Tag: Golfstaten

  • De onzekere toekomst van het Midden-Oosten

    De onzekere toekomst van het Midden-Oosten

    Het Midden-Oosten is in 2025 tegelijk drastisch veranderd en hardnekkig hetzelfde gebleven: Iran en zijn milities zijn verzwakt, Assad is gevallen en Israël viel voor het eerst Iran zelf aan, maar geen van de onderliggende conflicten is opgelost. Ook in 2026 blijft de regio de wereldagenda bepalen, terwijl zij zelf niet weet welke kant het op gaat. Toch ontstaan er, ondanks oorlog en politieke stagnatie, ook zones van vooruitgang.

    Gaza: wederopbouw in een gespleten land

    Na de oorlog is Gaza opgesplitst in een door Israël gecontroleerde ring en een kleinere, zwaar overbevolkte enclave waar twee miljoen ontheemden onder Hamas-heerschappij in kampen leven. Het nieuwe bestuurlijke model creëert twee realiteiten: een ‘Gaza Oost’ dat wordt ingericht als etalageproject – met een belastingvrije zone bij Rafah en een nieuw havencomplex, gefinancierd door de Golfregio en uitgevoerd door Egyptische bedrijven – en een ‘Gaza West’ dat blijft hangen in chronische noodhulp, grotendeels gefinancierd door Qatar.

    Economische veerkracht en groene omslag

    Ondanks politieke instabiliteit boeken diverse landen in het Midden-Oosten vooruitgang met economische transformatieprogramma’s. Saoedi-Arabië, de VAE en Marokko investeren fors in groene energie, waterstof en nieuwe industrieën, wat volgens IMF-ramingen in 2026 voor een deel van de regio tot bovengemiddelde groei kan leiden. Marokko en Jordanië versterken hun rol in de ontwikkeling van zonne-energie en duurzame wateroplossingen; de VAE en Qatar trekken wereldwijd talent aan via technologie- en klimaatprogramma’s. Zo ontstaat een onverwachte positieve dynamiek: een regio die door klimaatrisico’s extra kwetsbaar is, blijkt tegelijk een van de snelste ontwikkelaars van groene technologie in het mondiale Zuiden.

    De Trump-regering probeert via een internationale stabilisatiemacht en een zogeheten Board of Peace Hamas tot ontwapening te dwingen. Er wordt gespeculeerd over een rol voor Marwan Barghouti, die eventueel uit de gevangenis zou kunnen worden vrijgelaten en naar Gaza verbannen, in de hoop dat hij Hamas ooit via verkiezingen kan verslaan. Maar zolang Israël verdergaat met annexaties op de Westoever en de Palestijnse Autoriteit leegloopt, blijft een levensvatbare Palestijnse staat vooral theoretisch.

    Israël: beschadigde status quo

    Israël begint 2026 in een toestand van militaire pauze maar politieke uitputting. Na gedwongen wapenstilstanden met zowel Hamas als Iran is er geen overwinning, maar een beschadigde status quo. Premier Netanyahu probeert die ambiguïteit politiek te benutten. Met verkiezingen uiterlijk in oktober 2026 en afkalvende steun voor zijn rechtse en ultraorthodoxe blok verschuift hij de aandacht opnieuw naar een vertrouwd slagveld: de strijd om de rol van het Hooggerechtshof en de liberale instituties. Zo wordt 2026 mogelijk óf het jaar van zijn laatste, polariserende campagne, óf het eerste jaar van een moeizame herbouw van vertrouwen in de Israëlische democratie.

    Iran en de schaduw van een tweede oorlog

    Iran gaat 2026 in als het land dat een kort maar intens conflict heeft doorstaan en met een zwaar beschadigd, maar niet-opgegeven nucleair programma achterblijft. Bondgenoten zoals Hamas en Hezbollah zijn verzwakt maar niet verslagen. De kernvraag is of er een politieke deal met de VS mogelijk is, of dat de regio afstevent op een tweede, bredere confrontatie. Als Teheran de Amerikaanse eisen ziet als een poging tot regimeverandering, kan het conflict zich uitbreiden naar de Golfregio en de olie-infrastructuur, wat opnieuw Amerikaanse betrokkenheid afdwingt – dit keer vooral ter bescherming van Arabische bondgenoten.

