Tag: gevaarlijk

  • In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    In Iran kost dieselsmokkel mensenlevens. ‘We hebben geen keus’

    Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.

    In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.

    Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.

    Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte

    Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.

    Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld:  ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’

    In brand 

    In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.

    ‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’

    Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.

    De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.

    Krediet

    Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.

    Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.

    Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr

    Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.

    Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.

    Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.

    Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.

    Pinapparaat

    Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.

    De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.

    We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden

    In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’

    De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.

    Leraar worden

    Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.

    ‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’

    Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’

    Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’  

  • Dark Tourism: waarom sommige mensen op vakantie gaan naar een oorlogsgebied

    Dark Tourism: waarom sommige mensen op vakantie gaan naar een oorlogsgebied

    Ground Zero in New York, Tsjernobyl, het Japanse zelfmoordbos, Dachau en Auschwitz zijn steeds populairdere hotspots. De ‘dark tourist’ reist graag naar bestemmingen die tragisch, morbide of zelfs gevaarlijk zijn. Zelfs toeristen zijn het beu om een gekuiste versie van de werkelijkheid voorgeschoteld te krijgen.

    Noord-Korea. Oost-Timor. Nagorno-Karabach, de bergachtige enclave waar al tientallen jaren een etnisch conflict tussen Armeniërs en Azerbeidzjanen sluimert. Ze staan niet in de top tien van toeristische bestemmingen. Maar laat Erik Faarlund dat niet horen. Deze beheerder van de website van een Noorse camerawinkel heeft ze alle drie al bezocht. Zijn volgende droomreis is een trip naar San Fernando in de Filipijnen met Pasen, als mensen zich daar vrijwillig aan het kruis laten nagelen ter ere van het lijden van Jezus – een gebruik dat de katholieke kerk ontmoedigt. Faarlunds vrouw gaat liever zonnen in de Mediterranée, dus hij reist vaak alleen. ‘Ze vraagt zich af waarom ik in godsnaam naar die plekken toe wil, en ik vraag me af waarom zij in godsnaam naar de plekken wil waar zij heen gaat,’ zegt hij. Faarlund (52) is naar bestemmingen gereisd die geassocieerd worden met dood, drama en macabere gebeurtenissen.

    Nu reizen weer mogelijk is, doen de meeste mensen dat om de bekende redenen: even weg uit de werkelijkheid van alledag, even ontspannen en jezelf opladen. Zo niet de liefhebbers van ‘dark tourism’: die zoeken in hun vakanties de meest sombere en zelfs gewelddadige uithoeken van de wereld op. Met zo’n reis naar een afgedankte kerncentrale of een land waar een genocide heeft plaatsgevonden denken ze meer vat te krijgen op de harde realiteit van de politieke onrust in onze tijd, de klimaatcatastrofe, oorlog en de groeiende dreiging van het autoritaire denken.

    GettyImages 931739604
    Het Japanse ‘zelfmoordbos’ Aokigahara is ook een gewilde bestemming voor zogeheten dark tourists. In 2010 maakten 200 mensen een einde aan hun leven in het dichte bos. Het aantal liep op naarmate het einde van het fiscale jaar in zicht kwam. Sindsdien worden de aantallen niet meer gepubliceerd, om Aokigahara niet met zelfmoord te associëren. – © Carl Court / Getty Images

    ‘Als de hele wereld in brand of onder water staat en niemand de energierekening nog kan betalen, voelt het gênant om in een vijfsterrenresort op het strand te liggen,’ zegt Jodie Joyce, accountmanager bij een Engels bedrijf in DNA-sequencing. Zij heeft al reizen gemaakt naar Tsjernobyl en Noord-Korea. Faarlund vindt niet dat zijn vakanties onder de noemer dark tourism vallen en zegt dat hij gewoon naar plaatsen wil ‘waar alles er heel anders aan toegaat dan thuis’. Maar wat hun motieven ook zijn, Faarlund en Joyce zijn lang niet de enigen. Volgens een in september gepubliceerde enquête onder meer dan negenhonderd mensen door Passport-photo.online zegt 82 procent van de Amerikaanse reizigers minstens één keer te zijn afgereisd naar zo’n bestemming met een rouwrandje. Meer dan de helft van de geënquêteerden zegt vooral graag naar ‘actieve’ of voormalige oorlogsgebieden te gaan. Zo’n 30 procent zegt na de beëindiging van de oorlog in Oekraïne de staalfabriek Azovstal te willen bezichtigen, waar Oekraïense soldaten maandenlang weerstand boden tegen de Russen.

    Groeiende populariteit

    De groeiende populariteit van dit ‘zwart omrand toerisme’ wijst erop dat steeds meer mensen escapisme verruilen voor de kans om zelf een kijkje te nemen in de omgeving van drama’s waarover ze alleen hebben kunnen lezen, denkt Gareth Johnson. Hij is een van de oprichters van Young Pioneer Tours, een reisorganisatie waarvan zowel Joyce als Faarlund gebruik heeft gemaakt. Toeristen zijn het beu om ‘een gekuiste versie van de werkelijkheid voorgeschoteld te krijgen’, zegt Johnson.

