Tag: genialiteit

  • Zet je schrap voor het tijdperk van het superbrein

    Zet je schrap voor het tijdperk van het superbrein

    Berit Brogaard beschrijft in The Superhuman Mind: Free the Genius in Your Brain hoe we met behulp van nieuwe technologie en stimulerende middelen de verborgen vermogens van onze hersenen aanspreken.

    Berit Brogaard is een Deens-Amerikaanse filosoof en neurowetenschapper. Door nieuwsgierigheid gedreven zoekt ze naar antwoorden op enkele van de fundamenteelste vragen over onze hersenen.

    Een van de grootste vragen waarvoor ze zich gesteld ziet, is hoe we het enorme potentieel kunnen ontsluiten dat in onze hersenen schuilt. Tot voor kort had men vrij starre ideeën over die bijna anderhalve kilo grijze massa, maar nieuwe wetenschappelijke inzichten hebben een revolutie veroorzaakt in ons denken over de hersenen en hun vermogens. Brogaards werk met mensen met savantsyndroom en synesthesie heeft haar tot het inzicht gebracht dat je geen Rain Man hoeft te zijn om een geniaal IQ te hebben – dat er in ieder van ons schitterende talenten sluimeren. Zet je schrap voor het tijdperk van het superbrein.

    ‘Ook doodgewone mensen kunnen door een klap op hun hoofd ineens vermogens ontwikkelen die alle normale verwachtingen ver te boven gaan’

    Misschien kunnen we beginnen met uw achtergrond, hoe u begonnen bent.

    ‘Ik ben begonnen met onderzoek naar synesthesie, een atypische verbinding van verschillende zintuiglijke waarnemingen. Dan is de waarneming van geluid bijvoorbeeld verbonden met die van kleuren, zodat je een soort kleurgehoor krijgt: mensen die op een bepaalde manier kleuren kunnen horen. Ik heb zelf ook een vorm van synesthesie, dus ik ben al van jongs af aan in het fenomeen geïnteresseerd, al wist ik toen nog niet hoe het heette. Later wilde ik het in een laboratorium onderzoeken, dus zijn we een synesthesielab begonnen.

    We merkten dat sommige proefpersonen niet goed in onze groepsstudies pasten omdat hun synesthesie sterk afweek van het standaardtype, en ze bovendien bijzondere vermogens hadden. We zijn toen van die groepsstudies overgestapt op casestudies. Dat leidde tot onderzoek naar niet-aangeboren vormen van synesthesie en het savantsyndroom, en we hebben ook gekeken naar technieken waarmee je zulke vaardigheden kunt ontwikkelen. Daar zijn we nu mee bezig.’

    Een van de door u onderzochte mensen was Jason Padgett. Zijn leven schijnt nu verfilmd te gaan worden, maar u was de eerste die zijn nieuwe gave analyseerde.

    ‘Ja, hij was zo’n casestudie die contact met ons opnam. Hij paste niet echt in onze groepsstudie maar hij was superinteressant. Hij had niet het soort synesthesie dat aangeboren is, bij hem was het veroorzaakt door hersenletsel. Wat hij waarneemt, roept bij hem patronen, vormen en wiskundige figuren op. Toen hij van zijn ongeval was hersteld heeft hij zich drie jaar volledig afgezonderd en alleen thuisgezeten, hij deed niets en observeerde alleen de wereld om hem heen. En toen begon hij te tekenen wat hij zag. Hij had zijn studie nooit afgemaakt en schreef zich op een goedkope universiteit in voor wat elementaire wiskundevakken. Daar had hij al snel door dat sommige vormen die hij waarnam een manier waren om wiskundige vraagstukken uit zijn colleges op te lossen.

    We hebben op verschillende manieren onderzocht hoe hij reageert op wiskundig formules. We hebben MRI-scans uitgevoerd en transcraniële magnetische stimulatie (TMS) toegepast, een manier om specifiek te kijken welke hersengebieden reageren op zijn synesthesie en zijn bijzondere wiskundig inzicht.’

    Wat heeft uw filosofische werk hiermee te maken?

    ‘Ik ben begonnen als neurowetenschapper en uiteindelijk in de filosofie beland. Ik studeerde destijds ook cognitieve taalkunde en was toen erg geïnteresseerd in het bewustzijn, zodoende ben ik college gaan lopen bij David Chalmers, een van de grote namen op dat gebied. Hij zit nu aan de universiteit in New York, maar toen zat hij in Australië. Ik was geïnteresseerd in bepaalde aspecten van bewustzijn en merkte later dat een paar van de belangrijkste theorieën over bewustzijn niet toepasbaar zijn op mensen met synesthesie. Zeker niet op mensen met savantsyndroom, of dat nu aangeboren is of later opgelopen. Je kunt niet zeggen dat er van die theorieën helemaal niets klopt, maar ze boden toch geen volledige beschrijving van wat bewustzijn is.

