Tag: gevaar

  • In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.

    In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.

    Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.

    Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte

    Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.

    Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld:  ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’

    In brand 

    In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.

    ‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.

    De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.

    Krediet

    Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.

    Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr

    Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.

    Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.

    Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.

    Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.

    Pinapparaat

    Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.

    De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.

    We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden

    In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’

    De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.

    Leraar worden

    Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.

    ‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’

    Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’

    Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’  

  • Waarom hebben we slaap nodig?

    Waarom hebben we slaap nodig?

    In een gloednieuw laboratorium in Japan probeert een internationaal team van wetenschappers uit te zoeken waarom levende wezens slapen.

    Tsukuba, een uur rijden ten noorden van Tokio. Bij het International Institute for Integrative Sleep Medicine hangt de zware bloemengeur van de schijnhulst en weven grote zijdespinnen hun web tussen de takken. Bij de ingang staan twee mompelende bouwvakkers op de leigrijze muur een vlak af te meten waarop ze lijm aanbrengen: het gebouw is zo nieuw dat de bordjes nog moeten worden opgehangen. Het instituut bestaat pas vijf jaar en het gebouw nog korter, maar het heeft al honderdtwintig onderzoekers aangetrokken uit de hele wereld, van Zwitserland tot China, op zulke uiteenlopende vakgebieden als pulmonologie en scheikunde.

    Met financiële steun van de Japanse overheid en andere geldschieters heeft directeur Masashi Yanagisawa aan de universiteit van Tsukuba dit instituut opgericht, waar fundamenteel onderzoek wordt verricht naar de biologische rol van slaap – en dus niet alleen (zoals gebruikelijk is) naar de oorzaken van en mogelijke remedies voor de slaapstoornissen van mensen. In dit gebouw vol glimmende apparaten, stille kamertjes waar muizen liggen te slapen en een reeks lichte, open werkruimten rond een centrale wenteltrap, wordt een enorme hoeveelheid middelen ingezet voor het beantwoorden van de vraag waarom levende wezens eigenlijk slapen.

    Ontzag en frustratie

    Stel wetenschappers die vraag en al snel kruipt er iets van ontzag en frustratie in hun stem. Het is eigenlijk verbazingwekkend dat het verschijnsel slaap zo universeel is: dat talloze miljoenen levende wezens die een felle en soms bloedige strijd voor hun bestaan voeren, die al eeuwenlang vluchten en vechten op leven en dood, zich toch geregeld overgeven aan langere perioden van bewusteloosheid. Het lijkt weinig bevorderlijk voor de overlevingskansen. Maar ‘al is het nog zo vreemd, toch is het zo’, zegt Tarja Porkka-Heiskanen, een toonaangevend slaapbioloog van de universiteit van Helsinki. En als die riskante gewoonte zo wijdverbreid en zo hardnekkig is, moet er in die slaap wel iets heel belangrijks gebeuren. Wat slaap de slaper geeft, is het blijkbaar waard om steeds weer je leven voor op het spel te zetten – je hele leven lang.

    Het precieze nut van slapen is nog steeds een mysterie, en eentje dat veel biologen niet loslaat. Als een groep wetenschappers van het instituut op een regenachtige avond bij elkaar zit in een eetcafé, duurt het maar een half uur voordat het gesprek weer over slaap gaat. Zelfs een simpel organisme als een kwal moet slaap inhalen als het langere tijd wakker is gehouden, merkt een van hen verbaasd op, verwijzend naar een nieuwe studie waarin kwallen met waterstraaltjes werden bestookt om ze uit hun slaap te houden. En dat onderzoek met duiven dan, vraagt een ander, heb je dat gelezen? Het is fascinerend, daar zijn ze het over eens. De tempura staat op tafel koud te worden, ze gaan hier zo in op dat ze vergeten te eten.


