Tag: gps

  • De man, de haai en de zee: wie wint?

    De man, de haai en de zee: wie wint?

    Diep onder het zeeoppervlak tussen Noorwegen en Groenland zwemt een monster dat vijfhonderd jaar geleden werd geboren. Een schrijver en een wetenschapper hebben beiden zo hun eigen redenen om de mysterieuze Groenlandse haai aan de haak te willen slaan.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week overleed een Duitse vrouw op de Canarische Eilanden aan de gevolgen van een haaienaanval. Het was de eerste dodelijke haaienaanval die ooit op de Canarische Eilanden is vastgesteld.
    Het voorval bewijst maar weer eens dat haaien en mensen beter niet bij elkaar in de buurt kunnen komen. Toch zijn er mensen die het gevaar bewust opzoeken, zoals bioloog Julius Nielsen en schrijver Morten Strøksnes. Dit artikel uit 2018 van het Deense dagblad Politiken beschrijft hun zoektocht naar de Groenlandse haai, het langstlevende gewervelde dier ter wereld.

    De Deense bioloog Julius Nielsen heeft al verscheidene Groenlandse haaien gevangen. Hij doet onderzoek naar dit oerbeest, het langstlevende gewervelde dier ter wereld. In mei 2017 ging hij met een internationale groep onderzoekers naar Groenland, om antwoord te vinden op de vraag hoe de Groenlandse haai zich voortplant.

    28 april 2017

    In de eerste 24 uur van de expeditie leren we het voorjaar in Zuidwest-Groenland van zijn slechtste kant kennen. We varen door windstoten van orkaankracht. Acht meter hoge golven slaan van alle kanten tegen het schip. De lunch gaat niet door, want de kok werd door de kajuit geslingerd, zodat al het eten op de vloer terechtkwam en alle borden van het schip met een enorme knal kapot vielen.

    Morgen eten we soep, dus is de kapitein eerst naar 
de dichtstbijzijnde stad gevaren om nieuwe soepkommen te gaan kopen. Nu moeten we de lange lijnen checken. Vanaf het land is het lastig te voelen of er iets aan de lijnen zit. Dus we staan allemaal in de boot naar het water te kijken en proberen te schatten of het touw zo gespannen is dat er een haai aan de lijn zou kunnen zitten. Maar de uitrusting is zo zwaar en de stroom zo sterk, dat het enorm moeilijk is om te beoordelen wat er aan de lijnen trekt.

    Het moeilijkst aan het vangen van Groenlandse haaien is om het roofdier naar de oppervlakte te krijgen. De haai stribbelt tegen, hij moet uitgeput worden en in dat proces kan de lange lijn als één grote knoedel eindigen. Opeens komt er 4 à 5 meter onder het schip een reusachtige schaduw tevoorschijn – een enorme haai. Hij meet 430 centimeter van zijn kop tot de punt van zijn staart en weegt wel zo’n 800 kilo. Met dat gewicht en die lengte is de haai vermoedelijk ouder dan honderd jaar. We barsten uit in spontaan gejuich.

    Als we al onze lange lijnen hebben gecheckt, hebben we wel zeven haaien. Een supervangst. Hoeveel eet hij?

    Slapende zeehonden

    De Groenlandse haai is het op een na grootste vleesetende dier ter wereld, maar de meest basale vragen over hem zijn nog niet beantwoord. Hoe vangt hij zijn voedsel?In 1924 beschreef de Noorse ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen hoe hij in de maag van zo’n reuzenroofdier een hele zeehond vond – een mannetje van 1,3 meter – een grote kop van een heilbot en meerdere stukken walvisspek. Wij hebben het geluk twee volkomen intacte zeehonden in de maag van een van de haaien te vinden. De kop en de poten van de zeehond kunnen goed dienstdoen als aas aan de lange lijnen, en zeehonden zijn altijd moeilijk te pakken te krijgen. Zo eindigt het onverteerde diner van de haai meteen aan de haak, als lokaas voor zijn hongerige soortgenoten.

