Volgens de organisatie zijn vorig jaar 853 mensen geëxecuteerd
Iran heeft zijn gevangenissen veranderd in ‘killing fields’. Dat schrijft mensenrechtenorganisatie Amnesty International donderdag, zo citeert Voice of America. Volgens Amnesty zijn in 2023 minstens 853 mensen geëxecuteerd, waarvan meer dan de helft op grond van drugsgerelateerde aanklachten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Amnesty riep op tot sterkere internationale druk, om de stijging van het aantal executies een halt toe te roepen, anders zouden ‘duizenden’ mensen de komende jaren kunnen worden opgehangen. Het cijfer voor 2023 lag 48 procent hoger dan het jaar. Twee andere NGO’s, Iran Human Rights (IHR) en Together Against the Death Penalty (ECPM), publiceerden vorige maand een rapport waarin het iets lagere aantal van 834 geëxecuteerde mensen in 2023 werd vermeld.
De stijging van het aantal executies volgt op de protesten die in september 2022 uitbraken in Iran. Negen mensen zijn ter dood gebracht in zaken die verband houden met de protesten. Amnesty zei dat dit jaar niets is veranderd: tot 20 maart zijn er al minstens 95 executies geregistreerd.
In Brazilië hebben vrouwen van gevangenen succes op TikTok met video’s over de bezoekjes aan hun partners. Zo zorgen ze ervoor dat het stigma verdwijnt dat aan gevangenen en hun families kleeft in een land waar meer dan 900.000 mensen achter de tralies zitten.
In het nagenoeg oneindige universum van TikTok-sterren hebben Braziliaanse ‘schoonzussen’ hun plekje veroverd. En ze hebben veel succes. Het zijn echtgenotes en vriendinnen van gevangenen – cunhadas noemen ze zichzelf: schoonzussen – die in korte, zelfgemaakte video’s het reilen en zeilen van hun dagelijks leven laten zien. Een bezoek aan hun liefje achter de tralies gaat gepaard met een mix van routine, emoties en onzekerheid.
De video ‘Dia de visita no xilindró’ [Bezoekdag in de bajes] werd een grote hit. Een meisje van in de twintig met onmogelijke wimpers en getatoeëerde handen vertelt hoe ze eindelijk haar boy gaat bezoeken, nadat ze hem vijfenveertig dagen niet heeft gezien – ‘omdat hij in eenzame opsluiting zat, ze hem daarna naar een halfopen instelling brachten en hij vervolgens naar een andere gevangenis is overgeplaatst’. De bureaucratische formaliteiten zijn net afgerond en ze is al in de gevangenis, dus staat weinig de langverwachte hereniging nog in de weg, vertelt ze. Maar dan begint de nachtmerrie. ‘Een aardige politieagent, een schatje, echt het toonbeeld van empathie,’ zegt ze sarcastisch, ‘zei dat het röntgenapparaat niet werkt. Daarom is het bezoek opgeschort. Maar hij zei dat we wel een kwartiertje mochten praten via de telefoon.’
De maker van de video slaagde erin haar lotgevallen als vrouw van een gevangene om te zetten in een bron van sponsoring en inkomsten
Vanaf dat moment toont de schoonzus een waaier aan emoties, het best werkende recept voor sociale media. En – want dit is TikTok – er loopt een katje door het beeld. Het resultaat: zes miljoen internetgebruikers zagen de video, die ruim zesduizend reacties kreeg. De maker, Mischa Lemos, heeft bijna een miljoen volgers en slaagde erin om haar lotgevallen als vrouw van een gevangene om te zetten in een bron van sponsoring en inkomsten. Haar geval is niet uitzonderlijk, maar ook niet erg gangbaar.
Overvolle gevangenissen
Tot voor kort liep niemand ermee te koop de vrouw van een gevangene te zijn. Maar clip na clip, vaak met gevangenisraps op de achtergrond, openen deze vrouwen een deur naar een tastbare werkelijkheid binnen de gevangenismuren, die af en toe de krantenkoppen haalt – dan is het vaak een met bloed bevlekt beeld, vol rellen, barbaarse slachtingen en martelingen. In Brazilië zitten meer dan 900.000 mensen gevangen; de gevangenissen zijn overvol en de omstandigheden zijn er erbarmelijk. Alleen China en de VS tellen meer gedetineerden.
Socioloog Fernanda Naiara Lobato van de Federale Universiteit van Ceará bestudeert het fenomeen van de schoonzussen op TikTok en Instagram voor haar promotieonderzoek naar vrouwen die een romantische of echtelijke relatie hebben met gedetineerde mannen. ‘Deze vrouwen vertellen over hun dagelijks leven in de taal van het internet, met memes, humor, sarcasme en betrokkenheid,’ zegt ze in een videogesprek vanuit Fortaleza.
De filmpjes van geliefden van gevangenen op sociale media zorgen ervoor dat het stigma verdwijnt dat aan gevangenen en hun families kleeft
Juist de gevangenissen van Ceará zijn momenteel in het nieuws vanwege diverse gevallen van marteling van gedetineerden, zoals het breken van vingers of het draaien van testikels. Lobato wijst op het symbolische aspect van het mishandelen van gevangenen in het ‘kamertje van de liefde’, de plek voor intimiteit ‘die ooit iets heel anders betekende’.
De filmpjes van geliefden van gevangenen op sociale media zorgen ervoor dat het stigma verdwijnt dat aan gevangenen en hun families kleeft, zegt Lobato. Daarnaast zorgen ze voor solidariteit tussen deze vrouwen en vermenselijken ze de ervaringen in gevangenissen. Ook laten ze zien dat de gevangeniswereld niet losstaat van de rest van de samenleving.