    Vooral die behoefte om verloren slaap in te halen, die je niet alleen bij mensen en kwallen maar overal in het dierenrijk vindt, is een van de aanknopingspunten voor onderzoekers om greep te krijgen op de grotere vraag van de functie van slaap. Om te begrijpen wat slaap ons oplevert, denken ze, moeten we erachter komen waardoor de behoefte aan slaap ontstaat. ‘Slaapdruk’ noemen biologen dat: door laat op te blijven, bouw je slaapdruk op. Voel je je ’s avonds slaperig? Natuurlijk: door wakker te blijven, heb je de hele dag slaapdruk opgebouwd! Maar net als ‘zwarte materie’ is slaapdruk een naam voor iets wat we nog niet begrijpen. Hoe meer je erover nadenkt, hoe meer het gaat klinken als een raadseltje: wat bouw je op zolang je wakker bent en verlies je weer terwijl je slaapt? Werkt het als een aftelklokje? Is het een molecuul die zich in de loop van de dag ophoopt en moet worden weggespoeld? Wat is die metaforische lei waarop ergens in je bovenkamer de uren worden bijgeschreven, om elke nacht weer te worden schoongeveegd? Of zoals Yanagisawa zich in zijn sobere en zonnige werkkamer afvraagt: ‘Wat is de fysieke grondslag van slaperigheid?’

    Het eerste onderzoek naar slaapdruk dateert al van meer dan een eeuw geleden. In een beroemd experiment werden honden door een Franse wetenschapper tien dagen van hun slaap beroofd. Vervolgens tapte hij hersenvocht bij die honden af en injecteerde dat in de hersenen van gezonde, goed uitgeruste honden. Die vielen daarop prompt in slaap. In het hersenvocht van de wakker gehouden honden bevond zich dus een stofje dat de uitgeslapen honden meteen onder zeil bracht. Het begin van een zoektocht naar dat mysterieuze ingrediënt – het zand van Klaas Vaak, de lichtknop in ons hoofd. Die ‘hypnotoxine’, zoals de Franse onderzoeker het noemde, zou immers verklaren waarom een dier in slaap sukkelt.

    Wat slapen hamsters oplevert, krijgen ze niet uit hun normale winterslaapstand. Dan zijn bijna al hun lichaamsfuncties sterk vertraagd, maar bouwen ze toch nog slaapdruk op

    Andere wetenschappers begonnen in de eerste helft van de vorige eeuw elektroden op mensenschedels te plakken om de activiteit van hersenen in slapende toestand te meten. Met behulp van elektro-encefalografie (eeg) ontdekten ze dat de hersenen tijdens de slaap niet worden uitgeschakeld, maar een regelmatig activiteitenpatroon vertonen. Zodra je de ogen sluit en zwaarder gaat ademhalen, verandert het nerveuze op-en-neer gekras van de eeg in de merkwaardig zacht glooiende golven van je eerste slaap. Na zo’n 35 tot 40 minuten is je stofwisseling vertraagd, je ademhaling gelijkmatig en je slaap heel diep. En weer wat later lijkt het alsof in je hersenen een schakelaar wordt omgegooid en gaat het lijntje sneller op en neer: dat is de fase van de rapid eye movement of remslaap, waarin je droomt. (Een van de eerste wetenschappers die dit onderzocht, merkte dat hij aan de hand van de oogbewegingen kon voorspellen wanneer een baby wakker wordt – een kunstje waarmee hij moeders imponeerde.) Bij ons mensen blijft die cyclus zich steeds herhalen, tot we op een gegeven moment na een remslaap wakker worden, ons hoofd nog vol vliegende vissen en liedjes waarvan ons de melodie alweer ontschoten is.

