Door Trumps optreden is de vraag naar goud toegenomen
De goudprijs heeft opnieuw een recordhoogte bereikt en is voor het eerst boven de 4400 dollar per ounce (28 gram) uitgekomen. De prijs van het edelmetaal is gestegen als gevolg van de verwachting dat de Amerikaanse centrale bank de rente volgend jaar verder zal verlagen, aldus analisten.
Goud begon het jaar met een waarde van 2600 dollar per ounce, maar geopolitieke spanningen, de tarieven van Trump en de verwachting van renteverlagingen hebben de vraag van beleggers naar veilige beleggingen, zoals goud en andere grondstoffen, vergroot, schrijft de BBC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De goudprijs is dit jaar met meer dan 68 procent gestegen, de grootste stijging sinds 1979, volgens Adrian Ash, onderzoeksdirecteur bij de goudmarktplaats BullionVault. In 2025 hebben we ‘langzame trends gezien rond rentes, oorlog en handelsspanningen’, aldus Ash, die hebben bijgedragen aan de stijging van de goudprijs.
‘De edelmetaalmarkt zegt dat president Trump echt iets in gang heeft gezet – en de goudprijs is dit jaar enorm gestegen. Je hebt de handelsoorlog, de aanvallen op de Amerikaanse Federal Reserve en de geopolitieke spanningen, al die provocaties komen van Trump,’ vertelt hij.
Nadat de marktwaarde van goud maandag de grens van 4400 dollar per ounce had overschreden, bereikte deze een hoogtepunt van 4426,66 dollar. Ook andere edelmetalen beleven een recordjaar. De waarde van zilver bereikte maandag een recordwaarde van 69,44 dollar per ounce.
Wanneer oorlog en crisis dreigen, spelen bezorgde spaarders op zekerheid en gaan ze goud kopen. Maar de geschiedenis laat zien dat er andere, betere investeringen voorhanden zijn.
Als Lena Klimek ’s avonds met haar man op de bank zit en ze in het nieuws weer eens horen over pantservoertuigen, drones en doden, stellen beiden zich het worstcasescenario voor. Waarheen kunnen ze vluchten als de oorlog in Oost-Europa zich zou uitbreiden naar Duitsland? Naar Nieuw-Zeeland? Naar de Caraïbische eilanden? Of toch naar familie in Spanje? Wat is ver genoeg en hoe zouden ze er kunnen komen? En vooral: hoeveel geld hebben ze daarvoor nodig? In welke vorm? Hoe beschermen ze hun vermogen?
De zesenvijftigjarige schooldirecteur wil goed voorbereid zijn. De eerste stap: 7000 euro contant van de bank halen. Dat zou voldoende moeten zijn, meent ze, om de vlucht te betalen. Het is een gevoelig onderwerp voor haar, vertelt Klimek, die daarom liever niet met haar echte naam in de krant wil. We moeten haar niet verkeerd begrijpen, zegt ze; ze gelooft niet dat de wereld binnenkort vergaat. Ze is geen prepper. Maar een beetje voorbereiding lijkt haar gezien de toestand in de wereld wel op zijn plaats. ‘Sinds Trump weer aan de macht is, maak ik me voor het eerst van mijn leven zorgen over mijn veiligheid en die van mijn gezin,’ zegt Klimek. En over haar bezittingen.
Aanleiding tot zorg gaven de nieuwsberichten de laatste tijd in overvloed: in Oekraïne sterven week in week uit mensen door Russische troepen en drones. Donald Trump wekt twijfel aan de VS als bondgenoot. In Duitsland wordt weer gediscussieerd over de dienstplicht. En de EU-commissie riep alle burgers op om een noodpakket voor minstens 72 uur in huis te halen.
Speelbal
Twee derde van de mensen in Duitsland voelt zich een speelbal van grotere machten, met Trump aan de ene en Poetin aan de andere kant. Driekwart maakt zich zorgen om de veiligheid in Europa, zo meldde ARD-Deutschlandtrend onlangs.
Velen zijn ook bezorgd over de vraag hoe ze hun geld moeten investeren. Actuele cijfers van de Vereniging van Banken laten zien dat steeds meer Duitsers hun geld bewust steken in zaken die geacht worden crisisbestendig te zijn: vastgoed, contanten en goud.
Maar stel je zo inderdaad je vermogen veilig voor onzekere tijden?
Laten we de crisischeck beginnen met het meest voor de hand liggende: contant geld. Een kleine voorraad, die ook Klimek aanlegt, is vooral belangrijk voor de korte termijn. Met haar 7000 euro wil de schooldirecteur de eerste dagen doorkomen in geval van oorlog of een natuurramp, zodat ze het noodzakelijkste kan betalen: voedsel, water en misschien tickets.
Ook het rijksbureau voor bescherming van de bevolking en hulp bij rampen zegt: contant geld hoort in het noodpakket. Overigens zijn de autoriteiten desgevraagd terughoudend met een aanbeveling over de hoogte van het bedrag. De Zweedse overheid is daarin concreter en raadt de bevolking, die niet dol is op contanten, aan om munten en biljetten ‘voor minstens een week’ in huis te hebben, ‘bij voorkeur in verschillende coupures’.
In crisistijd aan contant geld komen is niet altijd eenvoudig. Toen in 2022 de oorlog uitbrak ontstonden er eerst in Oekraïne en later ook in Rusland zogeheten ‘bank-runs’, waarbij mensen probeerden hun bankrekeningen leeg te halen. Om het systeem tegen instorting te beschermen stellen banken op zulke momenten vaak limieten in: bij de staatsschuldencrisis in Griekenland, in 2015, konden de klanten bijvoorbeeld maar 60 euro per dag opnemen.
Bij de staatsschuldencrisis in Griekenland, in 2015, konden de klanten maar 60 euro per dag opnemen
Als de Deutsche Bundesbank gevraagd wordt of de verstrekking van contant geld in Duitsland ook in een crisis is gewaarborgd, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een grote stroomstoring, dan luidt het antwoord dat in alle bankfilialen ongeveer vijf maal zo veel contant geld aanwezig is als de mensen dagelijks opnemen. Bovendien beschikken ze over noodstroomaggregaten met brandstof voor drie dagen.
Op middellange tot lange termijn lijkt het minder zinvol om grote hoeveelheden contant geld te bewaren: het verliest in de regel aan waarde door inflatie, en in onzekere tijden vaak aanzienlijk sneller dan anders. Daarom kopen mensen die hun vermogen zeker willen stellen contant geld in andere valuta, die ‘stabieler geacht’ worden, zegt Michael Eubel. Hij is expert in deviezen en edelmetalen bij de Bayern LB, en hij rekent daartoe op dit moment vooral de Zwitserse franken, Australische dollars, Noorse kronen en Amerikaanse dollars. Zoals navraag van Zeit Online bij andere banken laat zien, werden in Duitsland de laatste tijd niet merkbaar meer buitenlandse valuta aangevraagd dan anders.
Bij een ander soort investering stijgt de vraag op het ogenblik echter onophoudelijk: goud. Dat is te zien aan de prijs per ounce. In januari van het jaar 2022, nog voor de Russische overval op Oekraïne, lag die op ongeveer 1600 euro. Nu bedraagt deze meer dan 2900 euro. Dat verbaast Ralph B. niet. Hij bewaart thuis op het platteland bij Zürich ongeveer 20 goudtabletjes van 1 tot 2 gram, die bij de huidige koers samen een waarde hebben van ruim 3000 euro. Uit angst voor inbrekers wil hij niet met zijn volledige naam genoemd worden. B. werkt als IT-expert bij een fintech-onderneming. In geval van nood wil de zesenvijftigjarige zijn goud als betaalmiddel gebruiken en eten kopen bij de boeren in de buurt en in de supermarkt. Zijn gedachte: ‘Als de crash eenmaal een feit is, heb je niks meer aan contant geld. Lees de dagboeken van onze grootouders maar.’
Crisisvaluta
Zijn grootmoeder heeft in de Tweede Wereldoorlog zelfs gouden oorringen geruild voor levensmiddelen. ‘Als er in de winkel niets meer te koop is, weten de boeren bij mij in de buurt snel hoeveel gram goud ze voor een varken kunnen vragen,’ aldus Ralph B. Vandaar de verdeling in stukjes van 1 of 2 gram. Van een grote baar goud is het immers moeilijker iets af te snijden. Alleen is die opdeling in kleine stukjes duurder.
B.’s verhaal klinkt overtuigend, maar volgens historicus Laura Rischbieter is er geen algemene aanbeveling uit af te leiden. Er zijn te weinig empirische bewijzen om te kunnen beoordelen of goud in het verleden over het algemeen als betaalmiddel kon worden ingezet. ‘Ik zou het daarom geen crisisvaluta willen noemen, maar eerder een instrument om waarde te behouden,’ zegt Rischbieter, die aan de Universiteit van Basel de geschiedenis van het kapitalisme doceert en onderzoekt.