    Golfstaten: tussen Amerikaanse veiligheid en Israëlische normalisatie

    De Golfstaten bevinden zich in een strategische spagaat. Saoedi-Arabië blijft het grote doelwit bij de Amerikaanse poging om de Abraham-akkoorden uit te breiden: erkenning van Israël door Riyad zou een domino-effect creëren in de Arabische wereld. Maar de Saoedische leiding houdt vol dat normalisatie van de betrekkingen met Israël zonder geloofwaardig vredesproces met de Palestijnen ondenkbaar is. Tegelijk groeit de kans dat de VS en Saoedi-Arabië een formeel defensiepact sluiten, zelfs zonder normalisatie. Dat verdiept de veiligheidsrelatie, maar versterkt ook het ongemak: Washington wordt tegelijkertijd gezien als onmisbaar én onbetrouwbaar.

    Syrië: het echte werk begint

    Na de val van Assad richt Syrië zich ogenschijnlijk op normalisatie en wederopbouw. De nieuwe president, Ahmed al-Sharaa, werd internationaal ontvangen, sancties lijken op weg naar versoepeling en banken bereiden heropening voor. Toch is het land op de grond grotendeels verwoest. Hoewel miljoenen Syriërs zijn teruggekeerd, blijven stadswijken in puin liggen en is de rechtsorde fragiel. De gevreesde geheime dienst is minder zichtbaar, maar sektarische spanningen steken opnieuw de kop op – met aanvallen op alawieten en druzen die het beeld van een ‘nieuw Syrië’ ondermijnen. Wederopbouw blijft voorlopig vooral een diplomatiek concept, geen realiteit.

    Palestijnen: een paradox

    Voor de Palestijnen ontstaat een paradoxaal beeld. In Gaza zijn miljoenen mensen afhankelijk van VN- hulp en onderworpen aan een verzwakt maar standhoudend Hamas-regime dat, ondanks zware militaire verliezen, nog steeds de feitelijke macht in handen heeft. De enclave balanceert tussen humanitaire nood en politieke stilstand, waarbij elke vooruitgang in wederopbouw afhankelijk is van buitenlandse financiering en Israëlische goedkeuring.

    Op de Westoever kondigt Mahmoud Abbas verkiezingen aan voor uiterlijk oktober 2026, maar zijn autoriteit is zo ver uitgehold dat de aankondiging eerder voelt als een ritueel dan als een perspectief op echte politieke vernieuwing. De instellingen van de Palestijnse Autoriteit functioneren slechts gedeeltelijk; wantrouwen en vermoeidheid overheersen onder de bevolking.

    Voorzichtig richting stabilisatie

    Hoewel er nog conflicten zijn, komt er in 2026 op meerdere fronten diplomatieke toenadering. Egypte en Turkije hebben hun ambassades heropend, Saoedi-Arabië en Iran praten weer over grensveiligheid, en regionale samenwerking rond water en energie groeit. Samen wijst dat op een voorzichtige beweging richting stabilisatie. Ook bínnen de Golfregio wordt intensiever samengewerkt op het gebied van luchtvaart, energie en logistiek. Deze kleine diplomatieke verschuivingen lossen geen grote conflicten op, maar verminderen wel de directe risico’s op escalatie en creëren ruimte voor economische projecten die jarenlang onmogelijk leken.

    Tegelijk blijven figuren zoals Marwan Barghouti rondspoken als mogelijke sleutelfiguur: iemand die zowel in Gaza als op de Westoever legitimiteit zou kunnen hebben en dus een brug zou kunnen slaan tussen twee Palestijnse werkelijkheden die steeds verder uit elkaar groeien. Maar zijn daadwerkelijke invloed is uiterst onzeker. Niet alleen omdat hij gevangenzit, maar ook omdat elke toekomstige rol voor hem – of voor wie dan ook – volledig afhankelijk blijft van regionale en internationale machtsverhoudingen: van Israëlische restricties, Amerikaanse druk, Qatarese financiering en de strategische belangen van Egypte en de Golfstaten.

    Zo ontstaat een situatie waarin de Palestijnen zelf nauwelijks speelruimte hebben, terwijl de contouren van hun politieke toekomst grotendeels buiten hen om worden bepaald.

