dan de besmettelijke ziekte zelf. Maar deze sterfgevallen trekken, net als de onopgemerkte zorgarbeid waarop de moderne economie draait, minder aandacht dan de onmiddellijke problemen die een epidemie veroorzaakt. Ze worden als vanzelfsprekend beschouwd.

    In haar boek Invisible Women merkt Caroline Criado Perez op dat ten tijde van de zika- en ebola-epidemieën 29 miljoen artikelen werden gepubliceerd in meer dan 15.000 peer-reviewed titels, waarvan minder dan 1 procent te maken had met de gendergerelateerde impact van de uitbraken. Wenham heeft tot dusverre geen genderanalyse gevonden naar aanleiding van de uitbraak van het coronavirus; zij en twee co-auteurs zijn het probleem nu aan het onderzoeken.

    ‘Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’

    Net als andere onderzoekers is ze gefrustreerd dat beleidsmakers nog steeds een sekseneutrale benadering van pandemieën hanteren.

    ‘Hoe grimmig het ook is om je nu voor te stellen, volgende epidemieën zijn onvermijdelijk, en de verleiding om te beweren dat gender een bijzaak is, een bijeffect van de echte crisis, moet worden weerstaan. Hoe we nu handelen, zal van invloed zijn op de levens van miljoenen vrouwen en meisjes bij toekomstige uitbraken’, aldus Lewis.

    Ook volgens haar bieden de inzichten een kans. ‘Dit zou de eerste uitbraak kunnen zijn waarbij sekseverschillen en -ongelijkheid worden geregistreerd, en waarbij onderzoekers en beleidsmakers er rekening mee houden. Te lang hebben politici aangenomen dat kinderopvang en ouderenzorg kunnen worden “opgevangen” door particuliere burgers – meestal vrouwen – die daarmee in feite een enorme subsidie ​​aan de betaalde economie verstrekken. Deze pandemie zou ons moeten herinneren aan de ware omvang van deze verstoorde gang van zaken.’

    Wenham pleit voor noodvoorzieningen voor kinderopvang, economische zekerheid voor eigenaren van kleine bedrijven en een financiële stimulans die rechtstreeks aan gezinnen wordt betaald. Maar veel hoop heeft ze niet, omdat ze uit ervaring weet dat regeringen op korte termijn denken en reactief zijn.

    ‘Alles wat is gebeurd, is voorspeld, toch?’ zegt ze. ‘Als academici wisten we collectief dat er een uitbraak zou komen uit China, die laat zien hoe globalisering ziekten verspreidt en financiële systemen lam legt, en toch stond er geen pot met geld klaar, was er geen bestuursplan (…) We wisten dit allemaal, en ze luisterden niet. Waarom zouden ze nu naar dit verhaal over vrouwen luisteren?’

  • Komt er echt een derde genderoptie in paspoort VS? | Publiek piratenmangasites explodeert

    Komt er echt een derde genderoptie in paspoort VS? | Publiek piratenmangasites explodeert

    Biden wordt aangespoord belofte na te komen

    Amerikaanse paspoorten bieden binnenkort mogelijk een derde optie voor gender: de niet-binaire aanduiding ‘X’. Dit was een campagnebelofte van Biden en activisten van de American Civil Liberties Union (ACLU) voeren druk uit op de president om de optie in te voeren, meldt The New York Times.

    Sinds 2010 kan iemands geslachtsaanduiding op een paspoort worden gewijzigd, maar daarvoor is medische certificering vereist en de optie is alleen beschikbaar voor degenen die van het ene naar het andere geslacht zijn overgegaan; het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat paspoorten uitgeeft, vraagt de aanvragers om ‘man’ of ‘vrouw’ te selecteren.

    De ACLU is vorige maand een petitie gestart die oproept tot actie en verzamelde meer dan 34.000 handtekeningen. De organisatie is van plan om de petitie op 31 maart, de International Transgender Day of Visibility, aan het Witte Huis te overhandigen.

    ‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’

    Het is moeilijk om precies na te gaan hoeveel mensen een derde geslachtsaanduiding zouden kiezen op officiële documenten. De categorie zou onder andere een uitweg bieden voor personen die een geslachtsverandering hebben ondergaan maar zich niet identificeren met ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’, personen die niet-binair zijn en intersekse personen.

    ‘Sommige mensen zijn van mening dat er helemaal geen geslachtsaanduiding op documenten nodig is’, aldus NYT. En datzelfde, voegt de krant eraan toe, geldt voor sommige landen, waarbij wordt gelinkt naar een artikel op de site van Human Rights Watch over Nederland.


    Man moet vrouw in China betalen voor huishoudelijk werk

    Deze week besloot een rechtbank in Beijing in een echtscheidingszaak dat de man verplicht was zijn vrouw te compenseren omdat huishoudelijk werk ‘immateriële eigendomswaarde’ met zich meebrengt en volgens Chinese nieuwsberichten als bezit moet worden beschouwd, schrijft BBC. De man werd aanbevolen zijn vrouw 50,000 yuan (ruim € 7000) te betalen als compensatie voor het huishoudelijk werk dat ze gedurende vijf jaar huwelijk heeft verricht.

    Hoewel sommige commentatoren in China de zaak als een doorbraak zien, zijn velen van mening dat de compensatie ontoereikend is, waarbij ze bijvoorbeeld opmerkten dat fulltime nanny’s in China veel meer verdienen.

    ‘Dit is zo oneerlijk tegenover vrouwen’, schreef een gebruiker op Weibo, de Chinese equivalent van Twitter. Een hashtag over de zaak werd eind woensdag meer dan 570 miljoen keer bekeken. ‘Laten we eens kijken wie het aandurft huisvrouw te zijn’, schreef een ander.

    Activisten hopen dat het besluit zal leiden tot meer bescherming voor vrouwen in China.

    Volgens het National Bureau voor Statistieken verrichten vrouwen in China gemiddeld twee uur en zes minuten huishoudelijk werk, tegenover 45 minuten voor mannen. Wereldwijd speelt de vraag of samenlevingen meer moeten doen om vrouwen (en mannen) te erkennen en te compenseren voor werk dat ze thuis verrichten. Studies tonen aan dat vrouwen in veel landen een onevenredig deel van de huishoudelijke arbeid op zich nemen, waardoor ze in hun ambities en carrièremogelijkheden worden belemmerd.


    In Japan explodeert het publiek van piratenmangasites

    Japanse uitgevers maken zich steeds meer zorgen over concurrentie van piratenplatforms. Aangezien het moeilijk is om het gevecht aan te gaan met deze sites, die in het buitenland worden gehost, heeft de regering besloten zich op de gebruiker te richten: die kan nu worden veroordeeld voor het illegaal downloaden van manga. 

    Het afgelopen jaar hebben steeds meer Japanse lezers manga verslonden op illegale sites, waardoor uitgevers aanzienlijke schade hebben geleden, meldt de Japanse zakenkrant Nihon Keizai Shimbun.

    Kat-en-muisspel

    De ABJ, een vereniging die de belangrijkste Japanse uitgeverijen samenbrengt, schat het verliesbedrag in 2020 op 200 miljard yen (1,56 miljard euro) als gevolg van sites die werken op een illegale manier aanbieden – wat neerkomt op een derde van de totale mangamarkt in het land. Dat coronacrisis het fenomeen heeft verergerd blijkt uit een geschat tekort van 41,4 miljard yen (320 miljoen euro), alleen al in de maand december 2020, tien keer meer dan in januari van hetzelfde jaar.

    Doordat de meeste van deze sites in het buitenland worden gehost, eindigt de strijd tegen piratenmanga onvermijdelijk in een kat-en-muisspel. ​‘Zodra de uitgeverij een klacht indient tegen een illegale site, wordt deze geschrapt en verdwijnt hij in het wild waarna een ​​andere wordt gelanceerd’, aldus de Japanse krant.

    Daarom hebben de Japanse uitgeverijen besloten tot het uiterste te gaan. De Vereniging voor de Promotie en Distributie van Culturele Goederen, die 32 bedrijven verenigt, zoals uitgeverij Kodansha en animatiestudio Toei Animation, heeft aangekondigd samen te werken met hackers om de beheerders van piratensites te identificeren. De vereniging ABJ heeft op haar beurt een lijst van illegale platforms opgesteld, waarvan zij het dossier deelt met de staat en met IT- en telecommunicatiebedrijven.

    De regering heeft op haar beurt een aanscherping van de auteursrechtwet aangenomen, waarvan in januari een nieuwe versie in werking is getreden. Manga wordt nu beschermd door een specifiek rechtssysteem, waardoor mensen die illegaal downloaden kunnen worden gestraft. 

    De Japanse autoriteiten zetten daarmee in op het afschrikkende effect, maar de wet is niet van toepassing op streamingsites, die ‘een juridische maas in de wet’ zouden kunnen vormen, aldus Nihon Keizai Shimbun.


    Mahamane Ousmane claimt overwinning in Nigeria

    Gisteren berichtten wij over de verkiezingen in Nigeria, waar Mohamed Bazoum als winnaar van de verkiezingen uit de bus kwam met 55,75 procent van de stemmen. Inmiddels heeft zijn tegenstander, voormalig president van de Republiek Mahamane Ousmane, de overwinning geclaimd.

    Vanuit zijn hoofdkantoor in Zinder beweerde hij de presidentsverkiezingen van zondag met 50,3 procent van de stemmen te hebben gewonnen. Het was zijn eerste publieke verklaring sinds de bekendmaking van de resultaten, schrijft Mondafrique‘Het regime wil zonder scrupules beslag leggen op de wil van het volk, dat heeft gesproken’, aldus RDR-Tchandji, de partij van Ousmane.


    Tiger Woods pleegde geen misdrijf

    Ook berichtten we gisteren over het zware ongeluk van Tiger Woods, van wie inmiddels bekend is dat hij niet zal worden vervolgd. ‘Een ongeluk is geen misdaad’, aldus sheriff Alex Villanueva tijdens een videoconferentie vanuit Los Angeles. Woods onderging een langdurige operatie aan zijn rechterbeen en verblijft nog steeds in het ziekenhuis. Volgens de autoriteiten zijn er geen aanwijzingen dat hij onder invloed was van welk middel dan ook. 

    Het was duidelijk een ongeval op een bochtige en hellende weg waarop de 45-jarige sportman misschien te hard reed. ‘Woods zou nog kunnen worden beschuldigd van het plegen van een misdrijf als de onderzoekers vaststellen dat hij zijn mobiele telefoon gebruikte toen hij de controle over het voertuig verloor, maar dat is nog steeds heel iets anders dan een aanklacht wegens misdrijf’, aldus de Amerikaanse roddelsite TMZ.

  • De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

    De baas van de WHO is zwart, Afrikaans en vrouw. Is dat voldoende?

    Vorige week werd de 66-jarige ontwikkelingseconome Ngozi Okonjo-Iweala uit Nigeria aangesteld als directeur van de Wereldhandelsorganisatie WHO. Wereldwijd stonden politici, waarnemers en de pers te juichen omdat er eindelijk een zwarte, Afrikaanse vrouw aan het hoofd staat van een grote internationale instelling. Niet iedereen vindt die staande ovatie terecht.

    ‘Ngozi Okonjo-Iweala schrijft geschiedenis’, aldus France24 in een video-verslag over haar aanstelling. ‘Een goed gekwalificeerde nieuwe leider voor de WHO’, vindt Council on Foreign Relations. ‘Nigeriaanse krachtpatser wordt hoofd WHO’, aldus Financial Times. ‘Vrouw’, ‘zwart’, ‘Afrikaans’, ‘dapper’, ‘briljant’, ‘spijkerhard’: de aanprijzingen waren niet aan te slepen nadat bekend werd dat Okonjo-Iweala naar Genève kan vertrekken met de opdracht om de stroperige WHO vlot te trekken. 

    Kritiek moment

    ‘Zelfs voor een econoom komen er veel zeer grote getallen voor in het leven van Ngozi Okonjo-Iweala’, schrijft The Guardian in een portret. ‘Als voorzitter van Gavi, de alliantie voor vaccinatie van kinderen tegen dodelijke en slopende infectieziekten, zag ze toe op de jaarlijkse vaccinatie van miljoenen kinderen. Als algemeen directeur van de Wereldbank hield ze toezicht op $ 81 miljard (€ 66,8 miljard) aan activiteiten. Als minister van Financiën van Nigeria pakte ze de $ 30 miljard schuld van het meest bevolkte land van Afrika aan. En ze heeft 1,5 miljoen volgers op Twitter.’ 

    The Guardian somt ook nog een reeks van kleinere getallen op die ertoe doen, zoals ‘de twintig non-profitorganisaties die haar hebben benoemd in hun adviesraden; de grote banken en bedrijven die ze heeft geadviseerd; de tien eredoctoraten naast haar eigen doctoraat; een twintigtal onderscheidingen; tientallen belangrijke rapporten en boeken.’ En dan zijn er natuurlijk nog de prestigieuze lijsten waarop haar naam prijkt, zoals die van ’s werelds honderd machtigste vrouwen; ’s werelds honderd meest invloedrijke mensen en de tien meest invloedrijke vrouwen van Afrika, om maar enkele te noemen. 

