Tag: Gerard Fieret

  • Ik fotografeer, dus ik ben

    Ik fotografeer, dus ik ben

    Het werk van Gerard Fieret, de excentrieke Nederlandse ‘fotograficus’ die in de jaren zestig de grenzen van de fotografie verlegde, is ontdekt in Spanje. El País over het universum van een zonderlinge kunstenaar.

    Hij stierf straatarm, omringd door duiven. Tussen de smerige troep in een bouwval van een huis stonden tientallen dozen en plastic containers met zijn werk. Aangevreten door het vocht en de muizen, maar het was springlevend. Bijna vijftig jaar lang voedden chaos en passie het werk van Gerard Petrus Fieret (Den Haag, 1924-2009). Zwart-witfoto’s die door hun grensverleggende karakter en originaliteit tot de opvallendste behoren in het Europa van de jaren zestig en zeventig, en die het medium fotografie oprekten. In weerwil van dit alles is de fotograaf – en dichter – nog steeds een onbekende buiten zijn geboorteland. De tentoonstellingshal Le Bal in Parijs organiseert nu zijn eerste expositie in Frankrijk.

    Buitenissigheid

    Vanaf het moment dat Hripsimé Visser, conservator fotografie van het Stedelijk Museum in Amsterdam, aan het eind van de jaren zeventig de foto’s van Fieret zag, was ze gefascineerd door hun buitenissigheid. ‘Ze pasten helemaal in de tijdgeest met hun verwerping van conventies en hun omarming van alles wat onkies, rauw, spontaan en authentiek was’, schrijft ze in het boek dat ter gelegenheid van de tentoonstelling is uitgegeven door Xavier Barral Editions. De fotograaf leidde een antiautoritair leven en maakte antiautoritaire foto’s. In zijn kunst hield hij zich bezig met het marginale, dat wat niet tot een gevestigde orde behoort, zowel in visueel als in technisch opzicht. ‘Waar ik naar op zoek ben in de fotografie is anarchie: mijn foto’s zijn binnen de context van een conservatieve maatschappij agressief. De intensiteit van het leven, de passie – een gezonde passie voor het leven – daar gaan ze over,’ zei Fieret.

    Hoewel elk onderdeel van zijn dagelijks leven voor de productieve fotograaf het onderwerp kon zijn voor een foto, bestond het universum van Fieret voornamelijk uit vrouwen. Hij nodigde op straat meisjes uit om de hoofdrol te spelen in hun ontmoetingen, die voor altijd op papier zijn vastgelegd. Zijn zachte, onscherpe naakten lijken op geen andere, en vaak is het de grote betrokkenheid en interactie, die je 
intuïtief voelt tussen de fotograaf en zijn model, die zijn werk zo vitaal maakt. ‘Zijn werk gaat over tederheid. Die naakten worden nooit pornografisch. Ik vind het een prachtig liedje van verlangen,’ zegt fotograaf Willem Diepraam in Foto en copyright by G.P. Fieret, een documentaire die Frank van den Engel in de laatste twee jaar voor de dood van de fotograaf maakte. Fieret bekende tegenover Frans van Burkom, schrijver van een monografie over hem, dat hij nooit ‘een echt erotische relatie met een vrouw heeft gehad’. In de documentaire zegt de fotograaf dat hij ‘tien vrouwen in huis heeft gehad’, maar dat vanwege zijn onrustige karakter ‘het totale pakket veel te georganiseerd was voor mij. Ik wilde vrij zijn’.

    Gerard Fieret liet geen misverstand over het copyright bestaan, het vormde onderdeel van zijn werk. Zonder titel, 1965-1975 – © Gerard P. Fieret. Gemeentemuseum Den Haag, Courtesy Estate of Gerard Petrus Fieret
    Gerard Fieret liet geen misverstand over het copyright bestaan, het vormde onderdeel van zijn werk. Zonder titel, 1965-1975 – © Gerard P. Fieret. Gemeentemuseum Den Haag, Courtesy Estate of Gerard Petrus Fieret

    Fotografie en dierenliefde waren waarschijnlijk zijn enige duurzame passies. Zijn leven werd vanaf zijn tweede jaar getekend door verlating, toen zijn vader het huis uitging en zijn moeder met de zorg voor drie kinderen achterliet. Een jaar later deed zijn moeder, die tbc had, hem in een kindertehuis. Volgens eigen zeggen werd hij in een van die katholieke internaten seksueel misbruikt. In de oorlog werd hij vanwege zijn gemengd joodse afkomst naar verschillende werkkampen gestuurd. Later ging hij naar de Haagse Kunstacademie. Hij wilde schilder worden en maakte houtskoolportretten, terwijl hij een handeltje dreef in Aziatische en Afrikaanse antiquiteiten. Hij schreef ook gedichten en publiceerde meer dan tien boeken.

