Tag: genen

  • Dyslectisch 
bij een taal met duizenden karakters

    Dyslectisch 
bij een taal met duizenden karakters

    Er werd gedacht dat Chinese kinderen geen last van dyslexie zouden hebben, omdat zij de visuele vorm, uitspraak en betekenis van een karakter in hun hoofd moeten stampen. Maar het tegendeel is waar.

    In een lokaal van het Weining-centrum, een onderwijsinstelling voor kinderen met dyslexie, pakken diverse leerlingen van een jaar of tien enthousiast kleurenpennen en beginnen aan een reeks Chinese karakters. Het is een van de vele oefeningen om de kinderen van hun dyslexie af te helpen. In het lokaal zijn ze omringd door leeftijdgenoten die met dezelfde stoornis kampen, maar daarbuiten worden ze vaak gezien als slechte leerlingen en ‘stom’ of ‘lui’ genoemd door hun docenten.

    Het is hoog tijd dat de leerbeperking 
in China wordt erkend: volgens een 
in 2016 gepubliceerd rapport van de Chinese Academie van Wetenschappen kampt 11 procent van de basisschoolleerlingen in het land met dyslexie, wat neerkomt op zo’n tien miljoen kinderen. Ondanks dit onthutsende aantal is er op het Chinese vasteland maar weinig begrip en nauwelijks enige steun voor dyslectische leerlingen – het Weining-centrum, gelegen in de zuidelijke techhub Shenzhen, is een van de weinige instellingen die er wat aan doen. In westerse landen is dyslexie een bekend en grondig onderzocht fenomeen, maar op het Chinese platteland is de bekendheid ermee nog altijd gering; zonder steun zullen leerlingen die ermee behept zijn niet mee kunnen op school, met alle gevolgen voor hun toekomst van dien.

    Su Yingzi weet dit maar al te goed. Haar zoon, de elfjarige Xiaogu, is in veel opzichten intelligent en gevat. 
Hij blinkt uit in het ontwerpen van nieuwe games, is een geboren grappenmaker en maakt makkelijk vrienden. Maar het lezen en schrijven van Chinese karakters leek een onoverkomelijke hindernis. Waar sommige van zijn klasgenoten minder dan een halfuur nodig hadden om een paar karakters uit hun hoofd te leren, kon Xiaogu daar uren mee bezig zijn en dan toch nog vergeten hoe hij de woorden moest schrijven. Als er een tentamen was, begreep hij vaak de vragen niet, omdat veel karakters hem gewoonweg niets zeiden.

    Achteraf bezien denkt Su dat haar zoon al op de kleuterschool tekenen van de beperking vertoonde: zijn handschrift was slordig en hij was vaak als laatste klaar met zijn schrijfoefeningen. ‘Maar de docent weet zijn slechte prestaties aan luiheid, en dat geloofde ik ook,’ zegt Su.

    Blanco tentamenblaadjes

    Toen Xiaogu op de basisschool kwam, gaf Su duizenden yuans uit om hem naar een bijlesinstituut te sturen, maar de familie zag weinig verbetering. Su begon haar geduld te verliezen. Ze gaf haar zoon uitbranders vanwege zijn teleurstellende toetsresultaten en bekent dat ze hem sloeg als hij karakters niet goed schreef.

    Xiaogu begreep niet waarom hij zo veel moeite had met iets wat zijn klasgenoten gemakkelijk afging. Zijn afkeer van schoolwerk nam toe. Uiteindelijk gaf hij er helemaal de brui aan en leverde blanco tentamenblaadjes in, hoewel 
hij sommige vragen best had kunnen beantwoorden. Maar voordat Xiaogu naar groep zes ging, kwam er een keerpunt. Een vriendin van Su die maatschappelijk werkster is, opperde dat Xiaogu misschien wel dyslectisch was. Omdat ze nog nooit van de stoornis had gehoord, zocht Su op internet op wat die inhield en liet Xiaogu testen in het Weining-centrum, de eerste ngo op het Chinese vasteland die gespecialiseerd is in dyslexie.

    Mensen met dyslexie hebben problemen met zowel lezen als schrijven. Volgens Tan Lihai, directeur van het Instituut voor Neurowetenschappen in Shenzhen, is de stoornis moeilijker te overwinnen voor kinderen die leren lezen en schrijven in het Chinees, een taal met duizenden karakters. Woorden in alfabetische talen gebruiken een standaardreeks letters en worden net zo geschreven als uitgesproken, maar een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert.

    Sommige karakters lijken hetzelfde maar worden op heel verschillende manieren uitgesproken en gedefinieerd: neem 己 (ji), dat ‘zelf’ betekent, en 已 (yi), dat ‘reeds’ betekent. Om Chinees 
te leren moeten leerlingen de visuele vorm, uitspraak en betekenis van een karakter in hun hoofd stampen.

