Tag: grenzen

  • Het Westen, zoals we dat kennen, is voorbij

    Het Westen, zoals we dat kennen, is voorbij

    De overgang naar een wereldorde die niet door westerse krachten wordt beheerst, vraagt om nieuwe grenzen. ‘Ineens lijkt, door de ontregelende werking van alle oorlogen, het ondenkbare te gebeuren: de herdefiniëring van de inkaartbrenging.’

    De BRP Sierra Madre van de Filipijnse marine is een wrak uit de Tweede Wereldoorlog dat opzettelijk gestrand ligt op een rif in de Chinese Zuidzee; met een handvol mariniers aan boord en de nationale vlag in top bezorgt het Beijing hoofdpijn. De erbarmelijke staat van het schip contrasteert met het stoere van zijn missie. Met haar roestige platen en krakkemikkige dek doet de Sierra Madre denken aan het legendarische spookschip de Vliegende Hollander, maar dan in oorlogsgedaante. Het schip moet de hegemonie van de machtigste vloot ter wereld op de Spratly-eilanden beteugelen, een eilandengroep die in zijn geheel door China wordt geclaimd, ondanks protesten van Taiwan, Vietnam, Maleisië en de Filipijnen. De bemanning, blootgesteld aan tyfoons en een brandende zon, leeft onder benarde omstandigheden terwijl de bevoorrading door de Filipijnse marine keer op keer wordt verhinderd door het Chinese leger, dat afwacht tot het schip kraakt en de mannen van boord gaan.

    Begin maart waren vier boten van de Filipijnse kustwacht via internationale wateren onderweg naar de Sierra Madre, toen ze werden onderschept door een konvooi van de Chinese Maritieme Militie. Ze werden omringd en bestookt met waterkanonnen, waarbij vier mariniers gewond raakten. Een televisieploeg van CNN die aan boord was, registreerde en verspreidde de beelden van de confrontatie, een van de ernstigste tussen beide landen tot dan toe. 

    Kritieke tijd

    Het incident zou normaal gesproken een van de vele recente schermutselingen zijn geweest, ware het niet dat we in zo’n kritieke tijd leven: twee jaar oorlog in Oekraïne en het verwoestende antwoord van Israël op de aanval van Hamas van 7 oktober. Oorlogen die tot voor kort ondenkbaar waren en een extra dimensie krijgen vanwege het algehele, met de coronapandemie begonnen gevoel dat ‘alles mogelijk is’. Zelfs de schending van het heilige beginsel dat internationaal erkende, wettelijk vastgelegde grenzen onaantastbaar zijn. Ineens lijkt, door de ontregelende werking van alle oorlogen, het ondenkbare te gebeuren: de herdefiniëring van de inkaartbrenging. 

    Daarnaast is het een buitenkans voor degenen die het systeem van na de Koude Oorlog beschouwen als een baatzuchtig bedenksel van de liberale democratieën waar eindelijk barsten in komen, net als in de hegemonie van de VS en hun Europese bondgenoten, wier rol steeds geringer wordt – een onmiskenbaar teken van de niet te stuiten overgang naar een wereldorde die door niet-westerse krachten wordt beheerst. Bij wie deze visie zijn toegedaan leeft de overtuiging dat met het einde van de Noord-Amerikaanse unipolariteit de gelegenheid komt om de status quo te herzien. Het zou het steeds openlijker gezicht van de multipolariteit blootleggen; het zou de hoop betekenen een paar knellende, beperkende naden los te tornen. Ondertussen biedt de oorlog in Oekraïne Rusland de kans bevriende landen aan te steken met een revisionisme dat een ongekende historische fase zou inluiden, als bijdrage aan de vorming van een nieuwe internationale orde. 

    Het Midden-Oosten belandt in een vacuüm

    De regio, die een van de ergste crises in zijn geschiedenis doormaakt, is niet unipolair of multi­polair, maar ‘apolair’, aldus het Amerikaanse magazine Foreign Affairs.

    ‘Vergeet al die verhalen over uni- of multipolariteit, het Midden-Oosten is non-polair. De Verenigde Staten zijn een ongeïnteresseerde en inefficiënte grootmacht, en hun rivalen zijn dat zo mogelijk nog meer,’ schrijft Foreign Affairs in een lange analyse. Tot 7 oktober vorig jaar beschouwde het Midden-Oosten zichzelf als multipolair. De VS, die druk waren met Oekraïne en met hun rivaliteit met China, leken hun interesse te verliezen. Washington vestigde zijn hoop op een nieuwe veiligheidsconstructie op basis van een verbond tussen Israël en de Arabische staten in de regio. Maar toen brak ‘de ergste crisis uit die die de regio in tientallen jaren heeft meegemaakt’. En nu houdt de ‘mythe’ van een multipolair Midden-Oosten niet langer stand. Want terwijl de Amerikaanse invloed ontegenzeggelijk afneemt, zijn China en Rusland er nog geen machthebbers van betekenis. Beijing en Moskou waren er weliswaar als de kippen bij om de oorlog tussen Israël en Hamas toe te schrijven aan ‘de westerse hypocrisie’, maar China noch Rusland werd vervolgens gevraagd om ‘diplomatieke actie te ondernemen om de veiligheid in de regio te versterken’. Uiteindelijk is de Russische interventie in Syrië voor Moskou het hoogtepunt geweest van zijn invloed in de regio. En wat China betreft was het ‘enige noemenswaardige diplomatieke succes’ de toenadering tussen Iran en Saoedi-Arabië onder Chinese leiding in 2023. Het machtsvacuüm is voelbaar, want de Golfstaten noch Israël noch Iran kunnen aanspraak maken op de alleenheerschappij, aldus het magazine. En van dit strategisch vacuüm was ‘al voor 7 oktober sprake. De oorlog heeft die landen enkel een illusie armer gemaakt.’

    Dit idee wordt verwoord door onderzoeker Vjatsjeslav Sjoeper van de Russische denktank Valdai: ‘Wij (…) vechten met vreemde geografische kaarten; wij hanteren het wereldbeeld dat door de westerse landen in hun eigen belang is geschapen. Alleen door een diepgaande herziening zullen we met succes de confrontatie met het Westen kunnen aangaan en de sympathie kunnen winnen van niet-westerse landen die dringend behoefte hebben aan een alternatief wereldbeeld, maar niet beschikken over de nodige intellectuele middelen om het tot stand te brengen.’

    In deze onomwonden intentieverklaring wordt de nederlaag van Oekraïne gezien als een overwinning die verder gaat dan alleen territoriale genoegdoening voor een nationale grief. Hier krijgt de overwinning het karakter van een historisch feit dat nodig is voor de stap naar een nieuw tijdperk, een beuk tegen de sluitsteen die de internationale structuur overeind houdt. Een dreun die Rusland trouwens al uitdeelde toen het met de inval in Oekraïne op flagrante wijze de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties schond, als permanent lid van de Veiligheidsraad nog wel.

    En terwijl de aandacht van de wereld is gericht op Oekraïne en Gaza, wijzen ook conflicten op andere plaatsen erop dat we mogelijk een tijdperk van geopolitiek revisionisme aan het betreden zijn. Afgelopen jaar maakte Azerbeidzjan in het zuiden van de Kaukasus met politieke en economische hulp van Turkije via een gewapend conflict een einde aan de Armeense enclave Nagorno-Karabach. Daaruit bleek, volgens Mira Milosevich-­Juaristi van het Elcano Royal Institute [een Spaanse denktank], duidelijk het fiasco van de internationale rol van de EU, de tanende invloed van Rusland in post-Sovjet-gebied en de bloei van nieuwe imperialistische ambities in Turkije, een sleutelspeler waarvan de invloed zich uitstrekt tot de Zwarte Zee en het Midden-Oosten. 

