Tag: greenwashing

  • Italië beboet Shein met 1 miljoen euro wegens greenwashing

    Italië beboet Shein met 1 miljoen euro wegens greenwashing

    Eerder legde Frankrijk al een boete op van 40 miljoen euro

    De Chinese fastfashiongigant Shein heeft een boete van 1 miljoen euro gekregen van de Italiaanse mededingingsautoriteit AGCM wegens greenwashing. Dat schrijft Politico. Volgens de toezichthouder misleidt het bedrijf consumenten met vage of onjuiste informatie over de duurzaamheid van de kleding.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Shein promoot zijn ‘evoluSHEIN by design’-collectie als milieuvriendelijker, onder meer door het gebruik van ‘groene vezels’. Volgens AGCM kan dit consumenten de indruk geven dat de kleding volledig recyclebaar is. Ook noemt de toezichthouder klimaatbeloftes van Shein ‘vaag‘ en ‘tegenstrijdig’, mede vanwege een toename van de uitstoot in 2023 en 2024.

    Shein zegt in een reactie dat het onmiddellijk maatregelen heeft genomen, waaronder strengere interne controles en aanpassingen aan de website.

    Italië is na Frankrijk het tweede EU-land dat Shein beboet wegens misleidende claims. In juli legde Frankrijk een boete van 40 miljoen euro op. Daarnaast onderzoekt de Europese Commissie het Chinese e-commercebedrijf momenteel voor andere mogelijke overtredingen van consumentenwetgeving.

  • Dubais greenwashpraktijken

    Dubais greenwashpraktijken

    In november is Dubai gastheer van de VN-conferentie over klimaatverandering. Het Arabische land streeft naar een groen imago, maar blijft waarschijnlijk nog lang afhankelijk van fossiele brandstoffen.

    ‘Het spijt me heel erg, want dit is niet normaal voor de maand mei,’ zegt Joumana met verontwaardigde blik tegen een groepje journalisten. Joumana werkt voor de afdeling Toerisme- en Handelsmarketing van het ministerie van Economische Zaken van Dubai. Haar taak is om Dubai op het wereldtoneel een beter en groener imago te bezorgen in de aanloop naar de 28ste con­ferentie over klimaatverandering (COP28), die in november zal plaats­vinden.

    Alsof dat niet lastig genoeg is, zegt ze, regent het nu ook nog. Althans, het regent zachtjes en heel kort, zoals altijd in Dubai. Er slaan een paar druppels tegen de voorruit. Na drie minuten is het weer voorbij.

    Op deze maandagochtend is het uitzonderlijk warm in Dubai, vertelt Joumana. Vorige week was het weer nog heerlijk, tussen de 25 en 30 graden. Van de herfst tot de lente trekt de aangename temperatuur honderdduizenden toeristen. Maar nu nadert de thermometer de 40 graden, wat op zich niet vreemd is in de Arabische woestijn.

    Het zonnepark typeert de historische ontwikkeling van Dubai: in januari 2012 besloot de emir tot de bouw van een zonnepark in de woestijn

    We rijden naar het Mohammed bin Rashid Al Maktoum Solar Park, 50 kilometer van Dubai vandaan. Het park is vernoemd naar de doorgaans nogal nors ogende sjeik Maktoum. Deze absolutistische ‘heerser van Dubai’ is tevens vicepresident, premier en minister van Defensie van de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Van de zeven emiraten is behalve Dubai alleen Abu Dhabi, de hoofdstad van de VAE, in het Westen algemeen bekend.

    Het zonnepark typeert de historische ontwikkeling van Dubai: in januari 2012 besloot de emir tot de bouw van een zonnepark in de woestijn. Krap twee jaar later waren de eerste dertien megawatt aangesloten op het elektriciteitsnet; inmiddels is de zesde uitbreidingsfase in gang gezet. Het zonnepark beslaat nu een gebied van 127 vierkante kilometer en produceert 15 procent van de elektriciteit in Dubai. Aangezien de bevolking in de zomermaanden, van mei tot de herfst, eigenlijk alleen kan leven met constant draaiende airconditioning, is het elektriciteitsverbruik enorm.

    Waterstof

    Om ervoor te zorgen dat ook na zonsondergang elektriciteit kan worden opgewekt, hebben de ingenieurs centrales voor thermische zonne-energie en waterstofbatterijen gebouwd. Een thermische zonne-energiecentrale werkt als volgt: honderden spiegels sturen het zonlicht naar een toren waarin zout onder invloed van de hitte vloeibaar wordt. De hitte blijft daar lange tijd opgeslagen. Het vloeibare zout dient om water te verwarmen, en ’s nachts wordt in stoomturbines elektriciteit opgewekt. Waterstofbatterijen werken op een vergelijkbare manier. Met zonne-energie wordt water via elektrolyse gesplitst. De waterstof die daarbij vrijkomt, wordt opgeslagen in een enorme tank en na zonsondergang verbrand in de dieselmotor van een schip, waardoor elektriciteit ontstaat.

    Volgens een technicus zou een brandstofcel zinniger zijn, maar voorlopig is gekozen voor een verbrandingsmotor. Duitse technologie maakt het mogelijk om pure waterstof te verbranden zonder toevoeging van fossiel aardgas, zodat waterdamp de enige uitstoot is.

    Alle windturbines die op de testbasis zijn opgezet, zijn inmiddels ontmanteld en verkocht

    De exploitant van de centrale is de machtige DEWA (Dubai Electricity and Water Authority). Een vertegenwoordiger van DEWA wijst erop dat de pompcentrale in de bergen van Hatta, ten oosten van Dubai, binnenkort in gebruik wordt genomen. Tachtig procent van de centrale is al gereed. Hier wordt met groene energie het water naar het bovenste bassin gepompt. Via een turbine van 250 megawatt stroomt het water naargelang de behoefte weer naar beneden. Het enige waar DEWA-technici echt geen toekomst in zien, is windenergie: dat is domweg geen realistisch plan. Alle windturbines die op de testbasis zijn opgezet, zijn inmiddels ontmanteld en verkocht.