    Een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert. – © Getty
    Een Chinees karakter bevat weinig of geen informatie over de klank die ermee correspondeert. – © Getty

    Tijdens zijn onderzoek ontdekte Tan dat dyslexie onder Chineessprekenden verband houdt met delen van de hersenen die cruciaal zijn voor visuele perceptie, ruimtelijke relaties en cognitieve vaardigheden – en niet met delen die de conversie van letters in klanken ondersteunen, zoals het geval is bij dyslectische sprekers van alfabetische talen. Het gevolg is dat sommige mensen moeite hebben zich de betekenis van een karakter of zin te herinneren, ook al kunnen ze die herkennen en lezen; sommigen slaan woorden over als ze een zin lezen, anderen halen verschillende onderdelen van een karakter door elkaar en weer anderen schrijven één karakter als twee. Ze doen er vaak veel langer over om taaloefeningen of tentamens te voltooien dan hun klasgenoten – een factor die op de meeste Chinese scholen niet in overweging wordt genomen.

    Toen Xiaogu’s diagnose was gesteld, was Su niet onmiddellijk opgelucht dat ze wist wat er aan de hand was, maar eerder bezorgd over de toekomst die haar zoon wachtte met een beperking die niet door het landelijke onderwijsstelsel wordt erkend. ‘Ik was teleurgesteld toen werd geconstateerd dat hij dyslectisch is,’ zegt Su. ‘Waarom moet dat mijn zoon treffen?’

    Toen gevraagd werd waar de term naar verwijst, dachten sommigen dat het om mensen zonder handen ging. Anderen hadden wel van dyslexie gehoord, maar dachten dat het iets was wat alleen maar voorkwam bij mensen die alfabetische talen gebruiken

    Liang Yueyi, docent op het Weining-centrum, zegt tegen Sixth Tone dat hoewel men zich in de ontwikkelde metropool Shenzhen veel bewuster is van het bestaan van dyslexie dan in de meeste Chinese steden, onderzoek heeft uitgewezen dat meer dan 75 
procent van de inwoners nooit van de stoornis heeft gehoord. Toen gevraagd werd waar de term naar verwijst, dachten sommigen dat het om mensen zonder handen ging. Anderen hadden wel van dyslexie gehoord, maar dachten dat het iets was wat alleen maar voorkwam bij mensen die alfabetische talen gebruiken.

    Decennia lang hebben onderzoekers diezelfde fout gemaakt. In Europa wordt dyslexie al sinds het eind van de negentiende eeuw bestudeerd, maar tot de jaren tachtig van de vorige eeuw dachten deskundigen dat Chineessprekenden er geen last van hadden, en pas in de jaren negentig begonnen Chinese onderzoekers zich ervoor te interesseren.

    De vier genen waarvan wordt aangenomen dat ze dyslexie veroorzaken bij sprekers van alfabetische talen, gelden niet als factoren bij Chinese dyslexie. In plaats daarvan hebben wetenschappers twee andere genen gevonden die ermee in verband kunnen worden gebracht. Maar het Chinese dyslexieonderzoek heeft nog een lange weg te gaan en er is maar weinig financiële steun, zegt Tan.

    De tekens hierboven laten zien hoe dyslectische kinderen Chinese karakters schrijven; ze voegen een lijntje toe of verhaspelen verschillende karakters. – © Sixth Tone
    De tekens hierboven laten zien hoe dyslectische kinderen Chinese karakters schrijven; ze voegen een lijntje toe of verhaspelen verschillende karakters. – © Sixth Tone

    De situatie op het Chinese vasteland 
is anders dan die in Hongkong en Taiwan, waar al wel wetten en regelingen omtrent dyslexie bestaan. Zo wordt in Hongkong de leervaardigheid van leerlingen al in groep 3 getest. Degenen bij wie dyslexie wordt geconstateerd, ontvangen zowel financiële steun als speciale bijstand tijdens het lesprogramma, zoals meer tentamentijd en speciaal opgemaakte tentamenformulieren met grotere karakters. Leerlingen mogen ook computerprogramma’s gebruiken om hun tentamenvragen te kunnen lezen en de hulp inroepen van een aantal particuliere taalklinieken en -organisaties. Sommige leerlingen met dyslexie zijn op topuniversiteiten beland – iets wat voor de meeste ouders van dyslectische kinderen op het vasteland ondenkbaar is.

    Ondertussen is er op het Chinese vasteland geen ondersteunend beleid voor dyslectische kinderen. Ngo’s en sociale toeslagen voor deze leerlingen zijn uiterst schaars, zelfs in welvarende steden met grote onderwijsbudgetten zoals Shanghai. In sommige streken in de provincie Guangdong – in de buurt van Hongkong – is de situatie wat gunstiger, maar zelfs daar zijn er amper tien organisaties die dyslectische kinderen helpen, waarvan de grootste er hooguit een paar honderd bedient.