Op TikTok delen de vrouwen weinig details over hun geliefden, zegt de onderzoeker, ze praten vooral over zichzelf. Als het om de gevangenis gaat, vraagt niemand voor welke misdaad of aanklacht iemand vastzit; dat wordt als beledigend ervaren. Gevangeniscodes worden binnen noch buiten de muren geschonden, want daar zitten consequenties aan.
Vrouwelijke gedetineerden worden doorgaans in de steek gelaten door hun partners en familie
De machtigste criminele groep van Zuid-Amerika, de Primeiro Comando da Capital (PCC), domineert de gevangenissen en favela’s. Zij begonnen met de term ‘schoonzussen’ voor de vrouwen van bendeleden (hermanos, broers). De term breidde zich later uit tot elke vrouw die een gevangen man bezoekt. Vrouwelijke gedetineerden worden daarentegen doorgaans in de steek gelaten door hun partners en familie.
Drugswet
Braziliaanse gevangenissen zitten overvol. Aan het begin van deze eeuw waren er ongeveer 200.000 gevangenen, maar in ruim twee decennia is de gevangenispopulatie met een factor vier gestegen. De belangrijkste reden dat er nu meer dan 900.000 gevangenen zijn, is een antidrugswet uit 2006 die geen onderscheid maakt tussen dealers en gebruikers.
De Hoge Raad is van plan het debat te hervatten over decriminalisering van drugsbezit voor persoonlijk gebruik. Er is een datum vastgesteld voor de behandeling van een hoger beroep, dat was ingediend door een man die was betrapt met 3 gram marihuana. De zaak lag jarenlang onder op de stapel van de hoogste Braziliaanse rechtbank, wat aangeeft hoe netelig de kwestie is. In 2015 begon de Hoge Raad met het bestuderen van het hoger beroep. Drie van de elf rechters stemden voor versoepeling, maar een vierde vroeg tijd om de zaak nauwer te bestuderen. En daar bleef het steken.
Acht jaar zijn inmiddels verstreken. De verwachting is dat de rechters zullen instemmen met een versoepeling van de drugswet. De grootste optimisten dromen ervan dat de Hoge Raad het eens wordt over een bepaalde hoeveelheid die consumenten onderscheidt van dealers.
De snelheid waarmee bendes innoveren en zich aanpassen is verbluffend
De georganiseerde misdaad regeert niet alleen over de gevangenissen van Brazilië, maar beheert ze ook min of meer. Het is gebruikelijk dat de autoriteiten gedetineerden vragen of ze geïnterneerd willen worden in een gevangenis die wordt gedomineerd door een bepaalde bende, om zo gevangenisoorlogen te vermijden. En de snelheid waarmee bendes innoveren en zich aanpassen is verbluffend. Tijdens de pandemie begon de ondernemingsgezinde PCC de wachtrijen van bezoekers via Telegram te organiseren om drukte te vermijden, aldus een recent verslag in het tijdschrift Piauí. Het systeem is inmiddels uitgebreid naar andere gevangenissen.
Schendingen van mensenrechten worden door de cunhadas op sociale media niet aan de kaak gesteld. Dat blijft het terrein van groepen zoals het gevangenispastoraat van de katholieke kerk. De influencers laten hun eigen versie van hun dagelijks leven zien – mierzoet, zoals TikTok voorschrijft. Ze filmen zichzelf terwijl ze maaltijden koken om mee te nemen en de gerechten, zoals pasta bolognese of soms zelfs een biefstuk, in doorzichtige zakken stoppen. ‘Jumbo’ is in gevangenisjargon de naam voor die doorzichtige tas waarin ze eten meenemen, of nieuwe kleren of tandpasta – in veel Braziliaanse gevangenissen ontbreken zelfs de meest basale dingen.
Parallel universum
Tiktok-video’s met de hashtag #mulherdepreso [gevangenisvrouw] of #soltaopresoseujuiz [rechter, laat de gevangene vrij] tonen de beha of het parfum voor het volgende intieme bezoek. Of de cunhadas poseren in kleding waarmee ze de penitentiaire inrichting zouden willen betreden, maar die verboden is. Gevangenissen hanteren namelijk eenvoudige kledingvoorschriften voor bezoekers: T-shirt, legging en slippers. Ze maken ook van de gelegenheid gebruik om geïnteresseerden te informeren: hoe een elektronische enkelband moet worden opgeladen en wat de kosten en reistijd zijn voor dat langverwachte moment eens in de zeven of veertien dagen. En dan pakken ze hun mobiele telefoon, zetten hun liefste gezicht op en delen dat moment met de wereld.
Dit parallelle universum doet overigens veel denken aan de echte wereld. Want hoewel de meeste Braziliaanse gevangenen mestizo of zwart zijn, zijn de populairste cunhadas wit met glanzend steil haar.
Sinds zijn aantreden voert president Nayib Bukele in El Salvador een nietsontziende oorlog tegen bendegeweld. Tienduizenden worden op beschuldiging van lidmaatschap van een bende opgesloten in de gevangenis. Twee ex-gevangenen vertellen over slechte omstandigheden en martelingen.
Beiden zagen ze mensen sterven in hun cel, beiden werden ze gemarteld en beiden brachten maanden door in een overvolle gevangenis, met amper voedsel en zonder enige bijstand van een advocaat. Door El País verzamelde getuigenissen van twee mensen die gevangenzaten tijdens de noodtoestand – door president Nayib Bukele van El Salvador uitgeroepen in het kader van zijn oorlog tegen bendegeweld – komen overeen met meldingen van systematisch misbruik door nationale en internationale mensenrechtenorganisaties. Het gaat onder meer om sterfgevallen tijdens hechtenis, extreme overbezetting, marteling, willekeurige opsluiting – ook van minderjarigen – en het ontbreken van de mogelijkheid te communiceren met advocaten of familieleden.
