Tag: ghannushi

  • Is de politieke islam te verenigen met de moderne wereld?

    Is de politieke islam te verenigen met de moderne wereld?

    Volgens critici zijn islamistische bewegingen per definitie ondemocratisch. Maar, schrijft The Economist, de politieke islam is geen homogene beweging, en wordt in ieder land óók gevormd door de lokale context.

    ‘Dood, stervend of achter de tralies.’ Zo omschreef een lid van de Moslimbroederschap in Egypte de situatie van zijn kameraden in wat eens ’s werelds meest vooraanstaande islamistische beweging was. Na de Arabische Lente van 2011 won de Broederschap de eerste vrije verkiezingen in Egypte; begin 2012 was de Broederschap de baas in het land. Maar het leger, geleid door Abdul Fattah al-Sisi en gesteund door massademonstraties, ontzette hen al snel uit de macht. Vier jaar geleden drukte Sisi, de huidige president, de beweging op het Rabaa al-Adawiya-plein de kop in. Vandaag zijn degenen die niet dood zijn en niet achter de tralies zitten gevlucht, of ze houden zich schuil.

    Toch boezemt de Broederschap, een internationale beweging die in de regio al vele andere islamistische partijen heeft voortgebracht, Arabische autocraten nog steeds angst in. Kijk alleen al naar de impasse inzake Qatar. Egypte, Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein hebben de diplomatieke betrekkingen verbroken met het kleine olierijke sjeikdom en een economische blokkade afgekondigd, en eisen dat het land zijn steun aan de Broederschap intrekt, Al Jazeera, een Broederschap-vriendelijke zender, sluit, en Turkse troepen het land uitzet, omdat Turkije wordt geleid door een op de Broederschap geïnspireerde partij, de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling (AKP). Ze betogen dat de Broederschap een terroristische organisatie is die de gevestigde orde omver wil gooien.

    Het lijdt geen twijfel dat de Broederschap heeft aangezet tot geweld en dat leden ervan aanslagen hebben uitgevoerd, maar of de beweging wezenlijk gewelddadig is valt moeilijker vast te stellen. Hassan al-Banna, die de beweging in 1928 in Ismaïlia in het noordoosten van Egypte heeft gesticht, wilde geleidelijke hervormingen. Said Qutb, een leidend figuur in de Broederschap in de jaren vijftig en zestig, pleitte voor het opnemen van de wapens tegen goddeloze heersers. Het moderne islamisme – waarvan ruwweg de definitie luidt: het streven naar een staat die wordt bestuurd vanuit islamitische principes – heeft zich vanuit deze discussie in allerlei richtingen ontwikkeld.

    De huidige beweging omvat uiteenlopende groeperingen zoals Ennahda, een vreedzame Tunesische politieke partij, en Islamitische Staat (IS), een gewelddadige jihadistische groepering, die de Broederschap een afvallige organisatie noemt. De huidige Egyptische Broederschap is gesplitst in een groep die de confrontatietactiek omarmt, onder wie enkelen die geweld goedkeuren, en zij die liever een benadering van verzoening voorstaan.

    Erfelijke kalifaten, waarbij de religieuze en de seculiere macht in één persoon waren verenigd, waren langer dan duizend jaar het bestuursmodel voor islamitische staten

    De Saoedi’s en de andere landen die Qatar onder druk zetten beweren dat het hele islamisme een stap te ver is. (Hoewel sommige landen uit tactische overwegingen gemene zaak hebben gemaakt met islamisten in de Palestijnse Staat, Jemen en Syrië.) Andere landen – zoals de westerse landen die geen gehoor hebben gegeven aan oproepen om de Broederschap als een terroristische organisatie te brandmerken – vinden dat er onderscheid moet worden gemaakt. Dat is niet zo makkelijk. Als ogenschijnlijk gematigde en democratische islamisten eenmaal gekozen zijn, ontpoppen ze zich vaak als het tegendeel van die kwalificaties en blijkt die democratische gezindheid van zeer tijdelijke aard te zijn geweest. Maar sommige islamisten bedrijven een gematigde en effectieve politiek, en staan zelfs aan het hoofd van een regering.

