Tag: Gnassinbé

  • West-Afrika ruimt zijn fossielen op

    West-Afrika ruimt zijn fossielen op

    In West-Afrika nemen ze in rap tempo afscheid van dictators en andere langzittende machthebbers. Alleen de Togolese president Faure Gnassingbé houdt hardnekkig vast aan het pluche.

    Twee jaar geleden kwamen de leiders van vijftien West-Afrikaanse landen in de Ghanese hoofdstad Accra samen om de politieke toekomst van de regio te bespreken. Het was een bijeenkomst van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas), maar het was bepaald geen gewone top. Op de agenda stond een voorstel dat, indien geaccepteerd, de politiek in de regio – en uiteindelijk het hele continent – radicaal zou veranderen.

    Dat voorstel was simpel: alle Ecowas-leiders zouden onder alle omstandigheden niet meer dan twee ambtstermijnen aan de macht blijven. Geen dictators meer. Geen presidenten voor het leven meer. Gewoon regelmatige machtswisselingen, regelmatige verversing van het bewind, regelmatige cycli van politieke vernieuwing.

    Op een continent dat berucht is om machthebbers die hardnekkig aan het pluche kleven, was dit een revolutionair voorstel.

    En bijna werd het aangenomen.

    In het debat stemden dertien landen voor de motie: Benin, Burkina Faso, Ghana, Guinee, Guinee-Bissau, Ivoorkust, Kaapverdië, Liberia, Mali, Niger, Nigeria, Senegal en Sierra Leone – vrijwel allemaal landen waar in de afgelopen tien jaar een vredige machtsoverdracht is geweest, na geloofwaardige verkiezingen. Van de staatshoofden van deze landen was Ernest Bai Koroma, de president van Sierra Leone, het langst aan de macht. Hij regeerde destijds pas acht jaar, en in maart 2018 treedt hij af. Geleidelijk aan, zonder veel ophef, is West-Afrika een democratisch bastion op het continent geworden. Maar er resten nog een paar politieke fossielen.

    Dwarsliggers Togo en Gambia

    Twee landen waren tegen het plan van maximaal twee ambtstermijnen: Gambia en Togo. Dat mag nauwelijks een verrassing heten. Yahya Jammeh, de toenmalige president van Gambia, kwam in 1994 door een militaire coup aan de macht en weigerde categorisch de scepter uit handen te geven. Faure Gnassingbé ‘erfde’ het presidentschap van Togo in 2005 na de dood van zijn vader – die al sinds de onafhankelijkheid in 1967 in het zadel zat.

    Evenals de Afrikaanse Unie werkt Ecowas op basis van consensus. Door de tegenstemmen van Gambia en Togo vond de motie geen doorgang. Hoewel ze een kleine minderheid vormden, hadden de fossiele regimes deze ronde gewonnen. Maar de rest van Ecowas zou zich wreken.

    In december 2016 leed Jammeh een verrassende verkiezingsnederlaag, maar hij weigerde zijn functie neer te leggen. Zonder de massale opstand van de bevolking en het kordate optreden van Ecowas was hij er misschien zelfs mee weggekomen. Verscheidene Afrikaanse staatshoofden vlogen naar Banjul om Jammeh over te halen het veld te ruimen. Senegal, het land dat Gambia aan drie kanten omsluit, sloot zijn grenzen. In alle haast werd een regionale interventiemacht opgetrommeld – een paar duizend militairen uit Senegal, Nigeria en Ghana, om hem tot aftreden te dwingen. Op 21 januari vertrok Jammeh in het holst van de nacht met een privévliegtuig, verslagen en weggebonjourd. Niet langer president voor het leven. Weer een fossiel geruimd.

    Demonstranten in Togo eisen om hervormingen en blokkeren de straat met brandende banden, 8 september 2017. – © Alphonse Logo / Anadolu Agency
    Demonstranten in Togo eisen om hervormingen en blokkeren de straat met brandende banden, 8 september 2017. – © Alphonse Logo / Anadolu Agency

    Wat ons bij Togo brengt, de laatste dwarsligger. Togolezen zijn niet doof voor de roep om meer democratie die in de regio weerklinkt. Ze hebben gezien hoe Gambia zich van Jammeh heeft ontdaan. Ze hebben ook gezien hoe hun noordelijke buur, Burkina Faso, in opstand kwam tegen de dictator Blaise Compaore, die na een golf van protesten in 2014 uit het land werd verdreven, waarna een nieuw democratisch bestel werd ingeluid. Kan Togo hetzelfde doen?