Manuel vertelt dat de gevangenis in zijn geval letterlijk duisternis betekende. ‘Vanaf het moment dat ik de gevangenis inging tot ik eruit kwam heb ik geen zonlicht gezien.’ Dat was van half april vorig jaar tot begin februari 2023. Manuel zat dus nagenoeg een jaar opgesloten in de Izalco-gevangenis, ongeveer twee uur ten westen van de hoofdstad. Hij zat met meer dan zeventig mensen in een cel die geschikt was voor twintig personen. Door het ruimtegebrek sliepen de gevangenen om beurten zittend, in shifts van twee of drie uur. Er was slechts één toilet. Normaal gesproken kregen de gevangenen één maaltijd per dag: ‘twee tortilla’s en een lepel bonen’.
Onder zijn celgenoten was iemand met diabetes, ‘een man van tweeënzestig die een winkel had en veel huilde’. Hij mocht van de anderen de hele nacht zittend slapen terwijl de rest bleef staan. Maar op een dag werd hij niet meer wakker. Verschillende mensen probeerden hem te verplaatsen, maar hij was verstard. Toen de bewakers arriveerden, had hij geen hartslag meer. Manuel vertelt dat er slechts ‘twee of drie keer’ een dokter kwam om deze man de insuline-injecties te geven die volgens hem elke week door de familie werden gestuurd. Het gebrek aan medische hulp in de gevangenissen is een van de schendingen van grondrechten die door verschillende organisaties aan de kaak worden gesteld.
Martelmethodes
Een andere gevangene, vertelt Manuel, ‘een jongeman van eenentwintig jaar die Daniel heette’, stierf eveneens in zijn cel. ‘Hij was wanhopig en schreeuwde om medicijnen of klaagde over honger en pijn.’ De politie reageerde met geweld; schoppen of slaag met knuppels of met de kolf van hun geweren. ‘Op een dag sloegen ze hem zo hard en vaak dat hij stierf. Ze sleepten hem als een beest naar buiten.’
Uit onderzoek van Human Rights Watch, dat toegang had tot een database van het ministerie van Justitie, blijkt dat alleen al tijdens de eerste vijf maanden van de noodtoestand, van maart tot augustus, ten minste tweeëndertig mensen werden geregistreerd als ‘overleden in gevangenschap’, zonder dat de omstandigheden zijn opgehelderd. De meesten van hen bevonden zich in de gevangenissen van Mariona en Izalco, waar ook Manuel gevangenzat. Een andere telling van de Salvadoraanse organisatie Cristosal, die loopt tot eind oktober, brengt het aantal doden op tachtig.
Naast de afranselingen heeft Manuel het ook over een andere martelmethode. In de cel werden regelmatig waterslangen gebruikt en als de vloer nat was, werd een stroomstootwapen geactiveerd ‘zodat we allemaal een schok kregen’.
Onder de gevangenen waren mensen met tatoeages van twee bendes, MS-13 en Barrio 18. ‘Ik sprak niet met ze omdat ik ze haat. Ik had het gevoel dat ik daar zat vanwege hen.’ Het was gebruikelijk om gezamenlijk te bidden. ‘Het geloof was onze steun.’ Manuel vertelt dat een van de gevangenen in het bijzonder, een evangelist, voor iedereen bad. ‘De grootste vijand die je hebt als je daarbinnen zit, is de somberte. Je voelt een immense leegte en je wilt gewoon dood.’
Politieagenten hebben de mogelijkheid om vrijwel iedereen op te sluiten
Manuel werd eind maart gearresteerd, een paar dagen na het begin van de noodtoestand die nu al een jaar duurt. Volgens hem ging het om een wraakactie van enkele politieagenten. Tijdens de pandemie hadden agenten zijn tienjarige zoon geslagen omdat hij geen persoonsbewijs bij zich had toen hij op straat tortilla’s verkocht. Manuel gaf de agenten aan en een rechter veroordeelde hen. Vervolgens verschenen tien agenten bij zijn huis met een arrestatiebevel. Diezelfde dag begonnen de mishandelingen, die duurden ‘tot ze zich begonnen te vervelen’. Hij had twee gebroken ribben. Maar Manuel, een administratief medewerker die tot aan zijn arrestatie op een kantoor werkte waar hij Excel-documenten invulde en fotokopieën maakte, is nog het meest gekwetst doordat hij door de pers werd voorgesteld als een bendelid dat zich schuldig zou hebben gemaakt aan afpersing, moord en lidmaatschap van een terroristische organisatie.
De operatie van Bukele beoogt het geweld terug te dringen en de bendes te ontmantelen. Maar dit proces gaat niet alleen gepaard met beschuldigingen van mensenrechtenschendingen, maar ook met toenemende gebrek aan transparantie. Volgens een telling eind januari door de minister van Justitie en Veiligheid, Gustavo Villatoro, zijn bijna 63.000 mensen gearresteerd. Dat is geen willekeurig aantal; het komt overeen met het geschatte aantal bendeleden in dit land met slechts zes miljoen inwoners.
Kritische politieagenten hebben bekendgemaakt dat ze sinds het begin van de noodtoestand quota opgelegd krijgen om het symbolische aantal arrestaties te bereiken waar de president voortdurend naar verwijst. Van het totale aantal gevangenen is volgens de president zelf 5 procent weer vrijgelaten. Mensenrechtenorganisaties in het land hekelen het feit dat van nauwelijks een derde van de gedetineerden bewezen is dat ze banden hebben met bendes. Bovendien worden strafbare feiten, zoals lidmaatschap van een ‘terroristische organisatie’, zo ruim en onnauwkeurig omschreven dat ze de mogelijkheid bieden om vrijwel iedereen op te sluiten.
