Tag: genezing

  • Een bezoek aan de luxe vastenkliniek van de elite

    Een bezoek aan de luxe vastenkliniek van de elite

    Sjeiks en aristocraten, managers en politici en zelfs Hollywoodsterren: de vastenkliniek Buchinger Wilhelmi aan het Bodenmeer is een bedevaartsoord voor de rijken en superrijken.

    Zwarte chocolade. Een klein stukje. Dat is haar grootste wens, zegt een oudere dame met een aristocratische uitstraling. Met trage passen loopt ze over het terrein. Daar beneden golft het Bodenmeer zachtjes. De dame heeft wekenlang bijna niets gegeten en daar veel geld voor betaald.

    De Buchinger Wilhelmi-vastenkliniek is een opmerkelijke plek. De sfeer op het complex houdt op het eerste gezicht het midden tussen [de Duitse televisieseries] Bergdoktor en Traumschiff. Het is er stil als in een klooster: spreken vervalt bijna onvermijdelijk in gefluister. Het is er allesbehalve spartaans en luxueuzer dan in de meeste tophotels. Rijken en superrijken, mooie en niet meer zo mooie mensen zijn hier om aan te sterken. Ze mediteren en lezen, doen aan lichte sporten en lange wandelingen, lepelen bouillon en nippen thee.

    Soms lijkt het er zo gezond, gepolijst en schoon dat je verwacht dat iemand weldra de dubbelzinnigheid ervan blootlegt. Dit zou met een beetje fantasie ook het decor kunnen zijn van een misdaadserie op Netflix, waarin de heilzame façade van het therapeutische vasten instort en met elke volgende slok vruchtensap de afgrond van het afzien duidelijker zichtbaar wordt.

    Mal

    Leonard Wilhelmi belichaamt deze ideale wereld als geen ander. Hij is de vierde generatie die het familiebedrijf leidt, en als je hem ontmoet krijg je het gevoel dat de erfgenamen van de Buchinger Wilhelmi onthoudingsdynastie uit een mal komen. Zo perfect past hij in zijn rol. Hij groeide hier op en nam de kliniek over van zijn ouders. Hij kreeg het vasten mee met de moedermelk, zogezegd.

    Ooit maakte hij zijn huiswerk in de kliniek. Om de hoek, een paar honderd meter heuvelopwaarts, ging hij naar school. Zoals het toeval en de ongeschreven wet van het Duitse familieondernemerschap het wilden, was die school hét Duitse elite-internaat bij uitstek: kasteel Salem. Hij woonde er ook, ondanks de nabijheid van zijn ouderlijk huis.

    Zijn ouders stuurden hem tussendoor ook nog twee jaar naar een elite-internaat in Schotland. Hij studeerde bedrijfskunde in Sankt Gallen, aan de dichtstbijzijnde, internationaal goed aangeschreven universiteit. Maar als je naar hem luistert was hij nooit zo’n turbokapitalist, maar eerder iemand met geweten en hersens. ‘Ik vond managementconsultancy en investment banking niet creatief,’ zegt hij over zijn studententijd aan de andere kant van het Bodenmeer.

    Toch maakte hij carrière, bij een telecommunicatieconcern en ook bij een managementadviesbureau. Daarnaast richtte hij een sociale onderneming op voor gehandicapten die appelsap produceren. Maar hij nam altijd de tijd om zijn rust te nemen, zegt hij. ‘Ik had de neiging om eerder te vasten dan antibiotica te nemen.’ Hij liet zijn medestudenten kennismaken met vasten en overtuigde hen van het Tupperware-systeem dat de familie Wilhelmi toepast om hun ochtendmuesli efficiënt en gedisciplineerd te bereiden. Zelf eet hij meestal pas rond elf uur, omdat intervalvasten een lange pauze tussen avondeten en ontbijt vereist. Als je hem vraagt of hij nooit uit deze ideale wereld heeft willen breken, kijkt hij je met grote donkere ogen aan: hij heeft er nooit enige reden toe gehad.

    Wilhelmi vervult vele functies. Hij is tegelijkertijd abt van het vastenklooster, directeur, manager van het hotel en van de kliniek en familieondernemer. ’s Avonds geeft hij soms lezingen en de meeste gasten ontvangt hij persoonlijk.

    Deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed

    Het is een illustere omgeving. De namen van een gravin en verschillende andere aristocraten die belang lijken te hechten aan hun blauwe bloed en ook namen van buitenlandse politici zijn te vinden op de naambordjes die de plaats van de gasten aangeven in de eetzaal van de vastenkliniek. Deze schijnbare tegenstelling van ‘eetzaal’ en ‘vasten’ wordt in de stijl van de jaren vijftig opgelost. De welgestelde gasten worden teruggevoerd naar de tijd waarin de kliniek werd opgericht: wie toch iets wil eten omdat het vasten te inspannend is, krijgt bijvoorbeeld een carpaccio van rode biet of gegrilde savooiekool voorgeschoteld.

    Niet zelden bevinden zich beroemdheden onder de gasten: zelfs Hollywoodsterren komen naar Überlingen of naar de tweede Buchinger-kliniek in het Spaanse Marbella, die Wilhelmi’s grootouders in de jaren zeventig openden en die nu door zijn neef wordt geleid. Ook Saoedische sjeiks, gestreste managers of politici met lijfwachten vasten volgens de Buchinger-regels: Josef Ackermann herstelde hier van de stress die hij ervoer door het najagen van rendement en Eckart von Hirschhausen van de beproevingen van het talkshowcircuit.

    Vasten-kok Hubert Hohler, al sinds geruime tijd coryfee in zijn vakgebied en door menige superrijke vereerd als goeroe, is speciaal ingevlogen voor de luxe catering. Hij vertelt over zijn mountainbiketocht in gezelschap van een tv-dokter en vraagt zich dan plots af of hij daarmee niet een ijzeren wet van de kliniek overtreedt: niet spreken over de gasten. Want deze kliniek is onderdeel van een internationale industrie die zorgt voor de rijkste mensen ter wereld, en vertrouwelijkheid is er het hoogste goed.

    Als er televisieploegen komen om verslag te doen van de geheimen van het vasten, zijn er elke keer klachten, zegt Wilhelmi. Tegelijkertijd is publiciteit nodig. Je kunt er de klok op gelijk zetten dat artikelen over de kliniek aan het begin van het jaar verschijnen – wanneer mensen nog zo veel geloof hechten aan hun goede voornemens dat ze er ook geld aan willen spenderen – en kort voor de vastentijd voorafgaand aan Pasen. Een pr-adviseur die al lang in het vak zit, cultiveert het imago van de vastenclan.

    Jaarsalaris

    Afzien heeft zijn prijs. Het kortste vastenprogramma duurt volgens de brochure tien dagen en kost tussen de 3550 en 24.850 euro, afhankelijk van de kamer. Wie achtentwintig nachten wil blijven is minstens een kleine auto kwijt (9940 euro), maar kan ook aanzienlijk meer dan een gemiddeld jaarsalaris neertellen (69.580 euro). Die suite heeft dan wel een eigen sauna, een jacuzzi, een regendouche, een kleedkamer en natuurlijk uitzicht op het meer. Vasten, maar vorstelijk.

    Dit alles is voor Wilhelmi slechts ogenschijnlijk een tegenstelling. ‘In welke omgeving wordt een mens weer gezond?’ vraagt hij retorisch. In dit bijna kloosterachtige complex met reguliere zorg? Of in een gewoon ziekenhuis dat alleen maar diepvriesmaaltijden voorschotelt?

    De gezondheidswijsheden van Wilhelmi, zijn kok of zijn hoofdarts hebben steeds weer hetzelfde effect. Enerzijds voel je je schuldig dat je je lichaam mishandelt met stoffen die in de vastenwereld als gif worden beschouwd. En ook omdat het je niet vaak genoeg lukt om voor jezelf de strengheid en discipline op te brengen die deze kliniek uitstraalt. Aan de andere kant is hun overtuigde – zelfs autoritaire – benadering wel erg streng. Koffie met muesli is een zonde, zegt chef Hohler, alsof het een vanzelfsprekendheid is. En dan begint hij een voordracht over de vitaminen in muesli en het looizuur in koffie, terwijl de meeste mensen slechts geïnteresseerd zijn in de cafeïne.

    De familie Wilhelmi is nogal terughoudend als het over haar economische situatie gaat. Het aardse verstoort de schoonheid. Maar in de geconsolideerde jaarrekening in de Bundesanzeiger is de belangrijkste informatie te vinden, al is die niet heel recent. De kliniek kwam in 2021 samen met die in Marbella, die ongeveer een derde kleiner is dan die in Überlingen, uit op een winst van een kleine vijf miljoen euro, na een min van een kleine driehonderdduizend euro in het coronajaar 2020. De familie Wilhelmi haalde daarmee bijna het niveau van voor de pandemie in 2019, toen ze een winst boekten van ruim zes miljoen euro. Ze mikten vorig jaar op een winst van ongeveer zeven en een half miljoen euro. De omzet bereikte in 2021 met ruim vierenveertig miljoen euro bijna de waarde van voor de pandemie. Ze hoopten daar in 2022 overheen te gaan. De klinieken hebben samen zo’n vijfhonderdvijftig mensen in dienst.

    Opgeruimd

    Wilhelmi wil verder uitbreiden en zijn bijdrage leveren aan de dynastie. Zijn overgrootvader, de arts Otto Buchinger, richtte de kliniek op. Zijn grootouders breidden uit naar Marbella, vergrootten het kameraantal en ontwikkelden therapieën. Zijn ouders werkten aan de wetenschappelijke basis. Nu is het aan hem om een nalatenschap te scheppen: hij heeft een ‘vastenbox’ ontwikkeld waarmee klanten thuis kunnen vasten. ‘Zo blijven we het hele jaar door met elkaar in contact.’