    Slaapdruk heeft invloed op het patroon van die hersengolven. Hoe groter het slaaptekort van een proefpersoon, hoe groter de golven van de slaapfase die aan de remslaap voorafgaat. Die wetmatigheid is vastgesteld bij alle dieren die ooit met elektroden zijn uitgerust om de gevolgen van slaaptekort te meten, waaronder vogels, zeehonden, katten, hamsters en dolfijnen. En wil je meer bewijs dat slaap, met dat typische faseverloop en die neiging om ons hoofd met onzinnige dromen te vullen, meer is dan een staat van passiviteit en energiebesparing? Neem dan de goudhamster: die blijkt soms heel even uit zijn winterslaap te komen… om een dutje te doen. Wat het slapen die hamsters oplevert, krijgen ze dus niet uit hun normale winterslaapstand.
    Dan zijn bijna al hun lichaamsfuncties sterk vertraagd, maar bouwen ze toch nog slaapdruk op.

    ‘Ik vraag me af wat er aan deze hersenactiviteit zo belangrijk is,’ zegt Kasper Vogt, een van de wetenschappers in het nieuwe slaapinstituut. Hij wijst naar een scherm vol data over de activiteit van zenuwcellen bij slapende muizen. ‘Wat is er zo belangrijk dat je met eten en voortplanten stopt en riskeert om zelf opgegeten te worden… enkel om te kunnen slapen?’


    De jacht op de hypnotoxine is niet zonder succes gebleven. Van een handvol stofjes is duidelijk aangetoond dat ze slaap opwekken, zoals het molecuul adenosine, dat zich in bepaalde delen van rattenhersenen lijkt op te hopen zolang ze wakker zijn, om eruit weg te sijpelen tijdens hun slaap. Adenosine is vooral interessant omdat adenosinereceptoren ook gevoelig lijken te zijn voor cafeïne. Als zich cafeïne aan die receptoren hecht, kan er geen adenosine meer bij, wat de slaapwerende werking van koffie mede verklaart. Maar het onderzoek naar hypnotoxines kan nog niet verklaren hoe het lichaam de slaapdruk bijhoudt. Als het bijvoorbeeld adenosine is waardoor we onder zeil gaan, waar komt dat stofje dan vandaan?

    ‘Niemand die het weet,’ zegt Michael Lazarus, die hier onderzoek naar doet. Volgens sommigen komt het uit zenuwcellen, volgens anderen uit een andere klasse hersencellen. Men is het er nog niet over eens. Wat in ieder geval wel vaststaat, zegt Yanagisawa: ‘Met opslag heeft het niets te maken.’ Met andere woorden, deze stoffen lijken geen informatie over de slaapdruk op te slaan. Ze zijn er gewoon een reactie op.

    Herinneringen opruimen

    Slaapverwekkende stoffen kunnen ook een gevolg zijn van de aanleg van nieuwe synapsen, verbindingen tussen zenuwcellen. Aangezien onze hersenen zich in wakende toestand vooral bezighouden met het aanleggen van die verbindingen, opperen Chiara Cirelli en Giulio Tononi van de University of Wisconsin, zijn ze tijdens onze slaap misschien bezig om de onbelangrijke te verwijderen, om herinneringen en beelden te schrappen die niet in het grote geheel passen of die we niet nodig hebben om de wereld te begrijpen. ‘Slaap is misschien een gezonde manier om herinneringen op te ruimen,’ speculeert Tononi. Een andere groep onderzoekers heeft een eiwit ontdekt dat zelden gebruikte synapsen binnendringt en vernietigt – en dat kan onder meer als het adenosineniveau hoog is. Misschien vindt die opruiming dus tijdens de slaap plaats.

    Er is nog steeds veel onduidelijk over hoe dat dan in zijn werk gaat, en wetenschappers onderzoeken ook nog tal van andere mogelijkheden om het raadsel van slaap en slaapdruk te ontrafelen. Zo leidt Yu Hayashi op het Tsukuba-instituut een onderzoeksgroep die een specifieke groep hersencellen bij muizen uitschakelt, met soms verrassende gevolgen. Als je muizen gericht van hun remslaap berooft door ze steeds wakker te schudden (vergelijkbaar met de ervaring van ouders die steeds gewekt worden door hun huilende baby), bouwen ze een ernstige remslaapdruk op, die ze moeten inhalen in hun volgende slaapcyclus. Maar muizen waarbij deze specifieke groep cellen is uitgeschakeld, kunnen hun remslaap overslaan zonder die later te hoeven inhalen. Of ze daar verder geen schade van ondervinden is weer een andere vraag – het team onderzoekt nu hoe de remslaap hun cognitieve vaardigheden beïnvloedt. Maar dit experiment wekt in ieder geval de suggestie dat die specifieke cellen, of een of ander circuit waarvan ze deel uitmaken, de slaapdruk bijhouden voor dat deel van de slaap waarin we dromen.