    Islamisten zijn echt niet de enigen die proberen de maatschappij te doordrenken met religie. In India hangt de heersende BJP een specifiek hindoeïstisch nationalisme aan. In Israël streeft een aantal partijen ernaar om van het land meer een echt joodse staat te maken. In Europa zijn er veel christendemocratische partijen die beide onderdelen van die term serieus nemen.

    Maar in één opzicht is de islam uniek. Terwijl Mozes een leider zonder land was en Jezus een dissident die door een land ter dood was veroordeeld, was de profeet Mohammed een politiek leider die een staat stichtte, en de heilige schrift van de islam is daar een weerspiegeling van. ‘In de Koran staan in de tekst duidelijke, directe geboden, variërend van de toepassing van hoedoedstraffen (voor vergrijpen zoals diefstal) tot specifieke regels met betrekking tot het erven’, schrijft Shadi Hamid van het Brookings Instituut, een denktank op het gebied van ‘het islamitisch exceptionalisme’. Vandaar dat de Broederschap met trots beweert dat de Koran hun grondwet is.

    Maar ook al zegt de Koran specifieke dingen over het erven en andere zaken, het heilige boek blijft vager over hoe je het landsbestuur moet organiseren. In de ene soera wordt Mohammed opgedragen leden van de gemeenschap te raadplegen en in een andere krijgt hij de absolute macht over hen toebedeeld. Onmiddellijk na de dood van de profeet begonnen al de geschillen. Zijn trouwste volgelingen konden niet beslissen of de rol van kalief – de veronderstelde opvolger van Mohammed als leider – nu een gekozen of een erfelijke functie was, een geschil dat uiteindelijk leidde tot het schisma tussen respectievelijk de soennieten en de sjiieten.

    Het kalifaat zelf wordt niet voorgeschreven door de Koran. Maar ‘in het traditionele islamitische denken wordt het beschouwd als een intrinsiek onderdeel van de islam, dat onbedoeld het geloof eeuwenlang heeft gepolitiseerd’, schrijft Mustafa Akyol, auteur van Islam without Extremes. Erfelijke kalifaten, waarbij de religieuze en de seculiere macht in één persoon waren verenigd, waren langer dan duizend jaar het bestuursmodel voor islamitische staten.

    De ondergang van het Ottomaanse Rijk en de afschaffing van het kalifaat door de republiek Turkije hebben uiteindelijk geleid tot de huidige islamistische beweging. Moslims die waren vernederd door het kolonialisme en het falen van het socialisme en het nationalisme, waarbij binnenlandse autocraten hadden geprobeerd de islam ten eigen voordele te annexeren, verlangden naar een alternatief dat thuishoorde in een wereld van natiestaten en verkiezingen. De Broederschap verschafte hun er een.

    Islamisme lite

    De democratie stond niet vermeld in Mohammeds richtlijnen, dus Banna keurde die staatsvorm af, net als politieke partijen en zelfs de moderne Arabische staat. Maar hij zag de ontwikkeling naar de islamitische staat als een proces in fasen, en iedere fase vereiste een andere tactiek. Dus islamisten verhulden hun religieuze doel in het begin en namen zelfs deel aan verkiezingen, als dat op de lange termijn hun positie verstevigde. Sommigen van zijn volgelingen accepteerden uiteindelijk de democratie als onderdeel van alle fasen van het proces, maar critici vonden dat de meeste islamisten in wezen antidemocratisch waren en dat nog steeds zijn.

    Dat is één manier om naar de AKP en zijn imponerende leider, Recep Tayyip Erdogan, te kijken. Toen Erdogan in 2001 de AKP oprichtte, bleek hij de vertegenwoordiger te zijn van een nieuw soort islamisme, dat door sommigen ‘islamisme-lite’ werd genoemd, en dat zich richtte op vrijheid en de vrije markt. Toen de AKP in 2002 voor het eerst de verkiezingen had gewonnen, voerde de partij democratische hervormingen door, perkte de macht van het leger in en zorgde ervoor dat de mensenrechten beter werden gerespecteerd. Het werd gezien als een hoopvol voorbeeld voor andere islamistische partijen.