    Het programma duurt vijf dagen en de box bevat onder meer verschillende soorten thee, soepen, olie en een meetlint. De inhoud is goed voor meer dan twee keer zo veel calorieën per dag als het strenge regime in Überlingen toestaat; daar komt het neer op 250 kilocalorieën per dag. Er zit een app bij die video’s bevat over meditatie en medische lezingen. De box kost 199 euro.

    Economisch gezien mogen ze de pandemie dan lang achter zich hebben gelaten, ze zien de naweeën ervan nog regelmatig bij hun patiënten. ‘Af en aan behandelen we long covid,’ zegt Wilhelmi. Hij is ervan overtuigd dat vasten daarbij helpt, wat hij verklaart aan de hand van ontstekingsparameters en de activiteit van de mitochondriën. Patiënten boeken ook vaker een psychotherapeut. Wilhelmi heeft speciaal daarvoor nieuwe specialisten aangesteld.

    Zijn relatie met andere medewerkers is opmerkelijk. De hoofdarts, chef Huber en de masseur werken al tientallen jaren in de kliniek. ‘Leo’, zoals ze hem noemen, kennen ze al sinds hij als klein kind tussen de vastende clientèle speelde. Is het niet vreemd dat die jongen nu hun baas is? O nee, geen probleem, zeggen ze. En hun vriendschappelijke omgang oogt inderdaad niet als een toneelstukje voor de pers, maar eerlijk en harmonieus. Dit is de opgeruimde wereld van het therapeutische vasten.

    Het is alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus

    De kliniek in Überlingen heeft ongeveer twee keer zoveel medewerkers als kamers. De meeste medewerkers die je op het terrein ziet zijn jong en sportief, zoals je van een goed hotel mag verwachten. Jonge mensen uit de regio doen hier vakantiewerk. Deze medewerkers zorgen voor de grijzende gasten die hun baantjes trekken in het zwembad, fitnessoefeningen doen met uitzicht op het Bodenmeer of mediteren in de gebedsruimte.

    Dertig jaar geleden hadden gasten nog het gevoel dat ze in hun doen en laten werden beperkt als ze naar de kliniek kwamen, zegt Wilhelmi. Nu beschouwen ze een verblijf hier als een investering in zichzelf. Een psychische aandoening als burn-out behoort tot een van de vier diagnosegroepen waarin de kliniek haar gasten indeelt. Wilhelmi noemt ook het metabool syndroom, dus hart- en vaatziekten en ontstekingsziekten. Ziekten die moeilijk te genezen zijn, zoals multiple sclerose, Parkinson of kanker, vallen onder het kopje ‘veelbelovend’ – een gebied dat nog in ontwikkeling is. Met het vasten hopen ze een bijdrage te leveren aan de genezing.

    De methode die de Buchinger Wilhelmi-kliniek hanteert staat historisch gezien niet ver af van andere alternatieve geneeswijzen die in het zuidwesten van Duitsland populair zijn. Wilhelmi’s overgrootvader Otto Buchinger, die door een vastenkuur van zijn artritis genas, was eerst quaker en daarna streng katholiek en wilde de patiënten in zijn kliniek tot inkeer brengen. Wilhelmi zelf noemt hem een oerdwarsdenker uit een breder spiritueel milieu, waarin bijvoorbeeld ook Rudolf Steiner, de grondlegger van de antroposofie, actief was.

    Wilhelmi neemt afstand van dat milieu, maar ook weer niet te veel. De esoterie die veel van deze bewegingen kenmerkt, past niet echt in de elitaire vastenkliniek van nu. Het is koorddansen, zegt hij. Hij noemt zijn aanpak complementaire in plaats van alternatieve geneeskunde en hij benadrukt dat wordt samengewerkt met zorgverzekeraars en dat de kliniek gecertificeerd is. Zijn streven naar wetenschappelijke erkenning blijkt ook uit zijn woordkeuze. Als hij bijvoorbeeld zegt ‘Vasten is de grootste niet-farmacologische interventie’, dan klinkt hij als een arts.

    Tegelijkertijd zegt hij ook dat sommige natuurlijke geneeswijzen wonderen doen. Er staan nog altijd dikke homeopathische boekwerken in de bibliotheek van de kliniek. De hoofdarts zegt niets met antroposofie te hebben, maar ze zweert bij Kneipp en natuurgeneeskunde en is sceptisch over de motieven van de farmaceutische industrie, die voor van alles geneesmiddelen probeert te maken en blij is met veel diabetici. Het is een beetje alsof de kliniek de deur wil openhouden naar alle milieus of, in zakelijke termen uitgedrukt, geen enkele klantengroep van zich wil vervreemden.

    En/en

    Het is een strategie van zo min mogelijk aanstoot geven, een voortdurend en/en. Daarin past ook de omgang van Wilhelmi met de traditie, die hij benadrukt waar hij maar kan. Zo staat er een standbeeld in de tuin: Otto Buchinger tijdens een van zijn geliefde wandelingen met zijn teckel. En bij de ingang en in het trappenhuis van de kliniek hangen familiefoto’s uit verschillende decennia, waarop alle mooie, gezonde familieleden van Wilhelmi te zien zijn. De meeste vrouwen zijn blond, de donkerharige mannen tonen Spaanse invloed. Ze zien eruit als de familie in een Spaanse telenovela [een uit Latijns-Amerika afkomstig televisiegenre].

    Aan de andere kant, zo zegt Wilhelmi, doen ze niets ‘enkel omdat Otto Buchinger het heeft gezegd’. En daarom streven ze, ondanks de associatie met natuurgeneeskunde en het Demeter-voedsel dat in overeenstemming met de maanstanden wordt gekweekt, naar wetenschappelijke erkenning. De kliniek werkt samen met wetenschappers van de Charité [een van de grootste universitaire ziekenhuizen van Europa in Berlijn] en publiceert studies in wetenschappelijke tijdschriften. Al die onderzoeken hebben één ding gemeen: ze zijn betaald door de Wilhelmi-familie. Aan onderzoek geven ze een bedrag uit van zeven cijfers per jaar, zegt Leonard Wilhelmi. De onderzoeksafdeling, opgebouwd door zijn moeder, telt zeven vaste medewerkers.

    Is dat eigenlijk niet gewoon een succesvolle marketingcampagne? Wilhelmi verwerpt dat. ‘Wij doen dit niet vanwege commerciële doeleinden.’ Ze willen ‘de pioniers van het vasten’ blijven en conclusies kunnen trekken als iets niet werkt, zegt hij. De kliniek is met zes- tot zevenduizend gasten per jaar het grootste onderzoekslaboratorium voor therapeutisch vasten ter wereld.

    Maar zouden ze ook onderzoeksresultaten publiceren waaruit blijkt dat vasten niet werkt? De erfgenaam van de vastendynastie geeft een ontwijkend antwoord. ‘Tot nu toe heeft het altijd gewerkt,’ zegt hij met vriendelijke glimlach. Hij gelooft hoe dan ook dat er duidelijk bewijs is: ‘We beschikken over een stroom aan wetenschappelijke documentatie. Het wordt steeds moeilijker om de werking van vasten te ontkennen.’

  • Hoe spel kan bijdragen aan genezing

    Hoe spel kan bijdragen aan genezing

    Schrijver en essayist Susanna Crossman maakt in haar therapie voor traumaverwerking veel gebruik van spel, waarbij alle functionele kaders wegvallen en we losstaan van de tijd.

    ‘Neem een pen. Zet hem op papier. Teken waar je wilt. Hoe je wilt. Je weet wat Paul Klee zei: tekenen is een lijn mee uit wandelen nemen.’ Tijdens de ziekenhuisworkshop wend ik me naar een patiënt, glimlach en vervolg: ‘Dus laten we samen tekenen. We kunnen huizen tekenen, een pad tussen onze huizen. Laten we de verfdoos pakken. Draai het papier om. Ondersteboven. Als je het goed vindt, kan ik jouw lucht schilderen en jij de mijne… We kunnen spelen en iets maken…’

    Al meer dan twintig jaar zeg ik al spelend en makend zulke zinnen in mijn rol als beeldend therapeut, gespecialiseerd in geestelijke gezondheid, en als docent en adviseur wanneer ik creatieve werkvormen toepas met dokters, ziekenhuisdirecteuren en ondernemers. Geïnspireerd door kunstenaars als Louise Bourgeois en Jackson Pollock, en door Plato, besteed ik mijn dagen al borend in wat de fenomenoloog en spelfilosoof Eugen Fink de ‘perzikhuid der dingen’ noemt. Die huid gloeit.

    Prestatie-maatschappij

    Volgens de Koreaans-Duitse filosoof Byung-Chul Han is de hedendaagse kapitalistische maatschappij een ‘prestatiemaatschappij’ geworden. We lijden onder een geïnternaliseerde druk om te presteren, om meer te doen, te zijn en te hebben, aldus tijdschrift Psyche. Volgens Han is het moderne zelf niet langer een subject, maar een project. Het zelf moet worden geoptimaliseerd, gemaximaliseerd, efficiënt gemaakt. We krijgen pas betekenis als we onze droombaan, het perfecte huis, een volmaakt leven hebben.

    De Duitse filosoof Moritz Schlick (1882-1936) beschreef een eeuw geleden al dat dit een verkeerde benadering is. De ware betekenis van ons leven is volgens hem alleen te vinden in spel. Spel is een activiteit die we omwille van het spel zelf doen. Als we spelen, worden we niet gemotiveerd door beloningen, prestaties of externe doelen.

    De filosoof Friedrich Nietzsche beschreef spel eens als ‘wording en ontbinding, bouwen en vernietigen zonder morele implicatie, in eeuwige onschuld’ – als een bezigheid die ‘in de wereld alleen is te vinden in het spel van de kunstenaar en het kind’. Als ik mijn zes jaar oude Jeanne vraagt wat er gebeurt als we spelen, zegt ze: ‘Als alle kinderen in de wereld op hetzelfde moment spelen, groeit het. Dan wordt het steeds groter.’ Spelen is als een droom, want, zoals de dichter Paul Valéry in 1914 schreef, dromen ‘combineren alle mogelijke manieren van verschillende indrukken.’ Spelen betekent het openen van massa’s mogelijkheden. 