    Sinds het Weining-centrum in 2010 zijn deuren opende, heeft het geprobeerd het bewustzijn van dyslexie te vergroten en werkt het samen met plaatselijke basisscholen. Wang Lei, de directeur van het centrum, zegt tegen Sixth Tone dat het door het ontbreken van onderwijsbeleid voor dyslectische leerlingen – waaronder een standaardonderzoek om dyslexie vast te stellen – moeilijk is de stoornis door scholen en ouders op het vasteland te laten herkennen. ‘Chinese dyslectici vormen een reusachtige groep die hulp nodig heeft, maar ze zijn onzichtbaar omdat ze in het dagelijks leven normaal lijken,’ zegt Wang. Het aanvragen van meer tentamentijd of speciaal opgemaakte tentamenformulieren zoals in Hongkong zou alleen mogelijk zijn met gericht beleid van de plaatselijk onderwijsafdeling.

    Ook zijn er ouders die sceptisch blijven en weigeren te accepteren dat hun kind met een stoornis is behept. ‘Zelfs als er in ons centrum dyslexie bij hun kinderen wordt geconstateerd, kunnen sommige ouders zich niet voorstellen dat het lezen en schrijven van karakters een probleem zou kunnen zijn,’ zegt Wang, om eraan toe te voegen dat hij vaak naar het beleid in Hongkong verwijst om duidelijk te maken dat Chinese dyslexie wel degelijk bestaat.

    Wang hoopt de samenwerking van het centrum met onderzoekers en scholen verder uit te bouwen en gegevens over de kwestie te helpen verzamelen waarmee toekomstige beleidsaanbevelingen kunnen worden gestaafd.

    Deskundigen zijn het erover eens dat het hoog nodig is mensen bewuster te maken van het bestaan van dyslexie en ondersteunend beleid te ontwikkelen voor degenen die met de stoornis zijn behept – niet alleen omdat het de toekomst van miljoenen kinderen betreft, maar ook omdat de ernst van de stoornis kan toenemen naarmate inkt en papier meer vervangen worden door elektronische programma’s.

    Onderzoekers hebben een negatieve correlatie ontdekt tussen de tijd die leerlingen besteden aan het gebruik van elektronica en de snelheid waarmee de lees- en schrijfvaardigheid zich ontwikkelt

    Onderzoekers hebben een negatieve correlatie ontdekt tussen de tijd die leerlingen besteden aan het gebruik van elektronica en de snelheid waarmee de lees- en schrijfvaardigheid zich ontwikkelt. Tans onderzoek heeft ook uitgewezen dat het gebruik van pinyin – het op het vasteland gebruikte Latijnse transcriptiesysteem voor het Chinees – om tekst in te voeren in plaats van karakters met de hand te schrijven een negatieve invloed heeft gehad op de leesvaardigheid van de leerlingen.

    Een jongetje dat lessen volgt op het Weining-centrum vertelt dat hij daar veel gelukkiger is – zijn docent op de basisschool prees hem nooit en moedigde hem nooit aan, zegt hij, maar voer alleen heftig tegen hem uit als hij slecht presteerde. Cao Wenying, wier elfjarige zoon dyslectisch is, zegt dat docenten in de klas van haar zoon de beste leerlingen stelselmatig op pizza trakteerden, wat tot een hoop frustratie leidde bij degenen die het er minder goed van afbrachten.

    Deze behandeling kan volgens Liang een negatieve invloed hebben op het zelfrespect van leerlingen en tot blijvende psychologische problemen leiden. Ze herinnert zich leerlingen 
die zo gefrustreerd waren geraakt dat ze met hun hoofd tegen de muur bonkten. ‘Dat is voor sommige leerlingen een manier om uiting te geven aan negatieve gevoelens, als ze geen begrip en zorg ontvangen van de mensen om wie ze geven,’ zegt ze.

    De grootste omslag voor Cao’s zoon na het volgen van de lessen op het Weining-centrum was niet dat hij beter presteerde, maar dat zijn houding veranderde. Hij was altijd stilletjes in de klas en had maar weinig vrienden. Toen de diagnose eenmaal was gesteld, was hij niet langer ‘de domoor’ en herwon hij zijn zelfvertrouwen. Ook spoort Cao hem niet langer aan om 
uit te blinken in lezen en schrijven, 
en leest ze nu elke avond zijn lievelingsverhalen met hem. ‘Hij is nu veel gelukkiger en spraakzamer dan vroeger,’ zegt ze.