    De Groenlandse haai heeft complexe zintuigen. Vermoedelijk ziet hij niet zo goed, maar besluipt hij zijn prooi door af te gaan op diens geur en met behulp van zijn zijlijnzintuig, waarmee hij vermoedelijk drukveranderingen in het water kan onderscheiden. Ook heeft de haai een zintuig dat in zijn kop zit, vooral rond zijn bek. Daarmee voelt hij elektrische impulsen, bijvoorbeeld van een hartslag van een vis op de bodem.

    De Groenlandse haai is in verhouding tot zijn grootte de langzaamste vis ter wereld – hij beweegt zich voort met een vaartje van 2,6 kilometer per uur. Daarom is het enigszins een mysterie hoe dit schijnbaar slome roofdier levende zeehonden kan vangen.

    Volgens een theorie zoeken de haaien slapende zeehonden. Om veilig te zijn voor ijsberen, slapen zeehonden in de Noordelijke IJszee in het water, en een zeehond die echt diep slaapt, wordt bijna nergens wakker van.

    Een ander groot mysterie rond de Groenlandse haai is zijn leeftijd. Ik heb er ooit een onderzocht die volgens onze berekeningen minstens 272 jaar oud was, en mogelijkerwijs zelfs 512 jaar. Hoe dan ook was 
het het oudste gewervelde dier dat ooit is gevangen.

    6238581e4d3a4346b9dae29d239f7a1a 0

    Het hart van de haai is interessant voor onderzoekers, omdat het misschien licht kan werpen op de vraag hoe de Groenlandse haai zijn hoge leeftijd haalt. Het pompt langzaam – ongeveer één slag per 12 seconden. Onze haai heeft een verhoogde hartslag, omdat hij zojuist voor zijn leven heeft gevochten.

    Mijn collega Holly Shields van de Universiteit van Manchester doet onderzoek naar de vraag wat het hart van de Groenlandse haai honderden jaren lang gezond en sterk houdt. Als het lukt om uit te vinden hoe de haai hart- en vaatziekten vermijdt, kan dat misschien de weg openen voor een nieuw medicijn dat de verzwakking van het menselijk hart door ouderdom kan voorkomen.

    Het oog van de haai is interessant voor onderzoekers voor wat betreft het bepalen van de leeftijd van het beest. Als je de vele lagen van de ooglens afpelt – als een ui – kom je uiteindelijk in het centrum van de lens, en dat bestaat uit hetzelfde materiaal als toen de haai werd geboren. In dit binnenste materiaal van de ooglens meten we het koolstof 14-niveau. Vergelijk je dat met referentiemateriaal van dieren waarvan de leeftijd bekend is op verschillende plekken in de noordelijke Atlantische Oceaan, dan wordt het mogelijk het waarschijnlijke geboortejaar van de haai te berekenen.

    Sociale haaien

    De methode die wij gebruiken, is oorspronkelijk ontwikkeld om archeologische vondsten te dateren. We weten dat vrouwtjeshaaien geslachtsrijp worden als ze ten minste 134 jaar oud zijn. Er is echter maar één keer in de geschiedenis een haai gevangen met een jong in de baarmoeder, dus we weten niet zo veel over de biologie van de voortplanting van de haai.

    Een van de haaien die we vingen, is helaas doodgebeten door zijn soortgenoten terwijl hij aan de lange lijn hing. Het blijkt een geslachtsrijp mannetje te zijn en dat is een groots moment, want het is voor het eerst dat geslachtsrijpe mannetjes en vrouwtjes op dezelfde plek zijn gevangen.

    De mannelijke Groenlandse haai heeft twee geslachtsorganen, claspers, en als je in de buurt van een daarvan drukt, spuit daar een melkachtige vloeistof uit: het sperma van de Groenlandse haai. Dat is voor zover ik weet nog niet eerder geobserveerd en het is waanzinnig interessant. Het duidt er namelijk op dat de haaien misschien bezig zijn te paren, juist nu wij er zijn.