    Toen hij en zijn collega’s de neurotransmitter orexine hadden ontdekt, merkten ze dat muizen zonder orexine steeds omvielen, en dat dat kwam doordat ze spontaan in slaap vielen

    Yanagisawa heeft zelf altijd een voorliefde gehad voor grootschalige projecten, zoals het inventariseren van de functie van duizenden eiwitten en receptoren. Het was zo’n project waardoor hij een jaar of twintig geleden in het slaaponderzoek verzeild raakte. Toen hij en zijn collega’s de neurotransmitter orexine hadden ontdekt, merkten ze dat muizen zonder orexine steeds omvielen, en dat dat kwam doordat ze spontaan in slaap vielen. Orexine bleek de neurotransmitter te zijn die mensen met narcolepsie niet meer kunnen aanmaken. Dat inzicht gaf een enorme stimulans aan het onderzoek naar de diepere oorzaken van die aandoening. Op het instituut in Tsukuba zoekt een groep chemici in samenwerking met een farmaceutisch bedrijf nu naar een middel dat de werking van orexine kan nabootsen en dus als geneesmiddel kan dienen.

    Tegenwoordig is Yanagisawa met een groot team bezig alle genen in kaart te brengen die bij slaap een rol spelen. Daarvoor stellen ze muizen bloot aan een stof die genmutaties veroorzaakt, voorzien die muizen van eeg-elektroden, laten ze in een nestje van houtkrullen toegeven aan hun slaapdruk en meten dan hun hersengolven. Zo hebben ze nu al meer dan achtduizend slapende muizen geobserveerd. Van elke muis die vreemd slaapgedrag vertoont – vaak wakker worden of juist veel te lang slapen – wordt het genoom onder de loep gelegd. Als ze een mutatie vinden die de oorzaak van de afwijking kan zijn, proberen ze meer muizen met die mutatie te krijgen, om vervolgens te onderzoeken waarom juist die mutatie het slaapgedrag verstoort.

    Tal van onderzoekers passen deze werkwijze al jarenlang met succes toe bij organismen zoals fruitvliegjes. Maar het voordeel van muizen, die veel duurder zijn om te houden dan fruitvliegjes, is dat je er net als bij mensen een eeg van kunt maken.

    Zo stuitten ze enkele jaren geleden op een muis die maar niet van zijn slaapdruk af leek te komen. Volgens zijn eeg’s verkeerde hij constant in een staat van slaapzucht en uitputting, en muizen met dezelfde genmutatie vertoonden dezelfde symptomen. ‘Die gemuteerde muis heeft meer trage slaapgolven dan normaal, hij heeft continu slaapgebrek,’ zegt Yanagisawa. Het betrof een mutatie in het gen SIK3. In 2016 hebben de wetenschappers hun bevindingen over dit SIK3-gen en over een andere mutatie in Nature gepubliceerd. ‘We zijn er zelf al van overtuigd dat SIK3 een van de cruciale factoren is,’ zegt Yanagisawa.

    En terwijl wetenschappers hun weg zoeken in de mysterieuze duisternis van onze slaap, wordt hun pad bijgelicht door de zoeklampen van al die verschillende ontdekkingen. Hoe die zich allemaal tot elkaar verhouden en een groter geheel vormen, is nog onduidelijk. De onderzoekers houden goede hoop dat ze er klaarheid in kunnen brengen. Misschien niet meteen volgend jaar of het jaar daarna, maar toch sneller dan je zou denken. En boven in het International Institute for Integrative Sleep Medicine staan lange rijen plastic bakken waarin muizen slapen of rondscharrelen. In hun hersenen, evenals in de onze, ligt het geheim besloten.