    Toch vraagt spel, ondanks al die nadruk op mogelijkheden en vrijheid, paradoxaal genoeg om strikte regels, waarmee spelen een vaardigheid wordt die je kunt aanscherpen. Verschillende spelspecialisten, zoals Fink en de socioloog Roger Caillois, hebben geprobeerd de noodzakelijke criteria te beschrijven om de toestand van spel te bereiken, door Fink beschreven als licht brengen, of het ‘doen dagen’ van de wereld. Volgens een andere spelexpert, de psychiater Stuart Brown, komt onze spelbehoefte voort uit onze biologische neotenie: wij zijn de enige zoogdieren met een kindertijd van achttien jaar. Voor Brown heeft het spel een aantal hoofdeigenschappen: het is ongericht, vrijwillig en inherent aantrekkelijk, terwijl het je losmaakt van de tijd, je zelfbewustzijn vermindert en zorgt voor improvisatievermogen en continu verlangen. Als we spelen, leven we buiten de tijd en willen we niet ophouden.

    Als we spelen, ervaren we een positieve vorm van Augustinus’ tijdsbesef. We bestaan buiten de kloktijd

    Geïnspireerd door de improvisatiebeoefenaars Peter Slade, Miranda Tufnell en Keith Johnstone speel ik bij wijze van therapie met een volwassen groep het spel ‘We zijn…’ , en we bedenken om de beurt een scène die we vervolgens spelen. Alles is spontaan. ‘We zijn in slow motion een berg aan het beklimmen.’ ‘We zijn elke game die we spelen aan het verliezen.’ ‘We zijn een gloeiend heet stokbrood aan het eten.’ Na een uur zegt een patiënt verbaasd: ‘Ik had geen idee van de tijd.’ Vorige week zei een ziekenhuisdirecteur aan het eind van een sessie: ‘De tijd vloog voorbij vandaag.’ Als we spelen, ervaren we een positieve vorm van Augustinus’ tijdsbesef – niet de objectieve tijd van de ronddraaiende planeten, maar iets anders als gevolg van onze subjectieve waarneming. We bestaan buiten de kloktijd.

    Waarom vallen orka’s boten aan?

    Volgens de zeilgemeenschap zijn het aanvallen, maar de wetenschap bestempelt het gedrag van orka’s die boten rammen als ‘interacties’. Sinds 2020 zijn er minstens vifhonderd van zulke incidenten geteld in de Straat van Gibraltar. Omdat het om dieren gaat, blijft het speculeren over hun beweegredenen. Sommigen zien de interacties als aanval op het kapitalisme, aangezien ze luxueuze menselijke activiteiten en de ecologische schade door overconsumptie lijken te weerspiegelen. Maar volgens bioloog Alfredo López (El Mundo) moeten we uitkijken met menselijke eigen­schappen aan orka’s toekennen. Volgens hem is er geen sprake van een aanval; uit zijn onderzoek blijkt dat orka’s zich onder mensen niet agressief gedragen. Aannemelijker zou zijn dat trauma een rol speelt, bijvoorbeeld door een ervaring met een vislijn. Marinewetenschapper zeggen dat we er waarschijnlijk nooit achter zullen komen wat hun gedrag bepaalt. Misschien is het gewoon spel.

    (Zie ook 360 editie 233)

    Mijn dochters zijn vijf of zes en ik observeer hen tijdens hun eerste ‘alsof’-spelletjes. Rose zegt: ‘Ik maak een trein.’ Urenlang zet ze stoelen op een rij voor ‘passagiers en machinisten’. Als alles klaar staat, verkondigt ze, tot mijn verrassing: ‘Nu is het klaar. Mag ik iets lekkers?’ Het spel is het proces, niet het eindproduct. Dat is belangrijk: als we spelen en kunst maken, zijn de producten die we maken, de dingen die we doen ‘autotelisch’ – ze zijn een doel in zichzelf. Zoals Hannah Arendt schreef: ‘Alleen waar we worden geconfronteerd met dingen die onafhankelijk van alle functionele kaders bestaan (…) spreken we van kunstwerken.’ Op deze manier zou je spel kunnen beschouwen als een antikapitalistische activiteit.

    Een flow

    Fink schreef, met een verwijzing naar de filosoof Martin Heidegger, dat het is ‘omdat we openstaan naar de wereld’ (wat ‘een openheid van Dasein naar de wereld’ impliceert) dat we überhaupt kunnen spelen. Heideggers idee van Dasein, een bij uitstek menselijk vermogen van in-de-wereld-zijn, verschilt niet veel van de ervaring die Mihaly Csikszentmihalyi, grondlegger van de positieve psychologie, definieert als een flow, als ‘in de zone’ zijn. In een flow verdwijnen tijdsbewustzijn en zelfbewustzijn. We voelen ons vervuld en willen de ervaring herhalen. Als je dat toepast op de medische context betekent de ervaring van een flow tijdens sessies dat patiënten terugkomen en na verloop van tijd de strijd aangaan, waarbij ze steeds dieper in het therapeutische proces graven.

    Hetzelfde geldt voor opvoeding en werk. Spelen is een krachtige motor. Onlangs vertelde een dichter me dat ze na haar letterenstudie aan Oxford haar lust om te schrijven kwijt was als gevolg van een tirannieke docent. Pas later, toen ze zich met boekdrukkunst bezighield en ze een Grieks fragment van Sappho in heen en weer lopend schrift in linoleum kerfde, kwam haar wezenlijke plezier in woorden terug. Het tegengestelde van ‘flow’ is een toestand van ‘vechten of vluchten’.

    Op een dag zegt een nieuwe patiënt tegen me: ‘Ik kan niet tekenen.’ In een centrum voor dagopvang staren de patiënt en ik naar een blanco vel papier. De intieme pianoklanken van Falling, Catching van Agnes Obel vullen het lokaal van de workshop. Muziek draalt rond verfpotten, schiet tussen sculpturen van vuilnisemmers en afdrukken van Camille Claudels optimistische schetsen door. De vrouw herhaalt: ‘Ik kan niet tekenen. Ik had nooit moeten stoppen met werken.’ Ze schudt haar hoofd en zegt nog eens: ‘Ik had nooit moeten stoppen met werken.’ De psychiater die haar geval behandelt, noemt dit haar litanie. Ze lijdt aan zware depressies. Ik zeg: ‘Volgens mij kan iedereen tekenen.’ Ik zet mijn pen op het witte papier en trek een kronkellijn. De vrouw stopt met praten en trekt eveneens een lijn. Ineens buigen onze lijnen naar elkaar toe in de vorm van een vlucht wilde ganzen. Terwijl de pianomuziek klinkt, vullen we de witte rechthoek met zwarte groeven die elkaar snijden, groeten, vermijden en parallel over de bladzijde bewegen.

    Ze zegt: ‘Het lijkt nergens op.’ Ik zeg: ‘Verbeelding is net zo belangrijk als feiten’

    Tien minuten later bekijken we ons werk. Ze zegt: ‘Maar het lijkt nergens op.’ Ik zeg: ‘Verbeelding is net zo belangrijk als feiten. Als we tekenen, beginnen we bij een unieke plek, een Locus Solus.’ Ze fluistert: ‘Ik had nooit moeten stoppen met werken.’ Het klinkt als een smeekbede, als een gebed in de ruimte. Ik vraag: ‘Wat zou je willen tekenen?’ Ze antwoordt: ‘Een golfbaan. Ik maaide daar vroeger altijd het gras.’ Ik knik: ’Geweldig idee.’ 

    Op een nieuw vel papier zetten we de baan uit. Voor het eerst glimlachend geeft ze de afslagplaats aan, de bunkers en de greens. Veertig minuten lang tekenen we grassprieten. De weken erna tekenen we honderden, duizenden groene takjes en blaadjes, en ze glimlacht, streepje na streepje. Ik moet denken aan iets wat Gaston Bachelard schrijft in La poétique de l’espace (1957): ‘Als het beeld nieuw is, is de wereld nieuw.’ Als we spelen, scheppen we, verrijzen we, komen we tevoorschijn. Patiënten stappen uit hun psychische stoornis en ervaren vaak een sensatie van een nieuwe dageraad. Hun wereld is onverwacht groter geworden. Deuren gaan open.

    Veilig voelen

    Veel denkers en filosofen die over spel schrijven, lijken voorbij te gaan aan het feit dat een sprong in het duister vertrouwen vergt. Iemand moet zich veilig voelen om te kunnen spelen. Zonder vertrouwen is er geen flow, geen dageraad. Voor we de praktijksessies met een groep volwassenen of jongeren beginnen, schrijven we richtlijnen op en bedenken we onze spelcondities. We bespreken verschillende onderwerpen: het gebruik van mobiele telefoons, het belang van op tijd zijn, respect, meedoen, vertrouwelijkheid. Als we met volwassenen spelen, is er een grote, gerechtvaardigde angst om kinderachtig te worden behandeld of uitgelachen en op de een of andere manier bedrogen. Wil een groepsspel zin hebben, dan moet iedereen zich veilig voelen om te spelen.

    De kinderarts en psychoanaliticus Donald Winnicott, die het belang van deze veiligheid benadrukt, ziet spel als iets wat plaatsvindt in de ‘transitieruimte’ tussen verbeelding en werkelijkheid. In een ‘alsof’-spel weet een kind best dat die banaan geen telefoon is, maar het belet hem of haar niet om op te nemen als er wordt gebeld. Voor Winnicott geeft spelen in deze tussenruimte kinderen de mogelijkheid hun plaats in de buitenwereld vorm te geven. Al heen en weer bewegend toetsen zij de werkelijkheid. Toch vereist dit toetsen – omdat kinderen met speelgoed gooien, met symbolisch gevaar en mislukking experimenteren – de aanwezigheid van ouders. De ouder zorgt ervoor dat het spel wordt ervaren zonder volgzaam of bang te zijn. Daarom stelde Winnicott dat als we als jonge kinderen veilig met gevaar spelen, we als volwassenen beter omgaan met afwijzing en verlies, en meer gezonde risico’s zullen nemen.