    Haar aanstelling tot Directeur-Generaal van de WHO, ‘een positie die nog nooit eerder werd bekleed door een Afrikaan, noch door een vrouw’, geeft haar de leiding over een organisatie met een begroting van $ 220 miljoen en 650 personeelsleden en komt op een kritiek moment. Hervormingen zijn namelijk broodnodig, schrijft de krant. ‘Dit is het moment om alle ervaring aan te spreken die ze heeft opgedaan gedurende haar veertigjarige carrière. Gaat Okonjo-Iweala de klus klaren?’  

    Burgeroorlog

    Okonjo-Iweala was zes jaar oud toen Nigeria in 1960 onafhankelijk werd van Groot-Brittannië, aldus The Guardian. ‘Ze groeide op in een klein dorpje in Delta, de zuidelijke staat van het land. Haar ouders, beiden vooraanstaande academici, hadden beurzen gekregen om in Europa te studeren, dus zij en haar zes broers en zussen werden opgevoed door hun grootmoeder. Het leven was niet gemakkelijk. Tegen de tijd dat ze negen was, had Okonjo-Iweala leren koken en hout halen en verrichtte ze veel huishoudelijke taken.’

    Doordat er een burgeroorlog uitbrak tussen de separatistische staat Biafra en de Nigeriaanse centrale regering werd haar opleiding onderbroken en werd ze geconfronteerd met nieuwe ontberingen. Toen haar driejarige zusje chronisch ziek werd van malaria, was het Okonjo-Iweala die haar naar een dokterspraktijk vijf kilometer verderop droeg, waar ze zich door een menigte van zeshonderd mensen heen wurmde en door een raam klom om de behandeling te vragen die het leven van haar zusje zou redden. 

    ‘Ik at één maaltijd per dag. Er stierven kinderen. Daardoor heb ik heb geleerd heel zuinig te leven. Ik zeg vaak dat ik me zowel op een moddervloer als onder een donzen dekbed comfortabel kan voelen. Door wat we hebben meegemaakt, ben ik tot iemand geworden die het zonder spullen kan stellen.’

    Probleemvrouw

    Nadat de burgeroorlog tussen Nigeria en Biafra in 1970 eindigde, vertrok Okonjo-Iweala naar de VS om economie te studeren aan Harvard en MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Ze trouwde met haar jeugdliefde en ging in 1979 op vijfentwintigjarige leeftijd aan de slag bij de Wereldbank, waar ze gestaag opklom in de hiërarchie. Ze schopte het tot tweede in de rangorde en reisde de wereld over.

    Uiteindelijk vertrok ze in 2003 na vijfentwintig jaar bij de Wereldbank omdat ze werd gevraagd minister van Financiën van Nigeria te worden. Die functie vervulde ze twee keer en ze was korte tijd ook nog minister van Buitenlandse Zaken. Als minister van Financiën werd Okonjo-Iweala geconfronteerd met de enorme schulden van Nigeria en wachtte haar een keiharde strijd om economische hervormingen door te voeren. 

    ‘Toen ik minister van Financiën werd, noemden ze me Okonjo-Wahala, ofwel: Probleemvrouw’, zei ze in een interview met The Guardian in 2005. ‘Het betekent letterlijk zoiets als: Ik ben de hel. Maar het kan me niet schelen hoe ik genoemd wordt. Ik ben een vechter. Ik ben erg gefocust op wat ik doe en ik ben meedogenloos in wat ik wil bereiken, tot in het extreme. Als je me voor de voeten loopt, krijg je een schop.’

    Okonjo-Iweala pakte de schuldenberg van Nigeria aan door sceptische westerse mogendheden ervan te overtuigen hulp te verlenen. Gordon Brown, destijds premier van Groot-Brittannië, noemde haar ‘een briljante hervormer’, volgens The Guardian, ‘hoewel anderen minder waardering hadden voor de afspraken die ze met schuldeisers maakte. Sommige commentatoren wijzen erop dat ze veel van de beloften die ze aan Nigerianen deed over economische groei en het scheppen van banen niet is nagekomen.’

    ‘Ze kan heel vastberaden en brutaal zijn, misschien zelfs angstaanjagend voor sommige mensen, maar tegelijkertijd is ze altijd zichzelf. Het is een vrouw die ons aan het lachen maakt’, citeert The Guardian Ada Osakwe, een econome die in de Nigeriaanse regering met Okonjo-Iweala samenwerkte.

    Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen

    Nu met het aftreden van de regering-Trump de weerstand tegen haar benoeming is weggevallen, krijgt ze de leiding over de WHO. Daarmee komt ze onder een vergrootglas te liggen, want deze functie is niet alleen veel invloedrijker maar ook veel zichtbaarder dan alle andere posities die Okonjo-Iweala ooit bekleedde, aldus The Guardian.

    ‘De in Genève gevestigde organisatie heeft al decennialang te maken met bittere kritiek van alle kanten. De WHO was het primaire doelwit van de beweging die protesteerde tegen de schandelijkste gevolgen van het kapitalisme en globalisering, omdat ze daar als representant van wordt gezien. Meer recentelijk werd de WHO aangevallen door de VS omdat ze de problematiek van het Chinese staatskapitalisme niet heeft weten aan te pakken.’

    Armere landen protesteren al lang tegen de voordelen die de WHO ontwikkelde landen zou gunnen en tegen hun relatieve gebrek aan invloed op de besluitvorming, vergeleken met rijkere staten. Vooral landbouwsubsidies zijn een specifiek twistpunt. ‘De WHO wist al jaren geen grote multilaterale handelsovereenkomst meer te sluiten en de hoop is tanende dat de organisatie overbevissing weet te beperken of de wildwest-praktijken rond e-commerce kan intomen.’ En dan is er volgens The Guardian natuurlijk ook nog eens de coronapandemie, die leidt tot worstelende economieën en groeiend protectionisme wereldwijd.

    ‘De WHO heeft een frisse blik nodig, een fris gezicht, een buitenstaander, iemand die in staat is om hervormingen door te voeren en die met de leden kan samenwerken’, zo zei Okonjo-Iweala onlangs in een interview met CNN. ‘Die ervoor kan zorgen dat de WHO uit haar gedeeltelijke verlamming geraakt.’

    De benoeming van Okonjo-Iweala is een ‘grote stap voor Afrika en een grote stap voor de wereld’, vindt Osakwe, de eerder geciteerde econome die met haar samenwerkte. ‘Zo’n opmerkelijk talentvolle vrouw die het roer overneemt van een instelling die opgeschud moet worden. Kijk maar naar wat er met de handel in de wereld gebeurt, zoals de strijd tussen de VS en China.’ Okonjo-Iweala, zo zegt Osakwe, ‘is in de loopgraven geweest’.

    Uiterste voorzichtigheid

    Ondanks al deze lof slaat Francisco Perez een andere toon aan op de website Africa is a Country. Perez noemt zichzelf activist voor een solidaire economie, is docent en onderzoeker en bezig zijn studie economie aan de Universiteit van Massachusetts in Amherst af te ronden. Hij is de directeur van het Centre for Popular Economics, dat pleit voor ‘economie gericht op mensen, niet op winsten’. Het is een non-profitcollectief van politieke economen die ‘economie van haar mystiek willen ontdoen en die bruikbare economische instrumenten ontwikkelen voor mensen die vechten voor sociale en economische rechtvaardigheid’. 

    In zijn artikel ‘Black faces in high places’ voor Africa is a Country, roept Perez links in Afrika op de benoeming van Ngozi Okonjo-Iweala met ‘uiterste voorzichtigheid’ te beschouwen. 

    ‘Ngozi Okonjo-Iweala, de voormalige minister van Financiën en Buitenlandse Zaken van Nigeria’, zo begint Perez, ‘was eerder in 2012 in de race om voorzitter van de Wereldbank te worden, maar de voormalige Amerikaanse president Barack Obama koos de Amerikaan Jim Yong Kim voor die functie. Gedurende haar campagne voor de Wereldbank, en later voor de WHO, onderstreepten veel commentatoren het belang van een zwarte Afrikaanse vrouw aan het hoofd van een grote internationale financiële instelling als “een bepalend moment voor Afrika, dat al lang zucht onder de laars van buitenlandse mogendheden en financiële instellingen”.’

    Maar pan-Afrikaans links moet dergelijke ‘identiteitspolitiek’ verwerpen als het louter om de representatie van identiteit gaat, vindt Perez. ‘Want als een zwarte Afrikaanse vrouw hetzelfde neoliberale beleid verdedigt dat de economische ontwikkeling van Afrika heeft belemmerd, dan is dat contraproductief.’

    ‘Samen met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank maakt de WHO deel uit van de “Onheilige Drie-eenheid” van internationale instellingen die het wereldwijde handels- en financiële systeem besturen ten voordele van grote multinationale ondernemingen en hun aandeelhouders en ten koste van ecosystemen en arbeiders wereldwijd’, schrijft Perez. ‘De WHO werd in 1995 opgericht op het hoogtepunt van het neoliberale triomfalisme na de Koude Oorlog. Als permanente organisatie verving de WHO het lossere General Agreement on Tariffs and Trade (GATT). Anders dan GATT kon de WHO gemakkelijker sancties opleggen aan landen die probeerden buitenlandse handel te beperken, door een mechanisme in het leven te roepen dat geschillen tussen staten beslecht. Onder Trump werd dat mechanisme eind vorig jaar overigens gesaboteerd.

    De GATT stond regeringen van Ontwikkelingslanden toe bescheiden vormen van bescherming in te voeren voor hun prille industrie en voor handelsbeperkingen die ontwikkelingsdoeleinden ten goede kwamen. Met de WHO wilden Amerikaanse en Europese regeringen deze mogelijkheden juist afzwakken en de principes van vrijhandel uitbreiden tot diensten en intellectueel eigendom. Een wereldwijde coalitie van arbeiders- en milieugroeperingen verraste de organisatie door met protesten de jaarlijkse bijeenkomst in Seattle in 1999 te verstoren.

    Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken?

    Ondanks de aanprijzing een ‘ontwikkelingsronde’ te zijn, in naam gericht op de behoeften van de armste landen, liep de laatste reeks van wereldwijde handelsbesprekingen spaak toen regeringen uit het Zuiden, onder leiding van India en China, zich verzetten tegen het verder openstellen van hun markten voor Noord-Amerikaans, West-Europees en Japans kapitaal. Ze drongen erop aan dat regeringen in het Noorden hun markten zouden openstellen voor de export van landbouwproducten uit het Zuiden door handelsbarrières te verkleinen en vooral door de enorme subsidies voor hun eigen agro-industrie aan banden te leggen’, aldus Perez. Dat leidt tot de vraag aan wiens kant het nieuwe hoofd van de WHO staat. 

    ‘Levert Okonjo-Iweala een Afrikaans gezicht aan de agenda van het Noorden om vrijhandel uit te breiden en de macht van grote multinationals te versterken? Of juist aan het gevecht van zuidelijke regeringen om internationale handel ondergeschikt te maken aan hun prioriteiten voor hun eigen binnenlandse ontwikkeling? Nigeria heeft een reputatie van protectionisme, dusdanig dat voorstanders van een Afrikaanse continentale vrijhandelszone vrezen dat die er niet komt, en Okonjo-Iweala staat bekend als een orthodoxe econoom met een decennialange carrière bij de Wereldbank. Haar kandidatuur om voorzitter van de Wereldbank te worden, werd gesteund door onder meer The Economist en The Financial Times, die nu niet bepaald bekend staan als vrienden van Afrikaanse arbeiders en boeren.’

    Impopulair besluit

    ‘Het beleid van Okonjo-Iweala in Nigeria leidde tot woede bij links. Velen waren tegen haar eerste grote daad als minister van Financiën. Die betrof afspraken met de Club van Parijs, een groepering van westerse en Japanse crediteuren, om de buitenlandse schuld van Nigeria in 2003 te herstructureren. Ze onderhandelde over een vermindering van de Nigeriaanse schuld van zo’n $ 35 miljard naar $ 17,4 miljard, inclusief een onmiddellijke afbetaling van $ 12,4 miljard. Veel Nigeriaanse progressieven betoogden dat die schuld was ontstaan door corrupte militaire dictaturen, dat geldschieters wisten dat het geld zou worden gestolen en dat de bevolking van Nigeria daarom geen dollar terug zou moeten betalen. De schuld was verfoeilijk en had moeten worden afgewezen. De miljarden aan terugbetalingen hadden ten goede kunnen komen van leraren, verpleegsters en infrastructuur.’

    Ook tijdens haar tweede periode als minister van Financiën haalde Okonjo-Iweala de woede van links op haar hals, aldus Perez. ‘Ze werd in januari 2012 het publieke gezicht van het zeer impopulaire besluit om subsidies op brandstof af te schaffen, hetgeen leidde tot een verdubbeling van de transportprijzen van de ene op de andere dag en tot een scherpe stijging van de kosten voor levensonderhoud. Miljoenen Nigerianen meenden dat de brandstofsubsidie het enige voordeel was dat ze hadden van de enorme olierijkdom van hun land en ze vertrouwden er niet op dat hun politieke leiders geld zouden overhevelen naar sociale uitgaven, zoals ze beloofden. De afschaffing van de subsidies leidde tot een nationale staking en tot protesten van Occupy Nigeria, waaraan cultuurdragers als Seun Kuti, Wole Soyinka en Chinua Achebe deelnamen.’

    Niet veel vertrouwen

    Perez betoogt dat ‘zwart’, ‘Afrikaans’ en ‘vrouw’, niet per se een belofte inhouden. ‘In de decennia sinds het einde van het formele kolonialisme hebben veel Afrikanen op harde wijze geleerd dat leiders die eruitzien zoals zij en klinken zoals zij, weinig verschil maken als ze een beleid voeren dat de meesten van hen schaadt.

