Sociaaldemocraten winnen Duitse verkiezingen met nipte marge
De Sociaal-Democratische Partij (SPD) heeft zondag de parlementsverkiezingen in Duitsland gewonnen, volgens voorlopige officiële uitslagen. Zij werden echter op de voet gevolgd door de conservatieve CDU/CSU.
‘Duitsland heeft gestemd‘, kopt Welt, na een dag die in het teken stond van de Duitse parlementsverkiezingen. Op zondag 26 september ging meer dan 76 procent van de kiezers naar de stembus. Zij moesten beslissen over de toekomst van het land na het vertrek van Angela Merkel. ‘Het gaat een lange avond worden’, schreef het conservatieve dagblad na het sluiten van de stembureaus.
De nek-aan-nekrace werd maandagochtend vroeg bevestigd met de publicatie van de officiële voorlopige resultaten, zoals gemeld door ZDF.
De CDU/CSU haalden de ‘slechtste uitslag in hun geschiedenis’
De CDU/CSU haalden slechts 24,1 procent van de stemmen, de ‘slechtste uitslag in hun geschiedenis’. De SPD van Olaf Scholz werd de grootste partij met 25,7 procent van de stemmen. De Groenen werden nipt derde met 14,8 procent. ‘Een belangrijke vooruitgang voor de groene partij’, merkt T-Online op.
De liberalen van de FDP haalden 11,5 procent van de stemmen, iets meer dan de meeste opiniepeilingen voorspelden. De extreemrechtse AfD haalde 10,3 procent van de stemmen, terwijl de radicaal-linkse Die Linke slechts 4,9 procent haalde, niet genoeg voor de kiesdrempel van 5 procent.
‘De SPD is terug’, zei partijsecretaris-generaal Lars Klingbeil
Leden van de SPD waren er snel bij om de overwinning op te eisen, aldus Der Spiegel. ‘Om 18.00 uur klonk er gejuich en geschreeuw bij het hoofdkwartier van de SPD’, aldus de krant op haar live feed. ‘De SPD is terug’, zei partijsecretaris-generaal Lars Klingbeil, terwijl Olaf Scholz zei dat hij klaar was om ‘de volgende kanselier’ te worden.
‘De conservatieven hebben duidelijk stemmen verloren’, schrijft het nieuwsblad, gezien het feit dat bijna 1,4 miljoen kiezers die traditioneel op de CDU/CSU stemden, voor de SPD kozen. Dit weerhield Armin Laschet er niet van te verzekeren dat hij ‘al het mogelijke zal doen om een regering te vormen’, maar hij gaf toe dat de resultaten van zijn partij teleurstellend waren. In 2017 had zijn kamp 32,9 procent van de stemmen behaald.
IJsland kiest het meest vrouwelijke parlement van Europa
Een paar uur lang dacht IJsland geschiedenis te hebben geschreven door voor het eerst in Europa een parlement dat uit een meerderheid van vrouwen bestaat te kiezen. Volgens de eerste uitslagen op zondagavond 26 september hadden vrouwen 33 van de 63 zetels in het Althingi, het IJslandse parlement, gewonnen. Maar enkele uren later leverde een hertelling – die op initiatief van de stembureaus werd uitgevoerd omdat de resultaten zeer dicht bij elkaar lagen – vrouwen slechts 30 zetels op, bericht Deutsche Welle.
IJsland is volgens het World Economic Forum het meest gelijke land ter wereld
Met 47,6 procent kan IJsland toch bogen op het meest vrouwelijke parlement van Europa, net voor Zweden, waar 47 procent van de parlementsleden vrouw is. Volgens The Hill is dit resultaat nauwelijks verrassend: afgelopen maart publiceerde het World Economic Forum een rapport waarin IJsland werd beschreven als ‘het meest gelijke land ter wereld, voor de twaalfde keer op rij’.
De huidige links-rechtscoalitie heeft de verkiezingen gewonnen, maar de machtsverhoudingen tussen de drie partijen zijn aanzienlijk veranderd: de Groenen van premier Katrin Jakobsdottir zijn teruggevallen, met acht zetels (tegenover elf bij de verkiezingen van 2017), de Onafhankelijkheidspartij (conservatief) behield haar zestien zetels, en de Vooruitgangspartij (centrumrechts) heeft sterk gewonnen, met dertien zetels (tegenover acht in 2017), bericht Reykjavik Grapevine.
Sony wil grootste televisienetwerk van India kopen
De Indiase tak van Sony heeft een niet-bindende overeenkomst getekend waarmee het bedrijf aangeeft Zee Entertainment, het grootste beursgenoteerde televisienetwerk van India, te willen kopen. Na de aankondiging stegen de aandelen van Zee met 20 procent, waardoor het bedrijf op een marktwaarde van 4 miljard dollar komt, circa 3,4 miljard euro, bericht Al-Jazeera.
Te midden van een recordaantal sterfgevallen lijdt Narendra Modi electorale tegenslag
Ondanks de ‘zeer agressieve’ campagne van de hindoenationalistische Bharatiya Janata-partij (BJP) van Narendra Modi, behaalde Trinamool Congress (TMC) van Mamata Banerjee op zondag 2 mei een ‘spectaculaire overwinning’ in West-Bengalen, een belangrijke staat van 90 miljoen mensen, meldt Times of India. Het gaat om meer dan 200 van de 294 zetels in het parlement van de deelstaat.
Zondag werden ook verkiezingen gehouden in de staten Assam (Noordoosten), Tamil Nadu (Zuidoosten), Kerala (Zuidwesten) en in het unieterritorium Puducherry (Zuidoosten), dat in tegenstelling tot de deelstaten direct onder het centrale gezag staat. De BJP behield de macht in de staat Assam, maar slaagde er elders niet in aanzienlijke winsten te behalen, terwijl de partij daar wel op had gerekend.
Mamata Banerjee dwong de machtige BJP-leiders, en vooral premier Narendra Modi, om ‘terug te keren naar de realiteit’, aldus Times of India. ‘In West-Bengalen, waar de politiek van oudsher persoonlijkheidsgedreven was, slaagden de vele “sterren” die door de BJP voor de campagne werden ingezet, waaronder Narendra Modi, er niet in om de persoonlijkheid en het leiderschap van mevrouw Banerjee te overstemmen’, analyseert The Asian Age.