    In Oost-Azië bewegen twee belangrijke bondgenoten van Poetin in dezelfde richting

    In Oost-Azië bewegen twee belangrijke bondgenoten van Poetin in dezelfde richting. In Noord-Korea wees Kim Jong-un een vreedzame hereniging van het Koreaans Schiereiland af. In januari schoot Pyongyang tweehonderd artilleriegranaten af naar Zuid-Korea en noemde het de banden met Seoel ‘een relatie tussen vijandige landen (…), twee strijdende partijen, volop in oorlog’. En China is bezig te land, ter zee en in de lucht een politiek van voldongen feiten te voeren. Een work in progress dat neerkomt op de annexatie van grondgebied, internationale wateren en luchtruim, wat het land in conflict brengt met minder machtige landen, maar ook met een grootmacht als India. In de praktijk komt het beleid erop neer dat China eenzijdig en onverwachts de territoriale en maritieme afbakeningen in kaart brengt, met inlijving van wat het eigenmachtig aanmerkt als soevereine ruimte, waarna het overgaat tot dwangmaatregelen. Bij het laatste voorval met de Filipijnen in de op zich al verhitte Chinese Zuidzee komt het recente protest van Vietnam vanwege de nieuwe demarcatie vanuit Beijing in de Golf van Tonkin, die de exclusieve economische zone van Vietnam aantast. 

    Er zijn meer potentiële scenario’s, zoals de structureel ontregelde Sahel, waar Rusland probeert zijn ‘multipolaire’ wereldvisie in de praktijk te brengen. In Ethiopië aast premier Abiy Ahmed op een vurig gewenste zee­haven door een akkoord te sluiten met Somaliland, dat zich twintig jaar geleden van Somalië afscheidde, in ruil voor een beetje diplomatieke erkenning die het internationaal ontbeert. Soedan zakt weg in oorlogschaos en hongersnood, met een humanitaire crisis en vluchtelingenstroom tot gevolg die de al zo instabiele regio verder zal destabiliseren.

    Irredentisme

    Het verhitte Midden-Oosten zou ook kunnen profiteren: Iran, de Houthi’s of Netanyahu en zijn extreemrechtse aanhangers met hun versie van een Groot-Israël. En vergeet niet de gevallen van irredentisme [het streven naar hereniging] die zich op Europees grondgebied voordoen. Onlangs nog woonde Victor Orbán een voetbalwedstrijd bij met een sjaal waarop de historische kaart van Hongarije was afgebeeld, die van voor de Eerste Wereldoorlog dus, inclusief delen van Oostenrijk, Kroatië, Roemenië, Servië, Slowakije en Oekraïne. Of neem Maduro in Venezuela, die onlangs een referendum heeft gehouden over de inlijving van Essequibo, een deel van Guyana dat rijk is aan natuurlijke bronnen.

    De Russische invasie in Oekraïne heeft een precedent geschapen voor de vraag hoe geldig de internationale grenzen zijn. Daardoor is de hoop bij het irredentistisch nationalisme aangewakkerd. Het vindt voedsel voor zijn aspiraties in de post-Amerikaanse wereld en acht de tijd rijp om alle al tientallen jaren slepende conflicten voorgoed op te lossen en de wereldkaart opnieuw te tekenen. Feiten die Europa in een bij uitstek lastige situatie plaatsen, die alleen maar zal verergeren als Donald Trump de komende verkiezingen in de Verenigde Staten wint. Het is zaak voor ogen te houden dat de expansiegolf van de oorlog in Oekraïne ver reikt en dat Europese steun bepalend is voor het scenario dat we na afloop zullen aantreffen. 

  • De koloniale landkaart kent zowel Bengaalse als Indiase slachtoffers

    De koloniale landkaart kent zowel Bengaalse als Indiase slachtoffers

    Zeventig jaar geleden trok een Britse advocaat een bizarre grens tussen India en Bangladesh. Wie zijn enclave verliet, moest ineens over een visum beschikken, anders was hij een illegale immigrant in een ander land.

    Abul Seikh zat drie jaar in de gevangenis omdat hij zijn dorp had verlaten. Bij de kruising voor het ziekenhuis arresteerde de grenspolitie hem. Er was geen hek, geen douane, alleen een onzichtbare lijn en toen hij die overschreed, pakte de Indiase politie hem op. ‘Ze zeiden tegen me dat ik uit Bangladesh kwam, en dat ik de gevangenis in moest,’ vertelt hij.

    Seikh werd het slachtoffer van een grens die een Britse koloniale ambtenaar meer dan zeventig jaar geleden had getrokken tussen India en Bangladesh. Die grenslijn heeft zijn dorp veranderd in een Bengaals gehucht, ingesloten door India. Want langs de grens tussen India en Bangladesh ligt een unieke lappendeken van enclaves. Door de lijn van de koloniale ambtenaar ontstonden tientallen kleine India’s in Bangladesh en tientallen kleine Bangladeshjes in India. Officieel hebben de landen in 2015 hun enclaves wel uitgewisseld, maar de mensen leven nog steeds met de gevolgen.

    Seikh is nu vierendertig jaar oud en woont in de voormalige enclave Mashal Danga. Ongeveer de helft van het jaar brengt hij als dagloner door in grote steden. Hij is een van de miljoenen arbeiders die daar op bouwplaatsen hurken, graven en slapen, tot het regenseizoen aanbreekt en alles stilligt. Seikh was zestien toen hij voor het eerst vanuit de enclave naar Delhi vertrok. Iemand had hem een baantje beloofd. Ze waren met een groep van zes tieners uit hetzelfde dorp. ‘De grenspolitie loerde op ons,’ zegt hij. De politie arresteerde ze als illegale immigranten. Maar Seikh en zijn vrienden zijn midden in India opgegroeid, al was het in een klein stukje Bangladesh.

    Enclaves

    Dat klinkt ingewikkeld en dat is het ook. Tot 2015 had India 111 enclaves in Bangladesh, en Bangladesh had er 51 in India. Toen werden ze opgeheven. Maar de bewoners zijn sinds tientallen jaren nog steeds gevangen in deze cartografische eigenaardigheid. Degene die de grenslijn trok tussen Bangladesh en India was Cyril Radcliffe, een Londense advocaat. Toen hij in 1947 de opdracht kreeg om Brits-Indië te verdelen, was de kolonie hem volkomen onbekend. Hij was nooit verder naar het oosten gereisd dan Parijs. Nu had hij vijf weken de tijd om het subcontinent te verdelen. Daarbij moest hij ook de grens trekken tussen India en het huidige Bangladesh.

    De gebieden die hij met de pen van elkaar scheidde, had hij nooit bezocht

    Radcliffe betrok in India een huis in Simla, de stad in de bergen waar de Britten de hete zomer doorbrachten. De kaarten die hij gebruikte waren niet up-to-date. De gebieden die hij met de pen van elkaar scheidde, had hij nooit bezocht. Op 9 augustus 1947 was hij klaar met zijn werk. Een dag later reisde hij af, nadat hij alle bescheiden had verbrand. Hij zou nooit meer naar India terugkeren en accepteerde ook het afgesproken honorarium niet. Radcliffe wist wat hij had aangericht.

    Toen de grenzen van kracht werden, volgden er weken vol geweld – moslims werden naar Pakistan verjaagd, hindoes naar India. In de chaos werd gemoord, geplunderd en verkracht. De Radcliffe-linie verdeelde niet alleen een land, maar maakte het leven in de enclaves tot een nachtmerrie.