    De keuze voor Okonjo-Iweala om de WHO te leiden, doet er alleen toe als dat leiderschap beleidsruimte opent voor ontwikkelingslanden om een industrieel beleid te kunnen voeren. De hoop is dat een WHO-directeur uit het Zuiden meer sympathie zal hebben voor de uitdagingen die het mondiale handelssysteem aan perifere economieën stelt, maar de staat van dienst van Okonjo-Iweala wekt in dit opzicht niet veel vertrouwen.

    Hoewel het ‘herenakkoord’ tussen Amerika en Europa, dat regelt dat het hoofd van het IMF altijd een Europeaan is en het hoofd van de Wereldbank een Amerikaan, niet te rechtvaardigen is, moet pan-Afrikaans links aandringen op een rechtvaardiger mondiale economie, en niet simpelweg op meer ‘zwarte gezichten op hoge posten’.

  • De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    De verborgen lust van de vrouw. Of hoe de clitoris langzaam uit de geschiedenisboeken verdween

    Veel biologie- en anatomieboeken tonen in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal. Waarom speelt het vrouwelijk geslachtsorgaan in de wetenschap zo’n ondergeschikte rol?

    In een snijzaal in het zuiden van Australië waar anatomen sinds eeuwen menselijke lichamen onderzoeken, werkt aan het eind van de jaren negentig een jonge arts. Ze heeft juist haar opleiding tot uroloog aan de universiteit van Melbourne voltooid – als eerste vrouw in een door mannen gedomineerd specialisme.

    Ter voorbereiding op haar examen boog ze zich dagenlang over de boeken, ook om de anatomie van de urinewegen en de geslachtsorganen te leren. Daarbij viel haar iets op wat alle mannen vóór haar blijkbaar was ontgaan: de boeken tonen op vele pagina’s in detail de anatomie van de penis, de bijbehorende zenuwen, bloedvaten en fasces. Maar de afbeeldingen van het vrouwelijk lustorgaan, de clitoris, zijn onvolledig, foutief – en vaak ontbreken ze helemaal.

    Uitgerust met een camera, een scalpel en een pincet wil de jonge vrouw dat nu recht zetten. Ze ontleedt tien vrouwenlijken en fotografeert de structuren van het vrouwelijk geslachtscomplex, vagina en vulva, zenuwen, bloedvaten – en de clitoris. Later schuift ze gezonde vrouwen in een MRI-scan om deze organen ook bij levende mensen te onderzoeken.

    Het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje

    Haar resultaten publiceert ze in het Journal of Urology: het kleine knopje dat vaak als de clitoris wordt afgebeeld, is alleen maar de zichtbare clitoriseikel met voorhuid en kapje. Het geheel strekt zich uit in het bekken, in het meestal ongeveer tien centimeter lange clitorislichaam en twee gewelfde zwellichamen links en rechts, elk steunend op een aan urinebuis en vagina grenzend voorhofzwellichaam.

    In vakkringen wordt ze voor dit werk overladen met prijzen, krantenartikelen bejubelen de jonge vrouw: ‘Haar werk dwingt tot herschrijving van de anatomieboeken en een omslag in het denken in de medische beroepen’, schrijft bijvoorbeeld de BBC.

    Nu, bijna vijfentwintig jaar later, is Helen O’Connell professor Urologie aan de universiteit van Melbourne. Ze zegt: ‘Het is interessant om te zien of er vooruitgang geboekt wordt.’ Want nog altijd gebruiken studentes en studenten anatomie- en chirurgieboeken waarin gedetailleerde afbeeldingen van de clitoris en haar zenuwen ontbreken. Wat de vrouwelijke anatomie betreft, lijkt er sprake van stilstand.

    Hoe is dat te verklaren? Als het om de vrouwelijke geslachtsorganen gaat, begint de verwarring vaak al bij de begrippen: de vagina is alleen de verbinding van de schede-ingang naar de baarmoedermond en niet de uitwendige geslachtsorganen, zoals vaak abusievelijk wordt aangenomen. Het anatomisch correcte begrip daarvoor is vulva – daartoe behoren schaamlippen, venusheuvel en dat kleine deel van de clitoris dat van buiten te zien is.  Het negeren, of het alleen maar afbeelden van het zichtbare deel van het lustorgaan van de vrouw, is in vakboeken tegen beter weten in een traditie.

    Want wat Helen O’Connell in haar studie vond, bevestigt kennis die twee eeuwen oud is: al in het jaar 1844 onderzocht de Duitse anatoom Georg Ludwig Kobelt de vrouwelijke ‘wellustorganen’, zoals hij ze noemde. Zijn gedetailleerde tekeningen van de clitoris en haar bloed- en zenuwvoorziening gelden tot op heden als een meesterlijke prestatie. Sindsdien is de kennis over de structuren van de clitoris eigenlijk aanwezig. Toen al hadden Kobelts inzichten een revolutie kunnen veroorzaken in de anatomische blik op het vrouwelijk lustorgaan, maar hem overkwam toen hetzelfde als later Helen O’Connell: zijn kennis kwam de snijzaal nauwelijks uit.

    De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld

    Integendeel: in een in het jaar 1901 geactualiseerde editie van de belangrijkste anatomie-atlas, Gray’s Anatomy, verdwijnt zelfs een afbeelding die de clitoris nog in dwarsdoorsnede als een klein puntje voorstelt. Dat documenteerden de sociologen Adele Clarke en Lisa Jean Moore in een uitgebreid onderzoek. De clitoris paste niet in het victoriaanse tijdperk, waarin vrouwen de rol van huisvrouw en moeder kregen toebedeeld. Centraal staan voortplanting en reproductie, de baarmoeder geldt als het belangrijkste seksuele orgaan van de vrouw. De vermeend onbeduidende lust van de vrouw – en daarmee ook de clitoris – zien de medici in die tijd als overbodig, of zelfs als ziekelijk en gevaarlijk. 

    Freud

    Beslissend voor deze zienswijze is de bijdrage van de psychoanalyticus Sigmund Freud: hij onderscheidt in de door hem ontwikkelde theorie van de seksualiteit clitorale en vaginale seksualiteit en postuleert dat alleen de laatste volwassen en gezond is. Voor een succesvolle seksuele ontwikkeling, dus de rijping van kind tot vrouw, was daarom een verschuiving van de erogene zone nodig, weg van de clitoris naar de vagina.

    Zijn hoogtepunt vindt dit denken in de door de Engelse gynaecoloog Isaac Brown ontwikkelde verwijdering van de clitoris, de clitoridectomie. Die geldt als therapie voor als pervers beschouwde zelfbevrediging, voor nymfomanie, voor elke vorm van zogenaamde vrouwelijke ‘hysterie’. 

    Deze therapie speelt in Europa en de VS tegenwoordig geen rol meer. Maar nog altijd geldt de vagina als de vrouwelijke tegenhanger van de penis; de clitoris daarentegen blijft als een oninteressant onderzoeksobject vrijwel geheel verbannen uit voorlichtings- en anatomieboeken. Terwijl wetenschappers en activisten al decennia lang werken aan de rehabilitatie van dit orgaan. Maar de grote anatomie-atlassen die wereldwijd nog steeds door miljoenen studenten gebruikt worden, bereiken tot op heden nog steeds niet het niveau van Georg Ludwig Kobelts tekeningen.

    ‘De geschiedenis van de clitoris is een parabel van de cultuur’ – met die zin eindigt Helen O’Connell het verslag van haar onderzoek. Voor haar is het duidelijk: veel nieuwe edities van de boeken nemen steeds opnieuw de inhoud over van de eerdere uitgaven – zonder kritische toetsing.

    Gouden puntjes

    Dit merkt ook de Zwitserse bioloog Daniel Haag-Wackernagel op wanneer hij met het onderzoek naar het vrouwelijk lustorgaan begint. Voor een voordracht over de lustorganen bij chimpansees doorzocht hij de anatomieboeken op afbeeldingen van de lustorganen van de dieren en ter vergelijking ook die van mensen.

    Mannelijke geslachtsorganen van chimpansees en mensen vindt hij zonder problemen. Maar de speurtocht naar afbeeldingen van de vrouwelijke lustorganen verloopt moeizaam. Pas in de bibliotheek van het anatomisch instituut in Bazel stuit hij op correcte, gedetailleerde afbeeldingen – op het werk van Kobelt uit 1844.

    Sindsdien heeft Daniel Haag-Wackernagel afbeeldingen en modellen van de clitoris verzameld; in zijn boekenkast staan ze tussen dikke anatomieboeken. Intussen heeft hij – in zijn vrije tijd als emeritus professor – op basis daarvan een 3D-model ontwikkeld dat de voor de vrouwelijke lust verantwoordelijke structuren laat zien.

    Onderzoekssubsidies zou hij voor dit werk waarschijnlijk niet gekregen hebben, is zijn overtuiging. De interesse voor dit thema is te gering. Want zelfs een zo nuchtere, descriptief lijkende wetenschap als de anatomie is gevormd door ‘culturele en sociale omstandigheden en machtsstructuren’, zoals Adele Clarke en Lisa Jean Moore in hun onderzoeksverslag schrijven. Beide sociologen zijn het eens met Haag-Wackernagel en O’Connell: het moet als een maatschappelijk fenomeen begrepen worden dat de vrouwelijke geslachtsorganen in de anatomie met zoveel minachting behandeld worden. 

    Als je aan Helen O’Connell vraagt of medici en leken genoeg weten over de vrouwelijke geslachtsorganen, lacht de uroloog. ‘Er is nog enorm veel te onderzoeken,’ zegt ze.  Daniel Haag-Wackernagel haalt bij wijze van antwoord nog een model uit de boekenkast achter hem. Daarop zijn kleine gouden puntjes getekend – nauwelijks onderzochte kleine sensoren die in de huid van de clitoriseikel en –voorhuid, en ook in de kleine schaamlippen zitten. Bij vibratie of aanraking geven ze lustsignalen door aan de hersenen.

    De lijst van structuren in de genitale zone van de vrouw waarover opvallend weinig bekend is, laat zich waarschijnlijk moeiteloos uitbreiden – vaak in verband met een maatschappelijk debat, zoals bijvoorbeeld over het beroemde G-plekje.

    ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor’

    Helen O’Connell onderzocht het vaginale weefsel in 2017 op het bestaan van zo’n plek en vond geen aanwijzingen voor het bestaan ervan. Een ander voorbeeld is de strijd over de vraag of het door Freud gepostuleerde vaginaal orgasme uiteindelijk toch slechts een mythe is – en de clitoris het enige lustorgaan dat een orgasme kan oproepen.

    Vaak gaat het in het wetenschappelijk debat daarover om anatomische structuren bij de vrouw die analoog zijn aan die van de man: ‘Wij staan als geslachten niet zover van elkaar af,’ zegt Daniel Haag-Wackernagel. ‘Alle als typisch vrouwelijk of typisch mannelijk begrepen structuren komen steeds ook bij het andere geslacht voor.’

    Bij mannen bijvoorbeeld bevindt zich een tegenhanger van de vagina in de prostaat. Die op zijn beurt ook bij vrouwen te vinden is – een opeenhoping van klierweefsel om de urinebuis die in het anatomie-onderwijs vaak niet eens vermeld wordt, hoewel die verantwoordelijk is voor de vrouwelijke ejaculatie. Bij sommige vrouwen scheiden deze klieren bij het orgasme een melkachtige vloeistof af. Die secretie bevat – net als de mannelijke pendant – specifieke prostaatantigenen.

    Dat, zegt Haag-Wackernagel, wisten onderzoekers eigenlijk al sinds de oudheid. Toch zijn de details van de vrouwelijke ejaculatie tot op heden nauwelijks onderzocht.

    Als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse

    Met moderne methoden zou het goed mogelijk zijn deze hiaten in het onderzoek op te vullen. ‘Met MRI en ultrasone apparatuur kunnen we inmiddels de anatomie bestuderen bij levende proefpersonen,’ zegt Helen O’Connell. Maar de blinde vlek blijft. En dat heeft gevolgen. ‘Anatomie is een basiswetenschap voor veel andere medische disciplines,’ zegt ze.

    Disciplines waarin deze basiskennis dan ontbreekt. Zoals chirurgie. Veel zenuwen in het vrouwelijk onderlijf kunnen bij operaties beschadigd raken – bijvoorbeeld bij ingrepen aan de urinebuis, de bekkenbodem of de baarmoeder. ‘In het bekken ligt alles heel dicht bij elkaar,’ zegt Ricarda Bauer, uroloog aan de universiteitskliniek in München. Maar als het chirurgen ontbreekt aan precieze kennis van het verloop van de zenuwen in de vrouwelijke genitaliën, werken ze mogelijk in het ongewisse. Zenuwen die bij operaties beschadigd of doorgesneden zijn, kunnen er dan in het ergste geval toe leiden dat een vrouw geen opwinding meer voelt of geen orgasme meer kan krijgen.

    Inderdaad werden seksuele stoornissen na operaties bij vrouwen lange tijd als bijkomende schade voor lief genomen, zegt Ricarda Bauer. ‘En anders dan bij de man, bij wie na een ingreep standaard naar erectiestoornissen wordt geïnformeerd, vragen veel collega’s na een operatie bij vrouwen nog altijd niet naar het seksueel functioneren.’ 