    Maar geleidelijk trok Erdogan steeds meer macht naar zich toe. De staatsmedia kwamen volledig in zijn handen en critici zette hij uit de regering, het leger en de rechterlijke macht. Liberalere leden van de AKP, zoals Abdullah Gül, een voormalige president, werden aan de kant gezet. Een mislukte coup in juli 2016 leidde tot een algehele zuivering. Tienduizenden vijanden, echte of vermeende, werden gearresteerd, onder wie ook journalisten. Maatschappelijke organisaties werden opgeheven, ambtenaren werden ontslagen, de toegang tot het internet werd deels geblokkeerd. In april kreeg de president na een referendum over de grondwet (waarbij volgens critici was gefraudeerd) nog meer macht.


    Moskee in Isfahan, Iran. – © EyeEm
    Moskee in Isfahan, Iran. – © EyeEm

    Turkije is het tweede bewijsstuk voor hen die een zaak voorbereiden tegen schijnbaar gematigde islamisten. Egypte is het eerste bewijsstuk. Mohamed Morsi, de man van de Broederschap die president werd, bleek vanaf het begin tweedracht te zaaien. Aan het eind van het eerste jaar had hij verordonneerd dat hij niet gebonden was aan de rechtstaat. Hij drukte er een grondwet door die bij seculiere politici op veel weerstand stuitte en nam heel veel islamisten op in zijn regering. Tegen de tijd dat het leger een coup pleegde, stond het volk aan de kant van de militairen.

    Sommige mensen betogen dat deze resultaten – het succes van de onverdraagzaamheid in Turkije, het falen van de onverdraagzaamheid in Egypte – voorspelbaar waren, onvermijdelijk zelfs. Maar het loont om naar de context te kijken. Voordat de AKP in Turkije ten tonele verscheen, waren al eerder vier islamistische partijen opgeheven ten gevolge van een coup of een gerechtelijk bevel. Toen de AKP aan de macht kwam, bleef die dreiging bestaan. Secularisten in het leger – onderdeel van de deep state, de staat binnen de staat – probeerden in 2007 de verkiezing van de presidentskandidaat van de partij te dwarsbomen. De hoofdaanklager van Turkije beschuldigde de AKP ervan antiseculier te zijn en het scheelde niet veel of hij had de partij verboden. Er volgden een heleboel andere politiek gemotiveerde aanvallen – en toen kwam de couppoging.

    In Egypte zag de Broederschap zich geconfronteerd met een vergelijkbare deep state van militairen, rechters en bureaucraten. De politie weigerde op straat te patrouilleren, wat leidde tot een misdaadgolf. Werknemers van benzine- en elektriciteitsmaatschappijen zorgden ervoor dat de stroom uitviel en dat er een tekort aan brandstof was. Rechters die waren aangesteld door Morsi’s voorganger verklaarden de uitslag van een verkiezing ongeldig.

    Die uitdagingen zijn geen excuus voor het autoritaire gedrag van Morsi en Erdogan. Maar misschien vormen ze wel een betere verklaring voor dat gedrag dan het veronderstelde onverdraagzame karakter van hun ideologie. ‘Islamistische partijen hebben de neiging zich aan te passen aan hun politieke omgeving’, legt Marc Lynch van The George Washington University uit. De angst dat secularisten zouden proberen hun regering te ondermijnen overtuigde islamisten ervan dat ze zo veel mogelijk macht naar zich toe moesten zien te trekken; het gebrek aan diepgewortelde democratische tradities maakte het er niet beter op. Volgens Akyol ligt het probleem van de AKP niet bij het feit dat de partij te islamistisch is, maar te Turks.

    De toename van op de sharia gebaseerde verordeningen is grotendeels het resultaat van lokale politici die in ruil voor stemmen toegaven aan de eisen van conservatieve moslimgroepen

    Elders nemen islamistische partijen nog steeds deel aan verkiezingen. De afdelingen van de Broederschap in Jordanië en Koeweit hebben het vorig jaar bij de parlementsverkiezingen na jaren van repressie relatief goed gedaan. Een spin-off van de Broederschap, de Partij voor Gerechtigheid en Ontwikkeling (PJD), heeft de laatste twee parlementsverkiezingen in Marokko gewonnen en leidt de huidige regering. Buiten de regio van de Broederschap zijn islamistische partijen actief in Indonesië, Maleisië en Pakistan. Het idee dat al die partijen Banna’s langetermijnplanning uitvoeren kan niet echt weerlegd worden, maar het is in elk geval ook mogelijk dat het in een omgeving die autoritair leiderschap niet stimuleert, geen noodzakelijke ontwikkeling is. Op bijna alle plekken waar islamisten politiek actief zijn, is er een grens aan hoeveel macht ze kunnen vergaren. De monarch is uiteindelijk de baas in Marokko, Jordanië en Koeweit.