Waarde behouden, dat konden spaarders in het verleden meestal heel goed met goud. Tijdens de financiële crisis, de coronapandemie of de Oekraïne-invasie gold: als mensen zich zorgen maken, dan kun je erop rekenen dat de goudprijs recordhoogtes bereikt. Historicus Eva Maria Gajek onderzoekt aan het Max Planck Institut für Gesellschaftsforschung [maatschappelijk onderzoek] de vermogensgeschiedenis. ‘In de Tweede Wereldoorlog vormde goud voor Joodse emigranten die tijdig konden reageren een mogelijkheid om een deel van hun vermogen in veiligheid te brengen,’ beaamt Gajek.
En dus heeft Ralph B. behalve zijn kleine goudtabletjes nog 3 ounce goud, net geen 100 gram, in een bankkluis gedeponeerd. De actuele waarde: bijna 10.000 euro.
Met grotere hoeveelheden goud rondlopen is simpelweg te riskant. Het kan kwijtraken of gestolen worden
Goud is echter niet altijd even praktisch. B. moet in geval van nood snel naar zijn bankfiliaal, dat dan ook nog open moet zijn. Bovendien kost de kluis elke maand geld. Afhankelijk van de bank en de grootte van de kluis is dat maandelijks een bedrag van tussen de 10 en 35 euro, zegt Andreas Görler van de Berlijnse vermogensbeheerder Pruschke & Kalm. Je kan ook thuis een kluis maken, in de muur. Maar dat kost ook geld en dat kan om bouwtechnische reden niet in elke woning, aldus Görler. En met grotere hoeveelheden goud rondlopen is simpelweg te riskant. Het kan kwijtraken of gestolen worden.
Het kan dan ook eenvoudiger zijn om het vermogen om te ruilen in de cryptomunt bitcoin – en in een zogeheten hardware-wallet op een USB-stick het land uit te brengen. Zo lukte het een Oekraïense vluchteling om ongeveer 40 procent van zijn vermogen in een bitcoinwallet naar Polen te brengen, zoals de Amerikaanse zender CNBC berichtte. Bitcoins hebben een paar voordelen. Je kunt ze niet alleen makkelijker over een grens brengen op een USB-stick, maar ook beter dan goudbaren verstoppen. Bovendien zijn crypto’s niet afhankelijk van banken, ze kunnen dus niet door de staat worden ‘bevroren’ en zijn nog beschikbaar wanneer hackers het Europese betaalsysteem lamleggen.
Maar betalen kun je met bitcoin of andere cryptovaluta slechts in enkele zaken en restaurants. ‘Daarom zijn ze niet echt geschikt als valuta voor noodgevallen,’ zegt vermogensbeheerder Görler. Uiteindelijk zou je toch weer toegang tot een bank nodig hebben. Ook wat betreft het veiligstellen van het eigen vermogen op lange termijn is Görler sceptisch; de koers van cryptovaluta is nogal veranderlijk.
Aandelen in crisistijd
En hoe zit het met aandelen in crisistijd? Steeds meer Duitsers nemen intussen met hun vermogen delen in bedrijven, meestal in de vorm van ETF’s (exchange-trades funds). Alleen: wie dringend brood nodig heeft, zal dat niet kunnen krijgen in ruil voor waardepapier. Bovendien kunnen de koersen door politieke onzekerheid snel instorten. De depots zijn tegenwoordig vaak alleen digitaal toegankelijk, wat het handelen kan bemoeilijken.
Maar op enig moment, dat is althans de hoop, is elke crisis voorbij. Contant geld is dan minder waard, hetzij door inflatie hetzij door een geldhervorming. Goud heb je intussen misschien opgebruikt. En aandelen? Wie gespreid belegt in aandelen uit uiteenlopende landen en sectoren, zal op de lange termijn zien dat zijn portefeuille zich steeds herstelt, meent Rischbieter.
Vermogensbeheerder Andreas Görler beveelt zijn klanten, ook degenen die door angst voor oorlog geplaagd worden, dan ook nog steeds waardepapieren aan. In de negenendertig jaar dat hij werkzaam is in de branche heeft hij met zijn klanten al vele crises doorstaan. ‘Het kan altijd gebeuren dat mensen in paniek hun beleggingen stopzetten, hun aandelen met verlies verkopen en alles in geld vastleggen,’ zegt hij. Maar gelukkig komt dat maar zelden voor. Meestal lukt het om de beleggers te kalmeren, vertelt Görler. Alleen wordt dat er niet makkelijker op nu we steeds sneller en vaker een stortvloed van slecht nieuws over zich heen krijgen.
In historisch opzicht is er één investering die zich in het bijzonder als crisisbestendig heeft bewezen: grondbezit
In historisch opzicht is er één investering die zich in het bijzonder als crisisbestendig heeft bewezen: grondbezit, en in mindere mate ook bezit van het vastgoed dat op die grond staat. Gajek heeft er onderzoek naar gedaan. ‘Voor de Eerste Wereldoorlog was industrieel Bertha Krupp de rijkste persoon op de miljonairslijst van het Duitse keizerrijk,’ zegt ze. ‘Daarna heeft de adellijke familie van de Hohenzollerns de titel overgenomen.’
De reden: de Hohenzollerns bezaten veel landerijen en hadden hun vermogen ondergebracht in familiestichtingen. Anders dan veel andere rijken die indertijd hun ‘vermogen destijds investeerden in industrie en handel’, zegt Gajek. Door de wereldoorlog verloren beleggingen in aandelen en leningen de helft van hun waarde, en ook de vastgoedprijzen kelderden drastisch. De waarde van het grondbezit bleef daarentegen grotendeels stabiel. Rischbieter plaatst één belangrijke kanttekening bij vastgoed als de veiligste investering in crisistijden: ‘Vastgoed is zo duur geworden dat lang niet iedereen zich nog een aankoop kan veroorloven.’
Lena Klimek, de schooldirecteur uit Hamburg, ziet veel in de strategie van de Hohenzollerns. Nu overweegt ze om het ouderlijk huis op het platteland, dat ze eigenlijk wilde verkopen, toch te houden. Haar vader is ziek en ze wilde haar ouders eigenlijk dichterbij halen, ‘maar het huis staat op een perceel van 1000 vierkante meter. Misschien kunnen wij daar ook gaan wonen, en in geval van crisis ons eigen eten verbouwen.’ In dit huis ziet ze momenteel de grootste vorm van zekerheid: ‘Dat kan tenminste niemand stelen of wegslepen.’
Goud, edelmetaal en juwelen zijn in de eerste acht maanden van dit jaar uitgegroeid tot de belangrijkste exportproducten van Bolivia, met een totaal van bijna zeven miljard dollar, bericht het in Uruguay gevestigde persbureau MercoPress. Dat betekent een stijging van 65,4 procent vergeleken met vorig jaar, aldus statistiekbureau INE.
Goed en juwelen waren in totaal goed voor 24 procent van de export
In de periode van januari tot augustus vertegenwoordigden goud en aardgas 45 procent van de overzeese verkoop. Goud en juwelen waren in totaal goed voor 1640 miljoen dollar, ofwel 24 procent van de export, vergeleken met 778 miljoen dollar een jaar geleden.
De belangrijkste klanten van Boliviaans goud zijn India, de Verenigde Arabische Emiraten, Turkije, de Verenigde Staten, Hongkong en Canada.
Lage elektriciteitskosten en een koud klimaat: sommige Russische regio’s verenigen deze twee gunstige vestigingsvoorwaarden voor rendabele miningboerderijen. De wetgeving past zich stukje bij beetje aan.
Siberië en het Russische Verre Oosten, twee regio’s die bij uitstek mensvijandig zijn, blijken zich perfect te lenen voor de productie van bitcoins, het ‘digitale goud’. Hoe komt dat? Wat is het verband met de infrastructuur uit het Sovjettijdperk en de elektriciteitsprijs? En wat verhindert dat de Russische bitcoinminers zich nog verder kunnen verrijken?
De snelle vlucht van de koers van de bitcoin en andere cryptovaluta’s heeft de productie ervan, het ‘minen’, bijzonder aantrekkelijk gemaakt, niet alleen voor een handjevol handige jongens en bedrijven, maar ook voor staten. Toegang tot goedkope elektriciteit is een van de belangrijkste voorwaarden voor succes in deze branche, vandaar dat deskundigen op het gebied van cryptovaluta’s bloeiende perspectieven voorspellen voor bepaalde regio’s in Rusland, met name Siberië.
Gezien de industriële schaal waarop het minen van cryptovaluta’s inmiddels plaatsvindt hebben miners met toegang tot belangrijke hoeveelheden goedkope elektriciteit een doorslaggevend voordeel ten opzichte van concurrenten. Vandaar dat Rusland een van de landen is waar deze activiteit uiterst rendabel kan zijn. Het minen is aantrekkelijk in regio’s waar het elektriciteitsnet was berekend op militaire bases en belangrijke industriecomplexen uit de Sovjettijd die inmiddels verdwenen zijn of op een lager pitje functioneren, zegt Nikolaj Korinets, analist voor het platform TradingView Inc. Het Russische Verre Oosten en de regio Krasnojarsk bieden in die zin mooie perspectieven met elektriciteitskosten die 25 procent lager zijn dan het Russische gemiddelde en een klimaat dat geschikt is voor het koelen van de installaties.
