Tag: generaal

  • Controversieel standbeeld Amerikaanse generaal omgesmolten

    Controversieel standbeeld Amerikaanse generaal omgesmolten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Autoriteiten in Gaza komen met dodenlijst om slachtoffers te bewijzen

    » Conservatief parlementslid in VK opgepakt op verdenking van verkrachting

    Het standbeeld van Robert E. Lee is in het geheim vernietigd

    Een standbeeld van de Amerikaanse generaal Robert E. Lee is afgelopen weekend in het geheim omgesmolten. The Washington Post was aanwezig bij een niet nader genoemde smelterij, waar het beeld onder toeziend oog van activisten werd vernietigd. Het standbeeld zorgde in 2017 nog voor dodelijke rellen, toen activisten het beeld van zijn sokkel probeerden te halen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het moment dat het beeld werd omgesmolten ‘voelde als een executie’ zegt een aanwezige activist. De smelterij wordt in het stuk alleen aangeduid als ‘ergens in het zuiden’ om de veiligheid van medewerkers van de plek niet in gevaar te brengen. ‘Het was heel plechtig. Niemand juichte. Het was heel stil,’ zegt de activist.

    Men poogde al jaren om het standbeeld van de generaal, die met de Confederatie vocht voor afscheiding van noordelijke Amerikaanse staten tijdens de burgeroorlog, uit het centrum van Charlottesville te verwijderen. In 2017 zorgde dat voor rellen waarbij een demonstrant en twee agenten omkwamen. In 2021 werd het uiteindelijk verwijderd.

    Lees ook:

  • Burkina Faso geteisterd door jihadistisch geweld: 42 doden bij aanval

    Burkina Faso geteisterd door jihadistisch geweld: 42 doden bij aanval

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polen verbiedt de invoer van graan uit Oekraïne om eigen boeren te beschermen

    » Burgeroorlog dreigt in Soedan: dit weekend zijn al 83 doden gevallen

    Het Afrikaanse land heeft opgeroepen tot algehele mobilisatie

    In het noordoosten van Burkina Faso zijn tweeënveertig militairen omgekomen bij een aanval door een nog onbekende groep, meldt Anadolu Agency. De afgelopen maanden vinden er in de regio veel aanvallen plaats door jihadistische groeperingen gelieerd aan Islamitische Staat en Al-Qaida. Het is waarschijnlijk dat ook zij achter deze aanval zitten.

    Er zijn al tienduizenden vrijwilligers geworven voor de strijd tegen terrorisme

    Eerder deze maand kwamen in dezelfde regio van het Afrikaanse land nog vierenveertig burgers om het leven toen hun dorpen midden in de nacht werden aangevallen door gewapende mannen. Na deze aanval kondigde de regering van Burkina Faso een algehele mobilisatie aan, om het aanhoudende jihadistische geweld in het land de kop in te drukken. Inmiddels zijn er al tienduizenden vrijwilliger geworven om mee te helpen in de strijd tegen het terrorisme.

    Burkina Faso kampt al jaren met jihadistisch geweld en een groot deel van het grondgebied is inmiddels onder controle van milities. Dat heeft geleid tot twee staatsgrepen in 2022, beide keren door legerofficieren die vonden dat de regering te weinig deed om het jihadisme het hoofd te bieden. Momenteel heeft legerkapitein Ibrahim Traoré de leiding over het land, nadat hij de macht overnam van Paul-Henri Damiba.

    Lees ook:

  • Raúl Castro treedt terug – maar raakt niet uit zicht

    Raúl Castro treedt terug – maar raakt niet uit zicht

    In februari krijgt Cuba een nieuwe president, als opvolger van Raúl Castro. Maar dat betekent niet dat de Castro-clan alle macht opgeeft, denken analisten. Daarvoor zijn de verhoudingen met de VS sinds de verkiezing van Donald Trump te gespannen.