    Vredesverdrag

    De enclaves bestonden al lang voordat Radcliffe het land opdeelde. Volgens de legende zijn ze ontstaan doordat de maharadja van het koninkrijk Cooch Behar en de maharadja van Rangpur regelmatig tegen elkaar schaakten. Inzet bij hun spel zouden kleine delen van hun rijken geweest zijn. Maar waarschijnlijk is dat alleen maar een sterk verhaal.

    Enclaves in enclaves in enclaves, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka

    Feitelijk ontstonden de enclaves in het begin van de achttiende eeuw als gevolg van allerlei oorlogen en vredesverdragen. In elk vredesverdrag stond dat een van de heersers een stukje land aan de ander moest afstaan. In bijzonder groteske gevallen ontstonden binnen enclaves nog zogeheten contra-enclaves. Enclaves in enclaves in enclaves, in elkaar geschoven als een Russische matroesjka. De kleinste enclaves waren maar net groot genoeg voor een familie. De mensen die er woonden, stoorden zich niet aan die grenzen; hun leven ging gewoon op de oude voet door, totdat Radcliffe in 1947 zijn werk begon.

    Doordat de grenzen van de enclaves nu grenzen werden van moderne staten, leefden hun bewoners plotseling in verschillende landen. Wie zijn enclave verliet, moest ineens over een visum beschikken, anders was hij een illegale immigrant in een ander land.

    Ganesh Barman was als jongeman een sprinter. De schooldirecteur ontdekte zijn talent en overtuigde zijn vader ervan dat de jongen moest hardlopen. Hij was de snelste van zijn school en de snelste van zijn district. Persoonlijk record: 58 seconden op de 400 meter. Dat zou voldoende zijn geweest om zich te meten met de snelsten van zijn deelstaat West-Bengalen, en voor een plek bij de grenspolitie, die baantjes weggaf aan de beste sporters uit de streek. Maar Ganesh is boer geworden, en geen politieman. Hij zit in een huis van golfplaat waar hij met zijn gezin, de gezinnen van zijn twee broers en hun ouders woont. Hij verbouwt rijst zoals zovelen hier, en een beetje illegale tabak.

    Ganesh woont in Falnapur, een dorp met achthonderd inwoners. Toen hij naar school ging, stond zijn huis nog in een enclave. Daarom kon zijn droom niet in vervulling gaan. ‘Op school gaven we een ander adres op,’ zegt Ganesh. ‘Dat van het huis van mijn grootvader, dat in India stond.’ Mainland, zeggen ze hier tegen India: het vasteland, omdat de enclaves eilanden zijn. Kinderen uit Falnapur konden niet naar school; wie onderwijs wilde krijgen, moest een vals adres opgeven of een adres van familie buiten de enclave. Elke morgen stak Ganesh een landsgrens over.

    Het bedrog kwam uit omdat hij zo’n snelle sprinter was. Op een bepaald moment was het adres niet meer voldoende voor de organisatoren van de wedstrijden. Ze wilden een Indiaas identiteitsbewijs zien, en dat had Ganesh niet. Ook voor de aanstelling bij de grenspolitie zou hij zo’n document nodig gehad hebben. ‘De andere sprinters hebben ze aangenomen,’ vertelt Ganesh. Die waren langzamer dan hij.

    Rechtenloos

    Tot 2015 konden mensen geen gebruik maken van de openbare voorzieningen in de regio: de ziekenhuizen, de waterleiding, de politie. De enclaves waren een soort rechtenloze gebieden zonder infrastructuur. Toen kwamen India en Bangladesh overeen om ze uit te ruilen. Veertienduizend bewoners van de opgeheven enclaves kregen nu een Indiaas identiteitsbewijs en een kiezerspas. Maar velen weigerden om aan verkiezingen deel te nemen.

    De mensen in de enclaves zijn nog altijd geen echte Indiërs

    ‘Al meer dan zeventig jaar worden wij benadeeld,’ zegt Ganesh. Zijn zoon bezit nog steeds geen geboortebewijs, zijn vrouw en hij geen huwelijksakte – steeds klonk het: kan niet worden uitgereikt. Hun status is nu weliswaar officieel geregeld, maar in de bureaucratische jungle van India ontbreekt het hun meestal aan een bepalend document. De mensen in de enclaves zijn nog altijd geen echte Indiërs.

    In 2015 heeft de Indiase regering hun veel beloofd. De vroegere enclaves zouden waterleiding en gezondheidscentra krijgen. De landsregering zegde financiële steun toe. Maar de regering van het land en die van de deelstaat behoren tot elkaar vijandig gezinde partijen. Politici van de ene partij zeggen dat de andere partij geld heeft verduisterd. Politici van de andere partij zeggen dat pas de helft van het geld binnen is. 

    Het gebied langs de grens ziet er sappig groen uit. In de bevloeide rijstvelden zwemmen eenden en staan blauwe reigers, en de bananenbladeren hangen weelderig langs de wegen. Overal scharrelen geiten tussen de mensen. Toen Radcliffe zijn lijn trok door het oosten van India, schiep hij wat in India tegenwoordig de ‘kippenhals’ wordt genoemd: een smalle strook India tussen Bangladesh, Bhutan, Nepal en China. Die verbindt de buik van India met de kop in het noordoosten. In die kippenhals, in het sappige groen, liggen de enclaves. Langs de grens staan hoge hekken. Niemand moet het in zijn hoofd halen om die hals te breken.

    Bijobala Barman kwam vijfendertig jaar geleden de enclave Naulgram binnen, die omringd was door India. Bijobala is ongeveer vijftig jaar oud, helemaal zeker weet ze het niet. Ze bezit wel een Indisch identiteitsbewijs en een kiezerspas, maar de geboortejaren daarop komen niet overeen. Bijobala’s ouders hebben haar ooit uitgehuwelijkt naar de enclave. Haar man Hitindra is eenenzestig jaar oud. Hij werkt nu als boer, maar liever reisde hij met een harmonium langs de dorpen om volksliederen te zingen op bruiloften. Zijn vrouw was dertien of veertien toen ze hierheen kwam. ‘Ik had de tiende klas afgerond,’ zegt Bijobala, ‘maar hier waren geen wegen en de kinderen kregen geen onderwijs.’ Een weg voor de 1700 inwoners van Naulgram is er nog steeds niet.

    De grens met de enclaves mag dan officieel zijn afgeschaft, in de hoofden van de mensen bestaat hij nog steeds

    De grens met de enclaves mag dan officieel zijn afgeschaft, in de hoofden van de mensen bestaat hij nog steeds. Mannen geloven dat de beste vrouwen niet met hen willen trouwen omdat ze in voormalige enclaves wonen. En de mooiste meisjes gaan weg omdat ze hopen op een goede partij aan de andere kant van de onzichtbare grens. 

    Ook Bijobala heeft haar dochter gegeven aan een man buiten de enclave. ‘Daar heeft ze het beter. En ons kleindochtertje wordt een echte Indiase.’ De zonen zijn gebleven. Een van hen heeft gestudeerd en kan geen baan vinden. Hij zou graag voor de overheid werken, maar daar willen ze hem niet. Toen Bijobala en haar man in 2015 een Indiaas identiteitsbewijs kregen, hebben ze overwogen om te verhuizen. Toch zijn ze gebleven. Hun grond is hun waardevolste bezit, ze willen niet weer van vooraf aan beginnen.

    Omstreden gebied

    Grenzen hebben in Zuid-Azië een andere betekenis dan in het huidige Europa. Hier zijn het helder getrokken lijnen, in India gaat het eerder om gebieden. Degenen die ooit overeenstemming bereikten over de grenslijnen, zijn allang weg. En degenen die ze nu bewaken, zijn het er meestal niet over eens waar ze precies lopen. Dus verklaren ze het gebied links en rechts van een grens tot omstreden gebied. In de kippenhals word je soms al honderd meter voor de grens tegengehouden door een beambte. ‘Zou ik in uw land zomaar tot aan de grens kunnen lopen?’ vraagt die. Dat zou hij kunnen, maar hij lijkt het nauwelijks te begrijpen.