    Anticensuur

    Maar de chirurgen zijn niet de enigen met gebrekkige kennis. Er zijn opvallend veel gynaecologen, psychologen en seksuele therapeuten die de workshop over de anatomie van de vrouwelijke lustorganen van Daniel Haag-Wackernagel bezoeken. Velen van hen behandelen stoornissen in de opwinding en de lustbeleving van vrouwen zonder genoeg geleerd te hebben over de daarvoor verantwoordelijke organen. En het grote aantal vrouwen dat zulke klachten heeft – vermoedelijk de helft van de vrouwen – doet vermoeden dat er niet altijd een psychologische, maar soms ook een tot op heden onbekende lichamelijke oorzaak achter kan zitten.

    En afgezien van operatie- en spreekkamers ontbreekt het in het bijzonder ook jonge mensen aan kennis over hun eigen lichaam en dat van hun seksuele partners. Want details over de geslachtsorganen van de vrouw die ontbreken in de vakliteratuur, duiken ook in de biologie- en voorlichtingsboeken niet meer op. Het ontbreekt leraren aan geschikt lesmateriaal, zegt Haag-Wackernagel. In de les seksuele voorlichting gaat het dan over de penis, de vagina en de baarmoeder, maar niet over de clitoris, en daarmee ook niet over de vrouwelijke lust. Dat blijft een taboethema – en het onderzoek laat dat liever onaangetast. ‘Er moet een grote verandering komen,’ zegt Helen O’Connell.  

    Anticensuur

    Een soort anticensuur in de literatuur, zoals Daniel Haag-Wackernagel die verlangt, zou een begin kunnen zijn: geen leerboeken meer zonder een verantwoorde afbeelding van de clitoris. In elk geval neemt de kwaliteit van de afbeeldingen in de grote anatomiewerken na al die jaren weer toe, volgens de Zwitserse bioloog. En ook in kunst en cultuur komt het orgaan steeds vaker voor. Op het internet zijn bakvormpjes en bedeltjes in de vorm van de vagina te vinden. ‘Na 2000 jaar dominantie van het fallussymbool,’ zegt Haag-Wackernagel, ‘is het hoog tijd om de clitoris bekender te maken.’   

    De clitoris in de modere anatomie

    b386e01a7c96b03a58d3f9399f27b8101ee95180

    1. eierstokken (ovaria)
    2. eileider (tuba uterina)
    3. baarmoeder (uterus)
    4. endeldarm (rectum)
    5. blaas (vesica urinaria)
    6. schede (vagina)
    7. urineleider (ureter)
    8 schaambeen (symphysis pubica)
    9. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    10. Buitenste schaamlippen (labiamajora pudendi)

    Een dwarsdoorsnede van het bekken van de vrouw uit een hedendaagse anatomie-atlas. Van links naar rechts zijn te zien: de ruggengraat met de wervels, de aangesneden darmlussen met de overgang naar het rectum, de vagina met de verbinding naar de dikwandige baarmoeder en de erboven liggende eileider en de blaas als een groot hol orgaan. Ook nu nog tonen veel leerboeken de clitoris slechts vaag en onvolledig.  In dit voorbeeld is ze afgebeeld als een kleine, liggende L.

    3-D model:  prof. dr. Daniel Haag-Wackernagel en Amos Haag

    2ccb062728c2899348d88b3b181e861ef34a3cad 1

    1. clitoriseikel (glans clitoridis)
    2. RSP infra-corporeal (Residual Spongy Part)
    3. voorhof zwellichaam (bulbus vestibuli)
    4. clitorale zwellichamen (crus clitoridis)
    5. opgaand clitorislichaam (corpus clitoridis pars ascendens)
    6. neergaand clitorislichaam (corpus clitoridis pas descendens)
    7. clitorale hoek (angulus clitoridis)
    8. kobelts adercomplex (pars intermedia)
    9. urinebuis (urethra)
    10. schede (vagina)
    11. schedevoorhof (vestibulum vaginae)
    12. binnenste schaamlippen (nymphe)  (labium minus pudendi)
    13. clitorisvoorhuid (preputium clitoridis)
    14. clitorishoed
    15. clitoristoompje (frenulum clitoridis)
    16. suspensorisch ligament (ligamentum suspensorium clitoridis)

    Het zogenaamde bulbo-clitoraal orgaan 1 t/m 8 is opgebouwd uit verschillende, nauw met elkaar verbonden structuren. Onder het orgaan liggen de urinebuis (9) en de schede (10). De clitoriale zwellichamen (4) alsook het opgaande en neergaande deel van het clitorislichaam (5 en 6) bestaan uit zwellichamen zoals die ook in de penis voorkomen. Die worden bij seksuele opwinding door het opstuwen van bloed eveneens hard: net als bij de man, komt het tot een erectie.

    De sponsachtige lichamen, waartoe de clitoriseikel (1), het RSP (2) en het voorhof zwellichaam (3) behoren, vullen zich gedurende de opwinding ook met bloed, maar blijven zacht omdat daar een vast bindweefselomhulsel ontbreekt. De voorhof zwellichamen zetten bij seksuele opwinding uit en omklemmen de vagina. De enige van buiten zichtbare structuur van het bulbo-clitoraal orgaan is het voorste deel van de clitoriseikel, doorgaans vaak als ‘clitoris’ of ‘kittelaar’ aangeduid. Dat zit als een kapje op het eind van het neergaand clitorislichaam (6).

    Met zijn ongeveer 8000 zenuwuiteinden is het de centrale structuur voor de vrouwelijke opwinding. Bij het orgasme persen de spieren van de clitorale zwellichamen (4) en het voorhof zwellichaam (3) ritmisch bloed via het zogeheten Kobelts adercomplex (8) in het clitorislichaam (5-7) en de clitoriseikel (1). 

    Een soortgelijk effect veroorzaakt het stoten met de penis bij het geslachtsverkeer: ze drukken het voorhof zwellichaam (3) en de clitorale zwellichamen (4) samen en stimuleren via de verhoogde druk de talrijke aanwezige ‘lustreceptoren’. Dit neemt de vrouw waar als seksuele opwinding.

    Hoe het vrouwelijk lustorgaan uit het standaardwerk verdwijnt

    Schermafbeelding 2021 02 12 om 12.03.25

    Vroeg meesterwerk

    ‘De mannelijke en vrouwelijke lustorganen van de mens en enkele zoogdieren in anatomisch en fysiologisch opzicht’: zo luidt de uitvoerige titel van het onderzoek dat de anatomieprofessor Georg Ludwig Kobelt al in 1844 publiceerde.

    De hier afgebeelde tekeningen van Kobelt laten de zwellichamen van de clitoris zien in zij-aanzicht, ingebed in het bek (boven), en frontaal (onder), alsook een op het eerste gezicht aan de penis herinnerende, tot dan toe unieke, zeer gedetailleerde vergroting met bloedvaten en zenuwen.

    De clitoris in Gray’s Anatomy

    In de uitgave van de in 1858 voor het eerst verschenen anatomie-atlas, genoemd naar de uitgever, de anatoom Henry Gray, geïllustreerd door Henry Vandyke Carter, komt de afbeelding van de clitoris in de dwarsdoorsnede van het vrouwelijk bekken in hoge mate overeen met wat Georg Ludwig Kobelt vier decennia daarvoor had ontdekt: de van buiten zichtbare clitoriseikel en de verborgen liggende clitorislichamen zijn ingetekend, het clitoris zwellichaam is tenminste aangeduid.

    514a5bb069fdcd97c1551d0eab1fe904193fabc5 1

    1901:  Een klein knopje

    Vagina en uterus blijven, het lustorgaan krimpt: aan het begin van de twintigste eeuw is in het standaardwerk van de anatomie van de oorspronkelijke afbeelding van de clitoris in dwarsdoorsnede nog slechts een kleine welving aan de voorkant overgebleven. Die komt ongeveer overeen met het deel van het orgaan dat van buiten zichtbaar is. De anatomisch correcte grootte en vorm van de clitoris zijn niet meer te zien.

    c208c7ff544442ebb6719416a37a8aa41a1b9bb2 1

    1913:  Geen spoor meer

    Zelfs het kleine, als clitoris aangeduide bultje uit de vorige uitgave is verdwenen. In deze uitgave van de anatomie-atlas ontbreekt in de betreffende afbeelding elke verwijzing naar het vrouwelijk lustorgaan. Ter vergelijking: in deze uitgave van Gray’s Anatomy treffen medische studenten en artsen nog steeds wel uitvoerige afbeeldingen van de penis aan.

  • Start-ups van vrouwen krijgen minder snel geld

    Start-ups van vrouwen krijgen minder snel geld

    Afrika heeft het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld, maar slechts 2 procent van het durfkapitaal gaat naar vrouwen. En dat geldt voor de VS ook. Terwijl vrouwen betere investeringen doen in de gemeenschap.

    Als Tokunboh Ishmael door de straten van Lagos, de economische hoofdstad van Nigeria, liep, zag ze overal waar ze keek vrouwen zaken doen. Ze dreven kraampjes waar ze donuts frituurden of vleesspiesjes roosterden. Ze toverden achter naaimachines eigen ontwerpen tevoorschijn en liepen door de beruchte Nigeriaanse verkeersopstoppingen, waar ze de gefrustreerde automobilisten luchtverfrissers of opblaasbare zwembadspeeltjes verkochten. Maar binnen, in de glanzende, airconditioned kantoren waarin zij als bankmedewerker en later als vermogensbeheerder werkte, zag ze een heel ander beeld.

    ANP 410187688 1
    Met zelfgemaakte mondkapjes op de markt in Lagos Nigeria, waar de regels versoepeld werden en het aantal besmettingen steeg. – © AP Photo/Sunday Alamba

    Afrika mag dan het hoogste aantal vrouwelijke ondernemers ter wereld hebben, er bestaat op het continent een investeringskloof van zo’n 42 miljard tussen mannelijke en vrouwelijke ondernemers, volgens cijfers van de African Development Bank. Zo ontvingen Afrikaanse startups in 2018 zo’n 725 miljoen dollar aan kapitaal van durfinvesteerders. Daarvan ging maar 2 procent naar ondernemingen van vrouwen. 

    Van en voor vrouwen

    Ishmael maakt deel uit van een groeiende groep vrouwelijke investeerders in Afrika die hierin verandering probeert te brengen door welbewust te investeren in bedrijven van en voor vrouwen. Ze is directeur van vermogensbeheerder Alitheia Capital en richtte in 2016 het Alitheia Identity Fund op, dat tot doel heeft die verandering te bewerkstelligen. Tot nu toe heeft het fonds zo’n 70 miljoen dollar binnengehaald.

    Dat is in moreel opzicht belangrijk en nodig, zeggen investeerders als Ishmael, omdat vrouwen hiermee toegang krijgen tot de bolwerken waarin de beslissingen worden genomen maar die voor hen altijd gesloten bleven. Maar het is ook gewoon een kwestie van verstandig zakendoen.

    ‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans,’ zegt Ishmael. Ze kende de cijfers: bedrijven van vrouwen groeien sneller, gaan efficiënter met geld om en maken meer winst dan bedrijven van mannen. Meer in het algemeen maakt diversiteit bedrijven creatiever en innovatiever. ‘Ik wil dat Nigeria het beste uit zichzelf haalt, en dat Afrika het beste uit zichzelf haalt, en dat lukt onmogelijk als ze het potentieel van vrouwen niet ten volle benutten.’

    Het probleem bestaat niet alleen in Afrika. In de Verenigde Staten gaat zo’n 2 procent van de financieringen door durfinvesteerders naar vrouwelijke startup-teams. In het Verenigd Koninkrijk zweeft dat getal rond de 1 procent. En het probleem speelt nog meer bij vrouwen van kleur: in de VS krijgen zwarte vrouwelijke starters maar 6 van elke miljoen geïnvesteerde dollars.

    Het probleem is volgens deskundigen dat vrouwen op geen enkel niveau toegang hebben tot investeringskapitaal, vermogensbeheer of zelfs meer traditionele vormen van lenen en investeren zoals bankleningen.

    Hordes

    ‘Financiering is geen genderneutraal terrein,’ zegt Sharon McPherson, die 
    al jaren in Afrikaanse bedrijven investeert en aan de businessschool van de universiteit van Kaapstad doceert. ‘Vrouwelijke investeerders en vrouwen met bedrijven die investeerders zoeken, begeven zich op een terrein dat nooit voor hen bedoeld was. Ze zwemmen tegen de stroom in, terwijl mannen met de stroom mee drijven.’

    Vrouwen moeten allerlei hordes nemen om in die wereld mee te kunnen doen, zegt ze. Op microniveau bekeken heeft maar 37 procent van de Afrikaanse vrouwen een bankrekening, vergeleken met 48 procent van de mannen, en die kloof wordt steeds groter, zelfs nu vrouwen meer toegang tot financiering krijgen. Vrouwen zien er vaak van af om geld te lenen, niet alleen omdat ze worden ontmoedigd door degenen die het geld uitlenen, maar ook doordat het hun ontbreekt aan financiële kennis.