    Toekomst

    Su en haar familie hebben een soortgelijke ervaring. Hoewel ze aanvankelijk geschokt en teleurgesteld was toen bij Xiaogu dyslexie werd geconstateerd, helpt ze hem nu een halfuur per dag om karakters uit zijn hoofd te leren met behulp van een methode die haar door het Weining-centrum is aangereikt. Su heeft de docent van haar zoon er zelfs toe overgehaald het lesprogramma interactiever en boeiender te maken. Ze zegt dat Xiaogu sindsdien veel actiever meedoet in de klas en dat hij nu gemiddeld scoort bij Chinese tentamens.

    Maar de grootste zorg voor ouders van dyslectische leerlingen is de toekomst van hun kinderen. Velen zijn bang dat hun kind niet zal slagen in het uiterst competitieve en tentamengerichte onderwijssysteem. Su, academisch geschoold en nu werkzaam als architect, ging er altijd van uit dat haar zoon ook naar de universiteit zou gaan. Nu verzoent ze zich met een toekomst waarin haar zoon misschien een heel andere weg zal moeten inslaan. ‘Zelfs 
op beroepsopleidingen in Shenzhen 
kom je niet gemakkelijk binnen,’ zegt ze. Xiaogu’s optimistische instelling en vriendelijke houding zouden zijn redding kunnen zijn, hoopt ze.

    ‘We dachten altijd dat toetsresultaten het belangrijkst waren,’ zegt Su. ‘Maar in hoeverre heeft je toekomst eigenlijk baat bij al die goede antwoorden tijdens een toets? De meeste kennis die we vergaren komt uit het echte leven, niet uit boeken. Nu geloof ik dat hij met zijn persoonlijkheid nog ver kan komen.’

    Auteur: Cai Yiwen
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: © Getty

    Uitgelichte bron

    Sixth Tone
    China | sixthtone.com

    Een typisch Chinese uitvinding wordt het genoemd, deze mediastart-up onder toezicht van de Partij. Met een aantrekkelijke, gelikt vormgegeven website wil het Engelstalige platform Sixth Tone een westers lezerspubliek interesseren voor Chinese kwesties. Want, zo heerst het officiële standpunt, China wordt in de media onterecht te negatief afgeschilderd. Sixth Tone heeft daar het antwoord op gevonden. Maar zoals alle publicaties is ook deze onderworpen aan strikte censuur. Hoe het redacteuren dan toch lukt om westerse lezers naar hun verhalen te lokken, komt volgens de hoofdredactie doordat zij het nieuws ‘vermenselijken’ en de ‘frisse’ kant van China laten zien.

  • Wat is een echte Japanner?

    Wat is een echte Japanner?

    De Japanners zien zichzelf als een etnisch homogene bevolkingsgroep, en hebben traditioneel weinig op met migranten. Maar, zo vraagt de krant Asahi Shimbun zich af, is die houding nog wel van deze tijd?

    In 2016 gebeurde een aantal dingen waardoor ik me begon af te vragen wanneer je eigenlijk kunt zeggen dat iemand ‘een echte Japanner’ is. In augustus bleek de dubbele nationaliteit van Renho Murata – die een Taiwanese vader heeft – een probleem bij haar benoeming tot leider van de Democratische Partij, de grootste oppositiepartij in Japan. Tegelijk werd bij de Olympische Spelen in Rio een groot aantal sporters van buitenlandse afkomst, onder wie de sprinter Asuka Cambridge [geboren op Jamaica, met een Jamaicaanse vader en een Japanse moeder], door veel Japanners aangemoedigd.

    In de wijk Homigaoka in de stad Toyota [waar ook autobouwer Toyota zetelt] heeft de helft van de zevenduizend wijkbewoners een buitenlandse nationaliteit [ze werken er meestal in de fabrieken]. Daar zat ook Marco Soares, een scholier van achttien, tijdens de Olympische Spelen met zijn blik aan het scherm gekleefd. Hij heeft de Braziliaanse nationaliteit, maar zijn overgrootouders waren Japanners. Op de middelbare school is hij aan atletiek gaan doen en intussen heeft hij diverse regionale toernooien gewonnen. In de toekomst wil hij graag tot Japanner genaturaliseerd worden en meedoen aan de Spelen. Zijn lichte ogen contrasteren met zijn donkere huid, maar de manier waarop hij met rechte rug gaat zitten en af en toe heel verlegen praat, is typerend voor alle Japanse jongeren. Als ik hem vraag of hij meer voor buitenlandse atleten is dan voor Japanse, zegt hij onmiddellijk: ‘Nee, helemaal niet. Ik zie mezelf als een gewone Japanner.’