    Wie de Cubaanse leider Raúl Castro na de aanstaande presidentsverkiezingen ook zal opvolgen, hij zal een storm van uitdagingen het hoofd moeten bieden met als absoluut hoogtepunt orkaan Donald Trump. De zesentachtigjarige Castro heeft gezegd dat hij van plan is na de landelijke verkiezingen van februari 2018 terug te treden als hoofd van de Staatsraad en de Ministerraad. Wel verwacht men dat hij zal aanblijven als leider van de Cubaanse Communistische Partij van Cuba.

    Sinds Donald Trump in januari 2017 zijn intrede deed in het Witte Huis is de relatie tussen de Verenigde Staten en Cuba duidelijk bekoeld. Zo verharde Trump zijn taal tegen Castro en heeft hij gezegd korte metten te maken met de toenaderingspolitiek van zijn voorganger Obama.

    Zakendoen met staatsbedrijven die door Cubaanse militairen worden geleid, is voortaan verboden. De spanning tussen beide landen liep onrustbarend op toen het nieuws naar buiten kwam dat Amerikaanse diplomaten in Havana en medewerkers van de ambassade doelwit zouden zijn van aanvallen met geluidswapens of iets van dien aard. Beide regeringen hebben over en weer beschuldigingen geuit en de aanvankelijk terughoudende Cubaanse media deinzen er niet langer voor terug om Trump een ongelikte beer te noemen. Al hebben de Verenigde Staten de Castro-regering niet rechtstreeks beschuldigd, toch hamert regeringswoordvoerder Heather Nauert erop dat de Cubaanse regering op de hoogte moet zijn geweest van wat er is voorgevallen. Op zijn beurt heeft Cuba verklaard zich van geen kwaad bewust te ziijn. De hele episode lijkt een flashback van de Koude Oorlog.

    ‘De Communistische Partij heeft veel ervaring met het voeren van een sober beleid. In de jaren negentig wist ze de eenheid in Cuba te bewaren’

    Voor Domingo Amuchástegui, voormalig analist bij de Cubaanse inlichtingendienst en momenteel woonachtig in Miami, is het ‘ondenkbaar’ dat onder de huidige omstandigheden iemand terug zal treden.

    Het ‘Trump-effect’ is voelbaar in het politieke debat in Cuba, menen enkele analisten. Trumps nieuwe maatregelen, die het reizen naar Cuba en de handel met staatsbedrijven aan banden leggen, voeden de oude staat-van-beleg-mentaliteit op het eiland, zegt 
de Cuba Study Group, de Cubaans-Amerikaanse organisatie die de toenaderingspolitiek van oud-president Barack Obama steunde. Hoe groot de macht is van de conservatieven binnen de Cubaanse regering bleek al toen de regering de afgifte van nieuwe licenties voor werknemers in de private 
sector stopzette. ‘Raúl Castro zegt al langer dat de oude mentaliteit het voornaamste obstakel voor hervormingen is. Ook heeft hij gezegd dat de hervormingen zo snel gaan als de consensus dat toestaat. Die twee dingen wijzen er wel degelijk op dat er een groep is die het proces vertraagt,’ meent Carlos Alzugaray, oud-ambassadeur van Cuba bij de Europese Unie.

    Wie de nieuwe president van Cuba ook wordt, hij zal het hoofd moeten bieden aan ingewikkelde uitdagingen die van invloed zijn op zijn politieke speelruimte. De olievoorziening uit Venezuela is het afgelopen jaar opgedroogd omdat Cuba’s bondgenoot zelf kampt met een economische crisis. Orkaan Irma, die over de noordkust van het eiland trok, heeft een spoor van verwoestingen achtergelaten. De Cubanen morren over de traag verlopende herstelwerkzaamheden en er waren kleine, spontane protestacties in de hoofdstad en in een aantal provincies. Econoom Carmelo Mesa-Lago verwacht dat de Cubaanse economie dit jaar opnieuw met 0,3 procent zal krimpen – het afgelopen jaar werd afgesloten met een recessie. Volgens Mesa Lago zit Cuba in de zwaarste economische crisis sinds 1990, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel.