Hoopvol
Dolores Almendares, die eveneens met El País sprak, werd op 6 mei vorig jaar door vijf politieagenten gearresteerd op beschuldiging van afpersing. ‘Ze vertelden me dat mijn kinderen “huur” ophaalden bij bedrijven en dat ik dat geld incasseerde,’ vertelt de gemeentelijke bode uit Cuscatancingo, een stad ten noorden van San Salvador. Ze kreeg een akte voorgelegd met daarin de beschuldigingen, maar weigerde te ondertekenen omdat ‘ze geen bewijs hadden’. Ze vroeg om een advocaat, maar ook zij kreeg geen enkele juridische bijstand gedurende de vijf maanden dat ze gevangenzat. Dolores, die lid is van een vakbond, vermoedt dat ze eigenlijk werd gearresteerd omdat ze verschillende stakingen voor betere werkkleding en hogere lonen organiseerde.
Eenmaal op het politiebureau werd ze in de cel geplaatst met ‘meisjes van bedenkelijk allooi. Sommigen hadden MS op hun voorhoofd getatoeëerd’. Ze zegt dat ze niet bang was omdat ze ‘daar nooit bij hoorde’. Net als Manuel besloot ze niet met de andere gedetineerden te praten, want ‘stilte levert je wat op, terwijl je door te praten juist iets kunt verliezen’. Ze herinnert zich dat een politieman tijdens de eerste nacht tegen haar zei: ‘Nu zijn jullie het doelwit. Ik kan jullie nu neerschieten en zeggen dat jullie wilden ontsnappen.’
Ze schat dat er meer dan achthonderd vrouwen opeengepakt sliepen op de betonnen vloer
Tijdens haar eerste dag in de Ilopango-gevangenis, op een half uur van de hoofdstad, werd ze samen met andere gevangenen op een rij gezet. Ze werd uitgekleed, moest samen met twintig andere vrouwen in een ton op de binnenplaats baden en vervolgens moest ze door een scanner. Daarna werd ze in haar genitaliën gekeken ‘om te zien of ik drugs of iets dergelijks bij me droeg, denk ik’. Dolores bracht tweeëntwintig dagen door in een ruimte van 150 vierkante meter met een blikken dak en wanden van geperforeerd metaal. Ze schat dat er meer dan achthonderd vrouwen opeengepakt sliepen op de betonnen vloer, ieder met het hoofd tegen de voeten van een ander. Het toilet was een emmer en de douche een slang. Het eten bestond uit ‘gedroogde bonenpasta’.
Een van de gevangenen, ‘een meisje genaamd Esmeralda’, had onder aan haar nek een tatoeage van het symbool voor oneindigheid. Dolores herinnert zich dat ‘Esmeralda moest overgeven van alles wat ze te eten kreeg. Ze leed ook aan diarree en is uiteindelijk aan uitdroging gestorven.’ Toen ze het bewustzijn verloor, moest ze door verschillende gevangenen worden gedragen ‘omdat ze zo zwaar was’. Vervolgens werd ze meegenomen door de politie en is ze nooit meer gezien. ‘Ze vertelden ons dat ze onderweg naar het ziekenhuis is overleden.’
Mensenrechtenorganisaties hekelen het feit dat de autoriteiten de dood van gevangenen niet melden. Er zijn zelfs verhalen dat families de lichamen van hun gedetineerde familieleden in een massagraf aantroffen.
Dolores bracht nog drie maanden door in de gevangenis van Apanteos, anderhalf uur buiten de hoofdstad. ‘Daar werden we iets beter behandeld. We mochten een uur naar buiten op de binnenplaats, ze gaven ons drie maaltijden en soms kwamen er priesters langs.’ Tijdens haar verblijf in de gevangenis waren er twee onlinehoorzittingen. Er waren geen getuigen of advocaten aanwezig.
Half september werd ze vrijgelaten. Ze moet zich om de twee weken op het politiebureau melden. Haar proces staat gepland voor 8 december, maar haar advocaat vertelde haar iets wat haar voorzichtig enige hoop geeft: ‘Als de noodtoestand voor die tijd wordt beëindigd, zullen degenen die weg mochten uit de gevangenis, helemaal vrij zijn.’
Zwitserse gedetineerden hebben recht op hulp bij zelfdoding
Praten over (gedachten aan) zelfdoding of hulp op dit gebied? Bel 113 Zelfmoordpreventie: 0900-0113 of neem contact op via113.nl.
Op dinsdag 28 februari beleefde Zwitserland een primeur: voor het eerst in de geschiedenis van het land maakte een gevangene een einde aan zijn leven met de hulp van Exit, een organisatie voor hulp bij zelfdoding. Hij was ondergebracht in de penitentiaire inrichting Bostadel en is de eerste gedetineerde in Zwitserland die onder begeleiding zijn leven heeft beëindigd, schrijft Die Wochenzeitung.
De gedetineerde Peter Vogt stelde bijna vijf jaar geleden in een televisiereportage voor het eerst de vraag of hij zijn leven mocht beëindigen bij Exit. Op dat moment was het nog omstreden of gedetineerden dit recht hadden. Tegenstanders vonden dat zij hun straf zouden ontlopen door een einde te maken aan hun leven.
Alle gevangenen kunnen contact opnemen met een organisatie voor hulp bij zelfdoding
Voor veel gevangenen met een doodswens gaat dit argument echter niet op, omdat de meesten hun straf al lang hebben uitgezeten. Zij zitten nog steeds in de gevangenis omdat zij als gevaarlijk worden beschouwd en de bevolking tegen hen moet worden beschermd.