Deze mogelijkheden worden al op grote schaal benut. Het Amerikaanse financiële dienstverleningsbureau Bloomberg publiceerde kortgeleden een artikel over de eerste bitcoinminingboerderij in de in het noordpoolgebied gelegen stad Norilsk, in oktober 2020 in gebruik genomen door het in Zwitserland gevestigde BitCluster. De installatie zou maximaal zes bitcoins per dag moeten kunnen produceren, met name dankzij de goedkope stroom die wordt geleverd door de elektriciteitscentrale van het Russische bedrijf Norilsk Nickel.
Vooral de regio Irkoetsk, waarvan de elektrische infrastructuur is berekend op levering aan bauxietmijnen, heeft een groot energieoverschot en kent daarom veel miningactiviteit. Volgens het Russische dagblad Kommersant zijn er in die regio kortgeleden bijna 24.000 miningunits met een totale waarde van tussen de veertig en zestig miljoen dollar geïmporteerd.
Het zijn vooral de illegale miningboerderijen die vanuit energieoogpunt bezien een risico vormen
Het energieoverschot van het stuwmeer van Bratsk, het op drie na grootste van Rusland met een lengte van 4417 meter en gelegen in de regio Irkoetsk, heeft de vestiging mogelijk gemaakt van een van de grootste miningcentra op het hele post-Sovjetgrondgebied, waarvan de capaciteit aan miners op alle continenten wordt aangeboden. Twee jaar geleden maakte Bloomberg melding van het plan van miljardair Oleg Deripaska, CEO van Rusal, de op twee na grootste aluminiumproducent ter wereld, om een datacentrum te vestigen in de buurt van de aluminiumfabriek in Bratsk; een idee dat waarschijnlijk wel gerealiseerd zal worden na de recente afkondiging van federale wetgeving inzake digitale financiële activa.
Nu al valt overal waar goedkope elektriciteit is een concentratie van mininginstallaties waar te nemen, vooral in de buurt van elektriciteitscentrales, zegt Vjatsjeslav Oetoesjkin, directeur van betalingsplatform TTM Bank. Volgens hem kun je tegenwoordig moeiteloos plekken vinden met een volledig legale aansluiting op het elektriciteitsnetwerk voor 3,3 roebel oftewel 3,6 eurocent per kilowattuur. Een prijs die een stuk beneden het gemiddelde wereldniveau ligt; zelfs in China, waar het wemelt van de elektricieitscentrales, liggen de tarieven rond de 5 eurocent per kilowattuur.
Tatjana Maksimenko, woordvoerder van cryptobeurs Garantex, bevestigt dat Rusland een van de aantrekkelijkste elektriciteitstarieven ter wereld aanbiedt. Volgens haar zou het minen geen elektriciteitstekort opleveren, noch in Rusland, noch op wereldschaal. ‘We zien steeds energiezuiniger installaties verschijnen die betere prestaties leveren bij een gelijkblijvend verbruik,’ licht ze toe. ‘Mining is een volstrekt open markt. Het zijn vooral de illegale miningboerderijen die vanuit energieoogpunt bezien een risico vormen, omdat ze het elektriciteitsnet te zwaar belasten en de normale levering bedreigen, met name aan huishoudens. Maar als een miner in alle openheid de vestiging van een databehandelingscentrum in een bepaalde sector aankondigt en het lokale netwerk in zijn reële energiebehoefte kan voorzien, dan is er geen enkel probleem.’
Niet helemaal legaal
Voorlopig is Rusland nog lang geen wereldleider op het gebied van de productie van cryptovaluta’s. Volgens Denis Badjanov, analist bij Alfa Capital Management, wordt 65 procent van de bitcoins in China gemined en wordt de tweede plaats ingenomen door de Verenigde Staten, waar zich het merendeel van de grootste miningpools bevindt, zoals Bitmain, dat in 2020 goed was voor 23 procent van de wereldwijde bitcoinproductie. Daarna komen qua productievolume Georgië, Koeweit, IJsland, Estland, Canada en Venezuela.
Momenteel is de status van de bitcoin en aanverwante cryptoactiva niet helemaal legaal in Rusland. De federale wet op digitale financiële activa, die na langdurige discussies eindelijk in werking is getreden op 1 januari jongstleden, definieert een cryptovaluta als een digitale code die als betaal- of spaarmiddel kan worden gebruikt, en ook als investeringsvehikel, maar verbiedt het gebruik ervan in Rusland voor de betaling van goederen en diensten. In andere landen wordt een soortgelijke benadering gehanteerd: de nationale monetaire instituties waken angstvallig over hun monopolie op het in omloop brengen van valuta’s.
‘De elektriciteitstarieven in Rusland zijn zeker lager dan in de meeste andere ontwikkelde landen,’ zegt Ivan Kladov, medeoprichter van beleggingsfonds Aravana Capital Management. ‘Maar de miners lopen nog tegen heel wat problemen op die te maken hebben met het gebrekkige juridische kader voor hun activiteiten: het is toegestaan om je bezig te houden met mining, maar verboden om de geproduceerde cryptovaluta’s te verkopen. Miners opereren vaak in een grijze zone, wat in een aantal landen al tot problemen met de autoriteiten heeft geleid.
Voor Liana Aghajanian vormden de in goudfolie verpakte chocoladebolletjes in de jaren tachtig en negentig hét symbool van het goede leven in de VS. Dit gevoel bleek universeel onder immigranten.
Voor mij en vele andere immigranten is leven in Amerika nauw verbonden met Ferrero Rocher. Ik kwam aan het einde van de jaren tachtig met mijn ouders vanuit het Midden-Oosten naar de Verenigde Staten. We waren Iraans-Armeense vluchtelingen die na de oorlog tussen Irak en Iran een nieuw bestaan probeerden op te bouwen. Zoals zoveel andere immigrantengezinnen omarmden we onwennig onze nieuwe, vreemde Amerikaanse identiteit terwijl we ons vastklampten aan de oude, die ons duizenden jaren lang van een bestaan had verzekerd.
Naast de Amerikaanse dollar en de Iraanse toman was Ferrero Rocher het derde wettige betaalmiddel dat voor mij heilig en reëel was. De in goudfolie verpakte zoete lekkernij was een glanzend bolletje waarin tussen laagjes chocoladevulling en stukjes hazelnoot de pijn, de vreugde en de dromen van immigranten schuilgingen. Het was een verholen handdruk, een teken van respect en goede smaak. Het was een symbool van het ‘goede leven’, iets wat als geen andere eetwaar stond voor sociaaleconomische aspiraties.
De meeste Amerikanen kennen Ferrero Rocher tegenwoordig van Nutella, maar lang voordat die hazelnootcrème als ingrediënt in bijna elk recept voor een hip dessert voorkwam, was de uitwisseling van een doosje Ferrero Rocher (met 48 stuks erin als je geluk had) een geheime, universele taal onder immigranten uit de jaren tachtig en negentig. Die was in zwang in de o zo gastvrije cultuur van je familie: je ging nooit zonder lege handen bij iemand langs, zelfs al waren het onbekenden. En nam je Ferrero Rocher mee, dan wisten je gastheren zeker dat ze met jou op goud gestuit waren. Ook stond de lekkernij steevast op tafel bij immigranten thuis, waar ze werd gepresenteerd ter ere van de gasten.
Bij schrijfster Tasbeeh Herwees en haar Libisch-Amerikaanse familie hadden ze dankzij haar moeder altijd Ferrero Rocher in huis, maar was het een soort verboden vrucht die was voorbehouden aan bezoekers. ‘Het was het soort chocola dat ze altijd ergens verstopte,’ zegt ze. ‘Ze werd hels als we aan haar voorraad Ferrero Rocher kwamen.’ Herwees groeide in het Californische Culver City op in een appartementencomplex waar alleen maar Libisch-Amerikaanse gezinnen woonden, allemaal met een schaaltje Ferrero Rocher op tafel voor de gasten. Ze associeerde het chocoladesnoepje met de Libische cultuur, want ze hadden het alleen bij haar thuis, op Libisch-Amerikaanse bruiloften en in Libië zelf. ‘Ik had een tante die altijd een Ferrero Rocher tevoorschijn toverde wanneer ik bij haar langsging. Ik kon ervan op aan dat ze ze in huis had,’ zegt ze. ‘Daardoor werd ze een van mijn favoriete tantes. Voor mij had het iets decadents. Zelfs wanneer ik er nu een eet, heeft het nog iets speciaals.’
De hevige emotionele reactie die dit ene chocolaatje bij immigrantengezinnen opriep was universeel. Hun leven was doortrokken van oorlog, geweld, politieke onrust en sociaaleconomische ongelijkheid. Terwijl hun wereld veranderde, was Ferrero Rocher een constante factor, een toegankelijke brug tussen heden en verleden. Inmiddels is het een nostalgische herinnering aan wat het voor immigrantenkinderen zoals ik betekende om in Amerika op te groeien.