    Naar verwachting kondigt sjeik Maktoum binnenkort een groot nieuw project aan: de waterstofstrategie van Dubai. Het gerucht gaat dat Dubai tegen het midden van deze eeuw een van de grootste producenten van deze klimaatneutrale energiebron wil worden. Dat heeft ook gevolgen voor Europa. Het lijdt immers geen twijfel dat sommige economische sectoren in de toekomst niet meer zonder energie-import kunnen.

    Te weinig CO2

    Het is nog niet duidelijk hoe de waterstof vanuit het Midden-Oosten naar Europa en de rest van de wereld zal worden vervoerd. Waterstof kan in gasvorm namelijk niet in grote hoeveelheden worden verplaatst en moet eerst worden gekoeld tot bijna het absolute nulpunt om vloeibaar te blijven: min 252 °C. Hoogstwaarschijnlijk zal de waterstof worden omgezet in (zeer giftig) ammoniak, methanol of e-brandstoffen. Maar voor die laatste optie is veel CO2 nodig, waarvan de oliestaat VAE vreemd genoeg veel te weinig heeft.

    Fossiele brandstoffen

    Oostenrijkse bedrijven zijn betrokken bij een project van de Italiaanse gasnetbeheerder SNAM, dat tegen 2030 waterstof uit Tunesië en Algerije via pijpleidingen naar Oostenrijk en Beieren wil brengen. Maar om Arabische waterstof te kunnen vervoeren, is in de havens van de exportlanden een geheel nieuwe infrastructuur nodig, bijvoorbeeld om het in ammoniak verpakte waterstof weer ‘vrij te maken’. Het feit dat dergelijke fundamentele vraagstukken in 2023 nog niet zijn opgelost, verkleint de kans op een snelle energietransformatie. Zo’n infrastructuur kan immers niet van de ene op de andere dag worden gerealiseerd.

    Om Arabische waterstof te kunnen vervoeren, is een geheel nieuwe infrastructuur nodig

    Dubais beweegredenen om de energieproductie te vergroenen zijn niet altruïstisch; dat het land zich richt op alternatieve energiebronnen is vooral uit noodzaak. Het emiraat heeft altijd geld verdiend met fossiele brandstoffen. Maar terwijl bijna alle buurstaten aan de Perzische Golf, en vooral de naburige stad Abu Dhabi, grote olie- en gasvoorraden hebben, bestaat slechts zo’n 5 procent van de economische output van Dubai uit olie en gas. Dat verklaart ook waarom Dubai een supermacht is op het gebied van vastgoed, gespecialiseerd in hoogbouw en gigantische hotelcomplexen. Het is een paradijs voor miljonairs van over de hele wereld die lage belastingen en een nieuwe thuisbasis zoeken. Er wonen tegenwoordig ongeveer 3,5 miljoen mensen in Dubai, waarvan maar liefst 85 procent buitenlanders; voornamelijk Indiërs, Pakistanen en Arabieren uit buurlanden. Het land is door en door  internationaal. Daarnaast heeft het zo’n honderdduizend hotelkamers, vooral te vinden aan de kust, waar de hotelresorts zo groot zijn dat het lijkt alsof het geld er uit de lucht kwam vallen.

    Het is weinig verrassend dat Dubai architectonische records najaagt: in 2010 werd de Burj Khalifa gebouwd, dat met een duizelingwekkende hoogte van 828 meter de hoogste wolkenkrabber ter wereld is. In Dubai vind je tevens het grootste winkelcentrum ter wereld, het grootste reuzenrad, het hotel met de meeste verdiepingen, het grootste waterpark, de snelste politieauto’s en ga zo maar door.

    Maar op het gebied van voedselproductie loopt Dubai achter. De Emiraten behoren tot de groep landen met de kleinste voedselautonomie en de grootste voedselimport. De heerser van Dubai was daar kennelijk ontevreden over: in 2021 lanceerde hij de Food Tech Valley, een tamelijk uniek project dat zich richt op het onderzoeken en produceren van voedsel. En dat in een gebied waar conventionele landbouwtechnieken nagenoeg onmogelijk zijn door gebrek aan grond en water en de hitte in de zomermaanden.

    Vlak naast de enorme luchthaven van Dubai staat een groot, rechthoekig blok waarop boven de ingang ‘Bustanica’ staat. Weer zo’n recordbouwproject: het is de grootste verticale ‘boerderij’ ter wereld. Aron Moore begroet de bezoekers vriendelijk en legt uit wat er gebeurt in de hal van dertigduizend vierkante meter. De Australische Moore komt uit de industriële landbouwsector. Voordat hij naar Dubai vertrok, verdiende hij zijn geld in Australië en Zuidoost-Azië. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in allerlei soorten sla en kruiden. Nu wordt er onderzoek gedaan naar aardbeien. Volgens Aron is dat de ultieme test voor een verticale boerderij, want niets bederft sneller dan verse, zoete aardbeien.

    ‘Data meets delicious’

    De fabriek staat vlak naast de voedselfaciliteit van luchtvaartmaatschappij Emirates, die een veilige bron van verse groenten wil. De luchtvaartmaatschappij, vervolgt Aron, is slechts een van de vele klanten; de groenten van Bustanica worden ook verkocht in lokale supermarkten en het zijn niet eens de duurste producten in de schappen.

    Aron legt uit dat elk gewas onder specifieke omstandigheden gedijt, die tot voor kort nog nooit zo precies konden worden nagebootst. Duizenden sensoren houden toezicht op het groeiproces van de planten, en technici kunnen alle factoren reguleren: temperatuur, golflengte van het licht, duur van de dag-en-nachtcyclus, de toevoer van water en voedingsstoffen, luchtvochtigheid en zelfs de CO2-concentratie, die hier ongeveer twee keer zo hoog is als in de natuur. De toepasselijke slogan luidt: ‘Data meets delicious’. Momenteel kan er ongeveer 1,3 ton sla per dag worden geoogst en tegen het einde van het jaar moet dat zelfs drie ton per dag zijn. Dan moet het ook mogelijk zijn om aardbeien aan te bieden.

