Tag: groente

  • Onderzoek: Veganistisch dieet kan mensen met overgewicht helpen af te vallen

    Onderzoek: Veganistisch dieet kan mensen met overgewicht helpen af te vallen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Cuba: Ten minste 22 doden en 64 gewonden na explosie in hotel

    » Shanghai verzet toelatingsexamens universiteit vanwege nieuwe corona-uitbraak

    Veganistische dieet zorgt voor lagere bloedsuikerspiegel

    Een veganistisch dieet kan mensen met overgewicht of diabetes type 2 helpen gewicht te verliezen en hun bloedsuikerspiegel te verlagen, zo blijkt uit onderzoek dat The Guardian aanhaalt. Een meta-analyse toonde aan dat het volgen van een veganistisch dieet gedurende drie maanden het lichaamsgewicht met gemiddeld ongeveer 4,1 kg verminderde in vergelijking met gecontroleerd diëten, en ook de bloedsuikerspiegel verlaagde. Er was weinig of geen effect op de bloeddruk of op het gehalte aan cholesterol of triglyceriden, een type vet.

    De gegevens zijn afkomstig van elf gerandomiseerde onderzoeken waaraan 796 mensen deelnamen die overgewicht hadden met een body mass index (BMI) van ten minste 25, of die diabetes type 2 hadden. De resultaten werden gepresenteerd op het Europees Congres over Obesitas.

    Veganistische diëten leiden tot gewichtsverlies omdat ze gepaard gaan met een verminderde calorie-inname

    Anne-Ditte Termannsen, van diabetescentrum Steno in Kopenhagen, die het onderzoek leidde, verklaarde dat ‘veganistische diëten waarschijnlijk leiden tot gewichtsverlies omdat ze gepaard gaan met een verminderde calorie-inname als gevolg van een lager vetgehalte en een hoger gehalte aan voedingsvezels’.

    Uit een tweede onderzoek, dat op de conferentie in Maastricht werd gepresenteerd, bleek dat vrouwen tijdens het eerste jaar van de covid-19-pandemie meer kans hadden om aan te komen dan mannen. Bij beide geslachten hadden mensen onder de vijfenveertig jaar meer kans op extra kilo’s dan oudere leeftijdsgroepen.

    Lees ook:

  • Verbod op plastic verpakkingen voor groenten en fruit in Frankrijk

    Verbod op plastic verpakkingen voor groenten en fruit in Frankrijk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ontmoeting VS en Rusland levert Oekraïne niets op

    » Medische doorbraak: Amerikaan ontvangt hart van genetisch gemodificeerd varken

    Plasticverbod per 1 januari in Frankrijk

    Per 1 januari geldt in Frankrijk een wet die plastic verpakkingen voor veel soorten groenten en fruit verbiedt, bericht The Guardian. Dertig soorten groenten en fruit, waaronder komkommers, paprika’s, courgettes, prei, bananen, citroenen, sinaasappels en kiwi’s mogen niet langer in plastic worden verkocht. Verpakkingen van meer dan 1,5 kg zijn vrijgesteld, evenals gesneden of verwerkt fruit. Voor sommige soorten, waaronder cherrytomaatjes en zacht fruit zoals frambozen en bosbessen, krijgen producenten tot 2026 de tijd om alternatieven te vinden. 

    De Franse president Emmanuel Macron noemde het verbod ‘een echte revolutie’. Hij benadrukt dat Frankrijk wereldwijd het voortouw heeft genomen met zijn wet om al het plastic voor eenmalig gebruik te hebben uitgebannen in 2040. Andere landen lijken het voorbeeld te zullen volgen. Zo voert Spanje vanaf 2023 ook een verbod in op plastic verpakkingen voor groenten en fruit. Internationale actievoerders betogen al jaren dat plastic verpakkingen milieuschade en vervuiling van rivieren en oceanen veroorzaken.

    Lees ook:

  • 330 additieven in bewerkt voedsel

    330 additieven in bewerkt voedsel

    Er moet beleid worden ontwikkeld om de toegang tot en betaalbaarheid van rauw of minimaal bewerkt voedsel te verbeteren.

    Dat beweren Bernard Srour en Mathilde Touvier onlangs in The Lancet. Eerst was het slecht voor de gezondheid om vet te eten, toen waren koolhydraten de boos-doener, en moet vooral suiker in de ban. Westerse eetpatronen worden gekenmerkt door een hoge inname van energierijke producten, lees: grote hoeveelheden suikers, suikerhoudende dranken en verzadigde vetten, en beperkte hoeveelheden groente, fruit en volle granen, oftewel vitaminen en voedingsvezels. Er zijn zelfs sterke wetenschappelijke aanwijzingen dat dit eetpatroon chronische ziekten veroorzaakt.

    Meer recentelijk is een discussie gaande over de mate waarin voedsel is bewerkt. Voedselbewerking heeft de afgelopen eeuw tot enorme vooruitgang geleid, zoals de massaproductie van snel en gemakkelijk te bereiden voedsel en de afname van micro-biologische risico’s, maar de vraag is of we niet te ver zijn gegaan. Zijn deze op grote schaal geconsumeerde producten (50 procent van de energie-inname in het VK en de VS) van invloed op de menselijke gezondheid?

    Ultra Processed Food

    Ultra Processed Food, bewerkt voedsel dat meestal het gehele middenstuk van een supermarkt beslaat, doet er nog eens een ongezond schepje bovenop. Of het verwijderen van vezels, mineralen en andere nutriënten voor de smaak en de houdbaarheid, voedzaam en veilig is wordt steeds vaker ter discussie gesteld. De voedingsindustrie vindt van wel. Maar wetenschappers als Bernard Srour en Mathilde Touvier denken er anders over. Ze publiceerden in The Lancet recent hun bevindingen. UPF is volgens de twee eenzijdig en niet voedzaam: het mist noodzakelijke nutriënten, die je moet binnenkrijgen. En het bevat een keuze uit 330 additieven.