Ook al zit er goudfolie om het snoepje, de maker was van eenvoudige komaf. (Niettemin bleek het vermogen van de erfgenamen van het Ferrero-Rocher-imperium uiteindelijk meer dan 20 miljard dollar waard.) Toen aartsvader Pietro Ferrero tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn banketbakkerszaak dreef, waren ingrediënten als chocola schaars. Vandaar dat hij ter compensatie hazelnoten toevoegde. Het smeersel dat hij uitvond heette eerst SuperCrema voordat het begin jaren zestig werd omgedoopt tot Nutella, een combinatie van het woord voor ‘noot’ en het Italiaanse achtervoegsel waarmee iets zoets wordt aangeduid, ella.
Ferrero Rocher kwam in 1982 in Europa op de markt. Een variant met kokosnoot en amandel, Raffaello, volgde acht jaar later. Pietro’s zoon Michele, die de eer toekomt dat hij het buitenste chocoladelaagje toevoegde, was een vrome katholiek die elk jaar een pelgrimage naar het Franse heiligdom Lourdes ondernam. Toen hij op Valentijnsdag 2015 op negentachtigjarige leeftijd overleed, werd bekend dat zijn inspiratie voor Ferrero Rocher de Roc de Massabielle was geweest, een bolvormige grot in Lourdes waar de maagd Maria zou zijn verschenen aan de heilige Bernadette, een veertienjarige boerenmeisje dat hout aan het sprokkelen was.
Het is dus niet zo vreemd dat het eten van een Ferrero Rocher een welhaast religieuze ervaring is. Onder de chocola en de stukjes hazelnoot zit een dun, krokant korstje, met daar weer onder een klodder romige, Nutella-achtige chocola. In het midden bevindt zich één hele hazelnoot, als het beeld van de Notre Dame van Lourdes in de grot waar Maria aan Bernadette verscheen.
Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep
Maar hoe kon een religieus geïnspireerd Italiaans snoepje zo geliefd worden onder Amerikaanse immigranten? Zoals zo vaak heeft het antwoord alles te maken met marketing. Terwijl andere fabrikanten van chocoladesnoepjes, bijvoorbeeld Godiva, zich in luxueuze winkelcentra positioneerden, was Ferrero Rocher overal te vinden in etnische supermarkten die het snoepje importeerden, en uiteindelijk ook in goedkope Amerikaanse drogistenketens als CVS en Rite Aid. Het had meer glans en was duurder dan Whitman’s en Russell Stover en het had dat exotische vleugje Europese verfijning, waardoor het op slag een betaalbaar luxeartikel werd. ‘Het lekkerste chocolaatje ooit!’ aldus Amerikaanse advertenties voor Ferrero Rocher, en we konden er geen genoeg van krijgen. Het werkte. Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep.
In een poging de internationale chocolademarkt te domineren bouwde Ferrero Rocher fabrieken en productiecentra in Oost-Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika. De lekkernij drong door tot het onderbewustzijn van Roemenen, Indiërs, Armeniërs, Libanezen, Chinezen, Nigerianen en vele anderen die zich door de aura van het geïmporteerde luxeartikel aangesproken voelden. In Hongkong, waar het chocolaatje bekendstaat als ‘goudzand’, vertegenwoordigde het van meet af aan een bepaalde sociale status. Zakenlieden uit Hongkong brachten het als geschenk mee naar het vasteland van China, vooral met Chinees Nieuwjaar. ‘De Hongkongse cadeautraditie en -gebruiken werden gretig overgenomen, vooral door de 80 miljoen Chinezen in Guangdong, en zo ontstond de band tussen Ferrero Rocher en de Chinese geschenktraditie,’ schreef Lawrence L. Allen in Chocolate Fortunes: The Battle for the Hearts, Minds, and Wallets of China’s Consumers. Chinese handelsbeperkingen hielden Ferrero Rocher eerst nog buiten de deur. Toen het snoepgoed in 2007 ten slotte toch voet aan de grond kreeg, waren er al nepversies in omloop. Een populaire was volgens Allen Fretate Relish, een andere Tressore Dore, dat in 2008 gedwongen werd de productie te staken en het Italiaanse bedrijf een schadevergoeding van 43.000 dollar moest betalen.
Alice Chung, van wie de ouders vlak voor haar geboorte in 1984 vanuit Hongkong naar de VS emigreerden, herinnert zich het in ‘goud verpakte chocolaatje’ als een essentieel onderdeel van haar kindertijd. Ze weet nog dat haar ouders grote partijen bij Costco en Price Club insloegen. Niet alleen hadden ze altijd Ferrero Rochers in huis – en verstopten ze die zelfs omdat ze zo gewild waren –, ze namen ze ook in hun koffer mee naar China, tot groot genoegen van hun familie. ‘De verpakking is simpel, maar feit is dat we op goud belust zijn,’ zegt ze. ‘Het staat voor de voorspoed en de rijkdom die we anderen toewensen.’
De liefde voor Ferrero Rocher is zo groot dat het snoepje zelfs als smeergeld wordt gebruikt. Een Ferrero-Rocher-liefhebber die halverwege de jaren negentig in Oekraïne woonde en anoniem wenst te blijven, vertelde dat hij als tolk uitstapjes en vervoer begon te regelen voor wie steden als Kiev en Charkov wilde bezoeken. Toen hij een keer op zeer korte termijn een verzoek voor zo’n reisje kreeg, waar speciale reserveringen voor nodig waren die niet alleen duurder bleken, maar ook uitsluitend weggelegd voor de hogere kringen, verzon hij een list. ‘Ik wilde best meer betalen, maar nam ook een bos bloemen of een doosje Rafaello’s of Ferrero’s mee naar het reisbureau, want die waren in Oekraïne helemaal je van het. De medewerkers waren diep onder de indruk,’ zegt hij. ‘De meesten zijn vrouwen die vaak overwerken zonder daarvoor betaald te krijgen, want de economie van Oekraïne is een zootje. Chocolaatjes en wat extra geld was beter dan extra geld zonder chocolaatjes. Het heeft diverse malen gewerkt.’
Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.
Of we nu wel of geen Ferrero Rochers kregen of weggaven, ik vond altijd wel een manier om er een te jatten van een tafel vol zelfgebakken taart, dadels, noten en overvloedige hoeveelheden van de stroperige koffie die overal in het Midden-Oosten wordt gedronken. Dan at ik hem heel langzaam op, een eindeloos proces, wat iemand mogelijk op het idee bracht dat ik ondervoed was. Ik at me door elk laagje van het gouden ei heen totdat ik bij de hazelnoot in het midden was aanbeland. Ik wilde dat het eeuwig duurde, maar dat is nooit gebeurd. Als ik geen geduld had, slokte ik hem in één hap op, wat evenveel voldoening gaf. Daarna pulkte ik de stickertjes met ‘Ferrero Rocher’ in gouden letters van het doosje en plakte ze op mijn kleren, als een naambadge.
De aantrekkingskracht was alleen niet zo universeel als ik dacht, en waarschijnlijk geeft niets de minachting voor Ferrero Rocher beter weer dan de uitzinnige reactie op de beruchte reclame die bekendstaat als ‘het ambassadeursfeestje’ en die in 1993 voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk werd vertoond. Hij vervulde het klassenbewuste Britse publiek, dat zich lang voor de Brexit al niet erg Europees voelde, met afschuw. De commercial, met beroerde nasynchronisatie en de gezwollen achtergrondmuziek van een Italiaanse soap, speelt zich af op de receptie in een anonieme Europese ambassadeursresidentie. Een plichtgetrouwe butler loopt door de zaal met een berg Ferrero Rochers op een dienblad en palmt de zwijmelende internationale gasten in, onder wie een Française: ‘Monsieur, wiz zis Rocher you are really spoiling us!’
Met één iconisch zinnetje werden het chocolaatje én de merkpositionering op verrukkelijke wijze belachelijk gemaakt en voor eeuwig opgestoten in de Britse popcultuur. Achttien jaar geleden sprak William Cook in een artikel over de commercial in de New Statesman van de ‘eeuwige spagaat tussen de mythe van het ambassadeleven en de realiteit van de winkel op de hoek’. De boodschap van hang naar luxe en goede smaak was in de ogen van sommigen juist smakeloos. ‘Britse kijkers maken zich vaak vrolijk óver buitenlanders, niet mét buitenlanders,’ schreef Cook.
Kapitalistisch spel
Tientallen jaren later is de reclame-die-zo-slecht-was-dat-hij-weer-goed-werd en die compleet over the top is grappiger dan ooit. Maar juist die spanning tussen mythe en werkelijkheid sprak immigranten zo aan: wat fantastisch dat je je een luxeartikel kon permitteren met daaraan de herinnering dat je het al je hele leven met je familie deelde. Misschien was het gewoon niet te bevatten voor mensen die nooit door een verhuizing waren gedwongen hun in de loop van generaties gevormde welvaart en cultuur vaarwel te zeggen.