    Auteur: Veronique Greenwood
    Vertaler: Frank Lekens

    Openingsbeeld: © Getty Images

    The Atlantic
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000

    Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

  • Rechts brengt Israëlische democratie in gevaar

    Rechts brengt Israëlische democratie in gevaar

    Rechtse politici als Naftali Bennett bedreigen de fundamenten van de Joodse staat, waarschuwt Rachel Liel. ‘Als we niet snel iets doen worden we weldra wakker in een democratie à la Poetin of Erdogan.’

    De staat Israël heeft al eerder periodes van ernstig politiek geweld gekend. Tijdens het debat over de Duitse herstelbetalingen in het begin van de jaren vijftig belaagden woedende betogers de Knesset. 
Op het hoogtepunt van de oorlog in Libanon in 1982 kwam Emil Grunzweig, een betoger van Vrede Nu, om het leven door een granaat. Een andere zwarte bladzij uit de Israëlische geschiedenis was de moordaanslag door de rechtse extremist Yigal Amir op premier Yitzhak Rabin aan het eind van een vredesbetoging in november 1995.

    Toch lijkt de sfeer die sinds een jaar in Israël heerst nog ernstiger, verstikkender en verontrustender. In de Knesset en de regering zitten te veel kwade genii die de tweespalt aanwakkeren. Een gezonde democratie weet zich te herstellen van fatale aanslagen op vertegenwoordigers of symbolen van het wettige gezag. Maar als de regering zelf zich tegen een deel van de bevolking keert, wordt de toekomst van de hele maatschappij bedreigd.

    Rusland achterna

    Toen de demissionaire premier Benjamin Netanyahu het in maart 2015 ‘een bedreiging voor de nationale veiligheid’ noemde dat Arabische kiezers hun stem mochten uitbrengen bij de parlementsverkiezingen, iets waar de Israëlische democratie vroeger trots op was, droeg hij daarmee bij aan een sfeer van haat, angst en gewelddadigheid tussen Joden en Palestijnen (Israëlische Arabieren).

    Toen minister van Justitie Ayelet Shaked, in koor met de extreemrechtse militanten, de ngo’s handlangers van het buitenland noemde, wees ze daarmee duidelijke doelen aan voor potentiële politieke aanslagen. Maar in tegenstelling tot wat Shaked beweert worden ngo’s overal ter wereld financieel door buitenlandse geldschieters gesteund voor de verdediging van de mensenrechten.

    Als de regering zelf zich tegen een deel van de bevolking keert, wordt de toekomst van de hele maatschappij bedreigd

    Alleen in niet-democratische staten krijgen ngo’s om deze reden sancties opgelegd. Israël gaat hard Rusland achterna, waar Poetin weliswaar democratisch verkozen is, maar zijn politieke tegenstanders onder allerlei voorwendsels gevangen worden gezet en onafhankelijke journalisten worden vermoord. Is dat de weg die de Israëlische regering ons wil laten inslaan? Die van een regime dat alle formele kenmerken van een democratie vertoont, maar 
gespeend is van alles wat een levende democratie bezielt?

    Elke keer als vertegenwoordigers van het gezag opkwamen voor de zwakken en de slachtoffers, is de storm gaan liggen. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen de brandstichting in de tweetalige Arabisch-Joodse school Max Rayne in Oost-Jeruzalem (november 2014) onmiddellijk en ondubbelzinnig werd veroordeeld door president Shimon Peres en talrijke ministers, zodat de politie de schuldigen snel kon aanhouden.