    Sommige van onze groepsstudies en studies naar individuele gevallen botsten op een interessante manier regelrecht met de voornaamste theorieën over bewustzijn. Dat was een interessante tegenstelling die mijn onderzoek blootlegde.

    Ik was ook benieuwd waar onze hersenen toe in staat zijn, en ook daarover bestonden filosofische theorieën die werden ontkracht door wat ik in mijn eigen onderzoek zag. Je hebt in de filosofie een hele school van denken over talent en cognitieve vermogens… nou ja, ze ontkennen niet dat je iets kunt leren, maar zeggen wel dat je met een bepaald hersenpotentieel geboren bent en dat er daarmee een limiet is aan wat je kunt leren. Maar onze casestudies zetten dat op losse schroeven, want daarin zie je doodgewone mensen die door een klap op hun hoofd ineens vermogens hebben ontwikkeld die alle normale verwachtingen ver te boven gaan.’

    Berit Brogaard. ‘Ik geloof dat veel mensen vinden dat je niet te veel met de menselijke soort moet rotzooien.’
    Berit Brogaard. ‘Ik geloof dat veel mensen vinden dat je niet te veel met de menselijke soort moet rotzooien.’

    Dat sluit mooi aan op je boek The Superhuman Mind. Er is een hele hype rond neuroplasticiteit. Denk je dat de westerse maatschappij misschien al lange tijd verkeerd naar onze hersenen kijkt? En denk je dat de filosofie heeft bijgedragen aan de starre manier waarop we daarover denken?

    ‘Ik denk zeker dat filosofen in het verleden tekortschoten in hun begrip van de plasticiteit van de hersenen. Veel neurowetenschappers hadden ook lange tijd een star beeld van de hersenen, maar zijn uiteindelijk tot het inzicht gekomen dat de hersenen heel plastisch zijn: als iemand zijn spraakvermogen verliest door een beschadiging aan het taalcentrum in de linkerhersenhelft, kan dat taalcentrum een verbinding leggen met een ander deel van de hersenen in de rechterhelft. Veel theorieën in de filosofie berusten op het achterhaalde beeld van onze hersenen en ons denkvermogen als onveranderlijke grootheden. Natuurlijk in navolging van de psychologie en de biologie, waar lange tijd hetzelfde idee heerste. Maar om de een of andere reden heeft het filosofen meer tijd gekost om aan te haken bij de nieuwe manier om over onze hersenen en onze geestelijke vermogens te denken.’

    Uw veronderstelling is dus dat we allemaal over een ongebruikte bandbreedte in onze hersenen beschikken die we kunnen aanspreken?

    ‘Ja, de meeste mensen hebben zo’n verborgen potentieel, want we kunnen allemaal in de situatie belanden van Jason Padgett, dat je een klap op je hoofd krijgt. Het gebeurt natuurlijk heel zelden, maar het kan soms leiden tot veranderingen in de hersenen waardoor zo’n potentieel ineens wordt ontsloten.’

    Denkt u dat de samenleving al gewend is aan het idee dat we dat potentieel kunnen benutten? Is daarover al een debat in de media gaande?

    ‘Dat debat is begonnen, maar ik geloof niet dat veel mensen het idee al goed begrijpen. Het idee van neuroplasticiteit is nu wel bekend, maar veel mensen denken dat het er alleen op neerkomt dat je weer kunt herstellen van een beroerte. Het idee dat we de grenzen kunnen oprekken van wat voor mensen normaal is, is voor veel mensen nog iets nieuws. Daar wordt wel over gepraat, maar het is in veel kringen nog een heel nieuwe en omstreden gedachte.’

    Wat vindt u van de al te vaak gebruikte en vaak als onjuist bestempelde formulering dat we ‘maar tien procent van onze hersenen gebruiken’?

    ‘Ja, dat is een oude gedachte. Je kunt dat op verschillende manieren opvatten, en in de simpelste vorm klopt het niet. Als je bedoelt dat er delen van ons hersenweefsel zijn die eigenlijk niets zitten te doen, dan klopt dat niet, want hersenweefsel dat niet actief is kwijnt gewoon weg. Maar je kunt het idee ook anders opvatten, bijvoorbeeld dat in onze hersenen sluimerende informatie aanwezig is. Sluimerend in die zin dat we niet constant toegang hebben tot bepaalde delen van onze hersenen en dat we met onze wilskracht maar tien procent ervan bewust gebruiken. 
Er zijn ook sluimerende gebieden in onze hersenen die op onbewust niveau niet kunnen worden ingezet. Maar die worden wel zodanig actief gehouden dat ze niet wegkwijnen.