Inmiddels hebben gedetineerden in Zwitserland in beginsel het recht hebben om begeleiding bij zelfdoding te krijgen. Zo zijn er richtlijnen opgesteld over hulp bij zelfdoding in de gevangenis. Daarin staat dat alle gevangenen die wettelijk veroordeeld zijn, contact kunnen opnemen met een organisatie om begeleiding te krijgen om een einde aan hun leven te maken. Maar uiteindelijk moet de Zwitserse justitie nog steeds toestemming geven voor zelfmoord.
Peter Vogt hoopt nog steeds op een vrijlating uit de gevangenis, maar heeft al gesproken met vertegenwoordigers van Exit. De organisatie heeft naar eigen zeggen momenteel contact met twee andere gevangenen die overwegen gebruik te maken van de diensten van Exit.
In deze Indiase gevangenis kunnen gedetineerden twaalf uur per dag in- en uitlopen om te gaan werken of familie te bezoeken. De gedetineerde keert aan het eind van de dag vrijwel altijd terug.
In de elf jaar die Arjiram in een conventionele Indiase gevangenis doorbracht, heeft de numbardar – de man die dagelijks de aanwezigen controleert – niet één keer zijn naam genoemd. ‘Hij telde simpelweg onze hoofden,’ aldus Arjiram, die is veroordeeld voor moord. ‘Het gevoel van anonimiteit was zo extreem,’ zegt hij, ‘dat ik in de gesloten gevangenis zelfs mijn eigen naam begon te vergeten.’
Dergelijke vernederingen kenmerkten Arjirams gevangenschap, die hij beschrijft als een jarenlang proces van ontmenselijking. En zijn ervaring is typerend voor het gevangenisleven in India. Hij verbleef in krappe, vieze ruimtes, waar het ontbrak aan basisvoorzieningen. Hij sliep op overvolle vloeren en deelde van insecten krioelende dekens met andere gevangenen. ‘Om mezelf af te leiden van de nare herinneringen aan de gesloten gevangenis, ben ik op een gegeven moment tijdens het appel in de open gevangenis mieren gaan voeren. Zo had ik geen last van de verstoorde gemoedstoestand die bij mij opspeelt wanneer ik aan de gesloten gevangenis moet denken,’ zegt hij. ‘Door de mieren te voeren verdreef ik een gevoel van doelloosheid en leerde ik elk schepsel met respect te behandelen.’
In 2014 vond een grote verandering plaats in Arjirams leven als gedetineerde. Hij werd overgeplaatst naar een ander type penitentiaire inrichting: de Sanganer Open Prison.
‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden’
Hoewel de gedetineerden in de open gevangenis van Sanganer wettelijk opgesloten zitten, kunnen ze de inrichting overdag verlaten en mogen ze zich binnen de stadsgrenzen bewegen. Vrijwel direct na zijn aankomst voelde Arjiram zijn gevoel van eigenwaarde terugkeren. ‘Het voelde niet langer alsof ik in een gevangenis zat,’ vertelt hij. ‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden.’ Na meer dan tien jaar zonder naam en identiteit voelde hij zich weer een volwaardig mens.
Volgens het National Crime Records Bureau van India zijn er ongeveer 88 open gevangenissen in het land. De meeste bevinden zich in de deelstaat Rajasthan, waar het concept voor het eerst werd geprobeerd. De Indiase open gevangenissen worden minimaal beveiligd. Ze worden bestuurd en onderhouden door de staat en de gevangenen kunnen gaan en staan waar ze willen. In Sanganer is de gevangenis twaalf uur per dag geopend. Elke avond moeten de gevangenen terugkomen en worden ze tijdens het dagelijkse appel geteld.
Resocialisatie
Het systeem heeft niet straffen maar resocialisatie tot doel en is gebaseerd op de overtuiging dat vertrouwen aanstekelijk werkt. Het veronderstelt en stimuleert zelfdiscipline bij de gevangenen. En het heeft praktische voordelen: doordat gedetineerden kunnen werken, verdienen ze geld voor zichzelf en hun gezin, doen ze nieuwe vaardigheden op en onderhouden ze contacten in de buitenwereld die van nut kunnen zijn als ze vrijkomen.
Dit gevangenismodel gaat al ver terug in India. Een van de eerste open gevangenissen werd opgericht in 1953 om gevangenen te laten meewerken aan de bouw van een dam in Uttar Pradesh. In de daaropvolgende decennia ontwikkelde het concept zich tot een systeem gericht op rehabilitatie, dat in het bijzonder werd gepromoot door Sampurnanand, de gouverneur van Rajasthan in de jaren zestig.
Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het
Open gevangenissen zijn in India tot op heden niet de norm – ze huisvesten minder dan drie procent van de gevangenisbevolking. Toch neemt het aantal toe en vertegenwoordigen ze een opmerkelijk progressieve opvatting over opsluiting. India behoort tot een kleine groep landen die open gevangenissen kennen. Hiertoe behoort bijvoorbeeld ook Finland, dat vaak geroemd wordt om zijn vooruitstrevende rechtssysteem. Maar Finland is een klein, welvarend land met iets meer dan 5 miljoen inwoners en relatief weinig gewelddadige criminaliteit: er worden slechts een paar honderd moorden per jaar geregistreerd. In India daarentegen wonen 1,4 miljard mensen en vinden tienduizenden moorden, verkrachtingen en aanrandingen plaats. Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het.