Nieuw record van sterfgevallen binnen 24 uur
Banerjee sprak zondagavond met de pers, bedankte de inwoners van de staat, vooral de vrouwen, en zei dat haar eerste taak zou zijn om de uitbraak van covid-19 in India aan te pakken, schrijftThe Hindu.
De aankondiging van de eerste uitslagen leidde tot ‘grote bijeenkomsten’ in West-Bengalen, meldt Hindustan Times, waarbij ‘partijaanhangers (…) elkaar omhelsden’ terwijl ondanks de regels ‘velen geen masker droegen’.
Zondag registreerde het subcontinent een nieuw record van sterfgevallen als gevolg van het coronavirus, waarbij 3689 doden in 24 uur werden betreurd, schrijft BBC. ‘Tien opeenvolgende dagen is het aantal gevallen in het land dagelijks meer dan 300.000’, aldus de Britse zender. ‘Ziekenhuizen kampen met een ernstig tekort aan bedden en zuurstoftanks, en veel Indiërs doen op sociale media een wanhopige oproep om hulp.’
Mamata Banerjee speelde in haar campagne in op deze ontwikkelingen, schrijft Times of India. Toen het aantal gevallen van covid-19 in het land toenam, ‘lanceerde ze een openlijk offensief tegen premier Narendra Modi en zijn naaste medewerker Amit Shah, en beschuldigde hen ervan dat ze in hun ijver West-Bengalen te winnen, hun verantwoordelijkheden niet waren nagekomen.’
Nu is het zeker, schrijft Deutsche Welle: de Groenen rekenen op Annalena Baerbock om de parlementsverkiezingen in september te winnen en de nieuwe kanselier te worden. Voor het eerst in hun geschiedenis zijn ze vastbesloten om een centrale plaats in de regering in te nemen.
In 1998 belandden ze met 6,7 procent van de stemmen in een nogal onverwachte coalitie met de SPD – een eerste deelname aan een regering die duurde tot 2005. Drieëntwintig jaar later bevinden de Groenen zich in een heel andere positie, met een prognose van meer dan 20 procent van de stemmen: de partij zou zelfs de CDU/CSU voorbijstreven, met 28 procent van de stemmen tegen 22 procent, volgens een peiling van 28 april.
De afgelopen jaren verklaren de Groenen zich bereid om met alle andere partijen samen te werken – behalve de extreemrechtse AfD. Nooit waren de Groenen zo flexibel, aldus Süddeutsche Zeitung. Een flexibiliteit die volgens sommige critici mogelijk ook van toepassing is op hun ideeën.
Veertig jaar na haar oprichting heeft de partij de kern van haar programma nog altijd niet veranderd
Maar Deutsche Welle stipt aan dat de partij veertig jaar na haar oprichting de kern van haar programma nog altijd niet heeft veranderd: de bescherming van het milieu, en vooral de strijd tegen klimaatverandering. ‘De campagne weerspiegelt wat de aanhang wil horen: de partij heeft zichzelf tot doel gesteld om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met 70 procent te verminderen, een cijfer dat veel ambitieuzer is dan de 55 procent die de huidige regering noemt. Hiervoor moet de energietransitie worden versneld, de productiecapaciteit van hernieuwbare energiebronnen verhoogd en moeten er meer elektrische auto’s komen.
‘Net als de meeste andere partijen pleiten de Groenen voor een sterk Europa (…) en zijn ze voorstander van een herwaardering van de transatlantische betrekkingen. De Groenen zullen naar verwachting kritischer zijn over China en Rusland en zijn tegen de aanleg van de controversiële Nord Stream 2-pijpleiding in de Oostzee, die de huidige regering verdedigt. Ze steunden ook openlijk oppositiebewegingen in China, Rusland en Wit-Rusland‘, vat Deutsche Welle samen.
‘Economisch en sociaal staat de partij een sterke staat en hogere overheidsuitgaven voor‘, vervolgt DW. ‘Het valt nog te bezien wat er mogelijk zal zijn met de financiën als de coronacrisis voorbij is. En hoe zullen deze maatregelen vallen bij de conservatieven, die al hebben aangekondigd zo snel mogelijk terug te willen naar een begrotingsevenwicht?
Op maatschappelijk niveau stellen de Groenen zich op als voorvechters van gendergelijkheid en de strijd tegen xenofobie en racisme. Ze willen de polarisatie van de samenleving verminderen. Dit zal niet gemakkelijk zijn, aangezien veel van hun vertegenwoordigers – te beginnen met de vicevoorzitter van de Bondsdag Claudia Roth – onderwerp zijn van oprechte haat van de kant van hun politieke tegenstanders, met name de extreemrechtse Verenigde Staten.’
Tagesspiegel wijst erop dat Annalena Baerbocks gebrek aan ervaring zou worden opgevangen door ‘de solide infrastructuur van de Groenen’, in het bijzonder de afgevaardigden in de Bondsdag en de gekozen vertegenwoordigers in regionale parlementen. ‘Experts als Omid Nouripour voor buitenlands beleid, Franziska Brantner voor Europa of de doorgewinterde parlementariër Britta Hasselmann zijn mensen met sterke zenuwen en meer dan één truc achter de hand.’
Met WikiAfrica nemen Afrikanen hun eigen geschiedenis in handen
‘Op Wikipedia staat meer informatie over Frankrijk dan over het hele Afrikaanse continent’, verkondigt nieuwsblog Reasons to Be Cheerful. Geschiedenis, politiek, entertainment… Afrika ontbreekt in alle opzichten grotendeels in de inhoud die Wikipedia aanbiedt. Adama Sanneh, opgegroeid in een Italiaans-Senegalees gezin in Milaan, realiseerde zich de omvang van het probleem en de gevolgen nadat ze in Oost-Afrika had gewerkt.