    En dan heb je de interpretatie dat de hersenen een zeker potentieel hebben en dat wij daarvan maar een beperkt deel gebruiken. Als we zeggen dat er wel iets in zit, in die bewering dat we maar tien procent van onze hersenen gebruiken, dan is dat omdat het wel klopt als je op dat potentieel doelt. Er is een enorm potentieel dat niet wordt aangesproken. En het klopt ook dat er allerlei sluimerende activiteit in de hersenen plaatsvindt die we zouden kunnen aanspreken, als we wisten hoe.’

    Moet je mensen alleen genezen van depressie en angstaanvallen? Of moet je ook proberen de hersenen van mensen te ontwikkelen die niet aan een duidelijke ziekte lijden? Moet je proberen mensen slimmer te maken?

    Wordt er op dit moment geprobeerd om dat potentieel aan te spreken met behulp van medicijnen en stimulerende middelen? Voorziet u een toekomst waarin we met behulp van chemische middelen een superbrein ontwikkelen?

    ‘Er zijn drugs waarbij we in onderzoek hebben gezien dat die een deel van dat potentieel kunnen losmaken. Eén middel dat we hebben getest is psilocybine. Dat is een hallucinogeen dat in paddenstoelen voorkomt, maar wij gebruiken de zuivere vorm. Na eenmalige inname van een zware dosis psilocybine (waarvan de hallucinogene effecten na ongeveer 24 uur zijn uitgewerkt) zagen we dat die mensen tot veertien maanden later nog over een verhoogd talent beschikten. Ze zijn dus niet dat middel blijven slikken, maar veertien maanden nadat ze het eenmalig hadden geslikt, merkten ze de gevolgen nog.’

    Wat voor gevolgen waren dat?

    ‘Die waren zeer vergelijkbaar met de gevolgen van hersenletsel. Talent voor schilderen, dichten, in sommige gevallen meer aanleg voor wiskunde. Ik moet erbij zeggen dat anderen ook onderzoek hebben gedaan naar het effect van deze drugs op depressie en angstgevoelens. We weten genoeg over de hersenen om smartdrugs te ontwikkelen die heel specifiek zijn, maar waar het ons aan ontbreekt, is de technologie om ze te kunnen toepassen.

    Stel dat je de serotoninespiegel in een specifiek deel van de hersenen wilt verhogen en je geeft iemand een pil: dan heeft die pil ook een uitwerking op andere delen van de hersenen. De drug bereikt verschillende delen van de hersenen. Wat we nodig hebben, is iets wat nog niet bestaat: een stukje techniek, een soort nanobot, een soort computertje dat je aan het molecuul van de drug bindt en dat kan voorkomen (bijvoorbeeld door fotosensitiviteit) dat het molecuul zich in de verkeerde gebieden vastzet. Zodra het in het juiste hersengebied komt, maakt die nanobot zich dan los van de drugmolecuul en staat het het middel toe om zich aan dat gebied te binden. Zoiets bestaat nog niet, maar je snapt wel dat als we de gedachte al kunnen formuleren, het niet zo gek lang zal duren voordat technici er iets op verzinnen.’

    Vindt u het niet gevaarlijk klinken? Jullie kijken nu naar mensen met savantsyndroom en met synesthesie, maar waar krijgt deze hele discussie ethisch dubieuze trekjes?

    ‘Het soort technologie waar ik het over heb, kan ook worden gebruikt om medicijnen tegen depressie veel preciezer op specifieke hersengebieden te laten inwerken. De vraag is hoever je moet gaan. Moet je mensen alleen genezen van depressie en angstaanvallen? Of moet je ook proberen de hersenen van mensen te ontwikkelen die niet aan een duidelijke ziekte lijden? Moet je proberen mensen slimmer te maken?

    Ik denk dat het gevaar schuilt in de neveneffecten. Hoe doelgerichter je het middel kunt maken, hoe kleiner het probleem volgens mij is. Het probleem ontstaat als je middelen hebt die in bepaalde hersengebieden iemands intelligentie kunnen verhogen, maar ook andere hersengebieden beïnvloeden waardoor ze emotielozer worden of niet meer in staat zijn om ethische beslissingen te nemen. Dan heb je iets heel gevaarlijks. Maar als je het inlevingsvermogen, de emoties en het ethisch besef van mensen onaangetast kunt laten en ze alleen slimmer maakt, dan maak ik me niet zo’n zorgen.’

    bijberit2

    Ik weet dat het vooral speculatie is, maar denkt u dat er bovenmenselijke vermogens in ons sluimeren? Of worden we geremd door onze eigen cognitieve beperkingen?