    De meeste van zijn jeugdvrienden zijn Braziliaans. Maar hij heeft altijd zijn best gedaan om ook met Japanse kinderen om te gaan, omdat hij de taal goed wilde leren zodat hij voor zijn ouders kon tolken. Zijn plan om de Japanse nationaliteit aan te vragen heeft niets te maken met het feit dat hij dan gemakkelijker aan de Olympische Spelen mee kan doen. ‘Ik wil graag mijn hele leven in Japan blijven. In dit land ben ik geboren en opgegroeid en ik heb ook een beetje Japans bloed in mijn aderen. Dus waarom zou ik geen Japanner zijn?’

    Teken van verandering

    Sommige beroemdheden met buitenlandse roots vinden dat het afgelopen moet zijn met de stereotype ideeën over hoe Japanners eruitzien. In 2015 was de tweeëntwintigjarige Ariana Miyamoto, die een Afro-Amerikaanse vader en een Japanse moeder heeft, de vertegenwoordigster van Japan bij de Miss Universe-verkiezingen. Ze is bij haar Japanse oma en moeder opgegroeid in Sasebo [dat een Amerikaanse marinebasis heeft en niet ver van Nagasaki ligt]. Ze werd er als kind gepest vanwege haar donkere huid. Omdat ze daar niet langer tegen kon, woonde ze tijdens haar middelbareschooltijd bij haar vaders familie in de VS. Toch weet ze nog dat ze zich opgelucht voelde toen ze daarna weer terugkwam in Japan.

    De dag na haar verkiezing stroomden de felicitaties, maar ook de beledigingen en racistische opmerkingen via internet bij haar binnen. Die negatieve commentaren verbaasden Ariana niet, maar ze hoopte vooral dat daardoor een echt debat op gang zou komen. De aanleiding dat ze zich had opgegeven voor de schoonheidswedstrijd was de zelfmoord van een van haar vrienden van buitenlandse origine. Die vriend voelde zich diep ongelukkig in Japan, terwijl dat toch zijn geboorteland was. ‘Die halfbloed die niet eens Engels sprak’ werd geregeld belachelijk gemaakt.

    ‘Ik wil de mensen duidelijk maken dat er ook Japanners zijn die er anders uitzien.’ Ariana kreeg binnen een jaar meer dan vierhonderd interviewverzoeken. Het waren vooral buitenlandse media die over haar schreven. Hier een citaat uit het Amerikaanse weekblad Newsweek: ‘De Japanners staan voor een keuze: of ze gaan op de oude voet verder, met de economische recessie en al, en raken hun positie op het wereldtoneel kwijt, of ze besluiten eraan te wennen dat er ook “spijkers die uitsteken” zijn [een Japanse uitdrukking waarmee mensen worden bedoeld die niet aan de norm voldoen] en zetten de deur open [voor immigratie].’

    Waarom waren buitenlandse journalisten zo geïnteresseerd in een Japanse kandidate met een donkere huid? Het antwoord van Tom Wofford, de auteur van het artikel in Newsweek, luidt als volgt: ‘Overal ter wereld leeft nog steeds het idee dat de Japanners een etnisch homogeen volk zijn. De keuze voor Ariana Miyamoto als kandidate werd uitgelegd als een teken van verandering.’ Ook in 2016 werd Japan bij de Miss Universe-verkiezingen vertegenwoordigd door iemand met buitenlandse roots: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.

    Miss Universe Japan 2016: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.
    Miss Universe Japan 2016: Priyanka Yoshikawa, een Japanse van Indiase afkomst.

    Maar waren de Japanners oorspronkelijk wel een homogeen volk? Kenichi Shinoda, directeur van de afdeling antropologie bij het Nationaal Museum van Natuur en Wetenschap, zegt dat wanneer je het mitochondriaal DNA van de wereldbevolking (dat via de vrouwelijke lijn overerft) in honderd groepen zou onderverdelen, de Japanners dan in zo’n twintig ervan voorkomen. Dat is meer dan bij hun buren uit Zuid-Korea en Noordoost-China het geval is en daaruit trekt hij de conclusie dat ‘we de Japanners kunnen beschouwen als een groep met een grote genetische diversiteit’.

    De mensheid stamt af van de homo sapiens, die zo’n tweehonderdduizend jaar geleden in Afrika verscheen en zich zestigduizend jaar geleden over de wereld begon te verspreiden. Volgens de huidige theorie, die gebaseerd is op de ontwikkelingen in de genetica, zou de Japanse archipel eerst bevolkt zijn geweest door de Jomon [tussen 14.000 en 350 v.Chr.]. Dit volk zou zich later hebben vermengd met de Yayoi, die van het Aziatische vasteland kwamen en landbouw en metaalbewerking meebrachten [ongeveer 300 v.Chr. tot 300 n.Chr.]. Tot voor kort was de leidende theorie – onder meer op grond van de skeletvorm – dat het Jomonvolk een homogene groep van zuidelijke oorsprong vormde. Maar volgens Shinoda was er ook toen wel sprake van een enige diversiteit door migratiebewegingen vanaf het eiland Sachalin [dat voor de kust van Siberië ligt] en het Koreaanse schiereiland.