    De dark tourist gaat meestal naar een plaats waar zich een tragedie heeft afgespeeld om zich daarin te kunnen inleven

    Het begrip dark tourism werd in 1996 door de twee Schotse wetenschappers J. John Lennon en Malcolm Foley geïntroduceerd in hun boek Dark Tourism: The Attraction of Death and Disaster. Maar al eeuwenlang is het kijken naar gruwelen een populaire vrijetijdsbesteding, zegt Craig Wight, universitair hoofddocent toerisme aan de Edinburgh Napier University. ‘Dat begint al met de gladiatorengevechten’ van het oude Rome, meent hij. ‘Mensen die naar een openbare ophanging kwamen kijken. Ook naar de slag bij Waterloo kwamen dagjesmensen toe om het spektakel vanuit hun rijtuig te bekijken.’ De dark tourist van tegenwoordig gaat volgens Wight meestal naar een plaats waar zich een tragedie heeft afgespeeld om zich daarin te kunnen inleven – wat moeilijker is als je er alleen over leest.

    Motieven variëren

    Zo bezien kan iedereen een dark tourist zijn. Op een weekendtrip naar New York kun je bij Ground Zero gaan kijken. Vanuit Boston kun je een uitstapje maken naar Salem om je licht op te steken over de zeventiende-eeuwse heksenjacht daar. Vakantie-gangers in Duitsland of Polen kunnen een bezoek brengen aan een concentratiekamp. De motieven kunnen variëren van een eerbetoon aan genocideslachtoffers tot verdieping van het historisch besef. Maar een dark tourist is over het algemeen iemand die er een gewoonte van maakt om naar plaatsen te reizen die tragisch, morbide of zelfs gevaarlijk zijn, of het nu vlak bij huis is of aan de andere kant van de wereld.

    Was hier sprake van een soort ramptoerisme, of is het een manier om mee te voelen met het verdriet en steun te betuigen?

    De laatste jaren komen er steeds meer touroperators bij die reizigers een kijkje op de locaties van recente catastrofes beloven, zodat ook de media-aandacht groeit en er vragen rijzen over de bedoelingen, zegt Dorina-Maria Buda, hoofd van de vakgroep toerisme aan de Nottingham Trent University. Verhalen over toeristen die zich kwamen vergapen aan de verwoestingen van de orkaan Katrina in New Orleans of die selfies maakten bij Dachau wekken weerzin en verontwaardiging. Was hier sprake van ‘een soort ramptoerisme, of is het een manier om mee te voelen met het verdriet en steun te betuigen?’ aldus Buda.

    Dark tourists zijn meestal geen ramptoeristen die selfies maken in Auschwitz, zegt Sian Staudinger. Zij is de eigenaar van het Oostenrijkse Dark Tourist Trips, dat rondleidingen verzorgt in onder meer het Verenigd Koninkrijk en andere Europese landen en de klanten daarbij op het hart drukt zich aan bepaalde regels te houden, waaronder ‘GEEN SELFIES!’ ‘Dark tourists stellen doorgaans inhoudelijke vragen,’ zegt Staudinger. ‘Ze praten niet te hard. Ze gaan niet lachen. Ze maken geen foto’s in een concentratiekamp.’

    Vraagtekens

    De Nieuw-Zeelandse journalist David Farrier heeft een jaar lang reizen gemaakt naar plaatsen zoals het Japanse ‘zelfmoordbos’ Aokigahara, de luxe gevangenis die Pablo Escobar voor zichzelf bouwde in Colombia en McKamey Manor in Tennessee, een spookhuis dat berucht is omdat mensen zich bij rondleidingen daar echt laten begraven of onderdompelen in koud water tot ze het gevoel krijgen dat ze stikken of verdrinken. Farriers reis was de basis voor een documentaire tv-serie die in 2018 op Netflix verscheen en door sommige critici als gruwelijk en ‘schunnig’ werd bestempeld.

    ‘Het is ethisch uiterst dubieus terrein’

    Farrier (39) zegt dat hij zelf ook vaak vraagtekens had bij de ethische kant van zijn reizen. ‘Het is ethisch uiterst dubieus terrein,’ zegt hij. Maar toch vond hij het de moeite waard om ‘de camera te laten draaien’ op plaatsen en bij rituelen waar mensen wel over willen weten, maar die ze nooit zelf zullen ervaren. Hij voelde zich klein als hij op plaatsen kwam waar zich vreselijke gruwelen hadden afgespeeld, en het hielp hem zijn eigen angst voor de dood onder ogen te zien. Meestal vond hij het een voorrecht om zo’n plek te mogen bezoeken, zegt hij, behalve McKamey Manor. ‘Dat was gestoord,’ zegt Farrier.

    Buda zegt dat reizigers haar in vraaggesprekken vertelden hoe bang en geschokt ze waren geweest bij het zien van gewapende militairen op straat in een dictatuur of een land waar een gewapend conflict woedt. ‘Als je deel uitmaak van een samenleving die min of meer stabiel is en je leeft in een soort sleur, dan krijg je op een reis naar zo’n plek weer het gevoel dat je leeft,’ zegt ze.