    De planten hebben zelfs geen aarde nodig; een oplossing met voedingsstoffen is toereikend

    Tegen verwachting in smaken de bladgroenten knapperig en vers en ze kunnen zo uit de rekken geproefd worden, want er zijn bij deze manier van telen geen pesticiden nodig. De planten hebben zelfs geen aarde nodig; een oplossing met voedingsstoffen is toereikend. Werknemers en bezoekers moeten beschermende kleding dragen, zoals haarnetjes en chirurgische maskers. Omdat de meststof de stekjes direct via het water bereikt, worden er geen broeikasgassen uitgestoten. Er is maar een kleine hoeveelheid water nodig, dat volledig wordt gerecycled, onder andere uit vocht in de lucht. Het doel is om zo jaarlijks 250 miljoen liter water te besparen. De fabriek heeft ongeveer 40 miljoen dollar gekost, vertelt Aron. Bij het volledige proces – van de kweek tot het handmatige verpakken – zijn ongeveer zeventig werknemers betrokken. Dit systeem kan natuurlijk geen voedselzekerheid bieden, want, zoals we weten, barsten salades niet van de calorieën.

    Veel verse sla

    Naar alle waarschijnlijkheid gaan we dus veel verse sla zien op de 28ste conferentie over klimaatverandering (COP28), die dit jaar plaatsvindt op het enorme Expo-terrein in het centrum van Dubai. De stad beroemt zich er overigens op dat ongeveer 80 procent van dat terrein, dat gebouwd werd voor de wereldtentoonstelling van 2020, nog steeds in gebruik is.

    Toch moeten we ervan uitgaan dat deze COP niet zonder grote meningsverschillen zal verlopen. Het hoofd van de nationale oliemaatschappij ADNOC, Sultan Ahmed al-Jaber, heeft ook het COP-voorzitterschap op zich genomen. Bij de Petersberg Klimaatdialoog in Berlijn in mei maakte hij al duidelijk dat de traditionele energiebronnen voorlopig nog deel uit zullen maken van onze energievoorziening. Klaarblijkelijk gaat het hem niet zozeer om het uitbannen van fossiele brandstoffen als wel om het beperken van de uitstoot van broeikasgassen – bijvoorbeeld door CO2 te filteren en in de grond te injecteren. Die opvatting brengt het risico met zich mee dat industrieën hun ‘brandstofswitch’ onmiddellijk weer zullen afblazen, terwijl bijvoorbeeld voor personenauto’s het filteren van CO2 nooit een realistische optie zal zijn; technisch gezien niet, en economisch al helemaal niet.

    Zes maanden voor de eigenlijke start van de conferentie hebben veel klimaatactivisten, na de eerste officiële berichten over Al-Jaber als kandidaat-voorzitter van de COP, de hoop op spannende nieuwe compromissen dan ook al opgegeven. Hoewel de voorzitter een neutrale bemiddelaar zou moeten zijn op het gebied van versnelde klimaatbescherming, is de verwachting nu al dat fossiele energie tijdens de 28ste VN-klimaatconferentie nauwelijks aan bod zal komen. 

  • ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    ‘Klimaatneutraal voedsel is een farce’

    Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Maar de informatie van fabrikanten is vaak niet transparant. Sommige spreken zelfs van ‘klimaatneutrale’ steaks of ‘klimaatpositieve’ babyvoeding. Niets anders dan greenwashing, aldus journalist Silvia Liebrich.

    De exotische mango heeft een glansrijke carrière achter de rug. Hij is naast zoet en sappig ook nog eens heel gezond – een superfood dus. In amper twintig jaar tijd heeft de tropische globetrotter een plek in de schappen van de supermarkt veroverd. Wat de consument in zijn winkelwagentje legt, komt meestal uit Zuid-Amerika, Zuid-Afrika of Thailand, en sinds kort ook uit Spanje en Italië – dankzij de opwarming van de aarde.

    Hier begint het probleem. Steeds meer consumenten vragen zich af hoe schadelijk hun voedsel is voor het klimaat. Wat veroorzaakt meer CO2? De mango uit Thailand die de halve wereld heeft afgereisd op een door diesel aangedreven containerschip, of het fruit uit Spanje dat tegen hoge kosten moet worden bevloeid? En hoeveel meer CO2 veroorzaakt een ingevlogen mango uit Brazilië, die – het moet gezegd – qua smaak moeilijk te overtreffen is? Kopers zoeken tevergeefs naar informatie.

    Voor één vrucht moeten een heleboel gegevens worden verzameld om een betrouwbare CO2-balans op te kunnen stellen. Welke machines worden op de plantage gebruikt, welke pesticiden en meststoffen? Levert de zon of een kolencentrale de energie voor de koelcel? En hoe zit het met verpakking, transport en logistiek? Het wordt nog ingewikkelder wanneer de mango belandt in yoghurt, ijs of een kant-en-klare Aziatische saus. Consumenten weten dat weinig of geen vlees eten hun eigen CO2-afdruk aanzienlijk verbetert. Maar dat alleen is niet genoeg. Uit studies blijkt dat veel mensen het klimaateffect van verschillende levensmiddelen verkeerd inschatten. Ze zien een bio-label ten onrechte als indicatie van klimaatvriendelijkheid.

    ‘Klimaatneutraal’

    Consumenten hebben betrouwbare informatie nodig, willen ze hun klimaatvoetafdruk kennen en kunnen naleven. Alleen voedingsleveranciers kunnen die informatie geven. Dit betekent dat de industrie en handel in voeding, net als andere sectoren, de komende jaren een enorm probleem moeten oplossen. Om de klimaatdoelstellingen te halen, moet de CO2-voetafdruk in de hele toeleveringsketen aanzienlijk worden verminderd. Duitsland wil in 2045 een redelijk klimaatneutrale economie hebben. De complete voedingssector – van land tot keukentafel en vuilnisbak – is goed voor 40 procent van de totale uitstoot in de Europese Unie. Er moet dus heel wat aan gesleuteld worden.

    De balans opmaken voor afzonderlijke levensmiddelen is een enorme uitdaging en gaat gepaard met fouten – zoveel is nu al duidelijk.