    Amerika: onvoorspelbaar

    Over alle dossiers heen blijven de VS de bepalende externe actor. De regering-Trump beëindigt conflic- ten, dwingt wapenstilstanden af, trekt sancties in en tekent deals, maar vergroot tegelijkertijd de onzekerheid. Bondgenoten weten niet of Washington Israël zal intomen of juist aansporen. Golfstaten twijfelen aan de betrouwbaarheid van de Amerikaanse veiligheidsparaplu. Iran ziet een macht die bemiddelt, maar ook bombardeert. De regio moet dus op Amerika rekenen, maar heeft geen idee welk Amerika dat zal zijn.

    Burgerinitiatieven, jeugdbewegingen en culturele bloei

    Onder de oppervlakte broeit een nieuwe maatschappelijke energie. In Libanon, Irak, Jordanië en Tunesië ontstaat een generatie jongeren die zich los van partijpolitiek organiseert rond corruptiebestrijding, vrouwenrechten en klimaatactie. Cultureel gezien is de regio opvallend vitaal: Egyptische en Jordaanse films halen internationale festivals, de Saoedische kunstscene professionaliseert snel en Libanese en Palestijnse schrijvers en muzikanten vinden wereldwijd publiek. Deze civiele en culturele dynamiek staat vaak los van de politieke stagnatie.

  • Golfstaten ambitieus in mondiale strijdom mineralen 

    Golfstaten ambitieus in mondiale strijdom mineralen 

    Nikkel, bauxiet, lithium: de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië willen een stempel drukken op de distributie van grondstoffen die onmisbaar zijn voor de energietransitie, door steeds meer akkoorden te sluiten met producerende landen.

    Na China en de westerse landen is het nu de beurt aan de Golfstaten om zich te mengen in de mondiale strijd om strategische mineralen die onmisbaar zijn voor de energietransitie. In december 2023 hebben de Verenigde Arabische Emiraten via de onderneming International Resources Holding, eigendom van hun nationale veiligheidsadviseur Tahnoon bin Zayed al Nahyan, voor 1,1 miljard dollar een aandeel van 51 procent verworven in de Zambiaanse Mopani-kopermijn.

    Saoedi-Arabië heeft in 2023 de Manara Minerals Investment Company opgericht, die over een oorlogskas van 15 miljard dollar beschikt om zich van buitenlandse energiebronnen te verzekeren. Zes maanden later nam dit nieuwe investeringsfonds voor 2,6 miljard dollar een aandeel van 10 procent in een dochterbedrijf van de Braziliaanse mijngigant Vale, dat gespecialiseerd is in strategische mineralen.

    Manara heeft ook interesse om voor 7 miljard dollar deel te nemen in een van de grootste koper- en goudreserves ter wereld, gelegen in Reko Diq, in het zuidwesten van Pakistan.

    Er wordt ook een diplomatiek offensief ontketend. Saoedi-Arabië heeft afgelopen januari samenwerkingscontracten voor mijnexploratie getekend met de Democratische Republiek Congo, Egypte, Rusland en Marokko. Ook heeft een delegatie Argentinië bezocht, dat over een grote lithiumreserve beschikt, en zal een andere zich binnenkort naar Chili begeven.

    ‘Controle over de aanvoer van zeldzame metalen dient zowel geopolitieke als economische doelen’

    De Golfstaten, die volledig afhankelijk zijn van de export van koolwaterstof, maken van strategische mineralen een van de pijlers van hun economische diversificatie, zoals ook Saoedi-Arabië heeft gedaan met zijn plan Saudi Vision 2030. ‘Controle over de aanvoer van zeldzame metalen dient zowel geopolitieke als economische doelen,’ analyseert Thomas Scureld, econoom bij het Natural Resources Governance Institute in New York.

    Om te beginnen voor de productie van elektrische voertuigen. Riyad heeft afgelopen maart een miljard dollar gestoken in de Chinese EV-fabrikant Lucid Motors en samen met de Taiwanese computeronderdelenfabrikant Foxconn een eigen merk gelanceerd, onder de naam Ceer.

    Het Saoedische koninkrijk, dat grote vliegtuigorders heeft geplaatst voor zijn nieuwe luchtvaartmaatschappij Riyad Air, wil ook een plek veroveren in de luchtvaartindustrie middels de levering van onderdelen van aluminium en titanium. Deze mineralen zijn van strategisch belang voor de Saoedische defensie-industrie omdat ze ook geschikt zijn voor het vervaardigen van landingsgestellen voor gevechtsvliegtuigen en van munitie en raketgeleidingssystemen.