    Een van de doeleinden van onze expeditie is te begrijpen hoe haaien zich voortplanten. Daarom plaatsen we gps-zenders op alle vrouwtjeshaaien die we vangen. De zenders vertellen ons over de positie van de haai, drie, zes en twaalf maanden nadat we 
ze hebben losgelaten. Gedurende deze week brengen we zendertjes aan bij zes dieren. Als we de haaien vervolgens willen loslaten, zijn ze een ogenblik als versteend. Dan beginnen ze te duiken. Over een paar maanden, als de zenders zijn losgeraakt en naar de oppervlakte gestegen, zullen we meer weten over de verplaatsingen van de mysterieuze Groenlandse reuzenhaai, en dat kan ons misschien dichter bij hun voortplantingsgebied brengen.

    Als we data van de zender op de haai beginnen te ontvangen, is het duidelijk dat onze expeditie een succes is. Daarbij zijn vooral twee groepen data interessant. Gebleken is dat een van de vrouwtjeshaaien in drie maanden beduidend verder heeft weten te zwemmen dan haar soortgenoten. Zij zette koers naar een plek waarvan we van tevoren al vermoedden dat het een voortplantingsgebied was. Nu hebben we data die ons vermoeden bevestigen, en dat is geweldig.

    Onze data wijzen er bovendien op dat Groenlandse haaien socialer zijn dan vroegere onderzoeken hebben aangetoond. Over het algemeen wordt gedacht dat haaien alleen leven, maar vissers vertellen vaak dat ze tegelijkertijd meerdere haaien in hun netten krijgen. Zelf vangen wij ook meerdere haaien tegelijk. Daarom is het interessant om te zien dat twee van de haaien die we op onze tocht vangen, ook na drie maanden nog bij elkaar zwemmen – zo’n 700 km verderop, aan de oostkust van Groenland. Dat duidt erop dat de haaien zich in grote groepen van het ene gebied naar het andere kunnen bewegen.


    In zijn boek Haaienkoorts vraagt Morten Strøksnes zich af waarom hij zo graag een Groenlandse haai wil vangen. Is het om zijn nieuwsgierigheid te bevredigen? Om zijn angst onder ogen te zien? Is het zijn jagersinstinct, de droom om de grootst mogelijke buit van de zee te vangen? En stel dat het niet volgens plan verloopt? Al die vragen doen er niet toe op het moment dat je een haai aan de haak hebt.

    Een zaterdag in juli

    Laat op een zaterdagavond in juli, 3,5 miljard jaar 
na het moment waarop in zee het eerste primitieve leven is ontstaan, zit ik bij een feestelijk etentje in het centrum van Oslo, als ik word gebeld door Hugo Aasjord. ‘Heb je het weerbericht voor de volgende week gezien?’ vraagt hij. We wachten allebei al lang op een bepaald type weer. Wat we nodig hebben, is 
zo weinig mogelijk wind op de zee tussen Bodø en de Lofoten. Eigenlijk heb ik een heleboel andere dingen te doen, maar ik antwoord zonder aarzelen: ‘Ja, laten we een Groenlandse haai gaan vangen.’

    De Groenlandse haai is een dier uit de oertijd, een reuzenhaai die rondzwemt over de bodem van de diepe Noorse fjorden en voorkomt tot aan de Noordpool. Deense zeebiologen hebben onlangs ontdekt dat de Groenlandse haai misschien wel vijfhonderd jaar oud kan worden; daarmee is hij verreweg het langstlevende dier dat er bestaat.

    Hugo’s vader had als jongen van acht al deelgenomen aan de walvisjacht. Hij vertelde altijd hoe ze een keer een opdringerige Groenlandse haai harpoeneerden en die ophesen aan zijn staartvin. Ook al was het beest halfdood en hing hij met zijn kop omlaag en met een harpoen dwars door zijn rug, toch slokte 
hij een groot stuk walvisvlees op dat op het dek lag.