    De ‘klimaatneutrale’ biefstuk of zelfs ‘klimaatpositieve’ babyvoeding die het etiket belooft, is niets anders dan greenwashing. Zo’n label verdoezelt het feit dat geen enkel levensmiddel echt klimaatneutraal kan worden geproduceerd. In het beste geval worden producten ‘klimaatneutraal’ gemaakt doordat hun uitstoot wordt gecompenseerd met het planten van bomen. Met twijfelachtige uitkomst, want het is eenvoudigweg niet mogelijk om goed te voorspellen hoeveel CO2 dergelijke bossen op lange termijn daadwerkelijk opslaan. Geschikte gebieden zijn sowieso schaars. Bovendien blijken herbebossingsprojecten bij nader inzien een fabel te zijn. En zelfs als alles volgens het boekje verloopt, vormen natuurkrachten en menselijke roofbouw onvoorspelbare variabelen.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap

    Het label ‘klimaatneutraal’ is al helemaal een farce als bedrijven niet transparant maken hoe ze aan hun cijfers komen en tegelijkertijd nauwelijks iets doen om hun CO2-uitstoot in de hele toeleveringsketen te verminderen. Winkelketens als Rewe en Rossmann trokken hun labels in na kritiek van consumentenvoorvechters en een shitstorm in sociale media. De belangrijkste brancheorganisatie, de Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie, waarschuwt leden nadrukkelijk dat bedrijven zich met hun beloftes blootstellen aan greenwashing.

    Tot nu toe is het klimaatlabel op voedselverpakkingen vooral een reclameboodschap waarvan de consument het waarheidsgehalte niet kan controleren. Er ontbreken algemeen geldende normen voor beloftes over klimaatbescherming. De EU-Commissie wil die tekortkoming wegwerken met regels die vergelijkbaar zijn met de zogenaamde Health Claims van ruim vijftien jaar geleden. Het geschil over die voedings- en gezondheidsclaims sleepte zich jarenlang voort, en een soortgelijke situatie kan zich ook voordoen bij de klimaatbeloftes op voedingsmiddelen.

    Consumenten zijn daar niet mee geholpen. Zij hebben behoefte aan betrouwbare informatie over hoeveel broeikasgas de koekjes, chips, worst of melk in hun winkelwagentje daadwerkelijk veroorzaken, bij voorkeur uitgesplitst naar porties of gewicht. Informatie op de verpakking verwijst vaak naar honderd gram; een CO2-vermelding kan daar gemakkelijk aan worden toegevoegd. De lezer krijgt geleidelijk aan een gevoel voor verhoudingen, wat een positief neveneffect is. Wie leert dat koemelk vier keer zo veel CO2 produceert als havermelk, kiest misschien vaker voor het plantaardige alternatief.

    De Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren

    De voedingsindustrie moet zich aan deze eisen aanpassen. Zij heeft duurzame oplossingen nodig voor een klimaatvriendelijker toekomst. Elk bedrijf zal inspanningen moeten leveren om te hervormen en moet dat holistisch aanpakken. Grote bedrijven zoals Nestlé, maar ook enkele kleinere producenten, zijn al aan het herstructureren en hebben zichzelf duidelijke klimaatdoelstellingen opgelegd. Maar het grootste deel van de industrie staat nog aan het begin van deze transformatie. Die zal alleen slagen als het klimaatprobleem de chefsache wordt: het centrale criterium bij elke bedrijfsbeslissing. Alleen wie zijn processen tot in de puntjes kent, kan uitstoot effectief verminderen.

    De politieke druk om te handelen neemt toe: de Europese Unie wil het tempo van klimaatmaatregelen opvoeren en voor steeds meer emissies een CO2-toeslag opleggen. Economische activiteiten die schadelijk zijn voor het klimaat worden een kostenfactor, waardoor voedsel voor de consument uiteindelijk nog duurder wordt. Bedrijven die hun CO2-voetafdruk onder controle hebben, zijn in het voordeel. De CO2-toeslag krijgt dus een sturende functie.

    Bedrijven moeten waar mogelijk hun eigen uitstoot verminderen. De belangrijkste hefboom hierbij is de energievoorziening. Wie overschakelt op hernieuwbare energiebronnen staat er al beter voor. Wie goed naar het productieproces kijkt, ziet nieuwe mogelijkheden om te besparen. Wie zijn werknemers daarbij betrekt, wint op twee manieren. Creatieve oplossingen en samenwerking worden gestimuleerd. Wie werkt er niet graag voor een baas die klimaatmaatregelen serieus neemt? Zo wordt het ook nog eens gemakkelijker om geschoold personeel – dat schaars is – te werven.

    Stap voor stap

    Er moet wel een enorme hoeveelheid gegevens worden verzameld en geanalyseerd voor elk product en de ecologische voetafdruk. Dat baart veel levensmiddelenbedrijven zorgen. Vertegenwoordigers van de industrie benadrukken vaak dat dit onredelijk is en voor veel bedrijven eenvoudigweg niet te financieren valt. Maar wie dat beweert, sluit zijn ogen voor de veranderingen die er hoe dan ook aankomen. Bovendien verwacht niemand dat bedrijven van de ene op de andere dag een perfecte klimaatbalans presenteren; de transformatie kan alleen geleidelijk tot stand worden gebracht. Die begint meestal op het hoofdkantoor en wordt dan stap voor stap uitgebreid tot de hele toeleveringsketen.

    Daarnaast moeten fabrikanten ook het voedsel dat zij produceren analyseren en balanceren. Digitalisering is daarbij een cruciaal instrument. Particuliere dienstverleners zoals de start-up Eaternity bouwen steeds grotere databanken met CO2-gegevens voor allerlei soorten voedsel. Zelfs exotische specerijen worden geïnventariseerd en individueel geëvalueerd naar herkomst en productieomstandigheden. Dergelijke programma’s zijn gebaseerd op wetenschappelijke gegevens, bewegen mee met de stand van het onderzoek en worden regelmatig bijgewerkt. Zij verschaffen dus redelijk betrouwbare informatie.

    Ingevlogen fruit veroorzaakt tien keer meer broeikasgassen dan fruit dat per schip wordt vervoerd

    Sommige exploitanten van bedrijfskantines en restaurants gebruiken dergelijke databanken al om de CO2-voetafdruk van individuele recepten te berekenen. Gasten kunnen ze gebruiken als leidraad bij het kiezen van gerechten. Dit is ook een betaalbare oplossing voor de levensmiddelenindustrie en de detailhandel.