    Aan de andere kant hoeven islamisten niet per se nationale verkiezingen te winnen om een onverdraagzame impact te hebben. In Indonesië, een seculiere democratie, is bij de nationale parlementsverkiezingen op geen enkele zuiver religieuze partij meer dan acht procent van de stemmen uitgebracht, ook al is de meerderheid van het land islamitisch. Maar lokaal gekozen islamisten hebben meer dan vierhonderd op het islamitische recht gebaseerde verordeningen uitgevaardigd sinds de regio’s van het land in 1999 meer autonomie hadden gekregen. In de provincie Atjeh is alcohol verboden, bestaan er kledingvoorschriften voor de vrouw en worden overspel en homoseksualiteit bestraft met zweepslagen.

    Het misschien wel meest verontrustende blijk van de macht van de islamistische minderheid deed zich voor in april, toen een populaire christelijke ambtsdrager, Basuki Tjahaja Purnama, beter bekend als Ahok, de strijd om het gouverneurschap in Jakarta verloor.

    Islamistische aanhangers van zijn opponent, Anies Baswedan, hielden islamitische kiezers voor dat het haram (verboden door de islam) was om op een christen te stemmen. Toen Ahok die bewering met een citaat uit de Koran probeerde te weerleggen, hadden islamisten een filmpje gemaakt waarin het net leek alsof hij het heilige boek beledigde. Hij werd aangeklaagd wegens blasfemie, verloor de verkiezingen en zit nu in de gevangenis.

     © EyeEm
    © EyeEm

    De situatie in Indonesië laat zien dat democratische processen de macht van een onverdraagzame minderheid kunnen vergroten. Een onderzoek uitgevoerd door het Centre for the Study of Islam and Society, een denktank in Jakarta, toonde aan dat de toename van op de sharia gebaseerde verordeningen grotendeels het resultaat was van lokale politici die in ruil voor stemmen toegaven aan de eisen van conservatieve moslimgroepen.

    Steun aan islamistische wetten, ongeacht welke partij die opstelt, is wijdverspreid in islamitische landen. In Egypte laten opiniepeilingen zien dat een meerderheid achter wetten staat die gebaseerd zijn op de sharia, achter straffen uit de Koran en de bevoegdheid van geestelijken om wetten op te stellen. Maar dat is niet echt een kenmerk van de regeringspolitiek van de AKP in Turkije. De partij heeft meer moskeeën gebouwd en religieuze scholen geopend, de verkoop van alcohol aan banden gelegd en het verbod op de hidjab opgeheven. Maar de AKP heeft alcohol niet verboden en geen kledingvoorschriften ingevoerd. Eigenlijk lijkt de partij vaker de islam te gebruiken ten dienste van de politiek dan andersom.

    Het is voor liberalen een verontrustende gedachte dat islamisten ook vanuit een minderheid bepalingen kunnen doordrukken. Maar dat is uiteindelijk een gevaar dat alle democratieën bedreigt en dat in een sterke democratie bestreden kan worden. Vandaar de overtuiging van sommige analytici dat verkiezingen en niet het liberalisme het belangrijkst zijn: een onvrije democratie is de voorloper van een vrije democratie. In voorheen autoritaire landen moet democratie de tijd krijgen om te wortelen en sterker te worden. De secularisten die in 2013 hebben geprobeerd de Broederschap uit de macht te ontzetten hebben dergelijke argumenten vaak gehoord. Alles wat Morsi deed, zo luidde het pleidooi, zou in de toekomst door seculierdere regeringen ongedaan gemaakt kunnen worden.

    Tunesië

    Als je dat serieus neemt, vertrouw je erop dat islamisten verkiezingen zullen houden als ze aan de macht zijn. Het schoolvoorbeeld hiervan is Tunesië. Veel leden van de Ennahda dromen van het stichten van een islamitische staat in het land, met sharia en al. Maar in het algemeen heeft de beweging, die is gesticht en nog steeds wordt geleid door Rashid Al-Ghannushi, zich gematigd opgesteld en een zeldzame bereidheid tot het sluiten van compromissen aan de dag gelegd.