    Het DNA van de Jomon is ook nu nog bij veel Japanners terug te vinden. Volgens de antropoloog is dat het bewijs dat dit volk vreedzaam met de Yayoi samenleefde: ‘De nieuwkomers werden geaccepteerd en zijn geïntegreerd in de lokale bevolking. Het lijkt erop dat juist die tolerantie ten grondslag ligt aan het specifieke karakter van de Japanner.’ Het grootste deel van de archipel is daarna tot een eenheid gesmeed in het rijk van de Yamato, de voorloper van het Japan zoals we dat nu kennen. We weten nog steeds niet goed hoe dat unificatieproces precies verlopen is, maar in de Kojiki en de Nihon shoki, twee kronieken uit de achtste eeuw, is sprake van verzet van de Kumaso op het eiland Kyushu, van de Izumo in de regio San-in [in het zuidwesten van het eiland Honshu] en van de Emishi in de regio Tohoku [het noordoosten van Honshu]. Als we sommige onderzoekers moeten geloven, dan werden deze volken door het keizerlijk gezag gezien als inheems.

    Tussen 1639 en 1854 was Japan bij overheidsbesluit van de buitenwereld afgesloten [onder meer christelijke missionarissen mochten er niet in]. Maar in deze periode wist Nagasaki wel contacten met het buitenland te onderhouden. Volgens Toka Chin, directeur van de historische vereniging die de handel tussen Nagasaki en China onderzoekt, telde de stad in sommige perioden wel zestigduizend inwoners en deden zo’n tienduizend Chinezen per jaar de stad aan. Sommigen van hen trouwde met Japanse vrouwen uit voorname families. ‘In die tijd werd een huwelijk met een Chinees als iets eervols gezien,’ zegt Toka Chin, en voegt eraan toe dat de kinderen uit deze gemengde huwelijken meestal dienst deden als tolk bij commissionairs.

    Maar toen Japan eenmaal gemoderniseerd was en ging concurreren met de grote westerse mogendheden, groeide de minachting voor de volken van oude beschavingen zoals China en Korea. En juist in de tijd dat het expansionistische Japan overging tot annexatie van Taiwan [in 1895] en Korea [in 1910], vond het idee steeds meer ingang dat het Japanse volk van zeer gevarieerde oorsprong is.

    Die theorie van een ‘gemengd volk’ is vooral gepromoot omdat die uitstekend paste bij een land dat de ambitie had om over andere Aziatische volken te heersen

    In zijn boek Tanichi minzoku shinwa no kige_n [De oorsprong van de mythe van het homogene volk, niet vertaald], onderzoekt socioloog Eiji Oguma hoe dat idee zich vanaf het eind van de negentiende en in de twintigste eeuw heeft ontwikkeld. In de tijd voor de Tweede Wereldoorlog was het een algemeen aanvaarde gedachte dat de Japanners zich al sinds oude tijden met volken van het Aziatische vasteland hadden vermengd. Dat leerden ook de kinderen op school en sommige leerboeken noemden de Kumaso en de Emishi als buitenlandse volken die in het Yamatovolk [nu de grootste bevolkingsgroep van de archipel] waren geïntegreerd. Ten tijde van de annexatie van Korea in 1910 schreef de _Asahi Shimbun in een opiniestuk: ‘De antropologen zijn het er allemaal over eens dat het Japanse volk is voortgekomen uit een brede vermenging met andere bevolkingsgroepen op deze wereld.’

    Die theorie van een ‘gemengd volk’ is vooral gepromoot omdat die uitstekend paste bij een land dat de ambitie had om over andere Aziatische volken te heersen. Maar bij de nederlaag in 1945 verliezen de Koreanen en de Taiwanezen hun Japanse nationaliteit. Op dat moment ontstaat het huidige idee van het homogene volk – van een volk dat al van oudsher in vrede in een eilandenrijk leeft. Volgens Eiji Oguma ‘strookte dit idee prima met het gevoel van oorlogsmoeheid bij de Japanners en met hun alom verloren vertrouwen in internationale relaties’.