Ferrero Rocher speelde in op die relatie, bijvoorbeeld door het product in verband te brengen met het hindoeïstische lichtjesfeest Divali. ‘Waarom hebben we het zo speciaal gemaakt?’ zegt de voice-over van een in India uitgezonden commercial. ‘Omdat we weten hoe speciaal het is om met Divali bij je dierbaren te zijn.’ Het was een geniale zet in het wereldwijde kapitalistische spel, precies wat mijn familie nodig had toen we destijds de enorme veranderingen in ons leven doormaakten die ons thuisgevoel langzaam uitholden.
Tegenwoordig is de Ferrero Group niet alleen doorgedrongen tot de Amerikaanse markt, hij neemt die ook over. Eerder dit jaar kocht het bedrijf voedingsconcern Nestlé voor een slordige 2,8 miljard dollar nadat het eerder al Fannie May Confections voor 115 miljoen dollar had overgenomen, evenals gomproducent Ferrara Candy Company. Het afgelopen jaar noteerde de Ferrero Group volgens het vakblad voor de snoepindustrie Confectionary News een wereldwijde omzet van 12,96 miljard dollar. In de VS is Ferrero Rocher volgens marketingdirecteur Shalini Stansberry van Ferrero Premium Chocolates USA het op drie na grootste chocolademerk.
In een tijd vol jarennegentignostalgie en met een hevig Amerikaans immigratiedebat speelt Ferrero Rocher nog net zo’n grote rol in mijn leven als toen ik opgroeide. Ik koop de chocolaatjes nog altijd en neem ze nog steeds mee wanneer ik bij iemand op bezoek ga, zoals mijn ouders dat deden. Ik mag graag denken dat de Amerikaanse immigrantenbevolking Ferrero Rocher aan zijn succes in dat land heeft geholpen, zoals het ons ook ooit van dienst is geweest.
Liana Aghajanian is een Armeens-Amerikaanse journalist. Ze is gespecialiseerd in narratieve journalistiek en internationale verslaggeving. Aghajanian werd geboren in Iran, en groeide op in Los Angeles.
Goud is zo in trek dat de mijnbouw de vraag niet kan bijbenen. Criminele bendes vullen het tekort nu aan met edelmetaal uit illegale groeves. De Chileen Harold Vilches verhandelde al bijna 80 miljoen euro aan smokkelwaar toen hij nog maar net oud genoeg was om een biertje te mogen bestellen.
Die middag van 28 april 2015 kijkt Harold Vilches onbewogen toe terwijl douanebeambten op de internationale luchthaven van Santiago zijn rolkoffer onder de loep nemen. De minuten tikken weg. In de rolkoffer zit 44 pond massief goud, ter waarde van bijna 600.000 euro, en de 21-jarige student met zijn babyface wil alleen maar doorgelaten worden om op de nachtvlucht naar Miami te kunnen stappen. Vilches is zes uur eerder al op het vliegveld aangekomen, omdat hij wel verwachtte dat hij opgehouden zou kunnen worden – hij heeft gehoord dat de douane de afgelopen tijd verschillende keren een zending van een concurrerende smokkelaar heeft onderschept. Maar hij heeft deze trip al zeker tien keer gemaakt, of anderen gestuurd, en hij heeft extra zijn best gedaan op zijn valse exportpapieren. Vilches is er redelijk zeker van dat hij geen last zal krijgen. Nog terwijl hij staat te wachten, stuurt hij een tekstbericht naar zijn contacten in Florida, waarin hij meldt dat hij de douane al gepasseerd is.
Het plan was om het goud op het vliegveld van Miami te overhandigen aan een paar particuliere bewakers, die het dan in een gepantserde truck zouden laden voor het korte ritje naar NTR Metals Miami LLC, een bedrijf dat goud in grote en kleine hoeveelheden inkoopt en het doorverkoopt aan de wereldwijde goudhandelsketen. De bescheidenheid van de sjofele ontvangstruimte van dit bedrijf, waar een receptioniste achter een plexiglas ruit van 2,5 centimeter dik zit, is in tegenspraak met de omvang van de zaken die elders in het pand worden gedaan. Rechercheurs van het Amerikaanse ministerie van Justitie geloven dat NTR Metals Miami de afgelopen vier jaar voor minstens 2,5 miljard euro aan Zuid-Amerikaans goud heeft ingekocht, dat grotendeels afkomstig is van illegale mijnactiviteiten.
Al is hij nog maar net oud genoeg om in Miami een biertje te mogen bestellen, hij heeft al eens een contract van 76 miljoen euro afgesloten voor de levering van goud aan een handelaar in Dubai
Dit gedoe kan Vilches niet gebruiken. In twee jaar tijd is hij snel opgeklommen in het wereldje van de Latijns-Amerikaanse goudsmokkelaars. Al is hij nog maar net oud genoeg om in Miami een biertje te mogen bestellen, hij heeft al eens een contract van 76 miljoen euro afgesloten voor de levering van goud aan een handelaar in Dubai. Dat is geen groot succes geworden – het bedrijf uit Dubai zit hem inmiddels op zijn nek omdat hij zo’n 4 miljoen euro in eigen zak zou hebben gestoken – maar toch, tijdens zijn korte carrière heeft hij al meer dan 4000 pond goud verhandeld, volgens zijn Chileense aanklagers. Net als hun Amerikaanse collega’s vermoeden zij dat al dit goud illegaal was.
Die avond op de luchthaven komt Vilches op de proppen met zijn standaardverhaal: dat het goud afkomstig is van munten die hij van klanten heeft ontvangen en omgesmolten tot staven. De douanebeambten trappen er niet in. Volgens hen is het laboratorium dat Vilches heeft gebruikt om het goud te waarborgen niet door de overheid gecertificeerd, en ze twijfelen aan zijn bewering dat het goud afkomstig is van munten. Vilches wordt boos. Hij gelooft zijn oren niet als de man achter de balie zijn chef belt en daarna de instructies van hogerhand overbrengt: ‘Als het goud van Vilches is, neem het dan in beslag.’
Rechercheurs van de Chileense politie hebben Vilches dan al maandenlang in het vizier, ze hebben zijn telefoon afgeluisterd en de exportpapieren die hij indiende minutieus bestudeerd. Die jongen was slim, daar waren ze het over eens, maar voor wie werkte hij? ‘Ik dacht eigenlijk dat er altijd nog iemand achter hem stond,’ zegt José Luis Pérez, een Chileens officier van justitie op deze zaak.
Als de ambtenaren op de luchthaven Vilches’ goud in beslag hebben genomen, laten ze hem gaan. In de vijftien maanden hierna staan de Chileense autoriteiten toe dat Vilches illegaal goud het land in en uit brengt, terwijl ze zijn gangen nagaan, in de hoop handlangers te vinden en mensen die hem aansturen. Ze luisteren verschillende telefoongesprekken af, lezen Vilches’ tekstberichten en volgen koeriers. Ze kijken toe terwijl smokkelaars hun goud vanuit Peru, over afgelegen stukken woestijn en door dalen in het Andesgebergte naar het zuiden brengen, of naar het westen vanuit Argentinië, over de besneeuwde bergpas in de schaduw van de bijna zevenduizend meter hoge Aconcagua, en vandaar naar Santiago en het hoofdkwartier van Vilches, een plek die van de politie de bijnaam ‘de bunker’ krijgt. Daar test, weegt en betaalt Vilches het goud. Hij smelt het om, maakt er staven van en vervolgens vliegt hijzelf of een familielid ermee naar Miami.
Tot hun stijgende verbazing vinden politiemensen nooit de grotere organisatie waarvan ze dachten dat die Vilches ondersteunde en beschermde. Er is geen grotere vis, voor zover zij kunnen vaststellen. Uiteindelijk, in augustus 2016, arresteren ze hem. Volgens rechercheurs hebben ze dan inmiddels voor 60 miljoen euro aan goudzendingen gedocumenteerd die door zijn handen zijn gegaan, via acht brievenbusmaatschappijen die hij in Chili en Miami heeft gevestigd – en ze denken dat er nog veel meer is geweest. Vilches en vier medeplichtigen, onder wie zijn vrouw en haar vader, worden aangeklaagd wegens oplichting, smokkelarij, douanefraude en witwassen. Geen van hen is nog voor de rechter verschenen en de zaak is nog steeds niet afgerond. Vilches’ vrouw en schoonvader hebben via hun advocaat geweigerd om aan dit artikel mee te werken. Op dit moment woont Vilches met zijn vrouw in een appartement in een armoedig deel van Santiago; hij heeft van tien uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds huisarrest.
Harold Vilches op weg naar de rechtbank.
In ruil voor zijn vrijlating uit de gevangenis heeft Vilches uitgebreide verklaringen afgelegd waarmee het Chileense openbaar ministerie en de Amerikaanse justitie een grote, internationale smokkelzaak konden opbouwen. In verhoorverslagen door de politie en aanklagers in Chili en de Verenigde Staten en in honderden pagina’s politiedossiers rijst het beeld op van de rol die Vilches speelde in een zwarte markt die elk jaar letterlijk tonnen illegaal gedolven en gesmokkeld goud in de internationale economie pompt.