    Kijk je naar het niveau van startups die financiering zoeken en gevestigde bedrijven die privaat kapitaal zoeken, dan zie je dat het vrouwen nog steeds moeite kost om serieus genomen te worden met hun ideeën, als gevolg van bewuste en onbewuste sekse-vooroordelen. Zo bleek bij een Harvard onderzoek in 2014 dat een pitchvoorstel gepresenteerd door een vrouwenstem minder kans maakte bij mogelijke investeerders dan een voorstel gepresenteerd door een mannenstem – ook al was de inhoud hetzelfde.

    ‘Wij opereren in een gebied waar geld onbenut bleef en we zagen een kans’

    Uit een ander onderzoek, in 2017, bleek dat vrouwelijke oprichters veel vaker ‘preventieve’ vragen over hun onderneming kregen, dat wil zeggen vragen over hun verlieskansen. Mannen kregen daarentegen meer ‘promotie’-vragen, over de ‘sterke kanten en winstmogelijkheden’ van hun onderneming, een type vragen dat gemiddeld zes keer zoveel aan investeringen opleverde.

    Veel investeerders komen ook uit door mannen beheerste sectoren als technologie, mijnbouw en landbouw en zijn meer geneigd om daarin te investeren dan in ondernemingen voor producten of diensten gericht op vrouwen, zoals zwangerschapszorg, menstruatieproducten of make-up. En het netwerken dat nodig is om uiteindelijk zo’n deal te krijgen speelt zich nog steeds af in informele omgevingen waar vrouwen niet bij kunnen zijn of niet voor worden uitgenodigd, zoals golfwedstrijden en borrels na het werk.

    Barrières

    ‘Vrouwen stuiten op onzichtbare barrières die mannen niet zien of waar mannen geen last van hebben,’ zegt ontwikkelingseconoom Nthabiseng Moleko, vicevoorzitter van de Commission for Gender Equality in Zuid-Afrika.

    Daar kunnen investeringsfondsen als Alitheia IDF van Ishmael een rol spelen, door te zorgen dat geld welbewust naar bedrijven van en voor vrouwen gaat. In Ghana heeft Alitheia geïnvesteerd in Innovative Microfinance, een bedrijf dat kleine leningen verstrekt aan mensen op het Ghanese platteland die geen bankrekening hebben, voornamelijk vrouwen met een klein bedrijf zoals een marktkraam. 

    En in Nigeria financierde Alitheia een door vrouwen gerunde tomatenpastafabriek, Tomato Jos. Zo’n 30 procent van de tomatenproducenten die aan het bedrijf leveren zijn nu vrouwen, volgens oprichter Mira Metha, en het bedrijf probeert dat getal omhoog te krijgen, onder andere omdat vrouwen meer zekerheid blijken te bieden.

    ‘Wij zien dat onze vrouwelijke landbouwers met hun winst grotere 
    investeringen doen in hun gemeenschap’ dan de mannen, vertelt ze. Zo gebruiken ze hun geld bijvoorbeeld voor onderwijs aan kinderen en voor medische zorg. En wat betreft het verbouwen zelf zegt Metha dat de vrouwen met wie haar bedrijf werkt altijd de beste oogsten hebben: ‘Ze doen het gewoon elke keer weer beter dan de mannen.’ 

  • Jongens van porselein en meisjes van staal

    Jongens van porselein en meisjes van staal

    Voorstanders van gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes hameren erop dat hun hersenen fundamenteel anders in elkaar zitten. Dergelijke overtuigingen versterken niet alleen verraderlijke genderstereotypen, maar ook raciale.

    Op een heldere herfstochtend in 2017 begaven de ervaren biologieleraar Mary Bozenmayer en haar collega’s zich naar de kantine van hun middelbare school in New Jersey voor een professionele ‘ontwikkelingssessie’, die de hele dag zou duren. De spreker betrad het podium, glimlachte opgewekt en legde uit dat hij er was om hen te vertellen hoe verschillend jongens en meisjes denken.

    Bozenmayer was sceptisch. Door haar biologieopleiding wist ze dat de meeste theorieën over seksegerelateerde hersenverschillen al lang geleden waren ontkracht. Toch probeerde ze open te staan voor het verhaal van de trainer, die werkzaam was voor een organisatie genaamd het Gurian Institute, en die de leraren vertelde dat meisjes het beste leren door rustig te zitten en aanwijzingen op te volgen, terwijl jongens competitie en fysieke activiteit nodig hebben om moeilijke concepten onder de knie te krijgen. ‘Mannen kunnen trivia (zoals sportstatistieken) beter opslaan dan vrouwen, en voor een langere periode’, stond op een van de kaarten die hij liet zien. Op een andere stond: ‘Jongens hebben meer tijd nodig om emoties te verwerken dan meisjes, waardoor ze over het algemeen emotioneel kwetsbaarder zijn.’ Moderne klaslokalen, zei de trainer, spelen in op de leerstijl van meisjes – met als gevolg, concludeerde hij, dat meisjes op school slagen terwijl jongens gevaarlijk achterop raken.

    ‘De opkomende wetenschap van man-vrouwverschillen’

    Dat ging Bozenmayer te ver. Ze stak haar hand op en vroeg:  ‘Als jongens het zo moeilijk hebben, waarom zien we dan nog steeds dat vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in het Congres, en in Fortune 500-bedrijven?’ De trainer reageerde door zijn punten te herhalen. ‘Ik voelde mijn bloeddruk stijgen,’ herinnert Bozenmayer zich. ‘Ik had zoiets van: dit is gewoon te scheef.’ Maar toen ze de ruimte rondkeek, zag ze veel van haar mannelijke en vrouwelijke collega’s instemmend knikken, ijverig de kaarten doornemen en aantekeningen maken.

    Het idee dat jongens en meisjes aangeboren kenmerken hebben waardoor ze anders leren, is het afgelopen decennium in een stroomversnelling geraakt. Het Gurian Institute zegt dat het 60.000 leraren heeft opgeleid in 2000 schooldistricten – voor een bedrag van maar liefst 10.000 dollar per sessie. Een andere prominente pleitbezorger van naar geslacht gedifferentieerd onderwijs, psycholoog Leonard Sax, biedt een populaire tweedaagse workshop aan voor scholen over ‘de opkomende wetenschap van man-vrouwverschillen’. Op de Boy Brains & Engagement-conferentie scoren honderden leraren onderwijscredits door te luisteren naar uitleg over de leerstijlen van jongens en meisjes. ‘Wetenschappers hebben ongeveer 100 typische geslachtsverschillen in de hersenen ontdekt,’ aldus de brochure.

    Schermafbeelding 2020 11 24 om 16.24.17
    Jongens op een Amerikaanse school met seksegedifferentieerd onderwijs hebben een time-out, zodat ze even wat energie kwijt kunnen. © Getty

    De ideeën vonden ook aansluiting bij beleidsmakers. De in 2002 door president George W. Bush ondertekende No Child Left Behind-wet moedigt aparte klaslokalen voor jongens en meisjes aan. Hoewel de regering-Obama zich tegen dat idee heeft verzet, hebben wetgevers op staatsniveau de zaak opgepakt: de gouverneur van Florida, Rick Scott, heeft in 2014 een wet ondertekend die ‘genderspecifieke klaslokalen’ toestaat; Californië heeft in 2017 een soortgelijke wet aangenomen. Het aantal openbare seksespecifieke scholen is de afgelopen twee decennia explosief gestegen, van een handvol begin 2000 tot een paar honderd vandaag.

    Achter de beweging die scholen ‘gendervriendelijker’ wil maken, schuilt de angst dat ons onderwijssysteem vooral jongens achterstelt. Een reeks bestsellers over hoe jongens worstelen met leren liet duidelijk zien dat ze achterblijven op het gebied van cijfers, toetsscores en afstudeerpercentages. ‘Het bewijs dat jongens achterop raken stapelt zich op,’ schreef de New York Times-columnist David Brooks in 2012. ‘Dit is een uitgemaakte zaak.’ In een opinieartikel uit 2015 in The Washington Post, getiteld ‘Waarom scholen onze jongens in de steek laten’, schreef een ouder (een moeder): ‘Het gebrek aan beweging en de rigide beperkingen in het moderne onderwijs doden de ziel van mijn zoon.’ Sommige schrijvers zien de zogenaamde jongenscrisis als een gevolg van het feminisme. In een National Review-artikel uit 2017 getiteld ‘De vervrouwelijking van alles gaat ten koste van onze jongens’, beschuldigt conservatief expert David French ‘de gefeminiseerde school, compleet met zijn zerotolerancebeleid, dodelijke angst voor alles wat ook maar enigszins martiaal is, en de niet-aflatende nadruk op medeleven en zorg in plaats van verkenning en avontuur (tenzij de avonturier een vrouw is).’

    De stereotypen van meisjes als van nature ijverige huiswerkmakers en jongens als verkeerd begrepen rebellen bieden een handig kader om de matige schoolprestaties van sommige jongens te verklaren. Maar er is één probleem: overweldigend bewijs toont aan dat onze culturele verwachtingen van gender een minstens even grote rol spelen als de zogenaamd kernachtige verschillen in de leerstijlen van jongens en meisjes. Hoewel sommige studies van een paar jaar geleden lieten zien dat meisjes het wat leren betreft beter doen dan jongens, suggereert recenter onderzoek dat deze bevindingen verre van universeel zijn: de genderkloof in schoolprestaties varieert enorm per afkomst, klasse en geografische locatie.

    ‘Het gebrek aan beweging en de rigide beperkingen in het moderne onderwijs doden de ziel van mijn zoon’ 

    En zelfs als meisjes een voorsprong hebben op school, is de oorzaak misschien niet biologisch: toonaangevend hersenonderzoek trekt het idee van consistente en significante hersenverschillen tussen meisjes en jongens in twijfel, en onderwijsonderzoekers hebben ontdekt dat seksegedifferentieerd onderwijs geen studievooruitgang garandeert. Integendeel, onze vooroordelen over hoe meisjes en jongens leren en zich gedragen, beïnvloeden juist hun schoolervaringen en versterken genderstereotypen. En het meest verontrustende is dat neurologisch onderzoek erop wijst dat deze stereotypen de hersenen van de leerlingen misschien zelfs vórmen.

    Bescheiden overwinning

    Bozenmayer deelde haar zorgen over de koers van haar school met het schoolhoofd en zijn superieuren. Toen ze geen actie ondernamen, nam ze contact op met Galen Sherwin, een senior advocaat bij de American Civil Liberties Union (ACLU), die leiding geeft aan de ‘Teach Kids, Not Stereotypes’-campagne. De ACLU betoogt dat het scheiden van jongens en meisjes op school bijna altijd oneerlijk is – en in veel gevallen kan het illegaal zijn volgens Title IX, de federale wet die discriminatie op grond van geslacht in het onderwijs verbiedt. Tot dusver heeft de ACLU seksegescheiden onderwijs in vijftien staten betwist, wat heeft geleid tot de sluiting van 36 programma’s. Nadat de ACLU in 2018 contact had opgenomen met het kantoor van de procureur-generaal van New Jersey voor burgerrechten, stopte het district van Bozenmayer met de trainingen.

    Sherwin noemt het een bescheiden overwinning.

    Maar nieuwe openbare single-sex-scholen blijven opduiken, meestal in arme gemeenschappen van kleur, waar ze volgens haar niet alleen verraderlijke genderstereotypen versterken, maar ook raciale. Uit een Education Week-rapport uit 2017 bleek dat openbare single-sex-scholen bestaan ​​uit een onevenredig groot aantal leerlingen van kleur – ongeveer 90 procent, vergeleken met ongeveer 50 procent door het hele land. Meer dan driekwart van de leerlingen op single-sex-scholen komt daarbij uit arme gezinnen, tegen ongeveer de helft in het hele land.

    Voor leraren die worstelen met discipline, overvolle klaslokalen en ondergefinancierde scholen, kan het argument voor leerverschillen tussen jongens en meisjes overtuigend zijn. Zoals Rebecca Bigler, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Texas, Austin, die onderzoek doet naar de genderrolontwikkeling bij kinderen, opmerkt: ‘Het biedt een eenvoudige oplossing voor een in werkelijkheid complex probleem.’

    The Wonder of Boys

    Deze manier van leren is natuurlijk niet nieuw. Het werd ooit als ongepast beschouwd dat meisjes en jongens samen zouden leren. Toen ik in de jaren negentig naar een middelbare meisjesschool ging, was de heersende gedachte dat jongens de klasgesprekken domineerden en meisjes zich niet van hun slimme kant durfden te laten zien. Maar de overheersende onderwijsfilosofie voor jongens en meisjes die in deze eeuw is ontstaan, is minder gericht op het vergroten van de macht van meisjes dan op het redden van jongens.

    In 2006 publiceerde auteur en zelfbenoemd ‘sociaal filosoof’ Michael Gurian The Wonder of Boys, waarin hij betoogt dat de mannelijke hersenstructuur, samen met de ontbinding van traditionele maatschappelijke structuren, jongens vatbaar heeft gemaakt voor ‘bende-activiteiten, seksueel wangedrag en misdaad’. Critici prezen het boek als het mannelijke antwoord op Reviving Ophelia van Mary Pipher, de bestseller uit 1994 over worstelende tienermeisjes. Van The Wonder of Boys zijn meer dan 400.000 exemplaren verkocht en het is vertaald in 17 talen. Op zijn site beweert Gurian het Congres over zijn werk te hebben ‘ingelicht’. In 1996 richtte hij het Gurian Institute op, dat schooldistricten helpt om aparte klaslokalen voor mannen en vrouwen in te richten en sommige ertoe heeft overgehaald om seksegescheiden scholen op te richten.