    Tijdens de naoorlogse economische bloei sloot het concept van raciale homogeniteit perfect aan bij een maatschappij waarin alles op het bedrijfsleven was gericht. Toen het land uiteindelijk tot de economische grootmachten behoorde, werd vanuit de politiek het ‘homogene volk’ als iets bijzonders gepresenteerd, als een pluspunt van Japan. Volgens cijfers van de Verenigde Naties ligt het percentage immigranten in alle ontwikkelde landen boven de tien procent. We moeten natuurlijk oppassen voor al te simpele vergelijkingen, maar het aantal buitenlanders in Japan blijft onder de twee procent steken. Tegelijk wordt het land geconfronteerd met een sterke bevolkingsdaling. De huidige regering, die zich ten doel heeft gesteld om de bevolking in de komende vijftig jaar rond de honderdmiljoen inwoners te stabiliseren, heeft plannen aangekondigd voor hulp bij geboorte en onderwijs. Daarnaast is besloten meer stagiairs en geschoolde krachten uit het buitenland toe te laten. De regering heeft zelfs de volgende berekening gemaakt: om het bevolkingscijfer boven de honderd miljoen te houden, zou de archipel per jaar tweehonderdduizend buitenlanders moeten opnemen en moet het vruchtbaarheidscijfer, dat in 2015 op 1,45 kind per vrouw lag, omhoog naar 2,07 kind.

    Geconfronteerd met de kritiek dat die ‘buitenlanders’ in feite ‘immigranten’ zouden zijn, blijft premier Shinzo Abe [ultraconservatief] er in het parlement op hameren dat hij helemaal geen immigratiebeleid wil voeren. De grote weerstand in de Japanse samenleving tegen het woord ‘immigratie’ toont aan hoe gehecht die nog altijd is aan het idee van het homogene volk. ‘Degenen die nog steeds geloven in het sprookje van de homogeniteit en niet erg aan hun eigen individualiteit hechten, kunnen de aanwezigheid van mensen die anders zijn maar moeilijk accepteren,’ verklaart Masataka Okamoto, universitair docent aan de districtsuniversiteit van Fukuoka. In het kader van een onderzoek naar de bescherming van de rechten van in Japan wonende Koreanen, heeft hij uitgebreid studie gemaakt van het minderhedenbeleid. Daarvoor nam hij alle uitspraken van politici over het ‘homogene volk’ onder de loep en verbaasde zich erover dat dit volk nooit echt werd genoemd. ‘Als het over het “Yamatovolk” gaat, dan gaat dat mij niet aan, want ik ben van Izumo-komaf…’ ‘Na de oorlog heeft het concept van het homogene volk, maar ook het gevoel bij “een volk” te horen zich onverwacht snel in Japan verspreid’, onderstreept hij.

    Tegenwoordig gaat het in gesprekken en in de media voortdurend over ‘de Japanner’, en sommigen roepen zelfs openlijk op tot uitzetting van de buitenlanders. In de ogen van Okamoto heeft dit volk verloren waar het zich vroeger altijd aan vasthield: zijn wortels, en ook zijn ondernemingszin [die kan bijdragen aan het gevoel ergens bij te horen]. Als je de vierduizend jaar van bewoning van de archipel tot één jaar zou terugbrengen, dan beslaat de periode sinds de modernisering maar één dag. In een wereld waarin iedereen zich steeds meer verplaatst, rest de vraag: wat zijn de kenmerkende waarden die ons vormen en die we moeten blijven verdedigen?

    Auteur: Takura Asakura
    Vertaler: Tess Visser

    Openingsbeeld: Ariana Miyamoto in de sportschool. – © Reuters / Toru Hanai

    Ariana Miyamoto, die in 2015 als eerste biraciale Miss Universe Japan werd gekozen – volgens haar geen teken dat Japan milder wordt ten opzichte van andere ethniciteiten. – © Akio Kon / Bloomberg via Getty Images
    Ariana Miyamoto, die in 2015 als eerste biraciale Miss Universe Japan werd gekozen – volgens haar geen teken dat Japan milder wordt ten opzichte van andere ethniciteiten. – © Akio Kon / Bloomberg via Getty Images

    Ariana Miyamoto, Miss Japan 2015

    Zij was de eerste halfbloed kandidate die twee jaar geleden voor Japan werd afgevaardigd naar de Miss Universe-verkiezingen. Ze werd geboren in 1994, heeft een Japanse moeder en een Afro-Amerikaanse vader die op de Amerikaanse basis in Nagasaki werkte, en heeft nu de oorlog verklaard aan alle stereotype ideeën over iemands uiterlijk. Toen de Japanse media haar vragen stelden over haar dubbele nationaliteit, zei ze dat ze in de toekomst alleen de Japanse nationaliteit wilde houden.

    Renho Murata. – © The Asahi Shimbun via Getty Images
    Renho Murata. – © The Asahi Shimbun via Getty Images

    Renho Murata

    Ze is geboren in 1967, heeft een Taiwanese vader en een Japanse moeder en was Taiwanees staatsburger tot 1985, toen ze dankzij een wetswijziging Japanse kon worden. Maar door een procedurefout kreeg ze toch een dubbele nationaliteit, iets wat in Japan zelden voorkomt. Ze begon als model, ging de journalistiek in en werd in 2016 de eerste vrouwelijke leider van de progressieve Democratische Partij van Japan. Toen haar dubbele nationaliteit leidde tot beschuldigingen dat ze niet trouw was aan de natie, heeft ze die opgegeven.