    Vandaag is er al veel mogelijk. Zelfs de mango in de supermarkt is geen CO2-raadsel meer. Het is bijvoorbeeld bekend dat ingevlogen fruit tien keer meer broeikasgassen veroorzaakt dan fruit dat per schip wordt vervoerd. Er is niet veel voor nodig om de consument hierover te informeren met een mededeling op de fruitafdeling. Maar zonder politieke druk zal dat waarschijnlijk niet gebeuren. Detailhandelaren en fabrikanten moeten daarom in de toekomst verplicht worden om CO2-informatie bij levensmiddelen te vermelden. Alleen dan ontstaat de transparantie die de consument nodig heeft om klimaatvriendelijk te kunnen eten.

    Lees ook:

  • Wereldnieuws: Kunst voor Oekraïense wapens & Meer

    Wereldnieuws: Kunst voor Oekraïense wapens & Meer

    Kunstenaar Pavlo Makov verkoopt zijn kunst voor Oekraïense wapens

    De drieënzestigjarige conceptuele kunstenaar Pavlo Makov, die Oekraïne vertegenwoordigt op de Biënnale van Venetië dit jaar, is geboren in Sint-Petersburg en is etnisch Russisch, maar bracht het grootste deel van zijn leven door in Oekraïne. Daar studeerde hij beeldende kunst en grafiek op de Krim. ‘Ik ben een burger van Oekraïne; voor mij is burgerschap veel belangrijker dan mijn etnische identiteit’, zegt hij tegen ArtNet News.

    Makov is niet alleen bezig met het maken van zijn werk, maar zegt dat hij en andere kunstenaars zich de afgelopen jaren hebben ingespannen om de Oekraïense defensie te ondersteunen. Zo kon een vriend van de kunstenaar, die soldaat is in de Donbas-regio, die sinds 2014 door Russische separatisten wordt opgeëist, geld van de verkoop van een van Makovs kunstwerken gebruiken om wapens te kopen. ‘Het was niet genoeg voor alles wat hij nodig had’, aldus Makov. ‘Hij kon er een nieuw machinegeweer en een kogelvrij vest van kopen. Maar goed, iedereen doet wat hij kan.’


    Onlinesuccesmeubels

    De Argentijn Andrés Reisinger (1990) is een nieuw soort ontwerper, één die met één been in de digitale wereld staat en met het andere in een analoge realiteit. Zijn virtuele meubelcollectie The Shipping verkocht hij voor 400.000 euro als NFT (non-fungible token), een primeur. Hij wordt dan ook ‘een van de meest gewilde kunstenaars van de 21e eeuw genoemd’. Zelf noemt hij zijn digitale ontwerpen ‘prototypes uit nieuwe digitale werelden als de metaverse’.

    De afgelopen jaren maakte Reisinger furore op Instagram met zijn ‘computer renderings’. Zijn onlinesuccesmeubels, die tienduizenden likes vergaarden, werden opgemerkt door de immer alerte industrieel ontwerper Marcel Wanders, die er een meteen een aanwinst inzag voor zijn designlabel Moooi. Of Reisinger niet een fysiek exemplaar van de stoel kon maken? Dat kon. Zijn digitale werk is onder andere te bekijken op reisinger.studio

    reisinger studio featured 1600x702 1 1536x674 1
    © Reisinger Studio

    Russische beroemdheden en journalisten verwerpen invasie

    Russische beroemdheden en journalisten spraken zich onmiddellijk uit na de invasie van Oekraïne. ‘Wij zullen nog vele jaren te maken hebben met de gevolgen van vandaag’, schreef socialite en voormalig presidentskandidaat Ksenia Sobtsjak. Journalisten van onder meer RBCNovaja Gazeta, en Echoo Moskvi, maar ook van staatsmedia TASS en RT, onderschreven een antioorlogpetitie van Elena Tsjernenko van zakenkrant Kommersant, bericht The Moscow Times.

    Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van Novaja Gazeta en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede 2021, hekelde de waarschuwingen van Poetin tegen inmenging van buitenaf en herhaalde de oproep van de Oekraïense president Zelensky aan de Russen om op te staan tegen de oorlog. ‘De opperbevelhebber speelt met de “nucleaire knop” als een sleutelhanger. Is de volgende stap een nucleair salvo? Ik kan Poetins woorden over mogelijke vergelding op geen enkele andere manier interpreteren’, aldus Moeratov.

    Dmitry Muratov 2012.JPG 1
    Dmitry Muratov © Wikimedia

    Docenten in Italië belagen meisjes vanwege hun kleding

    Een docent klassieke talen, die van een school was weggestuurd omdat hij de coronamaatregelen niet respecteerde en vervolgens tijdelijk werd aangesteld op het Orazio Lyceum in Rome, heeft grote verontwaardiging veroorzaakt met een Facebookbericht, meldt Corriere Della Serra. Daarin schreef hij: ‘Laten we bidden voor degenen die hun dochters verkleed als hoer naar school laten gaan’.

    ‘Loop je soms op Via Salaria?’

    De opmerking volgde een week nadat een leraar op een andere school in Rome met een soortgelijke opmerking woede had veroorzaakt. ‘Loop je soms op Via Salaria?’ had hij gevraagd aan een leerling die een naveltruitje droeg, verwijzend naar een straat in de hoofdstad die bekend staat als tippelzone. Na zijn opmerking verschenen meisjes uit protest massaal in minirokjes en hotpants op school. Collega’s van de docent op het Orzaio Lyceum laten weten ‘afstand te nemen’ van zijn bericht, dat ‘de waardigheid’ van de leerlingen schaadt. De verwachting is dat de docent zal worden ontslagen.


    ‘Oliemaatschappijen doen aan greenwashing’

    Grote oliemaatschappijen die beweren in transitie te zijn naar schone energie doen aan greenwashing, zo blijkt uit de meest uitgebreide studie tot nu toe. Voor het onderzoek, dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS One, werden gegevens geanalyseerd van ExxonMobil, Chevron, Shell en BP, die sinds 1965 samen verantwoordelijk zijn voor meer dan 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. De onderzoekers concluderen dat beweringen van de bedrijven niet in overeenstemming zijn met hun handelingen, bericht The Guardian.