    Gurian, die geen certificaten heeft in onderwijs, psychologie of neurowetenschappen, heeft zijn ‘op de natuur gebaseerde theorie’ over gender in meer dan twee dozijn boeken uitgewerkt. In The Minds of Boys: Saving Our Sons From Falling Behind in School and Life trekt Gurian van leer tegen een onderwijssysteem dat is afgestemd op volgzame, goed opgevoede meisjes, maar dat onstuimige, competitieve jongens achterstelt en buitensluit. ‘Ouders die hun zonen naar hun eerste dag op de kleuterschool brengen, zullen in toenemende mate merken dat ten minste een van hun jongens uiteindelijk een onderwijscrisis krijgt te doorstaan,’ schrijft hij.

    Om dit tegen te gaan, zegt Gurian, moeten we klaslokalen en onderwijsstrategieën speciaal voor jongens inrichten. Dit zou moeten beginnen op de kleuterschool, waar leraren in plaats van geweld te verbieden ‘agressiezorg’ moeten onderwijzen, zodat jongens elkaar kunnen slaan en schoppen in plaats van woorden te gebruiken. ‘Gezien de hormonale en neurale samenstelling van mannen,’ schrijft hij, ‘geldt voor jongens (en mannen) vaak dat agressieve gebaren net zo vormend zijn als woorden, en voor net zo veel binding zorgen als een knuffel.’ (Sax, de eerdergenoemde psycholoog, beaamt deze ideeën en raadt slaan aan als straf voor jongens, maar niet voor meisjes.) Gurian stelt een reeks strategieën voor waarvan hij beweert dat ze het leren van jongens op alle niveaus zullen verbeteren: leraren mogen jongens niet in de ogen kijken – het mannelijke brein raakt gefrustreerd door direct oogcontact. Het licht moet altijd fel blijven, want bij weinig licht kunnen jongens ‘zich gaan misdragen’. Om jongens tot lezen te verleiden stelt hij voor om ze handleidingen, businessboeken en strips aan te bieden in plaats van To Kill a Mockingbird of Romeo en Julia.

    Gurian stelt dat jongens zeer geschikt zijn voor het soort lessen dat ze een paar eeuwen geleden zouden hebben gekregen: jagen, boer worden of een vak leren bij een ervaren ambachtsman. Hij geeft de Industriële Revolutie de schuld van de ondergang van dat type onderwijs. Amerikaanse scholen, zegt hij, zijn ontwikkeld om leerlingen op te leiden voor fabriekswerk. Gurian, die ook romanschrijver is, verwerpt de moderne nadruk op lezen en verbale taken, waar meisjes, zo beweert hij, van nature beter in zijn. ‘Omdat jongenshersenen van nature niet geschikt zijn voor klaslokalen die de nadruk leggen op lezen, schrijven en complexe woordvorming, ontstaan in elke cultuur die sterk afhankelijk is van die vaardigheden problemen bij de jongens.’ Bovendien, zegt hij, zijn jongens van nature minder veerkrachtig dan meisjes – dus een slecht cijfer kan hun kwetsbare ego’s beschadigen. ‘Het mannelijke lerende brein is meer van porselein dan het vrouwelijke; het vrouwelijk lerende brein is meer van staal.’

    Geslachtsmozaïek

    Meer dan tien jaar geleden merkte Lise Eliot op dat ouders vaak verwezen naar zogenaamd aangeboren verschillen in hoe jongens en meisjes denken. Dat klonk aannemelijk, vond Eliot, een neurowetenschapper aan de Rosalind Franklin University in Chicago die de plasticiteit van de hersenen bestudeert – het vermogen van onze geest om zich te ontwikkelen en aan te passen. Dus besloot ze er een onderzoeksproject van te maken, waarbij ze een schat aan gegevens vergaarde uit brain imaging-onderzoek van kinderen en volwassenen.

    ‘Het mannelijke lerende brein is meer van porselein dan het vrouwelijke; het vrouwelijk lerende brein is meer van staal’

    Eliot verwachtte consistente verschillen te zien in de structuren van mannelijke en vrouwelijke hersenen, dus ze was perplex toen de beelden iets heel anders onthulden. Sommige kenmerken kwamen inderdaad vaker voor in de hersenen van één geslacht. Bij vrouwen is de buitenste laag van de hersenen, die bekendstaat als de hersenschors, bijvoorbeeld dikker; de hippocampus, een regio die geassocieerd wordt met het geheugen, is bij mannen verhoudingsgewijs vaak groter dan bij vrouwen. Toch ontdekte ze dat individuele hersenen een mix van eigenschappen bevatten die als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’ worden beschouwd. In feite vond ze slechts één consistent verschil tussen mannelijke en vrouwelijke hersenen dat voor alle leeftijden gold: mannelijke hersenen zijn ongeveer 11 procent groter dan vrouwelijke hersenen. Maar dat leek niet echt veelzeggend, aangezien alle mannelijke organen iets groter zijn, wat in verhouding staat tot de grotere lichaamsomvang van mannen.

    Toen Eliot en haar collega’s naar beelden en studies van de hersenen van kinderen keken, zagen ze nog minder consistente verschillen tussen mannen en vrouwen. ‘Ik stond versteld,’ herinnert ze zich. ‘Mensen beweren dat als we ons anders gedragen, er ook iets anders moet zijn aan de hersenen. Maar dat is aan de grote hersengebieden of zenuwbanen zeker niet te zien.’ Daphna Joel, hoogleraar psychologie en neurowetenschappen aan de universiteit van Tel Aviv, beschrijft het algehele effect als een ‘geslachtsmozaïek’ – elk brein heeft een ‘specifieke configuratie’ van ‘mannelijke’ en ‘vrouwelijke’ kenmerken.

    Toen Eliot zich begon te verdiepen in psychologische onderzoeken viel haar iets soortgelijks op. Over het algemeen waren verschillen in gedrag op basis van geslacht bij zowel kinderen als volwassenen statistisch klein. Bij zeer jonge kinderen bestonden ze vrijwel niet, terwijl ze bij tieners en volwassenen iets aanweziger waren: meisjes hadden de neiging om iets op jongens voor te lopen in hun verbale taken, en jongens werden over het algemeen iets beter in ruimtelijke en wiskundige problemen. Tussen de vroege kinderjaren en het einde van de adolescentie ontdekten onderzoekers van de Emory-universiteit dat de voorsprong van jongens op meisjes bij ruimtelijke taken verdrievoudigde, van ‘klein’ tot ‘gemiddeld’. Er is een statistisch significante genderkloof te zien bij leestoetsen die aan Amerikaanse leerlingen worden gegeven, waarbij meisjes hoger scoren, vooral op de middelbare school. Maar zoals een rapport van de Brookings Institution opmerkt, is deze kloof kleiner geworden en kleiner dan de kloof tussen witte en zwarte leerlingen, tussen leerlingen in de stad en leerlingen uit voorsteden, en tussen leerlingen met verschillende sociaaleconomische achtergronden. En deze genderkloof verdwijnt op volwassen leeftijd.

    Eliot wist vanuit haar vakgebied dat het menselijk brein uitzonderlijk goed is in zich aanpassen en veranderen als reactie op prikkels van buitenaf. Dat bracht haar ertoe te onderzoeken of we onbedoeld de hersenen van onze kinderen vormgeven volgens genderstereotypen. Hiervoor zijn goede bewijzen te vinden. Wetenschappers hebben bijvoorbeeld ontdekt dat het gebied van Broca, een hersengebied dat verantwoordelijk is voor verbale verwerking, groter is bij meisjes en vrouwen. Toch is aangetoond dat ouders de taalvaardigheid van hun jonge kinderen kunnen verbeteren door met hen te praten – en dat moeders meer met babymeisjes praten dan met babyjongens, wat de ontwikkeling van deze regio zou kunnen stimuleren. ‘Hoe,’ vraagt Joel zich af in haar recente boek Gender Mosaic: Beyond the Myth of the Male and Female Brain (dat ze samen met Luba Vikhanski schreef), ‘kunnen we dan zien of de superieure verbale vaardigheden van de meisjes inderdaad het gevolg zijn van hun geslacht, of dat ze worden beïnvloed door de genderspecifieke zorg die ze krijgen?’ Ze haalt een onderzoek uit 2014 aan, waarin wetenschappers de hersenactiviteit bij ouders van zuigelingen analyseerden. Bij heteroseksuele koppels waren er consistenties langs geslachtslijnen – de vrouwenpatronen wezen de ene kant op, de mannenpatronen de andere kant. Maar bij homoseksuele paren, waar de opvoedingsrollen minder geslachtsgebonden zijn, vertoonden beide ouders typisch mannelijke én vrouwelijke patronen in de hersenactiviteit. Dit, schrijft Joel, roept een interessante vraag op: ‘Zijn dergelijke verschillen voorgeprogrammeerd in onze biologie, of worden ze gedicteerd door de rollen die vrouwen en mannen in onze samenleving krijgen toebedeeld?’

    De invloed van onze sociale omgeving op de vorming van ons lichaam, beperkt zich niet tot de hersenen. Terwijl Gurian en Sax beweren dat een overvloed aan testosteron ervoor zorgt dat jongens competitief zijn, kan het omgekeerde ook het geval zijn: studies tonen aan dat competitie zelf tijdelijk de testosteronniveaus verhoogt bij zowel jongens als meisjes.

    Essentialistisch denken

    Als ik vrienden en kennissen vertel wat ik heb geleerd over het gebrek aan bewijs voor consistente op geslacht gebaseerde hersenverschillen, krijg ik vaak opmerkingen als: ‘Dat kan onmogelijk waar zijn! Ik heb mijn kinderen en hun vriendjes bestudeerd, en vanaf de peuterleeftijd leggen de meisjes de speelgoedtrucks als baby’s in bed en veranderen de jongens poppen in geweren.’ Dat is misschien zo, zegt Joel tegen mij, maar we weten niet hoeveel hiervan te wijten is aan de manier waarop stereotypen onze kinderen vormen. Als mensen hebben we een opmerkelijk vermogen om onze waarnemingen te filteren op informatie die onze overtuigingen versterkt. We zullen dus eerder de kleine meisjes opmerken die de vrachtwagens vertroetelen, dan degenen die het verschil kunnen zien tussen een shovel en een graafmachine. En zodra we gedrag opmerken dat overeenkomt met onze vooroordelen, hebben we de neiging dit te versterken. ‘Is die vrachtwagen jouw baby?’ vragen we het meisje bijvoorbeeld. ‘Wil je hem een ​​flesje geven?’

    Studies tonen aan dat competitie zelf tijdelijk de testosteronniveaus verhoogt bij zowel jongens als meisjes

    Zulke stereotypen sluipen het klaslokaal binnen. Bigler, de psycholoog, heeft ontdekt dat het simpelweg gebruiken van de termen ‘jongens’ en ‘meisjes’ op school (en elders) de manier kan veranderen waarop kinderen over gender denken. Zelfs de schijnbaar onschadelijke begroeting ‘Goedemorgen, jongens en meisjes!’ bevordert wat psychologen essentialistisch denken noemen – het idee dat mensen in verschillende categorieën ‘op grote, ingrijpende manieren anders zijn’, zegt Bigler. Kinderen worden sterk beïnvloed door de houding van hun ouders en leraren – en, zegt Bigler, volwassenen verwerpen het ‘gendervooroordeel’ van kinderen gewoonlijk als schattig of onschadelijk. Bigler vroeg ooit een klas met basisschoolleerlingen om hun favoriete en minst favoriete klasgenoten te noemen. Veel van de jongens zeiden dat ze niet slechts vijf kinderen konden noemen die ze niet leuk vonden – ze vonden alle meisjes stom. Wanneer Bigler me dit verhaal vertelt, lach ik. ‘Ik vertel deze anekdote al dertig jaar en iedereen lacht,’ zegt Bigler. ‘Maar het is niet grappig. Het probleem is dat als kinderen zulke dingen zeggen, volwassenen er niet tegen ingaan.’

    Deze vicieuze cirkel van stereotypeversterking vindt Eliot kwalijk. ‘Als je wilt dat jongens en meisjes meer hetzelfde denken, moet je ze een vergelijkbaardere opleiding geven,’ vertelt ze. ‘Alles wat we weten over de hersenen ondersteunt dit.’ Het is één ding wanneer ouders de gendervooroordelen van hun kinderen beïnvloeden; het is iets anders wanneer die vooroordelen niet alleen weerspiegeld worden, maar bovendien worden gepromoot op onze openbare scholen.

    Toch is Gurian niet onder de indruk van de groeiende wetenschappelijke consensus omtrent het sekseneutrale brein – hij verzet zich zelfs vaak tegen de wetenschappers die dit hebben aangetoond. Toen Eliot Gurian op Twitter tagde om zijn bewering te bekritiseren dat vrouwelijke hersenen beter uitgerust zijn voor verbale taken, tweette Gurian terug: ‘Je bent net een klimaatontkenner: een wetenschapper die de wetenschap ontkent.’ (‘Laat me de gegevens zien,’ stuurde ze terug, Gurians misleidende argumentatie rechttrekkend. Hij reageerde niet.)