    Moody’s Investors Service voorspelt dat als gevolg van orkaan Irma en de nieuwe maatregelen van de Trump-regering de Cubaanse economie met 0,5 procent zal krimpen. Manuel Cuesta Morúa, een tegenstander van het regime, die het voortouw nam om onafhankelijke kandidaten op de lokale verkiezingslijsten te krijgen, acht het niet uitgesloten dat Raúl Castro voorlopig aanblijft als hoofd van de regering vanwege ‘de kritieke situatie’ waarin Cuba plotseling terecht is gekomen door de nasleep van orkaan Irma en de verslechterde relatie met de Verenigde Staten. ‘Zo’n crisis kan beter door ervaren mensen worden aangepakt dan door nieuwkomers.’ Wel denkt Morúa dat Raúl Castro het regeren zal overlaten aan vicepresident Miguel Díaz-Canel, de zichtbaarste kandidaat tot nu toe. ‘Ik denk dat de Cubanen in institutionele zin voldoende zijn voorbereid om de toenemende problemen te trotseren en tegelijkertijd de politieke overgang door te zetten,’ zegt Richard Feinberg, docent politicologie aan de Universiteit van Californië in San Diego. ‘De Communistische Partij heeft veel ervaring met het voeren van een sober beleid. In de jaren negentig wist ze de eenheid in Cuba te bewaren.’

    De gebroeders Castro.
    De gebroeders Castro.

    ‘Het is weinig waarschijnlijk, zo niet onmogelijk dat er zich géén wisseling van de wacht zal voordoen in de hoge echelons van de regering,’ meent oud-ambassadeur Alzugaray. ‘Raúl Castro heeft duidelijk te kennen gegeven dat hij wil terugtreden en de institutionele basis wil leggen voor het Cuba na de Castro’s. Raúl Castro is bijna negentig en staat bekend als iemand die het fijn vindt tijd met zijn familie door te brengen. Hij zal nu niet terugkrabbelen,’ aldus de Cubaanse ex-diplomaat. ‘Hij heeft niet voor niets voorgesteld dat een president maar twee termijnen mag aanblijven. Op die regel zal hij niet de eerste uitzondering zijn.’

    Castro’s plannen dateren van 2013. Toen zei hij voor het eerst dat hij van plan was zich na vijf jaar uit de staatsraad terug te trekken. Op het zevende congres van de Communistische Partij van Cuba in 2016 heeft de president voorgesteld een leeftijdslimiet in te stellen voor leden van de regering en van de Communistische Partij, een voorstel dat door de aanwezige tachtigers die tot de ‘historische generatie’ behoren – de mannen die samen met Fidel en Raúl Castro deelnamen aan de omverwerping van de Baptista-dictatuur – lauwtjes werd ontvangen.

    ‘Vanaf het moment dat hij president werd (officieel in 2008) heeft Castro gepoogd de instituties te versterken, hetgeen de beste garantie op voortzetting van het regime zou zijn,’ aldus William LeoGrande, docent aan de American University. ‘Maar Castro heeft met geen woord gerept over het opgeven van zijn plek als eerste secretaris van de Communistische Partij van Cuba, en in die hoedanigheid heeft hij een grote vinger in de pap bij belangrijke beslissingen.’

    Ander debat

    Maar zelfs áls Castro uit de regering stapt, dan liggen de kaarten van het politieke debat nu anders, meent Arturo López Levy van de Universiteit van Texas in Río Grande en voormalig analist bij de Cubaanse inlichtingendienst. ‘Eerst ging het erover of vicepresident Díaz-Canel genoeg in huis had om te kunnen omgaan met een geglobaliseerde wereld en een pluriformere samenleving. Nu is het debat over de politieke hervormingen in Cuba uitgesteld of zelfs stopgezet,’ aldus López Levy. De regering heeft bijvoorbeeld het verzoek afgewezen van meer dan honderd onafhankelijke kandidaten om deel te mogen nemen aan de lokale verkiezingen van 26 november. In plaats van over progressievere kandidaten of andere politieke hervormingen gaat het huidige debat erover of Díaz-Canel en zijn team voldoende zijn klaargestoomd om een adequate strategie te ontwikkelen tegen Trump, en of ze de energie hebben om het tegen Washington op te kunnen nemen.