    Een aantal bewoners van enclaves hebben in 2015 alles opgegeven: dat zijn degenen die vanuit Bangladesh naar India zijn geëmigreerd. Na de uitruil lokte de Indiase regering ze met de belofte van een nieuw leven en financiële steun. Toen bijna duizend van hen daadwerkelijk kwamen, werden ze door de lokale politici met de nodige tamtam ontvangen. In de Indiase enclaves woonden 37.000 mensen. De meesten zijn in Bangladesh gebleven. Het is alsof ze vermoedden wat er zou gebeuren.

    In Dinhata, op een paar uur van de grens, is er een wijk voor de nieuwe Indiërs uit de voormalige enclaves. Eerst hebben ze vijf jaar in kampen gezeten. De huizen van de wijk zijn blauw-wit geschilderd, een jaar geleden waren ze klaar. Alle woningen zijn identiek en even groot, of de familie die erin woont nu vijf of vijftien leden telt. De verf bladdert al af. 

    ‘We zijn hier weliswaar een minderheid, maar in ieder geval zijn we die minderheid samen’

    Kachya Barman, vijftig jaar oud, wacht al zes jaar op wat zijn nieuwe vaderland hem heeft beloofd. Hij stapte in 2015 in Bangladesh in een bus die hem naar het noorden bracht. Hij nam zijn gezin mee. Ze wonen met zijn achten in de woning. Kachya is hindoe, de meerderheid in Bangladesh bestaat uit moslims. India, meende hij, was het land waar hij thuishoorde. Het land waar hij van afgesneden raakte toen Radcliffe zijn grenzen trok. Dus liet hij alles achter. ‘Nu vragen mijn verwanten mij: waarom ben je vertrokken? We zijn hier weliswaar een minderheid, maar in ieder geval zijn we die minderheid samen. Waren jullie maar hier gebleven.’

    Bedreigingen 

    Sinds een jaar woont Kachya met zijn gezin in het appartement in Dinhata. Als hij uit het raam kijkt, ziet hij een grasveldje op de binnenplaats. Kachya was boer, nu heeft hij wel een woning, maar geen land. Hij werkt net als de meeste mannen in de wijk als dagloner in de grote steden. Hij zegt dat de Indiase staat hem geld schuldig is. Maar dat mocht hij niet krijgen: politici vrezen sociale onrust in de stad als ze geld uitdelen aan de gezinnen uit de enclaves. Onlangs verzamelden zich buren voor de poort van de wijk en riepen bedreigingen. Ze zeiden: ‘We hebben jullie land gegeven, wat willen jullie eigenlijk nog meer?’ De mensen hier zijn arm, de buren kijken met jaloezie naar die nieuwe Indiërs, die blijkbaar alles cadeau krijgen. Kachya zou eindelijk wel eens willen hechten, maar zijn hart ligt nog steeds in Bangladesh.

    Ook deze geëmigreerde enclavebewoners zijn geen echte Indiërs geworden. Radcliffe heeft een grens getrokken en is weggegaan. En meer dan zeventig jaar later weten de mensen nog steeds niet echt waar ze nu eigenlijk bij horen.

    Waarschijnlijk zal de tijd helpen om levens, die ooit door de grenslijn van elkaar werden afgesneden, weer samen te voegen

    Kachya’s oudste zoon was zestien jaar toen de familie naar India verhuisde. Tegenwoordig werkt hij in een steengroeve. Op de Indiase school werd hij uitgelachen. Hij was de jongen uit Bangladesh. Hij zegt: ‘Ik voel me een Bengalees.’ Kachya’s jongere zoon Surjyo was veertien toen de familie naar India verhuisde. Hij voetbalt in de stad, werd een keer tot beste speler van de wedstrijd uitgeroepen en kreeg een bokaal. Binnenkort is hij klaar met de middelbare school en wil verder studeren. Hij zegt: ‘Ik voel me een Indiër.’

    Waarschijnlijk zal de tijd helpen om levens, die ooit door de grenslijn van elkaar werden afgesneden, weer samen te voegen. Maar soms helpt zelfs de tijd niet. Uit de wijk van de immigranten in Dinhata zijn in de afgelopen jaren een paar jongemannen verdwenen. Dit jaar waren het er drie. Ze zijn teruggevlucht naar Bangladesh. Daar zijn ze nu illegale immigranten in hun oude vaderland.

  • Frontex riskeert levens op zee met illegale ‘pushbacks’

    Frontex riskeert levens op zee met illegale ‘pushbacks’

    De Europese grensbewaking is betrokken bij het illegaal terugdringen van vluchtelingen, blijkt uit onderzoek van onder andere Bellingcat. Mensen die de oversteek wagen worden, soms met geweld, naar buiten de Griekse wateren geleid en daar aan hun lot overgelaten.

    Het is pas net licht als op 8 juni een zogenoemde pushback plaatsvindt van een rubberbootje met migranten voor de noordoostkust van Lesbos. Na aanvankelijk in het donker te hebben geprobeerd over te steken, wordt de rubberboot vroeg in de ochtend onderschept en fysiek tegengehouden door het Roemeense Frontex-vaartuig MAI1103. Vanuit Griekse wateren wordt het bootje door de Europese grenswacht teruggedrongen naar Turks gebied.

    De Turkse kustwacht meldt dat zij die dag 47 migranten heeft gered na een actie van de Griekse kustwacht. Op de door het Turkse persbureau Anadolu Agency gepubliceerde beelden lijkt te zien hoe MAI1103 een rubberboot tegenhoudt. 

    ANP 407447945 2
    Een rubberboot met vijftien Afghaanse vluchtelingen, onder wie drie vrouwen, zeven mannen en vijf kinderen, vaart op 28 februari 2020 onder begeleiding van een patrouilleboot van Frontex richting Lesbos. – © Aris Messinis / AFP

    Uit een gezamenlijk onderzoek van BellingcatLighthouse Reports, Der Spiegel, ARD en TV Asahi naar dit voorval en andere incidenten blijkt dat schepen van het Europees Grens- en Kustwachtagentschap Frontex medeplichtig zijn geweest aan het op zee terugdringen van vluchtelingen en migranten die via Griekse wateren de Europese Unie probeerden te bereiken.

    Gegevens uit openbare bronnen (‘open source’) wijzen uit dat Frontex sinds maart in zes gevallen ‘middelen’ (vaartuigen, personeel, instrumentarium) zou hebben kunnen inzetten om vluchtelingen terug te dringen en in een van die gevallen, bij de Grieks-Turkse zeegrens in de Egeïsche wateren, dit ook daadwerkelijk heeft gedaan.

    Hoewel Frontex bij vier incidenten niet op de exacte plek aanwezig was, leek in alle gevallen sprake van pushbacks, die waarschijnlijk te zien waren geweest op radar, met de visuele hulpmiddelen die deze schepen normaal gesproken aan boord hebben, of met het blote oog. 

    Pushbacks

    De Griekse kustwacht is al vaak beschuldigd van het uitvoeren van pushbacks. Volgens het European Center for Constitutional and Human Rights (ECCHR), een juridische en educatieve non-profitorganisatie, gaat het om incidenten waarbij vluchtelingen en migranten tot over de grens worden teruggedrongen, zonder inachtneming van persoonlijke omstandigheden en zonder hun de mogelijkheid te bieden asiel aan te vragen of bezwaar te maken tegen de maatregelen. 