    ‘Laat je lichaam het denken doen,’ zeg ik tegen patiënten als we om de beurt een reeks vrije bewegingen verzinnen

    Spel verenigt, schrijft Fink, ‘het opperste verlangen en het diepste lijden’. Jarenlang werkte ik met tieners die waren gediagnosticeerd als psychotisch. Een hoogtepunt van onze samenwerking was een kort surrealistisch toneelstuk, ‘De verdwenen aardappelstamper’, dat ze rond keukenvoorwerpen situeerden. De hoofdrollen waren voor een koelkast, een buffet, een broodrooster, een fornuis, een tafel en stoelen, en de verdwenen aardappelstamper. De tekst ging over in de steek gelaten worden door je ouders, over wanhoop, eenzaamheid, geweld, gevoelens van noodlot en hoop. Tijdens een training speelde een ziekenhuisdirecteur een keer al improviserend de rol van het dossier van een dode patiënt dat in een vuilnisbak was gegooid. Beide voorbeelden laten de louterende werking van spel zien, waarbij we de kans ­krijgen de donkere kanten van onszelf toe te laten.

    De meeste van mijn dramatherapiesessies, ook als ik met beeldende kunst werk, beginnen met een warming-up, een zintuiglijke voorbereiding. We halen adem, rekken ons uit en geeuwen. De pionier van de dramatherapie, Peter Slade, benadrukte het belang van een dergelijke lichamelijkheid, de concrete actie bij spelen, bij huppelen en springen. ‘Laat je lichaam het denken doen,’ zeg ik tegen patiënten als we om de beurt een reeks vrije bewegingen verzinnen, terwijl we met onze armen draaien en springen, of waterpartijen ontwerpen voor Japanse miniatuur­tuinen. In het spel kan het lichaam de eerste betekenisbron worden.

    Overal op de wereld wordt de etymologie van het woord ‘spel’ herleid naar het diepgewortelde, instinctieve: in het Latijn verwijst ludere naar springende vissen en fladderende vogels. Het Angelsaksische lâcan betekent als een schip op de golven deinen, of trillen als een vlam. Het Sanskriet woord kridati beschrijft, net als in Germaanse talen, de beweging van de wind. Als we spelen, zijn we zelden bewegingsloos. We leven.

    Tactiele sensaties

    Een recente studie van de psychologen Maja Stanko-Kaczmarek en Lukasz Kaczmarek, werkzaam aan de Adam Mickiewicz-universiteit in Polen, bracht aan het licht dat de tactiele sensaties bij vingerverven een bewustzijnstoestand teweegbrengt die is gekoppeld aan welzijn. Als we schilderen, zitten we in het moment en onze aandacht is verruimd. Dit kan worden gesteld tegenover gepieker over het verleden of de toekomst, vaak een symptoom van mentale ziekte. Het fysieke karakter van spel en creatie plaatst ons in het hier en nu: het plaatst ons midden in onszelf en mobiliseert een belichaamd kenvermogen dat belangrijk is bij het leren van vaardigheden. In alle stadia van het leven kan bouwen met lego, breien, borduren en schilderen bijdragen tot psychisch welzijn.

    Aan het eind van onze sessies vroeg ik patiënten vaak hun fysieke en ook hun mentale en emotionele gevoelens te duiden. Hugo Critchley, een expert in de interactie tussen lichaam en geest en mededirecteur van het Sacklercentrum voor Bewustzijnswetenschappen aan de Universiteit van Sussex, in Engeland, heeft het directe verband onderzocht tussen ‘interoceptie’ (het vermogen om prikkels in het eigen lichaam waar te nemen) en emotionele intelligentie. Spel kan een gedeelde, belichaamde activiteit zijn. Door collectief te spelen transcenderen we welbewust samen.

    Het ‘alsof’ bij toneel vraagt om een collectieve ervaring, anders dan de schizofrene hallucinatie, die uniek is

    Dit ‘gedeelde’ van spelen werd benadrukt door de Nederlandse historicus Johan Huizinga. In Homo ludens: Proeve eener bepaling van het spel-element der cultuur uit 1938 onderkende hij dat we als we spelen een ‘speelgemeenschap’ binnengaan. We ontlopen en verwerpen over en weer normen. Binnen de cirkel van een spel zijn normale wetten en gewoonten niet langer van toepassing. Ruimte en tijd in een spel zijn altijd beperkt: het podium, de speeltuin, het scherm, het vel papier, de workshop of de magische cirkel. Dus als we dramatherapie toepassen op patiënten met bijvoorbeeld schizofrenie, werkt zowel de groep als de ruimte als een afbakening, waardoor de persoon zijn verbeelding kan gebruiken op zo’n manier dat er geen hallucinaties optreden. 

    Jaren geleden alweer werkte ik eens met een Amerikaan met schizofrenie, die zich vaak inbeeldde dat iemand op het punt stond zijn hoofd van zijn romp te snijden. Iedere dag bleef hij in de ziekenhuisgangen fluisteren: ‘Ze komen me halen.’ Toch had hij na de warming-up in het lokaal van de dramatherapie zelden hallucinaties. Maandenlang vertolkte hij de rol van een hertog in een stuk dat we hadden gebaseerd op Shakespeares As You Like It (zonder dat hij daarbij ooit dacht dat hij echt een aristocraat was). Het ‘alsof’ bij toneel vraagt om een collectieve ervaring, anders dan de schizofrene hallucinatie, die uniek is. De veiligheid van de groep genereert ook vertrouwen en houvast bij de nieuwe werkelijkheid die ons toestaat denkbeeldige bergen te beklimmen, de zeven zeeën te bevaren. 

    Beeldende therapie

    Op een dag schreef een psychiater beeldende therapie voor aan een jonge Spaanse man die was ingestort na maandenlange arbeid in een visverwerkingsfabriek en nu eetproblemen had. Tijdens onze eerste sessies stelde ik een spontane dadaïstische collage-oefening voor, waarbij hij intuïtief beelden en woorden selecteerde uit een verzameling die op de tafel lag uitgestald. Geen sprake van goede of verkeerde antwoorden. Hij verzamelde beelden van bloemen, een jongeman die zijn haar waste. Uit de uitgesneden woorden stelde hij een mooie, kale tekst samen over het zoeken naar water, naar leven. Maandenlang werkten we aan deze thema’s, waarbij we portretten en zelfportretten uit de achttiende eeuw onderzochten, en we sloten af met het maken van een kunstenaarsboek. Bij dit proces was het beginwerk de sleutel – een schijnbaar willekeurige selectie gebaseerd op een onbewuste keuze. Dit spontane element is een onderlaag op het canvas van het spel, een kernfundament van het huis. Maar hoe breng je spontaniteit teweeg?

    Tijdens creativiteitsseminars spreek ik over de ‘wachters’ bij de poort van de geest over wie de toneelschrijver en filosoof Friedrich Schiller schreef aan zijn vriend, de jurist Christian Gottfried Körner – dus schildwachten van de rede wier taak het is onhandelbare creativiteit in toom te houden. ‘Stel, de wachters kijken over je schouder mee,’ zeg ik tegen een lokaal vol ondernemers. ‘Dit zijn je bewakers. Je wilt nieuwe ideeën ontwikkelen en problemen oplossen. Jouw ideeën, oplossingen komen bij de poort en – voordat ze een kans krijgen – filteren, ontkrachten, censureren je bewakers jouw ideeën als slecht, stompzinnig, belachelijk. De meeste van je ideeën komen er nooit doorheen.’ De groep lacht, en ik ga verder: ‘Als we creatief te werk gaan, halen we die bewakers weg. Dan laten we de ideeën stromen.’ In De droomduiding (1899) citeert Sigmund Freud Schiller, wanneer hij het uiten van ‘vrij opkomende’ ideeën aanmoedigt: ‘Het is schadelijk voor het creatieve werk van de geest als het intellect van te dichtbij de ideeën inspecteert die als het ware bij de poorten staan te dringen. Op zichzelf bezien mag een idee heel onbeduidend en heel gedurfd zijn (…) maar in een bepaald verband met andere, die even absurd mogen lijken, kan het misschien een heel bruikbare constructie vormen.’

    Waar het hart sneller van klopt

    Hoofdkussenboek (Makura no Sōshi) is een van de beroemdste literaire werken uit het klassieke Japan, geschreven rond het jaar 1000 tijdens het Heian-tijdperk door hofdame Sei Shōnagon. Het is een verzameling van observaties, gedachten, anekdotes, poëzie, lijstjes en commentaren op het hofleven die opvalt vanwege de lichtheid en originaliteit, en ook omdat deze veel vertelt over de tijd waarin ze leefde. In dit gedicht van haar wordt het leven voorgesteld als een toneelstuk.

    Spreeuwen die hun jongen voeden.
    Een huis passeren waar kleine kinderen buiten spelen.
    In een kamer slapen waar men een delicate wierook heeft gebrand.
    Zien dat je prachtige Chinese spiegel een beetje dof begint te worden. Gadeslaan hoe een heer zijn wagen voor je poort laat halthouden en zijn bedienden opdracht geeft zijn komst aan te kondigen. Je haar wassen, toilet maken en met parfum besprenkelde kledingstukken aantrekken; ook al is er geen levende ziel die je ziet, toch geven deze voorbereidingen je een heel plezierig gevoel.
    Het is nacht en je verwacht een bezoeker. Plotseling word je verrast door het geluid van regendruppels die door de wind tegen de blinden slaan.

    Vertaald uit het Engels (The Pillow Book of Sei Shōnagon, Ivan Morris) door Paul Heijman (2e druk, 1988, Nijgh en Van Ditmar).