Het toelatingsproces tot de open gevangenissen van India is vergelijkbaar met de voorwaardelijke vrijlating in veel andere landen. Gevangenen worden van conventionele gevangenissen overgeplaatst naar open gevangenissen als ze voldoen aan een reeks criteria, zoals goed gedrag, bereidheid te resocialiseren en lichamelijke en geestelijke gezondheid.
De open gevangenissen zijn niet alleen bedoeld voor gevangenen die lichte misdrijven hebben begaan. Hari Singh (niet zijn echte naam) was veroordeeld voor moord en werd, nadat hij zijn tijd had uitgezeten in een gesloten gevangenis, vijf jaar geleden overgebracht naar de open gevangenis van Sanganer. Vóór zijn gevangenschap werkte hij in de bouw. ‘Nu rijd ik op een e-riksja en verdien ik 600 tot 700 roepies (7,50 tot 8,50 euro) per dag,’ zegt hij. ‘Ik heb acht jaar in de gesloten gevangenis gezeten, waar we van de wereld waren afgesloten en ons voortdurend zorgen maakten. Hier leiden we een zorgeloos bestaan – kamao aur khao (verdienen en eten).’
Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien
Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien, is er minder personeel nodig en bedragen de operationele kosten maar een fractie van wat gesloten gevangenissen aan gedetineerden kwijt zijn – gemiddeld zo’n 7000 tot 10.000 roepies (87 tot 123 euro) per maand. In India zijn er weinig betrouwbare gegevens over recidive beschikbaar, maar de recidivecijfers van Scandinavische landen met open gevangenissen behoren tot de laagste ter wereld.
Menswaardige omstandigheden
Maar het meest opmerkelijk aan open gevangenissen zijn de menswaardige omstandigheden. Net als in veel andere landen is overbevolking in Indiase gevangenissen een groot probleem, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de ingezetenen. Open gevangenissen kunnen een oplossing bieden.
‘Wat we missen in een traditionele gevangenis, is kleur,’ zegt Pooja Chabra, die in 2015 vanuit een gesloten gevangenis werd overgeplaatst naar de open gevangenis van Sanganer. Zodra ze in Sanganer kwam, begon Chabra bloemen te planten. ‘Ik heb vóór mijn onderkomen in de Sanganer Open Prison wat goudsbloemen geplant,’ zegt ze. ‘Die gaven plotseling kleur aan mijn leven.’
Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen
En dat was niet het enige goede wat Chabra hier overkwam: ze ontmoette ook haar geliefde, Kishan Devagowda. ‘Er is een nieuwe fase voor me aangebroken en het zijn misschien wel de gelukkigste jaren van mijn leven,’ aldus Devagowda.
Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen, maar sommigen vinden toch een manier om te worden overgeplaatst. Soms besluit een groep alleenstaande vrouwen bijvoorbeeld een familie te zijn. ‘Vanaf het moment dat we dat besloten, veranderde ons leven,’ zegt Geeta Sharma, die samen met haar ‘familie’ naar de open gevangenis in Sanganer werd overgeplaatst.
India kent ook andere soorten open gevangenissen. De open gevangenis van Cherlapally in Hyderabad in Telangana is verspreid over 120 hectare weidegrond. De ingezetenen worden betaald om gewassen te telen, te vissen en kippen te fokken. De gevangenis in Cherlapally biedt iets minder vrijheid dan de open gevangenis van Sanganer, maar stelt gevangenen wel in staat om verschillende vaardigheden te ontwikkelen, familie te ontvangen en al met al een normaler, minder opgesloten leven te leiden.
‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee’
‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee,’ zegt een plaatsvervangend opzichter van de Cherlapally Open Prison, die anoniem wil blijven. ‘Ze leren nieuwe teelttechnieken, die na vrijlating de kans op een baan vergroten.’ Het Telangana State Prisons Department heeft op de All India Industrial Exhibition, die onlangs in Hyderabad plaatsvond, zelfs een verkooppunt opgezet met de naam My Nation. Hier worden artikelen verkocht als beddenlakens, handdoeken, deurmatten, stalen voorraadkasten, krukken, schoonmaak- en bakkerijproducten. Alle producten worden gemaakt door de gevangenen, die daarvoor betaald krijgen.
Na meer dan een decennium met gedetineerden te hebben gewerkt richtte Smita Chakraborty in 2018 Prison Aid and Action Research (PAAR) op, een organisatie die zich inzet voor gevangenishervorming. Ze is misschien wel de grootste voorvechter van de open gevangenis in India. ‘Als ze een voorwaardelijk-vrijlatingssysteem kunnen bedenken,’ zegt ze, ‘kunnen ze ook een opengevangenissysteem bedenken.’
Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen
En haar inzet heeft geloond: het aantal open gevangenissen in India neemt toe. In 2017 heeft het Indiase Hooggerechtshof de centrale regering opgedragen gesprekken te organiseren met autoriteiten in heel het land, met als doel meer open gevangenissen op te zetten. Sinds die uitspraak zijn er in het hele land dertig nieuwe open gevangenissen opgezet.
Chakraborty wijst erop dat minder dan 1 procent van de mensen in open gevangenissen van India veelplegers zijn, en dat de overgrote meerderheid niet gewelddadig is en weinig bedreiging vormt voor de samenleving. Bovendien komt het maar zelden voor dat iemand uit een open gevangenis ‘ontsnapt’. Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen.
Te conservatief
Als er al kritiek is, dan is het vooral dat het systeem juist te conservatief is – vooral waar het aankomt op de gevangenen die worden toegelaten. Volgens sommige critici zijn de toelatingscriteria onnodig streng, waardoor veel gevangenen die waarschijnlijk geen bedreiging vormen, in gesloten gevangenissen moeten blijven. In 2021 had India de capaciteit om 6213 mensen in zijn open gevangenissen te huisvesten, maar werden er slechts 3075 toegelaten.