    Grabbelton

    Toen ik contact opnam met Gurian was zijn eerste opmerking: ‘Als je achter Lise Eliots ideeën staat, ben ik niet geïnteresseerd in een gesprek.’ Haar onderzoek staat volgens hem te ver af van het klaslokaal om van belang te zijn voor het onderwijs. Hij beweert dat zijn werk ter bevordering van naar geslacht gedifferentieerd onderwijs en single-sex-scholen is gebaseerd op ‘meer dan 1000 onderzoeken naar mannelijke en vrouwelijke hersenen’. De bronnen die op zijn site worden vermeld, zijn op zijn zachtst gezegd een grabbelton: recentere, peer-reviewed studies worden afgewisseld met tientallen jaren oude artikelen met titels als ‘IJsconsumptie, de neiging tot overmatig eten en persoonlijkheid’ en ‘Vrouwelijke voorkeur voor aantrekkelijke make-up veroorzaakt veranderingen in hun testosteron’, en een boek uit 1999 genaamd Why Men Don’t Iron. (Toen ik contact met hem opnam om toelichting te vragen over zijn bronnen, wilde hij geen commentaar geven.)

    In tegenstelling tot wat Gurian beweert, wezen de experts met wie ik sprak op recent onderzoek waaruit blijkt dat de genderstereotypering van leraren zichzelf kan versterken. In een studie uit 2014 analyseerde Sarah Theule Lubienski, hoogleraar wiskunde aan de Indiana-universiteit, de manier waarop leraren van basisschoolleerlingen gedrag en leercompetentie beoordeelden. Ze ontdekte dat meisjes even goed in wiskunde konden zijn als ze door leraren werden gezien als hardwerkender en gretiger dan jongens. In een volgende studie toonde Lubienski aan dat de verwachting dat meisjes gehoorzaam zijn, hen ervan weerhoudt het gedurfde, creatieve, probleemoplossende denken te ontwikkelen dat vereist is voor wiskunde op een hoger niveau. Dat zou kunnen verklaren waarom meisjes over het algemeen gelijke tred houden met jongens bij gestandaardiseerde wiskundetoetsen, ook al zijn er onder de toppresteerders onevenredig veel jongens. ‘We leren meisjes om een goede leerling te zijn,’ zegt Lubienski. ‘In plaats daarvan zouden we hen moeten helpen strategieën te ontwikkelen om onbekende problemen op te lossen. Laten we leerlingen belonen als ze moedig zijn in hun denken.’

    Onderzoek toont aan dat single-sex-scholing de beweringen van Gurian niet waarmaakt. In 2010 onderzochten Bigler en een team van onderzoekers van de Universiteit van Texas een openbare middelbare school voor meisjes in het zuidwesten. Op papier was de school een lichtend voorbeeld van het succes van gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes: de leerlingenpopulatie was divers en de toetsscores waren hoog. Maar toen de onderzoekers dieper in de gegevens doken, ontdekten ze dat de meisjes die werden toegelaten via een zogenaamd willekeurige loting al beter presteerden dan hun leeftijdsgenoten op andere gemengde scholen – terwijl meisjes aan wie de toelating werd geweigerd, lagere scores haalden. De leerlingen van de meisjesschool deden het niet beter op gestandaardiseerde toetsen dan hun leeftijdsgenoten op een gemengde school. In 2014 hebben onderzoekers in een meta-analyse, gepubliceerd door de American Psychological Association, 184 studies van 1,6 miljoen leerlingen over de hele wereld doorgekamd. Niet-gemengde scholen bleken ‘weinig of niets’ voor te hebben op gemengde scholen, waarbij werd opgemerkt dat die bevindingen de veronderstellingen over biologische verschillen tussen jongens en meisjes ondergraven.

    Om te zien hoe het er in het single-sex-onderwijs aan toegaat, reis ik naar een van de gebieden waar voor- en tegenstanders een harde strijd voeren. In 2014 diende de ACLU een klacht in bij het ministerie van Onderwijs tegen het schooldistrict Hillsborough County in Tampa, Florida, met het argument dat de betreffende scholen de rechten van leerlingen op grond van Title IX schonden. Het district, zo beweerde de klacht, had bijna 100.000 dollar uitgegeven aan trainingen door het Gurian Institute, Sax en anderen. (Een van die sessies heette Busy Boys, Little Ladies.) Daarop werden in achttien scholen klaslokalen voor jongens dan wel meisjes ingericht, waar leraren op gender gebaseerde instructiestrategieën implementeerden, zoals meisjes een vleugje parfum op hun polsen geven voor het correct uitvoeren van een taak, terwijl jongens die zich goed gedroegen elektronica mee naar school mochten nemen. Dat programma werd uiteindelijk geschrapt. Maar in 2011 werden in het district opnieuw twee niet-gemengde middelbare scholen geopend: Ferrell Girls Preparatory Academy en Franklin Boys Preparatory Academy, die beide zijn benoemd tot Gurian Institute Model School.

    Vermoedelijk vanwege de ACLU-klacht heeft Tampa er alles aan gedaan te zorgen dat de single-sex-scholen niet in strijd waren met Title IX, dat over het algemeen verbiedt om kinderen volgens gender of geslacht te scheiden, terwijl het genderspecifieke scholen onder bepaalde omstandigheden toestaat. Zo is geen enkele leerling uit Tampa verplicht naar een jongens- of meisjesschool te gaan – het zijn programma’s waar gezinnen zelf voor moeten kiezen.

    Meisjes kregen een vleugje parfum op hun polsen voor het correct uitvoeren van een taak, terwijl jongens die zich goed gedroegen elektronica mee naar school mochten nemen

    Franklin Boys Preparatory Academy bevindt zich in een buurt met lage inkomens aan de oostkant van Tampa. Leerlingen zijn gemiddeld armer dan op de meeste scholen in de buurt. Ongeveer 75 procent van de 530 leerlingen krijgt een gratis lunch of lunch met korting. Driekwart van de leerlingen is zwart of van Latijns-Amerikaanse afkomst, vergeleken met 57 procent in de rest van de wijk. Senior beheerder Kathy Wasserman leidt me rond in de school en wijst op de kenmerken die speciaal voor jongens zijn ontworpen. Bij de ingang staat een trofeekast met in het midden een grote beker. Die, vertelt ze, behoort toe aan de winnende afdeling van vorig jaar – de jongens zijn à la Harry Potter verdeeld over drie afdelingen, elk gestructureerd als een bedrijf, met hoofdmonitors die optreden als ‘directeur’. Door resultaten, sport en goed gedrag kunnen de afdelingen punten verzamelen, die elke twee weken worden opgeteld. Het afdelingssysteem, legt Wasserman uit, is een hoeksteen van de school. ‘Jongens gedijen bij concurrentie,’ vertelt ze me.

    De gangen worden in tweeën gedeeld door geel met zwart gestreepte lijnen. Wasserman vertelt dat de school tweebaansverkeer heeft ingesteld omdat ‘jongens gedijen bij structuur’. Dat is de sleutel van de aanpak van de school. ‘Alles wat we doen gaat volgens een bepaalde structuur en een bepaalde procedure.’ In een taalvaardigheidsles wijst Wasserman erop dat de bureaus in traditionele rijen zijn gerangschikt – omdat, zegt ze, jongens informatie het beste kunnen assimileren als ze recht vooruit kijken. Een assistent-leraar laat me een timer zien en vertelt dat deze elke 12 minuten afgaat, waarna de jongens naar de drinkfontein in de hal mogen gaan. ‘Jongens reageren heel goed op die timer,’ zegt Wasserman. ‘Schema’s, timers, al deze dingen liggen vast.’

    Als ik vraag wat ze denkt van het idee dat traditionele scholen het jongens moeilijk maken, zegt ze na even nadenken: ‘Meisjes zijn goed in zitten en stil zijn en doen wat ik zeg. Ik denk dat onderwijs vaak op dat principe is afgestemd. Maar wij zijn ingesteld op jongens, op beweging. We zijn luidruchtig. We hebben energie. We zorgen dat er tijdens de lunch genoeg tijd is om de jongens naar buiten te laten gaan.’

    Maar zelfs de schoolpauzes hier voelen bijna militaristisch aan in hun nadruk op structuur. Tijdens de lunch in de kantine vertelt Wasserman: ‘Als je naar het toilet moet, gaat dat volgens protocol. Als je water wilt, gaat dat volgens protocol. Als je je vork bent vergeten, gaat dat volgens protocol. En het loopt op rolletjes.’

    Het Gurian Institute promoot seksuele voorlichting als onderdeel van de oplossing voor de specifieke uitdagingen waarmee jongens van kleur worden geconfronteerd, zoals hoge schooluitval en de gang van-school-naar-de-gevangenis. De aanpak van het instituut wordt gepresenteerd door de lens van de veronderstelde jongenscrisis. ‘De meeste mannelijke problemen, inclusief de problemen waarmee jongens van kleur worden geconfronteerd, houden verband met het onvermogen van onze samenleving om de aard van mannen te koesteren,’ schrijft Gurian. Een recente aflevering van zijn podcast heet: ‘We kunnen raciale en sociaaleconomische hiaten niet oplossen zonder de genderkloof te verhelpen.’

    Verontrustende raciale boventonen

    Hoewel deze inspanningen worden gedreven door oprechte bezorgdheid over de raciale kloof in prestaties, maakt Sherwin, de ACLU-advocaat, zich zorgen dat het op geslacht scheiden van leerlingen van kleur ‘berust op het stereotiepe idee dat deze kinderen zo weerbarstig en onbeheerst zijn dat jongens en meisjes zich niet samen in één klaslokaal kunnen bevinden’. Dit is bijzonder verontrustend in het licht van de recente geschiedenis van het openbaar onderwijs voor jongens en meisjes in de Verenigde Staten. Juliet A. Williams, hoogleraar genderstudies aan de University of California, Los Angeles, is nagegaan welke schooldistricten leerlingen in het verleden scheidden op basis van geslacht, in opdracht van witte ouders die in opstand kwamen tegen het idee dat hun witte meisjes samen met zwarte jongens werden onderwezen. Ideeën over op sekse gebaseerde verschillen, zegt ze, ‘kunnen een verontrustende racistische ondertoon hebben en het vooroordeel uitdragen dat zwarte en latinojongens chaotischer, onhandelbaarder en onbeheerster zouden zijn’.

    Zelfs de schoolpauzes hier voelen bijna militaristisch aan in hun nadruk op structuur

    Seksegescheiden schoolprogramma’s worden steeds vaker aangeboden als alternatief voor lokale scholen en ingekaderd als een onderdeel van de schoolkeuzebeweging die door minister van Onderwijs Betsy DeVos wordt gepromoot. Bijgevolg heeft de organisatie van Sax, de National Association for Single Sex Public Education, haar naam veranderd in de National Association for Choice in Education. ‘De realiteit is dat ouders beperkte onderwijskeuzes hebben,’ zegt Bigler. ‘En misschien is een school voor één geslacht in sommige gemeenschappen de beste optie, omdat die meer middelen heeft.’ Het is veelzeggend, benadrukt Sherwin, dat de trend onder elitescholen naar gemengd onderwijs neigt. ‘Als single-sex zo goed zou werken, zou je zien dat het overal werd toegepast, niet alleen in arme minderheidsdistricten.’ Een meta-analyse uit 2014 van dit type onderwijs heeft geen bewijs gevonden dat het arme leerlingen van kleur vooruithelpt.

    Ondanks het gebrek aan bewijs, houden de voorstanders van single-sex-onderwijs voet bij stuk. De National Association for Choice in Education heeft in 2011 haar openbare lijst van seksegescheiden klaslokalen en scholen geschrapt om de ‘intimiderende aanpak van ACLU’ te belemmeren. In 2017, twee jaar nadat ACLU een klacht had ingediend tegen een overwegend door latinokinderen bezochte middelbare school in Los Angeles die leerlingen naar geslacht scheidde, hebben wetgevers in Californië een wet aangenomen die de oprichting van zulke scholen legaal maakt. In 2018 verloor ACLU een zaak over de middelbare seksegedifferentieerde scholen in Austin, het schooldistrict met het grootste aantal latinoleerlingen van Texas. Het is niet duidelijk wat de volgende stap in de juridische strijd zal zijn. Tot dusver heeft de Trump-regering geen beleid uitgevaardigd over openbare scholen voor één geslacht, maar de trend lijkt te zijn om schooldistricten maximale speelruimte te geven.

    55 procent van de scores van de Ferrell-meisjes in 2018 kwalificeerde zich als bekwaam, tegen 40 procent van de Franklin-jongens

    Ik sprak met een lerares Engels uit een groot, veelal arm en niet-wit schooldistrict in Texas, die zich had beklaagd dat ze van de onderwijsinspecteur een training moesten volgen op basis van het werk van Gurian en Sax, waarna haar middelbare school zich enkel nog op jongens richtte. Maandenlang verzette ze zich tegen wat zij zag als een schoolcultuur gebaseerd op valse stereotypen over mannelijkheid – die schadelijk was voor een kwetsbare populatie jongens. Ze maakte zich vooral zorgen over het feit dat een groep homoseksuele leerlingen werd gepest en dat een beginnende lerares seksueel werd lastiggevallen door leerlingen. Haar klachten bleven grotendeels onbeantwoord en aan het einde van het schooljaar werd ze zonder toelichting ontslagen.