    Als Hugo over de Groenlandse haai praat, krijgt hij een bepaalde gloed in zijn ogen en een bepaalde klank in zijn stem. De meeste soorten vissen en andere dieren in de zee heeft hij wel gezien, maar juist de reuzenhaai is hij nooit tegengekomen.

    Ik snijd de vijfde zak met slachtafval open. Er welt een sterke lijkgeur uit op, die zich over de fjord verspreidt

    En ik evenmin. Het kost Hugo dan ook geen moeite om me over te halen: ik hap instinctief toe, om het zo maar te zeggen. Ook ik ben opgegroeid bij de zee en ik vis al sinds ik een klein jochie was. Nog steeds krijg ik, altijd als ik beet heb, het gevoel dat bijna alles uit de diepte omhoog kan komen. Is er eigenlijk wel iemand die beseft dat er in het diepe water van de Vestfjord Groenlandse haaien rondzwemmen, haaien die tussen de 7 en 8 meter lang kunnen worden en 1200 kilo kunnen wegen? Afgezien van Hugo, natuurlijk.

    De boot schiet weg. Aan deze kant van het eiland is het volkomen stil, de enige rimpelingen op het water maken we zelf. We hebben geen idee wat zich onder het bijna witte oppervlak afspeelt. Op 150 à 200 meter diepte is bijna al het licht door het water geabsorbeerd. Daar is alleen nog een grijzig licht te onderscheiden, als van een oude tv die langzaam uitdooft. Op zo’n 500 meter diepte is het inktzwart. Er is geen fotosynthese meer, geen enkel plantenleven mogelijk. Die duistere, koude diepte is de wereld van de Groenlandse haai, daar glijdt hij rond, stil en geluidloos als een machine van vlees, met gif in zijn spek, in zijn bloed, in zijn lever, en met levenloze, halfblinde ogen waar parasieten uit hangen, lange larven die de oogappel doorboren. De enige levende wezens waarmee hij contact heeft, zijn de dieren die hij eet.

    Brakend maak ik een gat in de vuilniszakken die gevuld zijn met resten van Schotse Hooglanders: darmen, lever, kraakbeen, botten, vet, rafels vlees 
en maden. Dan gooi ik vier van de vijf zakken over 
de reling. Onder in de zakken zitten zware stenen, 
en alles zakt dan ook direct naar de bodem. In de vijfde zak zitten wat stevige botten met vlees eraan, die we als aas gaan gebruiken.

    Ik snijd de vijfde zak met slachtafval open. Er welt een sterke lijkgeur uit op, die zich over de fjord verspreidt. Nu maar hopen dat de Groenlandse haai niet over de reling springt terwijl ik net een heupbeen vol rood, rottend vlees aan de stevige, glanzende haak doe. Wat gebeurt er meer dan 300 meter onder ons? Begint het beest ons stinkende afval al te ruiken? De olieachtige stoffen van verrotting moeten ver verspreid raken in het water.

    Er zijn nog wat details die we nog niet hebben besproken. Wat doen we als we daadwerkelijk zo’n Groenlandse haai naar boven halen? Het is een soort angstig plezier om daarover na te denken.

    Bewegende boei

    ‘Wacht eens! Beweegt die boei?’ vraagt Hugo.

    Die lijkt inderdaad in een onnatuurlijk ritme op en neer te gaan, als een gigantische dobber. Een paar honderd meter van waar wij zitten, midden in een school makreel, is er duidelijk iets aan de hand. Hugo start de motor en binnen een minuut zijn we bij de lijn. Hugo begint hem in te halen. Dat wil zeggen: hij trekt aan de lijn en er is geen twijfel aan dat zich daaraan iets groots heeft vastgebeten. Na een tijdje neem ik het over. Dan gaat het nog langzamer. Heb je weleens geprobeerd een Groenlandse haai, die misschien wel 7 meter lang is en 700 kilo weegt, en die vastzit aan 350 meter touw met aan het eind een 6 meter lange ketting, op te halen van de bodem van de zee? De lijn bijt in je vingers en elke decimeter is loodzwaar, je verliest bijna het geloof dat het ooit nog ophoudt. Dat er kwallen vastzitten aan het touw en we geen handschoenen hebben, maakt de taak er niet aangenamer op. Mijn armen zijn gevoelloos, maar als er nog maar zo’n 50 meter te gaan is, wordt alles opeens veel gemakkelijker. Iedereen die weleens heeft gevist, kent dat gevoel van diepe teleurstelling. In een split second worden grote verwachtingen tenietgedaan. Hoe het touw ook in je handen snijdt, de afwezigheid van gewicht doet nog meer pijn.