In 2018 creëerde ze het WikiAfrica Education-initiatief, dat honderden burgers van het Afrikaanse continent en zijn diaspora samenbrengt. Ze hebben allemaal hetzelfde doel: vanuit Afrika kennis over Afrika produceren en verspreiden. Om dit te bereiken leek Wikipedia, een van de meest bezochte sites ter wereld (7 miljard bezoeken per maand), Adama Sanneh een voor de hand liggend platform. Deelnemers verrijken Wikipedia met kennis over het Afrikaanse continent door nieuwe pagina‘s aan te maken.
Het gebaar is des te symbolischer omdat ‘mondelinge geschiedenis in Afrika net zo belangrijk is als wat we in leerboeken vinden’
Een van de lanceringsevenementen van WikiAfrica vond in 2019 plaats in Johannesburg. Voor de gelegenheid werd het grote Constitution Hill Trust-complex van de stad overgenomen door jonge mensen, gewapend met boeken en computers. Activisten, specialisten en onderzoekers spraken hen toe, aldus Reasons to Be Cheerful.
‘Iconische Zuid-Afrikanen zoals justitie Edwin Cameron [lid van het Hooggerechtshof, de eerste Zuid-Afrikaanse functionaris die publiekelijk bekendmaakte dat hij hiv-positief was] en advocaat Dumisa Ntsebeza [advocaat en anti-apartheidsactivist] waren aanwezig om hun kennis over de grondwet en geschiedenis van Zuid-Afrika met de deelnemers te delen. Vervolgens vormden de jongeren, gewapend met deze kennis, werkgroepen om Wikipedia-artikelen over belangrijke figuren uit de democratische geschiedenis van hun land te maken en te ontwikkelen.’
Het gebaar is des te symbolischer omdat ‘mondelinge geschiedenis in Afrika net zo belangrijk is als wat we in leerboeken vinden’, schrijft Mail&Guardian. Door het gebrek aan vertalingen van zeldzame inheemse talen loopt het continent het risico dat waardevolle verhalen verdwijnen. Een 27-jarige Ghanese student die lid is van het initiatief, vertaalt de Wikipedia-pagina’s daarom bijvoorbeeld in haar moedertaal, Dagbani, dat wordt gesproken door ‘meer dan 3 miljoen moedertaalsprekers’, maar internationaal niet wordt erkend.
In de media en het academische discours en ook in de collectieve verbeelding blijft Afrika onderhevig aan een westerse blik. Volgens de organisatie Africa No Filters is zeker een derde van de artikelen die door Afrikaanse nieuwsorganisaties worden gepubliceerd, in feite afkomstig van buitenlandse persbureaus. Het is tijd om de burgers van het continent van ‘passieve consumenten’ te veranderen in ‘actieve transformatoren’ van kennis, aldus Adama Sanneh.
Als eerste Duitse gemeente weert Hamburg sinds eind mei vervuilende dieselauto’s uit een deel van de stad. Een opmerkelijke stap in een land dat zichzelf graag als groen ziet, maar ook verweven is met de auto-industrie.
De Stresemannstrasse is een straat als zovele: lelijk, lawaaiig en vol auto’s en vrachtwagens die dag en nacht giftige dampen uitbraken. Maar per 31 mei wordt deze belangrijke verkeersader in de welvarende en progressieve havenstad Hamburg een proeftuin: hier gaan de autominnende Duitsers kijken wat er gebeurt als je zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit de stad bant. Voor Duitsers is een verbod op diesel – in de negentiende eeuw uitgevonden door een Duitse ingenieur en tot op de dag van vandaag zwaar gepromoot door hun geliefde auto-industrie – bijna even onvoorstelbaar als een verbod op bier of Bratwurst. Maar het land kampt met een gespleten persoonlijkheid: voortrekker op het gebied van groen beleid én de grootste producent van alles wat vroem-vroem doet.
Het dieselverbod in Hamburg blijft beperkt tot een gedeelte van twee straten en geldt niet voor nieuwe, schonere dieselauto’s. Maar voor milieuactivisten en groen georiënteerde politici is het een doorbraak in de strijd voor schonere lucht in de stad. Een zeldzame overwinning op een industrie die in eigen land bijna niet lijkt te worden bestraft voor het grootscheepse gesjoemel met de uitstoot van haar auto’s. ‘Symbolisch is het een grote stap,’ zegt Manfred Braasch, de lokale leider van milieuorganisatie Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland (BUND). ‘Dit is van oudsher een dieselland.’
Het verbod in Hamburg, de op een na grootste stad van het land, vindt waarschijnlijk snel navolging in andere steden. In februari heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat steden het recht hebben vervuilende dieselwagens uit stadskernen te weren. En gemeenten zijn bezig hun regelgeving af te stemmen op de strikte EU-richtlijnen voor uitstoot van vervuilende stoffen, voordat ze daartoe gedwongen worden via de Europese rechter. Ondertussen heeft de Bondsregering moeite om tot landelijk beleid te komen. In theorie wil de overheid dat de zwaarste vervuilers onder de 15 miljoen Duitse dieselwagens door de autofabrikanten schoner worden gemaakt middels het plaatsen van roetfilters, zoals ook in de VS is gebeurd. ‘We geloven in het principe dat de vervuiler betaalt,’ zegt Nikolai Fichtner, woordvoerder van het ministerie van Milieu. ‘Wie is er verantwoordelijk voor het probleem? De auto-industrie. Die heeft auto’s verkocht waarvan de consument dacht dat ze schoon waren. En dat zijn ze ook in het laboratorium – maar niet op de weg.’
Vanwege haar voortrekkersrol bij de wereldwijde strijd tegen broeikasgassen mag Angela Merkel dan bekendstaan als ‘de klimaatkanselier’, als het om diesel gaat aarzelt ze. Vorige week zei ze dat de auto-industrie verantwoordelijkheid moet nemen voor haar fouten, doelend op het schandaal met de sjoemelsoftware van Volkswagen in 2015.
Maar ze liet ook merken dat ze het niet billijk vindt om alleen de autofabrikanten – in Duitsland goed voor 800.000 banen – te laten opdraaien voor de kosten van die roetfilters, die naar schatting in de miljarden zullen lopen. En ze heeft zich uitgesproken tegen een verbod. Daarmee loopt Duitsland uit de pas met andere grote Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. Die hebben allebei aangekondigd de verkoop van nieuwe diesel- en benzine-auto’s vanaf 2040 te verbieden, als onderdeel van een beoogde transitie naar hybride en elektrische auto’s.