    De Verenigde Staten voelen zich allerminst bedreigd door de komst van deze nieuwe spelers; ze verwelkomen ze juist aangezien ze de dominante positie van China ondermijnen. De Aziatische grootmacht heeft respectievelijk 74, 67, 84 en 52 procent van de raffinage van kobalt, lithium, nikkel en grafiet in handen, grondstoffen die worden gebruikt bij de fabricage van lithium-ionbatterijen.

    Krachten bundelen

    ‘We moeten samen met onze bondgenoten en vrienden investeren in een gegarandeerde en gediversifieerde mondiale aanvoer,’ verklaarde Amos Hochstein, Witte Huis-adviseur op het gebied van energievraagstukken, afgelopen januari in Riyad. ‘Talrijke bondgenoten en partners zullen hun krachten moeten bundelen om de invloed van China te beteugelen, vooral op het gebied van raffinage,’ zegt Gracelin Baskara, verantwoordelijk voor het kritische mineralenprogramma van de Amerikaanse denktank Center for Strategic and International Studies.

    De olieproducerende landen zoeken in mineralen een nieuwe manier om hun mondiale positie te beschermen en proberen om die reden hun imago te veranderen. Zo heeft Saoedi-Arabië van zijn Future Minerals Forum een onontkoombare ontmoetingsplaats voor de sector gemaakt. Deze jaarlijkse bijeenkomst, bijgenaamd ‘het Mekka van de mijnindustrie’, heeft tijdens haar derde editie afgelopen januari 26.000 deelnemers uit 145 landen ontvangen, tegen maar 4700 drie jaar eerder, in 2021.

    Met behulp van de Britse organisatie Wood Mackenzie heeft het Forum ook het idee van een ‘superregio’ voor strategische mineralen bedacht, waarin het zelf een cruciale rol vervult. Een regio die Afrika, het Midden-Oosten en Zuid- en Centraal-Azië omvat, zou tegenwicht bieden aan China zonder tegen de westerse belangen in te druisen. Deze ‘superregio’ is zowel rijk aan mineralen, dankzij de reserves in Afrika en Centraal-Azië, als in staat om die tot metalen te verwerken, waarbij ze gebruik kan maken van de investeringen en de overvloedige en goedkope energie uit de Golfstaten. Ze concentreert zich vooral op India en het Midden-Oosten, die goed zijn voor een steeds groter deel van de mondiale vraag. De Golfstaten willen op hun beurt hun overvloedige reserve koolwaterstof en hun centrale geografische positie benutten door zich te specialiseren in de energieslurpende raffinage van mineralen.

    ‘De financiering door de Golfstaten wordt als neutraal beschouwd en dwingt niet tot een keuze tussen de VS en China’

    Hoewel de op een na grootste olieproducent ter wereld zelf een bodem heeft die rijk is aan koper, goud, nikkel, bauxiet, lithium en mangaan, waarvan de totale waarde op 2500 miljard dollar wordt geschat, wil men ook investeren in winning in het buitenland. ‘Die investeringen zijn des te waardevoller nu veel westerse ondernemingen zich terugtrekken uit mijnbouwprojecten vanwege de daling van de koersen,’ constateert Gracelin Baskara. Dat de prijsdaling van lithium, kobalt of nikkel ze niet afschrikt komt doordat ‘de Golfstaten niet geïnteresseerd zijn in winst, maar in het veiligstellen van hun aanvoer’, voegt Thomas Scureld eraan toe.

    Afrika, dat over driekwart van de mondiale mangaan-, chromiet- (een natuurlijke verbinding van ijzer en chroom) en platinareserves beschikt, heeft een grote aantrekkingskracht op de Golfstaten. In november 2023 heeft Riyad het eerste economische forum georganiseerd dat gewijd was aan Afrika, waarbij bijna vijfhonderd miljoen euro aan infrastructurele investeringen is toegezegd. Een welkome financiële injectie, nu Beijing zijn investeringen in de ‘nieuwe zijderoutes’ gevoelig heeft teruggeschroefd en de westerse landen het mes zetten in hun ontwikkelingshulp. ‘Ze dragen ook bij aan de ontwikkeling door te investeren in landbouw, toerisme en energie,’ zegt Scureld. Zo zal Mozambique, waar de bodem barstensvol grafiet zit, 158 miljoen dollar aan Saoedische investeringen ontvangen voor de bouw van ziekenhuizen en de aanleg van stuwmeren. ‘De financiering door de Golfstaten wordt als neutraal beschouwd en dwingt niet tot een keuze tussen de Verenigde Staten en China,’ zegt Emmanuel Hance, econoom bij het Franse onderzoeksinstituut IFP Energies nouvelles. Dankzij deze vinger in de pap van de strategische mineralen zijn de grote olieproducerende landen bezig een andere krachttoer te volbrengen, namelijk om onontkoombare spelers in de energietransitie en de strijd tegen klimaatverandering te worden. 

  • Golfstaten testen hun geopolitieke ambities in Afrika

    Golfstaten testen hun geopolitieke ambities in Afrika

    Nu Chinese leningen en westerse hulp slinken, zijn de Golfstaten belangrijke investeerders geworden voor de Afrikaanse mijnbouw. De economische push gaat gepaard met een diplomatieke push.

    Mining Indaba, Afrika’s grootste mijnbouwconferentie, is een geologische jamboree en een geopolitiek spektakel. Want naast de gebruikelijke Chinese en westerse bedrijven komen er ook deelnemers uit de Golf. Manara Minerals bijvoorbeeld, een Saoedisch staatsfonds, heeft tot 15 miljard dollar te besteden aan buitenlandse mijnen. Of de International Holding Company, een conglomeraat uit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) met een marktkapitalisatie van 240 miljard dollar, speurt ook rond op het continent en kocht eerder al een aandeel van 51 procent in een Zambiaanse kopermijn.

    De VAE , Saoedi-Arabië en Qatar zien Afrika als een bestemming voor hun kapitaal, een arena voor hun rivaliteit en een test voor hun wereldwijde ambities. Dubai is een belangrijke financiële hub geworden voor Afrikaanse elites. Nu Afrikaanse leiders alternatieven zoeken voor de slinkende Chinese leningen en westerse hulp, verandert de opkomst van de Golf de geopolitieke situatie op het continent.

    Hoewel de benadering per land verschilt, delen de genoemde Golfstaten de overtuiging dat Afrikaanse landen door andere staten worden verwaarloosd en dat ze er makkelijk voet aan de grond kunnen krijgen omdat het arme landen zijn. Afrika bezuiden de Sahara heeft meer dan 20 keer zoveel inwoners als de landen van de Samenwerkingsraad van de Golf (Saoedi-Arabië, VAE, Qatar, Oman, Koeweit en Bahrein), maar een kleiner bbp.

    Economische banden zijn het duidelijkste bewijs van nauwere betrekkingen tussen de Golfstaten en Afrika. In de jaren 2010 bedroeg de jaarlijkse gemiddelde handel tussen Afrika bezuiden de Sahara en de VAE minder dan de helft van die tussen diezelfde regio en Amerika. Maar sinds 2020 is de som van de import en export tussen de Emiraten en Afrika bezuiden de Sahara groter. 

    Investeren

    De afgelopen tien jaar waren de VAE de op drie na grootste buitenlandse directe investeerder in Afrika en zijn ze Afrikaanse staten met een tekort aan harde valuta te hulp geschoten, zoals Soedan in 2019 en Ethiopië in 2018. Onlangs beloofden de Emiraten 35 miljard dollar te investeren in Egypte.

    De VAE zijn vooral actief op het gebied van logistiek en energie. Ze vormen China’s grootste rivaal voor Afrikaanse havens. DP World, een bedrijf uit Dubai, beheert havens in negen Afrikaanse landen en kreeg in oktober een nieuwe vergunning in Tanzania. De Abu Dhabi Ports Group beheert er nog meer. Deze versterken de positie van de VAE als knooppunt tussen Afrika en Azië, een rol die nog wordt versterkt door de luchtvaartmaatschappij Emirates.

    De VAE helpen Afrika ook met de ontwikkeling van olie- en gasprojecten op een moment dat sommige landen in het Westen zich zorgen maken dat ze de klimaatakkoorden niet zullen kunnen naleven. In december kwamen Marokko en de VAE overeen om een pijplijn te bouwen die gas van Nigeria naar de Middellandse Zee zou kunnen brengen. Tegelijkertijd behoren investeerders uit de Emiraten tot de grootste investeerders in duurzame energieprojecten in Afrika. Masdar, een staatsbedrijf, zegt 10 miljard dollar te zullen investeren om de stroomopwekkingscapaciteit in Afrika ten zuiden van de Sahara met 10 gigawatt te verhogen.

    In november vond de eerste Saudi-Afrikaanse top plaats, geïnspireerd door de driejaarlijkse bijeenkomsten van China. Saoedi-Arabië kondigde aan dat het tot 2030 meer dan 25 miljard dollar in Afrika zou investeren en nog eens 5 miljard dollar aan hulp zou geven. Saoedi-Arabië heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan een hulpprogramma voor Soedan en, naar verluidt, de Centraal-Afrikaanse Republiek, en heeft sindsdien hulp toegezegd aan Ghana en andere landen met een schuldencrisis.

    De rol van Qatar in Rwanda laat zien hoe ver kleine investeringen (naar Golfmaatstaven) in Afrika gaan. De Qatar Investment Authority (QIA), een staatsinvesteringsfonds van 500 miljard dollar, heeft samen met de Rwanda Social Security Board, een binnenlands fonds, geïnvesteerd in een pan-Afrikaans fonds. QIA heeft ook een aandeel van 60 procent in een project om een nieuwe luchthaven te bouwen ten zuiden van de hoofdstad Kigali.

    Golfstaten kunnen Afrika destabiliseren en zo westerse doelen ondermijnen

    De economische push van de Golf gaat gepaard met een diplomatieke push. Van 2012 tot 2022 hebben Qatar en de VAE het aantal ambassades in Afrika meer dan verdubbeld. Saoedi-Arabië is van plan het aantal diplomatieke posten uit te breiden van 28 naar 40.

    Qatar bemiddelde tussen Amerika en Rwanda over de vrijlating vorig jaar van Paul Rusesabagina, de held van de film Hotel Rwanda. En in 2018 hielpen Saoedi-Arabië en de VAE bij een toenadering tussen Ethiopië en Eritrea. Beide Golfstaten hebben geld bijgedragen aan de strijd tegen jihadisten in de Sahel.

    Toch kunnen Golfstaten Afrika ook destabiliseren en zo westerse doelen ondermijnen. Dat geldt vooral voor de VAE, die de meeste risico’s nemen bij het nastreven van hun geostrategische belangen op het continent. Zozeer zelfs dat, hoe hard sommige Afrikanen ook beweren dat de VAE op het gebied van investeringen het ‘nieuwe China’ worden, de manier waarop de Emiraten heimelijk een netwerk van machthebbers opbouwen, doet denken aan de Afrika-strategie van Rusland.

    De VAE hebben economische macht en wapenleveranties gebruikt om een netwerk van klanten in Noordoost-Afrika op te bouwen. Hiertoe behoren Khalifa Haftar, een Libische machthebber, Mohammed Hamdan Dagalo, een Soedanese krijgsheer die ook wel bekendstaat als Hemedti, en de president van Tsjaad, Mahamat Déby. De steun van de VAE aan Hemedti’s Rapid Support Forces in de jarenlange burgeroorlog in Soedan – tijdens welke zijn paramilitaire troepenmacht is beschuldigd van genocide – heeft de vredesbesprekingen onder leiding van Saoedi-Arabië en Amerika bemoeilijkt en zet zijn tegenstander, de Soedanese strijdkrachten, aan om wapens te zoeken in Iran. (De Emiraten ontkennen de paramilitairen te bewapenen).

    Daarnaast hebben de VAE nauwe banden gesmeed met Abiy Ahmed, de premier van Ethiopië, door infrastructuurprojecten te financieren en drones te leveren die gebruikt worden in de burgeroorlog in Tigray. Eritrea en Somalië hebben steun gezocht bij Saoedi-Arabië om zich te verzetten tegen wat zij zien als een door de VAE gesteund plan van het door land ingesloten Ethiopië om Somaliland, een afgescheiden deel van Somalië, te erkennen in ruil voor het pachten van land aan de kust. ‘We zijn ons ervan bewust dat we niet genoeg inzicht hebben in de dynamiek van de VAE,’ zegt een westerse diplomaat in Ethiopië.