    Asuka Cambridge. – © The Asahi Shimbun via Getty Images
    Asuka Cambridge. – © The Asahi Shimbun via Getty Images

    Asuka Cambridge, sprinter

    Hij is in 1993 geboren op Jamaica, maar al sinds zijn tweede woont hij in Japan omdat zijn ouders, een Japans-Amerikaans stel, toen naar Osaka verhuisden. Bij de Olympische Spelen van 2016 in Rio werden hij en zijn teamgenoten tweede op de 4×100 meter estafette, achter de Jamaicanen aangevoerd door Usain Bolt. Na terugkeer in Japan werd hij dan ook als een held binnengehaald. In de Japanse sportwereld zijn er veel halfbloeden en genaturaliseerde buitenlanders te vinden: in het nationale voetbalelftal spelen een paar Brazilianen en diverse sumoworstelaars hebben Mongoolse en Hawaïaanse roots.

    [Foto Asahi Shimbun via Getty Images]

    schermafbeelding 2017 03 09 om 11 12 40

    Priyanka Yoshikawa, Miss Japan 2016

    Ze vertegenwoordigde haar land bij de Miss World-verkiezingen van 2016 en zegt dat het succes van Ariana Miyamoto haar inderdaad heeft geïnspireerd. Ze heeft een Indiase vader en een Japanse moeder en was in haar jeugd het mikpunt van pesterijen. De Japanners vinden deze jonge vrouw van 23 intrigerend omdat ze niet echt in een hokje te plaatsen is: ze is niet alleen tolk-vertaler, maar ook olifantentrainer.

    Keizer Akihito.
    Keizer Akihito.

    Keizer Akihito

    Sinds 1990 is hij het ‘symbool van de Staat en de eenheid van het volk’, zoals het in de grondwet staat geformuleerd. Hij heeft geen enkele politieke macht en mag zich niet uitlaten over staatszaken, maar hij speelt wel een verbindende rol. Op zijn manier en binnen de grenzen van het protocol staat hij dicht bij de mensen. Toen hij tijdens het Wereldkampioenschap voetbal in 2002, dat Japan en Zuid-Korea gezamenlijk organiseerden, in een rede een toespeling op zijn Koreaanse wortels maakte, verraste hij daarmee veel Japanners.

    POLEMIEK

    Het hier gepubliceerde artikel uit de Asahi Shimbun veroorzaakte heftige discussies op internet. De mythe dat de Japanners een etnisch homogeen volk zijn, is een zeer gevoelige kwestie. Dit onderwerp aansnijden wordt vaak gezien als een gebrek aan loyaliteit tegenover de natie. Het is dus lastig praten over de verschillende etnische groepen die er wonen en de discriminatie waarvan ze al eeuwenlang slachtoffer zijn, of het nu gaat om de Ainu in het Noorden, de Okinawaers in het Zuiden of de zainichi, de Koreanen in Japan die na de oorlog de Japanse nationaliteit verloren.

    Net zo gevoelig ligt het onderwerp van de halfbloeden, in het Japans hafu genoemd (een neologisme afgeleid van het Engelse ‘half’). Daarvan zijn er steeds meer te vinden in de showbusiness, al zijn die dan meestal een westerse mix met een lichte huid. Daarom deed de verschijning van een Miss Japan als Ariana Miyamoto in 2016 zo veel stof opwaaien.

    CONTEXT: Nationaliteit, een netelige kwestie

    Om te bepalen wie Japanner is, draait het vooral om de afstamming. Tussen 1873 en 1950 raakten Japanse vrouwen die met buitenlanders trouwden, hun nationaliteit kwijt. Tot een versoepeling van de wet in 1985 moest je een Japanse vader hebben om aanspraak te kunnen maken op het staatsburgerschap. Japan is nu het enige land van de G7 dat geen dubbele nationaliteit toestaat: wie die wel heeft – en dat zijn naar schatting 800.000 personen – wordt gevraagd om uiterlijk op eenentwintigjarige leeftijd een van de twee op te geven. En voor buitenlanders blijft naturalisatie tot Japanner een privilege dat alleen voor de elites is weggelegd.

    Asahi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 1.172.0000

    De ‘Krant van de Rijzende Zon’, opgericht in 1879, was tijdens de Tweede Wereldoorlog pleitbezorger voor het pacifisme, en is nu een waar instituut. Drieduizend journalisten zorgen voor de nieuwsgaring op driehonderd Japanse en dertig buitenlandse kantoren. Bijgaand artikel is verschenen in een serie getiteld ‘Waar komen wij vandaan?’