    Benjamin Netanyahu en Naftali Bennett in de Knesset.  – © Miriam Alster / Flash90
    Benjamin Netanyahu en Naftali Bennett in de Knesset. – © Miriam Alster / Flash90

    Maar tegenwoordig gooit de regering zelf olie op het vuur. Minister van Onderwijs Naftali Bennett of minister van Defensie Moshe Yaalon knippert niet eens met zijn ogen bij de bedreigingen en verdachtmakingen die op de sociale netwerken aan het adres van de ngo’s worden gericht. Eén aanslag door een Israëlische Arabier was voor de premier voldoende om de raciale haat jegens de Arabische minderheid aan te wakkeren en zelfs te dreigen de voedselvoorziening voor de Arabische gemeentes af te snijden. Deze boodschap is bij de extremistische Joden luid en duidelijk overgekomen.

    Docenten worden tegenwoordig aangesteld op basis van hun veronderstelde politieke overtuigingen. Boeken die ‘gevaarlijk’ voor de nationale identiteit worden geacht worden verboden, zoals een roman over de liefde tussen een Arabische man en een Joodse vrouw. Schoolboeken voor de vakken geschiedenis en maatschappijleer worden herschreven. Politieke bewegingen worden onwettig verklaard. Sommige organisaties wordt een algeheel contactverbod met soldaten of studenten opgelegd.

    Misschien is het al te laat

    Overal bespeurt men ‘handlangers van het buitenland’ of verraders. Democratisch gekozen afgevaardigden worden uit hun partij gezet. Er wordt haat gepredikt tegen alles wat links of Arabisch is. Degenen die de aanval inzetten zitten in de regering zelf.

    Diverse malen heeft oorlog de Israëlische maatschappij op de rand van de afgrond gebracht. Maar de huidige dreiging is veel verontrustender dan die van vroeger: ze komt vanuit onze maatschappij zelf en kan veel meer schade aanrichten dan de oorlogen die door onze vijanden worden gevoerd. Als we er niet snel in slagen deze spiraal te doorbreken, zullen we weldra wakker worden in 
een democratie à la Poetin of Erdogan. Misschien is het zelfs al te laat.

    Auteur: Rachel Liel
    Vertaler: Peter Bergsma

    Rachel Liel is directeur van het progressieve New Israel Fund. Ze bekleedde talloze publieke functies, en werd uitgeroepen tot een van Israëls veertig meest invloedrijke vrouwen.

    Yediot Aharonot
    Israël, dagblad, oplage 300.000
    ‘Het laatste nieuws’ is lang de grootste nationale krant van Israël geweest, opgericht in 1939. Over het algemeen kritisch over het beleid van Netanyahu.

  • 3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    3. ‘Frankrijk vervalt snel in autoritaire reflexen’

    De Franse regering bewandelt een gevaarlijke weg met haar antiterrorismemaatregelen, vindt Yves Sintomer, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Universiteit van Parijs. Volgens hem loopt het land, veel eerder dan bijvoorbeeld Duitsland of Engeland, het risico om af te glijden naar een autoritair systeem.

    U betoogde dat van alle westerse landen Frankrijk het grootste risico loopt om af te glijden naar een autoritair systeem. Waarop baseert u die conclusie?

    Yves Sintomer: Door een groeiend wantrouwen tegenover regeringen en elites verkeren onze oude Europese en Noord-Amerikaanse democratieën in een ernstige legitimiteitscrisis. Als men bedenkt hoe groot de veranderingen zijn waarmee de politiek wordt geconfronteerd, valt niet te verwachten dat onze systemen, die uit de achttiende eeuw stammen, zonder aanpassing door deze crisis komen.

    Gokken op een terugkeer naar vroeger is ook niet realistisch – of het nu gaat om een systeem dat is gebaseerd op rivaliteit tussen de grote volkspartijen met een ideologische basis, of om een communistisch systeem, waar vooral modieuze filosofen als Giorgio Agamben, Alain Badiou en Slavoj Žižek warm voor lopen. En als noch een status quo, noch een terugkeer naar vroeger mogelijk is, dan zullen onze representatieve democratieën dus muteren.