    ‘Je zou kunnen zeggen, de poëzie is in mijn context een machtige rivier, uit haar ontsproten twee krachtige armen, het tekenen en de fotografie. Op den duur evolueerden de drie mediums 
in gelijkwaardigheid… Uiteindelijk versmolten de drie; foto werd poëzie, poëzie werd foto (metafysiek) en het tekenen werd een schrijfwijze, het tekenen, het dichten werd een zien en foto tot een enjambement in de gangen van het labyrint’, schreef Fieret.

    Halverwege de jaren zestig begon hij zich volledig aan de fotografie te wijden. Zijn werk trok algauw aandacht en werd opgenomen in de collectie van verschillende Nederlandse musea. Er waren geen kunsthandelaren die zeiden wat hij moest maken, zodat hij altijd deed wat hij zelf wilde. Het toeval en het experiment bepaalden zijn werk. Er was geen keurslijf dat zijn verbeelding aan banden legde. Soms gebruikte hij bedorven ontwikkelaar zodat zijn foto’s geel werden. Of hij haalde de afdrukken te vroeg uit de fixeer en legde ze onder zijn bed, waardoor ze een solarisatie-effect kregen. Elk beeld was uniek en onherhaalbaar. Hij was wars van het intrinsieke vermogen tot serialiteit van de fotografie.

    Soms maakte hij meerdere afdrukken van een negatief, die allemaal verschillend waren. Hij noemde zich liever geen fotograaf, maar ‘fotograficus’ (een foto-grafisch kunstenaar). ‘Een grafisch kunstenaar behoudt de controle over de technische middelen en buit die voor zijn doel uit, terwijl een fotograaf afhankelijk is van de techniek om zo duidelijk en waarachtig mogelijk te communiceren wat hij wil vastleggen. Dat verschil is de kern van de aversie die het fotografisch establishment in hem opriep,’ stelt conservator [fotomuseum Den Haag] Wim van Sinderen. 
‘Ik ben niet zo’n Hasselblad-type,’ zei Fieret. Hij ging voor een goedkope Praktica-spiegelreflex.

    Fieret nodigde op straat meisjes uit om de hoofdrol te spelen in hun ontmoetingen, die voor altijd op papier zijn vastgelegd. 3 x Zonder titel, 1965-1975 – © Gerard P. Fieret. Gemeentemuseum Den Haag, Courtesy Estate of Gerard Petrus Fieret
    Fieret nodigde op straat meisjes uit om de hoofdrol te spelen in hun ontmoetingen, die voor altijd op papier zijn vastgelegd. 3 x Zonder titel, 1965-1975 – © Gerard P. Fieret. Gemeentemuseum Den Haag, Courtesy Estate of Gerard Petrus Fieret

    Zijn argwanende en vijandige houding ten opzichte van de gevestigde fotografie drukte hem in een steeds groter isolement. De stempels met zijn naam en adres en zijn buitensporig vette handtekening, die vaak een opvallende plaats op zijn foto’s uit de jaren tachtig innamen, vormden weliswaar formeel onderdeel van het werk, maar verrieden ook een paranoïde trekje dat zich met grote regelmaat manifesteerde in het leven van de kunstenaar, die ervan overtuigd was dat iedereen zijn werk wilde stelen.

    Zijn psychische problemen verergerden steeds meer. Gaandeweg veranderde hij in een zonderling die in Den Haag bekendstond als de man die altijd duiven voerde, op straat panfluit speelde en tekeningen maakte op bierviltjes. Maar met het verminderen van zijn productiviteit groeide zijn roem onder Amerikaanse galeriehouders, en zijn werk is momenteel opgenomen in de collectie van het MoMA.

    Vijf jaar voor zijn dood wijdde het toen pas opgerichte Fotomuseum in Den Haag een retrospectief aan hem.

    Hij maakte van de camera een experimenteel instrument waarmee hij zijn eigen identiteit smeedde. ‘Dit is descartiaans. Ik neem de camera ter hand, dus mijn derde oog, observeer en herken mij in de werkelijkheid, “dus ik ben”’, schreef Fieret.

    Auteur: Gloria Crespo MacLennan
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.