    Nu zijn de ketting en de haak snel onder de boot en ik hijs verder, totdat de haak voor ons in de lucht bungelt. Aan die haak zat, toen we hem neerlieten, een bot vol rood vlees. Nu is dat bot volmaakt schoongeknaagd. Er kriebelen massa’s oranje diertjes op. Ze doen denken aan luizen of kleine insecten: dat moeten de diertjes zijn die in de buikplooien van de Groenlandse haai leven.

    In het bot en het vet zien we duidelijk de zaagvormige sporen van de beet. Ik had de haak door een peesopening gestoken en daardoor is het bot blijven zitten. Ik had verwacht dat de haai in elk geval het hele bot zou verbrijzelen als hij beet. Daarom hing de haai niet vaster aan de haak. Daarom raakte hij los. Daarom zitten we hier stommetje te spelen.

    Daar beneden zwemt ons monster, wachtend tot het weer wordt gevoerd.

  • Dieren en hun zesde zintuig

    Dieren en hun zesde zintuig

    Verhalen over dieren die aardbevingen, tsunami’s en vulkaanuitbarstingen voelen aankomen, doen al sinds de oudheid de ronde. Onderzoekers proberen er nu achter te komen hoe dit ‘zesde zintuig’ werkt.

    Er was iets vreemds aan de hand met de padden, dat had Rachel Grant meteen gemerkt. In 2009 wilde de biologe van het Britse Hartpury University Centre onderzoek doen naar het paringsgedrag van de amfibieën in de 
Italiaanse provincie L’Aquila.

    Maar midden in de voor het soortbehoud zo belangrijke paartijd raakten de diertjes plotseling de belangstelling voor elkaar kwijt en zochten een schuilplaats. Ruim een week heerste er een spookachtige stilte. Toen kwam de klap: een aardbeving met een kracht van 5,8 op de schaal van Richter deed de regio Abruzzen trillen, verwoestte duizenden gebouwen en eiste 308 levens. Een paar dagen later zetten de padden hun paringsrituelen voort, alsof er niets was gebeurd. Sindsdien is Grant ervan overtuigd dat padden een ‘zesde zintuig’ hebben. Ze lijken te voelen dat er een aardbeving in aantocht is, terwijl de mens er meestal door wordt overrompeld.

    De Britse is meer bewijzen voor haar stelling aan 
het verzamelen. In 2011 volgde ze met cameravallen verscheidene diersoorten in het Parque Nacional Yanachaga in Peru. Ook hier liet zich in de week voor een zware aardbeving plotseling geen dier meer zien – een hoogst ongebruikelijke rust voor een soortenrijk tropisch bergwoud. Momenteel is Grant in een gebied met veel seismische activiteit op zoek naar aanwijzingen voor opvallend gedrag.

    Alleen over de oorzaken – genoemd worden een 
verandering in de vochtigheid van de grond, 
ontsnappende gassen, zwakke microbevingen en zelfs een elektrische oplading van de lucht – kan ook de biologe tot nog toe alleen maar speculeren.

    ‘Door dieren te observeren kunnen niet alleen aardbevingen, maar ook vulkaanuitbarstingen worden voorspeld’

    Verhalen over dieren die zich voorafgaand aan natuurrampen merkwaardig gedroegen deden al in de oudheid de ronde, maar zijn nooit systematisch onderzocht. Uitgerekend nu, in het tijdperk van 
uitgekiende meettechnieken en gevoelige waarschuwingssystemen, staat het levende wezen als voorspeller van natuurrampen opnieuw in de belangstelling. Het complexe gedrag van dieren heeft de potentie puur technische waarschuwingssystemen te overvleugelen, dat is de stellige 
overtuiging van Martin Wikelski, directeur van het Max-Planck-Institut für Ornithologie in Radolfzell aan de Bodensee. ‘Door dieren te observeren kunnen niet alleen aardbevingen, maar ook vulkaanuitbarstingen worden voorspeld,’ zegt hij. Op beide bijten geofysici tot op heden hun tanden stuk, ondanks sensoren, supercomputers en satelliettechnieken. Anekdotes zijn er te over. Zo volgden de bewoners van het Indonesische eiland Simeulue in december 2004 hun opgeschrikte vee de nabijgelegen heuvels in. Een uur later kwam de eerste vloedgolf van de verwoestende tsunami aan land, die in de kustgebieden rond de Indische Oceaan 230.000 slachtoffers maakte. Na de ramp vertelden deze mensen dat ze het aan de dieren te danken hadden dat ze nog leefden. Ook uit Sri Lanka zijn er ooggetuigenverslagen: daar waren het nerveuze olifanten die de bewoners ertoe wisten te bewegen het binnenland in te 
vluchten.

    Zendertjes

    Gestaafde verklaringen voor het waarschuwende gedrag van dieren zijn er tot dusverre niet. Veel theorieën daarover staan nog ter discussie. Zo kunnen olifanten heel laagfrequente infrageluidsgolven opvangen; overeenkomstige trillingen in de grond zouden ze via hun zolen waarnemen. Koeien, schapen en geiten registreren lichte bevingen mogelijk dankzij een uiterst gevoelige tastzin in de hoeven. Weer andere dieren hebben een buitengewoon ontwikkeld reukvermogen dat al op enkele moleculen van een gas reageert of kunnen elektromagnetische velden detecteren. Al deze gaven zouden aanwijzingen kunnen geven voor een dreigend onheil, die de mens ontgaan. Om de ernstige lacunes in de kennis op te vullen, voorziet Wikelski dieren systematisch van zendertjes. Hij behoort tot de weinige voortrekkers die de legenden over waarschuwend gedrag van dieren het aureool van geheimzinnigheid en onverklaarbaarheid willen ontnemen. Gps-modules en bewegingssensoren moeten grote hoeveelheden gegevens gaan leveren die als basis kunnen dienen voor een zuivere, wetenschappelijke bewijsvoering.
    Vijf jaar geleden al voorzagen Wikelski en zijn collega’s een tiental schapen en geiten bij de Italiaanse vulkaan Etna van een elektronische halsband. Met 
de computer analyseerden ze hun bewegingspatronen, met als resultaat: bij alle grotere activiteit van de vulkaan werden de dieren tot zes uur eerder onrustig en vluchtten ze naar de dichtstbijzijnde schuilplaats. Wikelski vroeg vervolgens patent aan op zijn waarschuwingsmethode met behulp van dieren.

    Momenteel analyseert het team nieuwe gegevens 
uit een Italiaans aardbevingsgebied. Na de eerste trillingen in het afgelopen najaar waren de onderzoekers snel ter plaatse en vonden een boerderij waar ze het vee van sensoren mochten voorzien. ‘Dieren 
in stallen zijn uitermate geschikt,’ zegt Wikelski, ‘want daar staan ze nauwelijks bloot aan andere invloeden van buiten.’

    Het onderzoekersgeluk was met hem: op de eerste bevingen volgde een tweede, krachtigere serie. Zo konden voor en tijdens de aardschokken betrouwbare gegevens worden verzameld. Wikelski mag nog niet zeggen of het gedrag van de dieren echt zo opvallend was als gehoopt, want de resultaten van het onderzoek zullen op korte termijn in een gerenommeerd vakblad worden gepubliceerd – ook na commentaar van tot nog toe sceptische onderzoekers van aardbevingen. Wikelski is niet 
de enige die met behulp van dieren betrouwbare voorspellingen over aardbevingen en vulkaanuitbarstingen wil doen. Geoloog Ulrich Schreiber van de Duisburg-Essen-universiteit ontdekte mieren als waarschuwingssysteem. Honderden nesten in de Eifel, het Zwarte Woud en het Beierse Woud heeft hij in kaart gebracht. De kolonies hadden een duidelijke voorkeur voor scheuren in de aardkorst – hotspots voor aardbevingen. ‘De nesten bevonden zich altijd langs de tektonisch actieve zones,’ zegt Schreiber. Een mogelijke verklaring is dat de insecten worden aangetrokken door de ongeveer een tiende graad hogere temperatuur, wat wordt veroorzaakt door koolstofdioxide die uit diepere en warmere aardlagen naar boven stroomt.

    Olifanten kunnen laagfrequente infrageluidsgolven opvangen; overeenkomstige trillingen in de grond zouden ze via hun zolen waarnemen. – © Will Burrard-Lucas / Getty
    Olifanten kunnen laagfrequente infrageluidsgolven opvangen; overeenkomstige trillingen in de grond zouden ze via hun zolen waarnemen. – © Will Burrard-Lucas / Getty

    Ruim drie jaar lang, van 2009 tot en met 2011, observeerde Schreiber twee mierenhopen in de Eifel met hogeresolutiecamera’s die dag en nacht opnamen maakten. De krachtigste beving die zich in die tijd voordeed had een magnitude van 3,2 op de schaal van Richter. Enkele uren voor de aardschokken gingen de diertjes – die er verder een strikt ritme op na hielden – inderdaad abnormaal gedrag vertonen: ’s nachts waren ze actiever, overdag juist rustiger dan anders. Pas de volgende dag vervielen ze weer tot de dagelijkse sleur. Een mogelijke verklaring daarvoor zijn gassen die voor de aardbeving uit de scheuren 
ontsnapten – een voorbode van geologische activiteit.

    Of het nu gaat om geiten, padden, mieren of olifanten, alle tot nog toe uitgevoerde studies zijn gebaseerd op een gering aantal observaties, leveren een beperkte hoeveelheid gegevens en doen daarom veel deskundigen twijfelen aan het ‘waarschuwingssysteem dier’. Maar daarin moet het project ICARUS dit jaar verandering gaan brengen. Half februari 2018 is vanuit het Russische ruimtestation Bajkonoer een speciale antenne naar het internationale ruimte-
station ISS geschoten, die astronauten vóór mei 2018 
tijdens een ruimtewandeling zullen installeren.

    Uiterlijk vanaf juni 2018 moet de antenne dan voor het eerst zendergegevens van duizenden dieren 
gaan verzamelen en naar een databank op aarde sturen. Vanaf dat moment zijn bijvoorbeeld de routes van trekvogels van moment tot moment en van 
continent tot continent te volgen. De deelnemende onderzoekers uit verscheidene landen verwachten een enorme hoeveelheid gegevens die de resultaten van alle bestaande metingen zullen overtreffen, omdat telemetrieprojecten – waarbij met antennes op land de sensoren uitgelezen kunnen worden – meestal beperkt blijven tot slechts enkele tientallen getagde dieren en enkele vierkante kilometers.


    Biologen en gedragsonderzoekers staan met tal 
van ICARUS-projecten in de startblokken. Zoogdieren, trekvogels, zeeschildpadden en in de toekomst 
zelfs sprinkhanen zullen worden uitgerust met 
gps-modules, versnellingsmeters en detectoren voor temperatuur en magnetische velden. De onderzoekers richten zich vooral op de verrassende capaciteiten 
van groepen dieren. ‘Die zouden wel eens een soort supersensor kunnen worden,’ zegt Iain Cuzin, expert in de groepsintelligentie van dieren aan het Max-Planck-Institut in Radolfzell. Uit veel waarnemingen is al gebleken dat groepen dieren veel gevoeliger zijn voor prikkels uit hun omgeving en betere en snellere beslissingen nemen dan individuele dieren. De redenen daarvoor zijn nog in nevelen gehuld. ICARUS moet eraan bijdragen om dat raadsel op te lossen.

    Om de reusachtige hoeveelheid gegevens te kunnen opslaan en beoordelen, werken zogeheten bio-loggingexperts samen met wiskundigen, natuurkundigen en IT-specialisten. Hun gemeenschappelijke doel is om met big data en onweerlegbare, statistische significantie het gedrag van de meest uiteenlopende dieren te begrijpen en hun waarschuwingspotentieel voor rampen nauwkeurig te documenteren. De 
toepassingen reiken veel verder dan aardbevingen 
en vulkaanuitbarstingen, want de sensoren onthullen niet alleen onbekende gedragspatronen. Alleen al het volgen van trekvogels heeft een groot potentieel, zoals een eerdere signalering van epidemieën als vogelgriep of ebola. ‘Gegevens over vliegroutes en overwinteringslocaties van trekvogels zijn noodzakelijk voor de voorspelling van een infectieverspreiding als vogelgriep,’ zegt ICARUS-onderzoeker Grigori 
Tertitski van de Russische Academie van Wetenschappen in Moskou. Uit voorstudies is gebleken 
dat ganzen en eenden uit China en Europa dezelfde broedplaatsen gebruiken tijdens hun trek en daar gevaarlijke virussen kunnen doorgeven aan zwermen vogels uit elk ander continent. Temperatuursensoren bieden de mogelijkheid een aandoening van vogels over grote afstand te diagnosticeren. Mocht er weer eens een griepgolf uit het Verre Oosten aankomen, dan kan Europa zich daar veel eerder op voorbereiden.

    Als de zendertjes bovendien weergegevens over onder andere de luchtdruk, temperatuur, neerslag 
en windsnelheid verzamelen, dan kunnen zelfs de gevolgen van de klimaatverandering in de gaten worden gehouden. ‘Met dieren als levende meetapparatuur zouden we extreem weer en langdurige veranderingen van het klimaat kunnen onderkennen, wat met andere methoden vrijwel niet mogelijk is,’ zegt Gil Bohrer van de Ohio State University, 
die eveneens deelneemt aan ICARUS. Niet alleen waarschuwt de dierenwereld de mens voor natuurrampen, ze is ook behulpzaam bij een betere 
bescherming van de natuur zelf.

    Auteur: Jan Oliver Löfken
    Vertaler: Pieter Sterutker

    CONTEXT: Truffels, drugs, darmkanker

    Vanwege hun fijne neus staan honden hoog aangeschreven als levende sensoren. Op luchthavens en bij grensovergangen sporen ze de kleinste hoeveelheden drugs en springstof op. Fijnproevers schakelen de dieren in om op vochtige bosgrond truffels te lokaliseren; de hond heeft het varken allang de loef afgestoken. Speciale hulphonden waarschuwen diabetespatiënten voor een te lage bloedsuikerspiegel en epileptici voor een komende aanval. Kennelijk registreren ze een dalende zuurstofsaturatie van het bloed. Zelfs voor een vroege diagnose van kanker zouden honden geschikt zijn. Volgens enkele kleine studies kunnen ze borst-, nier- en longkanker herkennen aan de geur van de adem of de urine van een patiënt. Onduidelijk is echter welke stoffen de honden hierbij ruiken. Een systematische studie met verscheidene hondenrassen – onder andere labradors, riesenschnauzers en herdershonden – heeft de hoop op een vroege diagnose van kanker echter getemperd. Na een training van enkele maanden – analoog aan die van drugshonden – was 45 tot 74 procent van de diagnoses juist, een veel te laag percentage om betrouwbare uitspraken over de aanwezigheid van de ziekte te doen.