    Image 1 Picture of Molivos with camera
    Het Portugese Frontex-schip Molivos in Mithymna, op Lesbos. © Bellingcat

    In de Egeïsche Zee verlopen pushbacks over het algemeen op twee manieren. De gebruikelijkste is om bootjes die op weg zijn van Turkije naar Griekenland ervan te weerhouden op Griekse bodem aan te meren. Dat gebeurt door de Griekse kustwacht. Die doet dat door het bootje keer op keer tegen te houden, tot het geen brandstof meer heeft, of door de motor onklaar te maken. Dan kan het bootje, door golven op te wekken, worden teruggeduwd in Turkse territoriale wateren, of worden gesleept als de wind niet meewerkt. 

    De andere manier wordt ingezet wanneer het vluchtelingen is gelukt het Griekse vasteland te bereiken. In dat geval worden ze gevangengenomen, op een reddingsvlot zonder motor gezet, weggesleept en midden in de Egeïsche Zee aan hun lot overgelaten.

    image 1 2
    Still van een video waarop te zien is dat op 9 juni 2020 een Frontex-schip een rubberboot nadert in de Egeïsche Zee. – © Bellingcat

    De pushbacks leiden vaak tot een patstelling tussen de Griekse en de Turkse kustwacht, die geen van beide de bootjes in nood te hulp willen schieten, maar wel in de nabijheid ervan allerlei onveilige manoeuvres uitvoeren. De rol van Frontex en de middelen die het bij zulke incidenten inzet, is echter nooit eerder vastgelegd.

    Dana Schmalz, deskundige op het gebied van internationaal recht bij het Max Planck-instituut in Heidelberg, zegt dat de in dit onderzoek uitgelichte incidenten waarschijnlijk illegaal waren en dat hiermee het verbod op refoulement [het terugsturen van vluchtelingen naar hun land van herkomst als zij daar voor vervolging moeten vrezen] en het maritiem recht zijn geschonden. Het verbod op refoulement berust volgens de VN-vluchtenlingencommissie (UNHCR) op ‘internationaal gewoonterecht’.

    Vuile werk

    Schmalz voegt eraan toe dat Frontex-personeel verplicht zou zijn tot hulp aan de opvarenden van een afgeladen bootje zoals dat te zien is in opnamen die dit onderzoek heeft blootgelegd. ‘Als ze dat niet doen, of zelfs golven opwekken om het bootje terug te dringen of wegvaren om de Grieken het vuile werk te laten opknappen, zijn ze betrokken bij illegale pushbacks.’

    Image 2 ships surrounding dinghy 2 1
    Op beelden die zijn gemaakt vanaf het rubberbootje dat op 15 augustus werd teruggedrongen is te zien dat meerdere grote en kleine vaartuigen bij de actie betrokken waren. – © Bellingcat

    Hoewel hem diverse voorbeelden van deze praktijk werden voorgelegd, sprak een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken tegen dat er sprake was geweest van pushbacks. Beschuldigingen die verband houden met de in dit artikel vermelde incidenten deed hij af als tendentieus. De Griekse kustwacht zou geheel overeenkomstig de internationale verplichtingen van het land hebben gehandeld.

    Frontex verklaarde dat de gastlanden waarmee het samenwerkt het laatste woord hebben over de wijze waarop operaties op hun grondgebied of in opsporings- en reddingsgebied worden uitgevoerd. Het agentschap voegde er echter aan toe dat het de Griekse kustwacht had ingelicht. Die bevestigde dat er een intern onderzoek was begonnen naar de gemelde incidenten. Maar Frontex vertelde er niet bij wanneer het de kustwacht had ingelicht of wanneer het onderzoek was begonnen.

    Image 3 Engine Comparison
    Links: still uit een video van 15 augustus waarop te zien is dat het startkoord is verwijderd. Rechts: hetzelfde type motor met startkoord. – © Bellingcat

    Op 24 juli zei de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, tegen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (LIBE) van het Europees Parlement dat het agentschap slechts een enkel incident in de Egeïsche Zee had waargenomen en vastgelegd waarbij sprake kon zijn geweest van pushbacks.

    Ons onderzoek lijkt die bewering te ontkrachten. We hebben gekeken naar de aanwezigheid van Frontex en de inzet van zijn middelen in de Egeïsche Zee, en hebben de bewegingen van het agentschap maandenlang gevolgd. 

    Veel Frontex-middelen waren echter moeilijk op te sporen, omdat de informatie van de transponders [elektronische apparaten die een boodschap uitzenden als antwoord op een ontvangen boodschap] niet waren geregistreerd, niet waren ingeschakeld of buiten bereik waren. Daardoor konden we slechts een fractie van de Frontex-operaties bestuderen.

    Frontex, een agentschap van de Europese Unie, is belast met grenscontrole in het Schengengebied. 

    Het onderzoek

    Dat Frontex daadwerkelijk betrokken is geweest bij pushbacks, hebben we in twee belangrijke stappen vastgelegd. De eerste behelst de identificatie van middelen die bij Operatie Poseidon [de activiteiten van Frontex in de Egeïsche zee] zijn ingezet, de tweede de vaststelling of deze middelen ook zijn ingezet bij pushbacks.

    Bij de eerste stap is gebruikgemaakt van open bronnen. Die bestonden uit berichten op sociale media, sites voor het volgen van vaartuigen en informatie die Frontex zelf publiceert. Ook konden we, dankzij vragen die in het Europees Parlement zijn gesteld, het aantal medewerkers en de aanwezige middelen in het operationele gebied vaststellen.

    Volgens de antwoorden aan het Europees Parlement beschikte Operatie Poseidon over 185 man personeel, een offshorepatrouillevaartuig, acht kustpatrouilleboten, één kustpatrouillevaartuig, vier voertuigen voor 
    thermische waarnemingen en drie patrouillewagens. Ook is er een Rapid Border Intervention Team, dat over diverse middelen beschikt, naast de middelen voor Operatie Poseidon. Dit omvat 74 man personeel, twee patrouilleboten, twee patrouillevoertuigen, een helikopter en drie voertuigen voor thermische waarneming. 

    Image 6 Screenshot with time and loc 2
    Het Roemeense Frontex-schip MAI1103 op 8 juni om 05:51 uur. © Turkse kustwacht

    In totaal hebben we via het opensourceonderzoek 22 middelen geïdentificeerd, waaronder vaartuigen, helikopters en vliegtuigen, die in 2020 in de Egeïsche Zee operatief waren. De reden dat dit meer is dan de middelen uit het antwoord op bovenstaande parlementaire vragen, is dat Frontex materieel rouleerde met grens- en kustwachten van de lidstaten. 

    Sommige middelen troffen we regelmatig aan in opensourcedata. Zo varen Roemeense en Bulgaarse schepen vaak door de Bosporus, waar veel scheepsspotters actief zijn. En dus was het mogelijk te zien hoe er gerouleerd werd tijdens de operaties, met inbegrip van schepen die ongeveer om de drie maanden werden uitgezonden of terugkeerden. Andere zaken waren moeilijker te volgen; daarvan vonden we in open sources slechts een enkele afbeelding of video terug. 

    Tracking

    Om deze middelen op te sporen en te bepalen of ze hadden deelgenomen aan pushbacks, hadden we veel meer gegevens nodig dan beschikbaar waren op sociale media. Dus hebben we onze toevlucht genomen tot transpondergegevens van schepen en andere informatie over de locatie van bepaalde schepen of vliegtuigen, die vrij beschikbaar was via sites zoals Marine Traffic of Flight Radar 24.