    Tijdens een workshop met een groep Franse maatschappelijk werkers gooien we verf op een doek à la Jackson Pollock. De cursus vindt plaats in een groot herenhuis. Ik heb op alle muren en vloeren zeildoek geplakt. De workshop heeft als thema lâcher prise – loslaten – bij besluitvorming, stressbeheersing, emotionele intelligentie, en het inzetten van creativiteit als middel. Met verfkwasten druppelen en spetteren we om de beurt met roze, blauwe, oranje, gele en paarse verf. Deze methode moedigt ons aan om zonder angst voor mislukking vorderingen te maken met de ‘growth mindset’, de op groei gerichte denkrichting, die is gemunt door de psycholoog Carol Dweck, gespecialiseerd in menselijke motivatie. We proberen te onderzoeken en ons te ontwikkelen, net als Pollock, die zei: ‘Als ik schilder, ben ik me er niet van bewust wat ik doe. Pas na een soort ‘kennismakingsperiode’ zie ik waar ik mee bezig ben geweest (…) Het schilderen heeft een eigen leven.’

    De wezenlijke rol van spel, toeval en instinct bij creativiteit is erkend door vele vroegtwintigste-eeuwse kunstzinnige bewegingen, waaronder het dadaïsme en het surrealisme, en komt terug in jazz, en in latere bewegingen, zoals punk. Punk, erkent de Amerikaanse kunstenaar Judy Nylon, stond voor doe-het-zelf, vormverandering en streven naar de ‘grootst mogelijke armslag’. Spel heeft echter ook veel van de menselijke geschiedenis opgeluisterd, vanaf Nicholas de Cusa’s gebruik van de balspelmetafoor voor theologisch gepieker in De ludo globi (1463) tot aan de ontwikkeling van de commedia ­dell’arte. Plato benadrukte: ‘Het leven moet worden geleefd als een spel (…) en dan zal een mens in staat zijn de goden gunstig te stemmen, zichzelf te verdedigen tegen zijn vijanden en die wed strijd te winnen.’

    Spelen is experimenteren, plezier herwinnen, het mogelijke en onmogelijke doen om het onmaakbare te verzinnen en te maken

    Spelen is experimenteren, ontdekken, plezier herwinnen, het geheim blootleggen, het mogelijke en onmogelijke doen om het onmaakbare te verzinnen en te maken, de brug oversteken die je niet kon oversteken, water laten branden, op water lopen, vliegen. Het is voor iemand met pleinvrees zingen ten overstaan van een menigte, dansen, lachen en huilen, een afbeelding maken, zorgen, pijn en dood vergeten, buiten de tijd leven, in een flow zijn, verbinden, ontbinden, opnieuw verbinden, verbeelden, maken.

    Het is een zomernamiddag op een afdeling kinderpsychiatrie in Frankrijk. Een dertienjarig meisje monstert me van top en teen en zegt: ‘Volgende maand kan ik niet naar de groep komen. Ik ga naar Wondirection.’ Ik zeg: ‘Wie zijn Wondirection?’ De groep tieners giechelt. Het meisje, dat ooit uit Rwanda is geadopteerd en oorlogstaferelen, verkrachting en geweld heeft meegemaakt, articuleert letter voor letter. ‘W-o-n d-i-r-e-c-t-i-o-n is een boyband.’ ‘O, One Direction,’ zeg ik. Iedereen lacht om mijn Britse accent. ‘Wat is jouw favoriete nummer van One Direction?’ vraag ik. Ze trekt haar wenkbrauwen op: ‘Daar vindt u toch niets aan.’ Ik zeg: ‘Dat weet je nooit, wie weet vind ik het geweldig. Waarom neem je volgende week geen cd mee?’ Ze haalt haar schouders op. De vijf tieners zeggen gedag. Een van hen is doof, een verminkt zichzelf, een ander kan het lokaal niet binnenkomen zonder te huilen. Later maken de psychiatrisch verpleegkundige en ik notities en spreken we over ziektegeschiedenissen, fobieën, ontspanning, anorexia, verbeelding, psychotische symptomen en het belang van lachen.

    Leren omgaan met gevaren

    Kinderen hebben baat bij de ‘Risky Playground’ van Mike Hewson.

    The Conversation berichtte eind 2022 over riskante openbare speeltuinen van kunstenaar Mike Hewson in Melbourne en Sydney. ‘Alle speelbare onderdelen lijken geïmproviseerd, in elkaar geflanst met karton en kippengaas, precies in evenwicht of wankelend op het randje van instorten.’ Niet alleen is de constructie riskant, maar ook worden kinderen uitgenodigd om zelf risico’s te nemen.

    De kunstwerken – met Hewsons achtergrond in techniek is elk speelbaar element minutieus ontworpen en structureel gebouwd – zijn een reactie op de risicomijdende houding ten opzichte van spelen. Al sinds begin jaren tachtig is er een grote focus op de risico’s, gevaren en veiligheid van kinderen. In onder meer Australië en de VS werden normen voor speelveiligheid ingevoerd. Het gevolg: speeltuinen werden gestandaardiseerd tot ‘saaie’, veilige versies.

    ‘De afgelopen dertig jaar zijn bij interpretaties van deze veiligheidsnormen vaak de betekenissen van “risico” en “gevaar” door elkaar gehaald, schrijft The Conversation. ‘Een risico is iets waarvan het kind zich bewust is, waardoor het gedwongen wordt de uitdaging te identificeren, analyseren en overwinnen; een gevaar brengt iemand in gevaar omdat er een voorwaarde voor letsel bestaat die de gebruiker niet kan waarnemen.’

    ‘Door deze betekenissen door elkaar te halen, is er een culturele houding ten opzichte van spelen ontstaan die zeer risicomijdend is’, aldus The Conversation. En dat is problematisch. Zo kan risicomijding ‘op de lange termijn gevolgen hebben voor de gezondheid, en mogelijk van invloed zijn op de ontwikkeling van angst, depressie, obesitas en diabetes.’ Vanuit dit idee werd in 1968 in Massachusett ook De Sudbury Valley School opgericht, bekend als ‘de school waar alles mag’.

    (Zie ook 360 editie 49, ‘Ga toch spelen’.)

    Bij de volgende sessie heeft het meisje de cd van One Direction bij zich en we luisteren naar haar favoriete nummer, What Makes You Beautiful. Bij de sessie erna stel ik het volgende voor: ‘We gaan doen of we bij een concert van One Direction zijn. De band loopt het podium op. Lichten flitsen. Wij roepen hun naam.’ Zo hard we kunnen roepen we ‘Niall, Zayn, Liam, Harry, Louis!’ en slaan dubbel van het lachen. De weken erna werken de tieners aan verhalen over een pakketreis naar Griekenland, waarbij ze rijden op onzichtbare ezels, verbranden door de zon en met elkaar zwemmen in de glinsterende zee. Een jongen met autisme kan alleen maar meedoen met improviseren als hij eerst een radioquiz nadoet en brult: ‘We hebben een winnaar!’

    Intieme, persoonlijke handelingen

    Aan het begin van elke sessie roepen we de namen van de bandleden. De laatste week, voor de schoolvakantie, zingen we met elkaar: ‘You don’t know you’re beautiful, that’s what makes you beautiful…’ (Je weet niet dat je mooi bent, daarom ben je mooi.)

    In haar artikel ‘Maatschappij en cultuur’ uit 1960 schreef Arendt: ‘…zonder de schoonheid van menselijke, wereldlijke creaties die we kunst noemen, zonder hun stralende luister waarin potentiële onvergankelijkheid aan en in de wereld tot uiting komt, zou alle menselijk leven onbeduidend zijn en zou geen enkele grootsheid kunnen voortduren.’

    Ondanks dit alles neem ik het woord ‘creatief’ niet graag in de mond, vanwege de populaire psychologische connecties: een bedrijfsjamboree die zwaar leunt op ‘kapitalistisch realisme’, goeroes met kraagloze hemden die elkaars hand vasthouden en harten op muren plakken. Als spelbegeleider voel ik diepe reserves bij formele, universele spelbeginselen. Ik zie spelen en creëren als intieme, persoonlijke handelingen. Hun kracht bij individuele verandering is hun Locus Solus. In ‘fragment 52’ beschrijft Heraclitus Eon, de kosmische tijd, als een spelend kind en spel als een metafoor voor het eeuwig levend kosmisch vuur, pur aeizoon, ‘de bliksemflits die alle dingen bestiert’. We kunnen en moeten denkbeeldige handelingen met elkaar delen, maar onze verbeelding – wil ze kracht hebben, ons omverwerpen en ons ’s nachts wakker houden omdat we verlangende schepselen zijn – zou met een uniek, levendig licht moeten mogen branden. 

  • Het Alzheimermysterie

    Het Alzheimermysterie

    Sinds de ontdekking van de ziekte van Alzheimer hebben patiënten en hun naasten de ene na de andere ‘hartverscheurende teleurstelling’ moeten verwerken. Maar de raadselachtige hersenscan van een Colombiaanse vrouw enkele jaren geleden, zorgde voor nieuwe inzichten en biedt voorzichtige hoop op een remedie.

    Met illustraties van Azul Ehrenberg.

    Dr. Eric Reiman kan de identiteit niet onthullen van de 73-jarige vrouw uit een primitief Colombiaans bergdorpje in de omgeving van Medellin die een paar jaar geleden landde op de luchthaven van Boston voor een aantal onderzoeken bij de Harvard Medical School. Wel wil hij dit kwijt: haar ontdekking kan een opzienbarende doorbraak betekenen in een bijna drie decennia durend onderzoek naar Colombianen die zijn behept met een gen dat rond hun vijftigste volledige alzheimer veroorzaakt.