Maar Hamburg laat zien dat de Duitse steden Merkels zegen niet afwachten. En het vooruitzicht van een lappendeken aan lokale dieselverboden blijkt, bovenop de gevolgen van het Volkswagen-schandaal, nu al catastrofaal uit te pakken voor de Duitse dieselmarkt. De verkoop van nieuwe dieselwagens is gekelderd en tweedehands diesels staan weg te roesten bij de dealers. In 2015 reed de helft van alle in Duitsland verkochte auto’s nog op diesel. Begin dit jaar was dat nog maar eenderde, en de verkoop daalt nog steeds. Een dramatische daling voor een brandstof die in Europa lange tijd een veel grotere rol speelde dan in de VS en Azië.
Nietsdoen geen optie
In de jaren negentig begonnen Europese fabrikanten diesel aan de man te brengen als een schoner alternatief voor benzine, vanwege de lagere CO2-uitstoot. Omdat CO2 als de belangrijkste menselijke factor in de klimaatverandering wordt beschouwd, werd dieselgebruik door overheden gestimuleerd middels accijnsverlagingen. Maar diesel is ook een belangrijke bron van lokale luchtvervuiling. De populariteit van diesel heeft de gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling in alle Europese steden omhooggedreven. De door dieselmotoren uitgestoten stikstof- en fijnstofdeeltjes zijn medeverantwoordelijk voor veel luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten, die bijdragen aan het vroegtijdig overlijden van naar schatting zo’n 400.000 Europeanen per jaar, waaronder 75.000 Duitsers.
In zo’n zeventig Duitse steden voldoet de luchtkwaliteit niet aan de EU-normen voor stikstof. Hamburg is een van die steden. De politici die het verbod nu hebben ingevoerd, zeggen dat met tegenzin te hebben gedaan, nadat was gebleken dat andere maatregelen tegen luchtvervuiling niet hielpen. ‘Ik had het fijner gevonden als we hier niet toe gedwongen waren geweest,’ zegt Jens Kerstan, wethouder Milieu in Hamburg. ‘Maar we nemen de maatregelen die nodig zijn om de gezondheid van onze burgers te beschermen.’
Kerstan is van de Groenen, en persoonlijk lijkt een dieselverbod voor het hele centrum hem zinvoller. Maar hij zegt te hopen dat de beperkte nieuwe maatregel in ieder geval de aandacht trekt van de Bondsregering en de auto-industrie. Want die laatste heeft volgens hem ‘geen zin om roetfilters in bestaande auto’s te zetten en voelt niets voor dieselverboden. Maar ze kunnen niet ontkennen dat steden een probleem hebben. Nietsdoen is geen optie.’
“Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek”
Volgens critici is het middel erger dan de kwaal: een inrijverbod voor dieselauto’s in sommige straten zou contraproductief zijn, de tijd verspillen van de agenten die moeten toezien op de naleving en de vervuiling simpelweg doorschuiven naar naburige straten. ‘Het is heel ondoelmatig,’ zegt Roland Heintze, de lokale leider van Merkels conservatieve CDU. En het is ook ‘heel oneerlijk’ voor autobezitters, zegt hij: ‘Als je een dieselauto hebt, word je hier niet vrolijk van.’ Veli Fistikci is zo’n dieselbezitter. De taxi waarin hij voor zijn werk rijdt, valt als relatief nieuwe en schone Mercedes buiten het verbod. Maar met zijn eigen auto, een oude Ford, mag hij straks bepaalde delen van de Stresemannstrasse en de aangrenzende Max-Brauer-Allee niet meer in – cruciale verkeersaders in Hamburg. Daarom heeft hij zijn auto maar verkocht, tegen een verlies van 1500 euro. Nu heeft hij geen eigen auto meer voor zijn gezin, terwijl ze volgende maand een kind verwachten. ‘Niemand wil nog een diesel,’ zegt hij. ‘Ik zou wel een hybride auto willen, maar die zijn zo duur.’
Duitse autofabrikanten blijven volhouden dat diesel ten onrechte is verguisd. Bernhard Mattes, voorzitter van de autofabrikantenkoepel VDA, zei vorige maand dat de nieuwste modellen dieselmotoren significant minder stikstof uitstoten en dat hun relatief lage CO2-uitstoot van cruciaal belang is voor het halen van Duitslands ambitieuze klimaatdoelen.
Op de lange termijn zal Duitsland van zowel diesel- als benzineauto’s af moeten, zegt Volker Matthias van het Helmholtz-instituut voor materiaal- en kustonderzoek: ‘We moeten veel meer vaart maken met de transitie naar elektrische auto’s, bussen en fietsen.’ Een verbod zoals in Hamburg helpt volgens hem nauwelijks. ‘Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek,’ zegt hij.
Maar voor mensen als Stefan Recknagel, een 47-jarige medewerker in een opslagcentrum, doet het verbod er wel degelijk toe. Hij woont al 25 jaar in de Stresemannstrasse en schrijft zijn chronische hoest toe aan het verkeer dat daar dagelijks doorheen raast. ‘In de zomer merk je het echt. Je ruikt het gewoon,’ zegt Recknagel. ‘Nu proberen ze tenminste iets te doen.’
Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de invloedrijkste dagbladen ter wereld. Sinds 2013 eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.
De Duitse professor Jan Werner-Müller wil het populisme precies omschrijven, zonder ‘vage anti-establishment sentimenten’. Sleutel in zijn analyse is de pretentie van populisten dat zij het ‘echte’ volk vertegenwoordigen. Ze geloven in regeren bij meerderheid, maar niet in verscheidenheid.