    GettyImages 668328160
    In het Filipijnse San Fernando laten sommige mensen zich op Goede Vrijdag vrijwillig aan het kruis nagelen ter ere van het lijden van Jezus.  – © Dondi Tawatao/Getty Images

    Maar het is niet altijd zonder gevaar. Otto Warmbier, een eenentwintigjarige student uit Ohio die in 2015 met Young Pioneer Tours naar Noord-Korea was gereisd, werd daar gearresteerd omdat hij in het hotel een poster van de muur zou hebben ontvreemd. Hij zat zeventien maanden vast en lag in coma toen hij uiteindelijk vrijkwam. Zes dagen na zijn terugkomst in de VS in 2017 overleed hij. Volgens de Noord-Koreaanse overheid was de doodsoorzaak botulisme, maar volgens zijn familie had hij in Noord-Korea hersenbeschadiging opgelopen bij martelingen. Nu kunnen Amerikanen alleen nog naar Noord-Korea reizen met speciale toestemming van Buitenlandse Zaken.

    En zelfs bij griezelrondleidingen (dark tourism light) kun je als reisorganisator soms voor een dilemma staan, zegt Andrea Janes, de eigenaar van Boroughs of the Dead: Macabre New York City Walking Tours. In 2021 vroegen zij en haar mensen zich af of het wel kies was om weer met hun rondleidingen te beginnen in een stad waar kort tevoren nog koelwagens bij de haven hadden gestaan bij wijze van geïmproviseerd mortuarium. Maar toen de knoop eenmaal was doorgehakt, zaten ze tot hun eigen verrassing al snel weer volgeboekt. Mensen wilden vooral graag de spookverhalen horen over Roosevelt Island, met zijn ruïne van een negentiende-eeuwse kliniek voor pokkenpatiënten. ‘Als historici hadden we moeten beseffen dat mensen in tijden van een epidemie over de dood willen praten,’ zegt Janes.

    Kathy Biehl woont buiten New York, in Jefferson Township, en heeft zeker al zo’n tien rondleidingen van Janes’ bedrijf gevolgd. Vooral de Ghosts of the Titanic-wandeling langs de rivier de Hudson staat haar nog goed bij. Dat was rond 2017, toen het nieuws gedomineerd werd door Trumps harde opstelling tegen vluchtelingen en andere immigranten. Die nieuwsberichten sloten perfect aan op de verhalen over immigranten die honderd jaar geleden naar New York probeerden te komen op een schip dat zijn ondergang tegemoet voer, zegt Biehl. Het was voor veel van de deelnemers een emotionele ervaring. ‘De tranen sprongen hun zowat in de ogen bij die verhalen over migratie.’

    GettyImages 1240483451
    De grootste kernramp ooit gebeurde op 26 april 1986 vlak bij de Oekraïense (toen nog deel van de Sovjet-Unie) steden Tsjernobyl en Pripjat. – © Hennadii Minchenko /  Ukrinform / Future Publishing via Getty Images

    Een van de redenen voor de populariteit van dit gruweltoerisme is dat het mensen helpt met het verwerken van alles wat ze om zich heen zien ‘nu de wereld dreigender en somberder wordt’, zegt Jeffrey S. Podoshen, hoogleraar marketing aan het Amerikaanse Franklin and Marshall College en gespecialiseerd in deze vorm van toerisme. ‘Mensen proberen die duistere kanten te begrijpen, dingen zoals de realiteit van dood en geweld,’ zegt hij. ‘Ze zien deze vorm van toerisme als een manier om zich daarop voor te bereiden.’

    Emotionele ervaring

    De Noorse Faarlund moet denken aan een reis die hij met zijn vrouw en hun twee zonen heeft gemaakt: een reis door Cambodja, waarbij ze ook een bezoek brachten aan de killing fields, waar onder de Rode Khmer van 1975 tot 1979 meer dan 2 miljoen Cambodjanen werden gedood of omkwamen van honger en ziekte. Zijn tweelingzoons van 14 hoorden de harde en ongekuiste verhalen over het martel-centrum van de Rode Khmer aandachtig aan. Op een gegeven moment moesten ze even naar buiten, waar ze een hele tijd zwijgend bij elkaar zaten. ‘Ze moesten het even verwerken,’ zegt Faarlund. ‘Dat was heel volwassen van ze.’

    Daarna hadden ze nog een ontmoeting met twee overlevenden van de Rode Khmer, een breekbare tachtiger en een negentigjarige. De tieners vroegen of ze hun een knuffel mochten geven en dat mocht, zegt Faarlund. Het was een aangrijpende reis, waarbij ze ook tempels bezichtigden, zoals de beroemde Angkor Wat in Siem Reap, en kikkers, oesters en inktvis aten bij een eetstalletje. ‘Ze vonden het fantastisch,’ zegt Faarlund. Maar hij ziet ze niet zo snel meegaan om te kijken naar Filipijnen die de kruisiging naspelen; ‘Ik denk dat ze daar toch voor bedanken.’ 

    Lees ook: