Tag: Gorman

  • In vredesnaam

    In vredesnaam

    In een villa aan het Meer van Genève zetelt het HD Centre, een onafhankelijke non-profitorganisatie van zo’n 140 mediators die zich inzetten om crises en oorlogen te voorkomen of te beëindigen. Die Zeit mocht twee van hen – de Amerikaan David Gorman en de Fransman Romain Grandjean – bijna een jaar lang volgen.

    Koekjes zijn goed, whisky is soms nog beter. Bij de start van onderhandelingen moet er iets zijn wat de gesprekspartners ontspant en de stemming verbetert. Suiker of alcohol. Daarover is vrijwel iedereen het eens.

    Op een bloedhete dag eind juni 2016 stapt David 
Gorman het kantoor van de rampendienst in Kiev binnen. Hij heeft een paar zakjes koekjes bij zich. In het kantoor is alles bruin: stoelen, tafels, muren. De projector werpt vaal licht op de muur. ‘Ecologische risico’s in de regio Donbass’, staat er. De mannen van de rampendienst en van de Oekraïense Academie van Wetenschappen wachten aan de ene kant van de tafel, de mannen van de ambassades van Noorwegen, Zweden en Groot-Brittannië aan de andere. Ze kennen elkaar nog niet, maar moeten binnenkort zij aan zij gaan strijden. Tussen hen in deelt David Gorman zijn koekjes uit en legt het eerste contact.

    Glimlachend gaan de mannen zitten. Gorman is 47 jaar oud 
en ruim 1,90 meter lang. Als hij zit, kromt hij zijn rug in een poging zich kleiner voor te doen. Hij wil niet boven de mensen uitsteken die naast hem zitten. Hoe men hem ziet, kan bepalend zijn voor de kant die de gesprekken opgaan. Is hij te luidruchtig of te stil? Te terughoudend of te vastbesloten? Hij moet niet alleen oog hebben voor wie hij tegenover zich heeft, maar ook altijd voor zichzelf. In Azië mag zijn handdruk niet te stevig zijn, in het Midden-Oosten niet te slap. Wat in het ene land wordt gerespecteerd, kan in het andere wrevel veroorzaken.

    Gormans beroep is tussen de partijen in staan. Hij is niet vooringenomen en spant met niemand samen. Hij is vredesbemiddelaar en al 25 jaar op pad in de oorlogs- en crisisgebieden van deze wereld: Israël, Palestina, Bosnië, Liberia, Indonesië, de Filipijnen, Libië en sinds drie jaar Oekraïne en Rusland. Gorman verschijnt wanneer twee partijen in een conflict niet meer met elkaar praten. Of als ze niet willen dat de wereld weet dat ze in het geheim nog met elkaar praten.

    Gorman werkt voor het Zwitserse Centre for Humanitarian Dialogue (HD Centre), een onafhankelijke 
non-profitorganisatie van zelfstandige vredesbemiddelaars die in een villa aan het Meer van Genève zetelt. Het is de grootste in haar soort. Al bijna twintig jaar spannen inmiddels 140 mediators zich in om crises en oorlogen te voorkomen of te beëindigen. Op dit moment bemiddelen ze in 25 landen. In de meeste gevallen krijgen ze een opdracht van regeringen, de Verenigde Naties of de Europese Unie, die naast 
stichtingen en particuliere sponsors de belangrijkste financiers van het HD Centre zijn. Sommige inspanningen zijn zo geheim dat zelfs de namen van de landen niet bekend mogen worden. De bemiddelaars handelen in het verborgen, elk zinnetje in het openbaar kan destructieve gevolgen hebben. Discretie is het DNA van hun business.

    Daarom praten ze normaal gesproken niet over hun werk. Die Zeit mocht twee van hen – de Amerikaan David Gorman en de Fransman Romain Grandjean – bijna een jaar lang volgen. Gorman is regiodirecteur van het HD Centre voor Eurazië, met Oekraïne in zijn portefeuille, Grandjean voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika, dus ook voor Libië.

    David Gorman. – © HD Centre
    David Gorman. – © HD Centre

    De vergaderzaal in Kiev is klein, de hitte dringt naar binnen. David Gorman vertelt over zijn reis naar Oost-Oekraïne in 2014. Het Donetsbekken is een van de grootste steenkoolgebieden ter wereld en het centrum van de zware industrie van het land. Nu behoort het tot de door pro-Russische separatisten gecontroleerde ‘Volksrepubliek Donetsk’, die zich van Oekraïne heeft afgesplitst. Gorman reist heen en weer tussen Donetsk en Kiev om boodschappen van de ene naar 
de andere kant over te brengen. Nu gaat het om een mogelijke ecologische ramp in het separatistengebied. De bodem zou verontreinigd geraakt kunnen zijn door bombardementen, waardoor de regio zonder drinkwater kan komen te zitten. Daarom hebben de wetenschappers uit Kiev dringend behoefte aan contact 
met het lokale waterleidingbedrijf Voda Donbassa. Maar de deskundigen van beide zijden mogen niet meer rechtstreeks met elkaar praten. Ze zijn bang 
dat ze wegens ‘illegale contacten’ als vijand worden bestempeld. Daarom brengt Gorman de Oekraïense wetenschappers vandaag in contact met westerse diplomaten. De westerlingen moeten hun best gaan doen om meer aandacht voor het onderwerp te 
genereren. ‘We moeten een ecologische crisis voorkomen. Dat is ons doel,’ zegt Gorman bij aanvang.

    De projector in de vergaderzaal werpt beelden van verwoeste bruggen en waterleidingen in Oost-Oekraïne op de muur. Jevgeni Jakovlev, een oudere heer van de Oekraïense Academie van Wetenschappen, gaat staan. Hij somt enkele potentiële schrikbeelden voor het Donetsbekken op: raketten die opslagplaatsen van stoffen als chloor, lood of kwik treffen, kolenmijnen die klakkeloos onder water 
worden gezet, waardoor giftig mijnwater aan de oppervlakte komt. Jakovlev is bang dat dit allemaal al gebeurd is. De hele regio zou onbewoonbaar kunnen worden. ‘Maar we hebben geen gegevens over de daadwerkelijke situatie,’ zegt hij. De diplomaten zijn stil. Het lijkt wel alsof ze dit allemaal voor het eerst horen.

    David Gorman heeft geluisterd en aantekeningen gemaakt. Luisteren tot je erbij neervalt, interesse tonen, mensen het gevoel geven te worden gehoord, dat zijn de belangrijkste eigenschappen van een vredesbemiddelaar. Aan het einde van de bijeenkomst vat hij de vervolgstappen samen: met hulp van 
westerse diplomaten in Kiev moet er een expert van Voda Donbassa worden uitgenodigd en er moet een gemeenschappelijke werkgroep worden opgericht om watermonsters te nemen in de bedreigde 
gebieden. ‘Om politici te overtuigen hebben we harde cijfers nodig,’ zegt Gorman.

    Hij hoopt dat de zorg om het milieu de partijen 
dichter bij elkaar zal brengen, omdat het gevaar voor beide kanten dreigt. En als het lukt om het eens te worden over het drinkwater, dan is het misschien ook mogelijk om een akkoord te bereiken over 
grenzen en een staakt-het-vuren. Het zou een kleine stap kunnen zijn in de richting van een verzoening tussen Rusland en Oekraïne.

    Opgegroeid met conflicten

    David Gorman is opgegroeid met conflicten. Hij komt uit een wijk in het Amerikaanse Boston waar veel Ierse katholieken wonen. In zijn jeugd was de crisis in Noord-Ierland alomtegenwoordig; zijn broer had een tatoeage van de ondergrondse organisatie IRA. Ook het conflict in het Midden-Oosten liet Gorman niet met rust: de gijzeling, in 1979, van 52 Amerikaanse diplomaten in de Iraanse hoofdstad Teheran en de vraag ‘Waarom worden we toch zo gehaat?’ Gorman zegt dat het vinden van een antwoord op die vraag al in zijn jeugd een obsessie voor hem was. Na zijn studie volgde hij in Washington een opleiding tot mediator en op zijn vierentwintigste vertrok hij voor zijn eerste opdracht naar Israël. Sindsdien is de crisis zijn domein.

    Tegenwoordig woont Gorman met zijn Bosnische vrouw en zijn drie kinderen op Cyprus. Op maandag pakt hij het vliegtuig, op vrijdag gaat hij terug. Ook zijn vrouw werkt voor een ngo, die zich inzet voor misbruikte kinderen. Thuis praten ze nooit over 
hun werk. ‘Te veel werkelijkheid,’ zegt Gorman.

    Soms moet Gorman jarenlang werken om iets te bereiken. Frustratie heeft hij zichzelf afgeleerd. 
‘Je moet blij zijn met de kleine overwinningen,’ zegt hij in de auto in Kiev. Vanavond vliegt hij naar Moskou, over twee dagen zal hij weer in Kiev zijn. Binnenkort staat de volgende bijeenkomst ter 
voorkoming van de watercatastrofe op de agenda. Gorman hoopt dat er dan ook een vertegenwoordiger van Voda Donbassa uit Oost-Oekraïne aan tafel zit.

    Romain Grandjean. – © HD Centre
    Romain Grandjean. – © HD Centre

    Een paar weken eerder, medio juni 2016, staat 
Gormans collega Romain Grandjean vlak voor 
middernacht in een bar bij de haven van de Noorse hoofdstad Oslo. De 41-jarige Grandjean ziet er moe uit, hij heeft donkere kringen onder de ogen. Hij is pas aangekomen vanuit het hoofdkantoor van het 
HD Centre in Genève. Grandjean woont met zijn gezin net over de Zwitserse grens in Frankrijk. Het is niet eenvoudig om hem tijdens zijn werk te volgen. Naar Libië reizen is lastig voor journalisten: er zijn problemen met visa, en gesprekken worden verzet 
of uit veiligheidsoverwegingen afgezegd. Dus eerst maar eens Oslo. Elk jaar organiseert het HD Centre hier samen met het Noorse ministerie van Buitenlandse Zaken een informele conferentie waarbij 
vredesbemiddelaars, politici en diplomaten van gedachten wisselen over de toestand in de wereld. Dit keer worden vijf ministers van Buitenlandse Zaken verwacht; de Amerikaan John Kerry zal een toespraak houden.

    Grandjean is tien jaar geleden begonnen bij het HD Centre. Daarvoor is hij in dienst geweest bij een ngo die politieke analyses van conflicten en oorlogen over de hele wereld maakt en heeft hij als waarnemer bij verkiezingen in Mexico, Libanon en 
Wit-Rusland gewerkt. Op een gegeven moment wilde hij de problemen niet meer alleen vanaf de zijlijn bekijken, maar ook proberen ze op te lossen. Voor het HD Centre heeft hij in de Centraal-Afrikaanse Republiek bemiddeld en later in Tunesië, Syrië en Egypte. Nu werkt hij in Libië. Er zijn missies waarover hij met niemand mag spreken. ‘Soms is dat een behoorlijke last,’ zegt hij. ‘Veel mensen denken dat ik een spion ben.’ Het valt op dat hij vragen vaak met een tegenvraag beantwoordt. ‘Een relatie opbouwen’, noemt hij dat. Pas wanneer hij iets over een ander weet, kan hij een inschatting van diegene maken en uiteindelijk onderhandelingen met hem of haar 
voeren. Grandjean en Gorman vertellen meestal maar weinig over zichzelf. Ze proberen zich in hun gesprekspartners te verplaatsen, bieden ruimte en blijven zelf op de achtergrond. Het zijn mensen met wie andere mensen zich graag omringen omdat ze belangstelling tonen en aandacht schenken zonder meteen een oordeel te vellen. ‘Mij interesseert de persoon en niet wat hij of zij vertegenwoordigt,’ zegt Grandjean. Misschien is het beroep van bemiddelaar ook een soort levenshouding.

    Romain Grandjean citeert de Amerikaanse schrijver Ambrose Bierce: ‘Diplomatie is de patriottische kunst om voor je vaderland te liegen.’ Grandjean vindt het een groot voordeel dat hij niet de belangen van een land vertegenwoordigt en dus niet hoeft te liegen. ‘We hebben geen politieke agenda.’ Daarom neemt hij voor zijn werk in het Midden-Oosten en in Noord-Afrika geen geld aan van de VS of Frankrijk, want die landen zijn te zeer verwikkeld in de conflicten aldaar.

    De bemiddelaars beslissen zelf met wie, wanneer, hoe en waarover ze praten, ze zetten hun eigen koers uit. ‘Sommige sponsors begrijpen dat beter dan andere,’ zegt Grandjean. Ook het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken financiert projecten van 
het HD Centre, waaronder enkele in Libië. De Duitse diplomaten werken sinds enige tijd intensiever samen met particuliere vredesbemiddelaars. ‘Ze doen het heel goed,’ zegt Rüdiger König, oud-ambassadeur in Afghanistan en nu de verantwoordelijke afdelingschef op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Onafhankelijke bemiddelaars, zegt hij, zijn in staat mensen te spreken die regeringsvertegenwoordigers uit veiligheids- of politieke overwegingen niet 
zouden kunnen ontmoeten.

    Hoe langer je Grandjean en Gorman volgt, des te meer ze de indruk wekken geheel buiten adem te zijn. Een leven door anderen bepaald, door het wereldgebeuren opgejaagd

    Mannen als Grandjean en Gorman zijn de libero’s van de wereldgemeenschap. Ze praten ook met mensen met wie verder niemand praat, zoals die 
van IS, de taliban of Al-Qaida. ‘Ze vertrouwen je of 
ze maken je van kant,’ zegt Grandjean. Hij vergelijkt zichzelf en zijn collega’s met acrobaten in een 
circustent, maar dan zonder net dat ze opvangt als 
ze vallen. Neem nu Grandjeans medewerker Hesham Gaafar in Egypte. Hij werd in oktober 2015 gearresteerd; sinds een halfjaar zit hij in eenzame opsluiting – zonder aanklacht. Tot nog toe is Grandjean er niet in geslaagd hem vrij te krijgen. ‘Ik denk elke dag aan hem,’ zegt hij.

    De volgende ochtend begint de internationale 
conferentie, in een hotel bij een golfbaan in de buurt van Oslo. In pastelkleurige ruimten gaan ongeveer honderdvijftig vredesbemiddelaars, diplomaten en politici met elkaar in gesprek. Ook David Gorman is overgekomen uit Kiev. Het gaat over Syrië, Libië, Burundi, Jemen, Afghanistan, Colombia, Oekraïne. Het geheel biedt een ietwat surreële aanblik. Buiten wandelen golfers over zacht glooiende heuvels, 
binnen heerst de crisis. In Syrië hebben tot nog toe alle bemiddelaars gefaald, in Oekraïne is de situatie aan het verslechteren en Libië valt uiteen.

    In de pauzes vinden de echt belangrijke gesprekken plaats. Op het terras praat Gorman met de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken. Grandjean is verdwenen voor een vertrouwelijke bespreking. Na de lunch neemt hij deel aan de besprekingen over Libië. Er zijn daar nu drie regeringen, in het oosten, in het westen en een van ‘nationale eenheid’, en bovendien verscheidene milities en Islamitische Staat, die allemaal strijden om de macht in het land. Veel partijen in het oosten weigeren elke dialoog met de Verenigde Naties. Romain Grandjean zal eerdaags weer naar Libië vertrekken.

    Drie maanden later, op een ochtend in september 2016, staat David Gorman in een raamloze vergaderruimte van hotel President in Kiev. Eveneens aanwezig zijn Jevgeni Jakovlev van de Oekraïense Academie van Wetenschappen, westerse diplomaten, en voor het eerst iemand van de andere kant, uit het separatistengebied: Viktor Savodovski, de chef van de 
afdeling Investeringen en Ontwikkeling bij waterleidingbedrijf Voda Donbassa in Oost-Oekraïne. David Gorman rapporteert dat hun initiatief overal zeer positief is ontvangen. Zijn collega heeft een lijst gemaakt met plaatsen waar de experts uit beide delen van het land de komende weken naartoe 
zullen gaan om water- en bodemmonsters te nemen.

    In november 2016 komt Romain Grandjean naar Berlijn. Hij heeft een afspraak bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. De dagen ervoor heeft hij 
nauwelijks geslapen. Eerst is hij in Libië geweest, vervolgens in Zürich.

    Hoe langer je Grandjean en Gorman volgt, des te meer ze de indruk wekken geheel buiten adem te zijn. De voortdurende reizen, bijeenkomsten en gesprekken geven een gevoel van permanente 
rusteloosheid. Een leven door anderen bepaald, door het wereldgebeuren opgejaagd. Des te prangender is de vraag: wat drijft hen? Grandjean vat zijn beroep in twee woorden samen: frustratie en geduld. Maar saai is het nooit. ‘Ik geloof dat dialoog daadwerkelijk iets verandert.’ David Gorman ziet dat ook zo: ‘Je kunt iets bewerkstelligen, deel van iets groots worden.’ Wat is er zinvoller dan vrede stichten? In de afgelopen zes jaar was het HD Centre bij 35 verdragen betrokken.

    Pas in december lukt het om Romain Grandjean naar Noord-Afrika te vergezellen. Na maandenlang wachten is er een bijeenkomst in Tunesië. Een delegatie uit Sintan, een belangrijke stad in het westen van Libië, vlak bij de grens met Algerije, zal naar Tunis reizen. Men zoekt toenadering tot de internationale gemeenschap, en het HD Centre moet het contact tot stand brengen.

    Op een koele ochtend voert Grandjean overleg met acht van zijn medewerkers – een Slowaakse, een Fransman, een Marokkaan, een Tunesiër, een 
Soedanees, een Brit en twee Libiërs. Grandjean 
probeert een choreografie voor de ontmoeting te ontwikkelen. Op de eerste dag zullen de bemiddelaars van gedachten wisselen met de Libische 
delegatie, op dag twee moet er een gesprek met 
vertegenwoordigers van de Verenigde Naties, de Europese Unie en verscheidene hulporganisaties volgen.

    Grandjean doet altijd zijn best om alles nauwgezet 
in kaart te brengen. Wie komt er? Wie niet? Wie trekt er op de achtergrond aan de touwtjes? Als de bemiddelaars niet weten wie er aanwezig zal zijn, kunnen ze minder goed reageren op onverwachte situaties. Drie van hen zijn deze zomer al in Sintan geweest. 
Ze hebben enkele leden van de delegatie ontmoet 
en weten wat die acceptabel vinden en wat niet. Ze weten welke sleutelwoorden hen bij de onderhandelingen verder zouden kunnen helpen. En toch kan straks alles anders zijn.

    Flessen water

    Het hotel waar de volgende ochtend de eerste 
bijeenkomst plaatsvindt, staat in een wijk van Tunis die met hulp van Saoedische investeerders is gebouwd. Alcohol mag hier niet worden geschonken. Tien mannen uit Sintan zitten met zes bemiddelaars om een vierkante tafel. Grandjean opent de vergadering in het Arabisch en gaat vervolgens verder in het Engels: ‘We zijn er trots op dat u hier bent. Dit is een ontmoeting om u beter te leren kennen. We hebben goede contacten met westerse regeringen, maar we werken onafhankelijk. We zullen de dag van morgen met u voorbereiden en luisteren naar wat u te zeggen hebt.’

    Er volgt een heel kort voorstelrondje: de burgemeester, een vertegenwoordiger van de raad van oude wijze mannen, een vertegenwoordiger van het lokale bedrijfsleven, een van de jeugd, een oud-minister 
van Defensie van Libië in de overgangsregering na 
de val van Gaddafi, twee mannen met een militaire achtergrond. Daarna heerst er stilte. Grandjeans 
collega’s roepen hun bezoek van afgelopen zomer in herinnering. De Libiërs reageren nauwelijks, vertrekken geen spier, lijken af te wachten. De koekjes van Gorman zouden nu een goede dienst bewijzen. Op tafel staan alleen flessen water, maar er is geen 
opener. Niemand zal het in de daaropvolgende twee uur wagen daarnaar te vragen.

    Uiteindelijk neemt de burgemeester van Sintan het woord. Hij vertelt dat er momenteel tienduizend migranten en twintigduizend vluchtelingen uit 
Tripoli in Sintan zijn, maar dat er geen huisvesting voor hen is, geen medicijnen, geen psychologische hulp. ‘Voor de internationale gemeenschap zijn dat simpele dingen, waarmee duizenden mensen 
geholpen zouden zijn.’ Bovendien zou hij willen dat er weer internationale organisaties in de regio actief waren. Grandjean zegt dat het voor die organisaties momenteel moeilijk is om in Libië te werken. Ze 
hebben het land als no-go-area bestempeld.

    De delegatie uit Sintan maakt bekend dat ze de 
dag ervoor als teken van goede wil een belangrijke oliepijplijn hebben heropend. De stad heeft de 
controle over twee olievelden, en twee pijplijnen 
lopen over hun grondgebied.