    Wat de vrouw bijzonder maakte was niet alleen wat de artsen ontdekten toen ze haar hersenen voor de eerste keer scanden om de opbouw te meten van bèta-amyloïd, de kleverige plaques die er al lange tijd van werden verdacht een sleutelrol te spelen in de verwoestende cognitieve achteruitgang bij een vergevorderd stadium van alzheimer. Ze had de hoogste niveaus die ooit waren waargenomen. Wat de vrouw echt bijzonder maakte was dat ze, ondanks die plaques, bijna normaal leek voor haar leeftijd.

    ‘Niemand liep een hoger risico om alzheimer te krijgen dan zij,’ zegt Reiman, neurowetenschapper bij het Banner Alzheimer’s Institute in Phoenix, Arizona, die het uit zesduizend mensen bestaande Colombiaanse familiecohort waartoe de vrouw behoort al drie decennia bestudeert. ‘Maar haar milde cognitieve beperking is dertig jaar later ingetreden dan gebruikelijk is bij haar familie. En ze is nog steeds niet dement.’

    De slopende hersenziekte is veel complexer en heterogener dan eerder werd aangenomen

    Het geval van de Colombiaanse vrouw is een krachtig bewijs van zowel de hoopvolle vooruitzichten als de enorme frustratie die gepaard gaan met het zoeken naar medicijnen om de ziekte van Alzheimer te behandelen. De farmaceutische industrie heeft daar in twee decennia zeshonderd miljard dollar in geïnvesteerd, waarbij men zich vrijwel uitsluitend heeft gericht op het op een veilige manier reduceren of voorkomen van de opbouw van dodelijke plaques die een van de belangrijkste kenmerken van de ziekte vormen.

    Het aanvallen van de plaque is precies de bedoeling van het nieuwe alzheimermedicijn Aducanumab van de Amerikaanse farmaceut Biogen, dat tijdens twee afzonderlijke klinische proeven is getest. De eerste resultaten werden onlangs door hoge functionarissen van de Amerikaanse Food and Drug Administration [FDA], dat de ontwikkeling van het medicijn heeft gesteund, ‘bijzonder overtuigend’ genoemd. Maar deze bevinding werd begin november tegengesproken door een panel van onafhankelijke deskundigen dat op verzoek van het FDA de onderzoeksresultaten analyseerde.

    Zij spraken van conflicterende data – één onderzoek toonde een licht therapeutisch effect, een ander geen enkel – en van een gebrek aan werkzaamheid. ‘Het totaal aan data lijkt onvoldoende bewijs te leveren voor de effectiviteit van het middel,’ meldde een FDA-statisticus in een rapport. FDA-adviseur dr. David Knopman van de academische ziekenhuisketen Mayo Clinic drong aan op een nieuwe klinische proef.

    ‘Hoezeer men ook hoopt dat Aducanumab alzheimerpatiënten zal helpen,’ schreef hij in een rapport, ‘uit onderzoeksresultaten blijkt dat het middel in geen enkel geval verbetering biedt, in sommige gevallen zelfs schadelijk is en een enorme aanslag betekent op de beschikbare middelen.’

    Hernieuwd optimisme

    Ook al zou het FDA het oordeel van zijn eigen deskundigen naast zich neerleggen en Aducanumab deze maand goedkeuren, dan nog is het onwaarschijnlijk dat het middel alzheimer zal kunnen voorkomen door de opeenhoping van plaque in de hersenen tegen te gaan. Biogens Aducanumab is een uitvloeisel van een theorie die de ‘amyloïd-cascadehypothese’ wordt genoemd en die ervan uitgaat dat bèta-amyloïdplaques de eerste stap zijn in het proces dat tot het massaal afsterven van cellen en de daarmee gepaard gaande geheugen- en denkproblemen leidt dat alzheimer zo’n verschrikkelijke ziekte maakt. Maar die theorie boet al jaren aan geloofwaardigheid in, zoals het geval van de Colombiaanse vrouw onderschrijft.

    De Colombiaanse vrouw is alleen maar het nieuwste bewijsstuk dat de oorzaken van de slopende hersenziekte veel complexer en heterogener zijn dan eerder werd aangenomen. (Ondanks een hersenscan die meer bèta-amyloïdplaqueafzetting aan het licht bracht dan veel van haar artsen ooit hadden gezien, waren haar cognitieve vermogens slechts in lichte mate aangetast.) Dit is de reden dat, hoewel de lijst mislukte behandelingen blijft toenemen, veel deskundigen de toekomst met hernieuwd optimisme tegemoetzien. Zij denken dat er de komende jaren mogelijke behandelingen kunnen voortvloeien uit geheel nieuwe – en in sommige gevallen veronachtzaamde – benaderingen waarbij bèta-amyloïdplaquevorming in sommige gevallen geen enkele rol speelt.

    image00001 1 2 1

    Deze hoop wordt gevoed door een explosie van technologische innovaties op het gebied van gensequentie, data-analyse en moleculaire biologie, die wetenschappers in staat stelt de voortgang van de ziekte eerder en veel gedetailleerder te bestuderen dan eerder het geval was.

    De hoop wordt ook gevoed door geld: de Amerikaanse National Institutes of Health [NIH] besteedden in 2020 2,8 miljard dollar (ca. 2,4 miljard euro) aan alzheimeronderzoek, zes keer zoveel als in 2011 toen het Amerikaanse Congres wetgeving aannam die de NIH in staat moest stellen een agressief en gecoördineerd plan te ontwikkelen om alzheimer tegen 2025 te voorkomen en effectief te behandelen.

    In 2050 zal het aantal Amerikanen dat aan de ziekte lijdt verdubbelen tot veertien miljoen

    Die ambitie wijst op een toenemende urgentie bij een ouder wordende populatie, artsen en de Amerikaanse gezondheidszorg. In 2050 zal het aantal Amerikanen dat aan de ziekte lijdt verdubbelen tot veertien miljoen en zullen de zorg- en behandelingskosten volgens sommige schattingen meer dan twee biljoen dollar bedragen, tien procent van het huidige Amerikaanse bnp. Wetenschappers proberen deze tikkende demografische tijdbom in allerijl onklaar te maken.

    Dementie in Nederland

    In Nederland hebben 290.000 mensen momenteel dementie, waarvan naar schatting 15.000 jonger zijn dan 65 jaar. Ruim 80.000 worden verzorgd in verpleeg- of verzorgingshuizen en ruim 100.000 hebben nog geen diagnose.

    Alzheimer is de meestvoorkomende vorm van dementie: 70 procent van de dementiegevallen betreft Alzheimer.

    Bron: Alzheimer Nederland

    Hoewel de deadline van 2025 vermoedelijk niet zal worden gehaald, hebben de bevindingen van de afgelopen jaren onderzoekers een veel gedetailleerder en genuanceerder inzicht in de ziekte opgeleverd. Daardoor neemt de hoop toe dat we, ondanks de tegenvaller van Aducanumab, eindelijk meer kans maken alzheimer de kop in te drukken.

    ‘Ik ben mezelf kwijt’

    Van begin af aan was er goede reden om te denken dat de dikke plaques die met de zieke gepaard gaan ook de oorzaak ervan waren. In 1901 werd een vijftigjarige vrouw genaamd Auguste Dieter aan de zorg van dr. Alois Alzheimer van het psychiatrisch ziekenhuis van Frankfurt toevertrouwd met een onverklaarbare reeks symptomen, waaronder geheugenverlies, desoriëntatie, hallucinaties, afasie en waanideeën. ‘Ik ben mezelf kwijt,’ klaagde ze volgens Alzheimers nauwgezette aantekeningen kort voordat ze in 1906 overleed.

    Tijdens een autopsie ontdekte Alzheimer de opbouw van donkere plaqueklonters, gevormd door eiwitfragmenten die bekendstaan als bèta-amyloïd, samen met de twee andere symptomen die nu als de belangrijkste fysieke kenmerken worden beschouwd van de ziekte die zijn naam draagt: de kluwens van draderige eiwitmoleculen, ‘tau’ genaamd, waardoor de ruimte tussen hersencellen verstopt raakt en de normale celfunctie wordt verstoord, en grootschalige hersenatrofie als gevolg van het afsterven van de grijze stof die we gebruiken om te denken, voelen en leven.

    Toch zou het moderne alzheimeronderzoek nog decennia op zich laten wachten, totdat Robert Katzman, een vooraanstaand neuroloog van de Universiteit van Californië, een artikel schreef waarin hij betoogde dat de obscure toestand die ‘de ziekte van Alzheimer’ werd genoemd – een term die voordien alleen werd gebruikt voor mensen die voor hun vijfenzestigste dement werden – in feite de belangrijkste oorzaak was van wat toen uitsluitend bekendstond als seniliteit.

    Volgens die maatstaf, betoogde Katzman, was de ziekte van Alzheimer de vierde of vijfde doodsoorzaak in de Verenigde Staten, en daarmee een op grote schaal miskende aanslag op de volksgezondheid. In de jaren die volgden begonnen de eerste belangengroepen van patiënten zich te roeren en ging het pas opgerichte National Institute of Aging geld in onderzoek steken.

    Daarna kwam de ontdekking en bestudering van families zoals die in het bergdorpje in de omgeving van Medellin, die dragers waren van zeldzame mutaties waardoor ze al veel eerder symptomen van volledige alzheimer ontwikkelden dan elders. Met gebruikmaking van het op dat moment beschikbare genetische gereedschap concentreerden onderzoekers zich gedurende de jaren negentig van de vorige eeuw op specifieke mutaties die alleen leken voor te komen bij familieleden die al in een vroeg stadium alzheimer hadden ontwikkeld, mutaties die volledig ontbraken bij naaste verwanten die voor de ziekte gespaard bleven. Vrijwel alle genotypes leken direct in verband te kunnen worden gebracht met de vorming van de bèta-amyloïdplaques in de hersenen.

    Amyloïdhypothese

    Deze ontdekkingen vormden een van de belangrijkste aanwijzingen voor de amyloïdhypothese, die aan het begin van deze eeuw toonaangevend was geworden als verklaring voor het hoe en waarom van de progressie van alzheimer. En met de komst van de hersenscantechnologie die clinici voor de eerste keer in staat stelde de plaques in de hersenen van levende mensen te meten, leek het plotseling mogelijk deze accumulatie in realtime te volgen.