Dat het probleem niet bovenaan de agenda staat, is misschien te wijten aan algemene onverschilligheid ten aanzien van gevangenen, die vaak als sociaal uitgerangeerd worden gezien. Maar naarmate open gevangenissen een groter aandeel vormen van het Indiase rechtssysteem, neemt de kans toe dat daar verandering in komt. ‘Dit concept zou wel eens kunnen uitgroeien tot een van de belangrijkste ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw,’ zegt Ajit Singh, voormalig directeur-generaal van de gevangenissen in Rajasthan.
De Amerikaanse supergevangenis – de supermax – wordt over de hele wereld gekopieerd. De ironie is dat men er in de VS juist van terugkomt.
De gevangenisbewaarder in een Braziliaanse gevangenis kwam naar me toe. ‘Je geeft toch wel een goed cijfer, hè?’ zei hij lachend, met een blik op mijn aantekenboekje. ‘In Amerika heb je veel extra beveiligde gevangenissen. Heeft ons veel studiereisjes daarheen gekost om deze te bouwen.’ Hij wees naar het prikkeldraad en vertelde hoeveel reisjes ze naar Amerika hadden gemaakt en wanneer. ‘En nu kom je de onze bekijken. Grappig.’
Ik vond er niets grappig aan. Ik was in de Penitenciária Federal de Catanduvas, Braziliës eerste federale extra beveiligde inrichting. Deze in 2007 geopende ‘supermax’, zoals zo’n maximum security gevangenis wel wordt genoemd, bevat 208 eenpersoonscellen. Zo’n supermax wordt gekenmerkt door een gebrek aan activiteiten en gemeenschappelijke ruimten, een directie met veel bevoegdheden en geen extern toezicht en – het grootste verschil met gewone gevangenissen – eenzame opsluiting voor alle gedetineerden. De bouw van dit indrukwekkende complex heeft 18 miljoen dollar gekost. En daarna zijn er nog vier gebouwd, wat voor Brazilië een ongekende grote investering in detentie is. Het gebouw lijkt zo uit de Verenigde Staten te zijn overgeplant. Toen ik het voor het eerst zag, vergat ik bijna in welk land ik was.
Dat is niks nieuws. De afgelopen twee jaar heb ik in een tiental landen gevangenissen bezocht. Meestal leverde dat een sterk déjà vu op: ander land, zelfde afschrikwekkende gebouw. Neem de Gasabo-gevangenis in Rwanda, een statig gebouw van roze baksteen met prikkeldraad op de muren en een wachttoren die op een geschutkoepel lijkt: het deed me denken aan de gevangenissen in New York, waar ik doceer. En die lijken weer op het Tower Street Adult Correctional Centre in het Jamaicaanse Kingston: een kolos van baksteen en beton met een elegante wachttoren en muren van zeven meter hoog. In 1845 gebouwd om 650 gedetineerden te huisvesten, nu zitten er zo’n 1700. En die Jamaicaanse gevangenis verschilt weer weinig van de nor in het Australische Fremantle, in 1850 door dwangarbeiders gebouwd en destijds de grootste koloniale gevangenis in de regio.
Die overeenkomsten zijn geen toeval. Ze zijn het gevolg van een akelige vorm van na-aperij die in de VS is begonnen. Gevangenissen zijn niet alleen het rampzaligste sociale experiment van de VS, ze zijn ook een van de akeligste exportproducten van dit land. Het op- vallendste symptoom daarvan is de supermax, het type gevangenis dat ik in Brazilië bezichtigde. Amerika heeft dat model uitgevonden. De Quakers begonnen in 1787 met eenzame opsluiting te experimenteren in de Walnut Street Jail in Philadelphia. In 1829 werd daar vlakbij een gevangenis geopend waar alle gedetineerden in eenzame opsluiting zaten, de Eastern State Penitentiary, gemodelleerd naar een klooster (de gedetineerden droegen kappen die aan een monnikspij deden denken en kregen allemaal een bijbel). In een strafinrichting in Marion, Illinois, werd in 1983 de eerste isolatie-afdeling opgezet waar gedetineerden 23 uur per dag op cel zitten. Doordat in de jaren daarna het aantal gedetineerden bleef stijgen en de roep om een harde aanpak steeds luider werd, begonnen andere staten dat voorbeeld te volgen. Californië bouwde Pelican Bay, waar vorig jaar een dikke tweehonderd gedetineerden al meer dan tien jaar in eenzame opsluiting zaten. In het zogenaamde Alcatraz van de Rockies in Colorado, ADX Florence, zit één man al 32 jaar in eenzame opsluiting, waarbij hij het grootste deel van de tijd zelfs geen direct contact met gevangenispersoneel mocht hebben. In 1999 telde Amerika 57 supermax-gevangenissen, verdeeld over 34 staten.
Hardvochtig
In minstens negen andere landen, van Australië tot Mexico, vind je nu kopieën van dit type gevangenis. In Brazilië, een land met een van de snelst groeiende gevangenispopulaties ter wereld (momenteel 550.000 mensen), kosten ze de belastingbetaler veel geld. Volgens de directeur van Catanduvas kosten zijn gevangenen de staat 120.000 dollar per persoon per jaar. Vergelijk dat eens met de 36 dollar per jaar in Braziliës verwaarloosde reguliere gevangenissen, waar de gedetineerden vaak zelf voor eten en kleding moeten zorgen.