    Niet alleen hebben UPF gemiddeld een slechtere voedselkwaliteit, ze bestaan over het algemeen ook uit producten die verschillende intensieve processen hebben ondergaan, zoals kneding en extrusie bij hogere temperaturen, en bevatten cosmetische voedingsadditieven en/of andere industriële ingrediënten om het aroma en de smaak van het eindproduct te verbeteren.

    Volgens voedselwaakhond foodwatch is 75 procent van het aanbod in de supermarkt UPF

    Recente systematische beoordelingen en meta-analyses tonen verband aan tussen UPF-inname en een toegenomen kans op verschillende chronische aandoeningen, met name obesitas en cardiometabolisme, maar ook mortaliteit, kanker, algehele verzwakking en symptomen van depressiviteit. Zelfs de Wereldgezondheidsorganisatie en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN waarschuwen om zo min mogelijk bewerkt voedsel te eten. Dat zal lastig worden, want volgens voedselwaakhond Foodwatch is 75 procent van het aanbod in de supermarkt UPF. Meer dan de helft van de calorieën uit een gemiddeld westers dieet komt van UPF.

    Er is niet alleen dringend behoefte aan openbaar onderzoek dat een epidemiologische en experimentele benadering combineert om de invloed van voedselbewerking beter te begrijpen. Ondertussen moeten consumenten worden geadviseerd om 1) voedingsproducten te kiezen met een betere voedselkwaliteit volgens de normen van Nutri-Score (arm aan zout, suiker, verzadigde vetten en rijk aan voedingsvezels etc.) en 2) zich bewust te zijn van de andere maar complementaire dimensie van het voedingspatroon met betrekking tot voedselbewerking. Aangezien een voedingspatroon op basis van UPF voor goedkoper doorgaat, moet er beleid worden ontwikkeld om de toegang tot en betaalbaarheid van rauw of minimaal bewerkt voedsel te verbeteren.

    Museum voor smerig eten

    Volgens de toeristen-branche is het Disgusting Food Museum de belangrijkste bezienswaardigheid in de Zweedse stad Malmö.

    De Amerikaanse psycholoog Samuel West en de Zweedse IT’er Andreas Ahrens openden hun museum in 2018 nadat ze de wereld hadden afgespeurd naar de smerigste dingen die mensen eten. Ze moesten wel alles zelf proeven. West gaf zo vaak over dat hij de tel kwijtraakte. Ahrens vond veel van het voedsel onaangenaam, maar hij werd pas ziek nadat hij balu had geproefd,
    een Filipijnse eier-foetussnack die rechtstreeks uit de schaal wordt gegeten – veren, snavel, bloed en alles, schrijft The New Yorker. Sommige producten zijn veilig verpakt, zoals surströmming, blikjes gefermenteerde haring die alleen buiten in de open lucht geopend mogen worden. Andere gerechten maakten de curatoren zelf. Voor een Zuid-Koreaanse wijn die de ‘verse drollen’ van kinderen vereiste, schepte Ahrens de uitwerpselen van zijn achtjarige dochter op en liet die gisten met rijstwijn. Het museum, gevestigd in een keurig winkelcentrum, zet de bezoeker aan tot nadenken over wat eetbaar is. Niet alleen de smaak, ook de cultuur, traditie en economische noodzaak bepalen dat. Biologisch is walging een afweermechanisme tegen
    vergiftiging. Het museum is beschuldigd van het bevestigen van culturele vooroordelen, schrijft
    The New Yorker. Bezoekers kunnen in een fotocabine allerlei stanken opsnuiven en hun van walging vertrekkende gezicht op Instagram zetten. (Huib Stam)

    Grote stap voorwaarts

    Is kweekvlees de oplossing voor veel problemen?

    Die gedachtensprong is gauw gemaakt. Als vlees in een reactor opgekweekt kan worden zonder dat er een dier, een stal en een slachthuis aan te pas komen, dan lijkt de toekomst van de ‘cellulaire landbouw’ verzekerd en is het gedaan met de milieuvervuiling, het grondgebruik, het dierenleed en de kiloknallerij van de conventionele vleesproductie.

    De vleesindustrie is ‘onmiskenbaar schadelijk, maar politiek en maatschappelijk ook zo diep in ons bestaan verankerd dat je als hervormer niet goed weet waar je moet beginnen’, schrijft The Guardian. Maar ‘de geschiedenis wijst uit dat zulke systemen wel degelijk radicaal kunnen veranderen, zelfs binnen één generatie’.

    Richard Branson, Bill Gates en andere miljardairs investeren ruim in de nieuwe techniek. Sergey Brin van Google betaalde mee aan de ‘Maastrichtse hamburger’, het eerste stukje kweekvlees dat in 2013 met veel bombarie werd gebakken. Die kostte bij elkaar een kwart miljoen euro, het eerste obstakel. Gewoon vlees is heel goedkoop, kweekvlees kost nu 37 dollar per kilo en is pas onder de 25 dollar rendabel. Zoals de voedingsgiganten zich storten op vleesvervangers van bonen en soja, zo zullen ze ook hun dure kweekvleespatenten verdedigen en ten gelde willen maken, voorspelt de krant. Niettemin: ‘Een wereld waarin de kipnugget uit de bio-industrie wordt vervangen door een nugget uit de bioreactor zou een grote stap voorwaarts zijn voor dier en milieu.’ (Huib Stam)