    De implicaties waren duidelijk: als wetenschappers een geneesmiddel konden ontwikkelen dat in staat was de accumulatie van plaque tegen te gaan, zouden we de progressie van alzheimer, en van de hartverscheurende cognitieve aftakeling die daarmee gepaard gaat, al in een vroeg stadium kunnen stuiten.

    ‘Ik studeerde toen nog, en het waren bedwelmende tijden,’ herinnert Scott Small zich, een neuroloog die het alzheimeronderzoek leidt aan de Columbia University in New York. ‘We dachten dat we het helemaal hadden uitgevogeld.’

    De werkelijkheid bleek helaas weerbarstiger. Tussen 1998 en 2017 zijn er 146 vergeefse pogingen gedaan om medicijnen te ontwikkelen voor het behandelen en zo mogelijk voorkomen van alzheimer, waarvan de overgrote meerderheid was gebaseerd op de amyloïdhypothese. (De laatste alzheimermedicatie die door het FDA is goedgekeurd is Namenda uit 2003, een middel dat de cognitieve prestaties tijdelijk probeert te stimuleren door het stimuleren van de chemische boodschappers in de hersenen die neurotransmitters worden genoemd.)

    Met een ander middel waarvan men hoge verwachtingen had, Semagacestat, werd gestopt nadat enkele proefpersonen huidkanker kregen en hun cognitie afnam

    De lijst teleurstellende medicijnen die beloofden de progressie van de ziekte te voorkomen of te vertragen is lang. Zo was er Bapineuzumab van Pfizer en Johnson & Johnson, een monoklonaal antilichaam dat was ontworpen om bèta-amyloïd te binden. In 2012 verklaarde de grootste investeerder in de Harvard-studie naar het middel dat proeven bij 1100 patiënten met lichte tot matige symptomen van de ziekte ‘geen enkel bewijs hadden opgeleverd van enig klinisch resultaat van de behandeling, cognitief noch functioneel’. Met een ander middel waarvan men hoge verwachtingen had, Semagacestat, werd gestopt nadat enkele proefpersonen huidkanker hadden gekregen en hun cognitie afnam. Solanezumab uit 2016, ontwikkeld door Eli Lilly & Co, ‘verbeterde in generlei opzicht de cognitie’ van de 2129 patiënten met lichte alzheimer die het middel gedurende meer dan een jaar probeerden.

    De laatste hoop was gevestigd op Aducanumab, waarvan de goedkeuring met zoveel horten en stoten verloopt dat het typerend is voor de tergende ambiguïteit die op dit moment heerst. Het door Biogen and Eisai ontwikkelde middel haalde in 2016 het omslag van het blad Nature, nadat onderzoekers hadden verklaard dat het de cognitieve aftakeling had vertraagd en de plaque had gereduceerd in de hersenen van een kleine groep proefpersonen.

    In 2018 gingen in klinieken overal op de wereld massale fase 3-proeven van start, die tot 2021 hadden moeten duren. In maart 2019 maakte Biogen echter bekend dat een eerste resultatenonderzoek, een zogeheten futiliteitsanalyse, uitwees dat het middel niet naar behoren werkte bij de ruim drieduizend vroege alzheimerpatiënten die hoopvol deelnamen aan de studie. Het onderzoek werd twee jaar te vroeg gestaakt en als een mislukking bestempeld.

    ‘Dat was een ongelooflijk pijnlijke tijd voor alle betrokkenen, zowel het vakgebied als de patiënten en hun familie,’ zegt Reiman, die het onderzoek in twee instellingen leidde. ‘De bedrijfstak maakte zich zorgen – waarom investeren in de ziekte van Alzheimer? – en liet het in sommige gevallen afweten. Het was hartverscheurend.’

    Vergist

    Maar daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. Zeven maanden na het staken van de proef nam Biogen and Esai een ongebruikelijke stap door te verklaren dat ze zich hadden vergist. Het middel, zeiden ze, leek toch effectief. Tijdens een drukbezocht congres in december 2019 legden vertegenwoordigers van het bedrijf uit dat de futiliteitsanalyse maar naar de helft van de patiënten had gekeken. Na een tweede blik op de data hadden ze geconstateerd dat de cognitieve baten langer uitbleven dan verwacht maar zich waren gaan manifesteren tegen de tijd dat de proef werd gestaakt. Het bedrijf kondigde aan in maart een nieuwe open-labelstudie te starten en goedkeuring van het middel aan te vragen bij het FDA.

    De bekendmaking werd met immense opluchting en voorzichtig optimisme begroet door Reiman en zijn collega’s. Na het congres waren de meesten het erover eens dat er meer data nodig was om hen ervan te overtuigen dat het geneesmiddel werkelijk effectief is. Afgelopen augustus maakte het FDA bekend het middel aan een ‘prioriteitstoets’ te zullen onderwerpen en niet later dan 7 maart 2021 een beslissing te nemen. Als het werd goedgekeurd, zou het de eerste nieuwe behandeling in achttien jaar zijn.

    Toen kwam het conflict in november 2020. Aan het begin van die maand plaatste het FDA documenten op zijn website die suggereerden dat veel klinische onderzoekers van het agentschap, onder wie de directeur van de afdeling neurowetenschap, achter goedkeuring van het middel stonden. Deze verklaring kwam maar een paar dagen voor het belangrijke oordeel van een door het FDA ingestelde adviesraad van vooraanstaande deskundigen; de koers van het aandeel Biogen steeg met meer dan veertig procent.

    Maar toen de adviesraad bijeenkwam, beschuldigden de leden de staf van het agentschap van vooringenomenheid en velden een unaniem zij het niet-bindend vonnis: het bewijs was onvoldoende overtuigend om goedkeuring aan te bevelen. Door deze verklaring werd alle hoop de grond in geboord en kelderde het aandeel Biogen weer.

    Volgens velen benadrukte deze bipolaire opeenvolging van gebeurtenissen alleen maar hoe dwaas het was op een behandeling te blijven mikken op grond van één enkele hypothese. Sommigen, zoals Scott Small van Colombia University, hadden zich al als critici ontpopt.

    ‘Het basisidee van de amyloïdhypothese,’ zegt hij, ‘was destijds juist. Maar als we vandaag de dag wakker zouden worden met alle informatie die we de afgelopen vijfentwintig jaar hebben verzameld, denk ik eerlijk gezegd niet dat iemand nog met een amyloïd-cascadehypothese op de proppen zou komen. Je slaat nooit een homerun als je niet op het veld staat. Maar tot nu toe stonden we op het verkeerde veld. Nu staan we op het goede. Die homerun komt er wel. Voor mijn patiënten hoop ik alleen dat hij niet te lang op zich laat wachten.’ 

    Een nieuwe golf van studies

    Veel onderzoekers zijn het erover eens dat er een veelbelovend nieuw tijdperk in het alzheimeronderzoek is aangebroken, een tijdperk dat benadrukt dat er duizend bloemen moeten mogen bloeien in de onderzoekslaboratoria waar wetenschappers op zoek zijn naar een remedie.

    ‘We geven de amyloïdbenadering niet op maar de veelheid aan doelen die we nu kunnen identificeren zorgt voor veel opwinding,’ zegt Richard J. Hodes die leiding geeft aan het ouderenprogramma van de NIH. ‘We zien een nieuwe golf van studies op ons afkomen.’

    Hodes merkt op dat van de 46 medicijnproeven die zijn programma dit jaar steunt, 30 zich op andere doelen richten dan amyloïd. Dit is waarschijnlijk alleen nog maar het begin. In de tijd dat de nu gebruikte bèta-amyloïdmedicijnen werden ontwikkeld, zegt hij, waren er nog maar vier genen geïdentificeerd die een belangrijke rol spelen bij de ziekte van Alzheimer.

    De afgelopen jaren heeft het ouderenprogramma van de NIH onderzoekers gefinancierd om data uit duizenden hersenen te verzamelen en specifieke genetische sequenties te isoleren die verband met de ziekte lijken te houden, of met de bescherming daartegen. Alleen al in 2018 is er een dertigtal nieuwe sequenties ontdekt, een aantal dat volgens Hodes hoger is dan in enig voorgaand jaar en nog exponentieel stijgt. De lijst schijnbaar relevante genetische sequenties is de vijfhonderd al gepasseerd. Onderzoeksgroepen hebben dit aantal gereduceerd tot een lijst van meer dan vijftig die tot de ontwikkeling van nieuwe medicijnen belooft te leiden.

    image00002 3 2

    ‘Dat is een belangrijk beginpunt voor wat hierna komt,’ legt Hodes uit. ‘Wanneer we weten door welke genen het risico op alzheimer toeneemt, kunnen we begrijpen wat die genen precies doen, wat voor eiwitten ze aanmaken, wat voor boodschapper-RNA eruit voortkomt. En nu ook de bio-informatica in opkomst is, kunnen we al die informatie samenbrengen en zien in hoeverre nieuwe moleculaire interacties in de hersenen van alzheimerpatiënten verschillen van die bij mensen zonder alzheimer.’

    Daaronder valt ook de oudere Colombiaanse vrouw wier opmerkelijke helderheid van geest – ondanks hersenen vol bèta-amyloïdplaque – zoveel indruk op Reiman maakte. Vorige winter maakten Reiman en zijn collega’s bekend dat ze de oorzaak van haar onverwachte geestelijke veerkracht hadden kunnen herleiden tot een genotype dat maar ‘één op de miljoen keer’ voorkomt, een genotype dat in een belangrijk nieuw instrument zou kunnen voorzien om de ziekte te bestrijden als de effecten ervan met een geneesmiddel kunnen worden nagebootst.