Ook aan de bouwplannen voor Auckland Prison in Nieuw-Zeeland kun je zien dat de extra beveiligde afdeling gemodelleerd is naar die van Marion. En de twee extra beveiligde inrichtingen die Zuid-Afrika kort na het einde van de apartheid opende, waren het resultaat van een studiebezoek aan ADX Florence en Marion door adviseurs van de toenmalige minister Sipo Mzimela. De Amerikaanse vereniging van detentiecentra heeft zelfs een handleiding uitgegeven voor het opzetten van een zwaarbeveiligde inrichting: Supermax Prisons: Beyond the Rock.
Je kunt ruwweg zeggen dat dit type inrichtingen een omslag in het denken markeert: van de progressieve, op maatschappelijke reïntegratie gerichte benadering van begin twintigste eeuw naar de op straffen gerichte aanpak die sinds de jaren zeventig de boventoon voert in de vs – en in navolging daarvan in vele andere landen. En dat terwijl er volgens een rapport van het Urban Institute uit 2006 weinig bewijs voor is dat het isoleren van gevangenen bijdraagt aan terugdringing van de misdaadcijfers, gevangenisgeweld of recidive. Het rapport riep op tot meer onderzoek naar de financiële én menselijke kosten van dit inmiddels wereldwijd toegepaste, hardvochtige detentieregime.
Een regime dat al sinds het ontstaan door de VS naar het buitenland wordt geëxporteerd. In de achttiende eeuw, toen lijfstraffen nog de norm waren, begon onder Europese denkers het idee te leven dat je criminelen beter voor hun misdaden kon laten boeten met een periode van eenzame opsluiting. Die strafvorm leek hun netter, beheerster en rationeler, beter passend bij het zogenaamde Tijdperk van de Rede dan onthoofding of verbanning. Het jonge Amerika, dat net zijn onafhankelijkheid had bevochten en zich graag progressiever wilde betonen dan het koloniale moederland, bracht deze ideeën halverwege de negentiende eeuw in de praktijk in twee baanbrekende nieuwe gevangenissen: de Eastern State Penitentiary in Philadelphia, met zijn regime van eenzame opsluiting, en de Auburn Correctional Facility in New York, waar het accent vooral lag op dwangarbeid.
De Amerikaanse prototypes vonden al snel internationale navolging, want een bezoek aan deze inrichtingen was vaste prik op de Amerika-reis van Europese machthebbers en intellectuelen. Frederik Willem IV van Pruisen kwam er een kijkje nemen, en daarna vorsten uit Saksen, Rusland en Nederland en ambtenaren uit Frankrijk, Oostenrijk, Denemarken en Zweden. Alexis de Tocqueville en Charles Dickens beschreven in geuren en kleuren welke gruwelijkheden ze er aantroffen. John Daughtrey, van 1841 tot 1861 inspecteur-generaal van het gevangeniswezen op Jamaica, modelleerde Tower Street naar de Eastern Penitentiary. ‘Er klinkt geen ander geluid dan van hamer, bijl en zaag,’ schreef hij in een rapport in 1844. Zo drong dit type gevangenissen door in alle culturen van Europa, en via de Europese koloniën ook in landen als Colombia, China, Japan en India. Afrikaanse gevangenissen uit het begin van de twintigste eeuw zijn een tastbare uitdrukking van de koloniale hiërarchie, alleen al door hoe ze eruitzien: ordentelijke, westerse gebouwen die de ‘roerige’ inboorlingen discipline moesten bijbrengen.
De nieuwste ‘innovatie’ die vanuit de VS nu de wereld verovert, is de privatisering van gevangenissen. Vooral in Australië is dat aangeslagen: nergens is het aantal gevangenen in particuliere gevangenissen groter (ongeveer 19 procent van de circa 33.000 gedetineerden), en de detentiecentra voor immigranten zijn allemaal geprivatiseerd. En overal waar ik kwam, hoorde ik hetzelfde liedje. Van Thailand, waar ik vrouwengevangenissen bezocht die onder toezicht staan van een door de prinses van Thailand zelf geleide NGO, tot Brazilië en zelfs het progressieve Noorwegen, waar ik een jonge gedetineerde sprak die zestien jaar had gekregen wegens heroïnegebruik: overal zitten de gevangenissen stampvol als gevolg van een draconisch antidrugsbeleid Amerikaanse stijl, hoge minimumstraffen en een ongedifferentieerd, niet op het individu toegesneden strafsysteem. Resultaat: in 78 procent van alle landen op de World Prison Population List van het International Centre for Prison Studies is de gevangenispopulatie tussen 2008 en 2011 gegroeid. In 2013 zaten zo’n 10,2 miljoen mensen achter de tralies, vaak nog zonder veroordeling, jarenlang wachtend op een proces en verstoken van juridische bijstand.
Ironisch genoeg lijkt het in de Verenigde Staten juist de andere kant op te gaan. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat zij zich eindelijk willen ontdoen van deze detentieplaag. Iedereen spreekt zich uit tegen Amerika’s dure verslaving aan gevangenissen, van Bill en Hillary Clinton tot de conservatieve Right On Crime-beweging. Obama’s toespraak over hervorming van het gevangeniswezen en zijn bezoek aan een federale gevangenis in juli waren echte keerpunten. Maar Amerika mag dan misschien met dit monster willen afrekenen, de tentakels ervan reiken nog diep in de samenleving van vele andere landen. Massale criminalisering van armen en minderheden, supermax-gevangenissen en eenzame opsluiting, het hele penitentiair-industriële complex: het is niet alleen een mondiale realiteit, het is een groeiende mondiale realiteit. Een Amerikaanse nachtmerrie waaruit de wereld voorlopig nog niet is ontwaakt.
Auteur: Baz Dreisinger
Vertaler: Frank Lekens
The Atlantic Verenigde Staten, maandblad, oplage 430.000
Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Boekte in 2010 voor het eerst winst dankzij een krachtige onlinestrategie. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.