    Zo’n 3 kilometer van de Franklin Boys Preparatory Academy hangt er in de Ferrell Girls Preparatory Academy, waarvan de leerlingen demografisch vergelijkbaar zijn met die van Franklin, een heel andere sfeer. Hier geen timers, stroken in de gang of bureaus in rijen. Het is er niet zozeer chaotisch maar wel een beetje vriendelijker. En dat is geen toeval. De tegenhanger van Wasserman, Lori Bartholomew, vertelt me dat haar leraren de nadruk leggen op samenwerking en inclusiviteit, en uitzoeken hoe het emotionele leven van meisjes hun leren beïnvloedt. Het is gebruikelijk, zegt ze, dat leraren met de les beginnen met de vraag wat er bij de meisjes speelt. Net als bij Franklin worden de leerlingen verdeeld over verschillende afdelingen, maar hier ligt de focus op samenwerking, niet op concurrentie.

    Bartholomew noemt veel generalisaties waarvan ik vermoed dat ze het bloed van Lise Eliot zouden doen koken. Ze wijst erop dat een leraar een ‘zachte toon’ gebruikt omdat ‘meisjes erg gevoelig zijn voor geluid’. De toegewezen zitplaatsen in de kantine worden om de twee weken vervangen omdat de vriendschapsgroepen van meisjes ‘als beton zijn, en je een sloophamer nodig hebt om ze uit elkaar te halen’. Ze vertelt me dat meisjes gevoeliger zijn voor emoties dan jongens. ‘Veel daarvan heeft te maken met moederen en verzorgen,’ zegt ze. ‘Ze zeggen zelfs dat vrouwen oxytocine aanmaken als ze een baby horen huilen, want dat is hun instinct.’

    Het resultaat van dit alles is pervers genoeg een educatieve omgeving die echt lijkt te werken. Ik zie hoe de leraar in een wiskundeles meisjes uitdaagt om samen te werken en creatief na te denken. Op een gegeven moment verdeelt ze de klas in verschillende groepen om erachter te komen hoe het concept van absolute waarde zich zou kunnen verhouden tot de echte wereld. Na een paar minuten de koppen bij elkaar te hebben gestoken, delen de meisjes hun ideeën. ‘Als je loopt, loop je nooit negatieve afstanden,’ zegt een meisje. De anderen knikken. Later in de les moedigt de leraar de meisjes aan om samen te werken aan een oefening in grafieken tekenen. ‘Communiceer met je buren. Kijk of ze dezelfde soort grafiek hebben als jij,’ zegt ze. ‘Zo niet, help ze dan.’

    Sociaal-emotioneel leren

    Het soort onderwijsstrategieën dat ik bij Ferrell heb gezien, legt de nadruk op wat bekendstaat als sociaal-emotioneel leren: kinderen helpen hun emoties te uiten en te beheersen, zelfrespect te ontwikkelen, relaties aan te gaan en empathie te ervaren. Onderzoek toont aan dat sociaal-emotioneel leren de schoolprestaties kan verbeteren. In 2011 analyseerde de nonprofitorganisatie Collaborative for Academic, Social and Emotional Learning meer dan 200 schoolprogramma’s en ontdekte dat hoogwaardige sociaal-emotionele leerprogramma’s correleerden met een sprong van 11 percentiel in de lees- en rekenscores van leerlingen. Uit een vervolgonderzoek in 2017 bleek dat de voordelen van deze programma’s jarenlang aanhielden.

    Bij gestandaardiseerde toetsen presteerden Ferrell-meisjes in elk vak beter dan Franklin-jongens. Het verschil was het grootste in wiskunde: 55 procent van de Ferrell-meisjes in 2018 scoorde een ruime voldoende, tegen 40 procent van de Franklin-jongens. Deze kloof tussen mannen en vrouwen op single-sex-scholen in Tampa duidt op een grote ironie: naar geslacht gedifferentieerd onderwijs moest de ‘jongenscrisis’ in het onderwijs oplossen, maar de meeste experts die ik heb gesproken, zijn bang dat precies het tegenovergestelde gebeurt. ‘We leren jongens soms dat het niet oké is om hun emoties te uiten, en dat kan voor hun leerproces verstikkend zijn,’ zegt Justina Schlund, de coördinator veldonderzoek van de Collaborative for Academic, Social and Emotional Learning. Ze is bezorgd dat stereotypen over emotioneel afstandelijke mannelijke hersenen docenten zouden kunnen ontmoedigen om belangrijke lessen te geven die jongens nodig hebben om te slagen: ‘Jongens moeten leren dat ze empathische wezens zijn, dat ze lid van een klas zijn, een gezin, een gemeenschap. Dit zijn cruciale lessen in het echte leven, maar ook in de klas.’

    Het bevorderen van kwetsbaarheid

    Een onderdeel van het sociaal-emotionele leerplan is het stimuleren van kwetsbaarheid – de bereidheid om mislukkingen te accepteren en om hulp te vragen. Edward Morris, een socioloog van de University of Kentucky, onderzoekt hoe de verwachtingen van mannelijkheid het leven van jongens bepalen. In zijn uitgebreide observatie van middelbareschoolklassen stelde hij een patroon vast van onwil bij jongens om leraren om hulp te vragen als ze iets niet begrijpen. ‘Jongens worden gesocialiseerd om geen zwakte te tonen,’ zegt hij. Die mentaliteit is van grote invloed: niet alleen de schoolprestaties van jongens kunnen erdoor worden belemmerd, ook hun loopbaan en relaties kunnen eronder lijden. ‘Deze beperkende visie op mannelijkheid levert mannen aan de oppervlakte macht op, maar is uiteindelijk vooral schadelijk voor hun eigen welzijn en de gezondheid van de samenleving in het algemeen.’

    Tijdens mijn rondleiding in de middelbare jongensschool stoppen we bij het mediacentrum. Een schildering van inspirerende leiders – allemaal mannen – siert de muur. Onder het toeziend oog van Martin Luther King Jr., Benjamin Franklin en Abraham Lincoln zitten twee jongens aan een tafel huiswerk te maken. Wasserman vraagt hen om op te staan ​​en de schoolbelijdenis te reciteren, die de leerlingen elke ochtend in koor opzeggen. De jongens schuifelen zonder te glimlachen overeind.

    ‘Ik zal een verantwoordelijke, respectvolle, eerlijke en integere man worden,’ zeggen ze. ‘Vertrouwen, doorzettingsvermogen, hoffelijkheid, beoordelingsvermogen en sportiviteit. Zo’n man zal ik worden.’

    Wasserman glimlacht en gebaart de jongens weer te gaan zitten. ‘Dank u, heren.’

  • Mannen komen van Mars en vrouwen ook

    Mannen komen van Mars en vrouwen ook

    Mannen willen een mooie vrouw en vrouwen een rijke man. Volgens evolutiepsychologen komt die trend voort uit aangeboren biologische impulsen. Maar met de toegenomen gendergelijkheid zijn partnerkeuzes ook veranderd.

    Al tijdens hun eerste afspraakje zitten Mia en Josh te praten alsof ze elkaar al jaren kennen. Josh vindt het leuk dat Mia zo gevat is; Mia vindt Josh warm en goedlachs. Er bloeit iets moois tussen hen op, al worden ze zo nu en dan toch allebei bekropen door twijfel. Josh is de belangrijkste verzorger van een kind uit een eerder huwelijk en zijn financiële vooruitzichten zijn niet al te gunstig. Mia kan daar niet mee zitten, want Josh’ karakter maakt dat meer dan goed. Maar toch, hij is niet het type waar ze normaal gesproken op valt – het type dat veel jonger is dan zij, en ook nog eens sportief en aantrekkelijk. Josh droomt ondertussen van een vrouw die niet alleen geld heeft, maar ook nog eens ambities, status en een goede opleiding, en die het liefst ook nog gepromoveerd is (als het even kan in twee verschillende vakgebieden). Dat Mia alleen een academische graad heeft, is wel een struikelblok. 
Het is tenslotte de norm dat het vooral mannen zijn die ‘een goed huwelijk’ sluiten. Dit scenario klinkt misschien wat merkwaardig, en dat is ook de bedoeling: Ik heb een anekdote verzonnen over hoe de heteroseksuele dating scene er over honderd jaar uit zou kunnen zien. Momenteel lijkt het verlangen naar een jonge, aantrekkelijke partner van de andere sekse meer te spelen bij mannen dan bij vrouwen. En vrouwen zullen status en geld vaak laten prevaleren boven leeftijd en uiterlijk. Waarom? Veel evolutiepsychologen schrijven deze trend toe aan de macht van aangeboren biologische impulsen. Zij betogen dat vrouwen een oerverlangen hebben naar rijke mannen die voor hun kinderen kunnen zorgen tijdens de zwangerschap en de lange periode waarin de kinderen moeten worden grootgebracht. Mannen maken zich ondertussen vooral druk over de vruchtbaarheid van vrouwen, en daarvoor zijn uiterlijk en schoonheid goede indicatoren. In het verre verleden was dit gedrag adaptief en daarom heeft de evolutie het geselecteerd en voorgoed in onze genen gecodeerd. Natuurlijk, het moderne paringsritueel ziet er heel anders uit dan bij onze voorouders. ‘Desondanks worden de seksuele strategieën van onze voorouders ook nu nog met evenveel verve ingezet,’ schrijft psycholoog David M. Buss in The Evolution of Desire (2003).

    Partnervoorkeuren

    ‘Ook in onze moderne wereld houden we vast aan onze geëvolueerde theorie over partnerkeuze omdat het de enige theorie is die wij kennen.’ (Er is maar weinig historisch of intercultureel onderzoek gedaan naar de partnervoorkeuren van LGBT’ers; zulke vragen zijn zonder meer belangrijk, maar helaas beschikken we over onvoldoende gegevens om daar goed onderzoek naar te doen.) De afgelopen vijftig jaar heeft er echter een aardverschuiving plaatsgevonden op het gebied van genderrollen. [In Nederland kregen vrouwen pas in 1994 wettelijk recht op gelijke beloning voor gelijk werk, en verkrachting binnen het huwelijk werd pas in 1991 strafbaar.] Je zou toch verwachten dat deze veranderende opvattingen over relaties hun weerslag hebben op de partnerkeuzes van heteroseksuele mannen en vrouwen? Of zijn we nog altijd willoos overgeleverd aan onze biologische bestemming, zoals evolutiepsychologen beweren?

    Detail van het schilderij The Reluctant Bride (1866) van de Franse schilder Auguste Toulmouche. – © Wikimedia
    Detail van het schilderij The Reluctant Bride (1866) van de Franse schilder Auguste Toulmouche. – © Wikimedia

    De resultaten van het onderzoek zijn duidelijk: mannen en vrouwen groeien steeds meer naar elkaar toe in hun partnerkeuzes. Die ontwikkeling is duidelijk gelinkt aan de toegenomen gelijkheid tussen de seksen, waarbij vrouwen steeds meer toegang krijgen tot bepaalde middelen en mogelijkheden in het bedrijfsleven, de politiek en het onderwijs. In samenlevingen waar minder gelijkheid is tussen de seksen, zoals Turkije, geven vrouwen aan de financiële vooruitzichten van een partner maar liefst twee keer zo belangrijk te vinden als in landen met een grote gendergelijkheid, zoals Finland. Net zoals bij Josh en Mia zullen Finse mannen nu eerder dan Finse vrouwen hun partnerkeuze baseren op de opleiding die de ander heeft gehad.Natuurlijk varieert binnen elke maatschappij de mate van seksisme, en het algehele niveau van gendergelijkheid binnen een land laat zich niet altijd vertalen naar gendergelijke verhoudingen tussen individuen. Maar als de voorkeuren bij de partnerkeuze biologisch zijn bepaald, dan zou individueel seksisme daar geen invloed op moeten hebben. Uit onderzoek in negen landen blijkt echter het tegenovergestelde. Hoe minder positief een man staat ten opzichte van gendergelijkheid, hoe meer waarde hij hecht aan kwaliteiten als jeugdigheid en aantrekkelijkheid bij vrouwen; en hoe minder positief een vrouw staat ten opzichte van gendergelijkheid, hoe meer waarde zij hecht aan geld en status bij mannen.

    Deze gegevens wijzen op enkele zwakke plekken in het verhaal van de evolutionair psycholoog

    Deze gegevens wijzen op enkele zwakke plekken in het verhaal van de evolutionair psycholoog. Als genen bepalen wat we belangrijk vinden bij de partnerkeuze, hoe kan het dan dat onze naar verluidt ingebakken instincten, evenredig aan de mate van gendergelijkheid op maatschappelijk en individueel niveau, aan kracht inboeten? Toegegeven, ook evolutionair psychologen onderkennen dat culturele factoren en lokale gebruiken van invloed kunnen zijn op de manieren waarop mensen een partner kiezen. Maar gendergelijkheid wordt niet tot die factoren gerekend, aangezien zelfs in betrekkelijk gendergelijke samenlevingen de kloof tussen de voorkeuren bij mannen en vrouwen weliswaar kleiner wordt, maar niet geheel verdwijnt. Maar het ontstaan van een kleinere kloof ondersteunt onze aanname juist: het verschil wordt slechts kleiner in de mate waarin de gendergelijkheid groter wordt. Om het verschil helemaal te doen verdwijnen zou er sprake moeten zijn van een volledige gendergelijkheid. Maar daarvan is tot op heden geen sprake.

    Auteur: Marcel Zentner

    Aeon

    Verenigd Koninkrijk | website | aeon.co/magazine Deze site, met als motto ‘lees dieper’, werd opgericht in september 2012 en publiceert dagelijks een essay, waarbij de relativering van het snelle dagelijks leven vooropstaat.