    Aan het einde van de bijeenkomst stelt Grandjean vast dat de delegatie uit Sintan goede berichten 
heeft voor de bijeenkomst van morgen met de vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap. Hij raadt aan erop te wijzen dat een investering in Sintan een investering in vrede is. De stad zou een belangrijke partner in het proces van nationale 
verzoening kunnen zijn. Grandjean weet welke 
sleutelwoorden bij het Westen in de smaak vallen. 
De Libiërs zijn optimistisch.

    Na de bijeenkomst rookt Romain Grandjean een sigaret voor het hotel. Zijn Tunesische collega rijdt 
de auto voor en Grandjean en zijn Britse medewerker stappen in. In de auto dreunt It’s a Man’s World 
van James Brown uit de speakers. De mannen zingen luidkeels mee. Het gezang wordt abrupt onderbroken door het alarm op Grandjeans telefoon. De volgende bijeenkomst wacht, dit keer met een EU-vertegenwoordiger.

    Op een van de avonden in Tunis valt er een 
melktand van Grandjeans zevenjarige zoontje uit zijn portemonnee. Het is een treurig moment. 
Net als David Gorman probeert Grandjean de twee werelden van elkaar te scheiden. Met zijn gezin 
en zijn vrienden praat hij niet over zijn werk. ‘Ik wil 
een omgeving waarin het niet om oorlogen en 
conflicten gaat.’

    Illustraties: © Skizzomat – Marie Emmerman
    Illustraties: © Skizzomat – Marie Emmerman

    Nieuwe morgen, nieuw en groter hotel. Het is koud, het regent en Grandjean dwaalt door het gebouwencomplex. Het is de enige keer dat hij iets van een slecht humeur vertoont. In de conferentiezaal trekt hij in één ruk de gordijnen omhoog. De mannen uit Sintan en de vertegenwoordigers van de VN, de EU en de hulporganisaties druppelen binnen. De westerlingen blijven aanvankelijk onder elkaar, de Libiërs ook, alleen de bemiddelaars praten met iedereen.

    Later aan tafel geeft de burgemeester van Sintan een statement af, zoals voorgesteld door Grandjean: ‘We willen een einde maken aan de gewapende strijd in ons land. In onze regio hebben we dat voor elkaar gekregen. Ons doel is een staat voor alle Libiërs. We reiken hun 
de hand voor verzoening.’ Hij benadrukt dat Sintan 
een belangrijke rol wil spelen in het toekomstige Libië. Hij vraagt om hulp voor het ziekenhuis, hulp voor de oorlogsvluchtelingen en nodigt de internationale gemeenschap uit voor een bezoek aan de stad.

    De burgemeester heeft de sleutelwoorden gebruikt. Maar de westerlingen lijken een beetje afwezig, 
sommigen kijken op hun telefoon. Grandjean vraagt: ‘Zou de internationale gemeenschap zich kunnen voorstellen niet heel Libië in de rode kleur van gevaar te zien, maar in nuances als oranje of geel?’ De westerse diplomaten nemen Grandjeans metafoor over, maar oranje vinden ze te weinig. Pas wanneer het hele land groen gekleurd is, zullen ze overwegen of ze weer medewerkers naar Libië zullen sturen. In de pauzes staan de Libiërs en de westerlingen wel met elkaar te praten.

    De volgende dag verspreidt de militaire raad van Sintan een bericht via de sociale media: ‘Wij steunen de inspanningen voor de dialoog en de vreedzame co-existentie. Er is geen alternatief voor de dialoog, die leidt tot de opbouw van de instituties van een eenheidsstaat. Wij bieden geen steun aan de militaire actie die het westelijke deel van Libië in chaos stort en tot bloedvergieten leidt.’ Het is een succes voor het team van Romain Grandjean. Een van de groepen in Libië zweert openlijk het geweld af en 
zet een klein stapje in de richting van verzoening.

    De laatste avond in Tunis gaan Grandjean en zijn collega’s de stad in. Ze zouden kunnen gaan feesten of zich kunnen ontspannen, maar ze blijven de 
Libische chaos analyseren. Namen, gebeurtenissen en plaatsnamen wisselen elkaar af en wekken de indruk van een blijvende urgentie. Als een drug waar je niet meer van afkomt.