    Van veel middelen die we ontdekten was de informatie niet openbaar gemaakt, of werden de transponders alleen onder bepaalde omstandigheden ingeschakeld, bijvoorbeeld in de haven. Hierdoor waren ze buitengewoon moeilijk te volgen. In sommige gevallen stonden de transponders echter aan. We begonnen deze gegevens te verzamelen door aanvullende, gedetailleerdere gegevens te kopen van scheepsbedrijven en bedrijven die vluchtroutes volgen, op tijdstippen dat er pushbacks waren gemeld.

    We hebben deze trackinggegevens gecombineerd met onze eigen database van gerapporteerde pushbacks, die we hebben verkregen via zowel openbare rapporten als via informatie die is verzameld door ngo’s als Consolidated Rescue Group (CRG), Monitoring Rescue Cell (MRC) en Alarm Phone. Het ging om de coördinaten van gerapporteerde pushbacks, vaak verzonden door de inzittenden van bootjes. Door deze datasets over elkaar heen te leggen hebben we meerdere pushbackincidenten ontdekt waarbij Frontex in de buurt was. 

    Met behulp van deze gegevens hebben we sinds maart 2020 zes pushbackincidenten geïdentificeerd waarbij Frontex zich in de buurt bevond of waaraan het rechtstreeks deelnam. We hebben een onderverdeling gemaakt in vier ‘nabijheidsincidenten’, waarbij Frontex zich binnen 5 kilometer van het incident bevond, en twee ‘bevestigde incidenten’, waarbij we er zeker van kunnen zijn dat Frontex zelf op de plek van de pushbacks was. 

    Nabijheidsincidenten

    • 28-29 april: bij een eerder door ons gemeld incident kwam een groep vluchtelingen en migranten op Samos aan land. Naar eigen zeggen werden zij vervolgens vastgehouden, op een reddingsvlot zonder motor gezet en naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. Een bewakingsvliegtuig vloog twee keer over het gebied terwijl deze pushback plaatsvond.
    • 4 juni: twee rubberboten zouden vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Nortada lijkt op ongeveer 15 kilometer van het eerste incident en iets meer dan een kilometer van het tweede aanwezig te zijn geweest.
    • 5 juni: naar verluidt werd een bootje uit Noord-Lesbos teruggestuurd. Het Portugese schip Nortada bevond zich op ongeveer 2 tot 3 kilometer daarvandaan.
    • 19 augustus: een bootje zou vanuit Noord-Lesbos zijn teruggestuurd. Het Portugese Frontex-schip Molivos was er 5 kilometer vandaan, leek van koers te veranderden om op weg te gaan naar de pushback, voordat de transponder het signaal verloor of werd uitgeschakeld.

    In al deze gevallen is vastgesteld dat Frontex zich binnen een bepaalde actieradius bevond maar niet rechtstreeks deelnam. Het is moeilijk na te gaan of men op die afstand wist wat er aan de hand was. De missie van Operatie Poseidon omvat een aanzienlijk aantal taken die bewaking vereisen, waarbij zowel radar- als visuele hulpmiddelen kunnen worden ingezet, zoals camera’s die geschikt zijn voor gebruik in het donker en infraroodcamera’s. We weten bijvoorbeeld dat de Molivos is uitgerust met een geavanceerde camera die lijkt op een camera die te zien was op een ander Portugees Frontex-schip. Dit model kan 36 keer vergroten, met in het donker te gebruiken camera’s en infraroodcamera’s.

    Migranten maken voor de overtocht gebruik van zeer eenvoudige, opblaasbare rubberbootjes van een paar meter lang met één buitenboordmotor, die meestal niet op de radar zichtbaar zijn. Uit afbeeldingen en video’s van pushbacks die we hebben bekeken, blijkt dat er meerdere schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht zijn ingezet.

    Zoals we hiervoor al hebben vermeld, proberen schepen uit zowel Griekenland als Turkije regelmatig de bootjes over de zeegrens te duwen door golven te maken. De schepen varen daarbij met relatief hoge snelheid in een cirkelvormig patroon rond een bootje. Dat is riskant, en niet alleen vanwege het aanvaringsgevaar; de overvolle en vaak kwetsbare rubberboten kunnen door de opgewekte golven ook water maken of omslaan. 

    Hoewel een bootje zelf vaak niet op de radar verschijnt, blijkt de aanwezigheid ervan uit signalen dat er van een pushback sprake is. Grote en kleine schepen van zowel de Turkse als Griekse kustwacht, waarvan sommige ongebruikelijke manoeuvres uitvoeren om golven te creëren, lopen snel in de gaten. Ze zijn zelfs vanuit de ruimte te zien.

    Dan is er nog de kwestie van visueel bereik. Als een pushback op de radar zichtbaar is, is deze ook met het blote oog te zien, of met andere visuele systemen zoals bewakingscamera’s. Zelfs op een afstand van een paar kilometer is op een kalme zee en in goede omstandigheden een bootje meestal wel zichtbaar, hoewel precieze details als de aard van de menselijke vracht die ze vervoeren dat wellicht niet zijn.

    Niet opgemerkt

    In een eerder door Bellingcat beschreven incident van 28 april 2020 werd een groep van 22 op Samos aan land gekomen migranten vastgehouden door de Griekse politie. Vervolgens werden ze op een reddingsvlot zonder motor gezet en door de Griekse kustwacht naar het midden van de Straat van Mycale gesleept. In antwoord op ons verzoek om commentaar ontkende de Griekse overheid dat deze mensen ooit Grieks grondgebied hadden bereikt, hoewel uit getuigenverklaringen, foto’s en video’s het tegendeel blijkt.

    Terwijl het reddingsvlot in de zeestraat dreef, vloog een privébewakingsvliegtuig tot twee keer toe op ongeveer 1500 meter hoogte over het gebied: om 02:41 uur en om 03:18 uur. Dit vliegtuig, G-WKTH, is eigendom van DEA Aviation, dat luchtbewakingsdiensten levert aan Frontex. In een promotievideo van Frontex wordt beweerd dat deze beelden live naar het hoofdkantoor in Warschau worden gestreamd.

    Het vliegtuig is naar verluidt uitgerust met een MX-15-camera, die infraroodsensoren heeft en in het donker te gebruiken is. Aangezien dit vliegtuig specifiek wordt gebruikt voor bewaking vanuit de lucht, is het onwaarschijnlijk dat het het reddingsvlot met al zijn opvarenden niet heeft opgemerkt, evenals de Griekse en – later – Turkse schepen die volgens een van de opvarenden aanwezig waren.

    Image 4 15 August Incident 2
    Boven: de pushback van 15 augustus op beeld. Onder: een vergelijking van het vaartuig in het beeld (rechts) met de MAI1102 (links) lijkt erop te wijzen dat het hetzelfde schip betreft. – © Bellingcat

    In zijn reactie aan de commissie LIBE van het Europees Parlement geeft de uitvoerend directeur van Frontex inderdaad aan dat dit mogelijk het incident was dat Frontex had gezien. Er zou een ‘Serious Incident Report’ zijn opgesteld op basis van een waarneming van een incident door de luchtbewaking, waarbij mensen van een vaartuig naar een rubberboot werden overgezet en later door de Turkse autoriteiten werden gered.

    In twee gevallen, op 8 juni en 15 augustus, lijkt het zeker dat Frontex op de hoogte was van pushbacks op het moment dat ze plaatsvonden. Het lijkt er zelfs op dat een Frontex-schip op 8 juni daadwerkelijk deelnam aan een pushback – zoals aan het begin van dit artikel beschreven –, met als resultaat dat een bootje fysiek werd verhinderd Grieks grondgebied te bereiken.