De afgelopen vijftien jaar is de wereldwijde goudconsumptie met bijna 1000 ton per jaar toegenomen tot zo’n 4300 ton, volgens de World Gold Council, een in Londen gevestigde brancheorganisatie. Legale mijnbouw kon de toegenomen vraag niet bijbenen, dus hielpen illegale mijnen, in handen van criminele bendes, van de Amazone tot Centraal-Afrika het tekort aan te vullen, zo stelt Verité, een non-profitorganisatie in Amherst, Massachusetts, die onderzoek heeft gedaan naar de illegale goudhandel. Uit een onderzoek van Verité in 2016 bleek dat vijf landen in Latijns-Amerika in een jaar tijd 40 ton goud van illegale mijnen naar de Verenigde Staten hebben verscheept, bijna twee keer zoveel als de legale transporten uit die landen. De illegale goudmijnen van Zuid-Amerika, die zich voornamelijk in het Amazonegebied bevinden, zijn giftige groeves waarin groepen arbeiders met behulp van brandweerslangen en kwik klompjes vrijwel puur goud uit de rode aarde halen. Volgens de Verenigde Naties drijft de bedrijfstak op kinderarbeid, is hij verwoestend voor de omgeving en tiert de prostitutie welig in de gammele kampementen rond de mijnen. Het goud gaat van smokkelaar over op smokkelaar, en verdwijnt vervolgens in een netwerk van handelaren en goudbewerkers, die samen de onstilbare goudhonger van de wereld voeden.
Harold Vilches was een jongen uit de stad, die hiervan nooit iets had gezien. Maar hij groeide wel op met goud: zijn vader Mario was eigenaar van een juwelierszaak en zijn oom Enrique, evangelisch prediker, was de oprichter Joyas Barón, een sierradenketen met achttien vestigingen. Enrique heeft meer dan eens de aandacht van de autoriteiten getrokken. In 1998 betrapte de Chileense douane op het vliegveld een groep Ecuadoraanse smokkelaars met achttien goudstaven die volgens hen voor Enrique bestemd waren. (Hij werd vrijgesproken nadat hij had betoogd dat de politie hem in de val had gelokt.) In maart 2015 werd Enrique door een rechtbank in Santiago tot vijf jaar voorwaardelijk veroordeeld wegens belastingfraude. Vorig jaar dienden de autoriteiten nog meer aanklachten tegen hem in, waarin hij ervan wordt beschuldigd dat hij een enorme boekhoudfraude heeft opgezet en nog zo’n 14 miljoen euro aan achterstallige belastingen verschuldigd is.
Op de Chileense televisie ontkende Enrique Vilches elke betrokkenheid bij de goudsmokkelactiviteiten van zijn neef. ‘Ik heb geen commerciële relatie met de zaak die onderzocht wordt,’ zei hij. ‘Ik ben hier op geen enkele manier bij betrokken, dus ik wil me totaal van deze situatie distantiëren.’
Via Google
Op zijn vijftiende ging Harold voor de zaak van zijn vader werken. Binnen een jaar gaf zijn vader hem een tas met 50 miljoen peso [70.000 euro] aan contanten en stuurde hem daarmee naar de bank om stortingen te doen. In 2013 begon Vilches een studie bedrijfsmanagement aan de Universidad Mayor in Santiago. Maar al snel daarna kreeg zijn vader een hersenbloeding en stopte de zoon met studeren om zich op het familiebedrijf te richten. Als dit bedrijf zijn toekomst was, besloot hij, dan wilde hij meer doen dan alleen sieraden inkopen en verkopen. Hij nam zich voor om echt veel geld te gaan verdienen, en daarvoor moest hij bij de groothandel in goud zijn.
Om te beginnen haalde hij Gonzalo Farias, metalenhandelaar in Santiago, over om hem aan te nemen als leverancier. In september 2013 deed Vilches zijn eerste levering aan Farias – 6,6 pond legaal in Chili verworven goud. Hij deed nog een aantal van dit soort leveranties. Maar hij wilde groter. Hij passeerde Farias en sloot rechtstreeks een deal met Fujairah Gold, een in Dubai gevestigd bedrijf waaraan Farias leverde. In juni 2014 tekende Vilches een contract waarin hij beloofde in de twaalf daaropvolgende maanden 6000 pond goud te zullen leveren aan het hoofdkantoor van Fujairah. De eerste levering zou 90 pond omvatten en die hoeveelheid zou elke maand groter worden. Vilches had geen geld om zo veel goud te kopen, dus gaf het bedrijf hem toegang tot een bankrekening met 4 miljoen euro. Dit was zijn grote kans – het contract was in potentie meer dan 76 miljoen euro waard. Hij zou zelf 1,5 tot 5 miljoen winst maken.
Dit was krankzinnig hoog gegrepen – er waren in heel Chili niet genoeg gouden munten en sieraden om aan de bestellingen van Fujairah te voldoen. Dus besloot Vilches smokkelaar te worden. En dat was gemakkelijk: via Google zocht hij goudhandelaren in Peru. Hij vond Rodolfo Soria Cipriano, een van de grootste exporteurs van het land, volgens de Peruaanse krant El Comercial. Er kwam al snel antwoord. Vilches heeft later aan zijn ondervragers verteld dat Soria beloofde hem zoveel goud te leveren als hij wilde, zolang hij maar met geld over de brug kwam. Volgens Vilches zelf vroeg hij niet waar het goud vandaan kwam. Wel was hij zo slim om exportcontroles te ontwijken, en volgens de aanklagers bracht hij het goud Chili binnen zonder belasting of invoerrechten te betalen.
Soria introduceerde hem bij een netwerk van leveranciers, met wie Vilches later transacties regelde via WhatsApp. Lag het goud eenmaal klaar om opgehaald te worden, dan vloog hij naar Arica, in Noord-Chili, waar hij een Mazda sedan had staan die speciaal was uitgerust voor deze ritten naar Peru. Vanaf halverwege 2014, zegt Vilches, hebben hij en zijn schoonvader minstens tien ritten gemaakt naar de stad Tacna, een paar kilometer voorbij de Peruaanse grens, terwijl de deurpanelen van hun auto volgepropt waren met bankbiljetten – wel 1,5 miljoen euro per keer.
Tegenover mensen van justitie schept Vilches graag op over het gemak waarmee hij zich in de criminele wereld bewoog. Smakelijk beschrijft hij een transactie in een safehouse in Tacna. Terwijl zijn schoonvader buiten in de auto bleef wachten, werd Vilches door gewapende mannen via een serie metaaldetectors en afgesloten poorten naar een beveiligde kamer geleid, waarin een grote voorraad goud lag. Hij vermoedde dat het huis ook diende voor cocaïnetransacties, vertelt hij de aanklagers, maar hij bleef kalm. Hij testte het goud op zuiverheid, ging weer naar buiten, verstopte de smokkelwaar in de deurpanelen van de Mazda en reed terug naar Chili.
Uiteindelijk maakte Vilches maandelijks wel vijf van dit soort goudritten naar Peru, en hij huurde ook koeriers in die direct aan hem leverden in Santiago. Alles bij elkaar was het genoeg om via luchtvrachtmaatschappijen verscheidene succesvolle leveranties aan Fujairah te doen. Maar toen, in augustus 2014, hielden douanebeambten op het vliegveld in Arica een stel van zijn koeriers aan met 105 pond goud. De papieren van het duo en de verklaringen voor de manier waarop ze aan het goud waren gekomen, klopten niet met elkaar. Het goud werd in beslag genomen en Vilches kreeg zijn eerste juridische problemen: een belastingontduikingszaak, die nog steeds niet is afgehandeld.
Vilches besloot niet met Fujairah door te gaan. Als hij zich aan het contract wilde houden, zouden er nog tientallen inkoopritten of koeriersvluchten naar Peru nodig zijn, en het vervoer van het goud naar Dubai leverde enorme logistieke problemen op. Toen het bedrijf informeerde waar de afgesproken leveranties bleven, verzon Vilches allerlei uitvluchten. Maar de advocaten van Fujairah waren ervan overtuigd dat hij loog. Ze verdachten hem ervan dat hij ook aan andere bedrijven verkocht. Bovendien kwam Fujairah tot de conclusie dat het goud illegaal was.
Bijna twee jaar later werd Vilches voor het eerst strafrechtelijk vervolgd, wegens fraude en het zich toe-eigenen van 4 miljoen euro van Fujairah Gold. Via zijn advocaat, Marko Magdic, ontkende Vilches alle aanklachten en zei dat er alleen sprake was van contractbreuk. Fujairah blijft eisen dat hij wordt vervolgd, in de hoop het geld alsnog terug te krijgen.
Terwijl zijn relatie met Fujairah verslechterde, ging Vilches op zoek naar nieuwe afnemers. Hij wist dat sommige van zijn Chileense klanten het goud dat hij uit Peru meebracht, doorverkochten aan NTR Metals in Miami. Het was Soria, zegt hij tegen zijn ondervragers, die hem bij dat bedrijf introduceerde. ‘Binnen een week of drie kwam ik door de screening van dat bedrijf heen,’ vertelt hij. Volgens Trey Gum, juridisch adviseur van Elemetal LLC, het moederbedrijf van NTR, ging het bedrijf pas een relatie met Vilches aan nadat vertegenwoordigers zijn bedrijven in Chili hadden bezocht. ‘De informatie die NTR Miami ontving, was dat de heer Vilches uit een familie van respectabele juweliers kwam die nauwe banden had met de evangelische gemeenschap in Chili’, aldus Gum in een verklaring per e-mail. Soria was niet bereikbaar voor commentaar. De kantoren van zijn bedrijf in Lima lijken gesloten te zijn, en zijn telefoonnummers zijn buiten dienst.