    ‘We worden duidelijk op verschillende manieren afgeremd. De remming die onze creativiteit beteugelt bevindt zich in de prefrontale cortex. Die heeft zich evolutionair ontwikkeld om artistiek talent te onderdrukken, want met een heel sterke prefrontale cortex kun je heel rationele beslissingen nemen, en dat heeft een belangrijke rol gespeeld in onze evolutie. Dus om dat deel van onszelf aan te spreken dat artistieker, origineler en creatiever is, moeten we iets van dat vermogen voor rationele beslissingen opgeven.

    Wat het debat hierover betreft, ik geloof dat veel mensen vinden dat je niet te veel met de menselijke soort moet rotzooien. Maar vaak wordt vergeten dat we dat op allerlei manieren allang doen, of het nu is door het voorkomen van ziekten of het implanteren van een kunsthart. We grijpen voortdurend in de natuur in. Ik zie niet in waarom we dat zouden beperken tot ons fysieke functioneren en onze fysieke prestaties. Waarom zouden we niet ook onze hersencapaciteit op zo’n manier proberen uit te breiden?’

    Wat is het volgende onderwerp waarmee u zich wilt bezighouden?

    ‘Momenteel zoeken we naar middelen om vaardigheden te stimuleren zoals die van mensen die op latere leeftijd het savantsyndroom hebben opgelopen. Dat is één aspect. Een ander aspect van ons werk is de persoonlijkheid, want bij veel van de mensen in onze casestudies is ook de persoonlijkheid veranderd. Meestal ten goede, soms ook niet.

    Maar men gaat er altijd vanuit dat het heel moeilijk is om iemands persoonlijkheid te veranderen, dus wij proberen er nu achter te komen wat er nodig is om optimistischer te worden. Of om extraverter te worden, of meer inlevingsvermogen te krijgen. Dat hele aspect van persoonlijkheidsverandering krijgt in de media minder aandacht, maar in bijna alle gevallen die wij hebben onderzocht is het karakter van mensen veranderd, en dat zijn geen veranderingen die men gewoonlijk verwacht.’

    ‘Wij kijken hoe je de hersenen kunt hacken’

    U bent eigenlijk de fysiologie van de mens aan het hacken. Klopt dat?

    ‘Ja, zo kun je het zeggen. Er zijn al veel onderzoeksgebieden waarin men bezig is om het lichaam van de mens te hacken. Er wordt uitgebreid onderzoek gedaan naar hoe je iemand sterker maakt, sportprestaties verbetert en zo. Wij kijken hoe je de hersenen kunt hacken.’

    Welke vraag zou u met uw werk graag beantwoorden?

    ‘Ik zou graag meer willen weten over de vorming van nieuwe hersenverbindingen, die soms een verbinding leggen met hersendelen die eerder ongebruikt waren, en soms gewoon een nieuwe verbinding tussen actieve hersengebieden zijn. Als we eenmaal weten hoe dat werkt, kunnen we met behulp van methoden zoals magnetische stimulatie, elektrische stimulatie en chemische middelen mensen helpen om die speciale vaardigheden aan te spreken. Dus de bevestiging dat het mechanisme klopt en dan de volgende stap zetten: geneesmiddelen en technologieën ontwerpen waarmee gewone mensen die sluimerende gebieden van hun hersenen kunnen aanspreken. Dat zou echt een enorme stap vooruit zijn.’

    U beschrijft in uw boek ook een aantal mentale spelletjes. Op welk soort dingen kunnen de lezers van dit artikel zelf gaan oefenen? Men heeft het vaak over meditatie en dat dat goed is voor de hersenen. Is er nog iets wat u aanraadt omdat het goed is voor de gezondheid van de hersenen?

    ‘Ja, er zijn diverse methoden die je kunt gebruiken. Voor artistiek talent kun je bijvoorbeeld leren de rol van de prefrontale cortex bewust weg te drukken. Je kunt proberen alles te interpreteren en niet te veel te blijven hangen in de waarneming, in je zuiver zintuiglijke waarneming van ervaringen. Mensen met savantsyndroom, of het nou aangeboren is of later opgelopen, ontwikkelen hun speciale talenten onder meer doordat ze hun prefrontale cortex niet meer hoeven uit te schakelen. Zij kunnen hun zintuiglijke ervaringen al direct verwerken zonder die eerst te interpreteren, dus voordat ze er (figuurlijk gesproken) naar kijken. Bewuster omgaan met je zintuigen en je zintuiglijke waarneming dus. Er zijn verschillende dingen die je kunt doen om dat te trainen.’

    Vertaler: Frank Lekens

    52 Insights
    Groot-Brittannië | 52-insights.com

    De website 52 Insights werd in 2015 opgericht, en wil mensen informeren over de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in de wereld. Dit doet men door het wekelijks publiceren van interviews met schrijvers, onderzoekers, creatieven, uitvinders en anderen die ons leven veranderen.