    ‘Totdat er zeer concrete vooruitgang is, hebben we alle reden om zeer sceptisch te zijn over beweringen dat ze een groene weg hebben ingeslagen’

    ‘Als ze afstand zouden nemen van fossiele brandstoffen, zouden we bijvoorbeeld een daling van de exploratieactiviteit, de productie van fossiele brandstoffen en de verkoop en winst van fossiele brandstoffen verwachten. Maar we vinden juist bewijs van het tegenovergestelde’, aldus onderzoeker Gregory Trencher van de Japanse Kyoto-universiteit. ‘Totdat er zeer concrete vooruitgang is, hebben we alle reden om zeer sceptisch te zijn over beweringen dat ze een groene weg hebben ingeslagen.’

    Uit het onderzoek blijkt dat er in jaarverslagen de afgelopen jaren een sterke stijging is van termen als ‘klimaat’, ‘koolstofarm’ en ‘transitie’, met name bij Shell en BP. Het gebruik van het begrip ‘klimaatverandering’ door BP steeg bijvoorbeeld van 22 naar 326. Maar veel verder dan het gebruik van wat termen komt het niet, aldus de onderzoekers, die schrijven dat de bedrijven een transitie beloven naar schone energie maar meer beloftes doen dan dat ze concrete acties ondernemen. ‘Financiële analyse toont een bedrijfsmodel dat aanhoudend afhankelijk is van fossiele brandstoffen; daarnaast zijn er wat onbeduidende en ondoorzichtige uitgaven aan schone energie’, luidt de conclusie.


    Poolijs smelt sneller door roetvervuiling

    Volgens onderzoekers zorgt vervuiling door roet in het populairste en meest toegankelijke deel van Antarctica elk jaar voor een afname van de sneeuwlaag met zo’n 2,5 centimeter, waardoor het poolijs sneller smelt, aldus NPR Washington. De hoeveelheid zwarte koolstof heeft alles te maken met het stijgende aantal bezoekers (wetenschappers en toeristen) van de Zuidpool. Dat is volgens de International Association of Antarctica Tour Operators toegenomen van krap 10.000 per jaar aan het begin van de jaren negentig tot bijna 75.000 in 2019.

    Het roet op Antarctica komt voornamelijk van uitlaatgassen van cruiseschepen, voertuigen, vliegtuigen en generatoren

    ‘Dat leidt tot de vraag in hoeverre onze aanwezigheid nodig is,’ aldus Alia Khan, een glacioloog aan de Western Washington University en een van de auteurs van een nieuwe studie, die werd gepubliceerd in Nature Communications. Ze wijst erop dat bezoekers een grote zwartekoolstofvoetafdruk achterlaten op Antarctica, veroorzaakt door verbrand plantaardig materiaal en fossiele brandstoffen. Het roet op Antarctica komt voornamelijk van uitlaatgassen van cruiseschepen, voertuigen, vliegtuigen en generatoren; een deel van de vervuiling wordt vanuit andere delen van de wereld meegevoerd door de wind. De donkere deeltjes bedekken de witte sneeuw en absorberen de warmte van de zon.

    ‘Dit zijn de spiegels van onze planeet,’ zegt Sonia Nagorski, een wetenschapper aan de Universiteit van Alaska die niet betrokken was bij het nieuwe onderzoek. Als die spiegels worden bedekt met een laagje van donkere deeltjes, reflecteren ze minder. Dat betekent dat er meer warmte op aarde wordt vastgehouden, waardoor het smelten versnelt, wat weer bijdraagt aan de opwarming van de aarde.

    Ook in het Noordpoolgebied is roet een groot probleem dat arctische gemeenschappen treft. Vooral olie- en gasoperaties in Alaska, Canada en het arctische deel van Rusland en Europa zorgen voor grote roetvervuiling. Daarnaast nemen door het smeltende zee-ijs de beroepsvaart en daarmee de vervuiling toe. Roet van door klimaatverandering veroorzaakte bosbranden dat zich ‘s zomers verspreid over het Noordpoolgebied, verergert het probleem.

    long ma yK5490Vr8MA unsplash
    © Unsplash

  • Onderzoek: klimaatclaims van ExxonMobil, Chevron, Shell en BP zijn greenwashing

    Onderzoek: klimaatclaims van ExxonMobil, Chevron, Shell en BP zijn greenwashing

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS hebben avocado-import uit Mexico stopgezet

    » Italiaanse politie legt beslag op bezit van maffiabroers ter waarde van 800 miljoen euro

    ‘Oliemaatschappijen doen aan greenwashing’

    Grote oliemaatschappijen die beweren in transitie te zijn naar schone energie doen aan greenwashing, zo blijkt uit de meest uitgebreide studie tot nu toe. Voor het onderzoek, dat is gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS One, werden gegevens geanalyseerd van ExxonMobil, Chevron, Shell en BP, die sinds 1965 samen verantwoordelijk zijn voor meer dan 10 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. De onderzoekers concluderen dat beweringen van de bedrijven niet in overeenstemming zijn met hun handelingen, bericht The Guardian.

    ‘Als ze afstand zouden nemen van fossiele brandstoffen, zouden we bijvoorbeeld een daling van de exploratieactiviteit, de productie van fossiele brandstoffen en de verkoop en winst van fossiele brandstoffen verwachten. Maar we vinden juist bewijs van het tegenovergestelde’, aldus onderzoeker Gregory Trencher van de Japanse Kyoto-universiteit. ‘Totdat er zeer concrete vooruitgang is, hebben we alle reden om zeer sceptisch te zijn over beweringen dat ze een groene weg hebben ingeslagen.’

    Uit het onderzoek blijkt dat er in jaarverslagen de afgelopen jaren een sterke stijging is van termen als ‘klimaat’, ‘koolstofarm’ en ‘transitie’, met name bij Shell en BP. Het gebruik van het begrip ‘klimaatverandering’ door BP steeg bijvoorbeeld van 22 naar 326. Maar veel verder dan het gebruik van wat termen komt het niet, aldus de onderzoekers, die schrijven dat de bedrijven een transitie beloven naar schone energie maar meer beloftes doen dan dat ze concrete acties ondernemen. ‘Financiële analyse toont een bedrijfsmodel dat aanhoudend afhankelijk is van fossiele brandstoffen; daarnaast zijn er wat onbeduidende en ondoorzichtige uitgaven aan schone energie’, luidt de conclusie.