    De beschermende genetische mutatie illustreert het soort inzicht dat enkele jaren geleden nog onmogelijk zou zijn geweest. De oudere vrouw werd ontdekt tijdens een routinescreening, waarbij hersenscantechnologie werd gebruikt die het afgelopen decennium is verfijnd en die onderzoekers in staat stelt de amyloïdopbouw in levende hersenen te meten. Daarna gebruikten Reiman en zijn medewerkers gensequentietechnologie en krachtige computers om haar DNA te vergelijken met dat van anderen in haar familiecohort die wel door de ziekte getroffen waren. Ze concentreerden zich al snel op unieke veranderingen in haar genetische sequentie waarvan al werd vermoed dat ze een rol spelen in het functioneren van de hersenen.

    Door zijn werk is Gage tot de overtuiging gekomen dat alzheimer niet gewoon maar één ziekte is, maar vele tegelijk

    De meest waarschijnlijke mutatie lijkt van invloed op het vermogen van twee belangrijke eiwitten om zich te binden, een binding die cruciaal lijkt voor de progressie van de dodelijke neurale cascade die gewoonlijk in taukluwens en celafsterving resulteert. Reiman en zijn collega’s demonstreerden dat ze dit effect in het lab konden nabootsen met behulp van kleine molecuulmedicijnen die uit antilichamen bestaan, waardoor de binding op soortgelijke wijze wordt beïnvloed.

    In een volgende fase moet worden aangetoond dat het de bloed-hersenbarrière kan passeren om zijn magische werking bij echte patiënten te effectueren. ‘Op grond van één enkel casusrapport hebben we een antilichaam ontwikkeld dat een remedie zou kunnen worden als we het in de hersenen weten te krijgen,’ zegt Reiman.

    Middelen die de mutatie nabootsen die bij de Colombiaanse vrouw is aangetroffen zouden een ingrijpender effect kunnen hebben op het behandelen en, in het bijzonder, het voorkomen van de ziekte van Alzheimer. Net als iedere andere benadering die een beter inzicht geeft in de manier waarop verschillende genetische profielen een rol spelen in de ontwikkeling van de ziekte.

    ‘Of amyloïd nu een rol speelt of niet, en ik blijf wat dat betreft een agnost, we zijn het er allemaal over eens dat we een gevarieerder portfolio van behandelingen nodig hebben, en dat er misschien wel veel verschillende manieren zijn waarop je uiteindelijk alzheimer kunt ontwikkelen,’ zegt Reiman.

    Een periode van heronderzoek

    Gensequentietechnologie en bio-informatica zijn maar twee van de nieuwe instrumenten die wetenschappers in staat stellen nieuwe terreinen te verkennen. In een laboratorium met uitzicht op de Stille Oceaan in het Californische La Jolla transformeert Fred ‘Rusty’ Gage, directeur van het Salk Institute, huidcellen van alzheimerpatiënten tot stamcellen, ongedifferentieerde of deels gedifferentieerde cellen die tot specifieke celtypen kunnen worden getransformeerd.

    In dit geval maakt Gage in petrischalen babyneuronen van de stamcellen. De volgende stap is het nauwkeurig volgen van hun degeneratie tijdens het rijpingsproces, in de hoop precies te begrijpen wat er misgaat wanneer hersencellen vatbaar worden voor alzheimer en hoe mutaties die uniek zijn voor individuele patiënten de normale celfunctie kunnen verstoren. Gage werd getroffen door het enorme aantal verschillende manieren waarop hij van verschillende patiënten afkomstige neuronen zag aftakelen.

    Door zijn werk is Gage tot de overtuiging gekomen dat alzheimer niet gewoon maar één ziekte is, maar vele tegelijk, stuk voor stuk veroorzaakt door het bezwijken van een of meer van de ontelbare celsystemen die cruciaal zijn voor het onderhoud en de gezondheid van de neuronen via welke wij denken. Genetische fouten kunnen de aftakeling van deze celsystemen versnellen, maar de belangrijkste oorzaak ervan is veel universeler en onontkoombaarder: het meedogenloos verstrijken van de tijd.

    ‘We zijn in deze periode onze onderliggende principes over de ziekte van Alzheimer aan het heronderzoeken,’ zegt Gage. ‘Het grootste risico op alzheimer is leeftijd, en we weten eigenlijk niet goed wat ouder worden impliceert. Je krijgt geen alzheimer op je elfde. Dus is er momenteel veel belangstelling voor het opstellen van modellen waarin je de ziekte bijvoorbeeld via deze mutaties kunt bekijken, maar je moet ouder worden eraan toevoegen en begrijpen wat dat inhoudt.’

    Over het algemeen gesproken zijn er acht verschillende dingen die tijdens het verouderingsproces lijken te kunnen misgaan in de cellen, en elk daarvan kan volgens Gage een katalysator zijn voor het systemische verval dat optreedt in de hersenen van mensen met alzheimer.

    Naarmate we ouder worden verliezen de mitochondria, de energiecentrales van de cel, het vermogen om effectief de brandstof te verwerken die nodig is om celprocessen van energie te voorzien. De vuilnisophaaldienst van de cel begint te vertragen, wat ertoe leidt dat zombiecellen, verkeerd gevouwen eiwitten en ander celafval zich ophopen in de cel. Ondertussen stopt het kwaliteitscontroleteam van de cel – enzymen die fouten in het DNA ontdekken en repareren – met werken, zodat de kans op chaos nog toeneemt. De cellen worden ongezond en scheiden signalen af die ontstekingen veroorzaken. Het DNA begint te verslechteren en de aan-uitknop voor bepaalde genen wordt uitgeschakeld.

    ‘Al deze verschillende gebeurtenissen stapelen zich op naarmate we ouder worden,’ zegt Gage. ‘En wat ik zo spannend vind aan wat er op dit moment gebeurt, is dat we beginnen te begrijpen hoezeer al deze problemen verband met elkaar houden. Al deze systemen moeten werken, en als in een ervan een storing optreedt, heeft dat gevolgen voor de andere.’

    Alzheimer is, volgens de visie van Gage, geen ziekte waarbij de hersencellen plotseling afsterven, alsof ze in één klap door een hartaanval worden geveld. De cellen lijken eerder te stikken in het celafval, of in te storten omdat de wanden het hebben begeven, of door kortsluiting te worden getroffen omdat het op de een of andere manier misloopt met de energieproductie. De petrischalen van Gage stellen hem in staat verschillende systemen te dereguleren en te zien hoe diverse populaties van door alzheimer op hol geslagen cellen reageren op diverse geneesmiddelen, op basis van de systemen die zijn verstoord.

    ‘Dit is een verdomd goed resultaat voor een ziekte die pas sinds 1976 wordt erkend’

    Het is heel goed mogelijk, zegt Gage, dat middelen die zijn ontwikkeld om bèta-amyloïd te reduceren bij sommige patiënten werken, maar bij andere niet. En ondanks alle mislukkingen en teleurstellingen van de afgelopen decennia betogen sommige onderzoekers dat er meer vooruitgang wordt geboekt dan op het eerste gezicht lijkt.

    Veel onderzoekers geloven inderdaad nog steeds dat bèta-amyloïd de sleutel is voor het begrijpen van de ziekte. Door velen is de afgelopen jaren geopperd dat het feit dat de op bèta-amyloïd gerichte geneesmiddelen de ziekte tot dusver niet hebben kunnen genezen niet betekent dat de schadelijke plaque geen wezenlijke rol speelt bij de ziekte. Ze werkten misschien niet omdat ze in een te laat stadium aan de patiënten worden toegediend.

    Toch hebben zelfs de onderzoekers die zich nog steeds voornamelijk op plaque concentreren de laatste tijd oog gekregen voor de heterogeniteit en complexiteit van de ziekte. ‘Alzheimer is een zeer complexe reeks veranderingen in de hersenen,’ zegt dr. Reisa Sperling, een neurologe die leiding geeft aan het Center for Alzheimer’s Research and Treatment in Boston. Zij doet onderzoek naar de effectiviteit van bepaalde op bèta-amyloïd gerichte geneesmiddelen bij patiënten die in een relatief vroeg stadium van de ziekte verkeren.

    Het falen van ieder systeem dat betrokken is bij de eiwitverwerking kan verregaande consequenties hebben. ‘Wat er volgens mij misgaat bij alle neurodegeneratieve ziektes, niet alleen alzheimer, is dat je naarmate je ouder wordt niet meer weet hoe je de eiwitten moet kwijtraken die je normaliter aanmaakt,’ zegt Sperling. ‘Het systeem laat het afweten. Daar ben ik het volledig mee eens. En de twee eiwitten die we het moeilijkst onder de duim krijgen bij de ziekte van Alzheimer zijn toevallig amyloïd en tau.’

    In het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw verklaarde president Nixon kanker de oorlog en ging Amerika grootscheeps hartkwalen te lijf. Maar alzheimer werd destijds nog niet aangemerkt als een ziekte onder oudere volwassenen.

    ‘Als ik naar de geschiedenis van de ziekte van Alzheimer kijk, zie ik een lappendeken van vooruitgang en mislukking,’ zegt Jason Karlawish, die als hoogleraar geneeskunde, medische ethiek en gezondheidsbeleid patiënten behandelt in het Penn Memory Center in Philadelphia. Er is veel vooruitgang geboekt in het begrijpen van de ziekte, het diagnosticeren ervan, zodat er een beter idee bestaat van wat plausibele doelen zijn om met geneesmiddelen aan te pakken. Dat is een verdomd goed resultaat voor een ziekte die pas sinds 1976 wordt erkend. Daarom is er reden om optimistisch te zijn.’

    Hoelang het zal duren om de ziekte de baas te worden blijft de grote vraag. Maar gezien de hoeveelheid nieuwe proeven die hun voltooiing naderen en de grote sommen federaal geld die worden geïnvesteerd, verwachten onderzoekers de komende decennia grote stappen te zetten. Het belangrijkste is dat veel wetenschappers geloven dat ze eindelijk op het juiste spoor zitten.