Uiteindelijk leerden zijn schoonvader en hij hoe ze de staven moesten maken door filmpjes op YouTube te bestuderen
Vilches zegt tegen de aanklagers dat hij naar Florida ging voor een afspraak met twee directieleden van NTR: Renato Rodríguez, directeur verkoop voor Latijns-Amerika, en Sander Barrage, die aan het hoofd van de vestiging in Miami staat. Ze gingen met elkaar eten bij een restaurant in Coral Gables. ‘Ze wisten dat er iets mis was met mijn goud, omdat het zo zuiver was. Een paar maanden later heb ik ze uitdrukkelijk verteld dat het illegaal goud was,’ zei Vilches. Hij heeft ook tegen aanklagers gezegd dat Rodríguez en Barrage hem hielpen om douanepapieren te vervalsen.
Dit is allemaal niet waar, volgens Rodríguez en Barrage. In de lobby van de NTR-vestiging in Miami zegt Rodríguez dat het bedrijf vertrouwde op de documentatie die Vilches verschafte – net als, stelt hij, de autoriteiten in Chili en de VS. ‘Maar al dat spul is nep,’ zegt hij. Barrage verklaarde in een e-mail: ‘Ik wil met nadruk stellen dat ik op geen enkel moment beschikte over enige kennis dat dit metaal afkomstig was van illegale mijnbouw. Er was absoluut geen sprake van hulp voor of betrokkenheid bij dit exportproces of het importproces.’
Om de schijn van legitimiteit zo groot mogelijk te houden, wilde Vilches zijn goud in staven ter grootte van een baksteen gieten, met een zegel waarop het gewicht en het gehalte stonden. Dat was een uitdaging – hij had het zijn vader wel eens zien doen, maar wist nauwelijks hoe hij het zelf voor elkaar moest krijgen. Hij schafte in het buitenland een machine aan om goud te smelten, maar toen hij die aansloot ontstond er kortsluiting en kwam zijn kantoor vol zwarte rook te staan; hij had er niet aan gedacht dat hij ook een transformator nodig had om het apparaat op het hogere voltage van het Chileense stroomnet te laten werken. Uiteindelijk, zegt Vilches, leerden zijn schoonvader en hij hoe ze de staven moesten maken door filmpjes op YouTube te bestuderen.
In december 2014 leverde Vilches zijn eerste zending aan NTR Metals Miami: een koffer vol goudstaven. Zo eindigde hij zijn eerste volle jaar in zaken, een jaar waarin hij 3119 pond goud verhandelde voor een geschatte waarde van 44 miljoen euro, zoals blijkt uit exportgegevens in de strafrechtelijke dossiers. Volgens de Chileense onderzoekers waren in ieder geval tien zendingen van Vilches aan NTR duidelijk illegaal, gezien de malversaties met douanepapieren en de niet-betaalde belastingen en heffingen bij de aanvankelijke invoer van het goud.
De Chilenen zeggen bewijs in handen te hebben dat NTR ervan op de hoogte was dat het goud illegaal of gesmokkeld was, en baseren dat op verklaringen van Vilches en zijn communicatie per telefoon, e-mail en tekstberichten, die ze allemaal ook aan Amerikaanse onderzoekers hebben gegeven. ‘NTR weet dat het goud illegaal is. Het is goedkoper dan legitiem verkregen goud. Dat is de handel,’ zegt Tufit Bufadel, een Chileense aanklager die bij de zaak betrokken is.
Begin 2015, zo vertelt Vilches aan de FBI, lieten Rodríguez en Barrage hem naar Miami komen, waar ze hem een gewaagd voorstel deden. ‘Ze vroegen me een goudleverancier in Afrika te gaan zoeken,’ zegt hij. Volgens Vilches stelden de NTR-topmannen voor dat hij zou proberen een smokkeloperatie van 1000 kilo per maand te organiseren.
Vilches ging er gretig op in. Als dit hem zou lukken, kon hij voor zo’n 15 miljoen euro aan vuil goud per maand verhandelen. Maar het zou erg ingewikkeld worden. ‘Zij vertelden me dat ze, vanwege interne ethische bedrijfsregels, geen Afrikaans goud konden aannemen. Dus stelden ze voor dat ik het goud van Afrika naar Chili zou exporteren en het dan naar NTR Metals in Miami zou sturen.’
Vilches vloog naar Dar es Salaam in Tanzania, waar hij bijna een maand lang bezig was met het bekijken van voorraden goud en onderhandelingen met handelaren uit Zuid-Afrika en Kameroen. Hij vertelt aan de FBI dat hij ‘voortdurend in contact stond met Renato en Sander’ over mogelijke routes voor de zendingen. Maar hij werd voor 230.000 euro opgelicht door iemand die hij aanzag voor een leverancier. Die hele Tanzania-operatie zat hem niet lekker. Op een bepaald moment werd hij staande gehouden door twee auto’s vol gewapende mannen – waarschijnlijk veiligheidstroepen van de regering, dacht hij – en urenlang vastgehouden in een smerige ruimte, terwijl hij werd ondervraagd over wat hij in Tanzania te zoeken had. Hij was opgelucht dat hij het er levend van afbracht.
Rodríguez en Barrage ontkennen dat ze Vilches hebben voorgesteld om naar Afrika te gaan. ‘Hij vroeg in 2015 juist aan ons of we goud in Afrika kochten’, schreef Rodríguez in een e-mail. ‘Ik heb hem heel duidelijk gezegd dat dat niet zo was en dat het beleid van NTR was om dat niet te doen.’ Barrage schrijft: ‘Er was geen verzoek aan hem om goud uit Afrika te halen.’
Ondanks de tegenvallers in Tanzania was 2015 voor Vilches een goed jaar. Van het geld dat hij verdiende, kocht hij een huis van 1 miljoen dollar aan een meer met waterlelies en zwanen. Hij investeerde ook 150.000 dollar in een zwaar beveiligd gebouw in Recoletta, een wijk in Santiago waar zwerfhonden tussen het vuilnis in de straten scharrelen. Achter muren van drie meter hoog, overdekt met graffiti en met bovenop ook nog eens prikkeldraad, stond een gebouw met ramen van kogelwerend glas en deuren van gepantserd staal. Met staal versterkte muren en maar liefst 32 beveiligingscamera’s beschermden een heiligste der heiligen daarbinnen, dat bovendien ook nog was uitgerust met een pepperspraysysteem. ‘Zelfs banken hebben niet zulke goede beveiligingsmaatregelen,’ zegt Pérez, de Chileense aanklager.
Dit was de plek waar Vilches, meestal in zijn eentje, zwoegde om zijn goud om te vormen tot staven in de standaardmaat, die geen verdenking zouden wekken bij de douane. Elke staaf merkte hij met het precieze gewicht en gehalte, en gaf hij het zegel van Aurum Metals LLC, een bedrijf dat hij in Miami had opgezet. Het was ook in deze bunker dat Vilches contant geld opsloeg en documenten voor het goud vervalste.
Vilches vertelt dat de NTR-topmensen hem hadden geadviseerd om video-opnamen te maken van het raffinageproces, om zijn beweringen dat het goud uit legale bron kwam, te kunnen staven. Hij deed dat inderdaad en in zijn marketingbrochures prijken foto’s van hemzelf, terwijl hij grijnzend iets vloeibaars uit een smeltkroes giet, als een leerling tijdens de scheikundeles op de middelbare school. Alleen was zijn kroes gevuld met vloeibaar goud.
NTR Metals Miami is een van de 49 vestigingen van NTR Metals, ook bekend als Elemetal Direct, een van de acht divisies van het in Dallas gevestigde Elemetal LCC. Elemetal Direct verkoopt zijn goud als 99,99 procent puur, ongemunt goud – met door brancheorganisaties afgegeven certificaten als bewijs dat het afkomstig is van legale mijnen. Een van deze organisaties is de London Bullion Market Association, ofwel de LBMA. Dit is het zelfregulerend orgaan van de bedrijfstak, en in het bestuur zitten functionarissen van grote banken en goudhandelaren. Elemetal wijdt een apart deel van zijn website aan de certificaten voor kwaliteit en oorsprong die het bezit, waaronder een kopie van het responsible gold certificate [certificaat voor verantwoord goud] van de LBMA, behaald na een ‘onafhankelijk duedilligenceonderzoek van de bevoorradingsketen’. LBMA-woordvoerder Aelred Connelly weigerde commentaar op de certificering van Elemetal.