    Lees ook:

  • ‘Klimaatneutrale’ kaas en vuilniszakken: greenwashing of stap in de goede richting?

    ‘Klimaatneutrale’ kaas en vuilniszakken: greenwashing of stap in de goede richting?

    CO2-neutrale kaarsen, kaasproducten, vuilniszakken: wat op het eerste gezicht milieuvriendelijk lijkt, is vaak pure greenwashing waarmee bedrijven als Hochland, Aldi Süd en Nestlé zich er gemakkelijk van afmaken. Zelf verklaren de bedrijven dat ze op weg zijn naar ‘net zero’.

    Als we zuivelbedrijf Hochland mogen geloven is vrijwel geen kaas zo duurzaam als zijn eigen Grünlander-plakken met milde nootachtige smaak. Met maar liefst vier ecolabels (Marke Eigenbau) prezen de Allgäuers tot voor kort hun product aan: aan de beloftes van ‘natuurlijke ingrediënten’, ‘meer dierenwelzijn’ en ‘een optimaal recyclebare verpakking’ werd als nieuwste snufje van duurzaam marketen het keurmerk ‘100% klimaatneutraal geproduceerd’ toegevoegd. Deze kaas riep klimaatverandering een halt toe.  

    Met die belofte worden niet alleen de plakken kaas met milde nootachtige smaak verkocht. Van vis en kaarsen tot fruit en vuilniszakken – in alle branches prijzen fabrikanten hun waar als ‘klimaatneutraal’ aan. Emissievrij lijkt het nieuwe bio. Maar hoeveel daarvan is werkelijk milieubescherming – en hoeveel greenwashing?

    Hochland kreeg in elk geval problemen met zijn kwalificatie ‘100% klimaatneutraal geproduceerd’. De Wettbewerbszentrale, het zelfregulerende orgaan van het Duitse bedrijfsleven, beoordeelde deze aanprijzing onlangs als ‘misleidend’. Het mededingingscentrum gaf een waarschuwing aan in totaal twaalf bedrijven die op soortgelijke wijze de term ‘klimaatneutraal’ hanteerden. Onder hen ook Aldi Süd. Deze discountreus pocht ermee Duitslands ‘eerste klimaatneutrale levensmiddelendetaillist’ te zijn.

    CO2-certificaten

    Het keurmerk klimaatneutraal suggereert dat dit resultaat ‘uitsluitend bereikt wordt door zelf emissie te vermijden’, zegt Tudor Vlah van het mededingingscentrum. Vaak is dat helemaal niet het geval. Bedrijven kopen doorgaans via aanbieders als ClimatePartner CO2-certificaten die hun uitstoot moeten compenseren. Het eigen productieproces kan zo grotendeels intact blijven. Bovendien komen deze certificaten vaak van projecten in ontwikkelingslanden, waarvan de effectiviteit omstreden is. 

    Zuivelbedrijf Hochland staat erom bekend dat het alles graag een beetje aandikt: hun reclame met ‘uitloopkoeien’ kreeg al eerder een waarschuwing. Alleen uit de kleine lettertjes viel op te maken dat de dieren niet vrij in de wei konden lopen, maar alleen in de stal. Met zijn ‘klimaatneutrale productie’ doet Hochland nu exact hetzelfde: op basis van de laatste cijfers stoten de beide grote vestigingen van het bedrijf elk jaar ruim 20.000 ton CO2-equivalenten uit. Die hoeveelheid is ongeveer vergelijkbaar met de uitstoot van het op een neer vliegen van alle regeringsambtenaren tussen Berlijn en Bonn. 

    De afgelopen jaren heeft Hochland op eigen kracht precies 11 procent besparing per ton eindproduct gerealiseerd – en grotendeels door om te schakelen op stroom uit hernieuwbare energiebronnen, zoals het bedrijf bevestigt. De resterende kloof naar zogeheten klimaatneutraliteit werd gedekt door certificaten.

     ‘Bij termen als “klimaatneutraal produceren” gaan bij mij alle alarmbellen af’

    Matthias Finkbeiner, directeur van het Institut für Technische Umweltschutz van de TU Berlijn, is uiterst kritisch over deze aflaathandel. Certificaten kunnen vaak zo goedkoop verkregen worden dat ze elke prikkel om de eigen productie energie-efficiënt te maken tenietdoen, zegt de expert in levenscyclusanalyse. ‘Bij termen als “klimaatneutraal produceren” gaan bij mij alle alarmbellen af.’ Dat soort formuleringen verdoezelt vaak dat de eigen bijdrage aan uitstootvermindering ‘uitermate gering is’.

    Dat geldt vooral voor branches die voor hun emissies niet hoeven te betalen. Terwijl energieconcerns voor elke ton CO2 inmiddels nog altijd ruim 50 euro moeten ophoesten, is compensatie voor bijvoorbeeld de levensmiddelensector vrijwillig – zij kunnen zich tegen een koopje ‘klimaatneutraal’ maken. Zo betaalde Hochland hooguit 3,70 euro per ton.

    Als klimaatkoopman voor het zuivelbedrijf fungeerde Plant for the Planet, een organisatie die door activist Felix Finkbeiner (23) werd opgericht. Hij hielp Hochland niet alleen aan gunstige compensatieprojecten, maar initieerde ook acties met een hoogst dubieus nut voor het klimaat – bijvoorbeeld het aanplanten van bomen in Mexico om de klimaatopwarming af te remmen. Daarvoor oogstte hij veel lof van de Friday for Future-beweging, maar uiteindelijk kwamen er zoveel berichten over de gebrekkige controleerbaarheid van Finkbeiners succesverhalen, dat Hochland de samenwerking met zijn organisatie opschortten. 

    Finkbeiner zelf verzekert dat voor elke euro een boom wordt geplant en dat aan verbetering van de transparantie hard wordt gewerkt.