    In september organiseerde de snel groeiende protestbeweging betogingen in een aantal steden. Niet afgeschrikt door de oproeppolitie, gingen tienduizenden Togolezen de straat op, gehuld in de oppositiekleuren rood, oranje en roze. ‘Vijftig jaar is te lang,’ scandeerden ze, doelend op de Gnassingbé-dynastie.

    ‘We zullen weer de straat op gaan,’ zegt de onvermoeibare oppositieleider Jean-Pierre Fabre. ‘Faure moet met ons in gesprek gaan over de voorwaarden van zijn vertrek.’ Bij zijn inspanningen om Gnassingbé uit het zadel te lichten wordt Fabre inmiddels bijgestaan door Tikpi Atchadan, leider van de Pan-Afrikaanse Nationale Partij (PNP), die zich aan de zijde van de oppositie heeft geschaard. In tegenstelling tot Fabre is Atchadan afkomstig uit het noorden van het land, van oudsher een stevig bolwerk van aanhangers van de president. Door deze aanwinst krijgt het protest in één klap meer gewicht.

    ‘Wij hielden een demonstratie. Enorme opkomst! Jullie hielden een tegendemonstratie. Niemand. Wij hielden een tegendemonstratie. Massa’s mensen! Jullie werden boos, haalden internet uit de lucht en sloegen ons neer’

    In een poging de demonstraties, die grotendeels via de sociale media worden georganiseerd, de kop in te drukken, legde de regering het internet plat, zodat het merendeel van de Togolezen geen toegang had tot Facebook of WhatsApp en het bijna onmogelijk werd om betogingen op poten te zetten. ‘Wij hielden een demonstratie. Enorme opkomst! Jullie hielden een tegendemonstratie. Niemand. Wij hielden een tegendemonstratie. Massa’s mensen! Jullie werden boos, haalden internet uit de lucht en sloegen ons neer,’ twitterde mensenrechtenactiviste Farida Nabourema.

    Een aantal voormalige leiders van buurlanden heeft er bij de Togolese president op aangedrongen de boodschap van de demonstranten ter harte te nemen. De Nigeriaanse oud-president Olusun Obasanjo zei dat Togo zijn grondwet moet herschrijven en opperde dat het misschien tijd werd voor een nieuw gezicht in het presidentiële paleis. ‘Gnassingbé heeft alle mogelijkheden om zijn land vooruit te helpen inmiddels uitgeput – of hij moet buiten ons medeweten iets nieuws achter de hand hebben.’

    Maar de West-Afrikaanse leiders hielden zich opvallend stil. Wellicht omdat Gnassingbé, ondanks al zijn tekortkomingen, eerder dit jaar tot voorzitter van Ecowas is verkozen, een ceremoniële positie. Maar dit zal hem niet beschermen als de protesten verder aanzwellen.

    ‘De positie van de president is erg wankel, en als het uit de hand loopt, zal geen van de bevriende regeringsleiders uit Ecowas of Europa hem te hulp schieten,’ zegt Francois Conradie, politiek analist in een interview met Al Jazeera.

    Kortom, Gnassingbé staat alleen. Dit in sterk contrast met andere regio’s in Afrika, waar langzittende machthebbers kunnen rekenen op de onbetwiste steun van collega-staatshoofden. Denk alleen al aan het stilzwijgen van het regionale samenwerkingsverband SADC over de talloze misstappen van Robert Mugabe, president van Zimbabwe, of de oogluikende instemming van de Oost-Afrikaanse Gemeenschap met de derde ambtstermijn van zowel Burundi’s president Pierre Nkurunziza als Rwanda’s president Paul Kagama.

    Nee, dan West-Afrika, dat er ondanks alle gebreken in slaagt vreedzame machtswisselingen af te dwingen. Gnassingbé is de laatste antidemocratische fossiel die nog over is. De vraag is voor hoe lang.

    Auteur: Simon Allison
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.