    Gedesillusioneerd

    Twee dagen voor Kerst staat David Gorman te 
wachten voor de ontbijtzaal in zijn hotel in Kiev. Hij is om middernacht uit Moskou gekomen en is zijn kamernummer vergeten. ‘Kunt u dat opzoeken?’ vraagt hij aan de dame bij de deur. De volgende 
ontmoeting over de gevaren van een ecologische crisis is aanstaande; dit keer zullen de eerste resultaten van de watermonsters worden gepresenteerd.

    In een ideale wereld zou Gorman erin slagen Russen en Oekraïners aan één tafel te krijgen. Eind 2016 is Gorman geregeld gedesillusioneerd. In Moskou heeft hij zijn gesprekspartners onlangs gevraagd: ‘Waar leiden onze gesprekken toe? Wanneer zien we vooruitgang?’ Er zijn veel redenen waarom het niet opschiet, zegt hij. Het is een kwestie van politieke 
wil en de juiste timing. Momenteel zit iedereen af 
te wachten. Donald Trump is weliswaar al verkozen, maar nog niet in functie. Hij heeft gewonnen met 
de slogan ‘America first’. Het is afwachten of Oekraïne hem interesseert en hoe hij daadwerkelijk tegenover Rusland staat.

    Trump is een thema waarbij Gorman ongewoon stil wordt. Dat komt ook door zijn ouders. Gormans vader is een gepensioneerd zakenman, zijn moeder een grafisch ontwerpster. Bij de voorverkiezingen 
steunden ze de democratische kandidaat Bernie 
Sanders, maar uiteindelijk brachten ze hun stem uit op Donald Trump. Gormans ouders hebben op de kandidaat gestemd die staat voor alles wat hun zoon van de hand wijst: confrontatie, protectie, misbaar. ‘We praten er niet meer over,’ zegt Gorman. In zijn eigen familie is de bemiddelaar verstomd.

    Aan het begin van het gesprek wijst David Gorman 
er nadrukkelijk op dat het in elk geval is gelukt om het contact tussen de experts uit West- en Oost-Oekraïne te herstellen. Jevgeni Jakovlev van de 
Academie van Wetenschappen in Kiev presenteert 
de eerste resultaten van het wateronderzoek: in het door de regering gecontroleerde gebied waren 30 van de 34 monsters vervuild, in het separatistengebied 
24 van de 26. In sommige streken zouden mensen zelf putten boren om aan drinkwater te komen. 
‘We moeten een systeem verzinnen om de bevolking te informeren waar er schoon water is.’

    David Gorman vraagt: ‘Kunnen we ons rapport naar het ministerie voor bezette gebieden sturen?’ Hij wil het initiatief neerleggen op een hoger niveau, een groter effect sorteren. De wetenschappers aarzelen. Ze zijn bang dat hun thema, het water, daardoor 
nog meer wordt gepolitiseerd. De resultaten van de proeven zijn maar voorlopig, zeggen ze. Ze hebben onweerlegbare feiten nodig. ‘Wanneer kunnen we 
de eindresultaten verwachten?’ vraagt Gorman. Waarschijnlijk eind januari, is het antwoord.

    Dit jaar was hij 42 van de 52 weken op pad. Nu heeft 
hij twee weken vrij en heeft hij een skivakantie in 
Bulgarije geboekt

    De volgende ochtend vliegt Gorman naar huis. Dit jaar was hij 42 van de 52 weken op pad. Nu heeft 
hij twee weken vrij en heeft hij een skivakantie in 
Bulgarije geboekt. Gorman was bang dat hij zich 
zou gaan vervelen.

    Ook Romain Grandjean heeft vakantie rond de 
kerstdagen. Op een woensdag in januari komt hij met zijn team bijeen in een café in Parijs om nieuwe ideeën voor Libië te bespreken. Zes mannen zitten dicht naast elkaar espresso’s te drinken rond een 
lage tafel. ‘Het door de VN uitonderhandelde vredesverdrag voor de beëindiging van de burgeroorlog werkt niet,’ zegt Grandjean. ‘De deling van het land 
is zich aan het intensiveren.’