Een ander certificaat is afkomstig van de Conflict-Free Sourcing Initiative of the Electronic Industry Citizenship Coalition, ofwel de EICC. Dat werd toegekend voor de goudsmelterij van Elemetal in Jackson, Ohio. Om dit certificaat elk jaar te laten vernieuwen, huurt Elemetal auditors in die aankoop- en importgegevens controleren, de smelterij bekijken en medewerkers ondervragen over de bron van het aangekochte goud. Dit is bedoeld om er zeker van te kunnen zijn dat er geen goud bij zit dat afkomstig is van illegale mijnen waar sprake is van prostitutie, slavenarbeid en schade aan het milieu, of die oorlogsactiviteiten financieren, met name in Latijns-Amerika, zegt Leah Butler, hoofd van het programma voor conflictvrije smelterijen bij de EICC. ‘We weten dat goud uit Latijns-Amerika een hoog risico heeft,’ zegt Butler. Ze wil geen commentaar geven over Elemetal, met een verwijzing naar de EICC-reglementen. De organisatie ‘neemt beschuldigingen van malversaties door een smelterij of raffinaderij die lid van haar programma is, zeer serieus’, zegt ze.
Audits
Volgens Ajad Rihan, voormalig auditor bij Ernst & Young die gespecialiseerd is in onderzoek naar de herkomst van bulkgoederen, zijn auditors gemakkelijk om de tuin te leiden. Rihan werkt tegenwoordig voor Martello Risk, een Londens consultancybureau dat bedrijven helpt om illegale handel te filteren uit de aanvoerlijnen van mineralen. ‘Het probleem is dat ze in dit soort audits niet verder kijken dan het papierwerk,’ zegt hij.
Deze stempels van goedkeuring zijn voor de hele bedrijfstak van levensbelang. Volgens de Amerikaanse en Europese wet moeten bedrijven zich ervan verzekeren dat hun leveranciers niet inkopen bij mijnen die conflicten financieren. Dus halen ze hun goud bij bedrijven die gecertificeerd zijn als bedrijf met schone aanvoerketens. De gecertificeerde smelterij van Elemetal is een waardevol bezit, waardoor het bedrijf in 2015 aan 68 bedrijven uit de Fortune 500 kon leveren, volgens een analyse door Verité van bedrijfsverslagen over conflictmineralen, waartoe bedrijven volgens de Amerikaanse Dodd-Frank Act verplicht zijn. Verité analyseerde daarvoor onder andere verslagen van Alphabet, Apple, GE, GM, en HP, zoals uit de meest recente bedrijfsgegevens blijkt.
Volgens Gum, de advocaat van Elemetal, heeft NTR Metals Miami de zaken met Vilches stopgezet op 1 juni 2016, de dag waarop hij werd aangeklaagd wegens fraude, en ‘heeft het bedrijf de zaak bij de juiste overheidsinstanties gemeld’. Ook geeft Elemetal dan ‘als voorzorgsmaatregel’ instructies aan NTR Metals Miami om ‘alle operaties in Chili op te schorten, hangende een onderzoek naar huidige risico’s en procedures in dat land’, aldus Gum.
Op de avond dat alles in elkaar stort, als agenten op het vliegveld van Santiago de vijf staven in zijn rolkoffer aantreffen, belt Vilches onmiddellijk naar NTR, vertelt hij later aan rechercheurs van de FBI. Rodríguez en Barrage zeiden volgens hem dat hij zich er maar bij neer moest leggen dat hij dat goud nooit terug zou zien, en zich er beter op kon richten de volgende keer het papierwerk in orde te hebben. NTR-topmensen ‘instrueerden mij hoe ik kon zorgen dat de Amerikaanse douane niet doorzag dat mijn certificaten van oorsprong vals waren’, zegt Vilches.
Dat lijkt een tijdlang te werken. De Chileense politie staat te springen om hem op te pakken, maar aanklagers geven de rechercheurs het bevel om niet in te grijpen, zodat ze meer bewijsmateriaal kunnen verzamelen. Ze hopen nog steeds iemand te pakken te krijgen die hogerop in de organisatie staat dan Vilches. En dus kan hij ongehinderd besmet goud in- en uitvoeren.
Begin 2016 begint het net zich te sluiten, als banken in Chili en Miami verdachte activiteiten melden vanwege Vilches’ enorme transacties in contanten, en zijn rekeningen afsluiten. Daarna volgt zijn dagvaarding wegens het Fujairah-contract. Uiteindelijk wordt Vilches gearresteerd, waarbij de politie voor 225.000 euro aan contanten in beslag neemt en een kleine hoeveelheid goud uit de bunker. Met het vooruitzicht van een jarenlange gevangenisstraf wegens witwassen en belastingontduiking verklaart Vilches zich bereid om in Chili en de VS mee te werken met de autoriteiten. Ook schrijft hij zich uit bij de universiteit. Op dit moment vormen Vilches en NTR Metals het middelpunt van een breed strafrechtelijk onderzoek, waarin de Amerikaanse justitie, het Chileense openbaar ministerie voor economische delicten, de politie in Peru en die in Ecuador samenwerken, volgens de Chileense aanklager Pérez. Sarah Schall, woordvoerster van het Amerikaanse openbaar ministerie in Miami, weigert commentaar, omdat het beleid van het OM is om het bestaan van een onderzoek niet te bevestigen of ontkennen.
In oktober 2016 reizen agenten van de FBI en aanklagers van het om in Miami naar Chili om Vilches te verhoren. Als ze ervan overtuigd zijn dat zijn informatie deugt, vertellen ze hem dat hij in de VS vrijgesteld zal worden van vervolging als hij onder ede wil getuigen. Vilches zit uren en uren in de verhoorruimte, waar hij de Amerikaanse en Chileense politiemensen tegelijkertijd boeit en amuseert. Meer dan vijftien politiemensen zitten op elkaar gepropt in een vergaderkamer in het enorme gevangeniscomplex Santiago 1, en Vilches geniet zichtbaar van al die aandacht. Hij lacht veel en bekommert zich kennelijk niet om de ernst van de situatie. Zijn bekentenissen worden een soort theatershow, volgens een van de aanwezige rechercheurs. ‘Alleen de popcorn ontbreekt,’ zegt hij lachend. FBI-agent Lourdes McLoughlin, juridisch attaché van de Amerikaanse ambassade in Santiago, weigert iets over de verhoren te zeggen, vanwege het beleid om geen commentaar te geven op lopende onderzoeken.
In december brengen het Amerikaanse OM en de FBI Vilches over naar Miami, waar hij tegen een federale rechtbank zegt dat NTR Metals Miami hem heeft geadviseerd over de beste manier om zijn zaken in de VS op te zetten, gesmokkeld goud te verhandelen en vervolgens de opbrengsten daarvan wit te wassen. Elemetal en NTR Metals Miami geven geen antwoord op vragen over een onderzoek.
Vilches kan maar kort van zijn rijkdom genieten. Inmiddels moet hij genoegen nemen met een appartement aan de Gran Avenida, een doorgaande weg in een ongure wijk van Santiago. Dankzij zijn medewerking aan het onderzoek zal hij waarschijnlijk niet meer naar de gevangenis hoeven voor smokkelarij. Maar er hangen hem nog diverse strafklachten boven het hoofd, onder andere wegens belastingontduiking.
Als Vilches, zonder speciale extra mogelijkheden – afgezien van zijn brutaliteit – zo ver kon komen in de illegale goudhandel, wie kan dat dan nog meer?
Naar aanleiding van de zaak-Vilches heeft Chili zijn exportregels aangescherpt. Een goudhandelaar beschrijft de nieuwe exportprocedure nu als ‘het bevel om met je handen omhoog tegen de muur te gaan staan’. Douanemensen uit Ecuador, Bolivia en Peru zijn in Chili op bezoek geweest om informatie uit te wisselen en beleid op elkaar af te stemmen. Pérez vindt dat een goede zaak, maar hij maakt zich geen illusies. Als Vilches, zonder speciale extra mogelijkheden – afgezien van zijn brutaliteit – zo ver kon komen in de illegale goudhandel, wie kan dat dan nog meer? ‘Ik denk dat er in heel Latijns-Amerika wel honderd Vilchessen zijn,’ zegt hij. ‘Het is gemakkelijker dan het lijkt.’
Auteurs: Michael Smith en Jonathan Franklin, met medewerking van Ben Bartenstein
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
Toelichting bij beeld
De Peruviaanse overheid deed meerdere pogingen om de kampementen rond de illegale goudmijnen te ontruimen in La Pampa, Madre de Dios, een regio in het zuidoosten van Peru. Volgens de Verenigde Naties drijft de bedrijfstak op kinderarbeid en prostitutie en is hij verwoestend voor de omgeving.
Goud is zeldzaam en daarom is het duur. Een kilo goud kost op dit moment ongeveer 35.000 euro. Duurzaam goud is ongeveer 15 procent duurder. Het goud dat in Nederland voor sieraden wordt gebruikt, komt grotendeels uit recycling en grootschalige mijnbouw.
Businessweek schrijft zinnig en intelligent over het zakenleven wereldwijd. Aarzelt niet om een mening te geven of standpunt in te nemen. Sinds 2009 onderdeel van Bloomberg News, met 15.000 medewerkers.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.