Tegenwoordig lijkt de diepere betekenis van alle verkiezingen in Europa (en misschien zelfs in de wereld) zich tot één enkele vraag te beperken: heeft het populisme gewonnen of verloren? Tot de Nederlandse verkiezingen van maart 2017 werd het publieke debat gedomineerd door het beeld van een onstuitbare golf – of tsunami, zoals Nigel Farage het noemde – van populisme. En vooral na de grote zeges van Macron hoor je nu vaak dat we misschien al in het ‘post-populistische tijdperk’ zijn beland. Die diagnoses zijn allebei fout en verdienen het etiket dat het populisme zelf vaak krijgt opgeplakt: simplistisch.
Bij het beeld van een onhoudbare golf gaat men er klakkeloos van uit dat zowel de Brexit als het presidentschap van Trump een triomf voor het populisme betekende. En natuurlijk, Farage en Trump zijn populisten, al zijn ze dat niet omdat ze, zoals het cliché wil, ‘afgeven op de elite’. Niet iedereen met kritiek op de elite is automatisch een populist. Een kritische houding tegenover de elite kun je net zo goed opvatten als teken van democratische betrokkenheid van de burger. Populisten in de oppositie hebben allicht kritiek op de regering. Maar belangrijker is dat ze ook beweren dat zij en zij alleen opkomen voor wat populisten vaak ‘echte mensen’ of ‘de zwijgende meerderheid’ noemen.
Daarmee zeggen ze eigenlijk dat alle andere partijen in wezen geen recht van spreken hebben. Het gaat de populisten nooit om een verschil van mening over het beleid of zelfs over normen en waarden, het soort meningsverschil dat in een democratie natuurlijk heel normaal is (en in het beste geval ook productief). Nee, populisten spelen in ieder politiek conflict meteen op de man en maken er een morele kwestie van: de anderen zijn volgens hen simpelweg ‘slecht’ en ‘corrupt’. Die spannen zich niet in voor ‘het volk’ maar alleen voor zichzelf (voor de gevestigde orde) of voor multinationals of voor de EU of noem maar op. In dat opzicht was de campagneretoriek van Trump een extreem geval, maar niet echt een uitzondering.
‘Echte mensen’
Minder in het oog springend is de suggestie van populisten dat mensen die het niet eens zijn met hun opvatting van wat ‘het volk’ is, en die hen dus niet steunen, eigenlijk niet tot dat volk behoren. Denk aan Farage, die op de avond van het beslissende referendum riep dat de Brexit een ‘victory for real people’ was. Daarmee impliceerde hij dat de 48 procent die tegen een Brexit hadden gestemd geen ‘echte mensen’ zijn, ofwel: niet echt tot het Britse volk behoren. Of denk aan Trump, die op een verkiezingsbijeenkomst vorig jaar zei: ‘Het gaat erom dat we de mensen verenigen – want die andere mensen doen er niet toe.’ De populist bepaalt dus wie de echte mensen zijn.
Vage ‘anti-establishment sentimenten’ vormen dus geen lakmoesproef voor wat populisme is: kritiek op de elite kan terecht of onterecht zijn, maar is niet per se antidemocratisch. Waar het om gaat, is het antipluralisme van de populisten. Ze doen altijd aan uitsluiting op twee niveaus. Op het niveau van de partijpolitiek presenteren ze zichzelf als de enige legitieme spreekbuis van het volk, om zo alle politieke rivalen op zijn minst moreel uit te sluiten. En iets subtieler wordt op het niveau van de mensen zelf, zo je wilt, iedereen buitengesloten die hun symbolische fictie van ‘de echte mensen’ niet onderschrijft (en dus niet achter de populisten staat). Anders gezegd: populisme maakt per definitie aanspraak op het morele alleenrecht om de wil te vertolken van de zogenaamde echte mensen – en vervalt daardoor per definitie tot een radicaal wij-zij-denken.
Merk daarbij op dat populisten ook zonder te regeren grote schade kunnen toebrengen aan de politieke cultuur. Populistische partijen die slecht presteren bij de stembus worden immers met een evidente paradox geconfronteerd: hoe kan hun partij aanspraak maken op een rol als enige echte spreekbuis van het volk, als ze geen overweldigende meerderheid bij de stembus halen? Niet alle populisten kiezen voor de makkelijkste uitweg uit dit dilemma, maar velen wel: zij suggereren dat ze niet zozeer een zwijgende meerderheid vertegenwoordigen, als wel een meerderheid die het zwijgen is opgelegd. Als die meerderheid zich kon uiten, zouden de populisten per definitie aan de macht zijn, maar iets of iemand heeft deze meerderheid de mond gesnoerd. Anders gezegd: populisten suggereren op meer of minder subtiele wijze dat ze de verkiezingen helemaal niet echt verloren hebben, maar dat het hele proces door verdorven elites achter de schermen is gemanipuleerd. Denk weer aan Trump: toen hij in het midden liet of hij een verkiezingszege van Hillary Clinton zou accepteren, plaatste hij impliciet vraagtekens bij de deugdelijkheid van het Amerikaanse kiesstelsel. Veel van zijn kiezers begrepen die boodschap heel goed. Uit een peiling bleek dat zeventig procent van zijn aanhang dacht dat het doorgestoken kaart zou zijn als Clinton de verkiezingen won.
Het is dus een misvatting om te denken dat populisten ons de grote objectieve waarheid over onze samenleving onthullen
Nu mag iedereen kritiek hebben op het Amerikaanse kiesstelsel, daar is duidelijk genoeg reden toe. Ook zulke kritiek kan een teken zijn van oprechte democratische betrokkenheid. Wat niet democratisch is, is de houding van populisten die in feite neerkomt op de bewering: ‘Omdat wij niet gewonnen hebben, moet het systeem wel fout en verrot zijn.’ Zo zullen populisten het vertrouwen van burgers in hun instituties systematisch ondermijnen, en daarmee het politieke klimaat verzieken, ook zonder zelf ooit aan de macht te komen.