    Auteurs: Nora Gámez Torres en Mimi Whitefield
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El Nuevo Herald
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 95.000

    In 1977 voor het eerst uitgebracht als bijlage van de Miami Herald, staat sinds 1986 op eigen benen. Dé Spaanstalige krant (de tweede en meest gelezen in de VS) van de latinogemeenschap in Miami.

  • 1. We moeten besmette monumenten niet vernietigen, maar verplaatsen

    1. We moeten besmette monumenten niet vernietigen, maar verplaatsen

    In het Amerikaanse Charlottesville leidde een demonstratie tegen een standbeeld van de Zuidelijke generaal Robert E. Lee tot een geweldsexplosie. En de vraag: wat moeten we met dit soort monumenten? Volgens (kunst)historicus Holland Cotter is het het beste ze in musea te bewaren. ‘Op een plaats delict moet je het bewijsmateriaal intact laten.’

    Dit is een zomer van herhalingen. De cultuuroorlogen zijn terug. Evenals de burgerrechtenbeweging. En de Burgeroorlog. Op 12 augustus deden die zich allemaal gelden in Charlottesville, Virginia, toen een demonstratie tegen de voorgenomen verwijdering uit een stadspark van een standbeeld van generaal Robert E. Lee, een generaal van het zuidelijke leger, tot een geweldsexplosie leidde. Twee groepen demonstranten kwamen samen en gingen met elkaar op de vuist: een bataljon blanke nationalisten, neonazi’s en Ku Klux Klan-aanhangers enerzijds, en een groep tegendemonstranten, van wie sommigen met Black Lives Matter-borden liepen.

    Vervolgens was er een tweede uitbarsting, nu op internet, toen president Donald J. Trump zich er, na een betekenisvolle stilte, vanaf maakte door beide partijen de schuld te geven van al het geweld. (‘Hoe zit het dan met het geweld van alt-links?’) Hij plaatste Robert E. Lee op één lijn met George Washington. Hij roemde de ‘schoonheid’ van het standbeeld van Lee en betreurde het verlies van andere standbeelden van geconfedereerden.

    Het is waar dat ook andere standbeelden gevaar lopen. Door de gebeurtenissen in Charlottesville en door de opmerkingen van de president, is er een zekere bewustwording op gang gekomen, een roep om alle standbeelden die herinneringen oproepen aan de Burgeroorlog weg te halen – of er juist voor te vechten. Er dient zich een verhitte ideologische strijd aan. Voor de demonstrerende blank-nationalisten is Lee een held, en symboliseert zijn standbeeld de blanke overheersing die, in een Amerika dat gestaag van kleur verandert, terrein verliest.

    Voor de raciaal gemengde contraprotestanten is hetzelfde standbeeld een herinnering aan de tijd dat de Zuidelijke Staten het land in tweeën wilde verdelen teneinde de zwarten als slaven te kunnen houden.

    Het standbeeld van geconfedereerde generaal Robert E. Lee in het Emancipation-park in Charlottesville wordt op 23 aug. neergehaald nadat Heather Heyer eerder die maand tijdens een rally tegen witte nationalisten werd vermoord. – © AP / Steve Helber
    Het standbeeld van geconfedereerde generaal Robert E. Lee in het Emancipation-park in Charlottesville wordt op 23 aug. neergehaald nadat Heather Heyer eerder die maand tijdens een rally tegen witte nationalisten werd vermoord. – © AP / Steve Helber

    Het gaat er niet bepaald netjes aan toe – de strijd kan niet worden beslecht met een opgestoken of naar beneden gekeerd duimpje. De standbeelden die het slachtoffer worden van deze strijd kunnen geheel verloren gaan, mogelijk voorgoed. De dag na de protesten gaan er beelden rond van demonstranten in Durham, North Carolina, waar een bronzen beeld van een Zuidelijke soldaat van zijn sokkel wordt getrokken. In Baltimore worden die woensdag, in het holst van de nacht, vier monumentale beelden die verwijzen naar de geconfedereerden in bestelwagens geladen en weggereden.