    Avonturisme

    De gevolgen van het avonturisme van de Emiraten herinneren ons eraan dat de Golf nauwelijks een voorvechter van Afrikaanse democratie genoemd kan worden. De Saoedi’s hebben junta’s verwelkomd die via staatsgrepen aan de macht kwamen. In Somalië hebben Qatar en de VAE elkaar beschuldigd van het omkopen van rivaliserende politici. Amerika heeft sancties opgelegd aan bedrijven in de VAE vanwege hun vermeende banden met al-Shabaab, de Somalische jihadistische groepering, en met Wagner, de Russische huurlingenmacht, die nauwe banden onderhield met Hemedti en andere machthebbers.

    Dan is er nog de rol die vooral Dubai zou spelen wat betreft het mogelijk maken van Afrikaanse corruptie. In de afgelopen tien jaar, nu Europese landen in elk geval hebben beloofd om de financiële regelgeving aan te scherpen, wenden Afrikaanse zakelijke en politieke elites – wat vaak op hetzelfde neerkomt – zich tot Dubai. In 2021 waren er meer dan 26.000 Afrikaanse bedrijven in Dubai, een stijging van ongeveer een derde ten opzichte van vier jaar eerder, volgens de Kamer van Koophandel van Dubai.

    De meeste kapitaalstromen van Afrika naar Dubai zijn volkomen legaal – en weloverwogen, voor elites die hun geld graag willen houden. ‘Veel Afrikanen hebben geen vertrouwen in hun eigen economie,’ stelt Ricardo Soares de Oliveira van de Universiteit van Oxford. En in tegenstelling tot Chinezen of Indiërs, die graag gebruikmaken van Caribische belastingparadijzen of Mauritius voordat ze het geld weer naar huis brengen, ‘doen Afrikanen niet veel aan rondreizen: het is meestal eenrichtingsverkeer’.

    Toch wijzen verschillende rapporten erop dat Dubai een kant heeft die nog meer zorgen baart. In 2020 stelde een rapport van de Carnegie Endowment for International Peace, een denktank, dat ‘de vastgoedmarkt van Dubai een magneet is voor besmet geld’. Het rapport identificeerde 34 gouverneurs, 7 senatoren en 13 ministers uit Nigeria met eigendommen in Dubai, waarvan de kosten volgens het rapport ‘hoger lijken te zijn dan wat ze zich met hun officiële salarissen zouden moeten kunnen veroorloven’. Eveneens in 2020 beweerde The Sentry, een waakhond, dat Dubai ongeveer 95 procent van het goud importeert dat afkomstig is uit conflictgebieden zoals Soedan, Zuid-Soedan, Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Vorig jaar beweerde Al-Jazeera, een Qatarese nieuwszender, in een rapport dat Zimbabwaanse elites miljarden dollars in contanten en goud naar Dubai hebben gesmokkeld. Hemedti is deels rijk geworden door de verkoop van Soedanees goud via Dubai, aldus de VN.

    De openheid van Dubai – in goede en slechte zin – is niet speciaal met het oog op Afrika in het leven geroepen

    Vorige maand vierden de VAE dat ze van een officiële ‘grijze lijst’ van witwassers waren geschrapt. In Dubai wonen echter nog steeds veel mensen die door Afrikaanse en andere staten worden beschuldigd van fraude, zoals Isabel dos Santos, de dochter van de ex-president van Angola.

    De openheid van Dubai – in goede en slechte zin – is niet speciaal met het oog op Afrika in het leven geroepen. Maar de rol van Dubai als een ticket enkele reis voor rijke Afrikanen en hun geld heeft een onevenredig grote impact op het continent. ‘Afrika stelt voor Dubai misschien niet veel voor, maar Dubai is enorm belangrijk voor Afrika,’ aldus Soares de Oliveira.

    De opkomst van de Golf stelt Afrikaanse leiders voor een bekende keuze. Gebruiken ze partnerschappen met buitenlandse mogendheden voor hun eigenbelang of voor het welzijn van hun burgers? Voor het Westen is er nog een andere uitdaging. Amerika en de Europese mogendheden willen meer Afrikaanse mineralen veiligstellen, de invloed van Rusland en China verminderen en goed bestuur bevorderen. De Golfstaten zouden soms kunnen helpen bij sommige van deze doelen, maar bieden geen betrouwbare weg om westerse doelen te bereiken. Net als in andere delen van de wereld hebben de opkomende oliestaten hun eigen ambities en zullen ze die meedogenloos nastreven.