    Yves Sintomer.
    Yves Sintomer.

    In welke richting dan? Wat zijn de scenario’s?

    Ik zie drie realistische scenario’s. Het eerste is wat ‘de postdemocratie’ wordt genoemd, een begrip dat door de Britse politicoloog Colin Crouch is bedacht. Dat is een systeem waarin ogenschijnlijk niets verandert: er worden nog steeds vrije verkiezingen gehouden, 
de rechtspraak is onafhankelijk, de individuele rechten van burgers worden gerespecteerd. Aan de buitenkant lijkt alles hetzelfde te blijven, maar het echte gezag ligt elders. Het zijn de grote bedrijven, de deelnemers aan ‘de markt’, de kredietbeoordelaars en de technocratische instanties die de besluiten nemen. In Europa gaat het deze kant al op.

    Een tweede, wat gunstiger scenario is dat van ‘een democratisering van de democratie’: daarvoor hebben we een versterking nodig van de politiek tegenover de economische krachten, en een actievere participatie van de burger. De democratie wordt in dit geval versterkt via allerhande vormen van participatie en inspraak.

    Het is Frankrijk niet gelukt op tijd mee te gaan in de globalisering

    Het derde scenario is dat van het autoritaire regime. Het gaat daarbij niet 
om een dictatuur, maar om systemen waarin, anders dan in de postdemocratie, ook de buitenkant veranderingen ondergaat: er zijn verkiezingen, maar de electorale strijd blijft beperkt. De vrijheden, van meningsuiting, van 
vereniging, van reizen, de persvrijheid worden via wetgeving ingeperkt, en de rechtspraak wordt minder onafhankelijk. Die kant zijn de Russen, de Hongaren, de Polen en de Turken opgegaan, net zoals verder weg ook in Ecuador en Venezuela is gebeurd. In Zuidoost-Azië bestaan verschillende niet-democratische 
regimes die via een zeer behoedzame liberalisering in de richting van dat model zijn opgeschoven of bezig zijn dat te doen. Ik denk dan aan Singapore en China, twee landen met beperkte vrijheden voor hun inwoners.

    Kijken we naar West-Europa en 
Noord-Amerika, dan zien we vooral 
in Frankrijk tekenen dat zoiets ook 
hier mogelijk is. Ook al is het niet het meest waarschijnlijke scenario.


    Waarom denkt u dat? Is het vanwege de besluiten die na de aanslagen van 13 november vorig jaar genomen zijn?

    Als het over openbare veiligheid en immigratie gaat, zijn de dijken doorgebroken, zowel tijdens de laatste campagne voor de presidentsverkiezingen als recenter, in de reacties op de aanslagen. Ik denk aan de discussie rond het afnemen van het staatsburgerschap [van veroordeelde terroristen], het 
verlengen van de noodtoestand, en het terugvallen op een mythisch nationaal model met als kernwaarde het secularisme. De richting die vrijwel de hele politieke klasse – van rechts én van links – is ingeslagen, is nogal bedenkelijk. De vreemdelingenhaat neemt toe, er ontstaat steeds meer een fantasiebeeld van wat Europa is. En we storten ons in militaire avonturen die meestal nauwelijks zin hebben.

    Tegelijkertijd blijft het Front National terrein winnen, en ook al is het niet waarschijnlijk dat Marine Le Pen de presidentsverkiezingen wint, je kunt dat ook niet meer helemáál uitsluiten. Stel je de situatie voor dat links en rechts verdeeld zijn, Marine Le Pen in de eerste ronde ruim aan kop eindigt en dan in de tweede ronde tegenover François Hollande komt te staan… 
Niemand kan nu met honderd procent zekerheid voorspellen dat het Front National dan de verliezer is.


    Waarom komen in Frankrijk volgens u gemakkelijker dan elders in Europa autoritaire reflexen naar boven? Zit er nog een restant van het bonapartisme in ons? Of is het omdat we de Republiek zien als ‘een mal’ voor de samenleving?