Ik wil niet beweren dat alle populisten hun gebrek aan electoraal succes afdoen met een beroep op complot-theorieën. Maar ze zullen op zijn minst geneigd zijn onderscheid te maken tussen de empirisch vastgestelde en de morele uitslag van verkiezingen. (Denk aan de Hongaarse rechtse populist Viktor Orbán, die na zijn verkiezingsnederlaag in 2002 zei dat ‘het land niet in de oppositie kan zitten’; of aan Andrés Manuel López Obrador, die na zijn nederlaag bij de Mexicaanse presidentsverkiezingen van 2006 zei dat ‘de zege van rechts moreel onbestaanbaar’ was en hijzelf de enige ‘legitieme president van Mexico’.) Zo blijven populisten zich beroepen op een onbestemde groep ‘echte mensen’ die een andere keuze zouden hebben gemaakt. De extreemrechtse populist Norbert Hofer zei na zijn nederlaag bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen van 2016 bijvoorbeeld dat de winnaar, de groene politicus Alexander Van der Bellen, ‘gezählt, aber nicht gewählt’ was: hij insinueerde dus dat zijn tegenstander weliswaar de meeste stemmen had gekregen, maar toch niet echt gekozen was (alsof een ‘echte keus’ op een of andere wijze tot stand kan komen bij acclamatie of zoiets, en niet in het stemhokje). In veel gevallen zullen populisten de cijfers afzetten tegen sentimenten, zonder oog voor het feit dat juist die cijfers, een correcte telling van het aantal stemmen, het enige is waar democratie uit bestaat.
Door in te zien dat populisme een specifieke vorm van antipluralisme is, voorkomen we misschien dat we kritiekloos het beeld blijven herhalen van ‘het volk’ dat overal in opstand komt tegen ‘de gevestigde orde’. Dat is geen onschuldige, laat staan neutrale beschrijving van de politieke ontwikkelingen. Het is in feite populistisch jargon. Met zo’n omschrijving accepteer je impliciet dat de populisten werkelijk ‘het volk’ vertegenwoordigen. Maar types als Farage of Geert Wilders slagen er in de verste verte niet in om zelfs maar een kwart van het electoraat aan te spreken.
Toch vallen politici en journalisten vreemd genoeg vaak van het ene uiterste in het andere als het om populisten gaat: van de opvatting dat het allemaal demagogen zijn die per definitie onzin uitkramen, naar de gedachte dat populisten in feite de ‘echte zorgen’ van de mensen vertolken. De populist een monopolie geven op de vertolking van wat mensen bezighoudt, getuigt van een diepgaand gebrek aan inzicht in hoe democratische vertegenwoordiging werkt. Die vertegenwoordiging moet niet gezien worden als een mechanische afspiegeling van objectief bestaande belangen en identiteiten. Die belangen en identiteiten krijgen dynamisch vorm naarmate politici (en het maatschappelijk middenveld, vrienden, buren, enz.) bepaalde stappen zetten en burgers daarop reageren. Het is dus niet dat alles wat populisten zeggen per se verzonnen is, maar het is een vergissing om te denken dat alleen zij weten wat er echt in de maatschappij leeft. Zo is Trump er zonder twijfel in geslaagd een aantal Amerikanen het gevoel te geven dat ze deel uitmaken van zoiets als een blanke identiteits- beweging. Maar het zelfbeeld van burgers kan ook weer veranderen.
Het is dus een misvatting om te denken dat populisten ons de grote objectieve waarheid over onze samenleving onthullen. Toch gaan veel niet-populisten daarvan uit. Denk maar aan hoe sommige socialisten en sociaaldemocraten in Europa tegenwoordig lijken te denken: ‘De arbeidersklasse heeft het gewoon niet op buitenlanders. Het succes van de rechtse populisten toont dat wel aan. Niks aan te doen.’
Er bestaat nog een andere denkfout met betrekking tot de verkiezingswinst van populisten. Je moet er niet van uitgaan dat alle kiezers die op een populistische partij stemmen zelf ook populist zijn, dat wil zeggen: de antipluralistische ideeën van hun populistische leider delen.
Een kiezer kan het bijvoorbeeld volstrekt oneens zijn met de kritiek van Marine Le Pen dat andere partijen immoreel zijn en hun land verraden, maar toch op het Front National stemmen vanwege het landbouwbeleid dat die partij voorstaat. Oké, dat is wat vergezocht, maar het punt blijft dat we er niet klakkeloos van uit mogen gaan dat iedereen die op een populistische politicus of partij stemt, per se ook het hele antipluralistische programma daarvan onderschrijft. Dat is een elementair empirisch feit, maar het heeft ook gevolgen voor de politieke strategie. Denk maar aan de desastreuze uitwerking van Hillary Clintons opmerking over ‘deplorables’. Ze had beter alleen genadeloze kritiek kunnen leveren op haar tegenstander, zonder te generaliseren over de kiezers die hij aanspreekt.
Maar zit er niet toch iets in, in dat idee van een populistische golf, al is die nu even op zijn retour? Nee, dat beeld was altijd al zeer misleidend. Nigel Farage heeft de Brexit immers niet in zijn eentje tot stand gebracht. Hij had hulp nodig van Conservatieven uit het establishment, zoals Boris Johnson en Michael Gove (die nu allebei in May’s kabinet zitten). Het was Gove die in het voorjaar van 2016, als reactie op de vele sombere voorspellingen van deskundigen over een eventuele Brexit, zei dat het Britse volk de buik vol had van deskundigen. Het grappige was dat Gove zelf juist lange tijd als een intellectueel binnen de Tory-gelederen gold. Het was dus niet zomaar iemand die de mensen vertelde dat deskundigheid werd overschat – er was een deskundige voor nodig om die conclusie te trekken.
Trump is natuurlijk geen president geworden dankzij een brede volksbeweging van boze blanke arbeiders. Hij vertegenwoordigde een gevestigde partij en had de zegen nodig van Republikeinse zwaargewichten als Rudy Giuliani, Chris Christie en Newt Gingrich. Die laatste zei tegen een verslaggever van CNN op het Republikeins partijcongres in de zomer van 2016 dat hij de misdaadcijfers niet vertrouwde, maar geloofde in de beleving van mensen. Hij flikte dus hetzelfde kunstje als Gove in Engeland, want wat je ook van Gingrich mag vinden, onder Amerikaanse conservatieven gaat hij voor een soort intellectueel door. Dus net als in het Verenigd Koninkrijk was er een deskundige nodig om de waarde van deskundigheid in twijfel te trekken.
Polarisatie
Wat zich op 8 november 2016 voltrok was geen op zichzelf staande triomf voor het populisme, maar een bevestiging van de polarisatie van de Amerikaanse politiek: 90 procent van de Republikeinse kiezers had op Trump gestemd. Ook al bleek uit peilingen dat veel Republikeinse kiezers grote bedenkingen bij deze kandidaat hadden, het was voor hen duidelijk ondenkbaar om op een Democraat te stemmen. De manier waarop Hillary Clinton door veel Republikeinen werd gedemoniseerd, had daar natuurlijk ook iets mee te maken – en die demonisering dateerde al van ver voor Trump. Die was al begonnen in de jaren negentig, toen Bill Clinton door rechts steevast werd aangeduid als ‘jullie president’, alsof hij niet het hele volk vertegenwoordigde. Feit is dat tot op de dag van vandaag geen enkele rechtse populist in West-Europa of Noord-Amerika aan de macht is gekomen zonder hulp van de gevestigde conservatieve elite.
Na de verkiezingen in Frankrijk en Nederland waren commentatoren er als de kippen bij om te spreken van een post-populistische beweging. Het veronderstelde ‘nieuwe normaal’, van de ene populistische verkiezingszege na de andere, wordt alweer achterhaald genoemd. Maar dan wordt er onvoldoende onderscheid gemaakt tussen enerzijds het populisme als een moreel monopolie op de vertegenwoordiging van het echte volk, en anderzijds specifieke programmapunten die aan rechts populisme kunnen raken – zoals een strenger immigratiebeleid – maar op zichzelf niet populistisch zijn. Met andere woorden: antipluralisme en inhoudelijke programmapunten zijn twee verschillende zaken.
Wilders, een echte populist, deed het in Nederland minder goed dan verwacht. Maar zijn officiële ‘mainstream’ rivaal, de rechts-liberale premier Rutte, sloeg veel Wilders-achtige taal uit, door onder meer tegen immigranten te zeggen dat ze maar moesten vertrekken als ze niet ‘normaal’ wilden doen. Rutte is geen populist geworden, hij pretendeert niet de enige echte vertegenwoordiger van het eigenlijke Nederlandse volk te zijn. Maar hij doet iets ongebruikelijks en volgens mij onaanvaardbaars: het is niet aan de Nederlandse premier om te bepalen wat in de Nederlandse cultuur ‘normaal’ is (met de bijbehorende implicatie dat je enerzijds een ‘echt’ Nederlands volk hebt en anderzijds mensen die zich ‘abnormaal’ gedragen). Als gevolg van zulke opportunistische concessies aan populisten schuift de hele politieke cultuur naar rechts op, zonder behoorlijke democratische machtiging van de burger. Misschien zitten we dus niet zozeer in een post-populistische tijd, maar zijn de populisten eigenlijk aan het winnen, ook al verliezen ze nominaal. In plaats van officieel met de populisten samen te werken, kopiëren de conservatieven immers gewoon hun ideeën. Diezelfde dynamiek kon je in het voorjaar van 2017 zien in de campagne voor de parlementsverkiezingen van Theresa May, die erop gokte dat ze UKIP kon vermorzelen door Farage na te doen.
Een kloof tussen populistische kiezers in de regio en kosmopolitische en liberale kiezers in de steden is helemaal niet zo onvermijdelijk als men vaak denkt
Naast samenwerking en imitatie hebben conservatieven nog een derde manier om rechts populisme te vergoelijken. Denk maar aan hoe de Europese Volkspartij (EVP), de mainstream partijfamilie van overwegend christendemocraten en gematigde conservatieven in het Europarlement, Viktor Orbán beschermen tegen kritiek (van onder meer de Europese Commissie). Orbán was de pionier van het populisme in Europa. Hij had zijn inmiddels in veel opzichten autoritaire bewind nooit kunnen opbouwen zonder de rugdekking van de EVP. En wederom, het is niet dat de leden van de EVP zelf populisten zijn geworden, verre van dat. Maar met hun strategische keuzes, vooral ingegeven door hun wens om de grootste partij in het Europarlement te blijven, hebben de conservatieven de opkomst van rechts populisme mogelijk gemaakt.
In dat verband is het ook de moeite waard even terug te kijken naar een recente verkiezingsstrijd waarin veel conservatieven zich vooraf tegen samenwerking met de populisten hebben uitgesproken. Het hele beeld van een niet te stuiten golf van populisme was eigenlijk al ontkracht door dit ene tegenvoorbeeld: Oostenrijk, waar alom een zege voor Norbert Hofer was voorspeld. Veel conservatieve politici spraken zich expliciet tegen hem uit. Dat betrof vooral burgemeesters en andere provinciale politieke grootheden, die bij kiezers in de regio het vertrouwen genoten dat groene bobo’s uit Wenen duidelijk misten. Een kloof tussen populistische kiezers in de regio en kosmopolitische en liberale kiezers in de steden is helemaal niet zo onvermijdelijk als men vaak denkt.
De stabiliteit van democratieën in Europa heeft, zoals de politicoloog Daniel Ziblatt betoogt, altijd sterk afgehangen van het gedrag van de conservatieve elites. In het interbellum kozen die voor samenwerking met autoritaire en zelfs fascistische partijen, wat op veel plekken tot de dood van de democratie leidde. Na de oorlog besloten ze zich aan de regels van het democratische spel te houden, ook al was dat niet altijd bevorderlijk voor wat zij als conservatieve kernwaarden beschouwden. We leven in een heel andere samen-leving dan in de naoorlogse periode en de populisten van nu zijn geen fascisten, maar het is nog steeds zo dat het lot van een democratie even sterk afhangt van de keuzes van de gevestigde orde als van opstandige outsiders. Larry Bartels, een vooraanstaand Amerikaans politicoloog, wijst erop dat er ook weinig empirisch bewijs is voor een toename (laat staan een ‘tsunami’) van rechts populistische sentimenten. Wat uit onderzoek wel blijkt, is dat zowel politieke avonturiers als gevestigde partijen in de loop der tijd steeds weer voor de keuze hebben gestaan om dergelijke sentimenten te bezweren, dan wel te mobiliseren en uit te buiten. Het is van belang om ons niet uitsluitend op de populisten zelf te fixeren (waarbij we hun kracht regelmatig onder- dan wel overschatten). We moeten juist de elites ter verantwoording roepen die met populisten samenwerken of hun ideeën overnemen of hun gedrag in feite vergoelijken en ze zo uit de wind houden.
Brexit volgens Banksy, 2017.
Wat kan er tegen populisten zelf worden gedaan? Wat de laatste jaren in ieder geval duidelijk is geworden, is wat er niet werkt. Een volledig isolement bijvoorbeeld, en zeker het soort morele uitsluiting waarnaar populisten zelf vaak grijpen (in de trant van: ‘wij goede demoraten willen niet samen met populisten op tv’ of ‘als er in het parlement een populist aan het woord komt, loop ik naar buiten,’, enz.). Dat is dom, zowel in strategisch als – minder in het oog springend – in moreel opzicht. Het is als strategie tot mislukken gedoemd omdat het alleen maar bevestigt wat populisten hun aanhang steeds voorhouden: dat de corrupte elite nooit naar hen luistert of bepaalde zaken niet ter discussie durft te stellen. (En niet in de laatste plaats dat deze elites tegen de populisten samenspannen om hun onverdiende voorrechten te beschermen: ‘Eén tegen allen, allen tegen één’.)
Ook vanuit democratisch oogpunt kleeft er een groot bezwaar aan deze aanpak: zeker als de populisten al in het parlement zitten en je sluit hun partij uit van het debat, dan sluit je ook al hun kiezers daarvan uit. En zoals hierboven gezegd: je mag er niet van uitgaan dat alle kiezers van populistische partijen overtuigde antipluralisten zijn die de regels van het democratische spel afwijzen.
En dan is er het andere uiterste: in plaats van de populisten uit te sluiten of te negeren, ga je achter ze aan hollen. Maar hoe hard je ook holt, je haalt ze natuurlijk nooit in. Wat je als zogenaamde ‘politicus van het midden’ ook over immigratie zegt, het zal toch nooit genoeg zijn voor partijen als Alternative für Deutschland of de Deense Volkspartij. Maar ook hier is het probleem niet alleen strategisch van aard, ook hier speelt een normatieve kwestie mee. Het imiteren van populisten vloeit immers vaak voort uit de hierboven genoemde misvatting over democratische vertegenwoordiging. Dan gaat men er simpelweg van uit dat de populisten eindelijk de ware politieke voorkeuren van veel burgers blootleggen, in plaats van te beseffen dat politieke vertegenwoordiging een dynamisch proces is. Denk weer aan Trump: veel Europeanen zullen op 8 november 2016 met enig leedvermaak hebben vastgesteld dat hun lang gekoesterde vermoeden over de VS nu officieel was bevestigd: het is een land met 63 miljoen racisten! Maar zoals enkele sociale wetenschappers al snel zeiden: er zijn genoeg racisten in de VS, maar racisme kan de zege van Trump niet volledig verklaren. Sommige kiezers hebben op Trump gestemd nadat ze dat eerder twee keer op Obama hadden gedaan.
Er is geen andere keuze dan met populisten de strijd aan te gaan. Maar praten met populisten wil nog niet zeggen dat je moet praten áls een populist. Je hoeft hun beschrijving van politieke, economische en sociale problemen niet over te nemen om in debat met hen overeind te blijven. Tegelijkertijd is het belangrijk om in te zien dat een hele reeks standpunten waar links grote moeite mee heeft, binnen een democratie niettemin toelaatbaar zijn – en dat je zulke standpunten moet bestrijden met feiten en de best mogelijke argumenten, niet met het polariserende verwijt van ‘populisme’. Anderzijds, wanneer populisten zichzelf nadrukkelijk als populist manifesteren – dat wil zeggen: als ze het recht van spreken van hun tegenstander of van bepaalde burgers in twijfel proberen te trekken of vraagtekens plaatsen bij de regels van het democratische spel – dan is het van groot belang dat andere politici daar een grens trekken. Denk weer even terug aan die eerste keer dat de ‘gevestigde orde’ niet voor de ‘golf’ van het populisme bezweek: Oostenrijk. De winnende kandidaat wist in zijn campagne veel kiezers te mobiliseren door duidelijk te maken dat zij niet alle programmapunten van de Groenen hoefden te onderschrijven om op hem te stemmen; ze moesten het er alleen mee eens zijn dat de extreemrechtse kandidaat een reële bedreiging voor de Oostenrijkse democratie vormde. Nog belangrijker was dat kiezers door zijn campagne werden gestimuleerd om uit hun vertrouwde kringetje te stappen, om in dialoog te gaan met mensen uit andere milieus met wie ze anders niet snel in contact kwamen – en vooral om dan niet al na vijf minuten met verwijten van ‘racisme’ en ‘fascisme’ te smijten.
Ook dit is misschien alleen vrome hoop van de theoretici. Uit sociologisch onderzoek blijkt vaak dat de zogenaamde contacthypothese te mooi is om waar te zijn: contact met mensen die sterk van ons verschillen is op zichzelf nog niet genoeg om tolerantie en respect voor pluralisme te kweken. Maar alles wat kan helpen om de populistische fantasie van een volledig verenigd en homogeen volk te ontkrachten, is meegenomen. In tegenstelling tot wat links soms gelooft, is niet alles wat populisten zeggen per se leugenachtig of demagogisch, maar hun zelfgeschapen imago berust uiteindelijk wél op een leugen: dat er één ondeelbaar volk is waarvan alleen zij de wil vertolken. Om ze te bestrijden, is het nodig die cruciale claim te doorzien en te ontkrachten.
Auteur: Jan-Werner Müller
Vertaler: Frank Lekens
‘Understanding the populist turn’. Grote Zaal Frascati, 2 juni 15.00
Het in 1994 opgerichte non-profit contentdistributiemodel voorziet lezers uit alle windstreken van originele, boeiende en tot nadenken stemmende commentaren van schrijvers en denkers die de economie, politiek, wetenschap en cultuur van de wereld vormgeven.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.