    Ennahda had geleden onder tientallen jaren dictatuur van Zine El Abidine Ben Ali, die de beweging had verboden. Toen Ben Ali in 2011 ten val was gebracht, kreeg een partij die door de beweging was opgericht bij de eerste vrije verkiezingen van Tunesië een meerderheid in het parlement. Maar in de regering hadden ze minder succes, de partij wist de bevolking van zich te vervreemden en velen stonden sceptisch tegenover de islamisten. Het deed er ook geen goed aan dat in 2013 ultraconservatieve moslims twee linkse politici vermoordden.

    Het verzet tegen de Ennahda-regering mondde uit in heftige demonstraties die het fragiele democratische proces dreigden te verstoren. Maar in plaats van zich in te graven, zoals de Broederschap deed in Egypte, koos Ennahda ervoor om wat terrein prijs te geven (vooral na de coup in Egypte). Bij onderhandelingen over een nieuwe grondwet nam de partij liberale adviezen over, zoals de vrijheid van godsdienst. Ennahda droeg in januari 2014 de macht over aan een regering van technocraten. Ennahda verloor de volgende verkiezingen van Nidaa Tounes, een secularistische partij die speciaal was opgericht om de islamisten te verslaan. Ghannushi sloot meteen een verbond (en vriendschap) met Beji Caid Essebsi, de oprichter van de nieuwe partij. Sindsdien is Nidaa Tounes verdeeld, maar Ennahda heeft haar voordeel als grootste partij in het parlement niet uitgebuit. ‘In deze overgangssituatie hebben we behoefte aan een brede consensus,’ aldus Ghannushi.

    Moslimdemocraten

    Volgens Ghannushi is Ennahda geen islamistische partij, maar een partij van ‘moslimdemocraten’, vergelijkbaar met Europese christendemocratische partijen. De beweging heeft de politieke partij gesplitst van de religieuze tak, die nu enkel verantwoordelijk is voor dawah (bekeren en prediken). De politici mogen geen toespraken houden in een moskee; geestelijken mogen de partij niet leiden.

    ‘Ennahda put nog steeds haar inspiratie uit de islam,’ zegt Ghannushi, ‘maar de aanwezigheid van religie in de maatschappij is niet iets waar de staat over beslist of wat de staat regelt.’ Het moet een verschijnsel zijn dat van onderaf komt, en met een gekozen parlement vormt de plaats van religie in het parlement een afspiegeling van de mate waarin deze in de maatschappij een rol speelt. Secularisten en liberalen hebben lange tijd gehoopt dat het merendeel van de islamisten dat pad zouden volgen. In wezen hopen ze dat islamisten, die lang een protestbeweging waren, minder islamistisch worden als ze worden geconfronteerd met de werkelijkheid van de macht. Dat werpt andere vragen op. ‘Als islamistische partijen hun islamisme moeten opgeven zodra ze zijn gekozen (…) dan staat dat haaks op het wezen van de democratie: de idee dat regeringen ontvankelijk zijn voor, of zich ten minste aanpassen aan de wensen van het volk’, schrijft Hamid.

    Conservatievere leden van Ennahda zijn niet gelukkig met de weg die de beweging heeft ingeslagen. Anderen twijfelen aan de oprechtheid van Ennahda, omdat ze menen dat angst voor repressie en opstand het belangrijkste motief voor hun matiging is – met andere woorden, dat hun handelen zuiver tactisch is. ‘We krijgen van alle kanten ervan langs,’ aldus Ghannushi.

    Net als de ondergang van het islamisme in Egypte wordt de positievere ontwikkeling van het islamisme in Tunesië grotendeels bepaald door de context. Anders dan Egypte en Turkije heeft Tunesië geen sterk en gepolitiseerd leger. En waar de staatsrepressie in het Egypte van voor de revolutie de Broederschap lijkt te hebben verhard, zorgde die in Tunesië ervoor dat leden van Ennahda, die een cel deelden met andere oppositieleiders, een liberaler wereldbeeld ontwikkelden. De unieke uitdagingen waar het islamisme in ieder land mee werd geconfronteerd bepaalden ontegenzeggelijk de ontwikkeling ervan.

    Vertaler: Paul Bruijn

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.