    Hypothese

    In de markt voor verhandelbare CO2-compensatie gaan miljarden om – het is een speelplaats voor tal van valideerders, certificeerders, adviseurs en handelaren die concerns inpalmen met de belofte dat ze hen de verantwoordelijkheid voor het klimaat uit handen nemen. In werkelijkheid verschuiven ze het probleem vaak alleen maar, naar projecten in armere landen. Zelfs in de verplichtende emissiehandel worden zulke vreemde plannen goedgekeurd dat het verantwoordelijke VN-klimaatsecretariaat steeds weer certificeerders moet buitensluiten. Onder hen inmiddels ook TÜV Süd.

    Hochland heeft gevolg gegeven aan de waarschuwing van het mededingingscentrum en is met zijn reclame gestopt. Aldi Süd daarentegen voelt zich ten onrechte aan de schandpaal genageld. De slogan van ‘eerste klimaatneutrale levensmiddelendetaillist’ willen ze zich kennelijk niet door de mededingingshoeders laten ontnemen. 

    ‘Onze missie: nauwelijks emissie,’ rijmt Aldi op zijn homepage

    ‘Bewust hebben we onszelf niet “emissievrij” genoemd, maar alleen “klimaatneutraal in de zin van evenwicht in de CO2-balans”,’ zegt het bedrijf spitsvondig. Daarvoor is een heleboel werk verzet, ze hebben het energiemanagement efficiënter gemaakt en in nieuwe technologieën geïnvesteerd. Maar evenals Hochland claimt de discounter dat hij de grootste besparing gerealiseerd heeft door ‘omschakeling op 100% groene stroom’.  

    Aldi Süd lijkt met ruim 100.000 ton CO2-uitstoot bepaald een kleintje vergeleken met concerns als Bosch of Nestlé die boven de 100 miljoen uitkomen. Hoe hen dat lukt? De discounter berekent alleen de eigen CO2-voetafdruk en niet die van de totale keten aan toegevoegde waarde. 

    ‘Onze missie: nauwelijks emissie,’ rijmt Aldi op zijn homepage. Het bedrijf presenteert er vier compensatieprojecten. In India bijvoorbeeld krijgt de discounter op zijn balans ruim 30.000 ton per jaar gecrediteerd vanwege zijn financiële steun aan een zonne-energiecentrale. Deze vervangt volgens Aldi ‘de stroom uit fossiele energiedragers door zonnestroom’.

    ‘Dat klinkt mooi, maar is niet meer dan een hypothese,’ zegt expert Matthias Finkbeiner. In India is sprake van een groeiende primaire energiebehoefte; daarom ligt het niet voor de hand dat bestaande kolencentrales vervangen worden.

    Houtskooloventjes

    Ook het project in Ghana waar kleine efficiënte houtskooloventjes het kappen van brandhout in de bossen en de luchtverontreiniging moeten minimaliseren, lijkt geen eenduidig effect op te leveren. Toch crediteren 24 bedrijven hun emissiebalans met dit project. De controleurs van het Chinese filiaal van TÜV Rheinland moesten de besparingsprestaties van deze oventjes al volgens een beoordelingsverslag uit 2014 met circa 40 procent terugschroeven. Maar dankzij uitbreiding van het aantal ovens zijn de emissiedoelen volgens de promotors van het project toch behaald.

    Al even omstreden is een door de discountketen gefinancierd bosbeschermingsproject in Brazilië. Met dit plan in de nabijheid van de stad Portel in het oostelijke Amazonegebied kan Aldi 66.000 ton CO2-equivalenten compenseren, het merendeel van zijn emissies. Exploitant van dit project is Michael Greene, een Amerikaanse ingenieur, die ruim tien jaar geleden zijn baan bij Honda opgaf om het Braziliaanse regenwoud te redden. Na alles wat Greene aan de telefoon en per mail heeft laten weten, lijkt ‘het beste er maar van hopen’ een wezenlijke parameter van het project. 

    De Amerikaan heeft kennelijk een groep bosbezitters gevonden die hun 150.000 hectare waarop ze voorheen hout kapten, tot privaat beschermingsgebied verklaarden. Bedrijven als Aldi betalen als het ware een schadeloosstelling aan de bosbezitters om af te zien van kaalslag in het beschermde gebied; in ruil daarvoor krijgen de concerns emissierechten. Jaarlijks zou het project 364.000 ton aan CO2-equivalenten opleveren; naast Aldi rekenen nog ruim honderd bedrijven zich hiermee groen.

    Nestlé stoot met ruim 100 miljoen ton broeikasgassen meer dan tweemaal zoveel uit dan thuisbasis Zwitserland

    Maar of het werkt, weet zelfs Greene niet precies. ‘Het is hier wildwest,’ zegt hij aan de telefoon. De eigendomsrechten zijn vaak onduidelijk en of de hier traditioneel levende rivierbewoners, die Greene ook aan zijn project wil verplichten, hun land niet toch verzilveren, houden zij voor zich: ook de rivierbewoners kunnen volgens Greene ‘doen met hun land wat ze willen’. Bovendien wil de Braziliaanse president Jair Bolsonaro legalisering van illegale houtkap door kolonisten zelfs achteraf mogelijk maken. 

    Nestlé wil nu het goede voorbeeld geven. Het grootste levensmiddelenbedrijf ter wereld heeft aangekondigd in 2050 klimaatneutraal te willen werken en heeft daartoe onlangs zijn net zero roadmap uitgebracht. Er moet nogal wat gebeuren: met ruim 100 miljoen ton broeikasgassen stoot het bedrijf meer dan tweemaal zoveel uit dan zijn thuisbasis Zwitserland.

    Nestlé gelooft in groene groei en wil dit doel vooral bereiken via toepassing van klimaatvriendelijke technologie. Maar zelfs dan blijft er een miserabele rest over van toch altijd nog een paar miljoen ton broeikasgassen. Die moet eveneens gecompenseerd worden met gigantische boomplantacties in met name ontwikkelingslanden.

    Michel Pimbert, hoogleraar agrarische ecologie aan de universiteit van Coventry, vertrouwt het plan niet. Zulke compensatieprojecten kunnen volgens hem ‘tot een nieuwe golf van grootschalig landjepik op het zuidelijk halfrond leiden en gewelddadige conflicten met verdreven lokale gemeenschappen vooroorzaken’.

    In plaats van hen met onze compensatieprojecten op te zadelen zou het volgens Pimbert eerlijker zijn om nu eindelijk eens de consumptie in de westerse wereld te verminderen.