    Overal in het land klinkt de roep om dergelijke acties – in Annapolis, Maryland; in Jacksonville, Florida; in Memphis; in Washington; in New York, waar burgemeester Bill de Blasio opdracht heeft gegeven om alle ‘symbolen van haat’ in de stad in kaart te brengen. (Eentje was snel gevonden: een muur in de subway van Times Square, met tegeltjes die, daar waren de onderzoekers het al snel over eens, het patroon van de vlag van de Zuidelijke Staten vormden.)

    Niets nieuws

    Het vernielen van standbeelden uit sociale, politieke of religieuze motieven is niets nieuws. In het oude Egypte was het gebruikelijk dat de farao afbeeldingen van voorgangers schond of voor andere doeleinden gebruikte. In Noord-Europa werd tijdens de protestantse reformatie kunst uit katholieke kerken gehaald. De nazi’s zuiverden Europa van ‘ontaarde’ moderne schilderkunst. Mao Zedong scheurde, in zijn ‘Vier Oude Dingen’-campagne, klassieke landschappen aan flarden.

    Van recenter datum zijn de reusachtige Boeddha’s van Bamyan in Afghanistan, die de taliban in 2001 heeft opgeblazen. De beelden hiervan zijn de hele wereld over gegaan. Datzelfde geldt voor de opnamen van twee jaar later, van het reusachtige beeld van Saddam Hoessein dat in Bagdad omver werd getrokken. Eerder dit jaar heeft een Engelse kunstenares, Hannah Black, de curatoren van de Whitney Biënnale verzocht om een schilderij te verwijderen – een schilderij van een blanke kunstenares, Dana Schutz, waarop de tot martelaar uitgegroeide Emmett Till staat afgebeeld [een veertienjarige Afro-Amerikaanse jongen die in 1955 werd gelyncht in Mississippi nadat een blanke vrouw aanstoot aan hen nam].


    In principe lijkt het me heel gezond om beelden van geconfedereerde nationalisten in kaart te brengen en weg te halen. De burger in mij – die, net als elke Amerikaan dagelijks getuige is van racisme, het virus dat door ons land waart – is verheugd over de mogelijkheid om bepaalde sporen van de geschiedenis van ons land uit te wissen. De kunsthistoricus in mij is verheugd daarmee te kunnen afrekenen, maar om een andere reden.

    In tegenstelling tot president Trump kan ik weinig schoonheid ontwaren in het standbeeld van Robert E. Lee, met zijn gladde, neoklassieke nietszeggendheid. In Lee zelf zie ik een verrader die oorlog voerde tegen de Verenigde Staten, in een strijd voor een systeem van slavernij dat niet valt te verdedigen.

    Ook zie ik een werk dat niet helemaal is wat het lijkt, een reliek uit de Burgeroorlog. Zoals geldt voor veel militaire monumenten van de geconfedereerden, dateert ook dit standbeeld van ver na de oorlog – uit 1924 om precies te zijn, en het is vervaardigd in New York, voor het grootste deel door Henry Merwin Shrady, die met name bekend is geworden door zijn standbeeld van Ulysses S. Grant dat voor het United States Capitol in Washington staat. Na Shrady’s dood is het standbeeld voltooid door de Italiaanse beeldhouwer Leo Lentelli.

    In de decennia tussen 1890 en 1920 namen dit soort opdrachten een hoge vlucht. In die jaren na de wederopbouw kwam de politieke macht weer in handen van blanke zuiderlingen, en kwam de Lost Cause-beweging op. Die laatste verwijst naar een collectieve fantasie van een geïdealiseerde antebellumwereld waarin de behandeling van slaven dermate zachtaardig was dat dit onmogelijk een belangrijke factor kon zijn geweest voor het uitbreken van de Burgeroorlog.

    Om kort te gaan: het Charlottesville-Lee-standbeeld heeft veel minder van doen met het gedenken van zowel een held als een cultuur die weliswaar verloren is gegaan maar niet vergeten, dan met gevoelens van weemoed die worden aangewend om de werkelijkheid te verzachten van een heden waarin heimelijk van alles broeit. Het zal geen verbazing wekken dat in de jaren waarin dit beeld het licht zag, een sterke toename was te zien van blank-nationalistisch activisme en racistisch geweld.