    Op 15 augustus waren er ’s ochtends berichten over een confrontatie tussen de Griekse en Turkse kustwacht. De lokale bevolking plaatste foto’s op sociale media waaruit dit blijkt, maar ook CRG, MRC, Alarm Phone en Aegean Boat Report meldden een pushback.

    CRG en MRC plaatsten video’s van mensen op dit bootje, waarbij de video van CRG een motor zonder startkoord liet zien (zie foto). De Griekse kustwacht zou dat koord hebben meegenomen. In de video’s wordt het bootje omringd door schepen van zowel de Griekse als de Turkse kustwacht. We hebben eerder opgemerkt dat de Griekse kustwacht het onklaar maken van de motor kennelijk als tactiek gebruikt. 

    De meeste beelden van dit incident zijn van een afstand gemaakt, waardoor identificatie van de vaartuigen moeilijk is. We kregen echter ook een heel duidelijke foto van deze confrontatie toegestuurd. Daarop is de MAI1102 te zien, een schip van de Roemeense grensbewaking dat net was gearriveerd. De metadata van deze afbeelding komen overeen met de datum en het tijdstip van dit incident. De schepen zijn in vrijwel dezelfde opstelling te zien in een door passagiers van de boot gemaakte video.

    Hoewel niet met zekerheid is vast te stellen hoe ver de MAI1102 van deze pushback verwijderd was, is wel te zien dat het zeker binnen het visuele bereik van de confrontatie en het bootje zelf was.

    Schermafbeelding 2021 02 26 om 14.06.55


    Reconstructie van de pushback op 8 juni 2020 door het Frontex-schip MAI1103, aan de hand van opensourcedata. – © Logan Williams / Bellingcat / Mapbox / OpenStreetMap

    ‘Hoogste normen’

    Gedurende dit onderzoek hebben we een enorme hoeveelheid informatie verzameld over Frontex-activiteitenin de Egeïsche Zee, hoewel de meeste middelen van Frontex onmogelijk te volgen waren omdat de transponderinformatie niet was geregistreerd, niet was ingeschakeld of buiten bereik was. 

    Ondanks deze beperkingen hebben we meerdere malen kunnen vaststellen dat Frontex bij pushbacks aanwezig was, of dichtbij genoeg om te kunnen beseffen wat er aan de hand was. Bij ten minste één incident is duidelijk dat een Frontex-schip actief heeft deelgenomen aan een pushback. 

    Frontex verklaarde in reactie op dit onderzoek dat het bij zijn operaties 
    ‘de hoogste normen van grenscontrole’ in acht neemt en dat zijn medewerkers gebonden zijn aan een gedragscode die refoulement tracht te voorkomen en mensenrechten dient te handhaven. 

    Image 5 Comparison of vid and image 2
    Boven: stills uit een video die op 15 augustus werd gemaakt vanaf een rubberboot. Onder: dezelfde schepen in een vergelijkbare positie op het beeld van de pushback. – © Bellingcat

    De uitvoerend directeur van Frontex voegde eraan toe dat de Griekse kustwacht op de hoogte was gesteld van alle gemelde incidenten. De Griekse autoriteiten hadden bevestigd dat er een intern onderzoek was begonnen. Een woordvoerder van het Griekse ministerie van Maritieme Zaken zei dat de acties van medewerkers van de kustwacht ‘in volledige overeenstemming met de internationale verplichtingen van het land werden uitgevoerd’. De woordvoerder stelde dat tijdens de vluchtelingencrisis van de afgelopen jaren duizenden migranten door de Griekse kustwacht zijn gered, dat de beschuldigingen van illegale pushbacks tendentieus waren en dat de operationele praktijken van de Griekse autoriteiten nooit dergelijke (illegale) acties hebben omvat. 

    Dit onderzoek maakt deel uit van de Borders Newsroom van Lighthouse Reports, een onderzoeksjournalistiek project over de omstandigheden van vluchtelingen en migranten aan de Europese grens.

  • De Brexit schept een grens die er niet meer is

    De Brexit schept een grens die er niet meer is

    Vroeger hadden de Ieren een harde grens met Engeland toegejuicht. Maar nu de Brexit nadert vinden ze het jammer, schrijft de Ierse columnist Fintan O’Toole. ‘De tijd dat Iers-zijn het tegenovergestelde was van Engels-zijn is voorbij.’

    Die zomer hing in Londen een soort hitte die ik in Ierland nog nooit had gevoeld, zo drukkend en benauwd als je alleen in heel grote steden meemaakt. Het was 1969, ik was elf en dit was mijn eerste dag in Engeland. Samen met mijn vader en mijn broer was ik met de boot van Dublin naar Liverpool gekomen. Met de bus waren we door de Midlands gereden, een intens onbekend landschap van autowegen, benzinestations en reusachtige energiecentrales. Mijn vaders neef Vincent had ons opgewacht bij het busstation en een volgende bus bracht ons naar East End, waar we logeerden bij mijn moeders zus Brigid. Brigid was een non, dus eigenlijk logeerden we in een katholiek klooster.

    Vanwege de hitte en het vooruitzicht van drie dagen achter de kloostermuren besloot mijn vader dat hij wel een biertje kon gebruiken. Dus mijn vader en Vincent lieten mijn broer en mij met een flesje Fanta achter op een laag muurtje en verdwenen zelf de kroeg in. Ik weet nog dat ik op dat muurtje hard op mijn rietje zat te zuigen om de paniek te onderdrukken. We waren alleen in Engeland, van iedereen verlaten, op een wezensvreemde plek. ‘Engeland’ was een angstaanjagend begrip voor me.

    Uit de geschiedenislessen op school wist ik dat de Engelsen alleen maar slechte dingen tegen de Ieren hadden gedaan. En ik wist dat de kern van al die slechtigheid het protestantisme was. Er was maar één waar geloof en dat dat was natuurlijk het katholicisme, dus Engeland was in principe al abnormaal. Je wist nooit wat je van zulke mensen kon verwachten – alleen dat ze niet aardig waren.

    De officiële Ierse cultuur van mijn jeugd definieerde Ierland als alles wat Engeland niet was. Engeland was protestants, dus het katholicisme moest het hart van de Ierse identiteit vormen

    Toen kwam er over de weg een enorm grote man aan in een wapperend wit gewaad, en zijn lengte werd nog geaccentueerd door een hoge muts van luipaardbont. Hij had een gevolg van vijf of zes mannen, ook in het wit, zij het minder flamboyant. Hij was kennelijk een soort hoogwaardigheidsbekleder, een koning of een stamhoofd. Ik kon mijn ogen niet van hem afhouden. Hij zag me kijken en op zijn gezicht verscheen een grote glimlach. Hij gaf me een klopje op mijn hoofd en zei in een voor mij onbekende taal iets tegen zijn kompanen. Hij vroeg: ‘Geniet je van je fles prik?’ ‘Prik’ was een woord dat we in Ierland niet gebruikten voor frisdrank, maar ik wist wat het betekende. Ik kende het woord uit de Britse stripverhalen die we verslonden. Het verbaasde me dat hij mijn broer en mij voor Engelsen hield. Ik wilde hem uitleggen dat hij zich vergiste, dat wij net als hij buitenlanders waren. Maar ik was te perplex om iets te kunnen zeggen en hij vervolgde majestueus zijn weg.

    Soms vraag ik me af wat ik als elfjarige tegen dat koninklijke personage zou hebben gezegd als ik in staat was geweest om mijn gevoelens uit te spreken. Stel dat hij mijn protest had weggewuifd: ‘Ik vind jou er Engels uitzien, dus wat is het probleem?’ Stel dat hij had gevraagd wat we daar überhaupt deden. Dan had ik moeten uitleggen dat mijn oom Vincent die in het café achter ons zat, uit het arbeidersmilieu in Dublin was weggegaan en erin geslaagd was om af te studeren op de universiteit van Oxford. En dat we logeerden bij mijn tante, de non, die als verpleegster in East End werkte. En dat we daarna in Maidstone zouden logeren bij mijn vaders broer Kevin die foerier was in het Britse leger en op de Tories stemde. En dat we daarna zouden logeren bij mijn moeders broer Pete en zijn vrouw in Manchester; hij was buschauffeur en zij stemden Labour.

    En dat al hun kinderen – de neven en nichten die Engels met het plaatselijke accent spraken – net zo waren als ik: we speelden dezelfde spelletjes, keken naar dezelfde tv-programma’s, luisterden naar dezelfde popmuziek en we konden meteen goed met elkaar opschieten omdat we familie waren.

    Ik weet niet of hij ervan overtuigd zou zijn dat mijn Iers-zijn iets meer was dan een kleine lokale variatie op het Engels-zijn. Het was natuurlijk veel meer – en dat is het nog steeds. Het Iers-zijn is niet iets wat je hoeft te bewijzen. Maar het ligt ook weer niet zo simpel en het is zeker niet wat ik als jongetje dacht dat het was: het tegenovergestelde van Engels-zijn.

    Meerduidig en complex

    Relaties binnen wat we nu ‘de eilanden’ noemen zijn meerduidig en complex. Engeland, Schotland, Wales, Noord-Ierland en de Ierse Republiek vormen een soort matrix, maar die verschuift voortdurend en is nooit stabiel. De officiële Ierse cultuur van mijn jeugd definieerde Ierland als alles wat Engeland niet was. Engeland was protestants, dus het katholicisme moest het hart van de Ierse identiteit vormen. Engeland was industrieel, dus Ierland moest zijn onderontwikkelde en gedeïndustrialiseerde economie tot deugd verheffen. Engeland was urbaan, dus Ierland moest een exclusief rustiek imago van zichzelf creëren. De Engelsen waren wetenschappelijke rationalisten, dus wij moesten als Ieren de mystieke dromers van dromen zijn. Zij waren Angelsaksen, dus wij waren Keltisch. Zij hadden een monarchie, dus wij een republiek. Zij ontwikkelden een welvaartstaat, dus wij vertrouwden op de genade van de liefdadigheid.

    Maar zo simpel was het leven niet. Mijn tantes en ooms waren dolblij met hun werk in de fabriek en de dienstverlening in Engelse steden. Ze emigreerden niet zozeer naar Engeland als wel naar de welvaartsstaat. De Ieren hielpen de National Health Service opbouwen en genoten van de voordelen ervan. Ze maakten gebruik van de onderwijsmogelijkheden die de Britse sociale democratie hun bood. En hoewel ze zeker wel racistische trekjes hadden, genoten ze van het leven in een multi-etnische samenleving.

    Hoewel het katholicisme een belangrijk punt van onderscheid was, gaven veel Ieren er de voorkeur aan om in Engeland te wonen omdat ze dan verlost waren van seksuele vooroordelen. Zes jaar na mijn eerste bezoek werkte ik als zeventienjarige in de zomervakantie in een bioscoop in Piccadilly Circus. Daar werd me voor het eerst gevraagd: ‘Ben je homo of hetero?’ Me bijna verontschuldigend mompelde ik dat ik hetero was – verontschuldigend omdat ik me meteen realiseerde dat bijna iedereen die daar werkte homo was. De manager was homo en hij nam homo’s in dienst om van het bedrijf een soort veilige haven te maken. Ik had de baan gekregen op basis van een verkeerde inschatting, maar ik werd getolereerd. Het was voor mij een belangrijke, zij het wat vreemde ervaring: ik kon even meemaken hoe het was om tot een seksuele minderheid te behoren.

    Op verschillende manieren betekende Engeland dat voor veel Ieren: het land leerde ons dat ‘meerderheid’ en ‘minderheid’ willekeurige typeringen waren. In Ierland maakten de meesten van ons deel uit van een meerderheidscultuur; in Engeland moesten we leren wat het was om tot de weinigen te behoren in plaats van tot de velen. Dus we hadden twee verschillende ideeën over Engeland: als het tegenovergestelde van Ons en als een plek waar Wij iets veel ruimers betekende.

    Ierse kinderen in de wijk Ballymun in Dublin. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte
    Ierse kinderen in de wijk Ballymun in Dublin. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    Maar de opvatting dat Ierland en Engeland elkaars tegenovergestelde zijn is allang achterhaald. Ierland is veel minder katholiek en Engeland veel minder protestants; in elk geval speelt religie een veel minder belangrijke rol in de identiteit van beide landen dan vroeger. De historische vijandigheid heeft plaatsgemaakt voor intense samenwerking en een gedeeld belang in vrede. En wellicht het belangrijkste: Engeland en Ierland zijn niet langer de tegenovergestelde nationaliteitspolen op de ‘eilanden’ – Wales en in het bijzonder het zelfstandigere Schotland zijn veel assertievere delen van de matrix.

    Het wegvallen van deze simplistische tegenstelling is alleen maar goed. Maar de andere, positievere, kant van de oude tegenstelling is ook aan het verdwijnen, deels omdat Ierland is veranderd. De tijd is allang voorbij, bijvoorbeeld, dat Ieren de zee moesten oversteken om het leven in een multi-etnische samenleving te ervaren – de sinds de jaren negentig snel toenemende immigratie heeft ertoe geleid dat ze dat ook in hun eigen land kunnen ervaren. De strijd is ook voorbij dat LHBT-ers het gevoel hadden dat ze naar Engeland moesten om een tolerantere cultuur te vinden. Ierse vrouwen gaan nog steeds wel naar Engeland voor een abortus die ze in hun eigen land niet kunnen krijgen, maar die tijd zal ook langzaam voorbijgaan nu Ierland op het punt staat de strenge abortuswet te veranderen. Als Engeland in mindere mate een toevluchtsoord is voor Ieren, komt dat deels doordat er minder is om voor te vluchten.

    Paradox

    Als de tegenstellingen waar we aan gewend waren verdwenen zijn, blijft voor ons de paradox over: de Ierse Zee heeft nog nooit zo smal geleken en de twee kanten zijn nog nooit zo gelijk geweest. Toch zullen Ierland en Engeland binnenkort wellicht meer gescheiden zijn dan voorheen, omdat er dan een EU-grens tussen ligt. Er was natuurlijk een tijd dat veel Ieren van zo’n situatie zouden hebben gedroomd, dat nationalisten niets liever wilden dan dat de hoogst mogelijke barrières tussen Ierland en Engeland werden opgeworpen.

    Maar nu kom je bijna geen Ier meer tegen die het niet diep betreurt. Dat zegt op zichzelf al veel. Onder al dat politieke gedoe heeft alles zich heel fatsoenlijk geschikt, in een over het algemeen tevreden nabuurschap. Na zo veel eeuwen van verbittering is dat geen sinecure. De Engelsen en de Ieren hebben onderling geen problemen meer. En juist het feit dat er geen problemen meer zijn is nu een big deal.

    Auteur: Fintan O’Toole
    Vertaler: Paul Bruijn

    Lees ‘Brexit kan Groot-Brittannië en Ierland opnieuw verdelen’ terug in Reader # 0.

    The Irish Times
    Ierland | dagblad | oplage 61.049

    In 1859 opgericht door protestanten. Tegenwoordig staat de krant onder controle van een groep ‘trustees’, die de politieke en religieuze onafhankelijkheid bewaakt. The Irish Times heeft nog altijd een groot correspondentennetwerk en vele prominente ‘pennen’.