    Frankrijk heeft minder antigenen tegen autoritaire systemen dan een liberale democratie als het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast is Duitsland door zijn geschiedenis en alles wat het land vanaf de jaren zestig heeft gedaan om die te verwerken, minder vatbaar geworden voor dit gevaar. Er zijn wel wat extreemrechtse partijtjes, maar de Duitse samenleving heeft helemaal niets op met autoritaire ideeën. Het Bundesgerichtshof in Karlsruhe treedt zeer doeltreffend op als het aankomt op het verdedigen van de grondrechten, veel meer dan de Franse Conseil constitutionnel.

    Voorts is Frankrijk een voormalige koloniale grootmacht die zich ooit in het middelpunt van de wereld bevond en het niet goed kan hebben dat het deze positie is kwijtgeraakt. Ook Groot-Brittannië had ooit die positie, maar weet zich beter aan de globalisering aan te passen. Het is Frankrijk niet gelukt op tijd mee te gaan in de globalisering, en dat verergert de Franse identiteitscrisis nu nog verder. Ook heeft het een broze economische gezondheid en wat het produceert, is – anders dan bijvoorbeeld in Duitsland – niet erg geschikt om de concurrentie met de opkomende economieën aan te gaan.

    Het gezag in onze natiestaat heeft zijn grenzen: dat moeten we erkennen en daar moeten we naar handelen

    Ten slotte, we weten dat Frankrijk in moeilijke tijden snel in autoritaire reflexen vervalt: denk aan Vichy, of aan de Algerijnse oorlog. Die crises waarin we zitten, de financiële en die van de erfenis van het verleden, vormen een explosieve cocktail. West-Europa wordt van alle kanten belaagd door een opeenstapeling van crises: de economische crisis, de vluchtelingencrisis, de crisis binnen de Verenigde Naties over de globalisering, de crisis binnen politieke partijen. Frankrijk is niet echt het juiste land om die opeenstapeling van problemen het hoofd te bieden.

    Wat zouden we moeten doen om 
te voorkomen dat we afglijden naar een autoritair systeem?

    Om te beginnen zouden we een kundige politieke klasse moeten hebben. Vergeleken met andere landen is de onze zwak. Dat komt door de manier waarop die wordt gevormd en door de grote afstand tot het volk. Er is dus een hervorming van de instituties nodig.

    Ten tweede moeten we ons verdiepen in hoe we onze identiteit definiëren. We zijn een multiculturele samenleving, we zijn een middelgrote mogendheid, het gezag in onze natiestaat heeft zijn grenzen: dat moeten we erkennen en daar moeten we naar handelen.

    Federale of sterk gedecentraliseerde landen als Spanje en Duitsland hebben minder moeite om het Europese model te begrijpen en zich ernaar te voegen. Frankrijk moet daar veel harder zijn best voor doen.

    Onze economie moet uit het slop worden gehaald. Op het ogenblik probeert men de economische blokkades weg te nemen, maar dat zet niet echt zoden aan de dijk. Tot slot moeten we ermee ophouden steeds het ene te zeggen en dan iets heel anders te doen. Om een voorbeeld te noemen: op de klimaattop in Parijs beweerde de Franse regering dat 
zij vierkant achter een forse koerswijziging van onze milieupolitiek was, maar in feite zijn de genomen maatregelen zeer bescheiden. Dit soort schizofreen gedrag is echt gevaarlijk, omdat zo het vertrouwen in de politiek wordt aangetast.

    Auteur: Pascal Riché
    Vertaler: Tess Visser

    Beeld bovenaan: _De vrijheid leidt het volk _(1830) – Eugène Delacroix

    Le Nouvel Observateur
    Frankrijk, weekblad, oplage 530.000
    In 1964 opgericht door Franse voormalig verzetsstrijders. Nog altijd is de redactie zeer geëngageerd en uit op maatschappelijke veranderingen.