    Musea zullen instellingen moeten worden die de waarheid uitdragen

    Het is belangrijk om het conceptuele mechanisme van een dergelijk beeld te doorgronden: hoe het door middel van stijl en bedrog boodschappen uitzendt die door verschillende soorten publiek op verschillende manieren kunnen worden gelezen. En die boodschappen worden heel duidelijk, en gevaarlijk, verspreid in het heden. De gewelddadige verdediging van het Lee-standbeeld in Charlottesville bewijst dat eens te meer en maakt ook dat ik, als historicus, die beelden wil behouden in plaats van ze te vernietigen.

    Zoals gezegd zijn mijn redenen pragmatisch. Op een plaats delict moet je het bewijsmateriaal intact laten. Het moet bewaard blijven voor het openbaar ministerie. In het geval van dit soort beelden is de officier van justitie de geschiedenis en kan het proces lang duren, tot ver in de toekomst voortslepen, en kunnen talloze getuigen worden opgeroepen. Men moet waken voor een overhaast oordeel en drastische beslissingen.

    Dus wat te doen met deze beelden, die nu evenzeer symbool staan voor racisme als de vlag van de Geconfedereerden? Een conservator zou kunnen zeggen: voorzie ze van een toelichting en behoud ze binnen de bedoelde context. Maar waar het mij om gaat is die context veranderen, de magie doorbreken, het stof van een vals soort nostalgie eraf kloppen, onszelf wakker schudden. Bovendien, als je de beelden verplaatst, kan er iets anders voor terugkomen, kun je nieuwe verhalen introduceren.

    En waar moeten ze dan naartoe? Naar al bestaande of nog te bouwen musea, in of buiten de stad. Daar kunnen ze in zekere zin worden bewaard, toegankelijk maar onder gecontroleerde omstandigheden, en kunnen ze worden getoond als de propaganda die ze zijn. Om dat mogelijk te maken zullen musea afstand moeten doen van hun vermeende ideologische neutraliteit. Ze zullen instellingen moeten worden die de waarheid uitdragen.

    Oefenterrein

    Onze encyclopedische musea, zoals het Met, zijn reusachtige pakhuizen vol voorwerpen van over de hele wereld die zijn bedoeld om precies dat te doen wat de beelden van de Geconfedereerden beoogden: om een ideologische boodschap uit te dragen, met ethische beelden die we stuitend zouden kunnen vinden als we in staat zouden zijn de visuele symbolen te duiden – de taal die taal overstijgt. We moeten leren symbolen te lezen met wijd open ogen, in onze eigen politieke realiteit van vandaag de dag, in een tijd van razendsnelle tweets en elektronische afleiding.

    Musea kunnen fungeren als oefenterrein voor een dergelijke manier van lezen, maar om echt effectief te zijn zullen ze eerst moeten onderkennen dat ze in historisch opzicht niet alleen een hall of fame zijn, maar ook een hall of shame.

    In reactie op de voorgenomen verwijdering van het standbeeld in Charlottesville, en andere standbeelden, twitterde president Trump: ‘Robert E. Lee, Stonewall Jackson – wie is de volgende? Jefferson? Washington? Zo dom! Je kunt de geschiedenis niet veranderen, maar je kunt er wel van leren.’

    Mis. Je kunt de geschiedenis wel veranderen, omdat je je kijk op de geschiedenis kunt veranderen. Die ligt nooit vast, al willen de Lost Cause-gedachte en de hedendaagse blank-nationalisten ons anders doen geloven. Door te graven naar beelden en woorden in dat wat we het verleden noemen, hebben wetenschappers het verleden veranderd, de cycli in kaart gebracht, er nieuwe informatie aan ontleend. Wat wij kunnen doen is bewijsmateriaal vergaren, of we er blij mee zijn of niet, en dat doorgeven.

    Auteur: Holland Cotter
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.