    Twee maanden later, in maart, gebeurt waarvoor Romain Grandjean heeft gevreesd: in Libië escaleert het geweld. Brigades uit Benghazi nemen belangrijke oliehavens aan de kust in. Het Libische 
parlement in het oosten zegt het vredesverdrag op. Later herovert de machtige generaal Khalifa Haftar de oliehavens. Romain Grandjean is op bezoek in Berlijn, hij heeft weer afspraken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Hoe ziet hij de situatie in Libië na bijna een jaar 
werken? De eenheidsregering heeft het land nog altijd niet verenigd, antwoordt hij, het is nog altijd verdeeld in oost en west. Maar sommige regio’s, 
zoals Sintan, hadden het voor elkaar gekregen om zich buiten het conflict te houden, en er waren nog overheidsinstellingen die functioneerden. ‘Ik heb nog altijd goede hoop,’ zegt hij.

    Eind maart is Gorman in Kiev om eindelijk de 
eindresultaten van het onderzoek naar de watervervuiling te presenteren. In de conferentiezaal van het Hilton neemt hij helemaal aan het einde van de tafel plaats. De zaal zit vol, er zijn vertegenwoordigers 
van verscheidene westerse ambassades en de EU gekomen, onder wie de wetenschappers Savodovski en Jakovlev. Gorman zegt: ‘De resultaten zijn wat vertraagd, maar inmiddels is er een honderd pagina’s dik rapport verschenen. We hopen dat het serieus wordt genomen en dat een ecologische ramp kan worden afgewend.’ Gormans Oekraïense collega houdt een powerpointpresentatie: door artillerievuur zijn waterleidingen en chemische fabrieken verwoest en zware metalen in het water terechtgekomen. De deskundigen hebben hoge concentraties nitraten, ijzer, magnesium, kobalt, chroom, zink en nikkel in het water aangetroffen. Op dit moment 
zijn er in het conflictgebied vrijwel geen schone waterbronnen meer. Het gaat om 6,5 miljoen 
mensen. Zonder een permanente wapenstilstand zou het gebied onbewoonbaar kunnen worden.

    De westerse diplomaten achten een stabiele wapenstilstand op dit moment echter niet realistisch. In plaats daarvan zouden veiligheidszones rond de zwaarst getroffen plaatsen moeten worden ingericht. Gorman schrijft steekwoorden op. Na twee uur vat hij samen: ‘Ik wou dat ik iets kon zeggen wat alles zou veranderen. Maar ik heb zes ideeën genoteerd: gedemilitariseerde zones, observatie van de risicogebieden, sluiting van de bedreigde kolenmijnen, nieuwe boorputten, lobbyen voor onze zaak op 
regeringsniveau en de publieke opinie erbij betrekken.’ Het is de systematiek van de bemiddelaar: de anderen laten praten, positieve dingen opschrijven, negatieve dingen weglaten, sleutelwoorden gebruiken. Vrijwel alle aannames en angsten van de experts van afgelopen juni zijn bewaarheid. Nu hebben ze zekerheid. Maar waar leidt dat toe?

    Tuinier

    David Gorman heeft ’s middags nog afspraken met Oekraïense parlementariërs. Hij loopt schuin over het Maidanplein, langs foto’s van de doden van toen. Als hij nadenkt over wat hij heeft bereikt, komen er twee dingen in hem op: hij heeft voor een kanaal gezorgd waarlangs de conflictpartijen met elkaar in verbinding staan, ook als ze niet rechtstreeks met elkaar praten. En het gevaar van een ecologische crisis in het Donetsbekken staat nu in elk geval op 
de politieke agenda.

    David Gorman en Romain Grandjean konden beide conflicten niet oplossen in deze maanden, geen vrede scheppen. Ze konden de wereld niet redden, maar misschien wel een beetje beter maken. Gorman zal met de resultaten van het wateronderzoek 
naar Moskou gaan. Grandjean zal weer naar Libië vertrekken om met milities in het oosten te praten.

    Gorman staat op het Maidanplein, nog vol adrenaline van de laatste ontmoeting en in gedachten al 
bij de volgende. Dan vertelt hij dat hij zich ’s avonds, wanneer hij zich als het ware zwanger voelt van het luisteren, soms voorstelt hoe het zou zijn om bijvoorbeeld tuinier te worden. Maar slechts voor even.

    Auteur: Jana Simon
    Vertaler: Pieter Streutker

    Die Zeit
    Duitsland | dagblad | oplage 540.000

    De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet.