Tag: grachten

  • 4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    Om de druk op zijn stratennetwerk te verlichten en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers, wil de Thaise hoofdstad zijn historische waterwegen in ere herstellen.

    Lopen in Bangkok is een ramp. Autorijden is er ook geen pretje, maar altijd nog beter dan dat je de vieze, slecht onderhouden hindernisbanen moet trotseren die hier voor trottoirs doorgaan. Bovendien heb je in de auto iets minder last van de lucht die steeds zwaarder vervuild is – mede door al die auto’s.

    Hoe valt die vicieuze cirkel te doorbreken? Stel dat je voor een afstandje van een kilometer of twee niet de motor of de taxi hoeft te pakken, maar gewoon kunt lopen of fietsen langs stromend water omzoomd door vegetatie. Het mag klinken als een sprookje, maar het kan: door terug te keren naar Bangkoks verleden en de historische waterwegen in ere te herstellen die zijn verwaarloosd of gedempt om ruimte te scheppen voor de auto.

    Dat is de gedachte achter een proefproject voor het herstel van het uitgebreide netwerk van khlongs (grachten), waaraan de Thaise hoofdstad ooit zijn bijnaam ‘Venetië van het Oosten’ dankte. Door deze waterwegen op te knappen en in de infrastructuur te integreren hoopt het Cycling-Canal-Community Project een eind te maken aan de vervoersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok een onleefbare, dystopische smogstad wordt. ‘Bangkok is gebouwd rond een netwerk van grachten en rivieren,’ zegt projectleidster Kanjanee Budhimedhee. ‘Die grachten waren een uniek stadskenmerk, maar we hebben ze gedempt om wegen aan te leggen. De resterende grachten veroorzaken nu vooral problemen. Die zijn een vergaarbak van afval en een bron van stank.’


    Een watertaxi in Bangkok.
    Een watertaxi in Bangkok.

    Kanjanees eerste doel is een autovrije looproute langs 10 kilometer grachtkant in het zuidwesten van Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat lukt, is het een potentiële verbindingsroute voor tienduizend bewoners in tien wijken. ‘Dit soort grachten liggen overal in Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt ze. Als die kanalen weer op elkaar kunnen worden aangesloten en op de grote openbaarvervoersnetwerken in de stad – boten, bussen en treinen – kan het volgens Kanjanee ‘een geweldig alternatief worden, en een reële optie’ voor mensen die niet afhankelijk willen zijn van auto’s. Het kan ook een uitbreiding betekenen van het aantal vervoersopties, mensen aanmoedigen om meer te lopen en te fietsen, en zodoende het aantal auto’s op straat terugdringen. Bovendien zal het helpen de stank van de khlongs te verminderen.

    Elders ter wereld heeft de methode haar succes al bewezen. Er zijn meer steden waar verwaarloosde grachten en rivieren ‘herontdekt’ en gerestaureerd zijn, met verhoging van de levenskwaliteit – en de vastgoedprijzen – als gevolg. Tien jaar geleden werd de zwaar vervuilde stadsbeek Cheonggyecheon in Seoul omgetoverd tot een groene oase die de inwoners van deze betonjungle wat natuur biedt. De groenstrook biedt verkoeling en zorgt voor minder vervuiling en meer stadsfauna.

    Dat effect streeft Kanjanee met haar initiatief ook na. In 2016 is het project goedgekeurd en gefinancierd, maar het team is nog steeds met lokale bestuurders in onderhandeling over de precieze uitvoering. ‘We hebben wel geprobeerd om het in een of twee wijken door te drukken, maar we stuiten steeds op verzet. Dat de bewoners langs de grachten bijvoorbeeld bezwaar maken tegen de route,’ zegt Kanjanee. ‘Maar we hebben de overheid al gezegd dat wij desnoods bij iedereen willen langsgaan om erover te praten.’

    Vergeten en verwaarloosd

    De oude waterwegen van Bangkok ‘waren niet berekend op straten en voetpaden’ en tegenwoordig ‘is er geen ruimte meer voor wegen,’ zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaand landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in de stedenbouw. Straten beslaan maar 7 procent van het oppervlak van Bangkok, terwijl het gemiddelde in de meeste steden tussen de 20 en 25 procent ligt, volgens een studie door het Centrum voor Stedenbouw en ontwikkeling van de Chulalongkorn-universiteit. Yossapon zegt dat lopen en reizen met het openbaar vervoer in de hoofdstad ontmoedigd worden door de infrastructuur, zodat mensen veel te lang opgesloten zitten in hun auto. Dat verhindert ‘dat we andere mensen ontmoeten’ en in harmonie met de stad leven, zegt hij: ‘We missen kansen op betrokkenheid.’

    Meer wegen aanleggen is geen oplossing, maar ruimte afpakken van de auto ook niet, zegt Kanjanee. Dat heeft ze in haar tien jaar als stadsontwikkelaar wel gemerkt: voetgangers en fietszones instellen door ruimte ‘in te pikken’ die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, dat ‘werkt niet’. Vandaar dat ze de oplossing zoekt in de vergeten en verwaarloosde stukjes van het 2200 kilometer lange netwerk van 1161 grachten. Het project vordert traag, maar Kanjanee blijft hopen dat ze dankzij de evidente voordelen – en de lage kosten – bewoners over de streep kan trekken. Naarmate mensen minder in de auto zitten en meer gebruikmaken van de openbare ruimte, zal daarin ook meer worden geïnvesteerd, denkt Yossapon. ‘Als mensen er veel gebruik van maken, is de overheid wel verplicht om er goed voor te zorgen,’ zegt hij. ‘Dat heeft uiteindelijk invloed op de hele leefomgeving van de stad, die er alleen maar beter van zal worden.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai
    Vertaler: Frank Lekens

    Dit artikel verscheen eerder in iets andere vorm in 360 # 139.

    Khao Sod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khao Sod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    De Thaise hoofdstad Bangkok slibt dicht. Daarom wil men de kanalen nieuw leven inblazen die de stad ooit de bijnaam ‘het Venetië van het Oosten’ opleverden.

    Op straat lopen in Bangkok is verschrikkelijk. Autorijden in de stad is al niet veel beter, maar dan vermijd je tenminste de trottoirs, die een soort vieze, kapotte hindernisbanen zijn. Ook betekent autorijden minder directe blootstelling aan de lucht die almaar vervuilder wordt – voor een deel vanwege al die auto’s.

    Hoe kan die vicieuze cirkel doorbroken worden? Stel dat je, als je zo’n twee kilometer verderop moet zijn, door een groene corridor van bomen en stromend water zou kunnen lopen of fietsen in plaats van de motor of een taxi te nemen? Het klinkt misschien als een onwaarschijnlijke fantasie, maar het kan bereikt worden door terug te keren naar Bangkoks verleden en de kanalen, die zijn verwaarloosd of onder het asfalt begraven liggen om de auto ruim baan te geven, in ere te herstellen.

    Dat is het idee achter een proefproject om het uitgebreide netwerk van khlong, of kanalen, waardoor de hoofdstad ooit het ‘Venetië van het Oosten’ werd genoemd, nieuw leven in te blazen. Door die waterwegen op te knappen en ze aan te sluiten op het transportnetwerk ziet het Cycling Canal and Community Project mogelijkheid een einde te maken aan de verkeersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok wegglijdt in een onleefbare, vieze dystopie.

    ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden’

    ‘Bangkok is gebouwd op netwerken van rivieren en kanalen,’ zegt Kanjanee Budhimedhee, hoofd van het project. ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden. Ze worden verstopt door vuilnis en ze verspreiden een smerige stank.’

    Het doel is te beginnen met een autovrije route langs de tien kilometer aan kanalen in zuidwest-Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat een succes wordt, zouden zo’n tienduizend mensen in ongeveer tien gemeenschappen van die doorgang kunnen profiteren. ‘Dit soort corridors langs kanalen bestaat al door heel Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt Kanjanee.

    Als de corridors aaneengeschakeld worden en gaan dienen als toevoerwegen naar het transportsysteem in de stad – boten, bussen en treinen – zullen ze volgens haar ‘een belangrijk alternatief en een wezenlijke optie vormen voor mensen’ die geen gebruik willen maken van de auto. Het zou ook meer veilige en efficiënte vormen van lokaal vervoer betekenen, terwijl de mensen tegelijkertijd worden aangemoedigd om te lopen en te fietsen, waardoor het aantal auto’s op straat zal afnemen. En als de kanalen worden opgeknapt, zal ook de khlong-stank afnemen.


    Het is een idee dat succesvol is gebleken in steden over de hele wereld, waar men in onbruik geraakte rivieren en kanalen heeft opgeknapt om de kwaliteit van het leven te verhogen – en daarmee ook de waarde van het onroerend goed.

    Tien jaar geleden veranderde Seoel zijn extreem vervuilde rivier de Cheonggyecheon in een wonder van groen dat de natuur terugbracht naar bewoners in het hart van de asfaltjungle. Daardoor daalde ook de temperatuur, nam de vervuiling af en bloeide het dierenleven weer op.

    Iets dergelijks hoopt Kanjanee te bereiken met haar initiatief. Nadat het project in 2016 werd goedgekeurd en er geld voor werd vrijgemaakt, is het team erachter nog steeds in onderhandeling met lokale partijen over het ontwerp en de constructie.

    ‘We hebben vaak geprobeerd het er in districten door te krijgen bij het bestuur, maar er zijn veel conflicten. Sommige routes die we hadden uitgekozen, stuitten op onvrede bij de mensen die er woonden,’ vertelt Kanjanee. ‘We hebben tegen het bestuur gezegd dat we, als zij dat goed vinden, zo nodig met elk huishouden daar willen gaan praten.’


    Bangkoks oude, op water gebaseerde vervoersnetwerk ‘was niet voorbereid op straten en trottoirs’ en nu ‘kunnen we geen ruimte meer vinden voor wegen’, zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaande landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in stadsplanning.

    Straten beslaan slechts zeven procent van de grond in Bangkok, terwijl dat percentage volgens een studie van het Urban Design and Development Center of Chulalongkorn University in de meeste steden twintig tot vijfentwintig bedraagt.

    Gevangen in de auto

    Hij vindt dat de hoofdstad mensen ontmoedigt om te lopen of gebruik te maken van het openbaar vervoer, waardoor velen te lang gevangen zitten in hun auto. Die factoren zorgen er weer voor ‘dat we te weinig andere mensen ontmoeten’ en geen kans krijgen om ons in de stad op ons gemak te voelen. ‘We missen mogelijkheden om deel te nemen aan het stadsleven,’ voegt hij eraan toe.

    Meer wegen aanleggen is geen duurzame oplossing en de ruimte terugeisen van auto’s zal ook niet werken. Kanjanee zegt dat ze, in de tien jaar dat ze nu in stadontwikkeling werkt, heeft gemerkt dat pogingen om meer voetgangers- en fietszones aan te leggen door de ruimte te confisqueren die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, ‘niet werken’. Daarom zag ze een potentiële oplossing in de veronachtzaamde gebieden langs de 1161 kanalen in de hoofdstad die wel 2200 kilometer lang zijn.

    Hoewel het project maar langzaam vordert, blijft Kanjanee van mening dat de voordelen – en de lage kosten – de steun van de lokale inwoners zullen krijgen.

    Yossapon meent dat het meer investeringen in gedeelde ruimten zal opleveren als je mensen zover krijgt dat ze de auto laten staan. ‘Als het publiek veel gebruikmaakt van de openbare ruimte, dan is de regering verplicht die in goede staat te houden,’ zegt hij. ‘Dat zal uiteindelijk leiden tot een verbetering van de stadsomgeving.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai

    Openingsbeeld: Kinderen spelen in een kanaal bij een sloppenwijk in het centrum van Bangkok. – © Getty Images

    Khaosod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khaosod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • Amsterdam 
op de fiets: 
wie remt, verliest

    Amsterdam 
op de fiets: 
wie remt, verliest

    Het hectische fietsverkeer in Amsterdam kan intimiderend zijn voor buitenstaanders. Kun je als toerist meekomen? De Duitse journaliste Katja Schnitzler neemt de proef op de som.

    Op de eerste brug kom ik erachter dat mijn fiets niet remt. Van links komt een Amsterdammer op zijn rijwiel, dat men hier ‘fiets’ noemt, aan sjezen. Niet alleen aan mijn gezicht ziet hij dat we elk moment op elkaar zullen gaan knallen. De fietsverhuurder had zo-even nog gezegd dat elke Amsterdammer liever een terugtraprem heeft dan een handrem: ‘Die kan gewoon beter tegen een stootje en hoeft niet constant gerepareerd te worden.’ Toen wist ik nog niet dat ook hij het kennelijk te veel moeite vond om de handremmen van mijn huurfiets te repareren.

    Bij de brug trapt de Amsterdammer dus terug, zo hard hij kan, terwijl ik met mijn schoenzolen over de straat schuur. Maar goed dat ik ze de komende twee dagen niet al te veel ga belasten. Ik wil Amsterdam niet lopend, maar fietsend verkennen. Welke stad zou zich daar beter voor lenen?

    Onze voorwielen raken elkaar bijna als we tot stilstand komen. Typisch geval van een toerist. Alleen die houden zich niet aan de ongeschreven fietsersregels van Amsterdam:

    1. Geremd wordt er niet.
    2. Ook niet ingeval van kleinigheden zoals andere fietsers, zebrapaden of voorrang voor rechts.
    3. Of een rood stoplicht.
    4. Obstakels worden hooguit omzeild, maar zijn geen reden om te stoppen.

    Zelfs de politie vindt het niet nodig om met de fiets te stoppen enkel en alleen omdat het licht op rood gesprongen is: kennelijk hebben fietsers in Amsterdam altijd voorrang – en proberen zij uit hoe ver ze op de kruising kunnen komen. Pas vlak voor een motorkap houden ze in en laten ze de automobilist welwillend voor gaan. Voor hen betekenen voetgangers bewegende slalomstangen die, in het geval van toeristen, af en toe recht voor de banden springen. Alles stroomt, en hard ook.

    De slingerende toerist wordt zachtjes bij de schouder gepakt, weer in het juist spoor gebracht en terug richting stoep geduwd

    Omafietsen worden alleen buiten Amsterdam gezapig bereden, in deze grachtenstad moet het pijlsnel. Niet vanwege de hectiek van de grote stad, maar vanwege de bruggen. Om niet bij elk van de vele stenen bogen over een gracht weer vaart te moeten trappen, zijn de lokale fietsers simpelweg constant in ijltempo op pad. Op het moment dat ik denk dat ik wel zo’n beetje aan de plaatselijke maximumsnelheid zit, word ik losjes voorbij gefietst door een hooggehakte vrouw in een mantelpakje.

    Ondanks het hoge tempo draagt niemand hier een helm. Zelfs kleine kinderen laten hun haren in de wind wapperen terwijl ze op eigenhandig aangelaste stangen boven het voorwiel van vaders fiets met de armen over elkaar geslagen staan te mokken omdat papa gewoon de ijssalon voorbij is gesuisd.

    Na een paar minuten is het echt leuk om per fiets de oude wijken van Amsterdam te verkennen – tenminste, als je doorhebt hoe het moet. Amsterdam is de ideale stad voor fietsers: de straatstenen zijn vlak en vaak in visgraadmotief gelegd, zelden laten gaten in het wegdek de bestuurder voelen dat zijn fiets vrijwel elke vering ontbeert. In de smalle straten herinneren drempels je er steeds weer aan om niet al te hard te rijden – maar ook deze oneffenheid is maar een lichte golfje dat niet doet afremmen.

    Met name de grachtengordel rond het oude centrum met de rosse buurt heeft veel weg van een versteende zee met huizen die tegen elkaar leunen. De gevels buigen voorover, wat het gevoel van beweging nog versterkt. Deze smalle huizen van machthebbers en gegoede burgers lijken zich welwillend te keren naar de mensen op straat. Daartussen flitsen de fietsers als haringen in een school. En die komen toch ook niet met elkaar in botsing.

    Alvorens zelf in die zee te duiken, kun je het best even op een terrasje gaan zitten en kijken: twee fietsers naderen elkaar pijlsnel, negeren natuurlijk ‘rechts heeft voorrang’, de een suist vlak voor de ander over de kruising zonder dat een van hen ook maar een ietsepietsje inhoudt. Een kwestie van centimeters – nee, millimeters. Waar men elders tekeer zou gaan, dreigen, schreeuwen, haalt men hier niet eens de schouders op.

    © Herman Wouters / HH
    © Herman Wouters / HH

    De Heren-, Keizers- of Prinsengracht zijn geschikt om te oefenen. Niet alleen vanwege de schitterende grachtenhuiscoulisse. Het verkeer is overzichtelijk, automobilisten proberen deze smalle straten zo veel mogelijk te vermijden. Algauw ben ik erachter dat mijn fiets toch langzamer gaat als ik met alle kracht de punten van mijn handremmen helemaal omhoog trek. En wanneer ik een brug sneller moet nemen om net voor een andere fiets het volgende straatje in te suizen.

    Bovendien leer ik heel snel: wie stoppen wil, geeft dat aan door zijn hand uit te steken, zoals elders wanneer je afslaat. Alleen toeristen remmen zonder dat aan te geven en veroorzaken zo bijna-kop-staartbotsingen, wanneer ze weer eens iets bezienswaardigs hebben ontdekt. Dus ongeveer elke twintig meter.

    Omdat Amsterdam zo rijk is aan mooie gebouwen, gevels, façades, bruggen en kerken – de stad is tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels voor bombardementen gespaard gebleven – komen toeristen niet alleen voortdurend tot stilstand. Ze zwenken onder het rijden ook nog eens heen en weer, omdat ze van verbazing vergeten te sturen.

    Gelukkig is een Amsterdammer niet alleen ontspannen, maar altijd – ook op de fiets – uiterst vriendelijk en voorkomend. De slingerende toerist wordt zachtjes bij de schouder gepakt, weer in het juist spoor gebracht en terug richting stoep geduwd. Dat alles natuurlijk in het voorbijrijden, een reden tot remmen is het zeker niet.

    Terwijl in Duitsland heel veel bestuurders erop vertrouwen dat een fietser graag wil blijven leven, weet de Amsterdammer dat automobilisten hier slechts geduld worden

    En automobilisten? Die rijden voorzichtig omdat overal, vanuit alle richtingen fietsers zouden kunnen komen. Terwijl in Duitsland heel veel bestuurders erop vertrouwen dat een fietser graag wil blijven leven en daarom zelf wel goed op zal letten, weet de Amsterdammer dat automobilisten hier slechts geduld worden.

    Onderweg door smalle en brede straten, over bruggen en via ruime, rood gemarkeerde fietspaden wordt duidelijk wat de werkelijke reden is dat Amsterdammers niet zonder terugtraprem kunnen: ze hebben geen handen over om te remmen. Ze eten een ijsje, roken, zijn in de weer met hun smartphone of rijden hand in hand. Echt gelukkig lijken ze alleen te zijn als ze zich op twee wielen kunnen voortbewegen.

    Ouders die met gespannen gezicht een kinderwagen over de schuin liggende trottoirs duwen, lijken aan het eind van hun Latijn. Dat in tegenstelling tot de stralende moeder die haar baby in een draagdoek heeft gebonden en daarmee in het gebruikelijke tempo door de straten flitst. Amsterdamse kinderen groeien letterlijk op op de fiets, ze zijn ware natural born bikers.

    Later kunnen ze de fiets van hun ouders overnemen, het zou niet eens opvallen: vrijwel alle fietsen zijn van stevig materiaal en vertonen duidelijke sporen van gebruik. Een licht lopende mountainbike zie je zelden. Niet alleen omdat bergen ontbreken, maar ook omdat het hoogst diefstalgevoelig zou zijn. Zelfs een oude rammelkast wordt hier minstens twee maal op slot gedaan.

    Alles dus oké in de Amsterdamse fietserswereld? Eigenlijk wel. Als er tenminste geen scooters zouden zijn

    Zelfs na vijftien uur op pad te zijn geweest doen mijn voeten geen pijn, op de pedalen kunnen ze uitrusten van de wandelingen door grachtenhuizen en musea. In plaats van maar een paar punten af te lopen kun je zo de stad echt leren kennen. Wie het op de enkele niet zo mooie hoeken in Amsterdam niet bevalt, rijdt gewoon verder – bijvoorbeeld ’s ochtends door de rosse buurt die naar alcoholpis stinkt en waar, vlak achter de Oude Kerk, vrouwen in lingerie zich in etalages te koop aanbieden.

    Een paar minuten later ben ik in een andere wereld. Hij ligt maar een klein stukje verderop, achter de grachten, in de voormalige arbeidersbuurt de Jordaan. Ergens anders zou dit een prachtwijk zijn: op de begane grond zijn winkeltjes en woonhuizen als uit een designcatalogus, alleen is het hier gemoedelijk en zijn de ingangen door rozen omrankt. Je ziet hier maar weinig toeristen, want afgezien van de Noorderkerk zijn er geen afzonderlijke bezienswaardigheden – maar de buurt op zich is alleszins de moeite van het ontdekken waard. Alleen is het lopend geen doel dat toeristen na het naburige Anne Frank-huis of de Westerkerk zomaar even mee zouden nemen.

    Als fietser rij ik recht onder het Rijksmuseum door naar het Museumplein. Lopend zou je opnieuw een stevige – en als je niet meer dan twee dagen hebt, tijdrovende – mars voor de boeg hebben en zou je je wellicht liever op het grasveld voor de musea werpen dan van kunstwerk naar schilderij en sculptuur stappen. Maar op de fiets doet hooguit het achterwerk pijn, en niet eens al te erg. De typerende zin van een stadstoerist – ‘ik kan geen stap meer verzetten’ – is aan de fietstoerist niet besteed.

    Ik maak mijn slot los – het ziet eruit, klinkt en weegt ook bijna net zo veel als een ankerketting – en flits verder naar het Vondelpark voor een snack in het theehuis. Dat heeft veel weg van een blauwwitte ufo die een tijdje geleden tussen de fraai aangelegde vijvers is geland en meteen maar is gebleven.

    Scooters

    Slechts enkele minuten later is een fietstoerist terug in het centrum om met een drankje aan zijn favoriete gracht de middag af te sluiten, de diversiteit aan gevels en façades te bestuderen en te observeren hoe er steeds meer vrijetijdsverkeer komt: de Amsterdammers steken van wal in kleine bootjes, voorzien van bier, wijn en zitkussens, ze toeren even achteloos door de grachten als eerder per fiets over de bruggen.

    Alleen voor een uitstapje in de schemering per boot blijft de fiets staan, maar niet lang: op een zachte avond is het ook vlak voor middernacht nog leuk om met de fiets over de parallel lopende Prinsen-, Keizers- en Herengracht te flitsen.

    Alles dus oké in de Amsterdamse fietserswereld? Eigenlijk wel. Als er tenminste geen scooters zouden zijn. Die noemt men hier naar het geluid dat ze maken bromfiets en zij eisen dezelfde ruimte op als de fietsen: ook zij rijden over de fietspaden langs de doorgangswegen, ook zij slingeren tussen groepjes voetgangers door, ook zij remmen niet. De bromfietsers suizen rond zonder zich ook maar enigszins in te spannen, zogezegd de watjes tussen alles op twee wielen in Amsterdam. Ook zij doen het zonder helm. Alleen: ze zijn veel lawaaiiger. Geen wonder dat de Amsterdammer wel eens zijn onverstoorbaarheid verliest als zo’n knetterende bromfiets echt op zijn voorrang staat en zo een vrouw op een fiets uit haar evenwicht brengt.

    In de zee zou een bromfiets de vis zijn die eenvoudigweg dwars door de school heel zwemt. De klemgereden vrouw en ik wisselen veelbetekenende blikken. Wij fietsers in Amsterdam zitten nou eenmaal op dezelfde golflengte.

    Auteur: Katja Schnitzler
    Vertaler: Marten de Vries

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 445.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.